klein Zwartboek WFO
Tekst van het document
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN WEST-FRIESLAND
NIET IEDEREEN TELT MEE… … WANT GEEN HUIS, GEEN MENSELIJKE WAARDIGHEID MEER!
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
INHOUD
INLEIDING 5 WAAROM DIT ZWARTBOEK - MENSEN IN DE KNEL 7 ONZE OPLOSSINGEN 15 (EX-)DAKLOZEN AAN HET WOORD 19 DE HULPVERLENERS AAN HET WOORD 57
Margreet Keesman - fractievoorzitter SP Enkhuizen Gelske Nauta - raadslid SP Enkhuizen Wim Hoogervorst - afdelingsvoorzitter SP West-Friesland Foto omslag: Pixabay Foto’s binnenwerk: SP West-Friesland Oost November 2021
2
3
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
INLEIDING Een huis is meer dan een dak boven je hoofd. In je huis kom je tot rust, voel je je veilig, is het warm en vertrouwd. Je huis is jouw thuis. Maar anno 2021 is het voor grote groepen niet meer vanzelfsprekend dat je een dak boven je hoofd kan vinden, dat je jouw eigen thuis zal vinden. Dan ben je dakloos of thuisloos. Maar dak- en thuisloosheid strekken verder dan dat. Het college van de rechten van de mens zegt daar het volgende over. 1 ‘Dakloos of thuisloos zijn wordt vaak geassocieerd met het niet hebben van een dak boven je hoofd en overnachten op straat of in een opvang. Het ligt iets ingewikkelder. Het gaat, in essentie, om het niet hebben van een veilige eigen plek. Discriminatie en structurele uitsluiting op verschillende terreinen spelen een belangrijke rol in het dak- en thuisloos worden. Dit is belangrijk om dak- en thuisloosheid beter te begrijpen.’ In 2019 schreef de Vereniging van Nederlandse Gemeenten al een artikel over ‘Economisch daklozen’ 2 ‘Een baan, een gezin, maar geen dak boven je hoofd. Het tekort aan betaalbare en toegankelijke huurwoningen leidt tot een toename van het aantal economisch daklozen. Daar komt volgens de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen bij dat de huidige regelgeving er ook toe bijdraagt dat het aantal daklozen verder stijgt. Het zijn er nu 40.000, maar hij sluit een verviervoudiging niet uit als er niets gebeurt.’
‘In 2017 was in Enkhuizen al zichtbaar dat er een woningtekort dreigde’
In 2017 was in Enkhuizen al zichtbaar dat er een woningtekort dreigde. De wijkvernieuwingsplannen voor een 50’er jaren buurt in Enkhuizen boden een tussenoplossing. Woningen die op de nominatie stonden om gesloopt te worden
1 https://mensenrechten.nl/nl/dak-en-thuisloosheid 2 https://vng.nl/artikelen/economisch-daklozen-vallen-tussen-wal-en-schip
4
5
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
konden tijdelijk worden bewoond. Maar wanneer deze woningen dan daad werkelijk gesloopt gaan worden, creëer je een stuwmeer aan woningzoekenden. ‘Bij de eerste plaatsing in een sloopwoning moet je meteen nadenken over een oplossing voor na de sloop.’ De raadsfractie van de SP hamert daar keer op keer op. Maar het lijkt erop dat, ondanks de signalen van zowel de VNG als de O mbudsman en vele anderen, dit een ver-van-mijn-bed-show is voor de bestuurders. Dit alles was aanleiding voor de SP om in de wereld van de dakloosheid te duiken in Enkhuizen en in Hoorn. Hoorn is centrumgemeente voor de regio West-Friesland. Mensen die dakloos worden, worden doorverwezen naar dagen nachtopvang Startpunt Hoorn. Het Leger des Heils verzorgt sinds 2015 deze dag- en nachtopvang op het Dampten in Hoorn.
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
WAAROM DIT ZWARTBOEK? – MENSEN IN DE KNEL Oorspronkelijk was het de bedoeling om de verhalen in kaart te brengen van de economisch daklozen: over wie hebben we het en hoe zijn ze in deze situatie gekomen. Maar elke keer kwam de vraag naar boven: ‘Wat is eigenlijk het verschil tussen economisch daklozen en andere daklozen?’ We zijn tot de conclusie gekomen dat er geen verschil is. Want wanneer je economisch dakloos bent, zal het niet lang duren voor je echt dakloos bent. Een harde conclusie maar bittere realiteit. We hebben mensen geïnterviewd die economisch dakloos zijn geworden, we hebben arbeidsmigranten geïnterviewd, we hebben jongeren gesproken uit de jeugdzorg, ook zonder begeleiding, we hebben gesproken met een scala aan mensen. We hebben gesproken met hulpverleners die bemoeizorg leveren, met een medewerker van het Startpunt Hoorn en met de straatpastor uit Hoorn.
Aan de mensen zonder huis hebben we vragen gesteld als: • Hoe ben je in deze situatie gekomen? • Heb je hulp gevraagd en heb je hulp gekregen? En hielp dat? • Hoeveel jaar sta je ingeschreven voor een woning en hoe lang moet je nog wachten? • Wat doet de dakloosheid met je en met je kinderen? • Is de daklozenopvang een tijdelijke oplossing? • Hoe zie je jouw toekomst voor je? • Voel je je gesteund, gezien, veroordeeld? De conclusie die we hebben getrokken is dat in Nederland het lijntje tussen een dak boven je hoofd hebben en dakloos worden flinterdun is. Ook bij ons in de regio. Het kan jou overkomen, je vader, je moeder, je kind, je vriend of vriendin. Echt iedereen. En toch leeft het beeld nog bij veel bestuurders, raadsleden en beleidsmakers dat dak- of thuislozen hun kansen niet hebben gepakt, hun mogelijkheden niet hebben benut, dat zij het aan zichzelf hebben te danken. Kortom, je bent een loser als je in deze situatie terecht komt. ‘Mensen denken vaak: had je maar beter op je zaakjes moeten letten,’ zegt Harro Koeleman, zorgmanager van een nachtopvang in Hilversum. Hij verwijt de over
6
7
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
‘Wat is eigenlijk het verschil tussen economisch daklozen en andere daklozen?’
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
heid pure minachting richting daklozen: ‘De overheid beschouwt de nachtopvang als het rioolputje van de maatschappij.’3 Wanneer je in onze regio dakloos wordt, kom je uiteindelijk bij het Startpunt Hoorn terecht. Daar zit slechts het topje van de ijsberg. Zoals de hulpverleners zeggen: ‘De daklozen vinden we wel, de thuislozen zitten volledig onder de radar.’ De thuislozen kom je namelijk niet op straat tegen. We hebben meerdere mensen gesproken die gebruik maken of maakten van de daklozenopvang in Hoorn. Wij zijn enorm geschrokken van hun verhalen en van de mensen die bij het Startpunt werken. We willen onze enorme bewondering en ons respect uitspreken voor al deze mensen, die de moed hebben gehad om naar voren te treden en zich uit te spreken over de omstandigheden die spelen in het Startpunt Hoorn. Deze verhalen zijn nu boven tafel gekomen. We doen ook aanbevelingen. Want één ding is zeker: hier moet verandering in komen.
Op een raden-aan-zet-avond, waar alle zeven Westfriese gemeenteraden bij elkaar komen over een scala aan onderwerpen, stond in de bijeenkomst van 29 september 2021 het volgende punt op de agenda: ‘Uitvoering van het regio naal beleidskader (psychisch) kwetsbare inwoners waaronder de doordecentra lisatie Beschermd Wonen en de Extra Impuls Brede aanpak dak- en thuisloosheid (Blokhuisgelden).’ De verantwoordelijk wethouder van centrumgemeente Hoorn vertelde dat ‘we het goed geregeld hebben in de regio met betrekking tot de Maatschappelijke Opvang’. Ze was er trots op, dat klonk door in haar woorden. Centrumgemeente Hoorn heeft zelfs geld overgehouden aan de Maatschappelijke Opvang en dat terugbetaald aan de deelnemende gemeenten. Op de vraag wie er nu verantwoordelijk is voor Startpunt Hoorn, waar het Leger des Heils de opvang regelt en op de vraag wie toezicht houdt op deze kwetsbare
3 https://eenvandaag.avrotros.nl/item/wie-denkt-dat-daklozen-voor-8-euro-goede-opvang-krijgen-heeft-het-mis/
8
9
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
groep mensen kwam het volgende antwoord: ‘De centrumgemeente Hoorn is ver antwoordelijk voor het daadwerkelijke toezicht namens de regionale gemeenten op de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Dat doen twee collega’s.’ De twee collega’s zijn ambtenaren van gemeente Hoorn. Dat schiet volstrekt tekort, zo kunnen we concluderen. Beleidsmakers, bestuurders en raadsleden kennen de situatie niet. Ze komen er niet, ze spreken niet met de mensen zonder huis, niet met de hulpverleners, niet met medewerkers. Dat komt overduidelijk naar voren wanneer de door de bestuurders geschetste situatie naast de harde realiteit wordt gelegd. In het Startpunt Hoorn kunnen bezoekers van de nachtopvang buiten roken en blowen, maar er staat ook achter in de tuin een hok waar alle andere drugs gebruikt kunnen worden. ‘Beter daar dan op straat’, aldus bezoekers en bewoners van Startpunt Hoorn. De dealers komen gewoon aan het hek om hun ‘koopwaar’ te slijten. Wanneer een bezoeker/bewoner alcohol heeft gedronken, dan moet deze blazen. Blaas je te veel, dan ga je eruit. Maar op drugsgebruik wordt niet getest. Bewoners mogen op hun kamer alles doen wat ze willen. Toch werd en wordt nog steeds door bestuurders gedaan alsof dit alles niet speelt. Weten bestuurders dit niet of willen ze niet dat anderen dit te weten komen? Dat is de vraag. Wees daar helder en transparant over.
Een aantal ‘quotes’ van (ex-)daklozen over de situatie in Hoorn, die ook terug te vinden zijn in de uitgewerkte interviews, nemen we hier alvast op: ‘Ik zou zo graag willen dat iedereen menselijk en rechtvaardig behandeld wordt…’ ‘Als majoor Bosshardt zou horen wat er nu bij het Leger des Heils gebeurt, draaide ze zich om in haar graf.’ ‘Er zijn echt wel medewerkers die het goed met je voorhebben – anderen maken het je liever erg lastig, lijkt het.’ ‘ Voor veel mensen geldt, wat niet weet wat niet deert!’
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
‘Er zijn regels, maar die regels worden willekeurig toegepast – je weet nooit waar je aan toe bent…’ ‘Wat mij betreft blijft mijn probleem zichtbaar: ik ga in het straatbeeld van Enkhuizen liggen!’ ‘Ik ga toch zeker niet procederen tegen mijn eigen kind?’ ‘Ze halen hier het menselijke van je af…’ ‘Weet je hoe lang je moet wachten op echte hulp?’ ‘Als het geld regeert, waar moet je dan nog over praten?’ ‘Mensen maken dan een keuze, of de ene of de andere kant op.’ Als raadsleden komen we op voor onze inwoners. Voor onze inwoners die zorg nodig hebben, voor onze jeugdigen, voor onze ouderen, voor onze onder nemers, maar ook voor onze inwoners zonder huis. En op de een of andere manier gaat dit volledig fout in onze regio. En dat moeten we ons aantrekken. De bedoeling van dit zwartboek is om tot oplossingen te komen. Een aantal daarvan dragen we verderop aan. We vinden ook dat we het Leger des Heils moeten houden aan wat ze op hun eigen website schrijven4 ‘Dak- en thuislozen leven vaak lange tijd op straat of gaan van plek naar plek. Maar het komt ook voor dat mensen onverwachts hun woning dreigen te verliezen. Het Leger des Heils heeft voor al deze mensen maatschappelijke opvanglocaties door heel Nederland. Ook organiseren wij risisopvang voor mensen die wegens omstandigheden ineens geen woonplek meer hebben.
4 https://enkhuizen.raadsinformatie.nl/document/9624871/1/20210112%20-%20terugdringen%20dak%20en%20thuisloosheid%20in%20Westfriesland%20-%20raadsBRIEF
10
11
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
De laagdrempeligheid in de opvang zorgt ervoor dat kwetsbare, zorgmijdende mensen beter in beeld blijven. De mensen in de maatschappelijke opvang worden door het Leger des Heils begeleid. Doel is dat zij op zo kort mogelijke termijn doorstromen naar andere vormen van hulp, een eigen woonplek en werk/dag besteding. Dak- en thuisloze mensen kunnen overdag terecht in de dagopvang. Hier zijn ze welkom voor een praatje, een kop koffie, een douche en dagbesteding. ’s Avonds en ’s nachts kunnen ze in de nachtopvang een warme maaltijd krijgen en een plek om te slapen.’ Dit is zeker niet de situatie zoals die is bij Startpunt Hoorn. In de interviews kunt u lezen hoe daar met mensen wordt omgegaan. Medewerkers met hart voor de bezoekers/bewoners, die het goed met hen voorhebben en hen graag vooruit willen helpen, leggen het af tegen medewerkers die er genoegen in scheppen om bezoekers/bewoners te kleineren, te bejegenen als minder dan niets. Willekeur, ongelijke behandeling, minachting, spelen met mensen, schreeuwen, kleineren, mensen afbreken, dreigen – dit alles komt veelvuldig voor. Het maakt de situatie voor hen die al zeer veel stress ervaren en die al zo beschadigd zijn, nog onveiliger, nog stressvoller, nog angstiger en nog schadelijker. Dit wordt beaamd door een dappere medewerker van Startpunt Hoorn, die ook zijn verhaal kwijt wilde, ondanks de angstcultuur die er heerst.
Hier volgt een korte weergave van het interview met de medewerker, die veel meer heeft verteld over wat er mis is bij Startpunt Hoorn: ‘Er heerst een angstcultuur op Startpunt Hoorn. Onder collega’s en onder bewoners/bezoekers. Er wordt niet geholpen, het is er onveilig, ontstane situ aties escaleren regelmatig, terwijl de-escaleren ook tot de mogelijkheid behoort. Bewoners worden gekleineerd, er wordt niet professioneel gehandeld. Het recht op zelfbeschikking is verloren. Natuurlijk zijn er regels nodig en natuurlijk worden die regels ook weleens door bewoners overtreden. Geweld, discrimineren, schelden. Daarmee ga je over de grens.
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
Dat er niet meer collega’s naar buiten treden heeft te maken met de angstcultuur. Goede collega’s leggen het af. Ik schaam me er echt voor hoe het er hier aan toegaat. En dat is de reden waarom ik mijn verhaal doe. Het moet daar echt veranderen.’ Op de website van Stichting Zwerfjongeren Nederland wordt duidelijk uitgelegd dat investeren in het voorkomen van dak- en thuisloosheid niet alleen een hoop menselijk leed bespaart, maar uiteindelijk ook de maatschappij veel minder kost: ‘Een dakloze jongere kost de maatschappij (buiten de maatschappelijke schade om) nu € 36.000 tot € 100.000 per jaar, in totaal gaat het jaarlijks om minimaal 2,4 miljard euro. Jongerendakloosheid is geen ver-van-m’n-bed-pro bleem van moeilijke jongeren. Het is een te voorkomen en op te lossen vraagstuk van gewone jongeren in een ongewone situatie.’ 5 De kosten voor een dakloze volwassene zijn niet minder en kunnen ook zo uitkomen op 100.000 euro per jaar. Het aantal daklozen is verdubbeld in de afgelopen 10 jaar.6 Staatssecretaris Blokhuis is zich rot geschrokken en heeft geld uitgetrokken (de Blokhuisgelden) om de dak- en thuisloosheid te verminderen. In bijgaande raadsbrief van de website van de gemeente Enkhuizen, die ook aan andere raden is aangeboden, kunnen we lezen wat centrumgemeente Hoorn met deze gelden gaat doen. 7 Hieronder bij ‘Onze oplossingen’ zullen we hierop nader ingaan.
Want zoals een van de hulpverleners zei: ‘Wij maken ons zorgen over hoe lang deze huizencrisis gaat duren, nog zeker zeven of acht jaar. We vragen ons af of de gemeenten dit wel op het netvlies hebben. Want de dakloosheid zal alleen nog maar toenemen, is de verwachting. Er moet een bemoeizorgteam West-Friesland komen.’
5 https://zwerfjongeren.nl/wat-doen-wij/ 6 https://decorrespondent.nl/9705/het-aantal-daklozen-in-nederland-is-verdubbeld-dit-kunnen-weeraan-doen/2227956566550-72b2446a 7 https://enkhuizen.raadsinformatie.nl/document/9624871/1/20210112%20-%20terugdringen%20 dak%20en%20thuisloosheid%20in%20Westfriesland%20-%20raadsBRIEF
12
13
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
Op de vraag aan de straatpastor of zij enig idee heeft hoeveel mensen er in Hoorn op straat leven, luidt haar antwoord: ‘Dat is heel moeilijk in te schatten. Het is niet bekend. Dat is een kwalijke zaak, want als ik het niet weet, weet niemand het. Het zijn veel meer mensen dan wij op het netvlies hebben. Er zijn geen mensen die actief veldwerk doen. De enige die actief veldwerk doet is R. uit Enkhuizen. Daar is een wereld te winnen. Er moet een dak- en thuislozenteam West-Friesland komen.’
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
ONZE OPLOSSINGEN Het aantal dak- en thuislozen is de afgelopen jaren fors toegenomen. Gemeenten moeten een zorgplicht krijgen. Het is niet meer acceptabel dat gemeenten uitsluitend verwijzen naar het Startpunt Hoorn als oplossing. Een van de daklozen zei tegen ons: ‘Degene die de daklozenopvang heeft bedacht moeten ze achter de tralies zetten. Want dat is het excuus voor burgemeester en wethouders om te doen alsof het is opgelost.’ Er moet een daklozen-/bemoeizorgteam West-Friesland worden opgezet om actief af te gaan op signalen en daklozen te begeleiden. Er moeten in de regio West-Friesland één of twee extra opvanglocaties komen. Waar enerzijds de opvang overvol raakt, zien we anderzijds dat de doorstroom knelt. Er moeten ook een aantal locaties komen voor dagopvang in de regio West-Friesland. Totdat die locaties gerealiseerd zijn regelen we dat de mensen, waarvoor geen plek in de nachtopvang is, in ieder geval een maaltijd kunnen krijgen, zodat ze niet met honger de nacht in worden gestuurd. Voor een goede doorstroom is het van groot belang dat trajecten op maat ingezet worden om deze mensen te begeleiden en weer een toekomstperspectief te geven. Er moet een recht op wonen komen voor iedereen en een preventieve aanpak om dakloosheid van jongeren, gezinnen en mensen met schulden te voor komen. De wachtlijsten in de zorg moeten worden weggewerkt.
Niemand mag worden ontslagen uit de jeugdzorg, detentie of een psychiatrisch ziekenhuis zonder duidelijkheid over een (al dan niet begeleide) woonplek.
14
15
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
Veel meer dan nu het geval is moet worden ingezet op resocialisatie. De tijd in de nachtopvang is enorm stressvol; mensen zijn daar aan het overleven. Terwijl men dan tot rust moet komen en de ruimte moet krijgen om zaken te regelen. Als men alleen maar aan het overleven is, is deze tijd verloren tijd, waarin men in de wachtstand staat. Er moet voldoende differentiatie komen in opvangplekken en gespecialiseerde sociale pensions en alle opvang moet 24 uur per dag open zijn, met een on beperkte verblijfsduur. Kinderen horen niet in de opvang thuis en er moeten meer opvangplekken komen voor zwerfjongeren in combinatie met begeleiding. Er moet een betere doorstroming komen naar opleiding en werk, zodat deze jongeren weer perspectief krijgen op een betere toekomst. Het huisvestingsbeleid moet zodanig aangepast worden dat er voldoende en betaalbare woonvoorzieningen zijn. Gemeenten worden verantwoordelijk voor een sluitend vangnet van voor zieningen voor de opvang van dak- en thuislozen en begeleide woonplekken. Huisuitzettingen worden zoveel mogelijk voorkomen. Tweede-kans-woningen zijn tweede-kans-woningen. Eerste woningen zijn dat niet. Via prestatie afspraken met de woningcorporaties wordt geregeld dat (wanneer dat verantwoord is) mensen doorstromen naar een vorm van zelfstandig wonen, zo nodig met begeleiding.
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
Op de website van Housing First valt te lezen dat er geen hulpverleners werken, maar mensen die hulp verlenen. En dat maakt een wezenlijk verschil. Door het uitdoen van het hulpverlenersjasje kan een deelnemer ook zijn ‘cliëntjasje’ uitdoen. Dit normaliseert de onderlinge verhouding en stimuleert gezond contact, gedrag en herstel. Housing First gaat uit van onvoorwaardelijke acceptatie en vertrouwen. Ruim tien jaar ervaring heeft ons bewezen dat het loont. De relatie is het hart van Housing First. De begeleider werkt vanuit de persoonlijke relatie. Housing First is bij uitstek een relationele aanpak. Onderzoek wijst ook uit: niet de methodiek, maar de persoonlijke relatie tussen begeleider en deelnemer is bepalend voor het succes van het traject. Zolang Housing First nog niet voldoende gerealiseerd is, geldt dit zeker ook voor de daklozenopvang. Er moet absoluut op zeer korte termijn een bezem door het Startpunt Hoorn! ‘Dit kost geld’ zal dan het argument zijn dat vaak als eerste bij bestuurders opkomt. Zoals een van de geïnterviewden zei: ‘Als het geld regeert, waar moet je dan nog over praten?’ Maar uit internationaal onderzoek blijkt dat Housing First effectief is: 80 procent of meer van de dakloze mensen blijft, ook na langere tijd, stabiel gehuisvest. En als we de rekensom maken, dan kunnen we het betalen; daar zijn wij van overtuigd.
Rekenen we daarbij nog de maatschappelijke schade die we voorkomen, dan is het helemaal betaalbaar. Alleen zit Housing First volledig in de preventieve sfeer en zullen de effecten daarvan pas later merkbaar zijn. Laten we dus als gemeenteraden in West-Friesland investeren in werkelijke dakloosheidsbestrijding, voor de mensen die de moed hebben gehad om hun verhalen te vertellen! We zijn allemaal beter af als we allemaal beter af zijn. Laten we samen verder gaan.
Er wordt, zoals in de bovengenoemde raadsbrief is verwoord, ingezet op Housing First. Maar de filosofie over Housing First trekken we door naar de gehele dakloosheidsbestrijding en daarom stellen wij dat dakloosheid voor komen en beëindigen altijd begint bij huisvesting. Het recht op onvoorwaardelijke toegang tot huisvesting moet de basis van dakloosheidsbestrijding zijn. Voor iedereen, met of zonder hulpvraag. Er is een radicale verandering nodig in de manier waarop we omgaan met dakloosheid in Nederland.
16
17
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
(EX-)DAKLOZEN AAN HET WOORD INTERVIEW 1
‘Mensen van de straat helpen elkaar gewoon. We hebben niks, maar wat we hebben delen we nog…’ ‘Ik woonde eerst bij Beschermd Wonen, maar dat ging niet. Er was veel agressie. Toen eindigde ik bij het Leger des Heils. Kreeg eerst een kamer boven, maar ik belandde op de nachtopvang. Daar heb ik twee jaar gezeten.’ J. is ook nooit meer ‘naar boven’ gekomen. ‘Dat was wel de bedoeling. Maar dan gaan ze stemmen, zeg maar een soort democratisch stemmen. Ik stond vaak op één, maar werd elke keer weggestemd.’ Het personeel stemt. J. vertelt dat als iemand de pik op je heeft, je niet naar boven gaat. Je moet ‘boven’ blijkbaar verdienen. Je moet ’s morgens naar buiten, behalve als je schoonmaakt. ‘Je moet een soort sloofje zijn om een eigen kamer te kunnen krijgen,’ is de conclusie van J. Bij het Leger des Heils zijn vier bedden voor vrouwen en zestien voor mannen. Soms staan er veel meer mensen te wachten op een bed. ‘Als je op ‘16’ staat, dan moet je elke dag om 17.00 uur bellen of er iemand niet is komen opdagen. Als er geen plek is, slaap je gewoon op straat. Met een beetje geluk weet je dan wel iemand waar je op de bank kan slapen… Maar vaak ook niet.’
‘Als er geen plek is, slaap je gewoon op straat’ 18
J. noemt nog even de opvang bij dnoDoen. Daar kon hij niet terecht, omdat hij al bij het Leger zat. In een andere regio kom je niet binnen, want de opvang is regio gebonden. J. vertelt dat het op straat onveilig is. ‘Op straat slaap je met één oog open.’ Er zijn berovingen. ‘Voor vrouwen is het echt onveilig. Er leven hier tientallen mensen op straat, niemand ziet ze.’ 19
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
In de nachtopvang mag je gewoon ‘gebruiken’. Drank en drugs. Het is een van de weinige plaatsen waar het Leger dit toelaat. Er is een apart hok in de tuin waar je mag blowen en een apart hok waar je mag gebruiken. Drinken mag officieel niet, maar gebeurt wel. Dealers staan gewoon voor de hekken, volgens J. Voor de niet-gebruikers is het mede daardoor niet altijd even gezellig. ‘Soms loopt het zo uit de hand dat de politie moet komen. Het personeel weet ook niet altijd hoe ze met verslaafden om moeten gaan. Er is geen behandeling.’ J. is echt niet alleen maar negatief over het personeel. ‘Ik heb een prima mentor. Ik zit nu in een kliniek. Ik wil van mijn verslaving af. Als ik straks een eigen huisje heb, blijft mijn mentor me nog drie maanden begeleiden. De hulp is hier echt heel anders, helemaal tegenovergesteld. Het personeel helpt je gewoon met alles. Zij kunnen niet geloven dat het op het Startpunt zo gaat, maar zij horen ook van andere locaties voor dak- en thuislozenopvang dat het net zo gaat als in Hoorn.’ Bij de opvang is een cliëntenraad, maar dat stelt niet veel voor. ‘Daar wordt nauwelijks naar geluisterd. Vaak zijn dingen toch al van hogerhand besloten’, aldus J. ‘De cliënten hechten dus niet zoveel waarde aan het overleg.’ De cliënten in de daklozenopvang moeten zelf koken. Sommige mensen kunnen niet koken, maar die worden door het personeel vaak niet geholpen.
‘Volgens mij zijn ze daar te lui voor, ze spelen liever dictatortje,’ lacht J. Er moet gekookt worden voor 25 man in de nachtopvang, voor de mensen boven maar ook voor de begeleiding. ‘Cliënten betalen voor de maaltijd € 7,50 per dag. Je krijgt hiervoor ook een plek om te slapen en een ontbijt en een lunchpakket. Maar als er niet gekookt wordt, dan betaal je evengoed die € 7,50.’
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
moeten beter geholpen worden. Als je niet kunt komen slapen, dan zou je wel moeten kunnen eten, toch?’ Volgens J. wordt er best veel eten weggegooid. ‘Dat kunnen ze best gewoon uitdelen. Er komen nu mensen aan de deur. Die vragen om een boterham, maar die krijgen ze niet.’ Het is niet goed geregeld voor de daklozen in dit land. J. hoort zeggen dat de voorzieningen goed zijn, maar dat is volgens hem niet zo. ‘We maken het niet te gezellig, want ze moeten niet te lang willen blijven’, hoorde hij het personeel zeggen. ‘Straks krijg ik een huis. Ik heb er hard voor gewerkt. Ik ben trots op mezelf en blij dat de kerk me helpt met inrichten. Dat Leger des Heils hier is een bedrijf geworden, puur om het geld. De opvang moet hoe dan ook menselijker en de leiding en een deel van het personeel moeten echt worden vervangen.’
INTERVIEW 2
‘Ze halen hier het menselijke van je af…’ Ook K. weet inmiddels dat het leven heel anders kan verlopen dan hij ooit gedacht had. We spreken hem in Hoorn, in het appartement van een kameraad die hij heeft ontmoet in de daklozenopvang van het Leger des Heils in deze IJsselmeerstad. Een vriend, die ook weet wat het is om op straat te moeten leven.
Als we J. vragen wat er anders zou moeten bij de opvang, dan is hij heel stellig. ‘Ik zou een stukje aanbouwen, zodat er meer kamers kunnen worden ingericht. Meer kamers voor de nachtopvang. Of een andere locatie beginnen. Mensen
Na een leven lang als huisschilder te hebben gewerkt, belandt K. in 2020 op straat. ‘Ik kreeg begin 2020 hersenvliesontsteking en voor ik het wist lag ik in het ziekenhuis. Ik weet niet meer hoe ik daar gekomen ben, zo ver was ik heen.’ Toen hij zijn toenmalige vriendin bij een artsbezoek hoorde vertellen ‘dat men niet moet denken dat ik hem thuis ga verzorgen’ hoefde K. niet lang na te denken: hij zou niet naar huis terug gaan. En toen stond ‘ie op straat – zijn ‘thuis’ was de woning van zijn vriendin en het enige dat hij nog bezat was wat kleding en zijn oude autootje. Hij besloot naar Beverwijk te gaan, waar zijn dochter met
20
21
J. krijgt naar eigen zeggen geen enkele kans om door te stromen. ‘Als je ergens over moppert, of over in discussie gaat, dan kun je het weer even vergeten. Voor goed gedrag word je bestraft, lijkt het wel. Soms wordt ook je post opengemaakt, er raakt ook post kwijt. Dat is toch niet normaal?’
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
haar gezin woonde. Snel werd hem duidelijk dat hij niet bij haar kon intrekken – de woning was simpelweg te klein. K. overnachtte in zijn auto en kon zich bij zijn dochter even opfrissen.
gewoon even een bakkie te doen, maar om hem erop te wijzen dat hij nog een maand bijdrage te betalen had. ‘Jullie krijgen niks, ik heb alles betaald’, was zijn reactie.
Drie dagen hield hij het vol. Met hartproblemen belde hij zelf een ziekenwagen, die hem naar het Rode Kruisziekenhuis in Beverwijk bracht. Drie weken verbleef hij daarna in een revalidatiecentrum en toen was hij terug bij af. Zijn dochter regelde een plekje bij het Leger des Heils in Zaandam. Een weelde – door de coronacrisis kreeg hij een kamer in een duur hotel.
K. zit er nu ontspannen bij. Hij heeft het naar z’n zin in op z’n eigen stekkie. ‘Ik praat er nu luchtig over, omdat ik onder de panne ben. Maar als je op straat staat, weet je echt niet wat je overkomt.’
INTERVIEW 3
De begeleiding die K. kreeg bij het Leger was echter van korte duur. Omdat hij niet uit Zaandam kwam, werd de begeleiding beëindigd. Overplaatsing naar Hoorn, zijn geboortestad, werd geregeld en zo kwam hij op het Dampten terecht. Door zijn zwakke gezondheid mocht K. voorlopig binnen verblijven, waar men normaal gesproken overdag ‘de straat op moet’. K. is slecht te spreken over de begeleiding op de opvang. ‘Eigenlijk is die begeleiding er niet, of heel afhankelijk van wie er werkt. Er is echt wel personeel dat wil, maar het mag niet van iedereen. Als je met iemand in gesprek bent, mag het niet té gezellig worden – dan komt iemand het gesprek stoppen. Dat vind ik heel erg, je bent toch een mens?’ Hij zag ook een aantal begeleiders vertrekken, begeleiders die het goed met de mensen voorhadden. De ‘strengen’ bleven – enkelen hadden ervaring in de oude gevangenis van Zwaag. Die waren meer bewaker dan begeleider, zo ervoeren de bewoners… Over de vraag hoe zijn dochter terugkijkt op deze geschiedenis, is K. heel duidelijk. Zij had graag de helpende hand geboden door hem tijdelijk in huis te nemen, maar haar gezin is zo klein behuisd, dat dat ondoenlijk was. ‘Mijn dochter vond het vreselijk om te zien hoe het met me ging, ze heeft zich vaak schuldig gevoeld. Ik heb steeds gezegd, dat dat van mij helemaal niet hoeft.’ Vlak voor Kerst 2020 kreeg K. opeens een woning aangeboden.
Via een andere dakloze kreeg hij de inrichting bij elkaar. Vanuit de opvang kwam geen hulp. Op enige hulp van de gemeente hoefde hij ook niet te rekenen. Iemand van het Leger kwam nog één keer langs – niet om te vragen hoe het met hem ging of om 22
‘Voor veel mensen geldt: wat niet weet, wat niet deert!’ B. is een gescheiden vader van twee kinderen. Zijn ex-partner is met de kinderen in de oude huurwoning gebleven. Hij is niet van de ene op de andere dag vertrokken – hij heeft nog een tijdje met de moeder van z’n kinderen samengewoond. Hij hoopte dat er snel een andere woonplek voor hem beschikbaar zou komen. Toen dat helaas niet het geval was en de onderlinge sfeer er niet beter van werd, heeft B. zich uiteindelijk gemeld bij de Stichting Welwonen in Enkhuizen. Welwonen bood hem een antikraakwoning aan, voor de duur van één jaar. Hij wist dat hij na die periode op straat zou komen te staan. ‘Maar ik had geen andere keus. Daardoor stelde ik het wonen onder de brug voor één jaar uit en kon ik wel mijn kinderen in een huis ontvangen.’ Eén jaar werden er bijna drie. In de tussentijd heeft B. gezocht naar een andere woning. ‘Ik stond zes jaar ingeschreven bij de woningbouwvereniging, maar de wachttijd is inmiddels ruim twaalf jaar!’ Het valt B. op dat er van de tien leegstaande huurwoningen er maar twee op de site van Stichting Welwonen komen te staan. Ook valt het hem op dat er veel woningen verkocht worden die eerst verhuurd werden.
23
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
Een huis kopen is in deze markt voor B. geen optie. Voor wie wel? Een woning huren in de vrije sector is ook niet meer te betalen. B. wil in Enkhuizen of in de nabijheid van Enkhuizen wonen. ‘Ik wil mijn kinderen blijven zien’, zegt hij stellig. ‘Ik moet eerlijk zeggen: als ik alleen was geweest, zou ik naar Friesland zijn gegaan!’ Zijn kinderen piekeren hier ook over, weet hij. ‘Hun schoolprestaties hebben hieronder te lijden. Ze hebben één grote zorg: als pappa maar niet onder de brug moet wonen. Dat is de grootste angst van mijn jongste zoon.’ B. is zeker niet de enige die in deze situatie is beland. ‘Met enkele bewoners hebben wij een rechtszaak aangespannen tegen de gemeente Enkhuizen, vanwege het verstrekken van verkeerde leegstandsvergunningen. Jammer genoeg hebben we die zaak verloren.’ In de regionale media is de afgelopen maanden behoorlijk wat ruchtbaarheid gegeven aan de huisuitzettingen. Negatieve reacties die hij kreeg waren niet van de lucht. ‘Je wist het toch. Het is je eigen schuld’, was een veelgehoorde opmerking. Jazeker, B. wist het, maar had stiekem gehoopt dat er in de tijd dat hij in de antikraak zat mensen zouden doorstromen naar een permanente huurwoning. ‘Zo gaat dat toch normaal gesproken?’, zegt B. Hij wist dat iedereen in een sloopwoning daar zat met een eigen verhaal. ‘Ik begroef me in m’n werk.
Ik maakte weken van zestig uur, om maar niet continu met m’n omstandigheden bezig te hoeven zijn. Het is continu stress, continu malen hoe het nu verder moet.’
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
B. heeft nu tijdelijk onderdak. Hij zit in een oude caravan, tot 1 december. Hij heeft hier veel stress van en zegt ook dat hij al jaren in een overlevingsmodus zit. ‘Ik heb nooit kunnen bedenken dat ik in deze situatie terecht zou komen. Dit soort dingen waren voor mij altijd een ver-van-mijn-bed-show.’ B. voelt zich onvoldoende gesteund door de officiële instanties. Hij vindt het fijn dat hij zijn verhaal kwijt kan. Hij blijft zoeken naar woonruimte, maar ziet het somber in.
INTERVIEW 4
‘Weet je hoe lang je moet wachten op echte hulp?’ In Enkhuizen treffen wij C., een wat schuchtere 19-jarige jongen. Hij heeft het in zijn nog maar korte leventje zeker niet gemakkelijk gehad. ‘Ik ben uiteindelijk uit huis gezet door mijn moeder en stiefvader. Ik was, volgens mijn moeder, ‘onhandelbaar’. Dat viel volgens mij wel mee, maar mijn stiefvader geloofde haar.’ C. betitelt zijn moeder als een kwaadspreker, die altijd en overal de schuld aan anderen geeft. C. heeft een stiefbroer, maar daar heeft hij nu geen contact meer mee. ‘En ik heb een zusje van elf. Ik mag geen contact meer met haar, heeft mijn stiefvader bepaald. Ik maak me zorgen om haar en sta soms achteraf bij het schoolplein om haar even te kunnen zien, om even te kijken hoe het met haar gaat.’
Het enige dat overblijft is een plek bij de dak- en thuislozenopvang in Hoorn. ‘Ik werk in de ploegendienst. Ik kan me dus niet houden aan de tijden die bij de opvang worden gehanteerd.’ Hij heeft zich gemeld bij een aantal hulpver leningsinstanties. Dat bracht ook geen uitkomst, omdat B. ‘geen hulpvraag’ had. Hij heeft immers een baan, alleen de woning ontbreekt. Stichting dnoDoen wilde hem alleen helpen als hij de kinderen meenam. Voor de kinderen zou dan een batterij hulpverleners klaarstaan. ‘Toen ik aangaf dat ik de kinderen niet mee zou nemen konden ze niets meer voor mij betekenen.’
‘Ja, ik had wel een kort lontje thuis. Ik dronk veel en kwam laat binnen. ’s Ochtends lachte ik iedereen gewoon uit’, zo gaat C. verder. Hij ging van de ene naar de andere school, maar heeft wel een diploma op zak. ‘Ik werkte fulltime bij een pizzakoerier, maar belandde toch in de schulden. Meer uitgaven dan inkomsten, logisch hè? Ik heb toen een paar nachten ook op straat geleefd. Als dit zo was gebleven, had ik er een eind aan gemaakt, dat hield ik gewoon niet vol.’
24
25
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
Nadat hij op straat had geleefd heeft hij contact gezocht met de broer van zijn moeder. Die had een groot hart en heeft hem in huis genomen. ‘Mijn nichtje sliep op de bank, ik mocht in de prinsessenkamer. Mijn oom en tante hebben mij zo goed geholpen, ook door mij een schot onder de kont te geven.’ C. vindt het heel lastig om zelf stappen te zetten. Dat heeft hij, naar eigen zeggen, ook niet meegekregen van huis uit. ‘Ik heb ook nooit geleerd hoe ik met mijn geld moest omgaan.’ Samen met oom en tante heeft hij via internet allerlei instanties opgezocht die hem misschien zouden kunnen helpen. Zo kwam hij bij Nieuw Begin, een initiatief van de diaconie van de PKN in Enkhuizen. Maar uiteindelijk heeft hij zich overal aangemeld. ‘Dankzij mijn oom, die mij niet heeft laten vallen. Je moet op meerdere paarden wedden, zegt hij altijd.’ Bij Nieuw Begin kon hij niet blijven. ‘Het is altijd tijdelijk en eigenlijk ook een soort noodopvang.’ C. weet dat zijn moeder en stiefvader inmiddels uit elkaar zijn. Zijn kleine zusje is met stiefvader meegegaan. ‘In mijn ogen maakt mijn moeder een zooitje van haar leven’, zegt C. stellig. ‘Mijn zusje mag dat niet weten.’ Met stiefvader heeft C. geen contact meer. In C. zit heel veel woede over zijn verleden en over de situatie nu, maar daaronder zit vooral veel verdriet. Waar is hier de ondersteuning, vraag je je af. C. is blij waar hij nu zit.
Inmiddels werkt hij niet meer, omdat er te veel in zijn hoofd omgaat. Om rust te vinden blowt hij ook. Hij heeft hier hulp bij nodig en snel, maar de wachttijden zijn heel lang. ‘Bij de GGZ duurt het meer dan een half jaar voordat ik aan de beurt ben.’ ‘Ik wil later kapitalist worden’, zegt C. Maar het duurt allemaal wel heel lang. ‘Ik hoop dat jullie in elk geval opschrijven dat je zo ontzettend lang moet wachten op hulp. Dat is niet goed en maakt de toekomst onzeker. Het zou ook veel duidelijker moeten zijn WIE je kan helpen. Het duurt nu allemaal veel te lang…’
26
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
INTERVIEW 5
‘En dan ben je zomaar, zoals het heet, een ‘economisch dakloze’...’ ‘De afspraak met mijn ex-partner was dat ik in de woning zou blijven’, zo begint J. zijn verhaal. Na het stuklopen van zijn relatie zou zij vertrekken, met de kinderen. Zij had meer inschrijfjaren bij de gemeente en zou eerder in aanmerking komen voor een nieuwe woning dan hij. ‘Maar het liep anders. De woning is met een restschuld verkocht en ik kwam op straat te staan.’ J. heeft enige tijd in een bedrijfsunit gewoond en heeft op de camping gezeten. Geldzaken waren in die tijd van ondergeschikt belang. ‘Uiteindelijk heb ik drie maanden op straat geleefd en een aantal maanden bij het Leger des Heils in Hoorn’, gaat hij verder. ‘Ik had destijds een baan met ploegendienst. Als ik niet aan het werk was, maakte ik overdag schoon. Dan hoefde je de straat niet op. Ik zag veel ellende langskomen, maar het meeste ging gelukkig mijn deur voorbij. Ik heb het geluk dat ik groot en sterk ben. Mijn postuur werkte daar in mijn voordeel.’ Op een dag ging de knop om. J. heeft hulp gevraagd bij de gemeente. ‘Mijn schuldenproblemen werden aangepakt, ik ben in de WSNP gegaan en heb begeleiding gekregen van een schuldhulpmaatje. Die heeft mij goed geholpen.’ Over de WSNP is hij minder te spreken. ‘Daar ben je een nummer, een geval. Er is geen persoonlijk contact.
Ze lezen je de les, maar er is geen ruimte voor je persoon lijke situatie.’ Door zijn problemen aan te pakken heeft hij de kans gekregen een sloopwoning te betrekken in de Bloemenbuurt in Enkhuizen. Vanuit de daklozenopvang is hij daar terecht gekomen. Hij had toen inmiddels tien inschrijfjaren. ‘Ik was blij met mijn plek. Ik wist dat het tijdelijk was, maar maakte me niet zo druk. Als dit voorbij was, zou ik toch wel gewoon een woning krijgen, dacht ik.’ Helaas waren de spelregels veranderd. Je moest blijven reageren om hoger op de lijst wachten-
27
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
den te komen. Misschien kreeg hij wel makkelijker een huis in Abbekerk, maar dat wil hij niet – zijn sociaal netwerk zit in Enkhuizen. Zo is J. te betitelen als ‘economisch dakloos’. Hij ziet dat bepaalde doelgroepen eerder een eigen woning krijgen. ‘Die doelgroepen lijken wel steeds groter te worden, daardoor moeten anderen steeds weer achteraan aansluiten in de rij’, zegt J. Op 1 maart 2021 moest J. de sloopwoning verlaten hebben. Maar volgens hem had hij best wat langer kunnen blijven. ‘Pas na ruim drie maanden begonnen ze met slopen.’ Hij werd intussen opgevangen in een B&B, waar hij tot 1 juli onderdak had. Op 24 juni kreeg J., toch nog onverwacht, de sleutel van een huurwoning in Enkhuizen. ‘Inmiddels heb ik een mooie andere baan. Daar ben ik heel blij mee. Maar het meest blij ben ik met mijn eigen plekkie!’
INTERVIEW 6
‘Je hebt constant stress, je bent continu aan het nadenken, je bent constant bezig. Nooit een dagje rust, dat heb je gewoon niet…’ J. is 25 jaar en heeft een slechte jeugd gehad. ‘Mijn vader heb ik tot mijn 10e niet gekend. Daarna mishandelde hij mij en mijn moeder. We zijn gevlucht en kwamen terecht bij mijn opa en oma. Negen maanden later zat ik bij jeugdzorg.’ Hij woonde samen met zijn vrienden. Maar de relatie liep stuk en J. stond op straat. ‘Ik kwam bij het Leger des Heils terecht, maar dat werkte niet. Ik heb toen een kamertje gehuurd.’ J. raakte door de stressvolle situatie ook zijn baan kwijt. Door geldgebrek – hij kreeg pas achteraf zijn salaris – kon hij de huur van
28
29
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
zijn kamer niet meer betalen en belandde toch weer bij de daklozenopvang. ‘De directeur had de pik op mij, was constant aan het zeuren en stuurde me keer op keer naar buiten. In april was ik er klaar mee en heb toen de hele zomer buiten in een tentje geslapen.’ Toen vervolgens de herfst aanbrak mocht ik een tijdje bij mijn moeder wonen. Dat was geen succes. ‘Die heeft een drugsprobleem, dus dat was heel lastig. Ik zocht mijn tentje maar weer op.’ Het is zwaar buiten, vroeg donker en koud. Overdag zit hij een beetje in de kerk, daar is koffie en is het ook lekker warm. Hij helpt wat met klusjes. Met afgrijzen kijkt J. naar de situatie bij het Leger des Heils. De leiding foetert je uit, vooral als je je in hun ogen niet gedraagt. Zo vertelt J. van een voorval dat de directeur zijn post verscheurde. Ook een nieuw binnengekomen pinpas kreeg hij niet. Pas na een klacht bij het hoofdkantoor ontving hij deze.
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
De gemeente verwijst hem alleen naar het Leger. ‘Ik heb verteld hoe het daar is, maar zij zeggen alleen maar dat ik het er zelf wel naar gemaakt zal hebben. Wat moet je dan?’ Ook heeft hij een WMO-aanvraag lopen in Groningen. Hij heeft daar beschermd gewoond en wil er wel weer naar terug. Hij moet hier weg uit de regio vindt hij zelf, de omgeving hier is niet goed voor hem. J. wil dat wij in elk geval opschrijven dat de directeur van de opvang moet worden aangepakt. ‘Dat geldt ook voor een paar anderen. Ze wrijven het er steeds maar in dat JIJ dakloos bent en dat ZIJ een lekker huisje hebben. Sommige begeleiders durven niet tegen de anderen op te staan. Zij die het wel doen, zijn hun baan kwijt, krijgen een waarschuwing of gaan zelf weg.’
INTERVIEW 7
‘Mensen worden er uitgezet als je ook maar iets zegt. Je leeft constant in angst en stress. Bang voor beroving. Ik moest een keer opeens € 100 betalen. Ik had maar de helft en wilde de andere € 50 de volgende dag betalen. Onmogelijk en dus stond ik weer op straat! En daar woon ik nu nog steeds. Al meer dan een half jaar.’
‘Er zijn echt wel medewerkers die het goed met je voorhebben – anderen maken het je liever erg lastig, lijkt het.’
J. heeft op dit moment geen dak- en thuislozenuitkering. Hij is er uitgezet bij het Leger en heeft dan ook geen postadres mee. Zijn ID-kaart is hij kwijtgeraakt. ‘Dan kom je in de hel, omdat niemand je wil helpen. Ik mag bij het Leger niet om eten vragen. Ik stond een keer met een auto op het parkeerterrein met muziek en toen kreeg ik een locatieverbod; volgens de directeur voelden andere bewoners zich onveilig met mij in de buurt. Ik ben met iedereen goed, dus dat was echt niet waar.’
K. had een goed leven. Ze was gehuwd, heeft een zoon en werkte in de zorg. ‘Ik had het echt goed hoor, tot het noodlot toesloeg.’ In 2011 overleed haar man. K. raakte in een enorme burn-out, waardoor ze alles is kwijtgeraakt.
J. kan de hele situatie nauwelijks nog aan. ‘Ik blow, puur om even rustig te worden. Als ik dat niet doe, dan slaap ik niet. Mijn hoofd blijft maar malen. Mijn zusje weet niet dat ik dakloos ben. Zij zit nog op school. Ik wil niet dat zij zich zorgen om mij maakt. Mijn moeder weet het wel, maar die mag absoluut niks tegen mijn zusje zeggen.’ Hij weet niet meer wie hij om hulp moet vragen. 30
Ze heeft samen met haar zoon in een stacaravan gewoond, maar had geen in komen. Wel drie jaar lang heeft K. bij de gemeente aan de bel getrokken voor hulp, maar die heeft ze nooit gekregen. ‘Uiteindelijk heeft de kerk haar geholpen met de betaling van de huur. En gelukkig is er dan ook nog de Voedselbank, dan heb je tenminste te eten.’ Na enige tijd is K. met haar zoon bij de dak- en thuislozenopvang terecht gekomen, omdat ze niet meer kon wonen in de caravan waar ze op dat moment in verbleven. Zes maanden zat ze daar. Haar zoon zit er nog altijd. Hij heeft het naar omstan31
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
digheden goed. ‘Dat moet echt zo blijven’, zegt K. die graag haar verhaal wil doen, maar bang is dat haar zoon er onder zal lijden. De eerste maanden ging het goed in de opvang. ‘Je bent blij, hebt onderdak en een schoon bed en te eten.’ K. maakte schoon en kookte ook voor de bewoners in de nachtopvang. Ze wil vertellen over punten die bij de opvang verbeterd zouden moeten worden. Mensen die gebruik maken van de opvang moeten voor elkaar koken. Gebeurt dat niet, dan krijgen ze brood. Is er eten over, dan wordt dit weggegooid. K. verbaast zich daarover: ‘Terwijl er zoveel mensen zijn die niks te eten hebben!’ ‘Logisch en heel goed dat er regels zijn daarbinnen’, gaat ze verder. ‘Maar er wordt absoluut met twee maten gemeten. Bij de minste ‘escalatie’ word je op straat gezet. Zonder verklaring, zonder gesprek. Dat maakt het erg onplezierig.’ Als je de opvang binnenkomt, word je gevraagd een contract te tekenen. Zelf krijg je overigens geen kopie. Je mag veel niet. Geen drank, je mag soms niet over je post beschikken. Je moet zelfs je DigiD laten zien. ‘Op drugs wordt dan weer niet gecontroleerd – je mag het buiten zelfs gebruiken.’ Volgens K. zijn er zes medewerkers die ‘echt goed’ zijn. Zij willen de mensen helpen om verder te komen. Zij behandelen de mensen met respect. ‘Maar door andere medewerkers wordt het hen wel heel moeilijk gemaakt!’, zegt K.
Bij de stichting Startpunt leerde ze R. kennen. Ze zag hem als vriend. Later is er een relatie uit voortgekomen, maar nog niet toen ze beiden in de opvang zaten. Toen R. na een poosje in een doorstroomhuis van het Leger belandde en verzorgd moest worden na een weekje ziekenhuis, wilde K. dit graag doen. ‘Maar omdat in de regels stond dat je maar twee nachtjes per week weg mag blijven, werd ik gesommeerd weer terug te komen. Dat wilde ik niet en toen werd ik uit de opvang gezet.’ Nu is K. drie dagen bij R. en de andere vier dagen verblijft ze bij kennissen. In de tijd dat K. in de opvang zat heeft ze nooit iemand van de gemeente gezien. ‘Wij zijn het rotzooitje van de samenleving. Als je het in deze maatschappij om 32
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
wat voor reden dan ook niet redt, ben je een paria. Je wordt behandeld alsof je een kleuter bent, achterlijk. En áls er al mensen zijn die het voor je opnemen, dan krijgen zij enorm gezeur. Heel erg, vind ik dat…’ Op de opvang is er een bewonersvertegenwoordiging. ‘Tijdens een vergadering spraken we over de respectloze benadering van de leiding. Toen wilde de leiding dit één-op-één met ons bespreken. Dat doet natuurlijk niemand, dat is veel te onveilig’, aldus K. Het zit haar enorm dwars dat er niet meer werk wordt gemaakt om mensen van een verslaving af te helpen. ‘Het is geen oplossing om mensen voor straf maar weer op straat te zetten!’ K. houdt hoop op een goede toekomst. Ze hoopt weer terug te keren in haar oude beroep, de zorg. Haar relatie met haar zoon is heel hecht. Van haar mentor heeft ze geleerd te blijven dromen en elke dag te genieten. ‘Daar hou ik me aan vast!’
INTERVIEW 8
‘Papa, raak ik dan al mijn vriendjes kwijt?’ Toen S. in 2011 vanuit Polen naar ons land kwam, had hij nooit gedacht dat hij in de situatie zou belanden waarin hij zich nu bevindt. Hij kwam naar Nederland om hier te komen werken. De eerste twee jaar was hij alleen – zijn vrouw bleef achter in zijn vaderland. In 2013 kwam zij, samen met hun eerste kindje, ook naar Nederland. S. schreef zich bij de woningcorporatie in voor een eigen woning. Die was er niet, dus koos hij voor een huurappartement in de particuliere sector. ‘Ik huurde het huis voor een redelijke prijs’, zegt hij. ‘Maar toen wij in 2015 ons tweede kindje kregen werd het huisje al snel te klein en verhuisden we naar een grotere woning. Dat was ook in de particuliere huursector.’
33
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
S. heeft een vaste baan, het leven was goed. Zijn vrouw en kinderen hebben het goed in Enkhuizen. ‘In mei 2021 kreeg ik te horen dat ons huurhuis de verkoop in ging’, zegt S. ‘We kregen de simpele mededeling dat we vóór 1 november 2021 het huis moesten verlaten.’ De paniek sloeg meteen toe in het jonge gezinnetje. Wat nu? Er werd gereageerd op huurwoningen van woningcorporaties. ‘Vijf jaar geleden kreeg je zo een huurwoning. Nu sta ik acht jaar ingeschreven, maar er zijn nog zo’n 70 wachtenden voor me. En als er voor een woning 900 kandidaten zijn, dan sta ik ongeveer op plek 300. Ik lig hier nachten lang van wakker’, zegt S. bezorgd. Voorlopig is het gezin van S. niet aan de beurt; hij besluit hulp in te roepen. ‘We kwamen terecht bij het Stadsteam, maar helaas hebben zij ook geen succes bij het zoeken naar een geschikte woning.’ Ook via dnoDoen is het niet gelukt om op korte termijn woonruimte te krijgen. Een urgentieverklaring krijgt S. niet – dat heeft hij van de woningcorporatie te horen gekregen. Hij heeft namelijk geen financiële problemen, ligt niet in echtscheiding en heeft geen psychische problemen. ‘Geen urgentie dus’, zegt S. ‘Dat maakt het allemaal erg lastig.’
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
S. heeft onlangs contact gezocht met de Stichting MEE/De Wering. ‘Zij hebben mij geholpen met het schrijven van een brief om een spoedzoekersverklaring te krijgen. Dat is gelukt. Ik ben daar heel blij mee!’ Met de spoedzoekersverklaring kan S. misschien op korte termijn een woning krijgen in Medemblik. Maar hij wil liever wachten op een woning in Enkhuizen, zijn vrouw wil echt niet uit Enkhuizen. ‘Ik moet onze huidige woning pas in november verlaten, dus dat risico nemen we. Ik kan overal wonen, maar voor mijn vrouw en mijn kinderen is dit anders. Verhuizen is niet zomaar iets, en zeker niet verhuizen naar een andere woonplaats.’ ‘Dat het onzeker is of we op korte termijn een woning kunnen krijgen geeft veel stress bij mij, bij mijn vrouw en bij onze kinderen. Mijn vrouw heeft in Enkhuizen vriendinnen gevonden, mijn zoon van negen heeft vriendjes. Hij maakt zich heel veel zorgen en dat is op school goed te merken. Hij is bang dat hij zijn vriendjes kwijt raakt en of hij wel weer nieuwe vriendjes krijgt. Hij wil graag op zijn school blijven. Mijn vrouw heeft geen rijbewijs, kan de kinderen ook niet naar hun oude school brengen en wil dan ook graag in Enkhuizen blijven. Ik moet goed met haar praten.’
INTERVIEW 9
‘Ik snap de politiek ook niet. Ik ben zeker geen racist, maar vluchtelingen krijgen zó een woning. Mensen die geen werk hebben krijgen voorrang. Ik heb een vaste baan, betaal alle belastingen maar ik kan toch geen huis krijgen. We vechten met elkaar om de woningen die er zijn. En de prijzen zijn ook zo omhoog gegaan.’
‘Je weet gewoon niet meer hoe je je moet gedragen, om ervoor te zorgen dat zij iets voor je gaan doen.’
En zo zoekt S. verder, voor zichzelf en zijn gezin. Hij huurt zijn huidige woning voor € 750,- per maand. De woningen die nu op de particuliere huurmarkt vrij staan kosten minimaal € 1200,- per maand. ‘Ik werk alleen, dat is voor ons gezin niet op te brengen. Bovendien zijn de lasten van een hypotheek lager dan zo’n huurprijs. Maar voor een hypotheek kom ik niet in aanmerking. Ik heb een baan, kan huur betalen, in principe kan ik een hypotheek betalen, maar toch ben ik straks dakloos.’
Negentien jaar geleden had R. een visioen. Hij moest het leven dat hij tot dan geleid had achter zich laten. Een leven in de onderwereld, dat hem rijk had gemaakt, maar ook alleen maar tegenspoed had gebracht. Zo werd hij uiteindelijk buschauffeur. Hij genoot van zijn werk, zag en sprak veel mensen en deed dit tot volle tevredenheid van zijn baas, die hem vaak belde als hij het rooster niet kon rond krijgen.
34
35
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
En toen begon een nieuwe periode van ellende. Op een rit naar Schiphol werd hij – inmiddels voor de derde keer – overvallen. Waar hij de eerste en tweede keer nog kalm kon reageren, lukte hem dat niet die derde keer. Hij greep naar het pistool van de overvaller en zou, als collega’s hem niet hadden tegengehouden, de overvaller neerschieten, zo kwaad was hij. Een trauma liep hij op en belandde in de WIA. Hij verkocht zijn huis in Ridderkerk en vertrok met vrouw en kind naar Spanje. Begin 2020 kwam het gezin terug naar ons land. Zijn zoon miste Nederland te veel. Hij verkocht zijn huis in Spanje met overwaarde. Een huis kopen lukte hem niet. En zo ging het geld op aan de kosten voor verblijf in hotels en op vakantieparken. Het geld raakte op en zo kwam hij bij dnoDoen terecht. ‘Als je je daar meldt, gaan ze een oplossing voor je zoeken, werd mij verteld’, aldus R. ‘Het tegendeel bleek waar.’ Na zeven weken kwam hij er achter dat men verzuimd had het zoektraject te starten. ‘Ik maakte hier geen probleem van, dat kan gebeuren. Ik hield hoop dat het snel goed kwam.’ R. schreef zijn zoon in op een school in Hoorn. ‘Natuurlijk was er stress bij mijn vrouw, mijn kind en mijzelf. Wekenlang bij elkaar op zo’n klein kamertje, niet wetende wat de toekomst zou brengen. Die stress leverde soms gespannen situaties op’, vertelt R. Zo had hij een keer woorden met zijn vrouw.
Door zijn Zuid-Amerikaanse achtergrond ging dit over-en-weer er nogal heftig aan toe. ‘Mijn vrouw moest maar een tijdje een plekje zoeken bij de buren, de daklozenopvang van het Leger des Heils. Er was beloofd dat ze na zes dagen weer terug zou mogen, maar dat werden bijna zeven weken! Zonder enige uitleg, dat kan toch niet? Mijn zoon bleef maar vragen wanneer zijn moeder terugkwam. En dan vinden ze het gek dat ik boos word!’ Er gebeurden intussen allerlei dingen die voor R. niet te volgen waren. Het personeel op de daklozenopvang handelde volledig naar willekeur. ‘De leiding houdt er een vreemde manier van toezicht op na. Als je hen niet aanstaat, dan heb je het slecht daar. Ze beloven dingen, maar komen die dan niet na – zonder uitleg!’ Na een grote mond belandde R. zelf zes dagen bij de daklozenopvang. Er werd hem verteld dat er zicht was op een woning voor het gezin. ‘Op 21 september 36
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
zou er een woning voor ons vrijkomen. Ik besloot dus maar om me een paar dagen gedeisd te houden. Meewerken, dus. Zelfs meer doen dan er van me werd gevraagd.’ R. bracht elke dag zijn zoon naar school, maakte de opvangruimte schoon, bracht enkele uren door in de naburige kerkruimte, haalde zijn zoon weer van school en hielp met koken. Twee dagen vóórdat het huis beschikbaar zou komen, werd hij aangesproken door de leiding van de opvang. Hij zou zijn schoonmaakwerk nog niet gedaan hebben. ‘Maar dat had ik wel gedaan, een andere medewerker had dit ook gezien. Maar ik werd niet geloofd. Ik wist niet wat ik hoorde. Nota bene diezelfde medewerker werd ingeschakeld om mij te vertellen dat ik zou worden weg gestuurd!’ R. vroeg waarom het zo liep, maar hij kreeg geen verklaring. Hij zocht steun in de kerk, was enorm emotioneel. Tot zijn ontsteltenis had de directeur van de opvang daar gemeld dat ze R. vooral niet moesten binnenlaten. Gelukkig kon hij er wel terecht. Bij dnoDoen, waar vrouw en kind verbleven, mocht hij er ook niet in. Op advies van het Leger was hij daar uit het systeem gehaald. Ook de woning die hem was toegezegd ging daarmee niet door. ‘Ik voel me zo vernederd’, zegt R. ‘Ik weet gewoon niet meer hoe het verder moet. Mijn vrouw en mijn zoon zijn helemaal in shock. We hebben geen toekomst meer op deze manier.
Allerlei instanties dringen aan op een goede woonoplossing, vooral voor mijn kind. Maar de instantie die hiervoor zou kunnen en moeten zorgen, doet helemaal niks! En dat maakt me boos. Ik voel me zo machteloos.’ Op dit moment slaapt R. in de nachtopvang van dnoDoen, maar dan wel in Alkmaar. Elke dag komt hij naar Hoorn om zijn zoon naar school te brengen en hem weer op te halen. Dat blijft hij doen, elke dag maar weer. De rest van de dag brengt hij tijd door in de kerk, een plek waar hij respect ervaart en waar hij zichzelf mag zijn. ‘Dat houdt me nog een beetje op de been…’
37
NIET IEDEREEN TELT MEE . ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN
INTERVIEW 10
ZWARTBOEK DAK- EN THUISLOZEN . NIET IEDEREEN TELT MEE
hulpverlening’, vertelt N. Regelmatig kreeg ze te horen ‘Sorry, we kunnen je niet helpen’. Was er hulp, dan was die tijdelijk, zonder vervolg.
‘Hoe vaak heb ik niet gehoord: het is je eigen schuld…’ Haar jeugd is niet van een leien dakje gegaan. Haar ouders zijn gescheiden en ze heeft een zusje dat zes jaar jonger is. N. heeft zich altijd heel erg verantwoordelijk gevoeld voor haar zusje en heeft min of meer de zorg van haar zusje op zich genomen. ‘Daarbij ben ik mezelf een beetje vergeten’, zegt ze. Na vele omzwervingen en na te maken te hebben gehad met allerlei instanties, heeft N. contact opgenomen met de Stichting Welwonen. Via het Stadsteam is zij uiteindelijk in aanmerking gekomen voor een sloopwoning. Dit was in eerste instantie voor een periode van één jaar – het werden er bijna drie. Natuurlijk wist ze dat het tijdelijk was. Maar door de gesprekken met Welwonen kreeg ze toch min of meer de indruk dat het zou lukken om een ‘echte’ woning te vinden. Toen de datum naderde waarop ze de sloopwoning moest gaan verlaten heeft ze met andere bewoners een rechtszaak aangespannen tegen de gemeente. Er waren onjuiste vergunning afgegeven, wisten ze. Deze zaak heeft de groep bewoners helaas niet gewonnen. Op het moment dat N. een eigen plekje heeft gekregen, probeerde zij haar leven weer op de rit te krijgen. Zij is aan een opleiding begonnen, wat eerder door de omstandigheden niet was gelukt. In de tussentijd heeft N. geprobeerd andere woonruimte te vinden. ‘Ik heb geen urgentie aangevraagd.
De mensen die in mijn omgeving een urgentie hadden aangevraagd, waren mensen met kinderen en die werden afgewezen’, aldus N. ‘Daarbij opgeteld de kosten die het aanvragen van een urgentieverklaring met zich mee zou brengen, besloot ik de aanvraag maar niet te doen.’ Met haar zes inschrijfjaren lukt het niet om een andere woning te vinden. Eind 2020 kwam Welwonen met het bericht dat de bewoners van de sloopwoningen hun woning per 1 maart 2021 verlaten moesten hebben – de sloop zou dan gaan beginnen. Natuurlijk bracht dit de nodige stress met zich mee. ‘Ik vind het moeilijk om hulp te vragen. Ik ben in het verleden vaak teleurgesteld in de 38
Ze is steeds maar bezig met de toekomst. ‘Op 1 december eindigt mijn huidige, tijdelijke woonsituatie. Waar moet ik heen?’ N. wil zo graag duidelijkheid en weten waar ze terecht komt. ‘Eerlijk gezegd word ik er een beetje depressief van’, geeft N. aan. Het Stadsteam kwam met de mogelijkheid om naar de dak- en thuislozen opvang te gaan. Maar dat is voor N. geen optie. Ze moet dan haar dieren wegdoen. Ze zijn voor haar meer dan alleen huisdieren. ‘Zij bieden mij troost.’
INTERVIEW 11
‘Doordat je overal gemangeld wordt, zeg ik: iedereen heeft z’n rugzakje, ik heb inmiddels een aanhanger!’ R. was een van de bewoners van een sloopwoning in de Bloemenbuurt in Enkhuizen. Vanaf november 2017 woonde hij hier, op 1 maart 2021 moest hij eruit. Hij werkte en woonde in Zaandam, bij een beveiligingsbedrijf. Hij werd geplaatst bij Justitie. ‘Door bezuinigingen raakte ik de baan kwijt. In de laatste drie maanden raakte ik in een depressie, maar heb mijn tijd wel volgemaakt’, vertelt R. ‘Mijn relatie liep stuk en m’n toenmalige vriendin zette me het huis uit. Ik had niks. Mijn moeder woonde in Enkhuizen, dus daar ben ik naar toe gegaan. Ik heb daar een tijdje gewoond.’ Zijn moeder verhuisde uiteindelijk naar haar vriend in Tiel. R. bleef in het huis achter, maar dat mocht eigenlijk niet. Via het stadsteam kon R. uiteindelijk in de sloopwoning terecht. ‘Welwonen vertelde mij dat ik een vergunning had voor vijf jaar, ik hoefde me geen zorgen te maken dat ik er snel weer uit moest. Toch 39