PSWR Enkhuizen 2025-2027
Tekst van het document
We maken afspraken met partijen die bij calamiteitensituaties betrokken zijn, zoals de veiligheidsregio. Ook onderzoeken we de kwetsbaarheid van onze waterketenvoorzieningen bij overstroming. In regionaal verband denken we na hoe we de drinkwatervoorziening en afvalwaterverwerking tijdens (langdurige) uitval toch kunnen waarborgen.
25
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
5. Huidige situatie (areaal en nulmeting) In totaal bezit de gemeente Enkhuizen voor 148 kilometer aan rioleringsleidingen. Het grootste deel hiervan is een vrijvervalstelsel: 127 kilometer. Vrijvervalstelsels verplaatsen water door middel van zwaartekracht naar lagergelegen punten. Daarnaast bezit de gemeente nog voor 21 kilometer aan mechanische riolering. Mechanische riolering maakt gebruik van pompen om water door middel van overdruk (drukriolering) of onderdruk (vacuümleiding) te transporteren. De ligging van de rioolstelsel in de gemeente Enkhuizen is te zien in Figuur 2.
Figuur 2: Overzicht riolering in gemeente Enkhuizen. Links: vrijvervalstelsels; Rechts: mechanische riolering.
Om dit systeem goed te laten functioneren is er aanvullende infrastructuur nodig, zoals gemalen, overstorten en uitlaten. Lozingen via deze infrastructuur zijn opgedeeld in lozingen uit gemengde stelsels en uit gescheiden en verbeterd gescheiden stelsels. Water afkomstig uit deze laatste twee is vaak schoner dan lozingen uit gemengde stelsels. De kwaliteit van deze lozingen wordt gecontroleerd door middel van meetpunten. Een overzicht van het rioleringssysteem, inclusief deze extra infrastructuur is te vinden in Tabel 2.
26
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Tabel 2: Overzicht areaal rioleringssysteem gemeente Enkhuizen. Systeem
Type
Omvang
Eenheid
Gemengd
37
km
Vuilwater
42
km
Hemelwater
48
km
Drukriolering
11
km
Persleidingen
9
km
Hoofdgemalen
15
st
Tunnelgemalen
-
st
Oppervlaktewatergemalen
8
st
92
st
Vrijverval Riolering
Gemalen
Drukriolering (pompunits) Externe overstorten
Zonder randvoorziening
43
st
HWA-uitlaten
Inclusief gecombineerde HWA- en drainage uitlaten
116
st
Drainage-uitlaten
8 locaties met drainageputten
230
st
-
st
Gemengd
161
st
Vuilwater
1018
st
Hemelwater
1751
st
23
km
Grondwater
7
st
Afvalwater
41
st
Oppervlaktewater
5
st
Infiltratievoorzieningen
Kolken
DT/IT riolering
Meetpunten
Leeftijdsopbouw Gemengde rioolstelsels waren lang de norm. Sinds de jaren ’90 worden echter voornamelijk gescheiden stelsels aangelegd. Dit is terug te zien in de leeftijdsopbouw van het areaal in de gemeente Enkhuizen. Enkhuizen is uitzonderlijk in dat een deel van de riolering aangelegd is in de 19e eeuw. In de binnenstad ligt nog enkele honderden meters aan riolering uit 1850. In totaal is 3,5 km aan riolering in de gemeente ouder dan 1950. De grootste aanlegopgave heeft plaatsgevonden in de jaren ’80, wanneer 32 km aan vrijvervalstelsel is aangelegd. De leeftijdsopbouw van het hele areaal is te zien in Figuur 3.
27
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
35
Lengte in km
30 25 20 15 10 5 0
gemengd riool
hemelwaterriool
infiltratieriool
vuilwaterriool
Figuur 3: Leeftijdsopbouw van het vrijvervalrioolstelsel van de gemeente Enkhuizen.2
Lengte in km
Inspectiegraad Een belangrijke reden om een nieuw PSWR op te stellen was de inhaalslag voor rioolinspecties die gemaakt is in de afgelopen planperiode. In Figuur 4 is de inspectiegraad van het vrijvervalriool weergegeven. De periode die aangehouden wordt voor inspectie is 2004-2024. In totaal is 2,2km aan vrijvervalriolering niet geïnspecteerd in deze periode. Sinds de datum van het vorige PSWR (1910-22) is in totaal 20 km aan vrijvervalriolering geïnspecteerd, waaronder 5 km aan gemengd riool, 8 km aan hemelwaterriool en 7 km aan vuilwaterriool. 35 30 25 20 15 10 5 0
Aanlegperiode Niet geinspecteerd
Geinspecteerd
Totaal
Figuur 4: Inspectiegraad van het vrijvervalrioolstelsel in de gemeente Enkhuizen.
Areaalontwikkeling komende periode Binnen de gemeente Enkhuizen zijn geen grote nieuwbouwontwikkelingen gepland. Hiermee is er de verwachting dat er geen grootschalige areaalontwikkeling plaatsvindt.
2
Van 1.2 km vrijvervalriolering is het aanlegjaar onbekend.
28
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
6. Uitvoeringsprogramma In dit hoofdstuk staan de activiteiten die de gemeente Enkhuizen uitvoert om aan de eerder uiteengezette taken en plichten te kunnen voldoen. Maatregelen zijn verdeeld over de maatregelen die we in samenwerking met onze partners in de regio uitvoeren en de maatregelen die we zelfstandig verrichten.
Gezamenlijk programma Om efficiënt te kunnen werken voeren we sommige activiteiten samen met onze partners in de samenwerkingsregio West-Friesland. Hieronder valt bijvoorbeeld periodiek overleg, het opstellen van gezamenlijk beleid en het bundelen van kennis. In het voorgaande PSWR werden deze activiteiten apart opgenomen. Omdat andere kosten met betrekking tot samenwerking onder het kopje Facilitair zijn meegenomen hebben we in deze herziening ervoor gekozen om de kosten voor de samenwerkingsregio ook onder Facilitair op te nemen. Op deze manier staan deze kosten onder één post.
Gemeentelijk uitvoeringsprogramma Bovenop de activiteiten die we samen uitvoeren zijn er ook taken die we als gemeente Enkhuizen zelfstandig uitvoeren. In de onderstaande hoofdstukken zijn deze activiteiten uiteengezet. Dezen zijn verdeeld in “Personeel en overhead”, “Onderhoud regulier”, “Planvorming en onderzoek” en “Facilitair”.
Personeel en overhead Zonder onze mensen is het stedelijk watersysteem niet te onderhouden. Onder de kop personeel en overhead vallen de loonkosten en de overige kosten die gemaakt worden zodat ons personeel hun taken goed kunnen uitvoeren. De kosten omhelzen de totale kosten voor het benodigd personeel, dus inclusief inhuur en toerekening van overhead. Enkel de post uitbesteedde werkzaamheden is geen onderdeel van personeel en overhead. Activiteiten
2025
2026
2027
Loonkosten en overhead
€ 631.646
€ 631.646
€ 631.646
Totaal
€ 631.646
€ 631.646
€ 631.646
29
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Onderhoud regulier Zonder onderhoud kan het stedelijk watersysteem niet functioneren. Dit betekent dat we onze leidingen reinigen en onze kolken schoonhouden. Dit groeperen we onder “Onderhoud regulier”. Activiteiten
2025
2026
2027
Uitbestede werkzaamheden
€ 40.000
€ 40.000
€ 40.000
Aankoop materieel
€ 6.400
€ 6.400
€ 6.400
Cyclische inspectie en reiniging riolen
€ 92.100
€ 92.100
€ 92.100
Onderhoud IBA’s
€ 2.000
€ 2.000
€ 2.000
Reinigen kolken en lijngoten
€ 45.100
€ 45.100
€ 45.100
Klein onderhoud
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€-
€-
€-
Onderhoud drukriolering
€ 40.150
€ 40.150
€ 40.150
Veegkosten
€ 102.533
€ 102.533
€ 102.533
Baggeren
€ 19.257
€ 51.250
€ 96.935
Totaal
€ 447.540
€479.533
€ 525.218
Onderhoud grondwaternetwerk3
Planvorming en onderzoek Om een goed beeld te krijgen op het soort werkzaamheden dat we moeten uitvoeren stellen we plannen op, waar we onze werkzaamheden op kunnen baseren. Onderzoek is nodig om de staat van ons systeem duidelijk te hebben, zodat we doelmatig kunnen optreden. We groeperen dit onder “Planvorming en onderzoek”. Activiteiten
2026
2027
Opstellen SSW
€30.000
€-
€-
Opstellen PSWR
€-
€-
€ 15.000
Plannen onderzoek klimaatadaptatie
€ 7.800
€ 7.800
€ 7.800
Inhaalslag inspecties
€ 55.700
€ 55.700
€-
Grondwateronderzoek
€ 8.250
€ 8.250
€ 8.250
Overig onderzoek
€ 21.300
€21.300
€21.300
Onderzoek deelgebieden
€ 18.000
€ 18.000
€ 18.000
Onderzoek indirecte lozingen
€ 7.242
€ 7.242
€-
€ 148.292
€118.292
€ 70.350
Totaal
3
2025
De kosten hiervan zijn meegenomen in grondwateronderzoek onder het kopje “Planvorming en onderzoek”
30
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Facilitair Om al deze activiteiten mogelijk te maken zijn er ondersteunende diensten nodig. Denk hierbij aan telefoonkosten, elektrakosten en software die we gebruiken om ons systeem optimaal te laten functioneren. Deze groepen wij onder “Facilitair”. Activiteiten
2025
2026
2027
Elektra
€ 53.200
€ 53.200
€ 53.200
Contributies en lidmaatschappen
€ 15.006
€ 15.006
€ 15.006
Telemetrie gemalen
€ 10.500
€ 10.500
€ 10.500
Perceptiekosten
€ 8.000
€ 8.000
€ 8.000
Totaal
€ 86.706
€ 86.706
€ 86.706
Investeringen Naast de activiteiten die we jaarlijks uitvoeren zijn er ook grotere investeringen. Hieronder vallen grote projecten, zoals de aanleg van nieuwe rioolstelsels of het periodiek vervangen van onze vrijvervalriolering of mechanische riolering. In het onderstaande hoofdstuk leggen we uit hoe we deze opgaven aanpakken. Lopende investeringen In de gemeente Enkhuizen hebben we in de komende planperiode meerdere projecten gepland. Daarnaast voeren we enkele kleinere vervangingen en verbeteringen door op straatniveau. Ook zijn er jaarlijkse budgetten voor het mechanische rioolstelsel en de randvoorzieningen. In totaal investeren we voor circa € 5 miljoen in de planperiode. Activiteiten Investeringen hoofdriool Investeringen mechanische riolering en randvoorzieningen Totaal
2025
2026
2027
€ 1.389.000
€ 1.292.700
€ 1.420.000
€ 537.050
€ 537.050
€ 52.250
€ 1.926.050
€ 1.829.750
€ 1.472.250
Periodieke vervanging vrijvervalriolering: Wanneer een rioolbuis het einde van diens levensduur heeft bereikt wordt deze vervangen. Het uitgangspunt voor een levensduur van een rioolbuis is 60 jaar. Een buis die in 1984 is gelegd zou dan in 2044 vervangen moeten worden. In werkelijkheid kan deze levensduur langer, of zelfs korter dan deze 60 jaar zijn. We inspecteren ons riool regelmatig om te kijken of dit nog functioneert zoals het hoort. Op basis hiervan stellen we onze vervangingsplanning bij. Riolen die aan het einde van hun theoretische levensduur zijn, maar nog in goede staat krijgen hun levensduur bijgesteld. Riolen met kleine schade worden gerepareerd of verzorgd, zodat ook voor dezen hun levensduur verlengd wordt. Tenslotte zijn er de riolen die nog niet hun theoretische levensduur bereikt hebben, maar die ook niet meer naar behoren functioneren. Deze worden eerder vervangen dan eigenlijk gepland was. In Figuur 5 zijn de resultaten van onze inspecties van de laatste 15 jaar weergegeven. Deze resultaten vormen de basis van onze vervangingsplanning. Riolen die niet geïnspecteerd zijn kunnen geen vervangingsjaar op basis van de actuele kwaliteit krijgen. Omdat vervanging op basis 31
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
van levensduur vaak een onnauwkeurige vervangingsplanning oplevert schatten we naar rato de levensduur van niet geïnspecteerde leidingen op basis van de wél geïnspecteerde leidingen uit hetzelfde decennium. (Bijvoorbeeld: 20% van de geïnspecteerde leidingen die aangelegd zijn in de jaren ’80 hebben een vervangingsjaar van 2055. Dit betekent dat 20% van de vervangingswaarde van de niet-geïnspecteerde leidingen die zijn aangelegd in de jaren ’80 in 2055 worden meegerekend.)
Inspectiegraad en maatregelen 35000 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0 -
>74 jaar
65-74 jaar 55-64 jaar 45-54 jaar 35-44 jaar 25-34 jaar 15-24 jaar
<14 jaar
Onbekend Voor 1950 1951-1960 1961-1970 1971-1980 1981-1990 1991-2000 2001-2010
Na 2010
Geïnspecteerde riolering; monitoren Geïnspecteerde riolering; kwalitatieve reparatie / renovatie Geïnspecteerde riolering; kwalitatieve vervanging Geïnspecteerde riolering; geen schades Riolering; ongeïnspecteerd Figuur 5: Maatregelen op basis van inspecties (Inspecties sinds 2010 meegenomen).
De totale vervangingswaarde van onze vrijverval riolering is ongeveer gelijk aan €60 miljoen. Dit getal is gebaseerd op de kostenkentallen voor vervanging van riool van Antea Group Nederland en de lengte en diameters van ons riool zoals we die in ons beheersysteem hebben staan. In werkelijkheid hoeft niet het volledige areaal volledig vervangen te worden. Sommige strengen kunnen aan het einde van hun levensduur een relining krijgen. Hiermee hoeft de buis niet vervangen te worden, maar gaat deze wel langer mee. Voor de vervangingsplanning gaan we uit van de afgesproken kentallen van de regio West Friesland. 25% van het riool wordt gerelined en 75% wordt volledig vervangen. Uitgesloten hiervan zijn de kleinste diameters (<200 mm). Deze buizen kunnen niet gerelined worden en worden daarom allemaal vervangen. In de situatie waar 25% relining plaatsvindt zijn de kosten voor vervanging lager, namelijk: € 53 miljoen. In Figuur 6 is de verdeling van de vervangingsopgave per decennium weergegeven. Hieruit is duidelijk dat een groot deel van onze vrijverval riolering nog een lange levensduur heeft: meer dan de helft van het areaal moet vervangen worden tussen 2065-2085.
32
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Einde levensduur vrijvervalriolering op basis van inspecties 2075-2085 2065-2075 2055-2065
2045-2055 2035-2045 2025-2035 Voor 2025 Niet geinspecteerd 0
10
20
30
40
50
60
70
Lengte (km) Figuur 6: Einde levensduur vrijvervalriolering.
Vervanging mechanische riolering Ons rioleringsstelsel bestaat niet alleen uit vrijvervalriolering. Verafgelegen kernen zijn vaak verbonden aan het bredere netwerk met rioolbuizen die onder druk staan: zogenaamde mechanische riolering. Dit stelsel bestaat niet alleen uit de leidingen, maar ook uit randvoorzieningen, zoals gemalen. Mechanische riolering wordt in Nederland nog niet lang aangelegd en er is nog weinig data over de vervangingsnoodzaak van dit soort leidingen. In dit PSWR houden we daarom een vervangingsplanning aan die vergelijkbaar is met die van vrijverval riolering. Een buis uit mechanische riolering dient na 60 jaar vervangen te worden. In tegenstelling tot de vrijverval riolering wordt mechanische riolering niet opgenomen in de inspectieplanning in het beheersysteem. Daarom wordt de vervangingsplanning gebaseerd op de aanlegjaren van de leidingen. Een leiding wordt dan opgenomen in de vervangingsplanning zestig jaar na aanleg.
Einde levensduur mechanische riolering op basis van aanlegjaar 2075-2085 2065-2075 2055-2065 2045-2055 2035-2045 2025-2035 <2025 0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Lengte (km) Figuur 7: Einde levensduur mechanische riolering (leidingwerk).
33
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
7. Kostendekkingsplan De voorgaande hoofdstukken hebben inzicht gegeven in de taken en plichten die we als gemeente hebben. Daarnaast zijn de activiteiten en investeringen toegelicht die we uitvoeren om aan deze taken en plichten te kunnen voldoen. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de kosten die we moeten maken hiervoor en de benodigde rioolheffing om deze kosten te kunnen dekken.
Balans te dekken lasten versus inkomsten uit de heffing De uitgaven voor uitvoering van de gemeentelijke watertaken worden gedekt vanuit de rioolheffing die door de inwoners en ondernemers in de gemeente bijeengebracht wordt. In onderstaand figuur is de balans tussen de rioolheffing en de lasten weergegeven.
De lasten van de watertaken worden door de volgende 5 componenten bepaald: 1. Visie en beheerstrategie (geel) a. Beheerambitie en verschil in kwaliteitsniveaus b. Begroting en meerjarenplanning groot onderhoud en vervanging c. Beheerstrategie; risico’s en effecten 2. Concernstrategie (rood) a. Doorbelastingen b. Kwijtschelding c. Overhead d. Compensabele BTW
3. Financieringsmethodiek (paars) a. Kapitaallasten verleden b. Activeren of sparen c. Afschrijvingstermijnen d. Opbouw voorziening 4. Bedrijfsvoering (blauw) a. Zelf doen of uitbesteden b. Samenwerking 5. Heffingsgrondslag (groen)
34
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Uitgangspunten voor de beheerstrategie zijn al toegelicht in de voorgaande hoofdstukken. De uitgangspunten van de overige componenten zijn in de volgende paragraaf uitgewerkt.
Uitgangspunten Rioolheffing • De rioolheffing per standaard heffingseenheid bedraagt in 2024 € 189,55; • Er wordt rekening gehouden met een jaarlijkse kwijtschelding van €29.870 conform begroting 2024; • De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b); • Reserveren voor tariefsegalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(en) – is toegestaan; • Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan; • De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding. Rente en inflatie • De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 4%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast in het eerste jaar na het jaar van investering; • De rente op bestaande investeringen bedraagt 1,81%; • Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen; • Er is niet gerekend met een indexatie of zowel lasten als baten. Geadviseerd wordt om de rioolheffing met de inflatie mee te laten stijgen, bovenop de voorgestelde stijging. BTW •
BTW wordt doorbelast op de exploitatie (exclusief personeelskosten) en afschrijvingen van investeringen.
Voorzieningen • Het saldo van de Egalisatievoorziening (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2024: € 956.819; • Het saldo van de voorziening mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn; • Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot. Heffingseenheden • Het fictieve aantal heffingseenheden bedraagt in 2025: 11.612. Dit aantal eenheden is berekent door de totale opbrengsten uit huishoudens en producenten te delen door het standaard tarief in 2025. Dit aantal blijft gedurende de beschouwde periode gelijk.
35
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Investeringen • De vervangingsplanning voor de vrijvervalriolering is gebaseerd op de gegevens uit het gemeentelijke beheersysteem. Buizen worden opgenomen in de vervangingscyclus op basis van de inspectieresultaten. Niet geïnspecteerde buizen worden verdeeld volgens de planning van de wél geïnspecteerde buizen die in hetzelfde decennium zijn aangelegd. Er is aangenomen dan 25% van de riolen wordt gerelined en 75% volledig vervangen. • Vervangingsschema’s voor rioolgemalen, drukriolering, persleidingen, IBA’s, randvoorzieningen, infiltratievoorzieningen en drainage hebben we gebaseerd op de verwachte technische levensduur. De onderliggende kostenkengetallen zijn gebaseerd op de kostenkengetallen uit de Kennisbank Stedelijk Water van de Stichting Rioned.
• We activeren investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: – De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij verval riolering, bouwkundige delen van gemalen, en drukriolering bedraagt 60 jaar; • De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van en persleidingen, infiltratievoorzieningen en drainage bedraagt 45 jaar; • De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor IBA’s en bouwkundige delen van randvoorzieningen bedraagt 40 jaar; • De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektro-/mechanische delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 30 jaar; • De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering. • Mocht een investering over meerdere boekjaren plaatsvinden wordt er gerekend met een uitvoeringsrente. Er wordt rente toegerekend van 4% op de openstaande lening voor de desbetreffende investering. • Alle investeringen zijn gemiddeld over perioden van 10 jaar. Personeel en overhead • De totale lasten van personeel en overhead zijn op basis van het capaciteitsonderzoek uit 2023. Wel is hierin het totale investeringsvolume aangepast conform de nieuwe inzichten, wat maakt dat het totaal benodigd personeel iets afneemt. In totaliteit is voor de SED gemeenten circa 12,8 FTE benodigd.
De kosten voor deze FTE’s zijn middels de verdeelsleutel berekend over de gemeenten. • De huidige formatie, inclusief inhuur, is minder dan de berekende 12,8 FTE. Om de taken uit dit programma goed tot uitvoering te brengen is deze inzet wel benodigd. In dit programma wordt verondersteld dat middels vacatures en inhuur deze inzet wel behaald wordt. Toerekening van kosten klimaatadaptatie De gemeente draagt vanuit de rioolheffing bij aan voorzieningen in de buitenruimte als deze functioneel bijdragen aan het waterrobuust maken van het stedelijk watersysteem. Bijvoorbeeld verlagingen in het groen zoals bermen of speelweides waar overtollig water naar kan wegstromen, groene daken/gevels die water vasthouden, waterpasserende verhardingsmaterialen of waterpartijen voor de opvang van regenwater. Hiervoor reserveren wij vanaf 2025 een jaarlijks budget ter grootte van 10% van onze investeringen over de (vrijverval) investeringslijn. Dit komt overeen met een gemiddeld jaarlijks bedrag van € 21.300.
36
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Lastenontwikkeling Met de informatie uit de voorgaande hoofdstukken is het mogelijk om de jaarlijkse uitgaven aan stedelijk water voor de gemeente uiteen te zetten. De kostendekking wordt doorgerekend voor een periode van 60 jaar, ofwel 2024-2084. Onderstaand figuur geeft inzicht in de ontwikkeling van de lasten.
In het bovenstaande figuur wordt duidelijk dat op middellange termijn de lasten zullen toenemen. Dit is voornamelijk het gevolg van nieuwe investeringen en de kapitaallasten die hieruit volgen.
Tarief en ontwikkeling voorziening Conform de uitgangspunten zijn er twee scenario’s in beeld gebracht voor de rioolheffing en voorziening. Allereerst, is inzichtelijk gemaakt wat het verloop van de voorziening is bij een gelijkblijvend heffingstarief (€ 189,55 voor een woning inclusief gebruik). Ten tweede is inzichtelijk gemaakt wat de benodigde stijging in rioolheffing moet zijn om de voorziening positief en op peil te houden. Gelijkblijvende rioolheffing Uitgaande van inkomsten op basis van de begrote heffingsinkomsten van 2024 , ziet het verloop van de voorziening er uit als in onderstaand figuur. De hoogte rioolheffing woning gaat uit van de huidige heffing voor woningen inclusief gebruik (€ 189,55) en een gemiddelde heffing voor nietwoningen (€ 586,48), gebaseerd op de totale inkomsten niet-woningen gedeeld door het aantal heffingseenheden niet-woningen.
37
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
In het bovenstaande figuur wordt duidelijk dat op de korte termijn het huidige rioolheffingstarief afdoende is om de lasten te dragen. Echter, vanaf 2027 is de huidige heffing niet langer kostendekkend en in 2039 zal de voorziening leeg geraken. In het onderstaande figuur is de kostendekkendheid van de huidige heffing in beeld gebracht. Hierbij is de gemiddelde rioolheffing het gemiddelde van de woningen en niet-woningen.
Geleidelijk stijgende rioolheffing Om kostendekkend te zijn en tevens meer buffer te krijgen in de voorziening is een tweede scenario inzichtelijk gemaakt. Hierbij stijgt de rioolheffing geleidelijk (1,5% per jaar) om weer op kostendekkend niveau te komen. Met deze stijging is een financiële buffer op te bouwen voor de duurdere jaren (2040-2050). Na de eerste jaren een stijging is vanaf 2033 voor een periode van circa 5 jaar te volstaan zonder aanvullende verhoging in het tarief. In de onderstaande figuren is dit scenario inzichtelijk gemaakt.
38
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Om toe te werken naar 100% kostendekkendheid moet de heffing jaarlijks 1,5% stijgen. Een belangrijke notitie bij beide scenario’s is dat er geen indexatie toegepast is op zowel de inkomsten als lasten. Op deze manier kan er een eerlijke vergelijking gemaakt kan worden tussen baten en lasten. Daarnaast laat indexatie zich lastig voorspellen op de lange termijn. Advies tariefstelling rioolheffing Enkhuizen Geadviseerd wordt om de rioolheffing met de indexatie mee te laten stijgen en vanaf 2025 jaarlijks ook met 1,5% te verhogen. Op deze manier is er iets meer te sparen in met het oog op enkele vervangingsinvesteringen in de binnenstad. Door hier nu al op in te spelen worden grote fluctuaties in de heffing voorkomen en is de voorziening voldoende om jaarlijkse schommelingen in lasten op te vangen.
39
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Bijlagen Bijlage 1: Wet- en regelgeving De volgende informatie over wet- en regelgeving is afkomstig uit het Informatiepunt Leefomgeving en de kennisbank van stichting Rioned. Kaderrichtlijn Water (2000) De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die op 22 december 2000 van kracht is geworden. Doelstelling is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De EU-lidstaten moeten deze ‘goede toestand’ uiterlijk in 2027 realiseren. Omgevingswet De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving. Onder de Omgevingswet geldt een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Wet milieubeheer Na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de Wet milieubeheer bestaan. De Wet milieubeheer regelt onder andere de volgende onderwerpen: stoffen, afvalstoffen, broeikasgasemissies, openbaarheid milieu-informatie en milieuaansprakelijkheid. Besluit activiteiten leefomgeving In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) stelt het Rijk algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het Bal geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en overheid.
Besluit kwaliteit leefomgeving In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. Besluit bouwwerken leefomgeving In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk. En over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Omgevingsbesluit In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Omgevingsbesluit geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en overheid.
40
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Bijlage 2: Evaluatie periode 2023-2024 In deze bijlage is de evaluatie van de afgelopen periode opgenomen. Hierbij hanteren we de volgende kernvragen: • • • •
Welke werkzaamheden zijn verricht? Wat waren de kosten? Hoe is er samengewerkt? Was de personele capaciteit voldoende?
• •
Hoe hoog waren de rioolheffing en de voorzieningen? Hoe is er geïnspecteerd
Legenda status Gereed
Welke werkzaamheden zijn verricht? In de onderstaande tabel staan de maatregelen en werkzaamheden die gepland zijn in het vorige plan opgenomen. In de kolom daarnaast is aangegeven wat de status is van deze werkzaamheden, met eventueel een toelichting.
In uitvoering In voorbereiding Nog uit te voeren Heroverwogen/vervallen Uitgesteld
Activiteiten 2023-2024
Status
Toelichting
Onderzoek en planvorming Herziening PSWR 2024
In uitvoering
Opstellen SSW
Uitgesteld
Plannen en onderzoek klimaatadaptatie
Doorgaand
Jaarlijkse review GRP/PSWR
Doorgaand
Afstemming met beheerders, afdelingen, management, bestuur van samenwerking West-Friesland.
Doorgaand
Beoordeling van inspectieresultaten en opstellen jaarbegroting
In voorbereiding/ uitgesteld
Doorgaand proces, het loopt nog niet 100% als gewenst omdat nog niet alle data op orde is gebracht
Registreren objectgegevens in beheersysteem en verwerking visuele inspectie in beheersysteem
In uitvoering/ doorgaand
Aandachtspunt uit vorige evaluatie
Inhaalslag inspecties
In uitvoering/ doorgaand
Aandachtspunt uit vorige evaluatie. Er is gewerkt aan een inhaalslag. Deze is nog niet volledig ingehaald, wel is er veel voortgang geboekt.
Calamiteitenplan
Uitgesteld/ In voorbereiding
Uitgesteld door capaciteitsproblemen. Voorbereiding doorlopen
Opgenomen in planning voor 2025, dit in verband met het op orde maken van de data.
41
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Onderhoud Onderhoud vrijvervalriolering
Doorgaand
Onderhoud op particulier terrein is aandachtspunt
Onderhoud mechanisch riool
Doorgaand
Onderhoud gemalen en pompunits
Doorgaand
Onderhoud IBA’s
Doorgaand
Kolken zuigen
Doorgaand
Straatvegen en afvalverwerking
Doorgaand
Baggeren
Doorgaand
Reguliere werkzaamheden
Grondwateronderzoek
In voorbereiding
Grondwatermeetnet operationeel per 1 jan 2025
Klimaatadaptatie
Doorgaand
Aandachtspunt uit vorige evaluatie
Vervanging vrijvervalriolering
Doorgaand
Projecten uitgevoerd in deze periode hebben aangetoond dat vervangingskosten in de praktijk een factor 1.8 hoger zijn dan uit kentallen. Onderwerp is meegenomen in hoofdstuk lastenontwikkeling
Vervanging mechanische riolering
Doorgaand
Vervanging elektromechanisch
Doorgaand
Uitfaseren aandachtspunt uit vorige evaluatie vanaf 2026 geen onderhoud aan IBA’s meer.
Projecten (verbetering en vervanging)
Overige maatregelen Vergunningverlening en handhaving
Doorgaand
Communicatie
Doorgaand
Wat hebben we uitgevoerd: De afgelopen jaren hebben we in 2023 & 2024 513 meter leiding gerelined. Er is 168 meter vrijverval vervangen / aangelegd. Wat waren de kosten Jaar
Geplande investeringen
Werkelijke investeringen
2023
€ 527.531
€-*
2024
€ 542.830
€2.856.106 **
* In 2023 zijn er kosten gemaakt, maar deze investeringsprojecten hebben later pas de afronding, zie hiervoor ook het bedrag in 2024 **Dit is het totaal van investeringen dat afgerond is 2024, dit betreft ook meerjarige projecten die ten einde komen in 2024 42
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Jaar
Geplande exploitatie
Werkelijke exploitatie
2023
€ 1.105.952
€ 969.671
2024
€ 1.156.033
€1.104.093 *
*Dit zijn de verwachte exploitatielasten voor 2024 Hoe is er samengewerkt? De samenwerking in het rioolbeheer is aanzienlijk verbeterd. We stemmen integraal af met beheerders om zo werk-met-werk te maken. We lopen dan niet het risico dat een wegvak dicht op elkaar meerdere malen open moet voor bijvoorbeeld wegbeheer en rioolbeheer. Tweewekelijks stemmen we als beheerders onderling af. Was de personele capaciteit voldoende Uit het rapport personele inzet op gemeentelijke watertaken is duidelijk geworden dat we niet genoeg personele capaciteit hebben om alle werkzaamheden optimaal uit te voeren. Voor een volledige beschrijving zie Bijlage 3. Hoe hoog waren de rioolheffing en de voorzieningen De verschillen in de heffingstarieven zijn toe te wijzen aan in de praktijk doorgevoerde inflatiecorrecties. Jaar
Geplande heffingstarief woning
Werkelijke heffingstarief woning
2023
€ 102,17
€ 105,45
2024
€ 105,13
€ 109,55
Jaar
Geplande saldo voorzieningen 01-01
Werkelijke saldo voorzieningen 01-01
2023
€ 268.811
€ 527.582
2024
€ 377.715
€ 956.819
Hoe is er geïnspecteerd In de afgelopen periode is in totaal 20 km aan vrijvervalriolering geïnspecteerd, waaronder 5 km aan gemengd riool, 8 km aan hemelwaterriool en 7 km aan vuilwaterriool.
43
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Bijlage 3: Rapport personele inzet op gemeentelijke watertaken In 2023 is door Antea Group een inventarisatierapport opgesteld om onderzoek te doen naar de personele inzetbaarheid van de SED organisatie voor stedelijke watertaken. Daar dit invloed heeft op de uitvoering van dit PSWR, zijn in deze bijlage de belangrijkste conclusies van het inventarisatierapport samengevat.
44
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Tabel 3: Personele inzet op deeltaken SED-organisatie.
Beleid
1,00
0,2
[Fte]
[Fte]
[Fte]
[Fte]
Inclusief inhuur
[Fte]
Eigen dienst, incl. Bedrijfsvoering
[Fte]
Eigen dienst
[Fte]
Werkvoorbereider
Toezichthouder
[Fte]
Beheerder B
Werk voorbereider
[Fte]
Totaal
Toezichthouder
Directievoerder
[Fte]
Overig personeel
Projectleider civiel
0,25
Medewerker beheer B
Planvorming
Inhuur
Medewerker Beheer A
Afdelingshoofd/ regisseur OR
Eigen dienst SED organisatie
[Fte]
1,35
0,5
0,50
Afstemming
0,12
0,2
0,1
0,44
Jaarprogramma’s
0,13
0,2
0,1
0,43
Onderzoek
0,1
1,8
Inspectie/controle
0,1
0,4
1,00
1,90
1,00
0,50
Berekenen
0,2
Inventarisatie
1,00
0,20
Meten
0,2
0,20
Onderhoud
1,00
1,00
onderhoud
1,00
1,00
1,00
1,00
1,00
Maatregelen
1,25
1,00
1,00
0,70
1,00
3,25
1,70
Maatregelen
1,25
1,00
1,00
0,70
1,00
2,25
1,70
Facilitair
0,28
0,28
Facilitair
0,28
0,28
Bedrijfsvoering Totaal
2,53 0,25
1,00
3,28
1,25
1,00
1,00
2,53
2,53 0,70
1,00
1,00
7,78
10,31
13,01
45
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Tabel 4: Begrote inzet voor de SED gemeenten.
Inzet ENK
DRL
STB
SED
[Fte]
[Fte]
[Fte]
[Fte]
Binnendienst
2,39
1,96
2,15
6,5
Buitendienst
0,83
0,68
0,74
2,25
Bedrijfsvoering
0,93
0,76
0,84
2,53
Ondersteuning
0,10
0,08
0,09
0,27
Totaal
4,25
3,48
3,83
11,56
Tabel 5: Benodigde personele inzet SED gemeenten (berekend aan de hand van kentallen uit de kennisbank van RIONED).
Deeltaken
Benodigde inzet ENK
DRL
STB
SED
[Fte]
[Fte]
[Fte]
[Fte]
Planvorming
0,38
0,31
0,34
1,02
Onderzoek
0,59
0,48
0,53
1,60
Onderhoud
0,77
0,63
0,70
2,10
Maatregelen
2,21
1,81
1,99
6,00
Facilitair
0,31
0,25
0,27
0,83
Totaal
4,25
3,48
3,82
11,55
Tabel 6: Benodigde en aanwezige personele inzet SED gemeenten.
Planvorming Beleid Afstemming Jaarprogramma’s Onderzoek Inspectie/controle Berekenen Inventarisatie Meten Onderhoud Maatregelen Facilitair Bedrijfsvoering Totaal
Benodigd Riooltaken
Eigen dienst
[Fte] 1,02 0,19 0,23 0,6 1,6 0,06 1,1 0,21 0,23 2,10 6,00 0,83
[Fte] 1,35 0,50 0,44 0,43 1,90 0,50 0,20 1,00 0,20 1,00 3,25 0,28
11,55
7,78
Aanwezig Inclusief inhuur [Fte]
Inclusief bedrijfsvoering [Fte]
1,00 1,00 1,70 10,48
2,53 13,01
46
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Samenvatting van conclusies uit inventarisatierapport Conclusies •
• • •
• •
Ten behoeve van de begroting van 2023 is een inventarisatie gemaakt van personele inzet op de gemeentelijke watertaken (rioleringszorg) en kosten van de personele inzet. In totaal levert SED organisatie 11,56 fte inzet op de kostenplaats riolering. Hiervan is 6,5 fte inzet van binnendienst direct op rioleringstaken. SED organisatie stuurt niet op inzet per gemeente. Dit wordt ook niet gemonitord. De begrote kosten van personele inzet en overhead (organisatiekosten van SED organisatie) op rioleringstaken bedragen € 1.239.334. Echter herrekende kosten vallen hoger uit op € 1.628.773. Om de opgave waar te maken moet SED organisatie over een formatie van 7,78 fte beschikken die direct op binnendiensttaken van de rioleringszorg inzet levert. Dit is meer dan de SED organisatie in de huidige situatie biedt. Daarnaast blijft ook de inhuur benodigd. De totale inzet voor kostenpost Riolering valt op 15,16 fte. Het vergroten van de formatie tot de benodigde omvang zou een stijging van kosten voor personeel en overhead tot gevolg hebben van 40% ten opzichte van de begroting 2023. Het voortzetten van de huidige werkwijze zal niet mogelijk zijn als SED organisatie doelgericht wil werken en de afspraken met de colleges en gemeenteraden wil nakomen.
Actualisatie voor PSWR 2025 – 2027 Zoals aangegeven in de paragraaf uitvoeringsprogramma is de benodigde FTE’s bijgesteld aan de hand van de vernieuwede investeringsplanning. Deze bijgestelde planning heeft tot gevolg dat er voor maatregelen in de komende jaren 1,5FTE (4,5FTE ipv 6,0FTE) minder benodigd is voor de uitvoering en het toezicht op projecten. Dit maakt echter nog steeds dat er additionele FTE’s benodigd zijn om de plannen goed tot uitvoering te brengen. Het financiele uitgangspunt is dat deze FTE’s middels vacatures en/of inhuur voor 2025 en verder ingevuld worden.
47
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Bijlage 4: Kostendekkingsplan
48
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
49
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
50