1 TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff planregels
Tekst van het document
18.1.2
Specifieke geb ruiksregels
Voor de activiteiten als bedoeld in lid 18.1.1 onder a gelden volgende voorwaarden: a. b.
c.
d.
e. f.
De activiteiten hebben geen of zeer beperkte invloed op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Buitenruimtes mogen alleen gebruikt worden voor (onderdelen van) activiteiten die qua aard en omvang vergelijkbaar zijn met een gebruik van een buitenruimte ten behoeve van het wonen (zoals het geluidsniveau van een normaal gesprek). De activiteiten vinden tussen 7:00 en 23:00 uur plaats, waarbij tussen 22:00 en 23:00 uur geldt dat alleen geluid is toegestaan dat gepaard gaat met vertrekkend verkeer en geluid dat vergelijkbaar is met een gebruik ten behoeve van het wonen. Het betreft de volgende activiteiten en daarmee vergelijkbare activiteiten, voor zover deze naar aard en omvang vergelijkbaar zijn qua invloed op het woon- en leefklimaat in de omgeving: 1. Tentoonstellingen en musea; 2. Kleinschalige voorstellingen, zoals theater/toneel, lezing, dans, ballet en muziek; 3. Workshops/onderwijs gericht op kunst, cultuur en creativiteit, zoals muziek, toneel, beeldende kunst en dans; 4. Niet-intensieve vormen van sport/beweging en spel, zoals yoga(-onderwijs), jeu de boules en escaperooms. Het betreft activiteiten met niet-versterkte muziek. De activiteiten zijn alleen toegestaan als wordt voldaan aan artikel 14.
18.1.3
Omgevingsplanactiviteiten geb ruik
Met een omgevingsvergunning kan niet zelfstandige horeca worden toegestaan (horeca-categorie 4), als onderdeel van een activiteit als bedoeld in lid 18.1.1 onder a. 18.1.4
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten gebruik
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 18.1.3 gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.
De oppervlakte van de niet zelfstandige horecafunctie telt niet mee in de toegestane oppervlakte aan zelfstandige horecafuncties als bedoeld in lid 19.1.2, maar artikel 14 blijft wel van toepassing; De horecafunctie is uitsluitend toegankelijk via de ingang van de functie waar de horecafunctie onderdeel van is. Overnachting is niet toegestaan.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastgesteld) 35
d.
Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.
18.2
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.
36 steld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastge
Artikel 19
19.1
Gebruiksactiviteiten
19.1.1 a.
b.
c.
Horeca - Cromhoff
Algemeen
Binnen het werkingsgebied Horeca - Cromhoff is zelfstandige horeca toegestaan, met dien verstande dat deze functie uitsluitend is toegestaan op de begane grond en beperkt is tot horecabedrijven in horeca-categorie 3. Bij nieuwvestiging of uitbreiding geldt de vergunningplicht zoals opgenomen in artikel 19.1.3. Op een locatie waar binnen het werkingsgebied Horeca - Cromhoff géén wonen is toegestaan (dit is de voormalige 'drukpershal'), is zelfstandige horeca als bedoeld onder a eveneens toegestaan op de eerste verdieping. Binnen het werkingsgebied Horeca - Cromhoff mogen de gronden gebruikt worden voor bij de onder a bedoelde activiteiten behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals: 1. parkeervoorzieningen en laden en lossen; 2. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals sloten, beken, vijvers, poelen, wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; 3. voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag; 4. groenvoorzieningen; 5. (openbare) nutsvoorzieningen; 6. uit- en inritten, toegangswegen, wandel- en fietspaden.
19.1.2
Specifieke geb ruiksregels
Voor de in lid 19.1.1 onder a genoemde activiteiten gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
Het bruto vloeroppervlak van zelfstandige horeca bedraagt in totaal maximaal 500 m 2 (exclusief terras), met dien verstande dat ook altijd voldaan wordt aan artikel 14. Het bruto vloeroppervlak bedraagt per zelfstandige horeca-unit maximaal 300 m 2 (exclusief terras). Er zijn maximaal 2 units met zelfstandige horeca toegestaan. In afwijking van lid 19.1.1 onder a is maximaal 1 café-restaurant met avondopening toegestaan (gesloten tussen 23:00 uur en 7:00 uur). Dit telt in dat geval als 1 van de 2 units als bedoeld onder c. De horeca moet passen binnen het samenhangende concept van Cromhoff, zoals beschreven in de "Ontwikkelvisie Cromhoff Enschede, Back to Basic", welke onderdeel is van de beleidsregels "Beeldkwaliteit en concept Cromhoff". Bijvoorbeeld horeca die zorgt voor verbinding met andere functies in het gebied en zich richt op verschillende doelgroepen.
19.1.3
Omgevingsplanactiviteiten geb ruik
De volgende activiteiten zijn alleen toegestaan met een omgevingsvergunning: a. b.
Nieuwvestiging of uitbreiding van zelfstandige horeca als bedoeld in lid 19.1.1 onder a, op of naar een locatie waar nog geen zelfstandige horeca aanwezig is. Een kleinschalig hotel of daarmee vergelijkbare verblijfshoreca, in afwijking van lid 19.1.1 onder a.
19.1.4 a. b.
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten gebruik
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.1.3 onder a moet voldaan worden aan de regels in lid 19.1.2. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.1.3 onder b gelden de volgende voorwaarden: 1. De vloeroppervlakte van de verblijfshoreca telt niet mee in de maximale totale bruto vloeroppervlakte van 500 m 2 voor zelfstandige horeca als bedoeld in lid 19.1.2 onder a, maar wel in de totale oppervlakte als bedoeld in artikel 14. 2. Het betreft maximaal 1 zelfstandig hotel (of vergelijkbare verblijfshoreca), op 1 locatie. Deze telt niet mee in het maximale aantal van 2 zelfstandige horeca-units als bedoeld in lid 19.1.2 onder c. 3. Het bruto vloeroppervlak bedraagt maximaal 350 m 2,, waarbij er geen beperking voor het aantal kamers of overnachtingsplekken geldt.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastgesteld) 37
4. 5. 19.1.5
Er wordt voldaan aan de regels in lid 19.1.2 onder d en e. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9. Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit gebruik
De aanvraag voor de omgevingsplanactiviteiten als bedoeld in lid 19.1.4 onder a en b bevat tenminste de volgende gegevens: a.
b. c.
Een plattegrond op schaal met: 1. De exacte locatie van (de uitbreiding van) de zelfstandige horeca. 2. De eventuele indeling in meerdere zelfstandige horeca-units. 3. De bruto vloeroppervlakte (in m 2) die voor (de uitbreiding van) de zelfstandig horeca gebruikt gaat worden, inclusief de vloeroppervlakte per eventuele zelfstandige horeca-unit. Een plattegrond op schaal met het voorgaande gebruik van de exacte locatie van (de uitbreiding van) de zelfstandig horeca. Een beschrijving van het horeca-concept waaruit in ieder geval blijkt: 1. Onder welke horeca-categorie het valt op basis van openingstijden, aanbod et cetera. 2. Waarom het past binnen het samenhangende concept van Cromhoff, zoals bedoeld in lid 19.1.2 onder e.
19.2
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.
38 steld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastge
Artikel 20
20.1
Gebruiksactiviteiten
20.1.1 a. b.
Kantoor - Cromhoff
Algemeen
Binnen het werkingsgebied Kantoor - Cromhoff is een zelfstandig kantoor toegestaan. Bij nieuwvestiging of uitbreiding geldt de vergunningplicht zoals opgenomen in artikel 20.1.3. Binnen het werkingsgebied Kantoor - Cromhoff mogen de gronden gebruikt worden voor bij de onder a bedoelde activiteiten behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals: 1. parkeervoorzieningen en laden en lossen; 2. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals sloten, beken, vijvers, poelen, wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; 3. voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag; 4. groenvoorzieningen; 5. (openbare) nutsvoorzieningen; 6. uit- en inritten, toegangswegen, wandel- en fietspaden.
20.1.2
Specifieke geb ruiksregels
Voor de in lid 20.1.1 onder a genoemde activiteiten gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.
Het bruto vloeroppervlak van zelfstandige kantoren bedraagt in totaal maximaal 300 m 2, met dien verstande dat ook altijd voldaan wordt aan artikel 14. Het bruto vloeroppervlak bedraagt per zelfstandige kantoor-unit minimaal 100 m 2 . Het betreft een bedrijf in de creatieve of technische branche, zoals een architectenbureau, interieur-ontwerper, mode-ontwerper, reclame-bedrijf of daarmee vergelijkbaar.
20.1.3
Omgevingsplanactiviteit geb ruik
De volgende activiteit is alleen toegestaan met een omgevingsvergunning: nieuwvestiging of uitbreiding van een zelfstandig kantoor als bedoeld in lid 20.1.1 onder a, op of naar een locatie waar nog geen zelfstandig kantoor aanwezig is. 20.1.4
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit gebruik
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 20.1.3 moet voldaan worden aan de regels in lid 20.1.2. 20.1.5
Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit gebruik
De aanvraag voor de omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 20.1.3 bevat tenminste de volgende gegevens: a.
b.
20.2
Een plattegrond op schaal met: 1. De exacte locatie van (de uitbreiding van) het zelfstandige kantoor. 2. De eventuele indeling in meerdere zelfstandige kantoorunits. 3. De bruto vloeroppervlakte (in m 2) die voor (de uitbreiding van) het zelfstandige kantoor gebruikt gaat worden, inclusief de vloeroppervlakte per eventuele zelfstandige kantoorunit. Een plattegrond op schaal met het voorgaande gebruik van de exacte locatie van (de uitbreiding van) het zelfstandige kantoor. Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastgesteld) 39
Artikel 21
21.1
Gebruiksactiviteiten
21.1.1 a. b.
Maatschappelijk
Algemeen
Binnen het werkingsgebied 'Maatschappelijk' mogen de gronden gebruikt worden voor maatschappelijke basisfuncties. Binnen het werkingsgebied Maatschappelijk mogen de gronden gebruikt worden voor bij de onder a bedoelde activiteiten behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals: 1. parkeervoorzieningen en laden en lossen; 2. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals sloten, beken, vijvers, poelen, wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; 3. voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag; 4. groenvoorzieningen; 5. (openbare) nutsvoorzieningen; 6. uit- en inritten, toegangswegen, wandel- en fietspaden.
21.1.2
Specifieke geb ruiksregels
De activiteiten als bedoeld in lid 21.1.1 onder a zijn alleen toegestaan als wordt voldaan aan artikel 14. 21.1.3
Omgevingsplanactiviteiten geb ruik
De volgende maatschappelijke functies zijn alleen mogelijk met een omgevingsvergunning: a. b.
Kinderopvang. Onderwijs en daaraan gerelateerde leer- en werkplekken.
21.1.4 a.
b.
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten gebruik
Voor het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 21.1.3 onder a gelden de volgende voorwaarden, aanvullend op de voorwaarde in artikel 21.1.2: 1. er is maximaal 1 kinderopvang in het werkingsgebied 'Maatschappelijk' aanwezig. 2. er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9, met uitdrukkelijke aandacht voor het woon- en leefklimaat in de omgeving, hinder voor omliggende functies en de parkeersituatie. Voor het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 21.1.3 onder b moet, aanvullend op de voorwaarde in artikel 21.1.2, worden voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.
21.2
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.
40 steld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastge
Artikel 22
Groen
22.1
Gebruiksactiviteiten
22.1.1
Algemeen
Binnen het werkingsgebied Groen mogen de gronden gebruikt worden voor a. b. c. d. e. f. g. h.
groenvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals sloten, beken, vijvers, poelen, wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; in- en uitritten (inclusief paden voor hulpdiensten), wandel- en fietspaden; speelvoorzieningen en recreatief medegebruik; (openbare) nutsvoorzieningen; stadslandbouw; bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken; het gebruik als bedoeld in lid 23.1 (Verkeer), voor zover het gaat om een totale grondoppervlakte van maximaal 5.000 m 2 binnen werkingsgebied Groen in het plangebied.
22.1.2 a. b.
22.1.3 a.
b.
Omgevingsplanactiviteiten geb ruik
Een overschrijding van de grondoppervlakte van 5.000 m 2 als bedoeld in lid 22.1.1 onder h (gebruik ten behoeve van Verkeer, als bedoeld in lid 23.1), is alleen toegestaan met een omgevingsvergunning. Op voorwaarde van een omgevingsvergunning is in de directe nabijheid van bouwwerken binnen de aanduiding 'karakteristiek' in werkingsgebied Groen (hierna: de oude fabrieksmuur) op kleine schaal ander gebruik dan genoemd in lid 22.1.1 mogelijk, zoals een ontmoetingsplek, kleinschalige daghoreca of een kunstgalerie. Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten gebruik
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 22.1.2 onder a gelden de volgende voorwaarden: 1. Het gebruik als bedoeld in lid 23.1 mag horizontaal niet verder dan 5 meter afwijken van het werkingsgebied Verkeer of het werkingsgebied bouwvlak. 2. Het gebruik als bedoeld in lid 23.1 is noodzakelijk uit een oogpunt van functionaliteit en/of veiligheid. 3. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9, waarbij uitdrukkelijk aandacht uitgaat naar het zoveel mogelijk voorkomen van aantasting van natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 22.1.2 onder b voor ander gebruik op kleine schaal gelden de volgende voorwaarden: 1. Het gebruik vindt plaats binnen 10 meter afstand van de oude fabrieksmuur. 2. De beleving van de oude fabrieksmuur wordt vergroot door het gebruik. 3. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.
22.2
Omgevingsplanactiviteit uitvoeren van werken en werkzaamheden
22.2.1
Omgevingsplanactiviteit
Binnen het werkingsgebied "overige zone - beperkingen groen" is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het rooien en verwijderen/afgraven van bosbodem, houtwallen en singels; het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van (andere) oppervlakteverhardingen;
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastgesteld) 41
e. f. g.
het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; het graven en/of dempen van sloten en het door afwateren, ontwateren of afdammen wijzigen van de grondwaterstand; het leggen van drainagebuizen.
22.2.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in lid 22.2.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. Hieronder vallen ook kap- en snoeiwerkzaamheden ten behoeve van de veiligheid. 22.2.3
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit werkzaamheden en werken
Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit binnen het werkingsgebied "overige zone beperkingen groen" als bedoeld in lid 22.2.1, wordt alleen verleend onder de volgende voorwaarden: a. b.
c.
De activiteit is noodzakelijk uit een oogpunt van functionaliteit en/of veiligheid. Het aanbrengen van verharding is alleen mogelijk ten behoeve van een doorgaand fietspad, waarbij het gehele fietspad niet verder dan 5 meter ten westen van de oostelijke grens van de aanduiding "overige zone - beperkingen groen" mag liggen. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9, waarbij extra aandacht uitgaat naar het voorkomen van aantasting van natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
22.3 a. b.
c.
d.
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4. In afwijking van a mag ter plaatse van de aanduiding "overige zone - beperkingen groen" niet worden gebouwd, met uitzondering van: 1. erf- en perceelafscheidingen; 2. straatmeubilair en constructies ten behoeve van een doorgaand fietspad in combinatie met een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 22.2.1, waarbij alle bouwwerken niet verder dan 5 meter ten westen van de oostelijke grens van de aanduiding "overige zone - beperkingen groen" liggen. In aanvulling op a geldt dat bouwwerken voor stadslandbouw zijn toegestaan in een bouwvlak. Bouwwerken ten behoeve van stadslandbouw buiten een bouwvlak moeten voldoen aan het bepaalde onder d sub 3. In aanvulling op a gelden de volgende beoordelingsregels voor bouwwerken aan of in de directe nabijheid van bouwwerken binnen de aanduiding 'karakteristiek' in werkingsgebied Groen (hierna: de oude fabrieksmuur): 1. De maximum bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van constructieve versteviging van de oude fabrieksmuur is gelijk aan de hoogte van de oude fabrieksmuur. 2.
Binnen 5 meter afstand aan weerszijden van de oude fabrieksmuur is de maximum bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde gelijk aan de hoogte van de oude fabrieksmuur, voorzover het gaat om beeldende kunst of bouwwerken ten behoeve van recreatie waarmee de beleving van de oude fabrieksmuur wordt vergroot. 3. Voor bouwwerken ten behoeve van stadslandbouw buiten een bouwvlak en voor bouwwerken ten behoeve van gebruik dat op grond van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 21.1.2 onder b is toegestaan, gelden de volgende voorwaarden: De bouwhoogte is maximaal 5 meter; Bouwwerken staan binnen een afstand van 5 meter aan weerszijden van de oude fabrieksmuur; De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen is in totaal maximaal 50 m 2. Er wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9.
42 steld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastge
Artikel 23
23.1 a.
b.
23.2
Verkeer
Gebruiksactiviteiten Binnen het werkingsgebied Verkeer mogen de gronden gebruikt worden voor: 1. wegen; 2. woonerven; 3. pleinen; 4. voet- en fietspaden; 5. laden en lossen; 6. parkeervoorzieningen; 7. groenvoorzieningen; 8. waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; 9. speelvoorzieningen; 10. straatmeubilair; 11. nutsvoorzieningen; 12. verkeersvoorzieningen; 13. een openbare trap; 14. bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken. Ter plaatse van de aanduiding "overige zone - terras" is een terras toegestaan ten behoeve van horeca als bedoeld in artikel 19, waarbij geldt: 1. Een oppervlakte van maximaal 150 m 2 is ingericht danwel in gebruik is als terras. 2. Versterkte muziek is niet toegestaan buiten het gebouw van de bijbehorende horeca. 3. Het terras is gesloten tussen 23:00 uur en 07:00 uur. Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken gelden de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastgesteld) 43
Hoofdstuk 4 Artikel 24
24.1 a.
b. c. d. e.
f.
Activiteiten per thema
Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater
Algemene regels waterberging Als het verhard oppervlak (bouwwerken en/of overige verharding) wordt aangepast, moeten in verhouding met de oppervlakte van het verhard oppervlak op het bouwperceel voldoende voorzieningen gerealiseerd worden voor het bergen en/of in de bodem infiltreren van hemelwater afkomstig van dat verhard oppervlak, bij voorkeur in combinatie met drainage. De minimum bergingsopgave als bedoeld onder a bedraagt 55 mm per m 2 verhard oppervlak. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden binnen het plangebied (uiteraard met toestemming grondeigenaar). De onder a bedoelde berging of infiltratie van hemelwater dient het (teveel aan) water af te wateren op een voorziening voor de ontvangst van hemelwater in het openbaar toegankelijk gebied. In afwijking van c is het mogelijk om de voorzieningen als bedoeld onder a niet (geheel) binnen het plangebied te realiseren, onder de volgende voorwaarden (uiteraard met toestemming eigenaar terrein buiten plangebied): 1. Berging of infiltratie van hemelwater is redelijkerwijs niet geheel mogelijk op doelmatige wijze binnen het plangebied. 2. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied wordt ten allen tijde voldoende voorzien in waterbergende voorzieningen in relatie met de hoeveelheid verhard oppervlak in het plangebied. 3.
In het geval van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken of een andere omgevingsplanactiviteit waarbij het verhard oppervlak wordt aangepast, wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9. De voldoende waterbergende voorzieningen als bedoeld onder a moeten in stand gehouden worden.
24.2 Beoordelingsregels waterberging bij omgevingsplanactiviteiten ten aanzien van bouwwerken en verharding Bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken of een andere omgevingsplanactiviteit waarbij het verhard oppervlak wordt aangepast, gelden de regels in artikel 24.1 als beoordelingsregels.
44 steld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastge
Artikel 25
25.1 a.
b. c.
d. e.
f.
25.2
Parkeren
Algemene regels parkeren Bij het (ver)bouwen van bouwwerken en/of het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden moet, gelet op de omvang en het gebruik daarvan, in voldoende mate worden voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren van auto's; 2. het stallen van fietsen, scooters en andere soortgelijke vervoersmiddelen. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden binnen het plangebied. In afwijking van b is het mogelijk om de voorzieningen als bedoeld onder a niet geheel binnen het plangebied te realiseren, onder de volgende voorwaarden: 1. Er wordt aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte voorzien; 2. In het geval van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of voor het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in artikel 9. Stallingsplaatsen voor fietsen van bewoners van appartementen dienen inpandig (in een gebouw of onder een overkapping) te worden gerealiseerd. Bij de beoordeling of er wordt voldaan aan het genoemde onder a gelden voor: 1. het parkeren van auto's: de normen voor 'Schilwijken/binnensingelgebied' uit de voorheen geldende 'Nota Parkeernormen Enschede 2017'; 2.
het stallen van fietsen, scooters en soortgelijke vervoersmiddelen: de normen voor 'Binnensingelgebied' uit de 'Nota Parkeernormen gemeente Enschede 2025' (of beleidsregel die deze Nota wijzigt of vervangt). Bij de beoordeling of er wordt voldaan aan het genoemde onder a wordt verder getoetst aan de richtlijnen (zoals afmetingen parkeerplaatsen en richtlijnen voor toepassing parkeernomen fietsparkeren) in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen gemeente Enschede 2025' of in een beleidsregel die deze Nota wijzigt of vervangt. Beoordelingsregels parkeren bij omgevingsplanactiviteiten bouwwerken en gebruik
Bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of een omgevingsplanactiviteit voor het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden, gelden de regels in artikel 25.1 als beoordelingsregels.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastgesteld) 45
Artikel 26
Cultuurhistorie
26.1
Karakteristieke objecten
26.1.1
Verbod b ouwen en slopen
Binnen het werkingsgebied 'overige zone - karakteristiek' is het verboden om bouwkundige wijzigingen aan te brengen in de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van bebouwing. Daaronder wordt ook het geheel of gedeeltelijk slopen van bebouwing verstaan. 26.1.2
Uitzonderingen op verbod
Het verbod als bedoeld in lid 26.1.1 geldt niet voor wijzigingen aan bebouwing: a. b. c.
d.
die ten tijde van inwerkingtreding van dit plan voor de locatie van de betreffende bebouwing waren toegestaan en in uitvoering waren; die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen; die niet zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied, tenzij; 1. het wijzigingen aan bebouwing betreft die zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied zijn te maken door het rooien van beplanting of het weghalen van een erfafscheiding; 2. het wijzigingen betreft aan objecten buiten de bebouwde kom. anders dan bedoeld onder a t/m c en waarbij de cultuurhistorisch deskundige oordeelt dat het een wijziging van geringe omvang is of dat er geen sprake is van een wijziging van de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van de bebouwing. Het betreft bijvoorbeeld delen van een bouwwerk die niet bijdragen aan de karakteristiek van het bouwwerk.
26.1.3
Omgevingsplanactiviteit karakteristieke objecten
Op voorwaarde van een omgevingsvergunning is het (in afwijking van het bepaalde in lid 26.1.1) mogelijk om bouwkundige wijzigingen in de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van bebouwing aan te brengen. 26.1.4 a.
b.
c.
d.
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit karakteristieke objecten
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 26.1.3 wordt beoordeeld of de aangevraagde bouwkundige wijzigingen aanvaardbaar zijn in relatie tot de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen van het karakteristieke object. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van de beleidsregel 'Koesteren cultuurhistorie' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde of vervangende beleidsregel. Bij een aanvraag voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken vindt de beoordeling als bedoeld onder a plaats door uitvoering van het verplichte proces in artikel 1 van de beleidsregels "Beeldkwaliteit en concept Cromhoff", als bedoeld in artikel 6.2 onder a en artikel 12.1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 26.1.3 wordt in ieder geval verleend in de volgende gevallen: 1. de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen zijn niet langer aanwezig en kunnen niet zonder ingrijpende wijzigingen aan de bebouwing worden hersteld; 2. de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen zijn in redelijkheid niet langer te handhaven. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 26.1.3 wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders altijd advies aan een cultuurhistorisch deskundige.
Als het gaat om een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt dat advies gegeven door de cultuurhistorisch deskundige die onderdeel is van het Q-team bij de betreffende aanvraag.
46 steld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastge
Artikel 27
27.1 a.
b.
c.
27.2 a.
b.
27.3 a. b.
c.
d.
Geluid
Beoordelingsregels geluid bij omgevingsplanactiviteit bouwwerken Onder het 'gezamenlijk geluid' dat op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in het omgevingsplan moet worden vastgelegd (en waarnaar wordt verwezen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)), wordt in dit plan verstaan: de geluidbelasting op het meest nabij het te bouwen geluidgevoelige gebouw gelegen rekenpunt als weergegeven in Bijlage 1. In geval van het bouwen van een geluidgevoelig gebouw buiten een bouwvlak, binnen het werkingsgebied "overige zone - standaardwaarde geluid wegverkeer", mag de geluidbelasting vanwege gemeentelijke wegen niet meer bedragen dan (zie Bijlage 2 voor de genoemde deelgebieden): 62 dB in deelgebied Parkwonen; 57 dB in deelgebied Industriekwartier; 63 dB in deelgebied Stadsbalkon/Houten Eiland. In geval van het bouwen van een geluidgevoelig gebouw binnen het werkingsgebied "overige zone standaardwaarde geluid wegverkeer" gelden de volgende beoordelingsregels: 1. Grondgebonden woningen moeten minimaal één geluidluwe gevel hebben waarop de geluidbelasting vanwege de geluidbronsoort gemeentelijke wegen niet hoger is dan 53 dB (standaardwaarde). 2.
Appartementen en andere geluidgevoelige gebouwen (niet zijnde grondgebonden woningen) moeten, voor zover haalhaar gezien kosten, technische uitvoerbaarheid en/of stedenbouwkundige inpassing, minimaal één geluidluwe gevel hebben waarop de geluidbelasting vanwege de geluidbronsoort gemeentelijke wegen niet hoger is dan 53 dB (standaardwaarde). 3. Als er een buitenruimte bij het geluidgevoelige gebouw is, dan moet deze gesitueerd zijn aan de geluidluwe zijde, voor zover dit haalbaar is gezien kosten, technische uitvoerbaarheid en/of stedenbouwkundige inpassing. Omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk - Ontsluitingsweg Het is verboden zonder een omgevingsvergunning een ontsluitingsweg binnen het plangebied aan te (laten) leggen of te wijzigen als: 1. Op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het geluidaandachtsgebied (als bedoeld in het Bkl) van die weg en 2. Het een weg betreft die valt onder het toepassingsbereik zoals bedoeld in artikel 5.78i van het Bkl (meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal). Het onder a bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden, die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk - Ontsluitingsweg Voor de omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 27.2 gelden de beoordelingsregels zoals opgenomen in artikel 5.78m t/m 5.78 q van het Bkl. Als toepassing wordt gegeven aan artikel 5.78n van het Bkl ('overschrijding standaardwaarde of toename') dan moet worden onderzocht of, al dan niet met inzet van geluidwerende maatregelen, wordt voldaan aan 'binnenwaarden' zoals opgenomen in artikel 3.53 van het Bkl ('geluidwerende maatregelen'). Als uit het onderzoek onder b volgt dat geluidwerende maatregelen nodig zijn, dan moet op het moment van vergunningverlening voldoende zeker zijn dat deze worden getroffen voordat de weg in gebruik wordt genomen ten behoeve van de gebruiksactiviteiten als bedoeld in artikelen 16, 17, 18, 19, 20 en 21. Het bepaalde onder c is niet van toepassing als sprake is van één van onderstaande gevallen: 1. De eigenaar van het geluidgevoelige gebouw verleent geen medewerking aan het onderzoek naar het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen zijn gebouw en naar de noodzakelijke geluidwerende maatregelen. 2. De eigenaar verleent geen medewerking aan het treffen van geluidwerende maatregelen. 3. Er zijn zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard tegen het treffen van de geluidwerende maatregelen.
Als er andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidwering zoveel mogelijk te verbeteren moeten die andere maatregelen wel worden getroffen.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastgesteld) 47
4.
5.
27.4 a.
b.
Het geluidgevoelige gebouw heeft gebreken, als bedoeld in artikel 3.53 lid 5 van het Bkl, die in de weg staan aan het treffen van de geluidwerende maatregelen en de eigenaar van het gebouw heeft deze niet tijdig hersteld. Het is aannemelijk dat het geluidgevoelige gebouw binnen vijf jaar wordt onteigend of gesloopt of dat binnen vijf jaar het omgevingsplan wordt gewijzigd zodat op die locatie geen geluidgevoelig gebouw meer is toegelaten. Verbod wonen tot en met 24 mei 2029
Tot en met 24 mei 2029 (einddatum tijdelijke omgevingsvergunning met kenmerk 0153Z2023122200002) is wonen niet toegestaan binnen de geluidcontour zoals opgenomen in Bijlage 3. Het verbod onder a geldt niet voor het blauw omkaderde gebied in Bijlage 3 (voormalig 'Wegenergebouw' en 'Skybox'), onder de voorwaarde dat de karakteristieke gevelwering van de woningen in dat blauw omkaderde gebied zodanig is dat in de representatieve bedrijfssituatie sprake is van een geluidniveau in de woningen van ten hoogste: 1. 35 dB(A) in de dagperiode (07.00 uur-19.00 uur). 2. 30 dB(A) in de avondperiode (19.00 uur- 23.00 uur). 3. 25 dB(A) in de nachtperiode (23.00 uur-07.00 uur).
27.5
Voorwaardelijke verplichtingen wonen tot en met 24 mei 2029
Tot en met 24 mei 2029 is wonen binnen het plangebied, buiten de contour zoals opgenomen in Bijlage 3, alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.
b.
Voor evenementen en horeca gelden, in afwijking van de voorschriften in de tijdelijke omgevingsvergunning van 24 mei 2024 met kenmerk 0153Z2023122200002, de volgende condities: 1. Representatieve bedrijfssituatie Horeca/club gedeelte (Laadperron): 07.00 uur - 23.00: uur gebruik conform omgevingsvergunning 24 mei 2024; 23.00 uur - 07.00 uur: horeca gesloten; locaties en gebruik van parkeerterreinen en installaties overeenkomstig de uitgangspunten zoals opgenomen in Bijlage 4. 2. Representatieve bedrijfssituatie Voormalige drukpershal: achtergrondmuziek ten hoogste 75 dB(A) popmuziek in het pand; 23.00 uur - 07.00 uur: geen activiteiten; locaties en gebruik van parkeerterreinen en installaties overeenkomstig de uitgangspunten zoals opgenomen in Bijlage 4. 3. Incidentele bedrijfssituatie Voormalige drukpershal: 2x per jaar ten hoogste 103 dB(A) housemuziek in het pand; 8x per jaar ten hoogste 95 dB(A) popmuziek in het pand. locaties en gebruik van parkeerterreinen en installaties overeenkomstig de uitgangspunten zoals opgenomen in Bijlage 4. Daarbij geldt dat tijdens de incidentele situatie van 8x per jaar alleen geparkeerd mag worden op het zuidelijke parkeerterrein.
De geluidnormen en voorschriften in Bijlage 5 gelden in plaats van de geluidnormen en voorschriften onder 1.1.1, 1.1.3, 1.1.4 en 1.1.5 van de geluidparagraaf als bedoeld onder voorschrift 20 (Geluid) van de tijdelijke omgevingsvergunning van 24 mei 2024 met 0153Z2023122200002.
48 steld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22A Cromhoff (vastge
Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede
© November 2025, gemeente Enschede