Begroting 2021
Tekst van het document
Begroting Herziene begroting 2021 Voorlopige begroting 2022 Meerjarenraming 2023 t/m 2028
Inhoud 1.
Inleiding
2
2. 2.1 2.2
Voorstel aan het Algemeen Bestuur en Ontwerp Besluit Voorstel aan het Algemeen Bestuur Ontwerp besluit
3 3 4
3. 3.1 3.2 3.3 3.4
Programmaplan Grondexploitatie Parkmanagement Erfpacht en verhuur Onderhoud openbare ruimte
5 6 9 11 13
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
De paragrafen Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Weerstandsvermogen en risicobeheersing
14 14 14 16 17 18 21
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
De financiële begroting De geprognosticeerde balans Toelichting op de geprognosticeerde balans De begroting van lasten en baten Toelichting op de begroting van lasten en baten De financiële positie van RBT
24 24 24 25 26 30
datum 9-4-2021
bestemd voor Algemeen Bestuur
pagina
1.
2 van 30
Inleiding
Voor u ligt de begroting van de gemeenschappelijke regeling Regionaal Bedrijventerrein Twente (RBT). Het betreft de (herziene) begroting 2021, de (voorlopige) begroting voor 2022 en de meerjarenraming. De (herziene) begroting voor 2021 fungeert als beleidsmatig en financieel kader waarbinnen het Dagelijks Bestuur kan opereren. Daarmee vormt de nu voorliggende (herziene) begroting voor 2021, de basis voor de jaarverslaglegging over het lopende jaar. De begroting 2022 geldt als voorlopig financieel kader. Dit voor zolang er nog geen nieuwe (herziene) begroting is vastgesteld. Met de meerjarenraming ten slotte, wordt een doorkijk gegeven naar de daarop volgende jaren. Dit t/m 2028, gelijk aan de looptijd van de grondexploitatie. De begroting wordt voor 15 april verzonden aan Provinciale Staten van Overijssel en aan de Raden van de deelnemende gemeenten. Raden en Staten kunnen (indien gewenst) zienswijzen naar voren brengen. Het Algemeen bestuur stelt de begroting vervolgens uiterlijk 31 juli vast en stuurt deze toe aan de minister van BZK (belast met het financieel toezicht). De begroting is opgesteld met inachtneming van de financiële verordening van het RBT en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Hierin wordt vastgelegd waar de begroting ten minste uit moet bestaan.
Dit betreft de beleidsbegroting (bestaande uit het programmaplan en de paragrafen) en de financiële begroting. Hierin is ook het jaarplan geïntegreerd, waarin de komend jaar te verrichten activiteiten worden omschreven. In 2016 hebben raden en staten besloten om een (extra) financiële impuls te geven aan het project. Daarbij is opdracht gegeven om in het eerste kwartaal van 2021 een evaluatie uit te voeren van de geformuleerde maatregelen. Deze evaluatie is afgerond en de resultaten zijn in de nu voorliggende begroting verwerkt.
pagina
3 van 30
2.
Voorstel aan het Algemeen Bestuur en Ontwerp Besluit
2.1
Voorstel aan het Algemeen Bestuur
Almelo, 12 april 2021 Vergadering Algemeen Bestuur d.d. 24 juni 2021 Onderwerp:
Begroting 2021
Wij stellen u hierbij voor: 1. De herziene begroting 2021 vast te stellen overeenkomstig het ontwerp; 2. De voorlopige begroting 2022 vast te stellen overeenkomstig het ontwerp; 3. De meerjarenraming 2023 t/m 2028 vast te stellen overeenkomstig het ontwerp 4. Het programma als beleidsinhoudelijk kader vast te stellen; 5. Het Dagelijks Bestuur voor de begrotingsjaren 2021 en 2022 te machtigen tot uitvoering van het programma, als opgenomen in dit voorstel; 6. Voor de jaren 2021 en 2022 de lasten en baten van het programma – en daarbinnen de geraamde bedragen voor investeringen – als financieel kader vast te stellen; 7. Aan het Dagelijks Bestuur de uitgifte van gronden, binnen de kaders van deze begroting, te delegeren; Overwegingen Hierbij bieden wij u aan ter besluitvorming de (herziene) begroting voor 2021 en de (voorlopige) begroting voor 2022. Deze (programma) begroting vormt het financieel en inhoudelijk kader waarbinnen ons bestuur kan opereren. Daarmee vormt de nu voorliggende (herziene) begroting over 2021, de basis voor de jaarverslaglegging over het lopende jaar (2021). Tevens bieden wij u de begroting 2022 aan, welke fungeert als voorlopig financieel kader. Ten slotte is de meerjarenraming bijgevoegd, waarin een doorkijk wordt gegeven naar de daarop volgende begrotingsjaren (2023 t/m 2028). Het Dagelijks Bestuur,
Voorzitter M. Kotteman
Secretaris G. Kosters
pagina
2.2
4 van 30
Ontwerp besluit
Het Algemeen Bestuur van het RBT Gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 12 april 2021 Gelet op artikel 58, lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
BESLUIT 1. De herziene begroting 2021 vast te stellen overeenkomstig het ontwerp; 2. De voorlopige begroting 2022 vast te stellen overeenkomstig het ontwerp; 3. De meerjarenraming 2023 t/m 2028 vast te stellen overeenkomstig het ontwerp 4. Het programma als beleidsinhoudelijk kader vast te stellen; 5. Het Dagelijks Bestuur voor de begrotingsjaren 2021 en 2022 te machtigen tot uitvoering van het programma, als opgenomen in dit voorstel; 6. Voor de jaren 2021 en 2022 de lasten en baten van het programma – en daarbinnen de geraamde bedragen voor investeringen – als financieel kader vast te stellen; 7. Aan het Dagelijks Bestuur de uitgifte van gronden, binnen de kaders van deze begroting, te delegeren; Aldus gedaan door het Algemeen Bestuur in haar openbare vergadering van 24 juni 2021.
Voorzitter M. Kotteman
Secretaris G. Kosters
pagina
3.
5 van 30
Programmaplan
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de activiteiten van het RBT (de programma’s). Dit betreft grondexploitatie, parkmanagement, erfpacht en het beheer van de openbare ruimte. Per programma wordt een toelichting gegeven op de doelstelling en de wijze waarop er naar gestreefd wordt om het doel te bereiken. Daartoe wordt eerst ingegaan op het resultaat van de recent uitgevoerde evaluatie. Evaluatie In 2016 hebben raden en staten besloten om een (extra) financiële impuls te geven aan het XL Businesspark, om de ontwikkeling van het gebied te bespoedigen. Daarbij is opdracht gegeven om in het eerste kwartaal van 2021 een evaluatie uit te voeren. De (extra) financiële impuls omvat de volgende maatregelen: 1. de provincie verricht een eenmalige bijdrage in het tekort om knelpunten weg te nemen (€ 6,2 mln.) 2. de verschuldigde bijdrage aan het Almelose fonds bovenwijkse voorzieningen wordt buiten de grondexploitatie om verrekend met de deelnemers (€ 6,- per m2) 3. de deelnemers voldoen jaarlijks een bijdrage, ter dekking van investeringen in parkmanagement (deze komen dan niet langer ten laste van de grondexploitatie) (jaarlijks € 300.000,-) 4. er wordt een investeringsbudget ingesteld voor het acquisitieproces in brede zin (€ 9 miljoen) 5. in het eerste kwartaal van 2021 vindt een evaluatie plaats van bovenstaande afspraken Recent is de evaluatie afgerond.
Daarbij is terug gekeken op de effecten van de financiële impuls, maar ook vooruit gekeken naar de toekomst van het gezamenlijke project. Wij concluderen hieruit het volgende: 1. Alle deelnemers willen de huidige samenwerking binnen de gemeenschappelijke regeling voortzetten, totdat de gronden (nagenoeg) zijn uitgegeven. Daarmee is dus feitelijk sprake van een continuering van het project en geen scope- of kaderwijziging. De deelnemers willen wel tijdig voorbereidingen treffen voor een zorgvuldige (al dan niet gefaseerde) afbouw van de organisatie en overdracht van activiteiten van de gemeenschappelijke regeling. 2. De in 2016 verstrekte eenmalige provinciale bijdrage (€ 6,2 miljoen) is overeenkomstig de afspraken besteed. Alle gesignaleerde knelpunten zijn weggenomen en het beschikbaar gestelde bedrag is uitgeput. - De projectorganisatie is verstevigd, om snel en slagvaardig op ontwikkelingen in te spelen. - Met de laatste grondeigenaren op het XL Businesspark is overeenstemming bereikt, waardoor een eind kwam aan vele juridische procedures en o.a. de containerterminal kon starten. - Fysieke en planologische belemmeringen zijn weggenomen, waardoor de weg vrij stond om te komen tot de daadwerkelijke uitgifte van grootschalige logistieke kavels. 2.
Op de exploitatie van erfpachtgronden wordt een positief resultaat voorzien van jaarlijks € 1,1 miljoen, geleidelijk oplopend tot € 1,5 miljoen. Het is met ingang van 2021 niet langer nodig om de afdracht aan het fonds bovenwijkse voorzieningen en de parkmanagementbijdrage aan de deelnemers te factureren. 3. Het door de Raden en Staten beschikbaar gestelde investeringsbudget is effectief gebleken. Het heeft de eerste grote speler over de streep getrokken om zich op XL Businesspark te vestigen en dat heeft een positieve invloed gehad op de aantrekkelijkheid van het gebied en de snelheid van de daarna afgesloten erfpacht- en ontwikkelovereenkomsten. Bij behandeling van de begroting 2020 heeft de gemeente Almelo voorgesteld om de verantwoordelijkheid voor het (technisch) groot onderhoud van de openbare ruimte over te nemen van RBT. Dat biedt efficiencyvoordelen en tevens hoeft binnen het RBT dan niet langer te worden gespaard voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Het voorstel van de gemeente Almelo is bij de evaluatie betrokken. Wij concluderen dat alle deelnemers hier positief tegenover staan.
pagina
6 van 30
In de algemene uitgiftevoorwaarden van RBT is (in 2005) vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor het onderhoud en beheer van zowel de openbare ruimte als parkmanagement voorzieningen op termijn wordt overgedragen aan de coöperatie parkmanagement. Bedrijven hebben aangegeven verantwoordelijkheid te willen dragen voor het beheer. Het groot onderhoud van de openbare ruimte en de blusvoorziening beschouwt men als taak voor de overheid. Besloten is om in gesprek te gaan met de gemeente en bedrijven (verenigd in de coöperatie parkmanagement), om te komen tot een nieuwe taakverdeling. Dit met als uitgangspunt dat RBT verantwoordelijk blijft voor het onderhoud van parkmanagement voorzieningen, de coöperatie beheertaken overneemt (op basis van een te sluiten beheerovereenkomst) en de gemeente verantwoordelijk wordt voor het (technisch) groot onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van deze nieuwe taakverdeling, zal de tot op heden opgebouwde voorziening voor groot onderhoud van de openbare ruimte aan de gemeente Almelo worden terugbetaald.
Op basis van de evaluatie, is het volgende in de begroting verwerkt: - de afdracht aan het fonds bovenwijkse voorzieningen en de afwaardering van parkmanagement voorzieningen komt met ingang van 2021 ten laste van RBT en wordt niet langer aan de deelnemers gefactureerd - de voorziening voor groot onderhoud van de openbare ruimte wordt in 2022 aan de gemeente Almelo terug betaalt, als resultaat van nieuwe afspraken over het onderhoud van de openbare ruimte
3.1 Grondexploitatie Hoofddoel van het RBT is te voorzien in de behoefte aan bouwrijpe grond met bedrijfsbestemming, toegespitst op grote ruimtevragers (> 2 hectare). Dit omwille van behoud en uitbreiding van werkgelegenheid in Twente. Om bouwgrond te kunnen produceren, transformeert het RBT agrarische gronden naar bedrijfskavels en openbare ruimte. Hiertoe voert het RBT een actief grondbeleid, waarbij (o.a.) de volgende activiteiten worden verricht: stand van zaken per 31-12-2020 - het verwerven van ruwe bouwgrond afgerond - het slopen van opstallen en het saneren van de ondergrond 95% gerealiseerd - de aanleg van openbare ruimte (bouw- en woonrijp maken) 80% gerealiseerd - het tijdelijk beheer van gronden en opstallen 80% gerealiseerd - planontwikkeling en begeleiding 75% gerealiseerd - uitgifte van bouwgrond met bedrijfsbestemming 45% gerealiseerd Daarnaast wordt een nieuwe openbare kade gerealiseerd, zodat ruimte ontstaat voor uitbreiding van de containerterminal (hierover later meer). In het uitgifteproces wordt actief met bedrijven meegedacht over de mogelijkheden om hun bedrijfspand en bedrijfsproces te verduurzamen. Dit bijvoorbeeld door de inzet van zonnepanelen, warmtepompen en het gebruik van duurzame (en circulair inzetbare) materialen.
Daarnaast faciliteert XL Businesspark VDL in haar ambities om op haar bedrijfskavel een test- en demolocatie te realiseren, waar bedrijven, onderzoekers en studenten kunnen experimenteren rond toegepast onderzoek op het gebied van het genereren, opslaan en transporteren van duurzame energie. Tot slot wordt bij de entree van het bedrijventerrein een brandstofverkooppunt gerealiseerd, waar o.a. LNG, CNG en waterstof (duurzame brandstoffen) zal worden aangeboden. T/m 31-12-2020 is (per saldo) € 71 miljoen geïnvesteerd in de productie van bouwgrond. Alle investeringen zijn gefinancierd met vreemd vermogen (geleend geld). De grondexploitatiebegroting wordt jaarlijks
pagina
7 van 30
opgesteld en geactualiseerd, om inzicht te verkrijgen in het eindresultaat van het project c.q. de terugverdiencapaciteit van de verrichte investeringen. Afgelopen jaar werd een tekort van € 14,8 miljoen begroot, op eindwaarde per 31-12-2030. De geactualiseerde grondexploitatie sluit op een tekort van € 5,5 miljoen op eindwaarde per 31-12-2028 en verbetert dus met € 9,3 miljoen. In onderstaande tabel wordt het resultaat van de grondexploitatie teruggerekend (verdisconteerd) naar het huidige prijspeil. Eindwaarde
Contante waarde Bij 1% discontering Bij 2% discontering
Grex 1-1-2020
14,8 mln. per 31-12-2030
Grex 1-1-2021
5,5 mln. per 31-12-2028
Verschil t.o.v. 2020:
9,3 mln.
11,9 mln. per 1-1-2020 ( = 12,1 mln. per 1-1-2021) 5,0 mln. per 1-1-2021
4,7 mln. per 1-1-2021 7,4 mln. per 1-1-2021
Tabel 1: vergelijking grondexploitatie per 1-1-2021 met de grondexploitatie per 1-1-2020 De belangrijkste redenen voor verbetering van de grondexploitatie: - Een (gedeeltelijke) herfinanciering in 2020, waardoor de gemiddelde rente substantieel is gedaald (zie jaarstukken) - Afgelopen jaar is een aantal grote infrastructurele werken afgerond. Deze zijn goedkoper uitgevoerd dan geraamd en dat is tevens aanleiding om de raming van nog uit te voeren werken bij te stellen. - De uitgifte in 2020 is hoger dan verwacht (12,4 hectare i.p.v. 11,6 hectare) - De looptijd van het project is met twee jaar verkort. Dat heeft een positief effect op de begroting van rente-, plan- en beheerkosten. De verkorting van de looptijd hangt samen met de gunstigere uitgiftevooruitzichten. In onderstaande tabel wordt de geprognosticeerde ontwikkeling van het in grondexploitatie geïnvesteerd vermogen (de boekwaarde) weergegeven. Grondexploitatie
Voorraad onderhanden werk per 1-1 Lasten Baten Saldo lasten en baten Voorraad onderhanden werk per 31-12
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
2023
Meerjarenraming 2024 2025
82.365.866
70.979.099
61.207.836
35.496.987
31.678.583
5.054.048 -16.440.815 -11.386.767
5.087.650 -14.858.913 -9.771.263
3.374.901 -29.085.750 -25.710.849
3.411.655 -7.230.059 -3.818.404
3.096.720 -7.283.701 -4.186.981
70.979.099
61.207.836
35.496.987
31.678.583
27.491.602
2026
2027
2028
27.491.602
22.087.240
16.566.707
10.928.001
826.861 -6.231.222 -5.404.361
773.001 -6.293.534 -5.520.533
717.764 -6.356.470 -5.638.706
952.594 -6.420.034 -5.467.440
22.087.240
16.566.707
10.928.001
5.460.561
Tabel 2: geprognosticeerde ontwikkeling van het in grondexploitatie geïnvesteerd vermogen (op basis van de grondexploitatie per 1-1-2021) Uit de tabel blijkt dat het geïnvesteerd vermogen geleidelijk afneemt, tot € 5,5 miljoen per 31-12-2028. Het resultaat wordt genomen bij beëindiging van het project. Voor een nadere toelichting op de in 2021 te verrichten activiteiten en daarmee samenhangende lasten en baten wordt verwezen naar paragraaf 5.4. De in de grondexploitatie gehanteerde uitgangspunten komen in paragraaf 4.5 aan de orde.
Bovenwijkse voorzieningen Conform artikel 4.6 van de gemeenschappelijke regeling wordt bij elke uitgifte € 6,- per m2 afgedragen aan de gemeente Almelo, ten behoeve van bovenwijkse voorzieningen. Op basis van de uitgifteprognose wordt verwacht dat in 2021 € 732.900 wordt afgedragen (gebaseerd op de uitgifte van 11,5 hectare) en in 2022 € 1.309.351 (gebaseerd op de uitgifte van 22,5 hectare). In de periode 2017 t/m 2020 werd de afdracht aan het fonds doorbelast aan de deelnemers. In het kader van de evaluatie is besloten dat RBT de afdrachten met ingang van 2021 zelf dekt en derhalve niet doorbelast aan de deelnemers.
pagina
8 van 30
Realisatie openbare laad- en loskade In 2013 is op het XL Businesspark een openbare laad- en loskade en containeroverslagterrein opgeleverd. Deze laad- en losfaciliteiten versterken het internationale vestigingsklimaat en worden intensief gebruikt, door logistieke én technologische bedrijven. Besloten is om een nieuwe openbare kade van 150 meter te realiseren, zodat (daarna) de bestaande openbare kade kan worden verhuurd aan CTT (onder marktconforme condities). Zo ontstaat ruimte voor groei van de containerterminal. De nieuwe kade wordt, evenals de huidige kade, geschikt gemaakt voor het laden en lossen van klasse Va schepen met een diepgang van 2,80 m. Hierdoor kan het binnenvaartschip maximaal worden beladen en wordt vervoer over water nog aantrekkelijker. Daarbij wordt aandacht besteed aan de benodigde havenfaciliteiten (zoals walstroom) en voorzieningen voor verduurzaming van de binnenvaart en het vooren natransport vanaf de terminal. Door goederenstromen over het water af te wikkelen, wordt de A1 bovenregionaal ontlast. Zo wordt een bijdrage geleverd aan regionale, provinciale en nationale duurzaamheids-doelstellingen. Deze ‘modal shift’ leidt tot een verbeterde bereikbaarheid van Overijssel en een beperking van de CO2 uitstoot. Daarnaast draagt het project bij aan een versterking van het internationale vestigingsklimaat.
Figuur 1: visualisatie uitbreiding van de laad- en loskade en mogelijke toekomstige uitbreiding Met het project gaat een investering gemoeid van circa € 4,6 miljoen (inclusief ontsluiting) en deze investering wordt volledig gedekt uit subsidies. Vanuit de Regiodeal Twente is een bijdrage van € 2,3 miljoen toegekend en daarnaast hebben Gedeputeerde Staten van Overijssel besloten om (vanuit het vermogen van de inmiddels geliquideerde stichting Containerterminal Hengelo) eveneens € 2,3 miljoen beschikbaar te stellen. Naast de investering is sprake van een verlies aan uitgeefbaar terrein, omdat ontsluitingswegen nodig zijn op gronden die voorheen voor uitgifte waren bestemd. Dat verlies wordt gecompenseerd door de inkomsten uit verhuur van de bestaande openbare kade (de ondergrond wordt geactiveerd).
pagina
9 van 30
In onderstaande tabel worden de te verwachten investeringen weergegeven. De realisatie van de openbare kade wordt in 2021 in de grondexploitatie geïntegreerd. Door de verhuur aan CTT en de ter beschikking gestelde subsidies, heeft dat een neutraal effect op de grondexploitatie. Uitbreiding laad- en loskade
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
2023
2026
2027
2028
3.088
-
-
-
-
-
-
-
-
Lasten Baten Saldo lasten en baten
98.916 -102.004 -3.088
851.317 -851.317 -
3.643.592 -3.643.592 -
-
-
-
-
-
-
Geinvesteerd vermogen per 31-12
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Geinvesteerd vermogen per 1-1
Meerjarenraming 2024 2025
Tabel 3: te verwachten investeringen in uitbreiding van de laad- en loskade 3.2
Parkmanagement
Door middel van parkmanagement wil het RBT op een zo goed mogelijke wijze beheer, onderhoud en kwaliteit van het gebied waarborgen. Een gezamenlijk parkmanagement biedt bedrijven de volgende voordelen: 1. Door voorzieningen collectief te realiseren zijn de investeringslasten per bedrijf lager; 2. Diensten kunnen gezamenlijk worden ingekocht en daardoor is mogelijk sprake van inkoopvoordelen; 3. Bedrijven kunnen gezamenlijk invloed uitoefenen op de kwaliteit van het bedrijventerrein. Daardoor wordt een mogelijke veroudering/verloedering voorkomen en is sprake van een waardevaste(re) investering. In 2008 is de Coöperatieve Vereniging Parkmanagement XL Businesspark opgericht. In de statuten van de Coöperatie, de algemene uitgiftevoorwaarden van het RBT en de gesloten erfpachtovereenkomsten is verwoord dat de vereniging de volgende diensten en voorzieningen zal aanbieden: - de (terrein) beveiliging van het XL Businesspark Twente (camera toezicht) - een bewegwijzeringsysteem - een centrale bluswatervoorziening - een glasvezelnet - onderhoud en beheer van de openbare ruimte
pagina
10 van 30
Figuur 2: foto van de centrale blusvoorziening Investeringen De voorzieningen zijn en worden door het RBT aangebracht. Per 31-12-2020 is hier in totaal € 5,8 miljoen in geïnvesteerd. De investering en de rente hierover wordt gedekt uit de (bij gronduitgifte te vergoeden) eenmalige bijdrage van (gevestigde en te vestigen) bedrijven (van € 5,95 per m2). Daarnaast wordt jaarlijks € 0,3 miljoen op de investering afgeschreven, waarmee wordt bewerkstelligd dat de boekwaarde in 2030 is afgewaardeerd. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van het geprognosticeerde verloop van het in parkmanagement geïnvesteerd vermogen. Investeringen in parkmanagement
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
2023
2026
2027
2028
6.076.437
5.759.322
5.174.168
4.011.515
3.407.613
2.845.272
2.277.308
1.703.664
1.124.284
Investeringen Afschrijving in jaar Bijdrage deelnemers Bijdrage bedrijven Saldo lasten en baten
724.617 -300.000 -741.732 -317.114
441.638 -300.000 -726.793 -585.154
435.786 -300.000 -1.298.439 -1.162.652
40.115 -300.000 -344.017 -603.902
34.076 -300.000 -296.417 -562.341
28.453 -300.000 -296.417 -567.964
22.773 -300.000 -296.417 -573.644
17.037 -300.000 -296.417 -579.380
11.243 -300.000 -296.417 -585.174
Geinvesteerd vermogen per 31-12
5.759.322
5.174.168
4.011.515
3.407.613
2.845.272
2.277.308
1.703.664
1.124.284
539.109
Geinvesteerd vermogen per 1-1
Meerjarenraming 2024 2025
Tabel 4: ontwikkeling geïnvesteerd vermogen parkmanagement voorzieningen De komende jaren neemt het in parkmanagement geïnvesteerd vermogen af. Daarbij is rekening gehouden met de nog te verrichten investeringen in de blusvoorziening en camerabeveiliging (zie paragraaf 5.4 voor een nadere toelichting daarop). In de periode 2017 t/m 2020 werd jaarlijks € 300.000 gefactureerd aan de deelnemers, om te kunnen voorzien in de afwaardering van parkmanagement voorzieningen. In het kader van de evaluatie is besloten dat RBT de afschrijving met ingang van 2021 zelf dekt en derhalve niet doorbelast aan de deelnemers. Onderhoud en beheer parkmanagement voorzieningen In de statuten van de coöperatie en uitgiftevoorwaarden van RBT is vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van de gerealiseerde voorzieningen (de blusvoorziening en de camera’s) op termijn wordt overgedragen aan de coöperatieve vereniging. Tot die tijd is RBT verantwoordelijk en int RBT
pagina
11 van 30
de jaarlijkse contributiebijdrage, welke (tot de overdracht) is vastgesteld op € 0,89 per m2. Met het bestuur van de coöperatieve vereniging is afgesproken dat taken en verantwoordelijkheden gefaseerd worden overgedragen van RBT aan de vereniging. Het bestuur heeft aangegeven de verantwoordelijkheid voor (groot onderhoud van) de blusvoorziening (nog) niet over te willen nemen, vanwege de risico’s die dit (volgens hen) met zich meebrengt. RBT heeft hiervoor een verzekering afgesloten. In onderstaande tabel wordt de verwachte ontwikkeling van de lasten en baten weergegeven, waarbij rekening is gehouden met de opbouw van een voorziening voor groot onderhoud aan de blusvoorziening. Onderhoud en beheer parkmanagement
Bestemmingsreserve per 1-1 Voorziening groot onderhoud per 1-1 Lasten - beheer en onderhoud Lasten - dotatie aan voorziening Baten Saldo lasten en baten
Bestemmingsreserve per 31-12 Voorziening groot onderhoud per 31-12
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
2023
Meerjarenraming 2024 2025
53.311 224.590
254.571 336.885
489.893 378.650
502.040 420.415
610.030 462.180
155.095 112.295 -468.650 -201.260
240.587 41.765 -517.674 -235.321
330.058 41.765 -383.971 -12.148
381.058 41.765 -530.813 -107.990
254.571 336.885
489.893 378.650
502.040 420.415
610.030 462.180
2026
2027
2028
718.020 503.945
826.010 545.710
934.000 587.475
1.041.990 629.240
381.058 41.765 -530.813 -107.990
381.058 41.765 -530.813 -107.990
381.058 41.765 -530.813 -107.990
381.058 41.765 -530.813 -107.990
381.058 41.765 -530.813 -107.990
718.020 503.945
826.010 545.710
934.000 587.475
1.041.990 629.240
1.149.980 671.005
Tabel 5: onderhoud en beheer parkmanagement De komende jaren wordt een positief saldo voorzien. In de tabel wordt verondersteld dat dit saldo jaarlijks wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve parkmanagement. Deze bestemmingsreserve is ingesteld bij vaststelling van de jaarstukken 2019. De mate waarin de reserve toeneemt is afhankelijk van de te hanteren contributie en het takenpakket. In het kader van de evaluatie is besloten om in gesprek te gaan met bedrijven (verenigd in de coöperatie parkmanagement), om te komen tot een nieuwe taakverdeling. Dit met als uitgangspunt dat RBT verantwoordelijk blijft voor het onderhoud van parkmanagement voorzieningen en de coöperatie (gefaseerd) beheertaken overneemt, op basis van een te sluiten beheerovereenkomst. Daarbij zullen afspraken worden gemaakt over het takenpakket van de coöperatie en de toekomstige vaststelling van de contributie. Daarmee is rekening gehouden in de nu voorliggende begroting. 3.3
Erfpacht en verhuur
De grond op het XL Businesspark wordt uitgegeven in eeuwigdurende erfpacht (landlease). Het RBT heeft om twee redenen voor deze landlease constructie gekozen: 1. Juridisch: met de uitgifte in erfpacht worden partijen verplicht lid te worden én te blijven van de “Coöperatieve Vereniging Parkmanagement” (een soort vereniging van eigenaren). Zo worden ‘free riders’ (bedrijven die wel mee profiteren echter niet meebetalen) voorkomen. 2. Financieel: het biedt partijen de volgende keuze: a. afkoop van de grondprijs in één keer; in dat geval is er, economisch gezien, geen verschil met eigendom; b. afkoop van de grondprijs in (maximaal) vijftig termijnen; deze vorm heeft het karakter van financiering door het RBT en is aantrekkelijk voor ondernemers om reden van het vermogensbeslag (liquiditeit). Bedrijven betalen daarbij een jaarlijkse canon (annuïteit), die is afgeleid van de grondwaarde en een rentepercentage1. 1
Overeenkomstig de Algemene Erfpachtvoorwaarden is de rente voor tien jaar vast. Na afloop van deze tienjaarstermijn
hebben bedrijven (opnieuw) de mogelijkheid om te kiezen voor afkoop van de (resterende) grondwaarde, of kunnen zij opnieuw voor betaling van een canon opteren (te berekenen op basis van de dan actuele rente).
pagina
12 van 30
Wanneer bedrijven kiezen voor betaling van een jaarlijkse canon (optie b) geldt, in overeenstemming met de in 2008 vastgestelde en in 2011 gewijzigde Algemene Erfpachtvoorwaarden, een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen basisrente, verhoogd met een opslag voor risico van 1,50%. De basisrente wordt bepaald op basis van (1) de rente die RBT gemiddeld betaalt, (2) het rendement dat andere in erfpacht uitgevende instanties hanteren en (3) beleggingen met een vergelijkbaar risicoprofiel. Uitgangspunt is dat de totale canon (inclusief risico-opslag) marktconform is en derhalve aan de Europese staatssteunregels wordt voldaan. Voorraad erfpachtgronden Indien een bedrijf opteert voor betaling van een jaarlijkse canon (optie b) wordt het perceel (tegen de economische waarde) geactiveerd op de balans. T/m 31-12-2020 is € 40,9 miljoen aan erfpachtgronden geactiveerd (op basis van vreemd vermogen c.q. geleend geld). Het betreft hier in erfpacht uitgegeven gronden (31,5 hectare) waarvan de toekomstige canonverplichtingen niet ineens zijn afgekocht (€ 36,5 miljoen) en de investering in de laad- en loskade (€ 4,5 miljoen, bestaande uit € 3,1 miljoen grondwaarde en 1,4 miljoen overslagterrein). In onderstaande tabel wordt de geprognosticeerde ontwikkeling van de balanspost weergegeven.
Daarbij is rekening gehouden met nu bekende nieuwe toevoegingen, gebaseerd op de tot op heden gesloten erfpachtovereenkomsten. Investeringen in erfpachtbedrijf
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
2023
Meerjarenraming 2024 2025
2026
2027
2028
Geinvesteerd vermogen per 1-1
30.463.174
40.914.143
47.192.183
62.957.955
63.136.645
62.503.658
61.851.642
61.179.963
60.487.963
Inbreng in het erfpachtbedrijf Afwaardering / afschrijving in jaar
10.792.990 -342.021
6.741.790 -463.749
16.242.720 -476.948
793.260 -614.570
-632.986
-652.016
-671.680
-692.000
-713.001
Geinvesteerd vermogen per 31-12
40.914.143
47.192.183
62.957.955
63.136.645
62.503.658
61.851.642
61.179.963
60.487.963
59.774.962
Tabel 6: geprognosticeerde ontwikkeling van het in erfpacht geïnvesteerd vermogen Het in erfpacht geïnvesteerd vermogen wordt in vijftig termijnen afgewaardeerd. De erfpachter is daarna geen vergoeding meer verschuldigd. Op de ondergrond van de kade wordt niet afgeschreven (conform BBV). Voor het overslagterrein geldt een afschrijvingstermijn van vijftien jaar (in lijn met de gesloten huurovereenkomst en de financiële verordening van RBT). Exploitatie erfpachtgronden In onderstaande tabel worden de jaarlijkse lasten en baten weergegeven die samenhangen met de exploitatie van erfpachtgronden. De komende jaren wordt een positief saldo voorzien. Exploitatie erfpachtbedrijf
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
2023
2026
2027
2028
545.545
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
Lasten Baten Saldo lasten en baten
909.718 -1.620.486 -710.768
947.874 -2.041.496 -1.093.622
956.608 -2.069.264 -1.112.656
1.264.392 -2.850.291 -1.585.899
1.276.929 -2.850.291 -1.573.362
1.289.901 -2.850.291 -1.560.390
1.303.323 -2.850.291 -1.546.968
1.317.210 -2.850.291 -1.533.080
1.331.580 -2.850.291 -1.518.711
Dotatie aan bestemmingsreserve Bestemmingsreserve per 31-12
454.455 1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
Bestemmingsreserve per 1-1
Meerjarenraming 2024 2025
Tabel 7: jaarexploitatie erfpachtgronden Tot op heden werd het exploitatiesaldo toegevoegd aan de bestemmingsreserve erfpacht. In het kader van de jaarstukken 2020 is geconcludeerd dat een reserve van € 1 miljoen volstaat, om tegenvallers op te kunnen vangen (zie ook paragraaf 4.6 van deze begroting). Vanwege de voorziene winsten, is RBT in staat om de
pagina
13 van 30
afdracht aan het fonds bovenwijkse voorzieningen en de afwaardering van parkmanagement voorzieningen zelf te dekken. 3.4
Onderhoud openbare ruimte
Onderhoud openbare ruimte In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd (in artikel 4.15) dat de uitgaven aan het onderhoud en beheer van de openbare ruimte worden gedekt door de gemeente Almelo. Het gaat hierbij om de reguliere kosten van beheer, onderhoud en vervanging. Tevens is in de gemeenschappelijke regeling afgesproken dat de gemeente Almelo jaarlijks inzage geeft in de ontvangen onroerende zaakbelasting (als referentiekader). De uitgaven worden per kwartaal aan de gemeente Almelo gefactureerd en daarmee is voor RBT sprake van een neutraal exploitatiesaldo. In overleg tussen de gemeente en RBT is een begroting uitgewerkt van de uitgaven aan beheer en onderhoud van de openbare ruimte in 2021 en 2022. De begroting is gebaseerd op de in Almelo gebruikelijke kengetallen voor beheer en onderhoud, echter deze zijn gecorrigeerd omdat het een nieuw bedrijventerrein betreft (dat minder onderhoud behoeft). Beheer en onderhoud openbare ruimte
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
2023
2026
2027
321.215
484.182
669.072
-
-
-
-
-
-
83.747 162.967 -246.714 -
103.833 184.890 -288.723 -
106.242 -106.242 -
115.907 -115.907 -
115.907 -115.907 -
115.907 -115.907 -
115.907 -115.907 -
115.907 -115.907 -
115.907 -115.907 -
484.182
669.072
-669.072 -
-
-
-
-
-
-
Voorziening groot onderhoud per 1-1 Lasten - beheer Lasten - dotatie aan voorziening Baten - bijdrage Almelo Saldo lasten en baten Uitkering aan gemeente Almelo Voorziening groot onderhoud per 31-12
Meerjarenraming 2024 2025
2028
Tabel 8: beheer openbare ruimte De afgelopen jaren is een voorziening voor (levensduur verlengend) groot onderhoud opgebouwd. Daarmee wordt ook in 2021 rekening gehouden. Reden hiervoor is dat RBT op basis van de gemeenschappelijke regeling verantwoordelijk is voor het onderhoud van de openbare ruimte en moet kunnen aantonen dat hiervoor in dekking kan worden voorzien. De gemeente Almelo heeft bij behandeling van de begroting 2020 voorgesteld om de verantwoordelijkheid voor het groot onderhoud van de openbare ruimte over te nemen. Dat biedt efficiencyvoordelen en tevens hoeft binnen het RBT dan niet langer te worden gespaard voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. In het kader van de evaluatie is besloten om in gesprek te gaan met de gemeente en bedrijven (verenigd in de coöperatie parkmanagement), om te komen tot een nieuwe taakverdeling. Dit met als uitgangspunt dat RBT verantwoordelijk blijft voor het onderhoud van parkmanagement voorzieningen, de coöperatie beheertaken overneemt (op basis van een te sluiten beheerovereenkomst) en de gemeente verantwoordelijk wordt voor het (technisch) groot onderhoud van de openbare ruimte. Dat zal naar verwachting resulteren in een bijstelling van de gemeenschappelijke regeling en de tot op heden opgebouwde voorziening voor groot onderhoud wordt dan terugbetaald aan de gemeente Almelo.
In de nu voorliggende begroting is verondersteld dat dat in 2022 wordt geeffectueerd.
Overzicht OZB Inkomsten De gemeente Almelo heeft ons bericht dat men (in 2020) in totaal € 914.550,11 aan OZB heeft opgelegd. Dit is inclusief de aanslag die is opgelegd aan het RBT, vanwege de waarde van de geproduceerde bouwterreinen en de blusvoorziening (€ 155.586.62). In totaal is € 758.963,49 opgelegd aan de gevestigde bedrijven.
pagina
4.
14 van 30
De paragrafen
Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat in de begroting in afzonderlijke paragrafen wordt toegelicht in hoeverre is gehandeld in overeenstemming met de beleidslijnen die zijn vastgelegd in de begroting. Hierna wordt ingegaan op de voor RBT relevante paragrafen. Dit betreft onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, grondbeleid en weerstandsvermogen (van lokale heffingen is geen sprake). 4.1 Onderhoud kapitaalgoederen In 2018 is gestart met de opbouw van een voorziening voor groot onderhoud aan de openbare ruimte (zie paragraaf 3.4) en de centrale blusvoorziening (zie paragraaf 3.2). In onderstaande tabel wordt de in 2021 geraamde toevoeging weergegeven. Er worden geen onttrekkingen voorzien.
Verloopoverzicht voorzieningen 1 Voorziening groot onderhoud Parkmanagement 2 Voorziening groot onderhoud Openbare ruimte Totaal:
Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2020 Toevoeging Onttrekking 31-12-2021 336.885 41.765 0 378.650 484.182 184.890 0 669.072 821.067 226.655 1.047.722
Tabel 9: voorzieningen voor groot onderhoud De toevoeging aan de voorziening groot onderhoud parkmanagement (1) is gebaseerd op een door adviesbureau Deerns opgesteld meerjarig onderhoudsplan (MJOP) voor de centrale blusvoorziening. Uit dit MJOP blijkt dat gedurende de levensduur van de blusvoorziening jaarlijks € 41.765 nodig is om de uitgaven aan groot onderhoud en vervanging te kunnen dekken. De voorziening voor groot onderhoud Parkmanagement wordt enkel aangewend voor (levensduur verlengend) groot onderhoud aan de blusvoorziening. Voor de op het bedrijventerrein gerealiseerde camera’s wordt geen voorziening opgebouwd. Deze hebben een relatief korte technische levensduur. Indien sprake is van een vervanging, wordt dat uit de reguliere beheerbegroting gedekt. De toevoeging aan de voorziening groot onderhoud openbare ruimte (1) is gebaseerd op de door de gemeente Almelo opgestelde onderhoudsbegroting, op basis van het huidige areaal. De voorziening (€ 0,5 mln. per 31-12-2020) wordt enkel aangewend voor groot onderhoud aan de openbare ruimte. Zoals hiervoor toegelicht wordt de voorziening terug betaalt aan de gemeente Almelo, bij overdracht van de verantwoordelijkheid hiervoor. In de voorliggende begroting is verondersteld dat dit gebeurt in 2022.
4.2 Financiering Het beleid op het gebied van treasury is vastgelegd in het treasurystatuut, welke door het Algemeen Bestuur is vastgesteld op 6 juli 2017. Er is een werkgroep ingesteld, bestaande uit deskundigen op het gebied van treasury van de deelnemende gemeenten en de provincie. Deze werkgroep adviseert over de aan te trekken leningen en de renterisico’s. Per 31-12-2020 heeft het RBT voor € 88 miljoen aan langlopende leningen. Daarnaast is er een kredietfaciliteit met een limiet van € 35 miljoen. In de volgende tabel wordt een overzicht van de geldleningen en kredietfaciliteiten gegeven.
pagina
15 van 30
Geldleningen en kredietfaciliteiten per 31-12-2020 Leningen
bedrag
BNG BNG BNG BNG BNG NWB BNG BNG
10.000.000 8.500.000 6.500.000 10.000.000 10.000.000 15.000.000 10.000.000 18.000.000 88.000.000
Kredietfaciliteiten (limiet) BNG 35.000.000 35.000.000
looptijd
van
tot
percentage
6 1-11-2016 1-11-2022 10 10-7-2014 10-7-2024 10 23-12-2014 23-12-2024 9 1-11-2016 3-11-2025 12 5-11-2014 5-11-2026 7 2-11-2020 2-11-2027 12 1-11-2016 1-11-2028 15 29-12-2016 29-12-2031
1-10-2009
1-1-2024
0,335% 2,010% 1,320% 0,685% 1,700% -0,337% 1,025% 1,270%
maand euribor + 0,4%
Tabel 10: geldleningen en kredietfaciliteit (limiet) Afgelopen jaar is de rente die RBT gemiddeld betaald gedaald, van 1,74% (2019) naar 1,5% (2020). Dit hangt samen met de herfinanciering van een relatief grote en dure lening in november 2020 (zie jaarstukken). In 2021 zet die daling voort. Over de huidige (vaste) lening portefeuille wordt gemiddeld 0,9% rente betaald. Naar mate leningen aflopen, neemt het renterisico (c.q. kans) toe. Dit omdat een deel van de leningen uiteindelijk moet worden her-gefinancierd, terwijl de renteontwikkeling onzeker is. Ter beperking van renterisico’s zijn de volgende maatregelen getroffen: - Uitgangspunt bij het aantrekken van leningen is dat spreiding wordt aangebracht in de lening portefeuille - Nieuwe leningen worden zoveel mogelijk afgestemd op de renteherzieningsdata in erfpachtcontracten In de volgende tabel wordt de korte financiering afgezet tegen de lange financiering. Hieruit blijkt dat een relatief groot aandeel van het vreemd vermogen langjarig is gefinancierd.
Verhouding financiering kort ten opzichte van langlopende leningen ultimo 2020
ultimo 2019
Langlopende leningen
88.000.000
79%
105.000.000
94%
Kort lopende leningen
23.241.930
21%
6.819.227
6%
Totaal
111.241.930
100%
111.819.227
100%
Tabel 11: verhouding financiering kort ten opzichte van lang (stand van zaken per 31-12-2020) De afgelopen jaren werd circa 95% van de financieringsbehoefte ingevuld met langlopende geldleningen en werd circa 5% kort gefinancierd (vanuit rekening courant en door middel van kasgeldleningen; in 2019 lag dit percentage op 6%). Wij hebben besloten om het aandeel lang lopende leningen te beperken tot circa 80%. Dit omdat de komende periode (2021 – 2022) veel uitgiften worden voorzien. Wanneer deze exact plaatsvinden is onzeker en ook is op voorhand niet altijd duidelijk of de grondwaarde wordt afgekocht of partijen kiezen voor betaling van een jaarlijkse canon. Gelet hierop is het wenselijk om flexibel te blijven en niet vast te zitten aan langlopende leningen die niet tussentijds afgelost kunnen worden. Om flexibel in te
pagina
16 van 30
kunnen spelen op de actuele financieringsbehoefte (welke in belangrijke mate volgt uit de uitgiftevooruitzichten), worden kasgeldleningen afgesloten. Dat zijn leningen met een korte looptijd (bv. 1 - 3 maanden). In onderstaande grafiek wordt de financieringsbehoefte (vanuit de grondexploitatie, het parkmanagement en de voorraad erfpachtgronden) afgezet tegen de financieringscapaciteit (de op dit moment aangetrokken geldleningen en de reserves en voorzieningen).
Figuur 3: financieringsbehoefte afgezet tegen de financieringscapaciteit 4.3 Bedrijfsvoering Het Algemeen Bestuur wordt gevormd door leden van de colleges van B&W en GS van de deelnemers, welke hiervoor zijn aangewezen door en verantwoording afleggen aan raden en staten. Het Algemeen Bestuur benoemt, vanuit haar midden, de leden van het Dagelijks Bestuur. Het bestuur wordt ondersteund door een secretaris (4 uur per week), die alle uitgaande stukken mede ondertekent en verantwoordelijk is voor de controlling van besluiten van de directeur. Het RBT heeft geen personeel in dienst: werkzaamheden worden verricht door ambtenaren van (de deelnemende) gemeenten en op detacheringsbasis ingehuurde medewerkers. De projectorganisatie is gevestigd in een voormalig woonhuis in het projectgebied (Columbus 17, Almelo). De projectorganisatie kent de volgende bezetting: Projectdirecteur Projectmanager / casemanager / secretaris Planeconoom Projectadministrateur Officemanager
-
24 uur per week 36 uur per week 20 uur per week 12 uur per week 20 uur per week
Totaal (3 FTE)
-
112 uur per week
In het kader van de evaluatie is besloten om op dit moment geen wijzigingen door te voeren in de omvang van de projectorganisatie. De huidige omvang is nodig en volstaat tot en met 2024. Vanaf 2025 is naar verwachting een beperktere omvang mogelijk.
pagina
17 van 30
Figuur 5: organisatieschema Naast de projectorganisatie is er een flexibele schil. De civieltechnische begeleiding wordt (op regiebasis) verzorgd door het (intergemeentelijk) ingenieursbureau van de gemeente Almelo en daarnaast wordt (op regie of opdrachtbasis) gebruik gemaakt van diverse externe deskundigen, zoals juridische adviseurs, duurzaamheid deskundigen, taxateurs, ICT-begeleiding, accountants, fiscalisten en archiefondersteuning. Tot slot is op het XL Businesspark een parkmanager actief (4 uur per week), in opdracht van de coöperatieve vereniging parkmanagement. De projectorganisatie werkt nauw samen met andere organisaties om potentiële klanten voor XL Businesspark aan te trekken. De communicatie en marketing vindt mede plaats onder de merknaam Port of Twente. Port of Twente bundelt alle kracht van logistiek Twente om de sector te versterken, te verduurzamen en de Twentse economie te ondersteunen. Port of Twente is belangenvereniging, havenbeheerder, grondbedrijf en vestigingsloket in één. Tot slot wordt samengewerkt met de andere topwerklocaties in Twente (Kennispark Twente, High Tech Systems Park en Technology Base) aan een gezamenlijke profilering. In het kader van de Regiodeal Twente is een kwaliteitsimpuls gegeven aan deze samenwerking.
4.4 Verbonden partijen Het Regionaal Bedrijventerrein Twente heeft stemrecht en zeggenschap in het ‘Coöperatief Parkmanagement XL Businesspark Twente u.a.” en daarmee een bestuurlijk belang in deze organisatie. De coöperatie zetelt in Almelo en is op 23 oktober 2008 opgericht om parkmanagement te voeren op het XL Businesspark. Dit om ‘op een creatieve en innovatieve wijze vorm te geven aan de wens om de kwaliteit van het XL Businesspark Twente duurzaam te bevorderen en daarmede een courante vestigingsplaats in stand te houden’. Vanuit deze doelstelling zal de coöperatie zich bezig houden met (bijvoorbeeld) het beheer van camera’s en de blusvoorziening. Door uitgifte in erfpacht (landlease) is het lidmaatschap van bedrijven op lange termijn geborgd. In geval van verkoop van het erfpachtrecht, gaat het lidmaatschap aan de coöperatieve vereniging en de hiermee samenhangende betalingsverplichting, over naar de volgende eigenaar.
pagina
18 van 30
In contracten met gevestigde bedrijven en algemene uitgiftevoorwaarden is opgenomen dat de parkmanagement voorzieningen op termijn in erfpacht worden uitgegeven aan de coöperatie, waarbinnen bedrijven dan zelf verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud en de jaarlijkse contributie bepalen. Tot op heden is het RBT verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de gerealiseerde voorzieningen (zie ook paragraaf 3.3) en kent de coöperatieve vereniging feitelijk een slapend bestaan (onder regie van het RBT). Het bestuur van de coöperatie heeft aangegeven de verantwoordelijkheid voor de blusvoorziening niet over te willen nemen, vanwege de risico’s die dit (volgens hen) met zich meebrengt. Zij willen wel verantwoordelijkheid nemen voor het beheer. In het kader van de evaluatie is besloten om in gesprek te gaan met de bedrijven (verenigd in de coöperatie parkmanagement), om te komen tot een nieuwe taakverdeling. Dit met als uitgangspunt dat RBT verantwoordelijk blijft voor het onderhoud van parkmanagement voorzieningen en de coöperatie beheertaken overneemt (op basis van een te sluiten beheerovereenkomst). 4.5
Grondbeleid
4.5.1 De grondexploitatie Belangrijk doel van RBT is het voorzien in de behoefte aan bouwgrond voor met name grote ruimtevragers ( > 2 hectare). Dit omwille van het behoud en uitbreiding van werkgelegenheid in Twente. Bij start van het project is er voor gekozen om daartoe een actief grondbeleid te voeren. Inmiddels is alle benodigde grond in bezit van RBT. In deze paragraaf wordt ingegaan op de actuele waardering van de in het kader van het grondbeleid verrichte investeringen en daarbij gehanteerde uitgangspunten. De risicoanalyse en gevoeligheidsanalyse komen in paragraaf 4.5.2 aan de orde. Actuele waardering en daarbij gehanteerde uitgangspunten T/m 31-12-2020 is (per saldo) € 71 miljoen geïnvesteerd in de productie van bouwgrond. Alle investeringen zijn gefinancierd met vreemd vermogen (geleend geld). De grondexploitatiebegroting wordt jaarlijks opgesteld en geactualiseerd, om inzicht te verkrijgen in het eindresultaat van het project c.q. de terugverdiencapaciteit van de verrichte investeringen. Overeenkomstig de gemeenschappelijke regeling staan de deelnemers garant voor het eindresultaat van de grondexploitatie. Dit resultaat wordt genomen nadat het project is afgewikkeld. Afgelopen jaar werd een tekort van € 14,8 miljoen begroot, op eindwaarde per 31-12-2030.
De geactualiseerde grondexploitatie sluit op een tekort van € 5,5 miljoen op eindwaarde per 31-12-2028 en verbetert dus met € 9,3 miljoen. In onderstaande tabel wordt het resultaat van de grondexploitatie teruggerekend (verdisconteerd) naar het huidige prijspeil. Eindwaarde Grex 1-1-2020
14,8 mln. per 31-12-2030
Grex 1-1-2021
5,5 mln. per 31-12-2028
Verschil t.o.v. 2020:
9,3 mln.
Contante waarde Bij 1% discontering Bij 2% discontering 11,9 mln. per 1-1-2020 ( = 12,1 mln. per 1-1-2021) 5,0 mln. per 1-1-2021
4,7 mln. per 1-1-2021 7,4 mln. per 1-1-2021
Tabel 12: vergelijking grondexploitatie per 1-1-2021 met de grondexploitatie per 1-1-2020 De belangrijkste redenen voor verbetering van de grondexploitatie zijn als volgt: - Een (gedeeltelijke) herfinanciering in 2020, waardoor de gemiddelde rente daalt tot < 1%
pagina
19 van 30
- Afgelopen jaar is een aantal grote infrastructurele werken afgerond. Deze zijn goedkoper uitgevoerd dan geraamd en dat was tevens aanleiding om de raming van nog uit te voeren werken bij te stellen. - De uitgifte in 2020 is hoger dan verwacht (12,4 hectare i.p.v. 11,6 hectare) - De looptijd van het project is met twee jaar verkort. Dat heeft een positief effect op de begroting van rente-, plan- en beheerkosten. De verkorting van de looptijd hangt samen met de gunstigere uitgiftevooruitzichten. Er is bijvoorbeeld overeenstemming bereikt met een logistieke dienstverlener, over een perceel van 7 hectare. Over nagenoeg alle kavels worden gesprekken gevoerd met potentiële gegadigden. In onderstaande tabel wordt de actuele grondexploitatie vereenvoudigd weergegeven. Grondexploitatiebegroting Boekwaarde per 31-12-2020 Kosten nominaal 2% Kostenstijging Nog te maken kosten (K)
15.051.296 764.364
Opbrengsten nominaal 1% Opbrengstenstijging Nog te realiseren opbrengsten (O)
82.099.803 1.659.880
Op EW
Op NCW
70.979.100
70.979.100
15.815.660
15.423.947
83.759.683
81.360.310
1% Rente
2.425.486
Economische waarde (Opbr. - Kosten op NCW) 2028 Resultaat op Ew per 31-12-2028 2021 Resultaat op NCW per 1-1-2020 (bij 1% rente) 2021 Resultaat op NCW - teruggerekend op basis van 2% inflatie conform BBV richtlijnen
65.936.362 5.460.562 5.042.737 4.660.537
Tabel 13: Vereenvoudigde weergave van de grondexploitatie Het tekort is berekend op basis van een begroting van (op eindwaarde) € 15,8 miljoen aan nog te maken kosten en € 83,7 miljoen aan nog te realiseren opbrengsten. In het rekenmodel wordt uitgegaan van 2% kostenstijging, 1% opbrengstenstijging en 1% rente. De onderbouwing hiervoor is als volgt: • De rentekosten zijn begroot op basis van de huidige lening portefeuille, afgerond naar 1% (gemiddeld betaalt RBT 0,9% rente over de aangetrokken leningen). • De kostenstijging is begroot op basis van de inflatiedoelstelling van de ECB (2%). In verhouding tot de afgelopen tien jaar wordt daarmee een behoedzaam scenario gevolgd: de prijzen voor grond-, weg- en waterbouw (50% van de nog te realiseren kosten) stegen de afgelopen tien jaar gemiddeld met 1,5% en de lonen (40% van de nog te realiseren kosten) stegen de afgelopen tien jaar gemiddeld met 1,97%. • Voor de begroting van opbrengststijging is uitgegaan van een jaarlijkse stijging met 1% (vanaf 2022). In verhouding tot de afgelopen tien jaar wordt daarmee een behoedzaam scenario gevolgd: in die periode bedroeg de reële inflatie gemiddeld 1,25%. De grondprijs is vastgesteld op € 130,- per m2.
Uitgifteprognose In onderstaande grafiek wordt de in de grondexploitatie gehanteerde uitgifteprognose grafisch weergegeven en afgezet tegen de over de afgelopen jaren gerealiseerde uitgiften.
pagina
20 van 30
Figuur 4: Uitgifteprognose in m2, afgezet tegen de afgelopen jaren gerealiseerde uitgiften. In de berekening wordt uitgegaan van de uitgifte van 11,5 hectare in 2021 en 22,5 hectare in 2022, gebaseerd op de gesloten overeenkomsten en de actuele schatting wanneer deze resulteren in afname. Voor de periode vanaf 2023 is rekenkundig uitgegaan van een uitgifte van 5 hectare per jaar, gebaseerd op de gemiddelde uitgifte tot en met heden. In dat tempo wordt het project in 2028 afgerond. De volgende uitgiften zijn in 2021 en 2022 verwerkt. In 2023 is, bovenop het langjarig gemiddelde, rekening gehouden met een uitgifte aan Eurol, gebaseerd op de daarover gemaakte afspraak in de eerdere uitgifteakte. Overeenkomsten
Uitgifte in m2 in jaar (prognose) 2021
Heylen Waterside
52.812
Heylen (deelgebied Noord)
62.472
2022
Type overeenkomst 2023 erfpachtovereenkomst (akte op 15-2 gepasseerd)
62.472
Eurol
erfpachtovereenkomst 8.000
afspraak in eerder gepasseerde akte
Brandstofverkooppunt
13.666
erfpachtovereenkomst
Jalo Biopellets
35.391
erfpachtovereenkomst
Timberland
40.698
reserveringsovereenkomst
Logistieke dienstverlener
69.338
Totaal gecontracteerd
115.284
221.565
ontwikkelingsovereenkomst 8.000
Tabel 14: overzicht gesloten overeenkomsten. Alle voor 2021 en 2022 gecontracteerde partijen betalen een reserveringsvergoeding. Hoewel dit enig comfort biedt (de vergoeding vervalt indien de vestiging niet door gaat aan RBT), geven de overeenkomsten géén zekerheid op afname van de gronden. 4.5.2 Risicoanalyse en gevoeligheidsanalyse grondexploitatie In de GR is afgesproken (in artikel 22) dat jaarlijks een risicoprofiel wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Ter bepaling van dit profiel is een financiële risicoanalyse uitgevoerd, waarmee de grondexploitatiebegroting (en daarmee het begrote resultaat) in een breder perspectief wordt geplaatst. Uit deze (rekenkundige) analyse volgt dat het tekort zich in een bandbreedte begeeft van + € 5,1 miljoen (een tekort van € 0,4 miljoen) en - € 5,0 miljoen (een tekort van € 10,4 miljoen), op eindwaarde per 31-12-2028. Daarbij zijn de meest extreme scenario’s buiten beschouwing gelaten. Naast de risicoanalyse is een zogenaamde gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Dit is een vorm van scenario denken, waarmee inzicht wordt gegeven in het financieel effect van een (beperkte) aanpassing van één van de in de berekening gehanteerde rekenkundige uitgangspunten. In de volgende grafiek wordt het financieel effect van bijstelling van de gehanteerde parameters weergegeven (op eindwaarde per 31-12-2028). Hieruit
pagina
21 van 30
wordt duidelijk dat de grondprijs verhoudingsgewijs de grootste impact heeft op het resultaat van de grondexploitatie.
Figuur 5: gevoeligheidsanalyse: effect van bijstelling uitgangspunten grondexploitatie (op eindwaarde per 31-12-2028, bedragen x 1 miljoen euro) 4.6 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Conform artikel 22 en 27 van de gemeenschappelijke regeling staan de deelnemers garant voor alle verplichtingen van RBT, overeenkomstig de vastgelegde verdeelsleutel. Het resultaat van de grondexploitatie wordt aan het einde van de looptijd genomen en de overige activiteiten kennen jaarlijks een resultaat. Hierna wordt een toelichting gegeven op de risico’s per activiteit en de mate waarin eventuele tegenvallers kunnen worden opgevangen.
Grondexploitatie Het resultaat van de grondexploitatie wordt genomen bij afwikkeling van het project (thans voorzien per 3112-2028). In de gemeenschappelijke regeling wordt toegelicht (in artikel 22), dat jaarlijks een risicoprofiel wordt opgesteld. Dit als hulpmiddel voor de deelnemers, ter bepaling van het benodigde weerstandsvermogen. In de volgende tabel wordt het tekort en de gekwantificeerde risico’s per deelnemer weergegeven. Grondexploitatie
Totaal
Almelo
Borne
Enschede
Hengelo
Provincie
100%
23%
8%
23%
23%
23%
Tekort op eindwaarde per 31-12-2028
5.460.562
1.255.929
436.845
1.255.929
1.255.929
1.255.929
Tekort op NCW per 1-1-2021 bij discontering
5.042.737
1.159.830
403.419
1.159.830
1.159.830
1.159.830
4.660.537
1.071.923
372.843
1.071.923
1.071.923
1.071.923
Op eindwaarde per 31-12-2028
4.959.438
1.140.671
396.755
1.140.671
1.140.671
1.140.671
Op NCW per 1-1-2021 bij discontering
4.667.263
1.073.470
373.381
1.073.470
1.073.470
1.073.470
4.663.900
1.072.697
373.112
1.072.697
1.072.697
1.072.697
Verdeelsleutel:
tegen 1% rente Tekort op NCW per 1-1-2021 bij discontering tegen 2% inflatie (conform BBV richtlijnen) Neerwaarts risico grondexploitatie
tegen 1% rente Op NCW per 1-1-2021 bij discontering tegen 2% inflatie (conform BBV richtlijnen)
Tabel 15: resultaat grondexploitatie en neerwaarts risico per deelnemer (in euro’s)
pagina
22 van 30
Binnen RBT is geen eigen vermogen beschikbaar om tegenvallers binnen de grondexploitatie op te vangen. De grondexploitatie wordt jaarlijks geactualiseerd en deelnemers treffen op basis daarvan een voorziening, overeenkomstig hun eigen financieel beleid.
Investeringsbudget In 2016 hebben de deelnemende gemeenten en de provincie Overijssel een investeringsbudget ter beschikking gesteld van € 9 miljoen. Daarvan is/wordt € 4,5 miljoen ingelegd door de gemeenten en € 4,5 miljoen door de provincie. Binnen het Algemeen Bestuur en met raden en staten is afgesproken dat het investeringsbudget (door het Dagelijks Bestuur en gemotiveerd) wordt aangewend voor maatwerk in acquisitie en investeringen die het duurzame karakter van het XL Park versterken. Daarbij geldt dat aan een aantal criteria moet worden voldaan. Per 31-12-2020 bedraagt de reserve investeringsbudget € 3,7 miljoen. In onderstaande tabel wordt het geprognosticeerde verloop van de reserve weergegeven, rekening houdend met de nog verschuldigde inleg door de deelnemers en de nu bekende bestedingen. Van het totaal beschikbaar gestelde bedrag, resteert naar schatting nog € 5 miljoen. Investeringsbudget
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
1.829.844
3.720.693
5.211.542
-
400.000
241.087
-
400.000
-1.890.849 -1.890.849
Saldo lasten en baten
Meerjarenraming 2023 2024
2025
2026
2027
2028
4.970.455
4.970.455
4.970.455
4.970.455
4.970.455
4.970.455
241.087
-
-
-
-1.890.849 -1.890.849
-
-
-
-
-1.890.849
-1.490.849
241.087
-
-
-
-
-
-
Dotatie/Onttrekking aan de bestemmingsreserve
1.890.849
1.490.849
-241.087
-
-
-
-
-
-
Bestemmingsreserve investeringsbudget per 31-12
3.720.693
5.211.542
4.970.455
4.970.455
4.970.455
4.970.455
4.970.455
4.970.455
4.970.455
Bestemmingsreserve investeringsbudget per 1-1 lasten uitgaven ten laste van investeringsbudget
baten bijdrage deelnemers
Tabel 16: verloop investeringsbudget
Erfpacht Op dit moment is voor 6 kavels (31,5 ha) gekozen voor betaling van een jaarlijkse canon en daarnaast is de ondergrond van de containerterminal (2,5 ha.) geactiveerd. De exploitatie van erfpachtgronden kent jaarlijks een resultaat. Bij vaststelling van de begroting 2018 is besloten om vanuit dit resultaat een bestemmingsreserve op te bouwen, waaruit (eventuele) tegenvallers uit de erfpachtexploitatie kunnen worden gedekt. Indien een erfpachter gedurende twee achtereenvolgende jaren in verzuim is de canon te betalen, kan het erfpachtrecht worden opgezegd door RBT. De erfpachter is in dat geval verplicht om het perceel grond terug te leveren, inclusief het daarop gerealiseerde gebouw. Vervolgens zal RBT een openbare verkoping organiseren en wordt de opbrengst uit deze verkoop uitgekeerd aan de (hypotheekhouder van) erfpachter. Dit na aftrek van het bedrag dat erfpachter nog verschuldigd is aan RBT. De bestemmingsreserve dient om de canon voor te schieten, totdat de verkoopopbrengst wordt uitgekeerd. Daarnaast is het denkbaar dat de opbrengst onvoldoende is om het aan RBT verschuldigde bedrag te dekken. Dat speelt bijvoorbeeld indien de opstallen nog in aanbouw zijn of indien sprake is van een zeer ernstige bodemverontreiniging. De kosten van sloop en/of sanering kunnen dan uit de bestemmingsreserve worden gedekt.
Om inzicht te krijgen in de benodigde omvang van de risicoreserve is een risico-inschatting uitgewerkt. Op basis van deze risico-inschatting is (in het kader van de jaarstukken 2020) geconcludeerd dat een risicoreserve van € 1 miljoen volstaat. De reserve is (na resultaatbestemming) per 31-12-2020 op dit niveau.
pagina
23 van 30
Parkmanagement investeringen en bovenwijkse voorzieningen Conform artikel 4.21 van de gemeenschappelijke regeling wordt bij elke uitgifte € 6,- per m2 afgedragen aan de gemeente Almelo, ten behoeve van bovenwijkse voorzieningen. In 2016 is afgesproken dat de afdracht aan het fonds jaarlijks wordt gefactureerd aan de deelnemers (op basis van de werkelijke uitgifte in het jaar) en de deelnemers jaarlijks € 300.000,- bijdragen om de investeringen in parkmanagement voorzieningen af te waarderen (t/m 2036). Met genoemde bijdrage is de investering naar verwachting in 2030 afgewaardeerd. In het kader van de evaluatie is geconcludeerd dat met de exploitatie van erfpachtgronden een positief resultaat wordt voorzien van jaarlijks € 1,1 miljoen, geleidelijk oplopend tot € 1,5 miljoen. Besloten is om de afdracht aan het fonds bovenwijkse voorzieningen en de parkmanagementbijdrage met ingang van 2021 niet langer aan de deelnemers te factureren. Omdat de bestemmingsreserve erfpacht het gewenste niveau heeft en de winstgevendheid van het erfpachtbedrijf toeneemt, is separate facturatie niet langer nodig. Impact COVID-19 Het afgelopen jaar zijn we in ons land geconfronteerd met het COVID-19 (corona) virus. Het Rijk nam vanaf dat moment maatregelen om de gezondheid van de burgers te beschermen. De impact van deze maatregelen is bij een aantal bedrijven merkbaar.
Door de sluiting van winkelpanden is dit m.n. het geval in de logistieke sector; de negatieve gevolgen daarvan worden echter (deels) gecompenseerd door de sterke toename van e-commerce verkopen. De maatregelen lijken geen negatief effect te hebben op de vraag naar bouwkavels op het XL Businesspark. Afgelopen jaar is de uitgifteprognose gerealiseerd. Er zijn geen signalen dat bedrijven waarmee overeenkomsten zijn gesloten, daarvan af willen zien. Ten opzichte van afgelopen jaar is sprake van een toename van het aantal leads.
pagina
5.
24 van 30
De financiële begroting
5.1
De geprognosticeerde balans
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de geprognosticeerde ontwikkeling van de balansposten. Geprognosticeerde balans 2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
4.452.207 36.461.936
4.345.815 42.846.368
4.238.359 58.719.596
4.923.089 58.213.556
4.813.473 57.690.185
4.702.761 57.148.881
4.590.942 56.589.021
4.478.005 56.009.957
4.363.939 55.411.023
5.759.323 -
5.174.168 -
4.011.516 -
3.407.614 -
2.845.273 -
2.277.308 -
1.703.664 -
1.124.284 -
539.110 -
46.673.465
52.366.351
66.969.471
66.544.258
65.348.931
64.128.951
62.883.627
61.612.247
60.314.072
70.979.099
61.207.836
35.496.987
31.678.583
27.491.602
22.087.240
16.566.707
10.928.001
5.460.561
869.874
869.874
869.874
869.874
869.874
869.874
869.874
869.874
869.874
1.860.064 45.070 14.182
45.070 14.182
45.070 14.182
45.070 14.182
45.070 14.182
45.070 14.182
45.070 14.182
45.070 14.182
45.070 14.182
Activa Vaste activa Immateriële vaste activa Materiele vaste activa Investeringen met een economisch nut * gronden en terreinen * erfpachtsgronden Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut * parkmanagement * realisatie openbare kade Financiele vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa Voorraden Bouwgrond in exploitatie Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Liquide middelen Banksaldi Overlopende activa Per saldo te ontvangen omzetbelasting Transitoria Vooruitbetaalde kosten Totaal vlottende activa