Brief aan de raad: Ontwerpbegrotingen 2026 en jaarrekeningen 2024 gemeenschappelijke regelingen
Tekst van het document
1,72%
1,65%
0,14%
-/-0,40%
21,96% 7,60%
7,80% 0,35%
8,22% 0,41%
8,59% 0,40%
8,99% 0,37%
De financiële ratio’s, die interessant zijn voor GBTwente, laten een gezonde financiële situatie zien. De solvabiliteitsratio is relatief laag. De deelnemende gemeenten hebben echter afgesproken dat zij een eigen vermogen van 5% van de begrote lasten acceptabel vinden omdat GBTwente een sluitende begroting presenteert en de deelnemende gemeenten ‘borg’ staan. De financiële ratio’s ‘grondexploitatie’ en ‘belastingopbrengsten’ zijn niet van toepassing voor GBTwente. Vervangingsinvesteringen De vervangingsinvesteringen zijn beperkt bij GBTwente gezien de omvang van de organisatie. Deze zijn goed inzichtelijk gemaakt in de begroting en allemaal van dekking voorzien. Risico’s Het GBTwente voldoet aan de door het Algemeen Bestuur gestelde eisen voor weerstandsvermogen c.q. weerstandsratio. De eigen weerstandscapaciteit van het GBTwente is niet afdoende om de risico’s mee op te vangen. De deelnemende gemeenten hebben er voor gekozen dat GBTwente beperkt aan reservevorming doet. Dat betekent dat de deelnemende gemeenten een deel van de risico’s van GBTwente zelf af moeten dekken. De suggestie om de weerstandsratio structureel te verlagen tot 1 (Twentse zienswijze) is dus voor GBTwente niet van toepassing. Reserves en voorzieningen GBTwente kent maar een beperkt aantal reserves met een beperkte omvang.
De reserves en voorzieningen zijn in de jaarrekening 2024 en de ontwerpbegroting 2026 voldoende toegelicht. 7. Openbaar Lichaam Crematoria Twente Maatschappelijk rendement; terugblik 2024 Het Openbaar Lichaam Crematoria Twente (OLCT) draagt bij aan onze wettelijke verplichtingen op het gebied van de lijkbezorging. De wettelijke taak van een gemeente beperkt zich echter tot het hebben van minimaal één begraafplaats (of delen van één begraafplaats met andere gemeenten). Het in eigendom hebben van een crematorium is geen wettelijke verplichting voor de gemeente. Jaarrekening 2024: De jaarrekening 2024 sluit op een positief resultaat van € 917.948 (€ 470.751 in 2023). Dit resultaat wordt veroorzaakt doordat door de Crematoria Twente BV een hogere winst heeft behaald dan verwacht. Dit resultaat wordt uitgekeerd aan het OLCT als dividend. Over 2024 wordt het afgesproken basisdividend van € 375.000 heeft uitgekeerd. Enschede ontvangt hiervan € 121.503 in 2025 terwijl € 100.000 is begroot. Het voordeel wordt verwerkt in de Tussenrapportage 2025. Het overige resultaat wordt toegevoegd aan een reserve waarmee in de komende jaren een stabiel dividend kan worden uitgekeerd. Financiële bijdrage 2026
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
6 mei 2025
2500011958
23 / 30
De gemeente draagt niet financieel bij aan het OLCT. De gemeente raamt wel een jaarlijkse dividenduitkering in haar begroting. De ontwerpbegroting 2026 van het OLCT heeft een resultaat van € 210.650. Onlangs is een herzien dividendbeleid vastgesteld waarbij het jaarlijkse dividend wordt verhoogd van jaarlijks € 375.000 (aandeel Enschede € 112.500) naar € 400.000 (aandeel Enschede: € 130.000). Het positieve saldo ontstaat doordat de gehele winst van de Crematoria Twente BV wordt uitgekeerd aan het OLCT dat enig aandeelhouder is van de BV. Op deze winst wordt een gering bedrag voor kosten (ruim € 18.000) van het OLCT (administratie, accountant en secretariaat) in mindering gebracht voordat het overige wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Invulling Kaderbrief Twentse Gemeenten De zienswijze was niet aangenomen bij het OLCT. Door middel van het hogere jaarlijkse dividend draagt het OLCT wel bij aan het ravijn vanaf 2026. Financiële ratio’s jaarrekening 2024 en ontwerpbegroting 2026 Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Rekening 2024 1% 1%
Begroting 2026 0% 0%
99,5% 100%
100% 98%
Het OLCT heeft alleen zeer beperkt kortlopende schulden en daarmee dus een schuldquote van slechts 1% voor 2024 en 0% voor 2026. Door de lage schulden is de solvabiliteit ook nagenoeg 100%. Vervangingsinvesteringen Het OLCT doet geen investeringen. Risico’s Het OLCT beschikt over voldoende eigen vermogen om het benodigde weerstandsvermogen uit te bekostigen. Dit weerstandsvermogen is gering maar voldoende gezien het feit dat er geen sprake is van risico’s in het OLCT. De bedrijfsrisico’s zitten namelijk in de Crematoria Twente BV waarvan het OLCT de enige aandeelhouder is. De risico’s hier beperken zich tot de BV en het OLCT kan hier niet op worden aangesproken. Reserves en voorzieningen Het OLCT beschikt niet over voorzieningen. De twee reserves worden afdoende toegelicht. 8. Omgevingsdienst Twente Maatschappelijk rendement, terugblik 2024 Zorgt voor het toezicht en handhaving van ‘complexe’ omgevingsvergunningen, het voorbereiden van besluiten met betrekking tot (milieu) inrichtingen en de handhaving bij (complexe) milieubelastende bedrijven. Daarmee draagt ze bij aan de realisatie van een gezonde en veilige leefomgeving. Is grotendeels een wettelijke verplichting.
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
6 mei 2025
2500011958
24 / 30
In 2024 is de Omgevingswet geïmplementeerd. Dit is mede door een zorgvuldige voorbereiding en nauwe samenwerking met de (keten)partners voorspoedig verlopen. De ICT-systemen en processen zijn na eerste ervaringen geoptimaliseerd, waarbij verdere verbeteringen in 2025 doorgevoerd worden. De nieuwe wetgeving heeft wel gezorgd voor inhoudelijke uitdagingen en discussies. Vooral de druk op de juristen was hoog, door de specifieke bepalingen rondom het overgangsrecht. Bij de voortgezette pilot van de Omgevingstafel Twente zijn verschillende casussen behandeld om ervaring op te doen met de nieuwe integrale werkwijze onder de Omgevingswet. Om continuïteit te borgen loopt de pilot ook door in 2025. Een separaat onderdeel van de Omgevingswet is de mogelijkheid voor bevoegde gezagen om milieuleges te heffen. Voor een correcte en uniforme toepassing van deze wetgeving binnen Twente hebben we specifiek hiervoor een project gestart om tot eenduidige definities en een uniforme paragraaf voor milieuleges te komen. Het doel is om deze paragraaf in 2025 op te leveren, zodat de bevoegde gezagen met ingang van 2026 de mogelijkheid hebben om dit op te nemen in hun legesverordeningen. Het borgen van kwaliteit in de uitvoering van de VTHA-taken is van groot belang. In de landelijke kwaliteitscriteria (KC) wordt het minimale niveau aangegeven dat nodig is om VTHAtaken naar behoren uit te voeren.
Per 1 januari 2025 is een nieuwe set kwaliteitscriteria gepubliceerd (KC 3.0). ODT streeft continu naar kwaliteit, als onderdeel van het DNA van haar organisatie. Het afgelopen jaar is uit zowel de onderlinge visitatie tussen omgevingsdiensten, als het onderzoek in het kader van robuustheid, gebleken dat niet kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria. Om te voldoen aan de kwaliteitscriteria is een separaat traject gestart. Hierbij wordt onder andere de kennis en ervaring van alle medewerkers in het primaire proces in beeld gebracht. Naar aanleiding van de door het Rijk vastgestelde robuustheidscriteria en het visitatierapport, gaat ODT de komende jaren een volgende fase in. Hierbij is van belang dat samen met (keten)partners en werknemers een nieuwe punt op de horizon wordt gezet. Het DB heeft in 2024 opdracht gegeven om te komen tot een Toekomstvisie 2030+. De planning is om deze visie medio 2025 vast te stellen. Het afgelopen jaar is gewerkt aan de doorontwikkeling van risicogericht werken en de gegevenskwaliteit die hieraan ten grondslag ligt. Dit geldt niet alleen voor toezicht via het risicoprioritering instrument (RPI), maar ook voor vergunningen via de Twentse Vergunningenstrategie (TVS). In 2024 is het RPI in samenwerking met Omgevingsdienst IJsselland uitgewerkt.
Het nieuwe model selecteert bedrijven voor milieucontroles op basis van risicoscores. Deze risicoscores worden gegenereerd vanuit diverse dynamische gegevens, afkomstig uit interne en externe databestanden. Bedrijven met hoge risicoscores worden frequenter gecontroleerd dan bedrijven met lagere scores. De doorontwikkeling zal in 2025 plaatvinden. Wanneer de nieuwe RPI-tool voldoende betrouwbaar is wordt deze gefaseerd geïmplementeerd. Op deze wijze wordt aansluiting gezocht bij landelijke doelstellingen en ontwikkelingen. We hebben de ambitie om de RPI steeds verder te verfijnen, zodat risicogericht toezicht verbetert en de inzet afgestemd is op de actuele wensen van opdrachtgevers. Een belangrijke randvoorwaarde is dat de OD Twente extra investeert in datakwaliteit. In 2023 is de Landelijke Vergunningenstrategie (LVS) opgeleverd, een ICT-tool met een standaard toetsingsniveau voor vergunningen en meldingen. ODT gaat deze tool komend jaar, samen met de bevoegde gezagen, door ontwikkelen naar een Twentse Vergunningenstrategie als nadere uitwerking op het bestaande VTHA-beleid Twente.
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
6 mei 2025
2500011958
25 / 30
In 2024 heeft ODT vanuit pijler 1 van IBP-VTH (robuustheid) verdere stappen gezet in de ontwikkeling van een Innovatie- en Ontwikkelagenda. Hierin wordt beschreven hoe innovatie gefaseerd als structureel proces kan worden geïmplementeerd. Innovatie wordt niet alleen als thema benoemd, maar het wordt duurzaam verankerd in het primaire proces. Jaarrekening 2024: Over 2024 is een positief resultaat behaald van bijna 1,893 miljoen euro waarvan 1,443 miljoen euro wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten (naar rato van de begrote bijdrage). Het overige wordt ingezet als nieuw te vormen bestemmingsreserves (respectievelijk nieuwe wetgeving en stikstofproblematiek). Enschede ontvangt € 216.857. Financiële bijdrage 2026 De bijdrage van de gemeente Enschede voor 2026 bedraagt 2,290 miljoen euro tegenover een bijdrage van 2,225 miljoen euro in 2025. Na toevoeging van de eigen indexering en toezegging van het knelpunt in de Zomernota 2025 resteert een knelpunt van € 11.000 euro die samenhangt met loon- en prijsindexatie. Echter is in het middelenkader in de Zomernota 2025 een knelpunt van € 250.000 opgenomen omdat is gebleken dat met de inwerkingtreding van Omgevingswet de productendienstencatalogus (PDC) van ODT is aangepast die leiden tot extra werkzaamheden.
Deze zijn niet opgenomen in de conceptbegroting 2026 van het ODT maar zullen wel voor rekening van de gemeente komen uiteindelijk. Invulling Kaderbrief Twentse Gemeenten Ten aanzien van het ‘ravijnjaar 2026’ zijn in samenspraak met het dagelijks bestuur 3 scenario’s verkend hoe ODT de komende jaren verder kan met enerzijds de kaders van het vastgestelde VTH-beleid en anderzijds de ontwikkelingen met betrekking tot het ravijn 2026. Deze scenario’s zijn uitgebreid besproken in het algemeen bestuur op 6 december 2024. In deze vergadering is consensus uitgesproken voor scenario 2: de beleidsarme lijn, rekening houdend met wettelijk verplichte nieuwe taken. De andere scenario’s waren: • Scenario 1: De beleidsarme lijn met uitgangspunt dat de begroting van 2025 het uitgangspunt is voor 2026. Zonder extra taken of ambities. • Scenario 3: Het scenario zonder rekening te houden met het ravijnjaar Dat betekent dat de begroting ODT 2026 niet volgens de reguliere uitgangspunten wordt uitgewerkt, maar dat rekening wordt gehouden met het ravijn vanaf 2026. Het verschil tussen scenario 1 en 2 is ongeveer € 80.000 terwijl bij scenario 3 de totale kosten ongeveer € 350.000 tot € 450.000 hoger zouden zijn geweest.
Financiële ratio’s ontwerpbegroting 2026 en jaarrekening 2024 Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Rekening 2024 -/- 27% -/- 27%
Begroting 2025 -/- 6% -/- 6%
Begroting 2026 -/-6% -/-6%
40% 0%
29% 0%
30% 0%
De netto schuldquote is negatief omdat het ODT nauwelijks schulden op haar balans heeft staan. De solvabiliteit voldoet aan de minimale norm van 20%.
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
6 mei 2025
2500011958
26 / 30
Vervangingsinvesteringen De investeringen bestaan hoofdzakelijk uit investeringen in ICT-hardware en ICT-software en het configureren daarvan. Deze investeringen zijn nodig om de sturing en ondersteuning van de primaire processen zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Hardware wordt in drie jaar afgeschreven en overige investeringen worden in vijf jaar afgeschreven, daardoor zijn vervangingsinvesteringen nodig. Reeds bekende investeringen en afschrijvingen zijn meegenomen in de meerjarenbegroting. Risico’s In de ontwerpprogrammabegroting 2026 komt de weerstandsratio uit op 1,36. Hiermee voldoet ODT aan de norm tussen 1,0 en 1,4. In de ontwerp begroting 2026 en de jaarstukken 2024 van ODT zijn meerdere risico’s geïdentificeerd en gekwantificeerd. De belangrijkste zijn: • Arbeidsmarkt met als gevolg hoge inhuurkosten • Nieuwe wetgeving • Cyberaanvallen Reserves en voorzieningen De omvang en mutaties van de reserves en voorzieningen worden voldoende toegelicht in de jaarrekening 2024. Nut en noodzaak van de reserves en voorzieningen zijn redelijk onderbouwd. 9. Recreatieschap Twente Maatschappelijk rendement, terugblik 2024 Het hoofddoel van het Recreatieschap Twente (RS) is het bevorderen van de totstandkoming en instandhouding van de publieke recreatieve toeristische infrastructuur in Twente.
Het gaat concreet om: • de drie recreatieplassen het Rutbeek, het Hulsbeek en het Lageveld; • het routenetwerk voor wandelen, fietsen, paardrijden en mountainbiken. Deze routenetwerken dragen bij aan de doelstelling om gezondheid te bevorderen vanwege het laagdrempelige karakter. Daarnaast zorgt het Recreatieschap voor de aanleg, onderhoud en beheer van publieke recreatieve/toeristische voorzieningen met een bovenlokaal karakter (op zichzelf, in routeverband of , door opname in arrangementen). Tenslotte verstrekt het Recreatieschap de subsidie aan TwenteMarketing. Deze organisatie draagt bij aan het aantrekken van toeristen naar de regio. Deze zijn belangrijk voor onze regio. Ze genereren inkomsten voor ondernemers en instellingen en dus werkgelegenheid. TwenteMarketing positioneert de regio Twente voorts als een plek waar het fijn is om te wonen en werken . Een grote groep vrijwilligers ondersteunt het recreatieschap in zijn opgave (zoals bij het onderhoud van mountainbikepaden). Jaarrekening 2024: Het resultaat over 2024 bedraagt € 152.000 waarvan wordt voorgesteld om € 44.000 te storten in de algemene reserve. Het overige wordt gestort in de reserve recreatieparken voor de benodigde investeringen in de parken.
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
6 mei 2025
2500011958
27 / 30
Financiële bijdrage gemeente 2026 In de begroting 2026 van het Recreatieschap staat een bijdrage van € € 1.083.343 voor Enschede. De stijging komt hoofdzakelijk voort uit de toevoeging van loon-en prijsindexatie. Een klein deel wordt veroorzaakt door hogere kosten voor ondersteuning vanuit SamenTwente die echter worden opgevangen door lagere rentelasten. De bijdrage at past binnen het bedrag dat Enschede hiervoor heeft gereserveerd in de begroting 2026. Invulling Kaderbrief Twentse Gemeenten Het RST schrijft in de Ontwikkelingenbrief 2026 de zorgen te delen over de financiële uitdagingen waar gemeenten in 2026 voor komen te staan. Het RST ziet het als plicht om net als andere gemeenten en samenwerkingsverbanden kritisch te kijken naar de eigen inkomsten en uitgaven. Het RST ziet echter geen kans een bijdrage te leveren omdat zij vanaf begroting 2025 de al in 2012 opgelegde taakstelling net geheel van invulling hebben kunnen voorzien. Financiële ratio’s ontwerpbegroting 2026 en jaarrekening 2024 Kengetal Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Rekening 2024 30,7% 25,5% 1,8%
Begroting 2026 55% 33% 0%
Raming 2027 50% 31% 0%
Raming 2028 42% 34% 0%
Raming 2028 39% 34% 0%
De solvabiliteitsratio is aanzienlijk hoger dan vorig jaar. Alle kengetallen liggen in de veilige marge. Vervangingsinvesteringen De herinvesteringen worden slechts cijfermatig toegelicht in de concept begroting 2026. Hiervoor zijn voldoende kapitaallasten beschikbaar. Risico’s De beschikbare weerstandscapaciteit (reserves) afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit (geïnventariseerde risico’s van het opvolgende jaar), komt eind 2024 uit op een ratio van afgerond 0,79. De ratio bevindt zich hiermee iets onder de door het bestuur vastgestelde ondergrens van 0,8. Door toevoeging van een deel van het jaarresultaat 2024 aan de algemene reserve gaat de weerstandsratio naar 1. De belangrijkste risico’s zijn: • Hogere kosten als gevolg van inhuur specialisten vanwege het ontbrekend van vrijwilligers. • Hogere verzekeringspremies als gevolg van schades. • Kosten door vandalisme • Kosten i.v.m. schadebepalingen Reserves en voorzieningen De reserves en voorzieningen zijn in de concept-jaarrekening 2024 voldoende toegelicht. Nut en noodzaak van de reserves en voorzieningen zijn aangegeven in bijlage 2.
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
6 mei 2025
2500011958
28 / 30
Bijlage 3: Zienswijze wijziging afspraken loon- en prijscompensatie gemeenschappelijke regelingen Aanleiding De huidige afspraken over de loon- en prijsindexatie (LPO) bij de Twentse gemeenschappelijke regelingen (GR-en) zouden herzien moeten worden want: • De gemeenten ontvangen vanaf 2026 minder uitkering via het gemeentefonds. Ook de GRen zullen een bijdrage moeten doen aan het ravijn vanaf 2026 nu het rijk niet voornemens is deze uitname te herstellen. Vanuit de zienswijze Kaderbrief 2025 is hier door de GR-en in meerdere of mindere mate sprake van. In totaal is de bijdrage echter gering te noemen. • Daarnaast is de systematiek van toevoeging van budget aan het gemeentefonds voor loonen prijsindexatie gewijzigd. Deze nieuwe systematiek leidt ook tot financiële nadelen en een lagere algemene uitkering waardoor aanpassing van de LPO-afspraken met de GR-en voor de hand ligt. • De gemeente ontvangt via het gemeentefonds ook maar beperkt een aanvulling (of krijgt een korting opgelegd) op de indexatie aangezien in de meicirculaire de indexatiepercentages worden vastgesteld voor het lopende jaar en daarna niet meer worden gewijzigd. De gemeente ontvangt bijvoorbeeld in de meicirculaire 2025 een laatste bijstelling van het accres voor 2025 en niet meer voor de eerdere jaren terwijl de GR-en nog een bijstelling ontvangen van eerdere jaren.
• De huidige afspraken met de GR-en wijken te veel af van hoe de eigen gemeentelijke budgetten een vergoeding ontvangen voor LPO. Dit leidt jaarlijks tot discussies bij het jaarlijkse proces van zienswijzen opvragen bij de begrotingen. Ook leidt de herziening van de indexatiepercentages van vorige jaren tot intern ongenoegen omdat van herziening op de overige gemeentelijke budgetten geen sprake is. • De GR-en laten van jaar op jaar positieve resultaten zien in hun jaarrekeningen en ook beschikken zij doorgaans over voldoende weerstandsvermogen om kleinere en/of tijdelijke nadelen, ook op LPO, op te vangen. Zienswijze De loon- en prijsindexatie zoals toegepast in de gemeentebegroting gelijk wordt aan die in de begrotingen van de GR-en. De afspraken gelden vanaf de begrotingen 2027. Uitwerking loonindexatie Het voorstel is voor de loonindexatie van de begrotingen van de GR-en de volgende afspraken vast te leggen: 1. De loonindexatie voor de begroting van jaar t+1 wordt gebaseerd op de loonvoet overheid uit de Macro Economische Verkenning (MEV) zoals gepubliceerd door het Centraal Planbureau in aanloop naar Prinsjesdag van jaar t-1. 2. Aanpassing volgt op basis van de afspraken uit de CAO Gemeenteambtenaren (die op alle Twentse GR-en van toepassing is behalve op een deel van de Veiligheidsregio Twente).
Hiermee ontvangen de GR-en uiteindelijk voldoende compensatie om hun loonkosten mee te kunnen dragen en is de loonindexatie tussen GR-en en de gemeente gelijk getrokken. Uitwerking prijsindexatie Het voorstel is voor de prijsindexatie van de begrotingen van de GR-en de volgende afspraken vast te leggen: 1. De prijsindexatie voor de begroting van jaar t+1 wordt gebaseerd op de prijsindex materiele overheidsconsumptie (IMOC) uit de Macro Economische Verkenning zoals gepubliceerd door het Centraal Planbureau in aanloop naar Prinsjesdag van jaar t-1.
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
6 mei 2025
2500011958
29 / 30
2. De prijsindexatie voor jaar t+1 wordt slechts aangepast op het verschil tussen de MEV van jaar t-1 en Centraal Economisch Plan van jaar t. Hiermee ontvangen de GR-en uiteindelijk een prijsindexatie die gelijk is aan de indexatie die de gemeente in hun begroting hebben opgenomen. Bijvoorbeeld: De GR-en hebben voor 2026 de IMOC van Prinsjesdag 2024 gebruikt die 2,1% bedraagt. De gemeente rekent voor haar begroting 2026 met de IMOC van februari 2025 toen deze 2,2% bedroeg. De enige verrekening is nu nog 0,1% die wordt opgeteld bij de prijscompensatie voor de begroting 2027.
DATUM
ONS KENMERK
PAGINA
6 mei 2025
2500011958
30 / 30
Bijlage 4: Zienswijze korting rijk op specifieke uitkeringen Aanleiding Bij de besluitvorming over de begrotingen 2025 is een zienswijze van de Twentse gemeenten aangenomen waarmee de gemeenschappelijke regelingen (GR-en) de opdracht hebben gekregen om een aandeel in de financiële opgave te nemen bij het opstellen van de conceptbegrotingen 2026. De gemeenten hebben een aanzienlijke bezuinigingsopgave in te vullen. Wij verwachten van u, als verlengd lokaal bestuur, om aan een evenredig deel van onze opgave invulling te geven. Uit de al eerder aan de raad aangeboden kaderbrieven van de GR-en blijkt dat de financiële invulling van de zienswijze in totaliteit gering is. Daarom zien wij ons genoodzaakt om u een zeer concrete opdracht mee te geven via deze zienswijze. Korting specifieke uitkeringen Het rijk heeft besloten dat de specifieke uitkeringen (de zogenaamde SPUK-regelingen) m.i.v. 2026 worden overgeheveld naar het Gemeentefonds met inbegrip van een taakstellende korting van 10%. De 10% korting is mogelijk volgens het rijk omdat overheveling naar het gemeentefonds leidt tot minder verantwoordingslasten voor gemeenten en provincies. Daarnaast vervalt het voorgeschreven doel en kan de specifieke uitkering op andere zaken worden ingezet dan het voorgeschreven doel. De budgetkorting van 10% op de relevante specifieke uitkeringen is inmiddels ingeboekt bij de ministeries.
Ondertussen is ook duidelijk dat niet alle spuk’s overgaan naar het gemeentefonds maar de ingeboekte 10% korting wel gehandhaafd wordt bij de ministeries. Een aantal spuk’s waarop een korting van toepassing is, worden ontvangen door de GR-en. Zienswijze De Veiligheidsregio Twente (VRT) heeft in de voorliggende conceptbegroting voor 2026 opgenomen dat de 10% korting op de door hen te ontvangen rijksbijdrage van de veiligheidsregio’s (BDuR) zelf op te vangen. Hierbij draagt de VRT bij aan het ravijn vanaf 2026 bij de gemeenten. Met deze zienswijze worden de SamenTwente, de Stadsbank Oost-Nederland, het Openbaar Lichaam Crematoria Twente, Omgevingsdienst Twente, het Recreatieschap Twente en het Gemeentelijk Belastingkantoor opgedragen eenzelfde werkwijze toe te passen mochten zij ook kortingen ontvangen op van het rijk te ontvangen spuk’s. Hetzelfde zal ook gelden voor spuk’s die overgaan naar het gemeentefonds. Als hierop 10% korting wordt opgelegd dan wordt deze korting doorgelegd naar de GR die deze bijdrage ontvangt voor een specifieke taak van de gemeente.