Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing PAB VTE2024 geanonimiseerd
Tekst van het document
Ook het gebied ten westen van de taxibaan is in de ontwikkeling van De Strip betrokken. Nota van uitgangspunten Op 20 april 2015 heeft de gemeenteraad van Enschede de ‘Nota van uitgangspunten Middengebied’ vastgesteld. Deze nota bevat voorstellen voor de uitgangspunten – zoals geluid en evenementen. Aan de hand van deze nota zijn eventuele discussiepunten voor de verdere uitwerking met belanghebbenden en de gemeenteraad besproken en vastgelegd. Deze Nota heeft als basis gediend voor de opstelling van de bestemmingsplannen voor de noordzijde (Technology Base/luchthaven) en voor het middendeel (evenementen- en leisureterrein met bijbehorende geluidszone vanuit het bestemmingsplan met de beperkingenzones, bedrijvigheid op Deventerpoort en de nieuw aangelegde natuur). Het plan voor de noordzijde is inmiddels onherroepelijk. Het plan voor het middengebied is medio 2019 vernietigd door de Raad van State (zie hiervoor).
22
PAB VTE 2024
Ook voor het bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden 2021 is een nota van uitgangspunten opgesteld. De door het college van B&W geaccordeerde Nota beschrijft het plangebied en de geldende beleidskaders en geeft aan welke aanpassingen ten opzichte van het vorige – vernietigde – bestemmingsplan aan de orde zijn. In hoofdstuk 1 is reeds toegelicht dat dit bestemmingsplan ook vernietigd is door de Raad van State. De uitgangspunten voor dit project zijn beschreven in paragraaf 2.3. Ook hierin wordt de algemene lijn van de eerste nota van uitgangspunten niet verlaten. De aanvraag is gericht op het mogelijk maken van een evenementenlocatie. De aanvraag past binnen de huidige regels ten aanzien van stikstof. Beleidsregel ruimtelijke kwaliteit In de Beleidsregel Ruimtelijke kwaliteit voormalige vliegbasis Twenthe - die tot stand is gekomen in samenwerking met het Kwaliteitsteam - is de ruimtelijke doorvertaling beschreven van de spelregels die in het advies van het Kwaliteitsteam (zie hiervoor bij provinciaal beleid) zijn opgenomen. Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit.
De watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: • overbelasting van het rioolstelsel; • grondwateroverlast; • problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: • daar waar het kan is het regenwaterwater afgekoppeld van het gemengde riool; • de beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken; • water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen; • de watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar; • Enschedëers gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad; • de waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede. Structuurvisie Cultuurhistorie In de Structuurvisie Cultuurhistorie wordt geregeld op welke wijze bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen moet worden omgegaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden.
Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen. Toetsing project aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant beleid De aanvraag projectafwijkingsbesluit is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid.
PAB VTE 2024
23
Hoofdstuk 4
Toetsing aan de relevante omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de diverse omgevingsaspecten waarmee voor wat betreft de uitvoerbaarheid van het project rekening dient te worden gehouden.
4.1
Welstand en beeldkwaliteit
De aanvraag heeft geen betrekking op nieuwbouw, slopen of nieuwe verhardingen. Een toets aan welstandseisen en beeldkwaliteit is om die reden niet aan de orde. De aanvraag voldoet aan de Beleidsregel Ruimtelijke kwaliteit voormalige vliegbasis Twenthe.
4.2
Cultuurhistorie en archeologie
Historie en ontstaansgeschiedenis projectgebied Twentse landschap De bewoningsgeschiedenis van het VTE-terrein en de omgeving hangt nauw samen met het ontstaan van het landschap. Op de hogere gronden, voornamelijk op de flanken van de stuwwallen en op de dekzandruggen is vanaf de Vroege Middeleeuwen een essen- en oude hoevenlandschap ontstaan. De essen vormden open akkercomplexen rond de esdorpen en – gehuchten of lagen meer verspreid in de vorm van kleine eenmansessen of kampen, hier vaak erven genoemd. Ze hadden functionele relaties met de graslanden in de beekdalen en de heidevelden op de arme zandgronden. Rond de 11 e eeuw ontstonden de marken in het gebied. Een marke is een verbond van boeren om gezamenlijk akkers, weides, bossen en heidevelden te beheren. Het projectgebied viel onder meerdere marken. De gebieden tussen de oude ontginningen, op de hogere en/of slecht doorlatende gronden, zijn later ontgonnen, volgens een veel rechtlijniger ontginningspatroon. Deze jonge broek- en veldontginningen zijn in het huidige landschapspatroon veelal bebost of in gebruik als grasland.
Figuur 4.1 Historische kaart projectgebied en omgeving Binnen het gebied waren rond 1900 diverse boerderijen aanwezig, met door houtwallen omgeven bouwlanden en bospercelen. Ook waren diverse historische landschappelijke lijnen aanwezig, zoals deels beplante wegen, paden en een beekje. Het grootste gedeelte van het gebied bestond destijds nog uit ‘woeste grond’; onontgonnen heidevelden en drassige terreinen.
24
PAB VTE 2024
De luchthaven De geschiedenis van de vliegbasis begint in 1921, het jaar waarin enkele Twentse notabelen een stuk heidegrond tussen Enschede, Hengelo en Oldenzaal geschikt begonnen te maken voor de sportvliegerij: dit gedeelte lag ter plaatse van de zuidelijke ringweg. In 1931 werd het sportvliegterrein omgevormd tot een volwaardig civiel vliegterrein. Na egalisatie van het terrein werd een grote grasmat van 64 hectare aangelegd aan de oude handelsweg, de Oude Deventerweg. Dit gebied werd begrensd door de Fokkerweg in het oosten, de Oude Deventerweg in het zuiden, de Panderweg in het westen en de Korhaanweg in het noorden. In 1932 werden op het terrein een stationsgebouw en een hangar gebouwd. Er was onder andere tot 1939 een dagelijkse lijnvlucht per KLM naar Amsterdam.
Figuur 4.2 Graff Zeppelin in Twente In mei 1940 werd het vliegveld door de Duitse Luftwaffe in bezit genomen. Hun 'Fliegerhorst' maakte deel uit van een stelsel van luchtverdediging dat de hele westkust van het Europese vasteland omvatte. De basis voor dat stelsel werd gevormd door de mogelijkheden die de radar bood voor vluchtleiding en gevechtsleiding. Voor dit nieuwe doel werden de bestaande startbanen vergroot en werden er nieuwe banen aangelegd: hiermee kwam de nog steeds bestaande 'Duitse' A tot stand. Om de startbanen kwam een ringweg te liggen. Deze ringweg stond in verbinding met de 55 vliegtuighallen die door de Duitsers werden gebouwd. De Duitsers breidden het vliegveld sterk uit: boeren werden onteigend en landgoed het Slottelmös werd in beslag genomen: het nieuwe hoofdgebouw werd op dit voormalige landgoed gesitueerd. De luchtverkeersleiding kreeg een plaats op het Centrum (Rollfeld). Aan de Lonnekerveldweg werd een gebouw voor de technische dienst opgericht en aan de Fokkerweg verrezen onderkomens voor de manschappen. Onderkomens voor officieren en onderofficieren werden gebouwd op het Prins Bernardpark (Nordlager), Zuidkamp (Südlager) en kamp Overmaat. Ten noorden van het Prins Bernardpark werd een radiostation gebouwd.
PAB VTE 2024
25
Figuur 4.3 Foto hotel Twenthe Toen na 1942 de vooral overdag opererende Amerikaanse luchtmacht in het Nederlandse luchtruim verscheen, werden twee enorme rolbaanlussen aangelegd: één liep tot aan de grens met Oldenzaal en de ander tot aan het huidige terrein van de Universiteit Twente. Op 1 april 1945 werd het vliegveld door Engelse troepen bezet, waarna het in november 1945 werd overgedragen aan de Nederlandse luchtmacht. Op 31 maart 1946 werd vervolgens de vliegbasis Twenthe opgericht. Na de oorlog werd het terrein van het vliegveld teruggebracht van ruim 1800 tot minder dan 500 ha. Vanaf deze periode werden voortdurend functionele verbeteringen en veranderingen doorgevoerd. Die hingen bijvoorbeeld samen met wijzigingen in gestationeerde vliegtuigtypen (Starfighter, NF-5, F-16) en met veranderende functies (opleiding, parate eenheid, etc.). Een grote ingreep betekende in 1974 de vervanging van de oude vliegtuigparkeerplaatsen door zogenoemde 'shelters', vliegtuigbunkers met een landelijk uiterlijk. Zij waren een uitvloeisel van de ervaringen van de Israëlische luchtmacht, die in één keer veel in de open lucht geparkeerde Egyptische gevechtsvliegtuigen uitschakelde.
Er is in verband met vernieuwing en kostenbesparing in de afgelopen jaren door Defensie veel van de 'Duitse' bebouwing gesloopt: van de 55 oude verwarmde hangars is er bijvoorbeeld nog maar één, in sterk veranderde toestand over. Ook het pand C(entrum) 1, het Duitse hoofdgebouw, is enkele jaren geleden afgebroken. Het legeringscomplex aan de Fokkerweg is in 2003 in zijn geheel verdwenen. In 2003 werd door het Ministerie van Defensie besloten Vliegbasis Twenthe af te stoten. Nog voor de zomer van 2004 zijn de meeste eenheden van de vliegbasis vertrokken en in 2007 hielden ook onderhoud en reparatie hier op. Monumenten in het projectgebied In het gebied zijn geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten aanwezig. Dit wil echter niet zeggen dat er geen cultuurhistorische waarden of monumentale bebouwing, bouwelementen en/of bebouwingsensembles aanwezig zijn. Er is een reeks van waardebepalingen opgesteld, die ingaan op de cultuurhistorische waarden op het terrein. Voorstellen tot bescherming van diverse objecten op het terrein werden ook meegenomen in een raadsvoorstel van de gemeente Enschede in 2002, maar dit voorstel en ook aanvragen richting de minister hebben niet tot registratie als rijks- of gemeentemonument geleid.
Bijzondere bomen en overige cultuurhistorisch waardevolle elementen Voor gronden buiten de bebouwde kom geldt bescherming van bomen op basis van de Wet natuurbescherming. Daarnaast is voor het vellen van bomen de Verordening kwaliteit leefomgeving van de gemeente Enschede van toepassing. Als gevolg van het project zullen geen bomen worden gekapt of geveld, waardoor toetsing aan de Wet natuurbescherming of Verordening kwaliteit leefomgeving achterwege kan blijven. Bovendien heeft de aanvraag geen betrekking op nieuwbouw of het kappen van bomen, zodat deze geen gevolgen heeft voor aanwezige beschermenswaardige bomen.
26
PAB VTE 2024
Archeologisch erfgoed Op 28 januari 2008 heeft de gemeenteraad van Enschede het gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. Hierin is opgenomen op welke wijze binnen de gemeente Enschede invulling wordt gegeven aan de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Op basis van het beleid dient archeologie op een dusdanig vroeg tijdstip te worden betrokken bij planontwikkelingen en/of aanvragen voor bouw-, sloop- of aanlegvergunningen dat de risico's van bodemverstoringen voor de archeologie voorafgaand aan de werkzaamheden in kaart kunnen worden gebracht. Door onderzoeksbureau RAAP is eind 2011 onderzoek uitgevoerd naar o.a. de archeologische waarden in het plangebied van de luchthaven (bijlage 5: Onderzoeksgebied Vliegbasis Twenthe, gemeenten Enschede en Dinkelland; bureau- en inventariserend veldonderzoek naar archeologische resten en een bureaustudie naar de relicten van de Fliegerhorst uit WOII, kenmerk 0925-6229). Conclusie voor de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft is dat bijna alle gronden een lage archeologische verwachtingswaarde hebben en dat nader onderzoek niet nodig wordt geacht. Voor een klein gedeelte met een middelhoge verwachtingswaarde is wel nader onderzoek geadviseerd.
Tijdens het nader veldonderzoek (bijlage 6: RAAP, Plangebied Vliegbasis Twenthe, oostelijk deel, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek, kenmerk 0925-6369) zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat bij gebruik van de locatie geen archeologische resten zullen worden verstoord. In het selectiebesluit van de gemeente Enschede is opgenomen dat er geen vervolgonderzoek noodzakelijk is op basis van het in 2011 uitgevoerde archeologische onderzoek. Wel is in het besluit aangegeven dat er archeologische begeleiding plaats dient te vinden bij grondwerkzaamheden waarbij vondstmateriaal uit WOII wordt aangetroffen. Hierbij dient gehandeld te worden conform het opgestelde programma van eisen Archeologische begeleiding (bijlage 7: Oversticht, Programma van Eisen Archeologische begeleiding, 25 juni 2012). Conclusie Vanuit het oogpunt van archeologie zijn er geen belemmeringen voor het verlenen van het projectafwijkingsbesluit. De aanvraag heeft uitsluitend betrekking op het gebruik van de locatie. Er is geen sprake van nieuwbouw of grondwerkzaamheden.
4.3
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10 -6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.
Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen. Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het projectgebied of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het projectgebied of in de directe nabijheid daarvan zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is.
PAB VTE 2024
27
Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten).Binnen het projectgebied of in de directe nabijheid daarvan zijn geen wegen aanwezig die in het Basisnet (Weg, Water en Spoor) zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Een nadere toetsing aan het Basisnet kan daarmee achterwege blijven. Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, met name bij het opstijgen en landen.
Het gebied waarop de aanvraag projectafwijkingsbesluit betrekking heeft is hemelsbreed op circa 250 meter van vliegveld Twente gelegen. Het beperkingsgebied externe veiligheid ligt verder van het projectgebied af. Zie hiervoor figuur 4.4. Dit betekent dat de kans op een luchtvaartongeluk in het projectgebied gering is.
Figuur 4.4 Beperkingengebied Conclusie externe veiligheid Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er – gelet op het bovenstaande en het gegeven dat het project geen risicovolle activiteiten of (nieuwe) kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt - geen belemmeringen voor het verlenen van het projectafwijkingsbesluit.
4.4
Luchtkwaliteit
Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; b. een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;
28
PAB VTE 2024
d.
een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Besluit niet in betekenende mate In het besluit 'Niet in betekenende mate' is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Op het terrein van VTE zijn diverse stookinstallaties ten behoeve van ruimteverwarming aanwezig en worden voor het terreinonderhoud enkele mobiele werktuigen ingezet. Tijdens evenementen worden optioneel aggregaten ingezet. Daarnaast ontstaan tijdens evenementen verkeersbewegingen van en naar het VTE-terrein.
Om de effecten van deze emissiebronnen inzichtelijk te maken is door TAUW ten behoeve van het in 2021 vastgestelde bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd (bijlage 8: Luchtkwaliteitsonderzoek – Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie, 23 april 2021, kenmerk R002-1277178RLX-V05-nda-NL).In de onderhavige aanvraag zijn minder stookinstallaties aangevraagd dan aan de orde in het bestemmingsplan uit 2021. Verder is de thans aangevraagde exploitatie ongeveer de helft van de exploitatie die onder het bestemmingsplan werd toegestaan. Uit het onderzoek dat in het kader van het bestemmingsplan is uitgevoerd volgt dat de bijdrage van VTE voor NO2 niet leidt tot overschrijdingen van de grenswaarden voor de jaargemiddelde en uurgemiddelde concentraties. Ook voor PM10 wordt de maximaal toegestane jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m3 en de daggemiddelde grenswaarde niet overschreden. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 blijft tevens ruim onder de grenswaarde van 25 µg/m 3. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de activiteiten van VTE nog steeds voldoen aan de eisen de gelden op basis van art. 5.16 lid 1a van de Wet luchtkwaliteit. Het project draagt ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreinigingen.
In de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn gegevens opgenomen met betrekking tot de huidige en toekomstige luchtkwaliteit in Nederland. Uit de monitoringstool 2021 blijkt dat ter plaatse van het projectgebied en de directe omgeving in alle zichtjaren (2020 en 2030) aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan. Conclusie Het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Het aspect luchtkwaliteit vormt dus geen belemmering voor het verlenen van het projectafwijkingsbesluit.
4.5
Verkeer en parkeren
Met betrekking tot onderhavige aanvraag dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur en het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. Parkeren Het parkeren vindt plaats op het terrein van VTE. Voor het VTE-terrein geldt het Paraplubestemmingsplan ‘Parkeren Enschede’. Op grond van artikel 4.1.1. onder a van de planregels van dit bestemmingsplan dient bij de aanvraag om een omgevingsvergunning te worden aangetoond dat in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren of stallen van auto's en fietsen; 2. het laden of lossen van goederen; 3. het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden. De genoemde voorzieningen voor parkeren en laden of lossen moeten – voor zover hier van belang - worden gerealiseerd op eigen terrein. Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.1.1. wordt getoetst aan de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel. In de Parkeernormennota is voor een evenementenlocatie geen aparte parkeernorm opgenomen. Er kan echter aansluiting gezocht worden bij de parkeernorm voor een themapark waarvoor de norm buiten het bebouwde komgebied op 8,00 pp per ha is gesteld.
De totale oppervlakte van het VTE-terrein bedraagt 508.586 m2 (50,9 hectare). Uitgaande van de parkeernorm van 8,00 pp per ha komt de totale behoefte aan parkeerplaatsen op 407 uit. Op het VTE terrein is meer dan voldoende ruimte om in de parkeerbehoefte te voorzien.
PAB VTE 2024
29
Verkeer De activiteiten in het projectgebied veroorzaken nieuwe verkeersstromen. Om inzage te krijgen in de effecten van het bijbehorende verkeer, is aan de hand van een verkeersmodel onderzocht hoe het verkeer zich verdeeld over het netwerk en wat de verkeersintensiteiten worden. Dit onderzoek van Goudappel is neergelegd in de notitie ‘Toelichting verkeer - onderzoek Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie, d.d. 28 maart 2024, kenmerk: 0017170.20240328.N1.01 (bijlage 9). Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van het Regionaal verkeersmodel Overijssel 1.2. Bij atypische activiteiten, zoals in dit geval hoge pieken bij grote evenementen in combinatie met een groot terrein (circa 50 hectare), zal een verkeersmodel met de standaard invoer tot een onbetrouwbare verkeersgeneratie leiden. Hiervoor wijkt het gebruik teveel af van reguliere bedrijvigheid. Deze laatste concentreert zich op werkdagen en in de spitstijden, terwijl grote evenementen veelal in het weekend plaatsvinden met wisselende eindtijden. In dit project is om die reden het aantal ritten van en naar VTE rechtstreeks ingevoerd in de herkomstbestemmingsmatrix van het verkeersmodel. Deze methode heeft geen invloed op de verdere werking/toepassing van het verkeersmodel. In de notitie is een omrekening opgenomen van de verschillende verkeersstromen van VTE van jaarcijfers naar werk-, weekend- en weekdagcijfers.
1/3 van het totaal aantal bezoekers komt op doordeweekse dagen en 2/3 in de weekenden. De routekeuze wordt in de basis door het verkeersmodel ingeschat. Er is door Goudappel een aantal kleine wijzigingen doorgevoerd, die recht doen aan het daadwerkelijke gedrag van het VTE-verkeer. Het betreft de volgende correcties: • •
•
•
Aangenomen is dat het VTE-personeel zelf en het verkeer voor de statische en tijdelijke opslag niet via het Lonnekermeer rijdt, omdat deze bekend zijn met de situatie. De initiatiefnemer heeft hier rechtstreeks invloed op en zal dit met afspraken borgen. Dat een klein deel van het verkeer vanaf de A1 en uit Hengelo ondanks routeinformatie toch via het Lonnekermeer naar VTE probeert te rijden is aannemelijk. Het is onlogisch dat vertrekkend verkeer eerst naar de rotonde op de N733 rijdt, daar volledig omdraait om via de bocht bij de ingang van het VTE-terrein alsnog richting de N737 langs het Lonnekermeer te rijden. Navigatiesystemen zullen bij nadering van de rotonde de route via de N733 richting Oldenzaal als snelste rijroute aangeven voor de A1 richting het westen. De reistijden via beide routes liggen dermate dicht bij elkaar, dat als een bestuurder eenmaal richting de N733 rijdt (door het afslagverbod en de aangepaste vormgeving van het kruispunt bij VTE), het onwaarschijnlijk is dat hij dan bij de rotonde om zal keren om alsnog via de N737 te rijden. Busverkeer wordt ingezet bij grootschalige evenementen voor bezoekers die niet uit de regio komen. Voor het busverkeer is daarom aangenomen dat al het busverkeer via de A1 en de N737 of N733 rijdt. De verdeling over beide wegen is voor de inkomende bussen overgenomen uit het verkeersmodel (100% via de N733).
Dit sluit aan bij de verwachting dat georganiseerd busvervoer goed stuurbaar (via de N733) zal zijn. Bij de grote evenementen zal verhoudingsgewijs meer verkeer een niet lokale herkomst hebben en dus via de A1 rijden, dan waar het verkeersmodel van uit gaat. Op basis van ervaringen van VTE is de verwachting dat circa 1 op de 4 voertuigen vanaf de kant van Enschede komt of daar naartoe rijdt. Dit betreft verkeer uit Enschede zelf, maar ook voor bijvoorbeeld Haaksbergen is dit de snelste route). Bij deze grote evenementen zal via verkeersregelaars worden voorkomen dat vertrekkend verkeer via de rotonde op de N733 weer terug rijdt via de Oude Deventerweg naar de N737 (anders ontstaan verkeersonveilige situaties omdat dit verkeer dan gaat kruisen met het vertrekkend verkeer vanaf het VTE- terrein).
De totale verkeersbewegingen in het verkeersnetwerk zijn in de notitie weergegeven in gemiddelde weekdagen. In figuur 4.5 is het aantal verkeersbewegingen in 2024 weergegeven en in figuur 4.6 het aantal verkeersbewegingen in de autonome situatie in 2034.
30
PAB VTE 2024
Figuur 4.5 Verkeersbewegingen (mvt/etm) in de omgeving van VTE voor een gemiddelde weekdag voor de huidige situatie 2024
Figuur 4.6 Verkeersbewegingen (mvt/etm) in de omgeving van VTE voor een gemiddelde weekdag voor de autonome situatie 2034 Ter plaatse van de ingang van het VTE-terrein wordt een middengeleider gerealiseerd. Het VTE-verkeer op de N737 wordt beperkt door een afslagverbod van VTE naar de Vliegveldweg en vice versa. Dit wordt ondersteund met een aangepaste vormgeving van het kruispunt bij de ingang van het VTE-terrein. Figuur 4.7 toont de principeschets in de bocht van de Vliegveldweg en de Oude Deventerweg. Smalle rijstroken geleiden de voertuigen in de gewenste richting. Door toepassing van schrikblokken en verhoogde bermen wordt voorkomen dat VTEbezoekers het afslagverbod negeren en toch via de Vliegveldweg rijden. Voor de hulpdiensten is de aanvoerroute via de Braakweg en Vliegveldweg naar de hoofdentree van het VTE terrein van groot belang. Omdat de infrastructurele maatregel op het kruispunt bij de hoofdentree verkeer verhindert om vanaf de Vliegveldweg linksaf te slaan, wordt voor hulpdiensten voorzien in een aparte calamiteitenontsluiting vanaf de Vliegveldweg naar VTE.In afwachting van de realisering van de fysieke middengeleider wordt de verkeersmaatregel via bebording uitgevoerd.
PAB VTE 2024
31
Figuur 4.7 Schetsontwerp aanpassing kruispunt In figuur 4.8 is het effect van de exploitatie van het VTE-terrein weergegeven op een gemiddelde weekdag. Daarbij is rekening gehouden met de verkeersmaatregel bij de ingang van het VTE-terrein (zie hierna).
Figuur 4.8 Projecteffect van VTE op een gemiddelde weekdag – absoluut en relatief (t.o.v 2024) Evenementenverkeer Grote evenementen kunnen zorgen voor een piekbelasting (veel verkeersbewegingen in korte periode) op het wegennet. Het is niet realistisch om met het oog op een dergelijke piekbelasting het wegennet te dimensioneren. In 2017 is nader onderzoek gedaan naar de capaciteit van de directe toe- en afvoerwegen Vliegveldweg en Oude Deventerweg naar en van het evenemententerrein. Deze erftoegangswegen hebben een beperkte (omgevings)capaciteit van ca. 5.500 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Voor evenementen waarbij meer dan 5000 bezoekers worden verwacht zullen onder andere daarom vervoersplannen opgesteld worden om het verkeer goed van en naar de evenementenlocatie te begeleiden. Conclusie verkeer Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van verkeer geen belemmering is om het projectafwijkingsbesluit te verlenen.
4.6
Bodem
De nadruk op het bodembeleid in Nederland ligt op de mogelijkheden die de bodem en ondergrond biedt om een locatie te gebruiken. Daaronder vallen ook eventuele bodemverontreinigingen. Drie aspecten om te komen tot een veilig en gezond gebruik van de bodem en ondergrond staan daarbij centraal: Het voorkomen van een nieuwe bodemverontreiniging of aantasting van de bodem en ondergrond. Het beheren en/of functiegericht saneren van een bodemverontreiniging bij het wijzigen of toekennen van een functie.
32
PAB VTE 2024
Het beheren van overige bodemverontreinigingen. Dit geldt met name voor locaties waar de functie en/of bestemming niet wijzigt, maar waar door vroegere activiteiten een bodemverontreiniging is ontstaan.
Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgevoerde bodemonderzoeken Bij de toetsing of een project uitvoerbaar is moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Binnen het projectgebied is sprake van de aanwezigheid van bodemverontreinigingen. Dit betekent dat de initiatiefnemer bij plannen voor herinrichting van (delen van) het terrein rekening houdt met de bodemverontreinigingen. Daarbij raadpleegt de initiatiefnemer de bestaande bodeminformatie. Een (verkennend) bodemonderzoek is noodzakelijk als bestaande bodeminformatie onvoldoende gegevens oplevert over de bodemkwaliteit. De risico's voor mensen, planten, dieren en verspreiding worden bij de aanwezigheid van een bodemverontreiniging in kaart gebracht. Het wegnemen van onaanvaardbare risico's van oude bodemverontreinigingen staat daarbij centraal. Dit wegnemen kan door middel van een bodemsanering, maar ook door het slim herinrichten van een locatie.
Denk daarbij aan situaties waarin er geen direct contact met de verontreinigde bodem mogelijk is. Voor de vliegbasis is een separate bodembeheernota en bodemkwaliteitskaart opgesteld, waarin is vastgelegd wat de eisen zijn aan grondverzet en welke bodemkwaliteit bij een specifieke bestemming hoort. Het beoogde gebruik in dit project sluit aan bij het niveau waarop de bodem gesaneerd en beheerd wordt. Overeenkomstig de explosieven risicokaart van de Gemeente Enschede is ook al onderzoek uitgevoerd naar munitie. In de Koopovereenkomst wordt verwezen naar het rapport van historisch vooronderzoek conform BRL OCE, van EOCKL van 15 april 2009. In de Koopovereenkomst is vastgelegd dat het onderzoek naar en ruiming van munitie geschiedt voor rekening van het Ministerie van Defensie. Conclusie Voor de beoogde activiteiten vindt alleen een verandering in gebruik plaats, er is geen sprake van bebouwing of verharding. Hiervoor vinden geen bodemwerkzaamheden plaats, waardoor geen aanvullende maatregelen nodig zijn of sprake is van financiële beperkingen. Het beoogde gebruik zal niet tot bodemroering leiden, daarnaast sluit de aard van het gebruik aan bij de wijze van saneren en beheren van de bodem. Het aspect bodem staat niet in de weg aan het verlenen van het projectafwijkingsbesluit.
4.7
Geluidhinder
In verband met een goede ruimtelijke ordening dient ook aandacht te worden besteed aan relevante geluidsbronnen die niet vallen onder de geluidswetgeving voor wegverkeers-, railverkeers-, industrie- en luchtvaartlawaai. In het kader van een ruimtelijke procedure dient beoordeeld te worden of met de voorgenomen activiteiten sprake zal zijn, of blijven, van een acceptabel woon- en leefklimaat in de omgeving. In zowel rijks-, provinciaal, als gemeentelijk beleid is beoogd om op het terrein van VTE de exploitatie van een evenementenlocatie mogelijk te maken. Het is altijd de bedoeling geweest om ruimte te bieden aan een volwaardige exploitatie van de evenementenlocatie. Dit omvat tevens de akoestische inpassing van de bedrijfsvoering van VTE binnen de randvoorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan een acceptabel woon- en leefklimaat. Geluidnota Enschede Op geluid van activiteiten binnen de gemeente Enschede is de ‘Geluidnota Enschede’ uit 2018 van toepassing, alsmede het ‘Besluit tot stellen van een maatwerkvoorschrift voor het aspect Geluid’ van 5 juli 2024. VTE ligt binnen het gebied dat in het geluidbeleid wordt aangemerkt als Buitengebied.
In het geluidbeleid is voor het Buitengebied in algemene zin een richtwaarde opgenomen van 45 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van geluidsgevoelige objecten, of op een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting indien binnen die afstand geen sprake is van geluidsgevoelige objecten. In de Geluidnota is aangegeven dat afwijken van de richtwaarde mogelijk is, indien goed gemotiveerd en na bestuurlijke afweging. Hierbij is onder meer aangegeven dat gekeken moet worden naar de specifieke omstandigheden van de situatie (maatwerk) en dat de zwaarte van de motivering (tevens) afhangt van de hoogte van de gevraagde geluidsbelasting, oftewel de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de bandbreedte tussen de richtwaarde en de grenswaarde.
PAB VTE 2024
33
In deze vergunningaanvraag wordt afgeweken van de richtwaarde die voor het Buitengebied is opgenomen in de Geluidnota. Bij evenementen kan de geluidsbelasting van de omgeving op een afstand van 50 meter van de evenementenlocatie hoger zijn dan 45 dB(A) etmaalwaarde. Die afwijking is om de volgende redenen gerechtvaardigd. 1.
2.
3.
De omgeving, met daarin de evenementenlocatie, is feitelijk niet aan te merken als rustig buitengebied. De evenementenlocatie is gevestigd op het terrein van de voormalige luchtmachtbasis Twenthe. Historisch gezien is dit gebied daarom niet te typeren als buitengebied. De evenementenlocatie op de voormalige militaire vliegbasis maakt onderdeel uit van de meeromvattende gebiedsontwikkeling van het luchthaventerrein. Sinds 2007 werken het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Enschede samen aan de gebiedsontwikkeling van de voormalige luchtmachtbasis. Daarbij is gezocht naar een invulling van het gebied waarmee een economische en duurzaamheidsimpuls aan de regio zou kunnen worden gegeven. Met medeneming van economischeen marktontwikkelingen heeft de ontwikkelingsrichting voor het gebied zich in provinciaal en gemeentelijk beleid verder uitgekristalliseerd. Onderdeel van de ontwikkelingsrichting is de vestiging van een evenementenlocatie. Met dat specifieke doel is het terrein in 2014 verkocht. De evenementen die op de evenementenlocatie plaatsvinden zijn zeer uiteenlopend in aard en omvang. Zij kunnen grofweg worden ingedeeld in klein, middelgroot en grootschalig op basis van het gemiddeld aantal bezoekers per dag. Ter illustratie worden hieronder enkele voorbeelden genoemd.
Tot ongeveer 500 bezoekers per dag • Private feesten en partijen, zoals bruiloften, jubilea, verjaardagsfeesten • Zakelijke bijeenkomsten, zoals vergaderingen, kleine symposia, netwerkborrels, hei-sessies, cursusdagen, productpresentaties • Culturele evenementen (Nederlandse reisopera, klassiek concert) • Publieksevenementen (Twente light, springkussenfestival) • Etc. Tot ongeveer 1000 bezoekers per dag • Congressen, symposia, productpresentaties, vakbeuzen en testactiviteiten • Sportieve evenementen (streetscoccer) • Autoshows (Citro classica, Tukker truckers) • Theatershows • Etc. Middelgrote evenementen (ongeveer 2000 tot 4000 bezoekers per dag) • Petrolhead • Vlooienmarkt • Roparun • Etc. Grootschalig evenement • Onder de Radar Deze voorbeelden laten zien dat lang niet alle evenementen gepaard gaan met een betekenisvolle geluidemissie, zeker niet als die evenementen inpandig plaatsvinden. Het is dus niet zo dat tijdens een evenement per definitie sprake zal zijn van een hogere geluidbelasting dan 45 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter afstand van de grens van de locatie. Waar sprake is van een overschrijding van de richtwaarde uit de Geluidnota, zal die overschrijding doorgaans ook niet overal op de 50-metercontour plaatsvinden. Bovendien vinden niet iedere dag evenementen plaats.
In zoverre is sprake van een wezenlijk andere afwijking van de richtwaarde uit de Geluidnota dan het geval zou zijn bij de vestiging van een regulier bedrijf in het Buitengebied, in die zin dat de afwijking bij een evenementenlocatie niet continue en in dezelfde omvang plaatsvindt. De 50-metercontour kan daarom worden losgelaten om flexibiliteit te bieden bij het gebruik van het terrein, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
34
PAB VTE 2024
4.
5.
6.
Vanwege de grote verscheidenheid aan evenementen - en dienovereenkomstig de verscheidenheid van de geluidbronnen op de locatie en de situering van die bronnen op het terrein -, is de 45 dB(A)-contour die is opgenomen in bijlage 10 representatief voor de aangevraagde bedrijfssituatie. Deze contour geeft de maximale contour weer, uitgaande van de verschillende in het akoestisch onderzoek van PEUTZ ‘Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie. Akoestisch onderzoek in het kader van een projectafwijkingsbesluit (PAB VTE 2024)’, rapportnummer E 1081-34-RA d.d. 27 maart 2024 (bijlage 11), doorgerekende scenario’s. De richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van geluidsgevoelige objecten is als uitgangspunt genomen voor de beoordeling van de akoestische situatie, in plaats van 45 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting. Aan deze richtwaarde wordt – met uitzondering van de incidentele evenementendagen voldaan, zodat een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen is gewaarborgd. Dit volgt uit het akoestisch onderzoek van PEUTZ, waarin de volwaardige exploitatie van de evenementenlocatie als vertrekpunt is genomen voor de akoestische berekeningen. Een 8-tal woningen, gelegen in zuidelijke richting op relatief korte afstand van VTE, ondervindt een geluidbelasting die varieert tussen 40 en 45 dB(A).
De op bijlage 10 weergegeven 45 dB(A)-contour wijkt in absolute zin slechts beperkt af van de 50metergrens die volgens het gemeentelijk geluidbeleid in beginsel moet worden aangehouden. De gronden binnen de 45 dB(A)-contour kwalificeren historisch gezien niet als buitengebied, omdat ze door de aanwezigheid van de militaire vliegbasis en de daaropvolgende functies al geruime tijd een hogere geluidsbelasting hebben ondervonden. Ten opzichte van de situatie waarin de 50-metergrens zou worden aangehouden, is daarom sprake van een beperkte afwijking. Gezien onder andere de vorm en omvang van het terrein, heeft een beoordeling op 50 m van de grens van de inrichting weinig verband met beperking van de geluidemissie naar de (woon)omgeving. In de aangevraagde situatie liggen de hoogst geluidbelaste posities op 50 m afstand met name ten noorden van Oostkamp. Die posities zijn dus nagenoeg ingesloten door de overige terreindelen van VTE. In de ecologische onderzoeken is aangetoond dat natuurwaarden geen nadelige effect ondervinden binnen de eerder aan de bestemmingsplannen ten grondslag gelegde 50dB(A) geluidzone. Daarmee staat vast dat ook binnen de 45 dB(A) contour geen nadelige effecten optreden op de ecologische waarden.
Met andere woorden, het hanteren van grotere afstanden voor de 45 dB(A)-contour dan de 50 meter die in het gemeentelijk beleid als vertrekpunt wordt genomen, leidt niet tot negatieve effecten voor de natuurlijke waarden die in de omgeving van VTE aanwezig zijn.
Directe hinder Representatieve bedrijfssituatie Uit het hiervoor genoemde akoestisch onderzoek van PEUTZ volgt dat voor de representatieve bedrijfssituatie zowel de te verwachten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidniveaus inpasbaar zijn. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau door directe hinder op de gevels van woningen en/of andere geluidgevoelige gebouwen is in de representatieve bedrijfssituatie niet hoger dan 45 dB(A) in de dagperiode, 40 dB(A) in de avondperiode en 35 dB(A) in de nachtperiode en aan voldoet dus aan de streefwaarde voor de geluidsbelasting van de gevels uit het geluidbeleid van de gemeente Enschede en aan de richtwaarden voor een rustige woonomgeving uit de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering en de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. De maximale geluidbelasting bedraagt ten hoogste 65 dB(A) in de dagperiode, 60 dB(A) in de avondperiode en 55 dB(A) in de nachtperiode. In afwijking van de waarde van 55 dB(A) in de nachtperiode bedraagt de maximale geluidbelasting in de nachtperiode op de gevels van de woningen aan de Fokkerweg 23 en Fokkerweg 52 ten hoogste 56 dB(A) en voor de woning aan de Bergweg 395 ten hoogste 58 dB(A). Met waarden tot ten hoogste 58 dB(A) wordt voldaan aan de aansluitend bij stap 3 van de VNG systematiek maximaal inpasbaar te achten waarde van 60 dB(A).
Incidentele bedrijfssituatie Op basis van het akoestisch onderzoek van PEUTZ kan worden geconcludeerd dat de beschouwde muziekevenementen (incidentele bedrijfssituatie), het betreft hier grote muziekevenementen in de open lucht beperkt tot maximaal 2 maal per jaar, zowel voldoen aan de normstelling zoals die in o.a. de algemeen gehanteerde en geaccepteerde nota “Evenementen met een luidruchtig karakter” van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg is opgenomen, alsmede voldoen aan het gemeentelijke geluidbeleid op dit punt. Ook deze incidentele muziekevenementen zijn daarmee akoestisch inpasbaar. In de vergunningaanvraag zijn naast de in de Nota Limburg gehanteerde dB(A)-waarden ook dB(C)-waarden opgenomen om met name de lage tonen (bassen) afdoende te beperken. In de incidentele bedrijfssituatie mag een maximale geluidsbelasting optreden van 70 dB(A) en 85 dB(C). Aanvullend wordt ook de geluidsbelasting op de omgeving, zoals opgenomen op het kaartje dat als bijlage 3 is opgenomen (zie par. 2.4), beperkt vanwege de ecologische waarden. De geluidsbelasting mag in de incidentele bedrijfssituatie niet meer bedragen dan:
PAB VTE 2024
35
Indirecte hinder Naast de directe hinder dient geluid ten gevolge van transport- en vervoersbewegingen op de openbare weg van en naar de inrichting in de beoordeling te worden betrokken. Bij deze beoordeling wordt doorgaans aangesloten bij de systematiek zoals die is neergelegd in een door het ministerie VROM uitgebrachte circulaire (Circulaire d.d. 29 februari 1996 kenmerk MBG 96006131 “geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer”). Specifiek daarbij is dat, in analogie met de beoordeling van regulier verkeerslawaai krachtens de Wet geluidhinder, de geluidniveaus vanwege indirecte hinder uitsluitend beoordeeld worden op basis van het equivalente geluidniveau. Naast richtlijnen voor de beoordeling geeft de circulaire ook de strategie aan voor geluidbeheersing. De Circulaire kent een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en de maximale grenswaarde van 65 dB(A) op de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen. Bij waarden hoger dan de voorkeursgrenswaarde wordt geadviseerd de dan optredende binnenwaarden niet hoger te laten zijn dan de overeenkomstige grenswaarden uit de Wet geluidhinder. In het hiervoor genoemde rapport van PEUTZ is ook de indirecte hinder onderzocht.
De geluidsbelasting door indirecte hinder op de gevels van woningen en/of andere geluidgevoelige gebouwen mag maximaal 65 dB(A) bedragen. Om aan deze waarde te voldoen zijn de volgende aantallen voertuigbewegingen van en naar VTE toegestaan: • • •
Dagperiode (07.00 – 19.00 uur): Avondperiode (19.00 – 23.00 uur): Nachtperiode (23.00 – 07.00 uur):
4.8
Natuur
4.8.1
Gebiedsbescherming
maximaal 11.100 voertuigbewegingen maximaal 1.110 voertuigbewegingen maximaal 740 voertuigbewegingen
Natura 2000-gebieden De projectlocatie ligt niet binnen een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied of in de directe nabijheid daarvan. Op ca. 2,5 kilometer afstand van de locatie ligt het Natura 2000-gebied “Lonnekermeer” en op bijna 5 kilometer “Landgoederen Oldenzaal”. Op grotere afstand liggen de Natura 2000-gebieden “Lemselermaten”, “Dinkelland” en “Aamsveen”. In 2021 heeft TAUW een Passende beoordeling uitgevoerd voor de ontwikkelingen in het bestemmingsplan voor Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie (VTE). In deze Passende Beoordeling is geconcludeerd dat mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden zich beperken tot stikstofdepositie (bijlage 12: Actualisatie Passende beoordeling Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie, 23 april 2021, kenmerk R0021277632AIH-V02-los-NL). Andere relevante verstoringsaspecten op de omliggende Natura 2000-gebieden, waaronder vernatting, verdroging, licht, geluid en optische verstoring, treden niet op. Effecten treden niet op omdat de ontwikkeling niet leidt tot wijzigingen in het grondwaterregime en op relatief grote afstand ligt van Natura 2000-gebieden, waardoor geen sprake is van verstoring door licht en geluid of optische verstoring. Ook bij de kleinschaliger exploitatie zoals voorzien in de onderhavige vergunningaanvraag zijn alleen de effecten van stikstofdepositie van belang.
In het rapport 'Stikstofdepositie onderzoek Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie’ van TAUW, met bijlagen d.d. 18 oktober 2024, R010-1277866BRA-V02 (bijlage 13) is inzichtelijk gemaakt dat de aangevraagde exploitatie van de evenementenlocatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Maatregelen over het gebruik van de locatie worden opgenomen als voorschriften bij het projectafwijkingsbesluit (zie par. 2.4). Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden.
36
PAB VTE 2024
Figuur 4.9 Ligging projectgebied ten opzichte van de NNN Rondom het projectgebied ligt het NNN-gebied. Het projectgebied zelf ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN heeft geen externe werking. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het projectafwijkingsbesluit.
4.8.2
Soortenbescherming
In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het "nee, tenzij" principe het uitgangspunt. Er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen van en/of de functionele leefomgeving van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen. Indien negatieve gevolgen voor beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen, is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.
Beschermde planten- en diersoorten en het projectgebied Vanaf 2010 zijn verschillende ecologische onderzoeken verricht in het kader van de gebiedsontwikkeling Voormalige Vliegbasis Twenthe. Op basis van deze onderzoeken is door Bureau Waardenburg een effectenbeoordeling en toetsing aan hoofdstuk 3 Wnb uitgevoerd (bijlage 14: Effecten van de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente op beschermde soorten, 2 februari 2018, rapportnummer: 17-019). Aanvullend is door TAUW een effectbeoordeling opgesteld voor de 12 evenementdagen die op het aspect geluid afwijken van de reguliere situatie (bijlage 15: Natuurtoets soortenbescherming voor 12 evenementdagen Evenementenlocatie Vliegveld Twenthe, 2 februari 2018, kenmerk R004-1250989JRE-kmi-V01). Door TAUW zijn de voorgenoemde rapporten in 2021 geactualiseerd (bijlage 16: Actualisatie natuuronderzoeken Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie, 28 april 2021, kenmerk R001-1277632AIH-V03-avg-NL). Ten behoeve van de onderhavige aanvraag projectafwijkingsbesluit heeft opnieuw een actualisatie plaatsgevonden in Eelerwoude, ‘Beschermde flora & fauna. Samenvattend en actualiserend overzicht van beschermde flora en fauna binnen het projectgebied van Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie (VTE))’ kenmerk: 205767 d.d. 28 maart 2024 (bijlage 17), en TAUW ‘Omgevingsvergunning VTE 2024 onderdeel natuur’ kenmerk: 1277866. d.d. 29 maart 2024 (bijlage 18).
Door TAUW zijn in 2021 alle mogelijke effecten onderzocht van alle activiteiten die het bestemmingsplan uit 2021 mogelijk maakte. De vergunningaanvraag heeft betrekking op een klein deel van deze al onderzochte activiteiten, en ziet alleen op het gebruik van het terrein als evenementenlocatie, en dan ook nog eens in veel minder intensieve vorm dan onderzocht in het kader van het bestemmingsplan uit 2021. In de notitie van Eelerwoude uit 2024 staat de actuele situatie beschreven aangaande beschermde soorten. Eelerwoude komt tot de conclusie dat het gebruik
PAB VTE 2024
37
als evenementenlocatie niet leidt tot andere, afwijkende effecten dan eerder getoetst en beschreven. De monitoring wordt in 2024 voortgezet, zodat eventuele effecten tijdig worden opgemerkt en maatregelen kunnen worden getroffen. TAUW onderschrijft deze conclusie in de notitie van 29 maart 2024. In de notitie van TAUW staan maatregelen genoemd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Deze maatregelen waren nodig voor alle activiteiten die het bestemmingsplan uit 2021 mogelijk maakte. De vergunningaanvraag ziet uitsluitend op het gebruik van de locatie en op een veel kleinschaliger exploitatie dan dit bestemmingsplan. VTE wil echter de maatregelen die relevant zijn voor de exploitatie onder het bestemmingsplan, ook in de aangevraagde situatie voortzetten. Maatregelen over het gebruik van de locatie worden opgenomen als voorschriften bij het projectafwijkingsbesluit (zie par. 2.4). Met inachtneming van de maatregelen is geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb. Het soortenbeschermingsregime staat niet in de weg aan de uitvoerbaarheid van het projectafwijkingsbesluit.
4.9
Waterhuishouding
Op grond van het bepaalde in art. 3.1.6 Bro moet bij een project worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishouding. Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buien. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Bij bouwplannen worden eisen gesteld aan de hoeveelheid regenwater die op eigen terrein moet worden geborgen. Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd.
De gemeente zorgt er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA), al dan niet met een helofytenfilter, worden ingericht. Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Enschede leidend. Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans vanuit oppervlaktewater beperkt wordt tot eens per 100 jaar (T=100).
Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies. Grondwater en ontwatering In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt geadviseerd de in onderstaande tabel genoemde ontwateringshoogtes aan te houden:
38
PAB VTE 2024
De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende en doelmatige maatregelen volgens de systematiek van risicogestuurd beheer. Dat betekent dat beslissingen over waar en hoe maatregelen worden getroffen genomen gaan worden op basis van mogelijke risico's. Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes: • Het vloerpeil minimaal 0,30 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); • Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen; • De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen. Waterhuishouding bij het project Het aangevraagde gebruik van het VTE-terrein leidt niet tot wijzigingen in en is niet van invloed op waterhuishouding.
PAB VTE 2024
39
Hoofdstuk 5 5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Actualiteit onderzoeken
Op grond van art. 3.1.1.a Bro kan bij de vaststelling van een bestemmingsplan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar. Dit geldt ook voor de aanvraag van een projectafwijkingsbesluit. Aan de aanvraag zijn geactualiseerde gegevens ten grondslag gelegd, behoudens het onderzoek naar de marktbehoefte. Dit onderzoek is nog steeds actueel.
5.2
Burgerparticipatie
Het gebruik van het VTE-terrein als evenementenlocatie is niet nieuw. Sinds 2014 op het terrein evenementen georganiseerd en zijn diverse visies opgesteld, twee bestemmingsplannen vastgesteld en meerdere vergunningen verleend. Voor elk daarvan is wettelijke ruimte geboden om te reageren. De dorpsraad Lonneker, omwonenden en andere belanghebbenden zijn van het bestaan van deze plannen op de hoogte. De belanghebbenden zijn steeds op voor dit initiatief relevante momenten nauw betrokken bij deze ontwikkelingen. Daarbij gaat het onder andere om de voorbereiding van de structuurvisie (2009), om het inrichtingsplan voor de ecologische hoofdstructuur (2013) en om de Nota van uitgangspunten Middengebied Luchthaven uit 2015. De omwonenden (Noabers Lonneker) worden daarnaast via het regulier noabers overleg over de ontwikkelingen op het VTE-terrein geïnformeerd door de wijkregisseur, de omgevingsmanager en de directie van VTE. Op 16 september 2024 heeft verder een gesprek plaatsgevonden tussen de gemeente, VTE, Landschap Overijssel en Stichting Lonnekerberg over o.a. het voorliggende projectafwijkingsbesluit.
5.3
Procedure
Verklaring van geen bedenkingen Op de procedure voor het verlenen van een projectafwijkingsbesluit is de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit par. 3.3 van de Wabo van toepassing. Voordat burgemeester en wethouders een projectafwijkingsbesluit kunnen verlenen is het wettelijk verplicht dat de gemeenteraad eerst een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voor een of meer onderdelen van de te verlenen omgevingsvergunning (art. 6.5 lid Bor en art. 2.27 Wabo). In afwijking van art. 6.5 lid 1 Bor is voor het verlenen van de vergunning geen verklaring geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist in gevallen die door de gemeenteraad zijn aangewezen (art. 6.5 lid 3 Bor). De gemeenteraad van Enschede heeft bij besluit van 22 juni 2015 een lijst met categorieën vastgesteld waarvoor geen verklaringen van geen bedenkingen behoeft te worden verleend. Een van de daarop vermelde categorieën zijn initiatieven die passen binnen het advies ‘Technology Base Twente’ van de Commissie van Wijzen van 30 oktober 2014 (Advies Commissie Wientjes) en die zijn voorzien van een positief advies van Top- en Kwaliteitsteam. Het aangevraagde project past binnen het advies, omdat het voorziet in de organisatie van evenementen, shows en presentaties.
De ontwikkeling past ook binnen het advies van 25 april 2024 van het Regieteam (nieuwe naam voor het Kwaliteitsteam zoals bedoeld in het raadsbesluit van 22 juni 2015). Een verklaring van geen bedenkingen is dan ook in dit geval niet benodigd. Terinzagelegging ontwerpbeschikking De ontwerpbeschikking met de daarbij behorende stukken ligt gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage. Tijdens deze periode kan een ieder zienswijzen naar voren brengen bij het college van burgemeester en wethouders. De terinzagelegging en de mogelijkheid om tijdens die periode zienswijzen naar voren te brengen dient te worden aangekondigd in de Huis aan Huis, de Staatscourant en via internet. Rechtsbescherming Na verlening van het projectafwijkingsbesluit staat voor belanghebbenden de mogelijkheid open om bij de Rechtbank Overijssel beroep in te stellen. Op het projectafwijkingsbesluit is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis en Herstelwet van toepassing. In verband hiermee moeten de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen. Na afloop van de beroepstermijn kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd.