CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Boeldershoek 2018_Plantoelichting_herstelbesluit

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Boeldershoek 201829.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: a. b. c.

bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld); afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

d. e. f. g.

h.

i.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

6.3

Beschrijving van het plan

6.3.1

Bestemmingen

Bedrijf - Afsluiterlocatie Deze gronden zijn bestemd voor een afsluitvoorziening voor ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen en bijbehorende gebouwen en bouwwerken. Het betreft een klein deel van het plangebied. Dit was voorheen opgenomen in het plangebied van bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest", maar is vanuit praktisch oogpunt nu opgenomen in voorliggend plan. Er zijn geen veranderingen

56

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

aangebracht in de bestemming.

Bedrijf - Afval en energie Deze gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor bedrijven voor afval en energie en productie van secundaire en groene grondstoffen. Daarnaast zijn enkele andere bedrijfsactiviteiten toegestaan, zoals de winning van zout (voor zover daar een concessie voor is uitgegeven) en agrarische nevenactiviteiten ten behoeve van terreinbeheer of bedrijfsvoering. In plan 'Boeldershoek 2009" was deze bestemming opgedeeld in twee bestemmingen: "Bedrijf - Afval en energie - West" en "Bedrijf - Afval en energie - Oost". Er is geen reden om dit onderscheid te behouden. Het gebied met de bestemming "Bedrijf - Afval en energie - West" was gelijk aan het bouwvlak. In het oosten van het plangebied ligt geen bouwvlak. Het onderscheid in bouw- en gebruiksmogelijkheden wordt nagenoeg geheel bepaald door ligging binnen of buiten het bouwvlak. Daarmee vervalt ook de noodzaak tot een onderscheid in "Bedrijf - Afval en energie - West" en "Bedrijf - Afval en energie - Oost". Binnen de bestemming is een 'inwaartse milieuzonering' aangebracht, zodat voldoende afstand wordt bewaard tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen in de omgeving (zoals woningen). Aan deze milieuzonering is geen lijst met bedrijfsactiviteiten gekoppeld.

Bedrijfsactiviteiten moeten passen binnen de definitie van bedrijven voor afval, energie en productie van secundaire en groene grondstoffen, zoals opgenomen inde begrippenlijst van voorliggend bestemmingsplan. Deze nieuwe 'andere bedrijfsactiviteiten' zijn alleen toegestaan op basis van een afwijking met een omgevingsvergunning. Initiatieven die hier niet aan voldoen zijn enkel mogelijk door middel van een separate planologische procedure. Aanvullend op de milieuzonering is voor 4 'grote (typen) installaties' de toegestane capaciteit exact vastgelegd: de afvalscheidingsinstallatie(s), de afvalverbrandingsinstallatie(s), de biomassa elektriciteitscentrale(s) en de biovergistingsinstallatie(s) met composteringsinstallatie(s). Zie paragraaf 4.2.3 voor een nadere toelichting.

Bedrijf - Gasstation Binnen het plangebied ligt een bestaand Industrieel Gasdrukmeet- en regelstation ('IGOS-Hengelo Twence Afvalscheiding'). Deze is specifiek bestemd op advies van Gasunie, vanwege veiligheidsaspecten die uit het Activiteitenbesluit voortvloeien. Door deze specifieke bestemming is de functie van het station beschermd.

Groen De voor “Groen” aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor groenstroken, water(bergingen) en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing, in- en uitritten, toegangswegen, wandel- en fietspaden en de winning van zout (voor zover concessie afgegeven). Verkeer Deze gronden zijn onder andere bestemd voor wegen en toegangswegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water(berging).

6.3.2

Dubbelbestemmingen

Leiding - Gas De dubbelbestemming "Leiding - Gas" is toegekend aan de gronden waarin gastransportleidingen in de bodem aanwezig zijn, met inbegrip van de zakelijk rechtstrook aan weerszijden van de leiding. Op deze gronden is de realisatie van bouwwerken of de uitvoering van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uitsluitend toegestaan wanneer dit geen nadelige gevolgen kan hebben voor de functionaliteit en de veiligheidssituatie van de leiding en na instemming van de leidingbeheerder.

Leiding - Hoogspanning Gronden met deze dubbelbestemming zijn mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

57

bescherming van ondergrondse hoogspanningsleidingen met de daarbij behorende bouwwerken. Hier mag alleen gebouwd worden ten behoeve van deze dubbelbestemming, tenzij er geen (onevenredig) nadelige gevolgen heeft voor de functionaliteit en de veiligheidssituatie van de leiding en er instemming is van de leidingbeheerder.

Leiding - Hoogspanningsverbinding De gronden met deze dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en bescherming van bovengrondse hoogspanningsverbindingen met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het gaat om een 380 kV hoogspanningsleiding in oost-westelijke richting, aan de zuidzijde van het plangebied (grofweg parallel aan de A35). Aan weerszijden van de hartlijn van de leiding ligt een zone van 30 meter waar bij recht alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de electriciteitsvoorziening mogen worden gebouwd. Andere bebouwing is alleen toegestaan via afwijking van het plan, na toestemming van de leidingbeheerder. 6.3.3

Gebiedsaanduidingen

Geluidzone - industrie Ter plaatse van deze aanduiding mogen bij recht geen geluidgevoelige gebouwen worden gebouwd en geen geluidgevoelige terreinen worden aangelegd. Via afwijking zijn er onder diverse voorwaarden wel mogelijkheden voor aanpassing en nieuwbouw van geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige terreinen.

Overig - bodemdalingsgebied Binnen dit gebied mogen geen nieuwe vergunningplichtige bouwwerken gebouwd worden, tenzij advies is ingewonnen bij het Staatstoezicht op de Mijnen over de te verwachten veiligheidsrisico's als gevolg van bodeminstabiliteit in relatie tot de perceelslocatie en verwachte levensduur van het gebouw. Ditzelfde geldt voor diverse in de planregels benoemde (aanleg)werkzaamheden, zoals het doen van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van bodemschatten, het veroorzaken van ontploffingen in de grond en het aanbrengen van buisleidingen voor transport van stoom, water en stoffen.

Archeologisch onderzoeksgebied B In de gebieden met de gebiedsaanduiding "Archeologisch onderzoeksgebied B" geldt een archeologische (voor)onderzoeksplicht voor bodemverstorende activiteiten met een verstoringsoppervlak van meer dan 2500 m2 en een verstoringsdiepte van meer dan 50 cm. In dat geval is de realisatie van bouwwerken, de sloop van bestaande bouwwerken of de uitvoering van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uitsluitend toegestaan wanneer uit het (voor)onderzoek blijkt dat in de bodem geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de in de bodem aanwezige archeologische waarden door de uit te voeren activiteiten niet zullen worden verstoord of in de plannen kunnen worden ingepast.

6.3.4

Algemene regels

anti-dubbeltelregel (artikel 11) De anti-dubbeltelregel is een wettelijk voorgeschreven regel die bepaalt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van latere bouwplannen voor die grond buiten beschouwing blijft. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.

58

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

algemene bouwregels (artikel 12) In de algemene bouwregels zijn twee categorieën bouwregels opgenomen: bouwregels die uitsluitend van toepassing zijn wanneer daar in de bouwregels van een bestemming naar wordt verwezen en bouwregels die van toepassing zijn bij alle bestemmingen. De eerste categorie betreft algemene bouwregels voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, bebouwing buiten het bouwvlak en overige bouwwerken met de daarbij behorende afwijkingsregels. De tweede categorie betreft het onderkelderen van gebouwen en terreinen en het bouwen van nutsvoorzieningen.

algemene gebruiksregels (artikel 13) In de algemene gebruiksregels zijn naast een algemeen gebruiksverbod ook enkele op specifieke situaties gerichte gebruiksregels opgenomen. In het algemeen gebruiksverbod is geregeld dat het verboden is gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel dat niet in overeenstemming is met de in dit bestemmingsplan aan die gronden en bouwwerken gegeven bestemming(en). Van deze regel uitgezonderd is het van het afwijkend gebruik dat door burgemeester en wethouders is toegestaan bij een omgevingsvergunning voor handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving. De op specifieke situaties gerichte gebruiksregels hebben betrekking op het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis in combinatie met wonen, het verbod op de verkoop, vervaardiging, verwerking en opslag van vuurwerk en het gebruik van gronden en bouwwerken die niet zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein als geluidzoneringsplichtige inrichting.

algemene aanduidingsregels (artikel 14) De algemene aanduidingsregels bevat de regels voor de diverse gebiedsaanduidingen in het bestemmingsplan. Gebiedsaanduidingen kunnen onder andere zijn opgenomen voor de bescherming van (mogelijk) in de bodem aanwezige archeologische waarden of voor de bescherming van milieugevoelige functies tegen milieuhinder (zoals geluids- of geurzones). De in het bestemmingsplan opgenomen gebiedsaanduidingen zijn beschreven in paragraaf 6.3.3 van deze toelichting.

algemene afwijkingsregels (artikel 15) In de algemene afwijkingsregels is geregeld onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders in concrete gevallen bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen (algemene) bouw- en/of gebruiksregels.

algemene wijzigingsregels (artikel 16) In de algemene wijzigingsregels is geregeld onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders in bepaalde concreet genoemde gevallen onderdelen van het bestemmingsplan kunnen wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheden liggen in het verlengde van de afwijkingsbevoegdheden zoals genoemd in de algemene afwijkingsregels maar hebben doorgaans een grotere impact op de woon- en leefomgeving. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan een wijzigingsbevoegdheid voor het in geringe mate wijzigen van bestemmings- en/of bouwgrenzen om een gewenst en voor het overige in het bestemmingsplan passend bouwplan mogelijk te kunnen maken.

algemene procedureregels (artikel 17) In de algemene procedureregels wordt verwezen naar de wettelijk voorgeschreven procedureregels voor de toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden, aangevuld met enkele specifieke gemeentelijke procedureregels. De algemene procedureregels bevatten ook het afwegingskader voor de toepassing van alle in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en bevoegdheden tot het bij een omgevingsvergunning stellen van nadere eisen. Dit kader is dus niet apart bij ieder van deze bevoegdheden opgenomen. Het kader wordt verder toegelicht in paragraaf 6.3.5. bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

59

overige regels (artikel 18) In het artikel 'overige regels' zijn regels opgenomen die aanvullende werking hebben op de bouw- en gebruiksregels in het bestemmingsplan. Het betreft de regels voor het op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor parkeren en laden en lossen en de regels voor het bij nieuwbouw op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater.

6.3.5

Flexibiliteit

De planregels vormen het juridisch bindend kader dat aangeeft waar en hoeveel er gebouwd mag worden en waar het voor gebruikt mag worden. De planregels kunnen niet in alle ontwikkelingen voorzien. In sommige gevallen is een bepaalde ontwikkeling wenselijk, maar niet passend binnen de planregels. In deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze invulling gegeven wordt aan de diverse flexibiliteitsbepalingen in de planregels.

Afwijkingsregels De afwijkingsregels van de bouw- of gebruiksregels maken afwijkingen van geringe aard mogelijk. De bestemming van de grond waarop de afwijking betrekking heeft, wijzigt daardoor niet. Om hiervan gebruik te kunnen maken, moet een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving' aangevraagd worden. Burgemeester en wethouders maken vervolgens de afweging of de vergunning verleend kan worden. Hierbij gelden veelal specifieke toepassingscriteria voor de betreffende afwijkingsmogelijkheid. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het algemene afwegingskader dat in deze paragraaf verder wordt toegelicht. Dat algemene afwegingskader geldt ook voor de toepassing van wijzigingsbevoegdheden en bevoegdheden tot het bij een omgevingsvergunning stellen van nadere eisen.

Nadere eisen Met het stellen van nadere eisen bij een omgevingsvergunning kunnen burgemeester en wethouders een aangevraagde activiteit op ondergeschikte onderdelen aanpassen. Het gaat hierbij om zaken zoals het aanpassen van de vorm of de situering van een bouwwerk of de inrichting van een terrein. Met 'nadere eisen' kunnen geen ingrijpende veranderingen plaatsvinden in de bestemmingen of afwijkingen van de bestemming worden toegestaan. Het gaat altijd om nadere eisen van andere op dat vlak gestelde regels in het bestemmingsplan.

Afwegingskader Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid, een wijzigingsbevoegdheid en/of de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen wordt, naast de specifieke toepassingscriteria voor een bepaalde bevoegdheid, het algemene beoordelingskader gehanteerd zoals in onderstaand overzicht is weergegeven. Dit is in de regels opgenomen onder 'algemene procedureregels' in voorliggend bestemmingsplan (artikel 17). Op deze wijze worden aanvragen zoveel mogelijk op dezelfde criteria beoordeeld en geeft het gebruikers/eigenaren van gronden in het plangebied meer duidelijkheid en rechtszekerheid over de toepassing van de flexibiliteitmogelijkheden in de planregels..

Bij toepassing van een afwijking, wijziging en/of nadere eis mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: Woon- en leefklimaat:

60

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Er dient rekening gehouden te worden met het in stand houden van een goed woon- en leefklimaat, hierbij dient gelet te worden op: - de verkeersaantrekkende werking, deze mag geen onevenredige gevolgen hebben voor de bereikbaarheid van de locatie en zijn directe omgeving; - de parkeerbehoefte mag niet tot gevolg hebben dat de parkeerdruk op de openbare ruimte wordt vergroot; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - lichttoetreding en bezonning, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitstraling naar (bebouwing op) aangrenzende gronden; - de eventuele gevolgen voor het aanwezige uitzicht; - de aanwezigheid van voldoende privacy; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor het voorkomen van hittestress; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor een duurzame energievoorziening.

Straat- en bebouwingsbeeld: In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: - een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing); - de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; - gevelbeelden; - de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; - de hoogtedifferentiatie; - de situering van gebouwen op het perceel. Bepalend daarbij is de specifieke situatie ter plaatse van de locatie waarop de beoogde ontwikkeling betrekking heeft en hoe zich die verhoudt tot zijn directe omgeving. Een hoekpand aan een belangrijke stedenbouwkundige structuur vraagt immers om een andere benadering dan een woongebouw in een woonhofje ergens in een groene buitenwijk. Verkeersveiligheid: Ter waarborging van de verkeersveiligheid moet rekening gehouden worden met: - de toename van de verkeersintensiteit; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - benodigde uitzichthoeken van wegen; - de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; - de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; - de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte.

Sociale veiligheid: Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is moet rekening gehouden worden met: - de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; - de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Voor de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding moet rekening gehouden worden met de volgende aspecten: - aanwezigheid van kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten; - de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; - de bereikbaarheid van de bouwwerken voor hulpdiensten; - de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen. Milieusituatie:

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

61

Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep moet rekening gehouden worden met: - de mate van hinder voor de omliggende functies; - de gevolgen voor de externe veiligheid; - de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; - de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; - de gevolgen voor beschermde (natuur)gebieden; - de gevolgen voor de bodemkwaliteit; - de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit; - de situering van gebouwen ten opzichte van het water; - het tegengaan van een ongewenste permanente verlaging of verhoging van de grondwaterstand, bijvoorbeeld als gevolg van onderkeldering. Cultuurhistorische waarde: Bij een ruimtelijke ingreep moet rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarde van een gebouw of ensemble van gebouwen in relatie met de omgeving. Gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden: Een nieuwe ontwikkeling in een gebied kan gevolgen hebben voor de omgeving. Als een nieuwe ontwikkeling voldoet aan de planregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan kan de omgeving hier vooraf rekening mee houden. Het afwijken van de planregels of het stellen van nadere eisen voor een nieuwe ontwikkeling mag niet leiden tot het beperken van de bouw- en gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden.

Daarbij moet ook rekening worden gehouden met eventuele privaatrechtelijke aspecten.

Aanvullend afwegingskader voor het stellen van eisen ter bescherming van bomen In de regels van het bestemmingsplan is een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen tot het stellen van nadere eisen bij een omgevingsvergunning ter bescherming van bomen. Hiermee kunnen in concrete gevallen beschermende maatregelen worden voorgeschreven om te voorkomen dat in de nabijheid van op grond van de APV beschermde bomen bouwwerken worden gerealiseerd die mogelijk schade kunnen veroorzaken aan deze beschermde bomen. Bij de uitoefening van deze bevoegdheid betrekken burgemeester en wethouders de bij de APV gestelde nadere regels voor de bescherming van bomen. 6.3.6

Milieuzonering

Op de planverbeelding is een 'milieuzonering' opgenomen. Veelal wordt een 'Lijst van bedrijfstypen' gekoppeld aan een dergelijke zonering, gebaseerd op de indeling uit de herziene publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In voorliggend plan is de Lijst van bedrijfstypen vervangen door een begripsomschrijving, specifiek voor 'bedrijven voor afval, energie en productie van secundaire en groene grondstoffen'. Op basis van dit begrip zijn 'andere bedrijfsactiviteiten' mogelijk via een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, afhankelijk van de ter plaatse geldende milieucategorie. In de begripsomschrijving is een zo concreet mogelijke omschrijving opgenomen van de bedrijfsactiviteiten die hieronder worden verstaan. De beschrijving kan niet uitputtend zijn, omdat de afvalsector constant in beweging is en nieuwe technieken voor hergebruik, reiniging etc. worden onderzocht. Elk van deze nieuwe bedrijfsactiviteiten wordt apart afgewogen, omdat er een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingplan voor nodig is. Op deze manier is vooraf meer duidelijkheid gegeven over de bedrijfsactiviteiten die verwacht kunnen worden dan dat het geval is bij een algemene Lijst van bedrijfstypen met bijbehorende wijzigingsbevoegdheden.

De concrete bedrijfsvoering in een bedrijf en/of milieuvergunning(en) bieden nader inzicht in hoeverre een bedrijfsactiviteit tot een bepaalde milieucategorie gerekend moet worden en daarom al dan niet toelaatbaar is. Deze wordt bepaald door de aan te houden afstand ten opzichte van een milieugevoelige bestemming vanwege de mogelijke hinder van de milieufactoren geur, stof, gevaar en geluid. De grootste van de vier afstanden is maatgevend (de maximale hindercontour) en bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Om hier duidelijkheid in te scheppen is een definitie opgenomen van het begrip 'milieucategorie' in de planregels.

62

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Volgens de systematiek uit de hiervoor genoemde VNG-publicatie wordt bij het aanbrengen van milieuzonering in eerste instantie uitgegaan van een richtafstand (maximale hindercontour) tot functies binnen het omgevingstype 'rustige woonwijk' (ofwel 'rustig buitengebied'). Bij het omgevingstype 'gemengd gebied', een gebied met een matige tot sterke functiemenging, kunnen de richtafstanden volgens de systematiek met één afstandsstap worden verminderd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Zoals toegelicht in paragraaf 4.2.3 is de omgeving te beschouwen als een 'gemengd gebied', zoals ook gehanteerd als uitgangspunt voor de milieuzonering in het plan 'Boeldershoek 2009'. In voorliggend plan is er echter voor gekozen om voor een deel uit te gaan van het omgevingstype 'rustig buitengebied'. In voorliggend bestemmingsplan is een milieuzonering opgenomen met de volgende milieucategorieën: milieucategorie 3.2: bedrijfsactiviteiten met een hinderafstand van maximaal 100 meter; milieucategorie 4.1: bedrijfsactiviteiten met een hinderafstand van maximaal 200 meter; milieucategorie 4.2: bedrijfsactiviteiten met een hinderafstand van maximaal 300 meter. Bij de beoordeling van de inpasbaarheid van een activiteiten geldt daarnaast ook altijd het afwegingskader dat geldt voor alle binnenplanse afwijkingsmogelijkheden in voorliggend plan (lid 17.2).

6.4

Handhaving

Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in het bestemmingsplan passen. In het kader van de bedrijven- en milieuinventarisatie is voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan onderzocht in hoeverre de functies die in het plangebied voorkomen in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan en bij geconstateerde afwijkingen eventueel gelegaliseerd kunnen worden.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

63

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Het hoofddoel van dit bestemmingsplan is de bestaande situatie juridisch vast te leggen. Het plan heeft, op een gering aantal kleinere wijzigingen na, hoofdzakelijk een conserverend karakter. Het accent ligt dan ook voornamelijk op het beheer van de bestaande situatie. Daar waar als gevolg van voorliggende plan mogelijk projecten mogelijk worden gemaakt, betreft het particuliere initiatieven van Twence BV, waarvan de uitvoering niet afhankelijk is van financiële bijdragen van de gemeente Enschede. Voor de gemeente zijn aan de plannen van de initiatiefnemer geen kosten verbonden. In verband met het feit dat de gemeente binnen het plangebied geen ontwikkelingen met financiële consequenties initieert, is bij dit plan geen exploitatieopzet gevoegd. Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat de economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan voldoende is aangetoond.

64

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede

© Augustus 2021, gemeente Enschede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=c852eefa-16f1-4c8b-979c-b282a9058937