CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Doorontwikkeling Onderwijs Jeugdhulp Arrangement (OJA)

Stedelijke commissie - EWIO 17 april 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Structurele voortzetting OnderwijsJeugdhulpArrangementen (OJA)13.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit constaterende adviseren wij het volgende: -

-

-

Om voor de preventieve component van OJA ook in financiële zin het partnerschap van onderwijs-gemeente- en zorgaanbieder toe te passen (concreet: ook het onderwijs hierin te laten bijdragen, dat hoeft niet direct in financiële zin maar kan ook door meer gebruik te maken van de reeds aanwezige ondersteuningsstructuur vanuit bv. de middelen voor Passend Onderwijs); Dat als eerstgenoemd punt niet ingevuld kan worden dan ook de huidige verdeling van “baten” bij onderschrijdingen (1/3 voor de gemeente, 1/3 voor de aanbieder en 1/3 voor het onderwijs) aan te passen en alleen toe te passen op gemeente en zorgaanbieder, dit mede vanuit de gedachte dat het onderwijs nu al direct de positieve effecten ondervindt van OJA in de toegenomen “rust en regelmaat” van het onderwijs; Verdere innovaties vanuit OJA apart te financieren en hier expliciet te kijken naar de divers genoemde beschikbare (incidentele) geldstromen vanuit o.a. NPO, Onderwijsachterstanden, gereserveerde middelen vanuit o.a. hervormingsagenda en investeringsreserve sociaal domein en daar dan ook gezamenlijke doelstellingen in af te spreken.

3.4 Specifieke aandachtspunten vanuit het onderzoek In deze paragraaf willen we de aandacht vestigen op een aantal specifieke aandachtspunten in ons onderzoek / uitwerking die relevant zijn voor de keuzes/adviezen die we voorleggen alsmede voor een verdere implementatie en borging bij het structureel doorzetten van OJA.

3.4.1

Nog geen verbinding met uitkomsten andere werkgroepen

In onze werkgroep hebben we ons gefocust op de opdracht zoals die aan ons gesteld is. We hebben reeds benoemd dat er onder andere een relatie ligt met de actielijn “juridisch” (inkoop versus subsidie en de daarbij behorende randvoorwaarden) maar dat geldt uiteraard ook voor de uitkomsten van de inhoudelijke werkgroep. In die werkgroep is bijvoorbeeld gesproken over de activiteiten van preventie, inhoudelijke adviezen/keuzes op dit gebied kunnen leiden tot andere inzichten op de uitwerking van onze opdracht. Het advies is derhalve om de adviezen uit dit rapport in samenhang te beoordelen met de uitkomsten uit de andere werkgroepen.

3.4.2

Overhead en innovatie

In onze opdracht is gevraagd om tot “aanvullende afspraken rondom de overhead te komen”. Reden hiervoor is dat in de huidige situatie er nog een aanzienlijk deel van de “zorgkosten aanbieder” wordt uitbesteed aan derden (lees: onderaannemers) en dat bovenop deze kosten ook de algemene opslag 23

voor overhead wordt omgeslagen (een overheadpercentage van 21% als opslag op de directe kosten). Vanuit gemeentelijk perspectief leidt dit tot (ongewenste) extra kosten. Daarbij geldt wel dat deze verhouding vanuit aanbiedersperspectief ook verschillend is:

Figuur 4: Verhouding directe zorgkosten versus onderaanneming

Overigens geldt bij bovenstaande plaatjes nog de nuance dat dit op “kosten” en niet op “cliëntvolume” is. De kosten voor onderaanneming betreffen over het algemeen specialistische voorzieningen die gemiddeld genomen duurder zijn dan reguliere voorzieningen. Beide aanbieders zijn gevraagd om hun feitelijke overhead in beeld te brengen / uiteen te zetten en aan te geven wat de achterliggende argumentatie is om ook voor de kosten van onder aanneming een gelijk percentage te hanteren. Los van het feit dat we als werkgroep niet de tijd hebben gehad om in detail naar de feitelijke cijfers van de overhead te kijken kwamen in ons gezamenlijke gesprek de volgende punten naar voren: -

-

-

-

-

Het feitelijke overheadpercentage is voor beide zorgaanbieders in de afgelopen jaren gestegen en ligt boven het niveau van de 21% (opslag op de directe zorgkosten) die we binnen OJA hanteren; De overheadkosten van Pluryn liggen onder de referentiegroep uit de Berenschot Benchmark Care, deze benchmark is uitgevoerd op de gerealiseerde kosten van 2021. De referentiegroep bestaat uit alle zorgorganisaties uit de benchmark >€200mln omzet; Zowel Jarabee als Pluryn onderkent dat een evenredige opslag op de onder aanneming niet reëel is, uitgaande van de theorie dat bijvoorbeeld kosten van huisvesting en dergelijke niet aan de orde zijn, maar dat de afgelopen jaren wel hebben gezorgd voor onevenredig meer administratieve lasten; Dat er in de huidige tarief-/budgetopbouw geen ruimte is voor inzet van materiële kosten op het gebied van preventie (betreft materialen ten behoeve van de individuele behandelingen van leerlingen en de naschoolse activiteiten als ook dat er geen ruimte is om nieuw aanbod te ontwikkelen bijv. op gebied van scheiding, hechting en pyscho-educatie); Dat er in de huidige tarief-/budgetopbouw geen rekening wordt gehouden met een risicoopslag.

In relatie tot het punt overhead hebben we ook gesproken over het onderwerp “innovatie”. De zorgaanbieders geven aan dat er afdoende financiële ruimte moet zijn om te innoveren op zorgarrangementen, preventieve inzet etc. Los van eerder genoemd punt rondom “afdoende dekking in het tarief voor materiële kosten” zijn we daarbij wel van mening dat dit geen vast onderdeel moet zijn van de tarifering maar dat hier specifieke (inhoudelijke en financiële) afspraken over gemaakt moeten worden. Alles afwegende stellen we het volgende voor rondom overhead & innovatie:

24

-

-

-

Hanteer één gewogen gemiddelde voor de overheadopslag op het geheel van de directe kosten zorgaanbieder (een gemiddelde dus tussen reguliere opslag eigen zorgkosten en een specifieke lagere opslag voor kosten onderaanneming, gekoppeld aan cliëntvolume en niet aan kosten); Handhaaf het actuele percentage van 21% als basis voor de nieuwe tarifering vanuit de volgende redeneerlijn: o Het feitelijke overheadpercentage voor subsidies ligt bij zowel Pluryn als Jarabee hoger. Op dit percentage heeft een afslag plaatsgevonden waardoor het percentage van 21% de kosten dekt die worden gemaakt voor de werkzaamheden van de clientadministratie, de financiële administratie en control en de aansturing vanuit het management; o Het opslagpercentage zou enige ruimte kunnen bieden voor de te dragen risico’s van OJA; Beoordeel aan de hand van de feitelijke cijfers 2022 (niet alleen kosten maar ook volume) of het “gewogen” gemiddelde substantieel afwijkt van dit voorstel en kom dan tot een mogelijke aanpassing.

Aangezien we ook voorstellen doen voor het verlagen van de administratieve lasten vinden we het dus wel reëel om het “gewogen gemiddelde” van de opslag voor overhead te monitoren.

3.4.3

Ontwikkelingen vanuit aanbieders- en gemeentelijk perspectief

Bij de uitwerking van de opdracht hebben we in het achterhoofd gehouden dat de ontwikkeling in de data over 3 jaar niet een “gegeven” is voor de toekomst en dat ook de algehele ontwikkeling rondom Jeugdhulp in Enschede alsmede de ontwikkelingen die beide zorgaanbieders doormaken van belang zijn in de context van budgettering / tariefbepaling. In deze paragraaf zetten we de belangrijkste actuele financiële/kwantitatieve ontwikkelingen op een rij. Algehele ontwikkeling Jeugdhulp Enschede Als we naar de ontwikkeling in de afgelopen jaren kijken rondom Jeugdhulp dan geldt voor Enschede op hoofdlijnen het volgende: -

-

Na de decentralisaties en de aanloopperiode in 2015 bleek al snel dat de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen niet toereikend waren voor de daadwerkelijke inzet van Jeugdhulp in Enschede; Dat heeft in de periode 2016-2017 geleid tot forse tekorten waaruit ook diverse ombuigings-en transformatieprojecten vastgesteld zijn (waaronder OJA); In de periode 2018-2020 is er sprake geweest van een relatief “rustige” periode in de ontwikkeling en volumes van 2e lijns Jeugdhulp. Het volume van unieke cliënten is relatief stabiel gebleven (zie figuur 5) en de gemiddelde 2e lijns zorgkosten daalden (rekening houdende met de tariefstijging als gevolg van indexering, zie figuur 6), in al die jaren is echter wel sprake geweest van een financieel tekort bij de jaarrekening en zijn zowel bij de begroting als jaarrekening deze tekorten aangevuld vanuit de algemene middelen van de gemeente (zie figuur x);

25

Figuur 5: trendontwikkeling volume en gemiddelde kosten

Figuur 6: Tariefontwikkeling versus gemiddelde kosten per cliënt

Figuur 7: Ontwikkeling budget en uitgaven Jeugdhulp Gemeente Enschede

-

-

-

-

Vanaf de 2e helft van 2021 is nu duidelijk sprake van een kentering. We zien de zorgvolumes sterk toenemen (in 2021 met ruim 5% en voor 2022 wordt ook 5% reguliere toename verwacht). Dat lijkt niet zozeer in oplopende instroom te zitten maar vooral in een langere zorgduur en daarmee een lagere uitstroom (en dus oplopende volumes). In 2022 wordt deze trend versterkt door de effecten van het nieuwe woonplaatsbeginsel (kort gezegd geldt dat vanaf 2022 alle cliënten die vanuit een Enschedees hulptraject verwezen zijn naar een voogdij/of verblijfssetting buiten Enschede weer onder de inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid van Enschede vallen) maar ook door “autonome” groei op duurdere zorgproducten. De analyse op het hoe en waarom loopt nog volop maar hier kan zeker een relatie met “post-corona” effecten zitten. In 2022 zijn er, vanuit de langlopende lobby tussen Rijk en gemeenten, structureel extra middelen verkregen maar hier is wel een “hervormingsagenda” aan gekoppeld. Deze hervormingsagenda moet langs een aantal lijnen (o.a. reikwijdte van de Jeugdhulp, regionalisering, afbouw residentiële Jeugdhulp, eenvoudiger uitvoering van de Jeugdhulp) leiden tot een effectievere inzet van de middelen van Jeugdhulp en betekent daarmee ook een korting (bezuiniging) op de reeks van structureel benodigde middelen (zie bijlage 4).

Voor Enschede betekent dit dat 2022 voor het eerst (sinds 2017) een begrotingsjaar is waarin er geen “algemene gemeentelijke middelen” op voorhand aan Jeugdhulp worden toegevoegd maar merken we nu (op basis van de cijfers t/m augustus) dat de realiteit laat zien dat de extra rijksmiddelen (te) snel verdampen. Deze constatering tezamen met een landelijke dalende reeks van extra rijksmiddelen maakt opnieuw de noodzaak duidelijk van een doorbraak op bestaande zorgvormen.

Ontwikkelingen Jarabee 26

Jarabee heeft in 2022, door allerlei op dit moment nog steeds spelende (landelijke) crisissen, te maken met sterkere kostenstijgingen dan verwacht. Een voorbeeld daarvan zijn de personeelskosten, die, op basis van een nieuw afgesloten CAO, in 2 jaar tijd met 8% gaan stijgen. Compensatie hiervan vindt plaats (in de TOM-systematiek) in 2023 (ter info: de Inkoop-Omzet van Jarabee in de regio Twente is 82% van het totaal van Inkoop-Omzet en subsidies bij Jarabee in 2021). Ook heeft Jarabee te maken met arbeidsmarktproblematiek. Veel vacatures staan lang open en tijdelijke invulling met zzp-ers is een dure, maar wel noodzakelijke oplossing, voor het blijven leveren van kwalitatieve jeugdzorg aan de cliënten. Daarnaast is wel het contract voor inkoop in Twente verlengd voor 2023 en 2024. Op zich verheugend maar er vindt op dit moment discussie plaats vanuit Jarabee met het OZJT en gemeenten over het, in de zienswijze van Jarabee, al jarenlang te lage tarief voor ambulant (ook in vergelijking met andere (omliggende) regio's)). Jarabee spreekt in deze over niet meer reële tarieven. Dit werkt voor Jarabee ook remmend in het omzetten van verblijf naar ambulant. Jarabee ziet dat het aandeel subsidies t.o.v. de inkoop stijgt. Dit komt o.a. doordat transformatie meestal in subsidievorm wordt gefinancierd (en Jarabee nadrukkelijk een bijdrage wil leveren aan deze transformatie).

Daarnaast biedt het meer mogelijkheden om tot een reëel tarief te komen, die minimaal de kostprijs voor Jarabee dekt. Ontwikkelingen Pluryn Pluryn komt uit een financieel zeer moeilijke periode. Dankzij genomen maatregelen is het verlies de afgelopen jaar teruggebracht maar Pluryn is er nog niet: de jeugdactiviteiten zijn nog altijd sterk verliesgevend en zijn de afgelopen jaren gecompenseerd door het positieve resultaat op Volwassenenzorg. Belangrijke oorzaak van het verlies bij Jeugd zijn structureel te lage tarieven in combinatie met toenemende zorgverzwaring, de ontwikkeling naar kleinschaligheid, arbeidsmarktkrapte, corona en hoge energiekosten. Deze ontwikkelingen hebben het positieve financiële effect van de gerealiseerde verbeteringen inmiddels weer tenietgedaan. Pluryn heeft haar verbeterplan opnieuw verder aangescherpt, met als belangrijkste pijler het realiseren van kostendekkende tarieven met de gemeenten.

3.4.4

Datakwaliteit

Een algeheel aandachtspunt betreft het borgen van de datakwaliteit. Voor de bepaling van het juiste tarief geldt dat enerzijds alle kosten uniform en volledig zijn en dat anderzijds de omvang van het aantal Enschedese leerlingen de juiste is. We hebben bij het opstellen van de data geconstateerd dat er op de leerlingaantallen 2021 en 2022 toch wel verschillen zitten tussen de ons beschikbare data uit het leerplichtsysteem en de feitelijk gerapporteerde data aan DUO (die via open data beschikbaar is en geverifieerd kan worden). Op dit punt maken we dan ook nog een voorbehoud op de opgestelde tarieven voor 2023. We stellen het volgende voor: Voor de leerlingdata van DUO (voor de schooljaren 2020/2021 en 2021/2022) nog een controle met de scholen op juistheid zodat we daarin 1-op-1 sluiten; Voor het proces van tarieven in de komende jaren dus aan te sluiten op de systematiek van het onderwijs met een voorlopig en definitief peilmoment en daarvoor de “open data” van DUO te gebruiken.

3.4.5

Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) reële prijs

Zoals eenieder wel bekend staat de zorginfrastructuur voor Jeugdhulp sterk onder druk. Met name “systeemaanbieders” (waartoe Pluryn en Jarabee behoren) geven aan dat er teveel variëteit in tarieven per regio bestaat alsmede dat de tarieven in veel gevallen vanuit hen perspectief 27

onvoldoende toereikend zijn. Al een aantal jaren wordt er, analoog aan de reeds ingevoerde AmvB voor tarieven binnen de Wet maatschappelijke ontwikkeling (Wmo), gesproken over het invoeren van een AmvB reële prijs Jeugdwet. Om reële tarieven vast te kunnen stellen, moeten gemeenten zorgvuldig en deugdelijk kostprijsonderzoek (laten) uitvoeren. Dit is de onderzoeksplicht van gemeenten. Bij het kostprijsonderzoek moet rekening worden gehouden met de kostprijselementen zoals deze zullen worden opgenomen in de AMvB reële prijs Jeugdwet. Op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel wordt van de gemeente verlangd dat zij – na het uitgevoerde kostprijsonderzoek – uit eigen beweging inzichtelijk maken hoe zij tot de vastgestelde tarieven zijn gekomen. Als we dit naast onze uitwerking leggen die in dit rapport voorligt dan zijn er elementen die zeker bijdragen aan het voldoen van de vereisten van een “reële prijs” (o.a. het niet vooraf arbitrair toerekenen van een besparingskorting, het opdelen van het tarief in de 3 genoemde elementen inclusief een eenduidige sleutel voor de overhead) maar zijn er ook elementen die lastig zijn (het baseren van het tarief op feitelijk gemaakte kosten in het verleden, het baseren van het tarief op een “zorgmix” in een schooljaar etc.).

Het voert te ver om in dit rapport dit nu al in detail uit te werken maar het is bij de verdere implementatie van OJA wel een aandachtspunt.

3.4.6

Blijvende behoefte aan tussentijdse monitoring

Gezien bovenstaande schets van ontwikkelingen erkennen alle leden van de werkgroep dat het tussentijds blijven volgen van de kwantitatieve en financiële ontwikkeling van het OJA-concept noodzakelijk is. Of daarmee het punt van “geen verrekening achteraf” (zie opdracht 3A) ingevuld kan worden is de vraag. Enerzijds zal ons voorstel leiden tot: -

Een reëel vertrekpunt qua tarief zonder vooraf een “taakstelling / korting” op dit tarief; Het meenemen van uitvoeringskosten voor preventie in dit tarief; Het afdoende ondervangen van volumebewegingen op de scholen als het gaat om leerlingaantallen

Anderzijds blijft monitoring (en mogelijk bijstelling) noodzakelijk bij: -

Wijziging (met name toename) in de zorgdichtheid van de school; Het meewegen van de algehele ontwikkeling rondom Jeugdhulp op het gebied van zorgduur en zorgkosten;

Het vraagt (opnieuw) een gezamenlijke afspraak tussen opdrachtgever (gemeente) en opdrachtnemer (aanbieder) om hierin een bandbreedte te bepalen bij welke afwijkingen er wel/niet verrekend wordt.

3.4.7

Verbreding OJA naar andere scholen

De gemeenteraad heeft een motie aangenomen waarin gevraagd wordt om het OJA-concept in Enschede te verbreden naar meer scholen. Los van de inhoudelijke beantwoording van die motie is het ook noodzakelijk om vanuit “tarifering” naar deze vraag te kijken. Praktisch betekent dit namelijk dat voor nieuwe scholen er nog geen zicht is op de verhouding van de 3 hoofdcategorieën voor een budget per leerling: preventie, zorgkosten aanbieder en zorgkosten externe verwijzers. Daarmee blijft de budgetbepaling per leerling voor een OJA-school maatwerk. Het beeld van de werkgroep is wel dat de 5 huidige OJA-scholen qua leerlingenpopulatie en zorgdichtheid vanuit de data een basis vormen voor de toetreding van een nieuwe school. Met andere woorden: bij de toetreding van een 28

nieuwe school kijken we naar de actuele (totale) zorgkosten en zorgdichtheid op die school, kijken we naar welke bestaande OJA-school het meest gelijke profiel kent en passen de tarifering van dat profiel toe op de nieuwe school. Het moge duidelijk zijn dat dit een vertrekpunt is voor de definitieve budgetbepaling. Het bepalen van een lumpsum per leerling blijft in onze ogen maatwerk.

29

4. Conclusies en aanbevelingen 4.1. Inhoudelijke conclusies en aanbevelingen Naar de mening van de werkgroep hebben we binnen de beschikbare kaders, capaciteit en middelen maximaal voldaan aan de opdracht. Daarbij is het wel zo dat we niet alle vragen hebben kunnen beantwoorden vanuit hetzij een afhankelijkheid van de uitkomsten uit andere werkgroepen hetzij vanuit een gebrek aan capaciteit en kennis vanuit met name het onderwijs in onze werkgroep. Hieronder zetten we nog even per doel van de opdracht samengevat uiteen wat onze conclusies en adviezen zijn: 3A lumpsumbudget herijken -

-

-

Herijk en bepaal een lumpsumbudget per school op basis van een eenvoudiger grondslag (een bedrag per leerling); o Lumpsumbudget per leerling baseren op de feitelijke uitkomsten in 2021 (met inachtneming van indexeringen naar prijspeil 2023); o Tarief per leerling splitsen in 3 elementen (preventie, zorgkosten aanbieder, zorgkosten doorbelasting) inclusief één uniforme opslag voor de overhead; o De leerlingaantallen baseren op de vigerende telsystematiek van het onderwijs en aansluiten op de formele DUO-data; o Feitelijke data van 2022 als referentie/controle gebruiken voor het tariefvoorstel; Geen verrekening meer achteraf; o Dit punt lijkt op basis van een aantal onzekerheden nog een stap te ver maar zal wel versimpeld worden door het toepassen van een reëel tarief per leerling zonder op voorhand kortingen door te voeren; o Monitor tussentijds de factor “zorgdichtheid” om te beoordelen of deze inderdaad “stabiel” is; o Monitor daarnaast aan de hand van een vast gedeeld format de tussentijdse financiële ontwikkeling; o Door het uit elkaar trekken van de financiering (voor directe zorgkosten en zorgkosten van externe verwijzers) worden ingewikkelde eindafrekeningen mogelijk voorkomen of in ieder geval sterk versimpeld. Kom tot aanvullende afspraken over de overheadkosten.

o Als vertrekpunt hebben we een standpunt ingenomen voor het tarief 2023; o De feitelijkheid van een gewogen gemiddelde tussen overhead onderaannemerschap en overhead “eigen zorgkosten” vormt de basis voor een gedegen gewogen gemiddelde; o Het overheadpercentage moet afdoende dekking/ruimte bieden voor de materiële investeringsmiddelen in het OJA-concept.

3B aanpassen wijze van verantwoorden -

Bepaal een meerjarige verantwoordingswijze passend bij het juridisch kader (subsidie of inkoop); o Vanwege het ontbreken van het definitieve advies rondom Inkoop en Subsidie is dit onderwerp niet in zijn geheel “uitgekristalliseerd”; o Daarbij is het wel de verwachting dat zowel het subsidie- als inkoopkader afdoende ruimte biedt voor een meerjarige verstrekking;

30

De huidige externe omstandigheden (o.a. post-corona, energie-crisis/armoede, arbeidsmarktproblematiek) dragen er niet toe bij dat een stabiele meerjarige afspraak mogelijk is. Het is reëel om hierin evaluatiemomenten te blijven hanteren. Randvoorwaarde: zo min mogelijk administratieve lasten Vanuit met name de praktische kant hebben we een aantal versimpelingen voorgesteld die helpen om de administratieve lasten te verminderen: o Een vaste cyclus van gezamenlijke financiële rapportage met een vast format hanteren waarbij in een gezamenlijke digitale omgeving de informatie gedeeld en verwerkt wordt; o Het opstellen van beschikkingen op aanbiederniveau met afdoende verantwoording/inzicht op afwijkingen per school; o Het beperken van de “papieren” verantwoordingscyclus tot een minimum en zorg voor een (of handhaaf de huidige) vaste “gesprekscyclus”; o Dat monitoring op een aantal kengetallen noodzakelijk is waaronder zorgdichtheid van scholen; o Dat we het proces van de accountantscontrole aan willen laten sluiten op het reguliere jaarrekeningproces van de aanbieders. o

-

3C samenbrengen van middelen (Jeugdhulp en onderwijs) -

Inventariseer de financieringsstromen van onderwijs en gemeente (tbv ondersteuning en ontwikkeling van kinderen en jeugdigen in de breedste zin van het woord) o We hebben de belangrijkste financieringsbronnen benoemd waarbij we de structurele component voor het onderwijs en Jeugdhulp niet in detail hebben uitgewerkt, we snappen als werkgroep wel dat hierop geen relatie wordt gelegd voor de financiering van het OJA-concept; o We hebben wel extra aandacht geschonken aan de specifieke financiering binnen onderwijs en gemeente en een relatie gelegd met de taken/opdracht van OJA. Op het terrein van preventie liggen er zeker mogelijkheden om onderwijs en zorg (en daarmee ook beschikbare middelen) te integreren. We adviseren dat scherper gekeken wordt naar het gezamenlijk inrichten en financieren van deze component in het OJA-concept; o We hebben diverse incidentele financieringsbronnen benoemd (vanuit zowel onderwijs als gemeente) die kunnen bijdragen aan specifieke innovaties waar vanuit OJA (mede vanuit input van de andere werkgroepen) behoefte aan is. We stellen nadrukkelijk voor om dergelijke innovaties ook te voorzien van een separate financiering.

4.2 Financiële consequentie voor de OJA-partners Als we onze adviezen en uitwerking vertalen van de huidige naar de gewenste (aanbevolen) situatie komt uiteraard ook de vraag op tafel wat dit nu precies betekent vanuit een financieel oogpunt. Per partner kunnen we dat als volgt aangeven: Gemeente Het financiële vertrekpunt van de gemeente is vanuit begrotingsoogpunt een verslechtering ten opzichte van de bestaande afspraken. Er wordt afstand gedaan van een taakstelling aan de voorkant en de kosten voor preventie worden meegefinancierd. Vanuit het uitgavenperspectief vormen de feitelijke uitgaven van 2021 de basis, op het geheel van OJA gezien is dat voor de gemeente een positief uitgangspunt aangezien in 2021 op basis van de huidige afspraken rondom “niet beïnvloedbare zorgkosten” er een aanvullende (hogere) compensatie heeft plaatsgevonden. Vanuit gemeentelijk perspectief blijft het zeer belangrijk om de vergelijking tussen volume- en kostenontwikkeling voor Jeugdhulp voor de OJA-populatie versus de “reguliere” Jeugdhulppopulatie 31

te volgen. In 2021 konden we voor OJA stellen dat de trend van de gemiddelde kosten per cliënt zich beter beweegt “binnen” OJA dan “buiten” OJA. Zorgaanbieders Het financiële vertrekpunt van de zorgaanbieders is vanuit begrotingsoogpunt (uiteraard) het tegenovergestelde van de gemeente, er vindt aan de voorkant een hogere vergoeding plaats in het lumpsum budget per leerling. Vanuit het uitgavenperspectief geldt uiteraard ook dat de feitelijke uitgaven vergoed worden. Vanuit het perspectief van Pluryn betekent dit geen wijziging, vanuit het perspectief van Jarabee betekent dit een verbetering (Jarabee kende in 2021 na verrekening van de “niet beïnvloedbare zorgkosten” nog een negatief resultaat). Onderwijs Daar waar in de huidige constructie het onderwijs financieel vooral meedeelt bij positieve exploitatieresultaten van OJA (waarvan het onderwijs overigens al in een eerder stadium van heeft aangegeven om hier per schoolconstructie van af te zien en daarmee ook ruimte heeft gecreëerd om tekorten op OJA mede af te dekken) betekent het voorliggende advies ook een oproep aan het onderwijs om structureel (preventie) en incidenteel (innovatie) mee te financieren. Vanuit een financieel perspectief is dit nadelig.

Daar staat wel tegenover dat de indirecte effecten vanuit OJA op de bedrijfsvoering van het onderwijs niet in beeld zijn en er in ieder geval op basis van het MKBA onderzoek van Lazrak toch wel aanwijzingen zijn dat er positieve effecten zijn.

4.3 Aanbevelingen vervolgproces Zoals bij de opdracht (plan van aanpak) reeds aangegeven richt dit rapport zich met name op adviezen op de gestelde vragen en moet er ruimte zijn voor een implementatietraject om die adviezen ook afdoende te borgen. Als we kijken naar onze adviezen dan stellen we de volgende stappen voor: 1. Stem de (voorlopige) uitkomsten van dit rapport af op de uitkomsten vanuit de andere werkgroepen en beoordeel of er nog een impact op de gestelde adviezen ontstaat; 2. Geef de bestaande werkgroep het mandaat om de definitieve adviezen te implementeren en draag zorg voor afdoende vertegenwoordiging (tenminste een aanspreekpunt) vanuit het onderwijs (bij voorkeur een vertegenwoordiger vanuit zowel PO als VO); 3. Handhaaf de huidige gezamenlijke werkomgeving en richt deze in op standaard informatiedeling (uiteraard conform de vigerende AVG-vereisten): a. De informatie van de gemeente rondom een aantal bestaande standaard rapportages; b. De informatie van de zorgaanbieders rondom preventie en kostenoverzichten; c. De informatie vanuit het onderwijs rondom volume leerlingen; d. De informatie rondom het monitoren van een aantal indicatoren (aansluitend op de uitkomsten van de werkgroep monitoring). 4. Werk het definitieve leerlingenaantal uit (2021 en 2022) conform de reguliere telsystematiek van het onderwijs; 5.

Werk de data van 2022 versneld (december 2022) uit zodat we deze als referentie kunnen gebruiken op ons budget per leerling voorstel; 6. Breng de feitelijke overhead over 2022 scherper in beeld teneinde de toetsing op het voorgestelde gewogen gemiddelde uit te kunnen voeren;

32

7. Stem de voorgestelde administratieve versimpelingen vanuit zowel subsidie- als inkoopoogpunt af met de betrokkenen zodat we deze ook bij een verder implementatie goed kunnen borgen; 8. Neem bij stap 6 ook de specifieke aandachtspunten mee die genoemd zijn en mogelijk van invloed zijn op de financieringsconstructie. Uiteraard gaan deze stappen ook gepaard met afdoende formele afspraken tussen opdrachtgever en opdrachtnemers. Mochten uit deze afspraken nog wijzigingen voort komen dan zal dat ook leiden tot extra implementatietijd.

33

Bijlage 1: Documenten en bronnen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Samen kansrijk transformeren – AEPB Onderzoek en Advies (F. Lazrak) Rapportage ondersteuningsbudgetten Jeugdhulp en Passend Onderwijs – Kennispunt Twente Bestedingsplan gemeentelijk Onderwijs Achterstanden Beleid – Brochure inzet GOAB Eindejaarsanalyses 2019 t/m 2021 – Gemeente Enschede Basisbekostiging Voortgezet Onderwijs – DUO Onderwijsarrangementen en financiering – NJI Handreiking De verbinding Passend onderwijs en zorg voor jeugd, in opdracht van PO-raad - VOraad en VNG 9. Jaarverslag 2021 - Stichting Samenwerkingsverband VO Twente Oost 10. Presentatie voor- en nadelen samenwerkingsverbanden – Pluryn

34

Bijlage 2: Gesproken personen 1. Frits Wiersma, senior beleidsadviseur Onderwijs – Gemeente Enschede – algemeen inzicht in de financieringsbronnen van Onderwijs (binnen Onderwijs en Gemeente) 2. Peter Geritz, adviseur juridische zaken – Gemeente Enschede – algemeen inzicht in verantwoordingsvereisten subsidie 3. Ans Hilberink , Coördinerend directeur – Samen Werkings Verband Twente Oost Primair Onderwijs – algemeen inzicht in de organisatie en financiering van het passend onderwijs 4. Roel Haverkort, Directeur-Bestuurder - Samen Werkings Verband Twente Oost Voortgezet Onderwijs – algemeen inzicht in de organisatie en financiering van het passend onderwijs 5. Thomas Coebergh van den Braak, businesscontroller – Pluryn – inzicht in specifieke “lumpsum” constructies tussen Pluryn en zorgregio’s 6. Marjolein Nijkamp , senior adviseur Juridische Zaken - Gemeente Enschede 7. Annemieke Ros, senior inkoopadviseur - Gemeente Enschede

35

Bijlage 3: uitwerking tariefscenario per school II. UITWERKING VARIANTEN A. Gemiddelde prijs laatste 3 jaar School

Preventie

Zorgkosten Zorgkosten DB TOTAAL tarief TOTAAL tarief AB (prijspeil 2021) (prijspeil 2023) 2.297 10.000 4.548 16.845 18.107 1.787 6.353 5.710 13.850 14.888 732 1.583 3.780 6.095 6.552 705 1.762 2.888 5.355 5.757 411 1.701 2.258 4.369 4.697

Het Reliëf Neoncollege Ariëns Het Pontem Bonhoeffer

B. Gemiddelde prijs laatste 2 jaar School

Preventie

Zorgkosten Zorgkosten DB TOTAAL tarief TOTAAL tarief AB (prijspeil 2021) (prijspeil 2023) 2.341 9.329 4.503 16.173 17.386 2.109 6.400 5.832 14.340 15.415 735 1.544 3.619 5.898 6.340 779 1.618 2.768 5.165 5.552 416 1.441 2.306 4.163 4.475

Het Reliëf Neoncollege Ariëns Het Pontem Bonhoeffer C. Prijs laatste jaar School

Preventie

Zorgkosten Zorgkosten DB TOTAAL tarief TOTAAL tarief AB (prijspeil 2021) (prijspeil 2023) 2.394 7.514 4.481 14.389 15.468 1.827 5.303 6.002 13.132 14.116 812 1.649 3.769 6.230 6.697 797 1.928 2.977 5.702 6.129 458 1.244 2.486 4.188 4.501

Het Reliëf Neoncollege Ariëns Het Pontem Bonhoeffer D. Prijs max 2019-2021 School

Preventie

Zorgkosten Zorgkosten DB TOTAAL tarief TOTAAL tarief AB (prijspeil 2021) (prijspeil 2023) 2.394 11.342 4.637 18.373 19.750 2.391 7.496 6.002 15.889 17.080 812 1.661 4.103 6.576 7.069 797 2.051 3.127 5.976 6.423 458 2.221 2.486 5.165 5.552

Het Reliëf Neoncollege Ariëns Het Pontem Bonhoeffer E. Prijs min 2019-2021 School Het Reliëf Neoncollege Ariëns Het Pontem Bonhoeffer

Preventie

Zorgkosten Zorgkosten DB TOTAAL tarief TOTAAL tarief AB (prijspeil 2021) (prijspeil 2023) 2.208 7.514 4.481 14.203 15.268 1.142 5.303 5.465 11.911 12.804 658 1.439 3.469 5.566 5.983 557 1.307 2.560 4.424 4.755 374 1.244 2.126 3.744 4.024

C. Prijs 2020 School Het Reliëf Neoncollege Ariëns Het Pontem Bonhoeffer

Preventie

Zorgkosten Zorgkosten DB TOTAAL tarief TOTAAL tarief AB (prijspeil 2021) (prijspeil 2023) 2.288 11.144 4.525 17.958 19.303 2.391 7.496 5.662 15.548 16.714 658 1.439 3.469 5.566 5.983 761 1.307 2.560 4.628 4.975 374 1.638 2.126 4.138 4.448

36

37

Bijlage 4: toelichtingen verbinding-relatie middelen Onderwijs en Jeugdhulp Uit: Handreiking De verbinding Passend onderwijs en zorg voor jeugd, in opdracht van PO-raad, VOraad en VNG, De twee grote stelselwijzigingen passend onderwijs en zorg voor jeugd hebben op veel punten raakvlakken. Zij gaan uit van het hanteren van eenzelfde visie op de ondersteuning van jeugdigen en kunnen daardoor elkaar versterken. Met de stelselwijzingen Passend onderwijs en transitie jeugdzorg wordt de verantwoordelijkheid voor hulp aan kinderen en gezinnen die extra ondersteuning nodig hebben, belegd bij schoolbesturen en gemeenten. Schoolbesturen krijgen de opdracht en de middelen om elk kind passend onderwijs te bieden. Gemeenten worden verantwoordelijk voor hulp aan jeugdigen en ouders in gezin, wijk en buurt. Beiden krijgen de opdracht om de speelvelden met elkaar te verbinden en de plannen over en weer af te stemmen. Dat ligt voor de hand omdat de achterliggende gedachte dezelfde is, namelijk effectiever, sneller en preventiever ondersteuning bieden aan kinderen en ouders die hulp nodig hebben bij opgroeien, opvoeding en onderwijs. De spiegelwetgeving met betrekking tot Passend onderwijs en de concept-Jeugdwet biedt een kader om de ondersteuning van jeugdigen in en buiten scholen nu echt integraal aan te pakken, dicht bij hun belangrijkste leefdomeinen.

In beide wetten zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot wederzijdse afstemming tussen schoolbesturen / samenwerkingsverbanden en gemeenten omtrent het onderwijsondersteuningsplan enerzijds en het gemeentelijke plan voor de Jeugdhulp (Visienotitie en plan van aanpak) anderzijds. Daarmee ontstaat een nieuwe, horizontale bestuurlijke verhouding tussen gemeenten en schoolbesturen en worden zij samen verantwoordelijk voor een sluitend aanbod aan ondersteuning en hulp voor jeugdigen en hun ouders/gezinnen. Hiermee liggen er goede kansen voor een integrale aanpak en ontschotting van onderwijs-, opvoed- en opgroeihulp. De koers verschuift daarbij naar snel en thuisnabij bieden van passende ondersteuning, versterking van de eigen kracht en integrale ondersteuning door onderwijs en Jeugdhulp, waarbij de ondersteuningsbehoeften van kind/ouders leidend zijn. De route voor de inzet van ondersteuning wordt helder en efficiënt, budgetten gaan meer naar preventieve ondersteuning, en versterking van de primaire leefmilieus (gezin en school). Monitoring wordt gericht op opbrengsten voor kind/gezin en financieringsstromen worden geharmoniseerd en gebundeld. Uit: De afbakening tussen Jeugdwet en onderwijs - Schulinck (15 juli 2020) De afbakening tussen onderwijs en Jeugdhulp levert in de praktijk nog altijd veel vragen op. En dat is ook wel te verklaren.

Zowel de Wet passend onderwijs als de Jeugdwet kennen namelijk een zorgplicht die nogal ‘open’ is geformuleerd. Bij het ontbreken van duidelijke kaders of goede onderlinge afspraken, leidt dat onvermijdelijk tot discussie over wie verantwoordelijk is: de school of de gemeente. ……. ….. Uiteindelijk is het vooral van belang dat onderwijs en Jeugdhulp kennis hebben van wat ieders taak is en goede afspraken maken met elkaar. Daar verplichten zowel de onderwijswetten als de Jeugdwet overigens ook toe. ……..

38

………. Als beide partijen met een open blik willen kijken en vanuit het perspectief wat een kind in een individuele situatie nodig heeft, kom je al een heel eind. Desondanks zullen er grijze gebieden blijven bestaan…….

39

Bijlage 5: financiële vertaling extra middelen en hervormingsagenda

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=317ec55f-151d-4b4a-86b5-dcb29ba66e04