Discussienota duurzame jeugdhulp
Tekst van het document
Figuur 5.4b Ontwikkeling aantal unieke jeugdigen in zorg
zorg per jaar (Twentse Monitor Sociaal Domein)
tussen 2019 (index=100) en 2022
tussen 2019 (index=100) en 2022.
115 4053
4148
4326
4505
110 Almelo
105
Enschede
100
Hengelo
95 90 2019
2020
2021
2022
2019
2020
2021
2022
Attendiz (28 juni 2023). Aanscherping plaatsingsbeleid Attendiz (brief aan bestuurders van scholen, gemeenten en jeugdhulpinstellingen in Twente). 26 Bewerking van CBS maatwerktabellen van leerlingen naar gemeenten. Tabellen opgesteld in opdracht van VNG voor verschillende schooljaren, muv schooljaar 2018-2019. Geraadpleegd via: https://www.cbs.nl/nlnl/maatwerk/2023/13/leerlingen-naar-gemeenten-schooljaar-2022-23 25
28
Van alle jeugdigen in jeugdhulp krijgt de grootste groep jeugdhulp zonder verblijf. Jeugdhulp met verblijf wordt wel als de zwaardere vorm van jeugdhulp gezien. Dit is een vorm van jeugdhulp die men het liefst mijdt. Thuis tenzij is dan ook een van de leidende principes van de regiovisie jeugdhulp Twente. In 2022 kreeg iets minder dan 1 op de 5 jeugdigen in jeugdhulp een vorm van jeugdhulp met verblijf (figuur 5.4c). Figuur 5.4c Jeugdhulpgebruik naar type jeugdhulp in 2022 (Kennispunt Twente, TMSD)27
zonder verblijf 76%
verblijf 19%
jbjr 18%
Het aantal unieke gebruikers van jeugdhulp zonder verblijf stijgt vanaf 2019 licht (figuur 5.4d). Eerder bij de instroom in jeugdhulp zonder verblijf zagen we een licht dalende trend (zie 5.1) . Dat het aantal cliënten in jeugdhulp zonder verblijf toeneemt, komt dan ook door stagnerende uitstroom (zie 5.6). Het aantal unieke gebruikers van jeugdhulp met verblijf daalt tussen 2019 en 2021 en neemt vanaf 2022 weer toe. De verklaring hiervoor is het nieuwe woonplaatsbeginsel dat vanaf 1 januari 2022 is ingegaan (zie kader blz. 25). Ook het aantal unieke jeugdigen met een maatregel jeugdbescherming of jeugdreclassering daalt tussen 2019 en 2021. Ook hier is vanaf 2022 weer een toename te zien, waarbij ook het woonplaatsbeginsel een verklaring is.
Kennispunt Twente (versie 31 augustus 2023). Twentse Monitor Sociaal Domein. Trends en ontwikkelingen. Ontwikkeling cliëntaantallen. 27
29
Figuur 5.4d Trend in jeugdhulpgebruikers 2018-2022 (Kennispunt Twente, TMSD)
3500
Jeugdhulp Jeugdhulpzonder zonder verblijf verblijf
3400 3300 3200
3223
3433 3377 3266
320
3100 3000
1000 900
Jeugdhulp met verblijf
824
800
788
700
726
600
868 722
500 1000 900 800
Jeugdbescherming en -reclassering
889
795
809
700
748
600 500
2018
2019
2020
723
2021
2022
JEUGDHULP ZONDER VERBLIJF Als we inzoomen op soorten jeugdhulp zonder verblijf, dan is behandeling (OB4) de meest voorkomende vorm van jeugdhulp. Alle GGZ hulp valt onder behandeling. Jeugdigen kunnen meerdere vormen van jeugdhulp tegelijk krijgen. In figuur 5.4e worden ze dan voor beide vormen van jeugdhulp meegenomen. Figuur 5.4e Aantal gebruikers van jeugdhulp zonder verblijf, uitgesplitst naar type 2022 (Kennispunt Twente, TMSD)28
1882
Behandeling (OB4) 1144
Therapie (OB3) 565
Begeleiding (OB1+2) 327
Dyslexie Dagbesteding Medicatiecontrole 28
244 162
Twentse Monitor Sociaal Domein (versie 31 augustus 2023). Trends en ontwikkelingen – Ontwikkeling cliëntaantallen
30
Door de tijd heen daalt het aantal gebruikers van behandeling (OB4) licht en is er een toename van gebruikers van therapie (OB3). Figuur 5.4f Trend van aantal gebruikers van jeugdhulp zonder verblijf 2019-2022 (Kennispunt Twente, TMSD)
2500 2000 Medicatiecontrole Dagbesteding
1500
Dyslexie Begeleiding (OB1+2)
1000
Behandeling (OB4) Therapie (OB3)
500 0
2019
2020
2021
2022
Enschede is in vergelijking met 41 andere grotere gemeenten (G40) een middenmoter wat betreft het aandeel jeugdigen in jeugdhulp zonder verblijf. Een mogelijke verklaring is dat de beweging van verblijfszorg naar thuis met hulp hier nog minder gemaakt is. Almelo en Hengelo zijn wat betreft het aandeel kinderen in jeugdhulp zonder verblijf ook middenmoters (figuur 5.4g). Figuur 5.4g Percentage jeugd (0-18 jaar) in 2022 in jeugdhulp zonder verblijf, de G40 gemeenten vergeleken (Waarstaatjegemeente, 2022) 29
18% 16% 14%
Enschede, Almelo, 12,20%
Hengelo, 12,10%
12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 29
Waarstaatjegemeente.nl (2023). Jongeren met jeugdhulp gemeenten.
31
JEUGDHULP MET VERBLIJF Binnen jeugdhulp met verblijf is pleegzorg de grootste categorie met 381 jeugdigen in 2022 (figuur 5.4h). Figuur 5.4h Aantal gebruikers van jeugdhulp met verblijf, uitgesplitst naar type 2022 (Kennispunt Twente, TMSD)30
381
Pleegzorg 308
Verblijf (dakjes) 191
Weinig Voorkomend Hoog... Kortdurend verblijf
87
Gezinshuizen
85
Jeugdzorg Plus
34
Verblijf LTA
14
Zoals figuur 5.4d eerder al liet zien is er tussen 2021 en 2022 een trendbreuk in het aantal gebruikers van jeugdhulp met verblijf. Dit komt door het veranderde woonplaatsbeginsel (zie kader blz. 25). Als we inzoomen op de verschillende verblijfssoorten, dan is deze trendbreuk vooral te zien bij pleegzorg en gezinshuizen. Ook in het verblijf in groepen (dakjes) is een toename te zien tussen 2021 en 2022, maar deze lijkt al eerder dan 2021 ingezet. De wat specifiekere en zwaardere woonvormen: LTA, JeugdzorgPlus en WVHS (Weinig Voorkomend, Hoog Specialistisch) zijn vrij stabiel. Het aantal gebruikers van kortdurend verblijf is dalend. Figuur 5.4i Trend van aantal gebruikers van jeugdhulp met verblijf 2019-2022 (Kennispunt Twente, TMSD)
400 Verblijf LTA 300
Jeugdzorg Plus Gezinshuizen
200
Kortdurend verblijf 100 0
Verblijf (dakjes) 2019
2020
2021
2022
In Enschede maken in vergelijking met 41 andere grotere gemeenten (G40) jeugdigen relatief vaker gebruik van jeugdhulp met verblijf. Enschede staat hierbij op plek 4. Almelo kent nog een groter aandeel jeugdigen in verblijf. Hengelo volgt net na Enschede. Het lijkt hiermee een regionaal aandachtspunt. Op plek 1 staat overigens Heerlen (figuur 5.4j). 30
Twentse Monitor Sociaal Domein (versie 31 augustus 2023). Trends en ontwikkelingen – Ontwikkeling cliëntaantallen
32
Figuur 5.4j Percentage jeugd (0-18 jaar) in 2022 in jeugdhulp met verblijf, de G40 gemeenten vergeleken (WaarStaatJeGemeente, 2022) 31
3,5%
Almelo, 2,30% Enschede,
3,0%
2,10% Hengelo, 2,10%
2,5% 2,0% 1,5% 1,0% 0,5% 0,0% CRISISZORG
Crisissituaties wil je liever voorkómen. In Enschede waren er in de eerste helft van 2023 87 crisismeldingen bij het Coördinatiepunt Spoedhulp Jeugd Twente (figuur 4.4k). Enschede heeft relatief (naar inwonertal) meer crisismeldingen dan Almelo, maar minder dan Hengelo. Alleen in 2021, tijdens de coronacrisis, waren er in Enschede relatief veel crisismeldingen. Figuur 5.4k Jeugdigen waarvoor crisismelding is gedaan bij het Coördinatiepunt Spoedhulp Jeugd Twente in het eerste half jaar van 2020 tot 2023 (OZJT)32 In absoluut aantal crisismeldingen
Als percentage van alle 0 t/m 17 jarigen op 1-1-2021
0,60% 145
43 42
71 58 62 67
87
96 87
31 30
Almelo2020 -Q1Q2 Hengelo Enschede 2021 -Q1Q2 2022 -Q1Q2
31 32
2023 -Q1Q2
0,40% 0,20% 0,00%
2020 2021 Q1Q2 Q1Q2 Almelo
2022 2023 Q1Q2 Q1Q2 Hengelo
Waarstaatjegemeente.nl (2023). Jongeren met jeugdhulp gemeenten. OZJT (2023) Kwartaalrapportage Coördinatiepunt Spoedhulp Jeugd Twente Q1 en Kwartaalrapportage Q2 (concept)
33
COMPLEXE ZORG (RET) De Regionale Expertteams (RETs) van IJsselland en Twente zijn onderdeel van het Expertisenetwerk Jeugd Overijssel. Het Regionale Expert team kan worden ingeschakeld als casuïstiek niet oplosbaar is vanuit de gemeentelijke toegang of externe verwijzers. In dat geval kan een casus ingediend worden bij het RET. Het uitgangspunt van het RET is dat casuïstiek die hier wordt ingediend, hoe complex ook, wordt besproken en opgelost33. In het jaar 2022 zijn er vanuit Enschede 12 aanmeldingen gedaan bij het RET. Voor het jaar 2023 staat de teller begin september op 17 aanmeldingen. De belangrijkste vragen die binnen komen zijn een combinatie van inhoud van de casus duiden en het vinden van een geschikte plek voor een jeugdige34. Die plekken variëren van: ▪ Jongere kinderen die onder de 12 jaar zijn en nergens goed tussen passen ▪ Combinatie plekken van doordeweeks elders en in het weekend thuis om thuissituatie te ontlasten. ▪ Lange termijn plekken voor LVB-jongeren als ze ‘bijna’ 18 jaar zijn. ▪ Plekken voor na een gesloten plaatsing. ▪ Plekken voor na een behandelsetting. Vaak zijn er contra indicaties zoals ASS, trauma, PTSS, suïcide, externaliserend gedrag.
5.5 ZORGINTENSITEIT – KOSTEN PER CLIËNT Naast het type zorg is ook de zorgintensiteit een belangrijke factor. Zorgintensiteit is een combinatie van het type zorg (met bepaald tarief), hoe vaak deze zorg plaats vindt (bijv. 1 keer per maand) en de trajectduur. Een manier om zorgintensiteit uit te drukken is door te kijken naar de gemiddelde kosten per gebruiker per jaar. In 2022 waren de gemiddelde gedeclareerde kosten per jeugdige per jaar ruim €15k. Voor 2023 is de prognose dat dit uitkomt op ruim €17k. De gemiddelde gedeclareerde kosten per cliënt per jaar nemen vanaf 2018 ieder jaar toe (figuur 5.5a). In 2018 en 2019 is de kostenstijging lager dan de prijsindexatie. In 2020 en 2021 is de stijging gelijk aan de prijsindexatie en in 2022 en 2023 is de stijging hoger dan de prijsindexatie. In 2023 lopen de gemiddelde kosten met ruim 12 procent op waarvan 6,5 procent tariefstijging is. De kostenstijging door tariefproblematiek (zie hoofdstuk 4) is hier voor de vergelijkbaarheid niet in meegenomen. In Enschede stijgen vanaf 2020 de kosten per cliënt. Deze stijging is sterker dan in Almelo en Hengelo (figuur 5.5b). Het is op dit moment niet duidelijk wat de reden is voor deze verschillen.
33 34
Expertisenetwerk Jeugd Overijssel (geraadpleegd september 2023). RET. Via https://expertisenetwerkjeugdoverijssel.nl/ret Informatie-uitwisseling met voorzitter RET Twente per mail (september 2023)
34
Figuur 5.5a Gemiddelde gedeclareerde kosten
Figuur 5.5b Ontwikkeling kosten per cliënt per jaar
per cliënt per jaar 2017-2023 (Programmabureau
tussen 2019 (index=100) en 2022 (Kennispunt
Sociaal) 35. Cijfers 2023 is prognose van juli ’23.
Twente) 36
140 € 17.163 € 15.251 130 € 12.687 € 12.177 € 12.161 € 11.819 € 11.554 120
2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Almelo
110
Enschede
100
Hengelo
90
2019 2020 2021 2022
Figuur 5.5c laat zien dat LTA en Beschikbaarheidsvoorzieningen de hoogste gemiddelde kosten per persoon kennen, gevolgd door wonen en verblijf. LTA heeft zoals we eerder zagen relatief weinig gebruikers. Het aantal gebruikers van beschikbaarheidsvoorzieningen is iets groter. Bij wonen en verblijf speelt dat voor jeugdigen die hier gebruik van maken vaak ook aanvullende begeleiding of therapie wordt geboden. Daarmee worden de kosten per jeugdige nog hoger. Verdiepende analyses vanuit het Programmabureau Sociaal op ontwikkelingen tussen 2021 en 2022 laten zien dat er steeds meer begeleiding en therapie wordt ingezet naast verblijf. Tussen 2021 en 2023 stijgen de kosten per cliënt voor bijna alle zorgsoorten met meer dan 20 procent. Hiervan is een deel van de verklaring indexatie en tariefproblematiek, daarnaast is er sprake van een complexere hulpvraag. Voor LTA en begeleiding (OB1) nemen de kosten per gebruiker juist af. Door kleine aantallen cliënten fluctueert de LTA zorg wat sterker, daarnaast zijn er mogelijk datatechnische redenen voor dit grote verschil. Dit zoeken we uit.
35 36
Programmabureau Sociaal (2023). Kwartaalrapportage financiën sociaal domein, tweede kwartaal 2023. Twentse Monitor Sociaal Domein (versie 31 augustus 2023). Trends en ontwikkelingen – declaraties
35
Figuur 5.5c Gemiddelde kosten per cliënt per type jeugdhulp in 2022 (Programmabureau Sociaal
LTA Beschikbaarheidsv.
Figuur 5.5d Ontwikkeling gemiddelde kosten per cliënt )
€ 108.857 € 45.671
tussen 2021 en 2023 (Programmabureau Sociaal)
-51%
LTA 27%
Beschikbaarheidsv.
Wonen&Verblijf
€ 20.547
41%
Wonen&Verblijf
Therapie (OB-3)
€ 7.724
35%
Therapie (OB-3)
Begeleiding (OB-2)
€ 7.374
36%
Begeleiding (OB-2)
Maatregelhulp
€ 6.364
24%
Maatregelhulp
Behandeling (OB-4)
€ 4.571
23%
Behandeling (OB-4)
Begeleiding (OB-1)
€ 3.892
Consultatie&diagnosti...
€ 1.414
-6%
Begeleiding (OB-1) 40%
Consultatie&diagnosti...
5.6 ZORGDUUR EN ZORGFREQUENTIE Een onderdeel van de zorgintensiteit is de zorgduur. Programmabureau Sociaal van gemeente Enschede heeft hier extra analyses voor uitgevoerd. Zorgduur gaat over het aantal dagen tussen de start- en einddatum van een jeugdhulptraject. In deze analyse hebben we zorgduur uitgedrukt in gemiddeld aantal zorgdagen per jaar per jeugdhulpgebruiker. Dit kan dus tussen 1 of 365 liggen. Bij een gemiddelde van 365 dagen hebben alle kinderen alle dagen van het jaar zorg gehad en is er dus niemand gedurende het jaar ingestroomd of uitgestroomd. De gegevens voor 2023 zijn gebaseerd op een prognose. JEUGDHULP ZONDER VERBLIJF Het gemiddeld aantal zorgdagen voor jeugdhulp zonder verblijf is het hoogst bij begeleiding (OB2). Deze vorm wordt net als therapie (OB3) regelmatig gecombineerd met verblijfszorg. Trajecten diagnostiek & consultatie kennen relatief de kortste duur. Voor begeleiding, therapie en behandeling (OB1 t/m 4) neemt het aantal dagen in zorg toe (figuur 5.6a). Een verklaring hierbij vanuit de praktijk is dat de complexiteit van de hulpvraag bij jeugdigen toeneemt. Enerzijds als gevolg van een periode van "lock down" gedurende 2020 als gevolg van Corona, maar anderzijds ontstaat er ook meer druk in gezinnen als gevolg van financiële problemen en complexe echtscheidingen. Deze toenemende complexiteit kan een toenemende zorgduur veroorzaken.
36
Figuur 5.6a Gemiddeld aantal dagen zorg per jaar naar type jeugdhulp zonder verblijf 2020-2023 (Programmabureau sociaal). Aantal dagen in 2023 is een prognose van juli ’23.
350
Diagnostiek & Consultatie
300
Dyslexie
250 200
Begeleiding (OB1)
150
Begeleiding (OB2)
100
Therapie (OB3)
50 0
2020
2021
2022
Behandeling (OB4)
2023
De meest ingezette ondersteuning zonder verblijf is behandeling (OB4 in vakjargon). Voor dit type zorg is ook gekeken naar de zorgfrequentie. Hierbij is gekeken naar het aantal gedeclareerde en betaalde zorguren per jaar per jeugdhulpgebruiker. Voor 2023 is een prognose gemaakt. Het gaat hierbij om behandeling van jeugdigen zowel in het kader van Jeugd en opvoedhulp, een licht verstandelijke beperking als GGZ problematiek. Er is sprake van een toenemend aantal uren behandeltijd per jeugdige per jaar (figuur .6). De sterkste stijging zit tussen 2020 en 2021. Dit is onder andere een gevolg van problematiek ontstaan in de "lock down" tijdens de coronacrisis. Met name psychische problematiek is daardoor toegenomen. Deze stijging loopt nog door in 2022 en 2023, maar wordt daarbij wel minder sterk. Figuur 5.6b Gemiddeld aantal gedeclareerde en betaalde uren behandeling (OB4) per jaar, 2019-2023 (Programmabureau Sociaal). De uren over 2023 zijn een prognose van juli ’23.
32,8 21,3
2019
36,5
37,9
24,1
2020
2021
2022
2023
JEUGDHULP MET VERBLIJF Jeugdhulp met verblijf via pleegzorg en gezinshuizen telt gemiddeld de meeste zorgdagen per jaar. Dit is een indicator voor een lange zorgduur. Dit is ook logisch omdat pleegzorg en gezinshuizen bedoeld zijn als
37
woonvoorzieningen, een alternatief thuis. Terwijl de andere verblijfsvoorzieningen bedoeld zijn voor behandeling en per definitie tijdelijk zijn. Voor pleegzorg en gezinshuizen is het gemiddeld aantal dagen tussen 2021 en 2022 toegenomen. Dit is precies ten tijde van de overgang naar het nieuwe woonplaatsbeginsel (zie kader blz. 25). Mogelijk is hiermee een samenhang en zijn de trajecten die er in 2022 bij zijn gekomen langdurigere trajecten. Voor wonen en verblijf (in groepen) is een doorlopende stijging te zien in verblijfsduur, dus niet alleen tussen 2021 en 2022. De gemiddelde duur in jeugdzorg voor Jeugdzorg plus schommelt meer. Dit is te verklaren doordat het aantal jeugdigen in Jeugdzorg plus relatief klein is, waardoor extra in- of uitstroom van enkele kinderen al snel impact heeft op het gemiddeld aantal dagen zorg per jaar (figuur 5.6c). Figuur 5.6c Gemiddeld aantal dagen zorg per jaar naar type jeugdhulp met verblijf, 2020-2023 (Programmabureau Sociaal). Aantal dagen in 2023 is een prognose van juli ’23.
350 300
LTA
250
Jeugdzorg plus
200
Gezinshuizen Wonen en verblijf
150
Beschikbaarheidsvoorzienin...
100
Pleegzorg
50 0
2020
2021
2022
2023
WACHTTIJDEN Wachttijden in de jeugdzorg kunnen van invloed zijn op de zorgduur. Hier is landelijk en ook regionaal een programma voor opgestart. Hoewel bekend is dat er wachttijden zijn, is er op dit moment landelijk en regionaal geen goed bruikbaar inzicht in wat de wachttijden zijn en hoe die zich ontwikkelen37. In het regionale project ‘Aanpak wachttijden’ wordt wel gewerkt aan een regionale monitor wachttijden. UITSTROOM UIT ZORG De in- en uitstroomanalyse van Kennispunt Twente laat zien dat er in 2020 in Enschede ongeveer 1,2 keer meer jeugdigen instroomden in jeugdhulp in dan dat er uitstroomden. Instroom is hier het aantal jeugdigen dat in een jaar jeugdhulp krijgt en in het hele kalenderjaar daarvoor niet. Uitstroom is het aantal jeugdigen dat in een jaar jeugdhulp krijgt en het hele kalenderjaar daarna niet. De kloof tussen in- en uitstroom wordt tussen 2018 en 2020 ook steeds groter (figuur 5.6d). Tussen 2018 en 2020 stagneert de uitstroom met name bij jeugdhulp zonder verblijf en in het bijzonder bij ambulante hulp op locatie aanbieder en in het netwerk van de jeugdigen en bij jeugdigen van middelbaar- en hoger opgeleide ouders38.
Pries et al (2022). Een functionele kijk op wachttijden. Wachttijden in de jeugdzorg begrijpen. VNG Kennispunt Twente (2023). Duidingssessie. Presentatie bij de bijeenkomst over de in- en uitstroomanalyse jeugdzorg Enschede op 17 mei 2023. 37 38
38
In Nederland en gemiddeld in de G40 is er eveneens een stagnerende uitstroom zichtbaar en eveneens een toenemende kloof tussen in- en uitstroom. Het beeld in Enschede is daarmee niet uniek. De toenemende zorgduur en de stagnerende uitstroom zijn ontwikkelingen die hand in hand gaan. Figuur 5.6d Aantal jeugdigen dat nieuw instroomt en dat uitstroomt uit jeugdhulp in Enschede (Kennispunt Twente, bewerkt, 2022)39
1500 1000 500 0
2018
2019
2020
Instroom Een positieve trend is dat de jeugdigen die uitstromen steeds vaker duurzaam uitstromen, dat wil zeggen dat ze na het uitstromen minimaal zes maanden uit zorg blijven. Uit de kwartaalanalyse van het Programmabureau komt naar voren dat iets minder dan driekwart van de beëindigde trajecten in 2022 een duurzame zorgoplossing kent. Dit betekent dat een cliënt niet terugkeert binnen 6 maanden40. Figuur 5.6e Percentage duurzame uitstromers tussen 2021 en 2023 (Programmabureau Sociaal, 2023)9. De uitstroom van 2023 is een cijfer van juli ‘23
64%
2021
72%
74%
2022
2023
5.7 SAMENLOOP MET BIJSTAND EN WMO Bij ruim zeven op de tien huishoudens waar jeugdhulp (JW) wordt geboden is dit de enige hulp vanuit het sociaal domein. Bij drie op de tien huishoudens met jeugdhulp is er ook hulp vanuit de participatiewet (PW) en/of de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).
39 40
Kennispunt Twente (2022). Verdiepende analyse in- en uitstroom in jeugdzorg in Enschede. Gebaseerd op CBS microdata. Programmabureau Sociaal (2023). Financieel kwartaaloverzicht Q2.
39
In de afgelopen jaren is de samenloop van gezinnen die hulp krijgen vanuit de Jeugdwet (JW) en óók te maken hebben met de participatiewet (PW) en/of de WMO stabiel gebleven. Dit is niet toe- of afgenomen (figuur 5.7a) Figuur 5.7a Huishoudens met jeugdhulp en gebruik van andere voorzieningen sociaal domein, tussen 2019 en 2022 voorlopige cijfers (CBS)41
2019
71%
15%
10% 5%
2020
67%
17%
10% 6%
2021
72%
12%
10% 5%
2022
72%
12%
11% 5%
JW
JW+ PW
JW+WMO
JW+PW+WMO
5.8 CLIËNTTEVREDENHEID Jaarlijks wordt een cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd. Hiervoor vullen ouders en/of jeugdigen een vragenlijst in42. Ouders en jeugdigen zijn wat betreft de hulpvraag voor de gemeten zaken het meest positief over de bejegening (87% voelt zich serieus genomen en 80% geeft aan samen naar oplossing te hebben gezocht in gesprek). Voor wat betreft de zorg zelf, zijn ouders en/of jeugdigen van de zaken die gemeten zijn, ook hier het meest positief over de bejegening (91% respectvol behandeld, 83% serieus genomen). Het meest kritisch is men over de snelheid van de hulp (25% vindt dit niet snel) en over de samenwerking tussen organisaties (21% vindt geen goede samenwerking) Van de gemeten punten is het vaakst behaalde resultaat dat de cliënt zich beter voelt (77%) en het gedrag verbeterd is (66%). De cliënttevredenheid wordt jaarlijks gemeten en is tamelijk stabiel tussen 2017 en 2022. Wat opvalt is dat het samenwerken van verschillende organisaties tussen 2017 en 2020 verbeterde (van 46% in 2017 die vond dat dit goed ging naar 59% in 2020). Sinds 2020 is dit gedaald naar 52%. Verder valt op dat sinds 2022 cliënten het vaker oneens en minder vaak eens zijn met de stellingen ‘goed geholpen bij vragen en problemen’ en ‘hulpverleners weten genoeg’. Overigens is nog steeds driekwart hier positief over.
41 42
CBS Open data (geraadpleegd September 2023). Gebruik voorzieningen sociaal domein; aantal voorzieningen wijken, 2022 I&O Research (2023) Cliëntervaringsonderzoek Jeugd Enschede 2022
40
5.9 SAMENGEVAT Wat valt nu op in Enschede? •
Enschede telt relatief veel jongeren die jeugdhulp met verblijf krijgen in vergelijking met de G40 (41 grote steden in Nederland). Dit hangt samen met het feit dat Enschede relatief veel ouders met een lager opleidingsniveau en een lager inkomen telt dan gemiddeld in de G40. En jeugdigen van ouders met een laag of middelbaar opleidingsniveau en een laag gezinsinkomen hebben meer kans om in jeugdhulp met verblijf te raken.
•
In Enschede zijn er relatief weinig jeugdhulpverwijzingen via de huisarts, maar instroom via de huisarts neemt wel toe. Een mogelijke verklaring is dat relatief veel Enschedese huisartsen (circa 90%) een praktijkondersteuner Jeugd in hun praktijk hebben. Van deze praktijkondersteuners is bekend dat hun aanwezigheid in de praktijk bijdraagt aan minder jeugdhulpindicaties. Een andere mogelijke verklaring is dat de wijkteams in Enschede beter bekend zijn en sneller gevonden worden dan elders.
•
De grootste groep nieuwe instromers krijgt jeugdhulp zonder verblijf via huisarts of wijkteams. Deze groep is qua inkomenssituatie en opleidingsniveau van ouders een doorsnede van de gemiddelde Enschedese jeugdige. Enschede volgt daarmee de landelijke trend dat steeds meer hogere inkomens gebruik maken van jeugdhulp zonder verblijf. De huisarts verwijst vaker naar GGZ-zorg, de wijkteams naar andere vormen van jeugdhulp.
•
Jeugdigen uit een eenoudergezin hebben duidelijk meer kans om jeugdhulp te krijgen dan jongeren in een meeroudergezin. Dit geldt zowel voor jeugdhulp met verblijf als voor jeugdhulp zonder verblijf. Ongeveer 1 op de 6 kinderen groeit op in een eenoudergezin. In Enschede speelt dit thema in dezelfde mate als gemiddeld in de G40
•
De zorgintensiteit (kosten per cliënt) is in Enschede de laatste jaren sterk toegenomen, meer dan in Hengelo en Almelo. Dit vraagt nog nader onderzoek.
•
De zorgduur van met name ambulante jeugdhulp neemt toe. Dat de zorgduur toeneemt kan komen doordat trajecten zwaarder worden en intensievere zorg vragen, doordat er niet door- of uitgestroomd kan worden of doordat er wachttijden zijn.
•
Voor behandelingen neemt de zorgfrequentie toe. Dit betekent dat de jeugdigen meer behandeluren per maand krijgen.
•
Steeds meer kinderen stromen in in het speciaal onderwijs. Kinderen in het speciaal onderwijs hebben relatief vaker jeugdhulp nodig dan kinderen in het regulier onderwijs. Hier lijkt een gezamenlijke uitdaging met het onderwijs te zijn.
41
6. VERBETERKANSEN In deze paragraaf gaan we in op wat er allemaal al gebeurt om jeugdhulp te verbeteren: landelijk, regionaal en lokaal. Daarna komen de verbeterkansen aan bod zoals genoemd vanuit veldgesprekken. Apart gaan we hierbij in op wat de jeugd er zelf van zegt.
6.1 LANDELIJKE MAATREGELEN In juni 2023 is de definitieve landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023-202843 gepresenteerd. Deze is tot stand gekomen in een samenwerking tussen cliëntenorganisaties, professionals via verschillende beroepsverenigingen, zorgaanbieders, gemeenten, kennispartners en de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid. De Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Daarbij wordt van alle partijen inzet verwacht. Naast de Hervormingsagenda Jeugd is ook het Landelijke programmaplan 2023-2026 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming44 relevant. Hierbij zijn duidelijke relaties met de Hervormingsagenda Jeugd. Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming heeft specifiek betrekking op de jeugdbeschermingsketen. Hierbij gaat het om de hulp en bescherming aan kinderen en volwassenen (0-100) zodanig te organiseren, dat de veiligheid in gezinnen en huishoudens verbetert, de betrokkenen zich beter gezien en gehoord voelen en er minder gedwongen maatregelen nodig zijn. De Hervormingsagenda beschrijft de volgende opgaves: 1)
Afbakenen en verduidelijken wat jeugdzorg is en daarnaast is een stevige pedagogische basis nodig.
2)
Jeugdhulp steviger verbinden met aanpalende domeinen als het onderwijs, volwassenen-ggz en bestaanszekerheid
3)
Stevige lokale teams en toegang
4)
Terugdringen residentiële jeugdhulp
5)
Kwaliteitsverbetering en blijvend leren
6)
Verbeteren van organisatie en inkoop specialistische jeugdzorg
7)
Eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking
8)
Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring
Bij de verschillende opgaves staan in de Hervormingsagenda Jeugd landelijke maatregelen en maatregelen die regionale of lokale implementatie vragen. Hieronder benoemen we de landelijke maatregelen die impact zullen hebben op onze lokale strategie en resultaten. Landelijke maatregelen vanuit de Hervormingsagenda betreffen onder andere: ▪ Het initiëren van een maatschappelijk dialoog over normaliseren ▪ Aanpassing van de Jeugdwet op 1) reikwijdte jeugdhulp en 2) verduidelijking van toereikend aanbod van basisvoorzieningen. ▪ Het bieden van handreikingen, kwaliteitskaders en convenanten ter ondersteuning van de lokale praktijk.
Hervormingsagenda Jeugd 2023 - 2028 | Rapport | Rijksoverheid.nl Ministerie VWS & ministerie J&V (2023). Programmaplan 2023-2026. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/toekomstscenario-kind-engezinsbescherming/documenten/publicaties/2023/07/17/programmaplan-toekomstscenario-kind-engezinsbescherming-2023-2026 43 44
42
▪ O.a. handreiking begrenzing reikwijdte en pedagogische basis, kwaliteitskader brede analyse, convenant stevige lokale teams, kwaliteitskaders en onderzoeksagenda. ▪ Landelijke contractering specialistische zorg. ▪ Ontwikkelen van landelijke standaarden voor inkoop, kwaliteit en administratie en vereenvoudiging productcodes, vaststellen landelijke maximum tarieven voor regionaal en landelijk ingekochte zorg, invoering Amvb reële prijs. ▪ Landelijke structurele monitoring van het jeugdhulpstelsel. Landelijke maatregelen vanuit het programmaplan toekomstscenario kind- en gezinsbescherming: ▪ Ontwikkelen leidraden en ondersteuningspakketten en handelingskaders voor lokale teams over werken aan veiligheid en voor regionale veiligheidsteams over integraal systeem- en mensgericht werken. ▪ Leren vanuit verschillende proeftuinen. ▪ Inrichten regionale veiligheidsteams en expertiseplatforms ▪ Ontwikkelen passende juridische kaders
6.2 REGIONALE MAATREGELEN Op regionaal niveau werken we samen met andere Twentse gemeenten in de Samenwerkingsagenda (uitwerking van de Regiovisie Jeugdhulp), de strategische inkoop Jeugdhulp en Twentse Koers. Als grote gemeente heeft Enschede ook een aantal extra taken waarvoor het Rijk specifieke uitkeringen verstrekt (SPUK’s). Het ministerie van VWS heeft in 2020 acht landsdelen opdracht gegeven om een expertisenetwerk op te zetten voor complexe jeugdhulp. Enschede is hiervoor coördinerend gemeente voor Overijssel. Daarnaast is Enschede coördinerend gemeente voor Overijssel voor de transitie van de open residentiële voorzieningen of open driemilieusvoorzieningen. De uitvoering hiervan vindt plaats in 2023 en 2024. Hieronder benoemen we de regionale maatregelen die impact zullen hebben op onze lokale strategie en resultaten. Het betreft maatregelen vanuit verschillende hierboven genoemde samenwerkingen.
Al lopende initiatieven ▪ Regionale acties op thema onderwijs en zorg: Schoolaanwezigheidsprogramma, versterken samenwerking op schoollocaties met relatief veel sociale problematiek, versterken samenwerking rond 35 zorgintensieve scholen in Twente (voortzetting vanuit samenwerkingsagenda) ▪ Vermindering instroom jeugdzorgplus ▪ Ombouw naar kleinschalige verblijfsvoorzieningen regionaal (SPUK driemilieusvoorziening) ▪ Regionale aanpak wachttijden ▪ Regionale afstemming en uitwisseling contractmanagement en platform bedrijfsvoering ▪ Regionaal expertisenetwerk Jeugd ▪ Regionale monitoring vanuit Kennispunt Twente ▪ Twentse Koers, themalijn: schulden en armoede en preventie en gezondheid Geplande initiatieven of initiatieven in ontwikkeling ▪ Regionale acties op thema wonen en zorg: regelen van flexibele zorg in kleinschalige woonvormen in de wijk, beleidsrijke invulling SPUK driemilieusvoorziening: verminderen instroom in residentiële instellingen en vergrote
43
uitstroom, een beleids- en beoordelingskader voor totstandkoming van woon/zorginitiatieven (samenwerkingsagenda) ▪ Regionale acties op thema onderwijs en zorg: contacten tussen scholen, zorgaanbieders en gemeenten faciliteren, multi-disciplinaire overleggen op scholen versterken, ontwikkelen schakelarrangementen om meer leerlingen vanuit speciaal onderwijs naar regulier onderwijs te laten gaan, werken met toekomstplan voor jongeren die vanuit VSO/PRO onderwijs verlaten, doorontwikkelen van de onderwijs-jeugdhulp monitor (samenwerkingsagenda) ▪ Regionale acties op thema samenwerken met de sociale basis: overzicht creëren hoe in twente sociale basis is georganiseerd, tactisch platform van managers lokale toegangsteams van Twentse gemeenten (samenwerkingsagenda) ▪ Regionale acties op thema passende ambulante zorg: domeinoverstijgende verklarende analyse, integraal samenwerken faciliteren en passend financieren, opzetten GiZteams, ontwikkeling passend ambulant aanbod voor jeugdigen met hoog-complexe zorgvraag (samenwerkingsagenda) ▪ Regionale uitwerking toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (samenwerkingsagenda gedwongen kader) ▪ Strategische inkoop 2025-2028, aandacht voor normaliseren, op- en afschalen, vermijden wachttijden, sturen op doelen, ontwikkeling lokale sociale basisinfrastructuur, vermindering administratieve lasten en datagedreven werken.
▪ Twentse Koers, themalijn: Jeugd
6.3 LOKALE MAATREGELEN: WAT WE AL DOEN De toegang hebben we al sinds de decentralisaties van 2015 georganiseerd via wijkteams. Dit is een samenwerking tussen gemeente Enschede en SMD, waarbij SMD voor de bezetting zorgt en zorg draagt voor het vakmanschap en de gemeente Enschede ondersteuning biedt via backoffice en bedrijfsbureau. Daarnaast is er ook de toegang via de huisartsen, gecertificeerde instellingen en jeugdartsen en medisch specialisten. Toezichthouders controleren of de zorg die aanbieders bieden rechtmatig is. De kwaliteit van zorg wordt door de inspectie van volksgezondheid beoordeelt. Naast de uitvoering van deze taken heeft Enschede de afgelopen jaren ook verschillende aanvullende initiatieven genomen die bijdragen aan een betere uitvoering van de Jeugdwet. Het onderstaande overzicht zet de belangrijkste initiatieven op een rij, gerangschikt naar de opgaves uit de hervormingsagenda. Stevige pedagogische basis ▪ Schoolwijkcoaches / IKC Wijkcoaches ▪ Breed scala aan voorliggende activiteiten45 ▪ Kracht van Verenigingen ▪ BSO+ / VVE+ ▪ Armoederegelingen voor kinderen ▪ Aanpak op scheidingen: Kies / Bram ▪ Opvoedondersteuning (bijv. mamacafé, dreumescafé, gezinsondersteuning en begeleiding, loes.nl)
Westenenk, E. (2023). Beschermd tegen de kou. Een onderzoek naar beschermende factoren om mentale problemen bij jongeren in Enschede te voorkomen. 45
44
▪ Jongerenwerk en Jeugdwerkonline Jeugdhulp verbinden met aanpalende domeinen ▪ Schoolwijkcoaches / IKC Wijkcoaches ▪ OJA Scholen ▪ Doorbraakmethode/ Maatwerkroute: Toekomstplan/ Flexibel budget Stevige lokale teams ▪ POH Jeugd (90% huisartspraktijken) ▪ Samenwerkingsafspraken GI ▪ Presentiebenadering wijkteams Kwaliteitsverbetering en blijvend leren ▪ Werken aan kwaliteit wijkteams (kwaliteitsplan, kwaliteitsfunctionaris, leerkringen) Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring ▪ Kwartaaloverzichten (A3’s) bespreken met wijkteams, bedrijfsbureau
6.4 LOKALE KANSEN: VANUIT DE JEUGD Op 28 september heeft een bijeenkomst plaatsgevonden met 6 jongeren uit de Jongerenraad van jeugdhulpaanbieder Jarabee. Onder leiding van Kinderperspectief zijn we met deze jongeren op zoek gegaan naar wat voor jongeren passende jeugdhulp is en wat hen had kunnen helpen jeugdhulp te voorkómen. Ook hebben we naar hun positieve en negatieve ervaringen gevraagd en naar verbetersuggesties. De kern van hun betoog is luister naar mij, doe daar iets mee, probeer me niet in een hokje te passen, maar kijk wat bij mij past en waar ik behoefte aan heb. Passende jeugdhulp is •
Als geluisterd wordt naar de jongere/ het kind zelf en hier iets mee wordt gedaan
•
Hulp zonder hokjes, ieder kind is namelijk uniek en verdient een aanpak die bij hem of haar past.
•
Hulp waar het kind/jongere behoefte aan heeft en zich geholpen mee voelt
•
Hulp die situatie verbetert, niet alleen minder verslechtert
•
Hulp uit het hart en die niet draait om geld
Wat jongeren nodig hebben in of uit hun omgeving om te voorkomen dat ze te maken krijgen met jeugdhulp? •
Ouders moeten klaar zijn voor ouderschap
•
School als prettige plek (aandacht voor pesten, voor problemen thuis, niet afrekenen op prestaties)
•
Iemand in je omgeving om fijn mee te praten / vertrouwenspersoon
45
6.5 LOKALE KANSEN: VANUIT VELDGESPREKKEN Vanuit de veldgesprekken zijn vanuit verschillende invalshoeken kansen benoemd voor de Enschedese praktijk om jeugdhulp te voorkómen of beter passend te laten zijn. Deze zijn voorlopig ingedeeld in 17 punten. Kansen om jeugdhulp te voorkómen danwel passend toe te wijzen: 1 Afbakenen en verduidelijken wat jeugdzorg is en wat niet: te zijner tijd implementeren van de handreiking en wetswijziging in afbakening reikwijdte en eventueel kan hierop ook vooruitgelopen worden. 2 Versterken pedagogische basis: met de partners uit de pedagogische basis in kaart brengen hoe zij gezamenlijk gehoord geven aan de opdracht om een pedagogische basis te vormen voor jeugd en gezinnen. Eventueel kan op onderdelen de pedagogische basis uitgebreid worden. Bijvoorbeeld via activiteiten in de voorschoolse leeftijd, ondersteuning rondom fase-overgangen in het leven, preventieve programma’s voor pedagogische vaardigheden en psychische flexibiliteit bij ouders. Lokale initiatieven in de plan- of opstartfase die hier bij aansluiten: ▪ Extra preventieactiviteiten in kader van Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) ▪ Programma Kansrijk Enschede ▪ Nieuwe aanbesteding welzijnswerk ▪ Familiehuis, eerste 100 dagen ▪ Project “Relaties en opvoeden ”een vak apart 3. Stevige lokale teams: In de hervormingsagenda wordt gesproken over het belang van stevige lokale teams.
Hierbij zijn een reeks concrete criteria genoemd. Voor een aantal criteria is er nog verbeterpotentieel, zoals de nabijheid van specialistische expertise als casussen complex worden, de samenwerking met andere verwijzers, het inzetten op collectieve oplossingen en zelf hulp bieden. Lokale initiatieven in de plan- of opstartfase die hier bij aansluiten: ▪ Onderzoek naar de wijkteams / Ontwikkelagenda wijkteams: op basis van een brede scan wordt een ontwikkelagenda opgesteld voor doorontwikkeling van de wijkteams. Hier is ook een link naar de hervormingsagenda jeugd. ▪ Inzet POKgelden. Versterken dienstverlening kwetsbare inwoners ▪ Nieuwe verordening Jeugd 4. Verbinding aanpalende domeinen (Werk en inkomen, leerplicht, schuldhulp en armoede): Hoewel vanuit de wijkteams vanuit het gezin wordt gekeken, blijkt het in de Enschedese praktijk soms toch weerbarstig om gezamenlijk tot de beste aanpak voor een gezin te komen. De lijnen tussen de wijkteams en werk en inkomen kunnen nog wat korter. De hervormingsagenda adviseert een coördinator aan te wijzen als parallel aan jeugdhulp ook andere hulp wordt geboden in een gezin. Werken in fysieke nabijheid van elkaar noemen enkele wijkteammedewerkers die we spraken als stimulans om gemakkelijker samen te werken.
46
5. Samenwerking externe verwijzers verbeteren Naast de wijkteams zijn ook de GI en huisartsen belangrijke verwijzers. Door meer samenwerking met externe verwijzers, worden verwijzingen kwalitatief beter en passender en zijn ook minder verwijzingen nodig, omdat oplossingen in de sociale basis benut worden. Bij huisartsen zijn al veel poh’s werkzaam. Sinds kort is er ook een project Welzijn op recept gestart om de verbinding tussen sociaal domein en huisarts te verbeteren. Tussen de GI’s en wijkteams zijn er samenwerkingsafspraken. Beide partijen zien mogelijkheden hoe deze samenwerking verbeterd kan worden. Men weet elkaar niet goed te vinden en te benutten. Verschillende partijen benoemen de inzet van een coördinator externe verwijzingen als een manier om beter af te stemmen over de inzet van jeugdhulp. Lokale initiatieven in de plan- of opstartfase die hier bij aansluiten: ▪ Pilot Welzijn op Recept bij huisartspraktijken 6. Verbinding jeugdhulp en onderwijs verder vormgeven Er zijn verschillende samenwerkingen met het onderwijs. Zo zijn er OJA-scholen en de inzet van IKC wijkcoaches, inzet schoolaanwezigheidsbeleid. Dit naar tevredenheid van wijkteams en onderwijs. Dit zou nog verder uitgebreid kunnen worden. Er zijn nog kansen voor meer verbinding met het voortgezet onderwijs.
Met de afbouw van 3milieu-voorzieningen komen jeugdigen die destijds onderwijs kregen binnen de 3milieuvoorziening in het speciaal onderwijs terecht. Dit kan ook leiden tot extra jeugdhulpvragen in de onderwijssetting. Er is soms samenloop tussen passend onderwijs en jeugdwet. Mogelijk kan hier ook een integrale indicatie voor worden afgegeven. Kansen om beter passende zorg te bieden: 7. Terugdringen residentiële zorg Op Twents niveau wordt gewerkt aan het terugdringen van residentiële zorg. Wat is er nu lokaal nog mogelijk om hierin extra te doen? In de veldgesprekken wordt genoemd dat er geïnvesteerd moet worden in plekken waar kinderen onvoorwaardelijk mogen zijn, als thuis wonen niet kan. Dan wordt doorplaatsen minder. Verder wordt het stimuleren van de ontwikkeling van alternatieve ambulante zorg voor residentieel verblijf genoemd. Naast een uitbreiding van het aanbod wordt ook goede triage bij de toegang genoemd zodat je in situaties waar nodig is tijdig wat zwaardere specialistische jeugdhulp inzet, waarmee je verblijfshulp kan voorkómen. Hier kunnen aanbieders ook hun specialistische kennis toevoegen. 8 Kwaliteitsverbetering en blijvend leren Op verschillende vlakken zien partijen kansen om iets te verbeteren in de kwaliteit van zorg of de rechtmatigheid van zorg en het borgen van kennis.
De hervormingsagenda adviseert om te sturen op een cultuur van voortdurend leren bij professionals en instellingen. Binnen de verschillende disciplines gebeurt dit al (wijkteams, aanbieders). Kans is er in gezamenlijk leren bijvoorbeeld over een thema als op- en afschalen van zorg. 9 Kansen in inkoop en organisatie specialistische zorg Enschede koopt jeugdhulp samen met andere Twentse gemeenten regionaal in. Momenteel is men bezig met de strategische inkoop vanaf 2025. De inkoopstrategie is een middel van de gemeente om het zorglandschap te laten aansluiten bij de eigen visie. Het regionaal inkopen is een aanbeveling vanuit de hervormingsagenda omdat dit veel administratieve last scheelt bij aanbieders. Hiervoor is er een wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid van zorg voor jeugdigen opgesteld waarin per zorgvorm de verplichting tot regionale samenwerking is opgenomen. In de regionale strategische inkoop worden alle vormen van
47
jeugdhulp, ook de lichtere vormen ingekocht. Enschede is nauw betrokken bij dit strategische inkoopproces, maar moet hierin natuurlijk afstemmen met andere gemeenten. De lokale invloed is hier beperkt. 10 Escalatie voorkomen In Enschede is relatief veel crisiszorg. Bij complexe casussen is het zaak om tijdig partijen samen te brengen om escalatie te voorkomen. Hier zijn mogelijk kansen voor verbetering door dit te organiseren en regie-afspraken te maken. Bij complexe casussen wordt het belang genoemd om tijdig expertise in te vliegen of te consulteren. 11 Beperken zorgduur Er zijn in de veldgesprekken verschillende suggesties gekomen om de zorgduur te beperken. Bijvoorbeeld door bij erkende interventies een normering als richtlijn te hanteren. Het blijft uiteindelijk maatwerk, maar het kan wel een aanknopingspunt zijn om in een evaluatiegesprek naar te vragen. Een andere suggestie is om in sommige situaties eerder op te schalen naar zwaardere zorg, waardoor je uiteindelijk de zorgduur beperkt. Hiervoor moet scherper met elkaar gedefinieerd worden bij welke doelgroep, in welke situaties dit nodig is. Vanuit de hervormingsagenda wordt genoemd om afspraken te maken bij contractering zorgaanbieders hoe tijdens de looptijd op de gemiddelde contractduur wordt gemonitord en gestuurd.
12 Afschalen zorg Extra aandacht voor de evaluaties bij herindicaties bij verwijzers is ook een aandachtspunt. Door drukte kan dit nog wel eens erbij inschieten. Het werken met een vierogenprincipe bij verlengingen helpt mogelijk ook om onnodig een herindicatie te geven. Hier hebben wijkteams ruimte voor nodig. Als GI’s en gemeenten dichter op elkaar werken, elkaar beter kennen en vertrouwen is wellicht voor GI gemakkelijker om af te schalen naar wijkteams. Een andere suggestie is om in contracten met zorgaanbieders de verplichting op te nemen om in zorg ook af te schalen. 13 Versterken datagedreven werken en leren Het bedrijfsbureau van de gemeente Enschede kent al een team dat informatievoorziening verzorgt en dit ook ieder kwartaal met de teams bespreekt. Hier zou nog meer uit gehaald kunnen worden, door meer vraaggericht informatie te bieden en specifieke analyses te doen om inzicht te krijgen in bepaalde signalen/problematiek vanuit de praktijk. Ook kan er nog meer geleerd worden uit de data, bijvoorbeeld in sessies met professionals vanuit wijkteams, aanbieders, GI’s, huisartsen etc. Kansen om de betaalbaarheid te vergroten: 14 Inefficiënties wegnemen Het wegnemen van inefficiënties en onnodige bureaucratie helpt te besparen. Er zijn enkele punten genoemd: zorgen voor een duidelijke route voor klachtenafhandeling van ouders, dit is lang niet altijd duidelijk.
Aanbieders zien nog registratielast door volumetoekenning op minuten en verslaglegging op cliëntniveau. 15 Onnodige zware hulp voorkomen Soms wordt zwaardere hulp ingezet omdat lichtere hulp niet voorhanden is, terwijl dit net zo goed geschikt zou zijn. Uit de veldgesprekken komen hier enkele voorbeelden uit naar voren. Dit gaat vaak om specifieke situaties. Bijvoorbeeld zorg dat het speciaal onderwijs bekend is met voorliggende naschoolse mogelijkheden, zodat je voorkomt dat een school een ouder voor de vakantie doorverwijst naar dagbesteding via een indicatie. Of zet bij begeleiding van een omgangsregeling een taxi in, in plaats van begeleiding van een jeugdhulpbegeleider.
48
16 Schrappen Om kosten te besparen kan ook gekeken worden of er dingen die we doen, geschrapt kunnen worden. Een suggestie is om projecten langs te lopen en projecten te schrappen waarvan de effectiviteit uitblijft, of onzeker is. Een andere suggestie vanuit de veldgesprekken is om inefficiënte netwerkoverleggen te beperken of te besparen op ondersteunende diensten. 17 Versterken inkomstenkant De gemeente Enschede heeft sinds 2022 extra kosten vanwege de jeugdigen die met de wijziging van het woonplaatsbeginsel. Zij wordt hier ten dele voor gecompenseerd door het Rijk. Hier kan een lobby op gevoerd worden richting het Rijk. Daarnaast kwam uit één van de veldgesprekken naar voren dat het belangrijk is om jeugdhulpkosten niet alleen als ‘lasten’ te zien, maar ook als een investering in ‘toekomstige baten’. Kijk hiervoor breed over de domeinen heen naar effecten op Wmo-gebruik, Participatiewet, schuldhulpverlening.
49
7. DISCUSSIE In de komende maanden zetten we de inzichten uit deze discussienota om in concrete maatregelen. Naast voorgaande input, betrekken we daarbij ook graag de inzichten van uw raad. Daarbij hebben we een aantal stellingen geformuleerd die we nadrukkelijk in gesprek willen brengen. Op basis van dat gesprek kunnen we de concrete uitwerking ter hand nemen en waar nodig bijstellen.
STELLING 1: WE TORNEN NIET AAN ONZE PRINCIPES VOOR GOEDE JEUGDHULP. Samen met alle Twentse gemeenteraden hebben we in de Regiovisie Jeugd acht leidende principes vastgesteld voor de uitvoering van jeugdhulp in onze regio die er op gericht zijn om het beste te doen voor onze Jeugd. Hier willen we niet aan tornen. Onze jeugd is een kwetsbare groep die we niet in de kou willen laten staan door bijvoorbeeld extra wachttijden te creëren om kosten te besparen of door de gewenste verschuiving naar meer gezinshuizen te stoppen, omdat dit duurder is dan de zorg in groepen. We realiseren ons dat investeren in de jeugd ook besparen is in de toekomst (wmo, p-wet, veiligheid).
STELLING 2: WE ZIJN ONS ERVAN BEWUST DAT WE DE TEKORTEN MAAR BEPERKT BINNEN DE JEUGDHULP KUNNEN OPLOSSEN. We hebben binnen de gemeente Enschede het principe om de wettelijke taken die wij van het Rijk krijgen uit te voeren binnen de Rijksmiddelen die we hiervoor krijgen. Uit de huidige voorlopige analyse zijn geen gemakkelijke oplossingen naar voren gekomen die de kosten drastisch omlaag brengen en recht blijven doen aan onze eigen leidende principes. Ook als we onze principes voor goede jeugdhulp overboord zetten is het maar de vraag of we de tekorten kunnen oplossen. Door de open einde regeling in de Jeugdwet zijn de mogelijkheden beperkt46. Daar komt nog bij dat in 2022 en 2023 de tekorten extra zijn opgelopen door redenen die niet te relateren zijn aan het toenemend zorggebruik, maar eerder aan het gebrek aan rijkscompensatie. We zullen het gesprek met het Rijk dus indringend voort moeten zetten.
STELLING 3: WE KIEZEN VOOR EEN LANGETERMIJNSTRATEGIE WAARMEE WE GEDULDIG SAMEN MET ONZE PARTNERS DE HULP VERBETEREN OM BOEMERANGBELEID EN SYSTEEMDENKEN TE VOORKOMEN Als we naar de voorgestelde maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd kijken en dit naast de Enschedese praktijk leggen, kunnen we constateren dat we daarin op de goede weg zijn. Dat is van de ene kant een prettige bevestiging voor de initiatieven die in gang zijn gezet (POH jeugd, maatwerkroute toekomstplan, de breed werkende wijkteams, BSO+) en anderszijds een teleurstelling, omdat hier weinig extra kansen voor verbeteringen uit blijken. De verschillende spelers uit de Enschedese praktijk zien vooral aanknopingspunten voor verbetering in het beter met elkaar verbinden van de verschillende ketenpartners in het veld. Dit aspect komt ook terug in de hervormingsagenda. Denk hierbij aan betere afstemming tussen verschillende verwijzers in jeugdhulp, het dichterbij brengen van de expertise van zorgaanbieders bij de wijkteams, een sterkere verbinding tussen gemeentelijke professionals die vanuit verschillende invalshoeken kwetsbare gezinnen helpen (jeugdhulp, wmo, onderwijs, werk&inkomen, armoede), het verbinden van de verschillende partijen in het voorliggend veld, verdere samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Dit vraagt kennis van elkaars expertises, onderling vertrouwen, 46
Gemeente Enschede (2017) Dilemmadocument Maatregelen tekorten Jeugdhulp.
50
goede onderlinge afspraken. Dit is geen quick fix, maar vraagt om een langeterrmijnstrategie. We verwachten dat dit kan bijdragen aan minder instroom in jeugdhulp, een beperktere zorgduur en gemiddeld genomen minder intensieve hulp. Met het roer omgooien heb je kans op boemerangbeleid. Onderzoek van Sharon Stellaert laat zien dat elke stelselwijziging en beleidsverandering begint met het idee het moet echt anders doen en dat dat nooit heeft gewerkt.
STELLING 4: WE GAAN VOOR MEER SAMENWERKING EN MINDER MARKTWERKING De onbalans tussen complexe zorg en lichte zorg in het systeem is een van de gevolgen van marktwerking in de jeugdzorg zo schreef staatssecretaris van Ooijen in een brief aan de kamer in 2022. De groei van aanbieders moet aan banden worden gelegd. Bovendien moeten reële tarieven worden betaald die passen bij de soort zorg die geleverd wordt, zodat het niet langer loont om alleen lichte goedkope zorg aan te bieden. Gemeenten moeten een meer nadrukkelijke rol nemen in het formuleren van de opdracht en de sturing op de samenwerking in het stelsel van aanbieders.
STELLING 5: OM JEUGDHULP TE VOORKÓMEN MOETEN WE VERDER KIJKEN DAN DE GRENZEN VAN JEUGDHULP De huidige opdracht voor het ontwikkelen van een strategie duurzame jeugdhulp is gericht op het zoeken naar verbeteringen binnen de uitvoering van de Jeugdwet. De richting vanuit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd is nadrukkelijk ook domeinoverstijgend. Om niet elke hulpvraag met jeugdzorg te hoeven beantwoorden, is het van belang dat jeugdigen en gezinnen zoveel mogelijk toegerust zijn om (hulp)vragen gezamenlijk en in hun sociale context op te pakken en als dat niet lukt, antwoorden laagdrempelig weten te vinden binnen de pedagogische basis. De ‘pedagogische basis’ bestaat uit onder andere opvang, onderwijs, welzijn, jongerenwerk, sport en jeugdgezondheidszorg en lokale teams met laagdrempelige informatie voor ouders over opvoeden en opgroeien. Hierin spelen beleidsterreinen zoals welzijnswerk, buurtwerk, onderwijs, publieke gezondheid, sport en recreatie etc een rol. We zien de (voor)school als een belangrijke plek, waar de nood van jongeren in beeld kan komen en door een goede samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs vroegtijdig kan worden geadresseerd. Een ander aspect is dat bij sommige hulpvragen jeugdhulp voor een kind niet de meest passende hulp is, omdat problemen worden veroorzaakt door stress of schulden van ouders.
Daarom is het van belang bestaans-, inkomens- en woonzekerheid te versterken, participatie te bevorderen en kansenongelijkheid tegen te gaan. Dit zit op beleidsterreinen zoals: wonen, werk & inkomen, schuldhulpverlening, armoedebeleid. De verschuiving van jeugdhulpinzet naar preventieve inzet of inzet op gezinsproblemen of ouderfactoren, gaat naar verwachting in ieder geval voor de komende jaren geen kostenbesparing opleveren. Mogelijk in het begin een kostentoename en daarna een kostenverschuiving. Deze beweging zal naar verwachting wel bijdragen aan betere hulp aan jeugdigen.
51
STELLING 6: LAAGDREMPELIGE TOEGANG BLIJFT EEN NOODZAAK OOK AL ZIEN WE DAARDOOR MEER Binnen de gemeente Enschede leggen we veel nadruk op de zichtbaarheid en aanwezigheid van lokale teams. Zo zijn er negen wijkwijzers en zijn wijkteammedewerkers ook steeds meer aanwezig in scholen en IKC’s. Deze zichtbaarheid zorgt voor laagdrempeligheid en het voortijdig signaleren van eventuele problemen. De andere kant is dat je ook meer ziet. Misschien ook situaties die zich anders zelf wel hadden opgelost. Door vroegtijdig signaleren, bijvoorbeeld via de school als vindplaats, kunnen we voorkómen dat situaties escaleren of uiteindelijke zware zorg nodig is. Dit is prettiger voor onze jeugdigen. Door laagdrempelige toegang en vroegtijdig contact kan sneller naar voorzieningen in de pedagogische basis worden verwezen. Je bent meer aan ‘t normaliseren.
52
8. VERVOLG Met de analyse tot en met nu toe krijgen we beter zicht op onze lokale situatie. Waarin wijken we af van andere gemeenten en wat zijn opvallende trends? Soms roept dat weer nieuwe vragen op die helpen het plaatje scherper te krijgen. We gaan nog enkele zaken uitzoeken (zie 3.4) die ons helpen de verbeterkansen meer te richten. Met de reacties van uw raad op deze discussienota ronden we dit jaar de analysefase af. Met verschillende betrokkenen bij de jeugdhulp in Enschede binnen en buiten de gemeente hebben we gesproken over de eigen rol in jeugdhulp en waar verbeterkansen liggen. Hoewel naar voren is gekomen dat er geen eenvoudige oplossing is voor de problemen in de jeugdhulp, zijn er wel ideeën bij de verschillende partners en jeugdigen waar nog kansen liggen. Die kansen worden vooral gezien in het beter met elkaar verbinden van de verschillende ketenpartners in het veld, zoals betere afstemming tussen verschillende verwijzers in jeugdhulp, het dichterbij brengen van de expertise van zorgaanbieders bij de wijkteams, een sterkere verbinding tussen gemeentelijke professionals die vanuit verschillende invalshoeken kwetsbare gezinnen helpen (jeugdhulp, wmo, onderwijs, werk&inkomen, armoede, echtscheidings- en opvoedondersteuning), het verbinden van de verschillende partijen in het voorliggend veld en verdere samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp.
Jeugdigen hebben ons gewezen op het belang goed te luisteren naar het kind. De komende periode gaan we ideeën verder uitwerken en verbinden met wat er al in gang is gezet.
53
Teksten Wijkteams, Strategie & Beleid Sociaal, Datum 9 november 2023 Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend 54