BP Kennispark fase 1_Plantoelichting
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Kennispark Fase 1
Status: Vastgesteld
Kennispark fase 1
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
3 3 4 4 6 7
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
9 9 10 13
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Kennispark algemeen 3.2 Plangebied
23 23 23
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Gebiedsontwikkeling Kennispark algemeen 4.2 B&S park algemeen 4.3 Plangebied 4.4 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.5 Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 4.6 Welstand en beeldkwaliteit 4.7 Duurzaamheid
25 25 25 25 28 30 30 31
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur
35 35 41 43
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
46 46 46 47 54
Hoofdstuk 7
55
2
Economische uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding bestemmingsplan
Voor het Kennispark zijn plannen ontwikkeld om een gebiedsontwikkeling plaats te laten vinden. Met deze gebiedsontwikkeling willen we zorgen dat het Kennispark een internationale toplocatie wordt waar talent graag wil werken. Hiervoor dient de gehele uitstraling van het gebied te worden aangepast waardoor samenwerking en ontmoeting wordt gestimuleerd en de drie deelgebieden met elkaar worden verbonden. De drie deelgebieden waar het Kennispark uit bestaat zijn het Universiteitsterrein (hierna UT), het Business en Science park (hierna B&S) en Twente Village. Deze drie gebieden hebben nu ieder een eigen uitstraling en eigen karakter waardoor het drie afgescheiden gebieden zijn. Hier liggen kansen voor een intensieve samenwerking en samenhang tussen deze gebieden waardoor synergie kan ontstaan. Dit zijn kansen voor kleinere en grotere ontwikkelingen. De kleinere ontwikkelingen kunnen met afwijkingen binnen of buiten het vigerende plan (Kennispark 2013) mogelijk worden gemaakt. Welke ontwikkelingen dit zijn is nu nog onbekend, dat is afhankelijk van de wensen van perceelseigenaren. Daarom kan het nu nog niet worden meegenomen. Ook liggen er kansen om het Universiteitsterrein met het B&S park te verbinden. Echter, de bouwvolumes voor UT zijn nog niet bekend, waardoor dit niet wordt meegenomen in voorliggend plan.
De plannen die al meer concreet zijn, zijn gelegen ten zuiden van de Hengelosestraat, op het B&S park. Deze plannen dragen bij aan de doelen om tot een internationale toplocatie te komen en worden met voorliggend plan juridisch planologisch mogelijk gemaakt. Dit betreft en ontwikkeling bestaande uit een parkeergebouw, een woongebouw met 200 wooneenheden en 20.000 m2 bvo bedrijfsbebouwing.
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
3
Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de ontwikkeling aan de zuidzijde van de Hengelosestraat juridisch planologisch mogelijk te maken. Voorliggende toelichting vormt de ruimtelijke verantwoording/onderbouwing van deze ontwikkeling.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het gebied waarop het bestemmingsplan “Kennispark fase 1” betrekking heeft betreft drie ontwikkelkavels ten zuiden van de Hengelosestraat. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Hengelosestraat, aan de oostzijde door de Auke Vleerstraat. Aan de zuidzijde wordt het plan begrensd door de bedrijfspercelen van de huidige bedrijven aan de Hengelosestraat en aan de westzijde vormt de Palatijn de grens. Afbeelding 1.1 geeft met rode lijn de globale plangrens weer.
Afbeelding 1.1: Glob ale ligging plangeb ied
1.3
Geldende juridische regelingen
1.3.1
Kennispark 2013
Het plangebied valt onder het bestemmingsplan "Kennispark 2013", dat op 20 april 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen Bedrijf, Verkeer en Groen. Afbeelding 1.2 geeft de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan weer. De rode rechthoek geeft globaal de grens van het plangebied weer en op de kleinere afbeelding wordt ingezoomd op deze strook met drie bedrijfsbestemmingen en groen.
4
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
Afbeelding 1.2: Vigerend b estemmingsplan Het bestemmingsplan Kennispark 2013 maakt het in het bestemmingsplan mogelijk om in de drie vlakken met de bestemming "Bedrijf" in totaal 13.000 m 2 bvo aan bedrijfsbebouwing te realiseren. De gronden tussen deze bedrijfbestemmingen hebben de bestemming "Groen". De realisatie van de parkeergarage, het woongebouw en het bedrijfsgebouw in deze strook is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. De totale oppervlakte van de te realiseren gebouwen is groter dan 13.000 m 2 bvo en de gebouwen vallen deels binnen de bestemming Groen. 1.3.2
Parapluplannen
Voor het plangebied gelden diverse paraplu-bestemmingsplannen. Deze paraplu-bestemmingsplannen bevatten een algemene regeling die voor (vrijwel) de hele gemeente gelden. Deze paraplu-bestemmingsplannen vervallen zodra onderhavig bestemmingsplan in werking treedt. Hierna wordt uiteengezet of en zo ja, op welke wijze deze regelingen worden overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Kwalitatief sturen op appartementen Het paraplu-bestemmingsplan "Kwalitatief sturen op appartementen" heeft als doel dat de juiste appartementen voor de juiste doelgroepen op de juiste locaties worden gerealiseerd. Het realiseren van kwalitatief goede appartementen is nodig om belangrijke doelgroepen vast te kunnen houden in Enschede. Daarnaast willen we verder gaan met het versterken van Enschede vanuit het hart. Enschede heeft deze verstedelijking nodig voor het versterken van de agglomeratiekracht en het vestigingsklimaat. Dit bestemmingsplan is gekoppeld aan de beleidsregel 'kwalitatief sturen op appartementen'. In deze beleidsregel is de volgende uitzondering gemaakt: Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken voor het realiseren van (complexen van) meerdere zelfstandige wooneenheden voor specifieke doelgroepen als zorg, studenten en expats, passend b innen de samenwerkingsafspraken tussen gemeente en bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
5
woningcorporaties. De woningen die met voorliggend plan mogelijk worden gemaakt, vallen onder deze uitzondering (young professionals). De locatie waar de woningen komen krijgt een specifieke aanduiding, waardoor op die plek de realisatie van een woongebouw met sociale huurwoningen mogelijk wordt gemaakt. Parkeren Enschede Het paraplu-bestemmingsplan "Parkeren Enschede", zorgt ervoor dat de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het plangebied. Deze parkeernormen nota is met name gericht op het realiseren van voldoende parkeerruimte op eigen gronden. De regeling uit dit paraplu-bestemmingsplan is overgenomen in voorliggend plan. Echter bij deze regeling is een afwijking toegevoegd waarbij de parkeernorm kan worden worden losgelaten/kleiner wordt. Ontwikkelingen die gebruik maken van deze afwijking worden getoetst aan de beleidsregel Kennispark. In deze beleidsregel worden andere parkeeroplossingen geboden. De regeling van dit parapluplan komt met voorliggend plan te vervallen.
Onzelfstandige Bewoning Enschede Het parapluplan "Onzelfstandige bewoning Enschede" richt zich op de regulering van onzelfstandige bewoning. Het aandeel onzelfstandige bewoning kan van invloed zijn op de leefbaarheid van de buurt of de wijk. In combinatie met andere factoren, zoals een zwakke sociaal-economische structuur of de aanwezigheid van veel kwetsbare groepen of een diversiteit aan leefstijlen, komt het woon- en leefklimaat in bepaalde buurten en wijken in Enschede onder druk te staan. In de regels van dit parapluplan is aangegeven dat kamerverhuur in voorliggend plangebied niet is toegestaan. Onder kamerverhuurpand wordt het volgende verstaan: een woning/wooneenheid die wordt gebruikt door 3 of meer personen die niet als één huishouden kunnen worden aangemerkt. De woning/wooneenheid kenmerkt zich door het gezamenlijk geb ruik van kook- en wasgelegenheid en / of toilet en in de meeste gevallen met een gezamenlijke toegang. In afwijking van deze definitie wordt een kamer in een verzorgings- of verpleeghuis niet aangemerkt als onzelfstandige bewoning in een kamerverhuurpand. De appartementen die in voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, vallen niet onder het begrip 'kamerverhuurpand', het betreffen zelfstandige wooneenheden. Deze wooneenheden worden door dit bestemmingsplan dan ook niet beperkt.
De regels uit dit parapluplan worden overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. De werking van het bestemmingsplan "Onzelfstandige bewoning Enschede" vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied. Cultuurhistorie Het bestemmingsplan "Cultuurhistorie" beoogt een planologisch-juridische regeling te geven voor cultuurhistorisch erfgoed. Sinds 1 januari 2012 geldt de wettelijke verplichting om in een bestemmingsplan aan te geven hoe in dat plan rekening is gehouden met cultuurhistorisch erfgoed. Het plangebied heeft in dit paraplu bestemmingsplan geen specifieke aanduiding, waardoor bij voorliggend plan geen rekening hoeft te worden gehouden met het bestemmingsplan Cultuurhistorie.
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).
Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven".
6
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen.
Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro). In hoofdstuk 7 van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan. De gronden in het plangebied zijn in eigendom van de gemeente.
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. De uitvoering van voorliggend plan is van belang voor ondernemers op het Kennispark. Het plan is voorgelegd aan de ondernemersvereniging. Van daaruit is aangegeven dat ze er naar uit kijken dat de plannen kunnen worden ontwikkeld om zo een eerste stap te zetten voor de gehele gebiedsontwikkeling. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan het universiteitsterrein. Ook vanuit de Universiteit is aangegeven dat zij geen problemen hebben met voorliggend bestemmingsplan. Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.
Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. De gemeente Hengelo is op de hoogte gesteld van de gewenste ontwikkelingen op Kennispark. Deze gemeente heeft ambtelijk aangegeven dat ze de meerwaarde van de plannen inzien en de mogelijk positieve effecten hiervan op de omgeving en buurgemeenten. Een eerdere versie van het bestemmingsplan is in het voorontwerp voorgelegd aan de provincie. De provincie bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
7
heeft aangegeven akkoord te zijn met het bestemmingsplan. De latere aanpassingen zijn telefonisch besproken en ook daarin heeft de provincie aangegeven dat het ontwerp ter inzage kan worden gelegd. Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: "Kennispark fase 1" in voorbereiding te nemen op 9 juni 2021 gepubliceerd in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.
Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs "elektronische weg", dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan "Kennispark fase 1" en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op 10 november 2021 gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en in het Gemeenteblad. Zienswijzen Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 11 november tot en met 22 december 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ingediend, waarvan één positieve zienswijze. De beantwoording van de zienswijzen is aangegeven in de Nota van zienswijzen.
Beide zienswijzen hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan kan ongewijzigd worden vastgesteld. Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor indieners van zienswijzen en belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.
Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
9
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 2.1.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met de Rijksomgevingsvisie doordat het bijdraagt aan verbetering van de concurrentiekracht van de regio Twente, zonder daarbij de belangen van een leefbare en veilige leefomgeving te veronachtzamen. Voorliggend plan raakt geen nationale belangen zoals genoemd in het Barro en het Rarro. Het plan wordt opgesteld om het Kennispark te ontwikkelen tot een toekomstbestendig, duurzaam innovatiegebied waar het prettig werken en wonen is. Het plan voldoet aan het Rijksbeleid.
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken). In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '"vishaak" met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
10
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de 'Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.
Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. 2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
11
en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.3.1 Generieke b eleidskeuze Op voorliggend plangebied zijn de volgende regels van de provinciale verordening van toepassing: Artikel 2.2.2 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de b ehoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Onderbouwing waarin wordt aangetoond dat behoefte is aan de 200 wooneenheden zoals mogelijk wordt gemaakt met voorliggend plan, is beschreven in paragraaf 2.3.8 en 4.3. Titel 2.3 werklocaties: Nieuwe b edrijventerreinen zijn niet zomaar toegestaan Voorliggend plan voorziet niet in de realisatie van een nieuw bedrijventerrein. Dit plan maakt een herontwikkeling mogelijk op een locatie op het Kennispark waar al bebouwing was toegestaan. Dit plan maakt alleen meer bebouwing mogelijk dan hier was toegestaan. Artikel 2.4.2: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in nieuwe detailhandelsvestigingen binnen of direct aansluitend aan b estaand kernwinkelgeb ieden. Artikel 2.4.3: Bestemmingsplannen voorzien niet in nieuwe mogelijkheden om detailhandel uit te oefenen op bedrijventerreinen. De realisatie van de plannen in het plangebied kan bestaande ondernemers en vastgoedeigenaren motiveren om ook een stap te zetten in de realisatie voor de gebiedsontwikkeling.
Dit zijn kleine stappen die binnen het vigerende bestemmingsplan al mogelijk zijn, of zijn te regelen met kleine afwijkingen. Om een eerste goede stap te zetten, wordt in het plangebied een ontwikkeling tot stand gebracht die reuring in het gebied brengt en kan zorgen voor ontmoeting. In de plint van het woongebouw komen synergiefuncties. Hierbij valt te denken aan gemakswinkels, kleinschalige dienstverlening zoals pakketdiensten en/of fietsreparatie en horeca. Deze functies dragen bij aan stimulering van ontmoeting. Deze functies worden tevens mogelijk in het parkeergebouw en het bedrijfsgebouw. Het blijven kleine vestigingen die zijn gericht op de aanwezige mensen in Kennispark. Deze vestigingen zullen geen concurrentie vormen voor de rest van de stad. Beoordeling Uit voorgaande blijkt dat voorliggend plan past binnen de generieke beleidskeuzes uit de provinciale verordening. 2.2.3.2 Ontwikkelingsperspectieven In de ontwikkelingsvisie is het plangebied aangegeven als 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' en als 'topwerklocaties: Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken Rond de b innensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken.
Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige
12
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
dakoppervlak te b enutten). Topwerklocaties Topwerklocaties zijn werklocaties met b ijzondere vestigingscondities voor bedrijven die zich richten op een (inter)nationaal en (b oven)regionaal verzorgingsgebied en die een stuwende functie hebben voor de regionale economie. Met het bestaande aanb od is de b asis aan werklocaties grotendeels op orde. Om te zorgen dat Overijssel ook in de toekomst aantrekkelijk b lijft als vestigingslocatie voor (inter)nationale ondernemingen die een stuwende kracht zijn voor de regionale economie, zet de provincie in op de (door)ontwikkeling van enkele onderscheidende topwerklocaties. Door provinciale investeringen en subsidies, zoals voor innovatietrajecten, duurzaamheidsmaatregelen en verbetering van infrastructuur, gericht in te zetten, worden de topwerklocaties nog aantrekkelijker als concentratiepunt voor stuwende bedrijvigheid.
Beoordeling Voorliggend plan is opgesteld om voor een deel van het B&S park een eerste start te kunnen maken naar de ontwikkeling van Kennispark tot een topwerklocatie. Met deze ontwikkeling wordt voor een deel van het B&S park ruimte gecreërd voor reuring en ontmoeting. Bij het ontwerp van de gebouwen en buitenruimte van het plangebied wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met klimaatbestendigheid en duurzaamheid. Voorliggende ontwikkeling is in lijn met het ontwikkelingsperspectief van de provincie. 2.2.3.3 Gebiedskenmerken Gezien de ligging van het plangebied in bestaand bebouwd gebied, heeft het plangebied geen specifieke aanduiding volgens de gebiedskenmerken 'Natuurlijke laag' en 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Tevens heeft het plangebied geen aanduiding in de 'Laag van beleving'. Alleen in de 'Stedelijke laag' is het plangebied aangewezen als 'Bedrijventerreinen'. Bedrijventerreinen De provincie heeft als ambitie om vitale werklocaties te ontwikkelen. Dit kan door middel van het op gang brengen van een vernieuwings- en herstructureringsproces.
Als ontwikkelingen plaats vinden op of rond bedrijventerreinen, dan dragen deze bij aan versterking van het vitale karakter en de kwaliteit van b edrijventerreinen, aan het verbinden van het terrein met de omgeving en aan versterking van de profilering gericht op onderlinge differentiatie, met respect voor het verstedelijkingspatroon. Beoordeling De ontwikkelingen die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt vormen een start om van het B&S park een vitaal park te maken.
Conclusie: Gezien het voorgaande, kan geconcludeerd worden dat voorliggend plan past binnen het provinciaal beleid.
2.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
De gemeente is al enige jaren bezig met de herontwikkeling van het Kennispark tot een toplocatie waar synergie ontstaat. Hiertoe zijn diverse beleidsdocumenten ontwikkeld. Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan (Kennispark 2013) of met een kleine afwijking. De grotere ontwikkelingen aan de zuidzijde van de Hengelosestraat, zijn opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Voor eventuele andere grote ontwikkelingen zal te zijner tijd, als de plannen concreet zijn, een aparte planologische procedure moeten worden doorlopen. Voor voorliggend plan zijn met name de beleidsstukken van belang die specifiek voor Kennispark zijn opgesteld. De volgorde waarin de stukken worden behandeld in deze paragraaf, is ook de volgorde waarin de stukken zijn vastgesteld. Het gaat hierbij om de volgende beleidsstukken: bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
13
Gebiedsstrategie Kennispark (2018) Economische Visie (2019) Beeldkwaliteitskader Business en Sciencepark (juni 2019) Structuurvisie kennispark (sept 2019) Mobiliteitsplan Kennispark (2020) Stedenbouwkundig plan Kennispark Twente (2020) Naast deze gebiedsspecifieke beleidsstukken wordt in deze paragraaf ook ingegaan op sectoraal beleid dat op voorliggend plan van toepassing is. 2.3.1
Gebiedsstrategie Kennispark
Kennispark Twente is één van de acht belangrijke innovatiecampussen in Nederland. Dit wil het kernteam van de Gebiedsstrategie Kennispark behouden en zo mogelijk versterken. Dit kernteam bestaat uit onderwijs, onderzoek, ondernemers en overheid. De gebiedsstrategie is opgesteld om de kwaliteiten en potentie van Kennispark te benutten, om te komen tot een vooruitstrevende, dynamische innovatiecampus met sterke internationale concurrentiepositie. De strategie voor de gebiedsontwikkeling valt uiteen in de volgende twee pijlers: 1. 2.
versterken internationaal profiel en merk; bouwen aan een dynamische toplocatie.
Met name de tweede pijler is gericht op het ruimtelijke aspect van het Kennispark. Doel van de tweede pijler is om het ontmoeten en verbinden van alle mensen op Kennispark te faciliteren en stimuleren. Juist daarin ligt een belangrijke bron van nieuwe innovaties. Deze ontmoeting en verbinding wil men realiseren door het gebied om te zetten van autogericht naar verblijfsgebieden/ontmoetingsplekken met het innovatiepad als nieuwe structuurdrager. Rond deze structuurdrager en de Hengelosestraat wordt het monotone en verdeelde gebied omgezet naar clusters met een stedelijke mix. Hiertoe hoort een diversiteit aan functies die versterkend werken. Daarbij valt te denken aan nieuwe horecaconcepten, wonen en kleinschalige detailhandel. In het kennispark-DNA staat een aantal eigenschappen centraal die in algemene zin zichtbaar maken hoe de community van Kennispark werkt: Op kennispark is een community voor innovatie en ontwikkeling waar onderwijs, onderzoek, overheid en bedrijfsleven in sterke mate integreren. Dit wordt versterkt door de combinatie van rust en groene ruimte met stedelijke dynamiek. Samenwerken staat centraal. De innovatie en ontwikkeling is sterk gericht op de maatschappelijke uitdagingen en oplossingen. Onderzoeksresultaten worden vaak en snel omgezet in toepasbare producten.
Met de gebiedsstrategie wordt de basis gelegd voor tactische besluitvorming bij de deelnemende partners over specifieke uitvoeringsonderdelen van de strategie. Met volgende beleidsstukken/documenten wordt deze strategie steeds verder uitgewerkt. 2.3.2
Economische Visie
In de Economische visie zijn de economische ambities van de gemeente die nog zijn verwoord in diverse documenten gebundeld en samengebracht tot één beleidsstuk. Zo is ook de Gebiedsstrategie Kennispark verwerkt in deze visie. Met de Economische Visie worden randvoorwaarden geschept om: als stad economisch te groeien en werkgelegenheid te waarborgen op alle niveaus; het voorzieningen niveau in stand te houden; de ondersteuning te kunnen blijven bieden aan de inwoners die dat nodig hebben. Om dit te behalen zijn drie speerpunten aangegeven in de visie: 1. 2. 3.
meer talent aantrekken en vasthouden betere bereikbaarheid van banen betere verbinding van kennis en innovatie met het mkb en de (grote) maatschappelijke vraagstukken.
Met de gewenste ontwikkelingen op het Kennispark wordt aan deze drie speerpunten gewerkt. Op Kennispark wordt gewerkt aan het versterken van het internationaal profiel en merk en wordt gebouwd aan een dynamische toplocatie. Centrale begrippen hierbij zijn ontmoeting en interactie, verblijfsplekken en een moderne en duurzame vastgoedportefeuille en openbare ruimte.
14
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
2.3.3
Beeldkwaliteitskader Business en Sciencepark
Om ervoor te zorgen dat het Kennispark zich ontwikkeld zoals in de gebiedsstrategie beoogd, zijn in een beeldkwaliteitplan spelregels geformuleerd voor de ruimtelijke kwaliteit. Om de balans te houden tussen regels en flexibiliteit zijn de spelregels beperkt tot die onderdelen die essentieel zijn voor het realiseren en behouden van de hoge ambities van het plan. In het beeldkwaliteitsplan gaat het niet alleen om hoe alles eruit moet zien, maar ook over de samenhang, samenwerken en de zin van een community met een gemeenschappelijke zorg en verantwoordelijkheid voor het gebied. In grote lijnen gaat het om de volgende zeven spelregels: 1. 2. 3. 4. 5.
6.
7.
Altijd af: het gebied is altijd af. Braakliggende terreinen krijgen een tijdelijke inrichting, eventueel met een tijdelijke functie. Clusteren: de structuur wordt vooral gericht op voetgangers en fietsers. Gebouwen worden zodanig georiënteerd en geclusterd dat deze gericht zijn op openbare/groene ontmoetingsruimte. Uitnodigend: de open beleving van de buitenruimte loopt door in het gebouw met een extra hoge en open plint. Gebouwen hebben niet één entree, maar zijn 'doorgankelijk'. Collectief: eigendomsgrenzen spelen geen rol meer, faciliteiten worden gedeeld. De menselijke maat: de vormgeving is afgestemd op de voetganger. In de openbare ruimte en in de plinten van de gebouwen is op ooghoogte veel te beleven. Er ontstaan kleinere plekken, plekken met afwisseling om te verblijven en ontmoeten. Nieuwe expressie: de bebouwing kenmerkt zich door compacte en alzijdige volumes (m.u.v. logistieke functies) met eenduidige hoofdvorm alles is in de hoofdvorm opgenomen, geen aanbouwen en uitbouwen. De expressie van een gebouw wordt verkregen door bijzonder materiaalgebruik en details. Huis op Orde: in dit hoofdstuk worden de welstandscriteria genoemd waaraan minimaal getoetst wordt.
Afbeelding 2.1: impressie uit het b eeldkwaliteitplan voor toekomstig inrichting openbare ruimte zoals bijvoorbeeld ten zuiden van de Hengelosestraat.
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
15
2.3.4
Kennispark Twente Structuurvisie 2030
We hebben goud in handen. Kennispark huisvest de meest ondernemende universiteit van Nederland, ruim 400 bedrijven en een broedplaats voor startups die het verschil kunnen maken. Om jong talent in Enschede te houden spelen de zachte factoren, het leef- en werkklimaat van de stad, een cruciale rol. De balans tussen leven en werken staat centraal bij dit talent. In Enschede heeft deze strategische opgave de hoogste prioriteit. De bedrijven op het B&S park bieden nog niet dat gewenste werkklimaat. Ze zijn niet zichtbaar georganiseerd, hebben vaak een eigen gebouw op een eigen kavel met een eigen parkeerplaats. Plekken voor ontmoeting zijn schaars en er is weinig te beleven. Er ontbreekt nog een vruchtbaar ecosysteem van samenwerkende bedrijven die elkaar ontmoeten en zichtbaar verbonden zijn. Om talent aan de regio, Enschede en Kennispark te binden, moet het werk- en leefklimaat op B&S park worden aangepakt. Hiervoor is een transformatie in het gebied nodig. In de structuurvisie wordt de tweede pijler van de strategische visie nader uitgewerkt. De structuurvisie Kennispark Twente is vastgesteld door de gemeenteraad op 30 september 2019. De structuurvisie geldt voor het hele Kennispark, maar de focus ligt op het Business & Sciencepark.
Om de samenhang en ontmoeting te stimuleren, wordt op de visiekaart een innovatiepad door het gebied getrokken met her en der een centrale spot waar diverse functies aanwezig zijn en zodoende ontmoeting wordt gestimuleerd. De structuurvisiekaart op afbeelding 2.1 geeft dit globaal weer.
Afbeelding 2.2: Structuurvisiekaart Kennispark Naast het innovatiepad met ontmoetingsplaatsen, is een ontwikkeling aan de Hengelosestraat ook een belangrijk onderdeel. Deze ontwikkeling kan eigenaren stimuleren om ook stappen te zetten naar de totale geiedsontwikkeling. Verder is het van belang dat het B&S park autoluw wordt. Om dit te bewerkstelligen wordt een mobiliteitspunt aangelegd waar centraal parkeren kan worden geregeld en diverse modaliteiten samenkomen. Door het parkeren centraal te regelen, kan op de kavels ruimte worden gewonnen voor uitbreiding van de bedrijven en realisatie van de spots voor ontmoeting. De realisatie van het parkeergebouw is hier een belangrijke stap in. In de structuurvisie zijn voor diverse deelgebieden droombeelden uitgewerkt waarin bovenstaande is uitgewerkt. Deze droombeelden geven een richting aan van de gewenste ontwikkeling op Kennispark. De volgende afbeeldingen zijn een weergave van deze droombeelden.
16
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
Afbeelding 2.3: droomb eelden Kennispark uit structuurvisie
Naast de ruimtelijke component, zijn tevens ambities uitgesproken over duurzaamheid. Ook Kennispark zal bijdragen aan de gemeentelijke duurzaamheidsambities. Er is gekozen voor een gerichte verduurzaming in het gebied aan de hand van de BREEAM aanpak. BREEAM staat voor Building Research Establishment Environmental Assessment Method. 2.3.5
Mobiliteitsplan Kennispark Twente
Zoals uit voorgaande beleidsstukken blijkt, is de gewenste transformatie mogelijk als op een andere manier wordt omgegaan met het verkeer en parkeren. In het Mobiliteitsplan is dit verder uitgewerkt en onderzocht. De volgende mobiliteitsdoelen zijn voor het Kennispark/B&S park opgenomen: Modaliteiten in balans Kennispark autoluw Hengelosestraat wordt een oversteekbare kennisboulevard Mobipunten versterken het Kennispark Parkeren minder in zicht.
Om dit te bereiken is het nodig om de infrastructuur te veranderen. Minder aandacht voor de auto en meer voor lopen, fietsen en het openbaar vervoer. Daarvoor wordt het verkeersnetwerk aangepast zoals weergegeven op afbeelding 2.4. naar: 1. 2. 3.
Gebiedsontsluitingswegen met een 50 km/u regime (zwart) met vrijliggende fiets- en voetpaden. Erftoegangswegen met een 30 km/u regime (groen). Alle verkeersdeelnemers maken gebruik van dezelfde rijbaan met voor voetgangers een trottoir waardoor een verblijfsgebied ontstaat. Langzaam verkeersdoorsteken voor voetgangers en fietsers (oranje). Deze verbindingen maken korte routes voor wandelaar en fietser mogelijk tussen bedrijven, universiteit, horeca en mobipunten. Daarmee verhogen ze de beleving van Kennispark als een autoluw verblijfsgebied.
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
17
Afbeelding 2.4: Verkeersstructuur Kennispark Parkeren Uit het onderzoek blijkt onder andere dat er op het B&S park geen sprake is van een probleem in de parkeercapaciteit. Er is voldoende parkeerruimte, echter de verdeling van deze parkeerruimte is niet optimaal. Daar kan het een en ander in worden verbeterd. Door het parkeren anders in te richten (gebeurt nu nog voornamelijk op het maaiveld op eigen terrein), kan ruimte gecreëerd worden voor de gewenste gebiedstransformatie. Doordat bedrijven op dit moment geen parkeerproblemen ervaren, is er geen noodzaak is om hier in te investeren. De realisatie van het parkeergebouw op Kennispark kan hier een oplossing voor bieden. Als het parkeren in het parkeergebouw wordt gedaan, dan kunnen bedrijven de parkeerruimte inruilen voor terrein waar ontmoeting wordt gestimuleerd en voor uitbreidingsmogelijkheden. 2.3.6
Stedenbouwkundig plan
Het stedenbouwkundig plan is opgesteld om een beeld te kunnen vormen van de gewenste gebiedsontwikkeling. In dit stedenbouwkundig plan wordt een meer concrete uitwerking weergegeven van voorgaande beleidsstukken. Onderstaande afbeeldingen komen uit het stedenbouwkundig plan.
18
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
Afbeelding 2.6: Sfeerb eelden uit stedenb ouwkundig plan
Het stedenbouwkundig plan biedt een leidraad over hoe het B&S park tot ontwikkeling kan komen. Er zijn ontwikkelprincipes opgenomen op basis waarvan getoetst kan worden of een verzoek past binnen de gebiedsontwikkeling en/of een meerwaarde levert. Deze ontwikkelprincipes zijn uitgewerkt in de beleidsvisie Kennispark waarmee ontwikkelingen middels een afwijking van het vigerende bestemmingsplan mogelijk kunnen worden gemaakt. De nieuwe gebouwen in het plangebied, worden ook langs deze ontwikkelprincipes gelegd en beoordeeld. Duurzaamheidsambities zijn uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan. Bij de ontwikkeling van Kennispark wordt ingezet op een integrale duurzame ontwikkeling middels BREEAM. Dit wordt gedaan aan de hand van zes duurzaamheidsthema's: Energie, Gezondheid&Klimaatadaptatie, Biodiversiteit, Collectiviteit/sociale cohesie, Materiaalbewustheid en Mobiliteit. Bij de ontwikkelingen in voorliggend plan wordt bekeken hoe duurzaamheidsambities verwerkt kunnen worden. 2.3.7
Beleidsregel Kennispark
De beleidsregel dient als toetsingskader voor de beoordeling van vergunning aanvragen en van afwijkingen van het bestemmingsplan. In de beleidsregel is de gewenste ontwikkeling kort beschreven. Vervolgens zijn de ontwikkelprincipes beschreven. Een aanvraag zal aan deze ontwikkelprincipes worden getoetst. De wijze waarop aan de ontwikkelprincipes moet worden voldaan, is afhankelijk van de aanvraag. De aanvraag voor gebouwen in het plangebied worden aan de beleidsregel getoetst. Op deze manier wordt met het plangebied als aanjager een begin gemaakt aan de gewenste gebiedsontwikkeling. 2.3.8
Sectorale structuurvisies
In de sectorale structuurvisies worden specifieke onderwerpen geregeld.
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
19
Woonvisie De woonvisie is in 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie wordt voortgeborduurd op de overkoepelende stedelijke strategische thema's, 1. meer talent aantrekken en vasthouden, 2. een duurzame groene stad, 3. een inclusieve samenleving en 4. goed bestuur. De Enschedese woonopgave is volop in ontwikkeling. De stad gonst van de bouwactiviteiten, kavels raken uitverkocht, huizenprijzen stijgen fors en een aantal grote projecten staat op stapel. Om de economische ambities van High Tech Twente waar te kunnen maken is het noodzakelijk dat talent zich nog meer met Twente verbindt. In de basis willen we deze doelgroep alleen binnen het hoogstedelijk gebied. Echter, deze specifieke doelgroep met een bijzondere of dringende woningvraag zoals internationale kenniswerkers of -studenten, kan bij aantoonbare behoefte ook buiten het gebied voor hoogstedelijk wonen worden gebouwd. Het gaat dan om stedelijke plekken, waaronder plekken langs de radialen in het binnensingelgebied, of op concrete brandpunten voor young professionals, zoals Kennispark. Hier zijn ook combinaties met ondernemerschap mogelijk. De behoefte voor het realiseren van woningbouw voor deze doelgroep in voorliggend plangebied, wordt onderbouwd door jaarlijks onderzoek naar studentenhuisvesting.
De gemeente gaat in gesprek met partijen die concepten kunnen realiseren voor deze groepen en we sturen actief op ontwikkelingen op plekken die voor deze groepen aantrekkelijk zijn, daaronder met name: de binnenstad en rondom Kennispark. Het gaat onder meer om concepten in de middenhuur, zowel appartementen als grondgebonden woningen. Voor voorliggend plangebied wordt in overleg gewerkt aan een concrete ontwikkeling.
Toetsing b estemmingsplan Kennispark fase 1 Het toevoegen van de woonfunctie in het plangebied vindt zijn grondslag in de Woonvisie. Eén van de hoofddoelen van de Woonvisie is het aantrekken en vasthouden van talent. Kennispark is hier - naast de binnenstad - prominent voor in beeld. Met voorliggend plan kan hier uitvoering aan gegeven worden. De gemeente is al concreet in gesprek. Binnen het bestemmingsplan Kennispark fase 1 wordt aan de Hengelosestraat al ruimte geboden aan de realisatie van maximaal 200 wooneenheden voor young professionals. Het plan sluit hiermee aan bij de Woonvisie.
Beleidskader retail in Enschede In het beleidskader retail in Enschede, dat in november 2020 is vastgesteld, wordt beschreven waar winkels, horeca, leisure en consumentgerichte dienstverlening mogen komen. In dit beleidskader zijn de volgende ambities uitgesproken: 1. 2. 3. 4.
Winkelcentra in de wijk die je met de fiets of lopend kunt bezoeken. Waar verschillende winkels zijn en die er mooi uitzien. Een binnenstad die gezellig is. Waar veel te doen is en waar weinig winkels leeg staan. Nieuwe bijzondere plekken in de stad. Plekken waar mensen wonen en werken en elkaar kunnen ontmoeten. Deze plekken zijn anders dan de binnenstad. Een goed woonplein.
In de beleidsnotitie staan drie uitgangspunten centraal, Kwaliteit, Consistentie en Flexibiliteit. Kwaliteit: Om te kunnen voldoen aan de opgave om talent aan te trekken, is een kwalitatief goed aanbod aan voorzieningen nodig. Dit houdt in dat er een divers en onderscheiden aanbod moet zijn, zodat verschillende doelgroepen zich bediend voelen. Consistentie: De markt is gebaat bij een consistent beleid. Dit biedt zekerheid voor het doen van investeringen. Een helder, uitvoerbaar en handhaafbaar beleid draagt daaraan bij. Flexibiliteit: De gemeente wil kunnen inspelen op gewenste en ongewenste ontwikkelingen in de stad die nog niet zijn voorzien. Het gaat dan bijvoorbeeld om nieuwe 'hotspots', gebieden waar een bepaalde dynamiek ontstaat door het samenkomen van verschillende functies. Of om nieuwe concepten die voortkomen uit trends en ontwikkelingen. Om deze opgave te kunnen realiseren zijn er vier hoofdlijnen: 1. 2.
Behoud en versterken van de hoofdstructuur Ruimte geven aan kwalitatieve concepten
20
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
3. 4.
Retail als drager van gewenste stedelijke ontwikkelingen Toestaan van ondergeschikte en kleinschalige retail
Toetsing b estemmingsplan Kennispark fase 1 Bij voorliggend plan is sprake van een bijzondere plek die we willen realiseren. In dit bijzondere gebied gaan mensen werken, wonen, verblijven en elkaar ontmoeten. Om het verblijven en ontmoeten te stimuleren zijn diverse functies nodig die hier aan bij dragen. Daarbij valt te denken aan horeca en gemakswinkels. Deze functies worden in het plangebied toegestaan op de begane grond. Hiermee wordt ruimte gegeven aan een kwalitatief concept en kan een nieuwe bijzondere plek ontstaan. Voorliggend plan draagt bij aan de doelen van het Beleidskader retail in Enschede. Visie werklocaties Er is sprake van een veranderende behoefte aan werklocaties. Een toenemende vraag naar moderne en duurzame werklocaties en veranderende eisen die gesteld worden aan vastgoed, vraagt om een andere opgave. De visie werklocaties geeft richting aan het toekomstbestendig maken van de werklocaties. Er wordt ingezet op tien punten: 1. strategische opgave van Enschede, meer talent aantrekken en vasthouden; 2. kwaliteit gaat boven kwantiteit; 3. inzetten op ketenversterking tussen afzonderlijke werklocaties; 4. inzetten op de sectoren hightech, ICT, dienstverlening en lokaal gewortelde midden- en kleinbedrijven; 5. een kwalitatieve opgave voor kantoorlocaties; 6. behoud van betaalbare binnenstedelijke werklocaties en ruimte voor werken-aan-huis; 7.
startups moeten de ruimte krijgen op plekken waar ze het liefst zitten; 8. voldoende groeiruimte voor bedrijven naar de toekomst; 9. meer samenwerking en ondernemersgericht werken; 10. samenwerken met partners zoals ondernemers en instellingen.
De gebiedsontwikkeling voor het Kennispark draagt bij aan bovengenoemde punten. Er worden kwalitatieve werklocaties gerealiseerd voor startups of bedrijven in de gewenste sectoren. De gebiedsontwikkeling vindt plaats in samenwerking tussen bedrijven, universiteit, woningcoörporatie en gemeente. Voorliggend plan maakt deze gebiedsontwikkeling mogelijk en voldoet daarmee aan de visie werklocaties.
Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en - kwantiteit in Enschede.
Bij de ontwikkelingen in het plangebied wordt de waterberging meegenomen in het ontwerp. Dit wordt zoveel mogelijk in de buitenruimte opgelost om zodoende water zichtbaar te maken en het gebied groener en bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
21
aantrekkelijker.
Water en klimaatadaptatieplan Enschede 2022-2026 Ten tijden van de ter inzage legging van dit bestemmingsplan wordt ook het nieuwe Water en klimaatadaptatieplan (WEK) opgesteld/vastgesteld. In dat plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Vanwege de status van het WEK op moment van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan, hoeven deze nieuwe normen nog niet te worden opgenomen in voorliggend plan. Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd. De toetsing aan externe veiligheid is gedaan in paragraaf 5.2. 2.3.9
Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Voor het Kennispark zijn specifieke beleidsdocumenten opgesteld. De ontwikkeling die met voorliggend plan wordt mogelijk gemaakt, is een uitwerking van deze beleidsdocumenten. Deze ontwikkeling zorgt voor een begin van de gewenste gebiedsontwikkeling. De diverse sectorale visies gelden voor heel de gemeente. Zoals uit bovenstaande te lezen valt, wordt met voorliggend plan voldaan aan de sectorale visies.
22
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 3.1
Gebiedsbeschrijving
Kennispark algemeen
Het Kennispark omvat drie verschillende ruimtelijke eenheden qua inrichting, aanzicht en gebruik.. Van noord naar zuid zijn dit 1. het Universiteitsterrein, 2. het B&S park en 3. Twente village. De Hengelosestraat vormt een barriere tussen het B&S park en het UT terrein en de spoorlijn tussen het B&S terrein en Twente Village. Het B&S-park bestaat uit een oud en een nieuw gedeelte. In 1982 werd gestart met de realisatie van het B&S-park. Het terrein werd als science park voor de universiteit ontwikkeld. Met name langs de Auke Vleerstraat en de Hengelosestraat zijn de meest oude panden te vinden. Door een forse uitbreiding in 1994 is het nieuwe gedeelte ontstaan. Tot op heden zijn nog enkele kavels in het B&S-park beschikbaar. Op het bestaande Kennispark zijn de bebouwbare blokken met kavels voor bedrijven en openbare ruimte streng geordend volgens het zogenaamde grid patroon. In de openbare ruimte bevinden zich voornamelijk wegen, soms begeleid door een voetpad en een grasstrook met wat bomen en struiken. De ontsluitingsweg ‘het Capitool’ onderscheidt zich van de overige wegen door de aanwezigheid van water. De inrichting in dit deel van het Kennispark is hoogst efficiënt en vooral gericht op de auto en de autobereikbaarheid van de verschillende uitgegeven kavels. Ook bij de inrichting van de bouwblokken speelt de auto een prominente rol.
Overal rondom de gebouwen bevinden zich parkeerplaatsen. De meeste gebouwen zijn met hun entree op hun eigen parkeerterrein georiënteerd. De huidige werkomgeving van het B&S park stimuleert geen ontmoetingen. Ze zijn op de rijbaan georiënteerd. De op die kavels beschikbare ruimte wordt door het gebouw en de parkeerplaatsen ingevuld. Het groen beperkt zich tot de reststroken langs de kavelgrenzen. De inrichting en indeling van veel kantoorgebouwen (die in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw zijn gebouwd) beperkt de samenwerking tussen bedrijven binnen één gebouw. Grotere bedrijven bieden nu al vaak ruimte aan startups en kleinere spin-offs om samen aan hun innovaties te werken. De meeste bedrijfs- en kantoorgebouwen zijn hierop moeizaam tot niet in te richten. Het delen van ruimtes en het faciliteren van ontmoetingen vraagt om andere gebouwtypes. Veel van de bestaande panden nodigen ook niet uit om naar binnen te stappen. Er ontbreekt nog een vruchtbaar ecossteem van samenwerkende bedrijven die elkaar ontmoeten en zichtbaar verbonden zijn. Daar valt nog veel te winnen. Om talent aan de regio, Enschede en specifiek aan het Kennispark te binden, moeten wij werk maken van het leef- en werkklimaat. Kennispark Twente is de kraamkamer van spraakmakende bedrijven en producten die zowel nationaal als op wereldwijde schaal aan de weg timmeren.
De line-up van bedrijven die op Kennispark Twente begonnen als spin-off of startup en zich in korte tijd ontwikkelden tot toonaangevende wereldspelers is indrukwekkend. Van de drie topwerklocaties van High Tech Twente is Kennispark Twente de grootste en bekendste. Dat komt vooral door de aanwezigheid en de prestaties van de Universiteit Twente, succesvolle spin-offs en startups en het ondernemende klimaat. Er zijn echter ook veel bedrijven aanwezig die geen (directe) relatie hebben met het Kennispark. Dat zijn o.a. grotere advocatenbureaus, ingenieurbureaus of andere (zakelijke) dienstverlening.
3.2
Plangebied
Het plangebied betreft de groenstrook ten zuiden van de Hengelosestraat, rond de Hengelosestraat zuidzijde. In deze strook is in het vigerende plan 13.000 m2 bvo aan bedrijfbebouwing toegestaan. Van deze mogelijkheid is nog geen gebruik gemaakt. Afbeelding 3.1 geeft met rode arcering globaal het plangebied weer.
bestemmingsplan Kennispark fase 1 (vastgesteld)
23
Afbeelding 3.1: Ruimtelijke structuur B&S park