CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanpassing bestemmingsplan woonwagenlocatie verbeelding regels toelichting en bijlagen

Raadsvergadering 29 juni 2026, gemeente enschedeBij agendapunt: Aanpassing bestemmingsplan ‘woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg’30.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes: Het vloerpeil minimaal 0,30 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen; De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.

44 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Waterhuishouding en het bestemmingsplan Het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” beoogt het planologisch mogelijk te maken dat 10 standplaatsen voor woonwagens worden gerealiseerd aan de Twekkelerbeekweg. onderbouwing o.b.v. de te realiseren ruimtelijke ontwikkelingen:

- toename verhard oppervlak Het verhard oppervlak neemt met dit plan toe (realisatie 10 woonwagenstandplaatsen met bijbehorend openbaar gebied, schuren / bergingen, ontsluitingsweg, eventuele verharding op particulier terrein etc.).

- hemelwaterafvoer Het hemelwater dat afstroomt van het particuliere en openbare terrein stroomt bij voorkeur oppervlakkig af naar bergingsvoorzieningen welke binnen het plangebied gerealiseerd dienen te worden. De bergingsvoorzieningen dienen een grootte van 55mm neerslag gerekend over het nieuw te realiseren verhard oppervlak te hebben. De nieuwe inrichting van het gebied dient zodanig te zijn dat deze aansluit bij de greppels / sloten structuur van de omgeving. Hierdoor kan een groot deel van het hemelwater in dit systeem worden geborgen. Lediging vindt plaats via infiltratie in de bodem. Voor noodgevallen (hoosbuien die de infiltratiesnelheid overtreffen) is een overloop op de vijver voorzien. Het ontwerp voorziet ruim in de benodigde berging van 55 mm waarmee we voldoen aan de eis.

- afvalwaterafvoer Binnen het plangebied wordt de vuilwaterafvoer aangesloten op een nieuw aan te leggen persleiding. De persleiding wordt aangesloten op de bestaande persleiding in de Twekkelerbeekweg.

- oppervlaktewater Het plangebied ligt naast oppervlaktewater welke onderdeel is van de legger (vijver Christinalust) van het waterschap Vechtstromen. De werkzaamheden zullen binnen de beschermingszone van deze leggerwatergang worden uitgevoerd. Daarnaast is rondom het plangebied oppervlaktewater aanwezig in de vorm van een sloot langs de Twekkelerbeekweg.

- grondwater, ontwatering en afwatering De grondwaterstanden binnen het plangebied staan in relatie met de vijver Christinalust. Mocht het waterpeil in deze vijver te hoog worden, wordt deze middels een gemaal leeggepompt. Voor noodgevallen is er een overstortdrempel gesitueerd.

Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 45

5.3

Natuur

5.3.1

Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden

In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming wordt de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.

Beschermde natuurgebieden en het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied, ten westen van het centrum van Enschede. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden zijn het Buurserzand & Haaksbergerveen op ca. 5,5 km ten zuiden van het plangebied en het Lonnekermeer op ca. 5,7 km ten noorden van het plangebied. De voor deze gebieden aangewezen habitattypen en habitats van soorten zijn allen gevoelig tot zeer gevoelig voor verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Andere Natura 2000 gebieden in de omgeving zijn gelegen op meer dan 7 kilometer afstand van het plangebied. Andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie Eventuele negatieve effecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden als gevolg van andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kunnen op voorhand worden uitgesloten. Verstoringsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten kunnen alleen aan de orde zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied. Voor andere verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kan een nadere toetsing aan hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming achterwege blijven.

Stikstofdepositie In het kader van het bestemmingsplan "Twekkelerbeekweg" is door Econsultancy een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. In het onderzoek is de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase bepaald. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport "Rapportage onderzoek stikstofdepositie Twekkelerbeekweg te Enschede; rapportnummer 20441.001; versie D3; d.d. 11 april 2023". Het rapport is als bijlage 8 bij deze toelichting opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000 gebieden.

Conclusie Wet natuurbesscherming, beschermde natuurgebieden Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het voorliggende plan geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zal hebben en daarmee in overeenstemming is met het bepaalde in de Wet natuurbescherming voor wat betreft het hoofdstuk Gebiedsbescherming.

46 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

5.3.2

Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten

In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren in gevaar komt en dat vaste rust- en verblijfplaatsen en groeiplaatsen opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het “nee, tenzij” principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen en/of anderszins functioneel leefgebied van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.

Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.

Beschermde soorten en het plangebied Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om een woonwagenlocatie te realiseren met 10 standplaatsen. Om te bepalen of de realisatie van deze ontwikkeling(en) mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de functionele leefomgeving en/of de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten is d.d. 27 februari 2023 een ecologische quickscan uitgevoerd door Econsultancy (met kenmerk 20441.002/D3). De resultaten van dit onderzoek zijn als bijlage 9 bij de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan gevoegd. Dit onderzoek concludeert dat de voorgenomen ontwikkeling kan worden uitgevoerd zonder verbodsbepalingen uit hoofdstuk 3 (beschermde planten- en diersoorten) van de Wet natuurbescherming te overtreden voor de meeste soorten. Daarbij geldt wel dat aan een aantal voorwaarden dient te worden voldaan. Daarbij valt te denken aan het uitvoeren van werkzaamheden buiten het broedseizoen of het gebruikmaken van vleermuisvriendelijke verlichting. Bij de verdere uitwerking van deze ontwikkeling zal aan die voorwaarden worden voldaan. Uit het rapport blijkt echter ook dat nader onderzoek naar de aanwezigheid van de boomkikker in het plangebied noodzakelijk is. Het nadere onderzoek is uitgevoerd d.d. 18 juli 2023 door Natuurbank Overijssel.

De resultaten van dit nadere onderzoek, met projectnummer 5429, zijn als bijlage 10 bij de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat in het plangebied geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen of anderszins essentieel functioneel leefgebied van de boomkikker zijn aangetoond of te verwachten.

Conclusie Wet natuurbescherming, bescherming van planten- en diersoorten Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming voor wat betreft de bescherming van planten- en diersoorten op voorhand geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.3.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 47

worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald.

Het NNN en het plangebied “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” Het plangebied van het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN zijn op ca. 15 meter ten westen van het plangebied gelegen. Het NNN kent geen externe werking. Er treden geen relevante effecten op ten aanzien van NNN. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven.

Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

48 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Algemeen

Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: a.

b.

c. d.

een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd; Een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen.

Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen. Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

In het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" is gekozen voor een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan omdat de beoogde eindsituatie van het plangebied al bekend is.

Wijze van bestemmen Het uitgangspunt van een bestemmingsplan is om een passende bestemming toe te kennen aan de gronden in het plangebied. De bestemming bepaalt welke gebruiksdoelen of functies op grond van een goede ruimtelijke ordening zijn toegestaan. Bij de keuze voor een bepaalde bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie doorslaggevend. Als het ruimtelijk relevant is of als een bepaalde functie de omgeving beïnvloedt of daar eisen aan stelt, wordt gekozen voor een specifieke bestemming met eigen regels bouwen en gebruik. Het is mogelijk om binnen de hoofdgroepen bestemmingen specifieker te maken door bijvoorbeeld ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving op te nemen. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding. In paragraaf 7.3 van deze plantoelichting wordt nader inhoudelijk ingegaan op de wijze van bestemmen waarvoor in het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" is gekozen.

6.2

Indeling planregels

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: a.

Hoofdstuk 1 - Inleidende regels;

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 49

b. c. d.

Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 - Algemene regels; Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg”. In Artikel 1, Begrippen, zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2, Wijze van meten, geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: a. b. c. d. e. f. g.

h.

i.

bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld); afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

50 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

6.3

Beschrijving van het plan

6.3.1

Bestemmingen

Bos (artikel 3) De bosstrook in het zuiden en oosten van het plangebied van het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" wordt bestemd als 'Bos'. De voor Bos aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de houtproductie en voor de bescherming, instandhouding en verbetering van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden.

Groen (artikel 4) De bestemming "Groen" is toegekend aan de structurele openbare groenvoorzieningen en eventuele houtsingels en houtwallen in het plangebied. De bestemming is ook opgenomen voor het deel van het plangebied ter plaatse van het struinpad dat straks een (incidenteel) medegebruik kent als onderhoudspad en calamiteitenontsluiting. Binnen deze bestemming zijn tevens voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, verblijfsgebied (o.a. voet- en fietspaden, in- en uitritten) en in voorkomend geval ook schouwpaden voor het beheer en onderhoud van vaarwegen en watergangen toegestaan. De verhardingen binnen deze bestemming kennen een zeer incidenteel medegebruik als calamiteitenontsluiting. Met het oog hierop is een specifieke gebruiksregel opgenomen.

Verkeer-Verblijfsgebied (artikel 5) De gronden met de bestemming “Verkeer - Verblijfsgebied” zijn bestemd voor gebiedsontsluitingswegen, erftoegangswegen en woonerven. Deze bestemming richt zich met name op langzaam verkeer en draagt het karakter van een verblijfsgebied. Dit zijn voornamelijk de 30 km/uur zones waar de verblijfsfunctie belangrijker is dan de verkeersfunctie. De inrichting van de wegen is hierop afgestemd. Op de voor “Verkeer Verblijfsgebied“ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van deze bestemming, zoals straatmeubilair, nutsvoorzieningen en speelvoorzieningen.

Wonen - woonwagens (artikel 6) De bestemming “Wonen - woonwagens” is toegekend aan de gronden waar uitsluitend wordt gewoond in een woonwagen. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn expliciet bestemd voor woonwagens, waarbij voor elk perceel met een woonwagen een bebouwingspercentage van 60% is opgenomen. In het kader van een goed woon- en leefklimaat is voor het gebruik van de woonwagens een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de realisatie en instandhouding van geluidsschermen. In de voorwaardelijke verplichting zijn ook eisen opgenomen waar de geluiddschermen aan dienen te voldoen. In het kader van de tussenuitspraak d.d. 18 maart 2026 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is een extra regel in het bestemmingsplan opgenomen. Het betreft een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van de landschappelijke inpassing (uitvoering beplantingsplan) van de woonwagenlocatie die in de regels is opgenomen (artikel 6.3.3). Er is een beplantingsplan opgesteld, die als bijlage bij de regels is gevoegd. Met deze regel wordt gewaarborgd dat de woonwagenlocatie alleen aanwezig mag zijn indien het beplantingsplan wordt uitgevoerd en ook in stand wordt gehouden. 6.3.2

Gebiedsaanduidingen

Overig - bodemdalingsgebied (artikel 10, lid 1) De gebiedsaanduiding "overig - bodemdalingsgebied " is toegekend aan het gebied waar de gevolgen van de zoutwinning in de vorm van bodemdaling beperkingen op kan leveren voor het bovengronds gebruik en

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 51

bouwmogelijkheden. Voor dit gebied geldt dan ook dat pas gebouw kan worden nadat advies is ingewonnen bij Staatstoezicht op de Mijnen.

Overig - stadsrandzone (artikel 10, lid 2) In de gebieden met de gebiedsaanduiding "overig - stadsrandzone" geldt dat de gronden mede bestemd zijn voor het versterken van een aantal waarden als bijvoorbeeld de landschappelijke waarde of de belevingswaarde van de gebieden. 6.3.3

Overige aanduidingen en figuren

Binnen de in het plan voorkomende bestemmingen en dubbelbestemmingen kunnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden worden geregeld door het gebruik van functieaanduidingen, bouwaanduidingen, maatvoeringsaanduidingen en figuren.

Bouwvlak: Het bouwvlak is het gebied binnen de grenzen waarvan de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bebouwing gerealiseerd dient te worden.

Bouwaanduidingen: Bouwaanduidingen worden gebruikt om specifieke aanwijzingen te geven over de gewenste wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken. Bijvoorbeeld of gebouwen vrijstaand moeten worden gebouwd of juist aangeengebouwd, of er bijvoorbeeld een kap verplicht is of juist een plat dak. Ook zijn er bouwaanduidingen voor bijzondere bouwwerken, zoals een antennemast.

Maatvoeringsaanduidingen: Maatvoeringsaanduidingen zijn alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen (goothoogte, bouwhoogte, bouwdiepte, inhoud, breedte), percentages (bebouwd oppervlak, gebruiksoppervlak) en dakhellingshoeken van gebouwen. Daarnaast kunnen maatvoeringsaanduidingen ook iets over aantallen zeggen, zoals het maximum aantal woningen, winkels of parkeerplaatsen.

6.3.4

Algemene regels

anti-dubbeltelregel (artikel 7) De anti-dubbeltelregel is een wettelijk voorgeschreven regel die bepaalt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van latere bouwplannen voor die grond buiten beschouwing blijft. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.

algemene bouwregels (artikel 8) In de algemene bouwregels zijn de bouwregels opgenomen voor het onderkelderen van gebouwen en terreinen en voor het bouwen van nutsvoorzieningen.

algemene gebruiksregels (artikel 9) In de algemene gebruiksregels zijn naast een algemeen gebruiksverbod ook enkele op specifieke situaties gerichte gebruiksregels opgenomen.

52 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

In het algemeen gebruiksverbod is geregeld dat het verboden is gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel dat niet in overeenstemming is met de in dit bestemmingsplan aan die gronden en bouwwerken gegeven bestemming(en). Van deze regel uitgezonderd is het van het afwijkend gebruik dat door burgemeester en wethouders is toegestaan bij een omgevingsvergunning voor handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving. De op specifieke situaties gerichte gebruiksregels hebben betrekking op het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis in combinatie met wonen, het verbod op de verkoop, vervaardiging, verwerking en opslag van vuurwerk, het verbod op het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidzoneringsplichtige inrichting en het verbod op het gebruik van gronden en bouwwerken als risicovolle inrichting.

algemene aanduidingsregels (artikel 10) De algemene aanduidingsregels bevat de regels voor de diverse gebiedsaanduidingen in het bestemmingsplan. Gebiedsaanduidingen kunnen onder andere zijn opgenomen voor de bescherming van (mogelijk) in de bodem aanwezige archeologische waarden of voor de bescherming van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen of gebieden. Ook kunnen gebiedsaanduidingen zijn opgenomen voor de bescherming van milieugevoelige functies tegen milieuhinder (zoals geluids- of geurzones) of voor specifieke gebieden waar op termijn een transformatie naar een andere functie of bestemming is voorzien. De in het bestemmingsplan opgenomen gebiedsaanduidingen zijn beschreven in paragraaf 6.3.2 van deze toelichting.

algemene afwijkingsregels (artikel 11) In de algemene afwijkingsregels is geregeld onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders in concrete gevallen bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen (algemene) bouw- en/of gebruiksregels.

algemene procedureregels (artikel 12) In de algemene procedureregels wordt verwezen naar de wettelijk voorgeschreven procedureregels voor de toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheden.

6.3.5

Overige regels

In het hoofdstuk 'overige regels' zijn regels opgenomen die aanvullende werking hebben op de bouw- en gebruiksregels in het bestemmingsplan.

Parkeren en laden en lossen (artikel 13.1) Dit artikel bevat de regels voor het op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor parkeren, van zowel auto's en fietsen als parkeervoorzieningen voor mindervaliden. Dit artikel bevat ook de regels voor het op eigen terrein in voldoende mate voorzien in voorzieningen voor het laden en lossen van goederen. Bij de beoordeling of in voldoende mate wordt voorzien in parkeer- en/of laad- en losvoorzieningen wordt getoetst aan de parkeernormen zoals die zijn vastgelegd in de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017'. Het artikel bevat een dynamische verwijzing voor het geval de parkeernormennota tussentijds mocht worden gewijzigd of vervangen door een nieuwe parkeernormennota.

Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater (artikel 13.2) Dit artikel bevat de regels voor het bij nieuwbouw op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater. Deze regeling is de ruimtelijke vertaling van het gemeentelijke beleidskader zoals dat is vastgelegd in de Watervisie en in het Gemeentelijk Rioleringsplan.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 53

6.3.6

Flexibiliteit

De planregels vormen het juridisch bindend kader dat aangeeft waar en hoeveel er gebouwd mag worden en waar het voor gebruikt mag worden. De planregels kunnen niet in alle ontwikkelingen voorzien. In sommige gevallen is een bepaalde ontwikkeling wenselijk, maar niet passend binnen de planregels. In deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze invulling gegeven wordt aan de diverse flexibiliteitsbepalingen in de planregels.

Afwijkingsregels De afwijkingsregels van de bouw- of gebruiksregels maken het mogelijk dat burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij om afwijkingen van geringe aard en omvang. De bestemming van de grond waarop de afwijking betrekking heeft, wijzigt daardoor niet. Om hiervan gebruik te kunnen maken, moet een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving' aangevraagd worden. Burgemeester en wethouders maken vervolgens de afweging of de vergunning verleend kan worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het afwegingskader dat in deze paragraaf verder wordt toegelicht. Daarnaast kunnen bij een afwijkingsbevoegdheid specifieke toepassingscriteria genoemd zijn, waar aan moet worden voldaan.

Afwegingskader Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid wordt het algemene beoordelingskader gehanteerd zoals in onderstaand overzicht is weergegeven. Daarnaast kunnen voor toepassing van een afwijkingsbevoegdheid nog specifieke toepassingscriteria gelden. Op deze wijze worden aanvragen zoveel mogelijk op dezelfde criteria beoordeeld en geeft het gebruikers/eigenaren van gronden in het plangebied meer duidelijkheid en rechtszekerheid over de toepassing van de flexibiliteitmogelijkheden in de planregels.

Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: Woon- en leefklimaat: Er dient rekening gehouden te worden met het in stand houden van een goed woon- en leefklimaat, hierbij dient gelet te worden op: - de verkeersaantrekkende werking, deze mag geen onevenredige gevolgen hebben voor de bereikbaarheid van de locatie en zijn directe omgeving; - de parkeerbehoefte mag niet tot gevolg hebben dat de parkeerdruk op de openbare ruimte wordt vergroot; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - lichttoetreding en bezonning, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitstraling naar (bebouwing op) aangrenzende gronden; - de eventuele gevolgen voor het aanwezige uitzicht; - de aanwezigheid van voldoende privacy; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor het voorkomen van hittestress; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor een duurzame energievoorziening. Straat- en bebouwingsbeeld:

54 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: - een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing); - de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; - gevelbeelden; - de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; - de hoogtedifferentiatie; - de situering van gebouwen op het perceel. Bepalend daarbij is de specifieke situatie ter plaatse van de locatie waarop de beoogde ontwikkeling betrekking heeft en hoe zich die verhoudt tot zijn directe omgeving. Een hoekpand aan een belangrijke stedenbouwkundige structuur vraagt immers om een andere benadering dan een woongebouw in een woonhofje ergens in een groene buitenwijk. Verkeersveiligheid: Ter waarborging van de verkeersveiligheid moet rekening gehouden worden met: - de toename van de verkeersintensiteit; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - benodigde uitzichthoeken van wegen; - de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; - de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; - de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte.

Sociale veiligheid: Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is moet rekening gehouden worden met: - de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; - de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Voor de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding moet rekening gehouden worden met de volgende aspecten: - aanwezigheid van kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten; - de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; - de bereikbaarheid van de bouwwerken voor hulpdiensten; - de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen.

Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep moet rekening gehouden worden met: - de mate van hinder voor de omliggende functies; - de gevolgen voor de externe veiligheid; - de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; - de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; - de gevolgen voor beschermde (natuur)gebieden; - de gevolgen voor de bodemkwaliteit; - de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit en/of de grondwaterstand; - de situering van gebouwen ten opzichte van het water. Cultuurhistorische waarde: Bij een ruimtelijke ingreep moet rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarde van een gebouw of ensemble van gebouwen in relatie met de omgeving. Gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden:

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 55

Een nieuwe ontwikkeling in een gebied kan gevolgen hebben voor de omgeving. Als een nieuwe ontwikkeling voldoet aan de planregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan kan de omgeving hier vooraf rekening mee houden. Het afwijken van de planregels of het stellen van nadere eisen voor een nieuwe ontwikkeling mag niet leiden tot het beperken van de bouw- en gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met eventuele privaatrechtelijke aspecten.

6.4

Handhaving

Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in het bestemmingsplan passen. In het kader van de bedrijven- en milieuinventarisatie is voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan onderzocht in hoeverre de functies die in het plangebied voorkomen in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan en bij geconstateerde afwijkingen eventueel gelegaliseerd kunnen worden.

56 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Het hoofddoel van dit bestemmingsplan is de gewenste toekomstige situatie planologisch-juridisch vast te leggen. Binnen het plangebied zijn verschillende deelontwikkelingen beoogd, met als hoofddoel de ontwikkeling van een woonwagenlocatie met 10 standplaatsen. De gronden in het plangebied zijn eigendom van de gemeente. Grondexploitatie De gemeenteraad van Enschede heeft in zijn vergadering van ... de grondexploitatie met bijbehorend programma voor dit plangebied vastgesteld. De ontwikkelingen die door dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden hebben enkel betrekking op gronden welke in eigendom zijn van de gemeente Enschede. De gemeente heeft op ... een erfpachtovereenkomst gesloten met woningcorporatie De Woonplaats. Deze overeenkomst houdt in dat de gemeente, de voor het project benodigde grond bouwrijp levert aan De Woonplaats. De canon van deze erfpacht komt ten goede aan de vastgestelde grondexploitatie van het project. Alle grondexploitatiekosten van het project worden gedekt uit de door de Raad vastgestelde en financieel sluitende grondexploitatie, welke jaarlijks geactualiseerd wordt binnen het meerjarenperspectief grondbedrijf. De gemeentelijke kosten worden gedekt uit de canon van de grond, de gekregen subsidie voor het vestigen van kwetsbare doelgroepen en de reserve Grondbedrijf.

De gemeentelijke kosten bestaan uit: inbrengwaarde van de locatie, de kosten voor bouw- en woonrijp maken en de (gemeentelijke) plankosten. Conform de gemeentelijke financiële verordening wordt het uiteindelijke grondexploitatieresultaat bij het afsluiten van de grondexploitatie, verrekend met de reserve Grondbedrijf. Conclusie Gelet op bovenstaande kan worden gesteld dat de economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan voldoende is aangetoond.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 57

58 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 59

Bijlage 1 Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten Bijlage 1: Overzicht bijlagen en onderzoeksrapportages Bijlage 2 Archeologisch vooronderzoek Bijlage 3 Notitie t.b.v. vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" Bijlage 4 Geurberekening Windmolenweg 645 Enschede Bijlage 5 Rapport Verkennend (Asbest)Bodemonderzoek Bijlage 6 Geluidbelasting wegverkeer woonwagenlocatie Windmolenweg te Enschede Bijlage 7 Akoestisch onderzoek Wesseler-Oude Booyink Wilgenkampweg te Enschede t.b.v. woonwagenstandplaats cf melding 2015 Bijlage 8 Rapportage onderzoek stikstofdepositie Twekkelerbeekweg te Enschede Bijlage 9 Quickscan soortenbescherming

60 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Bijlage 2 Archeologisch vooronderzoek

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 61

RAAP-RAPPORT 6172

Woonwagenlocatie TwekkelerbeekwegWindmolenweg te Enschede Gemeente Enschede Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-Windmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 29-11-2022 Auteur: F. Berghuis, MA en drs. H.G.B. Scholte Lubberink Projectcode: ENWO Bestandsnaam: RAAPrap_6172_ENWO_ Autorisatie: ir. E.H. Boshoven

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2022 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van de gemeente Enschede heeft RAAP in november 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied aan de Twekkelerbeekweg-Windmolenweg te Enschede in de gemeente Enschede. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Het plangebied ligt ten westen van de stad Enschede en landschappelijk gezien in een dalvormige laagte. Hier worden ondiepe humeuze humuspodzolgronden, ondiepe zandgronden en gleygronden verwacht. Een dalvormige laagte kan in de steentijd een watervoerende functie hebben gehad. Naar aanleiding van het bureauonderzoek gold een middelhoge verwachting voor steentijdvindplaatsen (jagers-verzamelaars). Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) concentratie van bewerkte vuurstenen werktuigen. Op het beschikbare historisch kaartmateriaal uit 1832 is te zien dat het perceel nog lange tijd onderdeel uitmaakte van een groot heideveld. Tot in ieder geval 1898 blijft het gebied nabij een heideveld liggen, maar was het toen al wel deels in gebruik als gras - of weideland. Na 1909 wordt het landschap ontwikkeld tot een ontgonnen en tevens bebost gebied.

Tijdens het veldonderzoek bleek de bodem van het plangebied in vier van de zes geplaatste boringen tot onder het archeologische relevante niveau verstoord. Hoewel er in boring 2 en 3 een zwak humeuze B en B-C horizont is gezien, zijn hier geen archeologische indica toren in waargenomen. De aanwezige leem-en kleibrokken en onderste (kei)leemlaag in de ondergrond duiden tevens op een zeer natte bodem waar het (oppervlakte)water vrijwel niet eenvoudig kon wegspoelen. Naar verwachting waren deze gronden niet geschikt voor eventuele bewoning. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied naar verwachting geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Enschede, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 6172 / versie 29-11-2022

[3]

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7

2 Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 9 2.1 Methode .............................................................................................................................................. 9 2.2 Aardkundige situatie ............................................................................................................................ 9 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 11 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 13 2.5 Huidige en toekomstige situatie .......................................................................................................... 15 2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 16

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 19 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 19 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 20 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 20

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 21 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 21 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 21 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 21

Literatuur .......................................................................................................................................... 22 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 23

RAAP-rapport 6172 / versie 29-11-2022

[4]

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van de gemeente Enschede heeft RAAP in november 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor een plangebied aan de Twekkelerbeekweg-Windmolenweg te Enschede in de gemeente Enschede (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeolo gische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Enschede uit 2007 ligt het plangebied in ‘Onderzoeksgebied B’. Het beleid voor dit gebied schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 2.500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Het geldend bestemmingsplan geeft voor deze locatie geen archeologische waarden aan. Voor een wijziging van het bestemmingsplan is deze echter niet geldend en zijn de gemeentelijke richtlijnen aangehouden. De omvang van de bodemingrepen bedraagt naar verwachting 1 hectare. De diepte van de ingrepen is nog onbekend, maar zullen naar verwachting dieper reiken dan de vrijstellingsgrens.

Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 6172 / versie 29-11-2022

[5]

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (rode ster).

RAAP-rapport 6172 / versie 29-11-2022

[6]

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

Gemeente Enschede

Bevoegde overheid

Gemeente Enschede

Plaats

Enschede

Gemeente

Enschede

Provincie

Overijssel

Centrumcoördinaten (X/Y)

253.600 / 471.095

Toponiem

Enschede-West

Kadastrale gegevens

Kad.gem. Lonneker, sectie AL, nrs. 310 en 607 (beide gedeeltelijk)

Oppervlakte plangebied

1 hectare

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

November 2022

Uitvoerder

RAAP Oost

Projectleider

F. Berghuis, MA

Projectmedewerker

drs. H.G.B. Scholte Lubberink

RAAP-projectcode

ENWO

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

5309691100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Oost te Zutphen en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwach ting aan de hand van verzamelde informatie over bekende en verwachte archeologische resten. Het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) heeft tot doel de archeologische verwachting voor het gebied te toetsen door de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw en eventuele bodemver storingen in kaart te brengen. Deze onderzoeksfasen zijn onderdeel van het traject van archeologisch vooronderzoek dat als einddoel heeft de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeo logische vindplaats vast te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: •

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

•

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

•

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

RAAP-rapport 6172 / versie 29-11-2022

[7]

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

•

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

•

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?

•

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

•

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

•

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

•

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?

•

Kan het archeologisch relevante niveau gewaardeerd worden? Zo ja, wat is de waardering en zo nee, welke informatie is nodig om tot een waardering te komen?

Algemeen •

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

•

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

•

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systema tisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 6172 / versie 29-11-2022

[8]

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving va n de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

2.2 Aardkundige situatie Geologische situatie (Weerts e.a., 2006)

Laagpakket van Gieten met een dek van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden; grondmorene met een zanddek (code Dr2) en Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (code Bx6)

Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004), zie figuur 2.

Dalvormige laagte (code R23)

Ouderdom geomorfologische structuur

Laat-Pleistoceen

Bodemdetailkundige situatie (Stichting voor Bodemkartering, 1958), zie figuur 3.

Ondiepe humeuze humuspodzolgronden (humeus dek dunner dan 35 cm) met zandig leem tussen 60 en 100 cm -mv (code H2p); ondiepe humeuze zandgronden (humeus dek dunner dan 35 cm) met zandig leem tussen 60 en 100 cm -mv. Leem af- of uitgegraven (code Z2); gleygronden (vochtig ontwikkelde zandgronden met roestvlekken ondieper dan 45 cm -mv) met lemig zand (code G4).

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)

De uitgesneden beekdalen en laagtes zijn goed zichtbaar. Tevens zijn de hogere essen in de omgeving van het plangebied ook duidelijk te herkennen, het plangebied zelf lijkt vlak te liggen.

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen

Vlak onder het maaiveld, vanaf circa 35-60 cm -mv.

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

RAAP-rapport 6172 / versie 29-11-2022

[9]

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 2. Het plangebied geprojecteerd op de Geomorfologische kaart van Nederland (Koomen & Maas 2004).

Figuur 3. Het plangebied geprojecteerd op de gedetailleerde bodemkaart van de Stichting Bodemkartering uit 1958 (Wageningen), zie legendaeenheden in bijlage 2.

RAAP-rapport 6172 / versie 29-11-2022

[10]

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 4. Het plangebied (bij de pijl) geprojecteerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3).

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan

Niet van toepassing

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, periode Jagers-Verzamelaars (2005)

Middelhoge archeologische verwachting

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, periode landbouwers (2005)

Lage archeologische verwachting

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart algemeen (2005), zie figuur 5

Middelhoge archeologische verwachting

Gemeentelijke archeologische beleidskaart (2007)

Bij bodemingrepen groter dan 2.500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Bekende archeologische gegevens In het onderzoeksgebied (straal van 500 m rond plangebied) is tot op heden één vondstmelding bekend in Archis (2197225100, zie figuur 6). Op circa 180 meter ten oosten van het plangebied zijn bij een archeologisch booronderzoek in 2008 diverse fragmenten vroeg - tot laatmiddeleeuws roodbakkend aardewerk, scherven steengoed uit de nieuwe tijd en ijzerslak op een onbekende diepte aangetroffen. Het complextype is niet bepaald. Deze vondsten zijn hier met het bemesten van het land waarschijnlijk terecht gekomen en duiden niet op een vindplaats ter plekke (Hagens et al, 2008).

RAAP-rapport 6172 / versie 29-11-2022

[11]

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

In het plangebied zelf zijn tevens geen (archeologische noch gebouwde) Ri jksmonumenten, gemeentelijke monumenten, MIP-objecten of bouwhistorische waarden aanwezig.

Figuur 5. Het plangebied (bij de pijl) geprojecteerd op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (2005).

Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 (zie figuur 6) Zaakidentificatienummer

Resultaat en gegeven advies

2197225100 (ABO), Synthegra 2008

Op circa 180 meter ten oosten van het plangebied - betreft een relatief groot tracé. Diverse fragmenten vroeg- tot laatmiddeleeuws aardewerk, scherven steengoed uit de nieuwe tijd en ijzerslak op een onbekende diepte aangetroffen. Naar verwachting met bemesten hier terecht gekomen. Duidt niet op vindplaats. Advies onbekend, naar verwachting vrijgave (Hagens et al, 2008).

2295770100 (ABO), Arcadis 2010

Op circa 81 m ten noordwesten van het plangebied - betreft een relatief groot tracé. In het deelgebied van de Elsbeek zijn in enkele boringen onder de bouwvoor vermoedelijk keileem gezien. In de geplaatste boringen nabij het onderhavig plangebied zijn enkel A-C profielen waargenomen. Advies: vrijgave (De Moor 2010).

2209237100 (ABU), Synthegra 2008

Op circa 210 m ten zuidwesten van het plangebied - betreft een relatief groot tracé. Rapportage niet beschikbaar op Archis of DansEasy.

5148614100 (ABO), Hamaland Advies vof, 2022

Op circa 390 m ten oosten van het plangebied. In noordelijke helft intacte bodemopbouw onder subrecente ophoging en puinverharding; advies voor proefsleuven. De zuidzijde verstoord; advies tot vrijgave (Barth & van der Kuijl 2022).

2235473100 (APS), Synthegra 2009

Op circa 275 m ten noordoosten van het plangebied. Op de zuidelijke zandrug kan de hoge verwachting voor het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd kan worden gehandhaafd/bijgesteld. Het leesbare sporenvlak lag op 100 tot 150 cm -mv. Advies; streven naar behoud in situ (Wemerman & Koeman 2009).

Tabel 4. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied. ABO = archeologisch booronderzoek; ABU = archeologisch bureauonderzoek; AP P = archeologische proefsleuven.

RAAP-rapport 6172 / versie 29-11-2022

[12]

Woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg-W indmolenweg te Enschede, gemeente Enschede; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen De gegevens van archeologische vrijwilligersverenigingen zijn verwerkt in de archeologische verwachtingskaart van Enschede uit 2005. Deze gegevens zijn inmiddels ook veelal geregistreerd in Archis3. Wanneer de vindplaatsen en hun landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het plangebied, dan blijkt dat de meeste aangetroffen vondsten zijn gedaan op de hogere welvingen en ruggen. Het plangebied ligt in een lagere dalvormige vlakte, waarin vrijwel geen tot zeer weinig losse vondsten zijn gedaan. Met name door de verwachte leem bodems en deze lagere ligging, waren deze gronden waarschijnlijk lange tijd te drassig voor bewoning en/of landbewerking .

Figuur 6. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied.

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Uit deze analyse blijkt dat het plangebied rond 1832 onderdeel uitmaakte van een heideveld. Tot in ieder geval 1898 blijft het gebied nabij een heideveld liggen, maar was het toen al wel deels in gebruik als gras- of weideland (figuur 7a). Na 1909 verdwijnen de meeste heidevelden in de omgeving van het plangebied en wordt het landschap ontwikkeld tot een ontgonnen en tevens bosrijk gebied. Na 1977

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=1e841bde-30fd-458a-aabb-a1af11cbfa10