CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

c. Usseler Es West Bijlagen toelichting

Raadsvergadering 12 april 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Het (gewijzigd) vaststellen van het bestemmingsplan "Usseler Es West", het vaststellen van de wijziging 111 van de Welstandsnota Enschede en het intrekken van het exploitatieplan “Usseler Es 2008”17.743 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen Toelichting Bestemmingsplan Usseler Es West

Status: Vastgesteld

Usseler Es West

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Kwantitatieve Risicoanalyse

4

Bijlage 2

Cultuurhistorische quickscan Usseler Es

18

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

166

2

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Kwantitatieve Risicoanalyse

4

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Kwantitatieve Risicoanalyse Usseler Es, Enschede

Enschede 28 mei 2020

Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 3 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 4 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 4 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 4 2.3 Populatie.......................................................................................................... 5 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 7 3.1 Figuur Plaatsgebonden risico voor leiding A-646-deel-1 ......................................... 7 3.2 Figuur Plaatsgebonden risico voor leiding A-670-deel-1 ......................................... 7 4 Groepsrisico screening .............................................................................................. 8 4.1 Figuur Groepsrisico screening voor leiding A-646-deel-1 met industrie ..................... 8 4.2 Figuur Groepsrisico screening voor leiding A-670-deel-1 met industrie ..................... 9 4.3 Figuur Groepsrisico screening voor leiding A-646-deel-1 zonder industrie .................

9 4.4 Figuur Groepsrisico screening voor leiding A-670-deel-1 zonder industrie ............... 10 5 FN curves .............................................................................................................. 11 5.1 Figuur FN curves voor leiding A-646-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3820.00 en stationing 4820.00 ........................................ 11 5.2 Figuur FN curves voor leiding A-670-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 18300.00 en stationing 19300.00 .................................... 11 6 Conclusies ............................................................................................................. 12 7 Referenties ............................................................................................................ 13

Pagina 2 van 13

1 Inleiding

In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens (voor de bestaande en toekomstige situatie inclusief invulling BP Usseler Es) en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].

Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp 1

2

3

Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties

Vertrouwelijk/ Openbaar

Aangeleverd door CAROLA

Openbaar

Deels

Openbaar Openbaar

Nee Nee Ja

Openbaar Ja Nee Openbaar

Openbaar

Ja Ja Openbaar

•

bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10 -6contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart

4

Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10 -4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen

Ja Ja Ja Ja

Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar

Ja indien ingevoerd Nee

Openbaar

Nee

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar Openbaar

Ja Nee

Openbaar

Ja

Pagina 3 van 13

2 Invoergegevens

De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 25-05-2020. Dit project is opgeslagen onder de naam Usseler Es is laatstelijk bijgewerkt op 25-05-2020. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Twente. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen

2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen: A 646 deel 1 en A670 deel 1. In de nabijheid zijn ook A 646-02 en N 569-89 gelegen, maar de risicocontouren van deze leidingen zijn niet over het plangebied gelegen en derhalve niet relevant Eigenaar

Leidingnaam

Diameter [mm]

Druk [bar]

Gasunie Gasunie

A-646 deel 1 A-670 deel 1

610.00 914.00

79.90 79.90

Datum aanleveren gegevens 07-05-2020 07-05-2020

De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2.

Pagina 4 van 13

Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied

Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Aan de relevante leidingen A 646 deel 1 en A670 deel 1 zijn geen risico mitigerende maatregelen meegewogen in deze risicostudie. 2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen

Populatietype

Polygoonpunten

Populatiepolygoon

Wonen Werken Pagina 5 van 13

Populatiepolygonen Label

Type

Aantal

Vervangmodus

Ontwikkeling Usseler Es industrie

Werken

1500.0

Toevoegen Nieuwe Populatie

Populatiebestanden Pad

Type

Aantal

bijeen_sport_cel_zkh-dag100-nacht80.txt

Werken

442

industrie-dag100-nacht30.txt

Werken

2669

kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100-nacht0.txt

Werken

445

metadata.txt

Werken

0

wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100.txt

Wonen

1821

Pagina 6 van 13

3 Plaatsgebonden risico

Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Het plaatsgebonden risico is weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur Plaatsgebonden risico voor leiding A-646-deel-1

3.2 Figuur Plaatsgebonden risico voor leiding A-670-deel-1

1E-4 1E-5 1E-6 1E-7

Pagina 7 van 13

4 Groepsrisico screening

Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor een specifiek segment een FN-curve te visualiseren. Per stationing wordt de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. Voor beide leidingen is het groepsrisico berekend voor de situatie met (4.1 en 4.2) en zonder (4.3 en 4.4) de invulling met industrie op het centrale deel van de Usseler Es. 4.1 Figuur Groepsrisico screening voor leiding A-646-deel-1 met industrie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 60 slachtoffers en een frequentie van 2.41E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 8.685E-004 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 3820.00 en stationing 4820.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.1. Figuur 4.1 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor leiding A-646-deel-1

Pagina 8 van 13

4.2 Figuur Groepsrisico screening voor leiding A-670-deel-1 met industrie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 22 slachtoffers en een frequentie van 9.01E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 4.363E-004 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 18280.00 en stationing 19280.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2 Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor leiding-A-670-deel-1

4.3 Figuur Groepsrisico screening voor leiding A-646-deel-1 zonder industrie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 60 slachtoffers en een frequentie van 2.41E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 8.685E-004 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 3820.00 en stationing 4820.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.3

Pagina 9 van 13

Figuur 4.3 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor leiding-A-646-deel-1

4.4 Figuur Groepsrisico screening voor leiding A-670-deel-1 zonder industrie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 14 slachtoffers en een frequentie van 1.68E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 3.285E-004 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 18300.00 en stationing 19300.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.4 Figuur 4.4 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor leiding-A-670-deel-1

Pagina 10 van 13

5 FN curves

Voor de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend voor de huidige en toekomstige situatie, met en zonder industrie. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor de leiding de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. De FN-curve voor de huidige en toekomstige situatie identiek. 5.1 Figuur FN curves voor leiding A-646-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3820.00 en stationing 4820.00 Met industrie

Zonder industrie

5.2 Figuur FN curves voor leiding A-670-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 18300.00 en stationing 19300.00 Met industrie

Zonder industrie

Pagina 11 van 13

6 Conclusies In het rekenprogramma Carola zijn berekeningen uitgevoerd ten aanzien van het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. Berekend zijn de bestaande situatie en de situatie met ingevulde plancapaciteit van 2 woningen. Uit de berekeningen blijkt de leiding N-550-32, ter hoogte van het plangebied, geen 10-6 contour te veroorzaken. Met betrekking tot het plaatsgebonden risico zijn er derhalve geen belemmeringen voor het plan. Ter hoogte van het plangebied wordt er geen groepsrisico berekend in de bestaande en toekomstige situatie. Met betrekking tot het plaatsgebonden risico zijn er derhalve geen belemmeringen voor het plan. Voor het Bestemmingsplan Usseler Es zijn de risico’s die worden veroorzaakt door hogedruk aardgastransportleidingen onderzocht. Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico zijn berekend met het huidig aantal aanwezigen en het toekomstig aantal aanwezigen waarbij de industriebestemming op het centrale deel is komen te vervallen. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de resultaten worden in dit hoofdstuk benoemd. Plaatsgebonden risico Voor de leidingen ter hoogte van het bestemmingsplan wordt geen plaatsgebonden risicocontour berekend voor de grenswaarde van 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

Groepsrisico Het groepsrisico is berekend met het huidig en toekomstig aantal aanwezigen. De oriënterende waarde wordt in beide situaties niet overschreden. Wanneer gerekend wordt met het aantal aanwezigen overeenkomstig het nieuwe bestemmingsplan, wordt een onveranderd groepsrisico berekend voor leiding A-646-deel-1 en een afname voor leiding A670-deel-1. Er is geen sprake van een overschrijding van de oriënterende waarde. De bestemmingsverandering die mogelijk worden gemaakt middels het bestemmingsplan hebben een positieve invloed, lees afname, op het groepsrisico.

Pagina 12 van 13

7 Referenties [1]

Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.

[2]

Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.

[3]

Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.

[4]

Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM-rapport 620121001/2008. 2008.

[5]

M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.

Pagina 13 van 13

Bijlage 2 Cultuurhistorische quickscan Usseler Es

18

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Cultuurhistorische quickscan landschap en bebouwing

Usseler Es Enschede Onderzoek i.o.v. Gemeente Enschede

9 juli 2020

COLOFON Onderzoeksgebied Usseler Es Enschede

MONUMENTEN ADVIES BUREAU Status Geen (gebied) Rijksmonument (Eulderinkweg 22, Rosinkweg 40) Gemeentelijk monument (Harberinksweg 60, Keuperweg 53, Rosinkweg 35) Opdrachtgever Gemeente Enschede Contactpersoon: Annemarie Mascuñan Onderzoek en waardering gebouwen op erven drs. Frank Haans, bnb (MAB) Onderzoek en waardering cultuurlandschap drs. Bjorn van Snippenburg (RAAP)

Dit is een uitgave van het Monumenten Advies Bureau, Nijmegen en RAAP Zutphen in opdracht van de gemeente Enschede, 23 april/9 juli 2020, copyright MAB Nijmegen 2020 blad 2  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

bureau voor architectuur- en bouwhistorisch onderzoek, cultuurhistorische gebiedsanalyses, restauratie, onderhoud en bouwtechnisch onderzoek, publieksvoorlichting en publicaties over cultuurhistorie drs. C.J.B.P. Frank drs. F.A.C. Haans, bnb mw. drs. C.H.J.M. van den Broek drs. J. de Jong ing. G. Korenberg, bnb mw. drs. M. Lemmens D. Schaars Ma. Mw. drs. L. Valckx Bredestraat 1 6542 SN NIJMEGEN tel: 024-3786742 info@monumentenadviesbureau.nl www.monumentenadviesbureau.nl

INHOUD 1 Inleiding ......................................................................................................... 4 2 Historisch-ruimtelijke ontwikkeling ........................................................... 8 2.1 Ontwikkeling van het landschap .................................................... 8 2.2 Bewoningsgeschiedenis .................................................................. 8 2.3 Verkavelingspatroon ....................................................................... 9 2.4 Landschapstypen............................................................................ 13 2.4.1 Esontginning ............................................................................... 13 2.4.2 Kampontginning ......................................................................... 15 2.4.3 Jonge heideontginning .............................................................. 16 2.5 Locatie erven .................................................................................. 17 2.6 Wegen en materialisering .............................................................. 19 2.7 Mauritsbosje .................................................................................. 20 2.8 Leylijnen .................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

3Waardering cultuurlandschap.....................................................................22 3.1 Wegen ............................................................................................. 22 3.2 Opgaand groen ............................................................................... 22 3.3 Landschappen................................................................................. 22 3.4 Aanbevelingen ................................................................................23 3.4.1 Wegen .........................................................................................23 3.4.2 Mauritsbosje ...............................................................................23 3.4.3 Herkenbaarheid landschappelijke deelgebieden .................23 3.5 BIJLAGEN...............................................................................................25 4 Analyse van de erven en bebouwing ......................................................... 33 4.1 Inleiding...........................................................................................33 4.2 Ontwikkeling en opbouw van de erven ..............................................33 4.2.1 De Marken en hun erven................................................................33 4.2.2 De erven op de kadastrale kaart van 1811-1832............................

35 4.2.3 De opbouw van de boerenerven in Twente................................ 38

4.3 Boerderijtypen en ontwikkelingen...................................................... 39 4.4 Onderzoek van de erven op de Usseler Es .........................................44 4.4.1 Onderzochte adressen: .................................................................44 4.4.2 Ontwikkeling erven aan de hand van kadastrale gegevens: ...... 45 5 Waardenstelling bebouwing erven .......................................................... 123 5.1 Catalogus erven beschrijving & waardestelling .................................123 5.2 Conclusie & aanbevelingen ................................................................ 146 6 Literatuur & bronnen ............................................................................... 147

 blad 3

1

INLEIDING

De Usseler Es behoort tot een oud cultuurlandschap van Enschede. Het is belangrijk te realiseren dat het plangebied enkel het noordelijk deel van de eigenlijke Usseler Es betreft. De es ligt voor een even groot deel ten zuiden van de A35 als ten noorden daarvan. De kern Usselo is ook gelegen aan de zuidelijke helft van de es. Dit onderzoek focust echter op het plangebied; de helft van de es ten noorden van de A35. Het cultuurhistorisch onderzoek bevat het door RAAP uitgevoerde cultuurlandschappelijk onderzoek en het door het Monumenten Advies Bureau uitgevoerde onderzoek van de bebouwing op de erven in het onderzoeksgebied. Cultuurlandschappelijk onderzoek (RAAP) Voor het cultuurlandschappelijk onderzoek zijn twee type bronnen gebruikt. Enerzijds is dat literatuur, zowel uit gepubliceerde werken als (bijlagen bij) ambtelijke stukken. Ook diverse websites over de geschiedenis van het gebied, maar ook over actualiteiten, behoren tot de (kritisch beoordeelde) gebruikte geschreven bronnen. Anderzijds is (al dan niet bewerkt) historisch kaartmateriaal een belangrijke bron in dit onderzoek. Kadastrale minuutplans, HisGIS en diverse topografische kaarten geven inzicht in de ruimtelijke ontwikkeling.

blad 4  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Op basis van historisch kaartmateriaal zijn historische landschappen en cultuurhistorische objecten geïnventariseerd. Hierbij gaat het hoofdzakelijk om de wegen en opgaande groenstructuren. De landschappen en de nog bestaande objecten en structuren zijn gewaardeerd volgens onderstaande criteria. Vervolgens zijn de totalen gemiddeld en voorzien van een waarderingsterm volgens de tweede tabel. De waardering maakt het niet alleen mogelijk uitspraken te doen over individuele structuren maar ook over de samenhang daartussen. Dit geeft inzicht in (deel)gebieden waar zich concentraties hooggewaardeerde structuren en objecten bevinden en die extra aandacht in het bestemmingsplan verdienen.

kaarten, waarin de waardering van wegen, landschap, groen en bebouwing is samengevat. Vanaf hoofdstuk 4 volgt het onderzoek en de analyse van de erven met bebouwing uitgevoerd door het Monumenten Advies Bureau. Hierbij wordt eerst vanuit een algemeen beeld van de erfen boerderijontwikkeling in Twente vervolgens de erfontwikkeling op de Usseler Es geduid. Dan volgt een ontwikkelingsschets per erf met kadasterkaartjes en oude en actuele foto’s. In hoofdstuk 5 is de catalogus opgenomen van de erven, met per erf een omschrijving, waardering en een kaartje met waarden. Dit hoofdstuk sluit af met een conclusie en aanbeveling. Hoofdstuk 6 omvat de opgave van literatuur en bronnen. Bjorn van Snippenburg (RAAP) Frank Haans (Monumenten Advies Bureau) Nijmegen/Zutphen 28 april/9 juli 2020

Cultuurhistorisch onderzoek bebouwing op de erven (MAB) Het veldwerkonderzoek vond plaats op 16 maart en had het karakter van een cultuurhistorische veldverkenning vanaf de openbare weg. Daarnaast vond er aanvullend literatuur- en bronnenonderzoek plaats, waarbij voor de erven het kadastraal onderzoek een grote rol speelde. Verder is gebruik gemaakt van relevante literatuur en websites. Het inzien van bouwtekeningen en ander archiefmateriaal kon vanwege de thans geldende beperkingen ivm Coronacrisis niet plaatsvinden. Rapport In dit rapport wordt door RAAP de historisch ruimtelijke ontwikkeling beschreven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 behandelt RAAP de waardering cultuurlandschap en deze waardestelling sluit af met een bijlage met

 blad 5

Begrenzing van het onderzoeksgebied. blad 6  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

2: HISTORISCH-RUIMTELIJKE ONTWIKKELING

 blad 7

2 2.1

HISTORISCH-RUIMTELIJKE ONTWIKKELING

ONTWIKKELING VAN HET LANDSCHAP

Het landschap van de Usseler Es is gevormd in de laatste twee ijstijden: het Saalien en Weichselien. In het Saalien (ca. 370.000 tot 130.000 jaar geleden) werd de basis gelegd voor de ondergrond van de Usseler Es. De es is in basis een stuwwal, zoals er meerdere kleine in Twente te vinden zijn. Hij werd gevormd toen een ijslob in zuidwestelijke richting door de grote stuwwalboog van Ootmarsum, Oldenzaal en Enschede brak en het aanwezige bodemmateriaal voor zich uit opstuwde. In een latere fase van het Saalien, toen onder meer de grote stuwwallen van de Veluwe gevormd werden, werden de kleine Twentse stuwwallen overreden en gladgeschuurd door het oprukkende ijs. Onder deze dikke ijspakketten werd keileem (grondmorene) gevormd, wat leidde tot een glooiende grondmorenevlakte met hier en daar een kop of rug. De Usseler Es is als restant van een stuwwal één van deze ruggen. In het Weichselien (ca. 120.000 tot 13.000 jaar geleden), en dan met name de laatste millennia daarvan, heerste een koud en droog klimaat. In deze periode zijn uitgestrekte stuifzanden ontstaan. Over de grondmorenevlakte is toen een laag dekzand afgezet. Op de Usseler Es is deze laag slechts enkele tientallen centimeters dik. Naar de randen toe blad 8  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

komt de keileem op grotere diepte te liggen en is de laag dekzand aanzienlijk dikker.1 Ongeveer 10.000 jaar geleden kwam deze koude, droge periode ten einde en begon het warmere en natte holoceen, dat tot op de dag van vandaag voortduurt. In deze periode nam de vegetatie toe en kwam een einde aan de grote landschapsvormende processen in het plangebied. Op natte gebieden kon in vennen een hoogveenvegetatie ontstaan, doordat er afgestorven veenmos dikke pakketten vormde. Het plangebied kenmerkte zich door een loofbos op de hogere delen, waarin eik, linde en beuk voorkwamen. De lagere delen waren wat natter en daar kwamen graslanden en mogelijk eiken-berkenbossen voor.

2.2

BEWONINGSGESCHIEDENIS

Het is dit afwisselende landschap waarin de mens zijn intrede deed. Op de es zijn vondsten gedaan die dateren uit het mesolithicum (ca. 11.700 tot 7000 jaar geleden). In die periode trokken groepjes jager-verzamelaars door het gebied. Ook uit latere perioden zijn vondsten gedaan. Tot in de IJzertijd (vanaf 800 voor Christus) moet het gebied zo nu en dan zijn aangedaan door mensen, maar van langdurige bewoning op de es is dan nog geen sprake. In de IJzertijd werd er op de hoge keileembult die later de Usseler Es zou worden gewoond.2 Uit de romeinse tijd zijn geen bewoningssporen bekend, hoewel het mogelijk is dat de huidige es ook in die periode bewoond is geweest.3 De lo-naam Usselo kan er ook op duiden dat het gebied (opnieuw) ontgonnen is toen de bevolking toenam in de

1 Jans & Hielkema, 2015, 25-31. 2 Jans & Hielkema, 2015, 86-87. 3 Scholte Lubberink & Zielman, 2010, 3.

Karolingische tijd (750-900 na Chr.). De omgeving van Usselo moet relatief bosrijk zijn geweest en een lage bevolkingsdichtheid hebben gekend.4 Tot in de vroege middeleeuwen, tot in de 7e eeuw, woonde de mens op dit soort hoge plekken in het landschap. De boerderijen waren van hout en wanneer deze aan vernieuwing toe waren, werd even verderop een nieuwe gebouwd. Zo verplaatsten de boerderijen zich over het gebied van de huidige es. Vanaf de Karolingische tijd verdween de bewoning van deze hoogst gelegen gronden en werden de boerderijen geleidelijk verplaatst naar de zone die de overgang vormt tussen de hoge en lagere delen van het gebied. De boerderijen stonden vaak alleen of in kleine groepjes verspreid over het landschap. Elke boerderij had zijn eigen stukken land in de nabijheid liggen. Deze individuele stukken land worden kampen genoemd, de kamp die bij de boerderij lag de huiskamp. De kampen hadden overwegend onregelmatige vormen omdat ze natuurlijke elementen in het landschap volgden zoals het reliëf. Om de kamp lag vaak een houtwal of- singel die diende om vee en wilde dieren van de kamp te weren. Naast de teelt op de huiskamp was de veeteelt de belangrijkste pijler van de boerderijen. Het vee werd geweid in de hoger en droger gelegen bossen. Nabij de kampen waren ook zogenaamde graskampen.

Op de lager gelegen gronden lagen de wei- en hooilanden, die ook onregelmatig verkaveld waren en van elkaar gescheiden werden door houtwallen.5 In Usselo lag de Hof van Usselo (nu erve Scholten ten zuiden van het plangebied aan de Usseleresweg/Boekelosestraat), van waaruit de

boerderijen werden beheerd die vanaf de Karolingische tijd onder het gezag van de bisschop van Utrecht waren gekomen.6 Gedurende de late middeleeuwen veranderden economie en maatschappij sterk. De belangrijkste redenen daarvoor waren de opkomst van de stedelijke markteconomie in de IJsselsteden en de Twentse steden, de bevolkingsgroei en de politiek-bestuurlijke veranderingen, zoals de vorming van het Oversticht.7 In de landbouw was de bevolkingsgroei een drijvende kracht. Een oplossing om meer monden te voeden werd gevonden in ruimtelijke herordening. De hogere en drogere delen waren voor de uitbreiding van bouwland het meest geschikt. Dit was ook de plaats waar het (mogelijk al afgetakelde) bos zich bevond en waar een humusrijke bruine bosgrond aanwezig was.8 Om meer landbouwgrond te creëren werden de bossen gekapt.9 Toen de plaggenbemesting haar intrede had gedaan vanaf de vroege nieuwe tijd, om de opbrengsten te verhogen en nóg meer monden te kunnen voeden, werd de van nature al hoger gelegen es langzaam aan steeds verder opgehoogd, tot de huidige kenmerkende bolle ligging.10

2.3

VERKAVELINGSPATROON

Wanneer we naar de oudste betrouwbare kaart met een weergegeven verkavelingsstructuur bekijken, de kadastrale minuutplans uit 1832, dan zien we duidelijk de driedeling die een zogenaamd krans-esdorp als Usselo kenmerkt: centraal ligt de es met daar omheen een krans van boerderijen gelegen tussen onregelmatige kampen.

6 Baas, 2000, 23. 7 Baas, 2000, 24; zie ook Spek 2004; Vangheluwe & Spek 2008. 8 Gemeente Enschede, 2009, 36.

4 Van Beek, 2009, 392.

9 Baas, 2000, 24.

5 Baas, 2000, 23.

10 Spek, 2004, 965.

 blad 9

Figuur 1: Vier historische kaarten: kadastrale minuutplan en topografische kaarten (HisGIS en Topotijdreis.nl).

blad 10  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Buiten deze krans liggen de woeste gronden; veelal (natte) heide, waarop de schapen werden geweid en waar plaggen werden gestoken. Deze structuur is in Usselo bijzonder goed bewaard gebleven. De Usseler Es is daarom wel het meest typerende voorbeeld van een kranses in ons land genoemd en wordt zelfs gezien als de grootste kranses van Europa.11 In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan. De gemeente heeft op haar Cultuurhistorische Waardenkaart het hele plangebied als “hoge attentiewaarde (overig)’ aangemerkt.12 Wat direct opvalt is dat de es een verkavelingspatroon heeft dat sterk afwijkt van de ring van kampen die daar omheen ligt. Het is zelfs mogelijk hierin blokken ter herkennen, die zijn onderverdeeld in smalle stroken. Dit doet vermoeden dat de bewoners gezamenlijk een terrein ontgonnen hadden en dat stuk vervolgens verdeelden onder de deelnemers van de ontginning.13 Later zijn de stroken door vererving mogelijk verder opgedeeld, in de lengte of de breedte. Van dat laatste zien we vooral in de oostelijke helft van het plangebied enkele voorbeelden. De wegen lijken soms de verkaveling te doorsnijden, bijvoorbeeld in het meest noordelijke deel van de es. Goed zichtbaar is het ook bij de weg die vanaf halverwege diagonaal over de es loopt. Deze weg snijdt dwars door de verkaveling heen.

Dat de wegen weinig samenhang hebben met de verkaveling, kan erop duiden dat de wegen pas zijn aangelegd of ontstaan nadat de verkaveling had plaatsgevonden. Het is goed mogelijk dat voorheen de es alleen ontsloten werd door paden die vanuit de boerderijen naar het bouwland voerden. Doorgaande verbindingen liepen waarschijnlijk via het netwerk van paden en wegen dat zich in de krans bevond. Verderop gaan we nader in op de ontwikkeling van het wegenpatroon in het plangebied.

Figuur 2: Het monument ter nagedachtenis aan de ruilverkaveling. (Wikimedia Commons, gebruiker Simpleness).

11 Baas, 2000, 23. 12 Gemeente Enschede, z.j. 13 Zie ook Spek, 2004.

 blad 11

In 1941 heeft er een ruilverkaveling plaatsgevonden van de Usseler Es, getuige het monument ter herinnering hieraan bij het Mauritsbosje (figuur 2). De ruimtelijke structuur van de es is hierdoor aanzienlijk veranderd. De richting van de verkaveling, min of meer haaks op de hoogtelijnen, is in grote lijnen wel gehandhaafd. De nieuwe verkaveling kent echter veel grotere percelen dan voorheen. Belangrijk is ook dat de wegenstructuur op de es sterk veranderd is met de ruilverkaveling. Midden over de es, over het hoogste punt, loopt nu de toepasselijk genaamde Ruilverkavelingsweg. De Usseleresweg is naar het westen toe verlegd en sluit sindsdien aan op de Harberinkweg. Hierbij zijn ook diverse paden in de krans van de es verlegd of verdwenen. Onderstaande figuur projecteert de huidige situatie (zwarte lijnen) over de kadastrale minuutplan volgens HisGIS. Hierdoor is het effect van de ruilverkaveling goed zichtbaar. Een kaartvergelijking van vier historische kaarten (figuur 1) geeft een beeld van de ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied in de afgelopen twee eeuwen. In hoofdzaak is de ruimtelijke structuur ongewijzigd: centraal vinden we de es, daar omheen liggen – in het plangebied hoofdzakelijk aan de westkant – de boerderijen in een zone met onregelmatige verkaveling. Buiten de krans van boerderijen lag de heide, die gaandeweg steeds meer ontgonnen is.

Vanaf de jaren 1970 zijn ten noordoosten van het plangebied de woonwijken van Enschede gebouwd en aan de randen van het plangebied grote weginfrastructuur aangelegd. Met uitzondering van het meest noordelijke deel van de krans rondom de es, zijn nagenoeg de hele es en de boerderijenkrans onaangetast gebleven door stedelijke ontwikkeling.

blad 12  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Figuur 3: De huidige situatie (zwarte lijnen) geprojecteerd over die in 1832 (HisGIS).

(kampontginning) en de daarbuiten gelegen oorspronkelijke heide, die vanaf de tweede helft van de 19e eeuw ontgonnen is (jonge heideontginning). De historische driedeling is op onderstaand kaartje weergegeven. Hierna zullen de karakteristieken van elke van deze deelgebieden besproken worden. 2.4.1

Esontginning

Hoewel niet het oudste landschapstype (zie boven) is de es wel het meest prominente onderdeel van het plangebied. Een groot open gebied, nagenoeg vrij van opgaand groen en uitsluitend in gebruik als bouwland. Van oorsprong was dit gebied al het hoogstgelegen in de omgeving. Door plaggenbemesting van de vroege nieuwe tijd tot in de 19e eeuw is het maaiveld van de es steeds hoger komen te liggen, tot uiteindelijk op het hoogste punt bijna 8 meter hoger ligt dan de omgeving.

Figuur 4: Historische landschapstypen.

2.4

LANDSCHAPSTYPEN

Zoals al aan de orde is gekomen, kan het plangebied worden onderverdeeld in drie deelgebieden die elk hun eigen ontwikkelingsgeschiedenis hebben, maar uiteraard wel in samenhang ontstaan zijn. Het gaat hier om de centraal gelegen es (esontginning), de daar omheen gelegen krans van boerderijen met kampen

Oorspronkelijk was de es (kadastraal) verkaveld in vele smalle stroken, maar daarvan was in de praktijk weinig te zien: het was een grote, open landschappelijke ruimte. De es is vermoedelijk ontgonnen in een aantal fasen, waarbij telkens een blok werd ontgonnen. Vervolgens werd dit blok mogelijk verdeeld onder de deelnemers van de ontginning. De percelen van één eigenaar lagen zo verspreid over de es. Door onder meer vererving werden in de loop der tijd percelen verder verdeeld of samengevoegd. Dit leverde een versnipperde eigendomssituatie op en een arbeidsintensieve boerenbedrijfsvoering. De komst van modern landbouwmaterieel en de bijbehorende intensivering viel niet te verenigen met de versnipperde eigendomssituatie op de es. In 1941 heeft er daarom een ruilverkaveling plaatsgevonden. Alle percelen van één eigenaar werden zo veel mogelijk bij elkaar gebracht tot

 blad 13

een of enkele grote percelen. Tegelijkertijd werden de wegen verlegd zodat een meer logische ontsluiting van de es werd gerealiseerd en alle percelen via de wegen bereikbaar waren voor de moderne landbouwmachines.

daarbuiten, zouthuisjes aangelegd, alsmede een systeem van water- en pekelleidingen waardoor het in de diepere bodem aanwezige zout gewonnen kan worden.15 In totaal staan er binnen het plangebied 21 zouthuisjes. De vormgeving van de huisjes sluit aan bij de karakteristieke Twentse architectuur. De zouthuisjes zelf zijn ook al karakteristiek voor Twente te noemen, al blijft de aanwezigheid van gebouwde objecten op de es niet passen binnen de karakteristieken van dit landschap (figuur 6a en 6b).

Figuur 5: Het landschapsbeeld van de es, met rechte (zand)wegen, akkers en witte grensstenen (foto: Google Streetview).

In vroeger tijden waren het vooral greppels die op de es de perceelgrenzen markeerden.14 Tegenwoordig, waarschijnlijk sinds de ruilverkaveling, zien we vooral wit geschilderde stenen die de grenzen markeren op de es. Of er voor de ruilverkaveling ook stenen waren die op de es grenzen markeerden, is voor het plangebied niet bekend. In de periode november 2009 tot en met oktober 2011 zijn op de es, maar ook 14 Jans & Hielkema, 2015, 86.

blad 14  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

Figuur 6a: De noordelijke rij zoutwinningshuisjes gezien naar het westen. FH MAB 2020

15 Huisman, 2012, 7.

boerderijen niet op dezelfde plaats herbouwd, waardoor onder de huidige kampen de voorlopers van de huidige boerderijen schuil kunnen gaan. Het areaal aan onregelmatige kavels groeide gestaag, ook toen er nieuwe ‘dochter’-erven werden gesticht (zie verderop). De begrenzing van de ring van kampen was zowel aan de kant van de es als aan de andere kant niet mooi rechtlijnig, maar erg onregelmatig. Figuur 4 laat goed zien dat de rand van het kampenlandschap soms honderden meters naar het oosten of westen gaat. Dit vindt voornamelijk zijn oorsprong in de bodemgesteldheid, die bepaalde of een stuk grond ontgonnen kon worden of niet.

Figuur 6b: De locatie van de zouthuisjes in het plangebied.

2.4.2

Kampontginning

Het oudste onderdeel van het huidige landschap is de ring van boerderijen met kampen die rondom de es ligt. Rondom de boerderijen werden de eerste akkers aangelegd. Ze waren omgeven door houtwallen- of singels. Doordat deze eerste ontginningen de natuurlijke eigenschappen van het terrein volgden, zijn ze onregelmatig van vorm. Tot in de 13e eeuw werden

Tijdens de ruilverkaveling van de Usseler Es in 1941 is ook een deel van de gronden in de krans herverkaveld. Diverse kleinere en onregelmatig gevormde percelen zijn samengevoegd tot grotere, meer rechthoekige percelen. Aan de westrand van de es zijn enkele percelen geëgaliseerd of afgegraven. Hier zijn enkele abrupte hoogteverschillen te vinden zogenaamde steilranden. De zachte bolling van de es houdt hier ineens op. In de hele krans zijn wegen en paden verlegd of verdwenen, evenals veel opgaand groen (zie hieronder). De kleinschaligheid van de krans van kampen rondom de es is in de loop van de 20e eeuw sterk afgenomen. Toch is de samenhang tussen boerderijen, bouw- en weilanden, (resten van) houtwallen en steilranden in het kampenlandschap rondom de Usseler Es nog goeddeels aanwezig. “Deze kenmerkendheid en de (relatieve) gaafheid bestempelt dit kampenlandschap als zeer waardevol.”16 In de krans van kampen rondom de es is ook het meeste opgaand groen te vinden. De kadastrale minuutplans geven informatie over percelen die als 16 Baas, 2000, 24.

 blad 15

bos gebruikt worden. Houtwallen en –singels geven ze echter niet weer. De oudste kaart die hierover betrouwbare informatie geeft is de Topografische Militaire Kaart (TMK) uit 1850. Omdat de percelering op deze kaart aanzienlijke overeenkomsten vertoont met de kadastrale minuutplans, mag aangenomen worden dat deze kaart ook voor de houtwallen een beeld geeft dat aansluit bij de kadastrale kartering. Bijlage III laat zien hoe het groen zich in de loop van de laatste twee eeuwen ontwikkeld heeft. Opgemerkt moet worden dat een deel van de houtwallen die op de kaart van 1900 te zien zijn, aanwezig is in gebieden die op de kadastrale minuutplans nog als heide ingetekend stonden. Waarschijnlijk zijn tijdens de ontginning van deze gebieden tegen het einde van de 19e eeuw (zie verderop) de houtwallen hier aangelegd. Het kaartje maakt het overduidelijk dat het meeste groen dat in 1900 aanwezig was, verdwenen is. Figuur 1 geeft hier ook een beeld van, zij het minder expliciet. De belangrijkste reden voor het verdwijnen van met name de houtwallen is de uitvinding van het prikkeldraad. Met deze onderhoudsvrije afrastering kon het vee veel gemakkelijker worden binnen of juist buiten gehouden dan met houtwallen. De houtwallen verloren zo hun functie. De ruimte die ze innamen kon beter benut worden door dit bij het aangrenzende perceel te voegen, wat ook veelvuldig gebeurd is.

Het meeste groen dat tegenwoordig in dit kampenlandschap wordt gevonden bestaat uit laanbeplanting langs de wegen. De opgekroonde bomen vormen veel minder een visuele barrière dan een houtwal; het groen dat er tegenwoordig aanwezig is, heeft een heel ander karakter en een andere sfeer dan de houtwallen die ooit elk perceel begrensden. De krans is in de loop van de 20e eeuw zo steeds meer groen verloren. Rond 1900 was er een groot contrast in openheid tussen de es en de krans. Dat contrast is voor een deel verdwenen, hoewel al het groen dat in het plangebied aanwezig is, zich nog altijd buiten de es blad 16  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

bevindt. De es is open gebleven, de krans is veel meer open geworden. Slechts een deel van het nu aanwezige groen is historisch, de rest is na 1950 aangelegd, voornamelijk in de vorm van laanbeplanting.

Figuur 7: Het landschapsbeeld van het kampenlandschap ter plaatse van de Keuperweg, met bochtige wegen, relatief kleinschalige akkers en weilanden, bebouwing en opgaand groen (foto: Google Streetview).

2.4.3

Jonge heideontginning

Het derde onderdeel van het historisch cultuurlandschap in het plangebied is de heide. Eeuwenlang was de heide van levensbelang om de vruchtbaarheid van de es te garanderen. Schapen graasden op de heide en hun mest werd via het potstalsysteem op de es gebracht. De heide leverde ook de plaggen die de mest ‘hanteerbaar’ maakten en de reden zijn dat de es zijn kenmerkende bolle ligging heeft gekregen.

De heide had van nature een schrale, voedselarme bodem, waardoor ze nooit ontgonnen was geweest. Door het menselijk gebruik werd de bodem van de heide alleen maar schraler: permanent werden voedingsstoffen van de heide gehaald en aan de akkers toegevoegd. Pas toen de kunstmest zijn intrede deed, werd het mogelijk deze zeer arme gronden te gaan gebruiken voor voedselproductie. Tegelijkertijd maakte de kunstmest het potstalsysteem overbodig, en was de heide niet meer waardevol voor de vruchtbaarheid van de es. Dit maakte het mogelijk dat tegen het einde van de 19e eeuw vanuit de krans rondom de es steeds meer stukjes heide werden ontgonnen. Dit is het begin van de – later grootschalige – jonge heideontginningen. De groei van de bevolking in de steden en de daaruit voortkomende toenemende vraag naar voedsel maakten dat het rendabel was om kunstmest aan te schaffen en de heide te gaan ontginnen. Figuur 1 laat zien dat de ontginning van de heide aanvankelijk het karakter had van een uitbreiding van het kampenlandschap. Individuele percelen werden ontgonnen en begrensd door een houtsingel. Waarschijnlijk ging het in hoge mate om kleinschalige initiatieven van aangrenzende boeren. Ten westen van de Keuperweg-Westerval werd de ontginning van de vroegere markegronden systematischer van opzet; tussen lange rechte wegen werden rechthoekige percelen ontgonnen.

De zone langs het westelijk deel van de Keuperweg is, mede door het rechte verloop van de weg, het meest sprekende voorbeeld van de jonge heideontginningen in het plangebied. Aan de oostkant van de es was (binnen het plangebied) een veel kleiner areaal heide aanwezig. Deze is kleinschaliger en vanuit verschillende kanten ontgonnen. Rondom de (nieuwe) school is al vroeg bebouwing op de voormalige heide verschenen.

Figuur 8: Het landschapsbeeld van de jonge heideontginningen in het plangebied, met relatief rechte wegen en jonge bebouwing, regelmatige verkaveling en opgaand groen voornamelijk langs de wegen en erven. (foto: Google Streetview).

2.5

LOCATIE ERVEN

Ten tijde van de opdeling van de es moeten de boerderijen al op hun huidige plaatsen hebben gestaan.17 Sommige daarvan gaan terug tot ver in de middeleeuwen en worden voor het eerst genoemd in de 13e eeuw, zoals de erven Geerdink en Nyhuis.18 De originele kadastrale minuutplans geven de erven niet alleen een naam maar ook een nummer. Zo is er bijvoorbeeld Roosink No 1 en Afink No 5. Dit lijkt een ouderdom of zelfs generaties in de erven aan te geven. Weergegeven op een kaart geeft dat het beeld van figuur 9. 17 Baas, 2000, 24. 18 Woolderink, 2014, nrs. 1316 en 1318.

 blad 17

en 2 liggen net ten noorden van het plangebied langs de huidige Usselerrondweg. De nog bestaande erven in het plangebied zijn: -

-

-

Afink 3 en 5 (Harberinksweg 2 en 15). Afink 3 heet nu ’t Afink. Nyhuis 1 en 3 (Harberinksweg 60 en 44). De naam Nyhuis komt op huidige topografische kaarten niet voor. Harberink 1, 2 en 3 (Harberinksweg 49, Keuperweg 3-5 en Harberinksweg 45). Harberink 2 heet nu De Eschhoeve. De naam Harberink komt terug in de Harberinksweg. Geerdink 2 en 3 (Geerdinkweg 20 en 30). De naam komt terug in de Geerdinkweg en in de aanduiding van deze zijde van de es als de Geerdinkzijde. Eulderink (Eulderinkweg 22). De naam komt terug in de Eulderinkweg. Roosink 2 (Rosinkweg 35). Deze naam komt terug in de Rosinkweg.

Langs de Rosinkweg bevinden zich nog twee erven (huisnummers 25 en 40) die dicht bij de erven Roosink 1 respectievelijk 3 liggen. Deze zouden als opvolgers van deze erven gezien kunnen worden. Rosinkweg 40 is al in 1838 gebouwd en Rosinkweg 25 in 1925.19

Figuur 9: De opeenvolgende erven met dezelfde naam in het plangebied. Hoe lichter de kleur, hoe jonger het erf. Bij het oudste erf staat het jaartal van de oudste vermelding (Kadastrale minuutplan gemeente Lonneker, sectie N, blad 3 & Woolderink, 2014).

Van de 18 erven die voorkomen op de kadastrale minuutplan binnen het plangebied bestaan er nu nog 11, vaak met hetzelfde gebouw als de minuutplan laat zien of een gebouw op dezelfde locatie. De erven Afink 1

De erven Afink 4, Nyhuis 2, Geerdink 1 en Eulderink 2, alsmede een erf zonder naam ten westen van Afink 5, zijn geheel verdwenen. Hier is geen erf in de nabijheid dat als de opvolger gezien kan worden. Langs de Keuperweg, direct ten westen van de erven Harberink, is in de jaren 1930 een nieuw erf tot stand gekomen. Aan de westkant van het plangebied, langs de Keuperweg en noordelijk daarvan langs de huidige Westerval, is in de eerste helft van de 20e eeuw een vijftal nieuwe erven gesticht.20 19 Gegevens BAG. 20 Gegevens BAG.

blad 18  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

In de oostelijke helft van het plangebied bevinden zich geen zeer oude erven. De enige bebouwing die de kadastrale minuutplan hier laat zien is het schoolgebouw, dat destijds in de noordwesthoek stond van de huidige kruising Usselerschoolweg/Willemsbeekweg. Deze school is een van de oudste zogenaamde markescholen en gesticht in 1766,21 al wordt ook het jaartal 1731 genoemd. Het huidige gebouw, aan de overzijde van de weg, stamt uit 1896 en is in 1992 uitgebreid en sindsdien in gebruik als zalencentrum.22 In dezelfde periode is ten oosten van de school een nieuw erf gesticht. Het pand ten zuiden van de school stamt uit 1907.23

2.6

WEGEN EN MATERIALISERING

Zoals hiervoor aangegeven, bestond het wegenpatroon in het plangebied lange tijd waarschijnlijk enkel uit paden en wegen in de krans, die de boerderijen met elkaar en met de buitenwereld verbonden. Vanuit de boerderijen liepen paden de es op. Op een gegeven moment, wanneer is onbekend maar (ver) vóór de eerste kadastrale kaarten uit 1832, zijn er paden aangelegd of ontstaan die in de lengterichting over de es lopen. Deze vormen doorgaande verbindingen tussen Enschede en het ‘centrum’ van Usselo (bij de molen en de kerk), maar ook met verderop gelegen plaatsen. Niet lang na de kadastrale kaart is tussen 1830 en 1842 de Haaksbergerstraat aangelegd als verbetering van de doorgaande verbindingen.24 De oude doorgaande weg over de es verloor hierdoor zijn positie ten gunste van de Haaksbergerstraat. Het oost-westlopende deel van deze straat, ten oosten van de bocht in zuidelijke richting, ligt in lijn 21 Usselo.nl, z.j. 22 Cgn.nl, 2019. 23 Gegevens BAG. 24 Jans & Hielkema, 2015, 33.

met het oude verkavelingspatroon. De bocht lag voor de aanleg van de A35 in 1994 iets westelijker dan tegenwoordig. De bocht doorsneed het verkavelingspatroon tijdelijk, want direct na de bocht sloot de weg ook weer aan op de verkaveling van de krans van de es. Vanouds zijn alle wegen onverhard. Vanaf de 19e eeuw zette het Rijk systematisch in op het bestraten van doorgaande wegen. Het duurde nog tot in de 20e eeuw, en op dunbevolkte plaatsen tot de komst van de auto, voor verharde wegen gemeengoed werden. Op topografische kaarten werd en wordt altijd onderscheid gemaakt tussen onverharde en verharde wegen (die laatste zijn feitelijk ‘straten’ te noemen). Op oude topografische kaarten zijn ‘gewone wegen’ wit getekend en ‘straatwegen’ rood. Later kwam daar ook geel bij voor reguliere bestrate wegen. De kleur rood duidde op een doorgaande straat. In de 21e eeuw zijn daar nog andere geeltinten bijgekomen om gradaties in de straten aan te brengen. In de bebouwde kom duidt een witte weg niet op een onverharde weg, maar op een straat zonder doorgaande functie. Binnen dit onderzoek is geen archiefmateriaal bekeken dat iets zou kunnen zeggen over de ouderdom van de bestrating in het plangebied. Historische topografische kaarten zijn hier de belangrijkste bron. De Haaksbergerstraat – de naam zegt het al – lijkt al vanaf de aanleg halverwege de 19e eeuw te zijn bestraat.

De overige wegen zijn pas vanaf eind jaren 20 van de 20e eeuw bestraat. Bijlage II geeft een overzicht van wanneer de huidige wegen voor het eerst als bestraat op de topografische kaart verschijnen. De jaartallen zijn een benadering; sommige delen van wegen verschijnen een of enkele jaren eerder als bestraat op een kaart dan het andere wegdeel. Voor het overzicht zijn op de kaart de jaartallen afgerond op tientallen. Dit geeft een goede indicatie van hoe lang een weg bestraat is.  blad 19

Alle bestrate wegen in het plangebied zijn tegenwoordig bestraat met asfalt. Er is één belangrijke uitzondering: de Harberinksweg tussen ‘t Afink (Harberinksweg 2) en Nyhuis (Harberinksweg 60). Deze weg is bestraat met klinkers in waalformaat. Gelet op het karakter van de stenen en de slijtage aan de weg (spoorvorming) was het best mogelijk dat het hier om de originele bestrating uit de jaren 20 ging. Recent is deze klinkerbestrating echter vrijwel geheel vernieuwd. In de zomer van 2019 is de gemeente begonnen met het opknappen van deze klinkerweg. Argumenten hiervoor waren dat de versleten weg onveilig is, de weg de verkeersbelasting niet meer aankan, de weg veel onderhoud vergt en het herstellen van de oude klinkers arbeidsintensief is.25 De Vereniging tot Behoud van Usselo en de Usseler Es (VBU) heeft hier direct bezwaar tegen gemaakt omdat de duidelijk oude klinkerweg volgens hen cultuurhistorisch waardevol is.26 Inmiddels is na veel discussies de bestrating toch vernieuwd. Hierop zal bij de waardering en aanbevelingen teruggekomen worden.

2.7

voldoende om zonder slag of stoot de Spanjaarden zich over te laten geven en Enschede te verlaten.28 Er zijn geen aanwijzingen dat prins Maurits ooit op de Usseler Es is geweest. Toch leeft het verhaal van prins Maurits en zijn overnachting bij het bosje al zeer lang, en in zulke mate dat de grond waarop dit bosje staat in eigendom is bij de Vereniging Oudheidkamer Twente en door de vereniging in erfpacht is gegeven aan Landschap Overijssel.29 Het bosje is de centrale plaats op de es geworden en om die reden is ook het monument ter herinnering aan de ruilverkaveling in 1941 bij het Mauritsbosje geplaatst. Op de gemeentelijke Cultuurhistorische waardenkaart is het bosje samen met het monument opgenomen als object met hoge attentiewaarde.30

MAURITSBOSJE

Van het Mauritsbosje, midden in het plangebied, wordt verhaald dat Prins Maurits hier zijn kampement had opgeslagen ten tijde van zijn inname van Enschede in 1597.27 Helaas is dit verhaal niet gestoeld op feiten. Prins Maurits trok met zijn leger, na de inname (en vernietiging) van Bredevoort via het huidige Duitsland naar Gronau (Dld). Vanaf die kant was Enschede het beste te bereiken voor een heel leger. Het dreigen met zijn leger Enschede net zo te vernietigen als Bredevoort was voor prins Maurits

25 Cultureel Erfgoed Enschede, z.j1.

28 Kokhuis, 1984, 44.

26 Newsroom Enschede, 2019.

29 Cultureel Erfgoed Enschede, z.j.2.

27 Gemeente Enschede, 2009, 40.

30 Gemeente Enschede, z.j.

blad 20  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

3: WAARDERING CULTUURLANDSCHAP  blad 21

3.2

3

OPGAAND GROEN

De wegen, het historisch groen en de historische landschappen zijn gewaardeerd volgens de onder Bronnen en methoden genoemde criteria. De bijlagen IV tot en met VI tonen het resultaat van de waarderingen. De kaarten worden hierna per thema behandeld.

Er zijn slechts enkele locaties waar historisch groen nog aanwezig is. De bospercelen rond erve Eulderink zijn zeer hoog gewaardeerd. Ze zijn van hoge ouderdom, structurerend in het landschap vanwege de ferme markering van het erf en ook het erf en de bijbehorende gronden zijn aanwezig. Andere bospercelen en groenstructuren die wel een hoge waardering hebben gekregen, die vooral rond erve Roosink voorkomen, scoren minder op ouderdom, context en/of het structurerend karakter in het landschap. De lager scorende percelen en structuren scoren op alle aspecten laag.

3.1

3.3

WAARDERING CULTUURLANDSCHAP

WEGEN

Wat op deze kaart direct opvalt is de zeer hoge waardering van nagenoeg alle wegen op de es. Zowel de materialisering, de afwezigheid van opgaand groen als de landschappelijke context zijn hier ongewijzigd. De Haaksbergerstraat scoort wat lager omdat deze weg geasfalteerd is en met zijn vrij liggende fietspaden ook qua context gewijzigd is ten opzichte van de aanleg. De meeste relatief laag scorende wegen hebben deze scores gekregen voor de materialisering (asfalt) en/of de sterke wijziging van opgaand groen langs de weg. Beide factoren hebben een sterke invloed op de beleving van de weg. Een cluster van hoog gewaardeerde wegen vinden we bij de Harberinksweg. Hier is de materialisering echter niet meer authentiek (vernieuwd), al is deze weg vanouds natuurlijk ook onverhard geweest. Met name rond de boerderijen is de aanwezigheid van groen en landschappelijke context het minst gewijzigd.

blad 22  Cultuurhistorische quickscan Usseler Es Enschede

LANDSCHAPPEN

Het hele plangebied is veranderd sinds de oudste kaarten. Een aantal ontwikkelingen is hiervoor verantwoordelijk geweest, met als centrale thema de intensivering van de landbouw. De ontwikkeling van prikkeldraad maakte de noodzaak tot houtwallen overbodig, waarna vele verdwenen. De ruilverkaveling kort vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog zorgde ervoor dat de hele ruimtelijke structuur grootschaliger werd. De gebieden waar de hoofdstructuur van het landschap nog het meeste intact is gebleven zijn de es, het gebied rond Eulderink en Roosink en het noordelijk deel van de krans, ten noorden van Harberink. Op de es en rond de erven Eulderink, Roosink en Harberink en Nyhuis is ook het opgaand groen het meeste intact gebleven, waardoor deze drie gebieden als hoog gewaardeerd zijn.

In de gemiddeld gewaardeerde gebieden is ofwel de hoofdlijn van de verkaveling sterk veranderd, ofwel het opgaand groen sterk veranderd. Gebieden waar beide het geval is, hebben een basiswaarde gekregen; ze zijn immers onderdeel van het historisch cultuurlandschap van de Usseler Es.

3.4

AANBEVELINGEN

Op basis van de waardering en de verzamelde kennis over het gebied kunnen enkele aanbevelingen gedaan worden ten aanzien van de omgang met de aanwezige waarden, in het bijzonder met de wegen – en dan vooral de volgens de oorspronkelijke opzet vernieuwde materialisering – en het Mauritsbosje. 3.4.1

Wegen

Bij de waardering is onderscheid gemaakt tussen authentieke bestrating, passende klinkerbestrating en moderne klinkerbestrating. De conform de oorspronkelijke bestrating vernieuwde bestrating op de Harberinksweg heeft dus zeker enige cultuurhistorische waarde. De waardering van de wegen biedt ook kansen tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteiten van het plangebied. Asfalt zou bijvoorbeeld vervangen kunnen worden door passende bestrating. Hierbij zou de vernieuwde bestrating op de Harberinksweg wat betreft materiaal en legpatroon als voorbeeld kunnen worden genomen. Een (subtiel) verschil in de bestrating maakt duidelijk welke bestrating origineel is – al dan niet gerestaureerd – en welke bestrating op een later moment (opnieuw) is aangebracht.

3.4.2

Mauritsbosje

Het is niet aannemelijk dat prins Maurits in 1597 werkelijk op de Usseler Es zijn kamp had opgeslagen. Toch is dit (volks)verhaal na al die eeuwen verweven geraakt met deze plaats. Het Mauritsbosje is zelfs eigendom van de Vereniging Oudheidkamer Twente en fungeert als centrale plaats op de es. Niet voor niets is het monument ter nagedachtenis aan de ruilverkaveling hier geplaatst. De wetenschappelijk-historische waarde van het bosje heeft duidelijk het onderspit gedolven van de volksverhalen die al generaties lang over dit bosje de ronde doen. Belevings- en herinneringswaarden zijn ook zeker cultuurhistorische waarden. 3.4.3

Herkenbaarheid landschappelijke deelgebieden

In de afgelopen eeuw is de ruimtelijke structuur van het plangebied in meer of mindere mate veranderd. Hierbij zijn de landschappelijke contrasten tussen de deelgebieden (es, kampenlandschap, jonge heideontginning) kleiner geworden. Het versterken van deze contrasten vergroot niet alleen de herkenbaarheid van de deelgebieden maar zorgt ook voor een rijkere beleving van de afwisselende landschappen. Een belangrijk instrument hierbij is het opgaand groen in de vorm van houtwallen of –singels. De erven kunnen hiermee (meer) geïntegreerd worden in het kampenlandschap. Er moet ook aandacht zijn voor de vormgeving van de overgangen tussen de deelgebieden en voor de randen van het plangebied c.q. de deelgebieden. Aandacht zou er bij de beleving ook moeten zijn voor het feit dat het plangebied slechts het noordelijke deel van de Usseler Es is. De A35 vormt niet de grens van de es, maar doorsnijdt de es. De samenhang tussen de delen van de es aan weerszijden van de A35 zou versterkt kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan verbindende fiets- of wandelpaden maar  blad 23

ook aan eenzelfde ruimtelijke inrichting. Het herkenbaarder maken van de deelgebieden van de es, zoals hierboven genoemd, zou ook bij het zuidelijk deel van de es kunnen gebeuren. Ook kan met eenzelfde vormgeving in de openbare ruimte (straatnaamborden, routemarkeringen, lantaarnpalen, materialisering van wegen en paden et cetera) worden benadrukt dat weerszijden van de A35 in feite één gebied betreft. Het deel van het kampenlandschap ten noorden van de Usselerrondweg, dat onderdeel is van hetzelfde historische landschap rondom de es, zou hierbij niet vergeten moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=c7dcd857-01ce-4308-b6f7-c6020a7e1657