9_Energievisie_zienswijzeverslag.pdf
Tekst van het document
-
1.35
1.36
Zienswijze 306 is namens een aantal bewoners van Zonnebeekweg en omgeving en richt zich op alle onderdelen van het bestemmingsplan, waaronder de toelichting, de regels en de bijbehorende onderzoeken Inspreker: 306 Dit proces goed gaan leiden vergt een sterke wethouderspost. Inspreker: 309 De energietransitie is complex proces; stel hiervoor een aparte wethouder aan, en binnen de raad een energiecommissie.
faciliteren van vergunningprocedures die hiermee samenhangen.
Vooralsnog is er van een (ontwerp-) bestemmingsplan geen sprake. Bestemmingsplannen kennen hun eigen totstandkomingsproces. Ook daarbij kunt u gebruik maken van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.
Wij zijn ons bewust van de omvang en de zwaarte van dit dossier, maar zijn er ook van overtuigd dat dit dossier bij wethouder Van den Berg in goede handen is. Uw suggestie voor het instellen van een energiecommissie zullen wij ter overweging aan de raad meegeven.
Inspreker: 212, 316
1.37
1.38
U kunt het buitengebied niet opzadelen met zonnevelden of windmolens, met de beloften dat het gebied gekend wordt in een gebiedsaanpak en deze dan niet (of nauwelijks) uitvoeren omdat er ‘geen geld’ is (verwijzing naar uitspraak, geen geld, geen inzet). Inspreker: 311 Er is onduidelijke informatie / “propaganda” in omloop in de vorm van flyers, kunt u mij informeren over de daadwerkelijke plannen?
Voor de gebiedsgerichte aanpak is al een (beperkt) budget beschikbaar. We gaan er vanuit dat ook het resterende deel door de gemeenteraad beschikbaar wordt gesteld.
Deze flyers zijn niet door of in opdracht van de gemeente verspreid. Alle relevante informatie over de Energievisie is te vinden op www.enschede.nl/energievisie.
Inspreker: 53
24
1.39
Waarom is er al met voorbereidende werkzaamheden gestart als het nog maar om een energie“visie” gaat? Inspreker: 68
Uit uw reactie valt niet te herleiden aan welke activiteit u refereert, maar in zijn algemeenheid merken wij op dat: a. het startsein voor de ontwikkeling van de Energievisie al in april 2017 werd gegeven; b. er gedurende de voorbereidingsperiode op verschillende momenten stukken openbaar zijn gemaakt, zoals de op 7 september 2020 vastgestelde nota uitgangspunten Energievisie; c. er ontwikkelaars zijn die de vaststelling van het beleidskader niet afwachten en op eigen initiatief met de voorbereiding van plannen starten. Dat laatste kunnen en willen we ook niet voorkomen. Maar we hebben met die ontwikkelaars wel afgesproken, dat de formele medewerking van gemeente aan hun plannen niet eerder is te verwachten, dan nadat de gemeenteraad over de Energievisie een besluit heeft genomen.
1.40
1.41
Er is een visie op de langere termijn dan 2030 nodig, want waar komen straks nog meer windmolens als die nodig zijn? Ik hoop dat de definitieve keuze na de volgende verkiezingen plaatsvindt en/of dat er een raadgevend referendum plaatsvindt Inspreker: 318 Er staan op onze gronden windmolens en zonnevelden ingetekend. De gemeente heeft ons nooit gevraagd hoe wij hier over denken. Inspreker: 320, 324
Het staat nog niet vast dat er in de periode na 2030 aanvullende locaties nodig zijn voor het opwekken van zonne- en windenergie. Daar nu al met een langetermijnvisie op vooruitlopen lijkt ons niet zinvol. Wij gaan er vanuit dat de raad nog voor het zomerreces tot vaststelling van de Energievisie zal overgaan. Van een raadgevend referendum is (vooralsnog) geen sprake. We hebben gekozen voor een proces waarbij er voor iedereen tegelijkertijd gelegenheid is om zich uit te spreken over de beleidsvoornemens van de gemeente. De Energievisie en de beleidsregels voor zonneen windenergie geven een indicatie van wat er aan ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk is. De Energievisie voorziet niet in een realisatieplicht. En vooralsnog zijn we ook niet van plan gebruik te maken van juridische instrumenten waarmee de medewerking van een grondeigenaar kan worden afgedwongen.
25
1.42
1.43
Goed dat we in Nederland plan hebben opgevat om bijdrage te leveren aan energietransitie (al is ‘t mondiaal gezien peanuts) maar dat dit via structuur van de RES gaat met uniforme regels is een slechte zaak. Elk gebied heeft eigen mogelijkheden.
In het Klimaatakkoord is gekozen voor een regionale aanpak, omdat sommige oplossingen voor het klimaatprobleem de gemeentegrens overstijgen. Dat speelt zowel bij de opwek van hernieuwbare elektriciteit (afstemming over locaties voor grootschalige opwek) als bij de verdeling van warmte uit bovenlokale warmtebronnen.
Inspreker: 321
Bij de ontwikkeling van de Energievisie heeft de gemeente echter ook heel nadrukkelijk gekeken naar de specifieke kenmerken van de bebouwing en landschappen binnen de eigen gemeente.
U heeft de taak om het mooie Twentse landschap te beschermen. Grote zonnevelden en torenhoge windmolens passen daar niet in. Dit standpunt moet u uitdragen naar Den Haag.
Wij zijn ons bewust van de kwaliteiten van het landelijk gebied en met de Visie voor het landelijk gebied denken we over een koers te kunnen beschikken, waarmee we die kwaliteiten ook voor toekomstige generaties zeker kunnen stellen. Tegelijkertijd constateren we dat er een grote groep in de samenleving aanwezig is, die zich zorgen maakt over de gevolgen van de opwarming van de aarde en die van ons om maatregelen vraagt. Dat heeft op landelijk schaal geleid tot de afspraak dat er op regionale schaal plannen voor het opwekken van zonneen windenergie moeten worden gemaakt. Met de Energievisie geven we daar voor wat betreft de gemeente Enschede betreft een invulling aan.
Inspreker: 321
1.44
1.45
Burgers moeten bij deze zeer omvangrijke en nooit eerder vertoonde operatie betrokken worden. Neem mensen mee, we hebben elkaar nodig. Inspreker: 215, 321 Inwoners van het gebied waar de windmolens moeten komen, zijn niet geïnformeerd over de plannen. Dit stond in de Huis aan Huis, maar die komt niet in de gemeenschap tussen
We onderschrijven uw visie op dit onderwerp. Hoofdstuk 7 (Communicatie en participatie) is een belangrijk onderdeel van de Energievisie.
De gemeente is er zich van bewust dat de beleidsvoornemens die in de Energievisie worden beschreven een grote impact hebben op de leefomgeving van inwoners en het functioneren van onze samenleving. Omdat die maatregelen iedereen raken, heeft de 26
Usselerveenweg, Schaddendijk, Veldhaarweg. Inspreker: 319
gemeente de terinzagelegging van de Energievisie aangekondigd in het weekblad Huis aan huis en bekendgemaakt via haar eigen website. Ook vond er een aankondiging plaats via de sociale media. Inwoners die wekelijks geïnformeerd willen worden over de officiële mededelingen van de gemeente Enschede kunnen zich abonneren op een digitale Nieuwsbrief van de gemeente Enschede.
1.46
Leg intensief contact leg met bewoners in de Eschmarke, wanneer er daar ontwikkelingen gaan spelen. Het risico bestaat dat het MER als leidraad wordt gebruikt voor toekomstige ontwikkelingen in de Eschmarke. De huidige adviezen in het MER zitten verstopt in de bijlage van de bijlage hetgeen niet goed past bij de beoogde transparantie. De inspreker plaatst verder een aantal kanttekeningen bij het MER. Inspreker: 327
De beleidsregels voor zonne- en windenergie schrijven voor dat omwonenden in een vroegtijdig stadium bij de ontwikkeling van plannen moeten worden betrokken. Bij de ontwikkeling van een zonneveld met een oppervlakte van meer dan 2 hectare, stellen we een gebiedsgerichte aanpak verplicht. Bij zo'n proces wordt er niet alleen naar de energieopgave gekeken, maar ook naar andere ruimtelijk relevante vraagstukken in dat gebied. De beleidsregels bevatten daarom volgens ons voldoende waarborgen voor betrokkenheid van inwoners. De voorbereiding van de Energievisie werd gecombineerd met het doorlopen van de procedure voor een milieueffectrapportage (MER). Het MER stelt de gemeente in staat om op een zorgvuldige en weloverwogen wijze een beslissing te nemen over de Energievisie. Nadat dit besluit is gevallen, is het de bedoeling dat de Energievisie richting geeft aan het handelen van de gemeente (en niet het MER). Die wens om zorgvuldig te werk te gaan heeft één keerzijde, namelijk dat er ook veel informatie beschikbaar is gekomen. Het is echter geenszins de bedoeling geweest om informatie te verstoppen. Voor een reactie over het MER verwijzen wij u naar de punten hoofdstuk 4 van dit verslag.
1.47
De Gemeente minacht haar burgers, daardoor ontstaat weerstand. In plaats daarvan moet er gewerkt
Wij zijn ons ervan bewust dat de maatregelen die in de Energievisie en de daarbij behorende stukken worden aangekondigd, in sommige 27
worden aan draagvlak, samenwerking, transparantie, betrokkenheid en lokale projecten. De Gemeente moet zich richten op de doelen verduurzaming, draagvlak en participatie, in plaats van windmolens tot doel te zien.
gevallen ingrijpend zijn en aan het individueel belang van inwoners raken. Draagvlak voor het beoogde beleid kan niet eenvoudigweg worden afgedwongen. De gemeente kan wel gunstige voorwaarden scheppen voor het ontstaan daarvan. In hoofdstuk 7 van de Energievisie hebben we daarvoor een aanpak uitgewerkt.
Inspreker: 216, 219, 221, 235, 329 1.48
Wij behouden ons het recht voor om eventuele gronden die op het moment van dit schrijven nog niet bekend zijn op een later moment alsnog aan te voeren.
Tegen de vaststelling van de Energievisie staat geen bezwaar of beroep open. Als u zich wilt verzetten tegen een bepaalde uitvoeringsmaatregel (zoals een afgegeven omgevingsvergunning), dan staat het u vrij om daarbij nieuwe argumenten aan te voeren.
Inspreker: 11, 15, 21, 24, 25, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 41, 43, 44, 49, 50, 51, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 197, 217, 218, 223, 238, 259, 262, 264, 275, 282, 284, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 329, 330, 331, 332, 333, 329 1.49
Gemeente is nalatig wat betreft risicobeheersing, inclusief onderzoek, informatie en communicatie, blijft niet bij met trends en ontwikkelingen o.g.v. duurzaamheid, en gaat voorbij aan landelijke en regionale afspraken rond draagvlak en participatie. Rapport Berenschot, 2020 Inspreker: 216, 219, 221, 235
De voorbereiding van de Energievisie werd gecombineerd met het doorlopen van de procedure voor een milieueffectrapportage. Dit proces staat borg voor openheid, zorgvuldigheid en objectiviteit. Tijdens de voorbereiding van de Energievisie is er voor inwoners op verschillende momenten gelegenheid geweest om mee te denken en mee te praten. Uw suggestie dat de gemeente op dit punt tekortschiet, delen wij dan ook niet. 28
Zie ook het antwoord onder 1.13
1.50
Identificatienummer NL.IMRO (voor indienen zienswijze) is onvindbaar Inspreker: 216, 219, 221, 235 We moeten leren van de negatieve ervaringen met windmolens elders in het land, bijv. Wierningermeerpolder, De Hoeksche Waard, de windmolens bij Deventer, in Friesland etc.
1.51
1.52
Dat klopt inderdaad, maar gelukkig was het ook mogelijk om zonder dit nummer een zienswijze in te dienen.
We realiseren ons dat plannen voor het opwekken van windenergie in veel gevallen op weerstand stuiten. Maar we zien ook dat er na de realisatie van de plannen in veel gevallen ook acceptatie ontstaat.
Inspreker: 80, 163
Dat verklaart waarom bijvoorbeeld de gemeente Deventer bij de voorbereiding van de Regionale energiestrategie West-Overijssel heeft aangekondigd meer windturbines te willen bouwen.
Ik wil weten hoe ik bezwaar kan maken tegen deze plannen
U heeft nu gereageerd op beleidsvoornemens van de gemeente Enschede. De reactie van u en anderen zal de gemeenteraad betrekken bij het voorstel om de Energievisie vast te stellen. Tegen dat door de gemeenteraad vast te stellen besluit kan geen bezwaar en beroep worden ingesteld.
Inspreker: 31
Als de vaststelling van de Energievisie leidt tot de indiening van concrete aanvragen, dan kan dit leiden tot besluiten (afgifte omgevingsvergunning, vaststelling bestemmingsplan) waartegen u wel bezwaar of beroep kunt instellen
Windenergie No 2.01
Samenvatting zienswijze Voor het plaatsen van windturbines in Usselo/Boekelo/Aamsveen bestaan goede alternatieven, zoals:
Antwoord
29
a. langs de landsgrens; Inspreker: 226
Regelgeving bepaalt in belangrijke mate waar windturbines geplaatst kunnen worden. In het milieueffectrapport dat ten behoeve van de Energievisie is opgesteld, zijn alle locaties beoordeeld die theoretisch (gelet op de harde beperkingen uit regelgeving) beschikbaar zijn voor het opwekken van windenergie. Uit het milieueffectrapport blijkt dat er in het zuidoostelijk deel van ons buitengebied, in de nabijheid van de landsgrens, inderdaad mogelijkheden bestaan voor het oprichten van enkele windturbines. Voor een toelichting op de keuze voor de zoekgebieden voor windenergie wordt op deze plaats verwezen naar de tekst onder het kopje Milieueffectrapport, in deel 1 van dit verslag.
b. windturbines op plekken waar wel draagvlak is/in de Flevopolder; Inspreker: 169, 216, 219, 221, 235
Draagvlak is een complex begrip is, dat zowel op steun voor als op de afwezigheid van verzet tegen een maatregel betrekking kan hebben. Voor zowel de steun als het verzet geldt dat die zich zowel in een passieve als actieve vorm kan manifesteren. Het stilzwijgend op afstand steunen van een ‘groene’ politiek maakt er net zo goed deel vanuit als het indienen van een reactie tegen het voorgestelde beleid. De plaatsing van windturbines levert vrijwel altijd negatieve reacties op vanuit de omgeving en toch bestaat er behoefte aan energie van windturbines.
c. windturbines op zee (kustgebied); Inspreker: 2, 38, 186, 199, 205, 206, 216, 219, 221, 235, 239, 240, 242, 243, 271, 279, 291, 297, 306, 318, 321, 329, 330,
“Zie ook de uitspraken van Berno Strootman en Sigrid Kaag: wind hoort op zee. Als op land dan in de zuiderzeepolder, in grootschalige rechtlijnige landschappen.”
De ruimte voor de Nederlandse kust voor windenergie op zee is niet onbeperkt, gezien ook andere functies op zee. De al gerealiseerde en geplande grootschalige windparken op zee voor de Nederlandse kust zullen sowieso al qua productiecapaciteit hard nodig zijn om de Europese doelstelling voor hernieuwbare energie in Nederland te halen. Plaatsing op land is daarnaast ook nodig en minstens net zo kosteneffectief als plaatsing op zee. Het produceren van elektriciteit in de nabijheid van de gebruikers op land beperkt verder de transportverliezen over het net. Al met al kan wind op zee alleen daarom geen 30
Inspreker: 216, 219, 221, 235
vervanging zijn voor de opgave van windenergie op land waaraan ook Enschede een bijdrage dient te leveren op grond van het Klimaatakkoord. Beide opgaven, wind op zee én wind op land zijn nodig voor het behalen van de klimaat doelstellingen in 2030. Ook zien we voor de gemeente geen rol weggelegd bij de totstandkoming van bijvoorbeeld windprojecten op zee. Er zijn voldoende bedrijven die bereid en in staat zijn daar windparken te realiseren. Het heeft geen maatschappelijke meerwaarde, als de Gemeente zich daarop ook zou toeleggen.
d. windmolens op industrieterreinen (zoals Havengebied, Marssteden, Grolsch)/ niet bewoonde gebieden of langs de N35/ plekken waar mensen geen last van hebben. Inspreker: 5, 7, 22, 29, 45, 46, 91, 92, 170, 190, 193, 196, 221, 235, 241, 260, 266, 281, 296, 306, 320, 324, 330
De gemeente heeft bij de voorbereiding van de Energievisie een milieueffectrapport op laten stellen. Daarin zijn meerdere potentiële windturbinelocaties beoordeeld op de gevolgen voor het milieu. Daarbij is onder meer gekeken naar de mogelijkheden in het Havengebied en bedrijventerrein De Marssteden. Uit die studie blijkt dat er in het Havengebied, onder een aantal nader beschreven voorwaarden, de plaatsing van 150 meter hoge windturbines mogelijk is. Uit een daarna uitgevoerde marktverkenning kwam echter naar voren, dat marktpartijen niet geïnteresseerd zijn in de bouw en exploitatie van ‘middelhoge’ windturbines. In die studie werd ook een mogelijkheid gezien voor de bouw van een windturbine bij bedrijventerrein De Marssteden, ten noorden van de Windmolenweg. Toen de gemeenteraad op 7 september 2020 de nota Uitgangspunten Energievisie besprak, is deze locatie echter komen te vervallen. De raad sprak toen uit dat de hoge landschappelijke en natuurlijke waarden van het betreffende gebied zich tegen de bouw van een windturbine verzette.
e. op, of nabij het vliegveld; Inspreker:
Het opwekken van windenergie past niet in het profiel van de Technology Base. En er ligt geen zodanige aanpassing van het profiel in 31
254, 255, 306, 308
het verschiet, dat de realisatie van windturbines wel mogelijk wordt.
f.
Voor kernenergie als CO2 arme energiebron ontwikkelt zich de laatste tijd weer een toenemende belangstelling. Hier gaat hier in de eerste plaats om een landelijke discussie waarop de gemeente geen directe invloed heeft. Er moet ook worden geconstateerd dat kernenergie niet op korte termijn, dat wil zeggen tot 2030, voor de energievoorziening soelaas zal gaan bieden. Uit de huidige Europese praktijkvoorbeelden blijkt dat van het moment van tekentafel tot daadwerkelijke elektriciteitsproductie doorgaans meer dan een decennium nodig is (Flammanville in Frankrijk, Hinkley-Point in Groot-Brittannië en Olkiluoto in Finland.) Daarnaast zijn de bouwkosten een veelvoud gaan bedragen van de oorspronkelijke ramingen. Ook thoriumcentrales en kernfusiecentrales bevinden zich volgens de wetenschappelijke literatuur nu nog slechts in een experimentele onderzoeksstatus en zijn de eerstkomende decennia niet concreet beschikbaar als het gaat om elektriciteitsproductie in Nederland. Wij zien in het kader van de Energievisie de optie kernenergie alleen al op grond hiervan niet als een bruikbare oplossing die op enigerlei wijze als alternatief binnen handbereik ligt voor de opgave hernieuwbare energie in Enschede tot 2030.
kernenergie;
Inspreker: 2, 46, 51, 116, 169, 170, 266, 281, 283
g. besparing/isolatie; Inspreker: 2, 51, 80, 106, 197, 216, 219, 221, 235, 241
In de Energievisie gaan we uit van het grondbeginsel van de Trias Energetica; dat wil zeggen op de eerste plaats het verminderen van energiegebruik, op de tweede plaats de energie die gebruikt wordt benutten uit hernieuwbare bron en waar dit ontoereikend is zo efficiënt mogelijk fossiele bronnen inzetten. Bij een maximale besparing zou het energieverbruik in Enschede kunnen worden teruggebracht van 10,8 Petajoule naar 7,8 Petajoule zo heeft ECN becijferd in een potentieelstudie. Dat is een enorme besparingsopgave, vooral in de gebouwde omgeving. Maar ondanks een grote inzet op isolatie en energiebesparing zal het toch ook 32
nodig blijven om op hernieuwbare bronnen zoals zon en wind te gaan inzetten. h. subsidies voor bedrijven en particulieren (om ze aan te sporen tot verduurzaming); Inspreker: 2, 291, 318 i.
Zon, niet nader gespecificeerd
Inspreker: 61, 169, 172, 216, 219, 221, 235
Voor verduurzaming door particulieren en bedrijven zijn verschillende instrumenten (subsidies, financiering, fiscaliteit) beschikbaar die het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid ondersteunen.
Onze keuze om in Enschede ook ruimte te bieden voor het opwekken van windenergie is gebaseerd op de volgende overwegingen: - De kostprijs van windenergie is lager dan die van zonne-energie. Het uitsluiten van windenergie in de energiemix leidt tot hogere kosten die via de belastingen of in de energierekening tot hogere lasten voor inwoners en ondernemers leidt. - Zonne-energie kan maar een beperkt deel van de dag worden opgewekt. En de opbrengst is in de winter een factor 8 lager dan in de zomer. Door de productie van zonne-energie te combineren met de productie van windenergie, wordt de productie van hernieuwbare elektriciteit gelijkmatiger over het jaar gespreid. - Het landelijk gebied is grotendeels in gebruik voor landbouwdoeleinden. De landbouw kampt, zo is ook in dit zienswijzenverslag te lezen, met een eigen opgave; van haar wordt verwacht dat ze duurzamer gaat produceren. Dit betekent onder meer een extensiever gebruik van de grond. De verduurzaming van de landbouw laat zich daarom makkelijker combineren met de productie van winddan met zonne-energie. - Het gebruik van biomassa voor de productie van elektriciteit is de afgelopen jaren steeds meer onder vuur komen te liggen.
Daarbij spelen twijfels over de duurzaamheid van deze oplossing, de beschikbaarheid van biomassa, de verdringing van voedselproductie en de schadelijke stoffen die vrijkomen bij de verbranding van biomassa een rol. In 2020 33
-
heeft de Sociaal Economische Raad het kabinet geadviseerd het gebruik van biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte af te bouwen. In verband met het voorgaande is in de Energievisie niet ingezet op een grootschalige uitbreiding van de productie van energie uit biogrondstoffen. In april 2019 heeft HNS Landschapsarchitecten, in opdracht van de provincie Overijssel, een rapport uitgebracht, dat antwoord geeft op de vraag hoe de opwekking van hernieuwbare elektriciteit een plek kan krijgen in de landschappen van Overijssel. Op basis van dat rapport hebben wij geconcludeerd dat er ook in Enschede mogelijkheden zijn voor het opwekken van windenergie.
Zonne-energie wordt vaak genoemd als alternatief voor windenergie. Maar wanneer een windturbine wordt ingeruild voor zonnepanelen, blijft dat niet zonder gevolgen. Feit is dat windenergie tegen lagere kosten kan worden geproduceerd en dat een windturbine de transportcapaciteit van het elektriciteitsnet beter benut dan zonnepanelen. Kortom, een groter aandeel zonne-energie in de energiemix leidt tot hogere maatschappelijke kosten, met hogere energietarieven en/of belastingen voor inwoners tot gevolg. Een eenzijdig op zonne-energie georiënteerd energiesysteem ondervindt bovendien veel ongemak van de wisseling van dag en nacht en de seizoenen. Door (ook) in te zetten op windenergie, wordt die disbalans op het elektriciteitsnet kleiner. Verder is relevant dat de toepassing van windenergie in het landelijk gebied zich beter laat combineren met de agrarische functie, dan bij de aanleg van een zonneveld het geval is.
34
j.
zonnepanelen op:
-
daken van omliggende stallen/schuren/bedrijven/landbouwgrond;
Inspreker: 3, 4, 8, 14, 21, 28, 29, 38, 45, 46, 51, 73, 80, 105,106, 125, 139, 170, 190, 192, 197, 213, 214, 266, 275, 296, 298, 307, 318, 334 -
Naast windenergie is het zeker ook van belang zoveel mogelijk daken te voorzien van zonnepanelen om niet alleen tot 2030 maar ook daarna te voorziening in de energiebehoefte. Hiernaast zal het ook nodig zijn om hernieuwbare bronnen als wind en zon te gaan inzetten.
Op daken van omliggende woningen;
Inspreker: 14, 38, 51, 105, 106, 125, 170, 172, 213, 260, 281, 286 k. zon op overdekte parkeerplaatsen, industrieterreinen en compacte windturbines op daken Inspreker: 213, 291
Wat ons betreft lenen parkeerplaatsen en daken van bedrijfsgebouwen zich heel goed voor de plaatsing van zonnepanelen. We zien er alleen geen alternatief in voor de plaatsing van windturbines. Dat geldt ook de eveneens genoemde windturbines op daken. Dat kan in een gegeven situatie een prima oplossing zijn, maar niet ter vervanging van de in het geding zijnde windturbines.
l.
Er moet iets gebeuren om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Windmolens zijn echter niet de oplossing, we moeten veel meer gaan inzetten op zon op daken, dan zijn er minder windmolens nodig. Hiervoor moet een Twentse aanpak komen, door alle gemeenten
Inspreker: 213
In het Klimaatakkoord wordt van regio’s gevraagd om strategieën op te stellen. In 30 regio’s worden op dit moment aan zogenaamde regionale energiestrategieën (RES’en) gewerkt. Ook Twente vormt zo'n regio. In de in voorbereiding zijnde RES Twente heeft, net als in onze eigen Energievisie, benutting van het potentieel aan zonneenergie op daken de hoogste prioriteit. Maar als we de opwarming van de aarde serieus nemen, zullen we op korte termijn ook op andere plekken aan de slag moeten. En daarvoor is in de Energievisie gekozen. En niet alleen met zonnepanelen.
m. zonnepanelen langs de A35;
De omgeving van de A35 wordt in de Beleidsregels zonne-energie genoemd als een 35
Inspreker: 14, 228
voorkeurslocatie voor het leggen van zonnepanelen. Om de kansen voor het opwekken van duurzame energie in deze omgeving nader te identificeren en vervolgens te verzilveren, is -in samenwerking met Rijkswaterstaat en de gemeenten Hengelo, Borne en Almelo- het project Duurzaamheidsroute A35 opgestart.
n. zonnepanelen op water (bijvoorbeeld bij zandafgraving langs Haaksbergerstraat);
Grote wateroppervlakten worden in de Beleidsregels zonne-energie genoemd als een voorkeurslocatie voor het leggen van zonnepanelen.
Inspreker: 14 o. gebruik van algensoorten, drones & windbomen; Inspreker: 29, 190
p. biomassa; Inspreker: 38, 139, 214
Voor Nederland en dus ook Enschede beschouwt TNO-ECN de hernieuwbare bronnen zon, wind, biomassa en geothermie als de “werkpaarden” voor hernieuwbare energiewinning. De overige bronnen worden beschouwd als zogenaamde “dark horses” . Deze kunnen wetenschappelijk weliswaar interessant zijn maar leveren geen wezenlijke bijdrage aan het oplossen van de energiebehoefte zoals we die in Nederland en dus ook in Enschede kennen. Die alternatieve bronnen zijn er eenvoudigweg niet. Met andere woorden, wetenschappelijke verkenningen van alternatieve bronnen volgen we aandachtig en sluiten we niet bij voorbaat uit, maar we verwachten daar tot 2030 te weinig concrete resultaten van om daadwerkelijk in te kunnen zetten. Van alle duurzame energiebronnen is biomassa in Nederland de belangrijkste: biomassa zorgt voor 50 procent van de groene stroom, 80 procent van de groene warmte en 100 procent van de groene autobrandstof. In de periode 2020 – 2030 verwachten we echter in Enschede geen grote toename in de productie van energie uit biomassa. Biomassa vormt een secundaire hernieuwbare bron die in Enschede niet in onbeperkte hoeveelheid beschikbaar is en moet worden omgezet in bruikbare finale energie zoals elektriciteit. Naast de beschikbaarheid van biomassa spelen er rondom de inzet van biomassa als energiebron vragen over de 36
importmogelijkheden, de concurrentie met de voedselketen en andere toepassingen in de sfeer van grondstof in plaats van energie. Energie uit biomassa is dus geen voor de hand liggende kandidaat om wind- (en zonne-) Energie te vervangen. q. aardwarmte; Inspreker: 38, 172, 243, 323
r.
gas (eventueel in combinatie met waterstof in huidig gasnet)
Inspreker: 46, 51, 170, 281 Waterstof Inspreker: 106, 334
Ook aardwarmte wordt gezien als één van de bronnen voor energie. De beschikbaarheid ervan in de toekomst is nog onzeker en moet verder worden onderzocht, met name diepe geothermie. Dat zal dan ook vooral moeten voorzien in de warmtebehoefte in de gebouwde omgeving. Conversie van warmte naar elektriciteit (zoals bijvoorbeeld in geothermische energiecentrales op IJsland) ligt in de Enschedese situatie niet voor de hand. Een deel van de Nederlandse elektriciteit wordt opgewekt met behulp van gascentrales en dat zal ook nog geruime tijd zo blijven. Een ander deel wordt opgewekt met kolencentrales die op grond van het Klimaatakkoord zullen worden uitgefaseerd. De productiecapaciteit die hiermee wegvalt zal bij voorkeur met zo schoon mogelijke hernieuwbare bronnen zoals zon en wind op zee en op land moeten worden opgevangen. Het vervangen van die productiecapaciteit met (aard)gas ligt daarbij niet voor de hand. Voor zover er wordt bedoeld om groen gas in te zetten dan zal zich dat vooral richten op de warmtebehoefte in de gebouwde omgeving en niet zozeer de finale elektriciteitsproductie. Bijmenging van waterstof in het huidige, daarvoor geschikt te maken gasnet is onderwerp van onderzoek en gebeurt ook al op kleine schaal in pilots zoals door HYet Hydrogen uit Arnhem.
Wel moet worden bedacht dat waterstof geen autonome energiebron is maar een energiedrager die bij voorkeur uit schone hernieuwbare bronnen moet worden gemaakt.
37
s. windenergie importeren/in Duitsland staan windmolens stil wegens overcapaciteit. Inspreker: 186, 197, 208, 216, 219, 221, 235, 242, 254, 255, 257, 312 t.
waterkracht.
Inspreker: 266 u. Er zijn voldoende alternatieven, niet nader benoemd. Inspreker: 213, 216, 219, 221, 235, 257, 303, 334
2.02
Windturbines zijn helemaal geen goede oplossing, ze zorgen namelijk voor a. CO2 en stikstofvervuiling (constructie is erg vervuilend/ niet groen, betonnen voet, niet recyclebare wieken, het gaat hier om greenwashing) Inspreker: 2, 11, 21, 24, 25, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 43, 44, 49, 50, 55, 56, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 109, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 197, 201, 204, 215, 216, 217, 218, 219, 221, 223, 224, 235, 238, 242, 259, 262, 264, 271, 275, 282, 284, 287, 288, 290, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 322, 323, 330, 331, 332, 333
We verwachten dat Enschede voor zijn energiebehoefte afhankelijk blijft van andere regio's. Dit ontslaat ons echter niet van de verplichting om na te gaan of we die energievraag deels op eigen grond op een duurzame manier kunnen invullen.
De potentie van waterkracht in Enschede is helaas verwaarloosbaar.
Van een reëel alternatief is alleen sprake, als er de mogelijkheid wordt geboden om op korte termijn, op een kosteneffectieve en maatschappelijk aanvaardbare wijze grote hoeveelheden duurzame energie te produceren. En die zijn er dus niet. Bij het fabriceren van staal en beton voor windturbines wordt nu veelal CO2 uitgestoten en in die zin is ook windenergie niet geheel CO2 vrij. Maar bij het produceren van elektriciteit is dat wel het geval omdat er geen brandstof nodig is. Het is daarom gebruikelijk om de CO2 emissie te relateren aan de opgewekte kilowatturen. Uit wetenschappelijke life cycle analysis studies die onder andere door het Internationaal Energie Agentschap (IEA) worden gehanteerd blijkt dat, zo bezien, windenergie één van de meest effectieve opwekmethodes is. Over de hele levenscyclus van een windturbine wordt er per geproduceerde kilowattuur (kWh) elektriciteit circa 10 tot 12 gram CO2 uitgestoten. Dat is veel lager dan voor elektriciteit uit bijvoorbeeld een kolencentrale (direct en indirect ca. 1000 gram CO2/kWh) of elektriciteit uit aardgas (ca. 450 gram CO2/kWh). Over de hele levenscyclus van een windturbine gerekend van fabricage, plaatsing exploitatie tot en met ontmanteling is de CO2uitstoot van elektriciteit per kWh uit een windturbine bijna 100 keer lager dan van elektriciteit uit een kolencentrale.
De meeste grote windturbine fabrikanten zoals Enercon, Siemens Gamesa en Vestas streven er verder 38
Extra argument: bij windstil weer moeten er oude centrales worden opgestart. Dit is niet duurzaam. Inspreker: 276
b. hoge onderhoudskosten Inspreker: 2
c. risico's voor de volksgezondheid (vanwege oa geluidsoverlast en knipperende lichtjes op de windmolen). Inspreker: 2, 3, 4, 5, 6, 9, 10, 11, 14, 15, 20, 21, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 49, 50, 51, 53, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 64, 65, 66, 67, 68, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 85, 87, 88, 92, 94, 95, 96, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 167, 168, 170, 171, 173, 174, 175, 177, 179, 180, 181, 182,
naar om tegen 2030 hun windturbines CO2 neutraal te produceren. T.a.v. de wieken: de turbinewieken van grotere windturbines worden vervaardigd van koolstofcomposietvezels en zijn lastig te recyclen. Er wordt op dit moment veel internationaal en nationaal onderzoek verricht naar betere, economisch rendabele recyclemethoden en naar gebruik van duurzamere circulaire materialen door onder meer de TU Delft. Het Nationaal Platform Plastics Recycling dat onlangs van start is gegaan versnelt innovatie en publiek-private samenwerking op het gebied van plastics recycling op de hele kennisketen. Hier ligt nog een uitdaging voor de producenten en exploitanten van windturbines. Niettemin vinden wij de voordelen van windenergie hier tegenop wegen. De onderhoudskosten van een windturbine zijn een integraal onderdeel van de exploitatie van de windturbine en komen voor rekening van de exploitant die dat verdisconteert in de benodigde kWh prijs. Gebleken is dat die kWh prijs het laatste decennium aanzienlijk is gedaald. Draaiende windturbines produceren naast elektriciteit ook geluid. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat de wieken zich door de lucht bewegen, met de uiteinden als snelst bewegende delen. Om overlast door windturbines te beperken, heeft de Rijksoverheid regelgeving vastgesteld, namelijk het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer.
Tot de plaatsing van windturbines wordt alleen overgegaan, als een initiatiefnemer kan aantonen dat hij aan deze regelgeving kan voldoen. De milieunormering voor hoorbaar geluid beschermt ook tegen infrasoon geluid. Bij de voorbereiding van de Energievisie is er een milieueffectrapport opgesteld. Daarin is aandacht besteed aan hinder door geluid van 39
183, 186, 187, 188, 189, 190, 191, 192, 195, 197, 198, 201, 203, 204, 205, 206, 207, 211, 214, 215, 216, 217, 218, 219, 220, 221, 222, 223, 227, 228, 229, 230, 232, 234, 235, 236, 237, 238, 242, 243, 248, 252, 255, 257, 258, 259, 262, 264, 266, 267, 268, 270, 275, 276, 278, 279, 280, 281, 282, 283, 284, 286, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 323, 329, 330, 331, 332, 333, 334
windturbines. De in het geding zijnde locaties langs de N18 scoren qua milieubelasting, in vergelijking tot de overige onderzochte locaties, beter dan gemiddeld.
Windmolens zijn schadelijk voor de gezondheid, en leiden tot extra kosten bij de Gemeente. De Gemeente zal extra wijkcoaches en ambtenaren moeten gaan inzetten om de schadelijke gevolgen op te vangen, dit kan Enschede niet betalen. Zeker niet wanneer de rijkere bevolking van Boekelo ervoor kiest te verhuizen.
Uit een advies van de GGD van 19 november 2020, blijkt dat er geen directe relatie is aangetoond tussen het wonen in de buurt van windturbines en hoofdpijn, hart- en vaatziekten ziekten, psychische problemen en tinnitus (oorsuizen). Ook voor gezondheidseffecten veroorzaakt door elektromagnetische velden, infrageluid en trillingen van windmolens bestaat geen wetenschappelijk bewijs. Het hiervoor beschreven advies van de GGD is onder meer gebaseerd op het rapport ‘Health effects related to wind turbine sound: an update’ van het RIVM uit 2020. Dit rapport bevat een analyse van de wetenschappelijke literatuur die in de periode 2017 - 2020 over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden is verschenen.
Inspreker: 105
Over de relatie tussen geluidsoverlast van windturbines en de volksgezondheid bestaan uiteenlopende opvattingen. Wij laten ons in deze kwestie leiden door publicaties van de GGD en het RIVM.
Wij verwachten daarom geen schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en –in het verlengde daarvan- extra uitgaven voor de gemeente Enschede. De GGD en het RIVM hebben niettemin aangekondigd de gevolgen van geluidhinder door windturbines op de volksgezondheid nader te willen onderzoeken. Wij zullen de vorderingen van dat onderzoek nauwgezet volgen en zo nodig tot bijstelling van het windbeleid besluiten. Wat betreft de winturbineverlichting wordt er op dit moment onderzoek gedaan naar dynamische bebakeningssystemen waarmee mogelijkheden tot verdere vermindering van de verlichting binnen bereik komen. 40
d. slagschaduw (en mogelijk hierdoor schade aan gewassen #34) Inspreker: 3, 4, 6, 7, 9, 10, 11, 15, 21, 24, 25, 27, 28, 32, 34, 35, 36, 37, 38, 43, 44, 45, 46, 49, 50, 51, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 65, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 96, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107,111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 167, 168, 170, 179, 180, 181, 182, 183, 188, 189, 191, 192, 197, 198, 201, 203, 204, 205, 206, 209, 211, 214, 215, 216, 217, 218, 219, 221, 223, 224, 227, 234, 235, 238, 242, 243, 252, 258, 259, 262, 264, 266, 267, 268, 270, 274, 275, 278, 279, 281, 282, 283, 284, 286, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 319, 320, 323, 324, 329, 330, 331, 332, 333, 334
Als slagschaduw op het raam van een woning valt, kan dat als hinderlijk worden ervaren. Vooral de wisseling tussen wel en geen schaduw ergert mensen. Bij de voorbereiding van de Energievisie is er een milieueffectrapport opgesteld. Het rapport beschrijft dat een deel van de woningen in/nabij Usselo en Boekelo met slagschaduw te maken krijgt, maar dat de gevolgen met behulp van een zogenaamde stilstandsvoorziening goed kunnen worden beperkt. De beslissing om in de Energievisie twee zoeklocaties voor windturbines aan te wijzen langs de N18 is mede gebaseerd op de uitkomsten van dit onderzoek. Voor de goede orde wijzen wij erop dat in het Activiteitenbesluit staat hoe vaak en hoe lang per dag de slagschaduw van een windturbine een woning mag raken. Windturbines worden uitgerust met een stilstandsvoorziening, als: - de afstand van de windturbine tot de woningen en andere ‘gevoelige bestemmingen’ (bijvoorbeeld scholen) minder dan 12 maal de rotordiameter is; - gemiddeld meer dan 17 per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kán optreden. Waar het gaat om de teelt van de gewassen is in de rechtspraak overwogen dat de tijd waarin het gewas in de schaduw van een windturbine staat te verwaarlozen is ten opzichte van de natuurlijke duur van de schaduw door bewolking.
Gelet hierop, gezien het feit dat het in de schaduw niet volstrekt donker is en gezien het feit dat een gewas zich slechts een beperkte tijd in de slagschaduw bevindt, zal van onaanvaardbare effecten van slagschaduw op de teelt niet snel sprake zijn.
e. schade aan landschap, aan flora en fauna/natuur, met mogelijk negatieve gevolgen voor recreatie en toerisme.
Het landschap zoals we dat nu kennen, en zoals dat door velen wordt gewaardeerd, heeft er niet altijd zo uitgezien. Het is als het ware steeds meegegroeid met de wensen en behoeften van onze samenleving. 41
Een veelgehoord bezwaar is: “Windmolens horen niet in het Twentse coulissen landschap” (horizonvervuiling). Inspreker: 3, 6, 7, 10, 11, 14, 15, 20, 21, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 32, 34, 35, 36, 37, 38, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 49, 50, 51, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 61, 62, 65, 66, 67, 68, 70, 71, 73, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 85, 87, 91, 92, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 113, 114, 115, 116, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 167, 169, 170, 171 ,173, 176, 177, 178, 179, 180, 181, 182, 183, 185, 186, 188, 190, 191, 192, 196, 197, 198, 201, 203, 204, 205, 206, 207, 208, 210, 211, 214, 215, 216, 217, 218, 219, 220, 221, 223, 224, 227, 228, 230, 232, 234, 235, 236, 237, 238, 242, 243, 252, 255, 257, 258, 259, 262, 264, 266, 270, 271, 274, 275, 276, 277, 278, 279, 281, 284, 282, 286, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 296, 297, 300, 301, 302, 306, 320, 323, 324, 329, 330, 331, 332, 333 In landgoederen die onder de Natuurschoonwet vallen is het uitgesloten dat een windturbine landschappelijk goed ingepast kan worden. Inspanningen die bewoners van landgoed “De kromme rugge” (en noabers) i.s.m. o.a.
de provincie Overijssel doen ter bevordering van biodiversiteit staan haaks op negatieve impact op fauna door windmolens. Inspreker 197
Die samenleving heeft nu de behoefte om te verduurzamen. Dit plaatst ons onder meer voor de vraag hoe we op een duurzame manier in onze energiebehoefte kunnen voorzien. Het aantal bronnen dat daarvoor op korte termijn en grootschalig in Enschede kan worden ingezet is beperkt tot windenergie, zonne- energie en biomassa. Bij elk van deze bronnen kunnen kanttekeningen worden geplaatst. Onze keuze om in Enschede ook ruimte te bieden voor het opwekken van windenergie is gestoeld op de volgende overwegingen: - De kostprijs van windenergie is lager dan die van zonne-energie. Het uitsluiten van windenergie in de energiemix leidt tot hogere kosten die via de belastingen of in de energierekening tot hogere lasten voor inwoners en ondernemers leidt. - Zonne-energie kan maar een beperkt deel van de dag worden opgewekt. En de opbrengst is in de winter een factor 8 lager dan in de zomer. Door de productie van zonne-energie te combineren met de productie van windenergie, wordt de productie van hernieuwbare elektriciteit gelijkmatiger over het jaar gespreid. - De verduurzaming van de landbouw laat zich makkelijker combineren met de productie van wind- dan met zonneenergie. - Het gebruik van biomassa voor de productie van elektriciteit is de afgelopen jaren steeds meer onder vuur komen te liggen.
- HNS Landschapsarchitecten heeft onderzoek gedaan naar hoe de opwekking van hernieuwbare elektriciteit een plek kan krijgen in de landschappen van Overijssel. Op basis van dat rapport hebben wij geconcludeerd dat er ook in Enschede mogelijkheden zijn voor het opwekken van windenergie. Bij de voorbereiding van de Energievisie heeft de kwaliteit van het landschap veel aandacht 42
gekregen. HNS Landschapsarchitecten hebben de bestaande kwaliteiten van het landelijk gebied in beeld gebracht en vastgesteld in hoeverre de daarin te herkennen landschapstypen zich lenen voor het opwekken van zonne-energie. Ook kon worden teruggegrepen op de door hen, in opdracht van de provincie Overijssel uitgebrachte studie, ‘Energie-opwekking in de landschappen van Overijssel’. Verder konden we bij de voorbereiding van de Energievisie gebruik maken van de informatie uit het voor de Energievisie opgestelde milieueffectrapport. Daarin worden voor verschillende alternatieven, waaronder het in de Energievisie uitgewerkte voorkeursalternatief, de gevolgen voor landschap en natuur geschetst. Die aandacht voor het landschap komt onder meer tot uitdrukking door: a. de aanleg van zonnevelden en de plaatsing van windturbines uit te sluiten binnen het Natuurnetwerk Nederland; b. bij de bouw van windturbines een afdracht aan het landschapsfonds verplicht te stellen. In het rapport ‘Energie-opwekking in de landschappen van Overijssel’ worden aanbevelingen gedaan voor de inpassing van zonnevelden en windturbines in de landschappen van Overijssel. In dit rapport wordt gewezen op de mogelijkheid om met windturbines een locatie in het landschap te markeren, die vervolgens als oriëntatie of herkenningspunt gaat fungeren. In dit geval markeren de windturbinelocaties de N18.
Zie ook het antwoord onder 4.14 en 9.18. De visie dat een goede landschappelijke inpassing van een windturbine per definitie niet mogelijk is op een landgoed, delen wij niet. De karakteristieken van het landschap bepalen ons inziens of een windturbine landschappelijk goed in te passen valt, en niet 43
zozeer de rangschikking onder de Natuurschoonwet. f. hogere vogelsterfte (en schade leefgebied vogels & vleermuizen. Voorbeeld wespendief)
Inspreker: 5, 10, 11, 15, 17, 21, 22, 24, 25, 27, 28, 29, 32, 34, 35, 36, 38, 42, 43, 44, 75, 76, 77, 78, 79, 81, 82, 83, 87, 89, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 169, 173, 177, 178, 183, 186, 188, 190, 191, 192, 196, 197, 207, 208, 209, 210, 211, 216, 217, 218, 219, 220, 221, 223, 230, 232, 234, 235, 238, 258, 262, 264, 270, 275, 276, 282, 284, 286, 287, 291, 293, 298, 300, 301, 302, 329, 330, 331, 332, 333 Aanvullend: insecten vliegen te pletter Inspreker: 89, 185, 216, 217, 219, 221, 235 En door het veranderen van het magnetisch veld zullen insecten verdwijnen (tgv deze hoge windmolens). Inspreker: 285
Windturbines kunnen negatieve effecten op de natuur hebben, vooral op vogels. Het aantal botsingen tussen vogels en windturbines valt mee, als je dit vergelijkt met bijvoorbeeld de gevolgen van het verkeer. Volgens schattingen sterven er door 1.800 Nederlandse windturbines zo'n 50.000 vogels per jaar, terwijl er in het verkeer jaarlijks 2 miljoen vogels sterven. Belangrijker dan botsingen is de verstoring door windturbines van voedsel-, rust- en broedgebieden. Hoe erg die verstoring is, hangt sterk af van de vogelsoort en de plek. Bij de voorbereiding van de Energievisie is er een milieueffectrapport opgesteld. Daarin is onder meer gekeken naar de gevolgen voor de natuur bij de plaatsing van windturbines. In het milieueffectrapport wordt geconstateerd dat de in het geding zijnde windturbinelocaties in open landelijk gebied (grasland) en in de nabijheid van kleinere bosgebieden liggen. Aanvaringslachtoffers van vleermuizen en enige verstoring van weidevogels kan aan de orde zijn. Van slechts een tweetal turbines in dit grote gebied vallen de effecten naar verwachting mee. De beslissing om in de Energievisie twee zoeklocaties voor windturbines aan te wijzen langs de N18 is mede gebaseerd op de uitkomsten van het milieueffectrapport onderzoek.
Deskundigen van Wageningen University Research (WUR) en De Vlinderstichting zijn van mening dat het effect van windmolens op de insectenpopulaties in Nederland naar alle waarschijnlijkheid zeer gering is. Zie ook het antwoord onder 2.38.
g. Aan beide kanten van de N18 is een populatie reeën. Deze dieren moeten
De gemeente heeft met het oog op de ontwikkeling van de Energievisie een 44
worden behouden voor dit gebied en niet verstoord worden door windturbines. Inspreker: 11, 15, 21, 24, 25, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 43, 44, 49, 50, 51, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 197, 217, 218, 223, 232, 238, 259, 262, 264, 275, 282, 284, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 329, 330, 331, 332, 333 h.
waardevermindering woningen/ grondgebied (vaak met link aan woongenot/wooncomfort) Inspreker: 1, 6, 7, 10, 11, 14, 15, 27, 28, 31, 32, 35, 36, 37, 38, 42, 43, 44, 46, 49, 50, 55, 56, 57, 58, 61, 62, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 87, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 111, 112, 113, 114, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 167, 170, 171, 174, 178, 179, 180, 181, 182, 183, 184, 188, 190, 191, 197, 201, 204, 209, 214, 215, 216, 217, 218, 219, 220, 221, 223, 224, 227, 230, 235, 233, 242, 248, 259, 262, 264, 266, 267, 268, 270, 274, 275, 279, 281, 282, 284, 286, 287, 288, 291, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 320, 324, 329, 330, 331, 332, 333
i. emotionele schade/ depressies/geestelijke en fysieke klachten
milieueffectrapport laten opstellen. Dit rapport gaat onder andere in op de gevolgen voor flora en fauna. De aantasting van het leefgebied van reeën wordt daarin niet als risico gezien.
De plaatsing van windturbines hebben een ruimtelijke impact. Of de plaatsing van windturbines tot een daling van het woongenot van omwonenden zal leiden, kan van geval tot geval verschillen. De gemeente is op grond van de ruimtelijke ordeningswetgeving verplicht om zorg te dragen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit vraagt om een afweging van verschillende belangen. Ons inziens is de plaatsing van windturbines op de in het geding zijnde locaties op een aanvaardbare manier te combineren met omliggende functies, waaronder de in deze omgeving aanwezige woningen. Zie ook het antwoord onder het kopje planschade in deel 1 van dit zienswijzeverslag.
Zie het antwoord onder c.
45
Inspreker: 10, 173, 205, 209, 211, 214, 215, 216 217,219, 230, 235, 279, 330 j. een niet rendabele business case (windmolens draaien op subsidie-argument of rendement van molens is laag in Twente) Inspreker: 20, 38, 89, 167, 199, 205, 213, 215, 216, 217, 218, 219, 221, 227, 235, 267, 268, 270, 271, 274, 275, 276, 279, 282, 284, 287, 291, 297, 300, 301, 302, 306, 329 Lage opbrengst strookt niet met meeste duurzaamheid voor 1 euro Inspreker: 320, 324, 329, 330, 333
k. een minder betrouwbare energiemix (bijvoorbeeld “omdat het niet altijd waait” of algeheel gebrek aan energie) Inspreker: 20, 320, 324
Voor het bepalen van de economische uitvoerbaarheid is op de eerste plaats de initiatiefnemer van de plaatsing van windturbines aan zet. Met de huidige bekostigingsstructuur via de bijdrageregeling SDE+ wordt tegemoetgekomen in de onrendabele top op de investering gedurende een bepaalde periode. Daarmee kan de duurzame elektriciteit ten opzichte van de fossiel opgewekte elektriciteit concurrerend in de markt worden aangeboden, zodat windenergieprojecten ook in Enschede haalbaar kunnen worden geacht. Het gemeentelijk ruimtelijk planproces is gekoppeld aan de totale exploitatie van het project en daarmee vanuit gemeentelijk perspectief ruimtelijk-economisch uitvoerbaar. Onder invloed van de energietransitie wordt de productie van elektriciteit weersafhankelijk en moeten we meer inspanningen leveren om vraag en aanbod op elkaar te laten aansluiten. Om vraag en aanbod onder alle omstandigheden op elkaar af te stemmen, moet ons energiesysteem flexibeler worden. Dat kan op verschillende manieren: door de opslag van elektriciteit in batterijen, door de productie van waterstof, door de beïnvloeding van de vraag naar elektriciteit (via Demand Side Management en zogenaamde smart grids), door regelbare productie en door uitwisseling van elektriciteit met het buitenland.
Door niet alleen zonne-energie, maar ook windenergie te produceren, worden de pieken en dalen in het elektriciteitsaanbod overigens al flink kleiner.
l. er moeten bomen voor gekapt worden en dat is zonde
Er bestaat nog geen concreet plan voor de bouw van windturbines op de in het geding 46
Inspreker: 178 m. veiligheidsrisico's Inspreker: 165, 215, 216, 219, 221, 234, 235, 248, 252, 278
n. Trillingen in de grond Inspreker: 205, 206, 215, 216, 219, 221, 235, 283, 286
zijnde locaties. Het is daarom onbekend of er voor de plaatsing van de windturbines bomen moeten worden gekapt. Voor de aan te houden afstanden tussen windturbines en woningen houden we ons aan de wettelijke regels die hiervoor gelden. Die regels zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Het Handboek Risicozonering Windturbines (september 2014) geeft invulling aan de risicomethodiek voor windturbines. Bij de risico’s gaat het bijvoorbeeld om het afwerpen van ijs, het breken van de mast of het afbreken van een turbineblad. De aan te houden afstand is afhankelijk van het type windturbine dat geplaatst wordt. In de energievisie zijn we uitgegaan van de grootste turbine opgenomen in het handboek. Om aan de wettelijke risiconormen te voldoen moet er minimaal 245 meter afstand gehouden worden tussen woningen en deze windturbine. Als de woningen verder van de turbine liggen, dan wordt voldaan aan de risiconormering uit de wet. De woningen waar de zienswijze over gaat liggen op grotere afstand. Mocht er een vergunning voor een te plaatsen windturbine worden aangevraagd, dan zal opnieuw ingeschat worden of de aangevraagde turbine voldoet aan de risiconormen uit de wet. De vergunning wordt geweigerd als die normen worden overschreden.
Zowel door het draaien van de wieken, als door de variaties in windsnelheid kunnen er trillingen ontstaan in de fundering en de grond er omheen. Het is echter niet aannemelijk dat deze trillingen het gebruik van omliggende gronden negatief beïnvloedt. De minimale afstand die bij de bouw van een windturbine in acht moet worden genomen ten opzichte van kwetsbare functies, zoals het wonen, verhinderen dat.
47
o. windmolens lekken schadelijk broeikasgas; Inspreker: 216, 219, 221, 235
p. windmolens zijn schadelijk voor de veeteelt; Inspreker: 216, 219, 221, 235
In publicaties in de Telegraaf en Elseviers Weekblad is inderdaad melding gemaakt van het lekken van schadelijk broeikasgas SF6 (zwavelhexafluoride) dat gebruikt wordt in hoogspanningskasten en ook windturbines. Overheden zijn zich daarvan bewust en daarvoor geldt (Europese) wetgeving (Verordening (EU) nr. 517/2014 van het EP en de Raad.) Productie en exploitatie van windturbines moet voldoen aan deze van toepassing zijnde wettelijke voorschriften. Er zijn verder ook publicaties waarin wordt gemeld dat hoewel de laatste jaren het gebruik van SF6 licht is toegenomen, is ook de kwaliteit van het materiaal beter en de lekpercentages zijn gezakt. Uiteindelijk is de conclusie dat de kosten van die ontsnapte SF6 aanmerkelijk veel kleiner zijn dan de milieuwinst door de CO2-uitstoot die dankzij windturbines wordt vermeden. De netbeheerders en fabrikanten van windmolens zijn op zoek naar alternatieven voor SF6. Op dit punt ligt er geen verantwoordelijkheid voor gemeenten. In onder andere een publicatie in de Belgische krant De Morgen wordt gemeld dat Franse boeren claimen dat er sprake zou zijn van sterfte onder de veestapel als gevolg van windturbines, antennes of elektromagnetische velden. In de betreffende publicatie wordt echter eveneens gemeld dat wetenschappelijk bewijs daarvoor ontbreekt.
q. overlast in algemene zin; 214, 291
Zie hiervoor alle antwoorden onder 2.02
r. ze niet (kunnen) voldoen aan de redelijke eisen van welstand.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen mag niet verleend worden indien het bouwplan in strijd is met 'redelijke eisen van welstand', tenzij B&W gemotiveerd beslissen dat het (om andere redenen) toch mag.
Inspreker: 242
We verwachten niet dat windturbines in Enschede niet aan deze norm zouden kunnen voldoen. Wij worden in deze veronderstelling gesterkt door het rapport dat HNS landschapsarchitecten in april 2019 in 48
opdracht van de provincie Overijssel heeft opgesteld en dat laat zien hoe in de landschappen van Overijssel de opwekking van hernieuwbare elektriciteit een plek kan krijgen. s. Afstandsnorm moet min 1000 meter zijn gelet op slagschaduw en veiligheid Inspreker: 252 Zelfs minimaal 2000 meter Inspreker: 216, 219, 221, 235
Windturbines dienen te voldoen aan het Activiteitenbesluit: daarin is aangegeven hoe vaak en hoe lang per dag de slagschaduw van een windturbine een woning mag raken. Windturbines worden uitgerust met een stilstandsvoorziening, als: - de afstand van de windturbine tot de woningen en andere ‘gevoelige bestemmingen’ (bijvoorbeeld scholen) minder dan 12 maal de rotordiameter is; - gemiddeld meer dan 17 keer per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kán optreden. Ook wat betreft veiligheid moet een windturbine voldoen aan het Activiteitenbesluit. Voor grote windturbines (180 meter of hoger) geldt op basis van het Activiteitenbesluit een minimale afstand van 245 meter tot woningen. Uw zienswijze op dit punt is dus niet correct.
t. zorgen voor gevaarlijke verkeerssituaties als automobilisten afgeleid raken door windmolens langs de weg Inspreker: 260
Onderzoek naar het effect van windturbines op het rijgedrag van automobilisten geeft aan dat er van geluidshinder geen sprake is, extra risico voor verstoring of versterking van windhinder niet te verwachten is en dat de periodieke lichteffecten, zoals bewegende schaduwen, geen gevaar opleveren voor het wegverkeer. Wel zijn er effecten gevonden op de positionering en rijsnelheid van de weggebruikers. Het wordt daarom aanbevolen om op locaties waar een verhoogde aandacht van de bestuurder noodzakelijk is, zoals bij knooppunten of filegevoelige gebieden, geen windturbines te plaatsen. Voor de locaties langs de N18 is hiervan geen sprake. Verkeer richting Enschede is al voorbij de windmolens voordat zij het knooppunt Enschede-West bereiken en verkeer richting Haaksbergen ziet 49
de windmolens door hun hoogte al voordat zij het knooppunt benaderen. u. overlast voor de nabijgelegen woonkernen (en openbare voorzieningen), het Rutbeek, het crematorium Usselo, de forelderij.
Uw visie dat de plaatsing van windturbines niet verenigbaar zou zijn met het gebruik van functies van omliggende percelen, delen wij niet.
Inspreker: 11, 15, 21, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 43, 44, 49, 50, 51, 55, 56, 57, 58, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 81, 82, 83, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 217, 218, 223, 227, 238, 259, 260, 262, 264, 266, 267, 268, 271, 274, 275, 282, 284, 286, 287, 290, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 329, 330, 331, 332, 333 v. Wissinksmolen: Windturbines verstoren de molenbiotoop; luchtstroming richting Wissinks Mol wordt mogelijk beïnvloed, Het effect van windturbines kan schade aan monument veroorzaken.
Zicht op en uitzicht vanaf de Wissinks Mol wordt verstoord Inspreker: 11, 15, 21, 27, 28, 32, 35, 36, 37, 43, 44, 49, 50, 51, 55, 56, 57, 58, 62, 66, 67, 70, 71, 75, 76, 77, 78, 79, 81, 82, 83, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 111, 112, 113, 115, 118, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 183, 217, 218, 223, 238, 259, 262, 264, 275, 282, 284, 287, 293, 294, 295, 300, 301, 302, 329, 330, 331, 332, 333, 334
Planologisch is de bescherming van Wissinks Mol vastgelegd door een ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ in de bestemmingsplannen “Buitengebied Zuidoost” en “Buitengebied Noordwest”. Die vrijwaringszone ligt in een straal van 400 meter om Wissinks Mol. Daarbuiten heeft de molenbiotoop volgens het bestemmingsplan geen bescherming meer. De windturbines nabij de N18 zijn voorzien op grotere afstand dan 400 meter. Inhoudelijk wordt gezien de relatief grote afstand tot de mogelijke locatie van de nieuwe turbines en de geringe hoogte en rotordiameter van de oude molen, significante effecten op de oude molen op voorhand uitgesloten.
50
2.03
Het moet mogelijk worden voor boerderijen om een vergunning te krijgen voor kleine windmolens (ashoogte 15 meter)
De in bijlage 2 van de Energievisie beschreven Beleidsregels windenergie voorzien in die mogelijkheid.
Inspreker: 8 2.04
Wij hebben er bezwaar tegen dat het bosgebied ten noorden van het Rutbeek niet als woonwijk is aangemerkt. Verzocht wordt om hiermee bij de verdere uitwerking rekening te houden. Inspreker: 216, 219, 221, 227, 235, 274, 319, 231, 234, 235
2.05
Wat is de wenselijke/rendabele hoogte van een windturbine? Inspreker: 226
Op afbeelding 1 in de Beleidsregels voor windenergie zijn de grote woonkernen en de hoofdinvalswegen weergegeven. Dit is gedaan om de lezer een indicatie te geven van de situering van het zoekgebied voor windenergie. Woonkernen genieten geen andere (zwaardere) vorm van bescherming dan verspreid gesitueerde woningen in het landelijk gebied. Bij de aanwijzing van de zoeklocaties voor windenergie heeft de ligging van de op deze afbeelding weergegeven woonkernen geen enkele rol gespeeld. Daar is in algemene zin moeilijk een antwoord op te geven, omdat de rentabiliteit in belangrijke mate afhankelijk is van de subsidieregeling die de Rijksoverheid in het leven heeft geroepen om de productie van hernieuwbare energie te stimuleren. En de daarin opgenomen bedragen ieder jaar worden aangepast om kostenverlaging en innovatie te stimuleren. Bij een onlangs gehouden marktconsultatie is ons gebleken dat marktpartijen op dit moment niet geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling van windturbines met een tiphoogte van minder dan 180 meter.