Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Boeldershoek-West
Tekst van het document
2|9
Witteveen+Bos | HGL213-4/17-000.612 | Definitief 02
Met de tool is het mogelijk een zonnepark in te tekenen en eigenschappen toe te kennen. Ook kan de tool analyses maken vanuit verschillende gezichtspunten. Hierbij wordt de mate van reflectie bekeken van alle kanten, ook vanuit de zijkant en achterkant van de bestuurder. Een automobilist kijkt vooral naar de rijbaan en ondervindt niet van alle kanten hinder: de modellering gaat dus uit van een worst-case scenario. De modelberekening bestaat uit de volgende stappen: 1 definiëren geografische positie van het zonnepark; 2 specificeren van eigenschappen van het zonnepark; 3 bepalen gezichtspunten voor analyse; 4 specificeren van eigenschappen van gezichtspunten; 5 runnen van het model; 6 interpreteren van de uitkomsten van het model. Binnen het model wordt data zoals de baan van de zon, de zonnesterkte over de seizoenen en de hoogtes in het landschap meegenomen. Landschappelijke elementen, zoals begroeiing en bebouwing, worden niet meegenomen. Ook wordt bewolking niet meegenomen. Ook hier gaat het om een worst-case scenario. Het resultaat wordt ingeschaald in drie risicocategorieën: Rood: kans op permanente oogschade Geel: kans op nabeelden Groen: lage kans op nabeelden Het nabeeld is het beeld dat het menselijk oog waarneemt, wanneer de blik eerst gericht wordt op een goed verlicht en felgekleurd voorwerp, en vervolgens op een witte - of juist geheel zwarte - achtergrond.
De contouren en de grootte van het nabeeld zijn gelijk aan de contouren en grootte van het origineel. De kleur van het nabeeld is echter complementair met de kleur van het origineel. Door het nabeeld kan de waarneming van feitelijke verkeersbewegingen tijdelijk worden gehinderd, wat invloed kan hebben op de verkeersveiligheid.
Afbeelding 2.1 Grafiek met indeling van effecten voor het oog door reflectie
De SGHAT-tool bepaalt het effect op basis van de kracht van de straling op het oog (Retinal Irradiance 2 W/cm ) en de grootte van de waarneembare reflectie (Subtended Source Angel mrad). De simulatie wordt gedaan voor een heel jaar, aangezien de azimut en de oriëntatie van de zon verschillende trajecten volgen gedurende een jaar. Met behulp van de bovenstaande kleurcodering wordt de reflectie, het effect op het oog en het tijdstip (dag, jaar) waarop de reflectie plaatsvindt, vastgesteld.
3|9
Witteveen+Bos | HGL213-4/17-000.612 | Definitief 02
2.3
Aannames
Op basis van de waarden die voor een standaard analyse in SGHAT worden gebruikt, worden de volgende aannames gebruikt als input voor de simulatie.
Tabel 2.1 Aannames voor SGHAT simulatie Gegevens
Waarde
tijdzone
UTC +1
zonvolgsysteem (tracking)
geen
hoek van zonnepanelen
20˚
oriëntatie van zonnepanelen
noordelijk deel: 180˚ (Zuid) zuidelijk deel: 90˚ en 270˚ (Oost/West)
materiaal zonnepaneel oppervlak
vlak glas met antireflectiecoating (ARC)
hoekafhankelijk reflectie
ja
fout in helling
10 mrad
piekinstraling
1.000 W/m2
pupil diameter bestuurder
2 mm
ooghoogte bestuurder boven wegdek1
1,1 m
2.3.1
Zonnepark
Het zonnepark bestaat uit een noordelijk en een zuidelijk deel. De panelen in het noordelijk deel (boven de watergang/beek) hebben een oriëntatie naar het zuiden. De panelen in het gedeelte onder de watergang 2 (zuidelijk) hebben een oost/west opstelling, zie afbeelding 2.2. Het zonnepark is opgedeeld in drie vlakken , te zien in afbeelding 2.3. De gegevens en dimensies van de parken zijn te zien in tabel 2.2.
Afbeelding 2.2 Impressie zuid opstelling en oost/west opstelling
1
Handboek Tunnelbouw.
2
Binnen het SGHAT model is het mogelijk 3 vlakken per simulatie te definiëren.
4|9
Witteveen+Bos | HGL213-4/17-000.612 | Definitief 02
Afbeelding 2.3 Overzicht van de beoogde zonneparken
Tabel 2.2 Gegevens zonneparken ID zonnepark
Gemiddelde maaiveldhoogte (m)
Paneelhoogte boven maaiveld (m)
Totale hoogte (m)
Noord
19,1
1,2
20,3
zuid
Zuid 1
20,2
1,2
21,5
oost/west
Zuid 2
21,7
1,2
22,9
oost/west
2.3.2
Oriëntatie zonnepanelen
Gezichtspunten
De gezichtspunten voor de analyse zijn geplaatst op de linker rijstrook van de A35 (oost naar west). Deze rijbaan ligt het dichtste bij het zonnepark. Zodra er sprake is van hinderlijke reflectie bij een gezichtspunt, is de analyse rondom dat punt specifieker gemaakt. Er zijn zeven gezichtspunten geplaatst over een totale lengte van 2.100 m. Het eerste gezichtspunt ligt op het viaduct de Olde Meulen, zie afbeelding 2.4. De coördinaten en ooghoogtes zijn te zien in tabel 2.3.
5|9
Witteveen+Bos | HGL213-4/17-000.612 | Definitief 02
Afbeelding 2.4 Overzicht van gezichtspunten
Tabel 2.3 Gegevens gezichtspunten Breedtegraad (o)
Hoogtegraad (o)
Ooghoogte (m)
1
52.2382
6.76282
27,1
2
52.2358
6.76644
21,0
3
52.2340
6.77013
20,2
4
52.2324
6.77406
22,2
5
52.2312
6.77727
23,7
6
52.2299
6.78109
24,6
7
52.2284
6.78478
21,3
Gezichtspunt
De ooghoogte is aangenomen op 1,1 m boven maaiveld. Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 worden landschappelijke elementen niet meegenomen in de simulatie. Het verdient echter de vermelding dat het zonnepark vanaf de A35 niet tot nauwelijks zichtbaar is in verband met dichte begroeiing, dit is te zien in de onderstaande afbeeldingen (links gezichtspunt 1, rechts tussen gezichtspunten 6 en 7).
6|9
Witteveen+Bos | HGL213-4/17-000.612 | Definitief 02
3 RESULTATEN EN CONCLUSIES Het resultaat van de studie is dat er voor vier gezichtspunten een lage kans op nabeeld door reflectie mogelijk is. De resultaten zijn samengevat in de onderstaande tabel. Voor de gezichtspunten waar reflectie plaatsvindt, zijn grafieken weergegeven. Deze grafieken geven aan op welk moment van de dag, en welk moment in het jaar de reflectie plaatsvindt.
Tabel 3.1 Samenvatting van resultaten Gezichtspunt
Reflectie
Type reflectie
1
ja
lage kans op nabeelden
■
zuid 1, zuid 2
2
ja
lage kans op nabeelden
■
noord, zuid 1, zuid 2
3
ja
kans op nabeelden
■■
noord, zuid 1
4
ja
lage kans op nabeelden
■
noord, zuid 1
5
geen
6
geen
7
geen
3.1
Zonnepark
Punt 1
Bij gezichtspunt 1 wordt reflectie verwacht met lage kans op nabeelden, zie tabel 3.2. De reflectie wordt verwacht van zonnepark Zuid 1 en Zuid 2 waarbij het gaat om de zonnepanelen die een oriëntatie naar het westen hebben.
Tabel 3.2 Grafieken met reflectie voor punt 1 per zonnepark Noord
Zuid 1
Geen
7|9
Witteveen+Bos | HGL213-4/17-000.612 | Definitief 02
Zuid 2
3.2
Punt 2
Bij gezichtspunt 2 wordt reflectie verwacht met lage kans op nabeelden, zie tabel 3.3. De reflectie wordt verwacht vanuit alle zonneparken.
Tabel 3.3 Grafieken met reflectie voor punt 2 per zonnepark Noord
3.3
Zuid 1
Zuid 2
Punt 3
Bij gezichtspunt 3 wordt reflectie verwacht met kans op nabeelden, zie tabel 3.4. De reflectie wordt verwacht vanuit zonnepark Noord, met lage kans op nabeelden en op zonnepark Zuid 1, waarbij er meer kans op nabeelden bestaat maar waar de reflectie niet verblindend is.
Tabel 3.4 Grafieken met reflectie voor punt 3 per zonnepark Noord
Zuid 1
Zuid 2 geen
8|9
Witteveen+Bos | HGL213-4/17-000.612 | Definitief 02
3.4
Punt 4
Bij gezichtspunt 4 wordt reflectie verwacht met lage kans op nabeelden, zie tabel 3.5. De reflectie wordt verwacht vanuit zonnepark Noord en Zuid 1.
Tabel 3.5 Grafieken met reflectie voor punt 4 per zonnepark Noord
Zuid 1
Zuid 2 geen
3.5
Conclusie
De resultaten laten zien dat reflectie kan plaatsvinden in de ochtenden tussen 06.00 en 10.00 uur in de maanden tussen maart en oktober. De intensiteit van de reflectie (gevolgen) is laag; daarmee is er een lage kans op nabeeld. Voor één gezichtspunt (punt 3) is de kans tot nabeelden hoger maar leidt nog steeds niet tot verblinding van de automobilist. Zonder rekening te houden met de afschermende bomenrij langs de A35 veroorzaakt het zonnepark reflectie, maar op een dusdanige mate dat het weinig tot geen hinder oplevert voor het verkeer van de A35. Dus ook met een worst-case benadering (zonder bomenrij) zijn er ten aanzien van de intensiteit van de reflectie geen belemmeringen die in de weg staan van een ontwikkeling tot een zonnepark. Deze conclusie wordt verstrekt wanneer de bomenrij in de beschouwing wordt betrokken.
9|9
Witteveen+Bos | HGL213-4/17-000.612 | Definitief 02
www.witteveenbos.com
5. Ruimtelijk relevante aanvullingen/extra bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing januari 2017: a. Handreiking landschappelijke inpassing Zonnepark Boeldershoek-West b.Notitie 'Quickcan Soortenbescherming' c. Brief bodemdaling
Handreiking landschappelijke inpassing Zonnepark Boeldershoek-West
Handreiking landschappelijke inpassing Zonnepark Boeldershoek-West
Versie 2
Opdrachtgever Twence Postbus 870 7550 AW Hengelo Ronald Schutte Senior Milieu Adviseur
Opdrachtnemer Eelerwoude Postbus 53 7470 AB Goor T ( 0547) 26 35 15 F ( 0547) 26 33 15 E info@eelerwoude.nl I www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: P8015 Datum: 17-1-2017 Opgesteld: Stephan Schorn Gecontroleerd: Mark Elshof © Eelerwoude 2017, niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder schriftelijke toestemming van Eelerwoude bv. De opmaak van dit rapport gaat uit van dubbelzijdig afdrukken
INHOUD
1
INLEIDING ........................................................................................................... 5
1.1
KENMERKEN GEBIED .................................................................................................... 5
1.2
KENMERKEN PROJECT ZONNEPARK .......................................................................... 5
1.3
DOEL HANDREIKING ...................................................................................................... 5
2
DE LOCATIE ....................................................................................................... 6
2.1
SITUERING ...................................................................................................................... 6
2.2
ONTSTAANSGESCHIEDENIS ........................................................................................ 6
2.3
HUIDIGE LANDSCHAPPELIJKE KWALITEITEN ............................................................ 7
2.4
AANDACHTSPUNTEN IN EN RONDOM HET GEBIED .................................................. 8
3
BOUWSTENEN VOOR LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ........................... 9
3.1
DE BEEK .......................................................................................................................... 9
3.2
ERF ELEMENTEN ......................................................................................................... 10
3.3
HOUTWAL EN BESTAAND BOSJE .............................................................................. 11
3.4
STRUWEEL/HAAG ........................................................................................................ 12
Referentiebeeld: een mogelijkheid voor extensief beheer door schapen
Referentiebeeld: Een mogelijkheid voor bloemrijke randen ten behoeve van biodiversiteit (o.a. bijen)
1 1 INLEIDING Voor u ligt de Handreiking landschappelijke inpassing “Zonnepark BoeldershoekWest”. De handreiking beschrijft de landschappelijk (technische) voorwaarden waaraan de nadere uitwerking van het plan moet voldoen.
1.1
Kenmerken gebied
Het beoogde terrein is ca. 40 hectare groot. Het terrein is omsloten door industrie, en aan de zuidkant door de snelweg A35. De gronden zijn nu door verschillende (agrarische) pachters in gebruik. Een goede inpassing van het zonnepark in het landschap is een belangrijke voorwaarde, mede gezien de ligging in het buitengebied. Inpassing neemt ruimte in beslag en daarmee rekening houdend kan ca. 20 hectare effectief ingezet worden voor zonnepanelen.
1.2
Kenmerken project zonnepark
Het project kent de volgende kenmerken: Een zonneweide of zonnepark als grootschalige (grondgebonden) veldopstelling van foto voltarische panelen (PV-panelen), bedoeld voor opwekking van elektriciteit; De opgewekte energie wordt aan het net geleverd; Het zonnepark heeft een omvang van ca. 20 hectare Het zonnepark ligt er voor in ieder geval 10 jaar (met doelstelling 20 jaar). Dit betekent dat de grond voor minimaal 10 jaar onttrokken wordt aan andere doeleinden, zoals landbouw of bedrijvigheid. Het project is afhankelijk van SDE + subsidie.
1.3
Doel handreiking
Deze handreiking is een onderdeel van de Goede Ruimtelijke Onderbouwing (opgesteld door Witteveen + Bos). De handreiking beschrijft de landschappelijk (technische) voorwaarden waaraan de nadere uitwerking van het plan moet voldoen en houdt zo veel mogelijk rekening met de kenmerken van het gebied.
2 2 DE LOCATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de kenmerken van de locatie. De situering, de ontstaansgeschiedenis en de huidige landschappelijke kwaliteiten komen achtereenvolgens aan bod.
2.1
Situering
Het gebied waarop het zonnepark gerealiseerd moet worden ligt in het uiterste westen van de gemeente Enschede en is ingesloten door het bedrijventerrein en de snelweg.
De grond is momenteel in gebruik als agrarische (pacht)grond. De percelen worden ontsloten vanaf het bedrijventerrein, via de Boldershoekweg en de Fabelenweg.
2.2
Ontstaansgeschiedenis
Hieronder is de historisch kaart van ca. 1920) opgenomen. Te zien is dat het plangebied een kleinschalige (twents) landschap betrof, gelegen op de overgang van de (jonge) heide ontginningen. Het waren lage natte gebieden met enkele hogere zandkopjes, waarop de akkers waren gelegen (witte kavels op de kaart). Tevens is de beek (Twekkerbeek) goed te zien. Lage natte gronden waren in gebruik als weide (lichtgroen) of broekbosjes (groen gestippeld). De dondergroene kleur geeft de (eerste) bossen aan die veelal vanuit landgoederen waren aangeplant.
2.3
Huidige landschappelijke kwaliteiten
Het gebied is gedeeltelijk laag gelegen. De verkavelingsstructuur is grootschalig geworden, vergeleken met de historisch situatie. De beek in het plangebied is gekanaliseerd en op de locatie van de stortplaats (aanleg rond 1990) verlegd. De opgaande (bos)beplanting die nu voorkomt is hoofdzakelijk na 1960 ontstaan/geplant. Het huidige grondgebruik staat los van de landschappelijke onderlegger.
2.4
Aandachtspunten in en rondom het gebied
Naast de landschappelijke “ruimtelijke” kenmerken zijn aspecten als het hoogspanningstracé, de bodemdaling en het gasleidingentracé van belang. Deze zijn op de kaart hieronder weergegeven.
3 3 BOUWSTENEN VOOR LANDSCHAPPELIJKE INPASSING In dit hoofdstuk worden de landschappelijk “bouwstenen” beschreven die van invloed zijn op het projectgebied en de directe omgeving.
3.1
De beek
De beek is een restant van de Twekkelerbeek en dient nu als afvoer-watergang van het gebied Twence. De watergang doorkruist het plangebied.
De beek kan opgenomen worden in het plan en de huidige verschijningsvorm kan behouden blijven. Rekening dient te worden gehouden met een zone rondom de beek voor onderhoud. Een gedeelte van de beek kan de overgang vormen tussen het zonnepark en het omliggende gebied. De huidige watergang kan dusdanig worden ingericht dat natuurlijke vegetatie (riet) gaat ontstaan van 3 tot 4 m hoog (lage vegetatie in verband met zonzijde). Hiermee worden de zonnepanelen aan het zicht onttrokken.
Rietkraag langs watergang
3.2
Erf elementen
Aan de westelijke zijde is het voormalige boerenerf “De Zaandboer” gelegen. Dit kan aanleiding zijn om met (behoud van bestaande) erfelementen (boomgaard, hagen, erf bosje en dergelijke) de rand aan te kleden.
Erf elementen