Bijlage Visie LG overleg en participatie
Tekst van het document
Uitgangspunt 1 De hier genoemde kwaliteitsimpuls kan alleen gestalte krijgen in samenwerking met de landbouw. Samenwerking ten aanzien van verduurzaming van de landbouw wordt door ons ondersteund. Het speerpunt om 170.000 bomen te planten klinkt sympathiek, maar moet geen doel op zich worden. Er dient meer aandacht te komen voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Dit biedt kansen voor agrarische bedrijven en helpt om de verduurzaming van de landbouw vorm te geven en draagt bij aan de instandhouding van de kwaliteit van het landelijk gebied. Voorkomen moet worden dat concurrentie om de beschikbare ruimte ten koste gaat van het agrarisch areaal. Kansen die zich aandienen moeten benut worden en daarbij denken we aan de vorming van nieuwe NSW landgoederen en de omvorming van bestaande natuur naar bos. Daarnaast biedt de stedelijke omgeving ook veel kansen en het effect van meer bomen in de stad betaald zich uit in een beter en gezonder leefklimaat. Uitgangspunt 2 Grote ruimtelijke ingrepen vragen een integrale gebiedsaanpak. Dat is een voorwaarde om veerkrachtige landbouw te behouden. Betrek dus de gebieden bij de uitdagingen waar we voor staan en zoek gezamenlijk naar oplossingen. Stawel heeft een initiatief ingediend in het kader van het IBP Vitaal Platteland (Inter Bestuurlijk Programma) om samen met de bewoners van de Esmarke te komen tot ‘de agenda’ van de Esmarke.
Wat moet er de aanstaande 10 jaar gebeuren om tot een duurzame gebiedsgerichte invulling te komen. Er zijn inmiddels initiatieven voor zonnevelden. In het geval dat een initiatief gehonoreerd wordt, moet landbouwstructuur in een gebied meegewogen worden. Wat betekent het initiatief voor de omliggende agrariers en is er door middel van structuurversterking ook perspectief te bieden aan deze agrariers? Als dit het geval is, dan moet ook de 2 STAWEL* Postbus 10060 * 7504 PB Enschede telefoon: 053-4317588 / 06-51372588 * e-mail: info@stawel.nl / www.stawel.nl Kamer van Koophandel Veluwe en Twente: 41027961 * Rabobank: NL 09 RABO 03167.03.729
landbouwstructuur onder de loep genomen worden. Het bestuur ziet dan voor zich dat er dan een bredere afweging plaats dient te vinden, de gebiedsgerichte aanpak dus. Uitgangspunt 3 Volgens de Nota heeft de gemeente de ambitie om kwaliteit van het landelijk gebied behouden en te versterken. Bij een visie met ambitie hoort ook instrumentarium anders is het een dode letter. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van middelen die de rijks- en provinciale overheid beschikbaar stellen. Maar vaak is daar ook gemeentelijk inzet voor nodig. Daarom pleiten wij er voor om in een uitvoeringsparagraaf te benoemen wat de gemeentelijke inzet zal zijn. Daarbij denken wij aan ambtelijke uren, maar ook aan middelen die nodig zijn als cofinanciering. Onze oproep is om samen met partners te verkennen wat de mogelijkheden zijn. Uitgangspunt 4 De landbouw in Enschede bestaat hoofdzakelijk uit melkveehouderijbedrijven en daarnaast enkele intensieve bedrijven (varkens, geiten, pluimvee). Deze bedrijven gebruiken de agrarische gronden en dat grondgebruik kan als volgt worden ingedeeld; eigendom, reguliere pacht, liberale pacht, grondgebruiksverklaringen en gebruik door middel van aankoop van een product (bijvoorbeeld gras/hooi of mais) De agrarische grond staat ten dienste van hoofdberoepsbedrijven, nevenberoepsbedrijven en hobbymatig gebruik, zowel door bedrijven uit Enschede als van daarbuiten.
Extensivering, kringlooplandbouw en biodiversiteit geven een grote druk op de grondmarkt. Daar komen keuzes voor andere functies bij bovenop. Samen geeft dat een steeds grotere druk op de grondmarkt, juist nu er meer grond nodig is voor extensivering, kringloop en biodiversiteit. Innovatie in de landbouw is van alle tijden en dit staat ook nu niet stil. Precisie bemesting, bodemverbetering, terugdringen energieverbruik, terugdringen van emissies, klimaatadaptie, hier wordt door de sector al volop aan gewerkt. Dit vraagt ook extra grond. De gronddruk zal de komende jaren hoog blijven. Neem dit mee bij de afweging met andere functies. Ruimte voor experimenten ja, maar wel vanuit ondernemerschap, dus maak dat sterk. Uitgangspunt 5 Stawel is van mening dat terughoudend met bouwen in het buitengebied moet worden omgegaan. Geen grootschalige woningbouw want dat tast de kwaliteit van het buitengebied aan. We zien wel ruimte voor experimenten zoals daar in den lande ook wel voorbeelden van zijn, zoals “de Knarrenhof”, generatieproof wonen en starters die ruimte krijgen op een vrijkomend agrarisch erf (niet meer rood, maar vervangend rood). Uitgangspunt 6 Stawel heeft in 2018 het initiatief genomen voor het houden van een enquête onder bewoners van het buitengebied. Daarbij hebben wij uitvraag gedaan naar de bijdrage die bewoners willen leveren aan de energietransitie.
De uitkomsten hebben o.a. geleid tot het oprichten van een Energiecoöperatie voor het buitengebied (ECBE) en het in gang zetten van projecten door de coöperatie. Op de site van RES Twente wordt o.a. verwezen naar de resultaten van lokale initiatieven waaronder die van de Enschedese Cooperaties.
3 STAWEL* Postbus 10060 * 7504 PB Enschede telefoon: 053-4317588 / 06-51372588 * e-mail: info@stawel.nl / www.stawel.nl Kamer van Koophandel Veluwe en Twente: 41027961 * Rabobank: NL 09 RABO 03167.03.729
Het bestuur van Stawel deelt de zorg die veel bewoners in het landelijk gebied hebben over de impact van initiatieven op het gebied van duurzame energie. Dat we hiermee in het buitengebied geconfronteerd zullen worden is inmiddels duidelijk. Het bestuur is van mening dat er een zorgvuldige en evenwichtige afweging van alle belangen moet plaatsvinden. De Visie Landelijk Gebied moet daarbij leidend zijn. En wij vinden dat door middel van lokale participatie de acceptatie onder bewoners kan worden vergroot. Wat ons betreft is de zogenaamde zonneladder het uitgangspunt. Wij voelen ons daarbij gesteund door het besluit van de provincie Overijssel. Benut zoveel mogelijk daken en incourante stukken grond (langs snelwegen, op bedrijventerreinen). Ook moeten de kansen in het stedelijk gebied maximaal benut worden. En kijk ook goed naar kleinere windturbines die bijvoorbeeld bij elk boerenerf een plek kunnen vinden (ashoogte + 30 meter). Uitgangspunt 7 Volgens de Landbouwanalyse wordt in Enschede in verhouding minder ingespeeld op bedrijfsverbreding, zoals recreatie, huisverkoop, landbouw en zorg, etc in vergelijking met het landelijke beeld. Initiatieven zoals “de nieuwe melkboer”, “koeien van Jelle” en melktap Hof Espelo (en zo zijn er nog wel een aantal) laten zien dat dit wel meer voet aan de grond krijgt. Juist rondom een stad met 160.000 inwoners liggen hier kansen.
Stawel wil hierin en stimulerende en initiërende rol spelen en kan dat doen met behulp van de inzet van de consulent/erfcoach Gerrit Meutstege. Het bestuur van Stawel blijft graag betrokken bij de verdere uitwerking van deze nota tot een Visie Landelijk Gebied. Samen werken we graag verder aan een vitaal en veerkrachtig landelijk gebied rondom de stad Enschede.
Met vriendelijke groet, Namens het bestuur van Stawel Gerrit Jan van der Veen (voorzitter)
Bijlage: verslag bijeenkomsten 18 en 24 februari
Terugkoppeling vanuit bewoners op Nota van Uitgangspunten Visie op het Landelijk Gebied Informatiebijeenkomsten:
18 februari 2020 - Lonneker 24 februari 2020 - Usselo
Inleiding: De gemeente Enschede is bezig met het opstellen van een Visie op het Landelijk Gebied. Dit wordt in de tweede helft van 2020 voorgelegd aan de gemeenteraad. Om tot een visie te komen zijn meerdere gesprekken gevoerd en is in het gebied informatie opgehaald. Op basis daarvan is in juni 2019 een discussienota opgesteld met onderwerpen om de gedachten te scherpen en opinies te horen. Met de resultaten van de gevoerde discussie is de Nota van Uitgangspunten opgesteld. Hierin doet het College een voorstel voor de hoofdlijnen van de op te stellen Visie Landelijk Gebied. Deze nota is op twee avonden voorgelegd aan de bewoners van het buitengebied van Enschede, op 18 februari 2020 in Lonneker en 24 februari 2020 in Usselo. De bewoners zijn geïnformeerd en hebben hun mening en input kunnen geven.
Doelstelling: Dit document heeft als doel om een terugkoppeling te geven van de bevindingen van de twee informatiebijeenkomsten zodat de Nota van Uitgangspunten op basis hiervan kan worden aangescherpt. De vast te stellen Nota van Uitgangspunten kan dan als leidraad gebruikt worden voor de definitief op te stellen Visie op het Landelijk Gebied.
Aanpak: De informatiebijeenkomsten zijn georganiseerd door Stawel. Op de avonden heeft Gerrit Meutstege (consulent Stawel) een toelichting gegeven over zijn werk als ErvenCoach en is door de gemeente (Gerbrand Naeff) een inleiding gegeven over de totstandkoming en inhoud van de concept Visie Landelijke Gebied. Met behulp van Mentimeter zijn voor elk thema stellingen voorgelegd aan de aanwezigen. De besproken thema’s zijn 1. Kwaliteit landelijk gebied, 2. Integrale aanpak, 3. Rol van de gemeente, 4. Landbouw, 5. Bouwen en wonen, 6. Energie en 7. Andere functies. De complete uitkomsten per avond zijn als bijlagen toegevoegd bij deze terugkoppeling.
Terugkoppeling: Op de avond in Lonneker hebben 34 aanwezigen meegedaan met de Mentimeter, in Usselo 42. Totaal 76. Hiervan waren 38 mensen jonger dan 55 jaar en 38 mensen ouder dan 55 jaar. Het aantal mensen dat aangaf een agrarische onderneming te hebben (35) was iets minder dan mensen zonder agrarische onderneming (39).
1
Aanwezigen geven aan het meest trots te zijn op de natuur, de landbouw en het kleinschalig landschap in het landelijk gebied van Enschede:
Alleen in Lonneker is gepeild wat mogelijke ongewenste ontwikkelingen zijn. Hier worden onder andere zonnevelden, windmolens, verpaupering en bebouwing genoemd. 1. Kwaliteit Landelijk Gebied Er zijn drie speerpunten genoemd in de Nota van Uitgangspunten voor de kwaliteit van het landelijk gebied. De aanwezigen vinden hierbij verduurzaming in de landbouw het belangrijkst, daarna Enschede als landgoedstad en op de derde plaats het “170.00 bomenplan”. Er werd nog een opmerking gemaakt over de landgoederen. Men vindt dat de focus moet liggen op de van oudsher culturele landgoederen. Als mogelijke plekken waar de bomen geplant kunnen worden, geven ze de volgende voorkeuren aan: 1. 2. 3. 4.
Langs wegen (ook in de stad) In de vorm van landschapselementen In de vorm van nieuw bos (bv voedselbossen) Op mijn erf
2. Integrale aanpak De manier hoe het landelijk gebied in Enschede zich het beste verder kan ontwikkelen, is niet eenduidig te beantwoorden. In Lonneker gaven ze de volgende voorkeur aan: 1. Kringlooplandbouw, 2. Natuurinclusieve landbouw en 3. Technologische landbouw/innovatie. In Usselo was de volgorde: 1. Technologische landbouw/innovatie, 2. Kringloop landbouw en 3. Natuurinclusieve landbouw. Voor beide avonden gold dat zowel schaalvergroting als verbreding (bv. recreatie/toerisme/educatie) minder hoog scoorden. In Usselo is ook gevraagd of er daarnaast nog andere thema’s te noemen zijn waarop het landelijk gebied van Enschede zich zou kunnen ontwikkelen. Hierop kwamen velerlei reacties. Opvallend vaak werd herstel van houtwallen en kleinschalige landschapselementen genoemd. Niet gewenste ontwikkelingen zijn windmolens en zonneparken.
2
Voor grote ontwikkelopgaves zoekt de gemeentes partners om te komen tot een integrale aanpak. Volgens de aanwezigen moeten in ieder geval boeren, bewoners, gebruikers en andere direct berokkenen hieraan meedenken en werken:
3. Rol van de Gemeente De gemeente heeft de ambitie om de kwaliteit van het landelijk gebied te behouden en te versterken. Volgens de aanwezigen is het vooral nodig om hier meer geld voor beschikbaar te stellen. Daarnaast geven ze de voorkeur aan het samen opstarten van projecten. Op beide avonden werd duidelijk aangegeven dat de ErvenCoach gewenste verbindingen kan leggen tussen de bewoners van het landelijk gebied en de gemeente. 4. Landbouw Er zijn vier opties genoemd om te kijken welke mogelijkheden als meest kansrijk gezien worden voor de landbouw. Hier is niet een hele duidelijke uitschieter, alle vier opties worden als redelijk kansrijk gezien. Biodiversiteit en optimalisatie van de waterhuishouding scoren hierbij net iets hoger dan de boer-burgerverbinding en als minst kansrijk duurzame energiemaatregelen. Landbouw is een economische activiteit die maatschappelijke meerwaarde kan leveren. Er is de aanwezigen gevraagd te benoemen op welke manier hier een vergoeding voor kan worden gegeven. Genoemd worden onder meer waardering, subsidie, beloning, eerlijk verdienmodel, verlagen OZB en onderhoudsvergoeding. Aangegeven werd dat onder waardering ook kan worden verstaan het aangeven hoe goed het gaat, financiële vergoeding is belangrijk, maar ook een ‘schouderklopje’ kan veel betekenen:
3
Op de avond in Usselo is ook gevraagd wat de aanwezigen de gemeente nog meer willen meegeven op het gebied van landbouw. Hier worden veel gevarieerde antwoorden gegeven: eerlijke concurrentie, respect, verdienmodellen, ondernemersvrijheid, boeren zijn belangrijk voor behoud van landschap en recreatie, meedenken en ondersteunen, wees voorzichtig met zonnepanelen en windmolens, betere en heldere regelgeving.
5. Bouwen en wonen Op de vraag hoe men tegenover woningbouw in het buitengebied staat, zijn de antwoorden helder. Er is geen ruimte voor nieuwbouw in het buitengebied. Ook niet als het experimenten (bijvoorbeeld starterswoningen) betreft. De aanwezigen zijn gematigd positief als er nieuwbouw plaatsvindt mits er ook iets voor gesloopt wordt. De aanwezigen vinden het landelijk gebied niet geschikt voor experimenten met nieuwe woonvormen. Daarbij moet de kanttekening worden geplaatst dat het bij de avond in Lonneker niet helemaal helder was wat onder experimenten werd verstaan. Dit is op de avond in Usselo wel op voorhand toegelicht. Ondanks dat zit er weinig verschil in de antwoorden.
6. Energie Op de vraag hoe het landelijk gebied het beste kan bijdragen aan het omschakelen naar duurzame energie zijn de aanwezigen heel duidelijk: vrijwel iedereen is voor zon op daken. Windmolens zijn niet gewenst en zonnevelden zijn erg ongewenst, zowel kleine als grotere. Bij de inpassing van energiemaatregelen moet volgens de aanwezigen rekening gehouden worden met: omwonenden, landbouw, landschap en natuur:
In Lonneker kwam duidelijk naar voren om breder te kijken dan alleen elektriciteit als het gaat om energiemaatregelen. Hier werd ook de oproep gedaan om naar opties als biogas en waterstof te kijken. In Usselo is aan de aanwezigen gevraagd welke andere energiemaatregelen of zaken ze mee willen geven aan de gemeente. De antwoorden waren zeer uiteenlopend, onder andere: samenwerking zoeken, biogas, waterstof, energiebesparende maatregelen en voorlichting bebouwde kom.
7. Andere functies Naast de reeds genoemde thema’s, spelen er in het landelijk gebied nog meer thema’s. Op beide avond werd Leefbaarheid als belangrijkste thema genoemd. Daarna Werklocatie en Cultureel Erfgoed. Als laatste 2 werden Mobiliteit (wegen en verkeer) en Sociaal domein (zorg) genoemd.
4
Opvallendste conclusies: • • • • •
• • •
Wees zuinig op en ontwikkel het unieke kleinschalige landschap rondom Enschede. Koester de boeren voor behoud van het landschap en recreatie. Help boeren bij ontwikkelen naar nieuwe vormen in de landbouw: zowel bij kringlooplandbouw en natuurinclusief boeren als bij technologische innovaties. Als ontwikkelmogelijkheden in de landbouw worden biodiversiteit en optimalisatie van de waterhuishouding als meest kansrijk gezien. Om de kwaliteit van het buitengebied te versterken zou de gemeente vooral geld beschikbaar moeten stellen en projecten moeten opstarten. Een ErvenCoach kan goede verbindingen leggen tussen buitengebied en gemeente. Zon op daken is het meest gewenst als het om duurzame energie gaat, maar kijk ook naar andere vormen van energiemaatregelen. Er is geen draagvlak voor windmolens en zonneparken. Er is geen ruimte voor nieuwbouwwoningen in het buitengebied. Zorg dat het buitengebied van Enschede leefbaar blijft.
5
Rapportage | Bijeenkomst met omgevingspartijen voor Energievisie en Visie Landelijk Gebied gemeente Enschede Introductie De gemeente Enschede bereidt de Energievisie en de Visie Landelijk Gebied voor die de raad in het eerste kwartaal van 2020 wil vaststellen. Beide visies hebben raakvlakken en de Raad heeft de wens om de samenleving te betrekken bij de voorbereiding hiervan. Op 8 mei jl. is een avondbijeenkomst georganiseerd voor vertegenwoordigers van inwoners, bedrijven en (andere) organisaties om met elkaar in gesprek te gaan over de ontwikkeling van het landelijk gebied en over duurzame energie. In vier sessies zijn belangen, zorgen en belemmeringen, maar ook mogelijkheden en kansen verkend die de aanwezigen zien voor de opgaven die er liggen in de nabije toekomst voor de thema's: 1. Energie in de gebouwde omgeving 2. Landbouw in het landelijk gebied 3. Natuur, landschap en leefbaarheid in het landelijk gebied 4. Bedrijven, dienstverlening en energie In het tweede deel van de sessies zijn de thematische groepen gemixt met als doel dat mensen vanuit verschillende thema’s met elkaar in gesprek gingen en zich verplaatsten in de perspectieven van anderen. Daarmee ontstaat een situatie waarin men met elkaar kan meedenken.
Voortraject Voorafgaand aan de bijeenkomst met omgevingspartijen is een issue-analyse uitgevoerd om in beeld te brengen over welke onderwerpen verschillen van opvatting bestaan met betrekking tot de Energievisie en de Visie Landelijk Gebied. Tevens is er een overzicht van perspectieven en belangen opgesteld. Hoe kijken burgers, bedrijven en instellingen aan tegen de opgaven en wat vinden zij belangrijk? Deze analyse is uitgevoerd op basis van gesprekken met omgevings-partijen en het materiaal dat al is opgehaald in eerdere trajecten voor de visies. De opbrengsten hiervan zijn vastgelegd in een gespreksnotitie die vooraf aan de deelnemers is verstuurd.
Doel rapportage In deze rapportage zijn de opbrengsten van de thematische sessies vastgelegd. Het dient als bouwsteen voor de discussienota voor de gemeenteraad. Dat geeft een goed beeld van wat mensen belangrijk vinden en waar zij kansen zien.
Van standpunten naar belangen en opties Uit eerdere trajecten kwamen geluiden, ideeën en opvattingen naar voren uit de samenleving over energie en het landelijk gebied. Die gaven een overzicht van veel verschillende standpunten van uiteenlopende partijen. Achter deze standpunten liggen belangen, dat wat mensen belangrijk vinden. Die geven antwoord op de vraag waarom mensen een standpunt/positie innemen. Door dat expliciet te maken wordt duidelijk dat je op verschillende manieren naar bijvoorbeeld een windmolen kunt kijken: als aantasting van het landschap, als opwekker van duurzame energie of als manier om een extensief agrarisch bedrijf te laten bestaan. Daarmee ontstaat ruimte om het perspectief van anderen te begrijpen. Er kan gekeken worden welke perspectieven elkaar aanvullen en of niet 1
uitsluiten. Als helder wordt wat mensen zelf belangrijk vinden, komt een breder palet aan opties in beeld, ofwel mogelijke oplossingen om aan belangen tegemoet te komen. De verschillende opties kunnen verbonden worden aan de bredere opgaven van de energietransitie en de ontwikkeling van het landelijk gebied.
1. Energie in de gebouwde omgeving [De tekst voor dit onderdeel is voor deze rapportage weggelaten]
2. Landbouw in het landelijk gebied In deze themagroep kijken we naar landbouw en ondernemingen in het landelijk gebied. Er spelen een paar grote trends die op lange termijn gevolgen hebben hoe de landbouw zich ontwikkelt. Het gaat in deze groep alleen over landbouw als bedrijfsmatige activiteit. Het thema leefbaarheid van het landelijk gebied behandelen we bij thema 3.
Wat speelt er / wat is de opgave De agrarische sector is van oudsher de belangrijkste gebruiker en beheerder van het landelijk gebied in Enschede. De productie voor de wereldmarkt zet de sector onder druk. Het aantal bedrijven neemt af, maar de schaalgrootte neemt toe. De eisen aan de landbouw op het gebied van natuur, milieu en dierenwelzijn nemen toe. De bedrijven staan voor de keuze om verder te groeien of een andere richting in te slaan. - Bij schaalvergroting zit het kleinschalige landschap in de weg en is er een risico op de verdroging en verarming van de grond. - De andere richting is een extensiever en meer circulaire landbouw, met regionale afzet van producten, zorg voor natuur en landschap en met diensten voor bezoekers uit de stad en buiten Enschede. - Nieuw is de ruimtevraag voor het opwekken van duurzame energie. Zonnevelden nemen ruimte in die de landbouw ook kan benutten. Windturbines nemen weinig directe ruimte in, maar staan wel in het zicht van de omwonenden en bezoekers. - Landbouwtransitie; de huidige landbouw zal op termijn omvormen tot een meer circulaire vorm van bedrijvigheid met meer natuur-inclusieve taken (volgens minister, banken, verzekeraars, zuivelsector, consument). Dat betekent dat meer ruimte nodig is om dezelfde hoeveelheid te produceren. Dat zorgt voor concurrentie om grond tussen boeren en voormalige (stoppende) bedrijven.
- Verstedelijking: in de publieke opinie zijn boeren schuldig aan het verdwijnen van de biodiversiteit van het landelijk gebied. De uitbreiding van de stad wordt echter niet genoemd. Van oudsher zijn waardevolle landbouwgronden gebruikt voor stadsuitbreiding. De boeren zitten nu eigenlijk op de armere gronden.
5
Mogelijkheden en kansen In gesprekken en de strategische visie van Stawel is het volgende genoemd: - Financiële ondersteuning bij de verwijdering van asbesthoudende daken, eventueel in combinatie met zonne-energie; - Veel ondernemers denken aan verbreding van de bedrijfsvoering richting meer maatschappelijke en recreatieve diensten. Zij zouden de ruimte willen krijgen om te experimenteren met breder ondernemerschap, met bijv. natuur inclusieve landbouw, zorgboerderijen, seizoens-ondernemen, streekproducten, biologische landbouw, productie van nieuwe eiwitbronnen, lokale voedselproductie, concepten met de Twentse Trots, meer gemengde bedrijven en voedselbossen. - Veel ondernemers zien verduurzaming als een van de doelen van het bedrijf, en willen een bijdrage leveren aan de energieopgave, bijvoorbeeld door het realiseren van windenergie. Zij zouden hierbij wel ondersteuning willen. - Agrarische grond in gebruik houden voor voedselproductie omdat circulaire landbouw meer ruimte vraagt. Dit combineert niet goed met zonnevelden. - Mestvergisting bij veehouders als bijdrage aan opwekking duurzame energie (+ verlagen methaan-emissies) en verlagen van de kosten van mestverwerking. - Gemeente kan de gemeentegrond (250ha) benutten voor zonnevelden of voor compensatie van de landbouw. -
-
Zon op daken van schuren is goed mogelijk – maar er zijn ook belemmeringen: o Aansluiting op het net is op dit moment een discussie met de netbeheerder; o Financiering, zeker bij een pachtbedrijf (gebouw geen eigendom van de agrariër met als risico dat de investering nog niet is terugverdiend) Verbreding van de landbouw door het uitvoeren van andere activiteiten is prima, maar het redt een bedrijf financieel niet (levert onvoldoende geld op); De landbouw kan veel veranderingen aan: biodiversiteit past bijvoorbeeld heel goed bij de landbouw. Windturbines in het landelijk gebied past prima – kijk maar naar Duitsland. Niet elke windturbine / zonneveld gaat ten koste van de landbouw. Er is veel meer grond beschikbaar met allerlei functies. Liever windturbines dan zonnevelden – dat neemt minder ruimte in beslag van de landbouw.
Belemmeringen en zorgen In de gesprekken en visies zijn ook zorgen genoemd: - Afname areaal landbouwgrond omdat energieopwekking ruimte gaat vragen; is de verdeling stad-land eerlijk? Zouden we niet eerst beschikbare ruimte benutten, bijvoorbeeld op daken? - Saneren asbestdaken en plaatsen zonnepanelen vraagt grote investering; te groot voor agrarische bedrijven die al zijn gestopt, maar waarvan de schuur er nog wel staat.
6
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
7
Onduidelijkheid en onbekendheid wat het (financieel) voordeel is voor agrarische bedrijven om actief te zijn op vlak van energieopwekking en besparing. De sector gebruikt weinig energie. Er is behoefte aan informatie, begeleiding en ontzorgen. Strikt vergunningenbeleid van de gemeente werkt belemmerend voor aanpassing functie bedrijfsgebouwen; ondernemers willen experimenteren met verbreding bedrijfsvoering; voor o.a. woonfunctie en recreatie. Wat moet er gebeuren met leegstaande bedrijfsgebouwen van stoppende agrariërs? (nadelig voor landschap, milieu, natuur, leefbaarheid omgeving) Speelt ruimtegebruik/beperking door natuurontwikkeling een rol in Enschede? Prijsopdrijving van beschikbare landbouwgrond wordt veroorzaakt door schaarste als gevolg van de vraag naar natuur, energieopwekking (met subsidies, daar valt niet tegenop te concurreren) en kringlooplandbouw. Er zijn zorgen over grondprijzen omdat velden met zonnepanelen meer op kunnen brengen dan landbouw, waardoor de huurder meer per hectare kan bieden. Dit drijft de huurprijzen van land op. Dat heeft tot gevolg dat agrariërs moeten intensiveren. Leveren zonnepanelen in hun hele levenscyclus wel CO2-besparing op? Er is een zorg dat het maken, vervoeren en afvoeren van panelen veel CO2 kost. Ook groeit er niks onder en wordt daarmee dus ook geen CO2 vastgelegd.
Verbreding van bedrijfsactiviteiten: verkoop aan huis kan niet iedereen doen: voorbeeld van de biologische veehouder met afgelegen bedrijfsgebouw. Verkoop van zijn producten mag niet verder dan 100m vanaf het bedrijf en bij een buurman verkopen mag ook niet van de regels – je valt snel onder de detailhandel met tal van zware regels. Als je panelen op het dak legt, gaat de OZB omhoog. Zo worden de opbrengsten en voordelen weer tenietgedaan. Verschil van mening over de natuurlijke kwaliteit van een zonneveld. Volgens de een groeit er niks onder en is het slecht voor de bodem, een ander denkt dat het meevalt (NB Engie gaat een test doen met fruitteelt onder panelen). Het grootste deel van de stadsbewoners ziet de boer alleen op bepaalde momenten en verbindt deze niet in de lange termijn aan de behandeling (en het behoud) van het landschap. De burger begrijpt niet hoe de kosten van de producten die hij/zij consumeert tot stand komen en gaat daardoor vaak voor de laagste prijs. De burger is vaak ook niet met dergelijke vragen bezig. De agrarische sector maakt te weinig reclame voor zichzelf en over producten geproduceerd worden. Dat heeft te maken met het gebrek aan organisatie onder de buren: het zijn concurrenten, zelfstandige ondernemers en ze zijn het lang niet altijd met elkaar eens. Een lokale markt is een kans voor een klein deel van de agrariërs.
Veel willen aan het werk zijn bij hun bedrijf en niet zelf dingen hoeven verkopen op een markt. Daarnaast zijn dit soort lokale markten vaak duur voor de lokale bevolking en erg afhankelijk van externe invloeden zoals het weer. Op het land is er versnipperd veel mogelijk voor het opwekken van duurzame energie. Een nadeel hiervan is dat aansluiting op het net hierdoor moeilijker wordt. De netbeheerders leggen liever grote kabels aan naar grote velden met zonnepanelen. Mogelijk zijn er afspraken te maken voor combinaties van kleine velden met zonnepanelen met kleine windmolens. De weerstand tegen windmolens in Enschede (er werd gesproken over windmolenfundamentalisme) maakt het haast onmogelijk om windmolens te plaatsen in de buurt van bebouwing.
Kansrijke richtingen Waar zouden de bedrijven in de landbouwsector zelf op willen inzetten? Uit de bijeenkomst van 8 mei komt ook het geluid dat de vraag naar grond toeneemt, maar die er simpelweg niet is. Door slim (innovatief) te zijn, kan misschien een uitweg worden gevonden. -
-
-
-
-
Er is een Greendeal initiatief waarbij Essent, FrieslandCampina en NGGM als doelstelling hebben om kleinschalige mestvergisting en biogasopwaardering bij tenminste 125 agrarische bedrijven te realiseren. De ambitie is om 100 vergisters binnen Overijssel te realiseren. Zijn er ondernemers in Enschede die hieraan meedoen? Opzetten van een programma voor energiebesparing en asbestsanering in combinatie met zon-PV bij agrarische bedrijven (via Nieuwe Energie Overijssel). Experimenteren met breder ondernemerschap. Zo kan er gedacht worden aan kleinschalige recreatie zoals (eco)kampeerplaatsen en zorgboerderijen. Kunnen agrarische bedrijven hiermee ondersteund worden? Wat is daarvoor nodig? Er is eerst een kader nodig een visie op de lange termijn. Dat is geen visie voor zon en wind, want dat zijn nu al verouderde technologieën, maar kernfusie. De vraag is wel wie dat dan gaat doen. Innovatie: Mest verwaarden – is wel een kwestie van vallen en opstaan, vergt enige schaalgrootte. Greenstockenergy heeft een innovatief idee voor mestverwerking – levert energie én meststoffen. Het idee komt echter niet verder want het is niet eerder gedaan in Nederland. De suggestie is om dit verder te verkennen. Eventueel met hulp van de provincie en de universiteit. Bekijk het vraagstuk in internationaal verband – Duitsland heeft stroom over. CO2 opslag in zoutcavernes.
Ook het water in de cavernes is te gebruiken voor WKO. De buizen liggen er al/nog in. Olifantsgras is een mooi energieproduct. Kijk wel wat dit doet met de biodiversiteit. Kijk voor zonne-energie ook naar de grote tuinen in de stad.
3. Natuur, landschap en leefbaarheid in het landelijk gebied In deze thematische groep staan de veranderingen en de opgaven in het landelijk gebied centraal. Het kleinschalige landelijk gebied van Enschede met de afwisseling van landgoederen, landbouw en natuurgebied is waardevol voor bewoners en recreanten, voor natuur en landschap.
Vraagstukken en opgaven -
-
-
8
Het karakteristieke landschap met coulissen, historische boerenerven en weiden is in kwaliteit achteruitgegaan door de schaalvergroting in de landbouw, leegstand van agrarische gebouwen en minder aandacht voor het beheer van natuur en landschapselementen. Daarbij zijn er ook effecten zoals verdroging op het landschap door klimaatverandering. Er komen steeds meer gebouwen leeg te staan in het landelijk gebied omdat agrarische bedrijven stoppen. Dit leidt tot verloedering van het gebied en verschraling van het landschap. Verkrotting is echter niet aan de orde. Een complicerende factor is dat veel oudere gebouwen asbesthoudende daken hebben, en deze moeten vóór 2024 verwijderd zijn. De leefbaarheid van het gebied staat onder spanning. De levendigheid en de eigenheid van het landelijk gebied nemen af door vergrijzing, wegtrekkende (hoogopgeleide) jongeren en afname van sociale cohesie.
-
Enschede heeft relatief veel stedelijk gebied waar weinig ruimte is voor de opwekking van duurzame energie. Dit betekent dat er deels een opgave ligt voor opwekking in het landelijk gebied.
Mogelijkheden en kansen Waar liggen er mogelijkheden en kansen om aan deze vraagstukken te werken? Biedt de energieopgave wellicht ook kansen? -
-
-
-
-
-
-
Nieuwe functies van het buitengebied kunnen bijdragen aan een duurzame toekomst van natuurgebieden en het landschap en aan het tegengaan van leegstand en de bevolkingskrimp. Zo kan er gedacht worden aan kleinschalige recreatie zoals (eco)kampeerplaatsen en zorgboerderijen. Het verbeteren van de inrichting van het landschap voor recreatie: verbindingen tussen gebieden, wandelpaden met bankjes, waterlopen, parkeermogelijkheden, aanpakken van zwerfvuil en hondenpoep. Leegstaande gebouwen beschikbaar stellen als woningen voor jongeren en voor mantelzorg/dagopvang van ouderen. Meer zeggenschap voor bewoners over (de inrichting van) hun leefomgeving. Dit kan door het faciliteren van lokale (burger)initiatieven zoals natuurbehoud, evenementen, duurzaam voedsel verbouwen, boekenhuisjes, een platform voor uitwisseling producten en diensten en duurzame energieopwekking. Tevens draagt dit bij aan de sociale cohesie. Hoe kan de verbinding tussen bewoners en agrarische bedrijven verder gestimuleerd worden? De oprichting van een ‘stadsdeel Buitengebied’. De energietransitie als kans om het landschap van de toekomst de financieren. Opbrengsten uit de opwekking van duurzame energie kunnen gebruikt worden om een impuls te geven aan gebieden en de kwaliteit van de leefomgeving.
Kunnen (nieuwe) natuurgebieden en gebieden met hoge landschappelijke waarden financieel rendabel worden door in het landschap passende duurzame energieopwekking in de omgeving? Realiseren van projecten voor duurzame energieopwekking die het mogelijk en makkelijker maken voor inwoners om deel te nemen. Er worden bijvoorbeeld opties onderzocht voor de collectieve inkoop van zonnepanelen. Bewoners van het landelijk gebied zijn zich bewust van de energietransitie. Voor het zoeken naar locaties voor duurzame energieopwekking moet aandacht zijn voor de landschappelijke inpassing. De voorkeur gaat o.a. uit naar het benutten van daken, gronden rondom de luchthaven, waterpartijen en op taluds langs snelwegen. Ook kan er gekeken worden naar andere gronden zoals rondom AkzoNobel, Twence en stortheuvels. Zijn er voor die gronden gemixte opgaven mogelijk zoals landschap, natuur en duurzame energieopwekking? Ontwikkeling van een proeftuin voor vernieuwende duurzame energie-initiatieven, bijvoorbeeld in samenwerking met de UT. Voorbeelden zijn aardwarmtepompen, duurzame bodemgezondheid, het aanleggen van waterretentiegebieden (bijvoorbeeld in zoutcavernes, hier zou eventueel ook warmte uit gewonnen kunnen worden), CO 2-opslag en CO2-neutraal bouwen als norm, biogas, energie uit biomassa en energiebuffergebieden. Aanvullend is ook de ontwikkeling van waterstof genoemd.
Belemmeringen en zorgen De ontwikkelingen in het landelijk gebied leiden tot zorgen bij inwoners. Ook zijn er belemmeringen die mogelijkheden en kansen in het gebied in de weg zouden kunnen staan. Wat is er nodig om deze belemmeringen en zorgen weg te nemen? 9
⚫
⚫
⚫
⚫
⚫
10
Behoud van het landschap: De inwoners maken zich zorgen over de ontwikkelingen in het landschap. Het oorspronkelijk landschap is van waarde om te behouden voor de historische waarde, de landschappelijke waarde, het belang voor agrarische sector, de natuurwaarde en belang voor biodiversiteit, en de recreatieve waarde. Het moet een prettige woonomgeving blijven. Bij wie ligt de taak om de waarde en kwaliteit van het landschap en de natuur in het landelijk gebied te behouden? Houtwallen: Zorgen voor het mooie kenmerkende buitengebied. Het onderhoud is een nevenactiviteit van agrariërs. De subsidie hiervoor is weggevallen. Regelgeving omtrent bestemming: Vergunningen en regels beperken de mogelijkheden om de functies van gebouwen te wijzigen of uit te breiden. Er mag niet simpelweg van een (voormalig) agrarisch bedrijf een woning of zorginstelling gemaakt worden. Zorgen over duurzame energieopwekking: Er zijn veel zorgen over de effecten van duurzame energieopwekking in het landschap. Vanuit verschillende perspectieven worden zorgen gedeeld, maar ook anderen belicht. Landschapsbeheer: Zorgen over horizonvervuiling en ontsiering van het landschap. De cultuurhistorische en esthetische waarde van gebieden moeten behouden worden.
Natuurliefhebbers en beschermers: Zorgen over effecten op flora en fauna, bijvoorbeeld door de wieken van een molen, de aantasting van biodiversiteit en bodemkwaliteit. Natuurgebieden moeten ontzien worden en de Natura 2000 doelstellingen en natuurbeschermingswet moeten nageleefd worden. Bewoners van het landelijk gebied: Zorgen over effecten op de gezondheid, zoals slagschaduw en geluidsoverlast, op veiligheid en woongenot. Behoud van de mooie woonomgeving. Daarnaast worden er vraagtekens geplaatst bij de afstand tussen windmolens en woningen en bedrijven en de norm die daarvoor gehanteerd worden. Recreatie- en toerismebranche: Zorgen over inkomensschade door afnemend toerisme in verband met mogelijke veranderingen in gebieden met een hoge landschappelijke waarde. Er moet ook aandacht zijn voor de functie van gebieden, bijvoorbeeld voor wandelaars en fietsers. Technisch perspectief: Zorgen over het rendement van opties voor duurzame energieopwekking, de hoeveelheid subsidie die bijvoorbeeld opties vragen en de toekomst van de salderingsregel. Afgeschreven zonnepanelen: wat gebeurt er over 20 jaar met de zonnepanelen? Is dat afval? Waar komt het terecht en hoe wordt het verwerkt? Toch is de discussie over windenergie volgens de deelnemers niet afgerond. Verdeling stad/landelijk gebied: De stad gebruikt netto veel energie en er zitten veel grote energieverbruikers.
Bewoners van het landelijk gebied maken zich zorgen dat de verantwoordelijkheid voor duurzame energieopwekking door de stad wordt afgewenteld op het landelijk gebied. De potentie binnen het stedelijk gebied moet zo goed mogelijk benut worden. Daarnaast is er onvrede dat de zonneladder niet consequent wordt toegepast waardoor niet alle daken in de stad voor zonne-energie benut worden. Participatie: Er bestaat de zorg dat gebieden door de gemeente aangewezen gaan worden. Mensen willen participeren in de planvorming en gehoord worden. Daarnaast is er de zorg dat de discussie over duurzame energie zal leiden tot tegenstellingen en problemen tussen buren onderling.
⚫
⚫ ⚫
Rendement: Er zijn vragen over de investeringen in duurzame energieopwekking. Betaalt de investering zich wel terug? Financieel rendement moet in het gebied blijven en daar ook geïnvesteerd worden. Innovatie: Inwoners vinden het belangrijk dat er ruimte wordt gelaten in de planvorming voor technologische ontwikkelingen in duurzame energieopwekking in de toekomst. Capaciteit energienet: Tenslotte is er onvoldoende capaciteit op het energienet. Dit vraagt een langetermijnplanning van netbeheer Enexis, die tijdig geïnformeerd moet worden met bestuurlijke zekerheid over plannen voor de opwekking van duurzame energie. De bouw van een nieuw energiestation kan bijvoorbeeld 10 jaar bedragen en wordt bezien in samenhang met de Regionale Energiestrategie.
Kansrijke richtingen en opties ⚫
⚫
⚫
⚫
⚫
⚫
⚫
11
Ontwikkelen van zonne-energie op water op de bergingsvijver van het Waterschap aan de Twekkelerbeekweg. Op de vijver is zo’n 2 á 3 ha. in te richten met drijvende zonnepanelen. Onder de huidige condities is dit niet rendabel, maar als de gemeente afziet van leges of bereid is om de aansluiting op het net te financieren, dan brengt het de realisatie dichterbij. Dit zou ook kunnen door een opschaling van de opstelling met kleinschalige landopstellingen rondom de locatie, waarbij de bijna 7 ha ‘pet van de Marssteden’ wordt betrokken (reeds in eigendom Gemeente), maar waarbij tevens veel aandacht is voor een meer natuurlijke overgang van stedelijk Enschede naar het buitengebied van Twekkelo. Benutting van gronden rondom de Akzo locatie (gecombineerde landschap/natuur/duurzame energieopgave), hierover is de Vereniging Behoud Twekkelo in gesprek met Akzo (Nouryon) Het voorstel dat eerder is geopperd, om het vliegveld te gebruiken voor zon, en het braakliggende terrein op het euregiobedrijventerrein, zou kunnen worden bekeken. De vraag is of daar aandacht voor is. Dat geldt eveneens voor de N35 en de N18, daar kan veel zonne-energie opgewekt worden. Er liggen kansen voor de ontwikkeling van zonne-energie op daken van schuren (niet elke agrariër is eigenaar van de schuur of heeft de ruimte om zelf te investeren, zie thema 2).
In leegstaande schuren zou je ook naar opslag van energie kunnen kijken. Het buitengebied heeft in bepaalde periodes energie over. Er is daarbij vraag naar regie vanuit de lokale overheid. (NB: als de opwek van elektriciteit met zon zou moeten, dan heb je c.a. 450ha oppervlakte nodig). Bij het opwekken van energie in het landelijk gebied hebben omwonenden niet alleen nadeel maar ook voordeel. Burgerparticipatie is dan wel nodig. (Financiële) participatie moet je dan wel regelen (dat kan o.a. in gemeentelijke beleidsregels worden vastgelegd). Is het mogelijk om experimenteerruimte te krijgen? Bijvoorbeeld om een energiesnelweg aan te leggen. Of te investeren in een waterstofcentrale op de Bouldershoek? Die kan samen met Saxion en de UT worden ontwikkeld. Energiereductie / besparing zou onderdeel uit moeten maken van het beleid. Het gevoel is dat opwekking wordt afgewenteld op het buitengebied, terwijl je ook minder energie kunt gebruiken zodat je niet hoeft op te wekken. Er zijn verschillende opties genoemd om besparing te stimuleren; Financiële prikkels om minder energie te gebruiken; Iedere gebruiker een quotum geven en zelf naar een oplossing laten zoeken; Panelen huren om je auto op te laden (bestaat al); Minder energieverbruik bij productieprocessen (melk bijvoorbeeld) wordt nu al beloond met een hogere prijs;
⚫
Nu geeft een hoger verbruik van elektriciteit een lagere prijs, daar zou je het gesprek over aan moeten gaan; Het lijk erop dat de discussie over windenergie nog niet is afgerond.
4. Bedrijven, dienstverlening en energie [De tekst voor dit onderdeel is voor deze rapportage weggelaten]