CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Boeldershoek 2018_Planregels

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Boeldershoek 201814.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels Bestemmingsplan Boeldershoek 2018

Status: Vastgesteld

Boeldershoek 2018

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

4 4 13

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf - Afsluiterlocatie Artikel 4 Bedrijf - Afval en energie Artikel 5 Bedrijf - Gasstation Artikel 6 Groen Artikel 7 Verkeer Artikel 8 Leiding - Gas Artikel 9 Leiding - Hoogspanning Artikel 10 Leiding - Hoogspanningsverbinding

15 15 16 21 22 24 26 28 30

Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

32 32 33 34 35 37 38 39 40

Hoofdstuk 4 Artikel 19 Artikel 20

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

41 41 43

2

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Regels

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1

1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Boeldershoek 2018 met identificatienummer NL.IMRO.0153.BP00169- van de gemeente Enschede. 1.2

bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels van het plan regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

achtererfgebied:

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.6

afvaldepot:

opslag van afvalstoffen in de open lucht danwel afgedekt, anders dan storten. 1.7

agrarische nevenactiviteiten:

agrarisch gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming, zoals het houden van schapen en het verbouwen van druiven. 1.8

ander geluidsgevoelig gebouw:

een bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen gebouw, niet zijnde een woning, dat vanwege de bestemming daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft: a. b. c. d. e. f.

een onderwijsgebouw; een ziekenhuis; een verpleeghuis; een verzorgingstehuis; een psychiatrische inrichting; een kinderdagverblijf,

met uitzondering van de delen van het gebouw die een andere gebruiksfunctie en/of bestemming hebben dan verblijfsruimten. 1.9

antennedrager:

antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.

4

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

1.10

antenne-installatie:

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.11

archeologische waarde

vindplaats of vondst met een oudheidkundige waarde, met name archeologische relicten in hun oorspronkelijke ruimtelijke context. 1.12

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.13

bebouwingspercentage:

een op de verbeelding van het plan of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten minste moet of ten hoogste mag worden bebouwd. 1.14

bedrijf:

een onderneming gericht op het produceren, vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen. 1.15

bedrijfswoning:

een woning in of bij een (bedrijfs)gebouw of op een (bedrijven)terrein kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouwen of het terrein, noodzakelijk is. 1.16

bedrijven voor afval, energie en productie van secundaire en groene grondstoffen:

bedrijven met bedrijfsactiviteiten die bestaan uit: a.

b.

c.

d.

e.

bewerking en verwerking van afval, reststromen en biomassa, waaronder in ieder geval wordt verstaan: 1. afvalscheiding; 2. afvalverbranding; 3. storten van afval; 4. composteren en vergisten van biomassa en opwerken van biogas. energie-opwekking uit afval, reststromen en biomassa, waaronder in ieder geval wordt verstaan: 1. energie-opwekking uit afval en reststromen; 2. energie-opwekking uit biomassa/biogas (waaronder door vergisting en verbranding). productie van secundaire en groene grondstoffen door (na)bewerking van afval, reststromen en biomassa, waaronder in ieder geval wordt verstaan: 1. immobilisatie en opwerking van bodemas en reststoffen uit een afvalverbrandingsinstallatie; 2. scheiden en drogen van digestaat uit een biovergistingsinstallatie; 3. afvang en productie van CO2 uit de rookgassen van installaties, ten behoeve van nuttige toepassingen; 4. productie van bouwstoffen uit reststromen van afvalscheiding en -verbranding. voorbewerking van afval, reststromen en biomassa ten behoeve van (verdere) verwerking binnen de bestemming Bedrijf - Afval en energie, zoals: bewerking van biomassa (bijvoorbeeld verkleinen en zeven van hout of grove biomassa) ten behoeve van een betere verwerking in een biomassa-energiecentrale of vergistingsinstallatie. ondersteunende activiteiten aan het bedrijfsproces, zoals: 1. afvalwaterbehandeling; 2.

het wassen van voertuigen en containers; 3. brandstofvoorziening voor aftanken materieel (geen LPG);

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

5

4.

5.

1.17

tijdelijke opslag van afval, reststromen en biomassa ten behoeve van verwerking binnen de bestemming Bedrijf - Afval en energie, danwel in afwachting van afvoer naar een externe verwerker indien afvalstoffen onverhoopt niet (verder) binnen de bestemming verwerkt kunnen worden; tijdelijke opslag van binnen de bestemming Bedrijf - Afval en energie bewerkte en geproduceerde stoffen, inclusief grond, in afwachting van het moment van afzet.

beperkt kwetsbare objecten:

de objecten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, zijnde: a.

verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden; kantoorgebouwen, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; hotels en restaurants, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; winkels , voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of electriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.

b. c. d. e. f. g. h.

i.

1.18

bergingsopgave:

de hoeveelheid hemelwater afkomstig van bebouwing en overig verhard oppervlak die tijdelijk geborgen moet worden op het bij die bebouwing en/of verharding behorende terrein dan wel in of op de bebouwing zelf en/of in de bodem geïnfiltreerd. De opgave wordt uitgedrukt in millimeters dan wel liters per vierkante meter verhard oppervlak. 1.19

beschermde boom:

een op het door burgemeester en wethouders vastgestelde bomenoverzicht weergegeven boom of boomgroep en alle gemeentelijke bomen die niet op dit overzicht zijn weergegeven, waarvoor in de algemene plaatselijke verordening een omgevingsvergunning voor het kappen van houtopstanden verplicht is gesteld. 1.20

bestaande bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde en niet zijnde een tijdelijk toegestaan bouwwerk, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan volgens het geldende recht aanwezig of in uitvoering zijn dan wel na dat tijdstip zijn of mogen worden opgericht krachtens een omgevingsvergunning, die vóór dat tijdstip is aangevraagd. 1.21

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.22

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

6

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

1.23

bouwen:

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.24

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.25

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26

bouwperceelgrens:

De grens van een bouwperceel. 1.27

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.28

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.29

dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.30

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van afhaalzaken. 1.31

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals een uitzendbureau, reisbureau, kapsalon, wasserette, schoonheidsinstituut, pedicure, belwinkel en internetcafé, met uitzondering van seksinrichtingen. 1.32

eindafwerking:

eindafwerking van een (voormalige) stortheuvel als bedoeld in de 'Richtlijnen voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen' (Ministerie van VROM, 1991) of diens rechtsopvolger, waarvan een bovenafdichting als bedoeld in artikel 4 lid 4 van het 'Stortbesluit bodembescherming' onderdeel is. 1.33

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover het plan die inrichting niet verbiedt.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

7

1.34

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.35

geluidgevoelig terrein:

een standplaats voor een woonwagen of een ligplaats in het water voor een woonschip. 1.36

geluidluwe gevel

een gevel waarvan de geluidsbelasting ten gevolge van elk van de afzonderlijk te onderscheiden bronnen op grond van de Wet geluidhinder niet hoger is dan de voorkeurgrenswaarde die voor elk van de te onderscheiden geluidsbronnen geldt. 1.37

geluidwerende voorziening:

voorziening bedoeld om de emissie van geluid vanuit een geluidsbron naar buiten toe te beperken, bijvoorbeeld in de vorm van een wal of muur. 1.38

geluidzone - industrie:

een geluidzone, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege het gezoneerde industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. 1.39

geluidzoneringsplichtige bedrijfsactiviteiten:

bedrijfsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, welke in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.40

gezoneerd industrieterrein:

een industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder waarop bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, zijn toegelaten, welke in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.41

grenswaarde:

grenswaarde, als bedoeld in artikel 5.1, lid 3 van de Wet milieubeheer en zoals uitgewerkt in het Besluit externe veiligheid inrichtingen ten aanzien van het niveau van het plaatsgebonden risico (PR). 1.42

groothandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit. 1.43

hogere grenswaarde:

een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van woningen, andere geluidgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, die hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

8

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

1.44

hoofdgebouw:

een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.45

infrastructureel kunstwerk:

een bouwwerk ten behoeve van verkeersdoeleinden en/of de waterhuishouding, zoals een viaduct, een brug, een dam, een duiker, een sluis, beschoeiingen en remmingswerken, met uitzondering van (aanleg)steigers. 1.46

kantoor:

een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dat door zijn indeling en inrichting bedoeld is om uitsluitend of in hoofdzaak te worden gebruikt voor zakelijke dienstverlening, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.47

kelder:

het beneden peil gelegen gedeelte van een gebouw. 1.48

kwetsbare objecten:

de objecten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, zijnde: a. b.

c.

d.

1.49

woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde beperkt kwetsbare objecten; gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen, of 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor de dagopvang van minderjarigen. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak (b.v.o.) van meer dan 1500 m² per object, of 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal b.v.o. van meer dan 2000 m² per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. milieucategorie:

een groep bedrijfsactiviteiten die een gelijke of nagenoeg gelijke milieuhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), editie 2009. De milieucategorie van een bedrijfsactiviteit wordt bepaald door de aan te houden afstand ten opzichte van een milieugevoelige bestemming vanwege de mogelijke hinder van de milieufactoren geur, stof, gevaar en geluid. De grootste van de vier afstanden is maatgevend. Deze maximale hinderafstand (de maximale hindercontour) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie: milieucategorie 3.2: bedrijfsactiviteiten met een hinderafstand van maximaal 100 meter; milieucategorie 4.1: bedrijfsactiviteiten met een hinderafstand van maximaal 200 meter; milieucategorie 4.2: bedrijfsactiviteiten met een hinderafstand van maximaal 300 meter. De hinderafstand van een activiteit voor de vier milieufactoren geur, stof, gevaar en geluid wordt op dezelfde manier bepaald als dat voor activiteiten in de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" is gedaan. Voor geluid is de hinderafstand bijvoorbeeld de afstand waarop een activiteit zorgt voor een geluidsniveau van 45 dB(A) etmaalwaarde.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

9

1.50

niet zelfstandige horeca:

horeca die een functionele relatie heeft met de in de bestemmingsomschrijving genoemde hoofdfunctie en uitsluitend ondergeschikt en ondersteunend is aan die hoofdfunctie. 1.51

nutsvoorzieningen:

boven en/of ondergrondse infrastructurele voorzieningen (buisleidingen, kabels, gebouwen, installaties en andere bouwwerken), met uitzondering van bovengrondse hoogspanningsverbindingen en hoge druk aardgastransportleidingen, ten behoeve van algemene nutsdoeleinden zoals de watervoorziening, afval, energievoorziening, warmte-koude opslag of het (tele)communicatie-verkeer. 1.52

omgevingsvergunning:

omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.53

onderbouw:

een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer, waarvan de bovenkant minder dan 1,5 meter boven peil is gelegen. 1.54

openbaar toegankelijk gebied:

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen die uitsluitend zijn bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.55

overig bouwwerk:

bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.56

perceelsgrens:

de grens van een (bouw)perceel. 1.57

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.58

risicovolle (bedrijfs-)activiteiten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi):

risicovolle activiteiten waarbij op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde of richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.59

seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

10

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

1.60

storten:

op of in de bodem brengen van afvalstoffen om deze daar te laten. 1.61

stortheuvel:

geheel of gedeeltelijk afgedekte heuvel hoofdzakelijk ontstaan door het storten. Hieronder wordt mede verstaan de bovenste laag van de heuvel die is bedoeld ter afdekking of ter visuele afscherming van het gestorte afval of afvaldepots en die bestaat uit aarde of daarop gelijkend materiaal, exclusief de eindafwerking. 1.62

straatmeubilair:

de op of bij de weg behorende bouwwerken, constructies en objecten voor bewegwijzering, beveiliging en regeling van het verkeer, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, parkeermeters, stadsplattegronden, zitbanken, bloem- en plantenbakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri's en andere, met de hiervoor genoemde gelijk te stellen bouwwerken, constructies en objecten. 1.63

tijdelijk toegestaan bouwwerk:

een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat is of mag worden opgericht krachtens een omgevingsvergunning waarbij is bepaald dat het bouwwerk uitsluitend aanwezig mag zijn gedurende de in de omgevingsvergunning genoemde periode. 1.64

verblijfsgebied:

openbaar toegankelijk gebied dat is bestemd voor (de aanleg en instandhouding van) erfontsluitingswegen, pleinen, voet- en fietspaden, parkeerplaatsen, (openbare) nutsvoorzieningen, waterlopen en -partijen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, overig straatmeubilair en geluidwerende voorzieningen. 1.65

verblijfsruimten:

de ruimten als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit geluidhinder, zijnde: a. b. c. d. e.

1.66

leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen; onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen; onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven; theorievaklokalen van onderwijsgebouwen; ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen. voorkeursgrenswaarde:

de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van woningen, andere geluidgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder. 1.67

vuurwerk:

vuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit 1.68

vuurwerkbedrijf:

inrichting of bedrijf voor de vervaardiging, verwerking en/of opslag van vuurwerk en/of groothandel in vuurwerk.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

11

1.69

vuurwerkbesluit:

besluit houdende regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk; 1.70

warmte-koude opslag:

energievoorziening in de vorm van het opslaan van warmte en/of koude in de bodem waarbij gebruik wordt gemaakt van de temperatuur van het grondwater om gebouwen te verwarmen in de winter en/of af te koelen in de zomer. 1.71

woning / wooneenheid:

een (gedeelte van een) gebouw met woonfunctie / een complex van ruimten, dat door zijn indeling en inrichting uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.72

zendmast:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarop antenne-installaties worden geplaatst.

12

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4

de hoogte van een stortheuvel:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een stortheuvel. 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6

buitenwerks gevelvlak van een bouwwerk:

Het gedeelte van het bouwwerk dat, voorzover van wanden voorzien, van buitenaf zichtbaar is. Voor bouwwerken die niet of niet aan alle zijden door wanden omsloten worden, wordt de loodrechte projectie van de dakrand op het maaiveld als buitenwerks gevelvlak aangemerkt. 2.7

de afstand tot de perceelsgrens:

de kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de perceelsscheiding van het bouwperceel. 2.8 a. b.

c. d.

2.9

peil: voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst en niet gelegen op een stortheuvel: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, niet gelegen op een stortheuvel: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw; voor een stortheuvel en eventueel daarop geplaatste bebouwing: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse, niet zijnde een (andere) stortheuvel. minimum/maximum bebouwingspercentage:

Het aangegeven bebouwingspercentage moet worden berekend over het gehele bouwvlak. Voor de berekening blijven bouwwerken gelegen beneden peil buiten beschouwing.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

13

2.10

bruto vloeroppervlak van een gebouw (b.v.o.):

de totale en buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van de ruimten van een gebouw met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige ruimten. 2.11

ondergeschikte bouwdelen:

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

14

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3

3.1

Bestemmingsregels

Bedrijf - Afsluiterlocatie

Bestemmingsomschrijving

De voor "Bedrijf - Afsluiterlocatie" aangewezen gronden zijn bestemd voor een afsluitvoorziening en bijbehorende gebouwen en bouwwerken en daarbij behorende: a. b. c. d.

ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen voor bevoegden; waterlopen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Voor gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b.

de totale oppervlakte en de bouwhoogte van gebouwen mogen niet meer dan respectievelijk 10 m 2 en 3 m bedragen. Nieuwe gebouwen en overige bouwwerken mogen alleen gebouwd worden indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1.

3.2.2

Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen als bedoeld in artikel 12.3. 3.4 a.

b.

c.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: 1. het aanbrengen van buisleidingen als bedoeld in artikel 3.1, onder a, danwel (overige) buisleidingen voor transport van stoffen voor algemene nutsdoeleinden. 2. het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; 3. het veroorzaken van ontploffingen in de grond; Het onder a vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud of beheer betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn of mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende omgevingsvergunning, op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt. De werken of werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

15

Artikel 4

4.1 a.

Bedrijf - Afval en energie

Bestemmingsomschrijving De voor “Bedrijf - Afval en energie” aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijfsactiviteiten conform het bepaalde in dit lid onder b tot en met d. Op de onder a bedoelde gronden zijn toegestaan: 1. afvalscheidingsinstallatie(s), tot een totale maximum capaciteit van 180 kton per jaar, uitsluitend binnen het 'bouwvlak', zoals aangegeven op de verbeelding; 2. afvalverbrandingsinstallatie(s), tot een totale maximum capaciteit van 650 kton per jaar, uitsluitend binnen het 'bouwvlak', zoals aangegeven op de verbeelding; 3. biomassa elektriciteitscentrale(s), tot een totale maximum capaciteit van 220 kton per jaar, uitsluitend binnen het 'bouwvlak', zoals aangegeven op de verbeelding; 4. biovergistingsinstallatie(s) en composteringsinstallatie(s), tot een totale maximum capaciteit van 190 kton per jaar, uitsluitend binnen het 'bouwvlak', zoals aangegeven op de verbeelding; 5. stortheuvels tot een totaalvolume van 7,3 miljoen m 3 afval. Op de onder a bedoelde gronden zijn voorts toegestaan: 1. agrarische nevenactiviteiten ten behoeve van terreinbeheer of bedrijfsvoering; 2. de winning van zout, voor zover daar een concessie voor is uitgegeven, met daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen; 3. de opwekking van zonne-energie; 4.

bij de onder a tot en met c genoemde doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, alsmede wegen, straten, voet- en fietspaden, water, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en daarbij behorende bouwwerken, zoals straatmeubilair. 5. voor zover niet vallend onder nutsvoorzieningen: buisleidingen voor transport van stoom, water en overige stoffen, niet zijnde buisleidingen voor gevaarlijke stoffen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing is. Binnen de bestemming Bedrijf - Afval en energie zijn uitgesloten: 1. risicovolle (bedrijfs-)activiteiten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); 2. nieuwe activiteiten en/of uitbreidingen danwel wijzigingen van activiteiten waarvoor een m.e.r. danwel m.e.r.-beoordeling (geen vormvrije m.e.r.-beoordeling zijnde) benodigd is als bedoeld in het Besluit m.e.r.; 3. nieuwe activiteiten en/of uitbreidingen danwel wijzigingen van activiteiten die leiden tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden ten opzichte van de effecten van de vergunde situatie zoals opgenomen in de vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (tegenwoordig Wet natuurbescherming) met kenmerk 2015/0324440 (d.d. 21-01-2016) of de geldende opvolger van deze vergunning ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

b.

c.

d.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

a.

b. c.

d.

Op de voor 'Bedrijf - Afval en energie' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 4.1 danwel de afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van lid 4.1; Ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingspercentage (%)'' mag het bebouwingspercentage niet worden overschreden; Geen bebouwing mag worden opgericht binnen een afstand van 3,5 meter van een niet langs een openbare weg of openbaar groen gelegen zijdelingse perceelsgrens en binnen een afstand van 5 meter van een niet langs een openbare weg of openbaar groen gelegen achterste perceelsgrens, tenzij het oprichten van bebouwing uit het oogpunt van rampenbestrijding geen gevaar oplevert. Nieuwe gebouwen en overige bouwwerken mogen alleen gebouwd worden indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1.

16

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

4.2.2

Gebouwen

Voor gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

d.

Gebouwen dienen binnen het 'bouwvlak', zoals aangegeven op de verbeelding, te worden gebouwd; Ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m)'' mag de aangegeven bouwhoogte van een gebouw niet worden overschreden; In afwijking van het bepaalde onder b geldt: 1. een maximum bouwhoogte van 5 meter voor gebouwen voor agrarische nevenactiviteiten; 2. een maximum bouwhoogte van 3 meter voor gebouwen voor de winning van zout en geldt; De oppervlakte van een gebouw voor de winning van zout mag niet meer dan 25 m 2 bedragen.

4.2.3

Nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van nutsvoorzieningen, niet zijnde buisleidingen, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

de maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 25 m²; de maximum goothoogte van een bouwwerk bedraagt 3 meter; de maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 5 meter.

4.2.4

Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 6 meter bedragen; de bouwhoogte van kunstobjecten (beeldende kunst) en masten mag maximaal 15 meter bedragen; de hoogte van schoorstenen ten behoeve van de bestemming mag maximaal 80 meter bedragen; schoorstenen dienen binnen het 'bouwvlak', zoals aangegeven op de verbeelding, te worden gebouwd; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 10 meter bedragen.

4.3 a. b.

Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen als bedoeld in artikel 12.3. Aanvullend op het bepaalde onder a kunnen Burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de situering en bouwhoogte van een bouwwerk (niet zijnde masten), teneinde te waarborgen dat een bouwwerk, door middel van een stortheuvel en/of beplanting aan het zicht onttrokken zal zijn van een waarnemer: 1. op het tracé Hofdijk-Grote Veldweg-Elkemanweg, voor zover dat tracé parallel loopt aan de grens van het plangebied; zie bijlage 1; 2. op het tracé A35-Strootbeekweg-Kwinkelerweg en het gebied ten zuiden van de A35 (De Boekelerhoek genoemd); zie bijlage 1.

4.4

Afwijken van de bouwregels

4.4.1

Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.4: onder b voor het bouwen van masten, hoger dan 15 meter; onder e voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan 10 meter. 4.4.2

Toepassingscriteria

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. b. c.

de algemene bouwregels volgens artikel 4.2.1 blijven van toepassing; voor bouwwerken binnen het 'bouwvlak', zoals aangegeven op de verbeelding, geldt dat de aangegeven bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m)'' niet mag worden overschreden. voor bouwwerken buiten het 'bouwvlak', zoals aangegeven op de verbeelding, gelden de volgende voorwaarden: 1. deze bouwwerken dienen door een stortheuvel en/of beplanting aan het zicht onttrokken te zijn van

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

17

2. 3. 4.5

een waarnemer op het tracé Hofdijk-Grote Veldweg-Elkemanweg, voor zover dat tracé parallel loopt aan de grens van het plangebied en op het tracé A35-Strootbeekweg-Kwinkelerweg en het gebied ten zuiden van de A35 (De Boekelerhoek); zie bijlage 1; afwijking van het bepaalde onder 1 is mogelijk mits een goede landschappelijke inpassing op andere wijze wordt verzekerd; de bouwhoogte bedraagt nooit meer dan 35 meter ten opzichte van het peil. Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a.

afvaldepots die niet door middel van een bouwwerk, een stortheuvel en/of beplanting aan het zicht zijn onttrokken van een waarnemer op het tracé Hofdijk-Grote Veldweg-Elkemanweg, voor zover dat tracé parallel loopt aan de grens van het plangebied, en op het tracé A35-Strootbeekweg-Kwinkelerweg en het gebied ten zuiden van de A35 (De Boekelerhoek); zie bijlage 1; stortheuvels die niet voldoen aan de gestelde en verbeelde inrichtingseisen ter plaatse van de dwarsprofielen, zoals weergegeven in bijlage 1 bij de regels; storten van afval indien het storten en daartoe in te zetten materieel niet door middel van een stortheuvel en/of beplanting aan het zicht is onttrokken van een waarnemer op het tracé Hofdijk-Grote Veldweg-Elkemanweg, voor zover dat tracé parallel loopt aan de grens van het plangebied (zie bijlage 1); het verhogen van een stortheuvel ten noorden van de (voormalige) Strootbeekweg (zie bijlage 1) indien de te verhogen (delen van) de stortheuvel niet door andere (delen van) stortheuvels aan het zicht zijn onttrokken van een waarnemer op het tracé Grote Veldweg-Elkemanweg, voor zover dat tracé parallel loopt aan de grens van het plangebied (zie bijlage 1); het verhogen van een stortheuvel ten zuiden van de (voormalige) Strootbeekweg (zie bijlage 1) tot een hoogte van meer dan 26 meter ten opzichte van het peil indien de te verhogen (delen van) de stortheuvel niet door

andere (delen van) stortheuvels aan het zicht zijn onttrokken van een waarnemer op het tracé Hofdijk-Grote Veldweg voor zover dat tracé parallel loopt aan de grens van het plangebied (zie bijlage 1); delen van stortheuvels die niet zijn beplant danwel niet zijn ingezaaid (mengsel van gras, ruigte en struweel), voor zover deze delen van stortheuvels zichtbaar zijn voor een waarnemer op het tracé Hofdijk-Grote Veldweg-Elkemanweg en voor zover dat tracé parallel loopt aan de grens van het plangebied (zie bijlage 1); een hoogte van een stortheuvel van meer dan 35 meter hoog ten opzichte van het peil; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bewoning; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige kantoren; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige horeca.

b. c.

d.

e.

f.

g. h. i. j. k. l. 4.6

Voorwaardelijke verplichting

De voor Bedrijf - Afval en energie aangewezen gronden mogen alleen gebruikt worden voor het storten en voor afvaldepots, indien de delen van de stortheuvels die zichtbaar zijn voor een waarnemer op het tracé Hofdijk-Grote Veldweg-Elkemanweg en voor zover dat tracé parallel loopt aan de grens van het plangebied (zie bijlage 1), zijn beplant danwel zijn ingezaaid (mengsel van gras, ruigte en struweel) en deze begroeiing in stand blijft, waarbij geldt dat: a.

deze voorwaardelijke verplichting voor de op het moment van onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan aanwezige stortheuvels geldt vanaf 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; deze voorwaardelijke verplichting geldt voor de na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan te verhogen delen van stortheuvels (inclusief eventuele verhogingen die mogelijk worden gemaakt met toepassing van lid 4.7.1 onder c) vanaf 12 maanden na aanvang van de fysieke werkzaamheden die nodig zijn voor het verhogen van de stortheuvel.

b.

4.7

Afwijking van de gebruiksregels

4.7.1

Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.

lid 4.1, onder b en c voor het toestaan van een (andere) bedrijfsactiviteit voor afval en energie en productie 18

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

b. c.

secundaire en groene grondstoffen, waarbij geldt dat: 1. ter plaatse van de aanduiding ''bedrijf tot en met categorie 3.2', uitsluitend bedrijfsactiviteiten kunnen worden toegestaan die gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving gelijk kunnen worden gelijkgesteld met bedrijven in milieucategorie 3.2; 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1', uitsluitend bedrijfsactiviteiten kunnen worden toegestaan die gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving gelijk kunnen worden gelijkgesteld met bedrijven in milieucategorie 4.1; 3. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2', uitsluitend bedrijfsactiviteiten kunnen worden toegestaan die gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving gelijk kunnen worden gelijkgesteld met bedrijven in milieucategorie 4.2. lid 4.5, onder a en b, met uitzondering van het in bijlage 1 bedoelde maximaal toegestane talud (1:3) en mits een goede landschappelijke inpassing (op andere wijze) kan worden verzekerd.

lid 4.5 onder d, voor het verhogen van een stortheuvel met aarde en/of een daarop gelijkend materiaal, ten noorden van de (voormalige) Strootbeekweg (zie bijlage 1), om te waarborgen dat achterliggende delen van een stortheuvel danwel (de stort van) afval aan het zicht wordt onttrokken van een waarnemer op het tracé Grote Veldweg-Elkemanweg, voor zover dat tracé parallel loopt aan de grens van het plangebied (zie bijlage 1).

4.7.2 a.

b.

4.8 a.

b.

c.

d.

Toepassingscriteria

De in lid 4.7.1, onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: 1. het te vestigen bedrijf/de bedrijfsactiviteit de verzorgingsstructuur binnen en/of buiten het plangebied vanuit distributie-planologisch opzicht niet onevenredig zal aantasten en dat door de vestiging van het bedrijf de verkeersbelasting en/of de parkeerdruk in de directe omgeving niet onevenredig zal toenemen; 2. de bedrijfsmatige activiteiten vanuit het oogpunt van externe veiligheid en ramp- en –brandbestrijding verantwoord zijn te achten. 3. de bedrijfsactiviteit voor het overige voldoet aan de in dit artikel 4 gestelde regels, waaronder de uitgesloten activiteiten als bedoeld in lid 4.1, onder d. De in lid 4.7.1, onder c bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien dit wenselijk blijkt na aantoonbare afstemming met omwonenden. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: 1. het geheel of gedeeltelijk verwijderen, verlagen of verplaatsen van aanwezige stortheuvels, indien en voor zover deel uitmakende van de in bijlage 1 van de regels opgenomen profielen (zijde Twekkelo en zuidzijde A35); 2.

het geheel of gedeeltelijk verwijderen van beplantingen, dienende ter visuele afscherming, indien en voor zover deel uitmakende van de in bijlage 1 opgenomen profielen; 3. het aanbrengen van buisleidingen als bedoeld in artikel 4.1, sub c, onder 5, danwel buisleidingen voor transport van stoffen voor algemene nutsdoeleinden. 4. het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; 5. het veroorzaken van ontploffingen in de grond; 6. het aanbrengen van een eindafwerking op stortheuvels; Het onder a vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud of beheer betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn of mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende omgevingsvergunning, op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt. De werken of werkzaamheden als bedoeld in sub a, onder 1 en 2, zijn slechts toelaatbaar indien die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, bouwwerken aan het zicht onttrokken blijven van een waarnemer op het tracé Hofdijk-Grote Veldweg-Elkemanweg, voor zover dat tracé parallel loopt aan de grens van het plangebied, en op het tracé A35-Strootbeekweg-Kwinkelerweg en het gebied ten zuiden van de A35 (De Boekelerhoek). Zie bijlage 1.

Ten behoeve van de beoordeling als bedoeld onder c dient bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden een landschappelijk inpassingsplan te worden overgelegd.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

19

e.

De werken of werkzaamheden als bedoeld in sub a, onder 3, 4 en 5 zijn slechts toelaatbaar indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1. De werken of werkzaamheden als bedoeld in sub a, onder 6, zijn slechts toelaatbaar indien: 1. voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden een landschappelijk inrichtingsplan wordt overgelegd en wordt goedgekeurd door Burgemeester en wethouders; 2. aantoonbaar afstemming is geweest met omwonenden bij het tot stand brengen van het landschappelijk inrichtingsplan als bedoeld onder 1.

f.

4.9

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door het aanpassen van de aanduidingen met betrekking tot milieuzonering (bedoeld in artikel 4.7.1 onder a) indien en voor zover hiervoor aanleiding bestaat vanwege de resultaten van geactualiseerd onderzoek, vanwege het treffen van milieumaatregelen, dan wel vanwege de feitelijke milieusituatie binnen of buiten het plangebied.

20

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Artikel 5

5.1

Bedrijf - Gasstation

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf – Gasstation' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

een gasdrukmeet- en regelstation; de aanleg, de instandhouding en de bescherming van hogedruk aardgastransportleidingen en toebehoren; met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals wegen, paden, lichtvoorzieningen, erf- en terreinafscheidingen en groen.

5.2

Bouwregels

5.2.1 a. b.

Algemeen

Op de voor “Bedrijf - Gasstation” aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 5.1. Nieuwe gebouwen en overige bouwwerken mogen alleen gebouwd worden indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1.

5.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b.

gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m)” mag de bouwhoogte niet worden overschreden.

5.2.3

Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. 5.3

de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 3,5 meter; de maximum bouwhoogte van andere overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 10 meter. Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen als bedoeld in artikel 12.3. 5.4 a.

b.

c.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: 1. het aanbrengen van buisleidingen als bedoeld in artikel 5.1, onder b, danwel (overige) buisleidingen voor transport van stoffen voor algemene nutsdoeleinden. 2. het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; 3. het veroorzaken van ontploffingen in de grond; Het onder a vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud of beheer betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn of mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende omgevingsvergunning, op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt. De werken of werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

21

Artikel 6

6.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing; in- en uitritten, toegangswegen; wandel- en fietspaden; nutsvoorzieningen; voor zover niet vallend onder nutsvoorzieningen: buisleidingen voor transport van stoom, water en overige stoffen, niet zijnde buisleidingen voor gevaarlijke stoffen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing is; in ondergeschikte mate de winning van zout, voor zover daar een concessie voor is afgegeven, met daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen; bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken.

b. c. d. e.

f. g.

6.2

Bouwregels

6.2.1 a. b. c. d.

Algemeen

Op de voor “Groen” aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken in overeenstemming met het bepaalde in lid 6.1 worden gebouwd; Nieuwe gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van de gebouwen bedoeld in lid 6.2.2 en lid 6.2.3; Nieuwe gebouwen en overige bouwwerken mogen alleen gebouwd worden indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1; Nieuwe gebouwen en overige bouwwerken mogen alleen gebouwd worden indien inpassing in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, zodat de huidige landschappelijke functie van de gronden, waaronder de functie als groene buffer en afscherming van bouwwerken door beplanting, niet in onevenredige mate wordt aangetast.

6.2.2

Nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van nutsvoorzieningen, niet zijnde buisleidingen, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

de maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 25 m²; de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken bedraagt maximaal 50 m²; de maximum goothoogte van een bouwwerk bedraagt 3 meter; de maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 5 meter;

6.2.3

Gebouwen voor de winning van zout

Voor gebouwen voor de winning van zout gelden de volgende bepalingen: a. b.

de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 25 m² bedragen; de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen.

6.2.4

Overige b ouwwerken, geen geb ouwen zijnde

Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

de maximum bouwhoogte van masten bedraagt 10 meter; de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 4 meter. in afwijking van het bepaalde onder a en b mogen er geen bovengrondse buisleidingen worden gebouwd.

22

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

6.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen als bedoeld in artikel 12.3. 6.4

Afwijken van de bouwregels

6.4.1 a.

b. c.

6.4.2 a. b.

6.5 a.

b.

c.

d.

Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 6.2 voor het bouwen van een uitzichttoren ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - uitzichttoren'. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 6.2.4 onder c, voor het bouwen van bovengrondse buisleidingen; In afwijking van het bepaalde onder b zijn Burgemeester en wethouders niet bevoegd om af te wijken van het bepaalde in lid 6.2.4 onder c, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - met lettercode a'. Toepassingscriteria

De in lid 6.4.1 onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien de bouwhoogte maximaal 55 meter bedraagt. De in lid 6.4.1 onder b bedoelde omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: 1. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 meter, tenzij het bepaalde onder 2 van toepassing is; 2. uitsluitend indien dit noodzakelijk is kan incidenteel een hogere bouwhoogte dan 5 meter ten opzichte van het peil worden toegestaan, waarbij geldt dat: de bouwhoogte nooit meer dan 10 meter bedraagt; van noodzakelijkheid in ieder geval sprake is in geval van bovengrondse kruising(en) met een weg en de aanleg van verticale expansielus(sen); 3. een door de gemeente Enschede akkoord bevonden landschappelijk inpassingsplan voor de bovengrondse (delen van) buisleidingen, waarbij onder andere geldt dat ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing geëist kan worden dat de bouwhoogte van (delen van) bovengrondse buisleidingen niet hoger is dan strikt noodzakelijk; 4. het bepaalde in lid 6.5 blijft onverminderd van kracht. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werken of werkzaamheden Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: 1.

het geheel of gedeeltelijk verwijderen van beplantingen; 2. het aanbrengen van buisleidingen als bedoeld in artikel 6.1 onder e, danwel buisleidingen voor transport van stoffen voor algemene nutsdoeleinden; 3. het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; 4. het veroorzaken van ontploffingen in de grond. Het onder a vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud of beheer betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn of mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende omgevingsvergunning, op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt. De werken of werkzaamheden als bedoeld in sub a, onder 1 en 2 zijn slechts toelaatbaar indien de huidige landschappelijke functie van de gronden, waaronder de functie als groene buffer en afscherming van bouwwerken door beplanting, niet in onevenredige mate wordt aangetast door de uitvoering van deze werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen. De werken of werkzaamheden als bedoeld in sub a, onder 2, 3 en 4 zijn slechts toelaatbaar indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

23

Artikel 7

7.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor “Verkeer” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wegen en toegangswegen; voet- en fietspaden; viaducten en bruggen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; geluidwerende voorzieningen; nutsvoorzieningen; voor zover niet vallend onder nutsvoorzieningen: buisleidingen voor transport van stoom, water en overige stoffen, niet zijnde buisleidingen voor gevaarlijke stoffen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing is; bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken.

g. h. i.

j.

7.2

Bouwregels

7.2.1 a.

Algemeen

Op de voor “Verkeer” aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 7.1. Nieuwe gebouwen en overige bouwwerken mogen alleen gebouwd worden indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1.

b.

7.2.2

Gebouwen

De bouwhoogte van gebouwen mag maximaal 4 meter bedragen en de inhoud mag per gebouw maximaal 50 m³ bedragen. 7.2.3

Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.

De bouwhoogte van infrastructurele werken (inclusief infrastructuele kunstwerken), bouwwerken voor bewegwijzering, beveiliging en regeling van het verkeer, vlaggen- en lichtmasten en beeldende kunst mag maximaal 10 meter bedragen; De maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 meter bedragen. in afwijking van het bepaalde onder a en b mogen er geen bovengrondse buisleidingen worden gebouwd.

b. c.

7.2.4

Nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van nutsvoorzieningen, niet zijnde buisleidingen, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

de maximum oppervlakte van een bouwwerk bedraagt 25 m²; de maximum goothoogte van een bouwwerk bedraagt 3 meter; de maximum bouwhoogte van een bouwwerk bedraagt 5 meter.

7.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen als bedoeld in artikel 12.3.

24

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

7.4

Afwijken van de bouwregels

7.4.1

Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 7.2.3 onder c, voor het bouwen van bovengrondse buisleidingen. 7.4.2

Toepassingscriteria

De in lid 7.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend onder de volgende voorwaarden: a. b.

c.

d. 7.5 a.

b.

c.

7.6

de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 meter, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is; uitsluitend indien dit noodzakelijk is kan incidenteel een hogere bouwhoogte dan 5 meter ten opzichte van het peil worden toegestaan, waarbij geldt dat: 1. de bouwhoogte nooit meer dan 10 meter bedraagt; 2. van noodzakelijkheid in ieder geval sprake is in geval van bovengrondse kruising(en) met een weg en de aanleg van verticale expansielus(sen); een door de gemeente Enschede akkoord bevonden landschappelijk inpassingsplan voor de bovengrondse (delen van) buisleidingen, waarbij onder andere geldt dat ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing geëist kan worden dat de bouwhoogte van (delen van) bovengrondse buisleidingen niet hoger is dan strikt noodzakelijk; het bepaalde in lid 7.5 blijft onverminderd van kracht. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werken of werkzaamheden Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: 1. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van beplantingen; 2. het aanbrengen van buisleidingen als bedoeld in artikel 7.1 onder i, danwel buisleidingen voor transport van stoffen voor algemene nutsdoeleinden. 3.

het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; 4. het veroorzaken van ontploffingen in de grond. Het onder a vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud of beheer betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn of mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende omgevingsvergunning, op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt. De werken of werkzaamheden als bedoeld in sub a, onder 2, 3 en 4 zijn slechts toelaatbaar indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1.

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a.

Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van één of meerdere verkooppunten van motorbrandstoffen.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

25

Artikel 8

8.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding-Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en de bescherming van hogedruk aardgastransportleidingen en voor het transporteren van (aard)gas, met dien verstande dat: a.

de regels van deze dubbelbestemming zoals verwoord in dit artikel 8 primair gelden ten opzichte van de regels van bestemmingen waar deze dubbelbestemming mee samenvalt; ter plaatse van de figuur aanduiding 'hartlijn leiding – gas12inch' een hogedruk aardgastransportleiding aanwezig mag zijn met een diameter van maximaal 12 inch en een druk van ten hoogste 40 bar; ter plaatse van de figuur aanduiding 'hartlijn leiding – gas18inch' een hogedruk aardgastransportleiding aanwezig mag zijn met een diameter van maximaal 18 inch en een druk van ten hoogste 40 bar; ter plaatse van de figuur aanduiding 'hartlijn leiding – gas24inch' een hogedruk aardgastransportleiding aanwezig mag zijn met een diameter van maximaal 24 inch en een druk van ten hoogste 80 bar; ter plaatse van de figuur aanduiding 'hartlijn leiding – gas30inch' een hogedruk aardgastransportleiding aanwezig mag zijn met een diameter van maximaal 30 inch en een druk van ten hoogste 80 bar; ter plaatse van de figuur aanduiding 'hartlijn leiding – gas36inch' een hogedruk aardgastransportleiding aanwezig mag zijn met een diameter van maximaal 36 inch en een druk van ten hoogste 80 bar;

b. c. d. e. f.

8.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemming(en) mag op gronden met de bestemming "Leiding Gas" niet worden gebouwd. 8.3

Afwijken van de bouwregels

8.3.1

afwijkingsb evoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2, en toestaan dat in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde bebouwing wordt gebouwd. 8.3.2

Toepassingscriteria

De in lid 8.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a.

de veiligheid van de hoge druk aardgastransportleiding niet wordt geschaad en er geen kwetsbaar object wordt toegestaan. ter zake vooraf schriftelijk advies is ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder(s); wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.2.1.

b. c. 8.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van onbebouwde gronden als opslag, stort- of bergplaats, voor zover dit tot gevolg heeft dat de betreffende leiding niet eenvoudig bereikbaar is voor de betreffende leidingbeheerder(s). 8.5

Afwijken van de gebruiksregels

8.5.1

Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.4, ten behoeve van het gebruik van onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats, voor zover dit tot gevolg heeft dat de leiding(en) niet eenvoudig bereikbaar is (zijn) voor de betreffende leidingbeheerder(s).

26

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

8.5.2

Toepassingscriteria

De in lid 8.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. b. c.

het in lid 8.5.1 bedoelde gebruik ook is toegestaan op basis van de overige daar voorkomende bestemming(en); hierdoor geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding(en); ter zake vooraf advies is ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder(s).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=4d5c2927-bd26-4134-9702-8c8a87b20f95