CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

b. Usseler Es West Toelichting

Raadsvergadering 12 april 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Het (gewijzigd) vaststellen van het bestemmingsplan "Usseler Es West", het vaststellen van de wijziging 111 van de Welstandsnota Enschede en het intrekken van het exploitatieplan “Usseler Es 2008”21.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan Usseler Es West

Status: Vastgesteld

Usseler Es West

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

3 3 3 4 4 5

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

8 8 8 11

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Functionele structuur 3.3 Cultuurhistorie

15 15 16 16

Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling plangebied 4.1 Projecten en nieuwe initiatieven 4.2 Welstand en beeldkwaliteit 4.3 Duurzaamheid

21 21 22 23

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur 5.4 Zoutwinning AKZO

26 26 35 37 40

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving

42 42 42 43 54

Hoofdstuk 7

55

2

Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding bestemmingsplan

Naar aanleiding van de meest recente regionale afspraken rondom het programmeren van bedrijventerreinen in Twente, heeft de gemeenteraad van Enschede in 2019 besloten om het grootste deel van het bedrijventerrein op de Usseler Es te deprogrammeren en niet meer in ontwikkeling te nemen. De Oostkrans wordt nog wel ontwikkeld als bedrijventerrein, voor de Bolling en de Westkrans komen de bedrijfsbestemmingen te vervallen.

Het voorliggende bestemmingsplan “Usseler Es West” geeft invulling aan dit besluit door de betreffende bedrijfsbestemmingen op de Bolling en in de Westkrans te herzien in agrarische en natuurbestemmingen. De erven in de Westkrans hebben een woonbestemming gekregen. Voor het overige is de huidige situatie vastgelegd in voorliggend bestemmingsplan.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan “Usseler Es West” betrekking heeft ligt in stadsdeel West en wordt globaal begrensd door de Westerval, Usselerrondweg, oostkant van de bolling op de Usseler Es en de A35 (in rood aangegeven in onderstaande afbeelding).

Afbeelding 1: plangeb ied b estemmingsplan "Usseler Es West"

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

3

1.3

Geldende juridische regelingen

Het plangebied valt hoofdzakelijk onder het bestemmingsplan “Usseler Es 2008”, dat op 14 maart 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede. Voor een klein gedeelte aan de westzijde is het bestemmingsplan "N18 - gedeelte Enschede" (vastgesteld op 8 mei 2018) het juridisch geldende kader. Daarnaast zijn de volgende paraplubestemmingsplannen van toepassing:

Bestemmingsplan

Datum vaststelling

Van toepassing op

Onzelfstandige Bewoning Enschede

13 november 2017

Klein deel van de Usselerrondweg

Kwalitatief sturen op appartementen

30 september 2019

Klein deel van de Usselerrondweg

Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid)

18 november 2014

Gehele plangebied

Cultuurhistorie

6 februari 2017

Gehele plangebied

Parkeren Enschede

11 maart 2019

Gehele plangebied

Op 30 september 2019 is als onderdeel van het besluit tot afboeken van de gronden op de Bolling en in de Westkrans, door de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit genomen. Op grond van dit voorbereidingsbesluit is het niet toegestaan om de weg te bestemmen gronden voor bedrijfsactiviteiten in gebruik te nemen. Het voorbereidingsbesluit is op 10 oktober 2019 in werking getreden.

Afbeelding 2: vlakken waarop het voorb ereidingsbesluit van toepassing is

1.4

Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

4

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.

Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen: www.ruimtelijkeplannen.nl. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening).

1.5

Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Usseler Es West” is het erkende wijkorgaan 'Buurtkring Usselo' actief. De buurtkring is gevraagd over dit bestemmingsplan een advies uit te brengen. Op 3 september 2020 heeft de 'Buurtkring Usselo' te kennen gegeven met de doelstellingen van dit bestemmingsplan te kunnen instemmen. Wel hebben zij aangegeven betrokken te willen blijven bij de uiteindelijke uitvoering van dit bestemmingsplan.

Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. Voorliggend bestemmingsplan beoogd de huidige bedrijfsbestemmingen om te zetten in agrarische- en bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

5

natuurbestemmingen. Hierbij zijn geen ruimtelijke belangen van bovengenoemde partijen in het geding. Met het plan wordt invulling gegeven aan de deprogrammeringsopgave die is afgesproken met de provincie. Daarnaast wordt de bestaande situatie rondom water en (hoogspannings)leidingen vastgelegd met de daarbij behorende beperkingenzones. Conclusie is dat het wettelijk overleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro achterwege kan blijven.

Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Usseler Es West” in voorbereiding te nemen op 6 november 2019 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.

Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. Het b estemmingsplan "Usseler Es West" heeft van 1 oktober 2020 tot en met 11 november 2020 als ontwerp ter inzage gelegen. Van de terinzagelegging van dit bestemmingsplan is op 30 september 2020 kennis gegeven in de Staatscourant, en het gemeentelijke blad "Huis aan Huis", het Gemeenteblad en langs "elektronische weg" (internet).

Zienswijzen Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd. Gedurende de termijn van het ter inzage liggen van het bestemmingsplan "Usseler Es West" zijn in totaal negen zienswijzen ingediend. Twee zienswijzen hiervan zijn door indieners ervan, ingetrokken. De zienswijzen zijn door ons beantwoord en samengevat in een 'nota beantwoording zienswijzen b estemmingsplan “Usseler Es West”. De naar voren gebrachte zienswijzen hebben op onderdelen tot wijzigingen en aanpassingen in het bestemmingsplan geleid. Deze zijn verwoord in een 'nota van aanpassingen en wijzigingen bestemmingsplan "Usseler Es West".

Gewijzigde vaststelling De naar voren gebrachte zienswijzen kunnen leiden tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Ook kunnen er nog ambtelijke wijzigingen worden aangebracht. De gemeenteraad zal dan worden voorgesteld het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Aangezien het b estemmingsplan "Usseler Es West" naar aanleiding van ingediende zienswijzen op onderdelen is aangepast en gewijzigd, en daarnaast tevens ambtelijke aanpassingen/wijzigingen hebben plaatsgevonden, zal de gemeenteraad worden voorgesteld het bestemmingsplan "Usseler Es West" gewijzigd vast te stellen.

Rechtsb escherming Na vaststelling, of eventueel gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad, staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van 6

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

7

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De structuurvisie is sinds maart 2012 van kracht en vormt de kapstok voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR beschrijft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland in de richting van het jaar 2040. Eén van de kernbegrippen in de SVIR is decentralisatie. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen. Provincies en gemeenten krijgen letterlijk de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Het kabinet heeft dertien nationale (gelijkwaardige) belangen opgesteld. Dit zijn concrete belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.

2.1.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

In het nieuwe bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die raken aan de rijksbelangen uit de SVIR of de Barro.

2.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. Sindsdien zijn de documenten via een jaarlijkse cyclus geactualiseerd. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale

8

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

Afbeelding 3: Uitvoeringsmodel provincie Overijssel

Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

9

met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de van toepassing zijnde generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.

2.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Het plangebied ligt in de Omgevingsvisie in de volgende lagen (waarbij tevens de relevante vereisten voor een bestemmingsplan vanuit de Verordening zijn toegelicht):

Generieke beleidskeuzes (of) Voor het plangebied zijn geen gebiedsspecifieke beleidskeuzes van toepassing. De deprogrammering van bedrijventerreinen is wel een afgeleide van de algemene duurzaamheidsdoelstelling om ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur beter te benutten. Met het bestemmen van de bestaande situatie, wordt ook de bestaande kwaliteit van het cultuurlandschap vastgelegd. De nieuwe groenbestemmingen sluiten qua ligging aan op deze bestaande kwaliteit en versterken deze waar mogelijk. Meer informatie hierover is opgenomen in hoofdstuk 4 van deze plantoelichting. Dit sluit aan bij de ruimtelijke kwaliteitsambities 3 (voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen) en 5 (zichtbaar en beleefbaar mooi landschap) uit de Omgevingsvisie

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Vanwege de eerder beoogde ontwikkeling van het bedrijventerrein valt het plangebied onder Ontwikkelingsperspectieven voor de Stedelijke Omgeving (stedelijk netwerk als motor). Dit perspectief is na het deprogrammeringsbesluit voor het plangebied niet langer van toepassing.

Gebiedskenmerken (hoe) 10

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

de natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen Dekzandvlakten en ruggen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het huidige reliëf. Dit wordt in het bestemmingsplan geborgd door te kiezen voor een bestemming agrarisch met waarden. de laag van het agrarisch cultuurlandschap: essenlandschap De essen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de huidige bodemkwaliteit en het huidige reliëf. Op de flanken krijgen de kleinschalige landschapselementen, zoals houtwallen, bosjes, zandpaden, karakteristieke erven en beeldbepalende open ruimte daartussen, een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van dit kleinschalige patroon. Dit wordt in het bestemmingsplan geborgd door te kiezen voor een combinatie van agrarisch met waarden en natuurbestemmingen. de stedelijke laag: bedrijventerreinen / informele trage netwerk Deze laag is door het deprogrammeren van bedrijventerreinen voor wat betreft dat onderdeel niet langer van toepassing op het plangebied. De informele routes en routenetwerken worden in beeld gebracht en krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op de continuïteit van routes (vaarwegen, kleine paadjes, zandpaden, kerkepaden, fiets- en wandelpaden en -routes, etc).

Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij doorgaande zandwegen, wandel- en fietsroutes worden discontinuïteiten in het netwerk van paden en vaar-routes voorkomen. Voor meer informatie over welke structuren beschermd worden zie hoofdstuk 4 van deze plantoelichting. de laag van de beleving: niet van toepassing

Conclusie Conclusie is dat voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming is met de door de betrokken gemeenten en provincie Overijssel opgestelde 'Regionale Afspraken Programmeren Bedrijventerreinen Twente' (zie voor meer informatie paragraaf 2.3). De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening dienen nog op basis van deze afspraken geactualiseerd te worden.

2.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1

Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.

Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

11

Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen.

Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld, waarbij de volgende relevant zijn voor het plangebied:

Beleid bedrijventerreinen Een evenwichtige markt voor bedrijventerreinen is essentieel voor een sterke regionale economie. Twentse gemeenten en provincie Overijssel hebben daarom in 2017 afspraken gemaakt over het in balans brengen van vraag en aanbod van bedrijventerreinen voor de komende tien jaar. De afspraken zorgden ervoor dat de regio niet "op slot" ging. Goede nieuwe plannen kunnen tot ontwikkeling komen en schade aan de economie wordt hierdoor voorkomen. Op 27 juni 2019 zijn de nieuwe Regionale Afspraken Programmeren Bedrijventerreinen Twente ondertekend en daarmee zijn de afspraken uit 2017 geactualiseerd. Er wordt daarmee op regionaal niveau maximaal ingezet op ruimte voor economische groei en voor groei op de kwalitatief beste locaties voor bedrijven. Op 13 mei 2019 heeft de gemeenteraad vervolgens de Visie Werklocaties vastgesteld, als nieuw ruimtelijk en economisch beleidskader voor bedrijventerreinen, kantoorlocaties, informele binnenstedelijke bedrijfslocaties en thuiswerken. De Visie Werklocaties is daarmee het uitgangspunt geworden voor de invulling van de regionale herprogrammeringsopgave bedrijventerreinen.

Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn:

12

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit.

De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.

Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd.

2.3.2

Nieuw beleid

Gelijktijdig met de voorbereiding van het bestemmingsplan "Usseler Es West" is er nieuw beleid rondom de opgave voor duurzame energievoorziening en een nieuwe visie voor het landelijk gebied opgesteld. De gemeenteraad heeft de nota's van uitgangspunten van beide documenten op 30 juni 2020 vastgesteld. In de Energievisie wordt beschreven hoe er op een duurzame wijze kan worden voorzien in de energie die nodig is om in Enschede te wonen, te werken en te recreëren. In de Visie Landelijk Gebied gaat de gemeente in hoofdlijnen aangeven welke ontwikkelingen de gemeente voor ogen staan in het landelijk gebied. Het zichtjaar voor de op te stellen visie is 2030.

2.3.3

Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Door vaststelling van de Visie Werklocaties Op 13 mei 2019 heeft de gemeenteraad het eerdere beleidsvoornemen om de Usseler Es als bedrijventerrein te ontwikkelen, herzien. Op 30 september 2019 is dit besluit definitief vastgesteld (met bijbehorende financiële en juridische kaders) door het afboeken van de gronden op de Bolling (38,0 hectare) en in de Westkrans (6,2 hectare) van de Usseler Es naar agrarische/natuurwaarden onder het financieel meest gunstige regime. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de betreffende bedrijfsbestemmingen te herzien in agrarisch/natuur. In de nota van uitgangspunten voor het opstellen van de Energievisie is aangegeven dat vanuit de landschappelijke onderzoeken Usseler Es als transformatiegebied is aangewezen. De gemeenteraad heeft op 13 mei 2019 echter de wens uitgesproken dit gebied voor landbouw en natuur te bestemmen. De

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

13

ontwikkeling van de Usseler Es tot energielandschap is daarom niet aan de orde. Voor de op te stellen Visie Landelijk Gebied is het voorstel om de bolling en de westkrans weer beleidsmatig onderdeel te laten worden van het buitengebied. In het bestemmingsplan is hiermee rekening gehouden door de planregels af te stemmen op de regels van het overige buitengebied. De inhoud van de structuurvisies voor water, cultuurhistorie en externe veiligheid wordt geborgd door de betreffende kaders vast te leggen in de planregels.

14

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Hoofdstuk 3

Gebiedsbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal worden ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en op de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied.

3.1

Ruimtelijke structuur

De Usseler Es ligt ten zuidwesten van de stad Enschede, aan de rand van het stedelijk gebied en sluit door zijn ligging aan bij de bedrijventerreinen in Enschede West namelijk, Marssteden, Josink Es, Havengebied en Grote Plooy (Grolschfabriek). Het plangebied is gelegen op een es, die ook aan de zuidzijde van de Rijksweg A35 doorloopt.

Afbeelding 4: Glob ale ligging gehele Usseler Es (oranje vlak) De Usseler Es heeft als hoofdstructuur een driedeling, namelijk: de hoger gelegen 'bolling' en de lager gelegen westkrans en oostkrans. De bolling en westkrans maken onderdeel uit van het plangebied van dit bestemmingsplan. In de kransen zijn de bebouwing en de weidegronden gelegen in een structuur van greppels en boomsingels, op de open bolling zijn de akkerbouwgronden gelegen in een hoog gelegen en geheel open gebied. De groenstructuur van de kransen is in de loop van de jaren verschraald en minder fijnmazig geworden.

Afbeelding 5: Indeling van het geb ied in Westkrans; Bolling en Oostkrans

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

15

Ten zuiden van het plangebied ligt de A35. Deze snelweg wordt vanwege de verdiepte ligging ruimtelijk minder ervaren. Door het plangebied loopt daarnaast als belangrijke infrastructuur de Haaksbergerstraat. De verdere infrastructuur binnen het plangebied is bescheiden, lokaal gericht en deels aangepast door de aanleg van de Westerval en de A35. Het gebied is momenteel voor alle verkeer fysiek bereikbaar vanaf de Haaksbergerstraat en de Usselerrondweg, maar voor het gehele gebied tussen Westerval, Usselerrondweg en Haaksbergerstraat geldt een geslotenverklaring uitgezonderd bestemmingsverkeer, fietsers en landbouwverkeer.

3.2

Functionele structuur

De Usseler Es ligt ingesloten tussen tamelijk monofunctionele woon- en werkgebieden. Westelijk en noordelijk betreft dit aangrenzende werkgebieden, waar nagenoeg alleen de werkfunctie overheerst. Ten noordoosten en zuidoosten grenzen grote woongebieden aan de Usseler Es. Het aangrenzende gebied ten zuiden van de A35 heeft een overwegend agrarische functie met daarin de dorpskern van Usselo. De bolling zelf heeft een agrarische functie. In de westkrans worden de agrarische gronden afgewisseld met woningen en enkele bedrijfsmatige functies. De boerderijen zijn voor het overgrote deel niet meer als zodanig in functie.

Afbeelding 6: b estaand geb ruik op b asis van topografische informatie

3.3

Cultuurhistorie

Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied Voor een uitgebreidere toelichting op de ontstaansgeschiedenis van de Usseler Es verwijzen we naar de bijlage: Cultuurhistorische quick scan landschap en bebouwing Usseler Es. De Usslerer Es behoort tot een oud cultuurlandschap van Enschede. Op de historische kaarten van Enschede is de Usseler Es duidelijk herkenbaar in het landschap aanwezig. Het plangebied wordt getypeerd door drie deelgebieden met een eigen karakter, maar wel in samenhang met elkaar ontstaan en ontwikkeld. Het betreft de centraal gelegen es (esontginning), de daaromheen gelegen krans van boerderijen met kampen (kampontginning) en de daarbuiten gelegen heide die vanaf de tweede heft van de 19 e eeuw

16

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

ontgonnen is (jonge heideontginning). In hoofdzaak is de ruimtelijke structuur de afgelopen twee eeuwen niet veranderd: centraal een es, daaromheen boerderijen in een zone van onregelmatige verkaveling. De omgeving van de es is wel sterk veranderd. Buiten de es lag heide, die eerst gebruikt werd voor de vruchtbaarheid van de, maar later steeds meer ontgonnen werd. De opkomst van kunstmest maakte het potstalsysteem overbodig. Vanaf de jaren 1970 zijn ten noordoosten van het plangebied de woonwijken van Enschede gebouwd en aan de randen van het plangebied grote infrastructuur aangelegd. M.u.v. het meest noordelijke deel van de es zijn nagenoeg de hele es en de boerderijenkrans onaangetast gebleven door stedelijke ontwikkeling. In de loop der tijd hebben meerdere ontwikkelingen invloed gehad op de Usseler Es en geleid tot: Verdunning krans; Veranderende wegenstructuur; Ruilverkaveling. De meest direct in het oog springende verandering is het 'dunner' worden van de krans. Veel houtwallen en lanen zijn verdwenen, waardoor het landschap van de krans opener is geworden. Dit had te maken met de komst van prikkeldraad. Ook de kenmerkende 'aaneengesloten' beplanting rondom de bolling is grotendeels verdwenen. Hierdoor is vanaf de bolling een open zicht ontstaan tot 'diep' in de krans.

Het verdwijnen van deze karakteristieke beplanting direct rondom de bolling laat krans en bolling nu meer in elkaar overlopen, terwijl vroeger het contrast met de openheid van de es door deze beplanting nadrukkelijker was. Toch is de samenhang tussen boerderijen, bouw- en weilanden, (resten van) houtwallen en steilranden in het kampenlandschap rondom de Usseler Es nog goeddeels aanwezig en maakt dit kampenlandschap zeer waardevol. Het meeste groen in het kampenlandschap bestaat tegenwoordig uit laanbelanting langs de wegen. De hogere bomen vormen minder een visuele barrière dan een houtwal en heeft een ander karakter. Slechts een deel van het aanwezige groen is historisch, de rest is na 1950 aangelegd in de vorm van laanbeplanting. Ook in de wegenstructuur hebben zich vanaf 1850 verschillende veranderingen voorgedaan. Tussen 1830 en 1842 is de Haaksbergerstraat aangelegd. De oude doorgaande weg over de es verloor hierdoor zijn betekenis. Deze Haaksbergerstraat werd waarschijnlijk gelijk verhard. De wegen op de es waren in 1e instantie onverhard en zijn vanaf de jaren 20 van de 20 e eeuw verhard. Meer recent heeft realisatie van een aansluiting op het rijkswegennet (RW35) in de negentiger jaren van de twintigste eeuw een grote impact op de Usseler Es. Op de Usseler Es zelf is in de loop der eeuwen het een en ander veranderd.

Van oorsprong was dit gebied al het hoogstgelegen in de omgeving. Door plaggenbemesting tot in de 19 e eeuw is het maaiveld steeds hoger komen te liggen, tot uiteindelijk op het hoogste punt van bijna 8 meter hoger dan de omgeving. Oorspronkelijk was de es verkaveld in vele smalle stroken. De eigenaren hadden versnipperd bezit over de es. Dat was niet zichtbaar, het was een grote, open landschappelijke ruimte. De komst van modern landbouwmaterieel en intensivering viel niet te verenigen met het versnipperd eigendom op de es. Alle percelen van een eigenaar werden zoveel mogelijk bij elkaar gebracht. Tegelijkertijd werden de wegen verlegd voor een meer logische ontsluiting van de es en bereikbaarheid van de percelen voor de moderne landbouwmachines. De meest in het oog springende verandering is dat het verlengde van de Bruggertstraat, met een rechtstreekse loop naar Usselo, een nieuwe loop (ruilverkavelingsweg) over het midden van de bolling aansluitend op de Helweg heeft gekregen. Deze Helweg liep oorspronkelijk verder over het midden van de bolling van het zuidelijk deel van de Usseler Es. Op de oude kaarten was het centrale deel van de es meer compact en lag ten westen van de grote es nog een kleine es. Deze kleine es is ook nu nog herkenbaar in het landschap aanwezig.

Bij de ruilverkaveling werden meer gronden, grenzend aan de westzijde van de grote bolling, bij het akkercomplex op de bolling betrokken en bij de bolling mee verkaveld. De akkerbouwgronden op de bolling zijn ten westen van de oorspronkelijke bolling van de 'grote' es enigszins uitgebreid. Een andere verandering op de es zijn de zouthuisjes. Via een systeem van water- en pekelleidingen wordt het in de diepere bodem aanwezige zout gewonnen. Een speciale vermelding verdient het Mauristbosje. Er wordt verhaald dat Prins Maurits hier zijn kampement had opgeslagen ten tijde van zijn inname van Enschede in 1957. Maar dit verhaal is niet gestoeld op feiten. Wel is dit verhaal na al die eeuwen verweven geraakt met deze plek. Het Mauritsbosje zelf is eigendom van de Vereniging Oudheidkamer Twente en fungeert als centrale plek op de es. Het monument ter nagedachtenis van de ruilverkaveling is hier geplaatst. De belevings- en herinneringswaarden geven het zeker cultuurhistorische waarde.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

17

Monumenten in het plangebied In het plangebied hebben enkele bijzonder markante gebouwen en terreinen een monumentale status, waarbij een onderscheid is te maken tussen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten.

Rijksmonumenten: De rijksmonumenten in dit gebied zijn: Eulderinkweg 22: bovenkamer van boerderij "Het Eulderink". Rosinkweg 40: boerderij "Het Tijberend" met houten geveltoppen, plint van Bentheimer steen, vensters met kalf en roedenverdeling en boogvormige deeldeuren in de achtergevel.

Gemeentelijke monumenten: De gemeentelijke monumenten in dit gebied zijn: Rosinkweg 35: het belang van deze Twentse boerderij is gelegen in haar traditionele opzet, constructie en materiaalgebruik. De hoofdvorm van de boerderij is gaaf. Het is een 18e eeuwse boerderij, geheel gebouwd in baksteen op een plint van Bentheimer zandsteen, met een met pannen gedekt zadeldak en houten topgevels. Harberinksweg 58-60: de hallehuisboerderij is opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond, in baksteen op een natuursteen plint, onder een met muldenpannen gedekt zadeldak. Keuperweg 53: gebouwd rond 1890, van de boerderij is vooral de voorgevel in oorspronkelijke staat. Het bedrijfsgedeelte is voor de bescherming van ondergeschikt belang. Aan de aangewezen monumenten is in dit bestemmingsplan geen juridische betekenis toegekend. De bescherming van deze objecten vindt al plaats op grond van de Monumentenwet 1988 of de gemeentelijke Monumentenverordening.

Overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren in het plangebied Naast de hiervoor genoemde rijks- en gemeentelijke monumenten bevinden zich in het plangebied diverse andere cultuurhistorisch waardevolle objecten/panden. Hoewel geen monumenten, zijn deze belangrijk als dragers van de cultuurhistorische identiteit van het gebied. De Gemeente Enschede beschermt deze waarden via het bestemmingsplan en de welstandsnota (zie paragraaf 4.2 van deze toelichting). De basis voor deze bescherming ligt in de Cultuurhistorische WaardenKaart (CHWK) van de gemeente Enschede. Panden en objecten die op de CHWK staan, zijn van maatschappelijk belang voor de identiteit van Enschede en dus de moeite van het behouden waard. Niet álle panden op de CHWK hebben echter een beschermde status in een bestemmingsplan. De CHWK is dynamisch. De gebouwen en objecten zijn ten behoeve van de CHWK in eerste instantie op basis van vrij algemene criteria gewaardeerd, maar niet specifiek beoordeeld. Bij de vertaling van de CHWK naar bestemmingsplan 'Cultuurhistorie' (vastgesteld in 2016) is deze beoordeling en vertaling naar gebiedsen bouwaanduidingen eveneens globaal gebeurd. Bij ieder nieuw bestemmingsplan is het dan ook de intentie om de analyse nogmaals en nauwkeuriger te doen. Dit kan leiden tot zowel het aanvullen van de CHWK als tot het verwijderen van bepaalde panden/objecten van de CHWK.

De te beschermen panden/objecten (en structuren/complexen) worden vertaald in het bestemmingsplan. Omdat de al uitgevoerde cultuurhistorische onderzoeken van enige tijd geleden zijn, is er door RAAP en het Monumenten Advies Bureau een cultuurhistorische quickscan voor landschap en bebouwing uitgevoerd. De bevindingen en conclusies van dit onderzoek zijn verwoord in een rapport van 9 juli 2020 dat als bijlage 2 aan deze plantoelichting is gevoegd. Als gevolg van dit onderzoek zijn, na beoordeling van dit onderzoek, een aantal panden in het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es West" op de verbeelding aangeduid met de aanduiding 'karakteristiek' en zijn hiervoor in de regels bepalingen opgenomen met als doel de cultuurhistorische waarden van betreffende panden in stand te houden. Overigens waren enkele objecten al aangeduid als karakteristiek pand, deze zijn ook in onderstaande opsomming opgenomen.

18

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Eulderinksweg, bij 22/24-22 Geerdinkweg 20-20a Geerdinkweg 30 Haaksbergerstraat 906 Harberinksweg 2/2a Harberinksweg 44 Harberinksweg 45 Harberinksweg 49 Keuperweg 3/5 Keuperweg 55 Keuperweg 80 Rosinkweg 25 Rosinkweg 35 Usselerschoolweg 44-50 Hierbij geldt als regel dat ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' op de plankaart van dit bestemmingsplan, de karakteristieke hoofdvorm van het gebouw in stand dient te worden gehouden en is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan de beleidsregel "Koesteren cultuurhistorie".

Archeologisch erfgoed in het plangebied De Usseler Es wordt aangemerkt als een gebied met belangrijke archeologische waarden. Om die reden is er zeer uitgebreid archeologisch onderzoek gedaan bij de voorbereiding van het eerdere bestemmingsplan voor het bedrijventerrein. Aan de hand van de resultaten van alle onderzoeken is in het selectiebesluit van 28 april 2009 het centrale deel van het plangebied Usseler Es tezamen met enkele percelen ten noordwesten, zuidwesten en oosten daarvan aangewezen als behoudenswaardig. In voorliggend bestemmingsplan hebben deze gebieden daarom de dubbelbestemming "Waarde – Archeologie". De overige delen zijn gekend na selectie vrijgegeven van verder onderzoek. In de Westkrans zijn op basis van het archeologisch beleid van de gemeente Enschede een zestal locaties aangeduid als "Overig – Archeologisch Onderzoeksgebied A". Op deze locaties waren al voor 1850 hoeven in gebruik. Om te voorkomen dat mogelijke archeologische waarden worden aangetast is het verplicht om bij bepaalde bodemingrepen eerst archeologisch onderzoek uit te voeren.

Afbeelding 7: (oranje).

dub belbestemming "Waarde - Archeologie" (blauw) en archeologische attentiegebieden

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

19

Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es West" zijn geen beschermwaardige bomen aanwezig. Wel zijn vanwege de ligging buiten de bebouwde kom de regels van paragraaf 4.1 (houtopstanden) uit de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin zijn de regels opgenomen rondom het vellen van houtopstanden.

20

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

Gewenste ontwikkeling plangebied

In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke ontwikkelingen (projecten en nieuwe initiatieven) beschreven die in de komende tien jaar in het plangebied gerealiseerd zullen worden en waarvoor in dit bestemmingsplan een passende bestemmingsregeling is opgenomen. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk een samenvatting gegeven van het toekomstbeeld voor het plangebied, zoals dat is beschreven in de Structuurvisie en/of andere ruimtelijk relevante gemeentelijke beleidsnota's.

4.1

Projecten en nieuwe initiatieven

Het bestemmingsplan “Usseler Es West” is opgesteld om invulling te geven aan het raadsbesluit om de bedrijfsbestemmingen op de Bolling en in de Westkrans te verwijderen en om de gemeentelijke gronden in het gebied agrarische of natuurbestemming te geven. Voor de overige gronden wordt de bestaande situatie bestemd. Voor een indicatie van het grondgebruik zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 8: indicatie b estaand grondgeb ruik op basis van de luchtfoto

Bestemmen van de feitelijke situatie betekend dat voor de erven in de westkrans de bestemming voor het gehele perceel Wonen is geworden met indien van toepassing maatwerk voor de beperkt aanwezige bedrijvigheid. In het vorige bestemmingsplan werd voor de erven ruimte geboden voor lichte bedrijfsmatige activiteiten (specifieke bestemming Bedrijf - Erf). Van deze mogelijkheid is niet actief gebruik gemaakt. Voor meer informatie over het beoogde gebruik van de gemeentelijke agrarische gronden zie paragraaf 4.3 Duurzaamheid. Het idee voor de bolling en de westkrans van de Usseler es is om het toekomstige landbouwkundige gebruik te sturen in een richting die niet in eerste instantie gericht is op schaalvergroting en maximalisatie van productie. Circulaire-en meer natuurinclusieve vormen van landbouw staan hier ons voor ogen. Om daar vorm aan te geven is het plan gemaakt waarin de natuur een grotere rol toebedeeld krijgt dan in traditionele landbouwgebieden. De bolling van de es wordt ingericht voor de landbouw maar tevens worden natuurstroken aangelegd. In de eskrans worden gronden bestemd voor natuurontwikkeling en groen. De natuurontwikkeling houdt niet in dat er geen intensieve landbouw op deze gronden kan plaats vinden, maar dat landbouwkundig gebruik mogelijk blijft.

Dat specifieke landbouwkundige gebruik zorgt voor natuurontwikkeling door bijvoorbeeld gebruik te maken van soortenrijk grasland, minder diepe ontwatering, waardoor de soorten rijkdom in deze percelen weer toeneemt. Ook wordt de bodem van de gebieden ontzien door het bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

21

niet meer intensief bemesten van de percelen.

4.2

Welstand en beeldkwaliteit

In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Usseler Es West" geldt in de Welstandsnota het beeldkwaliteitsplan "Usseler Es", zie onderstaande afbeelding (u). In dit beeldkwaliteitsplan zijn de kaders opgenomen waarbinnen het eerder beoogde bedrijvenpark ontwikkeld diende te worden. Omdat dit bedrijvenpark voor de Bolling en de Westkrans niet meer doorgaat, wordt de welstandsnota voor deze gronden aangepast. Net als voor de overige delen van het aansluitende buitengebied gaat ook voor dit deel van de Usseler Es de welstandsidentiteit 'Vrije landelijke bebouwing' gelden (donkergroen in onderstaande afbeelding). Het ontwerp van deze voorgenomen wijziging van de welstandsnota (wijziging 111) wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd voor inspraakreacties. Eventuele zienswijzen worden meegenomen bij de vaststelling van de wijziging van de welstandsnota door de gemeenteraad.

Afbeelding 9: wijziging 111 van de welstandsnota

22

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

4.3

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Tot voor kort werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.3.1

Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid

In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving

Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.

Circulaire economie Klimaatadaptatie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval Negatieve gevolgen die gepaard gaan met door afvalpreventie en het beter scheiden van klimaatverandering beperken en de kansen restafval. die de klimaatverandering biedt benutten. Duurzame mobiliteit WEconomy Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het Bewoners in Enschede dragen in collectief totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van verband actief bij aan een of meer van de het gebruik van het openbaar vervoer en duurzame stimuleren van het gebruik van elektrische doelstellingen. auto's.

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de voorgestane aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.

Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

23

Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.

Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.

Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente.

4.3.2

Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan

In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities. Hierbij wordt alleen ingegaan op de ambities die een effect hebben op de fysieke woon- en leefomgeving.

Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van windturbines of zonnepanelen op maaiveldniveau en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Het bestemmingsplan bevat wel regels rondom de berging van hemelwater op eigen perceel. Daarnaast hebben diverse gronden in de westkrans die in het bezit zijn van de gemeente, een natuurbestemming gekregen. De te bereiken natuurwaarden en de inrichting zullen in een proces met betrokken partijen tot stand komen waarbij klimaatadaptatie (naast circulaire economie en biodiversiteit) één van de thema's is om tot de juiste natuurontwikkeling te komen.

Circulaire landbouw: Op basis van het nieuwe gemeentelijke beleid valt het plangebied onder de werking van het beleid voor het buitengebied. Een van de speerpunten is het stimuleren van nieuwe ontwikkelingen in de landbouw. De agrarische sector in Enschede is niet groot in omvang. Wel is de landbouw van groot belang voor de kwaliteit

24

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

van het landelijk gebied. De gemeente sluit zich aan bij het beleid van het Rijk en van de provincie Overijssel om de landbouw duurzaam te maken: kringlooplandbouw. Voor de Usseler Es betekent dit dat voor de gronden op de bolling een pachter(s) gezocht wordt die aantoonbaar de bedrijfsvoering natuurinclusiever en meer gericht op het sluiten van de kringloop wil gaan ontwikkelen. Daarbij zoekt de gemeente aansluiting bij lokale ondernemers via Stawel en het regionale Mineral Valley project (een proeftuin kringlooplandbouw).

Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren. Bij de aanleg van de nieuwe groenvoorzieningen is rekening gehouden met de diersoorten die op basis van de Natuurkansenkaart versterking van hun leefomgeving kunnen gebruiken. Meer informatie hierover is opgenomen in paragraaf 5.3.2 Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten.

bestemmingsplan Usseler Es West (vastgesteld)

25

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Usseler Es West" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.

5.1

Milieu

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1

Milieueffectrapportage

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. 2. 3. 4.

het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=e8fd843d-591b-4130-ac52-5edefc9a2326