CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

9_Energievisie_zienswijzeverslag.pdf

Raadsvergadering 20 december 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Energievisie DEF (vastgestelde versie d.d. 21 december 2021)36.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Zienswijzeverslag Energievisie Het klimaat is aan het veranderen, de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt. Het gevolg? Smeltende gletsjers en poolkappen, een stijgende zeespiegel, extreme droogte, het uitsterven van planten- en diersoorten, en uiteindelijk honger en oorlog. In Enschede willen we hier niet voor wegkijken, maar juist een bijdrage leveren aan de oplossing van dit probleem. De Energievisie beschrijft hoe we dat gaan doen. De Energievisie heeft van 18 februari tot en met 31 maart ter inzage gelegen. Naar aanleiding daarvan werden er 336 reacties ingediend. Bewoners zijn daarbij vooral ingegaan op de mogelijkheden die de beleidsregels voor zonne- en windenergie bieden voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit in Enschede. Dit zienswijzeverslag vat die reacties samen en bevat een reactie daarop van het college van burgemeester en wethouders. Een aantal onderwerpen zijn door een groot aantal insprekers aangekaart en/of raken de kern van het gevoerde betoog. Deze onderwerpen worden in deel 1 van dit verslag bondig samengevat en zijn daarna van een uitgebreide reactie voorzien. Het tweede deel van dit verslag bevat een integraal overzicht van de aangehaalde argumenten, met daarbij een verwijzing naar degene die het onderwerp heeft ingebracht en een bondige reactie.

1. Algemeen deel In dit algemene deel bespreken we de onderwerpen: I. Alternatieven II. Draagvlak III. Flora en fauna IV. Kernenergie V. Landbouw VI. Landschap VII. Milieueffectrapport VIII. Planschade IX. Volksgezondheid X. Woongenot

I.

Alternatieven

Veel bewoners hebben alternatieven aangedragen voor de plaatsing van windturbines langs de N18. Sommigen stelden daarbij een alternatieve windturbinelocatie voor (industrieterreinen, Airport Twente, zee, Duitsland). Anderen meenden dat de oplossing bestaat uit de inzet van andere bronnen (plaatsing zonnepanelen, inzet biomassa, toepassing geothermie). Weerstand is er ook tegen de benutting van landbouwgrond voor het opwekken van zonne-energie. Een veel genoemd alternatief daarbij is de benutting van daken voor het opwekken van zonne-energie. Antwoord: De gemeenteraad stelde op 7 september 2020 de nota Uitgangspunten Energievisie vast. Daarmee werd ook het doel vastgesteld dat we met de Energievisie nastreven, te weten een stijging van minimaal 8 procent van het aandeel -op Enschedees grondgebied opgewekte- hernieuwbare energie in het totale energieverbruik in Enschede in de periode 2021 – 2030.

1

Energie kan op grootschalige wijze duurzaam worden geproduceerd met behulp van de zon, met wind, met biomassa en met warmte uit de bodem. Bij de vaststelling van de nota Uitgangspunten Energievisie sprak de raad uit dat:  zij niet verwacht dat er in de periode 2021 – 2030 nieuwe technieken beschikbaar komen voor het opwekken van hernieuwbare energie,  zij niet verwacht dat geothermie in de periode tot 2030 gaat bijdragen aan de energiedoelstelling en  de groei van duurzame energie uit biomassa naar verwachting beperkt zal zijn, vanwege de maatschappelijke discussie die daarover is ontstaan. Binnen die context kan de groei van het aandeel hernieuwbare energie alleen tot stand komen door de plaatsing van windturbines of zonnepanelen. Suggesties om daarbij in te zetten op buiten de gemeentegrenzen gelegen locaties wijzen we af. Zij dragen niet bij aan de door de gemeenteraad vastgestelde doelstelling. Ook zien we voor de gemeente geen rol weggelegd bij de totstandkoming van bijvoorbeeld windprojecten op zee. Er zijn voldoende bedrijven die bereid en in staat zijn daar windparken te realiseren. Het heeft geen maatschappelijke meerwaarde, als de Gemeente zich daarop ook zou toeleggen. Zonne-energie wordt vaak genoemd als alternatief voor windenergie. Maar wanneer een windturbine wordt ingeruild voor zonnepanelen, blijft dat niet zonder gevolgen.

Feit is dat windenergie tegen lagere kosten kan worden geproduceerd en dat een windturbine de transportcapaciteit van het elektriciteitsnet beter benut dan zonnepanelen. Kortom, een groter aandeel zonne-energie in de energiemix leidt tot hogere maatschappelijke kosten, met hogere energietarieven en/of belastingen voor inwoners tot gevolg. Een eenzijdig op zonne-energie georiënteerd energiesysteem ondervindt bovendien veel ongemak van de wisseling van dag en nacht en de seizoenen. Door (ook) in te zetten op windenergie, wordt die disbalans op het elektriciteitsnet kleiner. Verder is relevant dat de toepassing van windenergie in het landelijk gebied zich beter laat combineren met de agrarische functie, dan bij de aanleg van een zonneveld het geval is. Het (extra) benutten van daken voor zonnepanelen wordt regelmatig voorgesteld. Dit is weliswaar duurder dan de plaatsing van zonnepanelen op de grond (zonneveld), maar heeft als voordeel dat het niet ten koste van het landschap of de agrarische functie. Het gebruik van daken voor het leggen van zonnepanelen roept dan ook nauwelijks weerstand op. Om die reden wordt in de Energievisie voorgesteld maximaal in te zetten op de benutting van het potentieel aan zon op dak. We denken daarmee in de periode 2021 – 2030 het benutte aandeel zon op dak te kunnen verdubbelen (van 9 naar 20 procent).

II

Draagvlak

Een grote groep inwoners betoogt in de zienswijzen dat er geen draagvlak is voor de bouw van 2 à 3 windturbines langs de N18. Het argument is ook gebruikt door inwoners van het buurtschap Broekheurne (in relatie tot de aanleg van een zonneveld) en door agrarische ondernemers (in relatie tot het gebruik van landbouwgrond voor de aanleg van zonnevelden). Antwoord:

2

Draagvlak is een complex begrip, dat zowel op steun voor als op de afwezigheid van verzet tegen een plan, project of maatregel betrekking kan hebben. Voor zowel de steun als het verzet geldt dat die zich zowel in een passieve als actieve vorm kan manifesteren. Het stilzwijgend op afstand steunen van een ‘groene’ politiek maakt er net zo goed deel vanuit als het indienen van een reactie tegen het voorgestelde beleid, of een concreet project. De gemeente hecht een grote waarde aan de opvatting van inwoners over het beleid dat zij voert en de maatregelen die zij neemt. Dat geldt ook voor de maatregelen die in de Energievisie worden beschreven. Bij de ontwikkeling van die beleidsmaatregelen zien we ons echter voor het volgende dilemma geplaatst. Enerzijds hebben we te maken met een breed levende wens in de samenleving om maatregelen te treffen die de opwarming van de aarde kunnen remmen. Dit vraagt echter om maatregelen die, in een dichtbevolkt land als Nederland, vrijwel altijd aan de belangen van een groep inwoners raken en dus pijn doen. Gegeven deze situatie, is de inzet van de gemeente er enerzijds op gericht om hinder en ongemak voor de omgeving door energieprojecten zoveel mogelijk te voorkomen.

Dat betekent bijvoorbeeld dat de gemeente er op let dat zonneparken goed worden ingepast, dat er met de exploitant van een windturbine afspraken worden gemaakt over het beperken van overlast door slagschaduw en dat windprojecten bijdragen aan een gebiedsfonds dat indirect weer ten goede komt aan de bewoners in de omgeving. Anderzijds borgen we dat omwonenden ook kunnen investeren in het betreffende energieproject, zodat ze ook kunnen profiteren van de opbrengsten van het project. Daarnaast vinden we het belangrijk dat inwoners in een vroegtijdig stadium bij de planvorming worden betrokken, zodat er voor hen ruimte bestaat om invloed op het plan uit te oefenen. Dit kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de inrichting van een terrein of de hoogte van installaties voor de opwek van hernieuwbare energie. Het kan ook leiden tot compensatie van schade, extra investeringen in het landschap of winstdeling. Ook willen we dat het participatieproces een open en transparant karakter heeft. We realiseren ons dat de hiervoor beschreven handreikingen niet iedereen tevreden zal stellen en dat die ontevredenheid zich op een gegeven moment in de vorm van bezwaren (zienswijzen) kan manifesteren. In een dergelijke situatie zal de gemeente die bezwaren serieus bekijken en meenemen in de uiteindelijke belangenafweging.

III

Flora en fauna

In de reacties wordt de plaatsing van windturbines in verband gebracht met de sterfte van insecten en vogels en de verstoring van andere dieren, zoals reeën. En over de plaatsing van zonnepanelen in een veldopstelling wordt opgemerkt, dat die ten koste gaat van het bodemleven. Antwoord: In algemene zin is bij de opstelling van de Energievisie en de daarbij behorende beleidsregels voor zonne- en windenergie met flora en fauna rekening gehouden door:  het in de Energievisie tot uitdrukking gebrachte stimuleringsbeleid voor het plaatsen van zonnepanelen op daken, onbebouwde ruimtes in de bebouwde kom, langs de A35 etc.;  geen mogelijkheden te bieden voor de plaatsing van windturbines en de aanleg van zonnevelden in het Natuurnetwerk Nederland en

3

de plaatsing van zonnepanelen in een veldopstelling in het landelijk gebied afhankelijk te maken van de kwaliteit van het landschap.

De effecten van de plaatsing van windturbines op insectenpopulaties is volgens deskundigen van de Wageningen University Research (WUR) en de Vlinderstichting naar alle waarschijnlijkheid gering. Windturbines kunnen wel negatieve effecten hebben op vogels. Het aantal botsingen tussen vogels en windturbines valt echter mee, als je dit vergelijkt met bijvoorbeeld de gevolgen van het verkeer. Volgens schattingen sterven er door 1.800 Nederlandse windturbines zo'n 50.000 vogels per jaar, terwijl er in het verkeer jaarlijks 2 miljoen vogels sterven. Belangrijker dan botsingen is de verstoring door windturbines van voedsel-, rust- en broedgebieden. Hoe erg die verstoring is, hangt sterk af van de vogelsoort en de plek. Bij de voorbereiding van de Energievisie is er een milieueffectrapport opgesteld. Daarin is onder meer gekeken naar de gevolgen voor de natuur bij de plaatsing van windturbines. In het milieueffectrapport wordt geconstateerd dat de in het geding zijnde windturbinelocaties in open landelijk gebied (grasland) en in de nabijheid van kleinere bosgebieden liggen. Aanvaringslachtoffers van vleermuizen en enige verstoring van weidevogels kan aan de orde zijn. Van slechts een tweetal turbines in dit grote gebied vallen de effecten naar verwachting mee.

De beslissing om in de Energievisie twee zoeklocaties voor windturbines aan te wijzen langs de N18 is mede gebaseerd op de uitkomsten van het milieueffectrapport onderzoek. Flora en fauna wordt in Nederland beschermd door de Wet Natuurbescherming (Wnb). Bepaalde ingrepen of projecten, zoals de aanleg van een zonneveld, kunnen gevolgen hebben voor beschermde flora en fauna en daarmee ook de planvorming. Daarom zal de gemeente, als zij overweegt om medewerking te verlenen aan een dergelijk verzoek en wanneer er mogelijk een effect wordt verwacht op beschermde soorten om ecologisch onderzoek vragen. Dat onderzoek bestaat in eerste aanleg veelal uit een verkennend onderzoek op de planlocatie. Daarmee wordt vastgesteld of er op de betreffende locatie vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde natuurwaarden kunnen voorkomen en of er ecologische effecten kunnen optreden. In sommige gevallen kan een uitgebreider onderzoek vereist zijn met toepassing van beschermende, mitigerende en in het uiterste geval habitat compenserende maatregelen. Voor ingrepen in of bij natuurgebieden, zoals een Natura 2000 gebied, wordt een uitgebreider onderzoek of een Natuurtoets uitgevoerd. Uit beschikbare literatuur blijkt dat er zowel negatieve als positieve effecten kunnen optreden door de plaatsing van zonnepanelen in een veldopstelling.

Wanneer de zonnepanelen worden verwijderd, kan de bodem zich weer herstellen, maar bodemherstel gaat traag. Om ernstige of onomkeerbare schade te voorkomen schrijven de Beleidsregels zonne-energie voor dat er voldoende ruimte tussen de panelen moet worden gelaten (maximaal 2/3 bedekking).

IV

Kernenergie

Het onderwerp kernenergie staat vandaag de dag weer vaker in de publieke belangstelling. Door een aantal inwoners is kernenergie als alternatief genoemd voor de plaatsing van windturbines en de aanleg van zonnevelden op landbouwgrond. Een bijna even grote groep heeft zich hiertegen uitgesproken. Antwoord: Bij de vragen over de energiekeuzes voor toekomst is ook kernenergie weer meer in de belangstelling komen te staan. De Tweede Kamer heeft op 17 september 2020 een motie aangenomen waarin de regering is gevraagd om te onderzoeken:  onder welke voorwaarden nationale en internationale marktpartijen bereid zijn om te investeren in kerncentrales in Nederland; 4

 

welke ondersteuning van de overheid daarvoor nodig is; in welke regio’s belangstelling is voor vestiging van een kerncentrale.

Het onderzoek is nu in volle gang. Wij vinden het beter om in de Energievisie niet vooruit te lopen op de uitkomsten van dit onderzoek en de discussie die daarna op landelijk niveau nog zal moeten plaatsvinden. We stellen wel vast dat kernenergie niet op korte termijn, dat wil zeggen in de periode tot 2030, soelaas voor de energievoorziening zal gaan bieden. Uit de huidige Europese praktijkvoorbeelden blijkt dat van het moment van tekentafel tot daadwerkelijke elektriciteitsproductie doorgaans meer dan een decennium nodig is (Flammanville in Frankrijk, Hinkley-Point in Groot-Brittannië en Olkiluoto in Finland). Ook thoriumcentrales en kernfusiecentrales bevinden zich volgens de wetenschappelijke literatuur nu nog slechts in een experimentele onderzoeksfase en zijn de eerstkomende decennia niet concreet beschikbaar als het gaat om elektriciteitsproductie in Nederland. Wij zien in het kader van de Energievisie de optie kernenergie alleen al op grond hiervan niet als een bruikbare oplossing die op enigerlei wijze als alternatief binnen handbereik ligt voor de opgave hernieuwbare energie in Enschede tot 2030. We stellen ook vast dat een kerncentrale om een groot industrieel ruimtebeslag vraagt en een grote hoeveelheid koelwater vereist. Beide zijn in Enschede niet in die omvang beschikbaar. We zien daarom in Enschede geen mogelijkheden voor de bouw van een kerncentrale.

V

Landbouw

Vanuit de agrarische sector is kritisch gereageerd op de benutting van landbouwgrond voor het opwekken van zonne-energie. Dit leidt tot verstoring van de grondmarkt/verhoging grondprijzen en vormt een belemmering voor de verduurzaming/het voortbestaan van agrarische bedrijven. Antwoord: Om substantieel aan de gestelde energiedoelen bij te dragen, is het noodzakelijk om ook gronden in het landelijk gebied in te zetten voor de aanleg van zonnevelden. We sluiten agrarische gronden daarbij niet uit, maar hebben de voorkeur voor gronden die niet als natuur zijn ingericht of niet voor de landbouw in gebruik zijn, zoals grote wateroppervlakten, bermen van spoor- en autowegen en de luchthavenlocatie. De beleidsregels voor zonne-energie schrijven bovendien een gebiedsgerichte aanpak voor bij de ontwikkeling van een zonnepark met een oppervlakte van meer dan 2 hectare. Bij een integrale gebiedsaanpak worden de verschillende opgaven, kansen en beperkingen in een gebied naast elkaar gezet om daarmee vervolgens tot goed onderbouwde keuzen te komen. De wensen en mogelijkheden voor de landbouw zijn daarin een belangrijk onderdeel. We onderkennen dat het streven naar een meer circulaire landbouw tot een extensiever landgebruik leidt en dat dit tot een toenemende behoefte aan landbouwgrond leidt. We merken echter op dat de energietransitie agrariërs ook kansen biedt.

Zo kunnen de inkomsten uit een energieproject een agrarische ondernemer ook juist helpen de omslag te maken. Verschillende scenario's zijn hierbij denkbaar. Als de ontwikkeling van het project op grond van een agrarisch bedrijf plaatsvindt, zou dat ertoe kunnen leiden dat de betreffende ondernemer met de daaruit voortvloeiende inkomsten zijn bedrijf meer circulair kan inrichten. Ook valt te denken aan de situatie waarbij de ontwikkeling van een transformatiegebied leidt tot een grondruil, waarbij één of meer ondernemers hun bedrijf weten uit te breiden met vrijkomende gronden. En dan is er natuurlijk nog een scenario denkbaar waarbij de

5

projectlocatie voor het opwekken van energie wordt ingericht, maar die gronden voor een deel hun agrarische functie behouden, bijvoorbeeld door er schapen te weiden.

VI

Landschap

Veel inwoners zien in de plaatsing van windturbines en de aanleg van zonnevelden in het landelijk gebied een aantasting van de kwaliteit van het landschap. Antwoord: De mens heeft het landschap in Nederland door de eeuwen heen naar zijn hand gezet, telkens wanneer nieuwe wensen en behoeften zich aandienden. Er werd ruimte gemaakt om voedsel te verbouwen, om te wonen. Later kwamen de dijken, kanalen en wegen en ontstonden er dorpen en steden. Nu is het de energietransitie die om ingrepen vraagt, die een stempel op het landschap drukken. Bij de voorbereiding van de Energievisie heeft de kwaliteit van het landschap veel aandacht gekregen. HNS Landschapsarchitecten hebben de bestaande kwaliteiten van het landelijk gebied in beeld gebracht en vastgesteld in hoeverre de daarin te herkennen landschapstypen zich lenen voor het opwekken van zonne-energie. Ook kon worden teruggegrepen op de door hen, in opdracht van de provincie Overijssel uitgebrachte studie, ‘Energie-opwekking in de landschappen van Overijssel’. Verder konden we bij de voorbereiding van de Energievisie gebruik maken van de informatie uit het voor de Energievisie opgestelde milieueffectrapport. Daarin worden voor verschillende alternatieven, waaronder het in de Energievisie uitgewerkte voorkeursalternatief, de gevolgen voor landschap en natuur geschetst.

Die aandacht voor het landschap komt onder meer tot uitdrukking door:  de aanleg van zonnevelden en de plaatsing van windturbines uit te sluiten binnen het Natuurnetwerk Nederland;  de in de Energievisie genoemde stimuleringsmaatregelen voor het leggen van zonnepanelen op daken, onbebouwde ruimtes in de bebouwde kom etc.;  de omvang van een zonneveld afhankelijk te stellen van de kwaliteit van het landschap;  de eis dat de aanleg van een zonneveld per saldo tot een verbetering van de landschappelijke en natuurwaarde van het gebied moet leiden;  aan de inpassing van zonnevelden in het landschap een inpassingsstrategie te verbinden;  bij de bouw van windturbines een afdracht aan het landschapsfonds verplicht te stellen. Bij de keuze van de zoekgebieden voor windenergie hebben we ons in belangrijke mate laten leiden door het hiervoor genoemde rapport ‘Energie-opwekking in de landschappen van Overijssel’. In dit rapport wordt gewezen op de mogelijkheid om met windturbines een locatie in het landschap te markeren, die vervolgens als oriëntatie of herkenningspunt gaat fungeren. In dit geval markeren de windturbinelocaties de N18.

VII

Milieueffectrapport

Een aantal inwoners signaleerden dat onduidelijk is waarom het alternatief ‘Natuur en landschap centraal’ niet als voorkeursalternatief is vastgesteld. Dit alternatief uit het MER scoort beter dan het vastgestelde en in de Energievisie uitgewerkte voorkeursalternatief. Antwoord Het opwekken van energie kan gevolgen hebben voor het milieu. Die gevolgen kunnen bijvoorbeeld uit geluidhinder voor de omgeving, maar ook uit de aantasting van het landschap bestaan. Omdat de 6

gevolgen van de keuzes die hierbij worden gemaakt ingrijpend kunnen zijn, heeft de gemeente een milieueffectrapport laten opstellen. Aanpak bij opstellen van het milieueffectrapport In het MER worden de milieugevolgen van vijf alternatieven op twee ambitieniveaus (‘basis’ en ‘maximale opbrengst’) geschetst. De vijf onderzochte alternatieven geven het speelveld weer van de mogelijke opties voor het opwekken van duurzame energie. Bij vergelijking van de effecten van de verschillende alternatieven komt het alternatief ‘Natuur en landschap’, zowel op het ambitieniveau ‘basis’ als bij het ambitieniveau ‘maximale opbrengst’ het beste uit de verf. Het lijkt logisch dat dit alternatief dan ook wordt aangewezen als het ‘voorkeursalternatief’. Het voorkeursalternatief komt echter niet alleen voort uit het milieueffectrapport maar is ook mede bepaald door verdiepende studies en politieke keuzes van college en raad van de gemeente Enschede. Het voorkeursalternatief in het MER bestaat daarom uit een combinatie van verschillende elementen van de vijf onderzochte alternatieven. Toelichting op keuze voorkeursalternatief In de periode 2019 - 2020 hebben college en gemeenteraad van Enschede in diverse bijeenkomsten en raadsdebatten discussies gevoerd over de invulling van de Energievisie voor de periode 2020 - 2030.

In deze discussies zijn tal van informatiebronnen gebruikt waaronder het concept milieueffectrapport. In een aantal amendementen en moties zijn kaders gesteld aan de Energievisie en meer specifiek aan de locaties voor windenergie en de wijze waarop zonnevelden gerealiseerd dienen te worden. I.

Keuze windturbinelocaties in het VKA Locaties afgevallen na verdiepende studie Uit een verdiepende studie is gebleken dat het Grolsch-terrein en het Havengebied geen ruimte bieden aan 190 tot 230 meter hoge windturbines. Deze locaties waren opgenomen in het alternatief ‘Natuur en landschap’ en zijn vervolgens niet opgenomen in het VKA. Amendement ‘Geen windmolen aan de Windmolenweg Twekkelo’ Het amendement van 7 september 2020 ging in op de landschappelijke waarde van de omgeving Twekkelo. Na aanname van het amendement is de windmolenlocatie aan de Windmolenweg komen te vervallen. De locatie is daarom niet opgenomen in het VKA. Motie ‘Toetsen haalbaarheid 150 meter hoge windmolens’ Naar aanleiding van de motie ‘Toetsen haalbaarheid 150 meter hoge windmolens’ hebben er marktconsultatiegesprekken plaatsgevonden. Daaruit bleek dat marktpartijen onder de huidige omstandigheden niet geïnteresseerd zijn in de bouw en exploitatie van 150 meter hoge windturbines, omdat:  deze windturbines een laag rendement hebben, dat door streven naar lokaal eigendom ook nog eens gedeeld moet worden;  de beschikbaarheid van deze middelhoge windturbines op de markt beperkt is (ze worden nu al bijna niet meer gemaakt);  de SDE++-regeling is juist gericht op grote windturbines (meeste kWh productie per euro subsidie).

In de kamerbrieven van 10 juli 2019 (DGKE/19144416) en 17 februari 2020 (DGKE-E/20023501) heeft minister Wiebes aangekondigd vanaf 2020 een aparte categorie voor turbines met een hoogtebeperking van 150 meter tiphoogte open te stellen, onder de voorwaarde dat deze 7

ontstaan door objectief vast te stellen beperkingen uit landelijke regelgeving. Voor de in het Havengebied gedachte windturbines biedt deze versoepeling helaas geen soelaas omdat deze windturbines niet onder de regeling vallen. Voor overheden kan er een taak zijn weggelegd als de markt daarin niet voorziet (marktfalen). Een dergelijke aanpak wordt in deze situatie niet opportuun geacht. Het ontbreekt de gemeente aan de kennis en middelen om zich actief met het produceren van energie te gaan bezighouden. En ook de gemeente zou al spoedig aanlopen tegen de problemen, zoals die door de marktpartijen zijn geschetst. Met het oog op de hiervoor genoemde overwegingen zijn de windmolenlocaties in het Havengebied geschrapt en niet opgenomen in het VKA. Motie ‘Proces en input Energievisie’ Dat de gebieden die in het MER met het nummer 6 (omgeving Rutbeek) en 7 (omgeving Eschmarke - Aamsveen) zijn aangeduid, zijn afgevallen, houdt voornamelijk verband met de op 10 december 2018 door de gemeenteraad aangenomen motie ‘Proces en input Energievisie’, waarbij nadrukkelijk is gevraagd rekening te houden met het op 11 november 2014 aangenomen amendement bij de behandeling van de Gids Buitenkans, waar geen nadere kaders voor het toestaan van windturbines, ofwel geen windenergie in het buitengebied, zijn gesteld.

Uiteindelijke voorkeurslocatie voor windturbines Voor windenergie betreft het VKA twee voorkeurslocaties die samen ruimte bieden voor 2 of 3 windturbines, beide langs de N18. De voorkeur voor deze locaties houdt verband met het feit dat deze locaties, in vergelijking tot de overige onderzochte locaties, relatief goed scoren in het milieueffectrapport, en dat door de situering van deze locaties ten opzichte van de N18 de windturbines op deze plek fungeren als een ‘baken’ in het landschap, waarmee de toegang tot de stad vanuit het zuiden wordt gemarkeerd. II.

Keuzes ten aanzien van zonnevelden in het VKA Amendement ‘Vergroten bruto-omvang zonnevelden buitengebied’ In de nota Uitgangspunten Energievisie had het college voorgesteld op gronden met een hoge of zeer hoge kwaliteit, de maximale oppervlakte van een zonneveld te beperken tot maximaal 6 hectare. Via het amendement van 7 september 2020 heeft de gemeenteraad uitgesproken dit een te grote beperking te vinden. In plaats van het door de gemeenteraad voorgestelde alternatief (een maximumoppervlakte van 10 hectare) is ervoor gekozen om in het geheel geen maximum te verbinden aan de oppervlakte van een zonneveld. Amendement ‘Realiseren minimale ambitie duurzame energie per 2022’ Via dit amendement heeft de gemeenteraad op 7 september 2020 aangegeven dat een generiek verbod op het gebruik van esgronden voor de aanleg van zonnevelden wat haar betreft niet noodzakelijk is. Ontwikkeling van zonnevelden is niet per definitie uitgesloten maar er kan alleen ontwikkeld worden met inachtneming van de door de gemeente opgestelde ontwikkelingsstrategie.

8

Uiteindelijke voorkeurslocatie voor zonne-energie Voor zonne-energie gaat het VKA uit van een aantal voorkeurslocaties voor het plaatsen van zonnepalen, deze bestaan uit: a) daken, parkeerterreinen en andere onbebouwde ruimtes in de bouwde kom; b) locaties langs de A35; c) grote wateroppervlakten, voor zover deze niet voor de scheepvaart worden benut, de instandhouding van soorten en habitattypen zich daartegen niet verzet en het gebruik voor het opwekken van zonne-energie geen overwegende bezwaren van recreatieve aard ontmoet; d) de Technology Base (bedrijventerrein vliegveldlocatie). De voorkeur voor deze locaties sluit het gebruik van andere, in de groene ruimte gelegen locaties niet uit. Ook impliceert het noemen van deze voorkeurslocaties niet een volgtijdelijkheid. De voorkeur voor de benutting van onder a t/m d genoemde locaties zal tot uitdrukking komen in de vorm van stimuleringsmaatregelen. In het landelijk gebied lenen zich niet alle gronden even goed voor het opwekken van zonneenergie. In het Natuurnetwerk Nederland wordt de aanleg van zonnevelden uitgesloten. De beoordeling van initiatieven voor andere locaties vindt plaats aan de hand van de Waarderingskaart Buitengebied Enschede en de daaraan gekoppelde ontwikkelingsstrategieën. De aanleg van grote zonnevelden, c.q. de clustering van zonnevelden in gebieden met een basiskwaliteit wordt geprioriteerd.

Echter, ook op gronden met een hoge of zeer hoge kwaliteit worden zonnevelden toegestaan. Hiervoor liggen twee redenen ten grondslag, namelijk: a) de exploitatie van een zonneveld kan bijdragen aan het beheer en onderhoud van het landschap; De inkomsten die voortvloeien uit een zonneveld kunnen door particulieren gebruikt worden voor het beheer en onderhoud van het landschap. In dit verband wordt gewezen op het rapport ‘Inventarisatie van landgoederen in Enschede’, een rapportage van het Overijssels Particulier Grondbezit. Daarin staat dat het produceren van energie kansen biedt voor het in stand houden van en nieuwe ontwikkelingen op landgoederen. Maatregelen op dit gebied zorgen voor een daling van de energiekosten en daarmee dalen de exploitatiekosten. b) de wens gebruik te maken van de bestaande aansluit- en transportcapaciteit van HS/MSstations van Enexis. Vanuit een oogpunt van energiesysteemefficiëntie is het gewenst om gebruik te maken van de aansluit- en transportcapaciteit van de bestaande netwerkstations van Enexis. Deze stations bevinden zich allemaal binnen de bebouwde kom. Als de nog resterende aansluit- en transportcapaciteit van deze stations benut moet worden, dan zullen er in de nabijheid van die stations mogelijkheden moeten worden geboden voor het aanleggen van een zonneveld.

Als de afstand tussen een zonneveld en het dichtstbijzijnde punt waarop de energie op het netwerk kan worden ingevoed te groot is, drukken de aansluitkosten zo zwaar op de exploitatie van het zonneveld, dat het project onuitvoerbaar wordt. De in de stadsrand gelegen gronden hebben echter veelal een hoge, of zeer hoge kwaliteit. Ten opzichte van de uitgangspunten in het MER heeft de gemeente Enschede besloten meer nadruk te leggen op het benutten van de mogelijkheden in het stedelijk gebied. De gemeente zal stimuleren dat meer zonnepanelen op daken, parkeerterreinen en andere onbebouwde ruimtes in de bouwde kom geplaats gaan worden. Hierdoor wordt de noodzaak van het

9

benutten van het buitengebied voor het bereiken van de duurzame energiedoelstelling verlaagd.

VIII

Planschade

Verschillende inwoners hebben aangegeven te vrezen voor een waardedaling van de woning. Ook hebben enkele insprekers de verwachting uitgesproken dat ze inkomsten gaan mislopen. In beide gevallen als gevolg van de plaatsing van windturbines. Antwoord: De Wet ruimtelijke ordening (Wro) kent een regeling voor de schade die ruimtelijke plannen en besluiten (zoals bestemmingsplannen en projectafwijkingsbesluiten) kunnen veroorzaken. De regeling voorziet, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, in een tegemoetkoming van schade, die bestaat uit de waardevermindering van onroerend goed, of inkomensschade. Een schadevergoeding kan worden aangevraagd bij het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente. Dit moet schriftelijk. Het verzoek om vergoeding van de schade kan pas worden ingediend als de wijziging van het schadeveroorzakende besluit (meestal een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit) volledig rond is. Niet alle schade komt voor vergoeding in aanmerking. Schade die gerekend wordt tot het ‘normaal maatschappelijk risico’ blijft voor rekening van de aanvrager. Burgemeester en wethouders mogen bij de beslissing op de aanvraag verder rekening houden met de voorzienbaarheid van de schadeoorzaak.

Daarmee wordt bedoeld dat, als de aanvrager met de schade-veroorzakende ontwikkeling bekend was, of bekend had kunnen zijn, en niettemin tot aankoop van bijvoorbeeld de woning overging, hij geen rechten meer aan de regeling kan ontlenen. We verwachten niet dat de uitvoering van het voorgestelde beleid tot een groot aantal te honoreren schadeclaims gaat leiden. In een incidenteel zou daar echter wel sprake van kunnen zijn.

IX

Volksgezondheid

Veel inwoners vrezen voor hun gezondheid als er 2, mogelijk zelfs 3 windturbines langs de N18 worden geplaatst in verband met overlast door geluid, slagschaduw en lichthinder. Antwoord: Om overlast door windturbines te beperken, heeft de Rijksoverheid regelgeving vastgesteld, namelijk het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer. Tot de plaatsing van windturbines wordt alleen overgegaan, als een initiatiefnemer kan aantonen dat hij aan deze regelgeving kan voldoen. Die regels bieden onder meer bescherming tegen geluidsoverlast, slagschaduw en veiligheidsrisico’s (zoals het afwerpen van ijs, of het breken van de mast). Een grote groep insprekers betoogt dat de wettelijke geluidsnormen niet afdoende tegen de risico’s voor geluidsoverlast beschermen en dat plaatsing van de windturbines hierdoor gevaren voor de gezondheid van omwonenden met zich mee zou brengen. Daarbij wordt gewezen op verschillende onderzoeken en op afwijkende normen in andere landen. Over de relatie tussen geluidsoverlast van windturbines en de volksgezondheid bestaan uiteenlopende opvattingen. Wij laten ons in deze kwestie leiden door publicaties van de GGD en het RIVM. Uit een advies van de GGD van 19 november 2020, blijkt dat er geen directe relatie is aangetoond tussen het wonen in de buurt van windturbines en hoofdpijn, hart- en vaatziekten ziekten, psychische problemen 10

en tinnitus (oorsuizen). Ook voor gezondheidseffecten veroorzaakt door elektromagnetische velden, infrageluid en trillingen van windmolens bestaat geen wetenschappelijk bewijs. Het hiervoor beschreven advies van de GGD is onder meer gebaseerd op het rapport ‘Health effects related to wind turbine sound: an update’ van het RIVM uit 2020. Dit rapport bevat een analyse van de wetenschappelijke literatuur die in de periode 2017 - 2020 over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden is verschenen. De GGD en het RIVM hebben aangekondigd de gevolgen van geluidhinder door windturbines op de volksgezondheid nader te willen onderzoeken. Wij zullen de vorderingen van dat onderzoek nauwgezet volgen en zo nodig tot bijstelling van het windbeleid besluiten.

X

Woongenot

In verschillende bewoordingen hebben inwoners beschreven dat zij een aantasting van hun woongenot vrezen door de plaatsing van windturbines, dan wel de aanleg van zonnevelden in hun woonomgeving. Antwoord: De plaatsing van windturbines hebben een ruimtelijke impact. Ze zijn vaak al van verre zichtbaar en produceren geluid, slagschaduw en licht. Kenmerkend voor zonnevelden zijn het ruimtebeslag en de fysieke uitstraling. Deze gevolgen kunnen niet (geheel) worden voorkomen. We kunnen er wel voor zorgen dat de hinder tot acceptabele proporties beperkt blijft, bijvoorbeeld door bij de ontwikkeling van een zonnevelden toe te zien op een goede landschappelijke inpassing en bij de afgifte van een vergunning voor een windturbine een stilstandsvoorziening te eisen. Verder zien we in het voorgeschreven overleg met de omgeving een goede mogelijkheid om tot oplossingen te komen, waar zowel initiatiefnemers als omwonenden vrede mee kunnen hebben.

2. Integraal overzicht van reacties Proces No 1.01

Samenvatting zienswijze De gemeente heeft inwoners onvoldoende geïnformeerd over haar plannen. Inspreker: 1, 5, 47, 73, 80, 99, 145, 146, 155, 165, 198, 209, 211, 229, 235, 248, 283, 319, 320, 324

Antwoord De gemeente is er zich van bewust dat de beleidsvoornemens die in de Energievisie worden beschreven een grote impact hebben op de leefomgeving van inwoners en het functioneren van onze samenleving. Omdat die maatregelen iedereen raken, heeft de gemeente de terinzagelegging van de Energievisie aangekondigd in het weekblad Huis aan huis en bekendgemaakt via haar eigen website. Ook vond er een aankondiging plaats via de sociale media. De bekendmaking van het voorgenomen beleid voldoet aan de eisen die onze Inspraakverordening en Algemene wet bestuursrecht daaraan verbinden.

11

Verder merken we op dat er nog geen plannen zijn ontwikkeld voor de bouw van windturbines op deze locaties. In de beleidsregels voor windenergie zijn gebieden aangewezen, waar we de bouw van windturbines mogelijk achten. Als de gemeenteraad tot vaststelling van de beleidsregels voor windenergie overgaat en er zich een kandidaat meldt voor de bouw van een windturbine, dan ontstaat er een nieuwe situatie. Van de initiatiefnemer wordt dan verwacht dat hij over zijn voornemens in overleg treedt met de omgeving. 1.02

Er is in het proces onvoldoende om de mening van inwoners gevraagd. Inspreker: 1, 165, 235, 248, 283, 298

1.03

Hoe borgt de gemeente dat omwonenden ook daadwerkelijk inspraak hebben op een projectvoorstel voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit? Kan de gemeente niet beter het initiatief daarvoor houden? Inspreker: 233, 299

Bij de voorbereiding van de Energievisie is er op verschillende momenten gevraagd naar de mening van inwoners. Voor meer informatie hieromtrent verwijzen wij u kortheidshalve naar hoofdstuk 7 van de Energievisie. De beleidsregels voor zonne- en windenergie bevat de verplichting voor een initiatiefnemer om overleg te voeren met de omgeving. De gemeente zal bij die contactmomenten niet altijd aanwezig kunnen zijn. Daarom verplichten we de initiatiefnemer om over dat overleg met de omgeving te rapporteren. De door hem/haar aangeleverde informatie is openbaar, zodat daarop ook controle mogelijk is. De ontwikkeling van een zonneveld dient, als het project bestaat uit een zonneveld van 2 hectare of meer, gepaard te gaan met een gebiedsgerichte aanpak. Dit is een aanpak waarbij wordt geïnventariseerd of, en zo ja, welke ruimtelijke vraagstukken er verder spelen in het gebied en waarbij de ontwikkeling van het zonneveld zo mogelijk gecombineerd wordt met de aanpak van andere ruimtelijk relevante vraagstukken. Bij zo'n gebiedsgerichte aanpak kunnen aanvullende eisen aan het ontwikkelingsproces verbonden worden. Maar we zullen er altijd op toezien dat er voor inwoners en belangenorganisaties gelegenheid is zich uit te spreken.

12

We verwachten dat deze aanpak effectief zal zijn en mogelijkheden biedt voor lokaal maatwerk. 1.04

De gemeente moet de communicatie/participatie m.b.t. een groot energieproject niet overlaten aan een commerciële ontwikkelaar. En waaruit bestaat het participatiebeleid van de gemeente eigenlijk? Inspreker: 299

Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 hebben alle twaalf politieke partijen in de gemeenteraad in gezamenlijkheid uitgesproken dat ze deze raadsperiode meer moeite willen doen om inwoners meer en beter te betrekken bij de opgaven en onderwerpen die in Enschede leven. Een speciale raadswerkgroep heeft hiervoor in juni 2018 een zogenaamd ‘Enschede Akkoord’ opgesteld. Daarin staat hoe de werkgroep denkt over de verbintenis tussen stad en politiek, hoe er om kan worden gegaan met politieke verschillen, hoe ook u als inwoner betrokken kan worden bij het aanpakken van de uitdagingen waar Enschede voor staat. Zie ook het antwoord bij 1.03.

1.05

De gemeente dient zich te houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Insprekers: 46, 195

Het is juist dat de gemeente bij de voorbereiding en vaststelling van beleid gebonden is aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. En dat moet dus ook bij de voorbereiding en- vaststelling van de Energievisie.

1.06

Lokaal draagvlak bij omwonenden moet een vereiste zijn voor de ontwikkeling van projecten.

De gemeente vindt het belangrijk dat er onder inwoners draagvlak aanwezig is voor de maatregelen die in de Energievisie worden beschreven. De gemeente kan het ontstaan van draagvlak niet afdwingen, maar ze kan er wel voor zorgen dat de condities voor het ontstaan van draagvlak gunstig zijn. Dat betekent dat omwonenden in een vroegtijdig stadium bij de planvorming moeten worden betrokken, dat er voor de omgeving ruimte bestaat om invloed op het plan uit te oefenen en dat het participatieproces open en transparant plaatsvindt. Dit kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de inrichting van een terrein of de hoogte van installaties voor de opwek van hernieuwbare energie. Het kan ook leiden tot compensatie van schade, extra investeringen in het landschap of winstdeling.

Inspreker: 8, 216, 219, 252, 286, 216, 219, 221, 235 Voor het plaatsen van zonnevelden is draagvlak nodig en dat krijgt u niet van bewoners van het buitengebied. Die zijn daar immers niet voor niets gaan wonen. Inspreker 325, 326

13

In de door ons opgestelde beleidsregels hebben we hiervoor regels opgenomen. Als een plan, ondanks het voorgaande, toch bezwaren blijft oproepen bij omwonenden, dan zal de gemeente deze serieus bekijken en meenemen in de uiteindelijke belangenafweging. 1.07

1.08

Draag zorg voor een goede ruimtelijke ordening. Borg binnen een uitgebreide procedure (Wabo) dat het zonnepark geen nadelige gevolgen heeft voor bv omwonenden en flora en fauna. Inspreker: 233 De volgorde van voorbereiding en besluitvorming over diverse beleidsvisies is niet logisch. Het had meer voor de hand gelegen om eerst de Transitievisie warmte vast te stellen, omdat de elektriciteitsbehoefte van Enschede dan bekend zou zijn. Inspreker: 194, 243

De gemeente is zich bewust van deze wettelijke verplichting en zal daar in alle gevallen naar handelen.

U signaleert terecht dat er een nauwe samenhang bestaat tussen de Energievisie, de Transitievisie warmte en de Visie landelijk gebied. Die samenhang is er bovendien ook tussen de Regionale energiestrategie Twente enerzijds en de Energievisie en de Transitievisie warmte anderzijds. De samenhang tussen deze beleidsproducten vereist afstemming. Daarvoor is ruimte, omdat voorbereiding en besluitvorming in dezelfde periode plaatsvinden, met dien verstande dat de besluitvorming over de Transitievisie warmte in het najaar van 2021 plaatsvindt, terwijl de behandeling van de Visie landelijk gebied, de Energievisie en de Regionale Energiestrategie Twente in de raadsvergadering van 21 juni 2021 is voorzien. De gemeenteraad heeft op 7 september 2020, toen hij de nota Uitgangspunten Energievisie vaststelde, ervoor gekozen om zijn energiedoelstelling te koppelen aan het totale energieverbruik. In de periode 2021 – 2030 moet het aandeel hernieuwbare energie met minimaal 8 procent toenemen. De ambitie is dus niet gekoppeld aan het geprognosticeerde elektriciteitsverbruik. De Transitievisie warmte als eerste voorbereiden, ligt ook om andere redenen niet voor de hand. De Visie landelijk gebied is een 14

gebiedsvisie, die onder meer ruimtelijke claims tegen elkaar afweegt, waaronder ook de ruimtevraag die samenhangt met de energietransitie. Het is daarom logisch de Visie landelijk gebied eerst, of gelijktijdig met de Energievisie te bespreken. En omdat de Transitievisie warmte als een uitwerking kan worden gezien van de Energievisie, ligt het ook de voor hand om de Transitievisie warmte niet vooruitlopend op de Energievisie door de raad te laten bespreken. 1.09

De Energievisie is de basis van een volledige opoffering van het buitengebied. Dit is in strijd met de in 2018 uitgevoerde enquête onder bewoners van buitengebied. Inspreker: 242

Wij delen uw visie hierop niet. In de Energievisie en de daarop gebaseerde Beleidsegels voor zonne- en windenergie hebben we een koers uitgestippeld, die niet alleen een basis vormt voor de aanpak van een groot maatschappelijk probleem, maar ook respect heeft voor het landschap, de natuur en de inwoners van het landelijk gebied. De Visie landelijk gebied, die het College op 20 april ter vaststelling aan de Gemeenteraad heeft aangeboden, laat zien dat ook met zorgvuldige inpassing van energiemaatregelen het buitengebied van hoge kwaliteit blijft.

1.10

1.11

De Energievisie noemt de ECBE nog. Die bestaat na de fusie met CEE (Coöperatie Enschede Energie) niet meer. Inspreker: 202 Wil graag samenwerken bij verdere planvorming en uitvoering, maar bepleit wel een lagere hoogte van de windturbine. Gevreesd wordt voor derving van inkomsten bij de komst van een windturbine met een hoogte van 200 tot 250 meter. Inspreker: 203

Dit is correct, de tekst van de Energievisie wordt op dit punt aangepast.

Wij stellen uw constructieve houding en de wens om uw bedrijfsproces verder te verduurzamen op prijs. Er bestaan nog geen concrete plannen voor de bouw van een windturbine op de in het geding zijnde locatie. In de beleidsregels voor windenergie is aangegeven dat, als er op deze locatie een windturbine wordt gebouwd, deze een tiphoogte van tussen de 190 en 230 meter mag hebben. Verschillen bij windturbines in hoogte en rotordiameter leiden tot grote verschillen in elektriciteitsproductie. Dat geldt eens te meer 15

in de windluwe gedeelten van ons land, waartoe ook Enschede behoort. Grote windturbines produceren in vergelijking tot middelgrote en kleinere turbines veel meer elektriciteit tegen verhoudingsgewijs veel lagere kosten. De SDE++-regeling, een subsidieregeling van het Rijk, stimuleert met exploitatiesubsidies kostenefficiënte methoden voor de productie van duurzame energie en CO2-reductie. Plannen voor de realisatie van grote windturbines met een tiphoogte van meer dan 190 meter zijn daardoor veel kansrijker dan initiatieven voor de bouw van middelgrote of kleine windturbines. Daarom zetten we in Enschede in op de bouw van enkele grote windturbines.

1.12

Voorgesteld wordt om een adviesorgaan (Buitengebied 2021) in het leven te roepen, die kan helpen de Energievisie snel operationeel te maken en het college gevraagd en ongevraagd van advies dient. Dit is een goed moment om beide visies m.b.t. buitengebied bestuurlijk te borgen Inspreker: 212 , 269, 305, 316

1.13

Het getuigt van weinig respect voor de inwoners om een dergelijk belangrijk stuk ter inzage te leggen, wanneer er in verband met de coronamaatregelen zoveel

Zie ook het antwoord in deel 1 van dit zienswijzeverslag over het onderwerp planschade. Het overleg met inwoners, bedrijven en bezoekers van het landelijk gebied is van groot belang. De gemeente vindt voor de versterking daarvan de instelling van een nieuw adviesorgaan niet voor de hand liggen. Een adviesorgaan voegt niet veel toe aan datgene wat al langer bestaat in de vorm van het Groenberaad en Stawel. Naar aanleiding van soortgelijke zienwijzen, die zijn ingediend bij de ontwerp-Visie landelijk gebied, heeft het College aan de Gemeenteraad het voorstel gedaan om met ingang van de volgende raadsperiode een Stadsdeelcommissie Landelijk Gebied in stellen, waardoor het landelijk gebied beter is ingebed in de besluitprocessen van de Raad. Het is aan de Gemeenteraad om over de instelling daarvan te besluiten. Dit zal niet eerder dan in de volgende raadsperiode zijn beslag kunnen krijgen. Het coronavirus houdt de wereldgemeenschap nu al meer dan een jaar in zijn greep. En om de gevolgen van deze crisis beheersbaar te houden, heeft de Rijksoverheid inderdaad vergaande beperkingen in het leven geroepen.

16

beperkingen gelden. Dit is weinig transparant. Er ontbrak een laagdrempelig proces voor inwoners om te reageren. Inspreker: 205, 216, 219, 221, 235

Die beperkingen drukken inderdaad ook een stempel op de voorbereiding van dit stuk. In het pré-coronatijdperk zouden er ongetwijfeld één of meer inloopbijeenkomsten zijn georganiseerd, waarbij er voor iedereen gelegenheid zou zijn om zijn vragen en/of opmerkingen te maken. Daarvan hebben we nu moeten afzien. Maar er is wel op de normale wijze, dat wil zeggen via een publicatie in Huis aan huis en op de website, bekendheid gegeven aan de terinzagelegging van de Energievisie. Ook organiseerden we een energiecafé, waarbij er voor eenieder gelegenheid was om zijn vragen digitaal aan deskundigen voor te leggen. Uitstel van de terinzagelegging was bovendien geen reëel alternatief. Omdat de raad van de gemeente Enschede uiterlijk op 1 juli van dit jaar een besluit moet hebben genomen over de Regionale energiestrategie Twente. En dit besluit een visie op dit onderwerp op de eigen gemeente vereist, in Enschede in de vorm van de Energievisie.

1.14

De bewonersorganisaties Boekelo, Usselo en Twekkelo worden gepasseerd, zij zeten zich in voor zelfvoorzienende energieopwekking in het gebied.

Inspreker 206

De gemeente en de Vereniging Behoud Twekkelo, Dorpsraad Boekelo en Buurtkring Usselo beogen tot een samenwerking te komen voor een buurtenergieplan (BEP). Vooruitlopend op het buurtenergieplan is overeenstemming bereikt over een intentieovereenkomst waarin voor partijen belangrijke onderwerpen t.a.v. deze gebiedsopgave benoemd zijn en hoe het proces wordt vormgegeven. Het BEP is een uitwerking van de Energievisie, die als pilot reeds gestart is op basis van de Nota van Uitgangspunten. De gemeente hecht grote waarde aan de betrokkenheid van partners in het gebied t.a.v. de gebiedsopgave en de betrokkenheid daarin zoals zij met genoemde intentieovereenkomst (en uiteindelijke samenwerkingsovereenkomst) beoogt.

Aangeven van locaties voor wind past niet bij de samenwerking met Boekelo m.b.t. buurtenergieplan. De locaties dienen niet te worden

Windturbines hebben door hun omvang een impact op de (wijde) omgeving. Besluitvorming over de bouw van windturbines vergt daarom afwegingen op stedelijk niveau.

Inspreker: 155 Gemeente heeft weinig gedaan met de inhoud van de gesprekken die zijn gevoerd over het ontwikkelen van een buurtenergieplan voor Stadsdeel West.

1.15

17

opgenomen, tenzij BUT zelf met concreet voorstel komt. Inspreker: 206

1.16

Hoe kan het dat het aanbod voor de RES al bekend gemaakt moet zijn voordat de Energievisie is vastgesteld? Inspreker 212, 316

1.17

Loopt de Energievisie niet uit de pas met de Visie landelijk gebied, met name de beleidsregels? Beloofd is dat beide visies samen zouden optrekken Inspreker 212, 316

Het buurtenergieplan voor het stadsdeel West kan te zijner tijd worden gezien als een uitwerking van de beleidsregels voor zonneenergie voor het stadsdeel West. De beleidsregels voor windenergie blijven het kader vormen voor de toetsing van een aanvraag voor de bouw van een windturbine. De voorbereiding van een Regionale Energiestrategie voor Twente kent zijn eigen tijdpad, met landelijk bepaalde deadlines. Het college heeft in april 2020 met de conceptRES Twente ingestemd, onder de voorwaarde dat de gemeenteraad later zou instemmen met de nota Uitgangspunten Energievisie. De Energievisie en de Visie landelijk gebied werden gelijktijdig opgesteld. De inhoud van beide visies is op elkaar afgestemd. Ook de Visie landelijk gebied gaat uit van de mogelijkheid dat er zonnevelden worden aangelegd in het landelijk gebied en verwijst daarbij naar de landschapswaardering en strategie van de Visie landelijk gebied. En voor wat betreft de aanvaardbaarheid van kleine windturbines verwijst de Visie landelijk gebied naar de daarvoor opgenomen voorwaarden in de Beleidsregels voor windenergie. We houden ons dus aan de gemaakte afspraken.

1.18

Luister naar inwoners, wals niet over ze heen. Inspreker: 216, 219, 221, 235

Wij zijn ons bewust van de noodzaak daarvan. We zien ons hierbij echter ook voor een dilemma geplaatst. Enerzijds signaleren we een breed levende wens naar een duurzame samenleving en een aanpak van het klimaatprobleem. De daarvoor noodzakelijke maatregelen raken in sommige gevallen echter aan de belangen van individuen en groepen in onze samenleving. De uitvoering van de Energievisie vraagt daarom soms ook om pijnlijke keuzes. Wat u hierbij van de gemeente mag verwachten dat is dat uw grieven altijd serieus genomen worden en dat er altijd een 18

gedegen belangenafweging plaatsvindt. Maar het eindresultaat kan er dus uit bestaan dat de gemeente de bezwaren van de omgeving naast zich neerlegt. 1.19

Informeer bewoners beter over de consequenties van de te maken keuzes bij het opwekken van hernieuwbare energie. Wijs op de consequenties voor de energierekening, het landgebruik, de landschapservaring en op het alternatief als zowel zonne- als windenergie wordt afgewezen: kernenergie binnen de gemeentegrenzen.

Wij zien de noodzaak daarvan in en zullen de consequenties van keuzes beter onder de aandacht brengen.

Inspreker: 308 1.20

1.21

Beter communiceren dat windturbines veel meer opleveren dan zonnevelden! Inspreker: 222 De Gemeente had meer onderzoek moeten doen naar alternatieven (waaronder Thorium). Inspreker: 19, 23, 48, 243, 323, 216, 219, 221, 235, 243

Wij zien de noodzaak daarvan in en zullen de voordelen van het opwekken van windenergie beter in beeld brengen.

Onderzoeksbureau ECN heeft in beeld gebracht op welke wijze er in Nederland hernieuwbare energie kan worden opgewekt en tot welke bijdrage aan de nationale klimaatdoelstelling dit kan leiden (ECN/TNO Energievisie 2030, sept. 2016). ECN constateert dat er over de mogelijke bijdrage aan de doelstellingen en het potentieel van de bronnen, grote onzekerheden bestaan. Voor biomassa zijn die onzekerheden het grootst. De potentie daarvan kan variëren tussen weinig meer dan de huidige opwekcapaciteit tot het achtvoudige daarvan. Uiteindelijk kan op basis van het hierboven genoemde rapport de conclusie worden getrokken dat vier ‘werkpaarden’ substantieel kunnen bijdragen aan de realisatie van de nationale doelstelling (een reductie van de CO2uitstoot met 80 - 95% in 2050), namelijk: - elektriciteitsproductie met zon en wind; - biomassa; - geothermie; 19

-

CO2 opslag (CCS) van energiecentrales op fossiele energie.

In het maatschappelijk debat over de energietransitie wordt thorium regelmatig genoemd als een alternatieve bron van energie, waar niemand op tegen kan zijn. Thoriumcentrales bevinden zich volgens de wetenschappelijke literatuur nu nog slechts in een experimentele onderzoeksstatus en zijn de eerstkomende decennia niet concreet beschikbaar als het gaat om elektriciteitsproductie in Nederland. Zie ook het antwoord op zienswijzereactie 2.01, onder f. 1.22

De Gemeente heeft beperkingen vanuit opslaan van overcapaciteit, transport van energie en problemen rondom tegelijk opslaan van zonneen windenergie onvoldoende meegenomen. Inspreker: 216, 219, 221, 235

Het is correct dat ons energiesysteem door de energietransitie afhankelijker wordt van het weer. Om vraag en aanbod onder alle omstandigheden op elkaar af te stemmen, moet ons energiesysteem flexibeler worden. Dat kan op verschillende manieren: door de opslag van elektriciteit in batterijen, door de productie van waterstof, door de beïnvloeding van de vraag naar elektriciteit (via zogenaamde smartgrids), door regelbare productie en door uitwisseling van elektriciteit met het buitenland. Dit ontslaat ons echter niet van de verplichting om in Enschede ruimte te bieden aan de uitbreiding van de productiecapaciteit voor zonne- en windenergie. Het is ook juist dat het elektriciteitsnet op dit moment niet is toegesneden op grootschalige decentrale opwek van zonne- en windenergie. Dit is bekend. En dat is waarom de Energievisie ook in maatregelen voorziet om onze elektriciteitsvoorziening toekomstbestendiger te maken.

1.23

De Energievisie wordt de grondslag voor toekomstig ruimtelijk beleid. Daarmee zijn planologische

Uw visie dat dit onderwerp onderbelicht is gebleven in de Energievisie delen wij daarom niet. De Energievisie en de daarop gebaseerde Beleidsregels vormen inderdaad het kader voor besluitvorming bij toekomstige planologische 20

procedures na vaststelling niet of nauwelijks te beïnvloeden door burgers. Blz 66: reacties van de omgeving worden meegewogen” heeft dan ook geen waarde.

procedures. Maar die regels voorzien juist in betrokkenheid van de omgeving bij de planvorming en bevatten waarborgen dat hun inbreng ook serieus genomen wordt. Uw vrees wordt door ons dan ook niet gedeeld.

Inspreker: 246 1.24

Het MER is 500 pagina’s, belangrijk stuk, zit in bijlage. Is de terinzagelegging van dit MER ook de enige mogelijkheid hierop om te reageren? Zo ja, waarom is daarvoor dan geen aandacht in de publicatie van de Energievisie? Hetzelfde geldt voor de beleidsregels behorende bij de Energievisie Inspreker: 246

1.25

1.26

Het samenspel van natuur en mensen in het verleden biedt vaak ook antwoorden voor de toekomst. Ook voor de omgang met energieprojecten in het landschap. We pleitten ervoor om het verhaal van het landschap als uitgangspunt te nemen voor uw keuzes.

Het MER is opgesteld met het oog op de wens om de gevolgen voor het milieu op een adequate wijze te betrekken bij de besluitvorming over de Energievisie. Bij het opstellen van de Energievisie is met de uitkomsten van het MER ook rekening gehouden. Er komt geen nieuwe ronde waarbij nog eens op het MER kan worden gereageerd. Dat zou gelet op de rol van het MER, ook weinig zinvol zijn. In de bekendmaking in Huis aan huis van 17 februari jl. wordt nadrukkelijk vermeld dat het MER en de beleidsregels voor zonne- en windenergie kunnen worden ingezien en dat ook daarop kan worden gereageerd. De ruimtelijke keuzes waarom de energietransitie vraagt, vereist een integrale afweging van veel belangen. Het landschap en de totstandkomingsgeschiedenis daarvan is daarbij belangrijk, maar niet richtinggevend in alle gevallen.

Inspreker: 245 Graag werken wij met de gemeente Van dat aanbod maken wij graag gebruik. Enschede aan beheer, herstel en versterking van het landschap. Hier liggen veel kansen om bestaande opgaven en regelingen te bundelen. Te denken valt aan de opgaven vanuit de bossenstrategie, stikstofopgave (GGA), CO2 compensatie door bedrijven en het gemeentelijke 170.000 bomenplan. Inspreker: 21

1.27

1.28

245 Leidende rol voor de buurtkringen in gebiedsgerichte aanpak. Dit lijkt logisch, maar buurtkringen zijn divers ingericht en vertegenwoordiging achterban is heel divers. Als ze daadwerkelijk een grote rol krijgen moet geborgd zijn dat iedereen vertegenwoordigd wordt Inspreker: 269 De aanwezigheid van Stawel is fijn, maar kruisbestuiving tussen Stawel en buurtkringen is niet altijd goed. Daarom is onafhankelijkheid van Stawel op dit moment te betwisten Inspreker: 269

1.29

1.30

1.31

Het stemt ons tevreden dat de landgoederen een goede plek hebben gekregen. Inspreker: 273 Neem vragen, zorgen en bezwaren serieus door ze op inhoud te wegen en te behandelen en plaats suggesties en voorstellen altijd binnen de context van het grote maatschappelijke belang van meer duurzame energie. Inspreker: 277 Ik vind de stukken te ingewikkeld en te veel om voor een leek te bevatten. Inspreker: 234, 256, 278, 285

De gemeente zoekt de legitimiteit bij de gebiedsgerichte aanpak niet in de betrokkenheid van één of meer specifieke organisaties, maar in de wijze waarop het proces wordt georganiseerd. Dat proces moet waarborgen dat iedereen die dat wil, zijn inbreng kan leveren en dat alle belangen gewogen worden.

Wij zien Stawel als een betrouwbare partner in het landelijk gebied. Maar de gemeente zal, hoe zeer de rol van Stawel in het landelijk gebied ook wordt gewaardeerd, bij de toepassing van publiekrechtelijke bevoegdheden uiteindelijk zelf afwegingen maken en tot besluitvorming komen. Zie ook ons antwoord bij 1.27. Dat is fijn om te lezen.

Dit advies nemen we ter harte.

De maatregelen die in de Energievisie worden beschreven, hebben verstrekkende gevolgen. Dat geldt in het bijzonder voor de maatregelen die voorzien in de opwek van hernieuwbare elektriciteit. Dit vraagt enerzijds om uitgebreid onderzoek en anderzijds om een uitgebreide motivering van de gemaakte keuzes. Wij zijn ons ervan bewust dat de stukken die ter inzage zijn gelegd veel informatie bevatten. En ook dat die informatie niet altijd eenvoudig te doorgronden is. Om dit 22

gebrek te compenseren hebben we de Energievisie van een publieksversie voorzien, waarin de de belangrijkste conclusies zijn opgenomen. Ook het milieueffectrapport bevat een (publieks-) samenvatting. 1.32

Politiek heeft voorgenomen alleen zon en wind op land te plaatsen als er voldoende steun voor is. Dit vereist overleg en rekening houden met bewoners Inspreker: 297

1.33

1.34

Wij worden graag actief geïnformeerd over het vervolg van dit proces. Inspreker: 298 Er moet meer duurzame energie worden opgewekt. De Gemeente heeft daarbij een verantwoordelijkheid. Gemeente zou hier echter niet toe moeten verplichten, maar hierover het gesprek moeten aan gaan met haar inwoners. Maar bovenal vraag ik u om de durf te hebben het proces los te laten en alleen het einderesultaat (energieopgave) vast te houden. Vb: zonnepark Bronckhorst. Inspreker: 299

Wij zijn ons bewust van de noodzaak daarvan. We zien ons hierbij echter ook voor een dilemma geplaatst. Enerzijds signaleren we een breed levende wens naar een duurzame samenleving en een aanpak van het klimaatprobleem. De daarvoor noodzakelijke maatregelen raken in sommige gevallen echter aan de belangen van individuen en groepen in onze samenleving. De uitvoering van de Energievisie vraagt daarom soms ook om pijnlijke keuzes. Wat u hierbij van de gemeente mag verwachten dat is dat uw grieven altijd serieus genomen worden en dat er altijd een gedegen belangenafweging plaatsvindt. Maar het eindresultaat kan er dus uit bestaan dat de gemeente de bezwaren van de omgeving naast zich neerlegt. Wij zullen u informeren over het besluit van de gemeenteraad.

Uw voorstel om het proces los te laten klinkt aantrekkelijk, maar kan ook tot vrijblijvendheid leiden. En die vrijblijvendheid valt moeilijk te combineren met de noodzaak om op korte termijn maatregelen te nemen die een verdere opwarming van de aarde beperken. Ten aanzien van de uitbreiding van de productiecapaciteit voor hernieuwbare elektriciteit, zien wij de volgende taken voor onszelf weggelegd: - scheppen van duidelijkheid over de voorwaarden waaronder er in Enschede zonne- en windenergie kan worden geproduceerd; - scheppen van duidelijkheid over het proces dat daarbij moet worden doorlopen; 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=6be6983c-fcc9-4e64-85b1-25fe0637ce5f