Bijlage 5 Bijlagen
Tekst van het document
11
16
24
17
23
21
18
20
22
19
Peilbuis
Boring tot 0.5 m -mv
Boring tot 2.0 m -mv
Boorgat 0.3x0.3x0.5
20
25 meter
Lonneker S 2553
Boring tot 2.0 m -mv (edelmanboor Ø 12cm)
5019 Perceelsnummers
Kadastrale grens Bestaande bebouwing 22 Huisnummer
Onderzoekslocatie
Nieuw te bouwen
10
15
Project nr.: 2021-138 Datum: juni 2021 Schaal: 1:500
5
Kadastrale gemeente: Sectie: Perceel:
0
Afdrukformaat: A3
info@terra-agribusiness.nl
www.terra-agribusiness.nl
Terra-Agribusiness Bodem & Milieutechniek
Eerste Stegge 54
Tel: 0541-295599
7631 AE Ootmarsum
Fax: 0541-294549
BIJLAGE IV Boorstaten
Pagina
Datum: GWS:
23-6-2021 170
Boring:
Datum: GWS:
1
Boring: 0
0 1-1
-50
50
tuin Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak wortelhoudend, zwak baksteenhoudend, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, licht beigebruin, Edelmanboor
1-2 -100
100
Zand, matig fijn, grijsbeige, Edelmanboor
1-3 -150
150
Zand, matig fijn, grijsbeige, Edelmanboor
1-4 -200
200
Zand, matig fijn, grijsbeige, Edelmanboor -250
250
Zand, matig fijn, grijscreme, Edelmanboor
300
-350
2-1 -50
50 2-2
-100
100 2-3
-150
150
klinker Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak wortelhoudend, zwak baksteenhoudend, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak wortelhoudend, zwak baksteenhoudend, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, licht cremebruin, Edelmanboor
2-4 -200
200
Zand, matig fijn, grijscreme, Edelmanboor -250
250
Datum:
3
Zand, matig fijn, grijscreme, Edelmanboor
-350
23-6-2021
Boring: 0 -8
0
-25 -40
klinker Schep
-70
Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremegeel, Schep
-100
Zand, matig fijn, bruingeel, Edelmanboor Zand, matig fijn, geelbruin, Edelmanboor
150
-200
200
2021-138
4 0 -8
0
-25
Zand, matig fijn, licht cremegeel, Schep, Straatzand Schep, Gecertificeerd menggranulaat
3a-1 3-1
100
Projectcode:
0 -8
350
23-6-2021
Boring:
50
2
0
300
350
Datum:
23-6-2021 170
-40
50
klinker Schep Zand, matig fijn, licht cremegeel, Schep, Straatzand Schep, Gecertificeerd menggranulaat
4a-1 4-1 -70
Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremegeel, Schep
1-6
Pagina
Datum:
23-6-2021
Boring:
Datum:
5
23-6-2021
Boring: 0
0
braak Zand, matig fijn, zwak humeus, bruingrijs, Schep
5-1
6 0 -8
0
-25 -40
-50
50
Datum:
23-6-2021
Boring:
Datum:
7 -25 -40
2021-138
Schep
0
Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremegeel, Schep
Zand, matig fijn, licht cremegeel, Schep, Straatzand
-70
Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremegeel, Schep
0 -8
klinker
23-6-2021
8 -25
Zand, matig fijn, licht cremegeel, Schep, Straatzand Schep, Gecertificeerd menggranulaat
7a-1 7-1 -70
Projectcode:
klinker
Schep
Schep, Gecertificeerd menggranulaat
6a-1 6-1
Boring: 0 -8
0
50
50
klinker
50 -70
Schep Zand, matig fijn, licht cremewit, Schep, Straatzand Volledig puin, Schep, Gestaakt ivm puin
2-6
Pagina
Datum:
23-6-2021
Boring:
Datum:
9
Boring: 0 -8
0
-40
50
23-6-2021
9a-1 9-1
-60
-100
100
klinker Schep
10
0
0 -8
50
10a-1 -60 10-1
Zand, matig fijn, licht cremewit, Schep, Straatzand Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremebruin, Schep
-40
klinker Schep Zand, matig fijn, licht cremewit, Schep, Straatzand Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremebruin, Schep
Zand, matig fijn, beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, licht cremegeel, Edelmanboor
150
-200
200
Datum:
23-6-2021
Boring:
Datum:
11
Boring: 0 -8
0
-40
50
11a-1 -60 11-1
-100
100
klinker Schep
-200
200
2021-138
0
Zand, matig fijn, licht cremewit, Schep, Straatzand Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremebruin, Schep Zand, matig fijn, bruingeel, Edelmanboor Zand, matig fijn, licht cremegeel, Edelmanboor
150
Projectcode:
23-6-2021
12 0 -8
-40
50
12a-1 -60 12-1
klinker Schep Zand, matig fijn, licht cremewit, Schep, Straatzand Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremebruin, Schep
3-6
Pagina
Datum:
23-6-2021
Boring:
Datum:
13
Boring: 0 -8
0
-40
50
Datum:
13a-1 -60 13-1
0 -8
50
14a-1 -60 14-1
Zand, matig fijn, licht cremewit, Schep, Straatzand Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremebruin, Schep
15
-40
15a-1 -60 15-1
2021-138
klinker Schep
Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremebruin, Schep
0
Zand, matig fijn, licht cremewit, Schep, Straatzand Zand, matig fijn, zwak puinhoudend, neutraal cremebruin, Schep
tuin Zand, matig fijn, zwak humeus, sporen puin, neutraal beigebruin, Schep
16a-1 16-1 50
Schep
16
0
Zand, matig fijn, licht cremewit, Schep, Straatzand
klinker
23-6-2021
Boring: 0 -8
-40
Projectcode:
Schep
14
0
Datum:
0
50
klinker
23-6-2021
Boring:
23-6-2021
-50
4-6
Pagina
Datum:
23-6-2021
Boring:
Datum:
17
Boring: 0
0
-50
50
0
19
-50
23-6-2021
Boring: 0
tuin Zand, matig fijn, zwak humeus, sporen puin, neutraal beigebruin, Schep
19a-1 19-1 -50
50
Zand, matig fijn, geelbruin, Edelmanboor -100
100
Zand, matig fijn, licht beigegeel, Edelmanboor
150
-200
200
2021-138
20
0
0
beton
-15
Edelmanboor Zand, matig fijn, licht beigegeel, Edelmanboor
20-1 50
tuin Zand, matig fijn, zwak humeus, sporen puin, neutraal beigebruin, Schep
18a-1 18-1
Datum:
0
18
0
50
23-6-2021
Boring:
Projectcode:
tuin Zand, matig fijn, zwak humeus, sporen puin, neutraal beigebruin, Schep
17a-1 17-1
Datum:
23-6-2021
-50
5-6
Pagina
Datum:
23-6-2021
Boring:
Datum:
21
Boring:
0
0
beton
-15
Edelmanboor
-50
Datum:
23 0
beton
-15
Edelmanboor
-50
50
Projectcode:
2021-138
Edelmanboor Zand, matig fijn, licht beigegeel, Edelmanboor
23-6-2021
24
0
Zand, matig fijn, licht beigegeel, Edelmanboor
23-1
beton
-15
-50
Boring:
0
0
22-1 50
23-6-2021
Boring:
22
0
Zand, matig fijn, licht beigegeel, Edelmanboor
21-1 50
Datum:
23-6-2021
0
beton
-15
Edelmanboor Zand, matig fijn, licht beigegeel, Edelmanboor
24-1 50
-50
6-6
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
BIJLAGE V Analysecertificaten en overschrijdingstabellen
Tabel 2: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
BM4
% ds % ds
20, 21, 23, 24 0,15 - 0,50 0,87 1,90 8-7-2021 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw
GSSD
Index
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
0,00490 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
<0,02450 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004
METALEN IJzer Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
% mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
<5 <3 5,10000 <5 <20 <1,5 <0,2 <20 <0,05 <10
4 (6) <7 -0,04 14,87500 -0,31 <7 -0,22 <33 -0,18 <1,1 -0 <0,2 -0,03 <54 (6) <0,05 -0 <11 -0,08
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)
% % %
94,200000 1,9 0,87
94,200000 (6)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C20 Minerale olie C20 - C24 Minerale olie C24 - C28 Minerale olie C28 - C32 Minerale olie C32 - C36 Minerale olie (totaal) Minerale olie C36 - C40
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
<3 <3 <4 <5 <5 <5 <5 <35 <5
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 0,35000
Projectcode: 2021-138
11 (6) 11 (6) 14 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) <123 18 (6)
0
-0,01
<0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,35000 -0,03
---------< 8,88 <=T 8,88 8,88 4 6 # GSSD Index
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner of gelijk aan Tussenwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : OS ontbreekt, toetsing kan niet volledig worden uitgevoerd : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -
Tabel 3: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW
WO
IND
I
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
mg/kg ds
0,02
0,04
0,5
1
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Kwik Lood
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
15 35 40 140 1,5 0,6 0,15 50
35 39 54 200 88 1,2 0,83 210
190 100 190 720 190 4,3 4,8 530
190 100 190 720 190 13 36 530
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie (totaal)
mg/kg ds
190
190
500
5000
PAK PAK 10 VROM
mg/kg ds
40
40
Projectcode: 2021-138
1,5
6,8
Tabel 4: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
Pb1wm1 1-7-2021 2,50 - 3,50 8-7-2021 Voldoet aan Streefwaarde
Meetw AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) meta-/para-Xyleen (som) ortho-Xyleen Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen
GSSD
Pb2wm1 1-7-2021 2,50 - 3,50 8-7-2021 Overschrijding Streefwaarde
Index
Meetw
GSSD
Index
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2 <0,2 0,21000 <0,2 <0,1 <0,2
<0,1 -0 <0,1 -0,03 <0,1 -0,01 <0,21000 0 <0,1 <0,1 <0,1 -0,02 <0,77 (2,14)
<0,2 <0,2 <0,2 0,21000 <0,2 <0,1 <0,2
<0,1 -0 <0,1 -0,03 <0,1 -0,01 <0,21000 0 <0,1 <0,1 <0,1 -0,02 <0,77 (2,14)
µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2
<0,2 <0,2
0,21000
<0,1 <0,1 <0,42 -0 <0,14000 0,01
0,21000
<0,1 <0,1 <0,42 -0 <0,14000 0,01
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,1 <0,1 <0,1 <0,2 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
<0,1 <0,1 <0,1 <0,2 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
µg/l
<0,2
<0,1 (14)
<0,2
<0,1 (14)
µg/l
<0,1
<0,1
0,01
<0,1
<0,1
0,01
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <0,1 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
-0,01 -0,02
<0,2 <0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <0,1 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
-0,01 -0,02
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<2 <3 <2 <10 <2 <0,2 31,00000 <0,05 <2
<1 -0,23 <2 -0,22 <1 -0,23 <7 -0,08 <1 -0,01 <0,1 -0,05 31,00000 -0,03 <0,04 -0,06 <1 -0,23
4,60000 11,00000 4,40000 18,00000 2,30000 <0,2 120,000000 <0,05 <2
4,60000 -0,19 11,00000 -0,07 4,40000 -0,18 18,00000 -0,06 2,30000 -0,01 <0,1 -0,05 120,000000 0,12 <0,04 -0,06 <1 -0,23
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C20 Minerale olie C20 - C24 Minerale olie C24 - C28
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<10 <10 <5 <5 <5
7 (6) 7 (6) 4 (6) 4 (6) 4 (6)
<10 <10 7,30000 6,20000 11,00000
7 (6) 7 (6) 7,30000 (6) 6,20000 (6) 11,00000 (6)
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,3-Dichloorpropaan 1,1-Dichloorpropaan Dichloorpropaan cis + trans-1,2Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,2-Dichloorpropaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride
Projectcode: 2021-138
0,01
0 -0,01
0 0 -0,05 0 0,03
0,01
0 -0,01
0 0 -0,05 0 0,03
Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Minerale olie C28 - C32 Minerale olie C32 - C36 Minerale olie (totaal) Minerale olie C36 - C40
µg/l µg/l µg/l µg/l
PAK Naftaleen PAK 10 VROM
µg/l -
---------< 8,88 8,88 8,88 >T 11 14 2 6 # GSSD Index
Pb1wm1 1-7-2021 2,50 - 3,50 8-7-2021 Voldoet aan Streefwaarde <5 4 (6) <5 4 (6) <50 <35 <5 4 (6)
<0,02
-0,03
Pb2wm1 1-7-2021 2,50 - 3,50 8-7-2021 Overschrijding Streefwaarde 5,50000 5,50000 (6) <5 4 (6) <50 <35 -0,03 <5 4 (6)
<0,01 0 <0,00020 (11)
0,04400
0,04400 0 0,00063 (11)
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -
Tabel 5: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,2 4 7 0,2 6
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Dichloorpropaan cis + trans-1,2-Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,8 0,01 0,01 0,01 6 0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
20 15 15 65 5
Projectcode: 2021-138
S Diep
Indicatief
I
30 150 1000 70 300 150
80 20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5
0,7 2,1 1,3 24 3,6
100 75 75 800 300
Cadmium Barium Kwik Lood
µg/l µg/l µg/l µg/l
S 0,4 50 0,05 15
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie (totaal)
µg/l
50
600
PAK Naftaleen
µg/l
0,01
70
Projectcode: 2021-138
S Diep 0,06 200 0,01 1,7
Indicatief
I 6 625 0,3 75
BIJLAGE VI Foto's
Bijlage 3 Verkennend ecologisch onderzoek
bestemmingsplan Hengelosestraat 437 (vastgesteld)
77
Quickscan natuurwaardenonderzoek Sloop en nieuwbouw woningen Hengelosestraat 437 Enschede
Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000
Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Sloop en nieuwbouw woningen Hengelosestraat 437 Enschede
Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
BJZ.NU
Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna
Projectnummer en versie: 3682 versie 1.0 Ligging plangebied: Hengelosestraat 437 te Enschede Auteur: H. van Gijn & Ing. P. Leemreise
Status: definitief Rapportdatum: 30-8-2022 Veldwerk uitgevoerd door: H. van Gijn
1
Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................................... 5
Hoofdstuk 2
Het plangebied ......................................................................................................................... 6
2.1 Situering ................................................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3
Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 8
3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 8 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 9 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 9 Hoofdstuk 4
Toetsingskaders ...................................................................................................................... 10
4.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 10 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................. 10 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ..................................................................................... 10 4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ......................................................................... 11 Hoofdstuk 5
Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 12
5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 12 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 12 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 13 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 15 Hoofdstuk 6
Soortenbescherming .............................................................................................................. 16
6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 16 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 16 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 17 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 21 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 25 6.6 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 25 Hoofdstuk 7
Conclusies ............................................................................................................................... 26
2
SAMENVATTING Er zijn concrete plannen voor het realiseren van nieuwe woningen aan de Hengelosestraat 437 te Enschede. Om de bouw van deze woningen mogelijk te maken, dient een deel van de aanwezige bebouwing gesloopt te worden en zal een deel van de aanwezige beplanting gerooid worden. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven Het plangebied is op 9 juli 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.
Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, toename verkeer in gebruiksfase en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Echter kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, niet op voorhand volledig uitgesloten worden. Om het effect inzichtelijk te maken, dient een stikstofberekening opgesteld te worden voor de gebruiksfase en ontwikkelfase (aanlegfase). Deze stikstofberekening is reeds uitgevoerd door BJZ. De resultaten van deze stikstofberekening staan weergegeven in een aparte rapportage opgesteld door BJZ. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen wel worden uitgesloten1. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.
Beschermde dieren benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats, nestelen er vogels en bezetten vleermuizen er verblijfsplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Vleermuizen en hun vaste verblijfplaatsen zijn beschermd en mogen alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen dient aanvullend onderzoek conform het vleermuisprotocol uitgevoerd te worden. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden in de periode half mei-half september (half oktober). Op basis van nader onderzoek kunnen de wettelijke consequenties bepaald worden. Dit onderzoek is al reeds begonnen.
Voor de meeste beschermde grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling van het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaatsen’. Dit geldt echter niet voor de egel en steenmarter. Voor het doden van 1
Stikstofrapportage Hengelosestraat 437 Enschede (opgesteld door BJZ). 3
beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt geen vrijstelling. De vaste rust- en voorplantingsplaats van de egel en steenmarter is beschermd. Tijdens het uitvoeren van nader onderzoek vleermuizen wordt ook gekeken naar de functie van het plangebied voor egels en steenmarters. Wanneer er in het plangebied rust- en voorplantingsplaatsen bezet zijn wordt geadviseerd om een ontheffing aan te vragen of te werken volgens een toepasbare en goedgekeurde gedragscode om vaste rust- en voortplantingsplaats van egel en steenmarter te mogen beschadigen/vernielen. Onderdeel van het werken volgens een gedragscode is het opstellen van een ecologisch werkprotocol. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige beschermde diersoorten aangetast. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels; • Geen beschermde amfibieën of zoogdieren doden; • Nader onderzoek naar de functie van de aanbouw voor vleermuizen uitvoeren (Nader onderzoek is al reeds begonnen); • Stikstofberekening uitvoeren (deze is al reeds uitgevoerd); • Tijdens het uitvoeren van nader onderzoek vleermuizen wordt ook gekeken naar de functie van het plangebied voor egels en steenmarters.
Wanneer er in het plangebied rust- en voorplantingsplaatsen bezet zijn wordt geadviseerd om een ontheffing aan te vragen of te werken volgens een toepasbare en goedgekeurde gedragscode om vaste rust- en voortplantingsplaats van egel en steenmarter te mogen beschadigen/vernielen;
4
HOOFDSTUK 1
INLEIDING Er zijn concrete plannen voor het realiseren van nieuwe woningen aan de Hengelosestraat 437 te Enschede. Om de bouw van deze woningen mogelijk te maken, dient een deel van de aanwezige bebouwing gesloopt te worden en zal een deel van de aanwezige beplanting gerooid worden. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied.
Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland).
Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.
5
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED
2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Hengelosestraat 437 te Enschede. Het ligt in het westelijke deel van de woonkern Enschede en wordt omgeven door stedelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een restaurant en hotel ‘’De Assinkhof’’, waar de bedrijfsactiveiten al enige tijd geleden gestaakt zijn. Het bestaat uit bebouwing, beplanting, erfverharding en parkeerplaatsen. De bebouwing bestaat uit meerdere aangesloten gebouwen die aanbouw vormen van het monumentale hoofdgebouw. Deze aanbouw staat tegen de zuidzijde van het monumentale gebouw en beslaat een groot oppervlak in het oostelijke en centraal gelegen deel van het plangebied. Deze aanbouw beschikt over bakstenen buitengevels met luchtspouw. Een deel van de aanbouw is gedekt met dakpannen en deel beschikt over een plat dak. Het monumentale gebouw beschikt over bakstenen buitengevels zonder luchtspouw en is gedekt met dakpannen. De beplanting bestaat uit enkele loofbomen, hedera, struiken en hagen. Centraal en zuidelijk gelegen in het plangebied liggen parkeerplaatsen. Het plangebied grenst met de oost- en westzijde aan woningen en tuinen. De zuidzijde van het plangebied grenst aan de Noorderkroonstraat en de noordzijde aan een fietspad dat grenst aan de Hengelosestraat. Tevens grenst de noordzijde van het plangebied aan een dienstwoning met schuur. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een impressie van het plangebied wordt verwezen naar de fotobijlage.
6
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijnen aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
7
HOOFDSTUK 3
VOORGENOMEN ACTIVITEITEN
3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om 25 nieuwe woningen te realiseren in het plangebied. Om deze woningen te realiseren dient de aanbouw gesloopt te worden. Het monumentale gebouw en de dienstwoning blijven behouden. De nieuwe woningen worden d.m.v. een nieuw aan te leggen verharde inrit in verbinding gebracht met de Hengelosestraat. Langs deze inrit komen enkele laanbomen en aan het begin van de inrit wordt een poort geplaatst. Met uitzondering van de twee loofbomen, die langs de huidige inrit staan (zie onderstaande afbeelding met geel omcirkeld), wordt alle beplanting verwijderd. De bestaande parkeerplaatsen worden verwijderd en er wordt nieuwe erfverharding aangelegd. Het plangebied wordt nadien ingepast met nieuwe beplanting van o.a. laanbomen, loofbomen en heesters. Op onderstaande afbeelding wordt een plattegrond van het wenselijk eindbeeld weergegeven.
Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (bron: Som)
De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Verwijderen beplanting; • Slopen bebouwing; • Bouwrijp maken bouwplaats; • Bouwen woningen; • Aanleggen erfverharding • Aanleggen erfbeplanting;
3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden;
8
Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;
3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan verharde weg, woningen en tuinen. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De invloedsfeer is lokaal. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.
9
HOOFDSTUK 4
TOETSINGSKADERS
4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.
In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of
10
•
onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.
4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel
11
HOOFDSTUK 5
GEBIEDSBESCHERMING
5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Natuurnetwerk Nederland. 5.2 Natuurnetwerk Nederland Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede ruimtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.
Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Overijssel. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 360 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren.
Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.
360 meter afstand tussen het plangebied en de gronden die tot NNN behoren
Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met het rode marker aangeduid. Gronden die tot Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de lichtgroene kleur op de kaart aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl). 12
Beschermingsregime De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland.
5.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming).
In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 4,51 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Lonnekermeer.
Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
13
4,51 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren
Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: pdok.nl).
Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten De uitvoering van fysieke activiteiten in een plangebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied in de omgeving van een plangebied. Als gevolg van bouwwerkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie. Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal en gelet op de afstand tussen het plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000gebied is een negatief effect uitgesloten. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Dat houdt in dat stikstofemissie welke ontstaat tijdens de ontwikkelfase, niet beoordeeld hoeft te worden op mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebied. De partiële vrijstelling heeft alleen betrekking op projecten en niet op plannen.
Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de afvoer van sloopmateriaal, aanvoer van bouwmaterialen en vervoer van materieel en personeel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Echter kan een negatief op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, niet op voorhand volledig uitgesloten worden. Om het effect inzichtelijk te maken, dient een stikstofberekening opgesteld te worden voor de ontwikkelfase (aanlegfase) m.b.v. Aerius Calculator. Deze stikstofberekening is reeds uitgevoerd door BJZ. De resultaten van deze stikstofberekening staan weergegeven in een aparte rapportage opgesteld door BJZ2. Beoordeling stikstof (gebruiksfase) Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied neemt toe als gevolg van de bewoning van de 25 woningen.
Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, toename verkeer in gebruiksfase en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Echter kan een negatief 2
Stikstofrapportage Hengelosestraat 437 Enschede (opgesteld door BJZ). 14
effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, niet op voorhand volledig uitgesloten worden. Om het effect inzichtelijk te maken, dient een stikstofberekening opgesteld te worden voor de gebruiksfase m.b.v. Aerius Calculator. Deze stikstofberekening is reeds uitgevoerd door BJZ. De resultaten van deze stikstofberekening staan weergegeven in een aparte rapportage opgesteld door BJZ3.
5.4 Slotconclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, toename verkeer in gebruiksfase en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Echter kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, niet op voorhand volledig uitgesloten worden. Om het effect inzichtelijk te maken, dient een stikstofberekening opgesteld te worden voor de gebruiksfase en ontwikkelfase (aanlegfase). Deze stikstofberekening is reeds uitgevoerd door BJZ. De resultaten van deze stikstofberekening staan weergegeven in een aparte rapportage opgesteld door BJZ. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen wel worden uitgesloten.
3
Stikstofrapportage Hengelosestraat 437 Enschede (opgesteld door BJZ). 15
HOOFDSTUK 6
SOORTENBESCHERMING
6.1 Verwachting en bureauonderzoek Uit de bureaustudie (bronnenonderzoek & NDFF) zijn geen veldbiologische gegevens naar voren gekomen die bruikbaar zijn voor deze studie. Het plangebied vormt een restaurant en hotel ‘’De Assinkhof’’, waar de bedrijfsactiveiten al enige tijd geleden gestaakt zijn. Het bestaat uit bebouwing, beplanting, erfverharding en parkeerplaatsen. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van sommige algemene en weinig kritische diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • vogels; • vleermuizen; • grondgebonden zoogdieren; • amfibieën; Overige soorten Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van beschermde faunasoorten als reptielen, libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen.
Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten.
6.2 Methode In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 9 juli 2021 tijdens de daglichtperiode (ochtend) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50) en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. De onderzoeker beschikte tevens over een warmtebeeldcamera (Helion Pulsar xq28). Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • veldbezoek door ervaren ecoloog; • aanvullend bronnenonderzoek (o.a. internet); • NDFF; Specifieke relevante literatuurbronnen zijn o.a. • Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland; • Atlas van de zoogdieren van Nederland; • Nieuwe atlas van de Nederlandse flora;
16
Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels. Veel vogels vertonen territorium-indicerend gedrag en hebben een bezet nest. Sommige soorten hebben al uitgevlogen jongen in deze tijd van het jaar. In het plangebied is gekeken en geluisterd naar vogels, (oude) nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek en onderzoek naar voortplantingslocaties. Er is in het plangebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het plangebied duiden zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen.
Vleermuizen De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Vleermuizen hebben de winterverblijfplaats verlaten en bezetten de zomerverblijfplaatsen. Er is in het plangebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen. Het plangebied is bezocht op een moment op de dag dat vleermuizen niet foerageren en geen lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute. De mogelijke betekenis van het plangebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied. Amfibieën De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek naar amfibieën en onderzoek naar voortplantingswateren. Sommige volwassen amfibieën hebben de voortplanting voltooid en hebben de voortplantingswateren al weer verlaten (kamsalamander, gewone pad, heikikker) en zitten overdag weggekropen in holen en gaten in de grond, of onder strooisel, bladeren, takken, rommel of opgeslagen goederen. Soorten als ‘groene kikker’ en rugstreeppad moeten nog beginnen aan de voortplanting. Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het plangebied voor amfibieën en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar deze soorten.
Daarbij is tevens rekening gehouden met de ligging van het plangebied ten opzichte van het (normale) verspreidingsgebied van verschillende amfibieënsoorten.
6.3 Resultaten In deze paragraaf worden de resultaten van het veldbezoek gepresenteerd. Alleen soorten die in het onderzoeksgebied vastgesteld zijn, zeer waarschijnlijk in het onderzoeksgebied voorkomen of soorten waarvan het onderzoeksgebied een (essentieel) onderdeel van het functionele leefgebied vormt, worden in deze paragraaf besproken. Vogels Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk nestelen er jaarlijks vogels in het plangebied. Vogels kunnen een nestlocatie bezetten in de beplanting. De bebouwing in het plangebied is goed afgesloten en beschikt niet over invliegopeningen waardoor vogels niet in de bebouwing kunnen nestelen. Vogelsoorten die mogelijk in het plangebied nestelen zijn merel, vink, tjiftjaf, zwartkop en houtduif. In het plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden dat huismussen of gierzwaluwen er een rust- of voortplantingsplaats bezetten. 17
Tevens zijn geen aanwijzingen gevonden dat steen- of kerkuil er een vaste rust- of nestplaats bezetten. Er zijn ook geen aanwijzingen dat roofvogels een vaste rust- of nestplaats in het plangebied bezetten. Door het verwijderen van beplanting tijdens de voortplantingsperiode, wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd of vernield. Als gevolg van het vernielen van een bezet vogelnest worden mogelijk eieren beschadigd of vernield of worden (jonge) vogels gedood. Als gevolg van het verwijderen van beplanting neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vogels af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Verwijderen beplanting; Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen, maar het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende algemene- en weinig kritische grondgebonden zoogdiersoorten als huisspitsmuis, eekhoorn, egel en steenmarter. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten steenmarters, bosmuizen, huisspitsmuizen en egels er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Huisspitsmuizen kunnen een rust- en voortplantingsplaats bezetten in holen en gaten in de grond. Egels en steenmarters kunnen een rusten voortplantingsplaats bezetten onder dichte begroeiing en takkenbossen.
De bebouwing in het plangebied is niet toegankelijk en daardoor niet geschikt voor grondgebonden zoogdieren om er een vaste rust- en voortplantingsplaats in te bezetten. Ook zijn geen (blader)nesten van eekhoorns in het plangebied vastgesteld.
Dichte vegetatie en takkenbossen bieden egels en steenmarters een potentiële rust- en voortplantingsplaats.
Door het verwijderen van beplanting en het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd en vernield. Als gevolg van het verwijderen van beplanting en bebouwen en verharden van het plangebied neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Uitvoeren grondverzet; - Verwijderen beplanting; - Bebouwen en verharden plangebied; Vleermuizen • Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, maar de aanbouw wordt wel als 18
potentiële verblijfplaats van vleermuizen beschouwd. De aanbouw beschikt over een luchtspouw met open stootvoegen welke vleermuizen de kans bieden een verblijfplaats te bezetten in de luchtspouw. Ook kan een invliegopening tussen de buitengevel en de daklijst niet uitgesloten worden. Ervaring heeft aangetoond, dat dergelijke daklijsten vaak benut worden als invliegopening. Vleermuissoorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis kunnen dergelijke verblijfplaatsen benutten als zomer-, winter-, kraam en/of paarverblijfplaats. Vleermuizen bezetten een dergelijke verblijfplaats maanden of slechts weken en doorgaans hebben de bewoners daar totaal geen weet van.
Zichtbare openstootvoegen vormen potentiële invliegopeningen in de aanbouw. Door het slopen van de aanbouw wordt mogelijk een vleermuis verstoord of gedood en een vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd en vernield. Het uitvoeren van nader onderzoek naar een dergelijke verblijfplaats van vleermuizen in de aanbouw is al reeds begonnen. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Slopen aanbouw (nader onderzoek is al reeds begonnen); • Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende vleermuissoorten rond de bebouwing en beplanting in het plangebied. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Door het verwijderen van de beplanting neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Verwijderen beplanting; • Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats).