B1. BP Bijlagen 16-31 toelichting
Tekst van het document
Deelonderzoek geluid MER Gebiedsontwikkeling luchthaven Twente
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
Deelonderzoek geluid MER Gebiedsontwikkeling luchthaven Twente
Colofon Opdrachtgever
: Area Development Twente
Bestemd voor
: L. van der Ree
Auteur(s)
: ir. M.F.F. Berntsen, ir. H.B.G. ten Have, P.A. Heslinga BSc.
Controle door
: ing. P. Frankena
Datum
: 9 juni 2016
Kenmerk
: ar160114.rap/mB/kd
Opgesteld door
: Advanced Decision Systems Airinfra BV
Adres
: Bagijnhof 80
Plaats
: 2611 AR Delft
Telefoon
: +31 (0)15 - 215 00 40
: info@adecs-airinfra.nl
Web
: www.adecs-airinfra.nl
KvK nummer
: 08092107
Zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Adecs Airinfra BV is het niet toegestaan deze uitgave of delen ervan te vermenigvuldigen of op enige wijze openbaar te maken.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
Afkortingen en symbolen ADT
Area Development Twente
AIP
Aeronautical Information Publication
AMM
Advanced Materials and Manufacturing
APV
Algemene Plaatselijke Verordening
AXL
Aeronextlife
BA
Business Aviation
BAG
Basisregistratie Adressen en Gebouwen
Bbl
Besluit burgerluchthavens
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
CDA
Continuous Descent Approach
CRJ
Corporate and Regional Jet
CD
Diffusiecorrectie
C2C
Cradle to Cradle
dB
Decibel, eenheid van geluid
dB(A)
A-gewogen decibel
EHS
Ecologische hoofdstructuur
EOL
End of Life
FAA
Federal Aviation Administration
GA
General Aviation
GES
Gezondheidskundige Evaluatie Schiphol
GPP
Geluidsproductieplafonds
ha
Hectare
HTSM
High Tech Systems and Materials
ICAO
International Civil Aviation Organization
IFR
Instrument Flight Rules
ILS
Instrument Landing System
Ke
Kosteneenheid
kN
Kilonewton, eenheid voor (stuw)kracht
LCC
Low Cost Carrier
LAmax
Level A-gewogen, maximaal (maximaal geluidsniveau)
Lden
Level day-evening-night
Letmaal
Level etmaal (inclusief een toeslag)
Li
Level invallend geluid (zonder meteo correctie)
Lnight
Level night
L24
Level etmaal (zonder een toeslag)
Lcum
Level cumulatieve geluidsbelasting
m.e.r.
Milieueffectrapportage (de procedure)
MER
Milieueffectrapport
MM
Met meteotoeslag
MRO
Maintenance, Repair and Overhaul
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
MTG
Maximaal toegestane geluidsbelasting
NLR
Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum
NRD
Notitie reikwijdte en detailniveau
PAB
Projectafwijkingsbesluit
Rbl
Regeling burgerluchthavens
RBML
Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens
RD
Rijksdriehoek
RMG2012
Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (Wet geluidhinder)
RMV
Reken- en meetvoorschrift
RNAV
Area Navigation
TecBT
Technology Base Twente
TNO
Nederlandse organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek
TSC
Twente Safety Campus
VFR
Visual Flight Rules
VKA
Voorkeursalternatief
VMC
Visual Meteorological Conditions
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Wgh
Wet geluidhinder
Wm
Wet milieubeheer
ZM
Zonder meteotoeslag
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
Verklarende woordenlijst Autonome ontwikkelingen Op zichzelf staande ontwikkelingen die plaatsvinden zonder dat de voorgenomen activiteit wordt uitgevoerd. Beperkingengebied In het kader van de geluidsbelasting en de veiligheid is het een gebied waarbinnen beperkingen noodzakelijk zijn ten aanzien van de bestemming of het gebruik van de grond omdat het in de nabijheid van een luchthaven is gelegen. Circuit Vast vliegpatroon dat vliegtuigen volgen binnen het circuitgebied. Continuous Descent Approach Naderingsprocedure waarbij het vliegtuig een zodanig gekozen verticaal profiel (flapsettings, motorvermogen) vliegt waarbij de geluidsbelasting op grotere afstand van de luchthaven zoveel mogelijk wordt gereduceerd. C2C/EOL-bedrijven Bedrijven die op een duurzame manier vliegtuigen ontmantelen die aan het einde van hun economische levensduur zijn. dB(A) Maat voor het geluidsdrukniveau waarbij een frequentie-afhankelijke correctie wordt toegepast voor de gevoeligheid van het menselijke oor. Ernstig gehinderden Overmatig geluid binnen de woonomgeving kan leiden tot ongewenste effecten zoals stress, concentratieproblemen en vermoeidheid. Deze effecten worden aangeduid met geluidshinder. Ernstig gehinderden zijn bewoners van geluidsbelaste woningen van wie men verwacht dat ze bij een veldonderzoek zouden aangeven dat ze overdag ernstig gehinderd zijn door geluid.
Het aantal ernstig gehinderden binnen een bepaald gebied kan worden bepaald met behulp van de dosis-effectrelaties. Ernstig slaapverstoorden Overmatig geluid binnen de woonomgeving kan leiden tot ongewenste effecten zoals stress, concentratieproblemen en vermoeidheid. Deze effecten worden aangeduid met geluidshinder. Ernstig slaapverstoorden zijn bewoners van geluidsbelaste woningen van wie men verwacht dat ze bij een veldonderzoek zouden aangeven dat ze ’s nachts ernstig gehinderd zijn door geluid. Het aantal ernstig gehinderden binnen een bepaald gebied kan worden bepaald met behulp van de dosis-effectrelaties.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
Geluidscontour Een lijn die punten verbindt waarvoor eenzelfde waarde van geluidsbelasting geldt. Geluidsgevoelig gebouw Gedefinieerd
in
het
Besluit
burgerluchthavens
als
een
gebouw
met
een
onderwijs-
of
gezondheidszorgfunctie. Groot verkeer Vliegtuigen (exclusief helikopters) met een maximale startmassa (spreektaal: maximaal startgewicht) van zesduizend kilogram en meer. Handhavingspunt Locatie waar de geluidsbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer niet hoger mag zijn dan de in het luchthavenbesluit vastgestelde waarde. Helikopterbeweging Een start of een landing van een helikopter. Een vlucht bestaat dus uit tenminste twee helikopterbewegingen. AMM/HTSM-bedrijven Bedrijven die gericht zijn op het vervaardigen van producten voor de luchtvaart met behulp van nieuwe materialen en productiemethoden. ICAO-A startprocedure Startprocedure
waarbij
het
vliegtuig
een
zodanig
gekozen
verticaal
profiel
(flapsettings,
motorvermogen) vliegt dat de geluidsbelasting dichtbij de luchthaven zoveel mogelijk reduceert. IFR-routes Routes waarvan alleen gebruik mag worden gemaakt als het vliegtuig of de helikopter bepaalde (navigatie)instrumenten aan boord heeft waarmee de routes nauwkeurig kunnen worden gevolgd. Klein verkeer Vliegtuigen met een maximale startmassa (spreektaal: maximaal startgewicht) van minder dan zesduizend kilogram. LAmax Maat waarmee de piek van het geluidsniveau wordt aangegeven in dB(A). De LAmax geeft het maximum aan van één passage. Meerdere gelijke passages geven hetzelfde maximum. Lden Maat waarmee de geluidsbelasting (door onder andere de luchtvaart) wordt uitgedrukt in de eenheid dB(A). In de berekening van de jaargemiddelde geluidsbelasting voor het etmaal, de Ldengeluidsbelasting, worden alle vliegtuig- en helikopterbewegingen in het jaar meegenomen. Daarbij
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
vindt een weging plaats voor het tijdstip van de vliegtuig- en helikopterbeweging, gewogen naar de periode van de dag: overdag (07.00-19.00 uur), de avond (19.00-23.00 uur) en de nacht (23.0007.00 uur). Lnight Maat waarmee de geluidsbelasting (door onder andere de luchtvaart) voor de periode tussen 23.0007.00 uur wordt uitgedrukt in de eenheid dB(A). In de berekening van de jaargemiddelde geluidsbelasting voor de nachtperiode, de Lnight-geluidsbelasting, worden alleen de vliegtuig- en helikopterbewegingen tussen 23.00-07.00 uur meegenomen zonder dat daarbij een weegfactor wordt toegepast. Luchthavenbesluit In het luchthavenbesluit worden het luchthavengebied, de grenswaarden, het beperkingengebied vanwege geluid, externe veiligheid en vliegveiligheid en eventuele nadere regels vastgesteld. Luchthavengebied De Wet luchtvaart definieert het luchthavengebied als “het gebied dat bestemd is voor gebruik als luchthaven”. Hierbinnen liggen de start- en landingsbaan, de taxibanen en de verdere inrichting van de luchthaven. Maatschappelijk verkeer Vluchten ten behoeve van spoedeisende hulpverlening of politietaken. Meteotoeslag Extra vliegtuig- en helikopterbewegingen die worden meegenomen in de geluidsberekening omdat er in de praktijk een variatie in baangebruik zal bestaan door afwijkingen van de gemiddelde weersomstandigheden.
Meestal bedraagt de meteotoeslag 20% van het totale aantal vliegtuig- en helikopterbewegingen. Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden met als doel om deze beter te verbinden met elkaar en met het omringende agrarische gebied. Nominale route De te volgen vliegroute voor een start, een landing of een circuit en die is opgenomen in het AIP. RD-coördinaten De coördinaten in het geodetisch coördinatensysteem die worden gebruikt in geografische aanduidingen en bestanden. De oorsprong van dit systeem is de spits van de Onze Lieve Vrouwetoren in Amersfoort.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
Reverse thrust Het omkeren van de uitlaat van de straalmotor met als gevolg dat het vliegtuig afremt. RNAV-routes RNAV (Area Navigation) is een manier van navigeren waarbij op GPS-coördinaten wordt gevlogen en waarbij het niet noodzakelijk is om van baken (bijvoorbeeld een VOR of een NDB) naar baken te vliegen. Op deze manier kan ieder gewenst vliegpad worden gevolgd. RNAV-routes kunnen alleen worden gevlogen als het vliegtuig specifieke navigatieapparatuur aan boord heeft die het mogelijk maakt om zeer nauwkeurig langs een route te vliegen. Spreiding of spreidingsgebied Het gebied dat de horizontale spreiding weergeeft rondom een nominale route. TecBT De ontwikkeling van het terrein van de voormalige luchtmachtbasis tot een ontwikkel-, demonstratieen productiezone op het gebied van AMM/HTSM om zo de economie en de werkgelegenheid in de regio te stimuleren. VFR-routes Routes die worden gebruikt door vliegverkeer dat “op zicht” (zonder het gebruik van specifieke navigatieapparatuur) vliegt. De vliegtuigen en helikopters die deze routes volgen, kunnen alleen bij daglicht en onder goede meteorologische condities opereren. Vliegtuigbeweging Een start of een landing van een vliegtuig. Een vlucht bestaat dus uit tenminste twee vliegtuigbewegingen.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
Inhoudsopgave
1
Inleiding................................................................................................................. 16
2
Referentiesituatie, voorgenomen activiteit en voorkeursalternatief ....................... 18 2.1
Referentiesituatie ...................................................................................................... 18
2.1.1
Huidige situatie ................................................................................................. 18
2.1.2
Autonome ontwikkelingen ................................................................................... 19
2.2
Voorgenomen activiteit .............................................................................................. 20
2.3
Voorkeursalternatief .................................................................................................. 21
3
Wettelijk kader en beleid ....................................................................................... 24 3.1
Wetten en regelgeving ............................................................................................... 24
3.1.1
Luchtvaartgeluid: Wet luchtvaart ......................................................................... 24
3.1.2
Wegverkeersgeluid: Wet geluidhinder .................................................................. 24
3.1.3
Spoorweggeluid ................................................................................................. 25
3.1.4
Industriegeluid .................................................................................................. 25
3.1.5
Cumulatie ......................................................................................................... 32
4
Rekenmethoden en uitgangspunten ....................................................................... 33 4.1
Luchtvaart ................................................................................................................ 33
4.2
Wegverkeer .............................................................................................................. 34
4.3
Spoorwegverkeer ...................................................................................................... 34
4.4
Industrie .................................................................................................................. 34
4.5
Cumulatie................................................................................................................. 35
4.6
Dosis-effectrelaties .................................................................................................... 36
5
Invoergegevens ..................................................................................................... 40 5.1
Studiegebied ............................................................................................................ 40
5.2
Luchtvaart ................................................................................................................ 41
5.2.1
Start- en landingsbaan, helikopterplaatsen en de zweefvliegstrip ............................. 41
5.2.2
Baangebruik...................................................................................................... 43
5.2.3
Routes ............................................................................................................. 43
5.2.4
Samenstelling vliegverkeer ................................................................................. 44
5.2.5
Wegverkeer ...................................................................................................... 45
5.2.6
Spoorwegverkeer............................................................................................... 46
5.2.7
Industrie .......................................................................................................... 47
5.3 6
Overig ..................................................................................................................... 50 Resultaten .............................................................................................................. 54
6.1
Luchtvaart ................................................................................................................ 54
6.1.1
Lden-berekeningen .............................................................................................. 54
6.1.2
Lnight-berekeningen .......................................................................................... 63
6.1.3
LAmax ................................................................................................................ 67
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
6.2
Wegverkeer .............................................................................................................. 71
6.3
Spoor ...................................................................................................................... 72
6.4
Industrie .................................................................................................................. 73
6.5
Cumulatie................................................................................................................. 78
6.5.1
Indicatorwaarden binnen de gecumuleerde geluidsbelastingscontour van 55 dB(A) Lcum 78
7
6.5.2
Analyse gecumuleerde geluidsbelastingen voorkeursalternatief ............................... 81
6.5.3
Situatie ten noorden van het luchthavengebied ..................................................... 84
6.5.4
Situatie ten oosten van het plangebied ................................................................. 84
6.5.5
Situatie ten zuiden van het plangebied ................................................................. 85
6.5.6
Situatie ten westen van het plangebied ................................................................ 85
6.5.7
Conclusie .......................................................................................................... 86
Conclusie ................................................................................................................ 87
Referenties ........................................................................................................................ 91 Bijlage A Berekeningsnummers van de geluidsberekeningen ............................................ 93 Bijlage B Invoergegevens luchtvaart ................................................................................. 94 Bijlage C Vliegroutes........................................................................................................ 100 Bijlage D Grondgeluid ...................................................................................................... 110 Bijlage E Invoergegevens wegverkeer ............................................................................. 112 E.1 Invoergegevens wegverkeer ........................................................................................ 112 Bijlage F Invoergegevens spoorwegverkeer .................................................................... 113 F.1 Invoergegevens spoorwegverkeer................................................................................. 113 Bijlage G Invoergegevens industrie ................................................................................. 116 G.1 Milieucategorie en bronvermogen .................................................................................
116 G.2 Geluidsspectrum ........................................................................................................ 117 G.3 Verdeling milieucategorie over de deelgebieden ............................................................. 117 G.4 Huidige situatie (2015) ............................................................................................... 119 G.5 Autonome ontwikkeling ............................................................................................... 120 G.6 Campusinrichting ....................................................................................................... 121 G.7 Hoogwaardig verdicht ................................................................................................. 122 G.8 Campusplusinrichting met proefdraaiplaats en scherm .................................................... 123 G.9 Campusplusinrichting zonder bedrijven op gebied gemeente Dinkelland ............................ 126 G.10 Proefdraaien ............................................................................................................ 128 G.11 Toegepaste instellingen berekeningen Geomilieu voor industrielawaai ............................. 128 Bijlage H Detailresultaten industriegeluid .......................................................................
131 H.1 Overzicht opgenomen resultaten .................................................................................. 131 H.2 Geluidscontouren ....................................................................................................... 132
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
H.3 Tabellen met gegevens in toetspunten .......................................................................... 142 Bijlage I Proefdraaien: uitgangspunten en geluidsberekeningen ......................................... 1 I.1 Typen ............................................................................................................................ 1 I.2 Een proefdraaibeurt......................................................................................................... 1 I.3 Aantal proefdraaibeurten ................................................................................................. 2 I.4 Bedrijfstijden .................................................................................................................. 2 I.5 Locatie bedrijven en proefdraaien ..................................................................................... 2 I.6 De lokatie proefdraaien en de afscherming. ........................................................................ 5 I.7 Details bronvermogens .................................................................................................... 6 Bijlage J Bijzondere evenementen ....................................................................................... 9 J.1 Samenvatting .................................................................................................................
9 J.2 Toetsingskader gemeentelijk geluidsbeleid ......................................................................... 9 J.2.1 dB en dB(A) ter referentie ........................................................................................... 10 J.2.2 Bijzondere evenementennormen ten opzichte van de zonenormen ................................... 12 J.3 Evenementen ............................................................................................................... 12 J.4 Openlucht house-evenement, De Strip............................................................................. 13 J.4.1 Berekening ................................................................................................................ 13 7.1
J.4.2 Resultaten ........................................................................................................ 14
J.5 Evenement in Hangar 11 ............................................................................................... 14 7.2
J.5.1 Berekening ....................................................................................................... 14
7.3
J.5.2 Resultaten ........................................................................................................ 15
J.6 Conclusies.................................................................................................................... 15 J.7 Bijlage, detailresultaten. ................................................................................................ 17 7.4
J.7.1 Tabellen ........................................................................................................... 17
7.5
J.7.2 Figuren met geluidsbelastingen ........................................................................... 23
J.8 Bijlage: specificaties invoer ............................................................................................ 26 7.6
J.8.1 Brondefinitie house-evenement ........................................................................... 26
7.7
J.8.2 Bronvermogen Hangar 11 ................................................................................... 28
Bijlage K Gecumuleerde geluidsbelastingen ...................................................................... 29 K.1 Gecumuleerde geluidsbelastingen per variant .................................................................. 29 K.2 Gecumuleerde geluidsbelastingen (verschillen en deelbijdragen) ........................................ 34 K.3 Gecumuleerde geluidsbelastingen woningen in gemeente Dinkelland .................................. 45 Bijlage L Indirecte hinder .................................................................................................... 2 L.1 Representatieve situatie ontsluiting en parkeren ................................................................. 2 7.8
L.1.1 Reguliere evenementen ....................................................................................... 2
7.9
L.1.2 Bijzondere evenementen ...................................................................................... 3
L.2 Verdeling van het verkeer ................................................................................................ 3 L.3 Verdeling van de aantallen naar de ontsluitende wegen ....................................................... 4 L.4 Verkeersomvang ............................................................................................................ 5 L.4.1 Regulier verkeer ....................................................................................................... 5
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
L.4.2 Reguliere evenementen ............................................................................................. 6 L.4.3 Bijzondere evenementen ............................................................................................ 8 L.5 Berekeningsmethode..................................................................................................... 11 L.6 Toetsingskader ............................................................................................................. 11 L.7 Resultaten ................................................................................................................... 12 7.10
L.7.1 Resultaten reguliere hinder ............................................................................. 12
7.11
L.7.2 Resultaten Bijzondere evenementen ................................................................ 13
L.7.3 Aantallen overschrijdingen voorkeurswaarde en grenswaarde .......................................... 14 L.8 Geluidsreducerende maatregelen .................................................................................... 15 L.9 Conclusie ..................................................................................................................... 15 L.10 Resultaten ................................................................................................................. 17 7.12
L.10.1 Resultaattabellen regulier gebruik en reguliere evenementen ............................ 17
L.11 Resultaattabellen bijzondere evenementen..................................................................... 22 Bijlage M Zonevoorstel voor de zone noord en de zone midden ......................................... 27
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016
Samenvatting Dit deelrapport geluid is onderdeel van het MER gebiedsontwikkeling luchthaven Twente en beschrijft de geluidseffecten als gevolg van de huidige situatie, de referentiesituatie, de minimale invulling, de maximale invulling en het voorkeursalternatief. De effecten worden inzichtelijk gemaakt voor het zichtjaar 2026. Het geluid ten gevolge van luchtvaart, wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie is bepaald. Tevens is een berekening uitgevoerd waarin het geluid van de verschillende bronnen is gecumuleerd. Luchtvaartgeluid De huidige situatie is gelijk aan 2011 verondersteld omdat de vliegfunctie sindsdien niet verder is ontwikkeld. De situatie als in 2011 geeft contouren die binnen het luchthavengebied blijven en daarom liggen er geen woningen binnen de contouren. Voor de referentiesituatie, de situatie in 2026 inclusief alle autonome ontwikkelingen in de omgeving van de luchthaven, is de vliegfunctie gelijk aan de huidige situatie. De 56 dB(A) en de 70 dB(A) Lden-contouren van zowel de startvariant als van de trendvariant zijn binnen het luchthavengebied gelegen. De 48 dB(A) Lden-contour van de startvariant valt bijna geheel binnen het luchthavengebied terwijl deze geluidscontour bij de trendvariant zich buiten het luchthavengebied uitstrekt. Ook de geluidsbelasting in Lnight valt tot 40 dB(A) vrijwel binnen de grenzen van het luchthavengebied.
Ten opzichte van de in de eerdere onderzoeken (PlanMER 2009) bepaalde 56 dB(A) Lden-contouren van voorkeursalternatieven met een oppervlakte van circa 8 km2, inclusief bufferzone 10,6 km2, zijn de oppervlakten van de start- en trendvariant aanzienlijk afgenomen. Het verschil met de vigerende Ke-contour van de voormalige militaire luchtmachtbasis is nog groter (figuur 1). Binnen de wettelijk relevante 48 dB(A) en 56 dB(A) Lden-contouren liggen alleen woningen binnen de 48 dB(A) Lden-contour van de trendvariant (3 woningen). Aangezien de plangebieden van de nieuwbouwprojecten niet binnen de berekende 48 dB(A), de 56 dB(A) en de 70 dB(A) Lden-contouren vallen, bevatten de woningtellingen alleen bestaande woningen en geen geprojecteerde woningen.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 11
Figuur 1 Vergelijking van de 48 dB(A) en de 56 dB(A) Lden-contouren van de geluidsbelasting door luchtvaart voor de startvariant en de trendvariant vergeleken met het luchthavengebied, de (militaire) vergunde 35 Ke-contour en de 56 dB(A) Lden-contour uit het PlanMER 2009 (8 km2-contour) evenals de 56 dB(A) Lden-contour inclusief buffer uit het PlanMER 2009 (10,6 km2-contour).
Wegverkeersgeluid De ontwikkeling van het plangebied Noord en het plangebied Midden brengt een verkeersaantrekkende werking met zich mee waardoor een toename van verkeersbewegingen over de weg plaatsvindt en lokaal een toename van de geluidsbelasting. Dit is met name zichtbaar indien de trendvariant vergeleken wordt met de referentiesituatie.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 12
Spoorweggeluid Voor het spoorwegverkeer is voor de huidige situatie, de referentiesituatie, de startvariant en de trendvariant dezelfde
bijdrage
meegenomen.
De
plannen
binnen
het
plangebied
hebben geen
effect op
de
spoorwegverkeersintensiteiten. Industriegeluid Voor de huidige situatie, de referentiesituatie en voor de minimale invulling, de maximale invulling en het voorkeursalternatief voor het plangebied is de Letmaal-contour berekend. Bij de minimale invulling hoort de campusinrichting, bij de maximale invulling de hoogwaardig verdichte inrichting en bij het voorkeursalternatief hoort de campusplusinrichting. Er zijn contouren berekend en de geluidsbelastingen op de gevels van de woningen rond het plangebied zijn bepaald. Binnen het plangebied worden twee industriezones ontwikkeld, de zones noord en midden, en een bedrijventerrein, het terrein Deventerpoort. Belangrijk in de interpretatie van de resultaten is dat de resultaten worstcaseresultaten betreffen. In de berekeningen is aangenomen dat de bedrijvigheid vooral langs de randen van de beoogde bedrijventerreinen wordt ontwikkeld en zijn afschermingen in de vorm van gebouwen en beplantingen niet meegenomen. Uit de berekeningen volgt dat in de hoogwaardig verdichte inrichting er 23 woningen met een geluidsbelasting van meer dan de toetswaarde rond industriezones van 50 dB(A) worden belast. Tevens is de geluidsbelasting op de noordoostzijde van het plan Fokkerweg hoger dan 50 dB(A). Op basis van de het oppervlak binnen de 50,5 dB(A) contour binnen het plan betreft dit naar verwachting circa 3 van de 11 woningen. Voor
zowel
de
campusinrichting
als
de
campusplusinrichting
voldoen
alle
woningen
aan
de
voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voor woningen rond een industriezone. De hoogste geluidsbelasting op de woningen rond de zones is in de campusinrichting 50 dB(A) en in de hoogwaardig verdichte inrichting 55 dB(A). Voor de bedrijven op het bedrijventerrein Deventerpoort zijn de richtwaarden buitengebied uit de Geluidnota Enschede van toepassing. Deze richtwaarde van 45 dB(A) geldt voor individuele bedrijven die zich in het bedrijvenpark willen vestigen. Teneinde de belasting op de omliggende geluidsgevoelige bestemmingen te bewaken dienen de bedrijven van een zekere milieucategorie zich op minimaal de afstanden te bevinden die zijn opgenomen (voor het aspect geluid) in de VNG-brochure “bedrijven en milieuzonering”. Dit is het geval. Uitgaande van een afgeronde geluidsbelasting op de rand van de zone van 50 dB(A) Letmaal zijn op basis van de resultaten voor de campusplusininrichting van het voorkeursalternatief voor de zone noord en de zone midden twee zonevoorstellen aangemaakt op basis van de 50,5 dB(A) Letmaal-contouren van deze berekeningen. Deze zonevoorstellen zijn in opgenomen in Bijlage M.
Aanvullend op de Letmaal-berekeningen zijn voor de campusinrichting, de hoogwaardig verdichte inrichting en de campusplusinrichting de te verwachten maximale geluidsniveaus of piekgeluidsniveaus LAmax rond het plangebied berekend. De maximale geluidsbelastingen overschrijden nergens de toegepaste grenswaarden van 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag, de avond en de nacht.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 13
Cumulatie Voor de huidige situatie, de referentiesituatie, de minimale invulling, de maximale invulling en het voorkeursalternatief is de geluidscumulatie in een gebied van 10x10 kilometer rondom het luchthavengebied bepaald. Bij het cumuleren van geluid zijn alle geluidsbronnen meegenomen. Opgemerkt wordt dat voor de berekening van de aantallen ernstig gehinderden uit gecumuleerde geluidsbelastingen geen voorgeschreven methode en normen beschikbaar zijn. De resultaten van de cumulatie moeten derhalve als informatief en indicatief worden beschouwd. Tabel 1 geeft de resultaten van de gecumuleerde geluidsbelasting ten gevolge van alle geluidsbronnen weer in vergelijking met de referentiesituatie. De percentages in de tabel laten de toename zien ten opzichte van de referentiesituatie. De huidige situatie laat een lichte afname zien van de verschillende aspecten omdat de autonome ontwikkelingen nog niet zijn gerealiseerd. De minimale en de maximale invulling tonen een beperkte toename van het aantal bestaande woningen, bewoners en ernstig gehinderden in vergelijking tot de referentiesituatie. Het voorkeursalternatief laat een sterkere toename zien dan de minimale invulling, maar een minder sterke toename is zichtbaar in vergelijking met de maximale invulling. Tabel 1
Resultaten van de gecumuleerde geluidsbelasting ten opzichte van de referentiesituatie en binnen de 55 dB(A) L cum-
contouren.
Referentie
Huidige situatie
Minimale
Maximale
invulling
invulling
VKA
Oppervlakte contour
37,80
37,60 (-0,5%)
43,70 (+15,6%)
46,50 (+23,0%)
45,40 (20,1%)
21.069
20.530 (-2,6%)
21.487 (+2,0%)
22.409 (+6,4%)
21.652 (2,8%)
42.019
40.869 (-2,7%)
42.736 (+1,7%)
44.884 (+6,8%)
43.057 (2,5%)
3.362
3.270 (-2,7%)
3.419 (+1,7%)
3.591 (+6,8%)
3.445 (2,5%)
438
434 (-0,9%)
438 (0%)
440 (+0,5%)
439 (0,2%)
[km ] 2
Bestaande woningen Bewoners Ernstig gehinderden Geluidsgevoelige objecten
Indien er voor het vookeursalternatief naast de gecumuleerde geluidsbelasting gekeken wordt naar de gevelbelastingen waarmee de gecumuleerde geluidsbelasting gepaard gaat, dan geldt dat met uitzondering van enkele woningen in de knik van de Snellenweg en de Vliegveldweg dat in het geval dat de gecumuleerde geluidsbelasting boven de 60 dB(A) Lcum ligt er minstens één gevel voldoet aan het geluidsluwe gevelcriterium. Het 60 dB(A) criterium is afkomstig uit de geluidsnota van de gemeente Enschede en het is de waarde waarvoor de gemeente de gecumuleerde geluidsbelasting in ieder geval als aanvaardbaar beoordeelt. Conclusie Aangezien de trendvariant voor het zichtjaar 2026 onderdeel uitmaakt van het voorkeursalternatief wordt deze overgenomen in het luchthavenbesluit, en zullen voor deze variant de geluidseffecten zijn zoals bepaald
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 14
in dit onderzoek. De 56 dB(A) Lden-contour ten gevolge van de luchtvaart moet worden opgenomen in het luchthavenbesluit als beperkingengebied waarbinnen geen nieuwbouw van woningen is toegestaan. Het bevoegd gezag moet een afweging maken over de ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied tussen de 48 dB(A) en 56 dB(A) Lden-contouren. De voorgenomen activiteit geeft zowel voor luchtvaart-, wegverkeer- als industriegeluid een toename ten opzichte van de referentiesituatie. Het spoorweggeluid zal naar verwachting gelijk blijven. De voor het luchthavenbesluit relevante 56 dB(A) Lden-contouren van de luchtvaart vallen binnen het luchthavengebied, de 48 dB(A) Lden-contouren komen beperkt daarbuiten. Alleen binnen de 48 dB(A) Lden-contour van de trendvariant liggen enkele woningen. Er is een afname in luchtvaartgeluid ten opzichte van voorgaande plannen en de vigerende Ke-contour. Voor de hoogwaardig verdichte inrichting wordt voor 23 geluidsgevoelige bestemmingen plus een onbekend aantal geprojecteerde woningen gelegen in het plan Fokkerweg de toetswaarde overschreden. Voor de campusinrichting en de campusplusinrichting inclusief proefdraaien en afscherming is dat niet het geval. De LAmax geluidsbelastingen overschrijden nergens de toegepaste grenswaarden van 70 dB(A), 65 dB(A) en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag, de avond en de nacht.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 15
1
Inleiding
Door het beëindigen van de functie van militaire luchtmachtbasis Twenthe in januari 2008 is een gebied in het hart van het stedelijke gebied van Twente ter beschikking gekomen voor nieuwe functies. Tot halverwege 2014 was het doel om van de voormalige luchtmachtbasis een commerciële burgerluchthaven te maken, maar deze ontwikkeling is stopgezet omdat deze niet haalbaar bleek binnen de gestelde politieke kaders en afspraken. Op verzoek van de Provinciale Staten van Overijssel en gesteund door de gemeenteraad van Enschede is een onafhankelijke adviescommissie in het leven geroepen die de kansen voor een duurzaam economisch sterker Twente en de rol van de voormalige luchthaven Twente daarbij heeft onderzocht. Deze commissie onder leiding van Bernhard Wientjes (hierna: Commissie Wientjes) heeft in oktober 2014 advies uitgebracht over de ontwikkeling van het luchthavengebied. De Commissie Wientjes adviseert aansluiting te zoeken bij het topsectorenbeleid door binnen de regionale economie een sterke focus te leggen op Advanced Materials and Manufacturing (AMM) als onderdeel van High Tech Systems and Materials (HTSM) (hierna integraal genoemd: AMM/HTSM). Dit met het doel een economisch sterker en duurzamer Twente te realiseren.
Kern is dat de voormalige militaire luchtmachtbasis zich moet kunnen ontwikkelen tot Technology Base Twente (TecBT), een iconische internationale ontwikkel-, demonstratie- en productiezone voor AMM. Het gebruik van de start- en landingsbaan moet op een logische manier inhaken bij de gebiedsontwikkeling en een toevoeging voor de vestigingsfactor voor Twente zijn. Voor het middengebied blijven de ontwikkelingen tot natuurgebied bestaan en zijn de Werkparken aangewezen voor evenementen, leisure en (innovatieve) bedrijvigheid. De adviezen van de Commissie Wientjes zijn door de Enschedese gemeenteraad en door Provinciale Staten van de provincie Overijssel onderschreven. Om de gebiedsontwikkeling luchthaven Twente te kunnen realiseren, zijn diverse besluiten noodzakelijk. De ontwikkelingen worden vastgelegd in visies, ruimtelijke plannen en besluiten. De structuurvisies van de provincie Overijssel en de gemeenten Enschede en Dinkelland moeten worden aangepast op basis van de gewenste ontwikkelingen voor de gebiedsontwikkeling van luchthaven Twente. Tevens zal er op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenbesluit moeten worden aangevraagd om de vliegfunctie
te kunnen behouden. Dit luchthavenbesluit zal moeten worden
overgenomen in de
bestemmingsplannen en de omgevingsplannen. Ten behoeve van de gebiedsontwikkeling luchthaven Twente zal een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden uitgevoerd. Voorliggend rapport is het deelonderzoek geluid voor deze m.e.r. Met behulp van dit onderzoek van de geluidseffecten rondom het plangebied dat bestaat uit de deelgebieden plangebied Noord en plangebied Midden, wordt inzichtelijk gemaakt welke milieueffecten de ontwikkeling van TecBT met zich mee zouden kunnen brengen, zodat dit in overweging kan worden genomen bij het nemen van het luchthavenbesluit en de andere (ruimtelijke) besluiten die nodig zijn. Hierbij wordt gekeken naar alle relevante geluidsbronnen zoals luchtverkeer, spoorwegverkeer, wegverkeer en industrie. Verder is een berekening uitgevoerd waarin het geluid van deze bronnen is gecumuleerd.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 16
Om de milieueffecten van de voorgenomen activiteit te kunnen beoordelen, zijn deze afgezet tegen een referentie. De referentiesituatie is de situatie in 2026 waarin rekening wordt gehouden met alle autonome ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied die tussen 2014 en 2026 plaatsvinden maar zonder doorgang van de voorgenomen activiteit. De geluidseffecten van twee varianten worden in kaart gebracht: de minimale invulling en de maximale invulling. Ze verschillen zowel in aantallen vliegtuig- en helikopterbewegingen als in de inrichting van de bedrijvenclusters. Op basis van de resultaten van de berekeningen van de minimale invulling en de maximale invulling is een voorkeursalternatief gedefinieerd. Daarvan zijn de milieueffecten in kaart gebracht. Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de referentiesituatie, de voorgenomen activiteit en het voorkeursalternatief beschreven. Het wettelijk kader en beleid op het gebied van geluid zijn uiteengezet in hoofdstuk 3. De gebruikte rekenmethoden en de uitgangspunten zijn omschreven in hoofdstuk 4 en in hoofdstuk 5 zijn de invoergegevens gegeven. De resultaten van de berekeningen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 6. Ten slotte eindigt dit rapport met de conclusies in hoofdstuk 7. In de bijlagen A tot en met J zijn details ten aanzien van de invoergegevens van de berekeningen en de resultaten opgenomen.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 17
2
Referentiesituatie, voorgenomen activiteit en voorkeursalternatief
Het doel van dit MER is om de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen activiteit van de gebiedsontwikkeling van luchthaven Twente inzichtelijk te maken, zodat dit meegenomen kan worden in de overwegingen bij het nemen van het luchthavenbesluit en de diverse visies, plannen en ruimtelijke besluiten die aan dit MER gekoppeld zijn. Het plangebied van de gebiedsontwikkeling van luchthaven Twente is weergegeven in figuur 2 en bestaat uit twee deelgebieden: Het plangebied Noord welke bestaat uit de volgende deelgebieden: Het luchthavengebied1; Het bedrijvencluster van de AMM/HTSM-sector; De ontsluitingsweg op de N737; Twente Safety Campus. Het plangebied Midden welke bestaat uit de volgende deelgebieden: De natuurgebieden ten zuidoosten van de start- en landingsbaan die zijn ingericht als natuur in aansluiting op Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); De werkparken De Strip en Oostkamp (ontwikkeling tot evenementenlocatie) en Deventerpoort (herstructurering van het bestaande bedrijvencluster met als gevolg ruimte voor nieuwe bedrijven). Om de milieueffecten van de voorgenomen activiteit te kunnen beoordelen is deze afgezet tegen de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie plus de autonome ontwikkelingen in de omgeving van de luchthaven die tussen 2014 en 2026 plaatsvinden.
Dit houdt in dat de voorgenomen activiteit wordt vergeleken met de toekomstige ontwikkeling van het milieu in 2026 zonder dat de voorgenomen activiteit wordt gerealiseerd. Onderstaande paragrafen beschrijven beknopt de referentiesituatie, de voorgenomen activiteit en het voorkeursalternatief voor zover deze relevant zijn voor het geluidsonderzoek. Voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar het hoofdrapport van de m.e.r. (ref. 1). 2.1
Referentiesituatie
Zoals eerder is beschreven bestaat de referentiesituatie uit de huidige situatie plus de autonome ontwikkelingen. 2.1.1
Huidige situatie
In de huidige situatie bestaat het plangebied Noord uit het terrein van de voormalige militaire luchtmachtbasis waarbinnen het luchthavengebied is gelegen, Twente Safety Campus (TSC) en het C2C/EOL-bedrijf AeroNextLife (AXL). Wat betreft Twente Safety Campus is er in de huidige situatie sprake van een groter oppervlak dat minder intensief in gebruik is in vergelijking tot de toekomstige situatie van TSC binnen de voorgenomen activiteit.
1
De definitieve begrenzing van het luchthavengebied wordt in het luchthavenbesluit vastgelegd.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 18
Het plangebied Midden bestaat uit de inmiddels ontwikkelde natuur in aansluiting op het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast bevinden zich in dit deel van het plangebied de werkparken Van Eck (economische kansenzone De Strip, Oostkamp en het deels verharde terrein ten noorden van de oude terminal binnen Deventerpoort) en Deventerpoort, een gebied van circa 59 ha groot. Wat betreft het vliegverkeer wordt verondersteld dat de vliegactiviteiten in de huidige situatie dezelfde omvang hebben als in het jaar 2011, waarin Enschede Airport Twente officieel werd gesloten voor vliegverkeer met uitzondering van lokale gebruikers bestaande uit een motorvliegclub, een zweefvliegclub en een modelvliegclub. In dat jaar hebben ongeveer 2.500 bewegingen plaatsgevonden uit het segment klein verkeer. Voor de verdeling over het etmaal is aangenomen dat 90% van de vluchten in de dagperiode plaatsvond en 10% in de avondperiode. De verdeling tussen starts en landingen en circuits is gelijk gehouden aan de verdeling als in het PlanMER 2009 (ref. 2). De verkeersgegevens voor de huidige situatie zijn samengevat in tabel 2. Tabel 2
Verkeersgegevens luchtvaart van het jaar 2011.
Aantal bewegingen
2.500
Geluidscategorie
003
Verkeersverdeling
45% starts en landingen, 55% circuitbewegingen
Etmaalverdeling van bewegingen
90% overdag, 10% in de avond
2.1.2
Autonome ontwikkelingen
De autonome ontwikkelingen die worden meegenomen zijn de volgende: Infrastructurele maatregelen De rotonde verbindingsweg N737 (Vliegveldstraat) (PAB); De uitbreiding van het noordelijk kruispunt aansluiting 31 rijksweg A1; De uitbreiding van het kruispunt N342/N737 (Frans op den Bult); Opheffen van de gelijkvloerse spoorwegkruising N737. De ontwikkeling van Twente Safety Campus welke bestaat uit een verplaatsing en een verdichting van de activiteiten van de huidige locaties ten noorden van de start- en landingsbaan naar een driehoekig gebied aan de noordwestzijde van de start- en landingsbaan. AeroNextLife (AXL): Crade-to-Cradle of End-of-Life (C2C/EOL)-bedrijven welke op een duurzame manier vliegtuigen ontmantelen door onderdelen voor hergebruik geschikt te maken en niet-herbruikbare componenten in hun oorspronkelijke materialen terug te brengen. Woningbouw op de locaties Fokkerweg, Overmaat, Prins Bernhardpark en ’t Vaneker. De ontwikkelde natuurgebieden ten zuidoosten van de start- en landingsbaan als natuur in aansluiting op Natuurnetwerk Nederland. Hangar 112 binnen werkpark Oostkamp in het plangebied Midden (de activiteiten die zijn vastgelegd in een projectafwijkingsbesluit (PAB)/omgevingsvergunning). Wat betreft de luchtvaart zijn er geen autonome ontwikkelingen. Er wordt verondersteld dat de vliegactiviteiten dezelfde omvang hebben als in 2011 en geen groei doormaken.
2
De autonome situatie van Hangar 11 wordt beschreven in dit MER, maar wordt niet als autonoom doorgerekend, omdat deze wordt meegenomen in de beoordeling van het totale project.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 19
2.2
Voorgenomen activiteit
De volgende ontwikkelingen en functies spelen een rol binnen het plangebied van de voorgenomen activiteit: Plangebied Noord Start-
en
landingsbaan 05/23,
taxibanen
en platform
met proefdraaiplaatsen plus
facilitaire
luchthavendiensten. Luchthavengebonden bedrijvigheid: Onderhoudsbedrijven (MRO, milieucategorie 5); C2C/EOL-bedrijven welke op een duurzame manier vliegtuigen ontmantelen door onderdelen voor hergebruik geschikt te maken en niet-herbruikbare componenten in hun oorspronkelijke materialen terug te brengen; Zakelijk vliegverkeer (BA); Klein verkeer voor bijvoorbeeld rondvluchten, recreatieve vluchten en lesvluchten (GA); Helikopterverkeer in het kader van spoedeisende hulpverlening of politietaken (maatschappelijk verkeer). Bedrijvigheid in de AMM/HTSM-sector: deze bestaat uit bedrijven die producten voor de luchtvaart vervaardigen met nieuwe productiemethoden en nieuwe materialen. Doorontwikkeling van Twente Safety Campus, welke bestaat uit de bedrijven Troned, Riskfactory, Safety Fieldlab en een Drone-center voor training met en het testen van drones. Plangebied Midden Werkparken De Strip, Oostkamp en Deventerpoort. De ontwikkeling van de natuurgebieden ten zuidoosten van de start- en landingsbaan als natuur in aansluiting op Natuurnetwerk Nederland.
Door twee varianten van de invulling van het luchthavengebied te combineren met twee varianten van de inrichting van het bedrijvencluster AMM/HTSM zijn twee scenario’s ontstaan waarvan de milieueffecten onderzocht zijn: De minimale invulling – de campusinrichting van de AMM/HTSM-sector met de minste ruimte voor bedrijvigheid gecombineerd met de startvariant van de luchtvaart waarbij de luchthavengebonden bedrijvigheid samen met het aantal vliegtuig- en helikopterbewegingen laag is. Er zijn geen vliegtuigbewegingen als gevolg van de MRO-bedrijvigheid3 en het proefdraaien van vliegtuigen speelt daardoor hier geen rol. De gevestigde bedrijven behoren tot milieucategorie 4 of vergelijkbaar. De maximale invulling – de hoogwaardig verdichte inrichting van de AMM/HTSM-sector met de meeste ruimte
voor
bedrijvigheid gecombineerd
met
de
trendvariant
van de
luchtvaart
waarbij
de
luchthavengebonden bedrijvigheid samen met het aantal vliegtuig- en helikopterbewegingen hoog is. In beperkte mate zal in de kern van de AMM/HTSM-sector bedrijvigheid met milieucategorie 5.1 toegestaan worden. Omdat MRO deel uitmaakt van de luchthavengebonden bedrijvigheid is de mogelijkheid tot proefdraaien noodzakelijk. Deze activiteit kan plaatsvinden in het gehele gebied dat is aangewezen voor de luchthavengebonden bedrijvigheid. Derhalve is dit hele gebied aangewezen als milieucategorie 5.3.
3
Voor de business aviation (BA) en general aviation (GA) worden wel MRO-activiteiten meegenomen.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 20
Aangezien gedurende de avond en nacht niet is toegestaan om proef te draaien is voor deze perioden aangenomen dat de bedrijvigheid op het deelterrein voldoet aan milieucategorie 4.1. Het aantal vliegtuig- en helikopterbewegingen van de startvariant en de trendvariant zijn weergegeven in tabel 3. Tabel 3
Aantal vliegtuig- en helikopterbewegingen van de startvariant en de trendvariant.
Segment
Aantal vliegtuig- en helikopterbewegingen
MRO
Startvariant
Trendvariant
Geen
200
C2C/EOL
60
240
Business Aviation
600
1.800
10.000
18.000
40
100
10.700
20.340
General Aviation (inclusief vliegtuigbewegingen ten gevolge van zweefvliegactiviteiten) Helikopters Totaal aantal vliegtuig- en helikopterbewegingen
Naast bovengenoemde vliegtuig- en helikopterbewegingen is er per jaar ook ruimte voor 10.000 zweefvliegbewegingen vanaf de zweefvliegstrip. Aangezien zweefvliegtuigen niet bijdragen aan de geluidsbelasting worden de zweefvliegbewegingen niet in de geluidsberekeningen meegenomen. Dit is conform het rekenvoorschrift dat is vastgelegd in de Regeling burgerluchthavens (paragraaf 3.1.1). De vliegtuigbewegingen ten gevolge van zweefvliegactiviteiten die bijdragen aan de geluidsbelasting zoals bewegingen van motorzweefvliegtuigen, zelfstarts van zweefvliegtuigen met een inklapbare motor en sleepbewegingen waarbij een zweefvliegtuig achter een motorvliegtuig omhoog wordt gesleept zijn wel meegenomen in de geluidsberekeningen. Zij vallen onder het segment General Aviation. 2.3
Voorkeursalternatief
Op basis van de resultaten van het onderzoek naar de milieueffecten van zowel de minimale invulling als de maximale invulling is een voorkeursalternatief bepaald mede met het oog op behoud van kwaliteit van het plangebied en een realistische verwachting van de economische ontwikkeling binnen het plangebied en de omgeving. Het voorkeursalternatief combineert de campusplusinrichting, welke is gebaseerd op de campusinrichting voor de industrie, met de trendvariant van de luchtvaart. Bij de campusplusinrichting zijn de bedrijven binnen een kleiner gebied gelegen vergeleken met de campusinrichting. De milieucategorie van de AMM/HTSM-bedrijvigheid is 4.2 of vergelijkbaar. Voor een beperkt aantal bedrijven zal in de kern van de AMM/HTSM-sector bedrijvigheid met milieucategorie 5.1 toegestaan worden. Proefdraaien wordt op een specifieke locatie toegestaan en is nader gespecificeerd, teneinde de geluidsbelasting naar de omgeving te minimaliseren. De luchthavengebonden bedrijven (MRO) voldoen voor alle etmaalperioden aan milieucategorie 4.1 of vergelijkbaar.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 21
Aanvullend op de campusinrichting is in de campusplusinrichting een extra deelgebied in het plangebied Midden gedefinieerd. Dit gebied is, in aanvulling op de gebieden opgenomen in het plangebied Midden, door dezelfde eigenaar verworven. In dit gebied zijn uitsluitend activiteiten van milieucategorie 2, zoals opslagloodsen, toegestaan. Dit deelgebied bevindt zich aan de noordoostelijke punt van Oostkamp. Het parkeerterrein naast Deventerpoort is iets anders van vorm en ligging dan in de campusinrichting. In de campusplusinrichting wordt het gehele gebied doorgerekend waarbij middels bruikbaarpercentages wordt gecompenseerd voor de gebieden die niet gebruikt kunnen of gaan worden. In de campusinrichting en hoogwaardig verdichte inrichting is dit gemodelleerd middels lege gebieden, gelegen tussen de uit te geven gebieden aan de rand van het plangebied. Dit zal kleine verschuivingen in de geluidsbelasting geven. Binnen het plangebied Noord is er sprake van enkele verschuivingen in de beschikbare oppervlakten voor milieucategorie 4.1 en 4.2. Deze verschuivingen worden vooral veroorzaakt door de alternatieve definitie van de deelgebieden die langs de start- landingsbaan zijn gelegen en verschuivingen in de ligging van de deelgebieden met deze categorieën.
De deelgebieden in de campusinrichting en in de hoogwaardig verdichte inrichting houden al rekening met een voldoende afstand tot de start- en landingsbaan. In de campusplusinrichting zijn de deelgebieden dichter tegen de start- en landingsbaan gedefinieerd, waardoor een deel hiervan niet kan worden uitgegeven. Dit deel heeft wel een beperkte invloed op het resultaat van de geluidsberekeningen. Voor milieucategorie 3.1 en 5.1 is een vrijwel identiek oppervlak beschikbaar als in de campusinrichting.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 22
Figuur 2 Locaties van het plangebied Noord en het plangebied Midden.
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 23
3
Wettelijk kader en beleid
3.1 3.1.1
Wetten en regelgeving Luchtvaartgeluid: Wet luchtvaart
Het kader van het luchthavenbesluit voor luchthaven Twente is de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). In deze wetten is voorgeschreven dat een luchthavenbesluit vereist is voor het mogen exploiteren van een luchthaven. Regels
omtrent
het
luchthavenbesluit
voor
luchthaven
Twente
zijn
opgenomen
in
het
Besluit
burgerluchthavens (Bbl, ref. 3) en de Regeling burgerluchthavens (Rbl, ref. 4). In een luchthavenbesluit worden onder andere het luchthavengebied en het banenstelsel vastgesteld en worden de regels en grenswaarden voor het luchtverkeer gedefinieerd. Met betrekking tot geluid bevat het luchthavenbesluit de grenswaarden voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van alle vliegtuig- en helikopterbewegingen in handhavingspunten en de contouren waarbinnen ruimtelijke beperkingen gelden. Het Bbl schrijft voor dat de Lden-contouren van 48 dB(A), 56 dB(A) en 70 dB(A) worden vastgelegd. De beperkingen voor de ruimtelijke ontwikkeling op basis van deze geluidscontouren zijn opgenomen in tabel 4. Contouren met andere waarden hebben geen wettelijke status. De Rbl bevat het “Voorschrift voor de berekening van de Lden-geluidsbelasting in dB(A) voor overige burgerluchthavens” of kortweg het Lden-rekenvoorschrift. De Wet luchtvaart stelt dat de Lden-contouren en de grenswaarden in de handhavingspunten volgens dit rekenvoorschrift berekend moeten worden. Dit is gedaan met behulp van het rekenpakket Lden-tool, welke beschikbaar is gesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Tabel 4
De beperkingengebieden als gevolg van geluid.
Geluidscontour
Beperking Binnen
70 dB(A) Lden
deze
Wetsartikel contour
worden
woningen,
niet
zijnde
bedrijfswoningen, en geluidsgevoelige objecten aan hun bestemming onttrokken. Bewoners van bestaande woningen
Bbl art. 12.1
hebben wel het recht om te blijven wonen. Binnen 56 dB(A) Lden
deze
contour
is
nieuwbouw
van
woningen
en
geluidsgevoelige gebouwen niet toegestaan. Hierop zijn een
Bbl art. 12.2-3
aantal uitzonderingen. 48 dB(A) Lden
3.1.2
Binnen deze contour dient het bevoegd gezag een afweging te maken over de ruimtelijke ontwikkeling in dit gebied.
Bbl art. 19
Wegverkeersgeluid: Wet geluidhinder
De beoogde ontwikkelingen die in dit MER worden onderzocht, hebben een verkeersaantrekkende werking. Het indirecte effect, dus het effect van de verkeerstoename als gevolg van de beoogde ontwikkelingen zelf, wordt in dit geluidsonderzoek bepaald en kent geen wettelijk toetsingskader. De verkeersaantrekkende werking vanwege een ontwikkeling binnen het plangebied leidt niet direct tot de toepassing van de Wet Geluidhinder (Wgh). Alleen als er sprake is van een toekomstige verkeersweg (openbare weg) zal een planologisch aandachtsgebied (de zone) vastgesteld worden. Binnen deze zone biedt de Wgh in een aantal
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 24
situaties
bescherming
aan
geluidsgevoelige
bestemmingen.
Het
basisbeschermingsniveau
of
de
voorkeursgrenswaarde is 48 dB(A). De vastgestelde zone, op basis van de omvang geformuleerd in artikel 74 van de Wgh, strekt zich uit vanaf de as tot de vermelde breedte aan weerszijden van de weg. De ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone. Voor het onderzoek wordt het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG2012, ref. 6) als richtlijn gehanteerd. Deze regeling valt onder de Wgh. 3.1.3
Spoorweggeluid
De geluidswetgeving voor spoorweggeluid lijkt op die voor wegverkeersgeluid. Deze is ook uitgewerkt in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder 2006. De wetgeving is van toepassing op: de aanleg van nieuwe spoorwegen, wijzigingen van bestaande spoorwegen of, de bouw van nieuwe geluidsgevoelige objecten in de zone van een spoorweg. Een uitzondering geldt voor de aanleg of wijziging van hoofdspoorwegen waarvoor de Wet milieubeheer (Wm) geldt. Per 1 juli 2012 zijn namelijk de GeluidsProductiePlafonds (GPP) voor hoofdspoorwegen ingevoerd via een nieuw hoofdstuk 11 Geluid in de Wm. De GPP geven de maximale geluidsbelasting aan. Hierbinnen zullen alle ontwikkelingen dus moeten passen. De beoogde ontwikkelingen in dit MER hebben geen direct of indirect effect ten aanzien van spoorwegen en spoorweggeluid. Hiervoor is dan ook geen toetsingskader van toepassing. Wel is er sprake van cumulatie van bestaand spoorweggeluid met ander geluid. Daarom wordt spoorweggeluid wel beschouwd in dit geluidsonderzoek en wordt het RMG2012 als richtlijn gehanteerd. 3.1.4
Industriegeluid
3.1.4.1
Algemeen
Het toetsingskader voor de bedrijfsmatige activiteiten is mede afhankelijk van hoe een en ander planologisch wordt geregeld. Uitgangspunten zijn de volgende (zie ook figuur 3): In het plangebied Noord worden zoneringsplichtige inrichtingen toegestaan (onderhoud aan vliegtuigen met proefdraaien). Gezien de relatie in het gebruik van de bedrijventerreinen ten noorden van het luchthavengebied worden ook de aangrenzende bedrijvengebieden gezoneerd. Het geheel wordt aangeduid als zone noord. Uitgangspunt in het plangebied Midden is dat op het terrein De Strip zoneringsplichtige inrichtingen worden toegestaan en een geluidszone krachtens artikel 40 Wet geluidhinder (Wgh) wordt vastgesteld. Voor De Strip is dan het hieronder beschreven toetsingskader van de Wet geluidhinder van toepassing. Gezien de relatie in het gebruik van de werkparken De Strip en Oostkamp, wordt ook het terrein Oostkamp en het bijbehorende aan het terrein Deventerpoort aangrenzende parkeerterrein gezoneerd. Het geheel wordt hier verder aangeduid als zone midden. Dit betekent dat formeel de cumulatieve geluidsbelasting van de drie terreinen moet worden beschouwd en één geluidszone rondom de terreinen wordt vastgesteld. Het terrein Deventerpoort valt buiten dit te zoneren terrein. Zoals eerder genoemd, wordt het terrein Deventerpoort niet bij de gezoneerde terreinen betrokken.
Dit betekent dat er formeel geen eisen gelden ten aanzien van de cumulatieve geluidsbelasting ten gevolge van deze te zoneren bedrijventerreinen en de overige bedrijven op het terrein bij het beoordelen van een
Deelonderzoek geluid (ar160114.rap/mB/kd), 9 juni 2016 25