3 TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff_Motivering wijzigingsbesluit
Tekst van het document
Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de geluidbelasting door stemgeluid, rekening houdend met de voorwaarden in artikel 23.1 van het omgevingsplan, aanvaardbaar is. Temeer daar het stemgeluid is opgenomen in het vastgestelde gezamenlijke geluid (artikel 27.1), waarmee bij het bepalen van de benodigde gevelwering volgens het Bkl rekening dient te worden gehouden. Geluid door tijdelijke activiteiten (tot 24 mei 2029) De voormalige drukpershal en het naastgelegen pand worden op basis van een omgevingsvergunning tot
44 steld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastge
uiterlijk 24 mei 2029 gebruikt voor onder andere evenementen (kenmerk 0153Z2023122200002; 24 mei 2024). Het is mogelijk dat nieuwe woningen in het plangebied eerder dan 24 mei 2029 in gebruik worden genomen. Vanwege deze mogelijke 'overlap' in tijd is de geluidinvloed vanwege dit tijdelijke gebruik inzichtelijk gemaakt. De basis hiervoor vormt het akoestisch onderzoek dat aan de tijdelijke omgevingsvergunning ten grondslag heeft gelegen. Om de geluidinvloed voor toekomstige bewoners zo veel mogelijk te beperken is onderzocht welke aanpassingen aan het vergunde tijdelijke gebruik nodig zijn om een aanvaardbare situatie te creëren voor de woningen die naar verwachting als eerste in gebruik worden genomen (en dus tegelijk met de tijdelijke vergunning). Het gaat om beperkingen voor zowel het 'Laadperron' (horeca/club) als voor de Drukpershal (evenementen) wat betreft openingstijden, muzieksoort en de locatie van het parkeerterrein. In het omgevingsplan (27.4) is bepaald dat voor 24 mei 2029 geen woningen in gebruik mogen worden genomen binnen de geluidcontour zoals opgenomen in Bijlage 3. Uitzondering hierop vormen woningen in het voormalig Wegenergebouw, onder voorwaarde van voldoende gevelisolatie. Dit zijn naar verwachting de woningen die binnen de geluidcontour van Bijlage 3 als eerste in gebruik worden genomen.
Buiten deze contour mogen woningen voor 24 mei 2029 alleen in gebruik worden genomen als wordt voldaan aan artikel 27.5. Daarin zijn bovenstaande uitgangspunten voor het gebruik van de Drukpershal en het Laadperron vastgelegd, inclusief een aanpassing van de geluidgrenswaarden die waren opgenomen in de voorschriften van de tijdelijke omgevingsvergunning. Onder deze voorwaarden is voldoende gezekerd dat de geluidinvloed door tijdelijke activiteiten op de beoogde woningen in het plangebied aanvaardbaar is. Overig geluid De planlocatie ligt niet nabij een spoorweg of een vliegveld. Geluid van railverkeer en vliegtuigen is niet relevant voor dit plan. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in de paragrafen 5.1.4.2 en 5.1.4.2a van het Bkl.
3.5.13
Trillinghinder
Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en artikel 5.87 Bkl. Trillinghinder en deze wijziging van het Omgevingsplan Er zijn in de omgeving van de planlocatie geen bronnen aanwezig die mogelijk trillinghinder kunnen veroorzaken, zoals spoorlijnen. Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl. 3.5.14
Geurhinder
In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 Bkl. De geur van een activiteit moet op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Geurhinder en deze wijziging van het Omgevingsplan Zoals vastgesteld in paragraaf 3.5.10 liggen er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of functies die mogelijk voor geurhinder ter plekke van de beoogde geurgevoelige gebouwen kunnen zorgen. Verder onderzoek naar geurhinder is niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen geen effect op omliggende gevoelige functies. De planwijziging voldoet de instructieregels in paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastgesteld) 45
3.5.15
Externe veiligheid
Externe Veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl (Waarborgen van de veiligheid). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Het betreft onder andere regels over het plaatsgebonden, risico, aandachtsgebieden, belemmeringengebieden voor buisleidingen en risico- en explosieaandachtsgebieden. Ook zijn in bijlage 7 van het Bkl activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreffen de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven; dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving.
Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Tot slot bevat paragraaf 4.10.4 van de provinciale omgevingsverordening ook instructieregels ten aanzien van externe veiligheid. Deze gaan onder andere over het provinciaal routenetwerk voor transport van gevaarlijke stoffen. Hierna gaan wij in op de diverse risicovolle activiteiten in relatie tot deze omgevingsplanwijziging. Externe veiligheid en deze wijziging van het Omgevingsplan In en nabij het plangebied liggen geen relevante risicobronnen. Er is geen sprake van opslag/stationaire activiteiten, vervoer over wegen (basisnet) of transport door buisleidingen van gevaarlijke stoffen waarbij een aandachtsgebied overlapt met het plangebied. Voor deze omgevingsplanwijziging zijn daarom zowel stationaire activiteiten als alle transportactiviteiten (buisleiding, weg, spoorweg, vaarweg) niet relevant. Ook ligt het plangebied niet binnen een reserveringsgebied voor de eventuele aanleg van nieuwe buisleidingen van nationaal belang. De planwijziging voldoet daarmee aan de instructieregels op gebied van externe veiligheid. 3.5.16
Overige fysieke veiligheid
De planlocatie wordt op drie punten ontsloten op doorgaande wegen. Hulpdiensten kunnen goed ter plaatse komen. De inrichting binnen het plangebied is afgestemd met de Veiligheidsregio Twente. In het ontwerp van de openbare ruimte is onder andere rekening gehouden met breedtes van wegen, draaicirkels, minimale hoogtes van onderdoorgangen en bereikbaarheid van bluswater. Waar nodig is hier rekening mee gehouden in de regels van het omgevingsplan. In onderstaande afbeelding zijn de rijroutes voor hulpdiensten binnen het plangebied indicatief aangegeven.
46 steld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastge
Afbeelding: indicatie rijroutes hulpdiensten De veiligheidsregio kan zich vinden in de opzet die er nu ligt. Wel hebben zij enkele aandachtspunten meegegeven voor de verdere uitwerking: Er moet een extra rijroute komen voor hulpdiensten (niet voor ander verkeer) aan de oostzijde van het plangebied, van de parkeerplaats bij het Wegener gebouw naar het oosten, langs Houten eiland. Dit kan ook een fietspad zijn dat breed genoeg is voor hulpdiensten. Er moeten opstelplaatsen naast het Houten eiland gerealiseerd kunnen worden. Dit is een aandachtspunt, omdat het de bedoeling is dat de omgeving hier drassig wordt. Wanneer de 'allesbinder' een hoofdfietsroute wordt, dan moet deze in principe ook voor hulpdiensten toegankelijk zijn. Eventueel realisatie van een bluswaterpoel. Wellicht is dit te combineren met een ecologische poel in het moeras. Rekening houdend met bovenstaande aandachtspunten is de fysieke veiligheid geen belemmering voor het realiseren van de ontwikkeling. 3.5.17
Milieueffectrapportage
Bij een wijziging van het omgevingsplan moet beoordeeld worden of er eventueel een milieueffectrapportage (m.e.r.), een m.e.r.-beoordeling of geen van deze twee nodig is. In hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit en de bijbehorende Bijlage V is geregeld voor welke ontwikkelingen en besluiten een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden. M.e.r. en deze wijziging van het Omgevingsplan De omgevingsplanwijziging maakt de gebiedsontwikkeling Cromhoff mogelijk, met maximaal 500 woningen en 3.600 m 2 aan overige functies. Dit is een activiteit die is genoemd of bedoeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit, namelijk een 'stedelijk ontwikkelingsproject' (J11). Er is een projectmer-beoordeling nodig voor deze omgevingsplanwijziging, zoals bedoeld in artikel 16.43 van de Omgevingswet. De mer-beoordeling is een toets, waarin aan de hand van in de Europese m.e.r-richtlijn opgenomen criteria wordt beoordeeld of aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten en er wel of geen sprake is van een mer-plicht. Om dat te bepalen is voor de ontwikkeling een notitie t.b.v. de mer-beoordeling opgesteld, welke in bijlage 9 bij deze motivering is opgenomen. Uit de notitie blijkt dat de beoogde ontwikkeling naar verwachting niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten.
Op basis van de notitie hebben burgemeester en wethouders besloten dat het niet noodzakelijk is om voor de beoogde ontwikkeling een volledige m.e.r. uit te voeren.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastgesteld) 47
Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede
© November 2025, gemeente Enschede