Eindrapport Roots AnalyZus
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek vestigingsklimaat Enschede Eindrapport, 14 september 2023
Roots Beleidsadvies i.s.m. AnalyZus In opdracht van de Rekenkamer Enschede
Inhoudsopgave Managementsamenvatting .............................................................................. 3 1. Inleiding ................................................................................................ 6 1.1 Aanleiding en doelstelling ................................................................... 6 1.2 Onderzoeksvragen ............................................................................. 6 1.3 Visie op economisch vestigingsbeleid ................................................... 7 1.4 Afbakening ....................................................................................... 9 1.5 Methodiek .......................................................................................10 1.6 Leeswijzer .......................................................................................12 2. Beleid ...................................................................................................13 2.1 Invulling beleid ................................................................................13 2.2 Inzet instrumenten ...........................................................................18 2.3 Inzet middelen .................................................................................24 2.4 Conclusie.........................................................................................27 3.
Ervaring doelgroepen .............................................................................29 3.1 Overall ervaringen doelgroepen ..........................................................29 3.2 Ervaringen op winkellocaties ..............................................................29 3.3 Ervaringen op overige werklocaties .....................................................31 3.4 Conclusie.........................................................................................32 4. Invloed van ontwikkelingen .....................................................................34 4.1 Invloed van Corona ..........................................................................34 4.2 Invloed van veranderende situatie bij de gemeente Enschede ................36 4.3 Invloed van veranderend economisch tij ..............................................37 4.4 Conclusie.........................................................................................38 5.
Resultaten beleid ...................................................................................39 5.1 Bereiken van beoogde doelen ............................................................39 5.2 Gewenste en ongewenste effecten ......................................................44 5.3 Verwachtingen toekomst ...................................................................45 5.4 Conclusie.........................................................................................47 6. Regionale context ..................................................................................48 6.1 Invulling samenwerking ....................................................................48 6.2 Ontwikkeling vestigingsklimaat ..........................................................53 6.3 Conclusie.........................................................................................58 7.
Conclusies en aanbevelingen ...................................................................59 7.1 Conclusies .......................................................................................59 7.2 Aanbevelingen .................................................................................62 Bijlagen .......................................................................................................64 Bijlage A: Geraadpleegde bronnen ...............................................................64 Bijlage B: Gesprekspartners interviews ........................................................69 Colofon .......................................................................................................70
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
2
Managementsamenvatting Aanleiding en doelstelling De Rekenkamer Enschede heeft Roots Beleidsadvies gevraagd een onderzoek uit te voeren naar het beleid dat is gericht op de versterking van het economisch vestigingsklimaat. De uitkomsten van het onderzoek kunnen onder andere worden benut voor de actualisatie van de economische visie zoals die door het College van B&W is aangekondigd. Vraagstelling en methodiek In het onderzoek stond de volgende hoofdvraag centraal: Welk beleid omtrent het economisch vestigingsklimaat heeft de gemeente de afgelopen zes jaar gevoerd voor de verschillende doelgroepen en wat zijn daarvan de gerealiseerde en nog te verwachten resultaten (prestaties en effecten)?
Deze hoofdvraag is aan de hand van acht deelvragen beantwoord die gaan over de invulling van het beleid, de ervaring van doelgroepen, de invloed van (externe) ontwikkelingen, de resultaten van het beleid en Enschede in regionaal perspectief. De analyse richtte zich daarbij op de periode 2016-2022 en maakte onderscheid naar drie geografische schaalniveaus (werklocaties, Enschede, Regio). Ruimtelijkfunctioneel is in het onderzoek een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de winkellocaties als concentratiegebieden van winkeliers en (een deel van) het mkb en anderzijds de bedrijventerreinen en kantoorlocaties als concentratiegebieden van startups, hightechbedrijven, grootschalige activiteiten en zware industrie. Beantwoording normen Bij de analyse heeft Roots het onderstaande normenkader gehanteerd. Onderdeel
Beleid
Ervaring doelgroepen Ontwikkelingen
Resultaten
Regio
Norm • De gemeente heeft beleid geformuleerd voor het verbeteren van het vestigingsklimaat voor winkeliers, mkb, startups, hightechbedrijven, grootschalige activiteiten en zware industrie. • De gemeente maakt een onderbouwde keuze voor de instrumenten die zij voor het verbeteren van het vestigingsklimaat inzet. • De gemeente maakt een onderbouwde keuze voor de middelen die zij voor het verbeteren van het vestigingsklimaat inzet. • De diverse doelgroepen ervaren het beleid en de inspanningen van de gemeente t.a.v. het vestigingsklimaat als positief. • De gemeente stelt haar beleid bij o.b.v. relevante (externe) ontwikkelingen. • Met het gevoerde beleid is aantoonbaar bijgedragen aan het economisch vestigingsklimaat van Enschede. • De gemeente heeft inzicht in gewenste en eventueel ongewenste effecten van het gevoerde beleid. • Interne en externe stakeholders verwachten richting de toekomst positieve resultaten van het gevoerde beleid. • De gemeente werkt samen in de Twentse stedenband, de Regio Twente en de Euregio t.b.v. een complementair en onderscheidend vestigingsklimaat. • Het vestigingsklimaat in Enschede ontwikkelt zich positief ten opzichte van het vestigingsklimaat in Hengelo en Almelo
Conclusies Op alle normen kan positief worden geoordeeld. We zien dat de gemeente beleid heeft geformuleerd voor het verbeteren van het vestigingsklimaat voor winkeliers, mkb, startups, hightechbedrijven, grootschalige activiteiten en zware industrie en
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
3
daarbij vooral heeft ingezet op het aantrekken en vasthouden van meer talent, een betere bereikbaarheid van banen en een betere verbinding van kennis en innovatie met het mkb en de (grote) maatschappelijke vraagstukken. De gemeente maakte daarbij een onderbouwde keuze voor de instrumenten en middelen en is creatief omgegaan met de bezuinigingsopgaven waarvoor de gemeente stond. De diverse doelgroepen blijken het beleid en de inspanningen van de gemeente t.a.v. het economisch vestigingsklimaat in algemene zin positief te hebben ervaren. Dit betekent niet zo zeer dat elke ondernemer het beleid en de inspanningen van de gemeente positief waardeerde, maar dat vertegenwoordigers van ondernemers zagen dat de gemeente binnen haar soms beperkte mogelijkheden zich sterk inzette om het economisch vestigingsklimaat positief te beïnvloeden. Ook hebben we gezien dat de gemeente haar beleid ten aanzien van het economisch vestigingsklimaat bijstelde op basis van relevante (externe) ontwikkelingen en dat deze ontwikkelingen een belangrijke onderlegger vormen voor het beleid. In de onderzoeksperiode gold dit in het bijzonder voor Corona, veranderde situaties bij de gemeente Enschede zelf en een verander(en)d economische tij.
Op basis van de relevante beleidsdoelen kunnen we concluderen dat de gemeente Enschede met haar beleid aantoonbaar heeft bijgedragen aan het economisch vestigingsklimaat van de stad en een goed inzicht heeft in de effecten van het beleid. Interne en externe stakeholders verwachten richting de toekomst dan ook positieve resultaten. Tegelijkertijd is het de vraag of de gemeente over alle middelen beschikt om de grote opgaven voor de stad aan te gaan. Voor het aantrekken en vasthouden van meer talent, een betere bereikbaarheid van banen en een betere verbinding van kennis en innovatie met het mkb en (grote) maatschappelijke vraagstukken is een goede regionale samenwerking in ieder geval een must. Op het vlak van regionale samenwerking is geconcludeerd dat de gemeente zowel binnen Twente als met de (steden in de) Duitse grensstreek actief samenwerkt ten behoeve van een complementair en onderscheidend vestigingsklimaat. Ook ontwikkelt het vestigingsklimaat in Enschede zich in het algemeen positief ten opzichte van het vestigingsklimaat in Hengelo en Almelo. De vraag is echter wel hoe belangrijk dit is. Juist een verder toenemende regionale samenwerking is nodig om Twente als technologische topregio sterker te ontwikkelen en niet alleen de beleidsambities van Enschede maar ook die van Twente als geheel te realiseren.
Aandachtspunten en aanbevelingen Hoewel de gemeente Enschede positief scoort op de vooraf gestelde normen, zien wij diverse aandachtspunten voor het beleid omtrent het economisch vestigingsklimaat. Het gaat daarbij primair om: • • • • •
De structurele opgave om te (kunnen) blijven investeren in het economisch vestigingsklimaat. De beleidsaandacht voor het organiserend vermogen van ondernemers. De dienstverlening vanuit de gemeente aan bedrijven op reguliere bedrijventerreinen. De uitvoering van het beleid omtrent de arbeidsmarkt (binden van talent) en werklocaties (vraag en aanbod in balans). De rol van Enschede in visie- en beleidsvorming op regionaal niveau.
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
4
Op basis daarvan zijn in het onderzoek de volgende aanbevelingen geformuleerd: • • • • •
Vergroot de structurele ruimte op de begroting danwel begroot meerjarig de incidentele uitgaven ten behoeve van het economisch vestigingsklimaat. Vergroot de beleidsaandacht voor het organiserend vermogen van ondernemers. Vergroot de capaciteit bij het ondernemersloket voor de dienstverlening aan bedrijven op reguliere bedrijventerreinen. Versterk de regionale samenwerking (verder) om de grote opgaven van de stad op het vlak van ruimte (schaarste) en arbeidsmarkt (binden van talent) aan te gaan. Toon meer ambitie in regionaal verband om de beleidsambities van Twente als geheel te realiseren.
Tot slot Wij hopen dat de opvolging van de aanbevelingen de resultaten van het omtrent het economisch vestigingsklimaat nog verder vergroot en (dus) leidt tot het aantrekken en binden van (nog) meer talent, een betere bereikbaarheid van banen en een betere verbinding van kennis en innovatie met het mkb en de (grote) maatschappelijke vraagstukken in ons land.
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
5
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding en doelstelling Elk jaar stelt de Rekenkamer Enschede een jaarplan op waarin de plannen voor het komende jaar worden geformuleerd. In het jaarplan voor 2022 kondigde de Rekenkamer een onderzoek naar het economisch beleid aan. Eén van de redenen daarvoor is dat de Rekenkamer reeds een uitgebreid onderzoek naar het woonbeleid uitvoerde en – evenals de gemeente Enschede in algemene zin – streeft naar een goede balans tussen wonen en werken. Een onderzoek naar het economisch beleid was alleen al om die reden waardevol. In hoeverre slaagt de gemeente Enschede erin een goede balans tussen wonen en werken te realiseren? Een dergelijke onderzoeksvraag zou echter te algemeen zijn voor een rekenkameronderzoek. De Rekenkamer wilde graag een meer specifiek onderwerp en heeft gekozen om het onderzoek te richten op het beleid dat is gericht op de versterking van het economisch vestigingsklimaat. De uitkomsten van een dergelijk onderzoek zouden daarmee tevens kunnen worden benut voor de actualisatie van de economische visie zoals die door het college was aangekondigd.1
1.2 Onderzoeksvragen De Rekenkamer van de gemeente Enschede heeft de volgende hoofdvraag voor het onderzoek geformuleerd: Welk beleid omtrent het economisch vestigingsklimaat heeft de gemeente de afgelopen zes jaar gevoerd voor de verschillende doelgroepen en wat zijn daarvan de gerealiseerde en nog te verwachten resultaten (prestaties en effecten)?
De Rekenkamer heeft gevraagd om deze vraag aan de hand van acht deelvragen te beantwoorden. De betreffende deelvragen kunnen als volgt worden gestructureerd: Beleid 1. Welk beleid heeft de gemeente Enschede in de periode 2016-2022 gevoerd om het vestigingsklimaat voor ondernemers (winkeliers, mkb2, startups, hightech, grootschalig, zware industrie) te verbeteren? a. Welke instrumenten zijn of worden daarvoor ingezet? b. Hoeveel middelen zijn daarvoor ingezet? Ervaring doelgroepen 2. Hoe ervaren de diverse doelgroepen het beleid en de inspanningen van de gemeente rondom het vestigingsklimaat? Invloed van (externe) ontwikkelingen 3. Hebben (externe) ontwikkelingen uit de afgelopen zes jaar, zoals Covid (thuiswerken), invloed gehad op visie, beleid en regelingen/voorzieningen die de gemeente beschikbaar heeft gesteld en op de effecten daarvan?
1 2
Zie o.a. Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen trots op Enschede’ en gemeentebegroting 2023. Inclusief kleinkunstenaren, ateliers en galerieën. Zorg en onderwijs worden niet meegenomen.
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
6
Resultaten van beleid 4. Wat zijn de resultaten (beleidsprestaties en effecten) van het gevoerde gemeentelijke beleid en welke resultaten zijn in de toekomst te verwachten? Benoem hierbij gewenste en ongewenste effecten3, die al dan niet te voorzien zijn. Regionale samenwerking en verschillen 5. Hoe werkt Enschede samen met de Regio Twente en de Euregio (grensgebied Nederland-Duitsland), in het bijzonder met Hengelo en Almelo, als het gaat om vestiging van de diverse doelgroepen van het economische vestigingsbeleid? 6. Zijn er verschillen in hoe het vestigingsklimaat zich in Enschede, Hengelo en Almelo sinds 2016 heeft ontwikkeld? De vraagstelling volgt daarmee de lijn van: invulling beleid (1), ervaring doelgroepen (2), invloed van ontwikkelingen (3), resultaten (4) en Enschede in regionaal perspectief (5 en 6).
1.3 Visie op economisch vestigingsbeleid Gegeven de doelstelling om het beleid omtrent het economisch vestigingsklimaat te beoordelen op de gerealiseerde en nog te verwachten resultaten, is het van belang om inzicht te hebben in de wijze waarop gemeenten/overheden het economisch vestigingsklimaat kunnen beïnvloeden en hoe bedrijven/ondernemers dit vestigingsklimaat beoordelen. Uit onderzoek4 is gebleken dat de locatiekeuze van bedrijven afhangt van een groot aantal factoren. Ook blijkt de relevantie van die factoren sterk per sector te verschillen. Het beslistraject van bedrijven en ondernemers is daarbij grillig. Vaak kijken bedrijven eerst naar de absolute randvoorwaarden voor de locatie, zoals de ligging, de bereikbaarheid en de toegang tot specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld een universiteit). Vervolgens wordt gekeken naar bedrijfseconomische factoren: wat zijn de operationele kosten per alternatief (zoals arbeid, energie, transport, grond-/huurprijs)? Voor sommige bedrijven is de locatiekeuze vooral een gevoelskwestie en geeft de binding met een bepaald gebied de doorslag. Dit maakt het veralgemeniseren van het belang en de beoordeling van vestigingsplaatsfactoren complex. In ieder geval is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen factoren die de keuze voor een regio en de keuze voor een werklocatie bepalen.
Figuur 1.1 toont de factoren van waaruit in belangrijke mate de kwaliteit van het regionale vestigingsklimaat – bijvoorbeeld dat in Twente – kan worden afgemeten. Dit verduidelijkt dat met beleid vooral de dienstverlening richting individuele bedrijven/ondernemers kan worden beïnvloed alsmede het productiemilieu en de perceptie van het gebied (zie groene pijlen). Op een belangrijke schil voor bedrijven/ondernemers (marktrelaties) kan minder direct vanuit beleid worden gestuurd (zie oranje pijl). Dat kan slechts indirect door beleid dat is gericht op de andere ‘schillen’. Bijvoorbeeld: werkgelegenheid, economische groei, aantrekken en behouden van talent, aantrekken van (nieuwe) bedrijven, voorkomen van leegstand, positie van Enschede in Twente/Achterhoek en de regio/grensgebied, verdringing, opvolging, leegstand in winkels en kantoren, (financiële) uitputting van regelingen, etc. 4 O.a. Ecorys (2001), Internationale benchmark regionaal investeringsklimaat; RPB (2007), Verhuizingen van bedrijven en groei van werkgelegenheid; PBL (2014), De relatie tussen vestigingsplaatsfactoren en de concentratie van de topsectoren; Roots Beleidsadvies (2023), Database Vastgoedbarometer. 3
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
7
Figuur 1.1: Het vestigingsklimaat vanuit het perspectief van ondernemers
Bron: Roots Beleidsadvies
10%
10%
10%
10%
10%
10%
Bereikbaarheid auto
30%
40%
15%
10%
25%
Bereikbaarheid OV
5%
5%
15%
5%
15%
Nabijheid haven
5%
5%
0%
0%
0%
Nabijheid luchthaven
5%
5%
0%
0%
0%
Nabijheid stedelijke voorzieningen
0%
0%
10%
20%
0%
Nabijheid kennisinstellingen
0%
0%
0%
0%
15%
Kwaliteit fysieke omgeving
5%
5%
10%
10%
10%
Stedenbouwkundige uitstraling
5%
5%
10%
10%
10%
Zichtlocatie
5%
5%
5%
5%
5%
Aanwezigheid grote kavels
0%
10%
0%
0%
0%
Aanwezigheid hogere milieucategorieën
15%
0%
0%
0%
0%
Functie voor lokale bedrijven
0%
0%
15%
20%
0%
bedrijven
Consumenten-
10%
diensten
Dienstverlening 10%
Transport en
10%
Uitgifte-/huurprijs (gemiddeld)
Bouw
15%
Weging per cluster per criterium
Industrie en
Groothandel
Kennisintensieve
Op het moment dat een ondernemer voor een bepaalde regio kiest, zal hij/zij vervolgens de kwaliteiten van beschikbare werklocaties beoordelen. Daarbij spelen de volgende factoren een rol:
Marktrelaties Aanwezigheid zelfde type bedrijvigheid Ligging en bereikbaarheid
Vestigingssituatie
Bron: Ecorys
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
8
De percentages geven aan in welke mate de factoren bij de keuze van een locatie een rol spelen en zijn gebaseerd op grootschalig onderzoek onder bedrijven in ons land. Uiteraard gaat het hier om gemiddelden en spelen in de definitieve afweging van individuele bedrijven vaak ook subjectieve factoren een rol. Op basis van de bovenstaande factoren kan de aantrekkelijkheid van (formele) werklocaties echter goed worden afgemeten. Rekenkameronderzoek geredeneerd vanuit het perspectief van ondernemers Wij hebben ervoor gekozen om het onderzoek naar het beleid omtrent het economisch vestigingsklimaat in Enschede vorm te geven vanuit het perspectief van bedrijven/ondernemers. Dit betekent dat wij in het onderzoek vanuit het regionale perspectief (Euregio, Twente, Twentse stedenband) steeds verder inzoomen op de onderscheidende kwaliteiten van Enschede en afzonderlijke werklocaties. We kijken daarbij naar de eerder genoemde factoren op drie relevante schaalniveaus (Regio, Enschede, afzonderlijke werklocaties). De onderstaande tabel geeft aan hoe. Dit betekent dat de arbeidsmarkt bijvoorbeeld op regionaal en lokaal niveau wordt beschouwd en niet zo zeer op het niveau van afzonderlijke werklocaties. Bij de vestigingssituatie geldt dat laatste wel en wordt wat minder gekeken naar de situatie op regionaal niveau.
Figuur 1.2: Beschouwing vestigingsplaatsfactoren naar geografisch schaalniveau Vestigingsplaatsfactoren
Regio
Enschede
Werklocaties
Arbeidsmarkt Infrastructuur / bereikbaarheid Vestigingssituatie (beschikbaarheid ruimte en prijs) Kennisinfrastructuur Kwaliteit fysieke omgeving Opstelling overheid Beleving / imago
De vestigingsplaatsfactoren zijn teruggekomen in de interviews die voor dit onderzoek zijn uitgevoerd (zie bijlage B) en waren vooral relevant voor de deelvragen met betrekking tot de ervaring van doelgroepen, de invloed van (externe) ontwikkelingen, de resultaten van beleid en Enschede in regionaal perspectief. Ook werkten de thema’s structurerend in de dossieranalyse die in belangrijke mate was gericht op het scherp krijgen van het gevoerde beleid en de instrumenten en middelen die daarvoor zijn ingezet. Overeenkomstig de wens van de Rekenkamer is het grondbeleid in die analyse niet betrokken.5
1.4 Afbakening Geografisch In geografisch opzicht heeft het onderzoek primair betrekking op de gemeente Enschede. Wel is het beleid omtrent het economisch vestigingsklimaat in dit onderzoek nadrukkelijk in regionaal perspectief geplaatst. Dit past ook bij het vestigingsgedrag van bedrijven dat zich vaak niet door gemeentegrenzen laat begrenzen. Daar waar in het onderzoek regionale vraagstukken aan de orde komen, maken we onderscheid naar drie schaalniveaus: de Twentse stedenband
Omdat het grondbeleid niet voor alle doelgroepen van het onderzoek even relevant is en bovendien veel minder zichtbaar is voor de raad. 5
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
9
(Almelo, Hengelo, Enschede), Regio Twente (14 gemeenten) en de Euregio (129 gemeenten, waarvan 104 aan Duitse en 25 aan Nederlandse zijde van de grens). Ruimtelijk-functioneel Ruimtelijk-functioneel maken we een onderscheid tussen enerzijds de winkellocaties als concentratiegebieden van winkeliers en (een deel van) het mkb en anderzijds de bedrijventerreinen en kantoorlocaties als concentratiegebieden van startups, hightechbedrijven, grootschalige activiteiten en zware industrie. Hoewel duidelijk is dat deze doelgroepen zich ook bevinden op meer informele werklocaties, zullen wij ons het in onderzoek primair richten op het beleid dat is gericht op formele werklocaties (zie figuur 1.3). Figuur 1.3: Formele werklocaties Enschede
Bron: Gemeente Enschede
Onderzoeksperiode De onderzoeksperiode beslaat 2016 tot en met 2022. Tegelijkertijd wordt voor wat betreft de resultaten (prestaties en effecten) ook nadrukkelijk vooruit gekeken. Wat zijn de te verwachten resultaten van het beleid dat reeds is ingezet? Deze vraag is in dit onderzoek voornamelijk met behulp van kwalitatief onderzoek beantwoord.
1.5 Methodiek Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden, hebben wij een aanpak gevolgd die bestond uit vier stappen: 1. In stap 1 is gestart met het onderzoek en zijn concrete werkafspraken gemaakt en relevante dossiers en informatie verzameld; 2. In stap 2 vond een analyse van relevante (gemeentelijke) dossiers en externe bronnen plaats (zie bijlage A voor een overzicht van geraadpleegde bronnen);
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
10
3. In stap 3 zijn de resultaten van de dossierstudie getoetst en aangevuld door middel van interviews met beleidsverantwoordelijken en externe partijen (zie bijlage B voor een overzicht van de gesprekspartners); 4. In stap 4 is de Nota van Bevindingen inclusief conclusies en aanbevelingen opgesteld. Onderstaand overzicht biedt een schematische samenvatting van de onderzoeksvragen en de wijze waarop deze zijn beantwoord in het onderzoek.
Bij de beantwoording van de onderzoeksvragen is gebruik gemaakt van het onderstaande normenkader. Het normenkader is vormgegeven conform de inhoud en structuur van de onderzoeksvragen en voorafgaand aan de uitvoering van het onderzoek afgestemd met de Rekenkamer Enschede. Onderdeel
Beleid
Ervaring doelgroepen Ontwikkelingen
Resultaten
Regio
Norm • De gemeente heeft beleid geformuleerd voor het verbeteren van het vestigingsklimaat voor winkeliers, mkb, startups, hightechbedrijven, grootschalige activiteiten en zware industrie. • De gemeente maakt een onderbouwde keuze voor de instrumenten die zij voor het verbeteren van het vestigingsklimaat inzet. • De gemeente maakt een onderbouwde keuze voor de middelen die zij voor het verbeteren van het vestigingsklimaat inzet. • De diverse doelgroepen ervaren het beleid en de inspanningen van de gemeente t.a.v. het vestigingsklimaat als positief. • De gemeente stelt haar beleid bij o.b.v. relevante (externe) ontwikkelingen. • Met het gevoerde beleid is aantoonbaar bijgedragen aan het economisch vestigingsklimaat van Enschede. • De gemeente heeft inzicht in gewenste en eventueel ongewenste effecten van het gevoerde beleid. • Interne en externe stakeholders verwachten richting de toekomst positieve resultaten van het gevoerde beleid. • De gemeente werkt samen in de Twentse stedenband, de Regio Twente en de Euregio t.b.v. een complementair en onderscheidend vestigingsklimaat. • Het vestigingsklimaat in Enschede ontwikkelt zich positief ten opzichte van het vestigingsklimaat in Hengelo en Almelo
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
11
1.6 Leeswijzer In lijn met het normenkader wordt in hoofdstuk 2 eerst ingegaan op de invulling van het beleid omtrent het economisch vestigingsklimaat. Hoofdstuk 3 gaat vervolgens in op de ervaring van doelgroepen en hoofdstuk 4 op de invloed van (externe) ontwikkelingen. In hoofdstuk 5 staan de resultaten van het beleid centraal en in hoofdstuk 6 de regionale samenwerking en verschillen. Hoofdstuk 7 beschrijft tenslotte de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van het onderzoek.
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
12
2.
Beleid In dit hoofdstuk staat de beantwoording van de volgende deelvraag centraal: 1. Welk beleid heeft de gemeente Enschede in de periode 2016-2022 gevoerd om het vestigingsklimaat voor ondernemers (winkeliers, mkb6, startups, hightech, grootschalig, zware industrie) te verbeteren? a. Welke instrumenten zijn of worden daarvoor ingezet? b. Hoeveel middelen zijn daarvoor ingezet? Bij de beantwoording van deze deelvraag wordt eerst ingegaan op de invulling van het beleid (paragraaf 2.1). Paragraaf 2.2 en 2.3 beschrijven respectievelijk de instrumenten en middelen die bij de uitvoering van het beleid zijn ingezet. Het hoofdstuk besluit in paragraaf 2.4 met de belangrijkste conclusies van de analyse.
2.1 Invulling beleid In de onderzoeksperiode 2016-2022 is veel beleid gevoerd dat direct of indirect op het verbeteren van het vestigingsklimaat voor ondernemers was gericht. Het onderstaande schema geeft de belangrijkste beleidsdocumenten per thema weer. Figuur 2.1: Belangrijkste beleidsdocumenten economisch vestigingsklimaat Enschede
Bron: Roots Beleidsadvies
6
Inclusief kleinkunstenaren, ateliers en galerieën. Zorg en onderwijs worden niet meegenomen.
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
13
Uit het schema is in de eerste plaats af te leiden dat het beleid omtrent het economisch vestigingsklimaat van Enschede vele dimensies kent, zowel thematisch als geografisch. Zo is het beleid ten aanzien van werklocaties op diverse schaalniveaus uitgewerkt: van lokaal tot regionaal. Daarbij dient bovendien te worden opgemerkt dat het beleid voor specifieke locaties (zoals o.a. uitgewerkt in bestemmingsplannen) niet in het schema is opgenomen. Een tweede punt dat opvalt is het feit dat in de onderzoeksperiode veel beleid is geactualiseerd. Grofweg zien we dat veel vigerend beleid (ruim) voor 2015 is opgesteld en dat in de periode 2018-2020 diverse beleidskaders zijn geactualiseerd. Relevant beleid op het vlak van hotels, evenementen en cultuur is wat gedateerd, maar wordt inmiddels ook geactualiseerd.7 Actualisatie economische visie 2019 Met de verwachte daling van de beroepsbevolking als belangrijke aanleiding is in 2019 de economische visie uit 2011 geactualiseerd. De economische visie van 2019 bestendigt de koers van 2011 maar legt ook een aantal nieuwe accenten. Daarbij is ingezet op een versnelling van economische groei met als speerpunten 1) het aantrekken en vasthouden van meer talent, 2) een betere bereikbaarheid van banen en 3) een betere verbinding van kennis en innovatie met het mkb en de (grote) maatschappelijke vraagstukken.
In de economische visie van 2011 werd nog ingezet op innovatie in sterke sectoren, een optimaal (internationaal) ondernemersklimaat, talentontwikkeling van de beroepsbevolking, de bereikbaarheid van de stad en het versterken van de centrumfunctie. Bij de keuze voor de drie (nieuwe) speerpunten is dankbaar gebruik gemaakt van de extra informatie over de feitelijke sociaaleconomische positie van de stad (t.o.v. 2011) en is vanuit de theorie van de aantrekkelijke stad gekozen om opgavegericht te werk te gaan.
Hieronder gaan we in op de afzonderlijke documenten die in het schema zijn opgenomen. Conform de ruimtelijk-functionele afbakening in dit onderzoek (paragraaf 1.4) maken we daarbij onderscheid tussen het beleid ten aanzien van winkellocaties en het beleid ten aanzien van overige werklocaties in Enschede. Het regionaaleconomische beleid – zowel in algemene zin als voor werklocaties – blijft in dit hoofdstuk grotendeels buiten beschouwing en wordt beschreven in hoofdstuk 6.
Overkoepelend beleid Alvorens in te gaan op het specifieke beleid ten aanzien van winkellocaties en de overige werklocaties, is het goed om vast te stellen dat het economisch vestigingsklimaat van Enschede ook in overkoepelend beleid aandacht krijgt. Dit blijkt al uit de coalitieakkoorden van waaruit in de onderzoeksperiode beleid is gevoerd. Wel zijn tussen de coalitieakkoorden accentverschillen merkbaar. Zo was er in 2014 veel aandacht voor het inrichten van de decentralisaties en de sociaaleconomische opgave en werd in 2018 economie meer gepositioneerd als middel om de kracht van Enschede (verder) te versterken. Een rode draad door de gehele periode is de aandacht voor een duurzame economie. In 2014 met een licht accent op ‘people’ en in 2018 met een licht accent op ‘planet’. Maar dat past in principe bij de verschillende tijdsgewrichten waarin de akkoorden tot stand zijn gebracht en de opgaven waarvoor Enschede stond. Vanuit die optiek is de grote aandacht voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en een betere benutting van werklocaties in de stad in het meest recente coalitieakkoord (2022-2026) ook goed te verklaren.
7
Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede.
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
14
In het algemene ruimtelijk-economische beleid is de herijking van de ruimtelijke ontwikkelingsvisie in 2009 relevant. Hierin is ingezet op meer kwaliteit en realistische doelen. De stad koos daarmee voor stadsinbreiding in plaats van -uitbreiding en een beter c.q. intensiever gebruik van werklocaties. Hoewel in de ruimtelijke ontwikkelkoers (2018) weer van groei wordt gesproken, wordt ook hier gekozen om nieuwe ontwikkelingen zo veel als mogelijk in bestaand stedelijk weefsel in te passen. Daarnaast zetten beide visies in op een goede/betere externe bereikbaarheid van de stad. Beide positioneren Enschede daarbij nadrukkelijk in Euregionaal verband. In de mobiliteitsvisies van 2014 en 2019 is dat laatste wellicht iets minder duidelijk gedaan. Tegelijkertijd onderschrijft vooral de mobiliteitsvisie uit 2019 het belang van een goede bereikbaarheid van economische toplocaties (binnenstad, Kennispark, Technology Base); zowel vanuit de regio als vanuit Duitsland. De visie zet daarbij enerzijds in op het verbeteren van de externe bereikbaarheid via weg en spoor en anderzijds op het verbeteren van de interne bereikbaarheid door meer aandacht voor voetganger en fiets. Daarbij wordt binnen de stad gestreefd naar minder autoritten; binnen de singels in het bijzonder. In de mobiliteitsvisie van 2019 is de beoogde bijdrage aan de economische vitaliteit van de stad specifiek uitgewerkt.
Winkellocaties In het beleid ten aanzien van de winkellocaties kan zowel een thematische als een geografische dimensie worden onderscheiden. De detailhandelsstructuurvisie combineert beide. In de periode tot 2020 was de Detailhandelsstructuurvisie Enschede (2012) van kracht. Hierin zijn keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld voor de detailhandelsstructuur. De visie zette in op het bundelen van investeringen op een beperkt aantal kansrijke locaties. Marktinitiatieven op perifere of andere goedkope en snel te ontwikkelen locaties wilde de gemeente Enschede tegengaan. Met het beleidskader Retail in Enschede (2020) is dit beleid versoepeld. Terwijl de gemeente voorheen de komst van grootschalige winkelformules als kans zag voor de herontwikkeling van bestaand vastgoed of nieuwe binnenstadslocaties, zette de gemeente nu (ook) in op functiemenging. Leisureontwikkelingen werden daarbij geconcentreerd in de binnenstad, bij Go Planet, het Diekman, het evenemententerrein bij voormalige vliegbasis Twente en het Rutbeek. Voor de horeca werden drie gebiedstypen gehanteerd: het horecaconcentratiegebied (waar uitsluitend horeca, logies- en leisure wordt toegestaan), het kernwinkelgebied (waar de winkelfunctie centraal staat en horeca en leisure een ondergeschikte functie heeft) en het gemengd gebied (waar een functiemix wordt gestimuleerd).
Horeca en/of detailhandel als combinatie of als ondergeschikte nevenactiviteit in een culturele instelling of bij publieksdienstverlening (blurring) werd met het nieuwe beleid onder voorwaarden toegestaan. Doel van het nieuwe retailbeleid was om beter te kunnen inspelen op gewenste en ongewenste ontwikkelingen in de stad die nog niet konden worden voorzien (bijvoorbeeld ruimte bieden aan nieuwe concepten). In 2020 vond tevens een herijking van de citymarketingvisie plaats. Tot 2020 lag de focus van de citymarketing in Enschede op de bezoekers van de stad (specifiek de binnenstad). In de nieuwe citymarketingvisie werden naast bezoekers ook bedrijven en talenten als doelgroep toegevoegd. De aandacht richtte zich daarbij op het aantrekken, behouden en terughalen van talent alsook het aantrekken en vasthouden van werkgelegenheid. De citymarketingvisie past daarmee binnen de algemene economische visie van 2019.
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
15
Het evenementen- en cultuurbeleid wordt op dit moment (2023) geactualiseerd.8 De laatste keer dat het cultuurbeleid werd geactualiseerd was in 2015. Op 1 juni 2015 stemde de Enschedese raad in met het raadsvoorstel Actualisatie Cultuurplan “Enschede culturele hotspot van het Oosten”. Met dit raadsvoorstel werd invulling gegeven aan een bezuinigingsopgave van 1,2 miljoen euro die verdeeld was over de Openbare Bibliotheek Enschede en TwentseWelle. Een derde transitie lag in de samenwerking tussen de grote podia in Hengelo en Enschede. Aanvankelijk was het de bedoeling om in 2022 nieuw cultuurbeleid te realiseren.9 Dit is niet gelukt vanwege o.a. het opstellen en uitvoeren van andere relevante regelingen (Creatieve Broedplaatsen, Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19). Wel is in de zomer van 2021 geld beschikbaar gesteld voor de realisatie van de Huiskamer van de Stad (Muziekkwartier). Met dit geld realiseren de Bibliotheek, Het Wilminktheater, Metropool en Kaliber een plek om te leren, te ontmoeten en te ontdekken. Voor wat betreft het evenementenbeleid is de nota uit 2014 nog altijd vigerend.
Het betreffende beleid is in 2020 geëvalueerd, waarbij aanbevelingen zijn gedaan hoe evenementen (meer) kunnen bijdragen aan de opgaven waar Enschede voor staat.10 Deze aanbevelingen zijn vertaald in een nota van uitgangspunten voor het nieuwe evenementenbeleid die onlangs aan de gemeenteraad is voorgelegd.11 Tenslotte is in 2022 de Agenda Vrijetijdseconomie 2022-2030 vastgesteld. Hierin beschrijft de gemeente hoe het – samen met ondernemers, inwoners en organisaties – langs tien actielijnen een impuls aan de Enschedese vrijetijdseconomie wil geven. Het voorgaande (sectorale) beleid gericht op de ontwikkeling van de vrijetijdseconomie kent een bijzondere status toe aan de binnenstad. Aanvullend is voor de binnenstad ook zelf beleid uitgewerkt dat van invloed is op het economisch vestigingsklimaat. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de ‘Verdiepingsslag Binnenstad 2013-2025’ (2013) dat een verdiepingsslag van het stedelijke detailhandels-, horeca- en hotelbeleid betreft en in samenhang met het beleid voor recreatieve, culturele en maatschappelijke functies dient te worden bezien. Deze verdiepingsslag sorteerde voor op een verdere afname van bezoek en stelde daarom een concentratie van bezoekfuncties voor.
Deze lijn kreeg ook een plek in het bestemmingsplan dat na lange voorbereidingen medio 2017 werd vastgesteld.12 Parallel daaraan zijn er kortlopende actieplannen voor de binnenstad geweest, waarbij de meest recente ‘Ambitie & actie agenda’ (2022) nadrukkelijk ook een lange termijn perspectief (2030) kent. In deze ambitie & actieagenda zijn langs vier lijnen (basis op orde, experiment & innovatie, ontmoeting & verbinding en groei & transformaties) beleid en acties geformuleerd.
Overige werklocaties Waar het beleid ten aanzien van winkellocaties zowel thematisch als geografisch is uitgewerkt, is dat voor (overige) werklocaties vooral geografisch van aard. Daarbij was er tot 2019 geen overkoepelende visie op de werklocaties in de stad. Tot dat moment was het beleid meer versnipperd over de verschillende domeinen danwel Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede. Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede. 10 Zie Gemeente Enschede (2020), Evaluatierapport Evenementenbeleid. 11 Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede. 12 Bron: Voorstel Gemeenteraad VII-B Raadsvergadering 17 juli 2017 (gewijzigd) vaststellen bestemmingsplan Binnenstad 2016. 8 9
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
16
verschillende locaties. Overkoepelend was er enkel beleid voor de gronduitgifte op bedrijventerreinen (gericht op zuinig ruimtegebruik) en het behoud van 53 binnenstedelijke werklocaties.13 Op respectievelijk regionaal en lokaal niveau werd verder beleid vormgegeven. Op het regionale beleid zullen wij verder ingaan in hoofdstuk 6 van dit rapport. Bij het lokale beleid ten aanzien van bedrijventerreinen kan een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen respectievelijk het begin en het einde van de onderzoeksperiode. In het begin van de onderzoeksperiode was er sprake van overcapaciteit en lag de focus op het schrappen van plannen. Aan het einde van de onderzoeksperiode was er sprake van schaarste en werd gezocht naar mogelijkheden voor uitbreiding en betere benutting van het bestaande aanbod. 2019 kan worden gezien als logische knip tussen deze twee periodes. In dat jaar besloot de raad namelijk om 48 van de toentertijd beschikbare 77 hectare te deprogrammeren naar een andere bestemming. Een besluit dat er tevens voor zorgde dat er een bedrag van 18,28 miljoen euro moest worden afgeboekt.14 Tegelijkertijd besloot de raad om over te gaan tot de ontwikkeling van een bedrijventerrein op de Oostkrans van de Usseler Es en te investeren in het verbeteren van het bestaande aanbod op Josink Es en Euregio Bedrijvenpark.
Investeringen waarvoor respectievelijk €16,4 miljoen en €1,2 miljoen beschikbaar werden gesteld. Los van de (grote) kosten die gepaard gingen met deze besluiten, wierp het besluit om 48 hectare bedrijventerrein te deprogrammeren zijn schaduw vooruit. Op het moment van het besluit om plannen te schrappen was er reeds enkele jaren sprake van een positieve marktontwikkeling. Dit was mede de reden voor het college om bij de besluitvorming over de visie werklocaties in 2019, de raad voor te stellen een strategische voorraad aan te houden en de bedrijvenbestemming op de Bolling van de Usseleler Es te behouden.15 De raad heeft daarmee niet ingestemd. Wel werd het college opdracht gegeven te onderzoeken waar nieuwe plancapaciteit kon worden gecreëerd.16 Duidelijk was dat dit niet op korte termijn tot extra plancapaciteit zou leiden. Het besluit tot deprogrammering is dan ook een belangrijke verklaring voor de schaarste aan ruimte zoals die nu in de bedrijfsruimtemarkt bestaat (zie ook hoofdstuk 3). De laatste jaren lag vanuit beleid de nadruk op uitvoering van de visie werklocaties en de uitgifte van de kavels op de Oostkrans van Usseler Es, XL Businesspark en Technology Base. Bij de twee laatstgenoemde terreinen is in het begin van de onderzoeksperiode ook overwogen om (delen) te deprogrammeren.17 Dit is echter niet gebeurd.
Bij XL Businesspark is vastgehouden aan het geformuleerde profiel en een (succesvolle) strategie op uitgifte gevoerd; bij Technology Base is in de eerste jaren gewerkt aan nieuwe bestemmingsplannen die vervolgens in 2018 (inclusief nieuwe governance) werden vastgesteld. Na dit moment lag ook hier de nadruk op uitgifte. Om verdere ontwikkeling te stimuleren, is recentelijk besloten om de doelgroep van Technology Base in het bestemmingsplan iets ruimer te formuleren.18 De koers voor dit terrein blijft echter ongewijzigd. Zie respectievelijk de nota ‘Selectieve gronduitgifte op bedrijventerreinen’ uit 2003 en de Beleidsregel kleine binnenstedelijke werklocaties uit 2011. 14 Kosten werden gedekt uit de voorziening risico locatieontwikkeling (1,8 miljoen euro) en de algemene reserve (16,48 miljoen euro) 15 Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede. 16 Resultaten hiervan zijn recentelijk bekend geworden maar vallen buiten de onderzoeksperiode. 17 Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede en vertegenwoordigers van XL Businesspark en Technology Base. 18 Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede en vertegenwoordigers van XL Businesspark en Technology Base. 13
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
17
Dit laatste geldt ook voor Kennispark Twente. Voor deze toplocatie is in 2018 een nieuwe gebiedsstrategie vastgesteld.19 Deze is vervolgens vertaald in de Structuurvisie 2030 die in 2019 werd vastgesteld. Recentelijk is het uitgiftebeleid nader gespecifieerd om te kunnen sturen op het gewenste profiel.20 Daarmee is nog eens verduidelijkt dat de kavels in dit gebied zijn bedoeld voor kennisintensieve sciencebedrijven die aansluiten bij de kennis en activiteiten van de Universiteit Twente. Als uitwerking van de visie werklocaties (2019) is afgelopen jaren ook gewerkt aan een stedelijke kantorenvisie. Deze is in 2022 als uitwerking van de visie werklocaties door het college vastgesteld en richt zich voornamelijk op de vernieuwing en verduurzaming van de voorraad en de concentratie van kantoorruimte in het stationsgebied en centrumkwadraat.21
2.2 Inzet instrumenten In de vorige paragraaf is stilgestaan bij het beleid dat in de periode 2016-2022 is gevoerd om het vestigingsklimaat voor ondernemers te verbeteren. Voor de uitvoering van dit beleid zijn diverse instrumenten ingezet. We maken in deze paragraaf onderscheid naar accountmanagement, financiële instrumenten, ruimtelijke ordening, marketing, acquisitie en arbeidsmarktinstrumenten. Relevant voor het vestigingsklimaat zijn uiteraard ook de kwaliteit van de openbare ruimte en de bereikbaarheid van werklocaties. Wij hebben gekozen om de betreffende instrumenten niet direct te beschouwen, maar de focus te leggen op instrumenten die direct(er) met het economisch vestigingsklimaat samenhangen.
Accountmanagement Bij de uitvoering van beleid speelt in de eerste plaats het ondernemersloket van de gemeente Enschede een belangrijke rol. Het ondernemersloket werkt zowel branche- als gebiedsgericht waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de binnenstad en de bedrijventerreinen. De accountmanagers adviseren ondernemers over onder andere vergunningen, personeel, bedrijfshuisvesting en milieuzaken. In de binnenstad voert het ondernemersloket ook een aantal taken uit die in andere steden onder centrummanagement vallen, bijvoorbeeld gericht op acquisitie en de invulling van panden. Voor wat betreft de bedrijventerreinen is het ondernemersloket vooral gericht op de “gewone” terreinen. Hiermee heeft het ondernemersloket circa 9.000 bedrijven in beeld. Door de directe lijnen tussen accountmanagers en ondernemers vormt het loket tevens de economische ogen en oren van de gemeente. Het ondernemersloket “haalt de buitenwereld naar binnen” en levert hiermee input voor beleidsprocessen.
Voorheen ging de gemeentelijke aandacht vooral uit naar de toplocaties (met name Kennispark en de binnenstad).22 De ondernemers op reguliere bedrijventerreinen voelden zich daarmee soms tekort gedaan.23 Om dit gevoel weg te nemen en te weten welke opgaven er op reguliere bedrijventerreinen precies spelen, is de wethouder Economie sinds 2018 persoonlijk aangehaakt bij overleggen en zijn – als follow-up van de visie werklocaties – directe gemeentelijke aanspreekpunten voor de ondernemers op de bedrijventerreinen georganiseerd (2019). Bron: University of Twente, Sigmax, provincie Overijssel, Demcon en Gemeente Enschede (2018), Gebiedsstrategie Kennispark Twente. 20 Als onderdeel van de benodigde reparatie van het in 2003 vastgestelde uitgiftebeleid n.a.v. een uitspraak van de Hoge Raad in het zogenaamde Didam-arrest. Zie collegebesluit 29 november 2022. 21 Zie Gemeente Enschede (2022), Kantorenvisie Enschede 2022. 22 Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede. 23 Bron: interview met vertegenwoordigers van bedrijventerreinen. 19
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
18
Oost NL en Novel-T Hoewel ook ondernemers op bedrijventerreinen vanuit het ondernemersloket worden bediend, is er bij het loket meer capaciteit beschikbaar voor ondersteuning van ondernemers op winkellocaties – de binnenstad in het bijzonder. Doelgroepen als startups, hightech, grootschalige bedrijven, zware industrie worden tevens bediend vanuit Oost NL en Novel-T. Oost NL is de ontwikkelingsmaatschappij van Oost-Nederland die met publiek geld – in opdracht van de provincies Gelderland en Overijssel en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat – investeert in ondernemers in Oost-Nederland. De focus ligt daarbij op innoveren, investeren en internationaliseren. Zo helpen zij – ook in Enschede – bedrijven met investeren; direct door financiering beschikbaar te stellen (bijv. aandelenparticipatie) of indirect door co-investeerders te zoeken en/of financiering bij banken te organiseren. In Enschede participeert Oost NL met enkele tientallen miljoenen in bedrijven.24 Daarnaast is Oost NL betrokken bij de acquisitie van bedrijven. In 2022 werden op deze manier negen bedrijven in Enschede geholpen met vestiging danwel een complexe uitbreiding.25 Tenslotte biedt Oost NL diverse programma’s aan om innovatie en vernieuwing te stimuleren. Ook daaraan nemen diverse bedrijven in Enschede deel.
Dit laatste gebeurt verhoudingsgewijs echter wat minder dan in bijvoorbeeld Zwolle, Arnhem en Nijmegen.26 Dit heeft onder andere te maken met de actieve rol die Novel-T in Enschede vervult. Deze organisatie is opgericht vanuit Universiteit Twente, Saxion Hogeschool, Provincie Overijsel, de Twentse gemeenten en specifiek ook gemeente Enschede en biedt diverse programma’s aan die zijn gericht op het stimuleren van innovatie en vernieuwing bij bedrijven. Ook ondersteunt Novel-T in directe zin ondernemers bij het werven van talent, het versterken van het netwerk en het aantrekken van kapitaal. Novel-T vervult daarmee diverse taken die voor winkeliers en andere mkb-ondernemers door het ondernemersloket worden vervuld. Novel-T is door de directe participatie van de gemeente Enschede iets sterker verbonden aan de gemeente dan Oost NL. Beide organisaties in Enschede vervullen echter taken die onder accountmanagement kunnen worden geschaard.
Behalve de rol die de gemeente Enschede met het ondernemersloket zelf vervult, besteedt de gemeente steeds meer aandacht aan het organiserend vermogen van ondernemers. Op bedrijventerreinen heeft dit recentelijk geresulteerd in de oprichting van de Stichting Samenwerkende Bedrijventerreinen Enschede. Een dergelijke stichting maakt het voor de bedrijventerreinen mogelijk om gezamenlijk op te trekken bij bijvoorbeeld de aanvraag van subsidies en een eenduidig aanspreekpunt naar de gemeente te vormen.27 In de binnenstad is op dit punt nog winst te behalen.28 Zo zijn de ondernemers versnipperd georganiseerd (winkels, horeca, cultuur et cetera) en ligt het centrummanagement deels bij een accountmanager van het ondernemersloket, deels bij Enschede Promotie en wordt het centrummanagement deels ook niet ingevuld (als het bijvoorbeeld gaat om collectieve belangenbehartiging). De gemeente Enschede heeft inmiddels een traject opgestart waarbij onder begeleiding van een externe
Bron: interview met vertegenwoordiger Oost NL. Bron: interview met vertegenwoordiger Oost NL. 26 Bron: interview met vertegenwoordiger Oost NL. 27 Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede en interview met vertegenwoordigers van bedrijventerreinen. 28 Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente, interview met de koepelorganisaties MKB en KHN en interview met vertegenwoordigers van de binnenstad. 24 25
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
19
deskundige de organisatiestructuur in de binnenstad tegen het licht wordt gehouden.29 Regionaal Orgaan Zelfstandigen (ROZ) Een andere organisatie die in Enschede actief ondernemers ondersteunt is ROZ. Al sinds 2005 ondersteunen zij ondernemers in Twente en de Achterhoek: van grote tot kleine bedrijven en van starters tot ervaren ondernemers. ROZ helpt bij alle fasen van het ondernemerschap: van starten tot stoppen en alles daar tussenin. Gemeente Enschede is één van de 23 opdrachtgevers van ROZ.
Financiële instrumenten Naast accountmanagement zet de gemeente Enschede financiële instrumenten in om haar beleidsdoelen op het vlak van het economisch vestigingsklimaat te behalen. Daarbij gaat het om de directe bijdragen aan economie via de begroting (zie paragraaf 2.3) maar ook om (tijdelijke) subsidies, fondsenwerving, etc. Met betrekking tot de subsidies zijn afgelopen jaren diverse regelingen opengesteld. Voor het economisch vestigingsklimaat zijn onder meer de subsidies voor culturele activiteiten, activiteiten in de binnenstad, de aanpak van gevels (via Stimuleringsfonds Binnenstad Enschede) en evenementen relevant.30 Datzelfde geldt voor de subsidie aan Enschede Promotie. Ook worden ondernemers actief verwezen naar relevante subsidieregelingen van o.a. de provincie Overijssel, RVO en de Kamer van Koophandel. Daarnaast is in de binnenstad sinds 2010 een Ondernemersfonds van kracht.31 Met dit fonds worden activiteiten uitgevoerd die bijdragen aan het ondernemersklimaat, de kwaliteit van de binnenstad, het imago van het centrum en/of het bestaande aanbod. Voorbeelden van zulke activiteiten zijn de meerjarige Duitsland campagne “Enschede, Erlebnisstad”, de investeringen in de verlichting van de Jacobuskerk en evenementen als ‘Muziek in de straten’, Winter Wonderland, Summersounds en de Oranjedagen. Voor het ondernemersfonds int de gemeente Enschede reclamebelasting.
Deze stelt zij vervolgens beschikbaar aan de Stichting Ondernemersfonds Enschede die op haar beurt verantwoordelijk is voor een besteding die past bij de genoemde doelen. Op bedrijventerreinen is in sommige gevallen sprake van soortgelijke regelingen. Zo is er op Euregio Bedrijvenpark 1 sinds 2018 een BIZ32 waarvan de gemeente de middelen int en beschikbaar stelt aan de BIZ-stichting om te investeren in het ondernemersklimaat.33 Op Euregio Bedrijvenpark 2 en 3 worden ondernemers bij vestiging verplicht om bij te dragen aan parkmanagement en ook op andere (nieuwere) terreinen zijn zulke regelingen van kracht (o.a. Technology Base). Bij Kennispark is met middelen vanuit de RegioDeal een parkmanagementorganisatie opgezet die zich in de komende drie jaren moet gaan bewijzen. Met dit laatste komen we uit bij een derde financieel instrument dat de gemeente Enschede inzet om haar economisch vestigingsklimaat te verbeteren; fondsenwerving. Juist vanuit de noodzaak om als gemeente te bezuinigingen heeft de gemeente Enschede in het economische domein afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het verwerven van middelen uit provinciale, landelijke en Europese regelingen. Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente, interview met de koepelorganisaties MKB en KHN en interview met vertegenwoordigers van de binnenstad. 30 Zie voor actueel overzicht: https://www.enschede.nl/subsidies.
31 Zie voor meer informatie: https://www.ondernemersfondsenschede.nl/. 32 Bedrijven Investerings Zone. 33 Zie voor meer informatie: https://euregiobedrijvenpark.nl/biz/. 29
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
20
Een voorbeeld waar dit is gelukt zijn de provinciale Stadsarrangementen waar Enschede middelen heeft verworven ten behoeve van de gebiedsontwikkeling van het Centrumkwadraat en het Cromhoffpark. Van alle Overijsselse gemeenten heeft Enschede de meeste middelen verworven uit deze regeling (€ 4,1 miljoen).34 Maar ook kleinere regelingen zijn van belang geweest. Denk hierbij aan de provinciale crisisarrangementen (ten behoeve van initiatieven in de binnenstad tijdens corona) en de Retaildeal die de gemeente met de provincie Overijssel sloot om expertise in te huren voor het opstellen van het nieuwe beleidskader. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de middelen die vanuit regionaal verband zijn geworven om het economisch vestigingsklimaat te versterken. Een laatste financieel instrument is actieve participatie in gebiedsontwikkeling. Zo heeft de gemeente een actieve rol in o.a. de ontwikkeling van XL Businesspark, Technology Base en Kennispark Twente. Hetzelfde geldt voor in de Spoorzone Hengelo Enschede (SHE), waarvoor tevens middelen vanuit het Rijk en Europa zijn aangetrokken.35 Hoewel de bijdragen aan deze gebiedsontwikkelingen zeer relevant zijn voor het economisch vestigingsklimaat van de stad, laten we deze in dit onderzoek verder buiten beschouwing (zie ook paragraaf 1.3).
Ruimtelijke ordening Wel wordt uitgebreider stilgestaan bij het ruimtelijk instrumentarium dat is ingezet om het economisch vestigingsklimaat van Enschede te verbeteren. Voor overheden vormt de inzet van dit instrumentarium immers één van de krachtigste methoden om op de kwaliteit van het vestigingsklimaat te sturen. Zo kunnen gemeenten met structuurvisies, bestemmingsplannen, verordeningen en voorbereidingsbesluiten richting geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van gebieden en mede bepalen welke (economische) ontwikkelingen waar wel en niet plaatsvinden. De gemeente Enschede heeft dit instrumentarium ook als zodanig benut. De in 2011 vastgestelde structuurvisie heeft daarbij in de gehele onderzoeksperiode het kader voor nieuwe bestemmingsplannen gevormd.36 Deze visie vormde een uitwerking van de herijkte ruimtelijke ontwikkelingsvisie uit 2009 (zie ook paragraaf 2.1) en verving de ruimtelijke ontwikkelingsvisie uit 2001. De structuurvisie legde voor de binnenstad het accent op het versterken van het bestaande. Ook werden de contouren voor de werkterreinen in de structuurvisie vastgelegd.
Voor de luchthaven stelde de gemeente al eerder een structuurvisie vast (2009)37, terwijl in 2019 voor Kennispark Twente eveneens een structuurvisie werd vastgesteld.38 Vervolgens werden in de onderzoeksperiode 2016-2022 voor zowel winkellocaties als bedrijventerreinen diverse bestemmingsplannen vastgesteld. Meest in het oog springend zijn daarbij de bestemmingsplannen voor de binnenstad (vaststelling in 2017), Technology Base (2021) en Kennispark (2022). Aan deze bestemmingsplannen gingen lange procedures vooraf, waarbij in het geval van de binnenstad en Technology Base ook meermaals voorbereidingsbesluiten zijn genomen om ongeBron: Provincie Overijssel (2022), De Overijsselse Aanpak - Bouwen aan beweging, Evaluatiedocument 2022. 35 Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede, interview met vertegenwoordiger van de Euregio en interview met vertegenwoordiger van Twente Board. 36 De gemeente werkt op dit moment aan een actualisatie door binnen de kaders van de nieuwe Omgevingswet een Omgevingsvisie op te stellen. Bron: interviews met vertegenwoordigers van de gemeente Enschede. 37 Rijksvastgoed-en ontwikkelingsbedrijf, Provincie Overijssel en Gemeente Enschede (2009), Structuurvisies Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. 38 Gemeente Enschede & Kennispark Twente (2019), Kennispark Twente – Structuurvisie 2030. 34
20230914 Eindrapport Economisch vestigingsklimaat Enschede
21
wenste ontwikkelingen te voorkomen. De algemene plaatselijke verordening (APV) is tenslotte slechts beperkt aangepast sinds 2009.39 Met betrekking tot het economisch vestigingsklimaat is vooral de sturing vanuit bestemmingsplannen op doelgroepen van belang. In de binnenstad is dit gedetailleerd uitgewerkt door aan te geven welke functie waar wel en niet is toegestaan.40 Daarbij is onderscheid gemaakt tussen specifieke locaties voor detailhandel, horeca en cultuur, maar geldt op diverse locaties ook de bredere bestemming ‘centrum’ die meerdere functies (incl. wonen) mogelijk maakt. Op de bedrijventerreinen geldt in algemene zin een brede bestemming voor werken, maar is de doelgroep in het geval van Kennispark en Technology Base ook specifiek geformuleerd.41 Bij verzoek om omgevingsvergunning wordt ook op die formulering getoetst. Door de sturing op doelgroepen hebben de verschillende werklocaties in Enschede een uiteenlopend profiel. Dit is in lijn met de visie werklocaties zoals die in 2019 is vastgesteld. Tegelijkertijd wordt in de praktijk – zeker in de binnenstad – nog wel eens gebruik gemaakt van de mogelijkheid om gemotiveerd af te wijken van het bestemmingsplan.
Bij (direct) belanghebbenden is echter niet altijd duidelijk op welke gronden dit wordt gedaan.42 Anderzijds geeft de gemeente Enschede aan dat met de partners in de binnenstad in het kader van het Actieplan Binnenstad aanvullende afspraken zijn gemaakt over het (communicatie)proces rondom beleidsafwijkingen.
Marketing De marketing en promotie van de stad heeft de gemeente Enschede voor een belangrijk deel ondergebracht bij Enschede Promotie. De focus ligt hierbij in de eerste plaats op het aantrekken van meer bezoekers die langer verblijven en meer besteden in de Enschede binnenstad. Met de nieuwe citymarketingvisie (2020) is de doelgroep verbreed en bouwt Enschede Promotie tevens aan het merk Enschede als technische, innovatieve en creatieve stad. Om de verschillende beleidsdoelen te bereiken, zet Enschede Promotie diverse instrumenten in.43 Van het uitdragen van de citymarketingvisie tot de bemensing van het Tourist Info Punt en van het organiseren van evenementen tot het uitrollen van marketingcampagnes in Nederland en Duitsland. Enschede Promotie adviseert daarnaast culturele instellingen, evenementenorganisatoren en ondernemers en biedt hen promotiemiddelen om activiteiten onder de aandacht te brengen bij een groot publiek. Bij de inzet van instrumenten ligt de nadruk vooralsnog vooral op het promoten van Enschede als bezoekstad.44 Enschede trekt daarbij traditioneel veel ‘plezierzoekers’ en ‘harmoniezoekers’, maar ziet ook ruimte voor een extra doelgroep: de ‘inzichtzoeker’.45 Daarnaast zijn de taken van Enschede Promotie recentelijk dus verbreed richting de zakelijke markt.
Toch worden (nog) relatief weinig instrumenten ingezet om bedrijven en talenten te bereiken en te bouwen aan het merk Enschede als technische, innovatieve en creatieve stad. Op regionaal niveau pakt Twente Board enigszins die rol, maar daar gaat het meer om de branding van Twente als groene technologische topregio van Nederland (zie ook hoofdstuk 6). Gemeente Enschede (2023), Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Gemeente Enschede 2009. Zie Gemeente Enschede (2017), (gewijzigd) Bestemmingsplan Binnenstad 2016. 41 Zie bestemmingsplannen Voormalige vliegbasis Twenthe en Bestemmingsplan Kennispark 2013. 42 Bron: interview met vertegenwoordigers van de binnenstad. 43 Bron: interview met vertegenwoordiger van Enschede Promotie. 44 Bron: interview met vertegenwoordiger van Enschede Promotie. 45 Zie Agenda vrijetijdseconomie Enschede 2022-2030 voor meer achtergronden. 39 40