Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan Zwembad Diekman
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Zwembad Diekman
Status: Vastgesteld
Zwembad Diekman
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
3 3 3 5 6 7
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
9 9 11 14
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke en functionele structuur 3.2 Cultuurhistorie
18 18 19
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Stedenbouwkundig plan 4.2 Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 4.3 Welstand en beeldkwaliteit 4.4 Duurzaamheid
23 23 24 25 25
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur
28 28 35 37
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
40 40 40 41 45
Hoofdstuk 7
46
2
Economische uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding bestemmingsplan
Op sportpark Het Diekman bevindt zich het zwembad Aquadrome. Het zwembad aan de J.J. van Deinselaan 2 in Enschede is na ruim 30 jaar gebruik sterk verouderd en aan vervanging toe. In 2017 heeft de gemeenteraad van Enschede de Zwembadvisie Enschede vastgesteld. Gebleken is dat de huidige zwemvoorzieningen die er binnen de gemeente Enschede zijn niet meer aansluiten bij de behoefte aan zwemwater. In de zwembadvisie heeft de gemeente bepaald dat er een kwaliteitsimpuls noodzakelijk is om de zwemvoorzieningen toekomstbestendig te maken. Vervolgens zijn in een haalbaarheidsonderzoek verschillende varianten onderzocht naar de zwemvoorzieningen in Enschede waarbij drie doelgroepen centraal staan: leszwemmen, doelgroepen zwemmen en verenigingen. Daarnaast is gekeken naar de mogelijkheden voor recreatief zwemmen binnen het beschikbare budget. In 2020 heeft de gemeenteraad gekozen voor een variant om het Aquadrome te slopen en op dezelfde locatie een nieuw zwembad te bouwen. De sloop van het Aquadrome vindt plaats zodra de nieuwbouw gereed is. Vanwege het ontbreken van de juiste gebruiks- en bouwregels is de realisatie van het zwembad niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied maakt onderdeel uit van de wijk Varvik-Diekman. Dit is gelegen in het stadsdeel Oost. Het plangebied bevindt zich aan de Kuipersdijk, één van de verbindingswegen tussen het centrum van Enschede en Enschede-Zuid.
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
3
Ligging van het plangeb ied in het zuidoosten van Enschede (plangebied in rood aangegeven Het gebied waarop het bestemmingsplan “Zwembad Diekman” betrekking heeft wordt globaal begrensd door de J.J. van Deinselaan in het noorden, de Kuipersdijk in het westen, de voetbalaccommodatie van Sportclub Enschede in het zuiden en parkeerplaatsen en binnensportvoorzieningen in het oosten. Op de navolgende afbeelding is de ligging van het huidige zwembad in de directe omgeving weergegeven. In rood is het plangebied van voorliggend bestemmingsplan (indicatief) weergegeven.
4
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
Luchtfoto van de huidige situatie (plangebied globaal in rood aangegeven. Met een gele stippellijn is globaal de bebouwing van het nieuwe zwembad aangegeven)
1.3
Geldende juridische regelingen
Het plangebied aan de J.J. van Deinselaan 2 valt onder het bestemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman". Dit bestemmingsplan is op 24 juni 2013 door de gemeenteraad van Enschede vastgesteld. Op de navolgende afbeelding is een fragment van de verbeelding van dit bestemmingsplan weergegeven. De ligging van het nieuwe zwembad is globaal met een rode stippellijn aangegeven.
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
5
Fragment verbeelding b estemmingsplan "Hogeland zuid, Varvik en Diekman" (b eoogde locatie nieuwbouw met rode stippellijn aangegeven). Het plangebied is geheel gelegen binnen de bestemming 'Sport'. Binnen deze bestemming zijn sportvoorzieningen binnen milieucategorie 1 en 2 toegestaan zoals sportkantines, sportscholen en fitnesscentra. Het noordelijke deel van het terrein beschikt over een functieaanduiding 'zwembad'. Binnen deze aanduiding is een overdekt zwembad toegestaan. Het zuidelijke deel beschikt over de functieaanduiding 'specifieke vorm van sport - openlucht zwembad'. Binnen deze aanduiding is een openlucht zwembad toegestaan, met bijbehorende voorzieningen, zoals niet zelfstandige horeca en niet zelfstandige detailhandel. Bouwen is alleen toegestaan binnen een bouwvlak. Binnen het bouwvlak is met een aanduiding de maximale bouwhoogte van gebouwen weergegeven. Ter plaatse van het huidige zwembad en buitenbad gelden verschillende bouwhoogtes van 1 meter tot 12 meter. Het nieuwe gebouw van het overdekte zwembad is globaal weergegeven met een rode stippellijn. Deze ligt gedeeltelijk buiten de functieaanduiding 'zwembad'. Realisatie is daarom op basis van het huidige bestemmingsplan niet mogelijk. Tevens ligt de locatie deels buiten het bouwvlak en deels binnen het gedeelte waar de maximale bouwhoogte niet toereikend is.
Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om het plan mogelijk te maken.
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).
Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer
6
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen.
Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze, die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Zwembad Diekman” is het erkende wijkorgaan Wijkraad Zuid-Oost Enschede actief. Het concept plan is aan de Wijkraad voorgelegd. De Wijkraad heeft een positieve grondhouding over het plan. Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien.
De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Het bestemmingsplan “Zwembad Diekman” maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarbij ruimtelijke belangen van andere gemeenten, het waterschap Vechtstromen, de provincie Overijssel of het Rijk in het geding zijn. Daarom is voor dit bestemmingsplan afgezien van het plegen van vooroverleg. Wel is het ontwerpbestemmingsplan ter kennisname toegezonden aan het waterschap Vechtstromen. Procedure bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
7
Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Zwembad Diekman” in voorbereiding te nemen op 25 mei 2022 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede. Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad, gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet.
De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Zwembad Diekman” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en het Gemeenteblad. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan heeft voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er geen zienswijzen ingediend. Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.
Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voorliggend bestemmingsplan kent geen belemmering als gevolg van de nationale belangen, zoals deze benoemd zijn in de Nationale Omgevingsvisie.
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
9
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 2.1.3
Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)
Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.
Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. 'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2316) geldt dat de verplaatsing van een functie die al was toegestaan binnen hetzelfde gebied, waarbij het bebouwde oppervlak niet toeneemt, niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 'stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan Zwembad Diekman Het zwembad is een stedelijke voorziening. Met het plan wordt het huidige zwembad gesloopt en wordt er op hetzelfde terrein een zwembad teruggebouwd. Het terrein van het zwembad (inclusief buitenbad en ligweide) wordt met dit plan heringericht. Het bebouwde oppervlak neemt daarbij niet toe.
Gesteld kan worden dat de bouw van het nieuwe zwembad ter vervanging van het bestaande zwembad niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing. 2.1.4
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
Voorliggend plan raakt geen nationale belangen. Het plan past binnen het beleid en de regels van het Rijk.
10
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke Omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
11
Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking, die voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.
12
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel
Generieke beleidskeuzes Het plan past binnen de generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel zoals gevat onder de 'Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Het plan betreft een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling bestaat uit de nieuwbouw van een zwembad ter vervanging van een bestaand zwembad op hetzelfde terrein. Voor het plangebied gelden geen gebiedsspecifieke beleidskeuzes (zoals Natuurnetwerk Nederland (NNN)). Ontwikkelingsperspectieven Voor het plangebied geldt het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen stedelijke netwerken'. Binnen dit ontwikkelingsperspectief zorgen herstructurering en transformatie voor het vitaal en aantrekkelijk houden van het gebied, en het vergroten van de diversiteit aan milieus. Bij herstructurering is het anticiperen op klimaatverandering en het reserveren van ruimte voor groen en water van belang, evenals het leveren van een bijdrage aan de energietransitie (treffen duurzaamheidsmaatregelen). Het plan sluit aan bij dit perspectief. Het bestaande zwembad is sterk verouderd en niet duurzaam. Met het plan wordt deze gesloopt en wordt het gehele terrein geherstructureerd. Met het plan wordt nieuw groen aangeplant. Daarnaast wordt voldaan aan de waterbergingsopgave. Dit is tevens vastgelegd in de planregels. Er gelden geen 'bijzondere gebiedscondities' op basis van het provinciaal beleid.
Gebiedskenmerken In het plangebied zijn de volgende gebiedskenmerken aangeduid binnen de diverse lagen: Natuurlijke laag: Binnen deze laag geldt het kenmerk: 'Stuwwallen'. Kenmerk van stuwwallen zijn hoogteverschillen in het landschap. Binnen het plangebied zijn deze natuurlijke verschillen sinds lange tijd niet meer herkenbaar. Het zichtbaar en beleefbaar maken van bestaande (hoogte)verschillen is niet (meer) aan de orde. Stedelijke laag: Binnen deze laag geldt het kenmerk 'Woonwijken 1955-nu'. Het perceel is echter nooit als woonwijk in gebruik geweest. Het terrein maakt onderdeel uit van sportpark Het Diekman. Dit is vanaf de jaren '60 langzaamaan gegroeid waarbij in de jaren '90 van de vorige eeuw het huidige zwembad is gebouwd. Er bevinden zich binnen het plangebied geen kenmerkende elementen die in stand gehouden moeten worden. Laag van het agrarisch cultuurlandschap: niet van toepassing. Laag van de beleving: niet van toepassing. Het plan heeft geen relevante danwel negatieve invloed op de hiervoor genoemde gebiedskenmerken. Conclusie: Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
13
2.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1
Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies
De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2
Stedelijke Koers
Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand. 2.3.3
Richting aan Ruimte
Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.
14
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
afbeelding: het 'RAR kompas' 2.3.4
Structuurvisies
De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden. Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie.
Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
15
Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt. Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Detailhandelsstructuurvisie Op 23 januari 2012 is de Detailhandelsstructuurvisie Enschede 2012 vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk detailhandelsbeleid voor de komende vier jaar. Na een technische aanpassing in de besluitvorming op 12 november 2012 is dit formeel een structuurvisie zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wro. Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld.
Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit.
De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede. Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd. 2.3.5
Overig ruimtelijk relevant gemeentelijk beleid
Zwembadvisie Enschede Het huidige aanbad aan zwembadwater in Enschede is kwantitatief gezien onvoldoende. Daarnaast zijn een 16
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
aantal accommodaties in de gemeente verouderd. Om die reden heeft de gemeente Enschede in 2017 de Zwembadvisie Enschede opgesteld. In 2019 is de zwembadvisie bijgesteld. Zwembaden vervullen een belangrijke maatschappelijke rol in Enschede als het gaat om het aanleren van het zwemmen en het werken aan een gezonde leefstijl (ambitie Sportnota). Demografische ontwikkelingen zorgen ervoor dat de vraag naar zwemwater verandert. Door toename van het aantal ouderen in de stad en meer preventieve zorg neemt ook het belang van de maatschappelijke rol van zwemmen in Enschede toe. Zwemmen is laagdrempelig, gezond en voor alle doelgroepen en leeftijden. De bestaande zwembaden zijn echter verouderd en sluiten niet meer aan bij de behoefte van onze inwoners. Om de noodzakelijke kwaliteitsimpuls te geven moeten er keuzes gemaakt worden voor een structureel gezonde toekomst voor het zwemmen in Enschede. 2.3.6
Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Zwembad Diekman" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. Zwembadvisie Enschede In de zwembadvisie zijn meerdere scenario's voor zwembaden binnen de gemeente Enschede in kaart gebracht. Hierin gaat het over diverse aspecten als het aantal accommodaties, locaties, aantal baden, type baden. De verschillende scenario's zijn kwalitatief en kwantitatief beoordeeld, inclusief een financiële doorrekening. Hieruit blijkt dat een belangrijke zwembadvoorziening op de locatie van sportpark Het Diekman de voorkeur heeft. De sloop van het huidige Aquadrome, het openhouden van het buitenbad en de bouw van een nieuw zwembad met twee baden is één van de scenario's uit de zwembadvisie die financieel haalbaar is en voldoet aan de kwalitatieve en kwantitatieve eisen.
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
17
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal worden ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en op de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied. Doel is het aanreiken van een kader waaraan ontwikkelingen in de wijk of buurt kunnen worden getoetst.
3.1
Ruimtelijke en functionele structuur
Plangebied en huidig gebruik Het plangebied is gelegen op de zuidelijke hoek van de J.J. van Deinselaan en de Kuipersdijk. In de onderstaande afbeelding is de ligging van het huidige zwembad weergegeven. Ten westen van het plangebied/zwembad ligt de Kuipersdijk. Ten noorden van het plangebied ligt de J.J. van Deinselaan.
Vogelvluchtfoto van het huidige zwembad Aquadrome, bezien vanuit het zuiden Op de voorgaande afbeelding is het huidige zwembad weergegeven met de omliggende functies. Het zwembad ligt in de noordwesthoek van sportpark Het Diekman met zowel binnen- als buitensport voorzieningen. Ten noorden en ten zuidwesten van het plangebied bevinden zich woningen. Ten westen/noordwesten van het plangebied bevinden zich maatschappelijke functies zoals de beoogde bouwlocatie van een moskee en een middelbare school. Verkeersstructuur De Kuipersdijk is een oude invalsweg vanuit het buitengebied richting centrum. De Kuipersdijk maakt deel uit van de oude radialen die de omgeving met het centrum van Enschede verbindt. Langs deze radialen ontstond geleidelijk bebouwing als een lint. Vervolgens werden de gebieden tussen deze linten bebouwd. De Kuipersdijk is gezien de ontstaansgeschiedenis cultuurhistorisch van belang, maar als verbinding tussen de zuid-wijken en de binnenstad heeft de Kuipersdijk ook een belangrijke verkeersfunctie. De J.J. van Deinselaan is een aftakking van de Kuipersdijk en ontsluit de buurt Varvik en het sportpark Diekman. Het zwembad wordt ontsloten via een inrit op de J.J. van Deinselaan. Het zwembad (rood omcirkeld) en de ontsluiting (rode pijl) zijn op de navolgende afbeelding weergegeven.
18
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
Verkeerssituatie plangeb ied
3.2
Cultuurhistorie
Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied Zoals hiervoor aangegeven is de Kuipersdijk een oude invalsweg vanuit het buitengebied richting centrum. De Kuipersdijk maakt deel uit van de oude radialen (invalswegen) die de omgeving met het centrum van Enschede verbindt. Langs deze radialen ontstond geleidelijk bebouwing als een lint. Inmiddels zijn de linten ingesloten in de stad (de gebieden tussen de linten werden bebouwd), maar als zodanig nog steeds goed herkenbaar. De Kuipersdijk is gezien de ontstaansgeschiedenis cultuurhistorisch van belang. Sportpark Het Diekman is vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw ontstaan. In die jaren is een stadion gebouwd en een zwembad, een voorloper van het huidige Aquadrome. De locatie lag toen nog aan de rand van de stad van Enschede. Op de navolgende afbeelding is een kaart van 1965 weergegeven.
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
19
Kaart uit 1965 met een voorloper van het huidige Aquadrome
Monumenten en overige cultuurhistorische waardevolle elementen en structuren in het plangebied In het plangebied bevinden zich geen monumenten en overige cultuurhistorisch waardevolle elementen. Archeologisch erfgoed in het plangebied Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidskaart opgenomen. Een groot deel van het plangebied kent een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. De cirkels op deze kaart kennen een hogere verwachtingswaarde voor bewoningsresten van de eerste erven van Enschede. Zie paragraaf 4.2 voor een verdere behandeling van het onderwerp archeologie.
20
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
Archeologische verwachtingskaart Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Zwembad Diekman" zijn diverse beschermwaardige bomen aanwezig. In de navolgende afbeelding is een uitsnede van de bomenkaart weergegeven. Het sportpark Het Diekman maakt onderdeel uit van een beschermwaardig boomgebied. Hoe met bomen wordt omgegaan is opgenomen in paragraaf 4.2.
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
21
Kaart met de b eschermwaardige b omen
22
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Stedenbouwkundig plan
Zoals in paragraaf 1.1 aangegeven volgt het ontwerp van het zwembad uit een zwembadvisie en een haalbaarheidsonderzoek naar diverse varianten en scenario's. Gekozen is voor een nieuw binnenbad met een 25 meter wedstrijdbad met 8 banen en een 25 meter instructiebad met 5 banen. In de navolgende afbeelding is het stedenbouwkundig plan weergegeven. Middels een dunne zwarte lijn is aan de noordzijde de contour van het bestaande (te slopen) zwembad nog zichtbaar
Stedenbouwkundig plan (b ron: Groenland B.V.)
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
23
Aanzicht nieuwe zwembad. Op de voorgrond het bestaande te behouden buitenbad (bron: Reitsema & Partners) Het nieuwe binnenzwembad wordt ten zuiden van het bestaande binnenzwembad gerealiseerd. Daarmee komt het gebouw evenwijdig aan het buitenbad te liggen. Het binnenbad en het buitenbad met de ligweide zijn daarmee functioneel beter met elkaar verbonden. Door de nieuwe locatie van het zwembad op het terrein wordt ook de ligweide gedeeltelijk verplaatst. De ligweide wordt verplaatst naar het noorden waar ook nieuwe bomen worden aangeplant. De bestaande groen- en grondwal langs de Kuipersdijk wordt verder doorgetrokken zodat het buitenbad en de ligweide aan het zicht worden onttrokken vanaf de openbare wegen. Langs de J.J. van Deinselaan wordt een wadi aangelegd voor de opvang en het langzaam infiltreren van water. Zoals op de vorige afbeelding is te zien bestaat het gebouw uit een rechthoekig gebouw met veel glas. Het gebouw heeft een plat dak en een hoogte van circa 8 meter. De zwembaden bevinden zich aan de zijde van het buitenbad. Aan de zijde van de entree bevinden zich de overige functies, waaronder de kleedhokjes en de kantine. Verkeer en parkeren Het nieuwe zwembad heeft een kleinere oppervlakte aan zwemwater dan het bestaande zwembad. De verwachting is dat in de nieuwe situatie het aantal bezoekers gelijk blijft.
De verkeerssituatie verandert niet ten opzichte van de huidige situatie. De huidige inrit aan de J.J. van Deinselaan met de bestaande parkeerplaatsen blijven gehandhaafd. De entree van het zwembad ligt nagenoeg op dezelfde plek als in de huidige situatie aan de oostzijde van het bestaande gebouw. Met het nieuwe gebouw komt een klein deel van de bestaande fietsenstalling te vervallen. Echter is er momenteel een grote overcapaciteit aan fietsparkeren aanwezig. Mocht het in de toekomst toch nodig blijken om extra fietsenstalling te realiseren, dan is hier voldoende ruimte voor aanwezig op eigen terrein.
4.2
Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
Monumenten en overige cultuurhistorische waardevolle elementen en structuren in het plangebied Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 zijn in het plangebied geen monumenten en overige cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Archeologie Zoals in paragraaf 3.2 aangegeven kent het plangebied gedeeltelijk een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en gedeeltelijk een hoge archeologische verwachtingswaarde. Op basis van het gemeentelijk archeologiebeleid heeft het plangebied de aanduidingen 'onderzoeksgebied A' en 'onderzoeksgebied B'. In paragraaf 3.2 is een uitsnede van de beleidskaart opgenomen. Deze aanduidingen zijn in het geldende bestemmingsplan 'Hogeland zuid, Varvik en Diekman' overgenomen.
24
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
Voor onderzoeksgebied B geldt dat bij een bodemverstoring van meer dan 2.500 m2 én dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld een archeologisch vooronderzoek moet worden uitgevoerd. Voor onderzoeksgebied A geldt dat bij een bodemverstoring van meer dan 250 m2 én dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld een archeologisch vooronderzoek moet worden uitgevoerd. Dat laatste is hier het geval. Laagland Archeologie heeft ter plaatse van het plangebied een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. In dit kader zijn verspreid binnen het plangebied een aantal verkennende boringen gezet. Hieruit blijkt dat de bodem overal is verstoord. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is geen vervolgonderzoek nodig en wordt het plangebied vrijgegeven voor het aspect archeologie. In voorliggend bestemmingsplan is dan ook geen aanduiding meer opgenomen ter bescherming van archeologische waarden.
Beschermwaardige bomen Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 maakt het plangebied op de bomenkaart onderdeel uit van een beschermwaardig boomgebied. De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening kwaliteit leefomgeving (Vkl). Op het bij de Vkl behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de Vkl is vereist. Door de verplaatsing van het zwembad zal één grote boom worden gekapt. Dit wordt gecompenseerd met een groot aantal bomen en struiken op het terrein. Deze worden geplant ter plekke van het te slopen zwembad en de groenwal langs de Kuipersdijk en de J.J. van Deinselaan. De groene uitstraling van het plangebied wordt daarmee verder versterkt.
4.3
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Zwembad Diekman" geldt de welstandsidentiteit 'Buitenplaatsen en landgoederen'. Binnen de welstandsidentiteit 'Buitenplaatsen en landgoederen' is het van belang dat bebouwing en de omgeving een eenheid vormen waarbij hoofdgebouwen een hoge esthetische kwaliteit dienen te bevatten. De Welstandsnota wordt niet aangepast in het kader van dit bestemmingsplan. Het bouwplan zal bij de beoordeling van de omgevingsvergunning worden getoetst aan de Welstandsnota.
4.4
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.4.1
Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid
In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
25
Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving
Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.
Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.
Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.
Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.
WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.
Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.
Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.
Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.
Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.
Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente.
26
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
4.4.2
Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.
Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Het huidige zwembad is een grootverbruiker van gas. Daarnaast is het huidige zwembad ook aangesloten op de stadsverwarming. Het nieuwe zwembad wordt afgekoppeld van het gas en de stadsverwarming. Met UV panelen, zonnecollectoren en warmtepompen wordt het nieuwe zwembad geheel elektrisch en voorziet het zelf in de benodigde energie.
Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen.
Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.
bestemmingsplan Zw embad Diekman (vastgesteld)
27
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Zwembad Diekman" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.
5.1
Milieu
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1
Milieueffectrapportage
Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. 2. 3. 4.
het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.
Toetsing bestemmingsplan "Zwembad Diekman" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan "Zwembad Diekman' heeft tot doel om een nieuw zwembad te bouwen ter vervanging van een bestaand zwembad op hetzelfde perceel binnen de stad. Deze beoogde ontwikkeling is geen activiteit / project als genoemd in de bijlage bij het Besluit m.e.r. waarvoor een m.e.r. of m.e.r. beoordeling dient te worden uitgevoerd. Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven. 5.1.2