Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing PAB VTE2024 geanonimiseerd
Tekst van het document
Projectafwijkingsbesluit (PAB) VTE 2024
Inhoudsopgave
Ruimtelijke Onderbouwing Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot het maken van de ruimtelijke onderbouwing 1.2 Ligging en locatie van het project 1.3 Wettelijk kader 1.4 Juridische situatie 1.5 Besluit milieueffectrapportage
3 4 5 5 6
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het project 2.1 Bestaande situatie projectlocatie ruimtelijke structuur 2.2 Bestaande situatie projectlocatie functionele structuur 2.3 Beoogde situatie projectgebied 2.4 Randvoorwaarden
7 9 11 12
Hoofdstuk 3 Toetsing aan het ruimtelijk beleid van het Rijk, provincie en gemeente 3.1 Beleid en regels van het Rijk 3.2 Beleid en regels van de provincie Overijssel 3.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant beleid
16 19 22
Hoofdstuk 4 Toetsing aan de relevante omgevingsaspecten 4.1 Welstand en beeldkwaliteit 4.2 Cultuurhistorie en archeologie 4.3 Externe veiligheid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Bodem 4.7 Geluidhinder 4.8 Natuur 4.9 Waterhuishouding
24 24 27 28 29 32 33 36 38
Hoofdstuk 5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1 Actualiteit onderzoeken 5.2 Burgerparticipatie 5.3 Procedure
40 40 40
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
41
Hoofdstuk 7
Conclusies
42
Bijlagen
2
43
PAB VTE 2024
Ruimtelijke Onderbouwing Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot het maken van de ruimtelijke onderbouwing
De aanvraag J. van Eck en De Strip B.V. hebben een omgevingsvergunning aangevraagd om af te wijken van het bestemmingsplan (hierna: projectafwijkingsbesluit), als bedoeld in art. 2.1 lid 1 onder c Wabo (het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan) voor het perceel Vliegveldweg 345 (kadastrale nummers Lonneker, sectie C, 9298, 9299, 8974, 8975. Sectie Y 47, 93, 299) te Enschede. De aanvraag (hier ook vergunningaanvraag genoemd) heeft betrekking op het gebruik van de locatie voor het organiseren en faciliteren van evenementen (aanvraagnummer 8282945, d.d. 19 december 2023). De aanvraag heeft betrekking op het ‘projectgebied’ weergegeven in bijlage 1. Aan deze ontwikkeling kan medewerking worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat (art. 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo en art. 5.20 Bor). De voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft tot doel te motiveren dat bij de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening, zodat het gevraagde projectafwijkingsbesluit kan worden verleend. Deze onderbouwing is onderdeel van het projectafwijkingsbesluit. Voorgeschiedenis In 2003 heeft het kabinet besloten om de militaire luchtmachtbasis Twenthe te sluiten.
Met het daadwerkelijk beëindigen van de functie van militaire luchtmachtbasis Twenthe op 1 januari 2008 zijn naar schatting 2.500 (directe en indirecte) banen verloren gegaan in Twente en is een gebied van ruim 500 hectare in het hart van het stedelijke gebied van Twente beschikbaar gekomen voor nieuwe functies. Het gebied is sinds 2008 in ontwikkeling van een besloten militair terrein naar een grotendeels open en toegankelijk gebied met nieuwe functies. In 2014 is circa 50 hectare van de voormalige vliegbasis Twenthe in eigendom overgedragen aan J. van Eck. Het gaat om de deelgebieden De Strip, Oostkamp, de Bunkerstrip en het platform ten noorden van de oude luchthaventerminal. Het gebied maakt onderdeel uit van de ‘Integrale gebiedsontwikkeling Luchthaven Twenthe’. In deze integrale gebiedsontwikkeling is voor dit gebied een evenementenlocatie beoogd. Het terrein wordt door De Strip B.V. geëxploiteerd onder de naam Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie (VTE). De exploitatie van de evenementenlocatie is gestart op grond van een tweetal omgevingsvergunningen om af te wijken van het bestemmingsplan Buitengebied 1996. Voor de exploitatie van de locatie Hangar 11 is op 7 december 2014 een vergunning verleend (hierna: ‘PAB Hangar 11’). PAB Hangar 11 is onherroepelijk. Voor locatie De Strip is op 11 juli 2016 een vergunning verleend (hierna: ‘PAB De Strip’).
Als onderdeel van de gebiedsontwikkeling van de voormalige vliegbasis Twenthe is in maart 2018 vervolgens het bestemmingsplan ‘Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden’ vastgesteld. Medio 2019 is het bestemmingsplan echter door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Raad van State) vernietigd. Het bestemmingsplan was voor de toets aan het Natura 2000-gebiedsbeschermingsrecht gebaseerd op de landelijke Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State de uitspraak gedaan dat het PAS niet als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten die extra stikstofuitstoot veroorzaken. Alle vergunningen en plannen in Nederland die hierop waren gebaseerd, en waartegen beroepszaken liepen, zijn vervolgens vernietigd. Dat geldt ook voor het bestemmingsplan ‘Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden’. Ook PAB De Strip is in het kielzog van de PAS-uitspraak vernietigd door de Raad van State. In 2021 is het bestemmingsplan 'Voormalige Vliegbasis Twenthe - Midden 2021' vastgesteld, rekening houdend met de PAS-uitspraak en met de beleidsregels intern en extern salderen van de provincie Overijssel. In december 2023 heeft de Raad van State dit bestemmingsplan en bijbehorende vergunningen vernietigd omdat de onderbouwing van de stikstofdepositie niet in stand kon blijven.
Dit hield hoofdzakelijk verband met het feit dat inmiddels door de Raad van State was geoordeeld dat de bouwvrijstelling geen stand kon houden en dat externe saldering alleen is toegestaan indien de ruimte niet reeds nodig is voor de noodzakelijke instandhoudingsmaatregelen (daarvoor kon op dat moment door de provincie geen onderbouwing worden gegeven). Ook had de Raad van State vragen bij het ontbreken van een registratie en het gebruik van een transferium. Als gevolg van de uitspraak is op dit moment – in afwachting van ontwikkelingen in het landelijk en provinciaal stikstofbeleid – een evenementenlocatie in de omvang die was voorzien in de vernietigde bestemmingsplannen, niet mogelijk.
PAB VTE 2024
3
Naar aanleiding van de bovenstaande uitspraken is nader onderzoek gedaan naar de exploitatie van de evenementenlocatie die op dit moment mogelijk is binnen het huidige stikstofkader. Dit heeft geresulteerd in onderhavige aanvraag die ziet op een kleinschaliger exploitatie dan was voorzien in de bestemmingsplannen uit 2018 en 2021. De aanvraag ziet uitsluitend op het gebruik van het terrein als evenementenlocatie. De aanvraag heeft geen betrekking op: het slopen van gebouwen, het realiseren van nieuwbouw, het aanleggen van verhardingen, opslag (met uitzondering van de opslag van bier), leisure en het gebruik van vuurwerk. De op het terrein beoogde activiteiten worden nader toegelicht in par. 2.3.
1.2
Ligging en locatie van het project
Het projectgebied maakt onderdeel uit van de voormalige militaire vliegbasis Twenthe dat in de driehoek Enschede - Hengelo – Oldenzaal ligt. De aanvraag heeft betrekking op de deelgebieden Deventerpoort, De Strip en Oostkamp zoals die zijn aangegeven en globaal begrensd in figuur 1.1 en 1.2. Het terrein ligt tussen agrarische gronden en natuurgebieden en wordt ontsloten via (met korte tussenliggende lokale wegen) de provinciale wegen N733 en N737. Meer informatie over het plangebied is te vinden in hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing.
Figuur 1.1 Globale ligging projectgebied
Figuur 1.2 Nadere situering projectgebied met deelgebieden
4
PAB VTE 2024
1.3
Wettelijk kader
Het toetsingskader voor het projectafwijkingsbesluit is opgenomen in art. 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo in combinatie met de art 5.20 en art. 6.14 van het Bor. Op grond van art. 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo kunnen burgemeester en wethouders een projectafwijkingsbesluit verlenen, mits die activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en het besluit is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Op grond van art. 5.20 Bor moet de ruimtelijke onderbouwing voldoen aan enkele eisen uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het gaat daarbij om artikelen die betrekking hebben op de inhoud van een bestemmingsplan en de daarbij behorende toelichting. De inhoud van deze artikelen geldt daarmee ook voor een projectafwijkingsbesluit.
1.4
Juridische situatie
Geldende bestemmingsplannen Naam Buitengebied 1996
Beschrijving Voor het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft geldt momenteel het bestemmingsplan "Buitengebied 1996", waarin de betreffende gronden de bestemming "Vliegveld" hebben. Dit bestemmingsplan is op 8 september 1997 door de gemeenteraad van Enschede vastgesteld en op 7 april 1998 door Gedeputeerde Staten van Overijssel goedgekeurd. De als 'Vliegveld' aangewezen gronden zijn bestemd voor een vliegveld en voor militaire doeleinden. De aangevraagde activiteiten zijn in strijd met deze gebruiksdoeleinden.
Besluitdatum 7 april 1998
Uitsnede bestemmingsplan met globale ligging projectgebied
Overige bestemmingsplannen Naast het bestemmingsplan “Buitengebied 1996" gelden er voor dit gebied een aantal zogenoemde paraplubestemmingsplannen. Dit is een bestemmingsplan met een specifieke thema dat als een 'paraplu' over andere, reeds bestaande bestemmingsplannen heen hangt. Op het plangebied zijn de volgende paraplubestemmingsplannen van kracht: Naam Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid)
Voormalige vliegbasis Twenthe - Zones
PAB VTE 2024
Beschrijving Het paraplubestemmingsplan "Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid)" sluit vestiging van risicovolle inrichtingen uit. Het projectgebied heeft de gebiedsaanduidingen 'overige zone - risicovolle inrichtingen uitgesloten' en 'overige zone - vuurwerk uitgesloten'. Voorziet in zonering van een radar, alsmede een geluidszonering gekoppeld aan het vliegveld
Besluitdatum 18 november 2014
12 maart 2018
5
Parkeren Enschede
1.5
Het paraplu-bestemmingsplan "Parkeren Enschede", zorgt ervoor dat de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het projectgebied.
11 maart 2019
Besluit milieueffectrapportage
Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is het verplicht een milieueffectrapportage of m.e.r.beoordelingsnotitie op te stellen indien sprake is van een activiteit, zoals genoemd in bijlage C of D van het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.). Het Besluit m.e.r. kent een m.e.r.-beoordelingsplicht voor activiteiten die zijn beschreven in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage, onderdeel D. Op het terrein van VTE worden geen activiteiten beoogd zoals vermeld in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). Mogelijk vallen de aangevraagde activiteiten wel onder onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r., te weten: •
Categorie D 10: De aanleg, wijziging of uitbreiding van: skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen jachthavens vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen permanente kampeer- en caravanterreinen, of themaparken
Het is twijfelachtig of categorie D10 van toepassing is op de beoogde activiteiten van VTE, omdat de locatie – anders dan voorheen – niet kan worden gebruikt voor leisure en op de locatie uitsluitend eenmalige evenementen plaatsvinden. Zou ervan worden uitgegaan dat VTE kwalificeert als een themapark als bedoeld in het Besluit m.e.r., dan is van belang dat de vergunningaanvraag betrekking heeft op minder dan 250.000 bezoekers per jaar. Daarmee wordt de drempelwaarde uit bijlage 2 van het Besluit m.e.r. niet overschreden voor categorie D10. Voor het projectafwijkingsbesluit zou dan een m.e.r.-beoordelingsplicht gelden. In het kader van de vergunningaanvraag is getoetst of de beoogde activiteiten geen andere of grotere milieueffecten teweegbrengen ten opzichte van de effecten die zijn beoordeeld in het MER uit 2016 (hierna MER 2016). Deze toetsing is neergelegd in rapport R005-1277178RLX-V05-kzo-NL van TAUW d.d. 29 maart 2024 (bijlage 2). TAUW concludeert dat het niet nodig is om een nieuw MER op te stellen. Het MER 2016 en de Mernotitie worden ten grondslag gelegd aan de aanvraag om het projectafwijkingsbesluit. Een separate m.e.rbeoordeling is derhalve niet nodig. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het Besluit m.e.r. niet in de weg staat aan het verlenen van het projectafwijkingsbesluit.
6
PAB VTE 2024
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het project
Bestaande situatie projectlocatie ruimtelijke structuur
Het projectgebied en de directe omgeving zijn te typeren als een patchwork van essen, bossen, beken en open velden. Heel kenmerkend voor het landschap tussen Hengelo, Oldenzaal en Enschede is het contrast tussen cultuur en natuur, mede op basis van de karakteristieken van de ondergrond (geomorfologie en waterstructuur). Landschappelijke/ruimtelijke structuur en historisch geografische waarden zijn nauw aan elkaar verbonden. Geomorfologie Het projectgebied en de bossen in de omgeving liggen op de westelijke flank van een noord-zuid georiënteerde stuwwal. Het stuwwallencomplex bevat, met name ten noorden en oosten van Oldenzaal, verschillende bijzondere elementen, zoals Tertiaire afzettingen en periglaciale dalen, waardoor het geologisch en geomorfologisch van grote waarde is. Ook in het projectgebied ligt een deel van stuwwal die variabel is van hoogte. De grote variatie in hoogte en het sterke hoogteverschil ten opzichte van de directe omgeving, maken het reliëf tot een belangrijk kenmerk van het gebied. Het gebied ten westen van de stuwwal bestaat uit een verspoelde gordeldekzandvlakte met enkele ruggen en wordt doorsneden door diverse dalvormige laagten (beekdalen). De meeste beekdalen komen voor in het zuidelijk deel van het gebied. Door de aanwezige keileem en de relatief vlakke ligging, was de gordeldekzandvlakte van nature een vrij slecht ontwaterd drassig gebied.
Dit verklaart ook de late ontginning van het gebied en het huidige gebruik van een groot deel van het gebied als bos. Daar waar de omgeving een vrij sterk microreliëf heeft, ontbreekt dit op de voormalige luchtmachtbasis, waar het terrein is afgevlakt.
Figuur 2.1 Hoogtekaart Ruimtelijke karakteristiek Het projectgebied en de omgeving zijn bosrijk en hebben een kleinschalig en groen karakter. Wel zijn er verschillende ruimtelijke eenheden op hoofdlijnen te onderscheiden: • De band van stedelijke bebouwing van Enschede richting Borne. • Een aantal min of meer noord-zuid georiënteerde bosgordels (landschapstype boslandschap). • Meer besloten kleinschalige landschapsdelen met veel houtsingels, lanen etc., vaak voormalige kampontginningen (landschapstype oude hoevenlandschap en essenlandschap). • Meer open landschapsdelen op de voormalige open woeste gronden / heidegebieden (landschapstype veld- en broekontginningen).
PAB VTE 2024
7
Figuur 2.2 Visualisering ruimtelijke karakteristiek projectgebied en omgeving rond het projectgebied Er zijn geen scherpe grenzen tussen de verschillende ruimtelijke eenheden, waardoor ze veelal in elkaar overlopen. Het projectgebied en het omliggende terrein van de voormalige vliegbasis is grotendeels ontwikkeld op de tot 1940 nog steeds onontgonnen heide. Deze gronden waren door hun slechte ontwatering niet in trek voor landbouw en zijn daarom steeds open gebleven. Het gebied vormt daardoor nog steeds één van de grotere open ruimten in Twente. Het is juist vanwege deze natuurlijke openheid, dat dit gebied (mede) geschikt was voor de ontwikkeling van de vliegbasis. Het afwisselende groene, vaak kleinschalige karakter van het landschap wordt vaak gezien als belangrijke waarde van het gebied. Deze kwaliteit is ook in het projectgebied nadrukkelijk nog aanwezig, niet alleen ruimtelijk (afwisseling grotere en kleinere ruimtelijke eenheden), maar ook ten aanzien van de landschappelijke elementen: bosschages, poelen, beken, houtsingels etc., die deze ruimtelijke structuur vormgeven. Bebouwing is niet dominant in het gebied aanwezig en altijd zeer groen ingepast.
8
PAB VTE 2024
Figuur 2.3 Landschapstypen projectgebied en omgeving rond het projectgebied De beplanting in het projectgebied en omgeving bestaat veelal uit relatief jong bos. Op sommige plaatsen is door de zeer natte condities sprake van moerasbos of van bomen die op rillen zijn geplant. Daarnaast lijken op een aantal plaatsen hakhoutbeplantingen aanwezig.
2.2
Bestaande situatie projectlocatie functionele structuur
Omgeving van het projectgebied De voormalige vliegbasis Twenthe ligt verscholen tussen de bossen. Het militaire karakter bracht dat met zich mee. Het terrein, dat een paar honderd hectare groot is, heeft een ongedwongen functionele ruimtelijke samenhang op basis van een centrale open ruimte met daaromheen in de bosrijke randen gegroepeerde, weinig opvallende, vaak geclusterde bebouwing. In het centrum van de luchthaven liggen de start- en landingsbanen. Deze zijn door middel van een netwerk van verharde (taxi)banen verbonden met de omgeving. Dit netwerk van lijnen en verbindingen vormt het hart van de luchthavenstructuur en vormt daarom naast de centrale open ruimte een belangrijke ruimtelijke kwaliteit. De beleving van de centrale open ruimte kan echter grotendeels slechts vanuit de randen ervaren worden, doordat het terrein zelf vanwege veiligheids- en ecologische redenen beperkt toegankelijk is. Ruimtelijk heeft de voormalige vliegbasis dan ook niet een duidelijke rand. Het hele terrein loopt over / is zeer sterk ingebed in de omgeving.
Figuur 2.4 Situering projectgebied in de omgeving
PAB VTE 2024
9
Zo loopt de open ruimte van de start- en landingsbaan over in de omliggende open ruimtes. Evenzo zijn de bosgebieden en kleinschalige open ruimtes gekoppeld aan de omgeving. De functionele inrichting van het terrein en de kwaliteit van de architectuur is divers en heeft zijn eigen, niet prestigieuze "doe maar gewoon" charme, waarbij de tijd even stil gestaan lijkt te hebben. De bebouwing op het terrein betreft zowel kleinere objecten (shelters, keetachtige gebouwen etc., meestal ca. 1 bouwlaag) als grotere (hangars, loodsen etc.). Het projectgebied Het projectgebied bestaat uit de gronden die behoren tot 'Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie' (VTE). Deze locatie omvat het verharde terrein Deventerpoort, de Strip en Oostkamp. Na de toelichting op deze onderdelen is een luchtfoto van de deelgebieden opgenomen. Platform / verharding voor parkeren Deventerpoort Aan de zuidzijde op het VTE-terrein bevindt zich een groot verhard parkeeroppervlak. Vanuit de omgeving is dit gebied beperkt zichtbaar, maar ruimtelijk is het sterk verbonden met het open middengebied. Het verharde terrein met taxibanen en platform heeft een oppervlakte van circa 8 ha en biedt ruime mogelijkheden voor parkeren.
De Strip De Strip omvat de voormalige taxibaan met bijbehorende gebouwen, waaronder enkele bijzondere panden, zoals een ensemble uit de bezettingstijd met verkeerstoren, oude brandweerkazerne en een commandobunker. Net als de lijn van de munitiestraat, sluit de lijn van De Strip aan op de historische ontginningsstructuur. Alleen aan de noordzijde loopt De Strip over in de centrale open ruimte en ligt een aantal shelters ook zichtbaar in de open ruimte. Oostkamp Het gebiedsdeel Oostkamp is een bijna 24 hectare groot terrein, waarop zich enkele grote, merendeels vernieuwde, hangars en bouwwerken bevinden. Voor een deel zijn het unieke objecten, zoals Hangar 11 en de munitiebunkers. Het gebied wordt ontsloten via de Vliegveldweg/Oude Deventerweg. Richting het noorden loopt de Grefteberghoekweg. Het noordelijk deel van de Grefteberghoekweg is afgesloten voor doorgaand autoverkeer. Fietsers en wandelaars kunnen wel van deze route gebruik maken. Oostkamp is aan de noordzijde ingebed in bosgebied en aan de zuidzijde enkel afgeschermd van het omliggende landschap door middel van, vooral, houtsingels, waardoor er nog enigszins een ruimtelijke zichtrelatie tussen omgeving en Oostkamp bestaat. Een bijzondere lijn is de oude munitiestraat (Bunkerstrip) die als afgesloten lijn geheel in het bosgebied is ingebed.
Figuur 2.5 De evenementenlocatie VTE Verkeer Het projectgebied is per auto en fiets goed bereikbaar. Ten noorden van het gebied ligt de spoorlijn van Hengelo naar Duitsland en direct noordelijk daarvan ligt de autosnelweg A1 Amsterdam-Duitsland. Deze stroomweg vormt een schakel in de internationale verbinding met Osnabrück, Hannover, Magdenburg, Berlijn en verder richting Oost-Europa. Oostelijk van het gebied sluit de provinciale weg N733 (Oldenzaalsestraat) bij Oldenzaal direct aan
10
PAB VTE 2024
op de A1. Aan de westzijde ligt de provinciale weg N737 (Weerseloseweg), die de spoorlijn Hengelo-Oldenzaal en de A1 ongelijkvloers kruist en vervolgens aansluit op de provinciale weg Hengelo-Oldenzaal (N342). De genoemde provinciale wegen zijn aangewezen als gebiedsontsluitingswegen met een maximum snelheid van 80 km/u. Het projectgebied is vervolgens via het onderliggend wegennet (erftoegangswegen met maximum snelheid 60 km/u) met de omringende gebiedsontsluitingswegen verbonden.
Figuur 2.6 Regionale bereikbaarheid Openbaar vervoer Via de N733 Oldenzaalsestraat zorgen buslijndiensten 60 en 62 voor openbaar vervoer tussen Enschede en Oldenzaal. Haltes liggen echter niet in de directe nabijheid van het projectgebied. Ook treinstations liggen op grotere afstand, te weten in Enschede, Oldenzaal en Hengelo. Fietsverkeer Langs de gebiedsontsluitingswegen N733 (Oldenzaalsestraat) en N737 (Weerseloseweg) zijn aparte fietsvoorzieningen aanwezig in de vorm van vrijliggende fietspaden. Via diverse erftoegangswegen in het onderliggend wegennet is het projectgebied per fiets goed bereikbaar. Parkeren In het projectgebied is op maaiveld, al dan niet als zodanig gemarkeerde, parkeerruimte beschikbaar bij bedrijfsgebouwen, kantoren en de voormalige luchthavenvoorzieningen.
2.3
Beoogde situatie projectgebied
Zoals in par. 1.1 is aangeven, ziet de aanvraag uitsluitend op het gebruik van het terrein als evenementenlocatie, en heeft deze geen betrekking op: het slopen van gebouwen, het realiseren van nieuwbouw, het aanleggen van verhardingen, opslag (met uitzondering van de opslag van bier), leisure, en het gebruik van vuurwerk. De aangevraagde activiteit is het organiseren en faciliteren van evenementen op de VTE-locatie. Het gaat daarbij om verschillende typen een- of meerdaagse evenementen, met steeds andere organisatoren. Bij evenementen gaat het om activiteiten, al dan niet in tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of
PAB VTE 2024
11
besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve of daarmee gelijk te stellen doeleinden, al dan niet met overnachten, zoals: a. openbare evenementen, onder te verdelen in: 1. publieksevenementen, zoals een consumentenbeurs, markt/braderie, parade/optocht, presentatie/demonstratie, tentoonstelling, concert, wedstrijd of festival. 2. zakelijke evenementen, zoals vakbeurzen, congressen met een openbaar karakter. b. niet-openbare bedrijfsevenementen (op uitnodiging of impliciet voorbehouden aan bepaalde sector/netwerk), zoals congressen, symposia, netwerkborrels, productpresentaties en testactiviteiten. c. private feesten en partijen, zoals bruiloften, jubilea, verjaardagsfeesten e.d. d. zakelijke besloten kleinere bijeenkomsten op locatie, zoals vergaderingen, kleine symposia, hei-sessies, cursusdagen e.d. Onder de aangevraagde activiteit zijn onder meer begrepen: • maximaal drie dagen per jaar een grootschalig verkoopevenement, waarbij het verkoopevenement niet langer dan twee dagen duurt, exclusief op- en afbouw.
Onder grootschalig verkoopevenement wordt verstaan een evenement, waarbij de verkoop centraal staat en de verkoopactiviteiten niet zonder meer ondergeschikt zijn aan de hoofdactiviteit, zoals een boekenfestijn, automarkt of modebeurs, met een bovenlokaal en, op basis van de schaal of de bijzondere aard van het aanbod, bijzonder karakter. • een dag per jaar een evenement waarbij op de evenementenlocatie activiteiten met voertuigen met verbrandingsmotoren plaatsvinden. Dit gebruik van motorvoertuigen voor recreatieve doeleinden is beperkt tot een dag per jaar en minder dan 8 uur per dag. • twee dagen per jaar een grootschalig muziekevenement. Grootschalige evenementen vinden plaats tussen 10.00 uur en 23.00 uur, dan wel tussen 10.00 uur en 01.00 uur wanneer de volgende dag een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is. • kamperen in het kader van een evenement. Dit kamperen vindt plaats op verhardingen en/of grasvelden. Overnachten kan ook plaatsvinden in gebouwen. Op de bunkerstrip vinden uitsluitend geluidsarme activiteiten plaats zoals wandelingen, workshops, kleine borrels, e.d. Op de bunkerstrip vinden geen evenementen met muziek of andere versterkte geluidsbronnen plaats. Voorts vindt in de bunkers op de bunkerstrip opslag van bier plaats. Deze activiteit maakt reeds langjarig onderdeel uit van de activiteiten op het terrein.
Gelet op de aangevraagde activiteiten is geen omgevingsvergunning milieu vereist. Ook geldt er geen verplichting tot het vaststellen van een geluidszone. De aangevraagde activiteiten worden uitgevoerd onder de in par. 2.4 beschreven randvoorwaarden.
2.4
Randvoorwaarden
A. Algemene randvoorwaarden activiteiten Maximaal drie kalenderdagen per jaar mag een grootschalig verkoopevenement plaatsvinden, waarbij het verkoopevenement niet langer dan twee dagen duurt, exclusief op- en afbouw. Onder grootschalig verkoopevenement wordt verstaan een evenement, waarbij de verkoop centraal staat en de verkoopactiviteiten niet zonder meer ondergeschikt zijn aan de hoofdactiviteit, zoals een boekenfestijn, automarkt of modebeurs, met een bovenlokaal en, op basis van de schaal of de bijzondere aard van het aanbod, bijzonder karakter. Eén dag per jaar mag een evenement worden georganiseerd waarbij op de evenementenlocatie activiteiten met voertuigen met verbrandingsmotoren plaatsvinden. Dit gebruik van motorvoertuigen voor recreatieve doeleinden is beperkt tot een dag per jaar en minder dan 8 uur per dag. Onder gebruik voor recreatieve doeleinden wordt niet verstaan het parkeren van voertuigen op het VTE-terrein. Twee dagen per jaar mag een grootschalig muziekevenement (incidentele bedrijfssituatie) worden georganiseerd. Voor deze grootschalige muziekevenementen gelden de volgende voorwaarden.
1.
2.
3.
a.
b.
12
Grootschalige muziekevenementen mogen plaatsvinden tussen 10.00 uur en 23.00 uur, dan wel tussen 10.00 uur en 01.00 uur wanneer de volgende dag een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is. Grootschalige muziekevenementen (incidentele bedrijfssituatie) mogen niet plaatsvinden in de periode van 15 maart tot 1 juli. Indien in de periode van 1 juli tot 15 juli twee grootschalige
PAB VTE 2024
evenementen plaatsvinden is er een tussenliggende periode van minimaal 7 dagen tussen het einde van de eerste dag en het begin van de tweede dag. 4. 5.
6.
In het kader van een evenement mag uitsluitend worden gekampeerd op verhardingen en/of grasvelden. Overnachten in het kader van een evenement is ook toegestaan in gebouwen. De bunkerstrip mag uitsluitend worden gebruikt voor geluidsarme activiteiten zoals wandelingen, workshops, kleine borrels, e.d. Op de bunkerstrip vinden geen evenementen met muziek of andere versterkte geluidsbronnen plaats. Verder mag in de bunkers op de bunkerstrip opslag van bier plaatsvinden. Het gebruik overeenkomstig het projectafwijkingsbesluit is alleen toegestaan indien ten tijde van het van kracht worden van het besluit een verkeersbesluit is genomen krachtens welk het verkeer van en naar het VTE-terrein via de Oude Deventerweg wordt afgewikkeld.
B. Verkeer evenementen 1.
Op het VTE-terrein mogen jaarlijks de navolgende aantallen voertuigen parkeren: a. Bezoekers: maximaal 45.632 lichte motorvoertuigen en maximaal 1.067 bussen b. Personeel en op- en afbouw in het kader van evenementen: maximaal 552 lichte motorvoertuigen, maximaal 150 middelzware vrachtwagens en maximaal 100 zware vrachtwagens. c. Personeel VTE: 3.650 lichte motorvoertuigen d. Opslag: 32 middelzware vrachtwagens Onder parkeren wordt mede begrepen het stoppen van lichte motorvoertuigen of bussen om bezoekers op het terrein af te zetten of op te halen.
2.
Indien bij een evenement meer dan 5000 bezoekers worden verwacht, dient door vergunninghouder een vervoersplan te worden opgesteld. a.
b. c.
Het vervoersplan waarborgt een aanvaardbare verkeersafwikkeling van en naar het evenement. Daartoe worden in het vervoerplan in ieder geval beschreven het aantal verkeersbewegingen, rijroutes, opstelplaatsen verkeersregelaars en (andere) maatregelen. Het vervoersplan wordt uiterlijk 14 dagen voorafgaand aan het evenement verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. Het vervoersplan wordt door vergunninghouder in acht genomen.
C. Geluid 2.
Ten aanzien van de directe hinder in de representatieve bedrijfssituatie worden de volgende grenswaarden in acht genomen. a.
b.
c.
3.
De geluidsbelasting door directe hinder vanwege de evenementen en de bedrijfsactiviteiten op het VTE-terrein op de gevels van woningen en/of andere geluidgevoelige gebouwen mag in de representatieve bedrijfssituatie ten hoogste 45 dB(A)-etmaalwaarde in de dagperiode, 40dB(A)etmaalwaarde in de avondperiode en 35 dB(A)-etmaalwaarde in de nachtperiode bedragen. De maximale geluidbelasting op de gevels van woningen en/of andere geluidgevoelige gebouwen mag ten hoogste 65 dB(A) in de dagperiode, 60 dB(A) in de avondperiode en 55 dB(A) in de nachtperiode bedragen. In afwijking van de waarde van 55 dB(A) in de nachtperiode genoemd onder sub b. bedraagt de maximale geluidbelasting in de nachtperiode op de gevels van de woningen aan de Fokkerweg 23 en Fokkerweg 52 ten hoogste 56 dB(A) en voor de woning aan de Bergweg 395 ten hoogste 58 dB(A).
Ten aanzien van de directe hinder in de incidentele bedrijfssituatie worden in afwijking van lid 1 de volgende grenswaarden in acht genomen. a.
PAB VTE 2024
Bij grootschalige muziekevenementen (incidentele bedrijfssituatie) als bedoeld onder A lid 3 mag de geluidsbelasting op de gevel van gevoelige gebouwen ten hoogste 70 dB(A)* en 85 dB(C)** bedragen. Onder dB(A) en dB(C) wordt verstaan:
13
b.
Bij grootschalige muziekevenementen (incidentele bedrijfssituatie) als bedoeld onder A lid 3 mag de geluidsbelasting op de omgeving zoals opgenomen in bijlage 3 niet meer bedragen dan:
De geluidsbelasting door indirecte hinder vanwege het verkeer van en naar het VTE-terrein op de gevels van woningen en/of andere geluidgevoelige gebouwen mag maximaal 65 dB(A) etmaalwaarde bedragen. Aan deze grenswaarde wordt in ieder geval voldaan bij de volgende aantallen voertuigbewegingen van en naar het VTE-terrein:
4.
• • •
Dagperiode (07.00 – 19.00 uur): Avondperiode (19.00 – 23.00 uur): Nachtperiode (23.00 – 07.00 uur):
maximaal 11.100 voertuigbewegingen per dag maximaal 1.110 voertuigbewegingen per dag maximaal 740 voertuigbewegingen per dag
D. Ecologie 1.
Op de evenementenlocatie dienen verlichtingsmaatregelen te worden getroffen, die voldoen aan de volgende voorwaarden: a.
b.
c. d.
2.
Vleermuisvriendelijke terreinverlichting. Bij voorkeur wordt voor straatverlichting en buitenverlichting, licht in het roodkleurige of amberkleurige spectrum gebruikt, omdat dit het minste negatieve effect op vleermuizen heeft. Het direct aanlichten van (invliegopeningen van) vleermuisverblijfplaatsen en omringende bosranden wordt voorkomen door lampen niet direct op deze verblijfplaatsen te richten. Datzelfde geldt voor het voorkomen van aanlichten van vogelnesten. Verlichting zoals podiumverlichting mag buiten de evenementenlocatie op de Lonnekerberg en het NNN geen verlichtingssterkte groter dan 0,5 lux veroorzaken De uitstraling van licht vanuit kantoren, werkplaatsen en straatverlichting naar de omgeving moet worden beperkt. Dit kan door de lampen van speciale armaturen te voorzien en kantoorramen daar waar ecologisch relevant 's avonds en 's nachts te blinderen.
Voor de boszones met een dassenburcht (figuur 2.7) gelden de volgende maatregelen: a. b.
14
In deze boszones is het kappen/rooien van bomen en struweel niet toegestaan. De boszones met de burchten worden voorafgaand aan grootschalige buitenevenementen ontoegankelijk gemaakt voor bezoekers. Dit is eenvoudig te bewerkstelligen door het gebruik van hekken en/of dichte takkenrillen in de bosranden met voldoende opening aan de onderkant. Dit gebeurt onder begeleiding van een deskundige waarbij zorggedragen wordt dat de foerageergebieden bereikbaar blijven voor de das.
PAB VTE 2024
Figuur 2.7 Zwart omlijnd: boszones waar maatregelen gelden voor de das 3.
Voor het zuidelijk deel van de Bunkerstrip figuur 2.8 gelden de volgende maatregelen: a. b. c. d. e.
Gebruik van de bunkers is toegestaan. Evenementen zijn uitsluitend toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang. Gebruik van bestaande verharding is uitsluitend toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang. Er is buiten de bunkers geen verlichting toegestaan. Het kappen van bomen en het verwijderen van onderbegroeiing is niet toegestaan.
Figuur 2.8 Rood omlijnd: zone met restricties t.b.v. de das
E. Registratieverplichtingen Vergunninghouder dient het college van burgemeester en wethouders aan het einde van iedere kalendermaand een overzicht te verschaffen van: a. de evenementen die hebben plaatsgevonden, b. de aantallen lichte motorvoertuigen, bussen en vrachtwagens (middelzwaar en zwaar) – als bedoeld in B.1 onder a en b - die in het kader van deze evenementen op de VTE-locatie hebben geparkeerd. Bij deze registratie moeten de aantallen voertuigen die gedurende de opbouw, afbouw en tijdens een evenement op de evenementenlocatie parkeren en de aantallen voertuigen die personen op het terrein afzetten of ophalen, of goederen afleveren of ophalen, afzonderlijk worden geregistreerd.
PAB VTE 2024
15
Hoofdstuk 3 Toetsing aan het ruimtelijk beleid van het Rijk, provincie en gemeente 3.1
Beleid en regels van het Rijk
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4.
Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening De juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
16
PAB VTE 2024
Barro Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, ruimte voor de rivier, kustverdediging de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen en projectafwijkingsbesluiten moeten voldoen. Bro - Ladder duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, 2e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die met een projectafwijkingsbesluit wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een actuele regionale behoefte. Gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van het wetsartikel 3.1.6, 2e lid Bro moet bij iedere 'stedelijke ontwikkeling' inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. Ingevolge de Ladder duurzame verstedelijking moeten nieuwe stedelijke ontwikkelingen gemotiveerd worden met behulp van drie opeenvolgende stappen: I. beschrijven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte; II.
indien blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, beschrijven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien, door benutting van beschikbare gronden doorherstructurering, transformatie of anderszins, en; III. indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig wordt ontwikkeld. 'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of sprake is van stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro dient per geval te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro.
Volledigheidshalve wordt echter in deze ruimtelijke onderbouwing kort ingegaan op de behoefte aan een evenementenlocatie. 'Stedelijke ontwikkeling' en het project" Bureau Stedelijke Planning heeft in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan uit 2021 de in dat plan beoogde functies getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (bijlage 4 Bureau Stedelijke Planning, Ladderonderbouwing evenementen en leisure VTE-terrein Enschede, 20 april 2021). De conclusies uit het rapport zijn onverkort van belang voor het aangevraagde gebruik op de locatie: • • • • •
De beoogde functies voorzien in een (toenemende) behoefte, kwantitatief en/of kwalitatief. De ontwikkeling past binnen de beleidskaders en -ambities van gemeente, regio en provincie. De ontwikkeling past niet binnen bestaand stedelijk gebied door de maat en schaal van de functies (zowel binnen als buiten) en de omvang en het specifieke karakter van het VTE-terrein (voormalig vliegveld, landschappelijk en stoer karakter). Met een dynamische mix aan landschappelijke, recreatieve en iconische cultuurhistorische beleving gaat het VTE-terrein voorzien in de recreatie- en vrijetijdsbehoeften van de inwoners van Twente, de grensregio, Nederland en bezoekers van ver weg. Van onaanvaardbare leegstand, aantasting van het woon- en leefklimaat en ondernemersklimaat als gevolg van de invulling van het VTE-terrein zal geen sprake zijn. Sterker, de beoogde ontwikkeling draagt positief bij aan het woon- en leefklimaat van bewoners in de gemeente en regio en versterkt de economie en het ondernemersklimaat.
3.1.3 Crisis- en herstelwet Het doel van de Crisis- en herstelwet (Chw) is om met procedurele versnellingen voor bepaalde besluiten en via experimenteerbepalingen doelgericht te werken aan werkgelegenheid en duurzaamheid. De wet bestaat, naast een aantal actualisaties van bestaande wetgeving, voornamelijk uit maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden. De projecten waarvoor dit geldt zijn opgenomen in bijlage I en II van de Chw. De gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. is aangewezen als project onder de Chw.
PAB VTE 2024
17
3.1.4
Toetsing project aan regels en beleid van het Rijk
NOVI en Bro De NOVI laat zich niet specifiek uit over evenementenlocaties. Bij de onderhavige aanvraag zijn geen nationale belangen in het geding en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Tevens voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de ladder van duurzame verstedelijking, doordat zij bijdraagt aan verbetering van de concurrentiekracht van de regio Twente, zonder daarbij de belangen van een leefbare en veilige leefomgeving te veronachtzamen. Conclusie is dat de NOVI en de ladder van duurzame verstedelijking vanuit de Bro geen belemmering vormen voor het in deze ruimtelijke onderbouwing beschreven project. Barro Het Barro is voor het projectgebied van belang vanwege de aanwezigheid van een zend- en ontvangststation van Defensie in de directe omgeving. Op gronden van Defensie buiten het projectgebied bevindt zich een MASSradarsysteem (Military Approach Surveillance System) dat, samen met vijf andere installaties (o.a. op vliegbasis te Soesterberg, Leeuwarden, Volkel, Woensdrecht en Den Helder), een landelijk dekkend radarnetwerk vormt. Het radarsysteem staat halverwege De Strip, op grond die nog in beheer, eigendom en gebruik is bij Defensie.
Figuur 3.1 Radarsysteem Defensie (oranje vlak buiten projectgebied) Ingevolge art. 2.6.8 Barro worden geen bestemmingen opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van die zend- en ontvangstinstallatie. Voorts gelden bouwbeperkingen in het gebied rondom zend- en ontvangstinstallatie. In samenhang met art. 1.1 onder 3 en 5 Barro wordt onder ‘bestemmingen’ tevens verstaan een ruimtelijke onderbouwing als bedoeld in art. 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo. De aanvraag vormt geen belemmering voor de functionele bruikbaarheid van die zend- en ontvangstinstallatie. Er wordt geen nieuwbouw of verandering van bestaande gebouwen aangevraagd, zodat de bouwrestricties niet van belang zijn. Crisis- en herstelwet Het doel van de Crisis- en herstelwet (Chw) is om met procedurele versnellingen voor bepaalde besluiten en via experimenteerbepalingen doelgericht te werken aan werkgelegenheid en duurzaamheid. De wet bestaat, naast een aantal actualisaties van bestaande wetgeving, voornamelijk uit maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden. Deze projecten zijn opgenomen in bijlage I en II van de Crisis- en herstelwet. In bijlage II is de transformatie van een voormalige vliegbasis aangemerkt als een integrale gebiedsontwikkeling.
“Integrale gebiedsontwikkeling; transformatie van de voormalige vliegbasis Twente en herontwikkeling voormalige militaire kampen en bijbehorende gronden (ontwikkeling burgerluchthaven, natuurontwikkeling, leisure, bedrijvigheid, evenementen en woningbouw)”
18
PAB VTE 2024
De gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. is in de Chw op drie verschillende plekken als project opgenomen. Afdeling 2 van hoofdstuk 1 ziet op het stroomlijnen van procedures voor besluiten met betrekking tot ruimtelijke en infrastructurele projecten. De versnelde afhandeling van procedures is ook op het projectafwijkingsbesluit van toepassing. Voor besluiten die vallen onder de gebiedsontwikkeling betekent dit o.a. dat uiterlijk binnen zes maanden na het einde van een beroepstermijn de bevoegde rechtelijke instantie uitspraak dient te doen.
3.2
Beleid en regels van de provincie Overijssel
Omgevingsvisie Overijssel Het ruimtelijk relevant beleid en de daarbij behorende regels van de provincie Overijssel zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel en Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsvisie Overijssel 2017 (sinds 2017 jaarlijks geactualiseerd) is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel tot 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en de stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de omgevingsvisie uit 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende ‘rode draden’: duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Omgevingsverordening Overijssel De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening.
Het gaat daarbij om de onderwerpen uit de Omgevingsvisie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de Omgevingsverordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen en projectafwijkingsbesluiten in acht genomen moeten worden. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: • generieke beleidskeuzes; • ontwikkelingsperspectieven; • gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn.
In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Dit komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.
Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.
PAB VTE 2024
19
Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.2 Uitvoeringsmodel provincie Overijssel Toetsing project aan regels en beleid van de provincie Het project is zorgvuldig afgestemd met de provinciale regelgeving. Ter plaatse van de projectlocatie zijn de gronden aangewezen voor “Rode draden en beleidsambities”. Ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit zijn rode draden in de verordening. De sturing daarop is vertaald in generieke regels. Dit betekent dat alle andere onderdelen in de verordening altijd in combinatie met de bepalingen ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid moeten worden toegepast. De beleidsambitie is in de omgevingsverordening opgenomen in de volgende artikelen: • artikel 2.1.2: Principe van concentratie. Nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, voldoen in eerste instantie aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen; • artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Voor nieuwe ontwikkelingen met extra ruimtebeslag in de groene omgeving moet aannemelijk worden gemaakt dat in bestaand bebouwd gebied geen ruimte meer (te maken) is; • artikel 2.1.4: Toekomstbestendigheid. Als provinciale belangen in het geding zijn, moet aannemelijk gemaakt worden dat permanente nieuwe ontwikkelingen toekomstbestendig zijn; • artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit.
Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Het provinciaal ruimtelijk beleid voor het op de projectlocatie houden van evenementen is opgenomen in de Gebiedsvisie Technology Base Twente (27 september 2016). In de gebiedsvisie is getoetst aan de sturingsbepalingen uit de verordening als concentratie, zorgvuldig ruimtegebruik, toekomstbestendigheid en ruimtelijke kwaliteit. Toekomstbestendigheid Het project is niet strijdig met provinciaal beleid en behoeft op het aspect toekomstbestendigheid niet nader gemotiveerd worden.
20
PAB VTE 2024
Ruimtelijke kwaliteit Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit geldt dat in de omgevingsverordening Overijssel gebiedskenmerken zijn opgenomen. Voor het projectgebied gelden de volgende kenmerken: − dekzandvlakte en ruggen (natuurlijke laag); − jong heide- en broekontginningslandschap (agrarische laag) − bedrijventerreinen (stedelijke laag); − informele trage netwerken (stedelijke laag). In de Catalogus Gebiedskenmerken Overijssel is een nadere beschrijving van de gebiedskenmerken met bijbehorende ambities opgenomen. Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Met de aangevraagde activiteit wordt het reliëf ter plaatse niet aangetast. Daarnaast vindt geen verandering plaats aan het watersysteem, de waterkwaliteit en de ruimte voor water en natuurlijke dynamiek. Jong heide- en broekontginningslandschap Het jonge heideontginningslandschap kenmerkt zich door dragende, vaak lineaire structuren van lanen, bosstroken en –vlakken en ingebedde landbouwgronden. Vooral de landgoederen zijn hier nu beeldbepalend.
Ontwikkelingen kunnen deze ontginningstructuren en landgoedstructuren versterken, waar mogelijk de restanten van de kampjes herstellen en de aanliggende beekdalen vernatten. Daarnaast kunnen resterende heidevelden open, versterkt en vernat worden. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. De ontwikkeling vindt niet plaats op agrarische gronden. De ambities verzetten zich niet tegen de aangevraagde activiteit. Het initiatief heeft dan ook geen gevolg voor de haalbaarheid van de ambities. Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn functioneel aangelegde locaties aan de rand van steden en kernen. De opzet en verkaveling van bedrijventerreinen houden vooral rekening met de milieuruimte, autobereikbaarheid en (manoeuvreer) ruimte voor vrachtwagens. Het zijn meestal monofunctionele werklocaties die gescheiden liggen van omliggende woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is vaak eenvoudig en eenvormig. Ontwikkelingen op of rond werklocaties gaan zuinig en zorgvuldig om met de ruimte, maken optimaal gebruik van de locatiekwaliteiten.
Bovendien dragen de ontwikkelingen bij aan het herstel van het bodem- en watersysteem, een toekomstbestendige inrichting (klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit, gezondheid, circulaire economie, groene mobiliteit en veiligheid), het verbeteren de ruimtelijke kwaliteit en de verbinding met de omgeving. Bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten benutten. De provincie kent hierin geen normstelling, maar is sturingsgericht. Informeel trage netwerk Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De Grefteberghoekweg doorsnijdt de projectlocatie vanaf de Oude Deventerweg/Vliegveldweg richting het noorden. Het noordelijk deel van de Grefteberghoekweg is afgesloten voor doorgaand autoverkeer. Fietsers en wandelaars kunnen wel van deze route gebruik maken. Advies Commissie Wientjes Op verzoek van de Provinciale Staten van Overijssel en gesteund door de gemeenteraad van Enschede is een onafhankelijke adviescommissie in het leven geroepen die de kansen voor een duurzaam economisch sterker Twente en de rol van de voormalige luchthaven Twente daarbij heeft onderzocht.
Deze commissie onder leiding van Bernhard Wientjes (hierna: Commissie Wientjes) heeft in oktober 2014 advies uitgebracht over de ontwikkeling van het luchthavengebied. Voor het middengebied luidt het advies van de Commissie Wientjes om het aandeel natuurgebied verder te ontwikkelen en de werkparken (het huidige VTE-terrein) aan te wijzen voor evenementen, leisure en (innovatieve) bedrijvigheid. De raad van de gemeente Enschede en de staten van de provincie Overijssel hebben met het advies van de Commissie Wientjes ingestemd en daarbij opdracht gegeven aan de colleges van provincie Overijssel en gemeente Enschede om een plan van aanpak op te stellen voor de verdere uitwerking van het advies. Tevens zijn de aanbevelingen overgenomen om een Topteam en een Kwaliteitsteam in te stellen. Om ontwikkelingen in de lijn van het advies van het advies van de Commissie Wientjes mogelijk te maken is de provinciale gebiedsvisie herzien, en een Gebiedsgerichte uitwerking structuurvisie luchthaven 2009 opgesteld, waarin een verdere uitwerking van het VTE-terrein als evenementenlocatie is opgenomen.
PAB VTE 2024
21
Regieteam In aanvulling op het voorgaande is voor ruimtelijke ontwikkelingen een kwaliteitsteam opgericht. Het Regieteam (voorheen het Kwaliteitsteam) adviseert over de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Het advies van het kwaliteitsteam bouwt voort op de hierboven beschreven en in het gebied aanwezige gebiedskenmerken. Gebruik van bestaande bebouwing en aansluiten bij het kenmerkende van het Twents landschap zijn daarin terug te vinden. Het advies van het Kwaliteitsteam gaat verder in detail dan de afwegingen van de Omgevingsvisie, waar het adviseert over architectuur, bebouwingsdichtheid, materiaalgebruik enz. Conclusie De aanvraag projectafwijkingsbesluit is in overeenstemming met het provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant beleid
Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante gemeentelijk beleid. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit project zijn gelinkt. Structuurvisie Enschede In de Structuurvisie Enschede gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt. Ontwikkelingsplan 2012 Op 12 maart 2012 heeft de gemeenteraad van Enschede een herijking van de tot dan toe geldende plannen voor de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente vastgesteld, “het Ontwikkelingsplan 2012”.
Het Ontwikkelingsplan houdt op hoofdlijnen in: • op sommige deelgebieden een meer organische groei; • met betrekking tot de woningbouw een aangepaste fasering en andere woningtypen; • wijziging van woningbouw naar leisure/bedrijvigheid in het deelgebied Deventerpoort. De aanpassingen blijven binnen de door de gemeenteraad van Enschede vastgestelde kaders. Over de ecologische hoofdstructuur (EHS) staat beschreven dat de inhoud niet wijzigt, maar op sommige plaatsen een herbegrenzing plaatsvindt. Oostkamp In de gemeentelijke structuurvisie is dit deelgebied aangewezen voor “leisure / innovatieve bedrijvigheid”. De voorgestelde ontwikkeling met een inpassing van de bestaande en cultuurhistorisch waardevolle panden, past in deze definities. De Strip In de gemeentelijke Structuurvisie is dit deelgebied aangewezen voor “leisure / innovatieve bedrijvigheid” en deels voor “wonen”. In het concept Automotive worden geen woonfuncties ingevoegd. Het in de gemeentelijke structuurvisie gemarkeerde deel voor wonen, wordt ingezet voor “leisure / innovatieve bedrijvigheid”. Voor een effectief gebruik van de voormalige taxibaan is het noordelijk deel toegevoegd aan het plangebied, zodat de taxibaan over een lengte van 1 km gebruikt kan worden, en ook de goed bruikbare bestaande bebouwing in dat deel gehandhaafd kan blijven.