BP Moskee Kuipersdijk 2020_Bijlagen toelichting def.
Tekst van het document
4
3 Situatie ter plaatse en randvoorwaarden 3.1 Situatie ter plaatse In bijlage 2 is de plankaart opgenomen met de locatie van de moskee en haar omgeving. Op onderstaande luchtfoto en “artist impression” zijn de inrichting, de locatie en haar omgeving weergegeven.
Figuur 3.1: Luchtfoto en artist impression
In bijlage 3 zijn afbeeldingen uit het Geomilieumodel opgenomen met daarop de locatie van de inrichting en de situering van de ingevoerde bronnen en rekenpunten.
3.2 Representatieve bedrijfsactiviteiten De representatieve bedrijfssituatie (RBS) beschrijft de geluidsproductie gedurende een dag die doorgaans plaatsvindt. Het gebruik van de moskee kent een zeer wisselend karakter. Daarom is de lijn gevolgd om aan te geven bij welk gebruik nog voldaan wordt aan de richtwaarde voor het gebied. Bij dit gebruik is het geluid dat geproduceerd wordt door het komen en gaan van personenauto’s (of vergelijkbaar) veruit maatgevend. Andere potentiële bronnen, zoals installaties, zijn dusdanig gelegen dat deze geen significante bijdrage leveren. 5
3.3 Toetsingskader Een moskee wordt in de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” ingedeeld in milieu-categorie 2 (kerkgebouwen e.d.), waarvoor een richtafstand van 30 meter geldt. De meest nabijgelegen woning van derden is gelegen op ca. 12 meter van de inrichtingsgrens. Omdat niet wordt voldaan aan de richtafstand is onderhavig geluidsonderzoek verricht. De geluidsniveaus worden beoordeeld met behulp van: de Geluidnota Enschede, vastgesteld door B&W d.d. 3 april 2018; de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998; de Circulaire "Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer', 29 februari 1996" (nr. MBG96006131) (hierna: Circulaire indirecte hinder). Langtijdgemiddelde(LAr,LT) en maximale (LAmax) beoordelingsniveau In hoofdstuk 5 wordt getoetst of de inrichting inpasbaar is en sprake is van een akoestisch verantwoord woon- en leefklimaat en dus een goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect geluid. Voor het bepalen hiervan is uitgegaan van de Geluidnota Enschede. Volgens de bij de Geluidnota behorende gebiedstypenkaart zijn de moskee en het invloedsgebied ervan gelegen in de gebiedstypen ‘Gemengd Gebied’ en ‘Verkeersinfrastructuur’.
Voor beide gebiedstypen geldt een richtwaarde van 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode. In de Geluidnota zijn geen normen voor het maximale geluidsniveau opgenomen. Hiervoor wordt aangesloten bij de Handreiking en geldt een grenswaarde van 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. Indirecte hinder Conform de Circulaire indirecte hinder geldt voor de indirecte hinder ten gevolge van het aan- en afrijdend verkeer een beperking van de reikwijdte tot de afstand waarbinnen de herkomst van het verkeer in alle redelijkheid kan worden teruggevoerd op de aanwezigheid van de inrichting. Met name in de directe omgeving geeft afremmend en optrekkend verkeer een duidelijke afwijking van het normale verkeersbeeld. Als toetsingskader voor het beoordelen van de geluidbelasting van woningen vanwege het wegverkeer van en naar de inrichting geldt de Circulaire indirecte hinder. De voorkeursgrenswaarde voor indirecte hinder bedraagt conform de circulaire 50 dB(A) etmaalwaarde op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen. De maximale grenswaarde bedraagt 65 dB(A) etmaalwaarde. Hierbij mag geen aftrek volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder worden toegepast.
6
4 Metingen en berekeningen 4.1 Meet- en berekeningsmethodiek Ter bepaling van de geluiduitstraling van de geluidrelevante activiteiten is gebruik gemaakt van kentallen. De berekeningen van de geluidemissie van de moskee zijn uitgevoerd conform de voorschriften van methode II in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, uitgave 1999.
4.2 Bronbeschrijving De relevante geluidsbronnen zijn de verkeersbewegingen op het terrein van de moskee. In bijlage 3 en 4 zijn de invoergegevens van het rekenmodel weergegeven. De aangeleverde uitgangspunten voor de berekeningen zijn: Gezien de situering van de ontsluitingsweg en het bouwvlak voor de moskee zal aan de west- en zuidzijde van het terrein geparkeerd worden. Waarbij de zuidzijde meer ruimte voor parkeren biedt. In het akoestisch onderzoek is ervan uitgegaan dat ca. 40 parkeerplaatsen aan de westzijde en ca. 100 parkeerplaatsen aan de zuidzijde worden gerealiseerd. 1 keer bezetten van een parkeerplaats is 2 verkeersbewegingen (komen en gaan elk 1 beweging); Bronvermogen van personenauto is 90 dB(A), piekgeluid dichtslaan portier 100 dB(A) en snelheid 10 km/uur; dit is representatief voor het rijden en manoeuvreren. Aan de richtwaarden wordt voldaan wanneer: In de dagperiode alle parkeerplaatsen 20 keer worden bezet; In de avondperiode de parkeerplaatsen aan de westzijde 4 keer en aan de zuidzijde 1 keer worden bezet; In de nachtperiode de parkeerplaatsen aan de westzijde 4 keer en aan de zuidzijde 0,7 keer worden bezet. Dit komt neer op het in onderstaande tabel aangegeven aantal verkeersbewegingen per parkeergebied. Parkeergebied
dagperiode
avondperiode
nachtperiode
Parkeren westzijde
1600
320
320
Parkeren zuidzijde
4000
200
140
Totaal
5600
520
460
Onderstaande figuur geeft de locaties van de parkeergebieden weer.
7
De volgende activiteiten zijn niet meegenomen in het akoestisch onderzoek: het praten van mensen in de buitenlucht is vanwege het lage bronvermogen en de hoge bedrijfsduurcorrectie akoestisch niet relevant; geluiduitstraling van het gebouw/installaties omdat er geen sprake is van akoestisch relevante niveaus en het gebouw zal worden gerealiseerd overeenkomstig de huidige stand der techniek. Voor het bronvermogen van een wegrijdende personenauto is Lw = 90 dB(A) representatief. Piekverhogingen zijn met name afkomstig van het dichtslaan van portieren. Bij vergelijkbare projecten zijn deze piekniveaus vastgesteld op een verhoging van 10 dB op het bronvermogen.
4.3 Objecten en beoordelingspunten In bijlage 3 en 4 zijn de invoergegevens weergegeven van de objecten en beoordelingspunten. De algemene bodemfactor voor de niet ingevoerde bodemgebieden is 0,8 (akoestisch zacht). Relevante gebouwen zijn als rechthoekig of polygoon object ingevoerd met een hoogte ten opzichte van het maaiveld. Voor de gebouwen geldt een profielcorrectie van 0 dB (geen correctie) en een reflectiefactor van 0,8. De relevante beoordelingspunten zijn gelegen op de gevels van de dichtstbijzijnde woningen van derden aan de Kuipersdijk en J.J. van Deinselaan en de school aan de Wethouder Beversstraat. De immissieniveaus op de gevels van woningen van derden aan de Kuipersdijk zijn bepaald op een standaardhoogte van 1,5 meter boven maaiveld gedurende de dagperiode en 4,5 meter boven maaiveld voor de avond- en nachtperiode. Voor de woningen (appartementen) aan de J.J. van Deinselaan en de school aan de Wethouder Beversstraat zijn dezelfde hoogtes gehanteerd met dien verstande dat alle perioden op die hoogtes worden getoetst. Voor alle punten is gerekend exclusief gevelreflectie (invallend geluidniveau).
8