CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

klein Zwartboek WFO

gemeenteraad 23 november 2021, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Moties vreemd aan de orde van de dag17.165 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

kwamen er af en toe berichten dat de sloop zou gaan beginnen. Best een beetje paniek, want wat moest ik daarna? Ik stond nog niet zo lang ingeschreven.’ De berichten van Welwonen zaten vol fouten. Ook kregen alle bewoners alle gegevens van elkaar op papier toegestuurd. ‘Dat kan natuurlijk niet!’, aldus R. Hij is boos, ook omdat er zoveel angst en stress bij de bewoners is veroorzaakt. Het duurde overigens nog vijf maanden voordat er echt gesloopt zou worden. ‘Ook is mij door een medewerker toegezegd dat ik een woning zou krijgen ter overbrugging, maar dat ging uiteindelijk niet door.’ Het Stadsteam sprong weer voor me in de bres. ‘Zij probeerden voor mij en mijn hond een plek te regelen bij het Leger des Heils, maar daar mocht mijn hond niet mee. Ook was er plots een kamertje ergens in Opperdoes. Ook daar was de hond niet welkom. Ik ga nergens heen zonder mijn hond, dat is mijn alles!’ Gelukkig was er voor hem een plek in Nieuw Begin, een project van de diaconie in Enkhuizen. Inmiddels zit hij in een grotere woning van de diaconie, waar ook gewoon plek is voor zijn viervoeter. In december 2020 overleden ook zijn moeder en haar vriend nog aan corona. ‘Een enorme klap. Omdat ik geen geld had om naar de begrafenis te gaan, kreeg ik hulp om toch afscheid te kunnen nemen.’

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

haar eigen straatje schoongeveegd’, besluit R. ‘Eerlijk gezegd, de meeste mensen vertrouw ik niet meer. Ik heb lang gedacht: ik ga wel door, maar ‘waarvoor’?’

INTERVIEW 12

‘Het hebben van een eigen plek is zo belangrijk. Het geeft stabiliteit om je leven opnieuw op te bouwen…’ Zeven weken geleden overleed haar dochter. Ernstig verslaafd en een heel zwaar leven achter de rug. Verkeerde relaties, drugsgebruik en onvoldoende goede begeleiding. A. woonde aan de Timmerwerf, samen met haar toenmalige vriend. ‘Die jongen was een echte narcist, die heel goed was in het houden van mooie praatjes. Met z’n vlotte babbel bereikte hij veel, ook bij mijn dochter. Door allerlei gebeurtenissen wilde zij afstand van hem nemen, maar dat lukte nooit. Ook omdat hij haar die rotzooi leverde.’

R. raakte steeds verder in zichzelf gekeerd. De buurt maakte zich zorgen. ‘De politie is aan de deur geweest en voor ik het wist zat ik weer opnieuw bij de GGZ. Niemand wist mij te helpen.’ Bij Leviaan is hij nu aan de slag met fotografie-werk. Dat vindt hij leuk, het geeft hem voldoening. ‘Welwonen heeft steeds

Op een dag werd A. uit haar huis gezet. Haar vriend had namelijk het hele huis gesloopt, omdat hij ervan overtuigd was dat ‘ze afgeluisterd werden’. ‘Tja, die vriend. Ze kon niet met en ze kon niet zonder.’ Ze kon terecht in een zogenaamde tweede-kans-woning aan de Oranjestraat. Ze raakte zwanger. De vriend mocht zich hier officieel niet laten zien, maar dat gebeurde toch. Ook hier brak de vriend op een gegeven moment de boel af. ‘Ze wilden A. weer op straat zetten. Toen ook nog bleek dat ze zwanger was, mocht ze tot het eind van de zwangerschap in haar huisje blijven wonen. Ze is toen in een ‘beval-huis’ bevallen van een jongetje, dat na een ziekenhuisperiode naar een pleeggezin is vertrokken.’ ‘Mijn dochter hoorde bij de party-scene. Haar vriend isoleerde haar en ze was niet bij machte om dit achter zich te laten. Geen enkele hulpverlener slaagde erin om door te zetten, waardoor ze telkens weer afgleed naar de ellende.’ A. kwam uiteindelijk in de buurt van Haarlem terecht in een afgelegen huisje. Er kwam in de weekenden vooral ‘het verkeerde volk’. Ze zette een illegale handel

40

41

R. had een leidinggevende functie had, een leuke relatie, ging regelmatig met vakantie, leidde een fijn en gelukkig leven. Inmiddels werkt R. bij een dagbestedingsinstelling. Zij hebben hem daar op de been gehouden. Af en toe is hij erg depressief, maar bij de instelling houden ze hem erbij. Daar is hij heel blij, na een zware periode bij WerkSaam, UWV en GGZ. ‘Ik weet niet meer wie ik allemaal kan vertrouwen. Ik werd van het kastje naar de muur gesleept, moest van € 40 per week leven. Ik moest telkens op gesprek in Hoorn, maar had geen geld om daar te komen. Dan houdt het gewoon op.’

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

in medicijnen en partypillen op en natuurlijk liep ze weer tegen de lamp. Ook hier werd ze weer uit huis gezet. ‘En wat doe je dan? Je neemt haar uiteindelijk maar in huis en probeert haar af te laten kicken. Lichamelijk lukte dat, maar geestelijk afkicken van die rotzooi was een flinke stap te ver.’ Na drie maanden liep A. toch de deur weer uit. ‘De hulpverlening, ach, wat zal ik daarover zeggen? Er waren mensen die het heel goed met haar voor hadden, die haar telkens weer in de gaten hielden en probeerden haar ergens intern opgenomen te krijgen. Maar zelfs hen lukte dat niet.’ Door alle toestanden kwam A. ook in de schuldhulpverlening terecht. Ook bij haar broer had ze inmiddels tienduizenden euro’s schuld. ‘Volgens mij heeft die schuldhulp niets gedaan! Ze had een behoorlijke uitkering en moest het jarenlang doen met € 40,- in de week. Waar is al dat geld gebleven? Ik snap er helemaal niks van!’, zo vertelt moeder. A. probeerde in betere tijden haar schulden af te lossen. ‘Trots was ze toen ze zelf € 6.000 had afgelost. Het was zo’n goede en lieve vrouw, maar ja, die troep maakt je zo anders.’ Het verdriet is groot en gaat ook niet zomaar over. Gelukkig heeft ze voor A. nog een mooie uitvaart kunnen regelen. Omdat ze een aantal jaar geleden een uitvaartverzekering had afgesloten. ‘De kans dat A.

oud zou worden was niet groot.’ Het werd een uitvaart voor de dochter die ze vroeger was. ‘Er waren zoveel lieve mensen gekomen die haar nog van vroeger kenden. Dat geeft troost.’ Ze hoopt maar dat A. het ‘hierboven’ nu goed heeft, dat ze is omringd door goede mensen. ‘Dat geeft me wel rust, maar ik kom nooit van het gevoel af dat ik misschien te weinig voor haar heb kunnen doen. Maar je moet soms echt afstand nemen, anders red je het zelf niet.’

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

INTERVIEW 13

‘Wat mij betreft blijft mijn probleem zichtbaar: ik ga in het straatbeeld van Enkhuizen liggen!’ Hij had het allemaal goed voor elkaar. Hij was getrouwd, had leuke kinderen, een eigen woning. M. had een goedlopend bedrijfje in de zorgverlening. Totdat de relatie stuk liep en hij daardoor in de financiële problemen terecht kwam. Zo belandde hij in de schuldhulp. ‘Na de scheiding stond ik op straat. Ik kon geen woning vinden en besloot ergens maar een kamer te huren voor € 400,- per maand.’ Zijn kinderen kon M. op deze kamer niet ontvangen. Betrekkelijk snel kreeg hij een nieuwe relatie. ‘Achteraf gezien veel te snel, maar ja, zo gaan die dingen’, aldus M. ‘Om de schuldeisers buiten de deur te houden is alles wat ik nog had op de naam van de nieuwe partner gezet. Maar toen deze relatie strandde kwam ik wederom op straat te staan.’ Omdat M. geen plek had om naar toe te gaan, meldde hij zich bij de Stichting Welwonen. Uiteindelijk kreeg hij, na bemiddeling van het Stadsteam, een sloopwoning in de Bloemenbuurt. Al met al heeft hij hier één jaar gebruik van kunnen maken. M. staat nu tien jaar ingeschreven als woningzoekende. Hij reageert op woningen in de regio. ‘Ik werk in Enkhuizen en heb geen rijbewijs. Ik heb het gevoel dat ik steeds lager op de lijst kom te staan in plaats van hoger.

Was eerst tien jaar voldoende om een woning te krijgen, nu is twaalf jaar nog niet genoeg.’ Hij ziet ook dat er door de woonstichting huurhuizen worden verkocht. En ook dat bijzondere doelgroepen voorrang krijgen. ‘Het is allemaal best te verklaren, hoor. Maar als je meer problematiek hebt dan alleen een gebrek aan een huis, dan is er al snel een vangnet’, is zijn conclusie.

42

43

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

Inmiddels heeft M. al van alles geprobeerd om een woning te krijgen. Zoals hulp van een onafhankelijk bureau om de status van ‘doorstromer’ te krijgen. Dat verzoek is afgewezen. Hij heeft veel gesprekken gevoerd met zowel de gemeente als met Welwonen. Ook via private partijen is het niet gelukt om een woning te krijgen. ‘Ik heb zelfs geprobeerd om in een bedrijfsunit te gaan wonen.’ Wat hem kennelijk nog rest, is een gang naar het Leger des Heils. ‘Ik weet vanuit mijn vorige werk als zorgverlener precies hoe het daar is georganiseerd. Het drugsgebruik is hoog. Je houdt het daar een paar weken vol en dan draai je zelf door’, zegt M. stellig. Maar M. blijft strijdbaar. ‘Er moet toch een oplossing zijn? Jarenlang hard gewerkt en wat heb ik nu? Je probeert hoop te houden, positief te blijven, maar soms lukt dat niet.’ Dan merkt hij aan zichzelf dat hij onterecht uitvalt tegen een kassamedewerker of boos en geïrriteerd reageert. De gemeente wijst naar Welwonen, en Welwonen wijst naar de gemeente. M. voelt zich een speelbal. ‘Ik weiger om van bank naar bank te shoppen. Bovendien is mijn probleem dan meteen uit beeld.’ En dan zijn er de kinderen. M. schaamt zich voor deze situatie. ‘Voor mijn kinderen wil ik het niet al te dramatisch maken. Ik probeer ze te leren dat je er onder alle omstandigheden iets van moet proberen te maken. Maar dat is niet altijd de realiteit.

Ik zit er soms ook gewoon doorheen. En dat bespreek ik dan wel met ze.’ Hij wil ze een betere plek bieden. ‘Ik sta nu in de overlevingsstand en wil nu vooral gezond blijven.’ ‘Een van mijn kinderen kan nogal provoceren. Wanneer op school een klasgenoot vertelt dat zijn vader een nieuwe baan of nieuwe auto heeft, zegt hij ‘Mijn vader is dakloos’. En dan lachen we er maar om.’

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

INTERVIEW 14

‘Natuurlijk is het fijn als mensen je helpen, maar je wil toch niemand tot last zijn?’ ‘Wat was ik blij met het huisje’, begint M. haar verhaal. ‘Ik was 23 en wilde heel graag op mezelf wonen. Het was me gelukt. Ik had een baan, ging ook nog naar school en had nu mijn eigen plekkie.’ M. vertelt dat ze het thuis best fijn had. Maar ze vond dat het wel tijd werd om op zichzelf te gaan wonen. ‘Als het niet anders kan, dan moet het. Maar als jongvolwassene nog bij je moeder wonen is niet altijd ideaal. Ik was er aan toe om lekker te doen wat je zelf wil, op de tijd dat je het zelf wil.’ Haar moeder bleef achter in een groot huurhuis. Ze vond de woning veel te groot voor zichzelf en ze besloot om haar heen te gaan kijken naar een andere plek. Ze stond al jaren ingeschreven bij de gemeente en bovendien zou zij dan voor anderen het grote huis achterlaten. ‘Mijn moeder is na enige tijd verhuisd naar een veel kleinere woning in een complex voor 55-plussers. En dat bevalt haar prima. Het is er gezellig wonen en ze heeft minder schoon te maken. Ze heeft het er erg naar haar zin’, vertelt M. En toen kwam de corona. ‘Mijn huisje was boven een horecagelegenheid. Een prima plekje voor mij, hoor. De huurbaas overleefde de eerste lockdown, maar in de tweede periode van verplichte sluiting kwam hij in een faillissement terecht. Heel triest allemaal.’ Maar waar M.

geen rekening mee had gehouden was het feit dat ook haar situatie zou veranderen. ‘Mijn huurbaas ging dus failliet en moest de zaak verlaten. Daarmee raakte ik ook mijn plek kwijt. Ik kon daar niet blijven.’

44

45

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

M. moest dus op zoek naar een nieuwe woning. Dat bleek ongelooflijk lastig. ‘Ik stond nog niet lang genoeg ingeschreven voor een woning. Bovendien stegen de huurprijzen de pan uit. O, wat een stress was dat allemaal.’ Terug gaan naar haar moeder kon ook niet: op de plek waar deze woont is maar één slaapkamer en omdat het een 55P-plus-complex is, mag M. er ook niet eens bij in. ‘Zelfs op de bank slapen kan niet.’ En dan is ze opeens zomaar dakloos. Bijna 24 jaar, een baantje en dakloos. ‘Ik heb iedereen die ik ken gevraagd of ze ‘iets’ voor me hebben of weten, maar ­niemand kan me helpen. Nu woon ik eventjes als noodoplossing bij mijn oom en tante.’ M. weet niet hoe lang dit gaat duren. ‘Ik heb geen flauw idee. Ik vind mijn oom en tante heel aardig hoor, maar dit was toch niet de bedoeling. Ik probeer me heel goed te gedragen en geen overlast voor hen te veroorzaken. Ik ben ze dankbaar dat ik bij ze mag wonen, maar heel fijn is het natuurlijk niet.’ M. probeert niet te veel na te denken over de vraag hoe het nu verder moet. ‘Geen idee’, zegt ze. ‘Als ik er over nadenk word ik er erg gestrest van. Ik ben veel bij vriendinnen en bij mijn moeder, maar ik wil er ook niet altijd over praten omdat ik bang ben dat ze me lastig vinden.’ M. hoopt dat ze snel weer een eigen plek zal hebben.

‘Maar als je hoort en ziet hoe lang het allemaal duurt en hoe moeilijk het is, dan word ik er best depri van.’

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

INTERVIEW 15

‘Op deze manier zakken de meesten steeds verder weg in de ellende. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?’ Op een terras in de binnenstad van Hoorn treffen we L. Hij is graag bereid om zijn verhaal te doen, over zijn leefsituatie en over de opvang in de centrale voorziening voor dak- en thuislozen in de regio. Hij kan er urenlang over vertellen, zegt hij. ‘Alles mag van mij aan de grote klok.’ L. is een veertiger voor wie het de afgelopen tien jaar niet mee heeft gezeten. Hij raakte betrokken bij ‘gerommel’ met wiet en is toen zijn huis verloren. ‘Ik heb daarna een hele poos op straat gewoond en uiteindelijk kwam ik bij de GGZ terecht’, aldus L. ‘Ik voelde me daar zo ongelukkig. Er werd niet naar me geluisterd, er werd over me heen beslist en ik werd volgestopt met medicijnen. Dat wilde ik niet, maar ik had geen enkele invloed.’ L. besloot zich ‘goed te gaan gedragen’, in de hoop snel van de GGZ af te zijn. Dat lukte, maar hij had inmiddels wel een stempel gekregen waar hij maar moeilijk vanaf kwam en komt. ‘Rapportages die vol leugens over mij staan, ik ben er nog steeds kwaad om.’ De frustratie is van het gezicht af te lezen. Toen hij uiteindelijk weer als dakloze, maar ook via de reclassering – L. volgt een traject van anderhalf jaar taakstraf, hij maakt de openbare ruimte schoon in de stad – bij het Leger des Heils belandde, begon een nieuw hoofdstuk in zijn leven.

‘Ze willen je daar kapot maken. Er is zo’n willekeur in behandeling, dat je er altijd op eieren loopt. Dat is niet normaal’, zegt L. ‘Er zijn regels, maar die regels worden zelfs door het personeel verschillend toegepast. Je weet dan nooit waar je aan toe bent.’ L. vertelt verder dat sommige personeelsleden er op uit lijken te zijn om onrust te veroorzaken. ‘Met bepaalde opmerkingen, met bepaalde acties proberen ze

46

47

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

je voortdurend uit je tent te lokken, om daarna sancties te kunnen opleggen. Zo ontstaat een soort schrikbewind.’ L. heeft een groot rechtvaardigheidsgevoel. ‘Er zitten verslaafden in de opvang, die mensen moeten geholpen worden. Als je verslaafd bent kom je echt niet vanzelf van de troep af. Die mensen mag je toch niet steeds zomaar op straat zetten?’, zegt L. verontwaardigd. ‘Ook is er veel gedoe over geld en over post van mensen. Het lijkt erop alsof ze alleen maar gericht zijn op het binnenhalen van zoveel mogelijk geld. Hier een potje, daar een potje. En het is geld van de mensen, hè?’ L. heeft al enige tijd een eigen stichting. Via die stichting helpt hij mensen die niets hebben, mensen die hulp kunnen gebruiken. Dat vinden ze bij de opvang maar lastig. ‘Het is alsof ze me dat niet gunnen. Ze houden ook wel post voor de stichting voor mij achter. Het lijkt erop alsof ze mij m’n bezigheid willen afpakken, terwijl ik alleen maar goede dingen wil doen voor anderen. Daar is toch niks mis mee?’ Als je goed ‘je best doet’, kom je in aanmerking voor een uitstroomtraject. Als er woningen beschikbaar zijn kom je daarna op een eigen plekje, maar als die woningen er niet zijn, dan beland je op straat en dan ben je zomaar weer ‘beneden’ en begin je van voor af aan. L. kan zich ook boos maken over het feit dat er voor de mensen nauwelijks activiteiten zijn.

‘Het Leger doet daar niet aan. Maar je moet mensen toch inspireren om actief te zijn, op weg naar weer een leven in een eigen woning? Op deze manier zakken de meesten steeds verder weg in de ellende. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?’

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

INTERVIEW 16

‘Als majoor Bosshardt zou horen wat er nu bij het Leger des Heils in Hoorn gebeurde, draaide ze zich om in haar graf.’ Hij heeft nu een leuk plekkie, in een woonzorgcomplex in Hoorn. Hij heeft mazzel gehad, zegt hij zelf. Na ruim drie maanden ‘Leger’ kon hij daar weer weg. Hij denkt met dubbele gevoelens terug aan de tijd in de daklozenopvang. Natuurlijk was hij blij dat hij er toentertijd snel terecht kon, maar de manier waarop er met mensen zoals hij wordt omgegaan vindt hij ver beneden de maat. M. woonde jarenlang in de Grote Waal, een jaren zeventig-wijk in Hoorn. Toen zijn kinderen uit huis waren, wilde hij kleiner wonen. De gemeente regelde, na een paar jaar, een klein huisje in Berkhout. Maar M. vereenzaamde daar – veel heel oude mensen en weinig vertier. Hij regelde via een makker een recreatiewoning op een park in Wervershoof. Je mocht er officieel niet permanent wonen, maar de gemeente kneep al jaren een paar oogjes toe. Vorig jaar sloeg het noodlot toe. Zijn thuis – een houten onderkomen – brandde door een foutje bij de dakreparatie bij de buren tot de grond toe af. Gelukkig kon M. nog snel wat spullen redden en vooral zijn hond. Op de gemeente hoefde hij niet te rekenen. M. stond op straat. Diezelfde nacht kon hij terecht bij de daklozenopvang in Hoorn. ‘Je kon effe tot rust komen, je had een dak boven je hoofd en je had te eten’, zegt M.

Omdat hij slecht ter been was, hoefde hij overdag niet verplicht de deur uit, iets wat normaal gesproken wel moet. ‘Meteen viel mij wel op dat er onder de begeleiding weinig eenduidigheid was in de aanpak en begeleiding. De één kreeg alles voor mekaar, de ander moest drie keer harder lopen. Dat veroorzaakt onrust onder de mensen.’

48

49

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

‘Ik was er net en de begeleiding vroeg me naar de inloggegevens van mijn bankrekening en naar mijn DigiD. Ik was stomverbaasd. Ze vertelden trouwens ook niet waarom ze die wilden hebben’, gaat M. verder. ‘Ik denk dat ze bang waren dat ze hun geld niet zouden krijgen. Maar ik gaf mijn gegevens niet en heb altijd keurig betaald.’ ‘Je hebt er mensen met allerlei problemen. Ook veel verslaafden. Ik vond het onbegrijpelijk dat deze mensen geen behandeling kregen. Drinken mocht je niet, of maar een klein beetje, maar achter het honk kon je middelen gebruiken en toch gewoon naar binnen.’ M. verheft zijn stem. ‘Dat kan toch nooit goed gaan! Die mensen hebben hulp nodig. Het lijkt er op dat de leiding het alleen belangrijk vindt dat er geld in het laatje komt.’ Binnen in de opvang beland je na enige tijd op de eerste, en daarna – als je geluk hebt – op de tweede verdieping. Dat is de voorpost voor een eigen woninkje. ‘Ik moest laten zien dat ik drie keer achter elkaar de trap op kon lopen, dan kwam ik in aanmerking voor een kamer boven’, zegt M. lachend. ‘Dat was, met mijn rollator, natuurlijk onbegonnen werk. Bovendien: hoe vaak loop jij achter elkaar drie keer trap op trap af? Belachelijk, natuurlijk.’ M. is nu heel blij met z’n eigen huisje. Hij heeft goede contacten met mede­ bewoners. Hij kan weer beschikken over z’n eigen geld, over z’n eigen post. ‘Die post, dat was ook wat.

Ik weet zeker dat de leiding bij het Leger des Heils post achterhield of voor je openmaakte. Dat is toch niet normaal? Je wordt gewoon dom gehouden. Zij bepalen wat jij doet.’ Als M. tips zou mogen geven voor de begeleiding in de daklozenopvang, dan hoopt hij dat er beter gekwalificeerd personeel gaat komen. ‘Je moet weten dat je met mensen werkt, en behandel ons dan ook als mens. Dan kan het allemaal veel beter.’

50

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

INTERVIEW 17

‘Als het geld regeert, waar moet je dan nog over praten?’ ‘Een burgervader verdient goed. Daar mag best wat tegenover staan’, vindt K. Een burgemeester moet als een vader zijn voor zijn burgers. ‘Maar dat is een heet hangijzer. Het zou goed zijn als onze burgervaders een week de straat op gaan, zonder te weten waar je kan overnachten, zonder eten, zonder douche, verwarming, geld en telefoon. Dan zouden ze inzicht krijgen hoe het is als je niets meer hebt. Ze hebben een goed salaris, maar geen idee hoe het is om op straat te leven.’ K. vindt het belachelijk hoe het Leger des Heils in Hoorn haar werk doet. ‘De rode draad is hier helemaal vertrokken. Als ze majoor Bosshardt hier neer zouden zetten, zou alle problematiek in een dag opgelost zijn. Het is gewoon een geldlijn geworden. Het heeft niets meer met ‘geloofsovertuiging’ te maken.’ Je komt er binnen met een nummer van de Brede Centrale Toegang. Zonder nummer kom je de opvang niet in, ook niet als je ’s nachts voor de deur staat of als het koud is. ‘Er zijn geen huizen. Ik ken mensen die ’s winters gewoon buiten moeten slapen, geen eten hebben en krijgen’, aldus K. Hij kan maar niet begrijpen dat, als je dit werk vanuit een geloofsovertuiging doet, uit goedheid voor de mensen, het er zo aan toegaat in de opvang. ‘Er is geen oog voor de mensen, alleen voor het geld. Er zijn goede medewerkers, maar ook slechte.

De laatsten hebben de macht. Als je het goed met de mensen voor hebt, durf je onrecht niet aan te kaarten. Dat ga je namelijk verliezen en dan ben je je baan kwijt.’ Hij gaat verder: ‘Ik heb geleerd dat hoe je met iemand om gaat, zo word jij ook behandeld.’ K. vertelt dat er volop drugs wordt gebruikt in en rond de opvang. ‘Dealers ­komen gewoon langs. Dan ziet de gemeente ze tenminste niet op andere plekken in de stad.’ Hij zou graag zien dat verslaafden begeleid worden, maar dat gebeurt niet. ‘Zo blijft het allemaal gewoon in stand.’ 51

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

Als je de opvang wil schoonmaken, dan mag je langer binnen blijven. Dan hoef je pas in de middag naar buiten. ‘Het is toch gek dat de personeelsruimte door een bedrijf wordt schoongemaakt en de opvangruimtes niet?’ K. vertelt over een toilet dat maanden kapot is, waarin het water dag en nacht doorstroomde, een boiler die weken kapot is, zodat mensen weken niet konden douchen, en dat midden in de coronatijd. Maar ook dat je met acht mensen op één slaapzaal slaapt, ook tijdens de corona. En over denigrerende opmerkingen naar cliënten toe. ‘Als je ergens iets over wil zeggen, dan word je afgeblaft. Luisteren naar mensen, begrip hebben. Het gebeurt vaak niet.’ K. spreekt uit ervaring. Na een echtscheiding woonde hij tijdelijk in een particuliere huurwoning maar kwam uiteindelijk op straat. ‘Ik heb geen drank- of drugsprobleem’, zegt hij. ‘Ik sta ook al vijf jaar ingeschreven voor een woning. Huren is onbetaalbaar geworden. Ik werd tijdens mijn verblijf in de opvang naar Opperdoes gestuurd. Met een daklozenuitkering van € 650 per maand kon ik de huur van € 450 en borg van € 450 gewoon niet betalen. Ik zou ook nog een matras moeten kopen voor € 100. Het voelde misdadig.’ K. is ervan overtuigd dat het Leger dit met opzet zo regelde – hij weigerde namelijk tijdens de opvang inzage te geven in zijn bankrekening.

‘Weet je wat het ergste is? Ik heb over de schrijnende situatie op locatie Hoorn drie keer een brief geschreven naar het landelijk Leger des Heils. Ik heb van geen enkele brief een ontvangstbevestiging gekregen!’, aldus een verontwaardigde K. K. heeft nog altijd geen woning. Hij leeft op straat, maar vindt gelukkig overdag onderdak in een naburige kerk. ‘Daar ben ik dankbaar voor, ik zet mijn dankbaarheid om in het helpen van mensen. Ook mensen die de opvang zijn uit­ gezet.’ Hij hoopt dat de situatie bij de opvang snel verbeteren zal. Zodat mensen met pijn en verdriet – en alle andere problemen die ze met zich meedragen – te allen tijde bij het Leger des Heils kunnen aankloppen, of het nu dag of nacht is, buiten warm of koud is. ‘Ga alsjeblieft goed met deze mensen om als je van mensen houdt. Het kan namelijk iedereen overkomen! Dit zwartboek MOET er komen. Mensen moeten weten hoe het hier zit, om ze eindelijk de ogen te openen…’

52

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

Bij opvang door het Leger des Heils heb je een bepaald beeld. K. wil als laatste richting de leiding van het Leger des Heils op het hoofdkantoor met klem benoemen: ‘De bijbel is van het begin af aan bij de oprichting van het Leger des Heils de rode leidraad geweest.’ En voor hen die deze rode leidraad kwijt zijn geraakt heeft hij deze boodschap: ‘Jezus kwam en komt nog steeds op voor de gebrokene van hart en voor de mensen die hem nodig hadden en hebben. De deuren van het huis van de Heer horen altijd open te staan voor al die belast en beladen zijn en die hem zoeken en nodig hebben. Jezus is de wet, de waarheid en het leven! Ik wens jullie Gods rijke zegen toe.’

INTERVIEW 18

‘Ik ga toch zeker niet procederen tegen mijn eigen kind?’ F. is destijds voor de liefde naar Nederland gekomen. Jarenlang woonde hij met z’n vrouw en z’n dochter in Utrecht. Na het verbreken van de relatie bleef zijn ex-partner met hun dochter in het huis wonen. ‘Als ik zelf in de woning had ­willen blijven, dan moest ik maar gaan procederen tegen mijn vrouw’, zegt F. ‘Maar je gaat toch niet procederen tegen je eigen kind?’ Sinds 2016 vertoeft F. in Enkhuizen. Hij woonde een flinke poos bij zijn neef in huis en stond ook ingeschreven bij de gemeente als woningzoekende. Na een aantal teleurstellingen is F. uiteindelijk via Welwonen in een sloopwoning terecht gekomen. ‘Het Stadsteam heeft zich hier erg voor ingezet, daar was ik blij mee’, aldus F. De gesprekken die hij voerde met medewerkers van de wooncorporatie gaven hem wel hoop. Ze gaven telkens weer aan dat ze niet konden beloven dat hij zou kunnen doorstromen naar een eigen huurwoning, maar dat hij hier wel hulp bij zou krijgen. ‘Die hulp moet nog komen’, zegt F. verbitterd en cynisch tegelijk. ‘Ik weet natuurlijk best dat er weinig of geen woningen beschikbaar zijn.’ F. weet dat er veel wordt onderverhuurd in de stad. ‘Hier zou beter op gehandhaafd moeten worden, dan komen er meer woningen beschikbaar’, vindt F. 53

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

De urgentieverklaring die hij heeft aangevraagd, kreeg hij tot op heden niet. ‘Ik ben hier heel boos en teleurgesteld over, want ze kunnen mij niet vertellen waarom mijn verzoek is afgewezen.’ F. vraagt zich ook af hoe hij tegen dit besluit bezwaar kan maken, omdat niet is aangegeven wat de reden is van de afwijzing. Hij voelt zich als ‘een nummer’ behandeld en niet als mens. ‘Er worden besluiten over mij genomen zonder dat ze weten wie ik ben, laat staan dat ik erbij ben’, aldus F. In het verleden heeft F. met regelmaat geleefd zonder eigen dak boven het hoofd. Dat heeft hem veel stress opgeleverd, waardoor hij soms terugviel in zijn verslaving. Zo ontstond een nieuw probleem: schulden. ‘Mijn werkgever heeft me hier erg mee geholpen. Nu werk ik op zondag om hem terug te betalen.’ Begin 2021 kwam het bericht dat de bewoners van de sloopwoningen moesten vertrekken. Een vervangende plek was er niet. Via de diaconie van de kerk woont F. nu in een caravan. Hier was F. erg blij mee, maar ook dat zal eindigen op 1 december, omdat dan de camping sluit. ‘De gemeente verwijst nu naar de centrale daklozenopvang in Hoorn. Maar dat is waardeloos. Je kunt beter in de gevangenis zitten. Die daklozenopvang is echt vernederend.’ De dochter van F. is inmiddels tien jaar oud. Ze weet dat haar vader geen eigen woning heeft en heeft daar veel last van.

‘Ik heb goed contact met haar, ik zie haar regelmatig. Zij is alles waar mijn wereld om draait. Als ik haar niet had, was ik allang vertrokken. Ik wil haar ook bij mij een plek bieden, dat is toch niet te veel gevraagd?’ F. wil vooral niets meer of minder dan gehoord, gezien en begrepen worden. ‘Als mensen een beetje echt naar je zouden luisteren, zou het al veel beter zijn…’

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

INTERVIEW 19

‘Ik zou zo graag willen dat iedereen menselijk en rechtvaardig behandeld wordt’ M. is 26 jaar getrouwd geweest. Na een scheiding is het huis waar hij woonde verkocht en met het geld dat hij daaraan overhield wilde hij iets gaan betekenen voor Afrikaanse kinderen. ‘Ik heb toen een bus gekocht, en vertrok met twintig rolstoelen en een lading knuffels naar Afrika.’ Hij wilde drie maanden wegblijven, het werden er acht. Toen hij terug kwam, zocht hij een nieuwe woonplek. ‘Dat viel niet mee – ik kwam uiteindelijk terecht bij het Leger des Heils”. De eerste maanden had hij geen werk, nu wel. Hij werkt fulltime. “Ik heb een baan, maar geen huis’, zegt M. ‘Een plek bij de daklozenopvang was de enige mogelijkheid’. M. heeft een groot rechtvaardigheidsgevoel. ‘Als ik onrecht zie, dan reageer ik. En dat werd mij bij het Leger niet in dank afgenomen. Ze zien het als bemoeizucht. Ik zie de opvang daar wel als ‘mijn huis’,’ zegt hij, maar wil graag meer vertellen over hoe het daar toe gaat. ‘Ik hou van tuinieren, daar werk ik ook in. Op een zaterdag was ik het gras rond de opvanglocatie aan het maaien. Ik werd voor de lunch naar binnen geroepen. Tijdens het eten was het begonnen te regenen, iets wat ons niet was opgevallen. Door het water deed het verlengsnoer het niet meer.

Er werd mij een sanctie opgelegd – ik moest tien dagen naar buiten!’ De medewerker die hem had geroepen voor de lunch vond dit vreselijk, maar durfde niets tegen zijn leidinggevende te zeggen. ‘Dat was de druppel. Dit moet veranderen, en daarom wil ik met jullie praten’, vertelt M. Hij is vaak, omdat hij zijn mond niet kan houden en onrecht aankaart,

54

55

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

op straat gezet. Als sanctie, noemen ze het dan. ‘Om de kleinste dingen werd ik weer de straat op gestuurd. Zo had ik een sjekkie gedraaid om buiten op te roken, maar er lagen nog wat plukjes tabak op tafel. Eruit, dus!’

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

DE HULPVERLENERS AAN HET WOORD

INTERVIEW MET TWEE HULPVERLENERS VAN HET STADSTEAM ENKHUIZEN

M. vertelt verder. ‘Voor € 7,50 per dag heb je onderdak en eten. Ik ga om zes uur vroeg de deur uit, en ben pas om vijf uur weer binnen. Ik hoef daarom niet te koken. Als niemand wil koken, eten we brood. Maar de leiding laat dan de heerlijkste dingen aanrukken. Van ons geld!’ Hij vindt het onbegrijpelijk dat er mensen zijn die geen eten krijgen als ze niet binnen kunnen slapen. Het liefst wordt eten dat over is weggegooid. ‘Dat is toch ook onbegrijpelijk?’ Het staat M. heel erg tegen dat hij zo respectloos wordt behandeld, ook door jonge medewerkers. ‘De leiding heeft gewoon de macht. Door de regels die er zijn wordt tegenspraak in de hand gewerkt. Dat moet anders.’ Hij staat nu op het punt om naar de eerste verdieping te gaan, op weg naar een eigen plek. Hij verwacht over een paar maanden een eigen woning te krijgen, maar de weg er naartoe was en is lang en zwaar. ‘Mijn kinderen weten niet dat ik bij de dak- en thuislozen zit. Ze denken dat ik bij een vriend woon. Dat wil ik. Ik wil ze beschermen.’ Maar M. schaamt zich niet en ziet voor zichzelf zijn onderkomen als zijn huis. Een huis, waar hij zijn kinderen niet kan en wil ontvangen.

‘Soms lijkt het alsof de instanties de dakloosheid ook in de hand werken. Dat is toch gek en kan toch niet de bedoeling zijn?’ Het Stadsteam van Enkhuizen. Zo luidt in de volksmond de Stichting Iedereen Telt Mee. Het Stadsteam werd door de gemeente ingesteld na de decentralisaties in de zorg in 2014 en is onder andere belast met de bemoeizorg, gericht op 18+ en zorgmijders. Daarbij spelen ook schuldenproblematiek, verslaving en ingewikkelde zorgvragen een rol. We spreken twee hulpverleners van het Stadsteam, R. en A., die zich voornamelijk bezighouden met de bemoeizorg. We willen van hen weten hoe dit gaat, waar zij in hun werk tegenaan lopen en waar binnen het systeem de belemmeringen optreden. ‘We hadden vanochtend een casus van een meisje van 20 jaar. Zij komt over een paar dagen op straat te staan. Een kwetsbaar meisje, niet stabiel. Dit meisje gaan we niet aanmelden bij de Brede Centrale Toegang. Voor zo’n meisje is de opvang gewoon niet veilig genoeg’, legt A. uit. ‘Maar ja, verder is er helemaal niets beschikbaar. Geen sociale pensions, geen andere opvangmogelijkheden. Niets. Erg lastig.’ R. vult meteen aan: ‘We hebben hier twee projecten van de kerk, die zitten vol. Ook is er nog Zorgdragers, een particuliere organisatie. Maar de gemeente heeft verder niets geregeld.’ Vooral de jongeren zijn op dit moment een probleem.

‘Je merkt dat jongeren, die weg moeten uit instellingen, soms simpelweg omdat ze 18 jaar zijn geworden,

56

57

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

bij ons worden aangemeld. Doordat ze vaak wat beperkter zijn is er vaak ook sprake van miscommunicatie en dat leidt tot problemen’, vertelt A. ‘Deze jongeren komen zo op straat, met alle gevolgen van dien. Aanmelden bij de opvang is daarbij heel lastig. Daar doen ze het voorkomen alsof iedereen gelijke kansen heeft op opvang, maar het lijkt wel of ze bij deze groep jongeren door onderzoek bij politie en justitie gegevens boven tafel proberen te krijgen zodat ze kunnen worden afgewezen. Maar dan staan ze helemaal op straat!’, aldus R. R. en A. zien ook dat mensen heen en weer worden geslingerd tussen dnoDoen en het Leger. Of tussen daklozeninstellingen onderling. ‘Het gebeurt zelfs dat mensen door ons worden aangemeld en een paar uur later door het Leger des Heils weer bij ons worden aangemeld. Om hopeloos van te worden.’ ‘Voor de gemeenten geldt blijkbaar: we hebben een opvang, dus is het geregeld’, zegt R. Maar zo makkelijk is het niet, volgens hem. ‘Er is gewoon veel te weinig aandacht voor deze problematiek. Wij zijn aangenomen om te voorkomen dat mensen verder afglijden. Dan moet je ‘na ons’ ook wel iets te bieden hebben.’ Meer opvangmogelijkheden, meer deskundige begeleiding. De doelgroep schreeuwt hierom. R. en A. zien dagelijks dat dit geen loze kreet is. ‘Zo zou er snel flink moeten worden geïnvesteerd in meer kamers, kleine woningen.

Een hotel voor vierhonderd arbeidsmigranten kan wel, maar voor kwetsbare mensen is dit blijkbaar niet mogelijk. ‘Ze willen niet, ook omdat ze niet zien wat deze mensen nodig hebben.’, aldus A. ‘En wat dacht je van een ‘bemoeizorg-team voor West-Friesland’? Investeren, om erger te voorkomen. Het voelt nu te vaak als dweilen met de kraan open’, sluit R. af. ‘Wat ons betreft komt er een heel nieuwe opzet van de opvang. Je zult echt ook lokaal iets moeten opzetten. Want: je kunt uit Medemblik of Enkhuizen niet in Hoorn komen, als je geen geld hebt.’

58

59

NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN

INTERVIEW MET EEN STRAATPASTOR

ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE

parken slapen. ‘Niet één keer, maar maanden lang. Alleen als iemand ‘last’ van ze heeft, wordt er iets gedaan.’

‘Het zou goed zijn als raadsleden, ­bestuurders en ambtenaren ook in gesprek gaan met de cliënten in en buiten de opvang. Daar word je een rijker mens van.’ We spreken ook met Esther. Zij is straatpastor en heeft in haar werk veelvuldig te maken met de situatie waarin mensen zonder dak en thuis leven. Esther werkte bij de hulpverlening Westfriese Kerken. ‘Daar probeerde ik al daken thuislozen te helpen, maar ik wilde meer. Ik wilde meer tijd en ruimte om gesprekken met deze mensen aan te gaan. Dat hebben ze echt nodig’, vertelt ze. ‘Je kunt er een stuk eenzaamheid wegnemen en mensen het gevoel geven dat ze, ondanks hun ellendige leefomstandigheden, wel gewoon meetellen.’ Esther ervaart bij de ‘doelgroep’ een opluchting als zij de opvang binnenkomt. Al voordat ze haar jas uit heeft, staat ze vaak al een uur te praten, zoveel behoefte is er aan haar aanwezigheid. ´Ook het personeel van de locatie is blij als ik kom. Ik praat met de mensen, iets waar de medewerkers van het Leger geen tijd voor hebben. Bovendien durven sommige cliënten niet alles tegen hun mentor te zeggen, omdat ze ook weer afhankelijk van hem of haar zijn. Dat is lastig voor ze.’

Praten met mensen, daar gaat het volgens Esther vooral om. ‘Ook raadsleden, wethouders en beleidsmedewerkers moeten we aanbieden om met deze mensen in gesprek te gaan, om de persoonlijke verhalen te horen. Zo geven we hen een stem.’ Esther voorziet overduidelijk in een behoefte. Ze wordt op handen gedragen. Ze is ook echt nodig, want anderen zijn er vaak niet. ‘Bemoeizorgers zijn echt nodig. In Enkhuizen zit er één, maar dat is echt te weinig. Daar is een wereld te winnen’, denkt Esther. ‘Mensen die actief zoeken, begeleiden en sturen.’ ‘In de opvang zou meer tijd moeten zijn voor de mensen. Gewoon een praatje maken, bezigheid hebben. Ruimte om een hobby uit te voeren. Als je alleen maar aan het overleven bent, dan geeft dit stress, heel veel stress.’ Esther vindt de tijd die mensen nu in de opvang verblijven (of net even niet) vaak ‘verloren tijd’. ‘Door de stress komen mensen in de wachtstand. Je moet mensen rust bieden om na te denken over een volgende stap in hun leven.’ We willen natuurlijk van Esther weten hoe zij ‘staande’ blijft in deze wereld. ‘Ja, dat snap ik. Het zijn vaak heftige verhalen. Die neem je mee. In het begin voelde ik me schuldig als ik ’s middags in mijn warme, gezellige huisje kwam. Dan dacht ik: ik bel ze en laat ze allemaal maar hier komen. Maar dat is natuurlijk niet realistisch.

Ik heb inmiddels wel ervaren hoeveel veerkracht mensen hebben.’ Esther heeft vertrouwen in de mensen. ‘Ik ben een schakel, maar hun leven hangt ook weer niet van mij af. Het gaat met mij wel goed. De mensen gunnen mij dat ook, misschien wel omdat ik het hen ook zo gun.’

Esther ervaart dat er veel mensen op straat leven. Ze loopt zelf ook veel door de stad. Ze zoekt mensen op, waarvan ze ongeveer weet waar ze zijn. ‘Als straatpastoraat loop je een tijdje met de mensen mee, bijvoorbeeld ook ‘op weg’ naar een woning. Mensen hebben deze steun vaak nodig, juist ook door de geschiedenis die ze met zich meedragen.’ Ze verbaast zich erover dat er vanuit de politiek zo weinig aandacht is voor deze mensen, die ook vaak gewoon in portieken en

60

61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10824014/1