Bijlage 1 - TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600_Motivering wijzigingsbesluit
Tekst van het document
Motivering Wijzigingsbesluit Bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
Status: Vastgesteld
TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
Inhoudsopgave
Motivering wijzigingsbesluit
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Participatie, vooroverleg en procedure
3 3 3 4 6
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Het plan 2.3 Juridische planopzet
9 9 10 13
Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheidstoets 3.1 Toetsing aan relevant beleid en regelgeving 3.2 Toetsing aan de relevante milieuaspecten 3.3 Toetsing aan de relevante overige omgevingsaspecten 3.4 Kostenverhaal
15 15 24 29 37
2 (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
Motivering wijzigingsbesluit Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In voorliggende wijziging omgevingsplan wordt de ontwikkeling van 11 woningen op het bestaande erf op perceel Heutinkstraat 600 te Enschede mogelijk gemaakt. In de bestaande situatie is al 1 woning aanwezig. De locatie is bekend als Erve 't Kromhof en is een historisch boerenerf. De huidige bebouwing dateert uit de 19e en 20e eeuw en wordt cultuurhistorisch gewaardeerd. De cultuurhistorische waarde is door achterstallig onderhoud en meerdere branden aangetast. Het initiatief herstelt de waardevolle bebouwing op het erf. De woningen worden gerealiseerd in 5 gebouwen op het erf, deels in bestaande (monumentale) panden en gedeeltelijk in vervangende nieuwbouw. De huidige planologische regeling voor beide percelen laat een dergelijke ontwikkeling niet toe. Om woningbouw op deze locatie mogelijk te maken dient hiervoor een wijziging op het omgevingsplan te worden opgesteld. Het voorliggende plan voorziet hierin.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het gebied waarop het wijzigingsplan “TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600” betrekking heeft wordt globaal begrensd door een bosrijk gebied met de Heutinkstraat aan de noordzijde, ten zuiden van het kruispunt waar de Heutinkstraat en de Schukkinkweg samen komen. Ten zuiden van het plangebied liggen weilanden met agrarische erven en op ruimere afstand ligt de provinciale weg N35. Het plan ligt in het buitengebied. Het stadcentrum van Enschede ligt ten noordwesten van het plangebied. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied in haar omgeving (links) en (indicatief) de begrenzing van het plangebied op een recente luchtfoto (rechts) aangegeven.
Figuur 1.1 Glob ale ligging plangeb ied
Het plan heeft betrekking op de percelen kadastraal bekend als gemeente Lonneker, sectie AA, nummers 3601 en 3759.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 3
1.3
Geldende juridische regelingen
Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is een omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit ruimtelijke regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen en rijksregels over activiteiten (de bruidsschat). In het navolgende worden de verschillende bestemmingsplannen die ter plaatse van het plangebied onderdeel uitmaken van het Omgevingsplan gemeente Enschede. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zitten onder andere de volgende ruimtelijke plannen: Naam bestemmingsplan
4 (vastgesteld)
Beschrijving
Datum vaststelling
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
Bestemmingsplan Buitengebied Zuidoost
2013-05-27
Het plangebied gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen: Bestemming Wonen (geel) Met aanduidingen: Specifieke vorm van wonen - agrarische woning Ter plaatse van deze aanduiding (gehele woonbestemming) zijn de gronden tevens bestemd voor het instand houden van bedrijfsgebouwen, die bij de tervisielegging van het ontwerp van het plan in gebruik waren voor agrarische doeleinden Bouwvlak Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak Bestemming Agrarisch met waarden - Agrarische functie met landschapswaarde (licht groen) Bestemming Bos (donker groen) Gebiedsaanduiding Stadsrandzone Deze gronden zijn mede bestemd voor: - het versterken van de belevingswaarde, - het versterken van de landschappelijke waarde, - het beter inrichten van de stadsrand voor recreatief gebruik, natuur en water, - een goed beheer van de stadsrand, - het ontwikkelen, bevorderen en toelaten van passende functies, zoals natuureducatie, kunst, cultuur, landart, lichte vormen van horeca en plattelandswinkel. Archeologisch onderzoeksgebied A Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 5
Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid)
Dit plan sluit vestiging van risicovolle inrichtingen en opslag van vuurwerk uit.
2014-11-18
Gebiedsaanduiding overige zone - risicovolle inrichtingen uitgesloten overige zone - vuurwerk uitgesloten Het uitsluiten van risicovolle inrichtingen en vuurwerk zijn in de regels van voorliggend bestemmingsplan overgenomen. Cultuurhistorie
Het paraplubestemmingsplan "Cultuurhistorie" beoogt een planologisch-juridische regeling te geven voor cultuurhistorisch erfgoed. Sinds 1 januari 2012 geldt de wettelijke verplichting om in een bestemmingsplan aan te geven hoe in dat plan rekening is gehouden met cultuurhistorisch erfgoed.
2017-02-06
Gebiedsaanduiding overige zone - cultuurhistorie Deze aanduiding regelt dat een omgevingsvergunning getoetst dient te worden aan de beleidsregel "Koesteren cultuurhistorie" dan wel een vervangende beleidsregel. Buitengebied zonnepanelen
Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat zonnepanelen op maaiveld kunnen worden gerealiseerd.
2018-07-02
Gebiedsaanduiding overige zone - Zonnepanelen Ter plaatse van de gebiedsaanduiding geldt een maximum omvang van de zonnepanelen van 150 m2 en bij woningen een maximum omvang van 100 m2. Parkeren Enschede
Dit paraplubestemmingsplan zorgt ervoor dat de beleidsregel "Parkeernormennota Enschede 2017" van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het plangebied.
2019-03-11
Gebiedsaanduiding overige zone - parkeren Enschede De relevante regels zijn door vertaald in voorliggend plan.
1.4
Participatie, vooroverleg en procedure
Participatie Op grond van artikel 10.2, lid 2 van Omgevingsbesluit geldt een participatieverplichting bij het vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan. In het vaststellingsbesluit moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat met de resultaten gedaan is gedaan. Gemeente Enschede heeft de 'Participatieverordening gemeente Enschede 2022' en de op basis daarvan opgestelde "handreiking participatie voor initiatieven Omgevingswet". De principes uit deze handreiking zijn gevolgd bij deze wijziging van het omgevingsplan. Concreet houdt dat in dit geval in dat we de wijkorganen dan wel dorpsraden, in voorliggend geval "Buurtkring Esmarke", betrekken bij de planontwikkeling en dat initiatiefnemer de directe buren van het plan informeert. Omwonenden Initiatiefnemer heeft meerdere bewoners in de omgeving van het plan individueel benaderd. Het betreffen de bewoners van Heutinkstraat 610 en omwonenden op Schukkinkweg 15 en 15A, maar ook de eigenaar van de omliggende landbouwgronden op Horstveldweg 200 die in dit plan deels worden meegenomen. Die gronden 6 (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
krijgen namelijk een beperking ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden voor het toepassen van bestrijdingsmiddelen. Zie hiervoor paragraaf 3.3.6. De reacties waren overwegend positief en richten zich met name op de vervallen situatie van het erf. Dat de ontwikkeling al lang loopt en ze graag zien dat het erf weer opgeknapt is.
Buurtkring Esmarke Het bouwvoornemen is als adviesvraag toegestuurd aan de Buurtkring waarbij de mogelijkheid wordt geboden om vragen te stellen en/of het geven van een toelichting in een gesprek. De ontwikkeling behoefte geen nadere toelichting. De reactie vanuit de Buurtring is dat in de basis de ontwikkeling als positief wordt beschouwd. De locatie is namelijk op dit moment een bouwval. De ontwikkeling roept bij de Buurtkring ook vraagtekens op, namelijk of de landschappelijke inpassing in verhouding staat tot het aantal woningen dat mogelijk wordt gemaakt. Kunnen er bijvoorbeeld niet meer bomen worden geplant. De ontwikkeling betreft een maatwerkinitiatief waarbij er geen extra bebouwing wordt toegestaan anders dan al bij recht aanwezig is, dan wel is toegestaan (denk hierbij aan de bebouwing die - deels - is afgebrand). Met extra bebouwing wordt verstaan geen toename van verstening en geen toename in bouwvolume. Dit heeft niet alleen betrekking op de woningen, maar ook op de bijgebouwen. Met dit plan wordt een einde gemaakt aan een in verval geraakte voormalig boerenerf. Het gemeentelijk monument (B en E in figuur 2.5) wordt herstelt en behouden. De toevoeging van 10 woningen in specifieke segment sluit aan bij de behoefte in de Woonvisie. Tot slot worden meerdere landschappelijke elementen toegevoegd, waarmee de kwaliteit op het erf wordt verbeterd.
Zo wordt een singel met bomen gerealiseerd, een solitaire boom, maar ter compensatie van de bestaande bosgebieden (B en E in figuur 2.5) ook ten noorden van het erf een bosgebied met een omvang van 500 m2, haagjes, kruidentuin, retentievijver, boomgaard. Bij elkaar achten we de ontwikkeling Erve 't Kromhof op de weegschaal van prive en maatschappelijk belang in balans.
Procedure Wijzigen omgevingsplan De gronden op het perceel Heutinkstraat 600 te Enschede hebben in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Enschede, onderdeel bestemmingsplan "Buitengebied Zuidoost" de bestemming "Wonen" met bijbehorende bouw- en gebruiksmogelijkheden voor één woning. Binnen deze bestemming is het niet mogelijk om totaal 11 reguliere woningen te realiseren. Om dit mogelijk te maken dient het omgevingsplan gewijzigd te worden waarbij oa.de functie "wonen" met de daarbij behorende activiteiten voor het gewenste aantal woningen wordt vastgelegd. De procedurebepalingen voor het wijzigen van een omgevingsplan staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. Hieronder zijn de procedurestappen in verkorte vorm weergegeven.
Vooroverleg Deze wijziging van het omgevingsplan betreft een ontwikkeling waarbij ruimtelijke belangen van andere gemeenten, het waterschap Vechtstromen of het Rijk niet in het geding zijn. Daarom is voor deze aanvraag afgezien van het plegen van vooroverleg met deze instanties. Op 6 februari 2025 is plan voor Erve 't Kromhof besproken met de provincie tijdens periodiek overleg, waarbij bezwaren werden geuit tegen het plan. Op 19 maart is er een vervolgoverleg geweest waarbij deze bezwaren nader zijn besproken en welke aanpassingen zij graag zouden zien in het plan. Dat betrof: Compenseren bosbestemming als gevolg van de woonbebouwing (B en E) door nieuwe aanplant en planologisch juridische boring in het omgevingsplan. Zichtlijn op gebouw A (hoofdboerderij) herstellen door gebouw C richtng het oosten te verplaatsen Vastleggen alle bestaande en nieuwe bijgebouwen/schuren met eigen bouwvlak Deze punten zijn verwerkt in de planuitwerking en in voorliggende wijziging op het omgevingsplan.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 7
Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een wijziging omgevingsplan genaamd: “TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600” in voorbereiding te nemen op 11 oktober 2023 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede. Ook onder de Omgevingswet is een vooraankondiging voorgeschreven (artikel 16.29 Ow).
Terinzagelegging ontwerpb esluit Op grond van artikel 16.30 Omgevingswet staat dat op de procedure van een wijziging omgevingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerpbesluit gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad, het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbesluit “TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen wordt gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en in het Gemeenteblad.
Zienswijzen Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt aan de gemeenteraad aangeboden bij het voorstel tot vaststelling van de planwijziging en wordt toegezonden aan eventuele indieners van zienswijzen.
Rechtsb escherming Na vaststelling van de planwijziging door de gemeenteraad staat voor indieners van zienswijzen en belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het plan. In de publicatie van de vastgestelde wijziging van het omgevingsplan staat hoe dat moet en wanneer dat kan.
8 (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Erve 't Kromhof (Heutinkstraat 600) betreft een oud voormalig boerenerf (met woonbestemming) dat als gemeentelijk monument is aangemerkt. De bebouwing staat al jaren leeg en is ernstig in verval geraakt (zie figuur 2.1). In 2021 werd door een brand één van de panden van het monument zwaar beschadigd. Het andere pand is in juni 2023 grotendeels verloren gegaan. Ondanks de branden heeft de monumentencommissie vastgesteld dat er onder voorwaarden nog voldoende resteert om de monumentale status van het erf te behouden.
Figuur 2.1 Bestaande afgeb rande woning De omgeving van het plangebied laat zich kenmerken als landelijk buitengebied met weilanden ten behoeve van het agrarisch gebruik. Aan de noordzijde ligt richting het oosten een uitgestrekt bosgebied, waarbij tegen de bosrand meerdere woningen staan. Ten zuidoosten is op perceel Heutinkstraat 610 een agrarisch bedrijf gevestigd. Ten zuiden ligt een tracé van Tennet met bovengrondse hoogspanningslijnen. De hoogspanningslijnen lopen ter hoogte van het plangebied gelijk op aan de Rijksweg A35.
Figuur 2.2 Luchtfoto vogelvlucht perspectief vanuit het zuiden
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 9
2.2
Het plan
Woningbouw Het plan bestaat uit 11 wooneenheden verdeeld over 5 panden op een gemeenschappelijk erf, gedeeltelijk in de bestaande (monumentale) panden en gedeeltelijk in vervangende nieuwbouw. Het plan bedient het duurdere koop- of huursegment. In figuur 2.3 is afgebeeld waar de 11 woningen komen. Zichtbaar is dat 3 woningen in 3 vrijstaande gebouwen, geclusterd op het erf worden gerealiseerd. In de overige 2 grotere gebouwen worden elk 4 woningen in gerealiseerd.
Figuur 2.3 Ontwikkelplan Erve 't Kromhof
10 (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
Figuur 2.4 Sfeerimpressies ontwikkelplan
Landschappelijke inpassing In het kader van de landschappelijke inpassing heeft de initiatiefnemer een landschapsplan laten opstellen. Dit plan is als bijlage 2 (Voorlopig ontwerp Herinrichting Erve ’t Kromhof) opgenomen bij de toelichting van het voorliggende plan. In de regels van dit plan is de uitvoering van de landschapsmaatregelen geborgd. De uitgangspunten van de landschappelijke inpassing zijn het open zicht (zichtlijn) vanaf de Heutinkstraat (ten noorden van het erf) op de oostelijk gelegen (grote) monumentale woonboerderij. Aan de noordwestzijde zal het erf ten opzichte van het overige landschap afgeschermd worden door een nieuw aan te leggen housingels. In het noorden zal ter compensatie van de woonfunctie van de vrijstaande woningen ter plaatse van E en B de functie bos worden toegevoegd, zodat de functie Bos niet afneemt door de ontwikkeling van dit bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 11
plan. Ook komt er in het noorden, ter aanvulling op de bestaande vijver in het zuiden, een retentievijver. Ten slotte zal aan de zuidzijde een fruitboomgaard worden aangelegd.
Figuur 2.5 Landschappelijke inpassing
Welstand en beeldkwaliteit In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het gebied van deze wijziging van het omgevingsplan geldt de welstandsidentiteit 'Boerenerven, oude es-erven'. Een bouwplan moet zich voegen naar de in deze brochure genoemde kenmerken van identiteit en een bijdrage leveren aan het geformuleerde doel van welstandszorg. Met de nieuwe ontwikkeling sluit het beeldkwaliteit waar naar gestreefd wordt niet geheel aan bij deze welstandscategorie. Als gevolg wordt met dit plan een nieuw kader voor beeldkwaliteit vastgelegd. In bijlage 2 is het gestreefde beeldkwaliteit vastgelegd.
Ontsluiting perceel en parkeren Het perceel is op twee locaties ontsloten op de Heutinkstraat. De ontsluitingsroutes worden op de bijbehorende verbeelding opgenomen. De ontsluiting wijzigt niet ten opzichte van de bestaande situatie. Ook in de huidige situatie is de ontsluiting op twee locaties op de Heutinkstraat aangesloten. Zie figuur 2.5 voor de locatie van de aansluiting op de Heutinkstraat. De aansluiting aan de noordzijde wordt de bestaande verharding herbestraat met de al aanwezige gebakken klinkers. De aansluiting aan de zuidzijde wordt uitgevoerd als halfverharding. Op deze wijze is de toegangsweg waterdoorlatend en natuurvriendelijk voor de omliggende bomen. Het erf is daarmee goed bereikbaar. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de parkeerbehoefte berekend op basis van Nota parkeernormen Enschede 2025. In de Nota parkeernormen zijn kaders opgenomen om te bepalen bij gewenste ruimtelijke ontwikkelingen wat de parkeerbehoefte is. Om de parkeerbalans voor een gebied in kaart te brengen wordt
12 (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
gebruik gemaakt van de parkeernormen behorende bij het type gebruik waar de ontwikkeling op ziet, daarnaast wordt o.a. rekening gehouden met de bestaande parkeersituatie als ook eventueel dubbelgebruik op basis van aanwezigheid. De parkeernorm bedraagt op grond van de nota dat er tenminste 2,3 parkeerplaatsen (incl. bezoekers) dienen te worden gerealiseerd indien er een vrijstaande koopwoning komt en een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen (inclusief bezoekers) indien er er sprake is van een appartement. Bij een maximale invulling dienen er 23 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden, waar op basis van het erfinrichtingsplan aan wordt voldaan.
Figuur 2.6 Voorgenomen parkeersituatie (oranje = op het erf, blauw = inpandig) Parkeren vindt volledig op eigen terrein plaats. Het parkeren zal deels ondergronds en inpandig (zie blauwe parkeerplaatsen in figuur 2.6) worden opgelost om zo min mogelijk auto’s op het erf/in het zicht te hebben.
2.3
Juridische planopzet
2.3.1
Type plan
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is een planologische situatie ontstaan dat in juridische zin iedere gemeente één omgevingsplan heeft voor het gehele ambtsgebied. Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. In technische zin geldt dat dit ene omgevingsplan in de eerste periode na invoering van de wet nog bestaat uit afzonderlijke delen die in technische zin ‘los’ staan. Dit zijn aanvankelijk de regels op rijksniveau (bruidsschat) die door worden geschoven naar het niveau van de gemeente, de eventuele gemeentelijke verordeningen op gebied van erfgoed, geur en afvoer van regen- en grondwater en de bestaande ruimtelijke
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 13
plannen (o.a. bestemmingsplannen en uitgebreide omgevingsvergunningen). Op termijn zal aan de delen van het omgevingsplan regels worden vervangen of nieuwe regels aan toegevoegd worden. Deze regels dienen in het omgevingsplan samen te leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, Omgevingswet). Indien wijziging van het omgevingsplan nodig is, dan zal dit besluit opgesteld moeten worden volgens de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met bijhorende toepassingsprofielen (TPOD). De TPOD-standaarden zorgen dat juridische regels aan werkingsgebieden en geometrie zijn gekoppeld. Zo kan op een kaart gezien worden waar welke regels gelden. Bij de invoering van de Omgevingswet is een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) geboden op basis van de oude standaarden (IMRO) om een wijzigingsbesluit van het omgevingsplan mogelijk te maken. Ieder TAM-IMRO plan is een wijziging van dat ene omgevingsplan voor een specifiek gebied. Het voorliggende plan voor de Heutinkstraat 600 betreft een TAM-IMRO-omgevingsplan. Het plan betreft een gedetailleerd plan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen.
2.3.2
Handhaving
Het omgevingsplan is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van het omgevingsplan afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die hierin niet passen.
14 (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
Hoofdstuk 3
Uitvoerbaarheidstoets
3.1
Toetsing aan relevant beleid en regelgeving
3.1.1
Rijksbeleid
3.1.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. Het voorliggend plan betreft een lokaal plan. Er zijn op rijksniveau geen belangen benoemd die rechtstreekse doorwerking hebben in het plangebied.
3.1.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. het Omgevingsbesluit (Ob); In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) stelt het Rijk algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk. En over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Het Rijk geeft in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afdeling 5.1 Bkl).
Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Bovenlokale belangen - bijvoorbeeld als beschreven in de Novi of in de provinciale Omgevingsvisie - werken daarmee door in de vaststelling en wijziging van een omgevingsplan. Ten aanzien van de instructieregels wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten instructieregels: 'betrekken bij', 'rekening houden met' en 'in acht nemen'. De eerste twee geven gemeenten ruimte voor eigen overwegingen. De laatste - ‘in acht nemen’ - is dwingend. Voor de volgende onderwerpen gelden rijksinstructieregels: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4 Bkl); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 15
ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1.5 Bkl); het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen (paragraaf 5.1.6 Bkl); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7 Bkl); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.
Doorwerking plan Het voorliggende omgevingsplan houdt rekening met de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl. In deze motivering wordt onder andere ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan ten aanzien van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, ten aanzien van (externe) veiligheid, waterbelangen en de bescherming van gezondheid en het milieu. De volgende instructieregels zijn voor onderhavig plan van toepassing: Paragraaf 5.1.2 Bkl Waarborgen van veiligheid (zie paragraaf 3.2.5) Paragraaf 5.1.3 Bkl Beschermen waterbelangen (zie paragraaf 3.3.1) Paragraaf 5.1.4 Bkl Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (zie paragraaf 3.2) Paragraaf 5.1.5 Bkl Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragrafen3.3.4, 3.3.5 en 3.1.1.3). 3.1.1.3 Ladder van duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De behoeftebepaling is vergelijkbaar zoals die vòòr de Omgevingswet gold en beschreven was in Besluit ruimtelijke ordening, waarmee ondanks artikel 5.129g Bkl geen grens vastlegt over wat 'voldoende substantieel' is, aan de hand van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een lijn is uitgezet wat hieronder verstaan kan worden. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro.
Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waaraan moet worden getoetst om te bepalen of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de betreffende stedelijke ontwikkeling. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een plan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 16 (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
Ladder van duurzame verstedelijking en de wijziging van het omgevingsplan In het voorliggende plan wordt de herbouw van een bestaand erf voor de vestiging van 11 woningen op Heutinkstraat 600 op een locatie waar al één woning aanwezig is, met aanleg van landschappelijke inrichting en versterking en behoud van de cultuurhistorische waarden. De voorgenomen ontwikkeling betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat woningbouwontwikkelingen pas bij de realisatie van 12 woningen of meer aangemerkt worden als nieuwe stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RVS:2015:953). Daarnaast wordt er geen extra ruimtebeslag gelegd op de groene omgeving. De ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing. Woonvisie Woonvisie Enschede is in 2019 vastgesteld en sindsdien jaarlijks geactualiseerd. Deze woonvisie is opgesteld om duidelijkheid te geven over de Enschedese woonopgave. De woonvisie is op 3 april 2023 geactualiseerd. De woonvisie maakt onderdeel uit van de regionale Woondeal Twente. Voor Enschede geldt een ambitie tot realisatie van 9.300 woningen, waarvan volgens de voortgangsrapportage 7.758 woningen bestaan uit zachte en harde plancapaciteit. De 10 woningen maken onderdeel uit van de zachte plancapaciteit, waar dus rekening mee gehouden is. De woningen binnen dit project passen dan ook binnen de regionale woningbouwbehoefte.
Conclusie Deze wijziging van het omgevingsplan voldoet aan de instructieregels van het Rijk.
3.1.2
Provinciale regels
3.1.2.1 Omgevingsvisie Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit, sociale kwaliteit en gezondheid zijn daarbij de leidende principes of 'rode draden'. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. 3.1.2.2 Omgevingsverordening De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsverordening zijn instructieregels gesteld waar het voorliggende plan rekening mee dient te houden.
In het navolgende wordt invulling gegeven op welke wijze het voorliggende plan aansluit bij de provinciale doelstellingen voor ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit, aanvullende eisen op de Ladder voor duurzame verstedelijking en is gericht op concentratie van stedelijke functies in kernen, het bevorderen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en toekomstbestendigheid.
Afdeling 4.3 Ruimtelijke kwaliteit
Ontwikkelingsperspectief In het kader van de toelichting wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. De locatie is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in een kleinschalig mixenlandschap. In het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' staat ook de ambitie bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 17
'voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Daarnaast gelden bij alle ontwikkelingsperspectieven de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Het voorliggende plan past binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. De afgebrande landschapontsierende bebouwing verdwijnt en de cultuurhistorische waarde wordt hersteld. Deze functie past binnen het ontwikkelingsperspectief. Daarnaast vindt ook middels een goede landschappelijke inpassing een ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het plangebied en de directe omgeving plaats. Tevens levert het plan geen extra belemmeringen voor de functies in de nabije omgeving van het plangebied. Het plan past binnen de uitgangspunten van het ontwikkelingsperspectief voor de groene omgeving.
Gebiedskenmerken In de toelichting op het plan wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In navolgende motivering is beschreven dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de provinciale gebiedskenmerken. De gebiedskenmerken zijn beschreven in meerdere lagen. Voor het plangebied zijn de volgende lagen van belang: a. Natuurlijke laag Het plangebied ligt in de Natuurlijke laag van de gebiedskenmerken "Stuwwallen". Het landschap met stuwwallen aan de oostzijde van Enschede is van oudsher gevormd door landijs tijdens de ijstijden. Het wordt gekenmerkt door reliëf en een kleinschalig landschappelijke structuur met bossen op zowel hogere als lagere delen in het landschap. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwallen te behouden en versterken. De inzet daarbij is het reliëf ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accentueren en door de zichten erop én ervan af te versterken. Het bestaande reliëf zal met dit planvoornemen niet gewijzigd worden. Wel zal in overeenstemming met dit gebiedskenmerk aandacht zijn voor de landschappelijke inpassing door zichtlijnen vanaf het erf te creëren. b. Stedelijke laag De stedelijke laag heeft de gebiedsaanwijzing "verspreide bebouwing".
Als ontwikkelingen plaats vinden op erven, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur en volumematen, blijft er een duidelijk onderscheid voorkant- achterkant en vindt koppeling van het erf aan landschap plaats. Toegankelijkheid wordt erdoor verbeterd. Met de erfinrichting die in dit plan wordt voorgeschreven wordt hieraan bijgedragen. c. Agrarische laag Het plangebied ligt in een essenlandschap. Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Met het voorliggende plan wordt het landschappelijk raamwerk versterkt door aanleg van houtwallen, tevens de bebouwing (herbouwing) op bestaand erf plaatsvinden. Een erf wat daadwerkelijk is gesitueerd op de flanken van de es. d. Laag van beleving
18 (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
Het plan ligt binnen de stads- en dorpsrandgebieden. Binnen de stads- en dorpsrandgebieden ligt verrommeling op de loer. De provincie wil ontwikkelingen stimuleren die de verbinding tussen woon-, werken recreatiemilieus en het landschap leggen en verrommeling tegengaan. De provincie stuurt op behoud, herstel en aanleg van landschappelijke recreatieve routes tussen stad/dorp en land. Met voorliggend plan vindt een versterking plaats van de landschappelijke kwaliteit ter plaatse. Tevens heeft de locatie de gebiedsaanwijzing "Bakens in de tijd". De ambitie bij deze gebiedsaanwijzing is het behoud van monumenten, karakteristieke gebouwen en cultuurhistorische waarden door ze bewust in te zetten in gebiedsopgaves. Maak de bakens meer zichtbaar. Met meerdere zichtlijnen wordt het erf zichtbaar gemaakt. Met de nieuwe invulling kan ingezet worden op een duurzame instandhouding van het erf met behoud van de cultuurhistorische waarden. Het voorliggende initiatief is in overeenstemming met dit gebiedskenmerk.
Sociale kwaliteit en duurzaamheid Sociale kwaliteit wordt in de omgevingsverordening toegelicht als welzijn van de mens voor zover die betrekking heeft op de fysieke leefomgeving. In deze motivering is onderbouwd dat wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat in de procedure de communicatie wordt aangegaan met de betrokkenen. Duurzaamheid is duurzame ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoefte te voorzien. Onder toekomstbestendigheid (artikel 4.6) is gemotiveerd dat de ontwikkeling hiermee niet strijdig is.
Artikel 4.4: Principe van concentratie Plannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. De voorliggende ontwikkeling komt voort uit een lokale concrete behoefte naar woonruimte. De ontwikkeling is gesitueerd op een bestaand erf, waarbij de bestaande gebouwen een nieuwe invulling krijgen. Het voornemen is dan ook in overeenstemming dit artikel.
Artikel 4.5: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Plannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. De woningbouwlocatie is gelegen op een voormalig erf en wordt gesitueerd in de bestaande, al dan niet in het verleden afgebrande en te herbouwen bebouwing. Er is dus geen sprake van extra ruimtebeslag buiten een bestaand erf. Het voldoet daarmee aan de eis van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In aanvulling op het voorgaande wordt op het bestaande erf een gebied gereserveerd van minder dan 500 m2 voor een zonneveld. Op grond van het voorbereidingsbesluit Zonneparken 2024 (in werking vanaf 3 januari 2024 - provincie Overijssel), gelden voorbeschermingsregels. De regels schrijven voor dat het verboden is om op gronden buiten het bestaand bebouwd gebied een grondgebonden installatie voor het opwekken van zonne-energie op te richten of uit te breiden.
Uitzondering op het verbod is dat het gaat om een klein, goed ingepaste zonneveld op agrarische erven (tot ca. 2 ha). Het gereserveerde terrein wordt op grond van de erfinrichtingstekening goed ingepast met een haag en voldoet ruim aan de maximale oppervlakte eis.
Artikel 4.6: Toekomstbestendigheid In de toelichting op de omgevingsplanwijziging waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 19
gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. De locatie is in verval geraakt, een nieuwe invulling draagt bij aan de toekomstbestendigheid. De ontwikkeling vervult de behoefte naar uitbreiding van de woningvoorraad van de gemeente Enschede.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende plan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 3.1.3
Gemeentelijk beleid
In deze paragraaf wordt de wijziging van het Omgevingsplan getoetst aan gemeentelijk beleid dat relevant is voor deze wijziging. In paragraaf 3.2 en 3.3 (Toetsing aan relevante milieuaspecten en Toetsing aan de relevante omgevingsaspecten) komen, voor zover relevant voor deze wijziging, sectorale beleidsstukken aan bod, zoals het Water- en Klimaatadaptatieplan (WEK) en het archeologiebeleid. Visie Landelijk Gebied In zijn vergadering van 6 juli 2021 heeft de gemeenteraad -met toepassing van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening- de structuurvisie ‘Visie landelijk gebied Enschede’ (NL.IMRO.0153.SV00011-0003) vastgesteld. De gemeente wil met de Visie landelijk gebied richting geven aan de verandering, houvast bieden bij keuzen en actief bijdragen aan de toekomst van het landelijk gebied. De Visie gaat over het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving in het landelijk gebied. De gemeente wil met de Visie landelijk gebied richting geven aan de verandering, houvast bieden bij keuzen en actief bijdragen aan de toekomst van het landelijk gebied. De Visie gaat over het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving in het landelijk gebied. De Visie Landelijk gebied geeft eerst enkele algemene ambities. Deze vormen een opmaat naar meer concrete uitspraken in het vervolg van de visie.
De algemene ambities zijn op dit abstractieniveau niet zodanig vastomlijnd uitgewerkt dat zij als basis dienen voor latere besluiten met mogelijke milieueffecten. Vervolgens geeft de visie vier ontwikkelingsprincipes (de “vier V's”). Deze geven aan of ontwikkelingen bijdragen aan de ambitie van de gemeente voor het landelijk gebied: Versterken groenblauwe structuur: stevige ecologische netwerken en een duurzaam natuurlijk watersysteem t.b.v. behoud van biodiversiteit, natuur en landschap. Vanuit het landschap ontwikkelen: ontwikkelstrategie a.d.h.v. kwaliteit van landschap: inpassen, aanpassen of transformeren. Verbinden stad-land: versterken interactie tussen stad en buitengebied. Kan op veel manieren inhoud krijgen: fysieke projecten, economisch, met kennis, waardering en betrokkenheid. In stadsrand ontmoeting stad en land meest intensief met ruimte voor recreatieve ontwikkeling en interactie. Vernieuwen: ruimtelijke, economisch, sociaal en bestuurlijk. Vernieuwing is nodig, met behoud van wat goed en waardevol is, aangepast aan de huidige tijd. Experimenten nodig om te zien hoe nieuwe oplossingen er uit zien. Gaat vooral om procesbeschrijving/ gebiedsgericht werken. Onderstaande Visiekaart verbeeldt drie van deze vier ontwikkelingsprincipes.
De ontwikkelprincipes geven enige richting aan hoe naar de wenselijkheid van ontwikkelingen wordt gekeken: om in het 'hier en nu' te kunnen beoordelen of een project, een maatregel of ander initiatief bijdraagt aan het vergezicht. In de visiekaart zijn geen concrete ontwikkelingen aangegeven. Het is een afwegingskader voor beoordeling van latere projecten.
20 (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
Figuur 3.1 Visiekaart landelijk geb ied Het plangebied is op de kaart aangewezen om bij nieuwe initiatieven te ontwikkelen vanuit het principe van 'inpassen'. Gezien het planvoornemen de realisatie van 11 woningen plaatsvindt op een bestaand erf, ingevoegd binnen de bestaande bebouwing, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt ruimschoots voldaan aan het principe van inpassen. Het plangebied ligt op de visiekaart in de deelgebieden Eschmarke en Stadsrand. De Eschmarke ligt aan de oostzijde van de stad Enschede. In de landschapsstudie zijn delen van de Eschmarke aangemerkt als transformatiegebied. De Energievisie ziet daar mogelijkheden voor grootschalige opwek van elektriciteit met zonnevelden. Het planvoornemen weerhoudt niet de realisatie van een zonneveld. Er worden gen gemeentelijke grondposities voor de realisering van het voorliggende plan ingezet. In het zuiden van het plangebied is op grond van de erfinrichtingstekening gronden gereserveerd voor het opwekken van zonne-energie. De Stadsrandzone is de zone waar stad en land elkaar het meest intensief ontmoeten. Vooral daar is ruimte voor recreatieve ontwikkeling en interactie. Dit deelgebied heeft geen gevolgen voor de voorgenomen ontwikkeling, gezien het plan in de huidige situatie al een woonerf is, wat met dit plan niet zal wijzigen.
Gids Buitenkans 2022 Op 11 juli 2022 heeft de gemeenteraad besloten de nieuwe Gids Buitenkans vast te stellen. De herziene Gids Buitenkans (2022) maakt de ambities uit de Visie landelijk gebied concreet met regels voor plannen in het landelijk gebied. De herziene Gids Buitenkans helpt bij het maken van een goed plan voor bijvoorbeeld bouwen of wonen dat past in dat nieuwe beleid. De Gids Buitenkans biedt een afwegingskader met vier grote regelingen over bouwen en slopen: Rood voor Rood (sloop geeft ruimte aan nieuwbouw) Sloopregeling (wanneer levert afbraak rechten op voor nieuwbouw) Vrijkomende Agrarische Bebouwing (hergebruik voor een andere functie) Rood voor Groen (stichten van een nieuw landgoed) Indien op grond van deze regelingen geen medewerking geboden kan worden aan een initiatief dan is er in de Gids Buitenkans een hoofdstuk opgenomen genaamd Maatwerk. Als initiatieven niet (geheel) passen binnen de vier grote regelingen of de kaders en regels per functie is sprake van ‘maatwerk’ of bij heel grote ontwikkelingen van een integrale gebiedsaanpak. Het kan daarbij ook gaan om situaties waarin verschillende regelingen en regels van de grote 4 van toepassing zijn. De samenloop van de verschillende regels en bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 21
regelingen vragen dan om een afweging op maat. Bij maatwerk wordt de afweging direct gebaseerd op de beoogde balans tussen beschermen en benutten (Omgevingswet) en de ontwikkelingsprincipes, het themabeleid en de opgaven uit de Visie landelijk gebied. Evenwichtige afweging Bij het beoordelen van nieuw initiatieven dient vergelijkbaar aan de Gids Buitenkans tot een evenwichtige toetsing te komen, waarbij de inhoudelijke voor- en nadelen van het initiatief naast elkaar worden gezet. In algemene zin moeten het privébelang van de initiatiefnemer in evenwicht zijn met het algemeen belang van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
Ontwikkelruimte (privé belang)
Tegenprestatie (maatschappelijk belang)
Bestaande bouwvolume op het erf volledig benutten voor wonen (5 panden met 11 wooneenheden, deels vervangende nieuwbouw)
Herstel en behoud gemeentelijk monument
Verbetering landschappelijke kwaliteit/inpassing Toevoegen 10 woningen in bijzonder woonsegment (erfwonen)
Ontwikkelprincipes In de Visie Landelijk gebied is het plangebied aangewezen om bij nieuwe initiatieven in te zetten op 'inpassen'. Het planvoornemen betreft het realiseren van woningen op een bestaande erf binnen bestaande gebouwen, dan wel vervangende nieuwbouw. Het plan voldoet hiermee aan het ontwikkelprincipe 'inpassen'.
Themabeleid Binnen het thema Wonen wil de gemeente de groene kwaliteit behouden en versterken en om die reden de verstening van het landelijk gebied tegengaan. Dat is al jaren het beleid en die lijn zet deze Visie voort. Het landelijk gebied wordt echter niet op slot gezet. Hergebruik van landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen is onder voorwaarden mogelijk. Belangrijke uitgangspunten zijn het behoud van cultuurhistorische waardevolle gebouwen en structuren (zoals erven) en de beperking van het gebouwde volume. Het voorliggende plan biedt niet meer volume dan in de bestaande situatie aanwezig is, dan wel dat deze met een bestaande vergunning hergebouwd mag worden. Het initiatief sluit dus aan bij de gemeentelijke ambitie voor wonen in het landelijk gebied.
Opgaven voor het landelijk gebied De opgaven betreffen een gemeentelijke opgaven om concrete invulling te geven aan de beschreven ambities. Voorliggend plan betreft een particulier initiatief en staat buiten de opgaven die de gemeente voor zichzelf heeft gesteld. De gemeente kan echter de samenwerking opzoeken om de opgaven te verwezenlijken. Het voorliggende plan sluit aan bij verschillende opgaven. Het gaat daarbij om het planten van 170.000 bomen, groen bij zonnevelden, beheer houtwallen en landschapselementen, Twentse erven en gemeentelijk monument. Het voorliggend plan betreft een ontwikkeling op een bestaand monumentaal Twents erf, waarbij de woningen deels in monumentale panden zijn voorzien. Er wordt aan de noordzijde van het erf een nieuwe houtwal aangeplant met 11 streekeigen bomen. Het beheer van het erf en daarmee de houtwal zal uitgevoerd worden door initiatiefnemer. Ook zullen er nieuwe fruitbomen worden aangeplant. Ten zuiden van het erf is een ruimte gereserveerd voor een zonneveld. Dit zonneveld is in het groen ingepast. De groenstructuur van het zonneveld draagt blijvend bij aan landschap en biodiversiteit. Woonvisie
22 (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600
De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. In de Woonvisie staan belangrijke thema's omschreven zoals het vasthouden van 'talent' en 'werken aan de inclusieve samenleving'. In paragraaf 3.1.1.3 is de woningbouwbehoefte ook toegelicht.
Omgevingsvisie De gemeenteraad van Enschede heeft de Omgevingsvisie begin juli 2025 vastgesteld. De Omgevingswet (en daarmee de Omgevingsvisie) heeft als doel het bereiken van een balans. Een balans tussen een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie is een lange termijnvisie die inzicht in en richting geeft aan de samenhang tussen alle aspecten die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Het begrip fysieke leefomgeving omvat alle elementen die de kwaliteit van de ruimte bepalen voor mens, plant en dier. Denk aan bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Er is ook een sociale leefomgeving. Denk aan hoe we met elkaar omgaan, hoe we elkaar ontmoeten, de voorzieningen die er zijn in een buurt, de werkgelegenheid die er is, bereikbaarheid van voorzieningen en het veiligheidsgevoel van inwoners. En aan de organisaties die onze sociale leefomgeving ondersteunen. Bijvoorbeeld zorg- en welzijnsinstellingen, buurtcentra en andere voorzieningen die welzijn stimuleren en sociale contacten mogelijk maken. Voor de ontwikkellocatie gelden de volgende leefmilieu's en ambities. Oude hoevenlandschap zeer hoge waarde De oude hoevelandschappen zijn de historische boerenerven en akkerbouwcomplexen uit de (late) middeleeuwen.
Dit landschap bestaat uit kleinschalige grillige velden met houtwallen rondom open en bolle essen. Oude hoevenlandschap zeer hoge waarde betekent dat strategie inpassen van toepassing is. Dit gaat uitvan het behoud van het veelal gave landschap. Elk initiatief moet zorgvuldig worden ingepast in aansluiting op de gebiedskenmerken. De woningbouwontwikkeling vindt plaats op een bestaand erf en komt tot stand waarbij met aandacht is omgegaan met de cultuurhistorische waarden. De bouwmogelijkheden zijn beperkt zodat het bouwvolume in de nieuwe situatie het bouwvolume van de bebouwing zoals dat aanwezig was op het oude erf niet overschrijdt. Op deze wijze komt de ontwikkeling met zorg voor het landschap tot stand. Bovendien worden de woningen met een voorgeschreven erfinriching nader ingepast.
Sponswerking We kunnen water het beste bewaren en vasthouden op de plek waar het de grond raakt. Verspreid kan het water infiltreren in de bodem. De zandbodem is op veel plekken geschikt om water te verzamelen en vast te houden, mits het water de tijd krijgt om de bodem in te zakken. Sterke vertraging van de afvoer van water naar beken of riolen is dan nodig. In de stad betekent dit aandacht voor bestrating, bodembewerking en omgang met het reliëf. Het doel is om te sturen op sponswerking van de ondergrond. We sturen op basis van de geografische situatie van de ondergrond op de ruimte die nodig is om de sponstad verder te ontwikkelen. De ontwikkeling die voorligt ligt in het landelijk gebied, buiten de stedelijke omgeving van de stad Enschede. De woning wordt gepotitioneerd op een bestaand erf, waarmee bouwregels de bouwmogelijkheden enkel ruimte bieden voor het voorgenomen plan. Bovendien zal er ten noorden van het erf een retentievijver worden toegevoegd.
Wiggen Rondom de stad wisselen het boslandschap, oude hoevenlandschap en jonge ontginningen elkaar af. Het landschap dringt op meerdere plekken tot diep in het stedelijk weefsel door. Hierdoor heeft de stad een lange stadsrandzone: de grens tussen stedelijk gebied en buitengebied. We respecteren deze heldere grens tussen het stedelijk gebied en het landelijk gebied en versterken deze waar wenselijk. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan bestaande landschappelijke kwaliteiten. Rondom de woningen bij E en B (zie tekening in paragraaf 2.2) worden enkele bomen verwijdert als ook dat de functie Bos afneemt. In oveleg met bevoegd gezag, de provincie Overijssel wordt deze functie gecompenseerd aan de noordzijde van het erf. Verder wordt de ontwikkeling landelijk ingepast conform het erfinrichtingsplan. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Heutinkstraat 600 (vastgesteld) 23
3.2
Toetsing aan de relevante milieuaspecten
Deze paragraaf gaat in op de milieuaspecten die mogelijk relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling. 3.2.1
Milieuzonering
De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Het maatschappelijk doel hierbij is 'ruimte voor ontwikkeling en waarborgen voor kwaliteit'. Om dit doel te bewerkstelligen is het ruimtelijk- en milieuspoor verder geïntegreerd. In de bijlage bij artikel 1.1. van de Ow wordt het begrip Milieubelastende activiteit (Mba) als volgt gedefinieerd: 'activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringstechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit'. Op basis van de VNG publicatie "Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2022" die ook wijst naar een richtafstandenlijst op hun website, is van de aanwezige bedrijven en voorzieningen rondom het plangebied de milieucategorie bepaald op basis van een rustige woonwijk. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het plangebied, gezien de verschillende functies in de directe omgeving van het plangebied, gelegen is in een rustige woonwijk. Heutinkstraat 610 Op Heutinkstraat 610 is een rundveehouderij gevestigd. In de bebouwde kom geldt een vaste afstand van 100 meter voor veehouderijen waar meer dan 50 dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. In het buitengebied geldt een vaste afstand van 50 meter.
De afstand van het noordelijkste punt van het agrarisch bouwblok tot de woonbestemming bedraagt ruim 100 meter tot de woonbestemming. De afstand tot de geplande bebouwing zal eerder circa 150 meter bedragen. Beide afstanden voldoen ruim aan de voorgeschreven aan te houden afstand van 50 meter. Kromhofsweg 16 Ter plaatse is een bouwbedrijf gevestigd. In de richtafstandenlijst is onderscheid gemaakt tussen bedrijven die kleiner zijn dan 2.000 m2 en groter. Het bouwbedrijf op Kromhofsweg 16 heeft een grotere omvang dan 2.000 m2 en valt daarmee onder milieucategorie 3.2 met bijbehorende richtafstand van 100 meter vanwege het hinderaspect geluid. De afstand bedraagt circa 280 meter en voldoet ruim aan de richtafstand. Verder zijn er rondom het plangebied geen bedrijven aanwezig of planologisch mogelijk die van invloed zouden kunnen zijn op het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Conclusie milieuzonering Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het plan. 3.2.2
Geluidhinder
Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4, Omgevingswet). De centrale regels voor beoordeling van geluid door activiteiten, lokale (spoor)wegen en op geluidgevoelige gebouwen staan in de artikelen 5.59, 5.78l en 5.78s van het Bkl. Het vaststellen van het omgevingsplan die deze toelaten, moet aan twee eisen voldoen: houd rekening met geluid; voorziet in aanvaardbaar geluid. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige