PSWR Enkhuizen 2025-2027
Tekst van het document
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Programma Stedelijk water en Riolering 2025-2027
0
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Inhoud 1. Inleiding ...................................................................................................................................3 De samenwerkingsregio West-Friesland....................................................................................3 De gemeente Enkhuizen ...........................................................................................................3 De rol van een PSWR ................................................................................................................3 Anticiperen op klimaatverandering ............................................................................................4 Doelstelling en geldigheidsduur ................................................................................................4 Leeswijzer ................................................................................................................................5 2. Gemeentelijke watertaken ........................................................................................................6 Wettelijk kader; taken en plichten van de gemeente...................................................................7 3.
Terugblik op periode 2023-2024 en evaluatie PSWR ...................................................................8 Visie en ambities 2023-2024 .....................................................................................................8 Evaluatie van vorige planperiode ............................................................................................. 10 4. Ambities en huidig beleid ........................................................................................................ 11 Afspraken waterketen West-Friesland ..................................................................................... 11 De gemeentelijke taak voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater ....................... 11 Hemelwatertaak..................................................................................................................... 13 Grondwatertaak ..................................................................................................................... 17 Oppervlaktewater................................................................................................................... 20 Bedrijfsvoering ....................................................................................................................... 22 5.
Huidige situatie (areaal en nulmeting) ..................................................................................... 26 6. Uitvoeringsprogramma ........................................................................................................... 29 Gezamenlijk programma......................................................................................................... 29 Gemeentelijk uitvoeringsprogramma ...................................................................................... 29 Personeel en overhead ........................................................................................................ 29 Onderhoud regulier ............................................................................................................. 30 Planvorming en onderzoek .................................................................................................. 30 Facilitair ............................................................................................................................. 31 Investeringen ......................................................................................................................... 31 7. Kostendekkingsplan ...............................................................................................................
34 Balans te dekken lasten versus inkomsten uit de heffing .......................................................... 34 Uitgangspunten ...................................................................................................................... 35 Lastenontwikkeling................................................................................................................. 37 1
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Tarief en ontwikkeling voorziening ........................................................................................... 37 Bijlagen ..................................................................................................................................... 40 Bijlage 1: Wet- en regelgeving .................................................................................................. 40 Bijlage 2: Evaluatie periode 2023-2024 .................................................................................... 41 Bijlage 3: Rapport personele inzet op gemeentelijke watertaken............................................... 44 Bijlage 4: Kostendekkingsplan................................................................................................. 48
2
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
1. Inleiding De uitdagingen waar het stedelijk waterbeheer voor staat in de 21e eeuw zijn in de afgelopen jaren sterk veranderd. Deze veranderingen komen zowel voort uit ander beleid vanuit de centrale overheid, maar bovenal ook door klimaatverandering. Stedelijk gebied krijgt in de komende jaren te maken met extremere weersomstandigheden in de vorm van langere droogte en intensievere buien. Dit betekent dat het stedelijk watersysteem als een integraal geheel beschouwd moet worden, waarin riolering en openbare ruimte samenwerken om met deze extra last om te gaan. Water wordt niet meer direct afgevoerd, maar wordt hergebruikt, geïnfiltreerd in de ondergrond, of ter plekke vastgehouden voordat dit in het riool of oppervlaktewater terecht komt. Daarnaast is er de niet minder belangrijke rol van het rioleringssysteem voor de volksgezondheid. Een goed functionerende riolering zorgt ervoor dat vuilwater op de juiste manier gezuiverd wordt en veilig terug te leveren is aan de leefomgeving. Vanzelfsprekend is de werking van deze systemen afhankelijk van goed beheer van de boven- en ondergrondse infrastructuur. De invulling van dit beheer voor de samenwerkingsregio WestFriesland wordt vastgelegd in een Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR).
De samenwerkingsregio West-Friesland De samenwerkingsregio West-Friesland bestaat uit zeven gemeenten, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en PWN. Samen werken zij aan stedelijk waterbeheer en rioleringsbeleid. In deze samenwerking is besloten om het beheer van de afvalwaterketen zo min mogelijk door te rekenen aan de maatschappij. Deel van deze ambitie is om de PSWR’s gezamenlijk op te stellen, om zo op dezelfde lijn te zitten wat betreft beleid en visie. Door de onderlinge verschillen tussen de gemeentes binnen dit samenwerkingsverband, zijn er echter gemeentespecifieke oplossingen nodig. Waar de visies en het beleid hetzelfde blijven, zijn het areaal, beschikbare middelen en eventueel maatwerk anders per gemeente.
De gemeente Enkhuizen De gemeente Enkhuizen is een middelgrote gemeente, met een oppervlakte van 11.625 hectare. Er wonen circa 19 duizend mensen, verdeeld over 8.847 huishoudens in de gemeente. In de stad zijn 8.871 woningen en 2.385 bedrijfspanden.1
De rol van een PSWR Voor de komst van de Omgevingswet was een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) een wettelijk verplichte taak van een gemeente om zicht te geven op de beheer en zorgtaak van een gemeente omtrent riolering. Ondanks dat deze verplichting is komen te vervallen, kiezen veel gemeentes ervoor om alsnog een rioleringsplan op te stellen om op deze manier dit zicht goed te kunnen bewaren. Een dusdanig rioleringsplan kan meerdere namen hebben. In West-Friesland kiezen we echter voor een Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR)
1
Bron: Kadastrale kaart
3
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Anticiperen op klimaatverandering Het veranderende klimaat dwingt ons om na te denken over alternatieve manieren over hoe we om gaan met het rioolsysteem. Ons hemel- en afvalwatersysteem kunnen moeilijker omgaan met de meer extreme weersomstandigheden die het veranderende klimaat met zich meebrengt. We passen ons hieraan aan door op een integrale manier naar de hemelwaterverwerking te kijken. We stemmen af binnen de waterketen, de openbare ruimte en we stimuleren bewustzijn en handelingsperspectief rondom klimaatadaptatie bij particulieren. Het beleid in dit PSWR biedt ons ook houvast om voorbereid te zijn op klimaatverandering. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zijn doelstellingen opgenomen om vanaf 2020 klimaatrobuust te handelen en in 2050 een klimaatbestendige leefomgeving te hebben. De gemeenten in regio West-Friesland hebben in 2021 een gezamenlijke ambitie en strategie met betrekking tot ruimtelijke (klimaat)adaptatie vastgesteld. De ambitie die is gericht op het gelijk houden van het beschermingsniveau (niveau B). Bij deze ambitie is ook een strategie geformuleerd. Om tot de keuze van het gewenste beschermingsniveau te komen is een klimaatstresstest uitgevoerd en de risicodialoog gevoerd. De effecten van klimaatverandering zijn op het niveau van West-Friesland, de gemeenten en pilotwijken in beeld gebracht.
De stresstest geeft weer waar effecten kunnen optreden in het klimaat van 2050. Daarnaast geven de kaarten weer waar bepaalde kwetsbare functies zich, bij een gelijkblijvende inrichting, bevinden.
Doelstelling en geldigheidsduur Het PSWR is een manier om duidelijk te maken hoe we als gemeente invulling geven aan de gemeentelijke watertaken. De vier hoofdfuncties van het PSWR zijn daarom: 1. Kader gemeentelijke zorgplichten Overzicht beleidskeuzes en ambities ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater en bijdragen aan de zorgplichten oppervlaktewater en drinkwater 2. Interne afstemming Met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie en met onze waterpartners 3. Externe afstemming Met o.a. bewoners en bedrijven, ontwikkelaars en bouwbedrijven 4. Continuïteit en voortgangsbewaking Vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen en kapitaalintensieve investeringen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting, investeringen en evaluatie) Dit plan is een actualisering van een eerder PSWR, welke gold voor de periode 2023-2024. De doelstellingen van voorgaand plan blijven gelden, tot de eindduur van dit plan: december 2027. De reden voor deze herziening is de inhaalslag in gegevensbeheer, die sinds 2022 gemaakt is. Dit plan is daarom gegrond in een beter overzicht van de bestaande infrastructuur en diens staat.
4
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Leeswijzer Dit PSWR bestaat uit 7 delen. Hoofdstuk 2 volgt op deze introductie met een uiteenzetting de gemeentelijke watertaken en de rol van de gemeente in het onderhoud en beheer. In hoofdstuk 3 wordt teruggeblikt op het vorige PSWR en wordt dit plan geëvalueerd. Hoofdstuk 4 en 5 volgen met de ambities, beleid en huidige situatie respectievelijk. Tenslotte worden in hoofdstukken 6 en 7 het uitvoeringsprogramma en het kostendekkingsplan toegelicht.
5
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
2. Gemeentelijke watertaken De zorg en verantwoordelijkheid voor het stedelijk watersysteem ligt voornamelijk bij de gemeente. Voor sommige onderdelen ligt de verantwoordelijkheid echter bij het Hoogheemraadschap, of zelfs bij particulieren. In dit deel worden deze onderdelen uiteengezet. Een samenvatting hiervan is te zien in Tabel 1. Tabel 1: Verantwoordelijkheden in stedelijk waterbeheer (Stichting RIONED). Zorgplicht
Particulier
Gemeente
Hoogheemraadschap
Waterbeheer algemeen
Zorgplicht eigen perceel en bouwwerk (Burgerlijk wetboek en jurisprudentie).
Specifiek toegewezen watersysteem- en waterketentaken.
Regionaal watersysteembeheer en waterstaatkundige zorg eigen beheergebied (art 2.17 Ow & art 1.1 Wsw).
Stedelijk afvalwater
Verplichte afvoervoorzieningen huishoudelijk afvalwater (Bbl voor gebouwriolering en omgevingsplan voor buitenriolering).
Zorgplicht inzameling en transport stedelijk afvalwater (art. 2.16 Ow).
Zuiveren stedelijk afvalwater (art 2.17 Ow)
Hemelwatertaak (art 2.16 Ow).
Hemelwater
Verplichte afvoervoorzieningen hemelwater in en aan gebouw (Bbl). Mogelijk verplichtingen o.b.v. maatwerkvoorschrift of generieke “afkoppelregels” in omgevingsplan.
Geen specifieke taak, maar wel zorg voor afwatering (vgl art 1.1 Wsw), incl. zo veel mogelijk voorkomen/beperken van overstromingen en wateroverlast.
Grondwater
Zorgplicht eigen perceel. Waterdichtheidsbepalingen kelders/kruipruimtes in Bbl.
Grondwatertaak (art 2.16 Ow)
Bevoegd gezag over de meest grondwateronttrekkingen (en hiermee samenhangende infiltraties)
Particulier vaak niet bekend met eigen verantwoordelijkheid.
Beide moeten taken en bevoegdheden op elkaar afstemmen, waaronder het afvalwaterbeheer (art 2.2 Ow). Ook hebben zij de taak rekening te houden met en inhoud te geven aan de zorgplicht uit de Drinkwaterwet.
Verder:
De verplichtingen van deze partijen liggen vast in wetgeving en beleidsregels op alle niveaus, van Europees tot regionaal. Dit varieert van daadwerkelijke resultaatverplichtingen tot simpele werknormen. In de bovenstaande tabel zijn de verplichtingen van de verschillende partijen getoond. De overige delen van dit hoofdstuk zoomen in op de verantwoordelijkheden van de gemeente. Een samenvatting van de wetgeving en beleidsregels is opgenomen in Bijlage 1.
6
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Wettelijk kader; taken en plichten van de gemeente Sinds 2024 zijn de gemeentelijke watertaken (gedeeltelijk) ondergebracht in de Omgevingswet. Uit de Omgevingswet zijn drie watertaken te onderscheiden. De gemeentelijke taak voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater De gemeente heeft de taak om stedelijk afvalwater dat binnen haar grondgebied vrijkomt in te zamelen en te transporteren. Hieronder valt inzameling: de gemeente moet het mogelijk maken om het stedelijk afvalwater van publiekelijk bezeten percelen te ontvangen op een openbaar vuilwaterriool of een ander systeem. Transporteren verwijst naar de plicht van de gemeente om verzameld afvalwater af te voeren naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) of naar een gemaal, van waar de verantwoordelijkheid vervalt naar het Hoogheemraadschap. De gemeente vervult deze rolt door middel van een openbaar vuilwaterriool, dat berekend is op een maatgevende hoeveelheid afvalwater, waarin lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen en waarin het aantal overstorten zo goed mogelijk beperkt wordt. Hemelwatertaak De gemeente is verantwoordelijk om afstromend hemelwater te verzamelen en hierna te lozen op ofwel oppervlaktewater, of de bodem. Ook is het mogelijk om hemelwater op te vangen in een gemengd stelsel. Dit laatste resulteert in afwatering van hemelwater naar de RWZI.
De verantwoordelijkheid van de gemeente begint aan de perceelgrens. Het is aan haar om ervoor te zorgen dat neerslag wat op particulier terrein valt en daar niet kan infiltreren of geloosd, op te vangen in een riool. De gemeente is vrij in de invulling van het systeem dat hemelwater afvoer; dit hoeft niet perse in de vorm van een riool te zijn. Ook staat het de gemeente vrij om te kiezen voor andere oplossingen, zoals berging of infiltratie. Grondwatertaak De grondwatertaak houdt in dat de gemeente op openbaar gebied maatregelen moet treffen om de nadelige gevolgen van een specifieke grondwaterstand te voorkomen of beperken. Dit is een inspanningsplicht en geen resultaatsverplichting. Deze drie taken vormen de basis voor de rol van de gemeente in het beheer van het stedelijk watersysteem. De uitvoering daarvan is maatwerk en verschilt per gemeente. Dit is beschreven in hoofdstuk 4.
7
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
3. Terugblik op periode 2023-2024 en evaluatie PSWR In 2022 is een PSWR opgesteld voor de periode 2023-2024. Hierin hebben wij als gemeente een serie ambities uiteengezet binnen bepaalde thema’s. In dit hoofdstuk wordt teruggeblikt op de visie en ambities van twee jaar terug en wordt de evaluatie van het PSWR 2023-2024 samengevat. De volgende punten waren daarin aangewezen als aandachtspunten: •
• • •
•
• • • •
Behoefte aan voldoende personele capaciteit om een inhaalslag te maken in het onderhoud en om over te stappen op een planmatiger invulling van rioleringsbeheer. Daarbij is voldoende capaciteit nodig voor uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt voor de hemelwater- en grondwaterzorg; We hebben behoefte concrete afspraken en regels over aan te nemen bedrijfsafvalwaterlozingen en de toetsing hiervan. We hebben behoefte aan onderhoud van gemeentelijke riolering op particulier terrein. We willen meer aandacht besteden aan klimaat- en waterbewustzijn onder particulieren, en verharding in tuinen ontmoedigen. Ook hiervoor gaan we de komende tijd onderzoeken wat mogelijk is binnen de SED-gemeenten. We hebben behoefte aan een goede basis qua databeheer om wijkgericht en integraal werken vorm te geven waarbij we bij rioolvervanging rekening houden met andere ingrepen voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie en energietransitie. Databeheer willen we integraal doen waarbij gegevens over groen en wegen in hetzelfde pakket komen als rioolvervanging. In de komende planperiode willen we aan de slag met een planmatige aanpak van klein onderhoud en reiniging van vrijvervalriolering. In het kader van klimaatadaptatie nemen we extra maatregelen, die bovenop de kosten voor rioolvervanging komen. Aandachtspunt om mee te nemen in het kostendekkingsplan.
Vanwege hoge kosten voor IBA’s ten opzichte van de effectiviteit, is het uitfaseren van IBA’s een aandachtspunt. In Enkhuizen ligt er nog riolering van 200 jaar oud in de grond. Hiervan willen we de monumentale status beschermen.
Visie en ambities 2023-2024 In hetzelfde plan zijn de visies en ambities voor de huidige periode uiteengezet, met daarin ook de bouwstenen voor de omgevingsvisie. Deze onderdelen zijn hieronder samengevat. Beschermen van de gezondheid Één van de belangrijkste taken van het stedelijk watersysteem blijft het bewaken van de gezondheid. Huishoudelijk afvalwater wordt veilig en gecontroleerd afgevoerd naar de RWZI. Ongewenste lozingen en verliezen worden zoveel als mogelijk vermeden. Verontreinigingen die bedreigingen vormen voor het oppervlaktewater worden op centrale locaties aangepakt. Grondwaterverontreiniging wordt voorkomen door bijvoorbeeld infiltratie te beperken op plaatsen met bodemverontreiniging, om zo de kwaliteit van het drinkwater te beschermen.
8
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Beschermen van de fysieke leefomgeving en bijdragen aan omgevingskwaliteit De gemeente beschermt de leefomgeving om zo een prettige kwaliteit te garanderen voor de gebruikers. Ondanks de toenames in extreme omstandigheden, is de ambitie om ook in 2050 dezelfde beschermingsniveaus te bieden als nu. Hinder en schade komen daarbij dus even vaak voor als nu. Schoon hemelwater wordt geborgen of vastgehouden voordat het in het oppervlaktewater belandt. Vuil regenwater van bijvoorbeeld bedrijventerreinen wordt gereinigd. Hemelwaterriolen worden niet meer overal standaard aangelegd, maar er wordt nagedacht over alternatieve methodes voor de verwerking hiervan. De hoeveelheid riooloverstorten van gemengde systemen neemt niet toe, dankzij afkoppelingsopgaven en reconstructies. Op plekken waar grondwateroverlast een risico is, wordt er gelet op voldoende ontwateringsdieptes, door bijvoorbeeld het maaiveld te verhogen. Bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving Er wordt rekening gehouden met een veranderend klimaat, om zo in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn. Extremere buien zijn het uitgangspunt bij de aanleg van verhard oppervlak. Hemelwater wordt bij voorkeur geïnfiltreerd of geborgen in het oppervlaktewater.
In droogtegevoelige gebieden wordt water vastgehouden en op plekken met een risico op wateroverlast wordt extra verwerkingscapaciteit gerealiseerd op het maaiveld. Cruciale locaties blijven bereikbaar, ook onder extreme weersomstandigheden. Bewoners en ondernemers denken mee over duurzaam waterbeheer op diens percelen. Kijk hiervoor ook op: Westfriesland klimaatbestendig Bijdragen aan de energietransitie en een circulaire economie De ondergrondse infrastructuur wordt goed in beeld gebracht, om ook ruimte te behouden voor een ondergronds warmtenet. Door verbeterde onderhoudstechnieken worden riolen langer behouden. Waterstromen worden zo goed mogelijk gescheiden om zo vuil water op straat te voorkomen. Langetermijndoelen Algemeen • Beperken van kostenstijging rioleringszorg: • Beperken van de kwetsbaarheid van de organisatie: • Bijdragen aan klimaatadaptatie • Bijdragen aan de ambitie van regio West-Friesland om tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland te gaan behoren Stedelijk afvalwater • Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater • Voorkomen van ongewenste emissies/gezondheidsrisico’s en beperken overlast voor de omgeving • Bijdragen aan een duurzame verwerking van afvalwater en een optimale inrichting van de waterketen Hemelwater • Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater 9
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
• Beperken van het risico op wateroverlast • Beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater Grondwater • Voorkomen van structurele grondwaterover- en -onderlast, afgestemd op de functie van het gebied/object • Bijdragen aan de aanvulling van de grondwatervoorraad in droogtegevoelige gebieden Oppervlaktewater • Borgen bergings- en ontwateringsfunctie van het stedelijk oppervlaktewater Drinkwater • Bijdragen aan de bescherming van drinkwatervoorzieningen
Bewaken van de voortgang Het PSWR is het uitgangspunt voor het aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen. Om hier aan te blijven voldoen wordt het plan elke vijf jaar geactualiseerd, afhankelijk van andere programma’s. Beleid wordt geïnformeerd door niet alleen theoretische berekeningen, maar ook door metingen, meldingen en periodiek uitgevoerde klimaatstresstesten.
Evaluatie van vorige planperiode Om de afgelopen periode goed te evalueren hebben we de volgende kernvragen opgesteld die een beeld vormen van hoe onze stedelijk waterzorg de afgelopen periode heeft gefunctioneerd. • • • • • •
Welke werkzaamheden zijn verricht? Wat waren de kosten? Hoe is er samengewerkt? Was de personele capaciteit voldoende? Hoe hoog was de rioolheffing? Hoe is er geïnspecteerd
Een volledig overzicht van de evaluatie is te vinden in Bijlage 2.
10
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
4. Ambities en huidig beleid De Omgevingswet heeft een flinke verandering teweeg gebracht op het gebied van stedelijk water. We staan hiermee voor de keuze om hetgeen we willen juridisch goed te verankeren of te werken op vertrouwensbasis. In algemene zin houden we vast aan de bestaande koers en de bijbehorende beleidskaders. Dit betekent dat we overwegend inzetten op reguleren en bijsturen/loslaten op punten waar we vinden dat het doelmatiger kan. In dit deel zetten we onze strategie en plannen voor de periode 2025-2028 uiteen. Deze vormen de basis voor het uitvoeringsprogramma in hoofdstuk 6.
Afspraken waterketen West-Friesland De zeven gemeenten, het Hoogheemraadschap en PWN die samen de samenwerkingsregio WestFriesland volgen hebben hun gedeelde afspraken vastgelegd in de Bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst waterketen West-Friesland 2021-2030. Deze afspraken stonden in het vorige plan, maar zijn gelijk gebleven. Onder deze afspraken vallen: • • •
•
Opstellen gezamenlijk rioleringsbeleid; Gemeenten en Hoogheemraadschap leggen afspraken vast in afvalwaterakkoorden Gemeenten en Hoogheemraadschap verbeteren het functioneren van de afvalwaterketen zowel kwantitatief als kwalitatief door: o Rioolvreemd water te verminderen o VGS-stelsels waar mogelijk om te bouwen naar GS-stelsels o Beter zicht en grip op indirecte lozingen o Opsporen en herstellen foutaansluitingen o Doelgericht te meten en te monitoren o Verkenning optimalisatiemogelijkheden afvalwaterketen o Inventarisatie kansen hergebruik en terugwinning stoffen/energie Partijen voeren de waterketentaken doelmatig uit door: o Te streven naar eenzelfde format voor de meerjarenplannen o Te zorgen voor inzicht in ligging en toestand van de aanwezige voorzieningen o Gezamenlijk in beeld te brengen hoe incidenten zijn af te handelen en dit vastleggen in een calamiteitenplan
De gemeentelijke taak voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater Inzameling en transport van stedelijk afvalwater binnen de bebouwde kom Bijna alle percelen in West-Friesland zijn aangesloten op de riolering of op een alternatief zuiveringssysteem. Uit deze systemen vinden er dan ook geen lozingen van ongezuiverd afvalwater plaats. Wél heeft de gemeente nog enkele gemengde systemen in het areaal. Omdat duurzaamheid een kernwaarde is binnen het waterbeheer, gaan we door met het afkoppelen en scheiden van afval- en hemelwater. Op deze manier wordt er geen energie verspild aan het zuiveren van relatief schoon hemelwater en wordt afvalwater van optimale samenstelling geleverd aan het 11
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Hoogheemraadschap, om hier energie en grondstoffen uit te kunnen halen. Uit deze gemengde systemen kan bij zeer hevige neerslag nog gemengd afval- en hemelwater overstorten op het oppervlaktewater. Deze overstorten worden gemonitord, zodat de effecten op de waterkwaliteit beperkt blijven. Dit doen we door een emissiegerichte aanpak, samen met onze waterpartners in de regio. Door daarnaast verhard oppervlak af te koppelen proberen we overstorten te beperken en zo verder bij te dragen aan emissiereductie. Rioolvreemd water dat het riool instroomt via lekkage of overstortdrempels wordt nader onderzocht. Inzamelen van afvalwater bij nieuwbouw Bij nieuwbouw leggen we bij voorkeur een gescheiden rioolstelsel aan en worden percelen en grote gebiedsontwikkelingen altijd voorzien van gescheiden aansluitingen. Ook bij kleine (her)ontwikkelingen in gebieden waar nu een gemengd riool ligt vervangen we deze door een gescheiden rioolstelsel. Tijdelijk moeten we soms aansluiten op een bestaand (gemengd) systeem, totdat het nieuwe hemelwaterriool voltooid is. Omgaan met bedrijfsmatige lozingen Bedrijfsmatige lozingen zijn niet altijd goed in beeld of zorgen voor een ondoelmatige werking van het systeem, bijvoorbeeld als wasplaatsen lozen op drukriolering.
Waar van toepassing, willen we als gemeente en Hoogheemraadschap het gesprek met bedrijven aangaan om alternatieve lozingsroutes af te wegen. Doelmatige verwerking De Omgevingswet geeft ons ruimte om in te zetten op een doelmatige verwerking van afvalwater op plekken waar we voorheen een plicht hadden om aan te sluiten op riolering, maar dit niet de meest efficiënte oplossing was. We houden ons voor nu aan de lozingsregels uit de Waterschapsverordening van het HHNK. Samen met hen werken we aan gebieds-specifieke doelmatigheidscriteria om een betere afweging te maken in de keuze voor een juiste voorziening. Deze criteria vervangen, wanneer deze klaar zijn het bestaande afstands- en omvangscriterium. In de Waterschapsverordening staat dit bestaande criterium opgesteld dat wij laten gelden voor het buitengebied.
Beleid van HHNK Huishoudelijk water wordt alleen op oppervlaktewater geloosd als het lozen plaatsvind buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool meer bedraagt dan: 40m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; 100m bij meer dan 10, maar minder dan 25 inwonerequivalenten; 600 m bij meer dan 25, maar minder dan 50 inwonerequivalenten 1500m bij meer dan 50, maar minder dan 100 inwonerequivalenten 3000m bij 100 of meer inwonerequivalenten
12
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Duurzame afvalwaterketen De waterketen speelt een belangrijke rol in een circulaire economie. We zetten in op hergebruik van reststoffen van drinkwaterproductie. Ook in het afvalzuiveringsproces winnen we verschillende stoffen terug en gezuiverd afvalwater is in te zetten om droogte te voorkomen. Restmateriaal van het reinigen van rioolputten en buizen zijn ook potentiële middelen voor hergebruik. We zijn ons bewust van de kansen en ontwikkelingen op het gebied van het gebruik van duurzame energie in de afvalwaterketen. Wanneer onderdelen vervangen moeten worden kijken we naar duurzame alternatieven, binnen de grenzen van robuuste werking. We onderzoeken mogelijkheden om energieverbruik te verminderen en om het aanbod van afvalwater op een efficiënte manier af te stemmen op de vraag. Problematiek WKO-lozingen Warmte-koude opslag (WKO) is een steeds vaker toegepaste methode voor het verwarmen en koelen van woningen, kantoren en industrie. Deze installaties lozen spoelwater op de riolering tijdens de aanleg en onderhoud. Om te voorkomen dat pieklozingen het rioolstelsel verstoren, zijn de bestaande de locaties van WKO’s geïnventariseerd en onderzoeken we diens negatieve effecten op de omgeving. Bij nieuwbouw wordt er gewerkt om de impact van pieklozingen beter op te nemen in het proces.
Hemelwatertaak Verwerking van hemelwater In een tijd van klimaatverandering moeten we onze aanpak van hemelwater herzien. We voeren water niet meer zo snel mogelijk af, maar we houden het vast om te gebruiken in periodes van droogte. We voorkomen wateroverlast bij extreme neerslag door bovengronds te bergen. Om dit te bereiken hanteren we de voorkeurstrits Vasthouden, Bergen, Afvoeren. Water wordt zo goed mogelijk vastgehouden op percelen, door middel van groene daken en infiltratie. Als dit niet mogelijk is bergen we het water eerst binnen het stedelijk watersysteem, voordat we afvoeren op het regionale watersysteem. Beperken risico op wateroverlast Het kan voorkomen dat de capaciteit van het rioleringssysteem bereikt is en dat er overlast optreedt. We maken onderscheid tussen hinder, ernstige hinder en waterschade. Definitie en aanpak van Hinder, Ernstige hinder en Waterschade - Hinder Hinder heeft de volgende kenmerken: - kortdurende periode van water op straat; - waarbij verkeer nog mogelijk is duur in de orde van 15-30 minuten. - Ernstige hinder Ernstige hinder heeft één van de volgende kenmerken: - langer durende periodes van water op straat; - verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels) 13
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
-
duur in de orde van grootte van 30-120 minuten.
- Waterschade (Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: - grote economische schade; - gezondheidsschade (ziekten of letsels direct te relateren aan water op straat) - materiële schade als gevolg van water in (winkel)panden. In 2021 is met de West-Friese gemeenten de gezamenlijke ambities voor klimaatadaptatie vastgesteld. We zetten in op gelijkwaardige bescherming, ondanks een veranderend klimaat. Dit betekent dat we in 2050 een even goede bescherming bieden als nu en dat we even vaak hinder of schade ondervinden van wateroverlast, hitte, droogte en waterkwaliteit als we nu doen. Op deze manier groeien we mee met het klimaat. Als gemeente zijn we aan zet en we stimuleren bewoners, ondernemers en partners om mee te doen. Ook zetten we in op bewustwording via campagnes en eventuele (financiële) stimulering. We zetten in op integraal programmeren om zo per wijk het meest optimale plaatje te bereiken. Vermijden van hinder in bestaande situatie Een rioolbuis gaat, wanneer goed geproduceerd en aangelegd, gemiddeld 60-80 jaar mee. Bij de aanleg of vervanging van riolering is het daarom belangrijk dat we deze toekomstbestendig maken. Het uitgangspunt in het ontwerp van onze riolering was tot op heden een bui met een frequentie van eenmaal per 2 jaar (Bui08 uit de kennisbank Riolering van RIONED). Door klimaatverandering veranderen ook de frequenties van deze buien.
Deze zullen nu vaker voorkomen. We kiezen daarom bij toetsing voor water-op-straat voor Bui09 uit de kennisbank Riolering. Deze bui komt nu nog voor met een frequentie van eenmaal per 5 jaar, maar treedt in de toekomst naar verwachting eens per 2 jaar op. We gaan een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) opstellen om verbetermaatregelen in beeld te brengen om en knelpunten in bestaand bebouwd gebied op te lossen. Vermijden van hinder bij nieuwbouw en herontwikkeling Bij het ontwerp van nieuwe rioleringssystemen gebruiken we daarentegen de maatgevende Bui10. De waakhoogte moet bij deze ontwerpbelasting minimaal 30 cm bedragen, tenzij er een meer doelmatige oplossing is. Klimaatadaptieve inrichting Door klimaatverandering moeten we rekening houden met meer extreme weersomstandigheden. Dit doen we door de leefomgeving klimaatadaptief en waterrobuust in te richten. We reduceren verhard oppervlak en benutten de openbare ruimte om water te bergen voor droge periodes. Voldoende open water en groen helpen in het bestrijden van hittestress en zorgen ervoor dat water niet te snel afvoert. Waar mogelijk stapelen we functies. Retentievijvers, waterpleinen en wadi’s lenen zich uitstekend voor een multifunctioneel gebruik. Gezien de investeringen is het maatschappelijk niet verantwoord om een rioolstelsel op calamiteiten te dimensioneren.
De volgende alinea’s beschrijven voor welk beschermingsniveau wij kiezen voor verschillende situaties.
14
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Bestaande situatie Omdat een groot deel van het verhard oppervlak op particulier terrein ligt, is de rol van onze inwoners in klimaatadaptie zeer belangrijk. We stimuleren inwoners om geen volledig bestrate tuinen aan te leggen en water op te vangen in bijvoorbeeld regentonnen. Nieuwbouw en herontwikkeling We passen de intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland toe, die wij in februari 2022 zijn aangegaan. Dit betekent dat de norm bij nieuwbouw ligt op geen schade bij 70 mm in een uur (herhalingskans 1/100 jaar in 2050). Aangezien hemelwaterriolering bij nieuwbouw wordt gedimensioneerd op bui10 uit de kennisbank Riolering (~36 mm in een uur), dient er nog ~40 mm in de bovengrond vastgehouden te worden op een locatie waar het geen schade aanricht. Voor vitale en kwetsbare infrastructuur geldt dat voorzieningen moeten functioneren en bereikbaar blijven bij 90 mm in een uur (herhalingskans 1/250 jaar in 2050). Dit PSWR biedt houvast voor herinrichtingsprojecten. Voor (her)ontwikkelingen maken we onderscheid tussen geen verplichting, de kleine verplichting en de grote verplichting. Kleine verplichting Bij kleine (her)ontwikkelingen is het lastiger om op een duurzame wijze om te gaan met hemelwater dan bij een volledig nieuwe ruimtelijk ontwikkeling.
Bij kleine (her)ontwikkelingen hanteren we daarom een eis van 10-15 mm waterberging per vierkante meter aan afvoerend verhard oppervlak. Hiervoor hanteren we een ondergrens van 50 m², zodat geringe aanpassingen niet direct tot een eis leiden. Grote verplichting Bij grotere (her)ontwikkelingen is er meer ruimte om water op een duurzame wijze te verwerken. Hier hanteren we de eis van 60-80 mm waterberging per vierkante meter aan afwaterende verharding. Aanvullende verplichting In het geval een plangebied groter is dan bijvoorbeeld 1 hectare komen we via een maatwerkoplossing tot een inspanning die ook een bijdrage levert aan biodiversiteit, het tegengaan van hittestress en verdroging. Deze eisen gelden wanneer water geloosd wordt op de gemeentelijke riolering. Ze staan uiteengezet in Figuur 1 op de volgende pagina.
15
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Geen verplichting
Kleine verplichting
Grote verplichting
•Ontwikkeling <50 m² aan verhard oppervlak •Stimuleringsbeleid voor duurzame hemelwaterverwerking
•Ontwikkelingen tussen de 50 m² en de 750 m² aan verhard oppervlak •10-15 mm waterberging per afvoerend m²
•750 m² tot 10.000 m² aan verhard oppervlak •60-80 mm waterberging per afvoerend m²
•Vanaf >1 ha •Maatwerkoplossing Aanvullende verplichting •Bijdrage leveren aan biodiversiteit en tegengaan hittestress en verdroging
Figuur 1: Verplichtingen voor compensatie bij (her)ontwikkeling.
Beleid HHNK In het geval dat er direct op het oppervlaktewater geloosd wordt houden we ons aan de beleidsregels uit de Hoogheemraadschapsverordening van HHNK. Bij een ontwikkeling met een toename in verhard oppervlak van <800 m² vereist HHNK geen compensatie. Als gemeente kiezen we er echter voor ons eigen beleid toe te passen of, als het watersysteem de last niet aankan, voor maatwerk samen met het Hoogheemraadschap. Wanneer een ontwikkeling een toename in verhard oppervlak tussen de 800 m² en de 2000 m² als gevolg heeft hanteren we het beleid van het Hoogheemraadschap. Er wordt als eerste ingezet op infiltratie, om het watersysteem te ontlasten. Daarnaast wordt het nieuwe verharde oppervlak gecompenseerd door 10% van het projectgebied als nieuw of verbreed oppervlaktewater te graven. Bij projecten met toenames in verhard oppervlak van meer dan 2000 m² passen we ook Hoogheemraadschapsbeleid toe. Er wordt een omgevingsvergunning aangevraagd bij het Hoogheemraadschap en er wordt er gekeken naar maatwerkoplossingen. Omgaan met (sterk) vervuilde oppervlakken Hemelwater afkomstig van daken is schoon genoeg om direct in de bodem of op oppervlaktewater te lozen. Afstromend water van bedrijven- of industrieterreinen of pleinen kan echter vervuild zijn en transporteren we bij voorkeur naar de RWZI. We optimaliseren deze systemen om te voorkomen dat we onnodig veel water transporteren.
We volgen de rijksregels met betrekking tot afvloeiend hemelwater. We lozen hemelwater alleen op een vuilwaterriool als er geen andere mogelijkheden zijn. We treden handhavend op in het geval van lozingen van hemelwater op een drukriool. 16
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Afkoppelen verhard oppervlak / scheiden van waterstromen Om het rioleringssysteem te ontlasten, het aanbod van afvalwater op de RWZI te optimaliseren en langdurige perioden van droogte te overbruggen gaan we (mits doelmatig) door met het scheiden van waterstromen, afkoppelen van verhard oppervlak en het bijdragen aan vergroening. De ambitie is om regenwater te hergebruiken op momenten dat dat nodig is. Het afkoppelen van verhard oppervlak is niet altijd mogelijk of doelmatig, zeker in dichtbebouwd (centrum)gebied. Ook zijn er andere ontwikkelingen als de energietransitie of bijvoorbeeld de mogelijke aanleg van glasvezelkabels. Deze ontwikkelingen bieden kansen (werk met werk maken), maar resulteren ook tot beperkte resterende ruimte in de ondergrond. Dit vereist een integrale aanpak. Vooralsnog gaan we uit van een kansgerichte benadering. Mocht op de langere termijn blijken dat het noodzakelijk is om af te koppelen om daarmee het risico op wateroverlast te verkleinen, is een gebiedsgerichte afkoppelverplichting een mogelijk volgende stap.
Grondwatertaak Omgaan met grondwateroverlast Er zijn in de regio West-Friesland geen structurele knelpunten wat betreft grondwateroverlast, uitzonderingen daargelaten. In de gemeente Enkhuizen kampen sommige wijken nog met een hoge grondwaterstand. Dit leidt tot water in de kruipruimtes van huizen. We nemen maatregelen tegen grondwateroverlast als dit structureel en nadelig is. Wat we verstaan onder structureel en nadelig is hieronder uiteengezet. We zetten in op doelmatige maatregelen. Dat houdt in dat we per locatie een afweging maken op basis van het karakter van de overlast, de mogelijke gevolgen en de doelmatigheidscriteria. Uitzonderingen zijn situaties waarbij de eigenaar bouwkundig of huishoudkundig verantwoordelijk is (kelders en kruipruimtes). Ook situaties waar de oorsprong regionaal is vormen een uitzondering. Definities structureel nadelige grondwateroverlast en doelmatige maatregelen Structurele grondwateroverlast dient: Wederkerend te zijn en gemeld (tenminste jaarlijks geregistreerd); - én gedurende lange tijd voor te komen (tenminste 1 maand continu); - én niet tijdelijk te zijn (tenminste 2 jaar); én stabiel of toenemend te zijn. Nadelige gevolgen zijn: - gezondheidsklachten door vocht in de woning; - óf schade aan gebouwen of infrastructuur (o.a. aan wegfundering); - aantasting van de primaire functie op basis van bestemmingsplan.
Doelmatige maatregelen zijn: - maatregelen dienen effectief te zijn (met de maatregelen worden de problemen voorkomen of aanzienlijk beperkt); - én maatregelen dienen efficiënt te zijn (geen alternatieven op de probleemlocatie die goedkoper of effectiever zijn); - én de kosten van de maatregelen dienen in verhouding te staan tot de nadelige gevolgen.
17
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Vooraf aan het nemen van maatregelen om grondwateroverlast te verbeteren verwachten we dat perceeleigenaren vereiste maatregelen genomen hebben op hun eigen terrein. We toetsen dit bij de aanvraag van een omgevingsvergunning en/of door middel van een locatiebezoek. We zijn bereid advies of voorlichting te geven over de te nemen maatregelen en we helpen met onderzoek. Pas wanneer overlast structureel en nadelig is treffen we maatregelen om de afvoer van overtollig grondwater te verbeteren. We combineren deze maatregelen zo goed mogelijk in combinatie met afkoppelen, rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte. In ons grondwaterbeleid hanteren we de voorkeursvolgorde ophogen-bergen-afvoeren. Dit betekent dat we eerst kijken naar het ophogen van het maaiveld, voordat we extra oppervlaktewater realiseren voor af- en aanvoer. Pas als laatste optie leggen we een drainagesysteem aan, met eventueel benodigde grondverbetering. Voorkomen grondwateroverlast Bij planologische wijzigingen gebruiken we de “weging van het waterbelang” om inzicht te krijgen in de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en de effecten van de nieuwe ontwikkeling. We werken nauw samen met het Hoogheemraadschap in deze procedure om te voorkomen dat er gebouwd wordt in natte gebieden en/of dat er onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden genomen.
Ontwatering We geven per gebied een specifieke invulling aan ontwateringsnormen. Bij nieuwbouwsituaties houden we een ontwateringsdiepte aan die het risico op grondwateroverlast (én onderlast) minimaliseert. Door bijvoorbeeld zonder kruipruimte te bouwen beperken we het risico op grondwateroverlast. We hanteren de volgende minimale ontwateringsdiepten. Functie
Minimaal benodigde ontwatering t.o.v. maaiveld (gebaseerd op Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand in meters)
Woningen
1,0
Parken, tuinen en groenvoorzieningen
0,5
Wegen en woonstraten
0,7
We zien deze waarden als een inspanningsplicht. We zijn daarom als gemeente niet verantwoordelijk voor het handhaven van de genoemde waarden. 18
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Voorkomen van grondwaterverontreiniging We voorkomen grondwaterverontreiniging door vervuilende activiteiten te weren. Op eventuele locaties met grote bodemverontreinigingen zijn we voorzichtig met infiltratie van hemelwater om verspreiding te voorkomen. De bescherming van het grondwater is opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2022. De bescherming komt in de vorm van aangewezen grondwaterbeschermingsgebieden. Waar nodig verwijzen we naar deze verordening. Monitoren Vanwege het beperkt aantal meldingen is overwegend sprake van een piepsysteem. Bij veel meldingen treffen we doelmatige maatregelen en plaatsen zo nodig peilbuizen. Binnen de regio streven we ernaar om de eventuele meetgegevens onderling te delen en op uniforme (centrale) wijze te ontsluiten. Tegengaan verdroging Droogte en wateroverlast in het stedelijk gebied pakken we binnen de regio West-Friesland in samenhang op. We verkleinen de kwetsbaarheden voor klimaatverandering door specifieke aandacht te geven aan waterberging, waterafvoer, waterkwaliteit, stijgend grondwater, droogteschade aan stedelijk groen, paalrot en bodemdaling. Bij de inrichting van groen met een ont- of afwaterende functie hebben we oog voor een klimaatbestendige inrichting. Het groen moet bij voorkeur bestand zijn tegen zowel kortdurende vernatting als langdurige droogte.
Opbouwen basis Grondwaternetwerk In de komende planperiode realiseren we een grondwatermeetnet en zijn we van plan het beheer en onderhoud voor de komende jaren aan te besteden. Op deze manier zijn we beter in staat om invulling te geven aan de grondwatertaak. Een grondwatermeetnet is een over een groot gebied verspreid aantal peilbuizen, dat frequent wordt bemeten en waarvan de gegevens op een toegankelijke manier worden opgeslagen en weergegeven. Met een grondwatermeetnet wordt kennis over de grondwaterstanden, stromingen en fluctuaties binnen het stedelijke gebied van de gemeente opgebouwd. Het grondwatermeetnet is op maat ontworpen. Hiermee worden tegen minimale beheerkosten, maximale meetgegevens verkregen. Binnen de gemeente Enkhuizen plaatsen we 20 peilbuizen. Meetdoelen • • • •
Het krijgen van inzicht in fluctuaties en stromingsrichting van de grondwaterstanden in de bebouwde kom. Het krijgen van inzicht in de relatie tussen de grondwaterfluctuaties en de neerslag. Het volgen van langjarige ontwikkelingen met betrekking tot de grondwaterstanden in het stedelijke gebied, als onderdeel van het regionale watersysteem. Het onderbouwd kunnen reageren op klachten en meldingen over grondwateroverlast.
19
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
•
Het verzamelen van basisgegevens ten behoeve van diverse onderzoeken voor bijvoorbeeld drainageaanleg, rioolvervanging, bouwrijp maken, het inventariseren van mogelijkheden ten behoeve van afkoppelen en infiltreren en bouwputbemalingen.
Hierbij koppelen we de meetgegevens van tijdelijke projectpeilbuizen aan de langjarige meetgegevens van het grondwatermeetnet.
Oppervlaktewater Goed rioolgebruik We verwachten van onze inwoners dat ze het riool alleen gebruiken op de manier waarop het bedoeld is. Zo dragen ook zij bij aan het verlagen van de beheer- en onderhoudskosten. We informeren inwoners via onze media-kanalen over hun verantwoordelijkheid met betrekking tot goed gebruik van het riool en het voorkomen van foutaansluitingen. Met name dit laatste element is belangrijk in het voorkomen van de uitstroom van vuilwater in het oppervlaktewater. Indirecte lozingen Een indirecte lozing is een lozing die niet direct, maar via de bedrijfsriolering en/of een tussenliggend zuiveringswerk van een derde partij op het oppervlaktewater uitkomt. Indirecte lozingen kunnen kwalitatief en kwantitatief schade leveren doordat deze onvoldoende gezuiverd overstorten of omdat deze het rioleringssysteem extra belasten. Het betreft onvoldoende gezuiverde lozingen (via overstorten of RWZI), of lozingen die het functioneren van riolen, gemalen of de RWZI verstoren. Om wateroverlast te voorkomen zijn overstortingen vanuit het rioolstelsel soms onvermijdbaar, maar dit leidt overwegend niet tot directe volksgezondheids- of milieuproblemen. De kwaliteit van het oppervlaktewater is de afgelopen jaren sterk verbeterd. We gaan (waar doelmatig) door met het afkoppelen van verhard oppervlak om de milieubelasting aanvaardbaar te houden.
Omgaan met negatieve gevolgen van medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics We willen de lozingen van medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics op oppervlaktewater beperken. We doen dit door een gecombineerde bron-, systeem-, en end-of-pipe aanpak. We bouwen op de rijksoverheid om (inter)nationale afspraken te maken om fabrikanten te stimuleren en verplichten om meer duurzaam te produceren. We volgen de ontwikkeling van de pilot die PWN met HHNK uitvoert op RWZI Wervershoof om meer ervaring op te doen met het afvangen van microverontreinigingen.
20
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Beleid HHNK HHNK zet in eerste instantie in op een beleidsarme overgang van de huidige keur naar een waterverordening onder de Omgevingswet. De focus ligt hierbij op waterkwantiteit. De bruidsschatregels worden integraal overgenomen. Beleidsregels met betrekking tot waterkwaliteit worden in een later stadium gebiedsspecifiek gemaakt. De komende planperiode stemmen we het opnemen van eventuele regels met betrekking tot waterkwaliteit in Omgevingsplan/ waterverordening af met de waterbeheerder. Opheffen foutaansluitingen We proberen afvalwater zoveel mogelijk ingesloten te houden, maar dit is niet altijd mogelijk. Foutaansluitingen en riooloverstortingen uit een gemengd riool vormen de zwakke schakels in onze afvalwaterketen. Foutaansluitingen zorgen ervoor dat er onbedoeld vuilwater in oppervlaktewater terecht komt, of dat er onnodig regenwater naar de RWZI afvoert. Overstortingen vinden plaats bij hevige of langdurige regenval. De lozingen van ongezuiverd water hebben een nadelig effect op de kwaliteit van ons oppervlaktewater. We sporen foutaansluitingen op en herstellen deze, om zo deze onnodige belasting te voorkomen. Om gemengde riooloverstortingen te voorkomen koppelen we verhard oppervlak zoveel mogelijk af en houden we regenwater vast om de versnelde afstroom te voorkomen.
Omgaan met recreëren in, op of nabij stadswater Als gevolg van klimaatverandering en de bevolkingsdichtheid neemt de druk op onze stads- en dorpswateren steeds verder toe. We zien een toename aan watergebonden evenementen, er ontstaan meer wildzwemplekken en ook op het water wordt het drukker. Voor ons stads- en dorpswater is een garantie van de kwaliteit en veiligheid niet per definitie zeker zoals dat wel de bedoeling is voor de aangewezen zwemwateren. Na regenval kan het water bijvoorbeeld verontreinigd zijn met fecaliën, in of op de waterbodem kunnen gevaarlijke voorwerpen liggen of water afkomstig uit landelijk gebied is bijvoorbeeld verontreinigd met chemicaliën/parasieten etc. Gelet op het grote aantal mogelijke wildzwemwaterlocaties heeft het plaatsen van borden weinig nut. Vanuit het oogpunt van publieke gezondheid en openbare veiligheid zetten we daarom vooralsnog in op informeren van de omwonenden, tenzij we echt grote veiligheids- of gezondheidsrisico’s zien. In dat geval gaan we in gesprek met belanghebbende partijen en brengen we onze kennis met betrekking tot het functioneren van de riolering- en het watersysteem in. Het zou mooi zijn als op de lange termijn delen van het watersysteem van voldoende kwaliteit zijn om veilig te kunnen zwemmen.
In beleid en uitvoering zorgen we er in ieder geval voor dat door ons handelen de waterkwaliteit tenminste niet verslechtert.
21
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Bedrijfsvoering In het kader van de samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van de waterketen hebben we als de zeven West-Friese gemeenten ook met betrekking tot de bedrijfsvoering afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn als volgt: • Hanteren van assetmanagement principes • Gemeenten nemen de regie om ingrepen in de openbare ruimte af te stemmen • Bundelen kennis om data op te krijgen en te houden • Bouwen aan een Beslissing Ondersteunend Instrumentarium (BOI) • Ontwikkelen GIS-expertise • (Afval)waterketen weerbaar maken tegen cyberaanvallen • Samenwerken door kennis en inzichten te delen • Inventariseren mogelijkheden om bewustwording te verhogen en handelingsperspectief te bieden • Het monitoren van het kennis- en competentieniveau van de Branchestandaard van de gemeentelijke watertaken. In de strategische uitwerking van de bedrijfsvoering is met deze afspraken rekening gehouden. Rioolvervanging Een groot deel van onze riolering is aangelegd in de jaren ’60-’70 . Met een theoretische levensduur van een rioolbuis van 60-80 jaar krijgen we de komende jaren te maken met een grote vervangingsopgave. In de werkelijkheid is de levensduur van een riool niet altijd even lang. Bijvoorbeeld door het gebruik van inferieur materiaal als gevolg van de oliecrisis in de jaren ’70.
Om goed aan onze vervangingsopgave te voldoen hebben we de afgelopen planperioden onze rioleringssystemen geïnspecteerd. Op basis van deze inspecties besluiten we of we kiezen voor renovatie of vervanging. We zetten in op risicogestuurd beheer. Dat betekent dat we vervangen waar het echt nodig is en met behulp van renovaties de levensduur van bestaande systemen kunnen verlengen. We hebben inzicht in de effecten die het bezwijken van een riool heeft op de leefomgeving. Ons risicogestuurd beheer relateren we aan de effecten van een mogelijk bezwijken. Onderhoud en inspecties baseren we ook op de informatie die we hebben. Kolken in straten met veel bomen maken we bijvoorbeeld vaker schoon. Om risicogestuurd beheer mogelijk te maken zijn volgende onderwerpen van belang: • goede opbouw van beheerdata; • het ontwikkelen en vaststellen van risicoprofielen; • het monitoren van de kwaliteitsontwikkeling van het stelsel; • het koppelen van maatregelen aan risicoprofielen; • periodiek evalueren van de werkwijzen. In de afgelopen planperiodes hebben we stappen gezet om onze beheerdata op orde te krijgen en de risicoprofielen op te stellen. In de komende periode evalueren we onze aanpak en stellen we deze bij waar het nodig is. 22
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Beheer en onderhoud Om een goed functioneren van het stedelijk watersysteem te waarborgen voeren we beheer- en onderhoudsmaatregelen uit. De planning leggen we vast in operationele jaarprogramma’s. Bij de invulling van het beheer en onderhoud groeien we geleidelijk toe naar een meer risico-gestuurde benadering. Dit betekent dat we niet uitgaan van een vaste onderhoudsfrequentie (cyclisch) en vervanging op basis van leeftijd. We differentiëren om zo beter rekening te houden met mogelijke risico’s en de maatschappelijke, economische en ecologische waarde. Waar het kan doen we dan wat minder en daar waar het moet doen we dan wat meer. Uitgangspunt hierbij is dat alle inwoners van de gemeente het recht hebben op een goed functionerend rioleringssysteem en een veilige leefomgeving. We onderscheiden vier typen beheer- en onderhoudsmaatregelen: • Klein onderhoud Onder klein onderhoud verstaan we reguliere onderhoudsactiviteiten met een kort-cyclisch karakter, zoals reinigen en repareren van kolken, gemalen en riolen. • Reactief onderhoud Soms is onvoorzien onderhoud nodig, bijvoorbeeld bij een calamiteit. De kans hierop proberen we te beperken door een gedegen uitvoering van het beheer en onderhoud. • Groot onderhoud / renovaties Onder groot onderhoud verstaan we preventieve en/of correctieve maatregelen, zoals relining, om het rioolstelsel in goede staat te houden of te brengen.
Bij relining wordt de bestaande rioolbuis van binnenuit verstevigd door middel van een zogenoemde kous of schaaldelen. o We overwegen relining als de wanddikte van de buis voldoende dikte bevat om de kracht van een uitgeharde kous te weerstaan. o We overwegen relining als een riool te diep ligt in de openbare ruimte. o Relining is niet wenselijk bij ei-vormige buizen. o Relining is niet wenselijk bij een gemengd stelsel (tenzij er een HWA-stelsel boven ligt of mogleijk is). o Relining is niet wenselijk als het stelsel verbeterd wordt naar aanleiding van knelpunten met betrekking tot functioneren. • Vervanging Vervangingsmaatregelen, zoals slopen en vervangen van het bestaande rioolstelsel. Dit combineren we zoveel als mogelijk met andere werkzaamheden zoals wegbeheer om ‘werk-met-werk’ te maken en eventuele hinder tot een minimum te beperken. Gegevensbeheer en digitalisering Binnen stedelijk waterbeheer hebben we te maken met statische en dynamische gegevens. De statische gegevens zijn basisgegevens zoals de afmetingen en hoogtemetingen van putten en leidingen. Deze gegevens worden laagfrequent geïnventariseerd en geactualiseerd. De dynamische gegevens bestaan uit o.a. meldingen, waarnemingen en praktijkmetingen. Deze worden met een hoge(re) frequentie ingezameld.
Deze gegevens houden/brengen we op orde om zo beter in staat te zijn het beheer van het stedelijk watersysteem doelmatig uit te blijven voeren. Het doel is om onze beheersystemen op orde te hebben.
23
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Meten en monitoren Door te meten en te monitoren hebben we (meer) inzicht in het daadwerkelijk functioneren van het rioolstelsel. Dat inzicht is gewenst om ervoor te zorgen dat we als gemeente ‘de goede dingen doen’, bijvoorbeeld wanneer we maatregelen willen treffen op kwetsbare locaties voor wateroverlast. Op basis van praktijkmetingen maken we analyses van het feitelijk functioneren van de afvalwaterketen. Op regionaal niveau (verzorgingsgebied HHNK) bundelen we de hiertoe benodigde kennis en bouwen we aan een beslissing onderbouwend instrumentarium. Communicatie en samenwerking Via actieve communicatie willen we het waterbewustzijn bij inwoners, bedrijven en organisaties verder vergroten. Voorbeelden hiervan zijn: • WatZr-campagne (zie watzr.nl): gezamenlijke communicatiemiddelen m.b.t. riolering en klimaatadaptatie op schaal van regio Noorderkwartier, gericht op bewustwording en handelingsperspectief inwoners in stedelijke omgeving; • Klimaatcircus: rondreizende voorstelling voor inwoners, schoolklassen etc. ten behoeve van individuele bewustwording en handelingsperspectief (in ontwikkeling, eerste voorstellingen verwacht voorjaar 2022); • Operatie Steenbreek (handelingsperspectieven) • Participatie m.b.t.
klimaatbestendigheid bij (her)inrichtingsprojecten in bestaand gebied; Met dergelijke vormen van communicatie, in combinatie met de juiste prikkels (bijvoorbeeld financieel) en door zelf het goede voorbeeld te geven, werken we aan draagvlak voor de gemeentelijke watertaken. Draagvlak is belangrijk, bijvoorbeeld voor acceptatie van water op straat, begrip voor mogelijke hinder als gevolg van verbetermaatregelen, enthousiasme om mee te werken aan een klimaatbestendige omgeving en uiteraard om het riool op een goede wijze te gebruiken. De taken op het gebied van beheer en onderhoud van het watersysteem, de waterketen en het gebruik van het water zijn duidelijk geregeld en vastgelegd. De eigen dienst voert de primaire taken uit, op specialistische/incidentele taken voeren we regie. We worden hierbij geholpen door de goede en transparante samenwerking met het regionale samenwerkingsverband ‘West-Friesland’. Binnen dit samenwerkingsverband overleggen we periodiek over operationele en beleidsmatige vraagststukken en projecten waarop we kunnen samenwerken. Inhoudelijk is de samenwerking gericht op de (afval)waterketen. In eerste instantie was de focus gericht op kostenbesparing. De aandacht verschuift nu naar het functioneren van de riolering en het vanuit riolering bijdragen aan belangrijke maatschappelijke thema's.
24
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Capaciteit en kennis op orde In de huidige situatie is er op inhoudelijk vlak een totaal van 7,78 in eigen dienst aanwezig binnen de SED-organisatie. Daarnaast is er 2,70 fte aan inhuur wat het totaal aan inhoudelijk beschikbare capaciteit op 10,48 fte brengt. In totaal is er vanuit de branchestandaard voor de SED-organisatie 11,55 fte benodigd voor gedegen invulling op de inhoudelijke taken. Dit geeft een tekort van 1,07 fte Echter de praktijkervaring is dat de inzet van projectleider Civiel niet volledig toekomt aan specifiek projecten voor de stedelijke watertaken. De praktijk is dat ongeveer twee derde van de beschikbare 1,25 fte daadwerkelijk toekomt aan activiteiten voor de stedelijke watertaken (0,83 fte). Dit gegeven brengt het capaciteitstekort in de praktijk op 1,48 fte. In 2023 is er een rapport opgesteld om de personele inzet in kaart te brengen. Dit is te zien in Bijlage 3. Calamiteitenplannen Naast het optimaliseren van de reguliere bedrijfsvoering brengen we ook in beeld op welke wijze incidenten afgehandeld kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan lozing van een gevaarlijke stof in het riool, langdurige uitval van een rioolgemaal, een breuk in een persleiding, het bezwijken van een hoofdriool onder een belangrijke weg of wateroverlast door extreme neerslag.