B3. Oplegnotitie MER d.d. 15 september 2021
Tekst van het document
Mer-Notitie Oplegnotitie bij het MER 2016 15 september 2021
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Verantwoording Titel
Mer-Notitie
Opdrachtgever
Technology Base
Projectnummer
1277178
Aantal pagina’s
41
Datum
15 september 2021
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Inhoud 1
2
Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1
Geschiedenis ..................................................................................................................... 5
1.2
Leeswijzer .......................................................................................................................... 6
Wettelijke kaders ....................................................................................................................... 7 2.1
Omgevingsvergunning VTE ............................................................................................... 7
2.2
Bestemmingsplan ............................................................................................................... 7
2.3
Besluit milieueffectrapportage ............................................................................................ 7
2.4
Wet natuurbescherming ..................................................................................................... 8
3 Terminologie en afbakening deelgebieden MER 2016, omgevingsvergunning VTE en bestemmingsplan ............................................................................................................................. 9
4
3.1
Deelgebieden MER 2016 ................................................................................................... 9
3.2
Deelgebieden omgevingsvergunning VTE ....................................................................... 10
3.3
Deelgebieden bestemmingsplan ...................................................................................... 11
3.4
Definitieve terminologie deelgebieden ............................................................................. 11
Toelichting MER 2016 en beoogde wijzigingen....................................................................... 13 4.1
Plangebied Noord ............................................................................................................ 14
4.2
Plangebied Midden .......................................................................................................... 14
4.3
Beoogde wijzigingen ten opzichte van MER 2016 ........................................................... 15
5
Effectbeoordeling..................................................................................................................... 20
6
Overzicht effecten op milieuaspecten...................................................................................... 24 6.1
Verkeer ............................................................................................................................. 24
6.2
Geluid ............................................................................................................................... 26
6.3
Luchtkwaliteit .................................................................................................................... 28
6.3.1
Luchtkwaliteit............................................................................................................. 28
6.3.2
Geurhinder ................................................................................................................ 29
6.4
6.4.1
Verstoring .................................................................................................................. 30
6.4.2
Vermesting en verzuring (Stikstofdepositie).............................................................. 32
6.5 7
Natuur .............................................................................................................................. 30
Overige milieuaspecten .................................................................................................... 37
Conclusie beoordeling milieuaspecten .................................................................................... 39
3/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
1 Inleiding De gemeenteraad van Enschede heeft de afgelopen jaren de bestemmingsplannen vastgesteld waarmee invulling werd gegeven aan de gebiedsontwikkeling van de voormalige militaire vliegbasis Twenthe. De bestemmingsplannen voor het noordelijk deelgebied (Technology Base/luchthaven) en de woongebieden zijn inmiddels onherroepelijk. Het bestemmingsplan voor het middendeel is medio 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) vernietigd. Dit was een direct gevolg van de uitspraak van de ABRvS van 29 mei 2019 inzake het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Nieuw bestemmingsplan De gemeente Enschede bereidt voor plangebied Midden een nieuw bestemmingsplan voor. In de toelichting op het nieuwe bestemmingsplan Midden is meer informatie te vinden over de totstandkoming van de plannen voor de voormalige vliegbasis. Het nieuwe bestemmingsplan omvat de gronden van Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie (hierna: VTE), de bestaande MASS-radar van Defensie en het al ingerichte natuurgebied (hierna: NNN) ten zuiden van de start- en landingsbaan 1. Voor De MASS-radar en de NNN voorziet het bestemmingsplan Midden alleen in een passende bestemming voor de bestaande situatie. Dat is anders voor het terrein van VTE. VTE exploiteert circa 50 hectare van de voormalige vliegbasis Twenthe in Enschede.
Sinds 2014 zijn en worden er op basis van omgevingsvergunningen (waaronder een projectafwijkingsbesluit voor Hangar 11) al verschillende activiteiten georganiseerd, vooruitlopend op het nieuwe bestemmingsplan. Het nieuwe bestemmingsplan maakt op hoofdlijnen de volgende activiteiten mogelijk op het terrein van VTE: • • •
Leisure Evenementen Statische en tijdelijke opslag
Aanvraag vergunningen Naast een nieuw bestemmingsplan heeft VTE onder andere ook een omgevingsvergunning voor milieu op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nodig om gebruik te kunnen maken van de ruimte die het bestemmingsplan gaat bieden. De procedures voor de vaststelling van het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning milieu en andere benodigde besluiten, zoals de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb), worden gecoördineerd behandeld.
1
In het bestemmingsplan Midden dat in 2019 is vernietigd was Deventerpoort (terrein rondom de oude terminal) ook
als bedrijventerrein opgenomen. Deze locatie is inmiddels door de gemeente verkocht en maakt geen onderdeel uit van het terrein van VTE. Omdat de nieuwe invulling van Deventerpoort nog niet is uitgewerkt, wordt er in een later stadium voor dit deelgebied een afzonderlijk bestemmingsplan opgesteld
4/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Mer-notitie Voorliggende Mer-notitie heeft betrekking op zowel het nieuwe bestemmingsplan als de aanvraag omgevingsvergunning VTE. Aandachtspunt is dat de in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen mogelijkheid voor nieuwbouw geen onderdeel uitmaakt van de vergunningaanvraag VTE. Voor het overige sluiten de aangevraagde activiteiten van de aanvraag om omgevingsvergunning aan bij hetgeen in het nieuwe bestemmingsplan wordt toegestaan. Wanneer in de toekomst sprake zal zijn van nieuwbouw, zullen daarvoor de benodigde vergunningenprocedures worden doorlopen. In de milieuonderzoeken is uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden (inclusief nieuwbouw). De activiteiten waarvoor een vergunning wordt aangevraagd passen binnen deze kaders. De onderzoeken kunnen om die reden ook ten grondslag worden gelegd aan de vergunningaanvraag. In deze Mer-notitie wordt nagegaan of de beoogde activiteiten van VTE en de beoogde bestemmingen binnen het bestemmingsplan geen andere of grotere milieueffecten teweeg brengen ten opzichte van het door Arcadis in juni 2016 uitgevoerde PlanMER/ ProjectMER 2 (hierna MER 2016). Voorliggende Mer-notitie is dus te beschouwen als een oplegnotitie die bij het MER 2016 wordt gevoegd. Het MER 2016 en de voorliggende Mer-notitie liggen tevens ten grondslag aan de omgevingsvergunningaanvraag van VTE.
Aangezien een MER voorligt is een m.e.r-beoordeling voor de omgevingsvergunning niet meer nodig. Voorafgaand aan de indiening van de omgevingsvergunningaanvraag wordt door de aanvrager een schriftelijke mededeling gedaan aan Burgemeester en Wethouders, waarin wordt aangegeven dat het MER 2016 met de voorliggende Mer-notitie aan de omgevingsvergunningaanvraag ten grondslag wordt gelegd.
1.1
Geschiedenis
In 2003 heeft het kabinet besloten om de militaire luchtmachtbasis Twenthe te sluiten. Daarna is onderzocht welke ontwikkelingen in het gebied een economische en duurzaamheidsimpuls aan de regio zouden kunnen geven en welke rol de doorontwikkeling van de luchthaven daarbij kan spelen. Het gehele terrein van de voormalige militaire luchtmachtbasis Twenthe heeft een oppervlakte van circa 431 hectare en is gelegen ten noorden van Enschede, ten oosten van Hengelo en ten zuiden van Oldenzaal op de grens tussen de gemeente Dinkelland en Enschede. Op het terrein wordt onderscheid gemaakt tussen de twee plangebieden Noord en Midden. In 2016 is gekozen voor één integraal MER voor de totale gebiedsontwikkeling Luchthaven Twenthe, dus de Plangebieden Noord en Midden tezamen. In maart 2018 heeft de gemeenteraad van Enschede de bestemmingsplannen voor Noord en Midden vastgesteld. Het bestemmingsplan voor Noord is inmiddels onherroepelijk geworden. Het bestemmingsplan voor Midden is (uitsluitend) naar aanleiding van de PAS-uitspraak (Programmatische Aanpak Stikstof) d.d. 29 mei 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd.
2
ProjectMER / PlanMER Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente d.d. 9 juni 2016
5/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Met het oog op een nieuw bestemmingsplan en de aanvraag omgevingsvergunning milieu is onderzocht of de destijds verrichte milieuonderzoeken nog steeds een toereikende en actuele onderbouwing geven voor enerzijds de beoogde bestemmingen binnen het bestemmingsplan en anderzijds de beoogde activiteiten van VTE (zoals aan te vragen in de omgevingsvergunning).
1.2
Leeswijzer
In voorliggende notitie worden in hoofdstuk 2 eerst de relevante wettelijke kaders toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de definiëring van de van toepassing zijnde gebieden en het verschil in terminologie tussen het MER 2016, de aan te vragen omgevingsvergunning en het bestemmingsplan. Daarna wordt, in hoofdstuk 4 ingegaan op de structuur van het MER 2016 en worden de verschillende deelgebieden van het plangebied Midden conform het MER 2016 beschreven. Hierbij wordt ook ingegaan op de beoogde wijzigingen in de activiteiten die op grond van het bestemmingsplan worden toegestaan c.q. waarvoor vergunning wordt aangevraagd. In hoofdstuk 5 wordt beschreven op welke wijze de wijzigingen zijn beoordeeld en in hoofdstuk 6 volgt een effectbeschrijving per milieuaspect. Hoofdstuk 7 bevat de conclusies over de milieueffecten.
6/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
2 Wettelijke kaders 2.1
Omgevingsvergunning VTE
Het kader voor de besluitvorming voor het initiatief ter plaatse van VTE wordt gevormd door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder Wabo). Voor het initiatief is een omgevingsvergunning milieu noodzakelijk, ex artikel 2.1, lid e van de Wabo.
2.2
Bestemmingsplan
De gemeente Enschede bereidt voor plangebied Midden een nieuw bestemmingsplan voor. In de toelichting op het nieuwe bestemmingsplan Midden is meer informatie te vinden over de totstandkoming van de plannen voor de voormalige vliegbasis. Het nieuwe bestemmingsplan omvat de gronden van Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie (hierna: VTE), de bestaande MASS-radar van Defensie en het al ingerichte natuurgebied (hierna: NNN) ten zuiden van de start- en landingsbaan 3. Voor De MASS-radar en de NNN voorziet het bestemmingsplan Midden alleen in een passende bestemming voor de bestaande situatie. Dat is anders voor het terrein van VTE. Deze Mer-notitie gaat in het vervolg alleen in op de milieueffecten ten gevolge van de activiteiten op het terrein van VTE.
2.3
Besluit milieueffectrapportage
Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is het verplicht een milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordelingsnotitie op te stellen indien sprake is van een activiteit, zoals genoemd in bijlage C of D van het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.). Het Besluit m.e.r. kent een m.e.r.-beoordelingsplicht voor activiteiten die zijn beschreven in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage, onderdeel D. Ter plaatse van VTE worden geen activiteiten beoogd zoals vermeld in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) Wel worden activiteiten beoogd die zijn vermeld in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r., te weten: •
Categorie D 10: De aanleg, wijziging of uitbreiding van: skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen jachthavens -
•
3
vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen permanente kampeer- en caravanterreinen, of
themaparken Categorie D 43: De aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente race- en testbanen voor gemotoriseerde voertuigen
In het bestemmingsplan Midden dat in 2019 is vernietigd was Deventerpoort (terrein rondom de oude terminal) ook
als bedrijventerrein opgenomen. Deze locatie is inmiddels door de gemeente verkocht en maakt geen onderdeel uit van het terrein van VTE. Omdat de nieuwe invulling van Deventerpoort nog niet is uitgewerkt, wordt er in een later stadium voor dit deelgebied een afzonderlijk bestemmingsplan opgesteld
7/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Categorie D10 is van toepassing op de beoogde activiteiten ter plaatse van VTE. Er worden evenementen en leisure activiteiten voorzien, zodat VTE kan worden gezien als een themapark. Jaarlijks worden meer dan 250.000 bezoekers voorzien en daarmee is categorie D10 van toepassing op de activiteiten van VTE. Categorie D43 is van toepassing op de beoogde activiteiten ter plaatse van VTE. VTE kan niet uitsluiten dat er meer dan 8 uur per week op het terrein motorvoertuigen getest worden. Daarbij is van belang dat in D43 wordt gesproken over motorvoertuigen. Dat kunnen ook andere motorvoertuigen zijn dan die met verbrandingsmotoren zijn uitgerust (met elektromotoren uitgeruste motorvoertuigen). In het beoogde bestemmingsplan zijn permanente activiteiten (leisure) met verbrandingsmotoren uitgesloten. Permanente activiteiten met elektromotoren zijn wel toegestaan. Het MER 2016 en de voorliggende Mer-notitie worden ten grondslag gelegd aan de omgevingsvergunningaanvraag. Een m.e.r-beoordeling is derhalve niet nodig.
2.4
Wet natuurbescherming
In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, gebieden met een Europese beschermingsstatus. Indien op voorhand niet kan worden uitgesloten dat een project significante effecten teweeg kan brengen op Natura 20000-gebieden, is een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb-vergunning). Veel van de Natura 2000-gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstof. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden. Daarom dient voor nieuwe projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een toename van depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State in een uitspraak over het PAS geoordeeld dat er geen gebruik meer kan worden gemaakt van de passende beoordeling en de ontwikkelingsruimte van het PAS. Bij een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op een overbelast stikstofgevoelig habitattype of leefgebied kan een significant effect niet op voorhand worden uitgesloten. In dat geval is een passende beoordeling nodig voor het bestemmingsplan, de Wnb-vergunning aanvraag dan wel in het kader van een verklaring van geen bedenkingen van GS in een omgevingsvergunningprocedure.
8/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
3 Terminologie en afbakening deelgebieden MER 2016, omgevingsvergunning VTE en bestemmingsplan In dit hoofdstuk worden de in de vergunningaanvraag en het in procedure te brengen bestemmingsplan afgebakende deelgebieden vergeleken met de gebiedsindeling die het vertrekpunt vormde voor het MER 2016. Om een correcte en navolgbare vergelijking te maken dient de afbakening van de te beschouwen gebieden helder te zijn en de terminologie eenduidig. In de eerste paragraaf (par. 3.1) worden de relevante gebieden uit het MER 2016 inzichtelijk gemaakt. Vervolgens worden de deelgebieden zoals deze worden opgenomen in de aan te vragen omgevingsvergunning voor VTE en het bestemmingsplan inzichtelijk gemaakt. Ten slotte wordt aangegeven welke terminologie uiteindelijk in voorliggende Mer-notitie voor de verschillende deelgebieden gehanteerd gaat worden.
3.1
Deelgebieden MER 2016
In onderstaande figuur 3.1 is het volledige gebied weergeven waarop het MER 2016 betrekking heeft. In hoofdlijnen vallen Plangebied Noord (zie roze begrenzing) en Plangebied Midden (groene begrenzing) te onderscheiden. Voor voorliggende Mer-notitie is alleen Plangebied Midden van belang. Dit wordt in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. Plangebied Midden is vervolgens onder te verdelen in een deel natuur, een deel Werkparken Van Eck en de Deventerpoort. De Werkparken Van Eck kunnen weer worden onderverdeeld in De Strip en Oostkamp (inclusief de bunkerstrip). In paragraaf 4.2 worden de in het MER 2016 beoordeelde activiteiten ter plaatse van Plangebied Midden beschreven.
9/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Figuur 3.1 Plangebieden Noord en Midden conform MER 2016
3.2
Deelgebieden omgevingsvergunning VTE
In de aan te vragen omgevingsvergunning voor VTE wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende deelgebieden. In onderstaande figuur zijn de verschillende deelgebieden die onderdeel uit maken van de inrichting van VTE inzichtelijk gemaakt.
10/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Figuur 3.2 Plattegrond van VTE inclusief deelgebieden conform de omgevingsvergunning
Hieruit volgt dat het terrein van VTE in de volgende deelgebieden is onder te verdelen: • De Strip • • •
3.3
Oostkamp Bunkerstrip en Kop bunkerstrip Parkeren Deventerpoort
Deelgebieden bestemmingsplan
In het bestemmingsplan worden dezelfde deelgebieden aangehouden als beschreven in bovenstaande paragraaf 3.2.
3.4
Definitieve terminologie deelgebieden
Uit de voorgaande paragrafen valt te herleiden dat voor verschillende deelgebieden andere benamingen worden gehanteerd. In deze paragraaf wordt de terminologie en afbakening voor de deelgebieden aangegeven die in het vervolg van deze notitie gebruikt gaat worden. In het MER 2016 wordt binnen Plangebied Midden gesproken over Natuur en Werkparken van Eck. De benaming voor de natuurgebieden blijft ongewijzigd. Werkparken van Eck (totaal) wordt gewijzigd naar terrein VTE. Dit geldt ook voor het voorkeursalternatief (hierna VKA) Werkparken, dat in voorliggende Mer-notitie wordt gewijzigd naar VKA terrein VTE.
11/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Het terrein VTE kan verder worden onderverdeeld in de volgende deelgebieden: • • •
De Strip Oostkamp Bunkerstrip en Kop bunkerstrip
•
Parkeren Deventerpoort
Het deelgebied Parkeren Deventerpoort verdient nog een nadere toelichting. In het MER 2016 omvat de Deventerpoort het noordelijker gelegen verharde terrein waar geparkeerd kan worden (zie figuur 3.2 roze deel) en het zuidelijker gelegen bedrijvenenclave deel (dit deel is niet ingekleurd in figuur 3.2; in figuur 3.1 aangegeven als Deventerpoort in zalmroze kleur). In de omgevingsvergunning van VTE en het bestemmingsplan wordt nu alleen ingegaan op het noordelijke deel; hierna Parkeren Deventerpoort genoemd. Het zuidelijke deel is door de gemeente verkocht en maakt geen onderdeel uit van het terrein van VTE. Omdat de nieuwe invulling van dit zuidelijke deel nog niet is uitgewerkt, wordt er in een later stadium voor dit zuidelijke deel een afzonderlijk bestemmingsplan opgesteld.
12/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
4 Toelichting MER 2016 en beoogde wijzigingen De opgave in het MER 2016 was het beoordelen van de milieueffecten van de integrale gebiedsontwikkeling Luchthaven Twenthe voor de plangebieden Noord als Midden, zie afbeelding 4.1. Tegelijkertijd moest de milieubeoordeling geschikt zijn als onderbouwing voor de verschillende te nemen besluiten voor de afzonderlijke plangebieden. Om deze reden is destijds in het MER bij de effectbeoordeling van de milieuaspecten wel onderscheid gemaakt in de effecten van de integrale Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twenthe, de effecten van de deelopgaven in Plangebied Noord en de effecten van de deelopgaven in Plangebied Midden. Voor het geheel is uiteindelijk een voorkeursalternatief (hierna VKA MER 2016) samengesteld waarin alle deelopgaven voor Plangebied Noord en Plangebied Midden zijn opgenomen. Zoals beschreven in hoofdstuk 3 hebben de aan te vragen omgevingsvergunning van VTE en de voorgenomen bestemmingsplanherziening alleen betrekking op Plangebied Midden. De activiteiten van VTE vallen volledig onder Werkparken van Eck (hierna terrein VTE), zoals wordt beschreven in het MER 2016 (zie ook hoofdstuk 3). Het bestemmingsplan is zowel van toepassing op de gerealiseerde natuur als het terrein van VTE. De focus van voorliggende Mer-notitie ligt echter volledig op het terrein van VTE en de daar voorziene ontwikkelingen.
Voor de volledigheid worden de Natuurontwikkeling (NNN) en Plangebied Noord nog wel in het kort toegelicht, maar verder niet nader beschouwd.
Figuur 4.1 Plattegrond Luchthaven Twenthe inclusief verdeling in plangebied noord en midden
13/41
Kenmerk
4.1
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Plangebied Noord
Plangebied Noord bestaat uit het luchthavengebied (zie bovenstaande figuur 4.1 paarse gebied), een gedeelte dat wordt ingericht voor bedrijvigheid, waaronder de Twente Safety Campus en een stuk van de ontsluiting op de N737. Binnen het luchthavengebied is, naast de ruimte die nodig is voor de vliegfunctie ten behoeve van Business Aviation en General Aviation, ruimte voor luchtvaart gebonden bedrijvigheid en voor het testen en vliegen met drones.
4.2
Plangebied Midden
De ontwikkelingen in Plangebied Midden bestaan uit de reeds gerealiseerde natuur in aansluiting op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en het VTE-terrein, waaronder de volgende deelgebieden vallen: De Strip, Oostkamp, (kop) bunkerstrip en parkeren Deventerpoort. De gerealiseerde natuur en de gebieden die vallen onder terrein VTE vormen samen het gebied waarop het nieuwe bestemmingsplan betrekking heeft. In het MER 2016 is een integraal VKA MER 2016 uitgewerkt voor de plangebieden Noord en Midden. Binnen Plangebied Midden is een VKA uitgewerkt voor zowel de ontwikkeling van natuur (VKA Natuur) als het terrein van VTE (VKA Werkparken). De terminologie en afbakening voor het terrein van VTE is nader toegelicht in hoofdstuk 3. In het MER 2016 zijn deze voorkeursalternatieven op de milieueffecten onderzocht. In voorliggende notitie wordt onderzocht of de voorziene wijzigingen (zie paragraaf 4.3) binnen het plangebied Midden impact hebben op de onderzochte milieueffecten en daarmee de conclusies van het MER 2016. Natuur Met de provincie Overijssel heeft de gemeente Enschede afgesproken dat voor 1 januari 2016 het natuurterrein zou worden ingericht. Anno 2021 is het natuurterrein (NNN) dan ook volledig ingericht. Alleen het bestemmingsplan dat de juridische borging aan de natuurontwikkeling biedt dient nog te worden vastgesteld.
In voorliggende notitie zijn geen wijzigingen voorzien binnen het VKA Natuur uit het MER 2016. Dit gebied wordt dan ook niet nader beschouwd in deze notitie. Terrein VTE (voormalige benaming: Werkparken Van Eck) In het MER 2016 zijn voor de ontwikkeling van VTE het Ontwikkelingsplan 2012-2016 en de Nota van Uitgangspunten Middengebied 2015 als kader gehanteerd. Op het VTE-terrein wordt ruimte geboden aan leisure, evenementen en bedrijvigheid. Hierbij wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing en infrastructuur met hier en daar ruimte voor nieuwbouw. Voor De Strip, Oostkamp, (kop) Bunkerstrip en Parkeren Deventerpoort wordt een dynamische en flexibele ontwikkeling voorgestaan. In de Nota van Uitgangspunten van april 2015 zijn destijds door de gemeente Enschede, de kaders voor de beoogde ontwikkelingen uitgewerkt. Deze kaders zijn weergegeven in tabel 4.1, afkomstig uit het MER 2016.
14/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Tabel 4.4.1 Kaders voor VTE conform MER 2016 Deelgebied
Kaders VTE conform MER 2016
De Strip
•
Voormalige taxibaan met bijbehorende gebouwen aangewezen voor leisure/innovatieve bedrijvigheid met een accent op automotive en evenementen.
•
Gebruik taxibaan als niet openbaar testgebied voor bijvoorbeeld remproeven van autobanden, testen van solarwagens en presentaties van voertuigen (beeld en filmopnamen).
Oostkamp en (kop)
•
Ruimte voor voorzieningen als trainingsparcours.
•
Openluchtactiviteiten e.a. vormen van leisure zoals sportieve activiteiten.
•
Bedrijvigheid t/m cat. 4.2
•
Oostelijk terrein met hangars (Oostkamp) en voormalig munitiebunkerpark (bunkerstrip)
•
Het oostelijk deel (bunkerstrip) rond de munitiebunkers ontwikkeling tot bedrijvigheid, leisure
bunkerstrip
aangewezen voor leisure, evenementen en innovatieve op food gerichte bedrijvigheid. (zoals buitensporten) en evenementen •
Westelijk deel (Oostkamp) rond de grote hangars als evenementenlocatie gebruik makend van bestaande bebouwing en infrastructuur (verbouwen/aanbouwen/vernieuwen is toegestaan).
VTE (Werkparken
•
In het midden en zuidelijk deel (bunkerstrip) is ruimte voor bedrijvigheid in bestaand vastgoed.
•
Bedrijvigheid t/m cat. 4.2.
•
Begrenzing van het aantal activiteiten/evenementen zoals hierboven beschreven op basis van:
Van Eck totaal)
-
Max. milieucat. 4.2
-
Maximaal 500.000 bezoekers per jaar
-
Geluidscontour van maximaal 50 dB(A) die voor het gebied De Strip en Oostkamp wordt vastgesteld
Deventerpoort*
Begrenzing 12x piekbelastingen
•
Herstructurering bestaande bedrijvencluster, aangewezen voor leisure/bedrijvigheid
•
Reguliere bedrijvigheid t/m cat. 4.2
* Deventerpoort wordt verder niet als zodanig beschouwd. Het zuidelijk gedeelte waar het bedrijvencluster is gelegen maakt geen onderdeel uit van de aan te vragen omgevingsvergunning of het bestemmingsplan. Het is hier volledigheidshalve opgenomen. Het noordelijk gelegen verharde gedeelte maakt overigens wel onderdeel uit van de aan te vragen vergunning en het bestemmingsplan en wordt ook wel Parkeren Deventerpoort genoemd (onderdeel van het terrein van VTE)
4.3
Beoogde wijzigingen ten opzichte van MER 2016
In bovenstaande paragraaf zijn de kaders uit het MER 2016 beschreven. De effecten van de beoogde wijzigingen moeten passen binnen die uit het MER 2016, om dit MER 2016 ook ten grondslag te kunnen leggen aan de voorliggende bestemmingsplanwijziging en omgevingsvergunningaanvraag VTE. Van belang is dat de wijzigingen niet leiden tot wezenlijk andere of grotere nadelige milieueffecten en dat deze binnen de bandbreedtes van de effectbeschrijvingen blijven die zijn beschreven in het MER 2016. In deze notitie wordt beoordeeld of dat het geval is. In onderhavige paragraaf wordt toegelicht welke wijzigingen ten opzichte van de in het MER 2016 beoordeelde ontwikkeling plaats gaan vinden.
15/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Ter plaatse van VTE is een aantal wijzigingen voorzien. Het gaat daarbij vooral om een beperking ten opzichte van de activiteiten die het vertrekpunt vormden voor het MER 2016. Deze wijzigingen zijn opgenomen in tabel 4.2. Op voorhand wordt opgemerkt dat de beoogde wijzigingen ofwel niet leiden tot wezenlijke verschillen ofwel een beperktere ontwikkelingsruimte bieden dan de ontwikkelingen die in het MER 2016 zijn onderzocht. Daarnaast zijn er aanpassingen in de verkeersafwikkeling voorzien, deze worden na tabel 4.2 nader toegelicht. De wijziging van verkeersstromen heeft zijn weerslag op een aantal milieuaspecten. Daarnaast wordt ook een aantal wijzigingen binnen het bestemmingsplan voorzien, die voornamelijk een positief effect hebben op de conclusies uit het MER 2016 (zoals beperkingen in bouwmogelijkheden en het gebruik van bepaalde delen van het terrein). Wat wel een grote impact heeft, is de situatie rondom het PAS en de Wet natuurbescherming (Wnb). Zoals hiervoor is aangegeven, noodzaakt de PAS-uitspraak tot een herbeoordeling van de effecten van stikstofdepositie. In onderstaande tabel 4.2 zijn de beoogde wijzigingen in de te beoordelen activiteiten ten opzichte van het MER 2016 inzichtelijk gemaakt.
Daarnaast zijn in tabel 4.3 ook enkele specifieke wijzigingen binnen het bestemmingsplan benoemd die niet in detail in het MER 2016 zijn beschreven, maar wel relevant worden geacht. Benadrukt wordt dat de beoogde wijzigingen met name een verlichting zijn van wat eerder werd mogelijk gemaakt.
16/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Tabel 4. 4.2 Kader voor VTE conform MER 2016 en de beoogde wijzigingen 2020 Deelgebied
Kader VTE conform MER 2016
De Strip
•
Voormalige taxibaan met bijbehorende gebouwen aangewezen voor leisure/innovatieve bedrijvigheid met
Beoogde wijzigingen 2020 •
is geheel uitgesloten
een accent op automotive en evenementen. •
Oostkamp en (kop)
Gebruik taxibaan als niet openbaar testgebied voor bijvoorbeeld remproeven van autobanden, testen van
Leisure in de vorm van automotive met verbrandingsmotoren
•
Bedrijvigheid anders dan behorende bij evenementen/leisure
solarwagens en presentaties van voertuigen (beeld en filmopnamen).
is beperkt tot statische en tijdelijke opslag (maximaal 4 ha
•
Ruimte voor voorzieningen als trainingsparcours.
voor geheel VTE)
•
Openluchtactiviteiten e.a. vormen van leisure zoals sportieve activiteiten.
•
Bedrijvigheid t/m cat. 4.2
•
bunkerstrip
Oostelijk terrein met hangars (Oostkamp) en voormalig munitiebunkerpark (bunkerstrip) aangewezen
•
voor leisure, evenementen en innovatieve op food gerichte bedrijvigheid. • •
Het oostelijk deel (bunkerstrip) rond de munitiebunkers ontwikkeling tot bedrijvigheid, leisure (zoals
Oostkamp en bunkerstrip worden als twee separate deelgebieden gezien en hierna ook zo behandeld.
•
De milieucategorie ter plaatse van de Oostkamp blijft
buitensporten) en evenementen.
ongewijzigd, echter de milieucategorie ter hoogte van de
Westelijk deel (Oostkamp) rond de grote hangars als evenementenlocatie gebruik makend van
bunkerstrip wordt verlaagd naar milieucategorie 3.1, waarbij
bestaande bebouwing en infrastructuur (verbouwen/aanbouwen/vernieuwen is toegestaan).
de kop van de bunkerstrip maximaal categorie 2 is.
•
In het midden en zuidelijk deel (bunkerstrip) is ruimte voor bedrijvigheid in bestaand vastgoed.
•
Bedrijvigheid t/m cat. 4.2
•
Bedrijvigheid anders dan behorende bij evenementen/leisure is beperkt tot tijdelijke opslag voor Oostkamp en de bunkerstrip (maximaal 4 ha voor geheel VTE) en statische opslag voor de bunkerstrip.
Werkparken Van Eck totaal
•
Begrenzing van het aantal activiteiten/evenementen zoals hierboven beschreven op basis van:
•
Milieucategorie wijzigt ter plaatse van de gehele bunkerstrip
-
Max. milieucat. 4.2
inclusief de kop van de bunkerstrip. De geluidscontour wordt
-
Maximaal 500.000 bezoekers per jaar
lichtelijk gewijzigd door wijzigingen aan de milieucategorie ter
-
Geluidscontour van maximaal 50 dB(A) die voor het gebied De Strip en Oostkamp wordt vastgesteld
plaatse van de (kop) bunkerstrip
-
Begrenzing 12x piekbelastingen
17/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Deelgebied
Kader VTE conform MER 2016
Deventerpoort,
•
Herstructurering bestaande bedrijvencluster, aangewezen voor leisure/bedrijvigheid
locatie zie figuur
•
Reguliere bedrijvigheid t/m cat. 4.2
Beoogde wijzigingen 2020 •
Het bestaande bedrijvencluster Deventerpoort maakt geen onderdeel uit van de inrichting VTE. Beleidsmatig is al
1.1
besloten dat herstructurering tot bedrijventerrein niet meer van toepassing is. Omdat er nog geen andere invulling van Deventerpoort bekend is, blijft dit gedeelte verder buiten beschouwing. •
Het verharde platform tussen Deventerpoort en De Strip maakt wel onderdeel uit van de inrichting VTE. Hier worden naast het hoofdzakelijk gebruik als parkeerplaats beperkte mogelijkheden (maximaal categorie 2) voor activiteiten geboden.
Entree VTE (geen deelgebied VTE)
•
Geen verkeerskundige voorzieningen in de vorm van een midden geleider
•
Verkeerskundige voorziening: Verkeer afkomstig van VTE heeft niet de gelegenheid rechtsaf te slaan richting de N737 en verkeer dat vanaf de zuidzijde (Vliegveldweg) komt kan niet linksaf het VTE terrein oprijden.
Toelichting Entree terrein VTE Ten gevolge van de situatie rondom het PAS zijn er enkele keuzes gemaakt, met name op het gebied van de verkeersafwikkeling zijn er aanpassingen voorzien. Deze aanpassingen worden voornamelijk net buiten het terrein van VTE gerealiseerd. Bij de entree van het VTE terrein wordt een midden geleider gerealiseerd om de verkeersafwikkeling te laten plaatsvinden richting de N733. Dit betreft een relevante wijziging ten opzichte van het MER 2016.
18/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Tabel 4. 4.3 Specifieke wijzigingen voorzien binnen het bestemmingsplan met een mogelijke uitwerking op de conclusies van het MER 2016 Uitgangspunten Bestemmingsplan 2016 •
Bedrijven die voor hun bedrijfsvoering zijn aangewezen op de bestaande voorzieningen,
Uitgangspunten Bestemmingsplan 2020 •
infrastructuur en/of gebouwen, op het gehele terrein tot de maximaal toegestane
Maximaal 4 hectare tijdelijke opslag (waarvan maximaal 50% buiten gebouwen)
milieucategorie
•
Statische opslag in de Bunkerstrip
•
Maximale milieucategorie voor de Munitiebunkerstrip is deels 3.2, 4.1 en 4.2
•
Maximale milieucategorie voor de Bunkerstrip wordt enkel 3.1 en op de kop
•
Maximale bouwhoogte voor nieuwe gebouwen:
•
milieucategorie 2 Maximale bouwhoogte voor nieuwe gebouwen:
-
20 meter op de westzijde van De Strip
-
4 meter op de westzijde van De Strip
-
20 meter voor de oostzijde van De Strip en Oostkamp
-
15 meter voor de oostzijde van De Strip en Oostkamp
-
8 meter voor de Bunkerstrip
•
- 12 meter voor de bunkerstrip
•
Maximaal bebouwd oppervlak van 63.000 m2
•
Maximaal bebouwd oppervlak verkleind naar 50.000 m2, eventuele nieuwbouw wordt opgesplitst naar deelgebieden:
• •
Horeca in de oude brandweerkazerne
•
Het gebruik van quads, crossmotoren en karts met verbrandingsmotor voor recreatieve
•
doeleinden is buiten gebouwen niet toegestaan (behoudens de 12 evenementendagen)
-
De westzijde van De Strip: uitbreiding met maximaal 1.000 m2
-
De oostzijde van De Strip: uitbreiding met maximaal 3.500 m2
-
Op Oostkamp: uitbreiding met maximaal 6.500 m2
Geen horeca in de oude brandweerkazerne Leisure in de vorm van automotive met verbrandingsmotoren is geheel uitgesloten
19/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
5 Effectbeoordeling In het MER 2016 is voor het VKA terrein VTE 4 (tabel 6-4 uit deel A MER 2016, onder de oude benaming VKA Werkparken) en het VKA MER 2016 (tabel 7-12 uit deel A MER 2016) voor een aantal milieuaspect/criteria een effectbeoordeling uitgevoerd. In het MER 2016 zijn dus de milieueffecten van het terrein van VTE lokaal beoordeeld in het VKA terrein VTE4 en voor de overige milieuaspecten integraal beoordeeld in het VKA MER 2016. In deze Mer-notitie ligt de focus op de milieueffecten ten gevolge van beoogde wijzigingen voorzien ter plaatse van VTE (zie paragraaf 4.3). In onderstaande tabel is aangegeven welke milieuaspecten/criteria ten opzichte van het VKA terrein VTE4 lokaal worden beoordeeld en welke milieuaspecten/criteria integraal beoordeeld worden ten opzichte van het VKA MER 2016. Tabel 5.1 Overzicht welke milieuaspecten/criteria t.o.v. lokaal VKA terrein VTE4 en t.o.v. VKA MER 2016 integraal worden beoordeeld Milieuaspect
Verkeer
Criterium
Belastbaarheid van het
Beoordeling ten
Beoordeling ten
opzichte van VKA
opzichte van VKA MER
terrein VTE4 (lokaal)
2016 (integraal)
JA
NEE
JA
NEE
Robuustheid wegennet
NEE
JA
Verkeersveiligheid
NEE
JA
Woningen binnen 50
NEE
JA
NEE
JA
NEE
JA
NEE
JA
NEE
JA
NEE
JA
wegennet Belastbaarheid van kruispunten
Geluid
dB(A) Letmaalcontour (industrie) Luchtkwaliteit
NO2 - jaargemiddelde concentratie PM10 - jaargemiddelde concentratie PM10 - overschrijdingen grenswaarde 24uurgemiddelde PM2.5 - jaargemiddelde concentratie Geurhinder
4
Het VKA terrein VTE kent in het MER 2016 de benaming VKA Werkparken. Voor eenduidigheid in deze Mer-notitie
is de benaming voor het VKA Werkparken veranderd in VKA terrein VTE, zoals is toegelicht in paragraaf 3.4
20/41
Kenmerk
Milieuaspect
Natuur
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Criterium
Verstoring
Beoordeling ten
Beoordeling ten
opzichte van VKA
opzichte van VKA MER
terrein VTE4 (lokaal)
2016 (integraal)
JA
NEE
Ruimtebeslag
NEE
JA
Barrièrewerking en
NEE
JA
Vernatting en verdroging
NEE
JA
Vermesting en verzuring
NEE
JA
• Optische verstoring • Lichtverstoring • Geluidverstoring
verbindingen
(Stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden) Landschap
Cultuurhistorie
Doelrealisatie natuur
NEE
JA
Landschappelijke waarde
JA
NEE
Landschapsbeleving
JA
NEE
Ruimtelijke kwaliteit
JA
NEE
Historische geografie
JA
NEE
Historische (steden)
JA
NEE
JA
NEE
JA
NEE
JA
NEE
JA
NEE
NEE
JA
NEE
JA
JA
NEE
bouwkunde Archeologie
Aantasting bekende archeologische waarden Aantasting archeologische verwachtingswaarden
Water
Beïnvloeding waterkwaliteit & waterkwantiteit (grond- en oppervlaktewater Beïnvloeding waterkwantiteit (grond- en oppervlaktewater
Externe veiligheid
Plaatsgebonden risico en groepsrisico
Bodem
Milieuhygiënische bodemkwaliteit
Ruimte gebruik
Wonen en werken bedrijvencluster
21/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
De beoogde wijzigingen (paragraaf 4.3) kunnen positief/negatief/neutraal worden beoordeeld en kunnen dus positief/negatief/neutraal scoren ten opzichte van het VKA terrein VTE4 (tabel 6-4 uit deel A MER 2016) en het VKA MER 2016 (tabel 7-12 uit deel A MER 2016). Het aspect stikstofdepositie vormt een uitzondering aangezien de beoordeling in 2016 heeft plaatsgevonden conform de PAS-systematiek, waarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt. De effecten van stikstofdepositie zijn in voorliggende Mer-notitie alsnog beoordeeld. Aangezien de beoordeling in het MER 2016 integraal heeft plaatsgevonden is dat in deze Mer-notitie ook gedaan. Het gehanteerde beoordelingskader in deze Mer-notitie is gebaseerd op de vigerende wet- en regelgeving. De relevante wet- en regelgeving is beschreven in de geactualiseerde milieuonderzoeken of aangegeven in de ongewijzigde onderzoeken van het MER 2016 (zie onderstaande tabellen). Daarnaast wordt voor de effectbeoordeling onderscheid gemaakt tussen relevante aspecten en overige aspecten. De beoogde wijzigingen (zie paragraaf 4.3) hebben namelijk niet op alle milieuaspecten een effect. De milieuaspecten waarop geen effect wordt verwacht vallen onder de overige aspecten. Milieuaspecten waar wel een effect wordt verwacht worden uitgebreider toegelicht en vallen onder relevante milieuaspecten. Hieronder volgt een indeling van de milieuaspecten.
In hoofdstuk 6 worden de milieuaspecten nader onderzocht/toegelicht en gescoord ten opzichte van het MER 2016. Tabel 5.2 Relevante milieuaspecten Milieuaspect
Beoordelingskader beschreven in:
Verkeer
Rapport met kenmerk 007324.20210218.N1.01
Geluid - Directe geluidhinder
Rapport met kenmerk E 1081-20-RA
- Indirecte geluidhinder
Rapport met kenmerk E 1081-22-RA
Luchtkwaliteit
Rapport met kenmerk R002-1277178RLX-V05-efm-NL
Geur
Kwalitatieve beschouwing in voorliggende notitie
Natuur - Verstoring
Rapport met kenmerk R001-1277632AIH-V02-ssc-NL
- Verzuring en vermesting
Rapport met kenmerk R002-1277632AIH-V02-ssc-NL
(stikstofdepositie)
22/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Tabel 5.3 Overige milieuaspecten (geen effect van wijzigingen verwacht) Milieuaspect
Beoordelingskader beschreven in
Externe veiligheid
MER 2016 deel B, hoofdstuk 5
Natuur (ruimte beslag, barrière werking en verbindingen, verdroging en
MER 2016 deel B, hoofdstuk 6
vernatting, Doelrealisatie natuur) Landschap en cultuur
MER 2016 deel B, hoofdstuk 7
historie Archeologie
MER 2016 deel B, hoofdstuk 8
Bodem
MER 2016 deel B, hoofdstuk 9
Water
MER 2016 deel B, hoofdstuk 10
Ruimtegebruik
MER 2016 deel B, hoofdstuk 11
23/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
6 Overzicht effecten op milieuaspecten In voorliggend hoofdstuk worden de effecten ten gevolge van de beoogde wijzigingen nader inzichtelijk gemaakt. De impact van de wijzigingen wordt per milieuaspect beschreven en vervolgens getoetst ten opzichte van het MER 2016 (VKA terrein VTE4 of VKA MER 2016).
6.1
Verkeer
Door adviesbureau Goudappel is onderzoek verricht om inzage te verkrijgen in de verkeerseffecten ten gevolge van de activiteiten van VTE. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een verkeersmodel. Met dit verkeersmodel is onderzocht hoe het aankomende en vertrekkende verkeer van VTE bijdraagt aan de lokale verkeersintensiteit en verspreid over het verkeersnetwerk. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van het Regionaal Verkeersmodel Twente - Variant Enschede (d.d. 6 januari 2021). In het verkeersonderzoek (kenmerk 007324.20210218.N1.01 d.d. 18 februari 2021) zijn de gevolgde aanpak, de uitgangspunten en de resultaten beschreven.
Figuur 6.1 Schetsontwerp aanpassing kruispunt middels een middengeleider
Op basis van de beschreven verkeerseffecten is het alternatief met afslagverbod en aangepaste vormgeving van het kruispunt bij VTE als voorkeursalternatief gekozen (middengeleider, zie bovenstaande figuur). In dit alternatief rijdt er nog amper verkeer via de N737 ten behoeve van de activiteiten ter plaatse van VTE. Daarnaast is met de keuze van deze verkeersmaatregel nagenoeg geen effect op de verkeersintensiteit in Lonneker te verwachten. Het verkeer van Oldenzaal richting noordwest Enschede kan de gebruikelijke route via de Oude Deventerweg, Vliegveldweg en De Braakweg blijven volgen.
24/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Figuur 6.2 Overzicht en ligging van de benoemde wegen(geel gemarkeerd) ten opzichte van VTE (rood omcirkeld)
Op basis van het verkeersonderzoek van Goudappel kan met betrekking tot het aspect verkeer het volgende geconcludeerd worden: • Belastbaarheid wegennet en kruispunten: Door het gekozen voorkeursalternatief neemt de verkeersdruk op N733 wel toe, maar op de N737 juist af. Ter plaatse van Lonneker en Oldenzaal wordt een verwaarloosbaar effect verwacht. De verhoogde druk op de N733 heeft een negatief effect op de afwikkeling van het verkeer op de N733. Deze verhoogde verkeersdruk zal alleen tijdens grote evenementen optreden. Voor deze grote evenementen zal een verkeers- en vervoersplan worden opgesteld, om de afwikkeling van het verkeer in goede banen te leiden. Door het gebruik van een verkeer- en vervoersplan kan de druk op het
•
wegennetwerk tijdens een groot evenement goed gereguleerd worden en is de score ten opzichte van het VKA terrein VTE4 als neutraal beoordeeld (score 0) Robuustheid wegennet: Door het stimuleren van het vertrekkende verkeer via de N733 neemt de robuustheid en de verkeersveiligheid van het wegennet op de N733 af, maar op de N737 juist toe. Door het toepassen van de midden geleider heeft het vertrekkende verkeer geen ander alternatief bij een eventuele obstructie richting de N733. Dit betekent op de wegen richting de N733 een verslechtering ten opzichte van het VKA MER 2016. Door het gebruik van een verkeers- en vervoersplan bij grote evenementen kunnen de verkeersstromen en eventuele obstructies goed worden gereguleerd en kunnen de negatieve effecten worden
•
gemitigeerd. De robuustheid van het wegennet scoort derhalve neutraal ten opzichte van het VKA MER 2016 (score 0) Verkeersveiligheid: Door de toename van het verkeer op en richting de N733 neemt de kans op ongelukken hier toe. Andersom betekent dit dat de verkeersveiligheid op de N737 juist zal toenemen door een afname van het verkeer.
25/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
In het VKA MER 2016 is met name ingegaan op de verkeersafwikkeling over de N737, aangezien dit destijds een aandachtspunt was. Door de beoogde wijzigingen neemt het verkeer op de N737 af en op de N733 toe. Dit betekent een verslechtering van de verkeersveiligheid ter plaatse van de N733. Door het gebruik van een verkeers- en vervoersplan bij grote evenementen kunnen de verkeersstromen goed worden gereguleerd en neemt de verkeersveiligheid sterk toe, het aspect verkeersveiligheid scoort derhalve neutraal ten opzichte van het VKA MER 2016 (score 0) Opgemerkt wordt dat alle voornoemde criteria (belastbaarheid, robuustheid en verkeersveiligheid) reeds negatief scoren in zowel het VKA terrein VTE4 als het VKA MER 2016. De effecten van de beoogde wijzigingen zijn niet negatiever dan de in het MER 2016 beschreven effecten. Dit betekent dat de effecten van de beoogde wijzigingen passen binnen de effecten zoals beschreven in het MER 2016.
6.2
Geluid
Directe hinder Door adviesbureau Peutz is een onderzoek verricht naar de directe geluidhinder ten gevolge van de activiteiten van VTE. Het onderzoek is verricht in het kader van de aanvraag van een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), voor de activiteit milieu. Onderdeel van het onderzoek is toetsing aan een voorgestelde zone industrielawaai ex. Wet geluidhinder (Wgh) waarmee op dat punt het onderzoek mede ten grondslag kan worden gelegd aan de vaststelling van het bestemmingplan. Bij VTE is een grote diversiteit aan evenementen en leisure mogelijk. Gezien deze constatering zijn enkele varianten beschouwd die representatief zijn voor de evenementen en leisure die op het VTE-terrein kunnen plaatsvinden. Hierbij is mede aangesloten bij een aantal activiteiten die reeds, binnen de thans geldende maatwerkvoorschriften, hebben plaatsgevonden en nog plaatsvinden op het VTE-terrein. Er is wel rekening gehouden met de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Voor de representatieve bedrijfssituatie zijn zowel de te verwachten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidniveaus als inpasbaar aan te merken.
Op basis van het onderzoek kan verder worden geconcludeerd dat de beschouwde muziekevenementen (incidentele bedrijfssituatie) voldoen aan normstelling die voorzien is in het nog op te stellen en vast te stellen bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat verder wordt voldaan aan de grenswaarden van de algemeen in dit kader gehanteerde en geaccepteerde nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg. Uit het onderzoek valt op te maken dat de te toetsen geluidbelasting in geen van de gevallen ter plaatse van de zonegrens de aldaar maximaal toegestane waarde van 50 dB(A) overschrijdt. Binnen de voorziene zone zijn geen geluidgevoelige bestemmingen gelegen.
26/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
De aangevraagde situatie voldoet daarmee aan de randvoorwaarden van de voorziene zone ingevolgde de Wgh. Gezien het bovenstaande kan worden gesteld dat de conclusies voor het aspect geluid ten opzichte van de conclusies in het MER 2016 niet zijn gewijzigd. Dit betekent een neutrale beoordeling (score 0). Indirecte hinder Door adviesbureau Peutz is een onderzoek verricht naar de indirecte geluidhinder ten gevolge van de activiteiten van VTE. Op basis van de rekenresultaten kan in eerste instantie worden geconcludeerd dat de woningen waarbij sprake is van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde zijn beperkt tot de invloedssfeer van de Oude Deventerweg. Zoals te verwachten treden de hoogste geluidbelastingen op bij de woningen gelegen aan de Oude Deventerweg 151 en 153. Als gevolg van de overige wegen is geen sprake van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Navolgende tabel geeft een overzicht van de woningen waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden inclusief de hoogst berekende geluidbelasting. Tabel 6.1 Woningen boven de voorkeursgrenswaarde inclusief hoogst berekende geluidbelasting Omschrijving
Letmaal [dB(A)]
Oude Deventerweg 151
65
Oude Deventerweg 153
65
Wiefkerweg 10
51
Beuvinkweg 8
51
Beuvinkweg 10
52
Oldenzaalsestraat 1009
56
Binnen de systematiek van de Schrikkelcirculaire dient in principe bij deze woningen bezien te worden in hoeverre bij de aangegeven geluidbelastingen voldaan wordt aan de maximaal toelaatbare binnenwaarde van 35 dB(A). Mocht de actuele geluidwering niet afdoende zijn dient terzake een redelijk isolatieaanbod te worden gedaan. In dit kader wordt volledigheidshalve opgemerkt dat voor Wiefkerweg 10, en Beuvinkweg 8 en 10 geldt dat uitgaande van een redelijk tot goede bouwkundige staat van de woning normaliter reeds een afdoende gevelwering zal worden gerealiseerd. Verder zijn de betreffende woningen naar verwachting reeds akoestisch geïsoleerd in relatie tot de voormalige vliegbasis en zijn bij Oldenzaalsestraat 1009 reeds maatregelen getroffen in relatie tot de N733 en recent aangelegde rotonde. In het akoestisch onderzoek zijn een maximum aantal bezoekers per etmaalperiode benoemd, zodat de maximaal aanvaardbaar te achten geluidbelasting van 65 dB(A) op de gevels van woningen niet wordt overschreden. Er is een vervoersplan nodig vanaf 21.500 bezoekers indien deze zowel in de dag (07.00 - 19.00 uur) aankomen als weer vertrekken, indien in de avond (19.00 - 23.00 uur) sprake is van meer dan 4.750 vertrekkende bezoekers, dan wel in de nacht (23.00 - 07.00 uur) sprake is van meer dan 3.000 vertrekkende bezoekers.
27/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Mocht bij een evenement sprake zijn van zowel aankomst als vertrek in de avond dient een vervoersplan te worden ingesteld vanaf 2.375 bezoekers. Om duidelijke kaders voor initiatiefnemers van evenementen te hanteren en onduidelijkheden rondom evenementen met vertrekkend verkeer in meerdere etmaalperioden te voorkomen, heeft VTE ervoor gekozen om vanaf de volgende aantallen bezoekers een vervoersplan op te stellen: Tabel 6.2 Drempelwaarden voor het instellen van een vervoersplan Drempelwaarde vervoersplan
Etmaalperiode
(aantal bezoekers) Aankomst
Vertrek
21.500
07.00 - 19.00 uur
07.00 - 19.00 uur
4.750
07.00 - 19.00 uur
19.00 - 23.00 uur
3.000
07.00 - 19.00 uur
23.00 - 07.00 uur
2.375
19.00 - 23.00 uur
19.00 - 23.00 uur
2.375
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
* Er zullen geen evenementen aanvangen in de nachtperiode, dit is daarom buiten beschouwing gelaten
Bij toepassing van een vervoersplan kan worden gedacht aan het in de nabijheid van de A1 inrichten van een transferium, waarna via (elektrische) pendelbussen de bezoekers naar het VTE-terrein worden gereden. Ook kan worden gedacht aan een vervoersplan, waarbij middels bijvoorbeeld combitickets wordt bereikt dat met merendeel van de bezoekers met busvervoer komt. Gezien het bovenstaande en het instellen van drempelwaarden voor een vervoersplan kan worden gesteld dat de conclusies voor het aspect geluid ten opzichte van de conclusies in het MER 2016 niet zijn gewijzigd. Dit betekent een neutrale beoordeling (score 0).
6.3
Luchtkwaliteit
6.3.1 Luchtkwaliteit Op het terrein van VTE zijn diverse stookinstallaties ten behoeve van ruimteverwarming aanwezig en worden voor het terreinonderhoud enkele mobiele werktuigen ingezet. Tijdens evenementen of leisure activiteiten worden ook mobiele werktuigen en optioneel aggregaten ingezet. Daarnaast ontstaan tijdens grote evenementen veel verkeersbewegingen van en naar het VTE-terrein. Om de effecten van deze emissiebronnen inzichtelijk te maken is door TAUW een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd voor het luchtkwaliteitsonderzoek: • •
Het berekenen van de voor luchtkwaliteit relevante emissies van NO2 en fijnstof naar de buitenlucht in de aan te vragen situatie Het uitvoeren van verspreidingsberekeningen voor de stoffen NO2 en fijnstof (in de fracties PM10 en PM2,5) in het kader van de Wet luchtkwaliteit
28/41
Kenmerk
•
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Het beoordelen van de resultaten aan de hand van de Wet luchtkwaliteit (hoofdstuk 5 titel 2 van de Wm)
Jaargemiddelde concentraties stikstofoxiden en fijnstof Uit het onderzoek volgt dat de bijdrage van VTE voor NO2 niet leidt tot overschrijdingen van de grenswaarden voor de jaargemiddelde en uurgemiddelde concentraties. Ook voor PM10 wordt de maximaal toegestane jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m3 en de daggemiddelde grenswaarde niet overschreden. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 blijft tevens ruim onder de grenswaarde van 25 µg/m3. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de activiteiten van VTE nog steeds voldoen aan de eisen de gelden op basis van artikel 5.16 lid 1a van de Wet luchtkwaliteit. Er is sprake van een beperkte toename van stikstofoxide en fijnstof concentraties ten opzichte van de lokale achtergrondconcentraties. Deze conclusie wijkt niet af van de conclusie uit het MER 2016. Dit betekent dat voor het aspect luchtkwaliteit het milieueffect niet is gewijzigd en de score neutraal kan worden toegewezen ten opzichte van het VKA MER 2016 (score 0) 6.3.2
Geurhinder
Bij de bereiding van voedsel en maaltijden ontstaan geuremissies tijdens bak-, braad- en frituurprocessen. Op het terrein van VTE vindt voedselbereiding plaats in gebouw C20 en H11. Daarnaast kunnen mobiele etenskramen worden ingezet binnen de deelgebieden De Strip, Bunkerstrip of ter plaatse van gebouw H11 (Oostkamp). De stationaire en mobiele emissiebronnen zijn voorzien van een vetvangend filter. Bij plaatsing van een mobiele etenskraam op de Bunkerstrip tijdens een evenement wordt rekening gehouden met voldoende afstand tot de oostelijke inrichtingsgrens. Gezien de grootte van de evenementenlocatie, de landelijke omgeving en de ruime afstand tot nabij gelegen geurgevoelige objecten (dichtstbijzijnde woning op circa 175 meter bezien van de bunkerstrip, zie onderstaande figuur) wordt er geen waarneembare geuremissie verwacht buiten de inrichtingsgrens. De conclusies voor het aspect geur wijzigen derhalve niet en de score is neutraal ten opzichte van het VKA MER 2016 (score 0).
29/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Figuur 6.3 Ligging dichtstbijzijnde woning aangegeven met rode cirkel
6.4
Natuur
Voor het aspect natuur zijn de beoordelingscriteria ‘verstoring van soorten’ en ‘vermesting en verzuring van Natura 2000-gebieden’ middels onderzoeken nader onderzocht. Onderstaand wordt ingegaan op deze beoordelingscriteria. 6.4.1
Verstoring
TAUW heeft middels een natuurtoets een actualisatie uitgevoerd naar de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna. De beoogde ontwikkelingen zijn eerder onderzocht in de volgende twee rapporten: • •
Effecten van de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente op beschermde soorten (Wansink, 2018) Natuurtoets soortenbescherming voor 12 evenementdagen Evenementenlocatie Vliegveld Twenthe (Reimerink & van Hooff, 2018)
Uit de actualisatie blijkt dat voor de meeste soorten de situatie ten opzichte van 2018 ongewijzigd is gebleven. Voor buizerd, sperwer, groene specht, zwarte specht en grote vos is de situatie wel gewijzigd maar leidt dit niet tot aanpassingen van de conclusies of maatregelen uit de onderzoeken van Wansink (2018) en Reimerink & van Hooff (2018). Voor al deze soorten gelden de volgende conclusies: • De Wnb staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg • Voor activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd geldt geen ontheffingsplicht
30/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Voor de soorten in onderstaande tabel is de situatie gewijzigd én zijn aanvullende maatregelen nodig voor het bestemmingsplan. Door het nemen van deze maatregelen staat de Wnb de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. Voor de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd is geen ontheffing nodig. Voor geen enkele soort is sprake van een overtreding van de Wnb. Hierbij is uitgegaan dat kamperen alleen is toegestaan op verhardingen en grasvelden. Tabel 6.3 Aanvullende maatregelen bestemmingsplan Beschermde soorten
Maatregel bestemmingsplan
Bunzing, egel, hermelijn, wezel
Werkzaamheden buiten verhardingen of grasvelden (inclusief grondwerkzaamheden); •
van tevoren ingreeplocatie onderzoeken door ter zake kundige op verblijfplaatsen van beschermde soorten.
•
Indien aanwezig locatie ontzien of ontheffing aanvragen.
Grootschalige buitenevenementen en grootschalige leisure activiteiten: •
van tevoren potentiële leefgebieden in kaart brengen door ter zake kundige.
•
Op aanwijzing van ter zake kundige deze locaties ontzien met bijvoorbeeld hekken of vergelijkbare methode waardoor bezoekers deze terreinen niet kunnen betreden.
Oehoe
Voorafgaand aan werkzaamheden in bospercelen, elk grootschalig buitenevenement of elk grootschalige leisure activiteit in de periode januari t/m augustus: van tevoren plangebied onderzoeken door ter zake kundige op nesten van oehoe. Indien aanwezig bepaalt de ter zake kundige een aan te houden afstand. Binnen deze afstand vinden geen activiteiten plaats totdat de ter zake kundige heeft geconstateerd dat de oehoe niet meer op de locatie aan het broeden is Het afsteken van vuurwerk is in de periode van 2 januari tot 15 mei niet toegestaan; buiten deze periode is het maximaal 12 dagen per kalenderjaar toegestaan, waarvan maximaal 2 dagen tussen 15 mei en 1 juli, altijd met een maximum van 15 minuten per dag.
Das
Voor de boszones met een dassenburcht gelden de volgende maatregelen: In deze boszones (zie figuur 4.1 rapport met kenmerk R001-1277632AIH-V01ssc-NL) zijn nieuwbouw, en kappen/rooien van bomen en struweel niet toegestaan. De boszones (zie figuur 4.1 rapport met kenmerk R001-1277632AIH-V01-sscNL) met de burchten worden voorafgaand aan grootschalige buitenevenementen of leisure activiteiten ontoegankelijk gemaakt voor bezoekers. Dit is eenvoudig te bewerkstelligen door het gebruik van hekken
31/41
Kenmerk
R005-1277178RLX-V04-los-NL
Beschermde soorten
Maatregel bestemmingsplan en/of dichte takkenrillen in de bosranden met voldoende opening aan de onderkant. Dit gebeurt onder begeleiding van een deskundige waarbij zorg gedragen wordt dat de foerageergebieden bereikbaar blijven. Voor de zone (zie figuur 4.2 rapport met kenmerk R001-1277632AIH-V01ssc-NL) gelden de volgende maatregelen: •
Gebruik van de bunkers is toegestaan.
•
Leisure en evenementen zijn toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang.
•
Gebruik van bestaande verharding is toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang.
•
Er is buiten de bunkers geen verlichting toegestaan.
•
Het kappen van bomen en het verwijderen van onderbegroeiing is niet toegestaan
Met inachtneming van de hierboven beschreven voorwaarden treden er geen verslechteringen op ten opzichte van de conclusies die al in het MER 2016 zijn getrokken. Dit geldt voor alle drie type verstoringen (optische verstoring, geluidverstoring en licht verstoring). Derhalve wordt de gehele score voor alle drie de type verstoringen als neutraal beschouwd (score 0). 6.4.2 Vermesting en verzuring (Stikstofdepositie) TAUW heeft een Passende beoordeling uitgevoerd voor de ontwikkelingen in het bestemmingsplan voor het VTE-terrein. Voor de door VTE binnen het gebied beoogde activiteiten zal een omgevingsvergunning milieu worden aangevraagd. In deze Passende beoordeling is tevens beoordeeld of voor deze activiteiten een vergunning op grond van de Wnb nodig is, en - zo ja - of deze kan worden verleend. Voor de ontwikkeling is (deels) eerder een Passende beoordeling uitgevoerd door Arcadis in 2016 en in 2018 heeft Arcadis een actualisatie van deze Passende beoordeling uitgevoerd. De (actualisatie van) de Passende beoordeling betrof een groter plangebied namelijk voor de bestemmingplannen voor plangebied Noord en Midden. In voorliggende actualisatie zijn alleen de ontwikkelingen op het terrein van VTE betrokken. Dit betreft zowel de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt als de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd.
Uit de ecologische beoordeling volgt dat significante gevolgen voor zes Natura 2000-gebieden niet zijn uitgesloten. Voor de ontwikkeling wordt externe saldering ingezet om de significante effecten te voorkomen. Externe saldering betekent dat de toename van de stikstofdepositie die het gevolg is van de ontwikkeling ‘teniet wordt gedaan’ door een minstens zo grote afname van andere bronnen van stikstofoxiden en/of ammoniak buiten het project. Randvoorwaarde bij saldering is dat overal in de betrokken Natura 2000-gebieden en op elk willekeurig moment de stikstofdepositie per saldo afneemt of gelijk blijft.