EFTAL onderbouwing functiewijziging Thomas de Keyserstraat 20 d.d. 8 mei 2025 met 9 bijlagen DEF.
Tekst van het document
Onderbouwing Evenwichtige toedeling van functie aan locaties (EFTAL) ten behoeve van omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) op de locatie Thomas de Keyserstraat 20
Datum: 8 mei 2025 Versie: Ontwerp
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding................................................................................................................................ 2
1.1
Aanvraag en locatie BOPA-omgevingsvergunning..................................................................... 2
1.2
Afwijken van het omgevingsplan ................................................................................................. 2
1.3
Geldende juridische regelingen ................................................................................................... 3
1.4
Participatie en vooroverleg........................................................................................................... 4
Hoofdstuk 2 2.1
Procedure, adviezen en rechtsbescherming...................................................................... 6
Kostenverhaal, milieueffectrapport en adviezen ......................................................................... 6
Conclusie ................................................................................................................................................. 6 2.2
Procedure ..................................................................................................................................... 6
2.3
Rechtsbescherming...................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving en uitvoerbaarheidstoets......................................................................... 7
3.1
Inleiding ......................................................................................................................................... 7
3.2
Toetsing aan de instructieregels van het Rijk............................................................................ 10
3.3
Toetsing aan de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel ..................................... 12
3.4
Toetsing aan relevant gemeentelijk beleid ................................................................................ 15
3.5
Ladder voor duurzame verstedelijking (zorgvuldig ruimtegebruik en tegen van leegstand) 16
3.6
Omgevingsaspecten................................................................................................................... 17
3.6.1
Welstand, beeldkwaliteit en landschappelijke waarden ....................................................... 17
3.6.2
Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 18
3.6.3
Landschappelijke waarden .................................................................................................... 20
3.6.4
Cultuurhistorische waarden ................................................................................................... 20
3.6.5
Archeologische waarden ....................................................................................................... 23
3.6.6
Bodem- en grondwaterkwaliteit ............................................................................................. 24
3.6.7
Waterhuishouding en klimaatadaptatie ................................................................................. 25
3.6.8
Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) ........................................................................ 27
3.6.9
Natuurnetwerk Nederland (NNN) .......................................................................................... 28
3.6.10
Beschermde planten- en diersoorten.................................................................................... 29
3.6.11
Activiteiten en milieuzonering ................................................................................................ 30
3.6.12
Geluidhinder ........................................................................................................................... 32
3.6.13
Lichthinder ......................................................................................................................... 33
3.6.14
Energietransitie.................................................................................................................. 34
3.6.15
Luchtkwaliteit ..................................................................................................................... 34
3.6.16
Trillinghinder ...................................................................................................................... 34
3.6.17
Geurhinder ......................................................................................................................... 34
3.6.18
Externe veiligheid / Omgevingsveiligheid......................................................................... 34
3.6.19
Overige fysieke veiligheid ................................................................................................. 36
3.6.20
Sociale veiligheid ............................................................................................................... 37
3.6.21
Gezondheid ....................................................................................................................... 37 1
Hoofdstuk 4
Conclusie ........................................................................................................................... 38
4.1 Eindconclusie...................................................................................................................................... 38
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanvraag en locatie BOPA-omgevingsvergunning
Er is een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) ingediend voor het wijzigen van de functie van de Apostel Thomaskerk op de locatie Thomas de Keyserstraat 20 (kadastraal bekend als gemeente Lonneker, sectie N, nummer 11938). Deze locatie ligt in de wijk Stadsveld, in het stadsdeel West.
Afbeelding 1.1: perceel Thomas de Keyserstraat 20 (gele lijn is kadastrale grens) De aanvraag heeft betrekking op het vestigen van woonzorginstelling met 24 woonzorgappartementen (beschermd wonen). Op de locatie zal 24-uurs-zorg, structuur en begeleiding worden geleverd aan volwassenen die niet zelfstandig kunnen wonen. Het betreft mensen met psychische problemen of een verstandelijke beperking. Allen beschikken over zelfstandige woonruimte met slaapkamer en badkamer. De bewoners beschikken over een zinvolle dag-invulling in de vorm van dagbesteding, werk, school, vrijwilligerswerk. Er is te allen tijde (24-uurs) toezicht en begeleiding op de locatie aanwezig. In het kader van de functiewijziging wordt het bestaande pand verbouwd en worden 4 coniferen op eigen terrein gekapt. Het overige groen en de bomenstructuur aan de achterzijde van het perceel blijven behouden. (Hetgeen in deze paragraaf staat beschreven wordt hierna genoemd: het Initiatief).
1.2
Afwijken van het omgevingsplan
Het perceel Thomas de Keyserstraat 20 heeft in het omgevingsplan (tijdelijk deel omgevingsplan, onderdeel ‘Stadsveld Pathmos 2019’) de functies ‘Maatschappelijk-Religie’ en een bestemming ‘Groen’. De vestiging van een woonzorginstelling past niet binnen de bestemming ‘Maatschappelijk-Religie’, omdat binnen deze bestemming alleen maatschappelijke voorzieningen voor het houden van religieuze diensten, uitvaart- en rouwdiensten, het voltrekken van huwelijken en het houden van activiteiten op maatschappelijk, cultureel en sociaal gebied, als onderdeel van de maatschappelijke-religieuze voorziening zijn toegestaan. Ook zijn binnen deze bestemming maatschappelijk basisfuncties toegestaan. Een woonzorginstelling valt daar niet onder en past niet binnen de mogelijkheden van het geldende omgevingsplan. Uitsluitend met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) kan medewerking aan het plan worden verleend.
2
1.3
Geldende juridische regelingen
De locatie Thomas de Keyserstraat 20 valt onder het geldende bestemmingsplan “Stadsveld-Pathmos 2019”, dat op 1 februari 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Het bestemmingsplan is onherroepelijk. Het bestemmingsplan maakt sinds 1 januari 2024 onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Daarin heeft het perceel de bestemmingen ‘Maatschappelijk-Religie’ en ‘Groen’. Ook gelden er ter plaatse enkele (gebieds)aanduidingen.
Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan ‘Stadsveld-Pathmos 2019’ (bron: regelsopdekaart.nl) Functie Maatschappelijk- Religie’ Gronden met de functie ‘Maatschappelijk-Religie’ zijn bestemd voor een maatschappelijke voorziening voor het houden van religieuze diensten, uitvaart- en rouwdiensten, het voltrekken van huwelijken en het houden van activiteiten op maatschappelijk, cultureel en sociaal gebied, als onderdeel van de maatschappelijke-religieuze voorziening en maatschappelijke basisfuncties. Daarnaast zijn bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen toegestaan. Het gebouw heeft de aanduiding ‘karakteristiek’. Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning wijzigingen aan te brengen in de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van bebouwing. Daaronder wordt ook het geheel of gedeeltelijk slopen van bebouwing verstaan. In het bestemmingsplan zijn ook een aantal uitzonderingen aangegeven voor wijzigingen aan bebouwing waarvoor het verbod niet geldt.
Functie ‘Groen’ Gronden met de functie ‘Groen’ zijn bestemd voor groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, waterlopen, waterbergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing, in- en uitritten, wandel- en fietspaden, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen; bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken. Gebiedsaanduidingen Het perceel heeft tevens de gebiedsaanduiding ‘overige zone- cultuurhistorische structuur’. Ter plaatse van deze aanduiding is het niet toegestaan om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bouwkundige wijzigingen aan te brengen die zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied dan wel bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen voor zover de te slopen delen zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied. Hieronder worden ook wijzigingen en sloop van bijgebouwen, tuinmuren en hekken begrepen, voor zover deze mee-ontworpen zijn met de oorspronkelijke bebouwing. Alvorens een omgevingsvergunning voor het Initiatief wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige.
Daarbij wordt getoetst aan de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. De beleidsregel ‘Koesteren cultuurhistorie’ die geldt vanaf mei 2021 is de huidige beleidsregel.
3
Ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische structuur' is het niet toegestaan om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren, voor zover de volgende omstandigheden van toepassing zijn: - de werken of werkzaamheden zijn aanwezig in of zijn zichtbaar vanuit het openbaar toegankelijk gebied danwel hebben een invloed die zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied. Het gaat hierbij om werken of werkzaamheden die aanwezige cultuurhistorische waarden kunnen aantasten. Daarbij gaat het in ieder geval om: - het aanleggen, verleggen of verharden van wegen, paden of andere (half)verhardingen; - het vellen, rooien of verwijderen van bomen, hagen en andere houtopstanden; - het graven en/of dempen van waterlopen (met uitzondering van greppels). Tenslotte heeft een gedeelte van het perceel de aanduiding ‘overige zone-archeologisch onderzoeksgebied a’. Ter plaatse van de aanduiding "archeologisch onderzoeksgebied a” mogen, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte van meer dan 250 m².
Van dit verbod kan worden afgeweken middels omgevingsvergunning indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (uitvoeren archeologisch onderzoek).
1.4
Participatie en vooroverleg
Participatie Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een BOPA moet de gemeente aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij moet worden aangegeven op welke wijze het gemeentelijke participatiebeleid is toegepast. Binnen de gemeente Enschede gelden de 'Participatieverordening gemeente Enschede 2022' en de op basis daarvan opgestelde "handreiking participatie voor initiatieven Omgevingswet". De principes uit deze handreiking zijn gevolgd bij het Initiatief. Aan de hand van het beantwoorden van een viertal vragen wordt duidelijk dat het Initiatief aangemerkt als een plan met middelgrote gevolgen voor de buurt. De handreiking geeft aan dat bij middelgrote plannen het sturen of overhandigen van een brief aan mensen in de buurt meestal genoeg is. De handreiking vermeld verder dat het bij middelgrote plannen goed is om ook een dorps- of wijkraad te betrekken. Het Initiatief betreft verder een activiteit als genoemd in de door de gemeenteraad vastgestelde Lijst Participatieplicht BOPA. In de lijst is onder nummer 13 opgenomen dat voor aanvragen waarbij sprake is van huisvesting van kwetsbare groepen adviesrecht geldt en participatie verplicht is. -
-
-
Omwonenden en betrokkenen zijn geïnformeerd over de ontwikkeling. Dat is op volgende wijze gebeurd: Naar aanleiding van de publicatie van de ontvangen aanvraag hebben in september 2024 vijf buurtbewoners een prematuur bezwaar ingediend. Vier buurtbewoners hebben aangegeven dat hun gegevens mogen worden gedeeld met de zorgorganisatie, . De zorgorganisatie heeft na het ontvangen van de informatiecontact opgenomen met deze mensen en hen persoonlijk uitgenodigd voor een gesprek op de andere locatie van de initiatiefnemer binnen de gemeente Enschede. Op 1 oktober 2024 is een aantal van deze omwonenden op bezoek geweest bij de locatie beschermd wonen aan de Lage Bothofstraat in Enschede. Tijdens dit bezoek zijn onder andere vragen gesteld en beantwoord over de doelgroep en de werkwijze van de initiatiefnemer. Ook is de mogelijkheid voor een rondleiding geboden. Daarvan hebben twee mensen gebruik gemaakt. In januari 2025 hebben wij samen met de zorgorganisatie op ca. 150 adressen in de directe omgeving van de Thomas Apostelkerk een flyer en een brief verspreid. Daarin zijn de plannen voor de Apostel Thomaskerk toegelicht alsook de te volgen procedure. Via het telefoonnummer en het e-mailadres dat in de flyer aangegeven staat, kunnen de omwonenden te allen tijde in contact komen met de initiatiefnemer.
De buurt is verder welkom bij bestaande woonlocaties van om een indruk te krijgen van de organisatie en de activiteiten. wil betrokken zijn bij de buurt en een aanvulling zijn op de wensen en behoeften vanuit de buurt. De organisatie wil hierbij haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen door in de buurt te participeren. Hierbij wordt uitdrukkelijk gekozen voor een andere aanpak dan de geëigende zorgbenadering. Zij willen aansluiten bij wat in de wijk leeft. Naast het organiseren van activiteiten voor cliënten, willen zij activiteiten voor de buurt organiseren. Zij willen initiatieven organiseren die van waarde zijn voor iedereen. Denk bijvoorbeeld aan een huiskamerrestaurant waar ontmoeting met de buurt vanzelf gaat, wandeldiensten met ontmoetingsmoment of het onderhoud van het groen achter het gebouw. Cliënten van komen niet alleen wonen, zij komen bijdragen. De buurt wordt hierbij uitgenodigd om mee te denken over de initiatieven en om de organisatie te leren kennen. De flyer is als bijlage 1 aangehecht.
4
Wijkraad Stadveld De gemeenteraad heeft samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en dorps- en wijkraden vastgesteld. Deze afspraken zijn het resultaat van een coproductieproces tussen de gemeente en de buurtkringen, dorpsraden en wijkraden van Enschede. In 18 wijken in Enschede is een wijkorgaan actief die gesubsidieerd wordt door de gemeente. Er zijn 3 samenwerkingsniveaus voor 2024 vastgelegd. Voor alle wijkorganen geldt dat tijdig informeren over ontwikkelingen een uitgangspunt is. De wijkraad ‘Stadsveld’ is op de hoogte van het Initiatief. De wijkraad is nauw betrokken geweest bij de oplevering van een Gezonde Buurt, een plek waar wij in het groen ontmoeting, bewegen en spelen hebben toegevoegd in het afgelopen jaar. Dat is feitelijk in de achtertuin van de kerk, dus bij de planmakerij (waar ook de wijkraad van op de hoogte was) is ook telkens aangegeven dat de kerk niet lang meer leeg zou staan, omdat er werd gezocht naar nieuwe huurders. Daarbovenop is de wijkraad ook betrokken bij de planvorming rondom de herstructurering van het Thomas de Keyserplein aan de andere kant van de kerk, waarbij meermalen is aangegeven dat de kerk een andere bestemming zou krijgen. De wijkregisseur heeft verder aan de voorzitter en de secretaris van de wijkraad de aan de omwonenden verspreidde flyer en brief per e-mail toegestuurd.
Hier is – behalve de ontvangstbevestiging door de secretaris – geen inhoudelijke reactie op ontvangen. Vooroverleg Provincie Het Initiatief betreft geen ontwikkeling waarbij ruimtelijke belangen van andere gemeenten, het waterschap Vechtstromen of het Rijk in het geding zijn. Daarom is voor dit Initiatief afgezien van het plegen van vooroverleg. Vooroverleg met de provincie is in beginsel alleen aan de orde bij gevallen die expliciet als provinciaal belang zijn benoemd in het provinciale beleidskader ‘Samenwerken en sturen bij ruimtelijke ontwikkelingen’. Onderdeel van dat beleidskader is een ‘Uitzonderingenlijst vooroverleg 2023’ met gevallen waarvoor geen vooroverleg met de provincie noodzakelijk is. Op grond van het bepaalde in artikel 3 lid 1 en paragraaf II van de uitzonderingenlijst is geen advies, instemming en vooroverleg van de provincie nodig voor ruimtelijke initiatieven in het stedelijk gebied, die betrekking hebben op bijzondere doeleinden. Onder bijzondere doeleinden worden verstaan: lokale educatieve, sociale, medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve en welzijnsvoorzieningen, evenals overige maatschappelijke voorzieningen, met bijbehorende voorzieningen, zoals wegen en groen. Het Initiatief is volledigheidshalve voorgelegd aan de Provincie. De provincie is akkoord met het plan.
5
Hoofdstuk 2 2.1
Procedure, adviezen en rechtsbescherming
Kostenverhaal, milieueffectrapport en adviezen
Kostenverhaal Het Initiatief betreft een bouwplan als bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit, waarvoor kostenverhaal wettelijk verplicht is. Er is een anterieure overeenkomst gesloten met de aanvrager, waarin tevens bepalingen ten aanzien van nadeelcompensatie zijn opgenomen. Milieueffectrapport (MER) Een functiewijziging waarbij geen sprake is van een nieuw planologisch ruimtebeslag wordt niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt (zie de overzichtsuitspraak van de Afdeling van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). In dit geval beoordelen het gebruik van het kerkgebouw ten behoeve van maatschappelijke doeleinden (religie) in relatie tot het Initiatief. Het initiatief zal een beperkt planologisch beslag leggen op de ruimte, doordat het bestaande gebouw slechts uitgebreid wordt met een vergunningsvrije rokersruimte van 4 m2 en nieuwe bestrating van ca. 148 m2. Het zal ook voor wat betreft de gewijzigde gebruiksfunctie niet op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten tot gevolg hebben. Wij merken daarom het Initiatief niet aan als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 5.129g BKL. Zie ook paragraaf 3.5. Conclusie Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling is er geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling nodig voor deze omgevingsvergunning.
Advies gemeenteraad Het Initiatief dient voor (bindend) advies te worden voorgelegd aan de gemeenteraad voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend. Het Initiatief valt onder categorie 13 van de lijst adviesrecht en participatie 2022 (huisvesting kwetsbare groepen) en categorie 16 (uitgebreide procedure van toepassing). Op 20 mei 2025 is het ontwerpbesluit met de daarbij behorende stukken beschikbaar gesteld aan de gemeenteraad. De gemeenteraad is om advies gevraagd. De gemeenteraad zal in de raadsvergadering van juli 2025 een advies uitbrengen. Advies en instemming provincie Het Initiatief betreft geen ontwikkeling van provinciaal belang zoals benoemd in het provinciale beleidskader ‘Samenwerken en sturen bij ruimtelijke ontwikkelingen’. Het Initiatief betreft een project dat betrekking heeft op een functiewijzing op een bestaand perceel in de bebouwde kom. Er is in dit geval sprake van een lokaal initiatief om een maatschappelijke voorziening te realiseren. Op grond van het bepaalde in artikel 3 lid 1 en paragraaf II van de uitzonderingenlijst is geen advies, instemming en vooroverleg van de provincie nodig voor ruimtelijke initiatieven in het stedelijk gebied, die betrekking hebben op bijzondere doeleinden.
Onder bijzondere doeleinden worden verstaan: lokale educatieve, sociale, medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve en welzijnsvoorzieningen, evenals overige maatschappelijke voorzieningen, met bijbehorende voorzieningen, zoals wegen en groen. Ondanks bovenstaande is het Initiatief voorgelegd aan de Provincie. De provincie is akkoord met het plan. Conclusie De gemeenteraad en de Provinciale Staten hebben positief gereageerd op voorliggend Initiatief.
2.2
Procedure
Op grond van artikel 16.65 lid 4 van de Omgevingswet is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing verklaard op de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning. Het betreft de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Afdeling 3.4 van de Awb biedt een uitgebreide inspraakmogelijkheid door belanghebbenden in de gelegenheid te stellen zienswijzen naar voren te brengen. Dit draagt bij aan een zorgvuldige voorbereiding van het besluit, zoals vereist in artikel 3:2 van de Awb. Op deze wijze wordt ook het besluitvormingsproces transparanter. Het conceptbesluit wordt gepubliceerd en belanghebbenden krijgen de kans om te reageren voordat een definitief besluit wordt genomen. Kortom, afdeling 3.4 van de Awb is van toepassing verklaard om te zorgen voor een zorgvuldige, transparante en juridisch houdbare besluitvorming, waarbij burgers en belanghebbenden een betekenisvolle rol spelen.
6
Terinzagelegging ontwerpbesluit Het ontwerpbesluit wordt voor een periode van zes weken digitaal ter inzage gelegd. Deze terinzagelegging biedt belanghebbenden de mogelijkheid om tijdens die periode zienswijzen naar voren te brengen bij burgemeester en wethouders. De bekendmaking van de terinzagelegging en de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen wordt digitaal gepubliceerd in het Gemeenteblad en daarnaast ook in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis". Zienswijzen Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door burgemeester en wethouders betrokken bij de besluitvorming omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning. Het verslag wordt voorafgaand aan de besluitvorming toegezonden aan aanvrager en de indieners van zienswijzen. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden tot het geven van een nadere mondelinge toelichting voorafgaand aan de besluitvorming door burgemeester en wethouders.
2.3
Rechtsbescherming
Het besluit op de aanvraag wordt voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Zodra een definitief besluit genomen is op de aanvraag staat voor belanghebbenden de mogelijkheid open van beroep instellen bij de Rechtbank. Vervolgens is er nog de mogelijkheid tot instellen van hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving en uitvoerbaarheidstoets
Inleiding
Op het perceel Thomas de Keyserstraat 20 is de voormalige Apostel Thomas kerk met bijgebouwen aanwezig. In afbeelding 3.1 van deze onderbouwing is de planlocatie globaal aangegeven (gele cirkel). Het betreft een markant punt in de wijk. Aan de westzijde van het perceel is een grasveld gelegen, aan de oostzijde parkeergelegenheid. De Apostel Thomas Kerk is lange tijd in gebruik geweest als kerk. Vanwege het samenvoegen van drie kerken in de huidige Ontmoetingskerk aan de Varviksingel heeft deze kerk zijn religieuze functie verloren. De aanvraag ziet op het realiseren van 24 woonzorgappartementen met bijbehorende ruimten in de Apostel Thomas kerk. Deze appartementen worden gerealiseerd op de begane grond en op een gedeelte van de verdieping. De functie woonzorgvoorziening zoals deze hier gaat plaatsvinden betreft weliswaar een maatschappelijke functie, maar is niet binnen de bestemming ‘Maatschappelijk- religie’ toegestaan. In de afbeeldingen 3.1 t/m 3.5 is de locatie weergegeven, evenals de inrichtingstekening en huidige aanzichten van het perceel.
7
Afbeelding 3.1: ligging planlocatie
Afbeelding 3.2: Situatietekening/plattegrond nieuwe situatie (bron: Pr8 Architecten)
8
Afbeelding 3.3: zicht op de projectlocatie vanaf de Thomas de Keyserstraat
Afbeelding 3.4: zicht op de projectlocatie vanaf de Thomas de Keyserstraat
9
Afbeelding 3.5: zicht op de projectlocatie vanaf de Rembrandtlaan Het perceel en pand worden gehuurd door een zorgorganisatie ( . Tussen de initiatiefnemer en deze zorgorganisatie is een intentieovereenkomst gesloten. Voor de beoordeling van de functie (wonen en zorg) is gebruik gemaakt van de informatie die verstrekt is door de zorgorganisatie Op de locatie zal door zorgorganisatie 24-uurs-zorg, structuur en begeleiding worden geleverd aan volwassenen die niet zelfstandig kunnen wonen. Het betreft mensen met psychische problemen en/of een verstandelijke beperking. Allen beschikken over zelfstandige woonruimte met eigen kookgelegenheid, woonkamer, slaapkamer en badkamer. De appartementen hebben een oppervlakte tussen 36 m2 en 57 m2. De bewoners beschikken over een zinvolle daginvulling in de vorm van dagbesteding, werk, school of vrijwilligerswerk. Er is te allen tijde (24-uurs) toezicht en begeleiding op de locatie aanwezig. In het kader van de functiewijziging wordt het bestaande pand intern verbouwd en vinden er aanpassingen aan de gevels en het uiterlijk van de gebouwen plaats. Naast de appartementen zullen er een activiteitenruimte, slaapwachtruimte, bergingen en een (kleine) rookruimte worden gerealiseerd. Ten behoeve van het Initiatief is een inrichtingsplan opgesteld dat als bijlage 2 aan deze onderbouwing is aangehecht (zie ook afbeelding 3.2).
Er worden 4 bomen (coniferen) op eigen terrein gekapt. Het overige groen en de bomenstructuur aan de achterzijde van het perceel blijven behouden. Er wordt een taxushaag aangeplant aan de westzijde van het gebouw. De bestaande inrit (zijde Rembrandtlaan) blijft gehandhaafd. Vier niet-openbare parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd. Twee van de parkeerplaatsen hebben een aansluiting op een laadpaal. Aan de zijde van de Thomas de Keyserstraat worden daarnaast 9 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd die worden toegerekend aan de planlocatie. De openbare ruimte wordt hiervoor heringericht. De herinrichting wordt uitgevoerd door de gemeente Enschede. In de overeenkomst met de ontwikkelaar zijn hierover afspraken opgenomen. Op het dak van het gebouw zullen zonnepanelen worden geplaatst (vergunningvrij). Het pand zal geheel gasloos worden. Daarom worden individuele warmtepompen gebruikt. De bijbehorende buitenunits zullen op het dak van het gebouw worden geplaatst.
3.2
Toetsing aan de instructieregels van het Rijk
In deze paragraaf wordt de aanvraag getoetst aan beleid en regelgeving van het Rijk, zoals benoemd in de instructieregels voor omgevingsplannen en BOPA-omgevingsvergunningen in hoofdstuk 5 Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl), voorzover deze niet in overige paragrafen in deze onderbouwing aan de orde komen. Onderstaand zijn de voor een BOPA-omgevingsvergunning meest relevante instructieregels van het Rijk benoemd.
10
✓
Artikel. 5.37, 1e lid Bkl: Watertoets (weging van het waterbelang) De weging van het waterbelang is het rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het Initiatief heeft geen invloed op een aantal specifieke rijksbelangen zoals: • De bescherming van primaire waterkeringen • Het behoud waterveiligheid kust • Het behoud waterveiligheid grote rivieren • Het IJsselmeergebied. Voor wat betreft het Initiatief zijn er geen waterbelangen van het Rijk in het geding. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande bebouwing. De bebouwde oppervlakte wordt niet vergroot. In de paragraaf 3.6.7 “Waterhuishouding en klimaatadaptatie” wordt nader ingegaan op het plan in relatie tot het aspect water.
✓
Paragraaf 5.1.4.1 (art. 5.50 en verder) Bkl Luchtkwaliteit (fijnstof en stikstofdioxide) Aan deze omgevingswaarde hoeft niet te worden getoetst indien een ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Hierbij dient te worden opgemerkt dat een aantal veelvoorkomende activiteiten op voorhand als ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) een bijdrage leveren aan de luchtverontreiniging (de zgn. standaardgevallen). Op grond van artikel 5.54 Bkl valt de transformatie van het kerkgebouw naar zorgwoningen onder de NIBM-regeling. De verkeersgeneratie blijft beperkt. Een kerkgebouw trekt doorgaans bezoekers tijdens specifieke momenten (zoals zondagsdiensten), vaak met een relatief grote verkeersstroom op piekmomenten. Bij transformatie van het kerkgebouw naar zorgwoningen wordt dit patroon vervangen door een constantere, maar lagere verkeersbelasting. Dit betekent dat de extra uitstoot van NO₂ en PM10 door verkeer gering blijft en in ieder geval onder de 3%-drempel valt. Bij de realisatie van zorgwoningen in het kerkgebouw zijn er geen grote emissiebronnen zoals industriële activiteiten of intensief verkeer. De belangrijkste factor voor luchtkwaliteit is verkeer, de toename blijft in dit geval beperkt en daarmee blijft de ontwikkeling binnen de NIBMgrenzen. Het aantal woningen is beperkt.
De locatie ligt niet in een gebied met al hoge concentraties luchtverontreiniging (zoals langs snelwegen) en de verkeersafwikkeling goed wordt georganiseerd. Het Initiatief heeft een beperkte invloed op de luchtkwaliteit en valt daarmee onder NIBM. Hierdoor hoeft er geen formele toetsing plaats te vinden.
✓
Paragraaf 5.1.4.2 (art. 5.55 en verder) Bkl Geluid door milieubelastende activiteiten Activiteiten en Milieuzonering vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het Initiatief, onder de voorwaarde dat een aangewezen gevel aan de oostzijde van het pand uitgevoerd wordt als een niet geluidgevoelige gevel uitgevoerd. Op de tekeningen behorende bij de aanvraag wordt aangegeven dat de gevel blind wordt uitgevoerd, waardoor deze automatisch ook een niet-gevoelige (dove) gevel is. Een nadere uitleg wordt gegeven in paragraaf 3.6.11 “Activiteiten en milieuzonering” Met de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling worden er geluidsgevoelige gebouwen aan de omgeving toegevoegd. Het initiatief ligt niet binnen de invloedsfeer van industrielawaai en railverkeerlawaai. Gelet op de geluidsrapporten waarin getoetst is aan het Bkl en het geluidbeleid van de gemeente Enschede kan met het realiseren van een blinde (en dus automatisch niet-geluidgevoelige) gevel worden voldaan aan standaard geluidswaarden. Het Initiatief wordt niet beperkt door het onderdeel Geluidhinder. Een nadere uitleg wordt gegeven in paragraaf 3. 6.12 “Geluidshinder”.
✓
Paragraaf 5.1.4.2a (art. 5.78 en verder) Bkl Geluid door industrieterreinen, wegverkeer en spoorwegen Het Initiatief wordt niet gerealiseerd in een aangewezen geluidsaandachtsgebied voor industrielawaai en ligt niet binnen de zone die geldt voor railverkeerlawaai. Ook het wegverkeer zal geen beperkende factor zijn voor de BOPA. Zie hiervoor paragraaf 3.6.12 “Geluidshinder”.
✓
Paragraaf 5.1.4.4 (art. 5.79 en verder) Bkl Trillingen door milieubelastende activiteiten Er is geen sprake van de toename van trillingen door milieubelastende activiteiten.
✓ Paragraaf 5.1.4.5 (art. 5.89g en verder) Bkl Bodemkwaliteit Er is een bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van het bouwrijp maken en de ontwikkeling naar bedrijventerrein. Een nader onderzoek is niet vereist. Zie hiervoor paragraaf 3.6.6 “Bodem- en grondwaterkwaliteit”.
✓ Paragraaf 5.1.4.6 (art. 5.90 en verder) Bkl Geurhinder door milieubelastende activiteiten Niet van toepassing. ✓
Artikel 5.130, Bkl bescherming van monumenten, archeologische waarden en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, elementen en structuren In dit artikel is bepaald dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Het gaat daarbij om beschermde monumenten en archeologische monumenten, maar ook om beschermde stads- en dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen. Op het perceel zijn geen monumenten aanwezig.
11
o Het bestaande gebouw is aangeduid als karakteristiek in het geldende omgevingsplan. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 3.6.4 “Cultuurhistorische waarden”. o Het perceel maakt onderdeel uit van een cultuurhistorische structuur, die ook is opgenomen in het bestemmingsplan/tijdelijke deel omgevingsplan ‘Stadsveld-Pathmos 2019’. Deze structuur wordt door het Initiatief niet gewijzigd. o In het geldende omgevingsplan kent het perceel voor een gedeelte een aanduiding ten aanzien van archeologie (archeologisch onderzoeksgebied a). Voor bodemroerende werkzaamheden boven 250 m2 en dieper dan 0.50 meter is een omgevingsvergunning vereist. Deze toets heeft plaatsgevonden. Er vinden slechts beperkt bodemroerende werkzaamheden plaats, zoals herbestrating en een kleine toevoeging van klinkerbestrating van in totaal ca. 148 m2, waarbij geen werkzaamheden plaatsvinden die dieper zijn dan 0.50 m. Daarnaast wordt aan het bestaande gebouw een vergunningvrije rookruimte van 4 m2 toegevoegd. De oppervlakte bodemroerende werkzaamheden is kleiner dan 250 m2. Een nadere beschouwing op dit onderdeel is daarom niet vereist. ✓
Artikel 5.150 t/m 5.155 Bkl voorkomen van radarverstoring (nationale veiligheid) Dit artikel is niet van toepassing, aangezien de hoogte van de bebouwing slechts zeer beperkt wijzigt (installaties op dak).
✓
Artikel 5.159 Bkl waarborgen functionaliteit hoogspanningsverbinding 220 Kv (vitale rijksinfrastructuur); Dit artikel is niet van toepassing, aangezien de locatie niet in de nabijheid van een dergelijke verbinding ligt.
✓
Artikel 5.160/5.161 Bkl voorkomen belemmeringen voor de scheepvaart op het Twentekanaal Dit artikel is niet van toepassing, gezien de locatie en afstand tot het Twentekanaal.
✓
Artikel 5.161c Bkl aanwijzing woningbouwcategorieën voor het bouwen en instandhouden van sociale huur, sociale koop, middeldure huur en de realisatie van woningen in particulier opdrachtgeverschap. Dit artikel is niet van toepassing, aangezien het geen realisatie van reguliere woningen betreft, maar een maatschappelijke functie.
✓
Artikel 5.162 Bkl Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte In dit artikel is bepaald dat voor zover een omgevingsplan of BOPA voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, in een BOPA rekening wordt gehouden met het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. Rondom het plangebied wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht. Dit betreft een opzichzelfstaande herinrichting van de openbare ruimte. Aan de zijde van de Thomas de Keyserstraat worden openbare parkeerplaatsen gerealiseerd. Negen van de parkeerplaatsen worden toegerekend aan de planlocatie Thomas de Keyserstraat. Er bevinden zich geen obstakels in de openbare ruimte/op de parkeerplaatsen. De bestaande trap bij de kerk wordt ietwat ingekort, waardoor een vrije en obstakelvrije doorgang over het voetpad/de stoep aanwezig is.
✓
Artikel 5.163 Bkl Voorkomen van belemmeringen van het gebruik en beheer van de hoofdspoorwegen (Hengelo – Enschede – Glanerbrug – Gronau en Hengelo – Oldenzaal) en de rijkswegen A35, N35 en N18 Dit artikel is niet van toepassing, gezien de afstand tot deze (spoor)wegen. Conclusie Het Initiatief levert geen strijdigheid met de instructieregels van het Rijk op.
3.3
Toetsing aan de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel
In deze paragraaf wordt het Initiatief getoetst aan beleid en regelgeving van de provincie Overijssel, zoals benoemd in de instructieregels voor omgevingsplannen en BOPA-omgevingsvergunningen in hoofdstuk 4 van de provinciale omgevingsverordening Overijssel 2024, voor zover deze niet in overige paragrafen in deze onderbouwing aan de orde komen. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel In afdeling 4.3 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat omgevingsplannen een onderbouwing moeten bevatten waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij moet het plan getoetst worden aan het 'uitvoeringsmodel' en de 'catalogus gebiedskenmerken' uit de Omgevingsvisie Overijssel (artikel 4.9 van de Omgevingsverordening). Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelingsperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken). In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
12
✓ Afdeling 4.2 Overijsselse ladder van duurzame verstedelijking Deze afdeling stelt voor de provincie de provinciale doelstellingen voor “ruimtelijke kwaliteit”, ”duurzaamheid” en ”sociale kwaliteit”, aanvullende eisen op de “ladder voor duurzame verstedelijking” en is gericht op concentratie van ”stedelijke functies” in kernen, het bevorderen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en toekomstbestendigheid. o Artikel 4.4 (principe van concentratie) Dit artikel bepaalt dat omgevingsplannen (en omgevingsvergunningen voor een BOPA) alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk maakt als die voorzien in een ”lokale behoefte” of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Het Initiatief heeft betrekking op de functiewijziging van een bestaand gebouw en bestaand perceel binnen bestaand stedelijk gebied. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van een woonzorgvoorziening. Dit betreft een stedelijke voorziening/functie. Ten aanzien van de onderbouwing van de behoefte aan deze ontwikkeling wordt verwezen naar paragraaf 3.4. “Toetsing aan relevant gemeentelijke beleid”.
13
✓
Afdeling 4.3 Ruimtelijke kwaliteit Deze afdeling is gericht op het versterken van ruimtelijke kwaliteit door het toepassen van de OF-, WAAR- en HOE-benadering volgens het uitvoeringsmodel van de omgevingsvisie Overijssel. In artikel 4.8 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat omgevingsplannen een onderbouwing moeten bevatten waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. o Artikel 4.9 onderbouwing ruimtelijke kwaliteit Dit artikel bepaalt dat het plan moet worden getoetst worden aan het 'uitvoeringsmodel' en de 'catalogus gebiedskenmerken' uit de Omgevingsvisie Overijssel. Voor het plangebied geldt het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen stedelijke netwerken'. Binnen dit ontwikkelingsperspectief zorgen herstructurering en transformatie voor het vitaal en aantrekkelijk houden van het gebied, en het vergroten van de diversiteit aan milieus. Bij herstructurering is het anticiperen op klimaatverandering en het reserveren van ruimte voor groen en water van belang, evenals het leveren van een bijdrage aan de energietransitie (treffen duurzaamheidsmaatregelen). Het Initiatief ziet op de functiewijziging van een kerk in een woonzorgvoorziening. Daarmee wordt een nieuwe functie gegeven aan vrijkomend religieus erfgoed. Bij de uitvoering van het plan wordt rekening gehouden met ruimte voor water.
De groene structuren rondom de planlocatie blijven behouden. In het plangebied zijn de volgende gebiedskenmerken aangeduid binnen de diverse lagen: - 'Natuurlijke laag': 'Dekzandvlakte en ruggen' - 'Stedelijke laag': 'Woonwijken 1955-nu' In de Laag voor het agrarisch cultuurlandschap en de Laag van Beleving heeft de planlocatie geen kenmerken. De ‘woonwijken van 1955 tot nu’ zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningen centra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Bij ontwikkelingen geldt dat nieuwe functies voor markante gebouwen zoals leegkomende kerken bijdragen aan behoud van het karakter van de wijk. Herstructurering van naoorlogse wijken is een belangrijke opgave voor vitale steden. De wijken van na de oorlog behouden hierbij hun eigen karakter. Markante gebouwen zoals leegkomende kerken en winkelstrips worden waar mogelijk behouden door ze een nieuwe functie te geven. De natuurlijke laag is niet meer als zodanig herkenbaar, vanwege de ligging in bestaand bebouwd gebied.
Het Initiatief draagt bij aan het behoud van het voormalige markante kerkgebouw. Door de functiewijziging blijft het gebouw en cultuurhistorische waarden voor de toekomst behouden en door het gebruik van zonnepanelen en warmtepompen wordt bijgedragen aan duurzaamheidsmaatregelen. Het Initiatief is in lijn met de gebiedskenmerken. o Artikelen 4.11 “kwaliteitsimpuls Groene Omgeving” en 4.12 “Cultureel erfgoed” In deze artikelen wordt aandacht besteed aan de groene omgeving en cultureel erfgoed. Er dient rekening gehouden te worden met de cultuurhistorische waarden in het gebied, waaronder historische landschappen, archeologische vindplaatsen en cultuurhistorische waardevolle gebouwen en bouwwerken. Onderbouwd dient te worden op welke wijze rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarden. In paragraaf 3.6.4 “Cultuurhistorische waarden” wordt uitgebreid ingegaan op de cultuurhistorische waarden in relatie tot het Initiatief. Hieruit blijkt dat er in het Initiatief nadrukkelijk rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarden van de locatie en cultuurhistorische structuur en dat er met de uitvoering van het plan geen onevenredige afbreuk aan die waarden wordt gedaan.
✓
Afdeling 4.4: Sturen op water en bodem Deze afdeling ziet op het behouden en versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Het Initiatief heeft betrekking op een functiewijziging van bestaande bebouwing waarbij de oppervlakte bebouwing op het perceel niet toeneemt. Ten aanzien van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem zorgt het Initiatief niet voor wijzigingen. Daarmee blijft het water- en bodemsysteem ongewijzigd en wordt voldaan aan de instructieregel (artikel 4.13 van de Omgevingsverordening).
✓ Afdeling 4.5 Wonen, werken en recreëren Afdeling 4.5 van de Omgevingsverordening bevat onder andere instructieregels ten aanzien van woningbouw, detailhandel, werklocaties (bedrijventerreinen en kantoren) en verblijfsrecreatie (vooral over recreatiewoningen). Zoals in paragraaf 3.4 “Toetsing aan relevant gemeentelijke beleid” wordt toegelicht past het Initiatief binnen het lokale Enschedese beleid. Dit lokale beleid is opgesteld in lijn met het provinciale beleid. Daarmee voldoet het Initiatief ook aan de Omgevingsverordening. Conclusie Het Initiatief levert geen strijdigheid op met de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel.
14
3.4
Toetsing aan relevant gemeentelijk beleid
In deze paragraaf wordt het Initiatief getoetst aan de Omgevingsvisie, eventuele programma’s en ander relevant beleid en regelgeving m.b.t. de fysieke leefomgeving. Hierbij wordt antwoord gegeven op de vraag: Waarom willen we deze ontwikkeling op deze locatie en welke randvoorwaarden en eisen worden daarbij gesteld? Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Enschede De gemeente Enschede heeft de Omgevingsvisie in voorbereiding. Het ontwerp heef tot 19 maart 2025 ter inzage gelegen. Vooruitlopend op de vaststelling van de Omgevingsvisie wordt het Initiatief hieronder alvast getoetst aan de Omgevingsvisie. De Omgevingswet (en daarmee de Omgevingsvisie) heeft als doel het bereiken van een balans. Een balans tussen een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie is een lange termijnvisie die inzicht in en richting geeft aan de samenhang tussen alle aspecten die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Het begrip fysieke leefomgeving omvat alle elementen die de kwaliteit van de ruimte bepalen voor mens, plant en dier. Denk aan bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Er is ook een sociale leefomgeving.
Denk aan hoe we met elkaar omgaan, hoe we elkaar ontmoeten, de voorzieningen die er zijn in een buurt, de werkgelegenheid die er is, bereikbaarheid van voorzieningen en het veiligheidsgevoel van inwoners. En aan de organisaties die onze sociale leefomgeving ondersteunen. Bijvoorbeeld zorg- en welzijnsinstellingen, buurtcentra en andere voorzieningen die welzijn stimuleren en sociale contacten mogelijk maken. Het Initiatief is gelegen binnen een gebied dat in de Omgevingsvisie is aangemerkt als groenstedelijk leefmilieu. In dit leefmilieu zitten de grote kansen en uitdagingen. In dit type gebieden is veel ruimte voor verdichten en klimaatdoelen. In het leefmilieu groenstedelijk is veel ruimte tussen grote volumes woonblokken. Die open ruimte zorgt voor een groene uitstraling. De dichtheid is vrij laag. In dit milieu zit veel onderbenutte ruimte met potentie voor verstedelijking. De uitgestrekte gazons ogen weliswaar verzorgd en groen, maar ze dragen niet bij aan het verminderen van hittestress en bieden weinig belevingskwaliteit. Ook ondersteunen ze de biodiversiteit nauwelijks. Dit biedt ruimte voor wegen, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Het groenblauwe netwerk is de nieuwe structuurdrager die terugkomt in de inrichting van de stad.
Wij passen de inrichting van de stad zo goed mogelijk aan om maximaal ruimte te bieden aan een optimaal verloop van dat groenblauwe netwerk. En wij gebruiken de kansen die dit biedt voor de opgaven Verstedelijken en Vergroenen. Wij maken water en bodem sturend en versterken de sponswerking van onze ondergrond. Wij sturen op basis van de geografische situatie van de ondergrond op de ruimte die nodig is om de sponstad verder te ontwikkelen. Wij zoeken naar een passende verhouding tussen de ruimte die nodig is voor groenblauwe functies en stedelijke functies zoals wonen of bedrijvigheid. Conclusie Het Initiatief betreft een bestaand perceel en een bestaand gebouw dat wordt herontwikkeld. De functie wijzigt, waarbij er een verbouwing van het gebouw plaatsvindt. De oppervlakte van de bebouwing wordt daarbij vrijwel niet uitgebreid. De bestaande groenstructuren rondom het perceel blijft grotendeels behouden. Er zullen slechts vier coniferen worden gekapt. Geconcludeerd wordt dat de het Initiatief niet in strijd is met de uitgangspunten van de ontwerp Omgevingsvisie. Woonvisie In de Woonvisie 2024 zijn toekomstbeelden opgenomen voor de gemeente en wordt ingegaan op de verschillende doelstellingen ten aanzien van de verschillen doelgroepen. In de Woonvisie wordt voorbereid op de transitie naar een volkshuisvestelijk programma.
Dit doen wij door te anticiperen op wat we nu al over een programma weten, zoals de onderwerpen die aan bod moeten komen en de participatie met belanghebbenden. In 2025 (onder voorbehoud van het aannemen van de wet Versterking regie volkshuisvesting) vindt de daadwerkelijke transitie plaats van deze Woonvisie naar een volkshuisvestelijk programma. Ten aanzien van woonzorgvoorzieningen is in de Woonvisie opgenomen dat de nabijheid van de juiste voorzieningen belangrijker wordt wanneer er sprake is van een zorg- of ondersteuningsvraag. Een oudere heeft voorzieningen in de buurt nodig om zich te kunnen blijven redden, maar ook inwoners met psychische kwetsbaarheid hebben baat bij de nabijheid van voorzieningen. Woonzorgvoorzieningen (intramurale zorgwoningen) zijn daarbij een terugvaloptie indien het zelfstandig wonen niet meer mogelijk is. De aanwezigheid en nabijheid van voorzieningen zorgen ervoor dat er een sterkere ondersteuningsstructuur ontstaat in de wijk. De nabijheid van een zorgorganisatie kan helpen door vroegsignalering van problemen en laagdrempeligheid van de ondersteuning. Voor ouderen en inwoners met een zorgvraag denken wij in ieder geval aan de aanwezigheid van een huisarts en een apotheek maar ook de aanwezigheid van zorgorganisaties in het gebied. De aanwezigheid van woonzorgvoorzieningen zorgt ook voor aantrekkelijkheid voor inwoners zonder zorgvraag.
Enerzijds is het een terugvaloptie indien in de toekomst een zorgvraag ontstaat, en anderzijds zien wij dat de juiste ondersteuningsstructuur overlastsituaties kan voorkomen. Daarom streven wij naar wijken en buurten waar voorzieningen meer dan op peil zijn.
15
Onder woonzorgvoorzieningen verstaan wij elk initiatief van organisaties of groepen inwoners voor wonen met een zorg component of zorg met wonen-component. Voor deze voorzieningen geldt dat wij bij een nieuw initiatief kijken naar de aard van de voorziening en welk schaalniveau passend is. Afhankelijk hiervan bekijken wij de initiatieven met een regionale, stedelijke of wijkgerichte bril. Voor de afweging over nieuwe (ruimtelijke) woonzorginitiatieven werkt Enschede met een quick scan (ook wel ruimtelijk Kompas genoemd). Aan de hand van het kompas (zie paragraaf 1.3 van de Woonvisie) kijken wij naar de draagkracht en draaglast in de buurt en kijken wij hoe toevoeging van een woonzorginitiatief kan zorgen voor een sterkere ondersteuningsstructuur in dat gebied. Daarnaast maken wij afspraken met corporaties, zorgorganisaties, het zorgkantoor en welzijnspartijen over het optimale woonzorglandschap: de juiste zorg op de juiste plek. Door gesprekken met deze (of ontwikkelende) partijen proberen wij de juiste woonzorgvoorziening op de juiste plek te krijgen om zo een goede balans in vraag en aanbod te creëren.
-
Voor een voorziening voor beschermd wonen kijken wij zowel met een regionale, een lokale als een wijkgerichte bril. Zie hieronder: In de regio die hoort bij Centrumgemeente Enschede is een tekort aan voorzieningen voor Beschermd Wonen. Dat leidt tot wachtlijsten voor inwoners met een ondersteuningsvraag. De toevoeging van een voorziening leidt tot een vermindering van deze wachtlijst in de regio. In Enschede zijn op verschillende plekken in de stad voorzieningen voor Beschermd Wonen. Deze concentreren zich voornamelijk in het centrum en beperkter in de overige stadsdelen. In het stadsdeel West zijn in wijk (Bruggert/Stadsveld) nog geen vergelijkbare voorzieningen. De aanwezigheid van deze voorziening (zoals bedoeld in het Initiatief) leidt naar verwachting naar een sterkere ondersteuningsstructuur in het gebied mede omdat actief zal participeren in activiteiten en zelf ook buurtgerichte activiteiten zal organiseren, zoals een huiskamerrestaurant waar ontmoeting met de buurt vanzelf gaat, wandeldiensten met ontmoetingsmoment of het onderhoud van het groen achter het gebouw. In het kader van draagkracht en draaglast verwachten wij vanuit de beoogde doelgroep geen extra druk op de draagkracht in de buurt.
Op een locatie van deze aanbieder elders in Enschede aan de Lage Bothofstraat voor een vergelijkbare doelgroep zien wij dat juist door de aanwezigheid van 24-uurs begeleiding de locatie als een goede en welkome buur wordt ervaren. Conclusie Het Initiatief omvat een kleinschalig woonzorginitiatief binnen een woongebied, op een locatie in de nabijheid van verschillende (wijk)voorzieningen en is daarmee in overeenstemming met de uitgangspunten van de Woonvisie.
3.5 Ladder voor duurzame verstedelijking (zorgvuldig ruimtegebruik en tegen van leegstand) In artikel 5.129g Bkl staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Onder "andere stedelijke voorzieningen" wordt onder meer verstaan accommodaties voor zorg. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ECLI:NL:RVS:2017:1724). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. De Afdeling stelt dat gekeken moet worden naar de aard en omvang van de ontwikkeling en de ruimtelijke impact. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of er sprake is van een nieuw of groter beslag op de ruimte. Dus of de BOPA meer bebouwing mogelijk maakt dan het geldende omgevingsplan toestaat. Vervolgens moet beoordeeld worden het Initiatief een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte.
Dus of de wijziging van de gebruiksfunctie, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft.
a. b. c.
Daarnaast is de Overijsselse Ladder voor duurzame verstedelijking (afdeling 4.2 provinciale Omgevingsverordening) van toepassing wanneer er sprake is van een extra ruimtebeslag. Daarin is bepaald dat omgevingsplannen alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk maken aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
16
-
Het Initiatief houdt een functiewijziging van bestaande bebouwing in (van kerk naar woonzorgfunctie), op een perceel binnen de bebouwde kom (bestaand stedelijk gebied). Er worden 24 woonzorgeenheden met gemeenschappelijke ruimtes gerealiseerd. Het betreffen hier geen reguliere woningen, maar een maatschappelijk functie in verband met de zorg die ter plaatse geleverd wordt. Hiervoor wordt het pand intern verbouwd en vinden gevelwijzigingen plaats. De oppervlakte vergunningplichtige bebouwing op het perceel wordt daarbij niet uitgebreid. Er wordt aan het bestaande gebouw een vergunningvrije rokersruimte van 4 m2 toegevoegd en de bestaande bestrating van ca. 148 m2 zal vervangen worden. Op grond van het geldende Omgevingsplan is het perceel in de huidige situatie bestemd voor een religiefunctie met daarbij behorende bebouwing en effecten zoals verkeersbewegingen van en naar de locatie en parkeren. In relatie tot het gebruik van het kerkgebouw ten behoeve van maatschappelijke doeleinden (religie) zal gelet op het bovenstaande het Initiatief: geen groter planologisch beslag leggen op de ruimte (beperkte toevoeging van bebouwing); en zal ook voor wat betreft de gewijzigde gebruiksfunctie niet op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten tot gevolg hebben. Wij merken daarom het Initiatief niet aan als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 5.129g Bkl.
Gelet op de Woonvisie die onlangs ter inzage heeft gelegen is er behoefte aan woonzorgvoorzieningen. De aanwezigheid en nabijheid van voorzieningen zorgen ervoor dat er een sterkere ondersteuningsstructuur ontstaat in de wijk. De nabijheid van een zorgorganisatie kan helpen door vroegsignalering van problemen en laagdrempeligheid van de ondersteuning. Voor ouderen en inwoners met een zorgvraag denken wij in ieder geval aan de aanwezigheid van een huisarts en een apotheek maar ook de aanwezigheid van zorgorganisaties in het gebied. De aanwezigheid van woonzorgvoorzieningen zorgt ook voor aantrekkelijkheid voor inwoners zonder zorgvraag. Enerzijds is het een terugvaloptie indien in de toekomst een zorgvraag ontstaat, en anderzijds zien we dat de juiste ondersteuningsstructuur overlastsituaties kan voorkomen. Daarom streven wij naar wijken en buurten waar voorzieningen meer dan op peil zijn. Conclusie Er is behoefte aan woonzorglocaties, het Initiatief draagt hieraan bij en wordt gelet op bovenstaande niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling.
3.6
Omgevingsaspecten
In deze paragraaf worden de diverse omgevingsaspecten nader uitgewerkt.
3.6.1 Welstand, beeldkwaliteit en landschappelijke waarden Welstand en beeldkwaliteit In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Op het Initiatief is de welstandsidentiteit 'Stratenrijtjes' en de welstandsfolder ‘Cultuurhistorie Enschede’ van toepassing. De aanvraag voor het Initiatief is voor advies voorgelegd aan de Stadsbouwmeester. De aanvraag is beoordeeld en akkoord bevonden. Beschermwaardige bomen De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening kwaliteit leefomgeving (VKL). Op het bij de VKL behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de VKL is vereist. De VKL is alleen van toepassing op bomen binnen de bebouwde kom. Het bij de VKL behorende bomenoverzicht is een interactieve bomenkaart die is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede.
17
Afbeelding 3.6: kaart beschermwaardige bomen In de VKL is aangegeven dat in een beschermwaardig boomgebied, voor alle houtopstanden, waarbij de bomen een stamomtrek hebben van minimaal 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld, verplicht is een vergunning aan te vragen. Ten behoeve van het Initiatief is een inrichtingsplan gemaakt (bijlage 2), waaruit blijkt dat er 4 coniferen worden gekapt, ter plaatse van de groene ster in de afbeelding hierboven. Deze coniferen vallen buiten het beschermwaardig boomgebied. Voor 2 van deze coniferen is een kapmelding vereist, gezien de omvang van deze coniferen. Er geldt hiervoor geen herplantplicht. Conclusie Het Initiatief leidt niet tot een onaanvaardbare aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en is niet in strijd met redelijke eisen van welstand.
3.6.2 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied is gelegen op de hoek van de Thomas de Keyserstraat en de Rembrandtlaan in Stadsveld. Via de Rembrandtlaan kan het hoofwegennet (Hendrik ter Kuilestraat) van Enschede bereikt worden. Van daaruit kan aangesloten worden op het landelijk hoofdwegennet (A35). Stadsveld wordt bediend door stadsbuslijn 4. Op korte afstand van de locatie van het Initiatief is een halte gelegen waar elk kwartier een bus langsrijdt. Met deze bus is het Centraal station bereikbaar van waaruit aansluiting is op het landelijke railvervoer. Het plangebied is ook vanuit alle richtingen te voet en te fiets goed bereikbaar. Nabij het plangebied ligt tevens een mobiliteitshub. Er kan dus ook gebruik gemaakt worden van deelvervoer (deelfiets en deelscooter). In de directe omgeving van het plangebied wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe inrichting voor de Thomas de Keyserstraat, Rembrandtlaan en Wethouder Nijhuisstraat. In de huidige situatie is een religieus gebouw toegestaan op het perceel, waarbij de nodige verkeersbewegingen mogelijk zijn (kerk heeft 320 zitplaatsen). Met de functiewijziging van het kerkgebouw naar een woonzorggebouw vervallen de verkeersbewegingen van het kerkgebouw. Ten aanzien van de verkeersbewegingen die voortkomen uit de woonzorgvoorziening is uitgegaan van de norm voor woningen.