CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

b. Usseler Es West Toelichting

Raadsvergadering 12 april 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Het (gewijzigd) vaststellen van het bestemmingsplan "Usseler Es West", het vaststellen van de wijziging 111 van de Welstandsnota Enschede en het intrekken van het exploitatieplan “Usseler Es 2008”21.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toetsing bestemmingsplan "Usseler Es West" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan "Usseler Es West' heeft met name als doel om de feitelijke situatie vast te leggen. Daarnaast worden er een aantal nieuwe houtwallen aangelegd. Dit is geen activiteit / project als genoemd in de bijlage bij het Besluit m.e.r. waarvoor een m.e.r. of m.e.r. beoordeling dient te worden uitgevoerd. Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven.

5.1.2

Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande bedrijfsactiviteiten en voorzieningen rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es West" aanwezig zijn, die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar.

26

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Om eventuele knelpunten te signaleren is onderzoek verricht naar de invloed van bedrijven op het plangebied. Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering, een VNG uitgave uit 2009. Deze publicatie biedt een handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk. De genoemde afstanden gelden vanaf de grens van de inrichting tenzij anders staat vermeld. De vermelde milieucategorie is de categorie zoals deze wordt gebruikt ten behoeve van bestemmingsplannen. Voor meer informatie over de indeling in milieucategorieën zie paragraaf 6.3.8.

Milieuhinder van bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied voor gevoelige functies in en rondom het plangebied Uitgangspunt voor de bestaande situatie) is dat bedrijven en voorzieningen van categorie 1 en 2 doorgaans toelaatbaar zijn in een woonomgeving. Binnen het plangebied bevinden zich slechts enkele bedrijven c.q. voorzieningen:

Adres

Omschrijving activiteit

Cat

Milieu-aspect

Indicatieve afstand (in m 1)

Haaksbergerstraat 904

Landbouw-mechanisatiebedrijf

3.1

Geluid

50 m

Haaksbergerstraat 904

Gasdrukregel- en meetstation

2

Geluid

30 m

Eulderinkweg 22

Opvang en dagbesteding

1

Geluid

10 m

Usselerschoolweg 50

Bijeenkomstgebouw

1

Geur en geluid 10 m

Willemsbeekweg 5

Bosbessenkwekerij

2

Geluid

30 m

Deze bedrijven c.q. voorzieningen worden, met uitzondering van een landbouwmechanisatiebedrijf aan de Haaksbergerstraat 904, ingedeeld in categorie 1 of 2. Dit bedrijf wordt als landbouwmechanisatiebedrijf ingedeeld in de categorie 3.1, met de normafstanden: Geluid: 50 meter Geur: 30 meter Stof en gevaar: 10 meter

Beoordeling Haaksbergerstraat 904: Uit een nadere beschouwing is naar voren gekomen dat dit bedrijf geen belemmeringen oplevert voor het plangebied. In de omgeving van het bedrijf is een drukke verkeersweg gelegen. Van een rustige woonwijk is derhalve geen sprake. Conform de systematiek van de VNG brochure kan de normafstand met één stap worden teruggebracht tot een afstand van 30 m voor het aspect geluid. Binnen deze afstand is een woning gelegen. Op het bedrijf is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. Er gelden standaardgeluideisen op de dichtstbij zijnde woning 50 dB(A) etmaalwaarde en 70 dB(A) voor piekgeluid. Op de gevel van de woning dient te worden voldaan aan de voorschriften van het besluit. Indien dit het geval is dan is er sprake van een aanvaardbare situatie. Indien niet wordt voldaan aan de geluidsnormen dan dient het bedrijf maatregelen te treffen om geluidsoverlast te voorkomen. Klachten over geluidsoverlast zijn niet bekend. Ter voorkoming van geuroverlast zijn in het Activiteitenbesluit maatregelen opgenomen. Indien hieraan wordt voldaan dan is er sprake van een aanvaardbare situatie. Klachten over geuroverlast zijn niet bekend. Geconcludeerd kan worden dat het bedrijf aanvaardbaar is in zijn omgeving.

Conclusie: Gelet op het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de aanwezige bedrijven c.q. voorzieningen binnen het plangebied geen belemmeringen opleveren voor gevoelige functies in en om het plangebied Usseler Es West.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

27

Milieuhinder van bestaande bedrijfsactiviteiten rondom het plangebied voor woningen in het plangebied In de nabijheid van het plangebied zijn de bedrijventerreinen van De Grote Plooy (terrein bierbrouwerij Grolsch), Havengebied, De Marssteden en Josink Es gelegen. Voor dezet bedrijventerreinen zijn geluidszones industrielawaai vastgesteld. Buiten de zones mag de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. De geluidszone van de bedrijventerreinen De Grote Plooy, Havengebied en De Marssteden zijn niet binnen het plangebied van dit bestemmingsplan gelegen. De geluidszone van de Josink Es daarentegen wel.

De bedrijven in de omgeving van het plangebied zijn nader geïnventariseerd. Van de bedrijven zijn de indicatieve hindercontouren bepaald:

Adres

Omschrijving activiteit

Cat

Milieu-asp Indicatieve ect afstand (in m 1)

Invloed op plangebied

Achterhofweg 22

Tuincentrum

2

Geluid

30 m

Nee

Achterhofweg 35

Paardenhouderij

3.1

Geur

50 m

Nee

Brouwerslaan 1

Bierbrouwerij

4.2

Geur

300 m

Ja

Haaksbergerstraat 701-705/Borgweg 25

Bedrijfsverzamelgebouw

2

Geluid

30 m

Ja

Haaksbergerstraat 858

Verkoop tuinmachines, tuinartikelen, tuinhuisjes, tuinhout, afrastering, speeltoestellen en tuinbenodigdheden

2

Geluid

30 m

Nee

Haaksbergerstraat 864

Autohandel

2

Geluid

30 m

Ja

Haaksbergerstraat 866

Verkoop en reparatie van auto's 2

Geluid

30 m

Ja

Marssteden 35

Warmtekrachtcentrale gasgestookt

Geluid

500 m

Ja

5.1

Er is nader onderzoek verricht naar de bedrijven in de directe nabijheid die invloed hebben op het plangebied Usseler Es West. Het betreft de volgende bedrijven:

Grolsche bierbrouwerij Brouwerslaan 1 (bierbrouwerij) Normafstanden Geur 300 m Stof 30 m Geluid 100 m Gevaar 50 m Het plangebied is op meer dan 300 meter van de bierbrouwerij gelegen. Bovendien is voor de bierbrouwerij een geluidszone industrielawaai vastgesteld. Deze geluidszone is niet gelegen binnen het plangebied. Gelet op het vorenstaande vormt de bierbrouwerij geen knelpunt voor het plangebied.

Ennatuurlijk Marssteden 35 (warmtekrachtcentrale) Normafstanden Geur, stof en gevaar 100 meter.

28

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Geluid 500 meter De contouren voor de aspecten geur, stof en gevaar vallen niet over het plangebied Usseler Es West. Voor de geluidcontour geldt het volgende. De warmtekrachtcentrale is gelegen op het gezoneerde industrieterrein De Marssteden. De geluidszone van dit industrieterrein ligt buiten het plangebied Usseler Es. De warmtekrachtcentrale vormt daarmee geen knelpunt voor het bestemmingsplan Usseler Es.

Diverse bedrijven Haaksbergerstraat 701-705/Borgweg 25 (bedrijfsverzamelgebouw) Normafstand Geluid 30 m Deze contour valt binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn binnen deze contour echter geen gevoelige functies (zoals woningen) gelegen. Bovendien zijn in de omgeving van het bedrijfsverzamelgebouw drukke verkeerswegen gelegen. Van een rustige woonwijk is derhalve geen sprake. Conform de systematiek van de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering kan de normafstand met één stap worden teruggebracht tot een afstand van 10 m voor het aspect geluid. Gelet op het vorenstaande vormt het bedrijfsverzamelgebouw geen knelpunt voor het plangebied.

Auto's van Oldenhof Haaksbergerstraat 864 (autohandel) Normafstanden Geluid 30 m Geur en gevaar 10 m De contour voor het aspect geluid valt binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn binnen deze contour echter geen gevoelige functies (zoals woningen) gelegen. Bovendien zijn in de omgeving van het bedrijfsverzamelgebouw drukke verkeerswegen gelegen. Van een rustige woonwijk is derhalve geen sprake. Conform de systematiek van de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering kan de normafstand met één stap worden teruggebracht tot een afstand van 10 m voor het aspect geluid. Gelet op het vorenstaande vormt het bedrijf geen knelpunt voor het plangebied.

A.K Auto's Haaksbergerstraat 866 (verkoop en reparaties van auto's) Normafstanden Geluid 30 m Geur en gevaar 10 m De contour voor het aspect geluid valt binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn binnen deze contour echter geen gevoelige functies (zoals woningen) gelegen. Bovendien zijn in de omgeving van het bedrijfsverzamelgebouw drukke verkeerswegen gelegen. Van een rustige woonwijk is derhalve geen sprake. Conform de systematiek van de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering kan de normafstand met één stap worden teruggebracht tot een afstand van 10 m voor het aspect geluid. Gelet op het vorenstaande vormt het bedrijf geen knelpunt voor het plangebied.

Uit bovenstaande blijkt dat de bedrijven in de omgeving geen knelpunten opleveren voor het plangebied Usseler Es West.

Conclusie milieuhinder bedrijven en voorzieningen Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

29

5.1.3

Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem.

Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan "Usseler Es West" Het bestemmingsplan "Usseler Es West" is hoofdzakelijk conserverend van aard. Hiermee wordt bedoeld dat ten aanzien van dit plan overwegend de bestaande situatie is vastgelegd. Voor gebieden die in dit bestemmingsplan conserverend zijn bestemd, is een onderzoek naar de bodemgesteldheid daarom achterwege gelaten omdat de resultaten van een dergelijk onderzoek de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet beïnvloeden. Mogelijk vinden er voor de aanleg van de nieuwe groenstructuren beperkte grondwerkzaamheden plaats. Deze gronden zijn al geruime tijd in gebruik voor agrarische doeleinden. Van locaties in het plangebied met een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging is geen sprake. Ook wordt bij de aanleg van groen niet gewerkt met stoffen die kunnen leiden tot een bodemverontreiniging. Daarnaast is de omvang van het opgegraven zand dermate beperkt dat het zeer waarschijnlijk is dat dit op de locatie zelf weer verwerkt wordt (geen af- of aanvoer).

Conclusie bodemkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.4

Wet geluidhinder

In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen en/of de transformatie van bestaande panden naar wonen of een andere geluidgevoelige functie mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het ook noodzakelijk zijn dat akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd in situaties dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is.

Wegverkeerslawaai Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Usseler Es West” zijn op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde wegen aanwezig. Het plangebied is ook gelegen binnen de onderzoekszone van de volgende gezoneerde weg(en) in de directe omgeving: Rijksweg A35

30

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Westerval Haaksbergerstraat Usselerrondweg Het bestemmingsplan voorziet binnen de onderzoekszones niet in de realisatie van of transformatie naar geluidgevoelige functies of terreinen (de bestaande situatie wordt bestemd). Een nadere toetsing aan de Wet geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven.

Railverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es West" is niet gelegen aan of in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn. Een nadere toetsing aan de Wet geluidhinder vanwege railverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven. Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es West" is gelegen in de nabijheid van het op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein, Grote Plooy, Havengebied en De Marssteden en ligt de zone van het bedrijventerrein Josink Es slechts voor een deel in het plangebied van dit bestemmingsplan. Binnen genoemde onderzoekszones zijn daarbij geen geluidgevoelige gebouwen of terreinen aanwezig. Een nadere toetsing aan de Wet geluidhinder vanwege industrielawaai kan daarom achterwege blijven.

Conclusie Wet geluidhinder Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de wet geluidhinder geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Vanwege de eerder beoogde ontwikkeling tot bedrijventerrein waren er voor een aantal woningen hogere grenswaarden verleend: Haaksbergerstraat 900 (vervangende nieuwbouwwoning) te Enschede en kadastraal bekend gemeente Lonneker, sectie U, nummer 3781; Usselerschoolweg 44 (woning) te Enschede en kadastraal bekend gemeente Lonneker, sectie U, nummer 38; Harberinksweg 2 (woning) te Enschede en kadastraal bekend gemeente Lonneker, sectie U, nummer 2880; Harberinksweg 2a (woning) te Enschede en kadastraal bekend gemeente Lonneker, sectie U, nummer 2880. Omdat de betreffende geluidsbronnen (nieuwe wegen en het nieuwe gezoneerde bedrijventerrein) niet meer in het nieuwe bestemmingsplan aanwezig zijn, worden de eerder vastgestelde hogere grenswaarden ingetrokken.

5.1.5

Luchtverkeerslawaai

Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart 2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan “Usseler Es West” is niet gelegen in de nabijheid van het vliegveld Twente en is ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld. Een nadere toetsing aan het Luchthavenbesluit vanwege luchtverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven.

Conclusie Luchtverkeerslawaai Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat luchtverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

31

5.1.6

Luchtkwaliteit

Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. b. c. d. e.

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg.

Luchtkwaliteit en het plangebied “Usseler Es West” Het bestemmingsplan “Usseler Es West” is hoofdzakelijk conserverend van aard. Hiermee wordt bedoeld dat ten aanzien van dit plan overwegend de bestaande situatie is vastgelegd. Er treden daardoor geen wezenlijke wijzigingen in de effecten op de luchtkwaliteit plaats. Een verder onderzoek naar de luchtkwaliteit is achterwege gelaten, omdat de resultaten van een dergelijk onderzoek de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet beïnvloeden.

Conclusie luchtkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.7

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.

Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.

32

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es" zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is. Ten zuidwesten is de Grolsche Bierbrouwerij Nederland bv gelegen aan de Brouwerslaan 5 te Enschede. De inrichting kent voor wat betreft het plaatsgebonden risico geen 10 -6-contour buiten de inrichting en geen groepsrisico. De inrichting vormt derhalve geen belemmering voor dit plan. De vestiging van risicovolle inrichtingen in het bestemmingsplan "Usseler Es" wordt expliciet uitgesloten en worden met het nieuwe bestemmingsplan geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt binnen risicocontouren. Het Bevi en/of het BRZO vormen daarmee geen belemmering voor dit plan.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es" en in de directe nabijheid daarvan zijn buisleidingen gelegen waarop het Bevb van toepassing is. De relevante leidingen, A-646-deel-1 en A-670-deel-1, zijn gelegen aan de zuidzijde van het plangebied ten noorden van en parallel aan de A35. Omdat met het nieuwe bestemmingsplan een wijziging optreedt in het aantal aanwezigen is onderzoek naar de externe veiligheidsrisico's van de hogedruk aardgastransportleidingen noodzakelijk. Uit het onderzoek blijkt dat er geen plaatsgebondenrisico-contour 10-6 wordt berekend en dat het groepsrisico afneemt. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1. Geconcludeerd kan worden dat het Bevb geen belemmering vormt voor onderhavig plan. Daarbij dient wel rekening gehouden te worden met eventuele leidingverleggingen. Conform het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen, welke op 1 januari 2011 in werking is getreden, geldt voor aardgasleidingen een bebouwingsvrije afstand van vijf meter. Deze bebouwingsvrije afstanden zijn als dubbelbestemming opgenomen op de verbeelding en in de planregels.

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water is recentelijk nieuwe wet- en regelgeving in werking getreden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van deze nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg.

Basisnet Weg Ten zuiden van het plangebied zijn de Rijksweg A35 en N18 gelegen. Deze wegen zijn in het Basisnet Weg aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. De wegen kennen, zie onderstaande tabel, geen plaatsgebonden risicocontour en het plasbrandaandachtsgebied reikt niet over het plangebied. Voor wat betreft het groepsrisico vinden binnen het GR plafond geen bestemmingswijzigingen plaats. Gezien het toekomstige extensievere gebruik van het gebied mag verondersteld worden dat onderhavig plan een positief effect, een afname, heeft op het groepsrisico. Het Basisnet Weg vormt dan ook geen belemmering voor dit plan.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

33

In regionaal verband zijn ook wegen aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen, deze wegen maken geen deel uit van het Basisnet Weg. Deze wegen zijn de Haaksbergerstraat (oude tracé N18) vanaf de gemeentegrens met Haaksbergen tot aan de kruising met de Usselerrondweg, de Usselerrondweg tussen de kruising met de N18 en de Westerval.

Basisnet Water Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es" of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water. Een nadere toetsing aan het Basisnet Water kan daarmee achterwege blijven.

Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es" of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor. Een nadere toetsing aan het Basisnet Spoor kan daarmee achterwege blijven.

Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, vooral bij het opstijgen en landen. Het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es" is hemelsbreed op ca. 6 kilometer van het (voormalige) vliegveld Twente gelegen. Dit betekent dat de kans op een luchtvaartongeluk in het plangebied (zeer) klein is.

Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

34

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

5.1.8

Hoogspanningslijnen

Voor het grootschalige transport van elektriciteit wordt met name gebruik gemaakt van bovengrondse elektriciteitslijnen die op masten staan. Al naar gelang de capaciteit van de lijn, zijn de masten hoger. In het (rijks)beleid rond hoogspanningslijnen spelen twee zones een rol; de indicatieve zone en de belemmeringenstrook. Op grond van het voorzorgbeginsel, heeft het ministerie van VROM met een brief d.d. 3 oktober 2005 gemeenten, provincies en netbeheerders geadviseerd om nieuwe situaties waarbij kinderen worden blootgesteld aan magneetvelden hoger dan 0,4 microTesla (jaargemiddelde) zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden. Dit is de zogenaamde indicatieve zone. Daarnaast is er de belemmeringenstrook. Binnen deze zone is in principe geen bebouwing (of werkzaamheden) toegestaan en is altijd schriftelijk toestemming van de netbeheerder noodzakelijk. Deze zone is kleiner dan de indicatieve zone en is opgenomen om onder meer het onderhoud aan de lijnen met bijbehorende infrastructuur te kunnen plegen. De gemeente Enschede hanteert voor hoogspanningslijnen het beleid zoals dat door het Rijk wordt geadviseerd.

Hoogspanninglijnen en het bestemmingsplan "Usseler Es West" Binnen het bestemmingsplangebied bevindt zich een bestaande hoogspanningslijn. Deze hoogspanningslijn loopt min of meer parallel aan de Usseler rondweg. Het betreft een gecombineerde lijn met spanningen van 110 kV en 380 kV. Voor deze leiding geldt een bebouwingsvrije zone van 30 meter aan weerszijde van de hoogspanningslijn. Deze zone wordt opgenomen op de verbeelding en in de planregels. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe gevoelige objecten mogelijk binnen deze zone. Op grond van de door RIVM beheerde Netkaart (zie http://geodata.rivm.nl/netkaart.html) geldt er voor de hoogspanningslijn een indicatieve zone van 95 meter aan weerszijde. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe bestemmingen voor gevoelige objecten binnen deze zone. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de aanwezige hoogspanningslijnen geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.2

Water

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding. Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buiten. In het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is als beleidsuitgangspunt vastgelegd dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt. Indien dit aantoonbaar niet op doelmatige wijze mogelijk is, mag het hemelwater vertraagd worden afgevoerd naar een aanwezige greppel, oppervlaktewater of ander afwateringssysteem in de nabije omgeving. Hiervoor is het nodig het hemelwater tijdelijk op eigen terrein te bergen, zodat het vertraagd kan worden afgevoerd naar voorzieningen in de openbare ruimte. De tijdelijke bergingsopgave bedraagt in het bestaand stedelijk gebied tenminste 20 millimeter, oftewel 20 liter per vierkante meter verhard oppervlak.

In het buitengebied en bij uitbreiding van bebouwd oppervlak in bestaand stedelijk gebied bedraagt de tijdelijke bergingsopgave tenminste 40 millimeter, oftewel 40 liter per vierkante meter verhard oppervlak. Om een goede en doelmatige afvoer naar voorzieningen in de openbare ruimte te kunnen garanderen hanteert het waterschap Vechtstromen een maximum norm van 2,4 liter per seconde per

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

35

hectare. Alleen wanneer het redelijkerwijs niet mogelijk is om op eigen terrein op doelmatige wijze hemelwater te bergen kan dit (deels) in de openbare ruimte worden gerealiseerd. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken.

Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. De gemeente zorgt er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA), al dan niet met een helofytenfilter, worden ingericht.

Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Enschede leidend. Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans vanuit oppervlaktewater beperkt wordt tot eens per 100 jaar (T=100). Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies.

Grondwater en ontwatering In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt geadviseerd de in onderstaande tabel genoemde ontwateringshoogtes aan te houden: Grondgebruik

Ontwatering (m – GHG)

Primaire wegen

0,7

Secundaire wegen en erfontsluitingswegen

0,5

Bouwwerken met kruipruimten

0,7

Bouwwerken zonder kruipruimten

0,5

Groen

0,5

De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende en doelmatige maatregelen indien er in een gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen door de grondwaterstand en de te treffen maatregelen niet tot de zorg van de provincie of het waterschap behoren.

Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes: Het vloerpeil minimaal 0,20 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen; De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.

36

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Usseler Es West” Het bestemmingsplan “Usseler Es West” is hoofdzakelijk conserverend van aard. Voor de erven geldt de verplichte bergingscapaciteit van 40 milimeter die voor het gehele buitengebied van toepassing is. De aanleg van de groenstructuren heeft geen wezenlijk effect op de waterhuishouding.

Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.3

Natuur

5.3.1

Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden

In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming wordt de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.

Beschermde natuurgebieden en het plangebied “Usseler Es West” Het plangebied van het bestemmingsplan “Usseler Es West” is niet gelegen binnen de grenzen dan wel in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden "Buurserzand en Haaksbergerveen" en “Aamsveen” zijn op respectievelijk ca. 4 kilometer en ca. 6,5 kilometer van het plangebied gelegen. Het bestemmingsplan “Usseler Es West” is overwegend conserverend van aard, waarbij de feitelijk aanwezige situatie wordt vastgelegd. De realisatie van nieuwe groenstructuren in het plangebied zal in de gebruiksfase geen negatieve effecten op omliggende Natura 2000 gebieden hebben. Gelet op de grote afstand tot Natura 2000 gebieden, het tijdelijke karakter van de werkzaamheden en het beperkte aantal extra verkeersbewegingen is de kans klein dat er tijdens de aanlegfase van het groen sprake zal zijn van significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden. Voor de erven in de westkrans geldt dat de woningen een woonbestemming houden. De bedrijfsmatige mogelijkheden op de erven komen te vervallen, waarbij de erven conform het feitelijke gebruik ook een woonbestemming krijgen. Dit leidt niet tot significant negatieve effecten, omdat de bestemming en het gebruik van de woningen zelf gelijk blijft.

Voor de gronden op de bolling (overwegend in eigendom van de gemeente) geldt dat de bedrijfsbestemming ter plaatse nooit gerealiseerd is en dat het feitelijk gebruik onveranderd agrarisch is gebleven. De gronden op de bolling zullen deels overeenkomstig bestaand feitelijk gebruik een agrarische bestemming krijgen (circa 35 hectare) en deels een natuurbestemming. Daarnaast krijgen verschillende gronden in de westkrans die nu nog als agrarisch bestemd zijn een groen- of natuurbestemming (circa 17 hectare). Planologisch valt het huidige feitelijke gebruik onder het gebruiksovergangsrecht. Volgens jurisprudentie kan bestaand gebruik dat valt onder het gebruiksovergangsrecht niet worden aangemerkt als een planologisch bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

37

legale situatie en daarmee niet tot de referentiesituatie worden gerekend. Het positief bestemmen van bestaand feitelijk gebruik dient formeel gezien dan ook opnieuw te worden beoordeeld op grond van de Wet natuurbescherming. Omdat echter met zekerheid kan worden gesteld dat het feitelijk gebruik ter plaatse niet is gewijzigd ten opzichte van de referentiesituatie bij de vaststelling van het vorige bestemmingsplan voor de Usseler Es, is de kans klein dat het positief bestemmen van de feitelijk bestaande situatie zal leiden tot significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden. Daarnaast is er een afname van agrarische grond in de westkrans en is de beleidsdoelstelling om de gronden op de bolling (op enkele percelen na in eigendom van de gemeente,) in te gaan zetten voor de transitie naar een duurzame, circulaire landbouw. Voor de gronden gaan pachters gezocht worden die aantoonbaar de bedrijfsvoering natuurinclusiever en meer gericht op het sluiten der kringloop willen ontwikkelen. Kenmerk van deze vorm van landbouw is een afname in het werken met meststoffen, waardoor het aannemelijk is dat de emissie van ammoniak af zal nemen.

Conclusie Wet natuurbesscherming, beschermde natuurgebieden Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming voor wat betreft beschermde natuurgebieden op voorhand geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Er is op voorhand geen zekerheid verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000 gebieden niet zal aantasten.

5.3.2

Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten

In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren in gevaar komt en dat vaste rust- en verblijfplaatsen en groeiplaatsen opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het “nee, tenzij” principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen en/of anderszins functioneel leefgebied van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.

Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.

Beschermde soorten en het plangebied “Usseler Es West” In het verleden is de Usseler Es enkele keren onderzocht op de aanwezigheid van beschermde soorten. Er zijn daarbij acht soorten vleermuizen aangetroffen en daarnaast soorten als steenmarter, eekhoorn en diverse vogelsoorten waaronder vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. Het betreft onder anderen de soorten buizerd, kerkuil en steenuil. Het bestemmingsplan "Usseler Es West" is overwegend conserverend van aard, waarbij de feitelijk aanwezige situatie wordt vastgelegd. Daarnaast worden in het gebied nieuwe groenstructuren gerealiseerd.

Natuurkansenkaart Gemeente Enschede heeft een natuurkansenkaart ontwikkeld. Hierin zijn enkele typische soorten opgenomen die bij het Twentse landschap horen. Ook inrichting- en beheermaatregelen maken onderdeel uit van deze natuurkansenkaart. Bij de aanleg van de nieuwe groenstructuren op de Usseler Es is rekening gehouden met de diersoorten die op basis van deze kaart versterking van hun leefomgeving kunnen gebruiken. Op de open bolling worden bloemrijke akkerranden aangelegd en aan de randen van het

38

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

plangebied worden de bestaande groenstructuren versterkt en enkele nieuwe aangelegd. In onderstaande tabel zijn de betreffende soorten opgenomen met daarbij de maatregelen per soort die bijdragen aan de versterking van hun leefgebied.

Ruigte en/of struweel

Randenbeheer

Heg en/of haag

Houtsingel/houtwal

Boerenzwaluw

x

x

x

Gewone dwergvleermuis

x

x

x

Huismus

x

x

x

Patrijs

x

x

x

Ringmus

x

x

x

Steenuil

x

x

x

x

Wilde bij

x

x

x

x

x

x

Door versterking van de houtwal aan de oostkant van de Westerval en nieuwe houtwallen langs bestaande wegen en aan de randen van de bolling, ontstaan er meer vliegroutes voor vleermuizen. Bij natuurvriendelijk randenbeheer van de agrarische percelen ontstaat een beter leefgebied voor de wilde bij en akkervogels zoals de patrijs.

Toetsing Wet natuurbescherming Het bestemmingsplan wijzigt de bestemmingen en bijbehorende bouwmogelijkheden van de erven en de gronden op de bolling. Voor de erven geldt dat de bebouwingsmogelijkheden nagenoeg gelijk blijven aan het huidige bestemmingsplan en er geen uitbreiding van bebouwbaar oppervlak plaatsvindt. Concrete (ver)bouwplannen zijn er niet. Voor de erven kan daarmee een nadere toetsing aan hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming achterwege blijven. Voor de overige gronden in het plangebied waar de huidige bestemming en bebouwingsmogelijkheden niet wijzigen kan een nadere toetsing aan hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming ook achterwege blijven. Voor de gronden op de bolling komen de huidige bebouwingsmogelijkheden geheel te vervallen en wordt het toegestaan gebruik in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie (agrarische gebruik).

Omdat bij het aanleggen van bloemrijke akkerranden en nieuwe groenstructuren op agrarische gronden er geen verplichte inrichting geldt, kan bij de definitieve uitvoering rekening worden gehouden met het voorkomen van overtredingen van verbodsbepalingen uit hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming staat hiermee niet op voorhand de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.

Conclusie Wet natuurbescherming, bescherming van planten- en diersoorten Op grond van het voorgaande kan op voorhand met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming voor wat betreft de bescherming van planten- en diersoorten op voorhand geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

39

5.3.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald.

Het NNN en het plangebied “Usseler Es West” Het plangebied van het bestemmingsplan “Usseler Es West” is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN zijn op ca. 800 meter ten zuiden van het plangebied gelegen. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven.

Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.4

Zoutwinning AKZO

Akzo Nobel wint sinds 1933 zout onder delen van het grondgebied van Enschede. Het zout wordt door middel van een waterinjectie opgelost uit zogenaamde zoutcavernes. Deze cavernes zijn holle, met pekel gevulde ruimten, ontstaan door middel van waterinjectie en het oplossen van zout in de ondergrond. Na de zoutwinning blijft de caverne als holle ruimte achter. Deze cavernes bevinden zicht op een diepte van 300 tot 450 meter onder maaiveld. Na verloop van tijd kan het gebeuren dat het dak van de caverne instort en dat daardoor aan de oppervlakte uiteindelijk bodemdaling ontstaat. Vanaf 1960 is dit verschillende malen voorgekomen. De bodemdaling ontwikkeld zich in de vorm van tamelijk gelijkmatige schotels, aanvankelijk in snel tempo (decimeters per jaar), gevolgd door vele tientallen jaren van langzaam dempende bodemdaling. Bodemdaling kan een bedreiging vormen voor in het gebied voorkomende gebouwen, hoogspanningslijnen, wegen etc. In 1991 ontwikkelde zich in enkele uren tijd aan de Enschedese Havenweg in Hengelo een instortingskrater (sinkhole) met een doorsnede van 30 meter en een diepte van 4,5 meter.

Wettelijk kader en beleid Er is geen wet- of regelgeving op het gebied van bodemdaling. Daarom is hiervoor door de gemeente (in samenwerking met gemeente Hengelo en AkzoNobel) beleid ontwikkeld. Als eerste is daarvoor door AkzoNobel een bodemdalingsmodel ontwikkeld, waarmee met enige zekerheid kan worden bepaald of een instabiel wordende caverne op den duur tot bodemdaling of een sinkhole kan leiden. De prognoses gemaakt met dit model zijn in 2000 gerapporteerd aan de gemeenten Hengelo en Enschede. Naar aanleiding van de verschillende onderzoeken is een bodemdalingskaart opgesteld. Deze kaart wordt regelmatig geactualiseerd op basis van voortschrijdend inzicht en nieuw onderzoek. De cavernes zelf worden regelmatig gecontroleerd en gemonitord. Mogelijke veranderingen van de cavernes zijn daardoor al in een vroeg stadium bekend. Als een caverne instabiel blijkt te zijn, duurt het nog 15 jaren voordat aan het maaiveld bodemdaling van betekenis te verwachten is. Wanneer er dreiging is van bodemdaling, kunnen er maatregelen getroffen worden, zoals het opvullen van de caverne.

40

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Rode contour: Gebiedsaanduiding binnen de gemeente Enschede, waarbinnen bodemdalingen kunnen optreden. Om risico's te beheersen van eventuele ontwikkelingen op locaties waar bodemdaling aan de orde is, hebben de gemeente Enschede en Hengelo het bodemdalingsprotocol vastgesteld, dat wordt, voor zover van toepassing, vertaald in de planregels. Voor ieder bestemmingsplan dat ontwikkelingen mogelijk maakt op locaties waar sprake is van een bodemdalingsrisico dient het bodemdalingsprotocol doorlopen te worden. AkzoNobel is inmiddels samen met Twence gestart met een pilot voor het verstevigen/opvullen van zoutcavernes.

Het plangebied Het plangebied ligt niet in een gebied waar bodemdaling op dit moment aan de orde. Het bestemmingsplan Usseler Es West is daarnaast conserverend van aard en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Bodemdaling is daarmee geen knelpunt in het kader van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

41

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Algemeen

Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: a.

een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd; Een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen.

b.

c. d.

Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen. Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

In het bestemmingsplan "Usseler Es West" is gekozen voor een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan, omdat het overwegend conserverend van aard is.

Wijze van bestemmen Het uitgangspunt van een bestemmingsplan is om een passende bestemming toe te kennen aan de gronden in het plangebied. De bestemming bepaalt welke gebruiksdoelen of functies op grond van een goede ruimtelijke ordening zijn toegestaan. Bij de keuze voor een bepaalde bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie doorslaggevend. Als het ruimtelijk relevant is of als een bepaalde functie de omgeving beïnvloedt of daar eisen aan stelt, wordt gekozen voor een specifieke bestemming met eigen regels bouwen en gebruik. Het is mogelijk om binnen de hoofdgroepen bestemmingen specifieker te maken door bijvoorbeeld ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving op te nemen. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding.

6.2

Indeling planregels

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: a. b. c. d.

Hoofdstuk 1 - Inleidende regels; Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 - Algemene regels; Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels.

42

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan “Usseler Es West”. In Artikel 1, Begrippen, zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2, Wijze van meten, geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: a. b. c. d. e. f. g.

h.

i.

bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld); afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

6.3

Beschrijving van het plan

In deze paragraaf worden de in het bestemmingsplan voorkomende bestemmingen, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen benoemd met een beknopte beschrijving van de inhoud van de bestemming en op welke wijze binnen de bestemming met eventuele functieaanduidingen voor ondergeschikt dan wel nevengeschikt toelaatbare functies wordt omgegaan.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

43

6.3.1

Bestemmingen

Agrarisch met waarden - Agrarische functie met landschapswaarde (artikel 3) Daar waar in het gebied belangrijke landschappelijke waarden voorkomen, moet de landbouw rekening houden met deze waarden. Deze gronden zijn daarom niet alleen bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, maar ook voor het behoud en het herstel van de aanwezige landschappelijke waarden. De landschappelijke waarden worden voornamelijk bepaald door cultuurhistorische waarde, door de samenhang van het ontginningspatroon met het abiotisch patroon en door de kleinschaligheid, die is ontstaan als gevolg van de vele landschapselementen, hoogteverschillen, beken en de grillige kavel- en wegenpatronen. De bebouwing in deze oude ontginningen is volgens een cultuurhistorisch patroon geplaatst, bijvoorbeeld rondom essen of in esdorpen. Landbouw is een essentieel onderdeel van deze landschappen en moet als functie aanwezig blijven en moet zich zo mogelijk kunnen ontwikkelen, zij het dat de bestaande waarden minimaal gehandhaafd moeten blijven. Dit betekent dat aan de agrarische sector beperkingen worden opgelegd. De voorkomende landschapselementen bepalen mede de kleinschaligheid, de grilligheid van het landschap en de samenhang met het abiotisch patroon. Bij verdwijnen van elementen om welke reden dan ook is het van groot belang, dat deze opnieuw worden aangeplant.

Bovendien is het wenselijk in het kader van de landinrichting het aantal landschapselementen in de vorm van weg- en beekbegeleidende beplanting uit te breiden. Vanwege handhaving van het bestaande cultuurhistorische bebouwingspatroon en de karakteristiek van het landschap is het wenselijk, dat bij uitbreiding de hoeveelheid benodigde bebouwing zo geconcentreerd mogelijk wordt geplaatst. Dat wil zeggen dat erop moet worden toegezien, dat nieuwe bebouwing zoveel mogelijk direct aansluitend aan de bestaande bebouwing wordt gelocaliseerd, zogenaamde clustering. Burgemeester en Wethouders kunnen daartoe nadere eisen stellen aan de situering van gebouwen binnen een bouwperceel.

Bedrijf (artikel 4) De bestemming "Bedrijf" is toegekend aan de verspreid in het plangebied aanwezige bedrijfspanden. Binnen de bestemming "Bedrijf" zijn bedrijven toegestaan die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep Bedrijven van de Lijst van bedrijfstypen in de bijlagen bij de planregels. Bedrijfstypen die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 zijn door hun aard en invloed van de milieubelasting toelaatbaar in de onmiddellijke nabijheid van woningen. Bedrijfstypen die niet zijn genoemd in de lijst maar waarvan kan worden aangetoond dat zij een vergelijkbare hinder (of minder) veroorzaken dan bedrijfstypen die wel in de lijst zijn genoemd kunnen via een binnenplanse afwijking worden toegestaan. Bedrijfstypen die niet zijn toegestaan binnen deze bestemming zijn: risicovolle inrichtingen (bedrijfsactiviteiten met een risicocontour voor gevaar en/of externe veiligheid), geluidzoneringsplichtige inrichtingen (grote lawaaimakers die alleen op geluidgezoneerde bedrijventerreinen zijn toegestaan), vuurwerkbedrijven en garagebedrijven (verkoop en onderhoud en/of reparatie van motorvoertuigen). Bestaande bedrijfsactiviteiten en functies die afwijken van hetgeen is toegestaan binnen deze bestemming zijn met een maatwerkfunctieaanduiding positief bestemd.

Groen (artikel 7) De bestemming "Groen" is toegekend aan de structurele openbare groenvoorzieningen en eventuele houtsingels en houtwallen aan de zijde van de bebouwde kom in het plangebied. Binnen deze bestemming zijn tevens voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, verblijfsgebied (o.a. voet- en fietspaden, inen uitritten) en in voorkomend geval ook schouwpaden voor het beheer en onderhoud van vaarwegen en watergangen toegestaan. Bestaande functies die afwijken van hetgeen is toegestaan binnen deze 44

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

bestemming zijn met een maatwerkfunctieaanduiding positief bestemd.

Maatschappelijk - Religie (artikel 8) De bestemming "Maatschappelijk - Religie" is bedoeld voor levenbeschouwelijke voorzieningen. Er is binnen de gebouwen aan de Willemsbeekweg 50 (een voormalige school) een kerkgemeenschap gevestigd. Binnen deze gebouwen vinden ook regelmatig congressen en vergaderingen plaats. Daarom zijn binnen deze bestemming ook congres- en vergaderaccomodaties toegestaan. Parkeergelegenheid dient binnen deze bestemming gerealiseerd te worden.

Maatschappelijk - zorgboerderij (artikel 9) De bestemming "Maatschappelijk - Zorgboerderij" is gelegd op de gronden aan de Eulderinkweg 22. Binnen deze bestemming is een zorginstelling toegestaan. Dit is een "maatschappelijke voorziening voor het bieden van zorg in combinatie met grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten waarbij wonen ten behoeve van deze functie is toegestaan". Binnen de bestemming is de verkoop van op het perceel geteelde of gefokte en/of verwerkte producten toegestaan, mits het verkoopvloeroppervlak niet meer dan 100 meter2 bedraagt. Natuur (artikel 10) De gebieden die uitsluitend een natuurfunctie hebben, zijn bestemd als natuurgebied. Dat betekent, dat zij zijn bestemd voor de bescherming, instandhouding en verbetering van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden. Kleinschalige vormen van recreatie, zoals wandelen en fietsen, zijn toegestaan, voorzover de genoemde waarden hierdoor niet worden geschaad. Ook wordt binnen deze bestemming een extensieve (beperkte) vorm van beweiding toegestaan, mits beweiding in het kader van natuurbeheer een bijdrage leveren aan een verbetering en instandhouding van de natuurlijke waarden in deze gebieden. Naast beweiding door de gebruikelijk, gangbare veesoorten kan hierbij ook gedacht worden aan beweiding door Koninkspaarden, Schotse Hooglanders of Galloways-runderen.

Daarnaast is ter bescherming van de natuurlijke waarden op gronden met de bestemming 'Natuur' in de regels van dit bestemmingsplan een bepaling opgenomen die het kunstmatig bemesten van gronden met meststoffen en/of kunstmest en/of het injecteren van gronden met mest als strijdig met deze bestemming wordt aangemerkt. Op het perceel Harberinksweg 59 is een schuur aanwezig, die in gebruik is als woning. In het nu geldende bestemmingsplan Usseler Es 2008 was het perceel bestemd voor een ontsluitingsweg voor het bedrijventerrein en een groenstrook rondom een bedrijfskavel. Omdat beiden niet meer ontwikkeld gaan worden, is vanuit een goede ruimtelijke ordening bezien wat de meest passende bestemming is. Omdat de locatie geheel omringd wordt door de bestemming Natuur en de inrichting van de locatie niet wezenlijk verschilt van deze omgeving, is daarbij aangesloten. Het is onduidelijk hoe lang de schuur al aanwezig is en hoe lang de schuur precies in gebruik is als woning. Voor de bouw van de schuur of de verbouwing tot woning zijn geen vergunningen gevonden. Wel is duidelijk geworden dat de schuur in 1978 nog een paardenstal was. Uit de de gemeentelijke basisadministratie (GBA) blijkt dat er sinds 1996 mensen op dit adres staan ingeschreven. Aannemelijk is dat de schuur is gebouwd toen het 'Plan in hoofdzaak, uitbreidingsplan 1949' nog van kracht was.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=e8fd843d-591b-4130-ac52-5edefc9a2326