CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. BP Bijlagen 1-15 toelichting

Raadsvergadering 29 november 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden 202135.245 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

 Gemeente Losser  Gemeente Dinkelland  Gemeente Hengelo  Gemeente Haaksbergen  Gemeente Oldenzaal  Gemeente Hof van Twente  Gemeentelijke monumentencommssie  Waterschap Vechtstromen  Ministerie van Defensie  Regieteam Technology Base  Noaberoverleg  Stichting Lonnekerberg  Stichting Lonnekerland  Dorpsraad Lonneker  Landschap Overijssel  Natuur en Milieu Overijssel  Oversticht  Stichting milieuraad Enschede  Veiligheidsregio Twente  Provincie Overijssel Hiervan hebben de provincie Overijssel, gemeente Dinkelland en gemeente Losser aangegeven dat de voorgenomen ontwikkeling niet strijdig is met hun beleidsvisie, dan wel dat hun belangen hierdoor niet worden geschaad. Daarnaast hebben Veiligheidsregio Twenthe, Stichting Lonnekerberg en omgeving, Stichting Lonnekerland, Milieuraad Enschede, Landschap Overijssel, Dorpsraad Lonneker en Ministerie van Defensie inhoudelijk gereageerd. De reacties zijn hieronder samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien.

1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk, Dienst Vastgoed Defensie, namens ministerie van Defensie 1.1 Er wordt aandacht gevraagd voor de wijze waarop het bestaande MASS-radarsysteem positief zal worden bestemd. Overeenkomstig het gestelde in de artikelen 2.6.2 lid 9 en artikel 2.6.9 lid 2, 3 en 4 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de daaraan gekoppelde bepalingen van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (artikelen 2.4, 2.5 en 2.6) zullen in het bestemmingsplan ook buiten het opgenomen bouwbeperkingengebied geen bestemmingen opgenomen worden, die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. Indien het bestemmingsplan bouwmogelijkheden creëert die de toetsingshoogten (tussen de 75 en 85 meter t.o.v. NAP) niet overschrijden is het opnemen van een regeling voor deze wettelijk verplichte radartoetsing niet nodig. Hierin wordt ook verwezen naar de acceptabele wijze van bestemmen volgens het vernietigde bestemmingsplan. Reactie gemeente Het bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden dient als leidraad voor de regeling ten behoeve van het MASS-radarsysteem.

Uitgaande van een toetsingshoogte van 75 meter NAP en maaiveldhoogte van 40 meter NAP ter plaatse van de radar geldt een maximale bouwhoogte van 35 meter in de directe zone rondom de radar. Hoe verder weg van de radar des te hoger de maximale bouwhoogte kan zijn. De maximale bouwhoogte in het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan zal lager zijn dan 35 meter. Als gevolg behoeft er geen regeling in het bestemmingsplan opgenomen worden waarbij rekening gehouden dient te worden met de MASS-radar. 1.2

Tevens wordt verzocht om het beperkingengebied van een zendercomplex van het Ministerie van Defensie, gelegen ten zuiden van het plangebied te borgen. De begrenzing van dit beperkingengebied is geregeld in artikel 2.1 lid 7 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. Als bouwbeperkingengebieden rondom zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, zevende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 7 vermelde gebieden (kaart 6.20). Reactie gemeente In het geldende bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe – Zones is een vrijwaringszone – radar opgenomen. Op basis hiervan dient rekening te worden gehouden met de functionaliteit van de radar, alsmede een beperking in bouwhoogte (22 meter). Het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan zal rekening houden met deze regeling.

2.1

2. Dorpsraad Lonneker De dorpsraad kan zich vinden in het maximum van 12 dagen voor grote evenementen, doch niet in de maximale geluidsbelasting opgedeeld in drie type dagen namelijk A, B en C verdeeld over maximaal vier dagen per type evenement. De klachten uit het dorp gaan vooral over de vorm van geluidsoverlast van type A met geluidsbelasting tot dB (C) van 85. Ondernemer heeft volgens reclamant zelf aangegeven waarschijnlijk nooit tot en met vier keer per kalenderjaar gebruik te zullen maken van de afwijking van type A, derhalve lijkt het de dorpsraad niet zinvol deze hoge geluidsbelasting in het bestemmingsplan toe te staan. De

dorpsraad is van oordeel dat met een maximaal toegestane belasting van twee type A dagen, twee type B dagen en 8 type C dagen de toekomstige werkelijkheid beter benaderd wordt. Reactie gemeente: Tot het doel van het bestemmingsplan behoort het accommoderen van de door exploitant beoogde evenementen binnen aanvaardbare geluidbelastingsniveaus. Tegen die achtergrond is het verder inperken van de geluidemissies niet aan de orde. 2.2

In verband met de aanleg van de fietssnelweg F35 Enschede-Oldenzaal wordt komend half jaar een verkeerscirculatieplan voor Lonneker opgesteld. Een deel van de bezoekers van grote evenementen op Vliegveld Twenthe maakt gebruik van de dorpskern van Lonneker. Het lijkt de dorpsraad Lonneker verstandig in het bestemmingsplan rekening te houden met het verkeerscirculatieplan en de verkeersbewegingen van en naar grote evenementen op Vliegveld Twenthe. Reactie gemeente: De verschillende studies hebben, hoewel raakvlak met elkaar gezien de invloedsfeer elk hun eigen karakter. De Mobiliteitsvisie Enschede heeft als doel om Enschede ook de komende jaren economisch aantrekkelijk te houden, de bereikbaarheid van banen te vergroten en tegelijkertijd de leefbaarheid te verbeteren. Deze ambities dienen als vertrekpunt voor het opstellen van een door burgerparticipatie onderbouwd dorpsverkeersplan (verkeerscirculatieplan) voor de plaats Lonneker. Hierbij zal gekeken worden aan de hand van aspecten als verkeersveiligheid, doorstroming, vermindering hinder en parkeren om met nader te bepalen maatregelenpakket ondervonden verkeersproblemen op te lossen of te verminderen. Los daarvan loopt een variantenstudie voor de F35 tussen Oldenzaal via Lonneker naar Enschede binnenstad.

De voorliggende ontwikkeling als evenemententerrein op de voormalige militaire vliegbasis Twenthe dient met het meeste recente regionale verkeersmodel Twente verkeerskundig onderbouwd te zijn. Het doel van een verkeersmodel is het in beeld brengen van de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op het huidige en het toekomstige verkeers- en vervoersnetwerk. Deze gegevens zullen onderdeel uitmaken van het op te stellen bestemmingsplan.

3. Landschap Overijssel 3.1 De kernboodschap van Landschap Overijssel is dat, na de vernietiging van het

bestemmingsplan “Voormalige vliegbasis Twenthe – Midden” op 17 juli 2019 door Raad van State, het een uitgelezen moment is om de ontwikkeling te heroverwegen, waarbij de nieuwe functies de gebiedskwaliteit niet schaden, maar juist ondersteunen en verrijken. Landschap Overijssel is van mening dat de ontwikkeling onvoldoende afgestemd is op de omgeving (licht, geluid, stikstof, verkeer) en deze beter in balans dient te zijn met de kwetsbare omgeving. Reactie gemeente: De toelichting van het bestemmingsplan met bijbehorende onderzoeken zal een verantwoording inhouden over een goede ruimtelijke ordening.

3.2 Een beschrijving van de omliggende terreinen en haar waarden wordt in de nota van

Uitgangspunten gemist. Nu ontbreekt aandacht voor de functies en gevoeligheden van de omgeving. Reactie gemeente: De nota van uitgangspunten is een programmatisch uitgangspunt op basis waarvan de planinitiatiefnemer aan de gemeente heeft gevraagd het bestemmingplan te herzien. De omliggende terreinen en haar waarden zijn zeker van belang en in het bestemmingsplan zal de beschrijving van het plangebied in relatie tot de omgeving worden opgenomen. 3.3 Verzoek om aandacht voor inhoud en proces waarop de inbedding van het

plangebied in de omgeving wordt vormgegeven. Reactie gemeente: De vooroverlegreactie wordt voor kennisgeving aangenomen. De gemeente heeft ruime aandacht voor de ontwikkeling van het plangebied en geeft daarvan blijk in alle onderdelen van het bestemmingsplan. Zie ook de reactie onder 3.1. De gemeente heeft ook ruime aandacht gegeven aan informeren van belanghebbenden over de ontwikkeling in zowel de beleidsvisiedocumenten als ook tijdens de bestemmingsplanprocedure van het bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Twenthe – Midden (vastgesteld, 2018). Het belang hiervan wordt ook met deze stap van vooroverleg wederom erkend. 3.4 Ten aanzien van geluidsbelasting wordt er met een geluidscontour sterk geredeneerd

vanuit wat maximaal zou mogen vanuit wettelijke voorschriften. Wij adviseren u dit om te draaien: wat is passend bij het karakter en draagkracht van de omgeving? Dit is een fundamenteel andere denkwijze die versnippering en conflicten tegengaat. Reactie gemeente: Tot het doel van het bestemmingsplan behoort het accommoderen van de door de exploitant beoogde evenementen en leisure binnen aanvaardbare geluidbelastingsniveaus. Daarbij is het vertrekpunt een voormalige militaire vliegbasis van circa 420 hectare met ruime planologische gebruiksruimte. Het noordelijk deel van de vliegbasis heeft een oppervlakte van circa 230 hectare (opgenomen in reeds onherroepelijk bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord). Van de resterende circa 190 hectare voor het middengebied wordt er circa 135 hectare teruggegeven aan de natuur (NNN). Alleen de bestaande bebouwingsclusters worden herontwikkeld. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) biedt een geluidszonering bescherming voor geluidsgevoelige functies (zoals woningen) tegen geluidshinder. Het doel van de zone is het vormen van een ruimtelijke scheiding tussen geluidsveroorzakende activiteiten en geluidsgevoelige bestemmingen. De toelichting van het bestemmingsplan met bijbehorende onderzoeken zal een verantwoording inhouden van de eisen van een goede ruimtelijke ordening en aanverwante wet- en regelgeving.

3.5 Het munitiebunkercomplex ‘prikt’ als het ware midden in de kern van de

Lonnekerberg. Deze bijzondere setting leent zich prima voor bijzondere activiteiten, maar zorg hierbij voor een meer passende milieucategorie die activiteiten stimuleert die passen bij het karakter van deze omgeving.

Reactie gemeente: Het bestemmingsplan zal een regeling bevatten voor het bedrijfsmatige gebruik van de munitiebunkers. Deze zal inhouden dat activiteiten die niet passen bij het karakter van de omgeving niet zijn toegelaten. Op de bunkerstrip zijn de evenementen en leisure-activiteiten ingeperkt tot maximaal milieucategorie 3.1 en op de kop van de bunkerstrip zelfs tot maximaal milieucategorie 2. We volgen hiermee de reactie van de gemeentelijke overlegpartners. 3.6 Wij verzoeken u het functioneren van de zuidelijke ecologische verbindingszone

tussen de Lonnekerberg en Hof Espelo in de nota van uitgangspunten beter te borgen. Reactie gemeente: De ecologische verbindingszone, als zijnde het Natuurnetwerk Nederland zoals opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie, zal op vergelijkbare wijze als in het bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden, worden opgenomen in de bestemming Natuur.

4. Stichting Lonnekerberg en omstreken, Stichting Lonneker Land en de Natuuren Milieuraad Enschede 4.1 De formuleringen ’automotive’, leisure’ en ‘evenementen’ zijn onduidelijk. Welke activiteit valt nu onder “leisure” en welke activiteit onder een “regulier-evenement”. Daarnaast wordt ook gesproken over “recreatieve doeleinden”, “automotive activiteiten binnen de leisure - activiteiten” maar ook over “permanente automotive activiteiten met verbrandingsmotoren”. Al die begrippen lopen door elkaar en geven ons geen helderheid. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan zal de begrippen evenement en leisure in de regels van het bestemmingsplan nader uitwerken. In de basis komt het neer op het volgende:  leisure (permanente activiteiten), waarbij automotive met verbrandingsmotoren geheel is uitgesloten;  evenementen (tijdelijke activiteiten) waarbij ook automotive is toegestaan. Daarbij moet worden voldaan aan de normen van de stikstofdepositie en de normen van de geluidszone. Een tijdelijke activiteit met automotive die boven deze geluidsbelasting komt valt onder een van de maximaal 12 evenementdagen per jaar die een hogere geluidsbelasting mogen hebben. 4.2 Uit de voorliggende nota van uitgangspunten is dan ook af te leiden dat, automotive activiteiten met verbrandingsmotoren ‘ongebreideld’ kunnen worden ondernomen onder de noemer ‘evenement’.

Slechts de geluidscontour is de beperking. De contour in de NVU is zo groot dat dagelijks langdurige ‘automotive evenementen’ met verbrandingsmotoren kunnen plaatsvinden. Denk aan het testen, showen, uitproberen voor particulieren, van auto’s, motoren en andere voertuigen. Zo dergelijke activiteiten al passend zouden zijn midden in een natuurgebied, dan niet zonder forse restricties, waarbij het leefklimaat voor bv. broedende vogels en omwonenden en het genot van die natuur voor recreanten niet verstoord wordt door motorlawaai en luchtvervuiling. Reactie gemeente: Het gebruik van gemotoriseerde voertuigen zal uitsluitend worden toegestaan bij wijze van evenement, waarmee het tijdelijke karakter van een dergelijke gebruiksactiviteit is verzekerd.

De automotive activiteiten met verbrandingsmotoren wordt beperkt tot 100 uur per jaar met motoren, 200 uur per jaar met personenwagens en 100 uur per jaar met vrachtwagens. Verder is in de Nota van Uitgangspunten opgenomen dat van de 12 evenementdagen, waarbij van de normen van de geluidszonering mag worden afgeweken:  niet zijn toegestaan van 15 maart tot 15 mei;  in de periode van 15 mei tot 1 juli tot maximaal 2 evenementdagen zijn toegestaan, met een maximale belasting gelijk aan type C;  in de periode van 1 juli tot 15 juli zijn maximaal 2 evenementen toegestaan met een tussenliggende periode van minimaal 7 dagen tussen het einde van het eerste evenement en het begin van het tweede evenement, waarbij een evenement uit maximaal 3 aaneengesloten dagen mag bestaan. Hiermee wordt voldoende rekening gehouden met het broedseizoen. De uitgangspunten zullen worden opgenomen in het bestemmingsplan. 4.3 Daarnaast kunnen er nog twaalf ‘Grote-Evenementen’, worden georganiseerd, waar ook automotive mogelijk is. Reactie gemeente: De 12 evenementen hebben enkel betrekking op een verruiming in de geluidsbeperking. Bij evenementen is het toegestaan om gebruik te maken van automotive met verbrandingsmotoren. De automotive activiteiten met verbrandingsmotoren wordt beperkt tot 100 uur per jaar met motoren, 200 uur per jaar met personenwagens en 100 uur per jaar met vrachtwagens.

4.4 In hoofdstuk 4 staat dat automotive met verbrandingsmotoren bij Leisure geheel is uitgesloten. In §3.2 laatste alinea staat vermeld dat een geluidscontour nodig is, omdat er meer dan 8 uur voor recreatieve doeleinden gereden kan worden met gemotoriseerde voertuigen met verbrandingsmotoren. Dat spreekt elkaar tegen. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan zal evenementen toelaten waarbij sprake is van de inzet van verbrandingsmotoren. Ofschoon dit tijdelijk zal zijn, bestaat de mogelijkheid dat dit langer zal zijn dan 8 uren per week. Om die reden dient volgens de Wet Geluidhinder er een geluidzone te worden vastgesteld waarbuiten de geluidbelasting niet meer dan 50 dB(A) mag bedragen. 4.5 De berekeningsgrondslagen van de contour in het vernietigde bestemmingsplan was niet gestoeld op de werkelijke situatie. De geluidszone lag tot ver over de natuurgebieden in de omgeving en een eventuele contour zal daarom in het op te stellen bestemmingsplan goed moeten worden onderbouwd en niet uitsluitend gemaximaliseerd binnen de gegeven kaders. De natuurorganisaties zien graag dat de grens van de geluidszone gelijk aan de inrichting loopt, waarmee wordt voorkomen dat een groot gedeelte van de Lonnekerberg en de nieuwe natuur onder een geluidsdeken komen te liggen. De natuurorganisaties zien ook mogelijkheden om de zonering te verkleinen, door de berekeningsgrondslagen te wijzigen.

Reactie gemeente: Tot het doel van het bestemmingsplan behoort het accommoderen van de door exploitant beoogde evenementen en leisure binnen aanvaardbare geluidbelastingsniveaus. Daarbij is het vertrekpunt een voormalige militaire vliegbasis van circa 420 hectare met ruime

planologische gebruiksruimte. Het noordelijk deel van de vliegbasis heeft een oppervlakte van circa 230 hectare (opgenomen in reeds onherroepelijk bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe - Noord). Van de resterende circa 190 hectare voor het middengebied wordt er circa 135 hectare teruggegeven aan de natuur (NNN). Alleen de bestaande bebouwingsclusters worden herontwikkeld. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) biedt een geluidszonering bescherming voor geluidsgevoelige functies (zoals woningen) tegen geluidshinder. Het doel van de zone is het vormen van een ruimtelijke scheiding tussen geluidsveroorzakende activiteiten en geluidsgevoelige bestemmingen. De toelichting van het bestemmingsplan met bijbehorende onderzoeken zal een verantwoording inhouden van de eisen van een goede ruimtelijke ordening en aanverwante wet- en regelgeving. 4.6 Het voormalige vliegveld bestaat uit veel bos en groen, dat geldt ook voor het evenemententerrein. Niet alleen de omliggende natuurterreinen moeten worden beschermd, ook de landschappelijke en ecologische waarden op het evenemententerrein zijn van belang. Het aanwezige groen, bos (struweel, bos, gras) dient specifiek bestemd te worden, opdat ook deze groene gebieden worden beschermd.

Reactie gemeente: Uit artikel 2.7.3 lid 1 van de provinciale omgevingsverordening volgt dat het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ingebed dient te worden in het bestemmingsplan. Het natuurgebied van ca. 135 ha zal in het bestemmingsplan vastgelegd worden met de bestemming ‘Natuur’. Aan de randen zijn enkele groenstroken als zodanig bestemd. De overige groengebieden in het plangebied hebben op basis van provinciaal of gemeentelijk beleid geen beschermende status. Voor de niet-beschermde soorten geldt de zorgplicht. Die houdt in dat we alles nalaten waarvan bekend is dat het schade kan toebrengen aan de dieren, planten of hun leefomgeving. De Wet natuurbescherming vereist dat gemeenten, inwoners en anderen rekening houden met de wettelijk beschermde planten- en diersoorten en met de zorgplicht. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning (zoals een kapvergunning) moet afstemming plaatsvinden met regelgeving vanuit deze wet. 4.7 De natuurorganisaties menen dat vanwege de ruimtelijke kwaliteit, beeldkwaliteit van het gebied en de omgeving het wenselijk is enige afstand, (bijvoorbeeld 25 meter), aan te houden tussen de grens van de landbouw- en natuurgebieden en de eventueel nieuw te plaatsen gebouwen. Dit kan geregeld worden door het meer specifiek aangeven van bouwblokken op de verbeelding.

Onderbouwd moet worden ten behoeve van welke functies bebouwing op welke locaties moet worden toegevoegd (nut en noodzaak). Reactie gemeente: Met de vaststelling door de gemeenteraad van het bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden is ook de welstandsnota inclusief de beleidsregel Ruimtelijke kwaliteit gewijzigd. De beleidsregel geeft ook richting aan situering, bouwhoogte en massa van de nieuwbouw. In de regels van het oude bestemmingsplan wordt naar de beleidsregel verwezen als een nadere eisen-bepaling. Hiermee kan de nieuwbouw gestuurd worden op situering ten opzichte van cultuurhistorisch en beeldbepalende gebouwen. Dit wordt in het nieuwe op te stellen bestemmingsplan net zo opgenomen.

4.8 In de door de natuurorganisaties opgestelde reactie, worden de dilemma’s waarmee de organisaties ten aanzien van deze evenementen kampen, uiteengezet. Algemene opvatting van de natuurorganisaties is dat grootschalige evenementen niet passen in de natuur. Reactie gemeente: De toelichting van het bestemmingsplan met bijbehorende onderzoeken zal een verantwoording inhouden van de eisen van een goede ruimtelijke ordening, inclusief de bescherming van de aanwezige natuurwaarden. 4.9 Aantal grootschalige evenementen In de NvU wordt uitgegaan van 12 mega-evenementendagen op jaarbasis. Waarom het er 12 moeten zijn en bijvoorbeeld niet 6 is ons niet duidelijk en wordt niet gemotiveerd. Reactie gemeente: Het aantal van 12 dagen sluit aan bij het maximum opgenomen in een geldende handreiking van het ministerie van VROM uit 1998 voor opstellen van geluidsbeleid. 4.10

Verdeling categorie geluidsbelasting grootschalige evenementen In de Nota van Uitgangspunten wordt een mega-evenement begrensd door de geluidsbelasting op de gevel van de dichtstbij gelegen woning. In de tabel wordt een verdeling aangegeven van:  4x een evenementendag met 70 db(A)  4x een evenementendag met 65 db(A) en  4x een evenementendag met 60 db(A) op de gevel van de dichtstbij gelegen woning. Woningen staan in de natuurgebieden héél ver weg, op ruim een kilometer afstand van het evenemententerrein. Hierdoor kan er enorm veel lawaai worden gemaakt tijdens deze mega-evenementendagen. Zo werd tijdens het Airforcefestival maximaal 65-67db(A) gemeten op de gevel van de dichtstbij gelegen woningen. Dat betekent dat met bovengenoemde verdeling 8x een evenementendag met het geluid vergelijkbaar met het Airforcefestival kan worden gehouden (met een bronvermogen van 135 tot 140 db(A). De 3 organisaties vinden dat niet acceptabel, niet voor de natuurgebieden en niet voor het woon- en leefklimaat in de omgeving. Als er daadwerkelijk 12 megaevenementendagen nodig zijn, zal er een andere verdeling van de geluidsbelasting moeten komen (niet 4-4-4, maar bijvoorbeeld 2-2-8). Reactie gemeente: Tot het doel van het bestemmingsplan behoort het accommoderen van evenementen binnen aanvaardbare geluidbelastingsniveaus.

Tegen die achtergrond is het verder inperken van de geluidemissies niet aan de orde.

4.11

Naast het aantal mega-evenementendagen op jaarbasis is ook het type evenementen (motorrace wedstrijden? hardcorefestivals?) en maximale bezoekersaantallen per mega-evenementendag en de locatie en de verdeling over het jaar ruimtelijk relevant. Die informatie zien we (nog) niet terug in de NvU (bijvoorbeeld xx house/hardcorefestival en xx automotive evenement per kwartaal met maximaal xx bezoekers per evenement, waarbij met max. xx voertuigen met verbrandingsmotoren gedurende xx uur mag worden gereden in deelgebied xx). Reactie gemeente: Het vastleggen van de maximale bezoekersaantallen per type evenement per deelgebied, bovenop het maximeren van het aantal bezoekers per jaar is niet

doelmatig, afgezet tegen het belang van het faciliteren van een gezonde bedrijfsmatige exploitatie. 4.12

Zoals de verdeling van de grootschalige evenementen nu wordt weergegeven kunnen alle 12 mega-evenementendagen in de zomerperiode plaatsvinden. Dat betekent dat elk weekend extreem veel geluid kan worden geproduceerd. Dat is voor de omgeving een onacceptabele situatie. Reactie gemeente: Tot het doel van het bestemmingsplan behoort het accommoderen van door de exploitant beoogde evenementen binnen aanvaardbare geluidbelastingsniveaus. Vanuit goede ruimtelijke ordening is ervoor gekozen om een verdeling te maken in type (A,B,C), waarbij er per type maximaal 4 dagen per jaar de overschrijding van de geluidszone mag plaatsvinden. Met verschillende akoestische onderzoeken is aangetoond dat de gestelde geluidnormen niet overschreden worden. Tegen die achtergrond is het verder inperken van de geluidemissies niet aan de orde.

4.13

Het broedseizoen van diverse vogels is langer dan waar bij de planning voor megaevenementen van uit wordt gegaan. Met het volledige broedseizoen van vogels, waaronder de bedreigde veldleeuwerik, zal bij de planning van megaevenementendagen rekening moeten worden gehouden. Ook met vleermuizen zal rekening moeten worden gehouden (geluidsfrequenties). Reactie gemeente: Het bestemmingsplan wordt opgesteld met inachtneming van de eisen bij of krachtens de Wet natuurbescherming. Dat betekent dat ook rekening zal worden gehouden met het soortenbeschermingsrecht, waaronder begrepen vogels en vleermuizen.

4.14

Een mega- evenement met een pre- en afterparty zorgt ervoor dat een evenement drie dagen duurt. Zoals gesteld is het dan ook de bedoeling om drie dagen megaevenement te rekenen ingeval van een voor- en afterparty. Ook als de voor- en afterparty minder geluid maken. Reactie gemeente: Een evenement heeft geen permanent karakter en zal moeten voldoen aan de geluidszonering. Indien dat niet het geval zal zijn, dan maakt deze onderdeel uit van de 12 geluidszoneoverschrijdende dagen en geldt een hoger geluidsplafond.

4.15

Gelet op de in de nota van uitgangspunten genoemde activiteiten kan voor het munitiebunkercomplex worden volstaan met een milieucategorie 2. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan zal een regeling bevatten voor het bedrijfsmatige gebruik van de munitiebunkers. Deze zal inhouden dat activiteiten die niet passen bij het karakter van de omgeving niet zijn toegelaten. Op de bunkerstrip zijn de evenementen en leisure-activiteiten ingeperkt tot maximaal milieucategorie 3.1 en op de kop van de bunkerstrip zelfs tot maximaal milieucategorie 2. We volgen hiermee de reactie van de gemeentelijke overlegpartners.

4.16

Openings- en sluitingstijden: bij de reguliere leisureactiviteiten en evenementen dient een eindtijd aangegeven te worden in het bestemmingsplan. Natuur heeft baat bij nachtrust. Een regeling voor sluitingstijden moet rekening houden met vertrekkend publiek. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan zal zodanig worden vormgegeven dat geen sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat en evenmin van onaanvaardbare negatieve effecten op de natuurlijke omgeving.

4.17 • • • • •

Vuurwerk: wij zijn van mening dat vuurwerk in het geheel niet toegestaan moet worden. Vuurwerk past niet in de natuurlijke omgeving. Desnoods moet er voor vuurwerk een koppeling gemaakt worden met de 12 megaevenementen dagen, dus geen vuurwerk in de reguliere situatie. Maximaal een kwartier aaneengesloten, Geen vuurwerk in het broedseizoen van vogels, juist ook bosvogels zijn erg gevoelig voor verstoring (niet alleen veldleeuwerik); Niet overal, maar specifieke plaatsen daarvoor aangeven zodat er zo min mogelijk verstoring plaats vindt van natuurwaarden. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan zal erin voorzien dat het afsteken van vuurwerk niet leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de leefomgeving, inclusief de natuur. Zo zal het afsteken van vuurwerk enkel mogelijk zijn als incidentele bedrijfssituatie. Hiermee is het gekoppeld aan de 12 evenementdagen, waarbij van de geluidszone mag worden afgeweken. Daartoe zal een specifieke regeling in de planregels worden opgenomen.

4.18

Verkeer: er moet een heldere berekening komen wat betreft het verkeer. Alleen 65 db(A) noemen is niet voldoende. Het verkeersgeluid komt boven op het geluid van het evenemententerrein en de geluidsbelasting zal per evenement duidelijk berekend en aangetoond moeten worden. Reactie gemeente: De toelichting van het bestemmingsplan met bijbehorende onderzoeken zal een verantwoording inhouden van de eisen van een goede ruimtelijke ordening, inclusief de eisen krachtens de Wet geluidhinder.

4.19 • • • • •

Verlichting: verlichting mag niet meer zijn dan licht van volle maan en dat is 0,29 lux. Bovendien moet gelden geen licht aan tenzij dit voor veiligheid van personen noodzakelijk is lichtmasten en andere lichtarmaturen voorzien van amberkleurige verlichting lichtmasten niet hoger dan de hoogte van de gebouwen lichtmasten niet op de rand van natuurgebieden lichtmasten niet gericht op de natuurgebieden Reactie gemeente: Het verlichtingstype is geen aspect dat geregeld moet worden in het bestemmingsplan. Desondanks zullen de planregels voorzien in een regeling voor de lichtsterkte op het natuurgebied.

4.20 

Feitelijke onjuistheden in NvU: Hangar 11 was geen plaats waar vliegtuigmotoren werden getest. Het geluid afkomstig van Oostkamp/H11 ten tijde van Defensie was beperkt tot een paar aanwezige generatoren (blijkt uit informatie die middels WOB-verzoek van Defensie zijn verkregen). Het “Doppler-gebouw” is daarvoor gebouwd. Het gebied van het gronddepot is in het vigerende BP 1996 niet bestemd als vliegveld (!) maar als “agrarisch gebied met landschappelijke waarde”. Het is onlogisch om het betreffende terrein niet in het nu op te stellen bestemmingsplan op te nemen. In par. 3.3 is vermeld dat het vorige bestemmingsplan is vernietigd uitsluitend als gevolg van de PAS uitspraak van de Raad van State. Daarbij moet worden opgemerkt dat overige beroepsgronden tegen het bestemmingsplan dus (nog) niet inhoudelijk zijn behandeld. Met enige terughoudendheid wordt een voorstel gedaan tot verdeling van het toegestane geluidsplafond bij de 12 dagen, waarbij naar inzicht van reclamant het verstorende impact op de omliggende natuur wordt beperkt rekening houdend met de wens tot realisatie van een evenemententerrein. Reactie gemeente: We nemen de opmerkingen voor kennisgeving aan.

5. Veiligheidsregio Twenthe, Sector Brandveiligheid, team Advies 5.1 De Veiligheidsregio vraagt aandacht voor de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de aanwezige bluswatervoorziening in het plangebied. Daarnaast adviseren zij ons rekening te houden met de externe veiligheidsaspecten. Reactie gemeente: De toelichting van het bestemmingsplan met bijbehorende onderzoeken zal een verantwoording inhouden van de eisen van een goede ruimtelijke ordening, inclusief de aangehaalde veiligheidsaspecten.

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING PROJECTMER / BESLUITMER LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A GEBIEDSONTWIKKELING EINDCONCEPT LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A 9 JUNI 2016

9 JUNI 2016

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

INHOUDSOPGAVE LEESWIJZER

7

SAMENVATTING

9

1

INLEIDING

39

1.1

Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente

39

1.1.1

Het doorlopen proces

40

1.1.2

Opgaven op hoofdlijnen

43

1.1.3

Te nemen besluiten

46

1.2

M.e.r.-procedure

47

1.2.1

M.e.r.-plicht

47

1.2.2

Conclusie m.e.r.-plicht

50

1.2.3

M.e.r.-procedure

50

1.3

Integraal milieueffectrapport

54

2

3

4

HET PLANGEBIED

55

2.1

Huidige situatie

55

2.1.1

Huidige situatie plangebied Noord

56

2.1.2

Huidige situatie plangebied Midden

57

2.2

Autonome ontwikkelingen

61

BELEIDSKADER, PLANPROCES EN OPGAVE

67

3.1

Beleidskader

67

3.2

Te nemen besluiten

68

3.3

Ladder duurzame verstedelijking

69

VOORGENOMEN ONTWIKKELING

70

4.1

Proces alternatievenontwikkeling

70

4.2

Gewenste gebiedsontwikkeling

70

4.3

Plangebied Noord

71

4.3.1

Airside van het Luchthavengebied

73

4.3.2

Bedrijvencluster AMM/HTSM/TSC

74

4.3.3

Totaal alternatieven plangebied Noord

75 3

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

5

6

4.4

Plangebied Midden

75

4.4.1

Natuur

76

4.4.2

Werkparken

80

WERKWIJZE EFFECTBEOORDELING

83

5.1

Beoordelingskader en methodiek

83

5.2

Effectbeoordeling op twee niveaus

87

OVERZICHT EFFECTEN

89

6.1

Overzicht effecten integrale gebiedsontwikkeling

89

6.1.1

Verkeer

90

6.1.2

Geluid

93

6.1.3

Luchtkwaliteit

96

6.1.4

Externe veiligheid

96

6.1.5

Natuur

96

6.1.6

Landschap en Cultuurhistorie

98

6.1.7

Archeologie

100

6.1.8

Bodem

100

6.1.9

Water

101

6.1.10

Ruimtegebruik

102

6.1.11

Conclusie integrale effectanalyse

102

6.2

Overzicht effecten plangebied Noord

102

6.2.1

Effecten ontwikkeling Luchthavengebied

102

6.2.1.1

Verkeer

104

6.2.1.2

Geluid

105

6.2.1.3

Luchtkwaliteit

106

6.2.1.4

Externe veiligheid

106

6.2.1.5

Natuur

107

6.2.1.6

Landschap en Cultuurhistorie

108

6.2.1.7

Archeologie

109

6.2.1.8

Bodem

110

6.2.1.9

Water

110

6.2.1.10 Ruimtegebruik

111

6.2.2

Effecten bedrijvencluster AMM/HTSM/TSC

112

6.2.2.1

Verkeer

113

6.2.2.2

Geluid

113

6.2.2.3

Luchtkwaliteit

113

6.2.2.4

Externe veiligheid

113

6.2.2.5

Natuur

114

6.2.2.6

Landschap en Cultuurhistorie

115

6.2.2.7

Archeologie

116 4

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

7

6.2.2.8

Bodem

116

6.2.2.9

Water

117

6.2.2.10 Ruimtegebruik

118

6.2.3

Conclusie effectanalyse plangebied Noord

119

6.3

Overzicht effecten plangebied Midden

119

6.3.1.1

Verkeer

121

6.3.1.2

Geluid

121

6.3.1.3

Luchtkwaliteit

121

6.3.1.4

Externe veiligheid

122

6.3.1.5

Natuur

122

6.3.1.6

Landschap en Cultuurhistorie

124

6.3.1.7

Archeologie

127

6.3.1.8

Bodem

127

6.3.1.9

Water

127

6.3.1.10 Ruimtegebruik

129

6.3.1.11 Conclusie effectanalyse plangebied Midden

129

VOORKEURSALTERNATIEF

130

7.1

Totstandkoming van het voorkeursalternatief

130

7.2

Beschrijving voorkeursalternatief plangebied Noord

130

7.2.1

Beschrijving van het AMM/HTSM/TSC gebied

132

7.2.2

Beschrijving luchthavengebied

134

7.2.3

Ontsluiting van het plangebied Noord

136

7.3

Beschrijving voorkeursalternatief Plangebied Midden

137

7.3.1

Natuurontwikkeling

137

7.3.2

Werkparken

140

7.3.3

Ontsluiting van het plangebied Midden

141

7.4

Effectbeoordeling voorkeursalternatief

142

7.4.1

Verkeer

142

7.4.2

Geluid

144

7.4.3

Luchtkwaliteit

148

7.4.4

Externe veiligheid

153

7.4.5

Natuur

153

7.4.6

Landschap en Cultuurhistorie

160

7.4.7

Bodem

160

7.4.8

Water

160

7.4.9

Ruimtegebruik

161

7.4.10

Samenvatting voorkeursalternatief

161

7.5

Mitigerende en Compenserende maatregelen

163

5

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

8

LEEMTEN IN KENNIS EN AANZET EVALUATIEPROGRAMMA

171

8.1

Leemten in kennis

171

8.2

Aanzet evaluatieprogramma

174

6

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

LEESWIJZER Voorliggend milieueffectrapport (MER) betreft het MER voor de integrale Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente. Dit MER bestaat uit een deel A, een deel B en Bijlagen.

Deel A Deel A bevat de kernhoofdstukken van het MER en bevat de informatie bedoeld voor de bestuurlijke lezer, de burger en andere belangstellenden en belanghebbenden. In de inleiding (hoofdstuk 1) staat beschreven wat de aanleiding en achtergrond van het vraagstuk is en worden zowel de totale gebiedsopgave als de deelopgaven op hoofdlijnen beschreven. Ook wordt ingegaan op de benodigde en te nemen besluiten, de m.e.r.-plicht en milieueffectrapportage (m.e.r.), inclusief de betrokken partijen bij dit project. In het plangebied (hoofdstuk 2) wordt een beschrijving gegeven van het gebied in de huidige situatie, de autonome ontwikkelingen en de gewenste gebiedsontwikkeling van het plangebied. Het beleidskader en planproces (hoofdstuk 3) beschrijft de kaders die ten grondslag liggen aan de gebiedsontwikkeling van Luchthaven Twente en het te doorlopen proces. De voorgenomen ontwikkeling (hoofdstuk 4), bevat een toelichting op de gewenste gebiedsontwikkeling en beschrijft de alternatieven voor de verschillende deelopgaven. Ook is in dit hoofdstuk een beschrijving van de autonome ontwikkelingen van het plangebied opgenomen. In de werkwijze en effectbeoordeling (hoofdstuk 5) is toegelicht hoe de effectbeoordeling heeft plaatsgevonden.

Het overzicht van effecten (hoofdstuk 6) gaat eerst in op de effecten van de totale gebiedsontwikkeling en vervolgens op de effecten van de verschillende deelopgaven voor de gebieden Noord en Midden. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen. Hoofdstuk 7 bevat de afweging van het voorkeursalternatief (VKA), geeft een beschrijving van het VKA en bevat een effectbeoordeling van het VKA. In hoofdstuk 8 zijn de leemten in kennis per aspect opgenomen en wordt een aanzet voor het evaluatieprogramma gegeven.

Deel B Deel B bevat achtergrondinformatie en de meer specialistische informatie over de effectbeoordelingen die in het kader van dit MER zijn uitgevoerd. Deel B kan desgewenst aanvullend op deel A worden gelezen. In deel B wordt per (milieu) aspect ingegaan op: • Het relevante beleid, wet- en regelgeving. • De beoordelingscriteria en methode, die in de effectbeoordeling wordt gehanteerd. • De beschrijving van de referentiesituatie. • De effecten van de integrale gebiedsontwikkeling. • De effecten van de deelopgaven in respectievelijk plangebied Noord en plangebied Midden. • Mitigerende en compenserende maatregelen. • Leemten in kennis en een aanzet voor een evaluatieprogramma.

7

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

Bijlagen De Bijlagen zijn als een apart Bijlagenrapport vormgegeven bij dit MER en bevatten een afkortingen- en begrippenlijst, geraadpleegde bronnen, en de Bijlagen waarnaar zowel in deel A als in deel B van het MER worden verwezen. Daarnaast zijn in de Bijlagen diverse achtergrondrapporten en berekeningen toegevoegd. In totaal gaat het om de volgende Bijlagen: • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Bijlage 1: Referenties Bijlage 2: Afkortingen en begrippen Bijlage 3: Projectgeschiedenis Bijlage 4: Alternatievenontwikkeling Bijlage 5: Beleidskader Bijlage 6: Advies Commissie m.e.r. Bijlage 7: Uitgangspunten verkeer Bijlage 8: Verkeersintensiteiten Bijlage 9: Verschilplots verkeer Bijlage 10: Second opinion MER Goudappel-Coffeng Bijlage 11 : Notitie indirecte hinder verkeer evenementen Bijlage 12: Deelrapporten Adecs (geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid) Bijlage 13: Verplichte natuurmaatregelen Natuur en werkparken Bijlage 14: AERIUS Resultaten Bijlage 15: Passende Beoordeling Bijlage 16: SOVON rapport – Beoordeling geluidseffecten op broedvogels en vleermuizen Bijlage 17: SOVON rapport - Inschatting verstorende invloed werkparken Bijlage 18: Cultuurhistorische waarden Bijlage 19: Kaart Fliegerhorst Twente – plangebied Noord Bijlage 20: Kaart Fliegerhorst Twente – plangebied Midden Bijlage 21: Project Cultuurhistorie Vliegveld Twente Bijlage 22: Oppervlakteverhoudingen ontwikkeling AMM/HTSM gebied

8

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

SAMENVATTING In voorliggende gecombineerde planMER / projectMER (verder MER genoemd) worden de milieueffecten van de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente beoordeeld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de milieueffecten van de integrale gebiedsontwikkeling en de milieueffecten van de deelopgaven in respectievelijk plangebied Noord en plangebied Midden. Dit MER bestaat uit een deel A, een deel B en Bijlagen.

Plangebied en achtergrond In 2003 heeft het kabinet besloten om de militaire luchtmachtbasis Twenthe te sluiten. Daarna is onderzocht welke ontwikkelingen in het gebied een economische en duurzaamheidsimpuls aan de regio zouden kunnen geven en welke rol de doorontwikkeling van de luchthaven daarbij kan spelen. In de plannen van Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Enschede staat het compenseren van het banenverlies, het realiseren van natuur en het realiseren van een acceptabele opbrengst van de grond voor het Rijk centraal. Het plangebied, de voormalige militaire luchtmachtbasis Twenthe heeft een oppervlakte van circa 431 hectare en is gelegen in het hart van het stedelijk gebied van Twente ten noorden van Enschede, ten westen van Hengelo en ten zuiden van Oldenzaal op de grens tussen de gemeente Dinkelland en Enschede. De Duitse grens ligt op een afstand van circa 8 kilometer ten oosten van het plangebied. De omgeving kenmerkt zich, naast de Twentse steden, door natuur en agrarisch cultuurlandschap. Het plangebied is onderwerp geweest van vele studies. Hoewel in voorgaande studies onderscheid is gemaakt in de separate plangebieden Noord en Midden is nu gekozen om één integraal MER op te stellen voor de totale gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente.

De begrenzing van het plangebied van dit integrale MER voor de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente en de ligging van dit plangebied in de omgeving is weergegeven in Afbeelding 1.

Afbeelding 1 Situering plangebied gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente, inclusief gemeentegrenzen

Vanaf 2007 hebben het rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Enschede verschillende scenario’s met en zonder vliegen onderzocht. Na het vaststellen van de structuurvisie van de gemeente Enschede in 2009 en de ruimtelijke visie van de provincie Overijssel in 2010 zijn tot medio 2014 alle inspanningen gericht geweest op de ontwikkeling van een compacte commerciële burgerluchthaven in het noordelijk deel van het 9

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

plangebied. Voor het middengebied heeft vanaf de start de ontwikkeling van Natuur en Werkparken centraal gestaan. Voor de twee plangebieden zijn in eerste instantie twee afzonderlijke m.e.r - procedures opgestart met separate ruimtelijke ordeningsprocedures, één voor de deelopgaven gekoppeld aan het Luchthavenbesluit in het noordelijk plangebied en één voor de deelopgaven in het Middengebied. Aan het eind van het tweede kwartaal van 2014 heeft Area Development Twente (ADT) vastgesteld dat de ontwikkeling van een commerciële burgerluchthaven in Twente op dat moment niet mogelijk was binnen de gestelde politieke kaders. De gemeente Enschede en provincie Overijssel hebben daarom de ontwikkeling van een commerciële burgerluchthaven in het noordelijk deel van het plangebied en de ruimtelijke procedures daarbij stopgezet.

Advies Commissie Wientjes Op verzoek van de Provinciale Staten van Overijssel en gesteund door de gemeenteraad van Enschede is een onafhankelijke adviescommissie in het leven geroepen die de kansen voor een duurzaam economisch sterker Twente en de rol van de voormalige luchthaven Twente daarbij heeft onderzocht. Deze commissie onder leiding van Bernhard Wientjes (hierna: Commissie Wientjes) heeft in oktober 2014 advies uitgebracht 1 over de ontwikkeling van het luchthavengebied . De Commissie Wientjes adviseert aansluiting te zoeken bij het topsectorenbeleid door binnen de regionale economie een sterke focus te leggen op Advanced Materials and Manufacturing (AMM) als onderdeel van High Tech Systems and Materials (HTSM) (hierna integraal genoemd: AMM/HTSM). Dit met het doel een economisch sterker en duurzamer Twente te realiseren. Kern is dat de voormalige militaire luchtmachtbasis zich moet kunnen ontwikkelen tot Technology Base Twente, een iconische internationale ontwikkel-, demonstratie- en productiezone voor AMM. Het gebruik van de start- en landingsbaan moet op een logische manier inhaken bij de gebiedsontwikkeling en een toevoeging voor de vestigingsfactor voor Twente zijn. Voor het middengebied blijven de ontwikkelingen tot natuurgebied bestaan en zijn de Werkparken aangewezen voor evenementen, leisure en (innovatieve) bedrijvigheid.

De adviezen van de Commissie Wientjes zijn door de Enschedese gemeenteraad en door Provinciale Staten 2 van de provincie Overijssel onderschreven . De adviezen zijn expliciet als standpunt gekozen voor het voorliggend MER en vormen samen met de andere kaders zoals beschreven in dit MER het vertrekpunt voor voorliggend MER.

Opgave op hoofdlijnen Het plangebied van de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente bestaat uit plangebied Noord met een oppervlakte van circa 230 hectare (bruto) en plangebied Midden met een oppervlakte van circa 200 hectare (bruto). Beide plangebieden kennen eigen specifieke deelopgaven, gebiedskenmerken en te doorlopen procedures van de gewenste ontwikkelingen. Plangebied Noord bestaat uit een luchthavengebied van bruto 148 hectare waar ruimte wordt geboden voor luchtvaart gerelateerde bedrijvigheid en General en Business Aviation, een stuk van de ontsluiting op de N737 van circa 6 ha en een bedrijvencluster van circa 76 hectare waar ontwikkeling van de moderne 3 maakindustrie wordt gestimuleerd in de sectoren Advanced Materials and Manufacturing (AMM) als

1

Advies Commissie van Wijzen, Technology Base Twente, Zwolle/Enschede, 30 oktober 2014. Op respectievelijk 8 en 10 december 2014 hebben de gemeenteraad Enschede en Provinciale Staten van Overijssel het advies Technology Base Twente van de Commissie Wientjes ingestemd. 3 Advanced Materials and Manufacturing (AMM) staat voor een nieuwe maakindustrie gebaseerd op nanotechnologie en biotechnologie, die met behulp van nieuwe materialen nieuwe systemen produceert. Deze ontwikkeling is in Twente al bij veel bedrijven te zien die de transformatie van textiel en metaal naar hightech succesvol hebben doorgemaakt. Voorbeelden zijn o.a. Thales, Demcon, Nedap, Norma, TKH, Bronkhorst High-tech, TenCate, Aeronamic, Pentair. Bron: Technology Base Twente, Advies Commissie van Wijzen, 30 oktober 2014. 2

10

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

4

onderdeel van High Tech Systems and Materials (HTSM) . Tevens maken de doorontwikkelingsplannen van 5 de Twente Safety Campus deel uit van dit gebied en is ruimte voor het vliegen met RPAS / drones. Plangebied Midden bestaat uit circa 137 hectare (bruto) grond van de voormalige militaire basis dat is ingericht als natuur in aansluiting op het Natuur Netwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur), een gronddepot van circa 3,5 hectare en een gebied van circa 59 hectare bestaande uit de deelontwikkelingen (werkparken) De Strip, Oostkamp en Deventerpoort. Binnen werkpark De Strip bevindt zich de voormalige taxibaan met bijbehorende gebouwen. Dit gebied is aangewezen voor leisure, evenementen en innovatieve bedrijvigheid. Het accent ligt op automotive activiteiten en evenementen. Werkpark Oostkamp betreft het oostelijke terrein met hangars en voormalig munitiebunkerpark. Dit gebied is eveneens aangewezen voor leisure en evenementen, maar ook voor innovatieve op food gerichte bedrijvigheid. Binnen werkpark Deventerpoort ligt een herstructureringsopgave van het bestaande bedrijvencluster dat is aangewezen voor bedrijvigheid en het deels verharde terrein ten noorden van de oude terminal dat wordt ingericht als parkeergelegenheid voor evenementen in Oostkamp en De Strip.

Te nemen besluiten Voor de Gebiedsontwikkeling Twente geldt dat er zowel sprake is van een plan-m.e.r.- plicht als van een project-m.e.r-plicht vanwege het feit dat een passende beoordeling noodzakelijk is en dat de provinciale en gemeentelijke structuurvisies (Enschede en Dinkelland) moeten worden aangepast op de gewenste ontwikkelingen voor de gebiedsontwikkeling luchthaven Twente. Om de vliegfunctie te behouden is op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenbesluit nodig en de betrokken gemeenten (Enschede en Dinkelland) zijn verplicht om het luchthavengebied en de beperkingengebieden, alsmede de beperkingen die daarin gelden, binnen een jaar na inwerkingtreding van het luchthavenbesluit op te nemen in hun bestemmingsplannen. Voor het planologisch vastleggen van het bedrijvencluster in plangebied Noord wordt een bestemmingsplan opgesteld. Voor het plangebied Midden met de werkparken en de functiewijziging naar natuur in dit plangebied wordt een bestemmingsplan opgesteld om de ontwikkelingen planologisch-juridisch mogelijk te maken.

De opgave in dit MER De opgave in dit MER is het beoordelen van de milieueffecten van de integrale gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente voor het hele plangebied. Tegelijkertijd moet de milieubeoordeling ook geschikt zijn als onderbouwing voor de verschillende te nemen besluiten. Om deze reden is in het MER in de effectbeoordeling van de milieuaspecten onderscheid gemaakt in effecten van de integrale Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente, effecten van de deelopgaven in plangebied Noord en effecten van de deelopgaven in plangebied Midden. 6

Als referentiesituatie wordt het jaar 2026 aangehouden, dat wil zeggen 10 jaar na het inwerking treden van het besluit of plan. In de referentiesituatie wordt rekening gehouden met alle autonome ontwikkelingen in de omgeving die tussen 2014 en 2026 plaatsvinden.

De voorgenomen ontwikkeling Het concept voor Technology Base Twente vraagt om een integrale ontwikkelvisie voor het gebied waarbij ruimte is voor luchtvaart gerelateerde bedrijvigheid en General en Business Aviation, maar dit is geen doel op zich. Het gebruik van de baan moet op een logische manier inhaken bij de gebiedsontwikkeling en een toevoeging zijn als vestigingsfactor voor Twente. De volgende activiteiten kunnen een plek krijgen in het plangebied: 4

Bedrijven in de High Tech Systems and Materials (HTSM)-sector produceren een breed scala aan eindproducten, halffabricaten, componenten en materialen voor mondiale markten variërend van gezondheidszorg, verlichting, chips en chips-productie tot laboratorium- en kantoorapparatuur, van auto’s en logistieke systemen, vliegtuigen en satellieten tot energie opwekking, voedselverwerking en veiligheid. Karakteristieke eigenschappen zijn: zeer intelligent (embedded systemen, software, sensors), zeer nauwkeurig (nano-elektronica, high precision manufacturing) en zeer efficiënt (mechatronica). 5 RPAS: Remotely Piloted Aircraft Systems, bestaat uit drones, onbemande helicopters, multicopters of vliegtuigen. 6 In een MER worden de effecten van de alternatieven altijd vergeleken met de referentiesituatie. Dat is de situatie die in de toekomst zal ontstaan als het project niet wordt gerealiseerd, maar andere vastgestelde plannen en projecten wel doorgang vinden. 11

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

• • • • • •

Economische bedrijvigheid in het kader van de ontwikkel-, demonstratie- en productiezone op het gebied van 'advanced materials and manufacturing’, zoals smart factories, T2TP7, MKB-bedrijven etc. Ontwikkel- en testactiviteiten aangaande 'safety & security', vooral gerelateerd aan technologische innovaties, zoals TroNed, web-security, drones etc. Milieuvriendelijke recreatie, sport, wellness en leisure, zoals fietsen, wandelen, paardensport, etc. Beperkte general & business aviation, zoals zweefvliegen, zakenjets, vluchten met een maatschappelijk of humanitair doel, etc. Milieuvriendelijke luchtvaart gerelateerde bedrijvigheid, zoals vliegtuigrecycling, onderdelenproductie, etc. Eenmalige evenementen, shows en presentaties, zoals concerten, hippische evenementen, etc.

Technology Base Twente onderscheidt zich van reguliere bedrijventerreinen omdat het voortbouwt op het historische landgoedprincipe van nut en lust. Technology Base onderscheidt zich qua opzet van reguliere bedrijventerreinen omdat het gebied ruig en ongepolijst is. Een gebied met veel ruimte. “Op de Technology Base kan wat elders niet kan.” Deze locatie doet een onmiskenbaar appèl aan bedrijven die willen experimenteren, uitproberen en vernieuwen.

Plangebied Noord 8

Plangebied Noord bestaat uit het luchthavengebied , een gedeelte dat wordt ingericht voor bedrijvigheid in 9 10 de AMM/HTSM-sector , waaronder de Twente Safety Campus en een stuk van de ontsluiting op de N737 . Ook is er ruimte voor het vliegen met RPAS/drones. Binnen het luchthavengebied is, naast de ruimte die nodig is voor de vliegfunctie ten behoeve van Business Aviation en General Aviation, ruimte voor luchtvaart gebonden bedrijvigheid en voor het testen en vliegen met RPAS/drones. In dit MER wordt zowel in het luchthavengebied als in het bedrijvencluster uitgegaan van alternatieven die de bandbreedte aangeven van de verschillende ontwikkelingen. Door deze bandbreedtebenadering worden in het MER telkens de uitersten van de beoogde ontwikkeling beschouwd. De bestaande inrichting van de Twente Safety Campus in dit noordelijk plangebied wordt in het kader van deze m.e.r.-procedure gezien als autonome ontwikkeling. 11

Voor het luchthavengebied zijn twee groeibeelden gedefinieerd, de Startvariant en de Trendvariant , zie Tabel 1-1. Deze varianten verschillen voornamelijk in het aantal vliegbewegingen en al dan niet proefdraaien van vliegtuigmotoren. De toegestane milieu categorieën ten aanzien van Cradle2Cradle en End Of Life zijn in beide varianten gelijk.

7

T2TP = bedrijvigheid gericht op ontwikkelen en testen van hoogwaardige productietechnologie Het luchthavengebied wordt uiteindelijk in het luchthavenbesluit vastgelegd, waarbij de exacte begrenzing op onderdelen kan afwijken van de in dit MER weergegeven begrenzing. Het overige deel van het plangebied omvat de AMM/HTSM-ontwikkeling. 9 Advanced Materials and Manufacturing (AMM) en High Tech Systems and Materials (HTSM) 10 De ontsluiting op de N737 is onderdeel van de autonome ontwikkeling. 11 De groeivariant uit de Notitie Reikwijdte en Detailniveau wordt in dit MER aangeduid als Trendvariant. 8

12

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

Tabel 1-1 Startvariant en Trendvariant in luchthavengebied

Startvariant

Trendvariant

MRO (cat. 3.1, zonder proefdraaien) – geen 12 vliegbewegingen

MRO (cat. 5.3 = incl. proefdraaien) – 200 vliegbewegingen

C2C/EOL (cat. 4.2) – 60 vliegbewegingen

C2C/EOL (cat. 4.2) – 240 vliegbewegingen

BA – 600 vliegbewegingen

BA – 1.800 vliegbewegingen

GA – 10.000 vliegbewegingen

GA – 18.000 vliegbewegingen

13

Helikopters

– 40 vliegbewegingen

Totaal vliegbewegingen: 10.700

Helikopters – 100 vliegbewegingen Totaal vliegbewegingen: 20.340

Voor het bedrijvencluster zijn twee alternatieven gedefinieerd, de Campusinrichting en Hoogwaardig verdicht (zie Tabel 1-2). Deze alternatieven verschillen in het uitgeefbaar terrein en de toegestane oppervlakte bebouwing. Daarnaast is in het alternatief Hoogwaardig verdicht beperkt een hogere milieucategorie in de kern van het plangebied toegestaan.

Tabel 1-2 Alternatieven Campusinrichting en Hoogwaardig verdicht in plangebied Noord

Campusinrichting*

Hoogwaardig verdicht*

39% niet uitgeefbaar

28% niet uitgeefbaar

61% uitgeefbaar, waarvan 16% bebouwd = 9,3 ha

72% uitgeefbaar, waarvan 36% bebouwd = 24,6 ha

AMM/HTSM bedrijven: categorie 4.2

AMM/HTSM bedrijven: categorie 4.2 Een beperkt aantal bedrijven in de kern van het plangebied mag behoren tot cat. 5.1

Plangebied Midden 14

De ontwikkeling in plangebied Midden bestaat uit de realisatie van natuur in aansluiting op het 15 Natuurnetwerk Nederland en een gebied waar ruimte is voor de ontwikkeling van de Werkparken De Strip, Oostkamp en Deventerpoort. In een eerdere planfase zijn scenario’s voor de natuurontwikkeling en de ontwikkeling van de werkparken onderzocht. Op basis daarvan is een voorkeursalternatief uitgewerkt voor zowel de ontwikkeling van natuur als de werkparken. In het voorliggend MER zijn deze voorkeursalternatieven op milieueffecten onderzocht.

Natuur Bij de ontwikkeling van de natuur wordt ingespeeld op de bestaande lijnen in het gebied. Daarnaast worden andere elementen zoals de spottershills (uitkijkposten) zorgvuldig ingepast in het landschap, passend bij de maat, schaal en vorm van het landschap (microreliëf). Verder is gezocht naar een goede locatie voor de Gradiëntlijn die loopt vanaf de Lonnekerberg (stuwwal, hoog, besloten) naar het open lager gelegen gebied.

12

In deze variant genereert de MRO-activiteit op zich zelf geen extra vliegbewegingen. De vliegfuncties BA en GA kunnen wel gebruik maken van de beperkte MRO-activiteit. 13 In de vlootmix zitten vluchten voor helikopters ten behoeve van spoedeisende hulpverlening of politietaken. 14 Deze natuurontwikkeling is reeds (grotendeels) gerealiseerd. Echter omdat de natuurontwikkeling nog niet planologisch is vastgelegd maakt deze wel onderdeel uit van dit MER. 15 Voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). 13

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

Er is voor gekozen om met delen van de inrichting van de natuur al te starten vanuit het belang om nieuwe habitats in te richten om een “warme” overgang te creëren voor flora en fauna. De inrichting van de natuur is inmiddels afgerond. Dit overeenkomstig de met de provincie gemaakte afspraak dat voor 1 januari 2016 het terrein ingericht is.

Werkparken 16

Het kader voor de ontwikkeling van de Werkparken wordt gevormd door het Ontwikkelingsplan 2012 en de Nota van Uitgangspunten Middengebied 2015. Het betreft een economische kansenzone, waarin leisure, evenementen en bedrijvigheid samengaan. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing en infrastructuur met hier en daar ruimte voor nieuwbouw. Voor de Werkparken De Strip en Oostkamp wordt een organische ontwikkeling voorgestaan, passend in de huidige economische situatie. Een eindbeeld van de ontwikkeling is daardoor nog niet te geven, maar dit heeft bij de omgeving wel tot onzekerheid geleid. In de Nota van Uitgangspunten, in april 2015 vastgesteld door de gemeente Enschede, is vervolgens het kader voor de beoogde ontwikkeling uitgewerkt. Dit is weergegeven in Tabel 1-3.

Tabel 1-3 VKA volgens Nota van Uitgangspunten Middengebied

Werkparken

Het voorkeursalternatief (VKA) volgens Nota van Uitgangspunten Middengebied

De Strip

Voormalige taxibaan met bijbehorende gebouwen aangewezen voor leisure/innovatieve bedrijvigheid met een accent op automotive en evenementen • Gebruik taxibaan als niet openbaar testgebied voor bijvoorbeeld remproeven van autobanden, testen van solarwagens en presentaties van voertuigen (beeld en filmopnamen). • Ruimte voor voorzieningen als trainingsparcours. • Openluchtevenementen e.a. vormen van leisure zoals sportieve activiteiten. Bedrijvigheid t/m cat. 4.2

Oostkamp

Oostelijk terrein met hangars en voormalig munitiebunkerpark aangewezen voor leisure, evenementen en innovatieve op food gerichte bedrijvigheid. • Het oostelijk deel rond de munitiebunkers  ontwikkeling tot bedrijvigheid, leisure (zoals buitensporten) en evenementen • Westelijk deel rond de grote hangars als evenementenlocatie gebruik makend van bestaande bebouwing en infrastructuur (verbouwen/aanbouwen/vernieuwen is toegestaan). • In het midden en zuidelijk deel ruimte voor bedrijvigheid in bestaand vastgoed. Bedrijvigheid t/m cat. 4.2

Werkparken Van Eck totaal

Begrenzing van het aantal activiteiten/evenementen zoals hierboven beschreven op basis van: • Max. milieucat. 4.2 • Maximaal 500.000 bezoekers per jaar • Geluidscontour van maximaal 50 dB(A) die voor het gebied De Strip en Oostkamp wordt vastgesteld • Begrenzing 12x piekbelastingen

Deventerpoort

Herstructurering bestaande bedrijvencluster, aangewezen voor leisure/bedrijvigheid Reguliere bedrijvigheid t/m cat. 4.2

Integrale gebiedsontwikkeling In de integrale gebiedsanalyse wordt de totale bandbreedte van de effecten van de gebiedsontwikkeling in beeld gebracht. Dit wordt gedaan door de effecten te beschrijven van de minimale invulling en de maximale invulling van het gebied. In Tabel 1-4 is de minimale invulling en de maximale invulling van de totale gebiedsontwikkeling weergegeven.

16

Ontwikkelingsplan Area Development Twente, januari 2012. 14

PROJECTMER / BESLUITMER GEBIEDSONTWIKKELING LUCHTHAVEN TWENTE, DEEL A EINDCONCEPT

Tabel 1-4 Minimale en maximale invulling integrale gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente

Plangebied Noord

Plangebied Midden

Minimale invulling

Maximale invulling

Bedrijvencluster: Campusinrichting • 9,3 ha footprint gebouwen • AMM/HTSM cat. 4.2

Bedrijvencluster: Hoogwaardig verdicht • 24,6 ha footprint gebouwen • AMM/HTSM cat. 4.2 • Beperkt aantal bedrijven met cat. 5.1 in de kern

Luchtvaartontwikkeling: Startvariant • 10.700 vliegbewegingen per jaar • Luchthaven gebonden bedrijvigheid cat. 3.1

Luchtvaartontwikkeling: Trendvariant • 20.340 vliegbewegingen per jaar • Luchthaven gebonden bedrijvigheid cat. 3.1 incl. MROfunctie met proefdraaien (cat. 5.3)

VKA ontwikkeling Natuur

VKA ontwikkeling Natuur

VKA Werkparken

VKA Werkparken

Effectbeoordeling In dit MER zijn de milieueffecten van de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente en de alternatieven voor de verschillende deelopgaven in plangebied Noord en plangebied Midden in beeld gebracht met als doel een keuze te kunnen maken voor het voorkeursalternatief (VKA). De relevante wet- en regelgeving per milieuaspect alsook een nadere toelichting op het beoordelingskader en gehanteerde methodiek is nader beschreven in deel B van dit MER. In de effectbeoordeling is gekeken naar de mogelijke effecten in zowel de aanleg- als de gebruiksfase. De effectbeoordeling van de verschillende milieuaspecten vindt plaats ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en de autonome 17 ontwikkelingen . Voor de milieuaspecten vindt de effectbeoordeling waar mogelijk op een kwantitatieve wijze plaats. Daar waar dat niet mogelijk (of nodig) is, is de effectbeoordeling op basis van expert judgement uitgevoerd en zijn 18 de effecten beoordeeld volgens een zevenpuntschaal . Ook de effecten, die kwantitatief zijn bepaald, zijn vertaald naar deze zevenpuntschaal. De effectbeoordeling van de voorgenomen gebiedsontwikkeling heeft plaatsgevonden op: 1. Het niveau van de integrale gebiedsontwikkeling.

Hierbij zijn effecten van de totale gebiedsontwikkeling in beeld gebracht, waarbij de effecten van de deelopgaven in plangebied Noord en Midden in onderlinge samenhang zijn beschouwd. Hierbij wordt tevens gekeken naar de mogelijke cumulatie van effecten. De integrale effectbeoordeling is uitgevoerd op een ander abstractieniveau dan de beoordelingen op het niveau van de plangebieden Noord en Midden. Hierdoor is de integrale effectbeoordeling niet (per definitie) een optelsom van beide individuele beoordelingen, maar is een unieke, nieuwe beoordeling uitgevoerd waarbij alle factoren gezamenlijk en in samenhang zijn beschouwd. 2. Op het niveau van de plangebieden. Hierbij is per plangebied, Noord of Midden, aangegeven welke effecten er optreden als gevolg van de deelopgaven die binnen dat plangebied worden ontwikkeld. Daar waar effecten overeenkomen of al beschouwd zijn in de beoordeling van de integrale gebiedsontwikkeling, is terugverwezen. Een aantal beoordelingscriteria zijn alleen integraal beoordeeld, omdat deze op netwerkniveau spelen. Denk aan verkeer, wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit en stikstofdepositie in relatie tot natuur. Voor een aantal andere aspecten is een beoordeling op dit niveau daarentegen weer niet relevant, omdat het lokale effecten betreft, zoals ruimtegebruik, archeologie en externe veiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=428fd6b5-d19b-49e8-8a14-4dafca7e5e21