* Jaarrekening 2025 Enkhuizen (inclusief addendum)
Tekst van het document
Financieel belang: De gemeente heeft 30 aandelen welke tegen nominale waarde van € 45,45 per aandeel gewaardeerd worden. Met de aandelen staat de gemeente garant voor leningen van HVC. Hiervoor ontvangt zij een garantstellingsprovisie.
81
Grondbeleid In de paragraaf grondbeleid van de jaarrekening 2025 wordt verslag gedaan over de visie, ontwikkelingen en stand van zaken van de grondexploitaties in relatie tot de doelstellingen uit de begroting. Binnen de gebiedsontwikkeling wordt een onderscheid gemaakt tussen actief- en passief grondbeleid. Bij actief grondbeleid verwerft de gemeente de grond, maakt deze bouw- en woonrijp en verkoopt de bouwgrond aan projectontwikkelaars/particulieren, die op deze bouwgrond het vastgoed realiseren. Bij passief grondbeleid heeft de gemeente een faciliterende en kader stellende rol bij ‘gebiedsontwikkeling door derden’. De gemeente stelt het bestemmingsplan vast, waarbij kosten van plankosten en gemeenschapsvoorzieningen worden verhaald door middel van (anterieure) overeenkomst of vaststelling van een exploitatieplan. Een variant ‘tussen’ deze beide vormen is de publiek-private samenwerking (PPS), waarbij de gemeente samen met een private partij de grondexploitatie doet. Winst en risico worden dan gedeeld. Visie De vigerende Nota Grondbeleid stamt uit 2016. Tezamen met de nieuwe Omgevingswet per 1 januari 2024 geeft dit aanleiding tot het opstellen van een nieuwe Nota Grondbeleid met aanvullende Nota Kostenverhaal. De oplevering en besluitvorming van de Nota Grondbeleid worden naar verwachting in het eerste kwartaal (Q1) 2026 gerealiseerd.
De vaststelling van de Nota Kostenverhaal volgt naar verwachting in het tweede kwartaal (Q2) 2026. Beleidsverantwoording Over grondexploitaties wordt op verschillende manieren verantwoording afgelegd: 1. De verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de Raad, het College en de SED zoals beschreven in de Nota Grondbeleid 2. De projecten doorlopen de algemene fasen in gebiedsontwikkelingen (initiatief, haalbaarheid en realisatie, waarbij in principe per faseovergang verantwoording over de af te sluiten fase en toestemming voor de volgende fase wordt gevraagd aan het College en/of Raad. 3. Verantwoording in de P&C cyclus. 4. Tussentijdse college & raadinformatie en besluiten bij majeure afwijkingen op de kaders Ontwikkelingen in wet- en regelgeving Vanuit Omgevingswet worden ook enkele regels voor het grondbeleid geactualiseerd. De grootste wijziging is dat het mogelijk wordt om een gebied ''organisch'' te kunnen ontwikkelen onder een grondexploitatie zonder 'eindtijd'. Dit kan een optie zijn als er vooraf nog veel onzekerheden bestaan over concrete planinvullingen. Parameters 2026 De hierna weergegeven parameters voor kosten- en opbrengstenstijging worden jaarlijks geëvalueerd en herijkt. De parameters zijn bepaald aan de hand van de Outlook Grondexploitaties 2026 van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling. Daarnaast vindt afstemming plaats met omringende gemeenten.
SED JR 2025
2026
2027
2028
2029 e.v.
Kostenstijging
4%
3%
3%
2%
Inkomstenstijging
5%
3%
3%
2%
82
Ten opzichte van eerdere jaren liggen de kostenstijgingen nog steeds boven het gebruikelijke niveau, maar zijn ze iets lager dan in voorgaande jaren. Aan de andere kant zijn de percentages voor inkomstenstijging (grondwaarden) hoger dan de afgelopen jaren, en is hier een inhaalslag gemaakt. Dit vanuit (fors) hogere VON-waarden stijgingen, welke weer hoger zijn dan de toename van de bouwkosten. Prognose resultaten De gemeente Enkhuizen kent naar verwachting in 2026 en verder geen actieve grondexploitaties meer. Ontwikkelingen Ter informatie, binnen de gemeente spelen de volgende grotere (faciliterende) projecten en ontwikkelingen (waarover op andere plekken dan in deze paragraaf verantwoording over wordt afgelegd): •
Zilverstraat/Hoogstraat: dit betreft de herontwikkeling van een binnenstedelijke locatie. In 2021 zijn door de Raad de (financiële) kaders vastgesteld. In 2022 is het project succesvol aanbesteed. In 2023 is de koop-ontwikkelovereenkomst ondertekend met de beoogde ontwikkelaar. In 2024 is door de ontwikkelaar gewerkt aan verdere planuitwerking. Eind 2025 is op basis van het geoptimaliseerde ontwerp met 77 woningen het ontwerp-omgevingsplan in procedure gebracht (ter inzage gelegd).
•
Nijevoert (Westeinde): dit betreft het Enkhuizer deel van een volgende integrale woonwijk op de grens met Stede Broec (aldaar Florapark geheten). De gemeente Enkhuizen heeft geen grondpositie in deze ontwikkeling. De opzet is een integrale gebiedsontwikkeling van circa 950 woningen tussen de gemeenten Stede Broec en Enkhuizen en met alle eigenaren/betrokkenen. In navolging van het ambitiedocument (2023) is in 2024 door beide gemeenteraden de stedenbouwkundige visie vastgesteld, welke de basis is voor de in eerste kwartaal 2026 te ondertekenen anterieure overeenkomst met de ontwikkelaars en de samenwerkingsovereenkomst tussen beide gemeenten.
•
Voor de beoogde woonwijk Gommerwijk West-west (thans Gouwe Vaart genoemd) is op 25 september 2025 de koop- en ontwikkelovereenkomst met de twee samenwerkende ontwikkelaars (vof) ondertekend. Op 28 oktober 2025 sloot de raad de grondexploitatie (grex) en werd de bestemming van de opbrengst van de verkoop aangegeven. Het noordelijk gelegen plandeel wordt uitgevoerd overeenkomstig het vigerende uitwerkingsbestemmingsplan. De voorbereidingen voor het bouwrijp maken zijn inmiddels ter hand genomen. Voor het zuidelijke plandeel wordt een optimalisatie met meer woningen beoogd. Daartoe stelde de raad op 16 december 2025 de stedenbouwkundige uitwerking voor dit plandeel vast als basis om de herziening van het omgevingsplan voor te bereiden. Aangezien niet alle grond in het zuidelijke deel in bezit is van de gemeente en/of de ontwikkelende partijen, zullen in het omgevingsplan de regels worden opgenomen met betrekking tot kostenverhaal en financiële bijdragen.
•
Korte Westerstraat (locatie voormalige peuterspeelzaal Pierewiet)
•
Medio 2025 is in samenwerking met woningcorporatie Stichting Woondiensten Enkhuizen een onderzoek gestart naar de woningbouwmogelijkheden voor de huisvesting van jongeren.
Voorkeursrecht Vanuit regie en (integrale) sturing op dit gebied heeft het college eind 2024 het voorkeursrecht gevestigd op het gebied ‘Schepenwijk II’ ten westen van bedrijventerrein Schepenwijk. Ook krijgt de gemeente hiermee voorrang bij eventuele aankoop van onroerende zaken benodigd voor het realiseren van deze ontwikkeling. Prognose resultaten De enige lopende grondexploitatie van de gemeente Enkhuizen is in 2025 afgesloten, waarbij het resultaat is toegevoegd aan de algemene reserve. 83
Winstneming De grondexploitatie Gommerwijk West West is afgesloten in 2025 met een positief resultaat. Dit resultaat is toegevoegd aan de algemene reserve. Risicobeheersing Voor de grondexploitatie (Gww) was een risicobedrag van € 608.000 opgenomen in het weerstandsvermogen van de gemeente. Met het afsluiten van de grondexploitatie is geen risico meer aanwezig, zodat het risicobedrag niet meer hoeft te worden opgenomen. Reserves en voorzieningen De beleidsuitgangspunten voor de Risicoreserve Bouwgrondexploitaties zijn vastgelegd in de door de raad vastgestelde nota Reserves en Voorzieningen. Het saldo van deze Reserve per 31 december 2025 ligt tussen het vastgestelde minimum (€ 250.000) en maximum (€ 1,5 miljoen).
84
Wet Open Overheid (WOO) Op 1 mei 2022 trad de Wet Open Overheid (Woo) in werking. De Woo vervangt de Wet openbaarheid bestuur (Wob), maar gaat verder dan de Wob. De Woo verplicht tot het: • • • •
Passief openbaar maken van informatie via het afhandelen van Woo-verzoeken Actief openbaar maken van elf informatiecategorieën Aanstellen van een Contactfunctionaris Woo Op orde brengen van de Informatiehuishouding.
Het passief openbaar maken, oftewel het afhandelen van Woo-verzoeken, is per 1 mei 2022 met de inwerkingtreding van de Woo reeds geïmplementeerd. In 2023 is de Contactfunctionaris Woo aangesteld en in 2024 is het Woo-behandelteam gevormd door het aanstellen van een Woo-jurist, een Woomedewerker en de contactpersoon Woo voor het domein Ruimte. In 2025 is er onderzoek gedaan naar de publicatieplatformen en is het deelproject Functionele eisen publicatieplatform afgerond. In 2026 zal er een keuze gemaakt zijn voor het publicatieplatform. De landelijke ontwikkelingen op het gebied van het actief openbaar maken van de elf informatie categorieën is gestagneerd. Binnen de SED is er een herijking gemaakt van het Woo-project. De planning en het proces rondom de implementatie van de laatste actief openbaar te maken informatie categorieën zal onder de regie van de afdeling Informatie komen te vallen. Zodra de landelijke planning bekend is voor het actief openbaar maken van de laatste informatie categorieën, zullen de projecten in 2026 verder uitgewerkt worden. In 2025 is het aantal Woo-verzoeken t.o.v. 2024 licht gestegen. In 2025 zijn er 34 Woo-verzoeken ingediend. Dat is 5 minder dan 2024. Echter waren er nog 10 Wooverzoeken in behandeling van 2024. Dat maakt een totaal van 44 Woo-verzoeken die in 2025 afgehandeld zijn. Dit is een lichte stijging van 3 Woo-verzoeken.
Bij deze Woo-verzoeken zijn 3194 documenten en 20.920 pagina’s openbaar gemaakt. De Woo-besluiten en de bijbehorende documenten zijn gepubliceerd op de gemeentelijke website. Sinds 2024 maken we onderstaande informatie categorieën openbaar 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Wetten en andere algemeen verbindende voorschriften Overige besluiten van algemene strekking Informatie van organisatie en werkwijze Bereikbaarheidsgegevens Woo-verzoeken Convenanten
Het op orde maken van onze informatiehuishouding valt onder de regie van de afdeling informatie. Vanuit de Woo hebben de SED-gemeenten tot 2030 de tijd om dit te realiseren. We volgen hierbij de VNG handreiking Grip op Informatie. Enkele projecten die zijn opgestart in 2025: 1. Migrato: archiveren oude netwerkschijf 2. I-navigator: vastleggen processen tbv kwaliteitsmanagement
85
Jaarrekening
86
Waarderingsgrondslagen Bij het samenstellen van de jaarrekening zijn de voorschriften conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) toegepast en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgelegd. Daar op aansluitend zijn de volgende door de raad vastgestelde nota’s van toepassing: • •
Nota Reserves en voorzieningen (20 april 2021) Nota Activabeleid (25 mei 2021)
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend is vastgesteld. Centraal administratie kantoor (CAK) Met betrekking tot de eigen bijdrage die het CAK in en aan de gemeente afdraagt, geldt op basis van de Kadernota Rechtmatigheid 2018 van de commissie BBV het volgende. Gemeenten kunnen op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen met de eigen Wmo-administratie. Probleempunt is dat door het ontbreken van inkomensgegevens op de overzichten de informatie over de eigen bijdrage ontoereikend is om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen.
Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdrage door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door de gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen als gevolg van het niet kunnen vaststellen van de juistheid op persoonsniveau, zoals hiervoor is toegelicht. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
Balans Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa worden gewaardeerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van bijdragen en subsidies (netto waardering) verminderd met afschrijvingen. De afschrijvingsduur bedraagt hoogstens vijf jaar. De bijdragen aan activa in eigendom van derden zijn gewaardeerd op het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met de afschrijvingen.
87
Materiële vaste activa Materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van bijdragen van derden en subsidies (netto waardering), verminderd met de afschrijvingen (lineair of annuïtair). Afschrijvingen op de activa vinden plaats in het jaar dat volgt op het jaar waarin het object gereedkomt/wordt verworven en met inachtneming van de verwachte gebruiksduur of nuttigheidsduur. Daarbij worden in het algemeen de volgende termijnen gehanteerd:
Nieuwbouw
40
jaar
Verbouwingen en renovatie tot € 50.000
15
jaar
Verbouwingen en renovatie boven € 50.000
25
jaar
Semi-permanente nieuwbouw
15
jaar
Grond- weg- en waterbouwkundige werken
10-80
jaar
Vervoermiddelen
8-15
jaar
Automatisering
3-5
jaar
10-20
jaar
Installaties
Op investeringen in gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Het volledige overzicht van de afschrijvingstermijnen is opgenomen in bijlage 2 bij de Nota Activabeleid Enkhuizen, die door de raad op 25 mei 2021 is vastgesteld. Investeringen met een economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Investeringen met economisch nut welke lager zijn dan € 15.000 worden niet geactiveerd en ineens ten laste van de exploitatie gebracht. Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) Op 19 december 2024 is het PWSR 2025-2027 vastgesteld. Volgens dit programma wordt er lineaire afschrijving toegepast voor nieuwe investeringen. 88
• • • •
De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij verval riolering, bouwkundige delen van gemalen en drukriolering is 60 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van en persleidingen, infiltratievoorzieningen en drainage is 45 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen op IBA's en bouwkundige delen van randvoorzieningen is 40 jaar De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektro-/mechanische delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen is 30 jaar;
Deze afschrijvingstermijnen worden voor nieuwe investeringen gehanteerd. Voor de reeds afgesloten investeringen blijft de termijn 40 jaar (raadsbesluit 28 november 2023). Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut Investeringen met een maatschappelijk nut worden, evenals investeringen met een economisch nut, geactiveerd en over de verwachte toekomstige levensduur afgeschreven. De verplichting om alle investeringen te activeren volgens de nieuwe methode geldt alleen voor investeringen die vanaf het begrotingsjaar 2017 worden gedaan. In de toelichting op de balans wordt de onderverdeling gemaakt tussen bedragen die via de oude systematiek zijn geactiveerd en via de nieuwe systematiek zijn geactiveerd. Investeringen met economisch nut welke lager zijn dan € 30.000 worden niet geactiveerd en ineens ten laste van de exploitatie gebracht. In erfpacht uitgegeven gronden De in erfpacht uitgegeven percelen zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs (dit betreft de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen). Percelen waarvan de erfpacht eeuwigdurend is afgekocht, zijn tegen een geringe registratiewaarde opgenomen.
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen, (overige) leningen u/g en (overige) uitzettingen zijn, tenzij hierna anders is vermeld, opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van de BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Tot dusver is een dergelijke afwaardering gelukkig niet noodzakelijk gebleken. Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid d van de BBV sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV. Vlottende activa Voorraden De grondvoorraden zijn opgenomen tegen de werkelijke productiekosten (aankopen, bouwen woonrijp maken, rente etc.) minus opbrengsten uit verkopen. Verliezen worden genomen op het moment dat deze voorzienbaar zijn. Winsten worden als gerealiseerd beschouwd op het moment dat bij de exploitatie van het desbetreffende complex dit met voldoende zekerheid is vast te stellen. De overige voorraden worden gewaardeerd tegen de laatst bekende inkoop of verkrijgingsprijs.
Gronden die tot en met 2015 onder de voorraden werden opgenomen als niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) zijn met ingang van 2016 conform het wijzigingsbesluit vernieuwing BBV geclassificeerd onder de materiële vaste activa. Vorderingen De kortlopende vorderingen worden nominaal gewaardeerd. Voor de te verwachten oninbaar te verklaren posten is een bedrag in mindering gebracht op de post debiteuren. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Kortlopende schulden De kortlopende schulden worden nominaal gewaardeerd. 89
Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, die is opgenomen in het jaarverslag, is het beleid nader uiteengezet. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overig Risico's, rechten en voorwaardelijke/onzekere verplichtingen Voor zover de gemeente belangrijke financiële risico's loopt (bijvoorbeeld claims, lopende rechtszaken, geschillen), zijn deze in de paragraaf Weerstandsvermogen opgenomen.
Wanneer het duidelijk is dat deze risico's en/of verplichtingen daadwerkelijk worden geëffectueerd, wordt daarvoor een voorziening in de jaarrekening opgenomen. Borg- en garantiestellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • •
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals definitief op 17 februari 2026 door de raad is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld;
90
Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten exclusief dotaties reserves is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van EUR 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen. o
•
91
Overzicht van baten en lasten en de toelichting Overzicht baten en lasten per programma Lasten Programma
Omschrijving
Bedrag Begroot
Bedrag Werkelijk
1
Bestuur en dienstverlening
13.508
12.694
814
2
Ruimte
30.181
28.069
2.112
3
Samenleving
44.775
45.813
-1.038
Mutaties reserves
2.584
2.867
-283
255
-
255
91.303
89.443
1.860
RESULTAAT
Bedrag Restant
Baten Programma
Omschrijving
Bedrag Begroot
Bedrag Werkelijk
Bedrag Restant
1
Bestuur en dienstverlening
-59.837
-59.485
-352
2
Ruimte
-16.389
-16.372
-17
3
Samenleving
-8.367
-11.949
3.582
Mutaties reserves
-6.711
-4.584
-2.127
-
-
-
-91.304
-92.390
1.086
RESULTAAT
Saldo
2.946 voordeel
Overzicht incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten > € 20.000 lasten progr.
Omschrijving
1
Incidenteel budget voor herhuisvesting functies stadskantoor:
2
3
Realisatie 2025
- Aanpassing Breedstraat 53
142.500
- Aanpassing Kruitmolen 13e
20.300
Eenmalige kosten aanbrengen folie stadhuis
22.700
Managementplan
50.400
Buurtwarmte
55.600
Gommerwijk West-west
22.000
Implementatie Sospes
30.000
Klimaatroute
115.100
Ondergrondse container Gependam
28.300
Parkeeronderzoek
20.200
Strategisch vastgoedplan
35.000
Verkeersplan
39.800
Nationaal Isolatieprogramma (NIP duurzaamheid)
707.800
Restant kosten duurzaamheid
239.000
Incidentele uitgaven in het kader van CDOKE
315.500
Incidenteel budget voor Woonwagenzaken
21.800
Uitgaven Onderwijs Achterstandenbeleid
500.100
Aanpak Goudenregenstraat 29
83.700
Inkoop Jeugdzorg
38.700
Uitgaven inzake divers SPUKS
207.800
Incidentele kosten voor Sloop Korte Westerstraat
46.400
Verbouwing gevel RSG
203.600
Overige incidentele lasten
93.900
92
Incidentele baten en lasten > € 20.000 3.040.200 Storting in reserves 1
2
3
Storting AR - Resultaatbestemming 2024 tlv reserve gebiedsontwikkeling
274.000
Storting AR - VJN 2025 vrijval surplus uit BR Oekraïne
670.000
Storting Weerstandscapaciteit BGR 2025
175.000
Storting Weesrtandscapaciteit Resultaatbestemming 2024
655.000
Storting BR Onderhoud kapitaalgoederen afkoop NABO (Niet Actief Beveiligde Overweg)
98.920
Storting BR glasvezel 2025
168.800
Storting BR omgevingswet saldo 2025
111.365
Storting BR Kunst en Cultuur
13.000
Storting BR Sociaal Domein MOBW -gelden
198.026
Storting BR Onderwijshuisvesting
500.000
Vrijval kapitaallasten IKC uit reserve OHV
-193.000
Kapitaallasten IKC naar res onderw.huisv.
196.000
Incidentele stortingen in reserves
2.867.111
Totaal incidentele lasten 2025
5.907.311
Baten progr.
Omschrijving
1
SPUK Meoz (Meerkosten Energie Openbare Zwembaden)
114.300
Rentebaten RC
129.200
SPUK sport
100.000
Verkoop gronden
175.000
Afkoopsom NABO (Niet Actief Beveiligde Overweg)
110.500
2
3
Realisatie 2025
Aanvullende schadevergoeding afgebrand toilet
85.700
Saldo CDOKE 2025
315.500
Subsidies Klimaat en Duurzaamheid
946.800
Uitkering OAB
500.100
Uitkering NPO
39.800
SPUK Brede regeling combinatiefuncties
114.700
Project Maritiem Erfgoed
57.300
Afrekening Beschermd Wonen
206.700
SPUK Valpreventie
55.187
Overige incidentele baten
82.200 3.032.987
Onttrekingen uit reserves 1
2
Onttrekking AR Herhuisvesting stadskantoor
358.500
Onttrekking AR Herhuisvesting stadskantoor goudenregenstraat
49.000
Onttrekking AR OVH2025 - Aanpassing Vergunningenbeleid
56.830
Onttrekking AR OVH2025 - Inkoop Wmo en jeugd
22.255
Onttrekking AR OVH2025 - SED Budgetten
97.700
Ontttekking AR Programmabegr.2025 TGV res.weerstandsvermogen
175.000
Onttrekking AR Project Bouwdossiers
43.000
Onttrekking AR Resultaatbest.2024 TGV res.weerstandsvermogen
655.000
Onttrekking AR Raamfolie
20.000
Onttrekking AR Sloop Korte Westerstraat 2
30.000
Onttrekking AR Strategisch vastgoedplan
34.985
Onttrekking AR Tbv Verlengen pilot dagbesteding
228.000
Onttrekking AR Tgv Ondermjning
31.400
Onttrekking AR Tgv verkeersplan binnen en buiten de Vest
39.800
Onttrekking AR Overige incidenteel
113.932
Onttrekking BR Onderhoud kapitaalgoederen
1.025.300
Onttrekking BR Glasvezel 2025
139.700
93
Incidentele baten en lasten > € 20.000
3
Onttrekking BR Klimaat en duurzaamheid
68.000
Onttrekking BR Gebiedsontwikkeling; resultaatbestemming 2024 tgv Alg.Res.
274.000
Onttrekking BR Kunst en Cultuur
20.000
Onttrekking BR Sociaal Domein
105.000
Onttrekking BR Huisvestingsvoorz. Onderwijs tbv Pancratius
65.000
Onttrekking BR Huisvestingsvoorz.onderwijs tbv gevelreconst. RSG
203.600
VJN 2025 vrijval surplus uit BR Oekraïne
670.000
Incidentele onttrekkingen reserves
4.526.002
Totaal incidentele baten 2025
7.549.286
Conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten dient de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening een overzicht te bevatten van de incidentele baten en lasten. Door de incidentele baten en lasten op te nemen, kan informatie worden gegeven die relevant is voor het beoordelen van de financiële positie. Een post wordt als incidenteel aangemerkt: • De aard van de post is eenmalig en projectmatig met tijdelijk karakter buiten het structurele gemeentebeleid. Er is geen terugkerend effect op het structureel begrotingssaldo. • Een éénmalige opbrengt uit de verkoop van gemeentelijk vastgoed/ grond. • Stortingen en onttrekkingen uit reserves, behalve de onttrekkingen uit de reserve kapitaallasten.
94
Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves In hetzelfde kader als de incidentele baten en lasten dient de financiële toelichting ook een overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves te bevatten. Structurele onttrekkingen reserves 2025 Programma
Omschrijving
Lasten
Bestuur en Dienstverlening
Reserve dekking afschrijvingslasten
Baten 42.000
Informatie Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector (WNT) De WNT is van toepassing op Gemeente Enkhuizen. Het voor Gemeente Enkhuizen toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000,00 (Het algemeen bezoldigingsmaximum). 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. Zie onderstaande tabel. Gegevens 2025 bedragen x € 1
R. van Reijswoud
P.T.J. Pels
J.N.M. Commandeur
Functiegegevens
Gemeentesecretaris
Griffier
Wnd. Griffier
01/01 t/m 31/12
01/01 t/m 30/04
01/04 t/m 31/12
Aanvang en einde functievervulling in 2025 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
1
Oproepkracht
Dienstbetrekking?
Ja
Ja
Ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
135.348,07
35.028,19
65.175,14
Beloningen betaalbaar op termijn
21.026,04
5.553,60
0
Subtotaal
156.374,11
40.581,79
65.175,14
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
246.000,00
246.000,00
185.342,50
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
156.374,11
106.285,51
65.175,14
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
bedragen x € 1
R. van Reijswoud
P.T.J. Pels
Functiegegeven
Gemeentesecretaris
Griffier
01/01 t/m 31/12
01/01 t/m 31/12
Bezoldiging
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2024
Aanvang en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
1
Dienstbetrekking?
Ja
Ja
115.323,14
103.598,04
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
95
Gegevens 2025 Beloningen betaalbaar op termijn
18.610,46
16.544.16
Subtotaal
133.933,60
120.142,20
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
213.265,03
233.000,00
Bezoldiging
133.933,60
120.142,20
Gegevens 2025 bedragen x € 1
J.A. Ruimschoots
Functiegegevens
Griffier
Aanvang en einde functievervulling in 2025
01/10 t/m 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
22.933,70
Beloningen betaalbaar op termijn
2.664,15
Subtotaal
25.597,85
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
62.005,48
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Bezoldiging
25.597,85
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t. N.v.t.
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 De betreffende categorie was in 2025 niet van toepassing voor de instelling. 1c. Toezichthoudende topfunctionarissen De betreffende categorie was in 2025 niet van toepassing voor de instelling. 1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder De betreffende categorie was in 2025 niet van toepassing voor de instelling. 1e Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 De betreffende categorie was in 2025 niet van toepassing voor de instelling. 1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is De betreffende categorie was in 2025 niet van toepassing voor de instelling. 1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is De betreffende categorie was in 2025 niet van toepassing voor de instelling. 2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen De betreffende categorie was in 2025 niet van toepassing voor de instelling. 96
3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
97
Balans en de toelichting Balans ACTIVA
31/12/2025 31/12/2024
Vaste activa Immateriële vaste activa -Kosten van onderzoek en onrtwikkeling
460
437
460
437
Materiële vaste activa -Investeringen met een economisch nut: •Gronden uitgegeven in erfpacht
2.470
2.470
•Overige investeringen met een economisch nut
17.440
17.825
-Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
10.072
9.957
-Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
19.556
18.273
49.538
48.525
372
372
Financiële vaste activa -Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen -Langlopende leningen aan: •Woningbouwcorporaties •Deelnemingen
0
0
6.056
6.028
-Overige uitzettingen met rentetypische looptijd van één jaar of langer
0
0
-Bijdragen aan activa in eigendom van derden
0
0
6.428
6.400
56.426
55.362
•Overige langlopende leningen
Totaal vaste activa Vlottende activa Voorraden Grond- en hulpstoffen:
69
69
Onderhandenwerk
0
4.751
4.837
0
Gereed product en handelsgoederen: - Gronden Gommerwijk West-West - Geneeskundige verklaringen
3
2
4.909
4.822
-Vorderingen op openbare lichamen
7.680
8.428
-Uitzettingen in's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
2.870
1.598
-Overige vorderingen
1.080
3.298
11.630
13.324
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Liquide middelen -Kassaldi
-11
-6
-Banksaldi
504
57
493
51
230
0
Overlopende activa -De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de not te ontvangen bedragen van: • Europese overheidslichamen • het Rijk • Overige Nederlandse overheidslichamen -Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
98
0
0
8.983
10.666
9.213
10.666
Totaal vlottende activa
26.245
28.863
Totaal generaal
82.672
84.226
PASSIVA
31/12/2025 31/12/2024
Vaste passiva Eigen vermogen -Algemene reserves
9.666
6.999
-Bestemmingsreserves
7.196
8.731
-Gerealiseerd resultaat
2.947
2.849
19.809
18.579
-Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
3.804
4.711
-Egalisatievoorzieningen
1.780
1.494
-Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden
2.563
1.292
8.147
7.497
36.770
38.397
Voorzieningen
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer -Onderhandse leningen van: • Overige financiële instellingen • Waarborgsommen
12
8
36.782
38.405
64.738
64.481
-Kasgeldleningen
0
0
-Banksaldi
0
0
6.111
6.468
6.111
6.468
3.467
5.540
8.131
7.495
Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
-Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: • Europese overheidslichamen • Het Rijk • Overige Nederlandse overheidslichamen -Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate
0
0
226
242
11.824
13.277
17.935
19.745
82.672
84.226
van volgende begrotingsjaren komen. Totaal vlottende passiva
Totaal generaal
99