Eindrapport Orde op zaken in het stadhuis
Tekst van het document
Rapportage voor de gemeenteraad van Enschede
Gemeente Enschede: moeilijk garen mee te spinnen?
Groningen, 10 november 2025
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
Colofon Pro Facto Ossenmarkt 5 9712 NZ Groningen www.profacto.nl info@profacto.nl 050-3139853
Auteurs Opdrachtgever Datum Status
mr. Chantal Ridderbos-Hovingh, Jeanne Cazemier Msc, mr. Joachim Bekkering, Matthias Wieringa LLB, mr. Eleonora Caldato Gemeenteraad Enschede 10 november 2025 Definitief
Voor de inhoud van het rapport zijn de onderzoekers verantwoordelijk. Het leveren van een bijdrage (als medewerker van een organisatie of als lid van de begeleidingsgroep) betekent niet automatisch dat de betrokkene instemt met de gehele inhoud van het rapport.
© 2025 Pro Facto. Auteursrechten voorbehouden.
1
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
Inhoud 1
2
3
4
Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
6 7 7 10
Introductie casus en aanleiding onderzoek Onderzoeksvragen Onderzoeksaanpak Leeswijzer
Introductie belangrijke actoren
11
2.1 2.2
Inleiding Belangrijke actoren
11 11
De verkoop van de Spinnerij
14
3.1 Inleiding 3.2 Wat aan de verkoop van de Spinnerij voorafging 3.3 De verkoop van de Spinnerij 3.3.1 Voorbereiding van de verkoop van de Spinnerij 3.3.2 Waarschuwing over Walas door de heer Ardesch 3.3.3 Besluit tot de verkoop van de Spinnerij 3.3.4 De verkoopovereenkomst
14 14 15 15 17 18 20
3.4 3.5 3.6
22 23 23
Vragen door raadslid over de verkoop van de Spinnerij Overdracht van de Spinnerij aan Spinnerij Oosterveld B.V. Conclusie
Zakelijk geschil tussen de gemeente en de ondernemingen van de heer Ardesch
27
4.1 Inleiding 4.2 Wat aan het zakelijk geschil voorafging 4.2.1 Huur Spinnerij door Wellinga Projectinrichting B.V. en Wellinga Printsystemen B.V. 4.2.2 De relatie tussen ander vastgoed van de gemeente en andere bv’s van de heer Ardesch 4.2.3 Betalingsachterstand door Wellinga Printsystemen B.V. voor de huur van de Spinnerij bij de gemeente 4.2.4 Overeenkomst en beëindiging daarvan door de gemeente van hospitalityen beheersdiensten Spinnerij door SteQ B.V. 4.2.5 Finale kwijting door de gemeente, Wellinga Printsystemen B.V. en SteQ B.V.
27 28
4.3 (nieuwe) betalingsachterstanden en betalingsregelingen 4.3.1 Nieuwe betalingsachterstanden voor de huur van de Spinnerij door Wellinga Printsystemen B.V. bij de gemeente
31
2
28 28 30 30 31
31
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
5
4.3.2 Betalingsachterstanden van Wellinga Printsystemen B.V. bij Walas 4.3.3 Betalingsregelingen 4.3.4 Voornemen van de gemeente om alle contracten met de bv’s van de heer Ardesch te beëindigen 4.3.5 De gemeente onderzoekt mogelijkheden om samen op te trekken met Walas 4.3.6 Beëindiging van de betalingsregeling door Walas
32 32
4.4 Aanloop naar en start van de juridische procedure 4.4.1 De gemeente gaat samen met Walas optrekken in het incassotraject van Wellinga 4.4.2 De heer Ardesch is van mening dat de vordering niet klopt 4.4.3 Gemeente: betalen of naar de rechter 4.4.4 De heer Ardesch zoekt contact met de wethouder 4.4.5 Toelichting van Walas over de situatie 4.4.6 Aansprakelijkheidsstelling van de gemeente door SteQ B.V. (‘koffieclaim CeeCeeCenter’) 4.4.7 Dagvaarding van Wellinga B.V. door het VBE
36
4.5 De juridische procedure en onderhandelingen 4.5.1 Overzicht vorderingen 4.5.2 Verkennen mogelijkheden tot een schikking 4.5.3 Eerste tussenvonnis 4.5.4 Onderhandelingen tussen de gemeente en SteQ B.V. 4.5.5 Tweede tussenvonnis 4.5.6 Derde tussenvonnis 4.5.7 Eindvonnis
42 42 43 45 45 46 47 48
4.6 Een nieuwe fase van onderhandelingen 4.6.1 Onderhandelingen n.a.v. de einduitspraak 4.6.2 Beëindiging van de onderhandelingen door de heer Ardesch 4.6.3 De heer Ardesch benadert de gemeenteraad 4.6.4 Nieuw voorstel van de gemeente en verzoek om een gesprek met de wethouder 4.6.5 Eerste gesprekken met de wethouder en voorstellen voor een oplossing 4.6.6 Nieuw voorstel vanuit de gemeente en tegenvoorstel van Ardesch 4.6.7 Nieuw gesprek en memo vanuit de gemeente 4.6.8 Beëindiging dossiers Wellinga B.V. en SteQ B.V.
49 49 51 52
4.7 De afronding van het zakelijk geschil 4.7.1 ‘Finaal’ aanbod van de gemeente 4.7.2 Onderhandelingen met een onafhankelijke schade-expert
58 58 59
4.8
60
Conclusie
33 34 35
36 37 38 38 39 40 42
52 53 54 56 57
Klachten van de heer Ardesch
64
5.1 5.2 5.3
64 64 71
Inleiding Klacht 1 – 9 maart 2017 Klacht 2 – 22 januari 2018
3
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
5.4 5.5 5.6
6
Klacht bij de Nationale ombudsman Klacht 3 – 13 februari 2020 Conclusie
71 73 74
Betrokkenheid van de gemeenteraad, het college en de burgemeester
78
6.1 Inleiding 6.2 Signalen van de heer Ardesch aan de gemeenteraad 6.2.1 Brief aan de gemeenteraad 6.2.2 Actie organisatie n.a.v. brief 1 juli 2019 6.2.3 Actie raadsleden n.a.v. brief 1 juli 2019
78 78 78 80 81
6.3 Informatiebijeenkomst 1 6.3.1 Vragen raadslid Visser 6.3.2 Vragen raadslid Elferink 6.3.3 Geheime memo
85 85 85 86
6.4 Ambtelijke bijstand 6.4.1 Verzoek om onafhankelijk feitenonderzoek 6.4.2 Verzoek om ambtelijke bijstand 6.4.3 Ambtelijke bijstandssessie
88 88 89 90
6.5 Raadsvragen 6.5.1 Brief Elferink 6.5.2 Artikel 35 vragen 2 oktober 2020 6.5.3 Aanvullende artikel 35 vragen 30 november 2020 6.5.4 Brief van de heer Ardesch aan de raad 6.5.5 Afrondende artikel 35 vragen 26 maart 2021 6.5.6 Brief van de heer Ardesch aan het college
94 94 94 98 101 101 103
6.6 Informatiebijeenkomst 2 6.6.1 Presentatie wethouder Diepemaat 6.6.2 Uitleg klachtencommissaris 6.6.3 Uitleg gemeenteadvocaat 6.6.4 Afronding informatiebijeenkomst 2
103 103 103 104 104
6.7 Interpellatiedebat 6.7.1 Verzoek tot interpellatiedebat 6.7.2 Het interpellatiedebat op 13 december 2021 6.7.3 Mails van de heer Ardesch n.a.v. interpellatiedebat 6.7.4 Artikel 35 vragen n.a.v. artikel 1Twente
106 106 107 111 113
6.8 Onafhankelijk feitenonderzoek 6.8.1 Inleiding 6.8.2 Initiatiefvoorstel onafhankelijk feitenonderzoek 6.8.3 Voorstel burgemeester Bovens 6.8.4 Voorstel raadslid Visser 6.8.5 Voorstel Visser, Heutink en Tillema 6.8.6 Verificatieonderzoek Hogeschool Saxion 6.8.7 Reactie college op het verificatieonderzoek
114 114 114 114 115 115 115 116
4
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
7
8
6.9 Omslag in het denken 6.9.1 Motie ‘Orde op zaken in het stadhuis’ 6.9.2 Omslag in het denken van het college 6.9.3 Reactie van het college 6.9.4 Motie ‘Raadsonderzoek orde op zaken in het stadhuis’
118 118 118 120 121
6.10 Conclusie 6.10.1 Rolinvulling door de raad 6.10.2 Rolinvulling door het college en de burgemeester 6.10.3 De verhoudingen tussen raad, college en organisatie
121 121 125 130
Wob/Woo-verzoeken
131
7.1 Inleiding 7.2 Behandelwijze Wob/Woo-verzoeken 7.3 Wob-verzoeken in de casus Ardesch 7.3.1 Wob-verzoek 1: correspondentie tussen de gemeenteadvocaat en de klachtencommissaris 7.3.2 Wob-verzoek 2: Spinnerij en Walas 7.3.3 Wob-verzoek 3: stopzetten betalingsregeling 7.3.4 Wob-verzoek 4: communicatie met de Nationale ombudsman 7.3.5 Wob-verzoek 5: beheer en overname Spinnerij 7.3.6 Wob-verzoek 6: de incassoprocedure
131 131 132
7.4
Conclusie
144
Slotbeschouwing
146
8.1 8.2
146 152
Bijlage 1:
Oorzaken voor het ontstaan van de ‘casus Ardesch’ en te leren lessen Ten slotte
Normenkader
133 135 137 138 139 141
153
5
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
1 Inleiding
1.1 Introductie casus en aanleiding onderzoek De Spinnerij is een voormalige garenspinnerij uit 1911. Eind 2003 besloot de gemeente Enschede een van de laatste aanwezige textielfabrieken aan te kopen om bedrijfsruimte te realiseren. De Spinnerij werd in de periode 2006 – 2008 door de gemeente verbouwd tot bedrijfsverzamelgebouw. Een aantal jaren later, in 2015, besluit de raad dat bedrijfsverzamelgebouwen, waaronder de Spinnerij, moeten worden afgestoten. De heer Ardesch was met zijn bedrijven Wellinga Printsystemen B.V., Wellinga Koffiesystemen B.V. en SteQ B.V. als huurder, leverancier en beheerder betrokken bij de Spinnerij. Op het moment dat de gemeente Enschede voornemens is om de Spinnerij aan vastgoedontwikkelaar Walas te verkopen, waarschuwt de heer Ardesch de gemeente eind 2015 voor deze potentieel niet integere koper. Tegelijkertijd ontstaat in 2016 een geschil tussen de gemeente en de heer Ardesch over een betalingsregeling en andere vorderingen met betrekking tot de Spinnerij. Wat volgt is een langjarig (juridisch) conflict tussen de gemeente Enschede en de heer Ardesch. Daarnaast dient de heer Ardesch klachten in bij de gemeente en de Nationale ombudsman over hoe hij behandeld is door de gemeente. Ook worden er Wob-verzoeken ingediend door verschillende verzoekers om informatie over de casus boven tafel te krijgen.
In 2019 worden er – nadat de heer Ardesch bij de raad aan de bel trekt – voor het eerst raadsvragen gesteld over de casus. Vanaf dat moment wordt er meermaals over de casus van de heer Ardesch in de raad gesproken. In opdracht van enkele raadsfracties is er in 2023-2024 een verificatieonderzoek gedaan door Saxion. In dit onderzoek stonden twee vragen centraal, namelijk (1) of er grond was om de betalingsregeling met de heer Ardesch in 2016 te stoppen en (2) waarom de gemeente naar de Nationale ombudsman communiceerde dat de heer Ardesch instemde met het afzien van een feitenonderzoek zoals klachtencommissaris 1 adviseerde. De onderzoekers constateerden dat zowel het besluit om in 2016 de betalingsregeling stop te zetten als het besluit om af te wijken van het advies van klachtencommissaris 1, onvoldoende zijn onderbouwd. Mede naar aanleiding van de raadsbehandeling van dit verificatieonderzoek wordt op 1 juli 2024 door de raad de motie Orde op zaken in het Stadhuis aangenomen. Met deze motie wordt
6
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
het college onder andere verzocht een traject op te starten om in kaart te brengen hoe de dossiervorming binnen de gemeente in het verleden is verlopen en hoe deze nu verloopt. Op 16 december 2024 stuurt het college een brief aan de raad over de casus Ardesch. In de raadsbrief komt het college tot de conclusie dat ‘er te snel is gekozen voor juridische stappen en dat de gemeente vooringenomen heeft gehandeld.’ De handelswijze van de gemeente past volgens het college niet in het handelen van een rechtvaardige overheid en bij de waarden die de gemeente uitdraagt. Van het stadsbestuur en de organisatie mag beter verwacht worden. Daarom heeft burgemeester Bleker op 16 december 2024 namens het college persoonlijk excuses aangeboden aan de heer Ardesch. In de raadsbrief wordt ook de conclusie getrokken dat de gemeenteraad onjuist en onvolledig is geïnformeerd. Het college kondigt in de raadsbrief aan een nader onderzoek in te stellen naar de casus Ardesch. In de geest van de door de gemeenteraad op 1 juli 2024 aangenomen motie wil het college in samenspraak met de gemeenteraad de definitieve onderzoeksopdracht formuleren.
Tijdens de raadsbehandeling van de brief van het college in januari 2025 neemt de raad unaniem een motie aan waarin wordt besloten in opdracht van de raad een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de casus Ardesch.1 De raad wilde zelf de regie hebben op het onderzoek dat zou worden uitgevoerd.
1.2 Onderzoeksvragen De volgende hoofdvragen staan in dit onderzoek centraal: 1. Hoe is het verloop van de gebeurtenissen in de casus Ardesch sinds 2016 geweest? 2. In hoeverre voldeed het handelen van de raad, het college en de ambtelijke organisatie aan normen die volgen uit de wet- en regelgeving en andere kaders? 3. Welke lessen kunnen de raad, het college, en de ambtelijke organisatie daaruit leren?
1.3 Onderzoeksaanpak In deze paragraaf wordt de onderzoeksaanpak beschreven. Vooraf merken we op dat het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeenteraad, maar geen formeel raadsonderzoek op grond van artikel 155a Gemeentewet is. Dit omdat het onderzoek niet door een onderzoekscommissie vanuit de raad is uitgevoerd. Dat betekent dat in de Gemeentewet genoemde bevoegdheden, zoals de bevoegdheid om openbare verhoren te houden en informatie te vorderen, voor de onderzoekers niet van toepassing waren. Volgens de Gemeentewet kunnen (voormalig) raadsleden, bestuurders en ambtenaren verplicht worden om als getuige mee te werken aan een raadsenquête door middel van het geven van (mondelinge) informatie. Verplichte medewerking is niet van toepassing voor dit onderzoek in opdracht van de raad. Aan dit onderzoek wilden een aantal voormalig medewerkers van de gemeente (zie interviews) niet meewerken, waardoor bepaalde informatie over hoe zaken zijn verlopen onvolledig is gebleven. Ook hebben we bepaalde documenten niet kunnen inzien, bij een raadsenquête zou deze informatie eventueel kunnen worden gevorderd. Waar zaken onduidelijk zijn gebleven is dit aangegeven in de tekst. 1 Motie Raadsonderzoek orde op zaken in het stadhuis, 27 januari 2025. Document enschede - motie 6 D66-PVV-EA Raadsonder-
zoek orde op zaken in het stadhuis_aangenomen - iBabs Publieksportaal
7
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
Doordat we een aantal oud-betrokkenen bij de casus niet hebben kunnen spreken en niet alle documenten hebben bekeken (zie ook hierna onder documentstudie), zijn bepaalde gebeurtenissen of redenen waarom op een bepaalde wijze wordt gehandeld niet volledig te reconstrueren. Een groot deel van de feiten hebben we wel kunnen reconstrueren waardoor een beeld is ontstaan van hoe de raad, het college en de ambtelijke organisatie hebben gehandeld in relatie tot de te onderzoek casus. Startoverleg Het onderzoek is gestart met een startoverleg op 17 maart 2025 met de begeleidingsgroep van het onderzoek en een ambtelijk contactpersoon. De begeleidingsgroep van het onderzoek bestond uit vier raadsleden en drie medewerkers van de griffie.2 In de startbijeenkomst kon de begeleidingsgroep reflecteren op de voorlopige onderzoeksvragen en zijn praktische afspraken gemaakt voor het aanleveren van documenten en het plannen van de interviews. Na de startbijeenkomst zijn de onderzoeksvragen en -aanpak definitief vastgesteld. Normenkader Na het startoverleg hebben de onderzoekers een normenkader opgesteld aan de hand van wet- en regelgeving en kaders die binnen de gemeente Enschede gelden. Het normenkader is opgenomen in bijlage 1. Het normenkader is gebruikt om het handelen van de raad, het college en de ambtelijke organisatie te kunnen beoordelen.
Documentenstudie Tijdens de startbijeenkomst met de begeleidingsgroep is afgesproken dat de ambtelijk contactpersoon de gemeentelijke documenten aan de onderzoekers zou verstrekken. Bij de start van het onderzoek bleek dat er niet één dossier was dat aan de onderzoekers kon worden aangeleverd. Daarnaast bleek dat er veel documenten ontbraken die de onderzoekers vervolgens (herhaaldelijk) hebben opgevraagd. De onderzoekers hebben niet alle opgevraagde documenten gekregen. Het is de onderzoekers niet duidelijk geworden of de opgevraagde documenten er niet meer zijn. Daar waar de onderzoekers informatie missen is dit in de rapportage aangegeven. De onderzoekers missen bijvoorbeeld informatie over de betalingsregeling, maar ook veel (ongelakte) openbaar gemaakte stukken bij Wob-verzoeken die in het kader van dit dossier zijn ingediend, ontbreken. De onderzoekers hebben daarnaast documenten ontvangen van de griffie(r), de heer Ardesch en een journalist van 1Twente. Ook zijn er enkele gesprekspartners die na een interview nog een enkel document hebben toegestuurd. Ook hebben wij het gemeentelijke raadsinformatiesysteem geraadpleegd voor het vinden van enkele documenten.
Dat er geen volledig onderzoeksdossier beschikbaar is werd eerder ook al geconstateerd door de onderzoekers van de Saxion hogeschool die een verificatieonderzoek hebben uitgevoerd over hetzelfde feitencomplex.3 Documenten die we hebben bestudeerd betreffen in ieder geval documenten met betrekking tot de verkoop van de Spinnerij, mailwisselingen, college- en raadsbesluiten, interne memo’s, het verificatieonderzoek van Saxion, raadsvragen en beantwoording daarvan en documenten met betrekking tot de afhandeling van klachten van de heer Ardesch. De onderzoekers hebben ook een aantal documenten ontvangen die in het kader van een Wob-verzoek openbaar zijn gemaakt, en zwartgelakte passages bevatten. De onderzoekers konden de tekst van een deel van die zwartgelakte passages – door middel van het kopiëren en plakken van de tekst – achterhalen. Daarnaast hebben de onderzoekers ook veel dubbele documenten, concept stukken 2 Er zaten twee raadsleden van de oppositie en twee raadsleden van de coalitie in de begeleidingsgroep. 3 Saxion hogeschool, Uitkomst verificatieonderzoek in opdracht van raadsfracties, 15 februari 2024.
8
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
en ongedateerde documenten ontvangen. Voor zover bruikbaar zijn deze documenten terug te vinden in de feitenreconstructie. Er zijn ook documenten bestudeerd die niet terug te vinden zijn in het feitenrelaas, omdat niet alle documenten relevant waren. Namen van bestuurders en raadsleden zijn in de tekst van het rapport opgenomen. Wat betreft de ambtelijke organisatie hebben we op functieniveau gerapporteerd, zodat dit niet op de persoon herleidbaar is. Alleen de functies van de concerndirecteuren en de klachtencommissaris zijn genummerd omwille van de leesbaarheid. Interviews De bevindingen vanuit de documentstudie zijn aangevuld en verrijkt door interviews te houden met (voormalig) raadsleden, bestuurders en ambtenaren/medewerkers en de heer Ardesch. De gesprekken hebben plaatsgevonden in de periode mei tot en met juni 2025. De onderzoekers hebben op basis van de bestudering van de eerste documenten een lijst opgesteld met potentiële gesprekspartners. Deze lijst is tijdens een bijeenkomst met de begeleidingsgroep besproken, waarna de lijst op enkele onderdelen is aangepast. Ook is de ambtelijk contactpersoon gevraagd de lijst aan te vullen met gesprekspartners in het kader van de informatiehuishouding, dossierbeheer en de Woo.
Vervolgens heeft de ambtelijk contactpersoon contact opgenomen met voormalig medewerkers om hen in te lichten over het onderzoek en medewerking te vragen. Op onze lijst met gesprekspartners stonden 42 namen. Uiteindelijk wilden vier gesprekspartners niet meewerken en wilden twee gesprekspartners alleen schriftelijke vragen beantwoorden. Met vier beoogd gesprekspartners kregen we geen contact of was er sprake van ziekte. Uiteindelijk hebben we 32 personen gesproken; één gesprekspartner hebben we twee keer gesproken. Daarnaast hebben we een groepsinterview met elf raadsleden gehouden. De onderzoekers hebben (een vertegenwoordiger van) Walas (de koper van de Spinnerij) niet gesproken. In de loop van het onderzoek hebben we een signaal ontvangen dat er vanuit de ambtelijke organisatie aan (bepaalde) gesprekspartners zou zijn geadviseerd niet met het onderzoek mee te werken. Dit signaal was niet concreet, niet te herleiden en daarmee niet te verifiëren. In de rapportage hebben we er rekening mee houden dat we over bepaalde perspectieven van betrokkenen niet beschikken. De interviews hebben gediend om de feitenreconstructie aan te vullen en de ervaringen van verschillende betrokkenen in kaart te brengen. Hierbij moet worden opgemerkt dat herinneringen deels door de tijd zijn vertroebeld. Hiervan hebben wij ons rekenschap gegeven bij het rapporteren.
Aan gesprekspartners is vertrouwelijkheid beloofd, voor zover het gaat om hun inbreng die zij met ons hebben gedeeld tijdens de interviews. Over hun inbreng wordt geanonimiseerd verslag gelegd; dit is anders bij de verslaglegging over gestelde raadsvragen en bij inbreng in openbare debatten. Wederhoor Het feitenrelaas is ter controle op feitelijke onjuistheden voorgelegd aan het college, de ambtelijke organisatie en de heer Ardesch. Het wederhoor van de gemeenteraad is uitgevoerd door de begeleidingsgroep. Feitelijke onjuistheden zijn naar aanleiding van het wederhoor aangepast. Twee passages zijn na aanpassing nogmaals voorgelegd aan de betrokken medewerkers.
9
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
Focusgroepen Op 29 september 2025 zijn drie focusgroepen gehouden waarin is gereflecteerd op de bevindingen van het onderzoek. Daarnaast zijn de focusgroepen gebruikt om te spreken over lessen die de gemeente van deze casus kan leren. Bij de eerste focusgroep waren het college, de gemeentesecretaris en de loco-gemeentesecretaris aanwezig, bij de tweede focusgroep waren elf raadsleden van verschillende fracties aanwezig en bij de derde focusgroep waren vier van de acht uitgenodigde medewerkers aanwezig.
1.4 Leeswijzer Het rapport is opgebouwd aan de hand van een aantal verschillende thema’s. In de hoofdstukken worden de gebeurtenissen zoveel mogelijk op chronologische volgorde beschreven. Waar relevant verwijzen we terug of vooruit naar gebeurtenissen uit andere hoofdstukken. Hoofdstuk 2 start met een introductie van de belangrijkste actoren in het onderzoek. In hoofdstuk 3 staat de verkoop van de Spinnerij centraal. Hoofdstuk 4 beschrijft de zakelijke geschillen tussen de bedrijven van de heer Ardesch en de gemeente Enschede. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de door de heer Ardesch ingediende klachten. In hoofdstuk 6 komt de betrokkenheid van de raad, het college en de burgemeester aan bod. In hoofdstuk 7 staan de Wob-/Woo-verzoeken die raken aan de situatie van de heer Ardesch centraal. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie over dat hoofdstuk. Het rapport sluit af met een slotbeschouwing in hoofdstuk 9.
10
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
2 Introductie belangrijke actoren
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk introduceren we een aantal belangrijke actoren die in de feitenreconstructie terugkomen. Het gaat om het Vastgoedbedrijf van de gemeente Enschede (VBE), de bedrijven van de heer Ardesch waarover een conflict ontstaat met de gemeente, en Walas die de Spinnerij koopt van de gemeente.
2.2 Belangrijke actoren Het Vastgoedbedrijf Enschede Het VBE is in 2001 opgericht en had en heeft een groot deel van de gemeentelijke vastgoedportefeuille in zijn beheer en vervult de rol van eigenaar van dat vastgoed.4 In 2013 omvatte het gemeentelijk vastgoed 422 objecten met een totale WOZ-waarde van bijna € 524 miljoen. Het VBE had van de gemeentelijke portefeuille 225 panden (53%) met een gezamenlijke WOZwaarde van € 232,9 miljoen (47%) in beheer.5 Volgens een van de gesprekspartners heeft de gemeente op dit moment ongeveer 120 panden in bezit, veel vastgoed is in de afgelopen jaren dus afgestoten.6 Het VBE is geen zelfstandige organisatie, maar een afdeling van de gemeente Enschede met een eigen winst- en verliesrekening. Het VBE moet de kosten voor gebouwen, personeel en andere kosten dus bekostigen met de opbrengsten vanuit het vastgoed. Op 1 januari 2014 werd de Spinnerij overgeheveld vanuit het begrotingsprogramma Economie en Werk (E&W)7 naar het VBE. Dit sloot aan bij het besluit van de raad van 3 februari 2014 – naar aanleiding van onder meer een aanbeveling van de Rekenkamercommissie – om de vastgoedportefeuille te concentreren bij het VBE. Hierdoor zou ‘inzicht en sturing voor Raad en College’ toenemen.8 4 A. Van Beemt, M Stijnenbosch & J. Veuger, ‘Vijf conclusies over idealen: vastgoedbeleid gemeente Enschede 2001-2013’, Hanze
University of Applied Sciences: Groningen 2014. p.52-53. 5 Rekenkamercommissie Enschede, Veronderstelde werkelijkheid: conclusies en aanbevelingen betreffende het vastgoedbeleid van de gemeente Enschede, 19 november 2013. p.3. 6 Uit het Rekenkameronderzoek ‘Vastgoed: Vast Goed?’ van december 2024 blijkt ook dat de vastgoedportefeuille in 2023 uit nog ongeveer 120 panden bestond. 7 In 2019 is de naam van de afdeling Economie en Werk gewijzigd naar de afdeling Werk en Inkomen. Voor 2019 was Werk en Inkomen een cluster dat viel onder de afdeling Economie en Werk. 8 Concept-besluitenlijst vergadering van de Raad op 16 december 2013, vastgesteld op 3 februari 2014.
11
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
Het VBE is de afdeling van de gemeente die betrokken was bij de verkoop van de Spinnerij in 2016. Daarnaast had het VBE ook met de heer Ardesch te maken, omdat hij met zijn bedrijf Welllinga B.V. huurder was in de Spinnerij en via zijn bedrijf SteQ B.V. het beheer en de facilitaire dienstverlening deed in de Spinnerij. Wellinga Print- en Koffiesystemen B.V. en SteQ B.V. De casus draait om het handelen van de gemeente jegens de heer Ardesch. In 2016 ontstaat een conflict tussen de gemeente en de heer Ardesch en zijn bedrijven Wellinga Printsystemen en SteQ B.V. Hij was eigenaar/directeur van deze bedrijven. Deze ondernemingen hadden op verschillende wijzen een relatie met de Spinnerij: — Wellinga Printsystemen B.V. huurde een aantal ruimten in de Spinnerij sinds 1 juli 2012. Wellinga Printsystemen B.V. had een huurcontract voor vijf jaar (tot 1 juli 2017)9. De heer Ardesch geeft aan dat Wellinga Printsystemen B.V. al sinds 1 januari 2012 in de Spinnerij gevestigd is. In de correspondentie wordt soms verwezen naar ‘Wellinga Systems’. Dit is een handelsnaam van Wellinga Printsystemen B.V. — Wellinga Koffiesystemen B.V. leverde koffiesystemen voor de Spinnerij vanaf 1 januari 2014 (looptijd vijf jaar). In september 2016 gaan Wellinga Koffiesystemen B.V. en Wellinga Printsystemen B.V. samen door onder de naam Wellinga Print- en Koffiesystemen B.V.
Naar dit bedrijf wordt in dit rapport gerefereerd als Wellinga B.V.10 Waar relevant wordt Wellinga Koffiesystemen B.V. daarvan onderscheiden. — SteQ B.V. werd door de gemeente sinds 1 januari 2013 (afdeling Werk en Inkomen en Facilitaire Zaken) en sinds 1 april 2015 door het VBE ingehuurd voor het beheer en de facilitaire dienstverlening van de Spinnerij. Onder die werkzaamheden vielen de bezetting van de balie, het regelen van de schoonmaak van de Spinnerij en de verhuur van ruimtes in de Spinnerij. Dit bleef SteQ B.V. doen tot het moment dat de overeenkomst hiervoor eindigde op 31 maart 2016.11 SteQ B.V. was ook verantwoordelijk voor het beheer van het CeeCeecenter. In de feitenreconstructie komen ook nog andere bv’s van de heer Ardesch ter sprake, namelijk Wellinga Projectinrichting B.V., Wellinga Werken & Wonen B.V. en McWork Consultancy B.V. Deze laatste twee bv’s hadden geen zakelijke relatie met de gemeente wat betreft de Spinnerij of het CeeCeeCenter. De heer Ardesch geeft aan dat een van de Wellinga bv’s in de periode van 2012 tot en met 2015 ook logistieke werkzaamheden op het gebied van meubilair voor de gemeente heeft uitgevoerd. Dit deed Wellinga Projectinrichting B.V. vanuit een pand van de gemeente aan de Hengelosestraat in Enschede. Walas In maart 2016 sluit het hoofd van het VBE namens de gemeente een verkoopovereenkomst met Walas Projects B.V.
De afspraak is dat Walas over een jaar – als de financiering rond is – het eigendom van de Spinnerij overneemt. Het bedrijf hield zich – kortgezegd – bezig met vastgoedontwikkeling en is onderdeel van een grotere groep bedrijven die de onderzoekers aanduiden als Walas. Het gaat om een reeks bedrijven die met elkaar in verband staan via
9 Huurovereenkomst Wellinga Printsystemen B.V. en gemeente Enschede, getekend op 28 januari 2013. 10 Vorderingen van Wellinga Koffiesystemen op de gemeente worden in 2018 overgedragen aan Wellinga Printsystemen, zie
daarvoor r.o. 2.14 van het tussenvonnis van 27 november 2018. 11 Brief van het college aan SteQ B.V., 8 december 2015. De heer Ardesch geeft aan dat hij de eerste maanden na de overname van de Spinnerij door Walas in 2016 ook nog in de facilitaire dienstverlening heeft voorzien met SteQ B.V.
12
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
eigenaarsconstructies. Bij de onderzoekers is bekend dat het in elk geval om de volgende bedrijven gaat, waarbij elke B.V. telkens bestuurder is van het bedrijf eronder: — World of Walas Europe B.V. — Walas Europe B.V. — Walas Projects B.V. — 555 Hudson B.V. — Spinnerij Oosterveld B.V. (opgericht op 9 februari 2017) Voorafgaand aan de overdracht van de Spinnerij heeft Walas een nieuwe bv opgericht waaraan het eigendom van de Spinnerij is overgedragen: Spinnerij Oosterveld B.V. In het onderzoek moet ‘de Spinnerij’ als naam van het gebouw worden onderscheiden van dit bedrijf. Waar de onderzoekers op het bedrijf doelen wordt de gehele bedrijfsnaam gebruikt. Voor dit onderzoek is van belang dat er vanuit de naam Walas werd gehandeld als eigenaar van de Spinnerij sinds de verkoop van het pand door de gemeente in 2016. Daarbij is niet altijd duidelijk vanuit welk bedrijf feitelijk werd gehandeld, zodat de onderzoekers doorgaans spreken van Walas als overkoepelende naam. In de stukken die de onderzoekers hebben ontvangen handelt Walas Projects B.V. als beheerder van de Spinnerij, maar Spinnerij Oosterveld B.V. is formeel eigenaar van het pand. Waar berichten namens Spinnerij Oosterveld B.V. zijn verstuurd, vermelden de onderzoekers dit. In dat geval is van belang dat dit bedrijf verbonden is aan Walas Projects B.V. en onderdeel is van Walas als groep bedrijven.
Naar aanleiding van twijfel over een juist beleid en een juiste gang van zaken bij Spinnerij Oosterveld B.V. heeft een aandeelhouder van het bedrijf een verzoekschrift ingediend bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam voor onderzoek naar de situatie. Op 26 november 2020 werd 555 Hudson B.V. als bestuurder van Spinnerij Oosterveld B.V. door de Ondernemingskamer geschorst. De beschikking van 26 november 2020 is door de Ondernemingskamer op 25 augustus 2022 opgeheven, omdat partijen – kortgezegd – tot een minnelijke regeling waren gekomen.12
12 Gerechtshof Amsterdam 25 augustus 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2490.
13
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
3 De verkoop van de Spinnerij
3.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat de verkoop van de Spinnerij (een bedrijfsverzamelgebouw) aan Walas Projects B.V. centraal. De verkoop van de Spinnerij is om meerdere redenen relevant in de casus van de heer Ardesch. In de eerste plaats was de heer Ardesch met zijn ondernemingen als huurder (Wellinga B.V.) en als verantwoordelijke voor het beheer en de facilitaire dienstverlening (SteQ B.V.) betrokken bij de Spinnerij. Tussen deze bedrijven en de gemeente ontstaat een geschil. In de tweede plaats waarschuwde de heer Ardesch de gemeente vóór de verkoop van de Spinnerij voor Walas als potentiële koper, omdat hij vermoedde dat het om een niet-integere partij ging. In paragraaf 3.2 beschrijven we wat aan de verkoop van de Spinnerij voorafging. Paragraaf 3.3 gaat in op de voorbereiding van en het sluiten van de verkoopovereenkomst. Ook wordt in die paragraaf ingegaan op de waarschuwing van de heer Ardesch over Walas als potentiële koper van de Spinnerij. In paragraaf 3.4 komen vragen van de raad aan het college over de verkoop van de Spinnerij aan bod. In paragraaf 3.5 wordt de overdracht van de Spinnerij besproken.
3.2 Wat aan de verkoop van de Spinnerij voorafging Op 30 september 2011 stuurt het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) de raad een brief over de Spinnerij. Er wordt een aantal knelpunten gesignaleerd ten aanzien van de exploitatie van de Spinnerij. De verwachte bezettingsgraad, en daarmee de begrote exploitatie, wordt niet gehaald. Daarbij zorgt ook de financiële crisis voor een rem op de groei van de exploitatie. Bovendien heeft de grootste huurder de Spinnerij verlaten, waardoor de bezetting nog verder terugloopt. Verder wordt in de brief door het college het volgende geconstateerd: ‘Met de kennis en ervaring van vandaag moeten we concluderen dat het (commercieel) exploiteren van een bedrijfsverzamelgebouw beter aan de markt kan worden overgelaten.’ Of deze stelling van het college ook door de raad werd onderschreven is de onderzoekers niet bekend. Het college geeft verder het volgende aan: ‘De huidige problematiek rondom Spinnerij Oosterveld vraagt om adequaat ingrijpen. Echter: elk oplossingsscenario heeft grote financiële consequenties. Nu afstoten naar de markt, voorzover dit al mogelijk is,
14
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
leidt tot versneld afboeken en nemen van een substantieel verlies.’13 Het college schetst in de brief drie scenario’s voor de Spinnerij: 1. Verkopen terwijl de boekwaarde hoger ligt dan de marktwaarde 2. Vasthouden aan de opzet met verbetering van het gebouw 3. Gemeentelijke diensten naar de Spinnerij met beperkte aanpassingen aan het gebouw Al met al is scenario 3 het meest interessant volgens het college. ‘Op korte termijn is het exploitatietekort het laagst en op middellange termijn is de verkoopwaarde wellicht hoger.’ In oktober 2011 zou over deze brief met de raad zijn gesproken zo blijkt uit het raadsvoorstel van 24 april 2012. De onderzoekers hebben geen verslag van deze bespreking kunnen vinden en weten ook niet tijdens welk type overleg (raadscommissie, presidium etc.) de brief van het college zou zijn besproken. Op 24 april 2012 wordt er een voorstel door het college aan de raad gedaan om in de toekomst van de Spinnerij te investeren (scenario 2). Hiermee wordt de koers om in te zetten op het derde scenario gewijzigd. Reden hiervoor is – kortgezegd – dat het ineens beter gaat met de verhuur van de Spinnerij en dat gebleken is dat een van de gemeentelijke diensten (het werkontwikkelbedrijf van gemeente Enschede (DCW)) niet gebaat is bij een grootschalige verhuizing naar de Spinnerij.
Op 25 juni 2012 neemt de raad op voorstel van het college het besluit om noodzakelijke investeringen voor een bedrag van 1,25 miljoen euro te doen in de Spinnerij en om de ingezette koers van de Spinnerij als bedrijfsverzamelgebouw te continueren (scenario 2).14 Een van de gesprekspartners duidt deze koerswijziging als volgt: ‘De raad was met deze investering akkoord gegaan, omdat de Spinnerij beter te verkopen zou zijn als het verduurzaamd zou zijn. De uitvoering van het verduurzamen heeft een jaar op zich laten wachten. Inmiddels was bij het afdelingshoofd wel duidelijk dat de markt nog steeds niet warm liep voor de aankoop van de Spinnerij. Zelfs niet voor een verduurzaamde Spinnerij. Dus wilde het afdelingshoofd de verantwoordelijkheid niet nemen voor het investeringsbedrag ten behoeve van het verduurzamen. En legde die verantwoordelijkheid neer bij de directeur.
Er is uiteindelijk €1,25 miljoen geïnvesteerd, wetende dat de markt zich niet zo ontwikkeld had als verwacht.’ In de programmabegroting 2014-2017 wordt gesproken over het afstoten van vastgoed.15 Vervolgens blijkt uit de Strategie op vastgoed die de raad op 26 januari 2015 vaststelt, dat het uitgangspunt is dat bedrijfsverzamelgebouwen, waaronder de Spinnerij, moeten worden afgestoten.16 De gemeente (het VBE) heeft in 2014/2015 een verkenning uitgevoerd met lokale (vastgoed) ondernemers naar mogelijkheden van overname van de exploitatie en het eigendom van de Spinnerij maar daaruit bleek dat er geen interesse was voor de Spinnerij, zo blijkt uit een latere brief van het college (8 maart 2016) aan de raad.17 Of de raad opdracht heeft gegeven voor deze verkenning blijkt niet uit de beschikbare documenten.
3.3 De verkoop van de Spinnerij 3.3.1 Voorbereiding van de verkoop van de Spinnerij In 2014 en 2015 is door het VBE een verkenning uitgevoerd met lokale (vastgoed-)ondernemers naar de mogelijkheden van overname van het eigendom en de exploitatie van de 13 Brief aan de gemeenteraad van de gemeente Enschede van het college van B&W van de gemeente Enschede, 30 september
2011. 14 Raadsvoorstel Spinnerij 2012; Concept-besluitenlijst vergadering van de Raad op 4 juni 2012. 15 Gemeente Enschede, Programmabegroting 2014-2017, 2013. p. 134. 16 Gemeente Enschede, Strategie op vastgoed, 2015. 17 Brief aan de gemeenteraad van de gemeente Enschede van het college van B&W van de gemeente Enschede, 8 maart 2016.
15
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
Spinnerij. Daar is uiteindelijk uit gebleken dat zij hierin geen interesse hadden, zo blijkt uit een brief aan de raad van 8 maart 2016 over de verkoop van de Spinnerij.18 Het VBE is volgens de raadsbrief van 8 maart 2016 in 2015 met Walas in contact gekomen. De onderzoekers hebben geen documenten ontvangen met betrekking tot deze verkennende fase van de verkoop van de Spinnerij. Ook hebben de onderzoekers geen interviews kunnen houden met directbetrokkenen bij de verkoop van de Spinnerij om een beter beeld te krijgen over de verkennende fase voor de verkoop van de Spinnerij, hoe het VBE met Walas in contact is gekomen en hoe die gesprekken zijn verlopen. In enkele gesprekken werd aangegeven dat er al vóór 2015 contacten waren tussen het VBE en Walas, namelijk in 2011 bij de herontwikkeling van het Polaroid-terrein.19 De onderzoekers hebben niet kunnen vaststellen of dit inderdaad het geval is en welke rol dat contact eventueel heeft gehad voor de verkoop van de Spinnerij aan Walas. Wel lijkt er in ieder geval in 2014 (en dus niet in 2015, zoals genoemd in de raadsbrief van 8 maart 2016) al contact te zijn geweest tussen het VBE en Walas over de mogelijke verkoop van de Spinnerij.
In een geheimhoudingsovereenkomst, behorend bij een exclusiviteitsovereenkomst (zie paragraaf 3.3.1) die de gemeente tekent met Walas Europe B.V.20, wordt verwezen naar een e-mail met vertrouwelijke informatie over huurders en meetstaten die door het hoofd van VBE op 28 november 2014 aan de directeur van Walas Europe B.V. is verstuurd.21 Vastgoedstrategie en spelregels voor uitvoering vastgoedbeleid Op 26 januari 2015 stelt de raad van Enschede een nieuwe vastgoednota Strategie op vastgoed vast waarbij een van de uitgangspunten is dat vastgoed in het bezit van de gemeente wordt afgestoten, tenzij het vastgoed een maatschappelijke functie vervult.22 De Spinnerij wordt als voorbeeld van af te stoten vastgoed genoemd. In de Spelregels voor de uitvoering van het vastgoedbeleid zijn de volgende bepalingen opgenomen voor de (aan-) en verkoop van vastgoed: 23 — Afstoten van vastgoed aan derden geschiedt tegen marktwaarde. Daarom wordt in dit geval te allen tijde een taxatie verricht om de marktwaarde van het object te bepalen. — Bij aankoop van vastgoed wordt te allen tijde een taxatie verricht om de marktwaarde van het object te bepalen. — Aan- en verkopen geschieden onder verantwoordelijkheid van VBE, waarbij de kennis en kunde van het Grondbedrijf wordt ingezet t.b.v. het formele juridische en bestuurlijke traject.
— Het Hoofd Vastgoedbedrijf is gemandateerd om, na besluitvorming door college en raad, aan- en verkoopovereenkomsten te ondertekenen. Het VBE is volgens artikel 10.1 van de Spelregels voor de uitvoering van het vastgoedbeleid het ‘bedrijfseconomische geweten’ van de gemeente op het gebied van vastgoed.
18 Brief aan de gemeenteraad van de gemeente Enschede van het college van B&W van de gemeente Enschede, 8 maart 2016. 19 Dit wordt ook benoemd in een artikel van 1Twente: ‘Alternatieve feiten in de zaak Ardesch (5): waarom Enschede een onder-
nemer in de tang nam, 1Twente.nl, 3 april 2022, en in een artikel van Vrij Nederland: Hoe gemeenten zich door een leegstandscharlatan lieten misleiden, 6 april 2016. 20 Uit de geheimhoudingsovereenkomst blijkt dat met Walas Europe B.V. ook alle daaronder en daaraan gelieerde bedrijven bedoeld wordt. 21 Geheimhoudingsovereenkomst tussen Walas Europe B.V. en de Gemeente Enschede, 30 juni 2015. 22 Gemeente Enschede, Strategie op vastgoed, 2015. 23 Gemeente Enschede, Spelregels voor uitvoering vastgoedbeleid, 2015.
16
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
Op 30 juni 2015 tekenen de gemeente Enschede en Walas Europe B.V. een exclusiviteitsovereenkomst en een geheimhoudingsovereenkomst. In de exclusiviteitsovereenkomst spreken partijen af dat Walas Europe B.V. in de periode tussen 30 juni 2015 en 1 oktober 2015 het alleenrecht krijgt om een model op te zetten ter onderbouwing van onder meer een business case, de organisatorische, juridische en financiële constructie voor de overname van de Spinnerij van de gemeente door Walas.24 Met de geheimhoudingsovereenkomst spreken partijen af geheimhouding te betrachten over vertrouwelijke informatie (o.a. huurdersinformatie, financiële informatie, exploitatie cijfers, contracten) met betrekking tot de Spinnerij.25 De raad wordt niet over deze exclusiviteitsovereenkomst geïnformeerd. Het is de onderzoekers op basis van de aangeleverde documenten en het niet kunnen spreken van direct betrokkenen bij de verkoop van de Spinnerij niet duidelijk geworden wat precies de reden was voor het aangaan van een exclusiviteitsovereenkomst/geheimhoudingsovereenkomst en of dit in die tijd gebruikelijk was bij vastgoedtransacties. Op 8 december 2015 stuurt een jurist van de gemeente een memo naar een medewerker van het VBE over de opties bij de verkoop van de Spinnerij.26 Aanleiding voor deze memo is een gesprek tussen de collega’s over de verkoop van de Spinnerij.
In de memo worden drie opties besproken: 1. Koopovereenkomst onder opschortende voorwaarden 2. Intentieovereenkomst met een koopovereenkomst 3. Koopovereenkomst onder ontbindende voorwaarden Volgens de jurist heeft optie 1 de voorkeur. Dit omdat deze optie het meest in de buurt komt van wat het VBE wil: ‘Walas wordt nu meteen gebonden aan VBE met als doel van de overeenkomst verkoop van de Spinnerij aan Walas.’ Dit is ook de optie waar het VBE uiteindelijk voor kiest. 3.3.2 Waarschuwing over Walas door de heer Ardesch In november 2015 waarschuwt de heer Ardesch wethouder Welman voor Walas. Dit doet de heer Ardesch in een gesprek met de wethouder dat op initiatief van de heer Ardesch plaatsvindt. Aanleiding voor de heer Ardesch om onderzoek naar Walas te doen is dat het hoofd van het VBE hem vóór de zomer van 2015 zou hebben verteld over gesprekken die tussen het hoofd van het VBE en Walas plaatsvonden over de verkoop van de Spinnerij. Het hoofd van het VBE zou de heer Ardesch hebben geadviseerd om contact te zoeken met Walas over toekomstige samenwerking. Omdat de heer Ardesch moeilijk contact krijgt met Walas, heeft de heer Ardesch zich in Walas verdiept. Hij stuitte daarbij onder meer op een kritisch rekenkamerrapport27 van gemeente Heerlen over een vastgoeddeal die de gemeente Heerlen met Walas had gesloten.
Op 11 februari 2016 mailt een medewerker van het VBE de heer Ardesch:28 ‘Beste heer Ardesch, heb de gestuurde link doorgenomen. Uiteraard hebben we al veel gegoogeld en ook de betreffende partij Walas geconfronteerd met een aantal bevindingen. De gang van zaken in Heerlen is onvergelijkbaar met die in Enschede. Het rijk en de gemeente spelen daar een rol en 24 Brief van Walas Europe B.V. aan de gemeente Enschede, 22 juni 2015. 25 Geheimhoudingsovereenkomst tussen Walas Europe B.V. en de gemeente Enschede, 30 juni 2015. 26 Interne memo, opties bij verkoop Spinnerij, 8 december 2015. De onderzoekers hebben ook nog een tweede versie van de
memo ontvangen waarin optie 3 niet is opgenomen, mogelijk omdat die optie door de jurist als minst wenselijk werd gezien. 27 Rekenkamercommissie Heerlen, CBS, een complex verhaal, Onderzoek naar inventarisatie en selectie van exploitant van voormalig CBS complex te Heerlen, 2013. 28 De heer Ardesch geeft aan dat hij niet zelf een medewerker van het VBE heeft gemaild, maar denkt dat zijn signaal over Walas via de wethouder Werk en Inkomen, bij de wethouder Vastgoed en vervolgens bij de medewerker van het VBE terecht is gekomen.
17
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
er is kennelijk achteraf gedoe over de gang van zaken. Er zijn bepaalde partijen die zich daar ongemakkelijk bij voelen. Zoals bekend kan eenieder van alles vinden en op internet zetten. De werkelijkheid ligt vaak genuanceerder. Dat neemt niet weg dat het prima is als anderen kritisch meedenken. Vriendelijk dank daarvoor.’29 De onderzoekers hebben geen documenten ontvangen over hoe Walas zou zijn geconfronteerd met een aantal bevindingen en hoe daarop is gereageerd. Gespreksverslagen over indringende gesprekken hebben de onderzoekers ook niet ontvangen. Ook hebben de onderzoekers geen direct betrokkenen vanuit het VBE en Walas gesproken over hoe met de waarschuwing van de heer Ardesch is omgegaan. Voor zover bekend is er geen Bibob-onderzoek uitgevoerd naar Walas; volgens gesprekspartners was dit ook niet gebruikelijk bij vastgoedtransacties in die tijd.30 3.3.3 Besluit tot de verkoop van de Spinnerij Op 8 maart 2016 neemt het college het besluit de Spinnerij te verkopen aan Walas.31 In de toelichting op het besluit wordt aangegeven dat met het besluit uitvoering wordt gegeven aan de door de raad vastgestelde Strategie op vastgoed van 26 januari 2015.32 De koopsom van € 3,5 miljoen is volgens de toelichting marktconform.
Het boekverlies van € 2,3 miljoen en de geleden aanvangsverliezen in de exploitatie door het VBE, bij overdracht ongeveer € 1,1 miljoen, worden gedekt met de middelen die in het coalitieakkoord (€ 3 miljoen) zijn opgenomen en uit de reserve vastgoed (€ 400 duizend). Hiermee is het structurele probleem van een verlieslijdende exploitatie van de Spinnerij volgens de toelichting opgelost en gedekt.33 Boekwaarde Spinnerij34 Op 31 december 2007 stond de Spinnerij voor een bedrag van € 9.481.902 in de boeken. Vanaf dat moment wordt er jaarlijks afgeschreven, waardoor de boekwaarde op 31 december 2008 uitkomt op € 9.163.882,17. In 2009 is er een aanvullende investering gedaan voor de keuken van de Spinnerij. Na deze toevoeging en de jaarlijkse afschrijving bedraagt de boekwaarde op 31 december 2009 € 9.004.965,60. In 2010 volgt opnieuw een investering van € 249.082,39 in verband met aanpassingen aan het pand naar aanleiding van wensen van huurders. Na verwerking van deze investering en de jaarlijkse afschrijving komt de boekwaarde eind dat jaar uit op € 8.941.508,95. Op 31 december 2011 bedraagt de boekwaarde, na de jaarlijkse afschrijvingen, € 8.622.742,87. In 2012 stijgt de boekwaarde naar € 11.454.894,51. Uit de toelichting die de onderzoekers hebben ontvangen, blijkt dat dit het gevolg is van de keuze om voortaan bruto te waarderen.
Daarbij zijn externe bijdragen die in het verleden op de boekwaarde in mindering zijn gebracht, met terugwerkende kracht ondergebracht in de reserve ‘kostprijsdekkende 29 Mail van een medewerker van het VBE aan de heer Ardesch, 11 februari 2016. 30 Het toepassen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) bij vastgoedtransac-
ties is mogelijk sinds 1 juli 2013. 31 Agendaformulier B&W-vergadering 8 maart 2016. 32 Gemeente Enschede, Strategie op vastgoed, 2015. 33 Agendaformulier B&W-vergadering van de Gemeente Enschede, 8 maart 2016. 34 Informatie over de ontwikkeling van de boekwaarde van de Spinnerij is op verzoek van de onderzoekers in een mail aangeleverd door de ambtelijke organisatie.
18
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
huur’. Dit zorgt voor een hogere boekwaarde en een hogere reservepositie. Dit is een boekhoudkundige wijziging, maar levert geen extra geldmiddelen op. In 2013 wordt een investering gedaan van € 275.000,00 voor zonnepanelen. Na de jaarlijkse afschrijvingen bedraagt de boekwaarde € 11.293.768,44. Ook in 2014 wordt er een investering gedaan voor verduurzaming van het pand. Deze bedraagt € 586.231,49. Na de jaarlijkse afschrijving bedraagt de boekwaarde eind 2014 € 11.416.373,82. In 2015 zou de boekwaarde na de jaarlijkse afschrijving € 10.935.532,20 bedragen. Datzelfde jaar is de Spinnerij vanwege een driejaarlijkse taxatieronde getaxeerd. De Spinnerij is toen getaxeerd op € 4.275.000. Doordat de Spinnerij op de lijst stond om verkocht te worden, en de netto boekwaarde € 5.882.003 bedroeg, moest het pand worden afgeboekt naar de taxatiewaarde. In 2015 heeft er daardoor een extra afboeking plaatsgevonden van € 1.607.003. Op 31 december 2015 bedroeg de boekwaarde daarom € 9.328.533,20. In 2016 zou de boekwaarde na de jaarlijkse afschrijving € 8.897.914 bedragen. De nettoboekwaarde zou daarmee € 3.976.620 bedragen. Tussen Walas en de gemeente was een koopsom van € 3.500.000 afgesproken. De koopsom was hiermee € 476.620,43 lager dan de netto boekwaarde. Dit verschil is daarom in 2016 opgenomen als extra afboeking.
Uit de toelichting die de onderzoekers hebben ontvangen blijkt dat de accountant bij de controle van de jaarrekening heeft opgemerkt dat, vanwege de verkoop van de Spinnerij, weer bruto gewaardeerd diende te worden. Daarom moest er nog een extra afboeking plaatsvinden van € 4.921.294,00. Dit was het resterende bedrag uit de reserve ‘kostprijsdekkende huur’. De boekwaarde bedroeg daarom op 31 december 2015 € 3.500.000. Hiervan is in 2017 € 258.456,64 afgeboekt op afschrijvingen en de resterende € 3.241.543,36 op de afstoting van de Spinnerij. Op dezelfde dag als het collegebesluit (8 maart 2016) informeert het college de raad met een brief over de verkoop van de Spinnerij aan Walas. Hierin legt het college uit dat in de overeenkomst met Walas is afgesproken dat Walas een periode van een jaar de gelegenheid krijgt om de (negatieve) exploitatie van de Spinnerij te verbeteren voor eigen rekening en risico. Deze periode gebruikt Walas ook om de financiering rond te krijgen voor de uiteindelijke eigendomsoverdracht. De gemeente (VBE) blijft in dat eerste jaar eigenaar en hoofdverhuurder en Walas betaalt een vast bedrag aan de gemeente (VBE) waarmee het begrote exploitatietekort voor de gemeente (VBE) wordt verminderd.
Hoewel Walas de feitelijke exploitatie van de Spinnerij na goedkeuring van de overeenkomst overneemt, behoudt de gemeente (VBE) controle op de werkzaamheden van Walas tot aan de eigendomsoverdracht. Voor huurders verandert er volgens het college niet veel; huurstromen lopen via de gemeente die de huuropbrengsten doorzet naar Walas. ‘Na een jaar zal Walas het geheel in eigendom overnemen tegen een nu vastgestelde marktconforme prijs.’35 Het college informeert de raad in de brief van 8 maart 2016 overigens niet over de verkoopprijs van de Spinnerij en het verschil met de boekwaarde.36 Op 8 maart 2016 worden ook de huurders van de Spinnerij door het college geïnformeerd over aanstaande verkoop aan Walas.37
35 Brief aan de gemeenteraad van de gemeente Enschede van het college van B&W van de gemeente Enschede, 8 maart 2016. 36 Brief aan de gemeenteraad van de gemeente Enschede van het college van B&W van de gemeente Enschede, 8 maart 2016. 37 Brief van het college van B&W van de gemeente Enschede aan Spinnerij Oosterveld, 8 maart 2016.
19
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
Op 6 april 2016 publiceert Vrij Nederland een kritisch artikel over Walas, met de titel ‘Hoe gemeenten zich door een leegstandscharlatan lieten misleiden’. In het artikel wordt benoemd dat Walas de exploitatie en het beheer van de Spinnerij op korte termijn zal overnemen van gemeente Enschede.38 3.3.4 De verkoopovereenkomst Op 9 februari 2016 stuurt het hoofd van het VBE Walas een brief waarin staat dat ‘in verband met de feitelijke gang van zaken’ de overdracht van het beheer en de exploitatie in plaats van per 1 maart 2016 per 1 april 2016 zal worden overgedragen.39 Het is de onderzoekers niet bekend wat met de feitelijke gang van zaken wordt bedoeld en waarom deze overdracht met een maand wordt uitgesteld. Op 14 maart 2016 tekenen het hoofd van het VBE en Walas Projects B.V de verkoopovereenkomst.40 In de verkoopovereenkomst staat dat Walas Projects B.V. gerechtigd is de Walas Projects B.V. te vervangen voor een nog op te richten bedrijf. Afgesproken is dat Walas in de periode 1 maart 2016 tot 1 maart 2017 de Spinnerij voor eigen rekening zal beheren en exploiteren. Hoewel in februari 2016 dus is afgesproken dat de overdracht van de exploitatie en het beheer in plaats van per 1 maart 2016 per 1 april 2016 wordt overgedragen, wordt op 14 maart 2016 wel een verkoopovereenkomst getekend waarin als overdrachtsdatum 1 maart 2016 wordt afgesproken.
In de verkoopovereenkomst wordt afgesproken dat Walas uiterlijk op 1 maart 2017 onderbouwd dient aan te geven of de financiering voor de aankoop kan worden gerealiseerd. De koopsom zal dan € 3,5 miljoen bedragen. Taxatie Spinnerij Artikel 17.1 van de Spelregels uitvoering vastgoedbeleid bepaalt ‘Afstoten van vastgoed aan derden geschiedt tegen marktwaarde. Daarom wordt in dit geval te allen tijde een taxatie verricht om de marktwaarde van het object te bepalen.’ 41 Uit de documentenstudie blijkt dat de Spinnerij in de jaren voorafgaand aan de verkoop aan Walas Projects B.V. een aantal keer is getaxeerd. — De onderzoekers hebben een taxatierapport van 13 september 2010 ontvangen, waarbij de Spinnerij door een onafhankelijk beëdigd taxateur is getaxeerd voor € 5,14 miljoen.42 — Ook hebben de onderzoekers nog een taxatierapport van 1 april 2013 ontvangen waarbij de Spinnerij is getaxeerd voor € 4,886 miljoen. Onduidelijk is door wie deze taxatie is uitgevoerd.43 — De onderzoekers hebben een taxatierapport van 3 april 2014 door een onafhankelijk beëdigd taxateur ontvangen waarbij de Spinnerij is getaxeerd voor een bedrag van € 3,22 miljoen. In het taxatierapport valt te lezen dat het doel van de taxatie de toetsing van de balanswaarde alsmede mogelijke verkoop betreft.44
38 H. D’Haens, M. Sedee, E. van Barneveld, ‘Hoe gemeenten zich door een leegstandschalatan lieten misleiden’, Vrij Nederland, 6
april 2016. 39 Brief van het college van B&W van de gemeente Enschede aan Walas Projects B.V., 9 februari 2017. 40 Verkoopovereenkomst tussen gemeente Enschede en Walas Projects B.V., 9 februari 2016. 41 Spelregels voor uitvoering vastgoedbeleid 2015. 42 Taxatierapport van Snelder Zijlstra bedrijfsmakelaars, peildatum 13 september 2010. 43 Taxatierapport, peildatum 1 april 2013. 44 Taxatierapport van Boers&Lem, peildatum 3 april 2014.
20
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
— De onderzoekers hebben een taxatierapport ontvangen waarbij de Spinnerij op 1 juli 2015 door een onafhankelijk beëdigd taxateur getaxeerd is voor een bedrag van € 4,275 miljoen. 45 Voor zover de onderzoekers, op basis van voorgaande informatie, bekend is, is de laatste taxatie van de Spinnerij vóór de verkoop aan Walas uitgevoerd in juli 2015 waarbij de Spinnerij is getaxeerd voor een bedrag van € 4,275 miljoen. Dat in 2016 geen nieuwe taxatie is uitgevoerd blijkt ook uit een interne mailwisseling bij het VBE.46 Uit een interne mailwisseling bij de gemeente blijkt dat in de ‘analyse waardering vastgoed’ de Spinnerij een taxatiewaarde van € 3,5 miljoen heeft. Uit het onderwerp van de mailwisseling blijkt dat de accountant vraagt om het onderliggende taxatierapport.47 De Spinnerij is een klein jaar na de laatste taxatie verkocht aan Walas Projects B.V. voor € 3,5 miljoen euro.48 Het is de onderzoekers op basis van de aangeleverde documenten niet bekend waar deze verkoopprijs op is gebaseerd en hoe het verschil met de laatste taxatiewaarde kan worden verklaard. Ook hebben de onderzoekers geen direct betrokkenen kunnen spreken die bij de verkoop van de Spinnerij betrokken waren en hierop een toelichting konden geven. Geschil tussen gemeente (VBE)/Walas en Wellinga Halverwege 2016 komt de relatie tussen het VBE en Wellinga B.V. onder spanning te staan.
Dit heeft er onder meer mee te maken dat een getroffen betalingsregeling met Wellinga B.V. wordt stopgezet. In hoofdstuk 4 wordt nader op dit geschil ingegaan. De gemeente Enschede (VBE) blijft volgens de verkoopovereenkomst tot 1 maart 201749 eigenaar van de Spinnerij en is tot die tijd officieel de verhuurder. De gemeente voldoet volgens de verkoopovereenkomst tot 1 maart 2017 de eigenaarslasten (OZB, gemeentelijke belastingen). Walas Projects B.V. neemt tot die tijd voor haar rekening en risico de exploitatie, het beheer en het onderhoud van de Spinnerij over. Exploitatie en beheer50 Onder exploitatie wordt in de verkoopovereenkomst in ieder geval verstaan: a. het financieel en administratief beheer; b. het voeren van een financiële administratie; c. het voeren van een verhuuradministratie namens de verhuurder; en d. het verhuurmanagement, waaronder wordt verstaan: - het voorbereiden van nieuwe huurovereenkomsten, - de acquisitie van nieuwe huurders namens de gemeente, - het onderhouden van de lopende huurovereenkomsten en overige contacten met huurders namens de gemeente (relatiebeheer), en - het vastleggen van een opleverstaat van de ruimte bij nieuwe en vertrekkende huurders.
45 Taxatierapport van EuvermanTemmink en Partners bedrijfsmakelaars, peildatum 1 juli 2015. 46 Interne mailwisseling van het VBE, 24 januari 2017. 47 Interne mailwisseling gemeente 16 maart 2017. 48 Verkoopovereenkomst tussen gemeente Enschede en Walas Projects B.V., 9 februari 2016. 49 Bij brief van 9 februari 2016 is afgesproken dat dit 1 april 2017 moet zijn. 50 Artikel 1, lid 1 van de verkoopovereenkomst 14 maart 2016.
21
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
Onder beheer van de Spinnerij wordt in de verkoopovereenkomst verstaan: a. het voeren van facilitair beheer (inclusief receptie); b. het schoonmaakonderhoud aan algemene ruimten; c. verantwoordelijkheid voor een goed functionerende BHV-organisatie; d. het onderhoud aan het buitenterrein; e. het beheer en onderhoud huidige algemene ICT voorzieningen; f. het toezicht op naleving van de huisregels door huurders namens de verhuurder; g. het klein onderhoud aan het bedrijfsverzamelgebouw en het omliggende terrein. Voor het uitoefenen van de exploitatie, het beheer en het onderhoud in de Spinnerij is Walas Projects B.V. volgens de verkoopovereenkomst een vergoeding aan de gemeente verschuldigd van € 425.000 per jaar. Walas Projects B.V. is deze fee aan de gemeente verschuldigd in twaalf termijnen.51 Vanaf het moment dat Walas Projects B.V. de exploitatie en het beheer overneemt, ontvangen de huurders wel de huurfacturen van Walas Projects B.V. Op de facturen staat naast het logo van Walas ook het logo van gemeente Enschede en het rekeningnummer van gemeente Enschede. De afspraak is dat de gemeente (VBE) maandelijks de ontvangen huuropbrengsten volgens een ‘nader overeen te komen regeling’ naar Walas Projects B.V.
overmaakt.52 In de verkoopovereenkomst is verder bepaald dat de juridische levering van de Spinnerij met drie maanden kan worden verlengd tot uiterlijk 1 juni 2017, echter alleen als Walas Projects B.V. dit uiterlijk voor 1 december 2016 aangeeft, aantoonbaar kan bewijzen/aannemelijk kan maken dat de financiering wel binnen drie maanden gerealiseerd kan worden en de gemeente met een verlenging van deze termijn instemt.53
3.4 Vragen door raadslid over de verkoop van de Spinnerij Bijna een jaar na het sluiten van de verkoopovereenkomst met Walas Projects B.V., stelt raadslid Wijfjes van het CDA op 17 januari 2017 vragen aan het college over de verkoop van de Spinnerij aan Walas.54 Het college beantwoordt deze vragen op 7 februari 2017.55 Het college geeft op de vraag hoe het er met de verkoop voorstaat aan dat het college in maart 2016 heeft besloten de Spinnerij ‘voor een marktconforme prijs te verkopen aan Walas.’ Hiertoe is volgens het college een verkoopovereenkomst gesloten waarbij de feitelijke levering van het object met een jaar na ingangsdatum is uitgesteld om Walas de gelegenheid te bieden de financiering rond te maken. Op de vraag of de reputatie van Walas bij het college bekend is ‘twijfelachtige successen in Heerlen, Ede, Tilburg, Vaals, Hengelo’, antwoordt het college dat ‘standaard onderzoek [is] uitgevoerd naar de achtergronden van Walas aangevuld met een aantal indringende gesprekken’. Hieruit is volgens het college een ‘genuanceerd beeld ontstaan van de reputatie van de kopende partij.’
51 Artikel 1, lid 2 van de verkoopovereenkomst 14 maart 2016. 52 Artikel 1, lid 2 van de verkoopovereenkomst 14 maart 2016. 53 Artikel 3, lid 2 van de verkoopovereenkomst 14 maart 2016. 54 Artikel 38 RvO vragen inzake de exploitatie en verkoop van Spinnerij Oosterveld, 8 februari 2017; Op de brief waarin de vragen
worden beantwoord, staat dat de vragen zijn ingediend op 17 januari 2016. De onderzoekers gaan ervan uit dat dit een verschrijving is en dat dit gaat om 17 januari 2017. 55 Beantwoording raadsvragen door het college van 7 februari 2017.
22
GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?
Het raadslid vraagt ook wat er is gedaan aan onderzoek naar de achtergrond van Walas. Het antwoord van het college luidt: ‘We hebben een standaard onderzoek (check KVK, internet research) uitgevoerd naar de achtergronden van Walas aangevuld met een aantal indringende gesprekken en daaruit is naar voren gekomen dat Walas een voor dit object geschikte partij is. Zij zijn actief in herontwikkelen en gezond maken van bestaand vastgoed en willen het eigendom overnemen.’ Op de vraag of het college een opsomming kan geven van ‘alle projecten met zo’n verkooptraject’, antwoordt het college dat er ‘geen vergelijkbare projecten’ zijn. ‘[…] door de diversiteit van het te vervreemden gemeentelijk vastgoed zijn bijna alle trajecten maatwerk.’ Ten slotte vraagt raadslid Wijfjes hoe de raad in positie is om het verkoopproces te volgen en te beoordelen. Het college geeft aan dat de raad in maart 2016 per brief geïnformeerd is over de verkoop. Daarnaast verloopt ‘het risicodragende beheer en exploitatie door Walas naar wens en binnen de voorwaarden van de overeenkomst’ volgens het college.