B1. BP Bijlagen 1-15 toelichting
Tekst van het document
35
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Verdroging en vernatting Voor zowel de integrale beoordeling als de beoordeling van de deelopgaven in plangebied Noord plangebied Noord geldt dat er wat betreft hydrologie (en dus verdroging en vernatting) er geen verschillen zijn met de beoordeling zoals die zijn uitgevoerd. Waar drainage opgeheven kan worden, wordt dit gedaan met als gevolg een lichte stijging van de grondwaterstand. Nieuwe verhardingen worden in alle situaties vormgegeven met waterretentie dat neerslagwater lokaal naar de bodem wordt afgevoerd. Het aandeel verhard oppervlak is hierbij niet sturend. Door de mate van vernatting, wordt ook het VKA als positief beoordeeld (score: ++).
Vermesting en verzuring De ruimte die het VKA biedt leidt tot een toename van de stikstofdepositie in een overbelaste situatie met mogelijk negatieve effecten op habitattypen (en soorten). Significant negatieve effecten als gevolg van de depositie kunnen dan ook niet op voorhand worden uitgesloten. Het aspect verzuring en vermesting wordt voor het VKA als zeer negatief beoordeeld (score: - - -). Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel heeft op 29 maart het besluit genomen om het tekort aan gereserveerde ontwikkelingsruimte voor het programma Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente in de eerst volgende versie van AERIUS (AERIUS 2016) aan te vullen tot de hoeveelheid emissie die leidt tot de in het MER berekende deposities. Deze ophoging is mogelijk binnen de totaal beschikbare 20 ontwikkelingsruimte in de bredere omgeving van het plangebied . Met de effectuering van het besluit van Gedeputeerde Staten moet de beschikbare emissiereservering (en dus de depositiegevolgen) in Segment 1 van de PAS voldoende zijn voor de geplande ontwikkelingen op de luchthaven Twente. Doelrealisatie natuur De doelrealisatie natuur wijkt voor de integrale planbeoordeling niet af van de beoordeling die is uitgevoerd bij plangebied Midden. De realisatie vindt geheel plaats binnen de begrenzing van de Natuur.
Samengevat kan de doelrealisatie natuur als positief (score: ++) worden beoordeeld.
Landschap en cultuurhistorie VKA Net als bij de beoordeling van de integrale gebiedsontwikkeling van de minimale en de maximale invulling, zijn de effecten van de ontwikkeling van plangebied Noord zeer relevant voor de beoordeling van het VKA, vooral wat betreft de omvang van de nieuwbouw voor het AMM/HTSM gebied. De voor dit aspect belangrijkste verschillen ten opzichte van de beoordeelde integrale alternatieven zijn: 1. Nadrukkelijk meer bebouwing in het luchthavengebied (Trendvariant) dan in de minimale invulling het geval is, maar licht minder dan in de maximale inrichting. 2. Licht meer bebouwing in het gebied van het bedrijvencluster dan in de minimale invulling, maar nadrukkelijk minder dan in de maximale invulling. 3. Het uitgiftepercentage voor het gebied voor het bedrijvencluster ligt veel lager. Dit betekent dat er minder oppervlakte aangetast kan worden door nieuwe bedrijvigheid, c.q. dat meer oppervlakte onder directe controle van ADT blijft. Wel ligt het bebouwingspercentage op de kavel hoger, maar door het lagere uitgiftepercentage kan wel beter gestuurd worden, waar wordt gebouwd en dus aantastingen plaatsvinden. Het eerste punt is ten opzichte van de andere twee punten van beperkt belang, omdat de bebouwing in het gebied voor de luchthavenontwikkeling relatief goed inpasbaar is en ruimtelijk weinig consequenties heeft.
Dat leidt voor de luchthavenontwikkeling dan ook niet tot een andere beoordeling dan voor de Trendvariant. Het tweede punt is zeer relevant, maar wordt door punt 3 sterk genuanceerd. Gesteld kan worden dat, doordat ADT door het lage uitgiftepercentage zoveel meer grip heeft op de ontwikkeling, de ten opzichte van de minimale invulling extra negatieve effecten, niet alleen niet aan de orde zijn, maar dat de situatie waarschijnlijk zelfs beter is, dan is ingeschat bij de minimale invulling. Doordat waardes beter ontzien kunnen worden en versnippering beter kan worden tegengegaan, is er voor de criteria landschapsbeleving, 20
De beschikbare emissies/deposities worden jaarlijks verdeeld over projecten waar de economische behoefte is. Dit is een vaste hoeveelheid, het beschikbaar stellen van emissies/deposities op plek x betekent een afname van het totaal dat beschikbaar is. Waar deze afname exact optreedt moet bepaald worden door te zoeken naar waar de ruimte beschikbaar is. 36
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
ruimtelijke kwaliteit en historische (steden)bouwkunde sprake van een positievere (veelal minder negatieve) situatie in het bedrijvencluster dan bij de minimale invulling. Dit betekent voor de totaalscore voor ruimtelijke kwaliteit dat deze van neutraal (0) naar licht positief (+) gaat en historische (steden)bouwkunde van negatief (- -) naar licht negatief (-). Voor landschappelijke waarden en historische geografie was al sprake van een positieve effectscore. Er kan niet gesteld worden dat de door positievere (minder negatieve) ontwikkeling dit zoveel beter is, dat deze scores ook positiever worden. Ook bij landschapsbeleving is ten aanzien van het bedrijvencluster van een minder negatieve situatie, in combinatie met de licht negatieve score van het natuurdeel wordt het totaaleffect gesteld op licht negatief (-).
Bodem VKA Voor het aspect Bodem geldt dat de effecten van het VKA overeen komen met de effecten die al beschreven zijn voor de alternatieven voor de gehele planontwikkeling en de verschillende deelopgaven in de plangebieden. Ook de effecten van het VKA op het aspect ‘bodemkwaliteit’ zijn neutraal (score: 0) beoordeeld, omdat: • •
Bestaande verontreinigingen worden gesaneerd als onderdeel van de referentiesituatie. Nieuwe verontreinigingen worden voorkomen middels voorzorgsmaatregelen en een calamiteitenplan.
Water VKA Uit de effectbeoordeling van de minimale en maximale invulling van het plangebied is gebleken dat deze qua effectbeoordeling niet onderscheidend is. Aangezien het VKA een combinatie is van de al beoordeelde deelopgaven en de invulling van het VKA ten opzichte van de al beoordeelde deelopgaven beperkte verschillen vertoont, komt de effectbeoordeling van het VKA overeen met de effectbeoordeling voor zowel de minimale als de maximale invulling van het plangebied. Ook voor de deelopgaven in de plangebieden Noord (en Midden) komen de effecten van het VKA overeen met de al beoordeelde Compacte Inrichting van het bedrijvencluster, de Trendvariant voor de luchthavenontwikkeling en de VKA’s voor de Natuur en ontwikkeling van de Werkparken.
Ruimtegebruik VKA Voor het aspect Ruimtegebruik geldt dat de effecten per plangebied en per deelopgave zijn beoordeeld. Als gevolg van het VKA is beschouwd in hoeverre deze tot andere effectscores leiden in plangebied Noord ten opzichte van effectscores van de Trendvariant voor de luchtvaartontwikkeling en effectscores voor de Campusinrichting voor de ontwikkeling van het bedrijvencluster.
Luchthavenontwikkeling Aangezien er in het VKA sprake is van dezelfde uitgangspunten zoals is gehanteerd in de Trendvariant voor het vliegen, komen de effecten van het VKA voor wat betreft de effecten op wonen en werken (‘Invloed beperkingengebied op ruimtelijke ontwikkelingen voor wonen en werken’) overeen met de effecten zoals beoordeeld voor de Trendvariant. Omdat de 48 Lden-contour net buiten de luchthaven ligt en zich binnen dit afwegingsgebied enkele (drie) woningen bevinden, is ook het VKA beoordeeld als licht negatief (score: -). Ook de effecten voor de landbouw komen om deze reden overeen met die van de Trendvariant (score: 0).
Bedrijvencluster Voor wat betreft het bedrijvencluster zal er in het VKA licht meer bebouwing in het gebied van het bedrijvencluster zijn dan in Campusinrichting, echter nadrukkelijk minder dan in het alternatief Hoogwaardig verdicht. De effecten op Wonen en werken (‘Oppervlakte bedrijventerreinen regionaal’) zijn daardoor vergelijkbaar met die beoordeeld voor de Campusinrichting. In het VKA vindt net zoals in de Campusinrichting een transitie plaats van bestaand militair bedrijventerrein in ‘burger’ bedrijventerrein. Deze transitie wordt als positief effect beschouwd, omdat hierdoor bestaande leegstaande gebouwen hergebruikt kunnen worden. Nieuwbouw vindt alleen plaats indien de aanwezige bebouwing niet voldoende ruimte biedt. Het VKA is als positief (score: +) beoordeeld.
37
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Recreatie Voor het criterium Recreatie geldt dat de effectbeoordeling overeenkomt met die van de Trendvariant. Ook in het VKA blijft het gebied dat als luchthavengebied wordt vastgesteld, afgesloten. Het gebied is daarmee niet toegankelijk voor recreanten maar kan wel beter beleefd worden door te treffen (horeca) voorzieningen en uitzichtpunten (score: +).
38
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
1
INLEIDING
In dit inleidende hoofdstuk van het MER voor de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente worden beknopt de aanleiding en het vertrekpunt van de gebiedsontwikkeling van Luchthaven Twente en dit MER toegelicht. Op hoofdlijnen wordt een schets gegeven van de opgaven en de te nemen besluiten. Tot slot wordt de m.e.r.-plicht en m.e.r.-procedure beschreven.
1.1
Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente
In 2003 heeft het kabinet besloten om de militaire luchtmachtbasis Twenthe te sluiten. Met het daadwerkelijk beëindigen van de functie van militaire luchtmachtbasis Twenthe op 1 januari 2008 zijn naar schatting 2.500 21 banen (direct en indirect) verloren gegaan in Twente en is een gebied van ongeveer 524 ha in het hart van het stedelijke gebied Twente beschikbaar gekomen voor nieuwe functies. Het gebied is sinds 2008 in ontwikkeling van een besloten militair terrein naar een grotendeels open en toegankelijk gebied met nieuwe functies. In de plannen van Rijk, provincie en gemeenten staat het compenseren van het banenverlies, het realiseren van natuur en het realiseren van een acceptabele opbrengst van de grond voor het Rijk centraal. Dit MER gaat over de ontwikkeling van een gebied van circa 431 hectare (bruto), bestaande uit plangebieden Noord en Midden. Het plangebied is onderwerp geweest van vele studies. Hoewel in voorgaande studies onderscheid is gemaakt in de separate plangebieden Noord en Midden is nu gekozen om één integraal MER op te stellen voor gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente. De begrenzing van het plangebied van dit integrale MER voor de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente en de ligging van dit plangebied in de omgeving is weergegeven in Afbeelding 4. Op deze afbeelding zijn ook de gemeentegrenzen weergegeven.
Het plangebied is voor het overgrote deel gelegen binnen de gemeente Enschede. Enkele delen van het plangebied Noord zijn gelegen in de gemeente Dinkelland, zoals aangegeven op onderstaande afbeelding.
21
Oppervlakte van het voormalige gebied van de militaire luchtmachtbasis Twenthe inclusief de woonparken ’t Vaneker (Zuidkamp en ’De Schil), Prins Bernhardpark, Overmaat en Fokkerweg. 39
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Afbeelding 4 Situering plangebied gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente, inclusief gemeentegrenzen
Voor de twee plangebieden zijn in eerste instantie twee afzonderlijke m.e.r -procedures opgestart met 22 separate ruimtelijke ordeningsprocedures, één voor de deelopgaven gekoppeld aan het Luchthavenbesluit in het noordelijk plangebied, zie voor een nadere toelichting van deze opgaven paragraaf 4.3, en één voor 23 de deelopgaven in het Middengebied , zie voor een nadere toelichting van deze opgaven paragraaf 4.4. Het uitgangspunt in het integrale MER nu is dat de ontwikkeling van het gehele gebied van de voormalige luchtmachtbasis centraal staat, zoals ook de Commissie Wientjes24 heeft benadrukt. Daarnaast is ook het advies van de Commissie m.e.r. ter harte genomen. De Commissie MER en de Commissie Wientjes die adviseerden de samenhang van de gebiedsontwikkelingen te beschrijven en inzicht te geven in de effecten van de totale gebiedsontwikkeling. Voorliggend MER geeft inzicht in de effecten van de integrale gebiedsontwikkeling. Binnen deze integrale gebiedsontwikkeling worden verschillende deelopgaven onderscheiden. De mogelijke effecten van deze deelopgaven worden eveneens in dit MER omschreven.
1.1.1 Het doorlopen proces In 2003 heeft het kabinet besloten om de militaire luchtmachtbasis Twenthe te sluiten. Daarna is onderzocht welke ontwikkelingen in het gebied een economische en duurzaamheidsimpuls aan de regio zouden kunnen geven en welke rol de doorontwikkeling van de luchthaven daarbij kan spelen. Vanaf 2007 hebben het rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Enschede verschillende scenario’s met en zonder vliegen onderzocht. Na het vaststellen van de structuurvisie van de gemeente Enschede in 2009 en de ruimtelijke 22
Er is een MER opgesteld voor het Luchthavenbesluit, MER Luchthavenbesluit Twente, d.d. 18 oktober 2013. Dit MER heeft de m.e.r.-procedure al doorlopen, heeft ter inzage gelegen en is getoetst. Sindsdien is de scope van het project echter gewijzigd en is in 2015 door het uitbrengen van de NRD voor plangebied Noord, ontwikkeling Technology Base Twente, een nieuwe m.e.r.-procedure opgestart. 23 NRD ADT Middengebied is op 9 juli 2012 door de raad van Enschede vastgesteld. Het MER is niet in procedure gebracht. 24 Advies Commissie van Wijzen, Technology Base Twente, Zwolle/Enschede, 30 oktober 2014. 40
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
visie van de provincie Overijssel in 2010 zijn tot medio 2014 alle inspanningen erop gericht geweest om een compacte commerciële burgerluchthaven te ontwikkelen in het noordelijk deel van het plangebied. Voor het middengebied heeft vanaf de start de ontwikkeling van Natuur en Werkparken centraal gestaan. Aan het eind van het tweede kwartaal van 2014 heeft Area Development Twente (ADT) vastgesteld dat de ontwikkeling van een commerciële burgerluchthaven in Twente op dat moment niet mogelijk was binnen de gestelde politieke kaders. De gemeente Enschede en provincie Overijssel hebben daarom de ontwikkeling van een commerciële burgerluchthaven in het noordelijk deel van het plangebied en de ruimtelijke procedures daarbij stopgezet. Het hiernavolgend schema (Afbeelding 5) laat het doorlopen proces zien, waarbij de bestuursovereenkomst 2009 (tussen Rijk, provincie Overijssel en gemeente Enschede), de structuurvisie 2009 van de gemeente Enschede, de structuurvisie Dinkelland 2013, de ruimtelijke visie 2010 van de provincie Overijssel, het Ontwikkelingsplan 2012 van de gemeente Enschede, het advies van de Commissie Wientjes 2014 en de Nota van Uitgangspunten Middengebied 2015 van de gemeente Enschede het vertrekpunt zijn voor het opstellen van dit MER voor de gebiedsontwikkeling.
Een uitgebreidere beschrijving van de geschiedenis en doorlopen proces van dit project is in Bijlage 3 van dit MER opgenomen. In dit hoofdstuk zijn het advies van de Commissie Wientjes en de Nota van Uitgangspunten als vertrekpunt voor dit MER beschreven.
Afbeelding 5 Het doorlopen proces gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente 2009-2015
41
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Kansen voor een duurzaam economisch sterker Twente Op verzoek van de Provinciale Staten van Overijssel en gesteund door de gemeenteraad van Enschede is een onafhankelijke adviescommissie in het leven geroepen die de kansen voor een duurzaam economisch sterker Twente en de rol van de voormalige luchthaven Twente daarbij heeft onderzocht. Deze commissie onder leiding van Bernhard Wientjes (hierna: Commissie Wientjes) heeft in oktober 2014 advies uitgebracht 25 over de ontwikkeling van het luchthavengebied . Het advies van de Commissie Wientjes luidt:
Maak van de luchthaven Twente een iconische internationale ontwikkel-, demonstratie-, en productiezone voor ‘Advanced Materials and Manufacturing’. In een fraai coulisselandschap rond het Twentse vliegveld worden groen en rust gecombineerd met de bruisende energie van duurzame hightech bedrijvigheid. Kortweg: Technology Base Twente. Het terrein is gelegen in het groen, te midden van stedelijke centra en onderdeel van het netwerk van topbedrijven en kennisinstellingen in Twente. Een unieke start- en landingsbaan met vliegfunctie maken het gebied tot een zeer onderscheidende ‘asset’ voor bedrijvigheid. De herontwikkeling is onderdeel van de totale transformatie van de voormalige militaire basis tot gebied met ruimte voor natuur, wonen, ontspannen en werken.
De Commissie Wientjes adviseert aansluiting te zoeken bij het topsectorenbeleid door binnen de regionale economie een sterke focus te leggen op Advanced Materials and Manufacturing (AMM) als onderdeel van High Tech Systems and Materials (HTSM) (hierna integraal genoemd: AMM/HTSM). Dit met het doel een economisch sterker en duurzamer Twente te realiseren. Kern is dat de voormalige militaire luchtmachtbasis zich moet kunnen ontwikkelen tot Technology Base Twente, een iconische internationale ontwikkel-, demonstratie- en productiezone voor AMM. Het gebruik van de start- en landingsbaan moet op een logische manier inhaken bij de gebiedsontwikkeling en een toevoeging voor de vestigingsfactor voor Twente zijn. Voor het middengebied blijven de ontwikkelingen tot natuurgebied bestaan en zijn de Werkparken aangewezen voor evenementen, leisure en (innovatieve) bedrijvigheid. Voor de ontwikkeling van het gehele gebied zijn onder meer de volgende aandachtspunten door de Commissie genoemd: •
• • • •
Sluit vanuit Europa aan bij de mondiale ontwikkelingen door binnen het Nederlandse Topsectorenbeleid te focussen op de regionale kracht van ‘Advanced Materials and Manufacturing’ ofwel: de nieuwe maakindustrie. Hiermee kiest Twente haar eigen invulling van de Topsector ‘High Tech Systems and Materials’ (HTSM), die al sterk ontwikkeld is in de regio. Behoud minimaal de komende 10 jaar de start- en landingsbaan en de mogelijkheid voor beperkt vliegen en luchtvaart gerelateerde bedrijvigheid. Het concept voor Technology Base Twente vraagt om een integrale ontwikkelvisie. Zorg dat het gebied in samenhang wordt ontwikkeld: voorkom versnippering. Waarborg de landschappelijke kwaliteit van het gebied en stel een kwaliteitsteam samen die vanuit een integrale afweging kijkt wat wel of niet wenselijk is, die initiatieven aan elkaar koppelt en naar synergie met de omgeving zoekt. Geef een vierhoofdig Topteam de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van de beleidsstrategie om Twente tot een Topregio voor 'Advanced Materials and Manufacturing' te ontwikkelen.
Implementatie Advies Commissie Wientjes De raad van de gemeente Enschede en de staten van de provincie Overijssel hebben met het advies van de 26 Commissie Wientjes ingestemd en daarbij opdracht gegeven aan de colleges van provincie Overijssel en gemeente Enschede om een plan van aanpak op te stellen voor de verdere uitwerking van het advies. Tevens zijn de aanbevelingen overgenomen om een Topteam en een Kwaliteitsteam in te stellen. Zie paragraaf 1.2.3 voor meer informatie over het Topteam en Kwaliteitsteam.
25
Advies Commissie van Wijzen, Technology Base Twente, Zwolle/Enschede, 30 oktober 2014. Op respectievelijk 8 en 10 december 2014 hebben de gemeenteraad Enschede en Provinciale Staten van Overijssel het advies Technology Base Twente van de Commissie Wientjes ingestemd. 26
42
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Nota van uitgangspunten Middengebied Voordat is besloten tot één integraal MER voor de totale Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente, liep voor het Middengebied al een traject voor het opstellen van een bestemmingsplan met bijbehorend MER. Ten opzichte van de ontwikkelingen in het Plangebied Noord zijn de ontwikkelingen in het Middengebied, natuurontwikkeling en Werkparken, al een stuk verder gevorderd. De inrichting van de natuur is inmiddels al gereed en op 17 december 2015 opgeleverd. In april 2015 heeft de gemeenteraad van Enschede het kader van de beoogde ontwikkeling uitgewerkt en vastgelegd in een Nota van Uitgangspunten. Deze Nota bevat de uitgangspunten, zoals ten aanzien van geluid en evenementen, voor het uiteindelijke bestemmingsplan 27 met toepassing van de Crisis- en herstelwet Middengebied. Een uitwerking van de uitgangspunten voor het Middengebied staan in detail beschreven in hoofdstuk 4, paragraaf 4.3 plangebied Midden. De adviezen van de Commissie Wientjes en het daaropvolgende Plan van Aanpak zijn door de Enschedese gemeenteraad en door Provinciale Staten onderschreven, zijn expliciet als standpunt gekozen voor het voorliggend MER en vormen samen met de andere kaders zoals beschreven in deze paragraaf het vertrekpunt voor voorliggend MER.
1.1.2 Opgaven op hoofdlijnen 28
Het plangebied van de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente beslaat circa 430 hectare en bestaat uit twee plangebieden, plangebied Noord en plangebied Midden. Beide plangebieden kennen eigen specifieke deelopgaven, gebiedskenmerken en te doorlopen procedures van de gewenste ontwikkelingen. Onderstaand zijn de plangebieden en deelopgaven beknopt beschreven. Een uitgebreidere beschrijving van de gebiedsontwikkeling is opgenomen in hoofdstuk 4.
Plangebied Noord •
•
Bedrijvencluster AMM/HTSM/TSC: een gebied van circa 82 hectare, inclusief infrastructuur, waar ontwikkeling van de moderne maakindustrie wordt gestimuleerd in de sectoren Advanced Materials and Manufacturing (AMM)29 en High Tech Systems and Materials (HTSM)30. Tevens maken de doorontwikkelingsplannen van de Twente Safety Campus (TSC) deel uit van dit gebied en is hier ruimte voor het vliegen met RPAS/ drones31. Luchthavengebied: op dit 148 hectare grote terrein wordt ruimte geboden voor luchtvaart gerelateerde bedrijvigheid en General en Business Aviation. De start- en landingsbaan blijft behouden. Ook hier komt ruimte voor he testen van en vliegen met RPAS/ drones.
Een overzicht van plangebied Noord is weergegeven in Afbeelding 6.
27
Met een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen gemeenten, als experiment onder de werking van de Crisis- en herstelwet, vooruit lopen op de komst van het omgevingsplan uit de Omgevingswet. Luchthaven Twente is aangewezen als project in de zevende tranche van het Besluit uitvoering Chw als innovatief duurzaam experiment met een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. 28 Oppervlakte van het voormalige gebied van de militaire luchtmachtbasis Twenthe exclusief de huidige woonparken ’t Vaneker (Zuidkamp en De Schil), Prins Bernhardpark, Overmaat en Fokkerweg. 29 Advanced Materials and Manufacturing (AMM) staat voor een nieuwe maakindustrie gebaseerd op nanotechnologie en biotechnologie, die met behulp van nieuwe materialen nieuwe systemen produceert. Deze ontwikkeling is in Twente al bij veel bedrijven te zien die de transformatie van textiel en metaal naar hightech succesvol hebben doorgemaakt. Voorbeelden zijn o.a. Thales, Demcon, Nedap, Norma, TKH, Bronkhorst High-tech, TenCate, Aeronamic, Pentair. Bron: Technology Base Twente, Advies Commissie van Wijzen, 30 oktober 2014.
30 Bedrijven in de High Tech Systems and Materials (HTSM)-sector produceren een breed scala aan eindproducten, halffabricaten, componenten en materialen voor mondiale markten variërend van gezondheidszorg, verlichting, chips en chips-productie tot laboratorium- en kantoorapparatuur, van auto’s en logistieke systemen, vliegtuigen en satellieten tot energie opwekking, voedselverwerking en veiligheid. Karakteristieke eigenschappen zijn: zeer intelligent (embedded systemen, software, sensors), zeer nauwkeurig (nano-elektronica, high precision manufacturing) en zeer efficiënt (mechatronica). 31 RPAS: Remotely Piloted Aircraft Systems, bestaat uit drones, onbemande helicopters, multicopters of vliegtuigen. 43
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Afbeelding 6 Plangebied Noord met deelopgaven
Plangebied Midden • • • • •
Natuurontwikkeling: ongeveer 137 hectare van de voormalige militaire basis is ingericht als natuur in aansluiting op het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Werkparken: een gebied van ongeveer 59 hectare groot bestaande uit de volgende drie deelontwikkelingen: De Strip: voormalige taxibaan met bijbehorende gebouwen aangewezen voor leisure, evenementen en innovatieve bedrijvigheid. Het accent ligt op automotive activiteiten en evenementen. Oostkamp: oostelijk terrein met hangars en voormalig munitiebunkerpark aangewezen leisure, evenementen en innovatieve op food gerichte bedrijvigheid. Deventerpoort: herstructurering van het bestaande bedrijvencluster dat aangewezen is voor bedrijvigheid. Het deels verharde terrein ten noorden van de oude terminal wordt ingericht als parkeergelegenheid voor evenementen in Oostkamp en De Strip.
NB. De Strip, Oostkamp en het noordelijk deel van de Deventerpoort (het deels verharde terrein ten noorden van de oude terminal) is sinds juli 2014 aangekocht en in eigendom van ondernemer Van Eck.
Een overzicht van plangebied Midden is weergegeven in Afbeelding 7.
44
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Afbeelding 7 Plangebied Midden met deelopgaven
Op onderstaande afbeelding (Afbeelding 8) is een totaaloverzicht weergegeven van de plangebieden en deelopgaven die in deze MER centraal staan.
45
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Afbeelding 8 Plangebied MER gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente met plangebieden (plangebied Noord en plangebied Midden) en deelopgaven
1.1.3 Te nemen besluiten Om de gebiedsontwikkeling te kunnen realiseren zijn diverse besluiten noodzakelijk. Het MER beschrijft de milieugevolgen van de hele gebiedsontwikkeling, die wordt vastgelegd in de diverse besluiten. Deze te nemen besluiten zijn: •
• • •
De provinciale ruimtelijke visie (gebiedsvisie) en de structuurvisies van de gemeenten Enschede en Dinkelland moeten worden aangepast op de gewenste ontwikkelingen voor de gebiedsontwikkeling luchthaven Twente. Om de vliegfunctie te behouden is op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenbesluit nodig. De betrokken gemeenten (Enschede en Dinkelland) zijn verplicht om het luchthavengebied en de beperkingengebieden, alsmede de beperkingen die daarin gelden, binnen een jaar na inwerkingtreding van het luchthavenbesluit op te nemen in hun bestemmingsplannen. Voor het planologisch vastleggen van het bedrijvencluster in plangebied Noord wordt een bestemmingsplan opgesteld. Voor het plangebied Midden met de werkparken en de functiewijziging naar natuur in dit plangebied wordt een bestemmingsplan met toepassing van de Crisis- en herstelwet32 opgesteld om de ontwikkelingen planologisch-juridisch mogelijk te maken. De planologische vastlegging vindt op flexibele wijze plaats. De ontwikkeling van de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente is geen vooraf uitgewerkte blauwdruk, maar een organische ontwikkeling die geleidelijk vorm krijgt. Doordat het eindbeeld niet vast staat is een traditioneel bestemmingsplan met eindbestemmingen niet meer het juiste instrument.
Streven is een ruimtelijk kader dat houvast biedt voor initiatieven, maar dat niet te strak is waardoor dezelfde initiatieven in de kiem worden gesmoord.
32
Met een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen gemeenten, als experiment onder de werking van de Crisis- en herstelwet, vooruit lopen op de komst van het omgevingsplan uit de Omgevingswet. Luchthaven Twente is aangewezen als project in de zevende tranche van het Besluit uitvoering Chw als innovatief duurzaam experiment met een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. 46
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Voor een overzicht van de te nemen besluiten en de daarbij horende betrokken bevoegde gezagen wordt verwezen naar paragraaf 1.3.
1.2
M.e.r.-procedure
Milieueffectrapportage (afkorting m.e.r.) is een procedure die wettelijk verplicht is bij plannen of projecten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Het opstellen van een Milieueffectrapport (afkorting MER) maakt hier onderdeel van uit. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. M.e.r. is verplicht voor een plan als: • •
Een plan kaders stelt voor activiteiten die op zichzelf m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelings-plichtig zijn. Als de ontwikkelingen binnen het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000gebieden waardoor een Passende beoordeling nodig is.
M.e.r. is verplicht bij een project als: • • •
De activiteit is opgenomen in het Besluit m.e.r. De omvang van de activiteit de drempelwaarde overschrijdt. Als er sprake is van een m.e.r.-plichtig besluit.
In het Besluit m.e.r. zijn activiteiten opgenomen die mogelijk gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Voor deze activiteiten is het verplicht een m.e.r.-procedure of een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsprocedure te doorlopen. M.e.r.-beoordeling betekent dat onderzocht moet worden of er belangrijke (negatieve) milieueffecten te verwachten zijn. Indien dit het geval is, moet alsnog een volledige m.e.r.-procedure worden doorlopen. Het bevoegd gezag mag de m.e.r.-beoordelingsprocedures ook overslaan en direct de volledige m.e.r.-procedure volgen.
In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het te nemen besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije m.e.r.-beoordeling nagaan of een formele m.e.r.-beoordeling nodig is.
1.2.1 M.e.r.-plicht Voor de Gebiedsontwikkeling Twente geldt dat er zowel sprake is van een plan-m.e.r.-plicht als van een project-m.e.r-plicht. Onderstaand wordt allereerst ingegaan op de planonderdelen (activiteiten) in de gebiedsontwikkeling die op basis van het Besluit m.e.r.-plichtig of m.e.r.- beoordelingsplichtig zijn. Vervolgens is aangegeven waarom er ook sprake is van een plan-m.e.r.-plicht.
M.e.r.-(beoordelings)plicht op basis van het Besluit m.e.r. Binnen de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente zijn onderstaande planonderdelen (opgaven) m.e.r.(beoordelings)plichtig op grond van het Besluit m.e.r. Deze verplichting is gekoppeld aan de bijbehorende bestemmingsplannen en het Luchtvaartbesluit (voor de herontwikkeling van het luchthavengebied met vliegfunctie).
Plangebied Noord •
Herontwikkeling luchthavengebied met vliegfunctie: Categorie D6.2 van het Besluit m.e.r. heeft betrekking op de wijziging in de ligging van een start- of landingsbaan, de verlenging, verbreding of verharding daarvan, of de intensivering of wijziging van het gebruik van de luchthaven dan wel de wijziging van de 47
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
•
•
vliegroutes, of de wijziging van het gebruik van de luchthaven of van het banenstelsel, dan wel de wijziging van de luchtverkeerwegen of de wijziging van de vliegroutes33. Het voornemen valt hieronder en om deze reden is m.e.r.-beoordeling aan de orde. Aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein: Categorie 11.3 van onderdeel D betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein met een oppervlakte van 75 ha of meer. Een dergelijke activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig. In plangebied Noord is sprake van de ontwikkeling van luchthaven gebonden bedrijvigheid en de ontwikkeling van een bedrijvencluster van minimaal 82 ha groot. Het beproeven buiten een gesloten gebouw van motoren, reactoren of turbines: Categorie D32.7 van het Besluit m.e.r. heeft betrekking op het beproeven buiten een gesloten gebouw van motoren, reactoren of turbines met een stuwkracht van 500 kilonewton of meer dan wel met een vermogen van 10 megawatt of meer, of een productieoppervlak van 250.000 m2 of meer van een inrichting bestemd voor de bouw of reparatie van vliegtuigen, wat een relatie kan hebben met het uitvoeren van onderhoud aan vliegtuigen. Binnen de luchthaven gebonden bedrijvigheid is sprake van de MRO-activiteit “proefdraaien van vliegtuigmotoren”.
Plangebied Midden •
•
•
Functiewijziging natuur: uit onderdeel 9 van lijst D uit het Besluit m.e.r. volgt dat het realiseren van natuur m.e.r.-beoordelingsplichtig is in geval er sprake is van een functiewijziging met een oppervlakte van 125 ha of meer. Met een oppervlakte van ongeveer 130 ha moet voor de Natuurontwikkeling beoordeeld worden of de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Recreatieve/toeristische voorziening: de ontwikkelingen in de werkparken Oostkamp en De Strip maken een bezoekersaantal tot 500.000 per jaar mogelijk. Conform categorie D10 van het Besluit m.e.r. vormt het vaststellen van een bestemmingsplan voor themaparken (en een aantal andere recreatieve activiteiten) een m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit. De voorziene bezoekersaantallen kunnen dusdanige milieueffecten hebben (door verkeer en geluid), dat onderzocht moet worden of er belangrijke (negatieve) milieueffecten te verwachten zijn. Automotive: in het werkpark De Strip bestaat het voornemen om De Strip voor automotive activiteiten te ontwikkelen. Daarbij bestaat onder andere het voornemen om de taxibaan als niet-openbaar testgebied en voor recreatief gebruik te gebruiken. Conform categorie D43 van het Besluit m.e.r.
moet voor het vaststellen van een bestemmingsplan voor deze ontwikkeling beoordeeld worden of de m.e.r.-procedure doorlopen moet worden, indien het terrein meer dan 8 uur per week wordt opengesteld of een oppervlakte heeft van 5 ha of meer. Niet uitgesloten is dat deze activiteit meer dan 8 uur per week zal plaatsvinden. Er is op basis hiervan een m.e.r.-beoordelingsplicht. De effecten van automotive activiteiten worden in dit MER in beeld gebracht.
Plan-m.e.r.-plicht als gevolg van kaderstelling Zoals eerder aangegeven moeten de provinciale ruimtelijke visie en de structuurvisies van de gemeente Enschede en Dinkelland worden aangepast op de gewenste gebiedsontwikkeling. De provinciale ruimtelijke visie en de structuurvisies vormen daarmee een kader voor de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten zoals hierboven benoemd en zullen worden vastgelegd in bestemmingsplannen. De provinciale ruimtelijke visie en de gemeentelijke structuurvisies zijn om deze reden plan-m.e.r.-plichtig. Hiernaast geldt dat de bestemmingsplannen voor zowel plangebied Noord als plangebied Midden kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten gekoppeld aan de WaBovergunning. Dat betreffen de hierboven benoemde activiteiten D32.7 en D43 uit het Besluit m.e.r.. Om deze reden zijn de bestemmingsplannen zowel plan-m.e.r.- als project-m.e.r.-plichtig.
33
De m.e.r.-beoordeling is van toepassing in de gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een start- of landingsbaan met een lengte van 1000 meter of meer dan wel een luchthaven die uitsluitend geschikt is voor het starten of landen van helikopters, en een wijziging omvat van: 1°. het beperkingengebied, bedoeld in hoofdstuk 8 of artikel 10.17 van de Wet luchtvaart, voor zover dit is vastgesteld op grond van het externe-veiligheidsrisico of geluidbelasting of 2°. de grenswaarden, bedoeld in artikel 8.17, vijfde lid, onder a tot en met c, artikel 8.44, eerste lid, onder a, of artikel 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.44, eerste lid, onder a, of de grenswaarden voor geluidsbelasting, bedoeld in artikel 10.17, tweede lid, van de Wet luchtvaart, tenzij: a. de voorgenomen wijziging leidt tot een beperkingengebied als bedoeld onder 1° dat valt of binnen het geldende beperkingengebied of tot grenswaarden als bedoeld onder 2° die een gelijk of beter beschermingsniveau bieden dan de geldende grenswaarden, of b. het beperkingengebied vervalt. 48
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Plan-m.e.r.-plicht als gevolg van passende beoordeling Er is op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 sprake van rechtstreekse m.e.r.-plicht indien een plan mogelijk significante effecten op Natura 2000-gebieden heeft. Natura 2000-gebieden zijn beschermd en activiteiten die mogelijk leiden tot significante gevolgen op deze beschermde natuurgebieden moeten worden getoetst middels een passende beoordeling. Plannen (wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht) waarvoor deze passende beoordeling moet worden gemaakt zijn eveneens m.e.r.-plichtig. In deze gevallen moeten het MER en de passende beoordeling worden geïntegreerd in één rapportage. In het PlanMER Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente (2009) zijn de effecten van de totale gebiedsontwikkeling beschreven. Hieruit bleek dat significante effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten waren. Sindsdien is het toetsingskader ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie echter gewijzigd. Er is een analyse gemaakt waaruit bleek dat de effecten van stikstofdepositie toch nader beschouwd dienden te worden en dat daarvoor een passende beoordeling noodzakelijk is. Aanleiding hiervoor is dat de voorziene ontwikkeling, met name in plangebied Noord, tot extra verkeer leiden.
De emissie van uitlaatgassen en extra stikstofdepositie als gevolg daarvan zijn aanleiding om onderzoek te doen naar gevolgen op Natura 2000-gebieden. In de passende beoordeling wordt ook onderbouwd of andere effecten relevant zijn, zoals effecten als gevolg van geluid of veranderingen in de waterhuishouding. Ook is er gekeken of er sprake kan zijn van grensoverschrijdende effecten (effecten op Natura 2000-gebieden in Duitsland). Deze passende beoordeling vormt een onderdeel van dit MER en is tevens nodig voor het aanvragen van de Natuurbeschermingswet-vergunning.
Plan-m.e.r. en project-m.e.r. Zoals aangegeven in paragraaf 1.1.3 worden voor de verschillende deelopgaven binnen de gebiedsontwikkeling verschillende besluitvormingsprocedures doorlopen, waaronder de provinciale ruimtelijke visie. De huidige ruimtelijke visie biedt geen ruimte voor de vestiging van niet luchthaven gebonden bedrijvigheid. Aanpassing van de ruimtelijke visie op het toestaan van andere bedrijvencategorieën maakt het een kader stellend plan en daarom geldt een plan-m.e.r.-plicht. Voor de op te stellen bestemmingplannen geldt dat deze zowel plan-m.e.r.-plichtig als project m.e.r. plichtig zijn. Er is sprake van een plan-m.e.r.-plicht omdat er een passende beoordeling moet worden opgesteld en omdat er sprake is van kaderstelling voor toekomstige m.e.r.-beoordelingsplichtige vergunningen; er is sprake van een project-m.e.r.-plicht omdat deze ruimtelijke plannen het eindbesluit vormen en opgenomen zijn in kolom 4 van het Besluit m.e.r. In voorliggend MER worden de effecten dan ook op de verschillende schaalniveaus in beeld gebracht. Enerzijds op structuurniveau voor de gebiedsontwikkeling als totaal en anderzijds meer in detail voor de verschillende deelopgaven).
Het MER vormt hiermee de onderligger voor zowel de wijzigingen van de provinciale ruimtelijke visie en de structuurvisies van de gemeente Enschede en Dinkelland als voor de bestemmingsplannen die voor plangebied Noord en Midden worden opgesteld. In de WaBo fase moeten, mogelijk, nog m.e.r.-beoordelingen op besluitniveau worden opgesteld gekoppeld aan de vergunningen voor de automotive en het beproeven van motoren. Deze activiteiten zijn ook meegenomen in voorliggend MER, zodat in het kader van de vergunning kan worden teruggegrepen op voorliggend MER.
Grensoverschrijdende effecten en procedures 34
In het kader van het MER voor het Luchthavenbesluit in 2013 is in kaart gebracht of de ontwikkeling van het gebied tot grensoverschrijdende effecten kan leiden. Uit die m.e.r.-procedure is gebleken dat dat niet het geval is. In dit integrale MER voor de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente is, ten behoeve van de toetsing aan de Natuurbeschermingswet en in dat kader opgestelde Passende Beoordeling, beschouwd of er sprake kan zijn van significante effecten op in Duitsland gelegen Natura 2000-gebieden. Uit deze beoordeling en daarvoor uitgevoerde stikstofdepositie berekeningen blijkt dat er geen grensoverschrijdende effecten plaatsvinden.
34
Milieueffectrapport Luchthavenbesluit Twente, 18 oktober 2013, 075747061: F.4 – Vrijgegeven, B02022.000037. 49
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Omdat in voorliggend MER het aantal vliegbewegingen van zowel het grote als het kleine verkeer minder is en omdat de start- en landingsroutes niet zijn veranderd ten opzichte van de vorige MER, worden geen grensoverschrijdende effecten verwacht. Er zijn wel nieuwe landingsroutes beschikbaar voor het grote verkeer ten gevolge van de End of Life-industrie maar deze liggen niet boven Duits grondgebied waardoor er geen grensoverschrijdende effecten verwacht worden. Om bovenstaande redenen is er ook geen grensoverschrijdende procedure in gang gezet.
1.2.2 Conclusie m.e.r.-plicht Direct m.e.r.-procedure starten Uit paragraaf 1.2.1 blijkt dat de deelopgaven binnen de gebiedsontwikkeling in de meeste gevallen m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. Er is echter gekozen om deze m.e.r.-beoordelingsprocedures niet separaat uit te voeren, maar direct één integraal MER op te stellen voor de totale gebiedsontwikkeling. Het feit dat een passende beoordeling noodzakelijk is en dat de provinciale ruimtelijke visie en gemeentelijke structuurvisies moeten worden aangepast, maakt dat de voorgenomen ontwikkeling rechtstreeks m.e.r.-plichtig is. Daarnaast heeft ook het advies van de Commissie m.e.r. een rol gespeeld. De Commissie heeft geadviseerd om de samenhang van de gebiedsontwikkelingen te beschrijven en inzicht te geven in de effecten van de totale gebiedsontwikkeling. De initiatiefnemers hebben dit advies opgevolgd In hoofdstuk 2 wordt de voorgenomen gebiedsontwikkeling met de verschillende planonderdelen (deelopgaven) nader toegelicht.
1.2.3 M.e.r.-procedure Voor de gebiedsontwikkeling luchthaven Twente wordt de zogenaamde uitgebreide m.e.r.-procedure doorlopen. Deze m.e.r.-procedure bestaat uit een zevental stappen: • •
Stap 1: Kennisgeving. Stap 2: Zienswijzen en raadplegen betrokken bestuursorganen. Notitie Reikwijdte en Detailniveau Middengebied (2012). Notitie Reikwijdte en Detailniveau Ontwikkeling Technology Base Twente – Plangebied Noord (2015). • Stap 3: Opstellen integraal MER. • Stap 4: Kennisgeving, zienswijzen en advies Commissie m.e.r. • Stap 5: Besluit, motiveren en bekendmaking. • Stap 6: Beroep. • Stap 7: Evaluatie. Deze stappen worden hieronder nader toegelicht.
Stap 1: Kennisgeving Het voornemen om een plan op te stellen of een m.e.r.-plichtige activiteit te ondernemen en hiervoor de m.e.r.-procedure te doorlopen, is openbaar aangekondigd door middel van het publiceren van een kennisgeving. Deze kennisgeving is in oktober/november 2015 door het bevoegd gezag (B&W van de gemeente Enschede) voor het Middengebied en door de bevoegd gezagen (colleges van Dinkelland en Enschede en de provincie Overijssel) voor het Noordelijk plangebied gepubliceerd. De kennisgeving vermeldt de inhoudelijke zaken van het voornemen, zoals informatie over de wijze waarop de m.e.r.-procedure wordt doorlopen en wie daarbij wordt betrokken.
50
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Stap 2: Zienswijzen en raadplegen betrokken bestuursorganen In deze stap is bepaald welke informatie in het MER opgenomen moet worden; de reikwijdte en het detailniveau van het MER. Het bevoegd gezag heeft hierover de adviseurs en andere bestuursorganen geraadpleegd die bij de voorbereiding van het plan of het besluit een rol hebben. Er bestaan geen wettelijke vereisten voor de vorm van het advies en de raadpleging. In dit geval zijn voor het Middengebied en het noordelijk deel van het plangebied afzonderlijke notities Reikwijdte en Detailniveau opgesteld. Onderstaand is per plangebied aangegeven hoe de kennisgeving, zienswijzen en raadpleging van deze verschillende notities is verlopen.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau Middengebied (2012) De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het Middengebied van 13 januari 2012 heeft ter inzage gelegen voor een periode van 6 weken. Tijdens deze periode heeft iedereen kunnen reageren op de voorgestelde aanpak in de NRD van het MER voor het Middengebied. De Commissie voor de m.e.r. heeft het bevoegd gezag op 10 mei 2012 geadviseerd over reikwijdte en detailniveau van het MER. Het bevoegd gezag heeft de Notitie Reikwijdte en Detailniveau vervolgens vastgesteld op 4 juni 2012, waarin op een aantal punten is afgeweken van het advies van de Commissie m.e.r. (zie Bijlage 6). De afwijkingen staan vermeld in het raadsbesluit.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau Technology Base Twente (2015) Naar aanleiding van het advies van de Commissie Wientjes, die tot een integrale ontwikkeling van het gebied heeft geadviseerd, is een nieuwe Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld voor alleen het noordelijk deel van het plangebied, bestaande uit de luchthavenontwikkeling en bijbehorende bedrijvigheid als ook de ontwikkeling van het bedrijvencluster. Deze NRD vormt de start voor het opstellen van een milieueffectrapport (MER) en bijbehorende ruimtelijke procedures voor de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente in plangebied Noord. Het ontwerp NRD heeft van 5 juni tot en met 16 juli 2015 ter inzage gelegen en heeft tot zienswijzen en een advies van de Commissie m.e.r. (advies Commissie m.e.r. d.d. 2 september 2015) geleid. Naar aanleiding van de reacties is de NRD aangepast en definitief gemaakt en vastgesteld door de bevoegde gezagen. Een nieuwe procedure, startend met een aangepaste NRD voor het gehele gebied is niet nodig. De NRD van het Middengebied en de NRD van het noordelijk plangebied geven tezamen een volledig beeld van de voorgenomen ontwikkelingen. Inspraak op beide notities heeft plaatsgevonden.
Stap 3: Opstellen MER Op basis van het advies van het bevoegd gezag (mede gebaseerd op het advies van de Commissie m.e.r.) over de verschillende bovengenoemde notities Reikwijdte en Detailniveau voor het MER, is onderhavig MER opgesteld. Dit MER bevat milieu-informatie die de gemeenten en provincie nodig hebben om de milieubelangen een goede plaats te geven in de besluiten over de voorgenomen gebiedsontwikkeling in het plangebied. Het MER beschrijft de mogelijke invulling van het plangebied in de vorm van bandbreedtes en geeft inzicht in zowel de effecten van de gebiedsontwikkeling als totaal (de integrale gebiedsontwikkeling) als de effecten van de deelopgaven per plangebied (plangebied Noord en plangebied Midden). Ook geeft met MER een beschrijving van het voorkeursalternatief (VKA) en een overzicht van de integrale effecten van het VKA.
51
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Stap 4: Kennisgeving, zienswijzen en advies Commissie m.e.r. Na het schrijven van het MER wordt door het bevoegd gezag openbaar kennis gegeven van de bijbehorende ontwerp besluiten, ontwerp plannen en het MER. Voorafgaand daaraan kennen de gemeenten een vooroverlegprocedure met een beperkte groep belanghebbenden. De ontwerp besluiten en ontwerp plannen worden met het MER door het bevoegd gezag ter inzage gelegd en een ieder krijgt de gelegenheid zienswijzen over deze documenten naar voren te brengen. De Commissie m.e.r. toetst of het MER voldoende informatie bevat om het milieu volwaardig mee te nemen in de besluitvorming.
Stap 5: Besluit, motiveren en bekendmaking Pas wanneer de m.e.r.-procedure correct en volledig is doorlopen, de Commissie MER haar toetsingsadvies heeft gegeven en de besluiten goed zijn onderbouwd met het MER, dan kunnen deze besluiten worden vastgesteld door het bevoegd gezag. In de verschillende besluiten moet worden gemotiveerd op welke wijze rekening is gehouden met: 1. De mogelijke gevolgen voor het milieu. 2. De ingebrachte zienswijzen. 3. Het advies van de Commissie m.e.r. Na vaststelling van de besluiten vindt per besluit openbare kennisgeving hiervan plaats door het bevoegd gezag. Ook zendt het bevoegd gezag een exemplaar van de betreffende besluiten toe aan degenen die bij de voorbereiding waren betrokken.
Stap 6: Beroep De mogelijkheden om bezwaar te kunnen maken en beroep aan te kunnen tekenen tegen het vastgestelde plan of tegen het besluit (voor een overzicht van de plannen en moederbesluiten voor de gebiedsontwikkeling luchthaven Twente, zie Tabel 1), volgen uit de wettelijke bepalingen waarin de betreffende moeder- of basisprocedure is vastgelegd. De m.e.r.-procedure voegt hier niets aan toe. Het onjuist of onvolledig doorlopen van de m.e.r.-procedure kan via de bezwaar- en beroepsprocedure leiden tot vernietiging van het vaststellingsbesluit van het betreffende plan of besluit.
Stap 7: Evaluatie Na vaststelling van een m.e.r.-plichtig plan of het nemen van een m.e.r.-plichtig besluit moet het betreffende bevoegd gezag de daadwerkelijke milieugevolgen van de uitvoering van de voorgenomen activiteit evalueren (art. 7.39 lid 1 Wet milieubeheer), zoals omschreven in de evaluatieparagraaf van de genomen besluiten. Vanuit de m.e.r.-procedure in de Wet milieubeheer zijn hierover geen verdere eisen opgenomen. Bij de constatering dat de milieugevolgen ernstiger zijn dan verwacht, kan het bevoegd gezag maatregelen nemen.
Betrokken partijen Bij de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente zijn verschillende bevoegde gezagen en andere partijen betrokken. Hieronder is aangegeven welke rollen deze actoren hebben.
Bevoegd gezagen De te nemen besluiten worden genomen door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag verschilt per besluit. In onderstaande tabel is beschreven wie voor welk besluit initiatiefnemer is en wie bevoegd gezag.
52
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Tabel 1-1 Overzicht plannen en besluiten, initiatiefnemers en bevoegd gezagen
Plan
Initiatiefnemer
Bevoegd Gezag
Provinciale Ruimtelijke Visie
Gedeputeerde Staten provincie Overijssel
Provinciale Staten provincie Overijssel
Gemeentelijke Structuurvisie
College van B&W Dinkelland
Gemeenteraad Dinkelland
Gemeentelijke Structuurvisie
College van B&W Enschede
Gemeenteraad Enschede
Bestemmingsplan plangebied Noord Dinkelland
College van B&W Dinkelland
Gemeenteraad Dinkelland
Bestemmingsplan plangebied Noord Enschede
College van B&W Enschede
Gemeenteraad Enschede
bestemmingsplan met toepassing van de Crisis- en herstelwet Midden Enschede (bestemmingsplan met verbrede reikwijdte)
College van B&W Enschede
Gemeenteraad Enschede
Zone industrielawaai in bestemmingsplan buitengebied gemeente Enschede
College van B&W Enschede
Gemeenteraad Enschede
Zone industrielawaai in bestemmingsplan buitengebied gemeente Dinkelland
College van B&W Dinkelland
Gemeenteraad Dinkelland
Luchthavenbesluit
Area Development Twente
Provinciale Staten provincie Overijssel
Natuurbeschermingswetvergunning
Area Development Twente
Gedeputeerde Staten provincie Overijssel
Area Development Twente Area Development Twente (hierna: ADT) is de gebiedsregisseur voor de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente en omgeving. ADT is een gemeenschappelijke regeling van de provincie Overijssel en de gemeente Enschede en heeft de ambitie om het plangebied te transformeren in een vliegwiel voor een economisch sterker en duurzamer Twente. 35
De gebiedsontwikkeling maakt deel uit van de ‘innovatie driehoek’ . ADT werkt daarvoor de door gemeente en provincie vastgestelde ontwikkelingsrichting uit en zoekt daarbij naar samenwerking met passende initiatieven uit de markt.
Topteam en kwaliteitsteam Het Topteam en Kwaliteitsteam zijn beide onafhankelijk en benoemd door provincie en gemeente. Zij werken aan respectievelijk de marsroute en het gebiedsprofiel. De adviezen en rapportages worden aangeboden aan Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel en het college van B&W van de gemeente Enschede. De teams zijn volop aan de slag, stemmen onderling af en hebben hun eerste aanpakken in oktober 2015 36 gepresenteerd .
Topteam: duurzame industrieversterking Het Topteam kijkt vooral van ‘buiten naar binnen’. De overall missie is het versterken van het bedrijven- en kenniscluster AMM/HTSM in Twente in lijn met het advies van de commissie Wientjes. Het team stelt daarvoor een roadmap op, inclusief een voorstel voor een programmatische aanpak en investeringsplan. 35
De innovatie driehoek staat voor drie grote projecten in Twente: Vliegveld/Technology Base Twente, Kennispark (UT en omgeving) en Hart van Zuid in Hengelo. 36 http://www.technologybasetwente.nl/topteam-en-kwaliteitsteam-presenteren-adviezen-inhoud-en-vorm-moeten-samenkomen. 53
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
Ook adviseert het Topteam de gemeente, provincie en ADT over hoe Technology Base Twente maximaal kan bijdragen aan de ambities op het terrein van AMM/HTSM. Hierbij richt het Topteam zich op vragen als; ‘welke bedrijven passen bij de topwerklocatie Technology Base Twente?’, ‘welke voorzieningen zijn noodzakelijk?’ en ‘hoe kan Technology Base Twente doorgroeien richting het iconische vestigingsklimaat zoals geambieerd is?’ Bij deze adviestaak onderhoudt het Topteam ook goede contacten met de Twente Board en relevante instellingen in de regio. Het Topteam werkt onafhankelijk, zonder last of ruggespraak.
Kwaliteitsteam: onderscheidend gebiedsprofiel Het Kwaliteitsteam kijkt vooral ‘van binnen naar buiten’ en is ingesteld om de kwaliteit, richting en ambitie van het gebied te versterken en te bewaken. Het Kwaliteitsteam richt zich hierbij op het gehele luchthavengebied (tussen de hekken), waarbij de focus ligt op het noordelijk plangebied. Het samenspel van de landingsbaan, de cultuurhistorische elementen met militair verleden, het groene landschap en de natuurontwikkeling is uniek. Het Kwaliteitsteam adviseert zowel ruimtelijk als programmatisch over de inrichting van het gebied en hoe nieuwe ontwikkelingen daar het beste inpassen op zo’n manier dat de bestaande kwaliteiten in het gebied behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Ook het Kwaliteitsteam werkt onafhankelijk.
1.3
Integraal milieueffectrapport
De opgave in dit MER is het beoordelen van de milieueffecten van de integrale gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente voor het hele plangebied. Tegelijkertijd moet de milieubeoordeling ook geschikt zijn als onderbouwing voor de verschillende te nemen besluiten in de toekomst. Om deze reden is in het MER in de effectbeoordeling van de milieuaspecten onderscheid gemaakt in: • • •
Effecten integrale Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente. Effecten deelopgaven plangebied Noord. Effecten deelopgaven plangebied Midden.
De effecten ten gevolge van de activiteiten in het plangebied Noord betreffen de vliegfunctie, de luchthaven gebonden bedrijvigheid, bedrijvencluster AMM/HTSM/TSC, RPAS-activiteiten en delen van Defensie (zie 37 Afbeelding 6, het gaat hier om de MASS-radar en de antennemast ) ten behoeve van het luchthavenbesluit en het bestemmingsplan Enschede. Daarnaast wordt de ontsluiting van dit gebied aangepast. Deze laatst genoemde ontwikkeling is in dit MER meegenomen als autonome ontwikkeling, zie verder paragraaf 2.2. Voor het bedrijvencluster AMM/HTSM/TSC worden (mogelijk) later de procedures ten aanzien van de structuurvisies van provincie en gemeente en de bestemmingsplannen Enschede en Dinkelland opgestart.
De effecten ten gevolge van de activiteiten in het plangebied Midden betreffen de ontwikkeling van natuur in 38 het kader van het Natuurnetwerk Nederland , de Werkparken Van Eck (economische kansenzone De Strip, Oostkamp en een deel van Deventerpoort) en Deventerpoort ten behoeve van het bestemmingsplan met toepassing van de Crisis- en herstelwet (zie in Afbeelding 7).
37
De antennemast staat in plangebied Noord, de MASS-radar staat in plangebied Midden. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). 38
54
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
2
HET PLANGEBIED
In dit hoofdstuk is het plangebied nader beschreven. Hierbij wordt ingegaan op de huidige situatie in het plangebied en de directe omgeving. Het peiljaar is 2015. Dit is het jaar waarin gestart is met het opstellen van dit integrale MER. Vervolgens worden de autonome ontwikkelingen beschreven, waarmee rekening gehouden moet worden in de planontwikkeling, maar die geen onderdeel vormen van de effectbeoordeling in dit MER.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied, de voormalige militaire luchtmachtbasis Twente, is gelegen in het hart van het stedelijk gebied van Twente ten noorden van Enschede en ten zuiden van Oldenzaal op de grens tussen de gemeente Dinkelland en Enschede. Hengelo ligt aan de westzijde van het plangebied. De Duitse grens ligt op een afstand van circa 8 kilometer ten oosten van het plangebied. De omgeving kenmerkt zich, naast de Twentse steden, door natuur en agrarisch cultuurlandschap. Dit is weergegeven in Afbeelding 9.
Afbeelding 9 Situering plangebied gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente
Het plangebied is te typeren als een patchwork van enclaves gevat in een landschap van essen, bossen, beken en open velden. De enclaves zijn niet-agrarische eenheden, die zich in meerdere opzichten onderscheiden van hun omgeving en veelal een stedelijke oorsprong hebben. Heel kenmerkend voor het landschap tussen Hengelo, Oldenzaal en Enschede is het contrast tussen cultuur en natuur. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het contrast tussen het natuurlijke reliëf en natuurlijke beken én het nadrukkelijk ontworpen landschap van landgoederen met lanen, zichtassen en kunstmatige vijvers. Zoals in hoofdstuk Error! Reference source not found. al is aangegeven bestaat het plangebied uit twee plangebieden. In de huidige situatie bestaat het plangebied Noord uit het terrein van de voormalige militaire luchtmachtbasis, waarbinnen het luchthavengebied gelegen, Twente Safety Campus (TSC) en het 55
PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT
C2C/EOL-bedrijf AeroNextLife (AXL). Het plangebied Midden bevat een grootschalige natuurontwikkeling en enkele Werkparken. Deze plangebieden staan hieronder afzonderlijk beschreven.
2.1.1 Huidige situatie plangebied Noord Het plangebied Noord van de voormalige militaire luchtmachtbasis is circa 230 hectare groot. Hier binnen ligt de airside van de luchthaven met een oppervlakte van bruto 148 hectare waarbinnen onder meer de starten landingsbaan, het platform en de huidige ontsluiting aanwezig zijn.
Afbeelding 10 Huidige situatie plangebied Noord
In het plangebied Noord ligt een start- en landingsbaan met een verhard oppervlak van 3.000 meter lengte en 45 meter breedte. De start- en landingsbaan is in 2001 geheel door Defensie vernieuwd en verkeert in uitstekende conditie. Van de lengte wordt 2.406 meter operationeel gebruikt als start- en landingsbaan. Het 2 gebied heeft 42 gebouwen met een totale bebouwd vloer oppervlak (bvo) van ruim 26.000 m met circa 3 2 95.000 m inhoud. De drie grootste gebouwen zijn hangars met samen 11.500 m bvo. Daarnaast bevinden zich in dit gebied 13 voormalige F16 shelters. Buiten de verharde start- en landingsbaan is er nog circa 15 39 hectare oppervlakte verhard. Twente Safety Campus maakt gebruik van plangebied Noord, evenals 40 zweefvliegers, Vliegclub Twente en de Nederlandse Academie voor Verkeersvliegers .
39
Twente Safety Campus is de plek waar partners op het gebied van veiligheid elkaar ontmoeten en samenwerken. Twente Safety Campus beschikt over trainingsfaciliteiten voor brandweer, politie en GHOR, van basisopleidingen tot complexe multidisciplinaire crisistrainingen. 40 In de Wet Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens is vervat dat Luchthaven Twente nog steeds een militaire aanwijzing heeft. Deze loopt tot 1 november 2016. De huidige vliegende gebruikers, Vliegclub Twente en de Nederlandse Academie voor Verkeersvliegers, maken gebruik van deze luchthaven door middel van een ontheffing op deze militaire aanwijzing. 56