CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanpassing bestemmingsplan woonwagenlocatie verbeelding regels toelichting en bijlagen

Raadsvergadering 29 juni 2026, gemeente enschedeBij agendapunt: Aanpassing bestemmingsplan ‘woonwagenlocatie Twekkelerbeekweg’30.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Afbeelding 2.3.6.2 Referentiebeeld geluidscherm bij aanplant (linkerfoto) en het eindbeeld (rechterfoto)

24 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Hoofdstuk 3

Gebiedsbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal worden ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en op de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied.

3.1

Ruimtelijk-functionele structuur

Het plangebied is gelegen nabij de grens van het stedelijk gebied van Enschede en het buitengebied, aan de rand van het buurtschap Twekkelo. Ten oosten van het plangebied ligt een woning met bijgebouwen met aangrenzend een weiland, de Hovenierslaan, een watergang, de Auke Vleerstraat en het Industrie- en Havengebied. Ten zuiden ervan ligt een weiland met aangrenzend de Windmolenweg en het bedrijventerrein de Marssteden. Ten noorden van het plangebied is een bergingsvijver van het Waterschap Vechtstromen aanwezig met aangrenzend een weiland en bos. Ten westen van het plangebied ligt de Twekkelerbeekweg met daaraangrenzend weilanden. Ook het plangebied bestaat uit een agrarisch perceel dat al sinds jaren in gebruik is als grasland. Het is rechtstreeks ontsloten op de Twekkelerbeekweg. Tussen de bergingsvijver en het plangebied is een houtwal met aan de zijde van het plangebied nog een hekwerk.

Afbeelding 3.1 Situatie plangebied (oktober '22)

3.2

Cultuurhistorie

Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 25

Situatie plangeb ied 1900

Situatie plangebied 1950

Situatie plangeb ied 1990

Situatie plangebied 2021 (bron: topotijdreis.nl)

Op de oude topografische kaarten is te zien dat het plangebied (rood omcirkeld) al sinds geruime tijd in gebruik is als agrarisch gebied. Ook is duidelijk zichtbaar dat de stedelijke bebouwing van Enschede de afgelopen 30 jaar dichter bij het plangebied is gekomen.

Monumenten in het plangebied In het plangebied zijn geen monumenten aanwezig

Overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren in het plangebied In het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren en bouwwerken zonder monumentstatus aanwezig.

Archeologisch erfgoed in het plangebied In het plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen en/of monumenten op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart aanwezig. Wel is het plangebied aangemerkt als zijnde Archeologisch Onderzoeksgebied B op de beleidskaart. Er is op 29 november 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd door RAAP. Het rapport van dit onderzoek met kenmerk 6172 is als bijlage 2 bij de toelichting van 26 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

het voorliggend bestemmingsplan gevoegd. Op grond van het onderzoek kan gesteld worden dat het plangebied een lage archeologische verwachting kent. Het plangebied kan dan ook worden vrijgegeven. Mochten er bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen, geldt een meldingsplicht op grond van de Erfgoedwet, art. 5.10. Deze melding kan worden gedaan bij de gemeente Enschede (namens haar de regioarcheoloog) of de RCE.

Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" zijn geen bomen, en daarmee ook geen beschermwaardige bomen, aanwezig.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 27

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Stedenbouwkundige opzet

Het initiatief omvat een toekomstige locatie voor maximaal 10 woonwagens. De woonwagens bestaan uit 1 woonlaag met een kap. De woonwagens hebben een bovengrondse fundering, wat er voor zorgt dat de woningen op een soort plint staan. Daarom moet de woonwagen betreedt worden door middel van een trap. De woonwagens zijn ontsloten door middel van een doodlopende openbare weg die aansluit op de Twekkelerbeekweg. Langs deze openbare weg zijn bij elke woonwagen langsparkeerplaatsen gerealiseerd. In het midden van de ontsluitingsweg bevindt zich een insteekweg die dienstdoet als insteekhaven voor groot materieel. De vuilnisauto kan hier bijvoorbeeld gebruik van maken. Omdat de ontsluitingsweg geen doorgaande weg is, wordt voor hulpdiensten een calamiteitenontsluiting gemaakt. Deze route vormt een 'lus' van het einde van de openbare weg via de noordzijde van de woonwagens. Deze lus komt vervolgens iets ten noorden van de openbare weg uit op de Twekkelerbeekweg. Op de locatie van deze lus ligt nu een deel van een struinpad ten zuiden van de bergingsvijver. Dat struinpad dient, in incidenteel geval, geschikt te zijn voor hulpdiensten en materieel voor onderhoud van de watergang. Het pad wordt verbreed tot ongeveer ongeveer 3 meter en wordt uitgevoerd in halfverharding.

Doordat het gebruik voor onderhoud en hulpdiensten naar verwachting slechts zeer sporadisch zal plaatsvinden, neemt daardoor de recreatieve waarde van het pad toe.

Afbeelding 4.1: Ontwerp toekomstige inrichting woonwagenlocatie Elk perceel bevat een woonwagen en een kleine berging van maximaal 10m 2. Elke perceel heeft een eigen privé-buitenruimte en de mogelijkheid op eigen terrein te parkeren. De toegang tot het perceel met de auto is mogelijk vanwege een strook halfverharding tussen perceel en rijweg. Deze strook halfverharding bevindt zich tussen de langsparkeerplaatsen. Een aantal maatregelen die de ruimtelijke kwaliteit verbeteren (zoals de bossingel en de groene aanplant van het geluidscherm), zijn al toegelicht in de toets aan provinciaal beleid (paragraaf 2.2.3) en gemeentelijk beleid (paragraaf 2.3.6). Los van deze bosstrook wordt er nog meer groen aangeplant in de ontwikkeling. Zoals in paragraaf 5.1.4 wordt toegelicht, is het nodig om een geluidsscherm te realiseren. Dit scherm zal worden voorzien van groene beplanting.

28 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

4.2

Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)

Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.

Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn.

Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de betreffende stedelijke ontwikkeling.

'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan In het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" wordt een invulling met 10 woonwagens mogelijk gemaakt. Afgewogen moet worden of daarbij sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Indien daar sprake van is, zal vervolgens worden getoetst aan de Ladder Duurzame Verstedelijking.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 29

Zoals aangegeven, voorziet het bestemmingsplan in de realisatie van 10 woonwagens. Op grond van jurisprudentie blijkt dat een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Het voorliggende bestemmingsplan maakt slechts 10 woningen mogelijk en kan op grond daarvan niet gezien worden als een stedelijke ontwikkeling. Er is in 2019 een behoefteonderzoek uitgevoerd onder de huidige lokale woonwagenbewoners en woonwagenbewoners die op 1 januari 2019 reeds al op een wachtrij stonden voor nieuw te realiseren standplaatsen. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de behoefte naar standplaatsen voor woonwagens ongeveer 20-25 standplaatsen groter is dan het huidige aantal bestaande standplaatsen. Met de uitbreiding van 10 standplaatsen wordt in deze behoefte voorzien.

4.3

Welstand en beeldkwaliteit

In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwwlannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" geldt de welstandsidentiteit 'Vrije landelijke bebouwing, nieuwe landschap' met als welstandsidentiteit 'Laag'.

Afbeelding 4.3 Welstandskaart gemeente Enschede De woonvolumes en inpassing van het woongebied dient te geschieden zodat er kan worden voldaan aan de redelijke eisen van welstand. De welstandsparagraaf beschrijft over de bouwvolumes dat ze bescheiden dienen te zijn en het is niet toegestaan dat de volumes het landschap domineren. Het volume dient te variëren ten opzichte van naastgelegen volume maar dient wel van een gelijke orde van grootte te zijn. Welstandsparagraaf De ontwikkeling de woonwagenlocatie past niet geheel binnen de welstandscriteria. Daarom wordt een aanvullende welstandsparagraaf in procedure gebracht zodat er een goed toetsingscriteria wordt geformuleerd voor Welstand. Deze wijziging van de welstandsnota gaat, tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan, als ontwerp ter inzage. Vaststelling van de welstandsparagraaf zal ook gelijktijdig plaatsvinden met het bestemmingsplan.

30 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

4.4

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.4.1

Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid

In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving

Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.

Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.

Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.

Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.

WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.

Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 31

Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.

Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.

Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.4.2

Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan

In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.

Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.

Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen

32 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en bedrijven voor de verwerking van afval.

Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.

Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 33

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.

5.1

Milieu

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1

Milieueffectrapportage

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. 2. 3. 4.

het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben.Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.

Aanvullend op het voorgaande kan er ook een m.e.r-plicht (een planm.e.r. in dit geval) zijn via een andere weg. Namelijk als voor een plan op voorhand niet kan worden uitgesloten dat er een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden is. In dat geval is een zogenaamde Passende Beoordeling nodig en geldt een planm.e.r.-plicht óf, als wordt voldaan aan de voorwaarden van het per 18 december 2020 gewijzigde artikel 3 van het Besluit m.e.r., een planm.e.r.-beoordeling. Zoals beschreven in paragraaf 5.3.1 treden er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op. Er is geen Passende Beoordeling nodig en daarmee eveneens geen planm.e.r. of planm.e.r.-beoordeling via deze weg. Toetsing bestemmingsplan Het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" maakt de ontwikkeling/het gebruik van 10 woonwagenstandplaatsen mogelijk op een perceel aan de Windmolenweg / Twekkelerbeekweg te Enschede. De voorgenomen activiteit is mogelijk te scharen onder activiteit D 11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.): 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'.

De bijbehorende drempelwaarden (1° een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2° een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen en 3° een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer) worden ruimschoots niet

34 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

overschreden. Dit vormt een eerste indicatie dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten zijn. Op basis van het voorgaande (de kenmerken van de voorgenomen activiteit) geldt mogelijk een plicht tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor het bestemmingsplan. Uit het oogpunt van zorgvuldigheid is uitvoering gegeven aan deze mogelijke plicht. Vormvrije m.e.r. beoordeling ruimtelijke ontwikkeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets, waarin aan de hand van in de Europese m.e.r-richtlijn opgenomen criteria wordt beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten en al of niet sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De criteria hebben betrekking op de kenmerken van het project, de locatie van de activiteit en de kenmerken van het potentiële effect. Bij de kenmerken van het project gaat het onder andere om de omvang en de cumulatie met andere projecten. Bij de locatie van de activiteit gaat het onder andere om de mate van kwetsbaarheid van het milieu in gebieden waarop de activiteit van invloed zou kunnen zijn. Bij de kenmerken van het potentiële effect gaat het onder ander om het bereik van de effecten. Voor de ontwikkeling van de woonwagenlocatie is een notitie ten behoeve van de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is in bijlage 3 bij deze plantoelichting opgenomen.

Uit de notitie blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Op basis van de notitie hebben burgemeester en wethouders op 16 mei 2023, voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan, besloten dat het niet noodzakelijk is om een milieueffectrapport op te stellen. 5.1.2

Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Bedrijven in de omgeving kunnen hinder opleveren voor gevoelige functies. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om geluidshinder, geurhinder, stofhinder of veiligheidsrisico's (externe veiligheid). Bedrijven kunnen niet zomaar naast een gevoelige functie, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook andersom moet er zorgvuldig gemotiveerd worden of een nieuwe woning bij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden. Zonering, afstand houden, is een belangrijk middel om te voorkomen dat er hinder ontstaat. Ook zorgt dit ervoor dat de bestaande bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Voor milieuzonering is de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering van belang. De publicatie geeft voor vele bedrijfstakken en installaties aan: •

welke milieuonderwerpen een rol kunnen spelen;

•

welke gemiddelde afstanden tot de woonbebouwing 'passend' zijn.

In de handreiking is een lijst opgenomen die snel inzichtelijk maakt welke milieuaspecten van belang zijn en in welke milieucategorie een bedrijf ingedeeld zou kunnen worden. Er is per bedrijf/activiteit in beeld gebracht welke richtafstand aan de orde is voor de aspecten geluid, geur, stof en externe veiligheid. De milieucategorie wordt bepaald op de maatgevende (grootste) afstand. Gelet op het vorenstaande is onderzocht of de in de omgeving aanwezige bedrijven en voorzieningen mogelijk belemmeringen opleveren voor de planontwikkeling. Bedrijven in de omgeving van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn een drietal bedrijven gelegen (zie tabel 5.1.2.1).

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 35

Tabel 5.1.2.1 Bedrijven omgeving plangebied * zie de geurberekening in bijlage 4 van de toelichting

De potentiële hindercontouren van de bedrijven H.J. Timmerman Windmolenweg 645 en Farwick Groenspecialisten Auke Vleerstraat 180 zijn niet gelegen binnen het plangebied. De potentiële hindercontour (richtafstand 50 m voor het aspect geluid) van het bedrijf Wesseler Oude Booyink B.V. Twekkelerbeekweg 99 is wel gelegen binnen het plangebied. Binnen deze contour is echter geen woonfunctie geprojecteerd binnen het plangebied. Desondanks is besloten om het aspect geluid nader te beschouwen. Uit deze nadere beschouwing (zie paragraaf 5.1.4, onderdeel 'bedrijven en milieuzonering') is gebleken dat het bedrijf geen belemmeringen oplevert voor de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. Marssteden en Havengeb ied Verder bevinden zich in de omgeving van het plangebied twee bedrijventerrein. Dit betreffen de bedrijventerreinen De Marssteden en Havengebied. Voor de bestemmingsplannen van deze bedrijventerreinen is milieuzonering toegepast. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Door te zoneren kunnen milieuonderwerpen waaronder de aspecten geluid of geur indirect doorwerken in het bestemmingsplan. Milieuzonering is een ruimtelijk instrument voor het invullen en beheren van de ruimte.

Hierbij wordt een scheiding tussen verschillende, vaak zich niet met elkaar verdragende, functies aangehouden.

Op het bedrijventerrein Havengebied zijn bedrijven toegestaan t/m categorie 5.2. Vanaf de bestemming bedrijventerrein dient een milieuzonering in acht te worden gehouden. Het betreft het volgende: vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 2” dient een afstand van 30 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 3.1” dient een afstand van 50 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 3.2” dient een afstand van 100 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 4.1” dient een afstand van 200 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 4.2” dient een afstand van 300 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 5.1” dient een afstand van 500 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen.

vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 5.2” dient een afstand van 700 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen.

Op het bedrijventerrein Marssteden zijn bedrijven toegestaan t/m categorie 4.2. Vanaf de bestemming bedrijventerrein dient een milieuzonering in acht te worden gehouden. Het betreft het volgende: 36 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 2” dient een afstand van 30 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 3.1” dient een afstand van 50 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 3.2” dient een afstand van 100 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 4.1” dient een afstand van 200 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 4.2” dient een afstand van 300 m te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen.

Uit een toetsing is gebleken dat de woonwagenlocatie is gelegen buiten de hiervoor genoemde afstanden behorende bij de verschillende categorieën bedrijven voor zowel Marssteden als Havengebied. Verder zijn voor voornoemde bedrijventerreinen geluidszones industrielawaai vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder. Zonering van een industrieterrein volgens de Wet geluidhinder is het ruimtelijke scheiden van (grote)lawaaimakers en geluidsgevoelige objecten. Deze scheiding ontstaat door het vaststellen van een zone rondom het industrieterrein waarin het toelaten van geluidsgevoelige objecten enkel onder voorwaarden mogelijk is. De woonwagenlocatie is gelegen buiten deze vast gestelde geluidszones.

Conclusie milieuhinder bedrijven en voorzieningen Gelet op het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de in de omgeving van het plangebied gelegen bedrijven en bedrijventerreinen geen knelpunten opleveren voor de ontwikkelingen binnen het plangebied. 5.1.3

Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit algemeen De nadruk op het bodembeleid in Nederland ligt op de mogelijkheden die de bodem en ondergrond biedt om een locatie te gebruiken. Daaronder vallen ook eventuele bodemverontreinigingen. Drie aspecten om te komen tot een veilig en gezond gebruik van de bodem en ondergrond staan daarbij centraal: 1. 2. 3.

Het voorkomen van een nieuwe bodemverontreiniging of aantasting van de bodem en ondergrond; Het beheren en/of functiegericht saneren van een bodemverontreiniging bij het wijzigen of toekennen van een functie; Het beheren van overige bodemverontreinigingen. Dit geldt met name voor locaties waar de functie en/of bestemming niet wijzigt, maar waar door vroegere activiteiten een bodemverontreiniging is ontstaan.

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem speelt een rol om vast te stellen of een bestemmingsplanwijziging uitvoerbaar is. Dit is geregeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De Wet bodembescherming kan hierop eveneens van toepassing zijn. Bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan Het volgende bodemonderzoek is uitgevoerd: Kruse Milieu, 23 januari 2023, rapport verkennend (asbest) bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Twekkelerbeekweg t.o. 99 – Enschede, kenmerk 22072610. Dit onderzoek is als bijlage 5 bij de toelichting van voorliggend bestemmingsplan gevoegd. De bovenste halve meter van de bodem voldoet overwegend aan de functie 'wonen'. Dit is onder andere gebaseerd op de gehalten aan PFAS. Plaatselijk is vanwege een licht verhoogd gehalte aan cadmium sprake van de bodemkwaliteitsklasse 'industrie'. Asbest is in de grond niet aangetoond. De aangetoonde gehalten in de bovenste halve meter van de bodem vormen geen risico's voor het gebruik van de locatie voor woondoeleinden. De bodem dieper dan een halve meter voldoet aan de landelijke achtergrondwaarde. In het grondwater zijn concentraties aan de metalen barium, nikkel en zink aangetoond die de streefwaarde overschrijden. Binnen de gemeente Enschede komen dergelijke concentraties vaker voor in het grondwater.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 37

Hoogstwaarschijnlijk is dit het gevolg van natuurlijke bodemprocessen. Conclusie bodemkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.4

Wet geluidhinder

In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen en/of de transformatie van bestaande panden naar wonen of een andere geluidgevoelige functie mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het ook noodzakelijk zijn dat akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd in situaties dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is.

Wegverkeerslawaai Wettelijk kader In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. Op geluidgevoelige bestemmingen bedraagt de voorkeurgrenswaarde 48 dB. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is uitsluitend mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidsnota Enschede (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld. Onderzoek Naar de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer is door Adviesburo Van der Boom een akoestisch onderzoek uitgevoerd.

De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Geluidbelasting wegverkeer woonwagenlocatie Windmolenweg te Enschede, 22.114 versie 02, d.d. 21 maart 2023”. Het rapport is als bijlage 6 bij deze toelichting gevoegd. Resultaten De locatie is gelegen buiten de bebouwde kom van Enschede binnen de geluidzone van de Windmolenweg, de Auke Vleerstraat, de Twekkelerbeekweg en de Hovenierslaan op resp. ca. 144 meter, 234 meter, 40 meter en 154 meter van de as van de weg. De geluidbelasting door wegverkeer op de maatgevende Windmolenweg bedraagt op de grens van de woonwagenstandplaatsen 47 dB na aftrek ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee niet overschreden. De geluidbelasting door wegverkeer op de overige wegen ligt op de woonwagenstandplaatsen eveneens beneden de voorkeursgrenswaarde van 48 dB na aftrek ex art 110-g Wgh. De geluidbelasting voor alle wegen samen bedraagt op de grens van de woonwagenstandplaatsen ten hoogste 53 dB zonder aftrek ex art 110-g Wgh. Conclusie Vanwege het wegverkeer op de Windmolenweg, de Auke Vleerstraat, de Twekkelerbeekweg en de Hovenierslaan bedraagt de geluidsbelasting op de woonwagenstandplaats ten hoogste 48 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. 38 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Railverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" is niet gelegen aan of in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn. Een nadere toetsing aan de Wet geluidhinder vanwege railverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven. Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" is niet gelegen in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein. Bovendien voorziet het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden. Een nadere toetsing aan de Wet geluidhinder vanwege industrielawaai kan daarom achterwege blijven.

Luchtvaartlawaai Het plangebied aan de Twekkelerbeekweg is niet gelegen binnen de geluidszone van een vliegveld.

Bedrijven en milieuzonering Het nieuwe geluidgevoelige terrein, een woonwagenstandplaats, die met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt mag geen belemmering vormen voor de omliggende bedrijven. Hiertoe is het loonwerkbedrijf Wesseler Oude Booyink aan de Twekkelerbeekweg 99 relevant. Volgens het bestemmingsplan “Buitengebied Noordwest” is het bedrijf ingedeeld en bestemd als een categorie 3.1 bedrijf met een richtafstand van 50 meter. De woonwagenstandplaats is gelegen op ca. 60 meter van de inrichting en tot de bestemming “Agrarisch loonbedrijf”-“bedrijf tot en met categorie 3.1” ca. 70 meter.

Ten aanzien van Wesseler Oude Booyink is verder relevant dat het bij besluit van 25 september 2015 maatwerkvoorschriften opgelegd heeft gekregen. De maatwerkvoorschriften voorzien in geluidniveaus op de woningen Wilgenkampweg 49 en 75. Om inzichtelijk te maken welke geluidniveaus gaan heersen op de woonwagenstandplaats is door Adviesburo Van der Boom een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Akoestisch onderzoek Wesseler Oude Booyink Wilgenkampweg te Enschede t.b.v. woonwagenstandplaats cf melding 2015”, 22.113 van 13 april 2023”. Het rapport is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de nieuw te realiseren woonwagenstandplaats, waarbij wordt uitgegaan van een geluidscherm van 2.5 m (noordzijde) en 3 m (westzijde, klein stuk noordzijde) hoogte langs de rand van het kavel van de woonwagenstandplaats, in de representatieve bedrijfssituatie wordt bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 39

voldaan aan de richtwaarde op grond van de Geluidnota van 45 dB(A) etmaalwaarde voor het gebied. In de situatie waarbij gebruik wordt gemaakt van de versnipperaar en zeefinstallatie, een situatie die bij maatwerk is begrensd tot maximaal respectievelijk 18 en 30 dagen per jaar, wordt met respectievelijk 54 en 47 dB(A) voldaan aan de maximaal te vergunnen waarde op grond van de Geluidnota van 55 dB(A) etmaalwaarde. Hierbij wordt de situatie met versnipperaar en zeefinstallatie beschouwd als “regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie” overeenkomstig de Handreiking. In aanloop naar dit plan is overleg gevoerd met Wesseler Oude Booyink om op voorhand rekening te houden met eventuele (toekomstige) wijzigingen in de bedrijfsvoering met als doel hiervoor maatwerkvoorschriften vast te stellen. Helaas heeft het bedrijf besloten dit traject niet verder voort te zetten. Om toch nog flexibiliteit te bieden wordt in het bestemmingplan opgenomen dat de geluidschermen een maximale hoogte mogen hebben van 4 meter. Mocht het bedrijf een toekomstige melding doen van een gewijzigde bedrijfssituatie, zullen ook de geluidswaarden op de woonwagenlocatie in een maatwerkvoorschrift worden vastgelegd.

Cumulatie Op grond van de uitgevoerde onderzoeken kan worden geconcludeerd dat het wegverkeerslawaai voldoet aan de voorkeursgrenswaarde en dat het industrielawaai afkomstig van Wesseler Oude Booyink, behoudens de dagen dat er gebruik wordt gemaakt van de versnipperaar of de zeefinstallatie, voldoet aan de richtwaarde uit de Geluidnota. Gezien het geringe aantal dagen dat gebruik wordt gemaakt van de versnipperaar en zeefinstallatie wordt deze situatie acceptabel geacht. Op basis van voorgaande vindt er geen onevenredige aantasting van de omgeving plaats, woningen en bedrijven worden door het plan niet onevenredig belemmerd en blijft er sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Conclusie Wet geluidhinder Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de wet geluidhinder wel/geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.5

Luchtverkeerslawaai

Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart 2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” is niet gelegen in de nabijheid van het vliegveld Twente en is ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld. Een nadere toetsing aan het Luchthavenbesluit vanwege luchtverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven.

Conclusie Luchtverkeerslawaai Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat luchtverkeerslawaai wel/geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.6

Luchtkwaliteit

Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. b. c.

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;

40 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

d. e.

een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg.

Luchtkwaliteit en het plangebied Het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” beoogt het planologisch mogelijk te maken dat maximaal tien woonwagenstandplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Uit de 'Regeling niet in betekenende mate' blijkt dat woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 woningen als niet in betekenende mate zijn aan te merken. De realisatie van 45 woningen is daarmee zonder eer een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit Conclusie luchtkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.7

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10 -6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.

Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.

Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is. Een nadere toetsing aan het Bevi en/of het BRZO kan daarmee achterwege blijven.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is. Een nadere toetsing aan het Bevb kan daarmee acherwege blijven.

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 41

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water is recentelijk nieuwe wet- en regelgeving in werking getreden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van deze nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg.

Basisnet Weg Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen wegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Een nadere toetsing aan het Basisnet Weg kan daarmee achterwege blijven.

Basisnet Water Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water. Een nadere toetsing aan het Basisnet Water kan daarmee achterwege blijven.

Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor. Een nadere toetsing aan het Basisnet Spoor kan daarmee achterwege blijven.

Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, vooral bij het opstijgen en landen. Het plangebied van het bestemmingsplan “Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg” is hemelsbreed op ongeveer 6 kilometer van het (voormalige) vliegveld Twente gelegen. Dit betekent dat de kans op een luchtvaartongeluk in het plangebied (zeer) klein is.

Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.8

Bodemdaling

Inleiding Nobian (voorheen Akzo Nobel) wint sinds 1933 zout onder delen van het grondgebied van Enschede. Het zout wordt door middel van een waterinjectie opgelost uit zogenaamde zoutcavernes. Deze cavernes zijn holle, met pekel gevulde ruimten, ontstaan wanneer door middel van een waterinjectie zout uit de ondergrond is opgelost.

42 eg (vastgesteld)

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw

Na de zoutwinning blijft de caverne als holle ruimte achter. Deze cavernes bevinden zicht op een diepte van 300 tot 450 meter onder maaiveld. Na verloop van tijd kan het gebeuren dat het dak van de caverne instort en dat daardoor aan de oppervlakte uiteindelijk bodemdaling ontstaat. Vanaf 1960 is dit verschillende malen voorgekomen. De bodemdaling ontwikkeld zich in de vorm van tamelijk gelijkmatige schotels, aanvankelijk in snel tempo (decimeters per jaar), gevolgd door vele tientallen jaren van langzaam dempende bodemdaling. Bodemdaling kan een bedreiging vormen voor in het gebied voorkomende gebouwen, hoogspanningslijnen, wegen etc. In 1991 ontwikkelde zich in enkele uren tijd aan de Enschedse Havenweg in Hengelo een instortingskrater (sinkhole) met een doorsnede van 30 meter en een diepte van 4,5 meter. Wettelijk kader en b eleid Er is geen wet- of regelgeving op het gebied van bodemdaling. Daarom is hiervoor door de gemeente (in samenwerking met gemeente Hengelo en Nobian) beleid ontwikkeld. Eerst is daarvoor door Nobian om een bodemdalingsmodel ontwikkeld, waarmee met enige zekerheid kan worden bepaald of een instabiel wordende caverne op den duur tot bodemdaling of een sinkhole kan leiden. De prognoses gemaakt met dit model zijn in 2000 gerapporteerd aan de gemeenten Hengelo en Enschede.

Naar aanleiding van de verschillende onderzoeken is een bodemdalingskaart opgesteld. Deze kaart wordt regelmatig geactualiseerd op basis van voortschrijdend inzicht en nieuw onderzoek. De cavernes zelf worden regelmatig gecontroleerd en gemonitord. Mogelijke veranderingen van de cavernes zijn daardoor al in een vroeg stadium bekend. Als een caverne instabiel blijkt te zijn, duurt het nog 15 jaren voordat aan het maaiveld bodemdaling van betekenis te verwachten is. Wanneer er dreiging is van bodemdaling, kunnen er maatregelen getroffen worden, zoals het opvullen van de caverne. Om risico's te beheersen van eventuele ontwikkelingen op locaties waar bodemdaling aan de orde is, hebben de gemeente Enschede en Hengelo het bodemdalingsprotocol vastgesteld, dat wordt vertaald in de planregels. Voor ieder bestemmingsplan dat ontwikkelingen mogelijk maakt op locaties waar sprake is van een bodemdalingsrisico dient het bodemdalingsprotocol doorlopen te worden. Het plangebied In de omgeving van het plangebied komen cavernes voor die bodemdaling kunnen veroorzaken. Daarom is op 4 augustus 2022 door Nobian een rapportage opgesteld voor het gehele perceel van de woonwagenlocatie. Deze rapportage is op 9 maart 2023 geactualiseerd omdat het ontwerp van de woonwagenlocatie is gewijzigd waardoor het onderzoeksgebied verkleind is.

Uit de rapportages blijkt dat er sprake is van de standaard bodemdaling van maximaal 5 cm per 100 jaar. Deze wordt veroorzaakt door zoutkruip en geldt voor het gehele winningsveld. De beide rapportages zijn toegezonden aan Staatstoezicht op de Mijnen. Van hen is advies ontvangen dat de de conclusie van Nobian onderschrijven. De beide rapportages alsmede het advies van Staatstoezicht op de Mijnen is opgenomen in bijlage 11 bij de toelichting van voorliggend bestemmingsplan. Bodemdaling staat op grond van het voorgaande niet aan de uitvoering van het bestemmingsplan in de weg.

5.2

Water

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding. Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buien. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Bij nieuwbouwplannen worden eisen gesteld aan de hoeveelheid regenwater die op eigen terrein moet

bestemmingsplan Woonw agenstandplaatsen Tw ekkelerbeekw eg (vastgesteld) 43

worden geborgen. Die eisen zijn vanaf 1 januari 2022 strenger geworden en zijn nu voor alle situaties 55 mm per m2 verhard oppervlak.

Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. De gemeente zorgt ervoor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van hemelwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA), al dan niet met een helofytenfilter, worden ingericht.

Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Enschede leidend. Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans vanuit oppervlaktewater beperkt wordt tot eens per 100 jaar (T=100). Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies.

Grondwater en ontwatering In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt geadviseerd de in onderstaande tabel genoemde ontwateringshoogtes aan te houden: Grondgebruik

Ontwatering (m - GHG)

Primaire wegen

0,7 m

Secundaire wegen erfontsluitingswegen

en 0,5 m

Bouwwerken met kruipruimten

0,7 m

Bouwwerken zonder kruipruimten

0,5 m

Groen

0,5 m

De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende en doelmatige maatregelen indien er in een gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen door de grondwaterstand en de te treffen maatregelen niet tot de zorg van de provincie of het waterschap behoren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=1e841bde-30fd-458a-aabb-a1af11cbfa10