CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

c. Usseler Es West Bijlagen toelichting

Raadsvergadering 12 april 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Het (gewijzigd) vaststellen van het bestemmingsplan "Usseler Es West", het vaststellen van de wijziging 111 van de Welstandsnota Enschede en het intrekken van het exploitatieplan “Usseler Es 2008”17.743 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

blad 24  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

3.5 BIJLAGEN

BIJLAGE I: Wegenstructuur

 blad 25

BIJLAGE II: Bestrating wegen blad 26  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

BIJLAGE III: Groenstructuur  blad 27

BIJLAGE IV: Waardering wegen blad 28  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

BIJLAGE V: Waardering historisch groen  blad 29

BIJLAGE VI: Waardering landschap blad 30  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

 blad 31

4: ANALYSE VAN DE ERVEN EN BEBOUWING

blad 32  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

4 4.1

ANALYSE VAN DE ERVEN EN BEBOUWING

de bemesting van de akkers, Door de onophoudelijke graanteelt op steeds dezelfde grond, waarbij het bouwland geen rust werd gegund, was men voor de bodemvruchtbaarheid afhankelijk van goede bemesting. Men gebruikte hiervoor dierlijke mest, die in de potstal vermengd werd met grote hoeveelheden plaggen. De woeste gronden vormden door deze plaggenbemesting een onmisbare factor in het productieproces. Ze werden beheerd door de marke, een al in de dertiende eeuw ontstane organisatievorm waarin alle gevestigde boeren een stem bezaten.

INLEIDING

In dit hoofdstuk wordt het focus gericht op de bebouwing van de verschillende erven in het onderzoeksgebied. Om de karakteristiek en de betekenis van deze huizen en hun bijgebouwen te kunnen duiden wordt eerst uitgezoomd naar een bredere context waarin de erf- en boerderijontwikkeling in deze regio wordt beschreven, waarna een beknopte beschrijving en duiding per erf zal volgen.

4.2 ONTWIKKELING EN OPBOUW VAN DE ERVEN31 4.2.1 De Marken en hun erven In het oosten van de provincie, in Twente en ook in Salland, lagen de meeste boerderijen sedert de Middeleeuwen gegroepeerd rondom betrekkelijk kleine akkerbouwcomplexen (kampen of essen). Hier overheerste het akkerbouwbedrijf; rogge was het voornaamste product. Rondom het cultuurland lagen uitgestrekte heidevelden, de zogenaamde ‘woeste gronden’. Deze deden dienst als gemeenschappelijke weidegrond en voor het steken van plaggen, die men gebruikte als brandstof en voor 31 Informatie van deze paragraaf is afkomstig van H. Hagens, Boerderijen in Twente. Matrijs

Utrecht 1992 en de website https://twentse-erven.nl die in zijn informatie sterk is gestoeld op het boek van Hagens en informatie van de S.H.B.O. (Ellen van Olst).

De marke waakte ervoor dat de gemeenschappelijke gronden niet te intensief werden gebruikt, zodat de afgeplagde heide zich steeds weer kon herstellen. Het aantal rechthebbende of ‘gewaarde’ erven binnen de marke werd klein gehouden, en nieuwkomers kregen alleen een beperkt gebruiksrecht. Door de toenemende bevolkingsgroei vanaf de late zeventiende en vooral de achttiende eeuw, ontstond echter een steeds nijpender gebrek aan grond en woonruimte. Dit leidde aanvankelijk tot een verdichting van de bewoning op de erven en tot de illegale bouw van huizen op de woeste gronden. Door de toenemende druk op het grondgebruik en door nieuwe landbouwinzichten kwam aan het markesysteem in de loop van de negentiende eeuw een einde. Onder invloed van landbouwhervormers en grootgrondbezitters werden de woeste gronden vanaf ca 1820 verdeeld onder de gebruikers en werd een eerste begin gemaakt met de ontginningen. Die kwamen echter pas goed op gang tegen het einde van de negentiende eeuw, toen men over kunstmest kon beschikken en niet langer afhankelijk was van de beperkte hoeveelheid dierlijke mest. Eerst werden de lagere gronden omgezet in grasland; later, vooral na 1920,werden ook de hogere heidegronden ontgonnen. Op het nieuw-ontgonnen land werden grote aantallen nieuwe, vaak kleine boerderijen gebouwd. De Twentse historische boerderijen kan  blad 33

men daardoor qua ouderdom verdelen in twee groepen: de oude erven, die vaak al voor de zestiende eeuw bestonden en die welke pas na de markedeling werden gesticht. Van de oude boerderijen is bekend dat deze merendeels in de periode 1650-1750 werden vernieuwd en vergroot.

door baksteen. Bouwhistorisch onderzoek heeft echter aangetoond dat in veel van de boerderijen op de oude erven ondanks hun negentiende- of zelfs twintigste-eeuwse exterieur de oude kern toch bewaard is gebleven. De boerderijen zijn hier vaak veel ouder dan hun uiterlijk doet vermoeden. In hoeverre de op de Usseler Es onderzochte hoeven nog een kern bevatten uit de 15de- of 16de eeuw is vanwege het vooralsnog ontbreken van bouwhistorisch onderzoek niet duidelijk. Uit de historische erfkaart komt naar voren dat de middeleeuwse hoeven niet exact op de plek van de huidige boerderijen staan en dat die huizen dus veelal iets jonger zullen zijn. Voor de Usseler Es (Marke Usselo) zijn vijf oude hoeven van voor 1500 vastgesteld. Ze liggen in een slingerkrans van noord naar zuid. De informatie is afkomstig van het Schattingsregister van Twente van 1475.

Kaartje met de verdeling in Marken in Twente. De Marke Usselo waarvan het onderzoeksgebied deel uitmaakte is roze ingekleurd. Twentse-erven.nl

De negentiende eeuw bracht een volgende vernieuwings- en verbouwingsgolf, toen de oude vakwerkwanden overal werden vervangen blad 34  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

https://services.geodataoverijssel.nl/viewer/layer/B73_Cultuur/B7_Oude_hoeven_in_Twen te_omstreeks_1500

De Berke/Nyehus

De meest noordelijke van deze reeks lag aan de Harberinksweg ten noordwesten van nr. 49. De huidige hoeve-naam is De Berke, naam in het register was Nyehus. De volgende daaronder lag zuidelijk van het erf Keuperweg 3-5. De huidige hoeve-naam is Het Harberink, de oude naam Harberting. De volgende daaronder lag zuidelijk van het erf Geerdinkweg 20. De hoeve-naam is Het Geerdink,de oude naam Gherding. Direct zuidelijk van het huidige erf van Het Eulderink lang de middeleeuwse voorloper met dezelfde naam Het Eulderink, de oude naam is Olreking. De laatste, meest zuidelijke van deze reeks lag tussen Rosinkweg 25 en 35. Het is de middeleeuwse hoeve Het Rosink , de oude naam is Rosing. 4.2.2 De erven op de kadastrale kaart van 1811-1832

Het Harberink/Harberting

Het Geerdink/Gherding

Het Eulderink/Olreking

Het Rosink/Rosing Uitsnede van de kaart van Oude Hoeven in Twente omstreeks 1500 van de Usseler Es met aangeduid de meer recente hoeve-naam en hoeve-naam in de stukken uit 1475. Bron: https://services.geodataoverijssel.nl/viewer/layer/B73_Cultuur/B7_ Oude_hoeven _in_Twente_omstreeks_1500

Al deze vijf hoeve/erfnamen blijken de eeuwen te overleven. Wanneer we de kadastrale kaart van 1811-1832 bekijken dan valt op dat de oude hoeven inmiddels meerdere satelliet-hoeven hebben gekregen. Zo is Harberinksweg 2/2a thans te identificeren met Afink no. 3. Afink no.5 lag op de locatie van het huidige erf Harberinksweg 15. Vanuit Afink (thans buiten het onderzoeksgebied gelegen) zijn maar liefst vier afsplitsingen ontstaan. De locatie van Nyhuis no. 1 lijkt overeen te komen met het huidige Harberinksweg 58-60, Nyhuis no 3 lijkt overeen te komen met Harberinksweg 44, Nyhuis no. 2 lag daar ten noordwesten van en is dus verdwenen. Het erf van Harberinksweg 49 komt overeen met Harberink no. 1, Harberinksweg 45 komt overeen met Harberink no. 3 en het erf van Keuperweg 3-5 met Harberink no. 2. Geerdinkweg 20 bevat de kern van Geerdink no. 2, Geerdink no 1 lag daarnaast. Geerdinkweg 30 omvat de kern van Geerdink no. 3. Het huidige Eulderink bezit nog alleen de schuur en bovenkamer van het Eulderink. Rosinkweg 25 omvat de kern van Rosink no 1, Rosinkweg 35 de kern van Rosink no 2 en het Rijksmonument Rosinkweg 40 ligt naast het gesloopte Rosink no 3. De erven

 blad 35

Harberinksweg 59, Keuperweg 53, 65 en 80 en Haaksbergerstraat 900-906 zijn net als de Usseler School en Willembeeksweg 5 jongere ontwikkelingen.

Uitsnede uit de kadastrale kaart gemeente Lonneker sectie N Usseler Esch, derde blad met daarop de boerderijcluster rond de Harberinksweg en aansluiting Keuperweg. De erven Nyhuis 1-3 en Harberink 1-3 zijn weergegeven. Alle boerderijen hebben een schuur en soms een klein bijgebouwtje (bakhuis?). Drie boerderijen hebben een onderschoer. blad 36  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Uitsnede uit de kadastrale kaart gemeente Lonneker sectie N Usseler Esch, derde blad met daarop de boerderijcluster rond de Geerdinksweg en daaronder het Eulderink. De erven Geerdink no 1-3, het erf Eulderinkswoonder, het Eulderink en Roosink no 1 zijn weergegeven. Alle boerderijen hebben een schuur en soms een klein bijgebouwtje (bakhuis?). Eulderinkswoonder was het lijftuchtshuis van Het Eulderink, het huis gebouwd voor de gepensioneerde boer van het Eulderink. Dit huis is later gesloopt.

Uitsnede uit de kadastrale kaart gemeente Lonneker sectie N Usseler Esch, derde blad met daarop de boerderijcluster rond de Rosinkweg. Het erf Roosink no 1 omvat de kern van Rosinkweg 25, Roosink no 2 het erf Rosinkweg 35 en Roosink no 3 bevat de kern van Rosinkweg 40. Alle boerderijen hebben een schuur en soms een klein bijgebouwtje (weefhuis?). Roosink no 1 heeft een aangebouwde ‘bovenkamer’.

Uitsnede uit de kadastrale kaart gemeente Lonneker sectie N Usseler Esch, derde blad met daarop de boerderijcluster rond de huidige Harberinksweg. Het erf Afink no 3 omvat de kern van Harberinksweg 2/2a, Afink no. 4 en no 5 zijn verdwenen. Afink no. 5 werd het latere erf Harberinksweg 15. Afink no 1 en no. 2 vallen thans buiten het onderzoeksgebied. Alle boerderijen hebben een schuur en soms een klein bijgebouwtje (bakhuis of weefhuis?). Afink no. 3 en no. 4 hebben een aangebouwde ‘bovenkamer’.

 blad 37

4.2.3 De opbouw van de boerenerven in Twente De erven van de oude Twentse boerderijen vormden een wereld (of zoals men ook wel zei: een dorp) op zich. Behalve de boerderij zelf vond men hier een groot aantal bijgebouwen en andere objecten, zoals schuren, mijten, een ouderwoning (bovenkamer), wagenschuur, bakoven of bakhuis, schaapskooi, plaggenschuur, aardappelkelder, bijenstal (een open afdak waaronder men de korven zette), en soms een molenhuis voor de rosmolen. Bijschuren kwamen in verschillende vormen voor. In de eerste plaats vond men hier driebeukige schuren, die in hun constructieve opzet niet afweken van de boerderij zelf. Daarnaast kwamen echter ook één- of tweebeukige schuren voor met dwarsdeel of met een open doorrit in dwarsrichting. Dergelijke schuren hadden soms aan één kant een groot dakoverstek, waaronder wagens konden worden gestald. Ze behielden meestal het langst van alle gebouwen op het erf hun traditionele materiaalgebruik van hout, beleemd vlechtwerk, strowanden (en soms heide) en strodak. Kenmerkend was ook de zandstenen waterput met zijn hoge putarm, bij het voorhuis van de boerderij. Daarnaast stond een droogrek voor emmers en zuivelgerei, waarvoor vaak een oud wagenwiel dienst deed. Inmiddels zijn veel zo niet de meeste van deze erfonderdelen weer verdwenen doordat zij hun functie verloren.

De boerderij zelf stond bij de oude erven altijd met de deeldeuren naar de weg, omdat de akkers vrijwel nooit direct aan het erf grensden. Bij de latere stichtingen op het nieuwe land was dit vaak wel het geval en kan de boerderij ook met het voorhuis naar de weg staan. Op het Twentse boerenerf vond men naast de gebruikelijke moestuin en kleine fruitboomgaard meestal een ruime hoeveelheid beplanting, met hoge loofbomen (vooral eiken), beukenheggen, vlier en blad 38  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

taxusboom. De erven leverden hiermee een belangrijke bijdrage aan het Twentse coulissenlandschap met zijn vele boomgroepen en houtwallen. In het landschap is het verschil tussen het oude cultuurland en de voormalige woeste gronden nog steeds afleesbaar. De oude boerderijen waren merendeels grote, welvarende bedrijven en het oude land wordt gekenmerkt door een dicht en grillig wegenpatroon waarin de essen nog duidelijk herkenbaar zijn. Het nieuw ontgonnen, rationeel ingedeelde land kent een veel rechthoekiger en ruimer opgezet wegenpatroon en de boerderijen zijn hier vaak kleiner.

Het erf van Geerdinkweg 20 vanaf de Keuperweg gezien. FH MAB 2020

4.3 BOERDERIJTYPEN EN ONTWIKKELINGEN32 In het gebied rond Enschede komen nog meerdere boerderijen en bijgebouwen (schuren) met rechte topgevel voor, vaak betimmerd met eikenhout. De daken zijn meestal gedekt met rode pannen en de kap sluit bij de topgevels af met brede witte windveren. In het westelijk deel van Twente komen meer de afgeschuinde schilddaken voor, de zogeheten wolfseinden, vaak geheel of gedeeltelijk rietgedekt. En in het zuiden komen nog boerderijen voor met ver naar beneden doorlopende wolfsdaken, met diep naar binnen gelegen niendeuren. Deze daken zijn veelal met grijze (“blauwe” of gesmoorde) dakpannen gedekt. In de Twentse boerderij zijn de hoofdkenmerken van het zuivere hallehuis goed bewaard gebleven: vrijwel alle hoofdgebouwen vertonen de bekende driebeukige opzet en constructie met eiken ankerbalkgebinten, en de brede middenlangsdeel met de deeldeuren in het midden van de achtergevel. Daarnaast is er een aantal typisch Twentse kenmerken, die de boerderijen een heel eigen aanzien verlenen. De historische boerderijen in deze regio kenmerken zich door hun grote hoogte, steile daken en hoge topgevels aan voor- en achterzijde. Opvallend is de verticale houten beplanking van het bovenste deel van de topgevels.

Deze houten topgevelschotten komen vooral voor in het midden en oosten van de regio, waar de architectuur van de houtbouw nauw aansluit bij die van over de grens. Soms steekt de topgevel iets over 32 32 Informatie van deze paragraaf is afkomstig van H. Hagens, Boerderijen in Twente.

Matrijs Utrecht 1992, Jan Jans, Landelijke bouwkunst in Oost-Nederland Almelo 1967 en de website https://twentse-erven.nl die in zijn informatie sterk is gestoeld op het boek van Hagens en informatie van de S.H.B.O. (Ellen van Olst).

het onderste deel van de gevel uit; de planken gevel rust dan op houten klossen of consoles, of op een uitkragend deel van het metselwerk. Het zadeldak is echter mogelijk niet de oudste dakvorm van de boerderijen in dit gebied. Uit recent onderzoek, onder meer ook naar oude schilderijen en prenten komt naar voren dat het schuin aflopende schilddak (wolfdak) hier eerder voorkwam. De zadeldakvorm met zijn steile ‘Westfaalse’ topgevels zou vanaf het midden van de zestiende eeuw in het oosten van het land zijn geïntroduceerd vanuit het Munsterland, en deze vorm (die als praktisch voordeel de grotere opslagcapaciteit bezat) zou zich in de daaropvolgende eeuwen verder westwaarts hebben verspreid. In het westen van Twente is het zadeldak inderdaad minder algemeen en hebben veel boerderijen alleen aan de woonhuiskant een houten topgevel, terwijl het dak aan de achterzijde schuin afloopt . Ook komen hier boerderijen voor met aan beide zijden een afgeschuind wolfeind of laag aflopend dakschild. De verstening is in het oosten van de provincie Overijssel laat begonnen: tegen het einde van de achttiende eeuw, en is pas in de negentiende eeuw echt goed op gang gekomen. Hoewel de meeste Twentse boerderijen tegenwoordig volledig bakstenen muren hebben, heeft het vakwerk hier nog lang stand gehouden.

In het begin van de twintigste eeuw kon men hier nog heel wat voorbeelden van vakwerkbouw vinden en in uitzonderlijke gevallen is dit nog steeds gedeeltelijk aanwezig, zij het dat de oude vakvulling van beleemd vlechtwerk overal is vervangen door baksteen. De daken waren ooit gedekt met roggestro, maar dit is inmiddels overal vervangen door dakpannen. Uit de periode van vóór de baksteen dateert ook het gebruik van zwerfkeien als basis voor gebintstijlen en vakwerkwanden. Kleinere keitjes  blad 39

werden gebruikt voor de bestrating van vloeren, waarbij men door het gebruik van verschillende kleuren steen fraaie patronen kon leggen. Later gebruikte men voor de bestrating binnenshuis ook wel kleine gebakken vloersteentjes, de zogenaamde ‘potscheur’, een bijproduct van de pottenbakkerij. Een heel bijzonder bouwmateriaal, dat buiten de grote steden vrijwel alleen in Oost-Twente voorkomt, is de Bentheimer zandsteen. Elders werd dit dure geïmporteerde materiaal alleen voor de meest prestigieuze gebouwen toegepast, zoals voor kerken en raadhuizen. In Oost-Twente bevond men zich echter dicht bij de vlak over de grens gelegen steengroeve en werd de zandsteen ook voor de meer bescheiden gebouwen toegepast. Zo vindt men hier boerderijen met zandstenen voetmuren en zelfs werden hele vloeren, zowel in het voorhuis als in het bedrijfsgedeelte, met Bentheimer steen belegd. Ook waterputten en drinkbakken zijn vaak van zandsteen.

aanzienlijk ouder en laat het jaartal alleen zien wanneer het gebouw werd voorzien van nieuwe stenen gevels. Bij de verstening werd overigens vaak de oude gevelindeling van het vakwerk aangehouden; ramen en deuren bleven dan op de oude plaats zitten en behielden zelfs de oude omvang. Hierdoor kan men aan de gevel van veel oude boerderijen ondanks de volledig stenen muren toch nog de vroegere vakwerkindeling aflezen, waarbij ramen en deuren altijd op logische wijze in het vakwerkskelet waren opgenomen.

De deeldeuren liggen in het hele midden en oosten van Overijssel vaak een vak terug in de achtergevel. Hierdoor ontstaat een beschutte en overdekte inham, het onderschoer genaamd, waar bijvoorbeeld gereedschap te drogen kon worden gehangen. Bij de oude vakwerkgevels, waar de hele gevelindeling werd bepaald door het dragende houten raamwerk van stijlen en regels, was de opening van de deeldeuren altijd rechthoekig of voorzien van een afgeschuind houten portaal. Toen het vakwerk werd vervangen door baksteenmuren ging men er over het algemeen toe over de deeldeuropening te voorzien van een gemetselde boog. In het midden van deze boog bevindt zich dan meestal een natuurstenen sluitsteen, met daarin een jaartal of initialen. Vaak wordt ten onrechte gemeend dat zo’n jaartal altijd het bouwjaar weergeeft van de boerderij. In veel gevallen is de boerderij echter blad 40  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Boerderij met vakwerkskelet en houten gevelschot met een “boavenkamer” met vakwerkgevels in Lonneker. Tekening J. Jans.

aangebouwd. De bovenkamer was zo gesitueerd ten opzichte van de voorgevel dat deze de ramen en voordeur vrij hield, maar wel een interne doorgang mogelijk maakte. In enkele gevallen lag de bovenkamer niet voor maar naast de voorgevel. Deze aangebouwde zijkamer zou vooral vanaf de negentiende eeuw zijn toegepast. Overigens bezat een dergelijk vertrek lang niet altijd een eigen stookplaats. De belasting op de haardsteden was er lange tijd de oorzaak van dat het aantal stookplaatsen op een erf beperkt werd gehouden. Wanneer de bovenkamer later toch voor afzonderlijke bewoning of verhuring werd gebruikt, dan werd deze meestal alsnog voorzien van een stookplaats en een eigen buitendeur. Aanvankelijk liep de toegang tot de kamer meestal via de boerderij zelf.

Hof te Usselo. Boerderij met reeds versteende gevels waarbij de indeling nog refereert aan de vakwerkopzet. Houten gevelschot met een “boavenkamer” met vakwerktopgevel. De plint en put zijn van Bentheimer zandsteen. Tekening J. Jans.

Karakteristiek voor Twente is ook het grote aantal boerderijen met aangebouwde vertrekken aan het voorhuis. Vanaf de achttiende eeuw werden veel boerderijen voorzien van een voorkamer, de ‘boavenkamer’ of bovenkamer genaamd. De aangebouwde kamer was in eerste opzet meestal bedoeld als zelfstandige woonruimte voor de ouders als deze zich uit het bedrijf terugtrokken. In de periode vóór 1750 werd voor dit doel vaak een vrijstaande kleinere boerderij op hetzelfde erf gebouwd, een “lijftochtshuis” of “woonder”. Deze werd in tijden van woningnood echter in veel gevallen verhuurd voor zelfstandige bewoning en tenslotte min of meer van het bedrijf afgesplitst. Later werd daarom een nieuwe ruimte voor de ouders (of voor hun opvolger na diens huwelijk) aan de boerderij

Boerderij met bovenkamer met eigen entree in Geesteren. Twentse-erven.nl

 blad 41

SHBO-opmeting Rosinkweg 40, anno 1838. De boerderij heeft een uitgebouwde zijbeuk aan straatzijde waardoor het dak aan deze zijde een flauwere helling heeft. Aan de voorzijde in die uitgebouwde zijbeuk zat een douane-verblijf met eigen entree en stookplaats. Tekening C. van de Kreeft (R.K. HTS Hengelo (O) 1965. Beeldbank RCE SHBO0163_001

blad 42  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Achterzijde van een boerderij met uitgebouwde hoekschotten. De deeldeuren (niendeuren) liggen in het feitelijke vlak van de achtergevel maar toch onder een afdak, waardoor het een met een onderschoer vergelijkbare opzet heeft. Twentse-erven.nl

Boerderijcomplex Het Stroot, Strootsweg 407 Enschede. RM Boerderij met vakwerk zijgevels en aangebouwde schuur Foto A.J. van der Wal 1983. Beeldbank RCE 245.008

Ook aan de achterzijde, aan één of beide zijden van de deeldeuren, werden soms ruimtes aangebouwd die als extra stal- of bergruimte dienden. Dergelijke uitbouwen aan de steile achtergevel worden hoekschotten genoemd en komen vooral voor in Noord- en MiddenTwente. Hoewel de deeldeuren feitelijk in het vlak van de achtergevel liggen, wordt door de hoekschotten toch een soort onderschoer gevormd. Een onderschoer. Twentse-erven.nl

 blad 43

4.4 ONDERZOEK VAN DE ERVEN OP DE USSELER ES 4.4.1 Onderzochte adressen: Kadastrale gemeente: Lonneker

Schuur met restanten vakwerk in de gevels. Helmerstraat 420 Enschede. Foto P.C. Schellekens 1967 Beeldbank RCE 115.140a

blad 44  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Adres: Kadastraal nummer 1 Eulderinkweg 22/24-22 LNKOO-U-3294 2 Geerdinkweg 20-20a LNKOO-U-1873 en 1874 3 Geerdinkweg 30 LNKOO-U-3894 4 Haaksbergerstraat 900-904 LNKOO-U-3781 5 Haaksbergerstraat 906 LNKOO-U-3780 6 Harberinksweg 2/2a LNKOO-U-2880 7 Harberinksweg 15 LNKOO-U-3997 8 Harberinksweg 43 LNKOO-U-3762 9 Harberinksweg 44 LNKOO-U-3973 10 Harberinksweg 45 LNKOO-U-3912 11 Harberinksweg 49 LNKOO-U-3926 12 Harberinksweg 58-60 LNKOO-U-244 13 Harberinksweg 59 LNKOO-U-3290 14 Keuperweg 3/5 LNKOO-U-3911 15 Keuperweg 53 LNKOO-U-464 en 465 16 Keuperweg 65 LNKOO-U-236 17 Keuperweg 80 LNKOO-N-11319 en 11323 18 Rosinkweg 25 LNKOO-U-466 19 Rosinkweg 35 LNKOO-U-3901 20Rosinkweg 40 LNKOO-U-279 21 Usselerschoolweg 44-50 LNKOO-U-38 22 Willemsbeekweg 5 LNKOO-U-483

4.4.2 Ontwikkeling erven aan de hand van kadastrale gegevens: Van de onderzochte adressen is in het digitaal archief van het kadaster een onderzoek gedaan naar de op hulpkaarten en veldschetsen vastgelegde wijzigingen op de percelen. Via de op de beeldbank van de RCE aanwezige kadastrale kaart van 1811-1832 is het oudste kadastrale nummer van de percelen bekend. In 1943 is de kaart na de ruilverkaveling omgenummerd van Lonneker sectie N naar Lonneker sectie U. 1 Het Eulderink Eulderinkweg 22/24-22

LNKOO-U-3294

Zoals eerder is vermeld gaat het Eulderink al terug op een erf met hoeve uit de late middeleeuwen. Niet duidelijk is of de middeleeuwse hoeve op dezelfde plaats stond waar op de kadastrale kaart van 1811-1832 de boerderij staat ingetekend. In de vroege 19de eeuw bestaat het erf uit een met de voorgevel naar het noorden gerichte boerderij die links tegen de voorgevel een bovenkamer had. De boerderij had verder een onderschoer. Rechts voor het huis stond een klein bijgebouw, vermoedelijk een bakhuisje en rechts naast de boerderij onder een schuine hoek de schuur. Al deze gebouwen zullen in ieder geval in deze vorm zijn ontstaan in de 18de eeuw, al is een oudere datering van gebinten van de boerderij niet uitgesloten. De boerderij komt wat betreft omvang overeen met de andere boerderijen die in de vroege 19de eeuw in dit gebied stonden. Het was een voor die tijd middelgrote hoeve. In 1907 wordt pas de eerste wijziging vastgelegd. De boerderij wordt dan aan de linker zijde (oostzijde) uitgelegd, door verbreding van de zijbeuk. Een foto van de Rijksdienst uit de jaren 70 laat een boerderij zien met nog een oude bovenkamer en een boerderij waarvan de gevels geheel zijn versteend en een vroeg 20ste-eeuwse uitstraling hebben. Vermoedelijk is

dus kort voor 1907 niet alleen de zijbeuk verbreed maar zijn tevens alle gevels gemoderniseerd met uitzondering van de bovenkamer. In hoeverre ook de gebint- en kapconstructie toen is vervangen is niet duidelijk. De volgende wijziging die is vastgelegd betreft een rechthoekige aanbouw tegen de noordgevel van de schuur. Deze wijziging is vastgelegd op een veldschets uit 1943. In 1971 werd het Eulderink beschermd als Rijksmonument, waarbij met name de bovenkamer als van belang werd vermeld. In 2011 werd de boerderij die in de winter van 2006/2007 door een omvallende boom zwaar was beschadigd gesloopt, maar de bovenkamer werd gespaard. Naar plannen van Beltman architecten & ingenieurs bv te Enschede werd in opdracht J.P. van den Bent Stichting te Enschede, Woningcorporatie Domijn te Enschede en Holtdijk B.V. te Goor een plan gemaakt voor de bouw van een grote en kleine zorgboerderij in architectuur geïnspireerd op de Twentse traditionele hoeven. De gespaard gebleven bovenkamer kwam rechts tegen de grote zorgboerderij te staan, de kleine werd daar noordelijk van geplaatst. In juni 2012 was deze bouwoperatie door aannemer Haafkes voltooid. De overigens niet beschermde schuur is op aandringen van de Rijksdienst gerestaureerd, waarbij de aanbouw van 1943 is verwijderd. 33 De gerestaureerde schuur bezit ook volledig gemetselde gevels.

Het metselwerk oogt afgaande op de gehanteerde baksteen uit de vroege 20ste eeuw. Mogelijk is de schuur net als de boerderij kort voor 1907 versteend. Het is niet uitgesloten dat de gebinten en kap van deze schuur veel ouder zijn. Nader onderzoek zou hierover informatie kunnen geven.

33

Info afkomstig eulderink-enschede/

van

https://www.haafkes.nl/project/restauratie-zorgboerderij-het-

 blad 45

Het Eulderink op de kadastrale kaart Lonneker sectie N van 1811-1832. Beeldbank RCE

Het Eulderink op de hulpkaart van 1907. Het nummer N 598 blijft ongewijzigd. Digitaal archief Kadaster. Het bakhuis lijkt te zijn gesloopt, is alleen nog in contour aangeduid.

blad 46  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Het Eulderink op de veldschets uit 1943. De sectie is dan net omgenummerd tot sectie U. Het Eulderink heeft dan nummer U 113. Digitaal archief kadaster

Het Eulderink op de hulpkaart van 1976. Het Eulderink heeft dan nog nummer U 113. Digitaal archief kadaster.

De boerderij met bovenkamer in de jaren 70. Coll RCE.

Voorgevel Saksische boerderij Het Eulderink met aanbouw. Hoofdbewoner was destijds Dr. H.A. Zwijnenberg. Fotoarchief Gemeente Enschede, Dienst Openbare Werken en Volkshuisvesting. 19-8-1965. Beeldbank Stadsarchief Enschede. 044365

De nieuwe grote zorgboerderij met links de oude bovenkamer kort na de voltooiing. https://www.haafkes.nl/project/restauratie-zorgboerderij-het-eulderink-enschede/  blad 47

Het Eulderink gezien vanuit de Geerdinkweg. FH MAB 2020. De “kleine” zorgboerderij van het Eulderink uit 2011-2012 gezien vanuit de Eulderinkweg. FH MAB 2020.

De oude schuur van het Eulderink gezien vanuit de Eulderinkweg. FH MAB 2020.

blad 48  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

REGISTEROMSCHRIJVING RCE Monumentnummer: 15291 Monumentnaam: Eulderink Status: rijksmonument Inschrijving register: 6 april 1971 Kadaster deel/nr: 1750/41 Provincie: Overijssel Gemeente: Enschede Woonplaats: Enschede Adres: Eulderinksweg 22 OMSCHRIJVING "Het Eulderink". Boerderij van het Twentse type, die zijn hoofdvorm goed bewaard heeft, maar in hoofdzaak van belang is door de gave bovenkamer. Bestrating van veldkeitjes. Muren opgetrokken op een Bentheimerstenen plint.

Eulderinksweg 22-1/22-24 Volgens BAG dateert dit gebouw uit 2012

Eulderinksweg 24 Volgens BAG dateert dit gebouw uit 2012 Eulderinksweg 22. De schuur dateert volgens BAG uit 1906

 blad 49

2: Geerdinkweg 20-20a

LNKOO-U-1873 en 1874

Zoals eerder is vermeld gaat het Geerdink al terug op een erf met hoeve uit de late middeleeuwen. Niet duidelijk is waar de middeleeuwse hoeve stond. Op de kadastrale kaart van 1811-1832 staan bij het huidige erf twee boerderijen ingetekend, te weten Geerdink no. 1 en Geerdink no.2. Geerdink no.1 is vrijwel zeker in de 19de eeuw verdwenen en vanuit Geerdink no. 2 ontwikkelde zich de huidige boerderij. Van die boerderij op de kadastrale kaart is nog een foto bewaard uit de periode rond 1900. De boerderij had toen een volledig gemetselde voorgevel met houten schot en een zandstenen stichtingssteen met het jaartal 1858. Deze steen is nog bewaard gebleven. Waarschijnlijk duidt dit jaartal op de verstening van de gevels. De bovenkamer stond ook rond 1900 nog altijd links voor tegen de gevel, zoals ook bij de boerderij op de kadastrale kaart het geval is. De boerderij op de kadastrale kaart stond met de voorgevel globaal naar het noorden gericht. De boerderij had verder een onderschoer. Achter de boerderij aan de zuidzijde stond de schuur op de plaats waar thans ongeveer de wagenschuur langs de weg staat. Rechts voor het huis stond een klein bijgebouw, vermoedelijk een bakoven. Al deze gebouwen zullen in ieder geval in deze vorm zijn ontstaan in de 18de eeuw, al was een oudere datering van gebinten van de boerderij niet uitgesloten.

De BAG vermeldt het jaartal 1608 als bouwjaar, maar waar ze die informatie vandaan hebben is niet duidelijk. De boerderij op de oudste kadasterkaart komt wat betreft omvang overeen met de andere boerderijen die in de vroege 19de eeuw in dit gebied stonden. Het was een voor die tijd middelgrote hoeve. De eerste door ons gevonden kadastrale wijziging sinds 1830 dateert uit 1943. Een vergelijking van die veldschets met de tekening op de oudste blad 50  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

kadastrale kaart maakt duidelijk dat er tussen 1830 en 1943 wel degelijk ontwikkelingen zijn geweest. Om die te duiden keren we ons tot de huidige gebouwen. Uit bestudering van de huidige hoeve wordt duidelijk dat deze in de vroege 20ste eeuw (rond 1910?) ingrijpend is verbouwd, of mogelijk zelfs geheel vernieuwd. De gevels zijn gemetseld in vormstenen (machinale baksteen). In de voorgevel komen ter afsluiting van de vensters in de strekken ter decoratie gele bakstenen voor. Gele steen is ook verwerkt in sierbanden (speklagen). Bij deze operatie is de oude stichtingssteen wel opnieuw in de gevel geplaatst. De boerderij heeft thans in de achtergevel deeldeuren in een rondboogopening met zandstenen, gewitte blokken met in de sluitsteen een gebeeldhouwd huwelijkssymbool. Deze middenpartij met getoogde stalvensters is ouder dan de gevelhoeken en dateert mogelijk nog uit de verstening van 1858. De woonhuisvensters in de zijgevels zijn van betrekkelijk recente datum evenals de venstervullingen in de voorgevel. Links naast de achtergevel is een aangebouwd klein schuurtje onder zadeldak aanwezig uit de vroege 20ste eeuw. De wagenschuur die aan de rand van het erf staat langs de weg dateert volgens de BAG uit 1920. Het metselwerk van de gevels (in halfsteens verband) spreekt deze datering niet tegen.

De schuur onder zadeldak westelijk van de boerderij, die parallel aan het huis is gebouwd komt al voor op de veldschets van 1943, maar is thans groter dan op de kaart. Volgens de BAG dateert deze schuur uit 1950. De houten wagenloods zuidelijk van deze schuur dateert volgens de BAG uit 1920. Deze datering geven de BAG ook bij de kleine schuurtjes met houten wanden noordelijk van de schuur naast de boerderij. Vanwege de traditionele vorm en materiaalgebruik is het lastig om deze bijgebouwtjes op grond van bouwhistorische kenmerken zonder nader onderzoek te dateren.

Het erf Geerdinkweg 20 met de hoeven Geerdink no. 1 en no.2 op de kadastrale kaart Lonneker sectie N van 1811-1832. Beeldbank RCE

Boerderij Erve Geerdink (het in 1858 verbouwde Geerdink no. 2) met bewoners op een foto van omstreeks 1900. Collectie Fotoarchief Stadsarchief Enschede. 009252

Veldschets van het erf uit 1943 als de sectie na de ruilverkaveling is omgenummerd van N naar U en dit erf nummer U110 heeft gekregen. Naast de boerderij, waarvan het voorhuis iets inspringt ten opzichte van het bedrijfsgedeelte, staat de aangebouwde schuur en een nog kortere vrijstaande schuur daarnaast. Digitaal archief kadaster.

 blad 51

Hulpkaart uit 1991 die is gemaakt na opsplitsing van het perceel U 110 in drie percelen U 1873, 1874 en 1875. In die periode is de boerderij opgesplitst in nr. 20 en 20a, waarbij het bedrijfsgedeelte is omgevormd tot woning. Digitaal archief kadaster.

De Geerdinkweg in de jaren 60 met links op de achtergrond erve Geerdink (nr. 20) met de parallel aan de straat gelegen wagenschuur. Collectie Fotoarchief Gemeente Enschede, Dienst Openbare Werken en Volkshuisvesting. Beeldbank Stadsarchief Enschede 047571 blad 52  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

De voorgevel gezien vanaf de Keuperweg. FH MAB 2020

De zij- en achtergevel van de boerderij. FH MAB 2020

De mestschuur en vrijstaande schuur (zuidgevels). FH MAB 2020

De schuren gezien vanaf de Geerdinkweg. FH MAB 2020

De langs de straat gelegen wagenschuur vanaf de Geerdinkweg gezien. FH MAB 2020.

 blad 53

Geerdinkweg 20. Zandstenen gevelsteen met bijbelvers en jaartal 1858. Coll Ferro RCE 548-016

Geerdinkweg 20 Volgens BAG dateert het huis uit 1608, schuren overwegend uit 1920 en naast gelegen schuur 1950

Geerdinkweg 20. Sluitsteen met huwelijkssymbool in de boog van de deeldeuren. Beeldbank RCE Coll Ferro 548-14 blad 54  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

3: Geerdinkweg 30

LNKOO-U-3894

Zoals eerder is vermeld gaat het Geerdink al terug op een erf met hoeve uit de late middeleeuwen. Niet duidelijk is waar de middeleeuwse hoeve stond. Op de kadastrale kaart van 1811-1832 staan bij het erf Geerdinkweg 20/20a twee boerderijen ingetekend, te weten Geerdink no. 1 en Geerdink no.2. Bij Geerdinkweg 30 staat op de oude kadasterkaart Geerdink no.3 ingetekend. Vanuit deze oude hoeve Geerdink no. 3 ontwikkelde zich de huidige boerderij. De oude hoeve stond met de voorgevel gericht naar het noordwesten en had aan de achterzijde een onderschoer. Ten zuidoosten van de hoeve stond langs de weg een schuur met een uitbouw tegen de oostgevel.

Het erf Geerdinkweg 30 met de hoeve Geerdink no. 3 op de kadastrale kaart Lonneker sectie N van 1811-1832. Beeldbank RCE

Uit de kadastrale hulpkaarten blijkt dat de oude hoeve voor 1908 is vervangen door een iets grotere boerderij op dezelfde plaats. De BAG spreekt van het bouwjaar 1906. Ook is toen rechts naast de voorgevel een kleine rechthoekige schuur gebouwd. De afzonderlijke percelen N 585, 586, 587 en 588 werden toen samengevoegd tot een groot nieuw perceel N 3325. Kort voor 1911 (in 1910?) wordt de schuur aan de weg vervangen door een groter exemplaar en wordt de schuur naast het huis kennelijk alweer gesloopt. In 1920 wordt het bestaande perceel aanzienlijk uitgebreid tot het nieuwe perceel N3630. Bij omnummering in 1941-43 krijgt dit perceel het nummer U 107. In 1976 wordt aan de straat een nieuwe kleine schuur gebouwd, terwijl de oudere schuur een aanbouw op de noordwestelijke hoek blijkt te hebben. Ook lijkt de zijbeuk van het bedrijfsgedeelte van de boerderij aan de oostzijde iets te zijn uitgelegd. Het perceel wordt dan omgenummerd naar U253.

Hulpkaart van 1908. De boerderij wordt vernieuwd, de oude contour is nog in blauwe lijnen in de nieuwe zichtbaar. Naast de boerderij in rode omlijning de nieuwe schuur. De kleine percelen zijn samengevoegd in het grote perceel N3325. Digitaal archief Kadaster

 blad 55

Hulpkaart van 1911. De schuur aan de weg wordt vervangen door een grotere nieuwe schuur, de nog jonge schuur naast het huis lijkt weer te verdwijnen. Digitaal archief kadaster.

Hulpkaart van 1976, perceel U253. Onder aan de straat is een nieuwe schuur te zien, de oude schuur is uitgebreid en de boerderij heeft een verbreed bedrijfsgedeelte (rode pijl). Digitaal archief kadaster.

Het complex gezien vanaf de Keuperweg. Google streetview Hulpkaart van 1920 betreft een uitbreiding van het perceel onder het nieuwe nummer N3620. Digitaal archief kadaster. blad 56  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Hoewel de boerderij sterk is verbouwd/vernieuwd in 1906 is in de achtergevel een groot deel van de oude boerderij bewaard gebleven in het gedeelte rond de deeldeuren met stalvensters. Dit metselwerk in handvorm baksteen heeft in de koppenlagen om en om een zwart gesinterde/geglazuurde kop. De zandstenen blokken in de bogen zijn gewit net als bij Geerdinkweg 20 en in de sluitsteen is een huwelijksvereniging tussen I.G. en E.v.d.V. met jaartal 1853 opgenomen. Rechts in de achtergevel is ter hoogte van de staldeur de bouwnaad zichtbaar van de uitleg. De andere gevels hebben metselwerk in rode machinale baksteen, passend bij de uitleg van 1906.

Detail van de achtergevel rond de deeldeuren, met metselwerk daterend uit vermoedelijk het midden van de 19de eeuw. FH MAB 2020.

Aan de straat rechts van de entree tot het erf staat een in traditionele vorm gebouwde schuur uit omstreeks 1975. Daarachter staat een grotere schuur onder zadeldak die in kern uit 1910 stamt maar deels aan de zuidzijde herbouwde gevels heeft. Daar rechts staat gericht naar de straat een in traditionele opzet gebouwde wagenschuur van recente datum. Verder staan er westelijk van de boerderij nog twee houten schuurtjes onder met oud Hollandse pannen gedekte zadeldaken. Geerdinkweg 30, de boerderij gezien vanaf de straat. FH MAB 2020

 blad 57

De recente wagenschuur gezien vanaf de straat. FH MAB 2020 De schuur uit 1975 aan de straat. FH MAB 2020

De grotere schuur uit 1910 met latere moderniseringen gezien vanaf de straat. FH MAB 2020 blad 58  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

De kleine kippen(?)schuur met oprit vanaf de straat, gezien vanaf de straat. FH MAB 2020

De schuurtjes naast de boerderij vanaf de Geerdinkweg gezien. FH MAB 2020.

Gevelsteen met verzoek om God’s genade. Locatie Geerdinkweg 30? Beeldbank RCE Coll Ferro 548-15

Geerdinkweg 30 BAGviewer huis volgens BAG 1906

 blad 59

4 Haaksbergerstraat 900-904 & 906 LNKOO-U-3780 en 3781 Het complex Haaksbergerstraat 900-906 is een conglomeraat van gebouwen. Op de eerste kadastrale kaart is het gebied nog niet bebouwd. Voor zover thans is na te gaan is het thans nog bestaande oudste deel een arbeiderswoning (of voorhuis van een verder gesloopte boerderij) uit 1910 (nr. 900). Het betreft een dwars geplaatst huisje van één bouwlaag onder een met muldenpannen gedekt zadeldak. De voorgevel is gepleisterd, de zijgevels zijn uitgevoerd in machinale baksteen. Links van dit complex staat een kleine villa uit 1936 met een steile kap (wolfsdak met geglazuurde Romeinse pannen) met een vijfzijdige erker onder een steil vijfzijdig schilddak onder dito pannen. De bakstenen gevels bezitten vensters met stalen ramen en naast de erker rijst een slanke hoge schoorsteen op. De oudste gevonden hulpkaart dateert uit 1954 als hier het bedrijf Munsterman bv. wordt gesticht. Het vermoeden bestaat dat het bouwdeel onder zadeldak achter het huis uit 1910 en de schuin in het complex uit 1954 stekende schuurtje ook uit de jaren 30 stammen. Deze laatste schuur wordt dus in 1954 opgenomen in het nieuw gebouwde bedrijfsgebouw van Munsterman (nr. 904).

In de kopgevel van dit gebouw bevindt zich een gevelsteen met de tekst; “Zoek baat voor ’t kwaad eer ’t verder gaat.” In 1954 heeft het perceel een driehoekige vorm en de kadastrale aanduiding U3. In 1981 wordt de zuidwestelijke punt van het perceel afgesplitst. De aanduiding wordt dan U 270. In 2011 wordt een perceel rond de villa afgesplitst (U 3780) en wordt het perceel van Munsterman U3781. Het blijkt dan als complex te zijn uitgebreid en aan elkaar gegroeid. In 2019 wordt ten noordwesten van het bedrijfscomplex nog een schuur gerealiseerd.

blad 60  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

De hulpkaart van 1954 als de nieuwbouw van Munsterman bv is gerealiseerd. Het perceel heeft nummer U 3. Digitaal archief kadaster.

De hulpkaart van 1981 als de zuidwestelijke punt wordt afgesplitst. Het perceel U3 heeft dan nummer U 270. Digitaal archief kadaster.

Haaksbergerstraat 900-904 in rood. BAGviewer.

De hulpkaart van 2011 als de percelen van de villa en het inmiddels weer uitgebreide complex van Munsterman bv worden gesplitst. Digitaal archief kadaster.

Haaksbergerstraat 906 (villa) in rood. BAGviewer.

 blad 61

Haaksbergerstraat 902, volgens BAG gebouwd in 2019.

Haaksbergerstraat 904 (gevel uit 1954 links) en 900, huis uit 1910 (rechts). FH MAB 2020.

Haaksbergerstraat 900, huis uit 1910. FH MAB 2020.

Haaksbergerstraat 904 uit 1954 met links achter een oudere ingebouwde schuur uit de jaren 30. FH MAB 2020.

blad 62  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

5 Harberinksweg 2/2a

LNKOO-U-2880

Harberinksweg 2/2a staat bekend als ’t Afink. Deze naam is afkomstig van de hoeve Afink no. 3 die op de kadasterkaart uit de vroege 19de eeuw op de plaats van de huidige boerderij (Harberinksweg 2) staat. Afink no. 3 stond met de voorgevel gericht naar het zuidwesten en had links tegen de voorgevel een bovenkamer en bij de achtergevel een onderschoer. Direct noordelijk ervan stond Afink no. 4, met een zelfde opzet en bovenkamer rechts tegen de naar het westen gerichte voorgevel.

Haaksbergerstraat 906, gaaf bewaarde villa uit 1936. FH MAB 2020.

Het erf Harberinksweg 2/2a met de hoeven Afink no. 3 en no. 4 op de kadastrale kaart Lonneker sectie N van 1811-1832. Beeldbank RCE

 blad 63

Afink no. 4 wordt later als zelfstandig erf opgeheven en gesloopt. Blijkens een hulpkaart van 1882 is de hoeve Afink no. 3 toen opgenomen in een bredere en iets langere boerderij, waarbij de bovenkamer verdween. De oude schuur die al op de eerste kadastrale kaart aanwezig was staat er dan nog altijd evenals een klein gebouw (bakhuisje?) dat ten zuidoosten van de boerderij dicht bij de straat stond. Door een merkwaardige vorkvormige splitsing van wegen had het perceel van ’t Afink een merkwaardige vorm.

1904 N 2728

Hulpkaart uit 1882 waaruit blijkt dat de oude hoeve Afink no. 3 wordt opgenomen in een nieuwe boerderij. Het samengevoegde perceel krijgt nummer N2728. Digitaal archief kadaster.

blad 64  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Blijkens een hulpkaart van 1904 is de oude schuur die al op de eerste kadastrale kaart aanwezig was vervangen door een groter exemplaar. Op een volgende hulpkaart van 1912 is noordelijk van de boerderij een nieuwe varkensschuur verrezen, terwijl ten oosten daarvan een klein schuurtje verrijst. Het bakhuisje is dan gesloopt. In 1916 krijgt de weg rond het erf zijn huidige verloop, waardoor de schuur van 1902/1903 en de kleine schuur van 1911 dicht bij de weg komen te staan.

Het erf op de hulpkaart van 1912. De varkensschuur en een kleine schuur worden toegevoegd. De percelen worden samengevoegd tot perceel N3399. Digitaal archief kad. De hulpkaart van 1944. Het perceel is uitgebreid tot een groot L-vormig perceel met het nummer U152. Digitaal archief kadaster.

Het erf op de hulpkaart van 1916 ten behoeve van de aangepaste weg. Het perceel krijgt nummer N 3399. Digitaal archief kadaster.

De hulpkaart van 1986. Het perceel U152 laat een met een voorbouw uitgebreide boerderij zien. Digitaal archief kadaster.

 blad 65

Harberinksweg 2 vanuit het noorden gezien. FH MAB 2020

Het erf Harberinksweg 2/2a BAGViewer

De op de hulpkaart van 1986 getekende uitbreiding (een woning met verdieping) heeft veel weg van een moderne versie van een bovenkamer. De woning die overigens op grond van het uiterlijk ouder lijkt te zijn dan 1986 wordt ook in de BAG ouder gedateerd en wel in 1956. Deze datering past goed bij het beeld van het exterieur. Deze woning is als Harberinksweg 2a afgesplitst van de boerderij die nummer 2 heeft behouden.

Harberinksweg 2 varkensschuur van 1903 vanuit het noorden gezien. FH MAB 2020

blad 66  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Harberinksweg 2 varkensschuur en boerderij vanuit het noorden gezien. FH MAB 2020

Harberinksweg 2, oude schuur, zuidgevel. FH MAB 2020

Harberinksweg 2 varkensschuur, oostgevel. FH MAB 2020 Harberinksweg 2, oude schuur, noordgevel. FH MAB 2020

 blad 67

Harberinksweg 2, oude schuur, zuidgevel. FH MAB 2020

Harberinksweg 2, kleine schuur bij entree erf oost- en noordgevel. FH MAB 2020

blad 68  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Harberinksweg 2, boerderij met dubbele kap, noordgevel. FH MAB 2020

Harberinksweg 2, boerderij en woning van 1956 vanaf de straat gezien. FH MAB 2020

6 Harberinksweg 15

LNKOO-U-3997

Op het huidige erf Harberinksweg 15 stond in de vroege 19de eeuw de hoeve Afink no. 5 met een schuur dicht langs de weg. Het perceel had toen het nummer N 544. OP een veldschets van 1852 blijkt dat de boerderij en schuur gesloopt zijn en de boerderij is vervangen door een boerderij van dezelfde omvang maar met een andere oriëntatie. In 1889 blijkt deze boerderij te zijn verbouwd, waarbij het woongedeelte is versmald en het bedrijfsgedeelte is verbreed, waardoor een L-vormige plattegrond ontstond. Een jaar later is een perceel aan de westzijde toegevoegd en is op de grens tussen beide percelen aan de straat een schuur gebouwd. Het grote nieuwe perceel kreeg nummer N2994. In 1943 is het perceel verder uitgebreid en blijkt de schuur aan de straat in omvang te zijn verdubbeld. Het perceel heeft dan het nummer U 154.

Het erf Harberinksweg 15 met de hoeve Afink no. 5 op de kadastrale kaart Lonneker sectie N van 1811-1832. Beeldbank RCE

Hulpkaart van 1852 waarop de nieuwe boerderij staat ingetekend. Digitaal archief Kadaster.

Hulpkaart van 1889 waarop de rond 1850 gebouwde boerderij in verbouwde vorm staat ingetekend. Digitaal archief Kadaster.  blad 69

Na 1943 is de ontwikkeling via het kadaster lastiger te volgen. Uit het veldwerk van het erf blijkt dat er thans op het erf een tweelingschuur staat achter de aan de straat gelegen schuur. Verder is op de plaats waar de boerderij stond een nieuw huis in aanbouw. Volgens de BAG dateert de tweelingschuur uit 1950. Deze schuren zijn opgebouwd uit prefabbetonelementen met golfplaatdaken. De datering van de BAG is gezien het bouwtype en materiaalgebruik voorstelbaar. De schuur die langs de straat staat heeft een bakstenen plint en een opbouw van staalplaat. De BAG geeft een datering van 2017, maar mogelijk is de schuur in de huidige vorm iets ouder.

Hulpkaart van 1890 waarop de nieuwe schuur en het toegevoegde perceel 2083 staat ingetekend. Het nieuwe perceelnummer staat in de boerderij geschreven. Digitaal archief Kadaster.

Het erf Harberinksweg 15 BAGViewer Opm. bouw huis gestart in 2017 Hulpkaart van 1943 waarop de uitgebreide schuur staat ingetekend en het wederom (nu aan de zuidzijde) vergrote perceel. Door de ruilverkaveling is de sectie omgenummerd en heeft het geheel het nummer U 154 gekregen. Digitaal archief Kadaster. blad 70  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Harberinksweg 15. De dubbele prefab-betonnen schuur en links het nieuwe huis in aanbouw. FH MAB 2020

Harberinksweg 15. De oostzijde van de jonge schuur vanaf de straat gezien. FH MAB 2020

Harberinksweg 15. De jonge schuur (noord- en westzijde) vanaf de straat gezien. FH MAB 2020

Harberinksweg 15. Het erf gezien vanaf de straat naar het westen. FH MAB 2020

 blad 71

7 Harberinksweg 43

LNKOO-U-3762

Harberinksweg 43 betreft een jonge ontwikkeling. Het huidige perceel maakt deel uit van twee percelen (N 525 en N 526) die in de vroege 19de eeuw direct oostelijk van de hoeve Harberink no. 3 (huidige Harberinksweg 45) lagen waarvan N 525 in de noordwestelijke hoek was bebouwd met een schuur. Op de hulpkaart van 1991 wordt van het grote perceel U 109 van Harberinksweg 45 een perceel afgesplitst dat nummer U 1829 krijgt, waarna het perceel van nr. 45 U 1828 wordt genummerd. Op een doorgetrokken strookje van U 1829 langs de weg wordt een langwerpig rechthoekig gebouwtje (paardenstalling) ingetekend, het huidige Harberinksweg 43. Volgens de BAG is de stal gebouwd in 1960. In 2010 is het bebouwde strookje langs de straat een zelfstandig perceel geworden.

Het erf Harberinksweg 43 deels omvattend de nog onbebouwd percelen 525 en 526 oostelijk van Harberink no. 3 (Harberinksweg 45) op de kadastrale kaart Lonneker sectie N van 1811-1832. Beeldbank RCE

blad 72  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

De hulpkaart van 1991 met het nieuwe perceel U1829 en in rood het gebouw langs de straat. Digitaal archief kadaster

Het erf Harberinksweg 43 BAGViewer. Volgens de BAG dateert het gebouw van 1960

De paardenstalling Harberinksweg 43 heeft in de westelijke helft houten wanden op een gemetselde plint en aan de oostzijde bakstenen gevels met een houten geveltop (onder). FH MAB 2020.

De hulpkaart van 2010 met het afgesplitste perceel U 3762. Digitaal archief kadaster.

 blad 73

8 Harberinksweg 44

LNKOO-U-3973

De huidige boerderij Harberinksweg 44 vindt zijn ontstaan als Nyhuis no. 3 in 1814. De zandstenen stichtingssteen die aan dit feit memoreert is in de gevel behouden gebleven. Ten noordwesten van de boerderij Nyhuis no. 3 lag Nyhuis no. 2, een hoeve die omstreeks 1920 is verdwenen. Nyhuis no. 3 ligt in de vroege 19de eeuw al in een markant cluster van hoeves rond een driesprong, waar dan naast de hoeve Nyhuis no. 3 (en no.2) de hoeves Harberink no. 1, no.2 en no.3 liggen. In 1896 wordt het pand blijkens een jongere gevelsteen uitgebreid/verbouwd waarbij het woongedeelte met een gebintvak wordt uitgelegd en aan de noordoostzijde een schuur wordt aangebouwd waardoor een tweekapvorm ontstaat.

De hulpkaart van 1899 geeft de uitbreiding van de boerderij weer. De oude schuur met Lvormige plattegrond blijft dan nog gehandhaafd. Het uit een drietal samengevoegde percelen ontstane perceel krijgt nummer N3094. Digitaal archief kadaster.

Het erf Harberinksweg 44 met de hoeve Nyhuis no. 3 op de kadastrale kaart Lonneker sectie N van 1811-1832. Beeldbank RCE

blad 74  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Kort voor 1916 heeft er een wijziging op het perceel plaats gevonden waarbij het huidige wegperceel ontstond. Tevens is de oude schuur vervangen door een grotere rechthoekige schuur. Het nieuwe perceel kreeg nummer N 3556. Op de hulpkaart van 1920 zijn er rond het erf veranderingen doorgevoerd. Zo is Nyhuis no. 2 met schuur gesloopt en vinden er kadastrale correcties plaats. De bebouwing verandert verder niet. In 1943 wordt de ruilverkaveling vastgelegd waarbij het grillige perceel van Harberinksweg 44 wordt omgevormd tot een langwerpig strak perceel met nummer U 151.

De hulpkaart van 1916 geeft de correctie van het perceel weer en nieuwbouw van de schuur. Het perceel krijgt nummer N3556. Digitaal archief kadaster.

Hulpkaart van 1943. De resultaten van de ruilverkaveling zijn weergegeven met het nieuwe perceel U151. Digitaal archief kadaster.

Hulpkaart van 1920 met correcties. Nyhuis no. 2 (linksboven) is gesloopt. . Digitaal archief kadaster.

Blijkens een tweede gevelsteen wordt het voorhuis van de boerderij in 1951 verbouwd. Vanaf die tijd stond het bekend als het erve Stienjans. De gevel aan straatzijde wordt teruggelegd, de voorgevel vernieuwd en de straatgevel krijgt bij de overgang naar het achterhuis een hoekerker in vakwerk met metselwerk in keperverband in de borstwering. De geheel vernieuwde vensters krijgen glas-in-lood in de bovenlichten. De schuur aan de straat is later gesloopt. De huidige eigenaars hebben de boerderij de afgelopen jaren gerestaureerd en in 2014 een nieuwe wagenschuur in traditionele vorm gebouwd.

 blad 75

Het erf Harberinksweg 44. BAG. De grote schuur is uit 2014

Harberinksweg 44, gevelsteen die de verbouwing van 1896 en de tweede verbouwing van 1951 memoreert. Beeldbank RCE Coll Ferro 548-23

Gevelsteen van de stichting van de eerste boerderij (Nyhuis no. 3) in 1814. FH MAB 2020

Harberinksweg 44. Achterzijde van de boerderij. FH MAB 2020.

blad 76  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Harberinksweg 44. Zijgevel van de grote wagenschuur van 2014. FH MAB 2020. Harberinksweg 44. Straatzijde van de boerderij. FH MAB 2020.

Harberinksweg 44. Voorzijde van de boerderij. FH MAB 2020.

Harberinksweg 44. Kopgevel van de grote wagenschuur van 2014. FH MAB 2020.

 blad 77

9 Harberinksweg 45

LNKOO-U-3912

De huidige boerderij Harberinksweg 45 (De Keuper) vindt zijn ontstaan als hoeve Harberink no. 3, mogelijk in de late 18de- of vroege 19de eeuw. Hij staat als boerderij met onderschoer en een schuur er oostelijk van aan de weg op de eerste kadastrale kaart. Ten zuidwesten van de boerderij ligt dan Harberink no. 2 (thans Keuperweg 3/5) en ten noordwesten aan de overzijde van de weg Harberink no. 1 (huidige Harberinksweg 49). Ten noorden ligt dan Nyhuis no. 3 (Harberinksweg 44) en Nyhuis no. 2. Samen vormen ze al in de vroege 19de eeuw een markant cluster van hoeves rond een driesprong.

Het erf Harberinksweg 45 met de hoeve Harberink no. 3 op de kadastrale kaart Lonneker sectie N van 1811-1832. Beeldbank RCE

blad 78  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Kort voor 1882 wordt de boerderij verbouwd en uitgebreid met een aangebouwde schuur. In de tuin voor de voorgevel is een kleine schuur bijgebouwd en de oude schuur heeft tegen de zijgevel een uitbouw gekregen. Opmerkelijk genoeg bevat de sluitsteen van de deeldeurenboog het jaartal 1891. Of dit op een verbouwing betrekking heeft of op een huwelijk gesloten tussen E.H. en E.C.M. in dat jaar is niet duidelijk. Wel is in de achtergevel te zien dat de uitbreiding rechts in een andere (rodere) steen is uitgevoerd. Het is niet uitgesloten dat het donkerdere metselwerk van de boerderij daar links van met de karakteristieke zwarte koppen baksteen ouder is (midden 19de eeuw, vergelijk met opmerkingen bij Geerdinkweg 20 en 30) en dan heeft de vermelding van het jaartal 1891 geen betrekking op de bouw. Kort voor 1912 is de uitbouw van het bedrijfsgedeelte doorgetrokken en is het bedrijfsgedeelte aan de andere zijde ook iets verbreed waardoor een boerderij met een breed voorhuis en een iets breder achterhuis is ontstaan. De schuur voor het huis is dan al weer gesloopt. In 1916 is de uitbouw van de oude schuur gesloopt. In 1919 is de oude schuur vervangen door een groter exemplaar op dezelfde plaats. Tevens worden het perceel N 2729 waarop de boerderij staat en het perceel N 525 waarop in de hoek de schuur staat verenigd tot één groot perceel N 3618.

Bij de ruilverkaveling vanaf 1941 wordt het perceel omgenummerd in U 104. Dan is inmiddels ook de voormalige perceelstrook van de oude weg (noordelijk van de boerderij) toegevoegd aan het erf. In 1991 splitst het perceel van Harberinksweg 43 (paardenschuur) af van het oude perceel U 104. Het perceel met boerderij en schuur krijgt dan het nummer U 1828. Tenslotte wordt de grote schuur tot ongeveer een derde van het oude oppervlak ingekort, waarmee deze een stuk van de straat terug komt te liggen.

Hulpkaart van 1916, waarbij de aanbouw bij de schuur is gesloopt. Digitaal archief kadaster. Hulpkaart van 1882, waarbij de boerderij wordt verbouwd en een aanbouw aan de schuur komt en verder een schuur voor het huis wordt gebouwd. Digitaal archief kadaster.

Hulpkaart van 1912, waarbij de boerderij verder is verbouwd en verder de schuur voor het huis is gesloopt. Digitaal archief kadaster. 1912 N2729

Hulpkaart van 1919, waarbij de schuur is vernieuwd in grotere vorm en de percelen zijn samengevoegd tot N3618. Digitaal archief kadaster.

 blad 79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=c7dcd857-01ce-4308-b6f7-c6020a7e1657