BIJLAGEN Omgevingsprogramma Bomen Enkhuizen.docx
Tekst van het document
17
https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=27294
Pagina 4 van 6
BIJLAGE 13 DE WAARDE VAN BOMEN ENKHUIZEN
Beslisboom boomsparende maatregelen
BIJLAGE 13 DE WAARDE VAN BOMEN ENKHUIZEN
Beslisboom ecologisch beheerde boom
BIJLAGE 13 DE WAARDE VAN BOMEN ENKHUIZEN
BIJLAGE 13 DE WAARDE VAN BOMEN
GEMEENTE ENKHUIZEN
Inleiding Ter verantwoording van het bomenbeheer (bomen behouden, toevoegen, boomsparende maatregelen uitvoeren, alternatieve beheervormen toepassen en het verplanten van bomen of hergebruiken van vrijgekomen plantmateriaal), worden in deze bijlage de waarden van groen en bomen beschreven. Op deze waarden kan bij activiteiten rond groen en bomen worden teruggegrepen. Allereerst verwijzen we naar de monetaire waarde, die na verloop van tijd toeneemt en zijn piek bereikt als de boom zijn beoogde omlooptijd heeft bereikt. De waarden hebben uiteraard ook betrekking op ecosysteemdiensten, leefbaarheid, gezondheid en veiligheid. Naast de maatschappelijke baten van groen en bomen zijn ze ook van persoonlijk belang voor inwoners.
Monetaire waarde Bomen vertegenwoordigen een geldelijke waarde, die bij schade en vroegtijdige afsterving verhaald kan worden op de veroorzaker. De waarde is opgebouwd uit vervangingskosten; een optelsom van aanschaf, groeiplaatsinrichting, nazorg en beheer totdat de nieuwe boom even groot is als de boom die is verdwenen. In Handboek Bomen, hoofdstuk 15 wordt ingegaan op de boomtaxatie. Om de exacte waarde te bepalen, kan een boomtaxatierapport worden opgesteld door een taxateur. Als de indicatieve boomwaarde volstaat, kan die opgezocht worden in de boomwaarde-indextabel (pagina 249 in Handboek Bomen). De indicatieve boomwaarde hangt af van de functiecategorie en de beleidsstatus. Aan de beleidsstatus is de theoretische eindleeftijd verbonden. Als voorbeeld: beschermwaardige bomen (beleidsstatus I) hebben een beoogde levensduur van 150 tot 200 jaar, terwijl bomen met een verkorte omlooptijd (beleidsstatus IV) een beoogde levensduur hebben van 30 tot 60 jaar. Snelgroeiende boomsoorten (wilg, els en populier bijvoorbeeld) bereiken, naargelang hun beleidsstatus, hun maximale waarde na 10, 20, 30 of 50 jaar. Duurzaam groeiende boomsoorten (eik, beuk, linde en esdoorn bijvoorbeeld) bereiken hun maximale waarde na 20, 40, 70 of 100 jaar.
Ecosysteemdiensten De baten van het groen op het gebied van luchtkwaliteit, klimaat en waterhuishouding, zogenaamde regulerende ecosysteemdiensten, verbeteren het leefklimaat in de stad en hebben een positief effect op gezondheid en welzijn van de bewoners 18.
18
Tzoulas, 2007. Promoting ecosystem and human health in urban areas using Green Infrastructure: A literature review. Landscape and Urban Planning 81(3), 167-178.
Daarbij bevordert een toename van diversiteit in soorten en leeftijden de productie van deze ecosysteemdiensten en draagt versterking van de biodiversiteit in een stad sterk bij aan het welbevinden van de bewoners. Bomen en planten zetten het schadelijke CO 2 (medeverantwoordelijk voor de klimaatverandering) om in zuurstof. Groen dempt op warme dagen de temperatuur in de woonomgevingen en verbetert daarmee het stadsklimaat. Een groene omgeving verhoogt de waterbergingscapaciteit, belangrijk in tijden van overvloedige regenval. Groen kan geluidsoverlast verminderen, helpt tegen verdroging van de bodem en filtert regenwater dat terechtkomt in grachten, singels en sloten. Op basis van boomsoort, kroonvolume en stamdiameter kan berekend worden wat een boom oplevert in ecosysteemdiensten. Met i-Tree Eco kunnen deze diensten worden berekend in exacte hoeveelheden. Door deze opbrengsten te vertalen naar monetaire waarde, kunnen ook de financiële baten inzichtelijk worden gemaakt. Hieronder een voorbeeld19 van een boom waarvan de waarde is berekend met i-Tree:
19
De baten van bomen, resultaten van i-Tree Eco in Nederland, Platform i-Tree Nederland.
Klimaat en temperatuur20 In de stad was het altijd al warmer dan erbuiten en door de verandering van het klimaat nemen de extremen verder toe. Met name in warme perioden kan dit leiden tot negatieve effecten op gezondheid en welbevinden van bewoners. Klimaatadaptatie van de stad wordt daarom steeds meer noodzakelijk. De groene infrastructuur van de stad kan een belangrijke rol spelen in het tegen gaan van de opwarming doordat: Groen de opwarming van de stad als geheel beperkt. Groen het klimaat op straatniveau prettiger maakt. Groene gebieden in warme perioden voor koelere plekken in de stad zorgen en een koelend effect op de omgeving hebben. Van alle soorten groen zijn bomen door hun grote volume en bladmassa het meest effectief.
Waterhuishouding21 In de stad is een groot deel van de bodem bedekt met bebouwing of verharding. De daar vallende neerslag kan niet in de bodem infiltreren maar moet worden afgevoerd. In Nederland ging dit vanouds via afstroming naar het riool. Bij extreme hoeveelheden is de rioolcapaciteit niet altijd toereikend met als gevolg overlopende riolen, vol lopende kelders en blank staande straten. Bomen en andere vormen van groen kunnen de waterhuishouding in de stad sterk verbeteren; een doelgerichte aanleg en beheer beperkt de af te voeren hoeveelheid water bij piekneerslagen en draagt zo bij aan het voorkomen van wateroverlast. Het groen draagt bij aan de infiltratie van regenwater in de bodem en verbetert de kwaliteit van het afstromende water. Om deze effecten optimaal te benutten moet er met de volgende algemene aspecten rekening worden gehouden: Om een hoog niveau van de gewenste baten te realiseren, zijn een gezonde groei en lange levensduur van groot belang; de baten nemen exponentieel toe met het ouder worden van de bomen. Daarom is het essentieel om uit te gaan van het principe “de juiste boom op de juiste plaats”, dat wil zeggen het gebruiken van bomen (en andere planten) die enerzijds geschikt zijn voor de betreffende standplaats in de stad en anderzijds geschikt voor het realiseren van de gewenste baten.
Zorg daarnaast voor een zo groot mogelijke diversiteit aan soorten; dit spreidt de risico’s van ziekten en plagen en ondersteunt de biodiversiteit in de stad.
20 21
Factsheet Groen in de stad, Klimaat en temperatuur, WUR 2018, https://edepot.wur.nl/460543 Factsheet Groen in de stad, Waterhuishuiding, WUR 2018, https://edepot.wur.nl/460541
Luchtkwaliteit22 In het stedelijk gebied zijn veel bronnen van luchtvervuiling aanwezig (industrie, verkeer, verwarming van huizen) met nadelige gevolgen voor de gezondheid en het welbevinden van de bewoners. Groen beïnvloedt de luchtkwaliteit in de stad op 3 manieren; Door beïnvloeding van luchtstromen. Door een schermwerking. Door het wegvangen of opnemen van verontreinigende stoffen. Alle groen draagt bij aan het wegvangen van verontreinigingen in de lucht. Het effect hiervan op de lokale concentraties is echter beperkt waardoor aanleg van groen in de stad niet de oplossing is voor lokale luchtkwaliteit problemen. Wel kan groen gebruikt worden om kwetsbare gebieden zoals scholen, gezondheidsinstellingen en woonwijken af te schermen van emissiebronnen en draagt het totale groen in de stad bij aan de verbetering van de luchtkwaliteit op regionaal niveau. Gerichte beplanting helpt fijnstof te filteren en de luchtkwaliteit van de stedelijke omgeving te verbeteren, wat problemen aan de luchtwegen vermindert. Aangetoond is dat een relatief kleine boom (van 30 cm stamdoorsnede) de hoeveelheid fijnstof van 3.300 gereden autokilometers per jaar afvangt.23
Biodiversiteit24 Het groen in de stad is tegelijk deel van en ondersteuning van de biodiversiteit in de stad. Door de bevolkingsgroei, intensivering van de landbouw en toenemende verstedelijking neemt wereldwijd de biodiversiteit af. Het groen in de stad kan een toevluchtsoord vormen voor een deel van die biodiversiteit. Groen in de woonomgeving vormt ook levensruimte voor planten en dieren. Natuurwaarden hoeven niet op te houden bij de bebouwde komgrens. Sterker nog; gezonde groene en blauwe longen laten een woonomgeving volop leven. Stadsnatuur kan bij de voordeur beginnen. De natuur kan zich in de woonomgeving ontwikkelen, door de inrichting en het beheer van groen aan te passen. Met simpele aanpassingen ontstaan zomaar de juiste condities voor libellen langs natuurvriendelijke oevers en inheemse planten in bloeiende wegbermen.
22
Factsheet Groen in de stad, Luchtkwaliteit, WUR 2018, https://edepot.wur.nl/460539 De waarde van groen, 2008. Een uitgave van het programma Groen en de Stad, een initiatief waarin het ministerie van LNV samenwerkt met VROM, WWI, gemeenten, provincies en maatschappelijke partijen. 24 Factsheet Groen in de stad, Biodiversiteit, WUR 2018, https://edepot.wur.nl/460542 23
Een goede verbinding van het groen en de natuur in de woonomgeving met het buitengebied, is voor mens, dier en plant van groot belang. Voor planten en dieren geldt dat op deze manier hun leefgebieden groter worden. Naast natuurwaarde is ook natuurbeleving waardevol. Veel mensen genieten van groen en natuur. Een park waar je even op adem kunt komen, de seizoenen kunt ruiken en in contact kunt blijven met de natuur, wordt hoog gewaardeerd 5. Een praktisch voordeel van een grotere diversiteit aan soorten is dat dit in het algemeen het groen minder kwetsbaar maakt voor ziekten en plagen en voor de effecten van klimaatextremen. Het effect van een agressieve ziekte in een soortenarme omgeving is veel groter dan wanneer deze uit veel soorten met verschillende eigenschappen bestaat. Een goed voorbeeld daarbij is de sterfte van zeer grote aantallen iepen in de vorige eeuw door het optreden van iepziekte in een iepenpopulatie van bijna 100% Hollandse iepen (Ulmus x hollandica).
Leefbaarheid Groen verbetert de leefbaarheid in wijken. Autochtonen en allochtonen, ouderen, jongeren en kleine kinderen, allemaal komen ze elkaar tegen in de openbare ruimte. Vooral het buurtgroen dichtbij de woning speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van gemeenschapszin tussen deze groepen. Goede toegang en frequent gebruik van de buurtparken maken dat bewoners met de plekken vertrouwd raken en samen een gemeenschappelijke band met deze ‘eigen’ plek ontwikkelen. Het groen tot circa 300 meter van huis is het meest belangrijk voor het buurtgevoel. Voor een dergelijke loopafstand hebben de bewoners dagelijks nog wel tijd. In het buurtgroen kan men elkaar frequenter ontmoeten dan in het park verderop. Zo leren bewoners uit dezelfde wijk elkaar eerder kennen. De inrichting en de kwaliteit van het buurtgroen is belangrijk om mensen uit verschillende etnische groepen en mensen van alle leeftijden en levensfasen op een positieve manier met elkaar in contact te brengen en te houden. Uit onderzoek in onder andere Utrecht blijkt dat als een gemeente bewoners helpt om samen te werken aan het buurtgroen, er sociale cohesie tussen bewoners kan ontstaan: wederzijdse betrokkenheid, netwerken en integratie in de samenleving.
Vooral het beheer is in dit opzicht waardevol, omdat het om voortdurende communicatie vraagt en er zo vertrouwen kan groeien tussen bewoners onderling, en tussen bewoners en de gemeente.
Economische waarde voor de leefomgeving Groen rondom huizen verbetert de kwaliteit van de wijk en verhoogt de waarde van de woningen. De transactieprijs van woningen stijgt als woningen uitzicht hebben op groen of water. Dat blijkt uit diverse onderzoeken in de afgelopen 10 jaar. De prijs stijgt met 15% bij uitzicht op water, 10% bij uitzicht op open ruimte, 6% bij een park en 5% bij een plantsoen. De waardeontwikkeling van woningen in een groene omgeving is essentieel voor de huiseigenaren zelf, maar ook voor gemeenten (verhoogde inkomsten OZB). Tevens speelt groen als factor een rol bij de vestiging van hogere en middeninkomens in de woonomgeving. Deze trekken minder snel uit de woonomgeving weg. Daarnaast zorgt groen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor kennisintensieve en internationale bedrijven, die op hun beurt weer andere bedrijvigheid aan zich binden voor zowel hogere als lagere inkomens. Ten slotte levert groen een bijdrage aan de omzet van het toeristisch-recreatief bedrijfsleven25.
Persoonlijk belang Fysieke en mentale gezondheid Contact en interactie met groen heeft positieve effecten op zowel de fysieke als mentale gezondheid van mensen. De exacte mechanismen hierbij zijn vaak onbekend, maar er zijn studies die erop wijzen dat met name het percentage bomen of bos in het stedelijk gebied van belang is. Daarnaast zou het mentale welzijn sterk gerelateerd zijn niet alleen aan het gemeten niveau van biodiversiteit, maar ook aan de door mensen ervaren mate van biodiversiteit. Er is een aantoonbaar positief verband tussen de hoeveelheid groen in de leefomgeving en het welbevinden van mensen. Groen biedt ontspanning en verlaagt stress. Het aandeel mensen dat zich ongezond voelt in een sterk bebouwde woonomgeving is meer dan anderhalf maal zo groot als in een groene woonomgeving. Alleen al het uitzicht op groen heeft positief effect. Zo blijkt uit onderzoek dat uitzicht op groen het aantal opnamedagen in ziekenhuizen verlaagt! Het effect van groen gaat echter verder dan alleen het gevoel. Slim ingerichte, groene wijken zorgen ervoor dat bewoners meer bewegen. Vooral kinderen spelen vaker buiten als er groen in hun omgeving is; dat kan zorgen voor 15% minder overgewicht en het is goed voor hun sociale ontwikkeling. Vooral het (grotere) gebruiksgroen is in deze belangrijk.
25
De waarde van groen, 2008. Een uitgave van het programma Groen en de Stad, een initiatief waarin het ministerie van LNV samenwerkt met VROM, WWI, gemeenten, provincies en maatschappelijke partijen.
Tot slot, zeven redenen om te investeren in een groene stad26 In het dossier ‘Groen in de stad’ van Wageningen University & Research, is een longread 8 te vinden over het belang van groen in de stad. Deze is opgesteld in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen 2018 en licht de 7 redenen toe om te investeren in groen, met verwijzingen naar achtergrondonderzoek. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
26
Groen vermindert de kans op wateroverlast. Groen verkoelt de stad in de zomer. Groen draagt bij aan een betere gezondheid en een hoger welzijn. Groen draagt bij aan sociale cohesie. Groen trekt bedrijven. Groen zorgt voor biodiversiteit. Groen verhoogt de waarde van huizen en kantoren.
https://www.wur.nl/nl/show-longread/Zeven-redenen-om-te-investeren-in-een-groene-stad.htm
BIJLAGE 14 RICHTLIJN PARTICIPATIETRAJECTEN OVER BOMEN
GEMEENTE ENKHUIZEN
De wijze van participatie ten aanzien van bomen kan verschillen per project of activiteit. In deze handreiking vinden we manieren voor het in kaart brengen van de belanghebbenden en hoe zij op een passende wijze worden betrokken.
Zelf aan de slag Een groene woonomgeving is niet alleen vóór bewoners, maar vooral een omgeving die dóór bewoners ingevuld kan worden. Gemeenten en ook bedrijven kunnen een zeer belangrijke bijdrage leveren en inspirerend werken. Maar dat zal niet voldoende zijn als de inwoners zelf geen actieve rol vervullen. Alleen een door de bewoners gedragen vergroening zal voldoende duurzaam zijn. Want een groene omgeving is iets van lange adem. Met betrekking tot een groene woonomgeving zou de rol van de gemeente zich kunnen concentreren op een ruimtelijk beleid dat ruimte schept voor initiatieven van bewoners om vervolgens de uitvoering gezamenlijk ter hand te nemen.27 Bewoners worden gefaciliteerd om met hun initiatieven te komen, die uit te voeren en te onderhouden. De belangrijkste voorwaarde is dat de overheid, c.q. de gemeente kiest voor een andere, meer faciliterende rol. De belangrijkste taak van de gemeente is visievorming en beleid zowel voor de ruimtelijke ordening als de rol van de bewoners in de samenleving. Bij de voorbereiding van een participatietraject stelt de initiatiefnemer, in dit geval de gemeente, vast wat het doel is van de participatie, wie de betrokkenen zijn en in hoeverre zij invloed kunnen uitvoeren. Uiteindelijk kan een vorm gekozen worden die hierop aansluit.
Het doel van participatie Participatie kan om verschillende redenen worden ingezet: - Draagvlak vergroten. - Kwaliteit vergroten. - Zelfwerkzaamheid van inwoners vergroten. - Sociale cohesie versterken. - Ideeën of informatie genereren.
27
‘Bewoners maken de stad groen’door Martin Knol, Stadswerk magazine 03/2016
De participatieladder De participatieladder laat zien welke mate van invloed betrokkenen kunnen uitoefenen. Het is belangrijk om te bepalen wat het doel van een participatietraject is en welke mogelijkheden er zijn voor het meenemen van input. Hoe hoger op de participatieladder, hoe meer invloed de participant kan uitoefenen. In gemeente Enkhuizen wordt gebruik gemaakt van een 3-traps ladder. Adviseren
Raadplegen
Informeren
De meest betrokken partijen vormen een klankbord. Zij geven advies in een open gesprek. De initiatiefnemer maakt keuzes over de invulling en uitvoering van het plan. Bijvoorbeeld via een expertmeeting of door een raad van wijzen in te stellen. De initiatiefnemer is in contact met alle belanghebbenden. De meest betrokken partijen delen hun standpunt. De initiatiefnemer maakt hierin keuzes en deelt deze. De initiatiefnemer houdt alle belanghebbenden op de hoogte van het verloop van het project. Er is geen ruimte voor beïnvloeding.
Bron: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/participatieomgevingswet/kompas-aanpak-maat/
De participant Als betrokkenen voor een participatietraject komen de volgende stakeholders in aanmerking: Doelgroep
Voorbeeld Georganiseerde Dorpsraad, wijkplatform of bewonerscomité. bewonersgroepen voor het algemeen belang Belangengroepen met affiniteit Bomenpanel, Natuurwerkgroep, voor groen en bomen Vleermuiswerkgroep, imkers of Bijenhoudersvereniging, Vlinderstichting, Agrarische Natuurvereniging, IVN of Landschapsbeheer. Aanwonenden, particulieren en Bewoners en ondernemers waarop het project bedrijven impact heeft. Gebruikers Personen die het gebied regelmatig bezoeken voor recreatie, rust, ontmoeting, spelen of sporten. Mensen op persoonlijke titel Personen waarvan bij de gemeente bekend is dat zij graag meedoen bij projecten over groen en bomen. Ongedefinieerd: iedereen mag Iedere inwoner, ondernemer of belanghebbende is aansluiten een potentiële deelnemer voor het participatieproces. In de afweging om hen als betrokkene aan te wijzen, spelen de volgende aspecten mee: - De impact van het project op de doelgroep. - De kennis die en het netwerk dat de doelgroep kan aanboren. - Het maatschappelijk draagvlak dat de doelgroep kan creëren.
Welke vorm past bij het project? De vorm van participatie is afhankelijk van 1) De mate van invloed die de betrokkenen krijgen; 2) De beleidsfase waarin het project zich bevindt; 3) Het doel van de participatie (hierbij wordt informeren buiten beschouwing gelaten om tot een geschikte werkvorm te komen). In de participatiewijzer van ProDemos (https://www.participatiewijzer.nl/DeParticipatiewijzer.html) worden na deze selectie geschikte vormen van participatie aangedragen, zie volgende pagina.
Beleidsfases naast projectfases realisatie en beheer Projectfases realisatie en beheer
Beleidsfases
• Initiatief opstellen • Initiatief voorleggen Initiatief fase • Stakeholders bepalen I
Agendavorming Beleidsimplementatie
Voorbereidende fase
Realisatie fase
• Projectdefinitie • Haalbaarheidstoets • Structuurontwerp • Voorontwerp • Definitief ontwerp • Werkvoorbereiding • Uitvoering
Besluitvorming
Uitvoering
• Onderhoud • Renovatie Beheer fase • Sloop
Evaluatie
• Initiatief opstellen Initiatief fase • Initiatief voorleggen II
Agendavorming
Participatievormen; klik voor link naar meer informatie: ABCD-METHODE
DIALOOGMETHODIEK
OLYMPIADE-
ADVIESRADEN
DIGITAAL OF THUIS MEE
CONFERENTIE
AMBASSADEURSNETWERK ONTWERPEN
OPINIEWIJZER (ENQUETE)
BEGROTINGSWIJZER
DORPSWAARDERING
OUDERENPROOF
BRONMETHODIEK
(DORPSBLIK)
PALED-METHODE
BURGERADVIESKRING
DRIETRAPSRAKET
PARTICIPATIEF
BURGERJURY
ENERGYPARTY
BEGROTEN
BURGERPANEL
(TUPPERWARE-PARTY)
PRAATCAFÉ
CHARETTE
E-PARTICIPATIE
RAADSPANEL
(DESIGNWORKSHOP)
FOCUSGROEP
SCENARIOMETHODE
CONSENSUSCONFERENTIE GIBSON-METHODE
SCHOUW
CREATIEVE
INSPIRATIEBEZOEK
STADSDEBAT
CONCURRENTIE
INTERNETPANEL
(STADSGESPREK)
DEBATWEDSTRIJD
LERENDE GEMEENSCHAP VEILING
DELIBERATIEVE PEILING
METAPLAN
VERSNELLINGSKAMER
DELPHI-METHODE
MOTIEMARKT
WIJKCHEQUES
OASIS GAME
BIJLAGE 15 AANWIJSCRITERIA EN BOOMBESCHERMING PER BELEIDSSTATUS
GEMEENTE ENKHUIZEN
Bescherming van bomen per beleidsstatus In deze bijlage is de bescherming van bomen in de gemeente Enkhuizen uitgewerkt. De beleidsstatus van de bomen is ingedeeld in 4 categorieën. Voor iedere categorie zijn aanwijscriteria opgesteld. De regels ten aanzien van bescherming tegen kap voor elk van deze 4 categorieën staan daarna uitgewerkt. Actualisatie Alle bomen en houtopstanden in eigendom van gemeente Enkhuizen zijn vastgelegd in het gemeentelijke boomgegevensbestand. Bij elke volgende inspectie van de bomen en houtopstanden wordt dit bestand geactualiseerd. Waardevolle bomen De waardevolle bomen en houtopstanden binnen gemeente Enkhuizen (zowel in eigendom van gemeente als particulieren en andere organisaties) worden daarnaast vastgelegd op de Groene Kaart1 en weergegeven op de ‘Lijst van waardevolle bomen’ die door het college van burgemeester en wethouders wordt vastgesteld en periodiek wordt geactualiseerd (minimaal elke 2e inspectiecyclus of elke 6 jaar). Structuurbomen De structuurbomen vormen in lijnen en vlakken de dragende groenstructuur, en de bomen binnen deze structuren die zijn aangewezen als structuurbomen worden vastgelegd op de Groene Kaart28. De waardevolle bomen en houtopstanden zullen eveneens op deze kaart worden weergegeven.
Ook de kaart wordt door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld en periodiek geactualiseerd (minimaal elke 2 e inspectiecyclus). Overige bomen De overige bomen in eigendom van de gemeente Enkhuizen worden als zodanig vastgelegd in het gemeentelijke boomgegevensbestand. Dit kunnen ook bomen buiten de bebouwde kom zijn, in welk geval de Wet natuurbescherming geldt. Bomen niet in eigendom van de gemeente, niet behorende tot één van de onderstaande beleidscategorieën, vallen buiten de gemeentelijke registratie en verantwoordelijkheid.
28
Zie GeoVisia online: https://bomenwacht.dataquint.nl/, Gebruikersnaam omgevingsprogramma@sed.nl, Wachtwoord: sed2021. Ga naar de legenda ‘Omgevingsprogramma – groene kaart’
Categorie 1: (potentieel) Waardevolle bomen In de eerste categorie vallen waardevolle en monumentale bomen en boomgroepen (beleidsstatus I van Handboek Bomen), en bomen die de potentie hebben om uit te groeien tot waardevolle bomen.
Subcategorie 1A: Waardevolle bomen Aanwijscriteria waardevolle bomen: De boom of houtopstand dient ten minste 1 van de volgende specifieke kenmerken te hebben. Dit zijn de redenen of specifieke kenmerken voor aanwijzing: 1. Beeldbepalendheid 2. Ecologische waarde 3. Cultuurhistorische waarde (solitair of als samenhangende groep) 4. Zeldzaamheid, uniciteit of dendrologie Randvoorwaarden De volgende randvoorwaarden voor aanwijzing bepalen of aangewezen bomen of houtopstanden ook daadwerkelijk op de bomenlijst kunnen worden opgenomen: a. Plantjaar en boomgrootte b. Technische levensduur Toelichting aanwijscriteria waardevolle bomen 1. Beeldbepalendheid Een boom is beeldbepalend indien deze voor de beeldkwaliteit van de leefomgeving van grote waarde is of indien de boom een belangrijke positieve bijdrage levert aan het karakter en de herkenbaarheid op straat-, wijk‐ of dorpsniveau. Bij particuliere terreinen gaat het veelal om bomen in voor‐ en zijtuinen, die in het straatbeeld van Stede Broec/Enkhuizen/Drechterland een grote rol spelen doordat de habitus (vorm van de boom) zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied. In sommige gevallen gaat het om bomen in achtertuinen die een beeldbepalende bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of straat.
De boom dient in ieder geval ofwel een zodanige omvang te hebben dat deze reeds vanuit 1 windrichting beeldbepalend is voor de omgeving, ofwel de boom is vanuit alle windrichtingen beeldbepalend, waarbij de omvang geen rol speelt. Een bijzondere, opvallende of aansprekende locatie van de boom kan mede bepalend zijn voor opname op de ‘Lijst van waardevolle bomen’. Een boom op een markante of verrassende plek, of op een locatie die uitnodigt tot recreatie, wordt eerder aangewezen dan eenzelfde boom op een achteraflocatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bomen rond een kerk of op een plein.
Soms is de manier waarop een boom is geplant of is gegroeid, bijvoorbeeld ten opzichte van andere bomen, van invloed op de manier waarop een boom zich manifesteert. Meestal hebben we te maken met solitaire beeldbepalende bomen, maar in specifieke gevallen geldt het ook voor bomen in groepen, waarbij niet zozeer de individuele boom maar de groep als geheel van beeldbepalende waarde is. Zoals bij een groep van 2 of 3 bomen die tezamen één kroon vormen. 2. Ecologische waarde Bomen kunnen een belangrijke functie hebben voor het voortbestaan van bepaalde flora en fauna. Het gaat hierbij om een structurele functie voor een bepaalde dier- of plantensoort. Een kolonieboom van blauwe reigers bijvoorbeeld die al jarenlang zo wordt gebruikt. Of een groeiplaats voor een bijzondere korstmossoort, maretak of andere bijzondere plantensoorten. Ook kunnen bomen als geleiding of verblijfplaats dienen voor vleermuizen, of zijn ze een belangrijk onderdeel van een ecologische verbindingsroute (zie daarvoor ook de structuurbomen). Daarnaast kunnen streekeigen, inheemse soorten van belang zijn vanwege de waarde als autochtoon plantmateriaal door hun genetische oorspronkelijkheid. Een dergelijke ecologische waarde kan worden vastgesteld door een ecoloog, of aan de hand van bestaande ecologische kaarten en/of gegevens. 3.
Cultuurhistorische waarde Bomen en bepaalde boomstructuren (lanen, groepjes) kunnen onderdeel zijn van de lokale geschiedenis of een bepaalde cultuurhistorische betekenis hebben. Het meest bekend zijn de herdenkingsbomen die ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen zijn geplant. Maar ook kan gedacht worden aan groene elementen die essentieel zijn voor een bepaald landschapstype. Oude knotbomen of houtwallen in het bebouwde gebied bijvoorbeeld markeren vaak vroegere erf- en perceelgrenzen. Ook bomen die onderdeel zijn van een beschermd stadsgezicht, vallen hier onder vanwege de cultuurhistorische waarde. Onder cultuurhistorische eigenschappen vallen onder andere: Herdenkingsboom (een herdenkingsboom hoeft niet aan de randvoorwaarde “plantjaar” te voldoen om toch de status waardevol te krijgen) Grensboom Markeringsboom Bakenboom Ensemble met historisch pand Boom in historische houtwal Verzetsboom Buurtboom Karakteristieke snoeivorm Ooggetuigeboom Beschermd stadsgezicht
4. Zeldzaamheid, uniciteit of dendrologie Zeldzaamheid: Een boomsoort is voor de gemeente Stede Broec/Enkhuizen/Drechterland zeldzaam als er vermoedelijk minder dan 5 volwassen exemplaren van voorkomen binnen de gemeentegrenzen. Het gaat hierbij om boomsoorten en niet om variëteiten.
Uniciteit: Bomen kunnen uniek zijn binnen Stede Broec/Enkhuizen/Drechterland vanwege hun grootte en/of groeivorm, bijvoorbeeld de grootste, dikste of scheefste boom van de wijk of het dorp.
Dendrologie: Bijzondere soorten kunnen boomkundig (dendrologisch) gezien waardevol zijn. Denk aan een exotische boomsoort of een bijzondere kweekvorm of variëteit. In ‘Dendrologie van de lage landen’ van J. de Koning en W. van den Broek (voorheen: ‘Nederlandse dendrologie’ van dr. B.K. Boom) staat aangegeven welke soorten en variëteiten voor Nederland zeldzaam zijn. Deze kunnen aangevuld worden met specifiek voor Stede Broec/Enkhuizen/Drechterland zeldzame en bijzondere boomsoorten.
Toelichting randvoorwaarden waardevolle bomen Plantjaar en boomgrootte Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een boom of boomgroep. In eerste instantie geldt het plantjaar van de boom als criterium hiervoor. Van niet alle bomen is het plantjaar bekend, er is dan geselecteerd op basis van de stamdiameter en -omvang. Een boom wordt in de gemeente Enkhuizen waardevol genoemd als het plantjaar meer dan 80 jaar geleden is (vergelijkbaar met een stamdiameter van meer dan 80 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld in geval van een onbekend plantjaar). Technische levensduur De boom dient een resterende technische levensduur te hebben van meer dan 10 jaar. Bomen met een zeer slechte levensverwachting komen niet in aanmerking voor aanwijzing. Bij historische structuren moet het grootste deel van de aan te wijzen structuur nog meer dan 10 jaar veilig kunnen staan. De technische levensduur dient op deskundige wijze te worden bepaald door een boomspecialist (European Tree Technician of gelijkwaardig niveau).
Voor het bepalen van de technische levensduur zijn de volgende aspecten van belang: De conditie van de boom in relatie tot het herstelvermogen van de boomsoort; De mate waarin er sprake is van mechanisch onherstelbare veiligheidsproblemen; De mate waarin er sprake is van parasitaire ziekten of aantastingen die het voortbestaan van de boom bedreigen; De mate waarin er sprake is van een afname in kwaliteit en/of kwantiteit van de ondergrondse groeiruimte.
Subcategorie 1B: Potentieel waardevolle bomen Aanwijscriteria potentieel waardevolle bomen: De boom of houtopstand heeft de potentie om in de toekomst aan een van de 4 aanwijscriteria voor een waardevolle boom te voldoen. Dit zijn de redenen of specifieke kenmerken voor aanwijzing: 1. Beeldbepalendheid 2. Ecologische waarde 3. Cultuurhistorische waarde (solitair of als samenhangende groep) 4. Zeldzaamheid, uniciteit of dendrologie Randvoorwaarden De volgende randvoorwaarden voor aanwijzing bepalen of aangewezen bomen of houtopstanden ook daadwerkelijk op de bomenlijst kunnen worden opgenomen: a. Gemeentelijke boom b. Duurzame groeiplaats c. Plantjaar en boomgrootte d. Technische levensduur Toelichting randvoorwaarden a. Gemeentelijke boom Alle bomen hebben de potentie uit te groeien tot een waardevolle boom. Door de status potentieel waardevol te verbinden aan een boom worden extra eisen opgelegd in onderhoud en beheer van de boom. b. Duurzame groeiplaats De groeiplaats van een boom is zeer bepalend voor de levensduurverwachting voor de boom. De groeiplaats van een potentieel waardevolle boom dient zo te zijn ingericht dat een de ambitieleeftijd van minimaal 80 jaar haalbaar is. De normen voor groeiplaatsen zoals gesteld in het Handboek Bomen 2018 zijn hierbij leidend.
Ondergronds is er dan voldoende vocht, zuurstof, voeding, doorwortelbare ruimte en een lage verdichtingsgraad van de bodem. Bovengronds gaat het om voldoende ruimte voor het doorontwikkelen van de kroon, stam en stamvoet. c. Plantjaar en boomgrootte Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een boom of boomgroep. In eerste instantie geldt het plantjaar van de boom als criterium hiervoor. Van niet alle bomen is het plantjaar bekend, er is dan geselecteerd op basis van de stamdiameter en -omvang. Een boom wordt in de gemeente Enkhuizen potentieel waardevol genoemd als het plantjaar meer dan 40 jaar geleden is (vergelijkbaar met een stamdiameter van meer dan 40 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld in geval van een onbekend plantjaar).
d. Technische levensduur De boom dient een resterende technische levensduur te hebben van meer dan 15 jaar. Bomen met een zeer slechte levensverwachting komen niet in aanmerking voor aanwijzing. Bij structuren moet het grootste deel van de aan te wijzen structuur nog meer dan 15 jaar veilig kunnen staan. De technische levensduur dient op deskundige wijze te worden bepaald door een boomspecialist (European Tree Technician of gelijkwaardig niveau). Voor het bepalen van de technische levensduur zijn de volgende aspecten van belang: De conditie van de boom in relatie tot het herstelvermogen van de boomsoort; De mate waarin er sprake is van mechanisch onherstelbare veiligheidsproblemen; De mate waarin er sprake is van parasitaire ziekten of aantastingen die het voortbestaan van de boom bedreigen; De mate waarin er sprake is van een afname in kwaliteit en/of kwantiteit van de ondergrondse groeiruimte.
Categorie 2: Structuurbomen Structuurbomen (beleidsstatus II van Handboek Bomen) hebben als samenhangende boomgroep of bomenrij een extra waarde voor de omgeving. Aanwijscriteria structuurbomen: 1. Ruimtelijke betekenis 2. Groene verbinding Randvoorwaarden structuurbomen: a. Duurzame groeiplaats Toelichting Aanwijscriteria 1. Ruimtelijke betekenis De gemeente streeft ernaar, in de geest van de Omgevingswet, bomen een belangrijker aandeel te geven in de leefomgeving. Bomen in structuren leveren een belangrijke bijdrage aan het karakter van de omgeving doordat ze stedenbouwkundige en landschappelijke structuren accentueren en versterken. In gemeente Enkhuizen begeleiden ze bijvoorbeeld wegen of wateren binnen de hoofdinfrastructuur. Dit kunnen ook particuliere bomen zijn. Een particuliere boom maakt onderdeel uit van een boomstructuur wanneer deze staat op het voorerf van een perceel dat grenst aan de weg of dijklichaam dat op de kaart is aangewezen als (boom)structuurlijn. Binnen de structuren wordt onderscheid gemaakt tussen lint- of lijnvormige structuren en parkstructuren. Lintstructuren kunnen ook particuliere bomen bevatten. Hieronder vallen bijvoorbeeld de dorpslinten. Particuliere bomen staande op erven waarvan de voor- of zijkant is gesitueerd aan een boomstructuur maken onderdeel uit van de boomstructuur.
Voor bomen met een diameter groter dan 40 cm geldt een kapvergunning. Onder parkstructuren vallen naast de parken ook de grotere plantsoenen en begraafplaatsen. Alleen gemeentelijke bomen krijgen de beleidsstatus van parkboom en hebben een ambitieleeftijd van 80 jaar. 2. Groene verbinding Structuren zijn van grotere betekenis wanneer er een onderlinge samenhang is. Dit houdt in dat de afzonderlijke lijnstructuren aansluiten op andere lijnstructuren of groengebieden. Tezamen vormen de lijnstructuren een aansluitend netwerk bijvoorbeeld als groene dooradering van het dorp. Parken en plantsoenen kunnen op eenzelfde wijze verbindende stapstenen vormen. Zo ontstaat er een natuurlijke migratieroute voor vogels en andere diersoorten. Ook kunnen structuurelementen een belangrijke rol vervullen in de verbinding tussen dorp en buitengebied. Toelichting randvoorwaarden a. Duurzame groeiplaats De groeiplaats van bomen in structuren is zo ingericht dat de ambitieleeftijd gesteld in de aanwijscriteria haalbaar is. De normen voor groeiplaatsen zoals gesteld in het Handboek Bomen 2018 zijn hierbij leidend.
Ondergronds is er dan voldoende vocht, zuurstof, voeding, doorwortelbare ruimte en een lage verdichtingsgraad van de bodem. Bovengronds gaat het om voldoende ruimte voor het doorontwikkelen van de kroon, stam en stamvoet. Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een bomenstructuur. In eerste instantie geldt het plantjaar van de bomenrij of -groep als criterium. Van niet alle bomen is het plantjaar bekend, er is dan geselecteerd op basis van de stamdiameter en -omvang. Een bestaande bomenrij of -groep kan in de gemeente Enkhuizen als nieuwe structuur worden aangewezen als de rij of groep inmiddels 60 of 80 jaar gezamenlijk een extra ruimtelijke betekenis voor de omgeving heeft..
Categorie 3: Functionele bomen Functionele bomen (beleidsstatus III in handboek Bomen) zijn aangeplant om ten minste 40 jaar te voorzien in reguliere, groene wijkaankleding en zo bij te dragen aan een goede leefomgeving. Aanwijscriteria functionele bomen Niet van toepassing, alle bomen komen in aanmerking voor de status functionele boom. Randvoorwaarden functionele bomen a. Groeiplaats b. Eigendom van gemeente Toelichting randvoorwaarden a. Groeiplaats voor 40 jaar Een boom dient in de gemeente Enkhuizen zodanig te worden aangeplant (groeiplaats, ondergrondse en bovengrondse ruimte) dat de ambitieleeftijd van 40 jaar redelijkerwijs haalbaar is. De normen voor groeiplaatsen zoals gesteld in het Handboek Bomen 2018 zijn hierbij leidend. b. Eigendom van gemeente Overige bomen zoals geregistreerd binnen de gemeente Enkhuizen zijn eigendom van de gemeente.
Categorie 4: Overige bomen Op locaties waar door ondergronds en/of bovengronds ruimtegebrek een duurzame standplaats niet mogelijk is, maar groene aankleding wel wenselijk is, worden bomen aangeplant met een beperkte levensverwachting. Deze overige bomen (beleidsstatus IV van Handboek Bomen) hebben een levensverwachting van circa 20 jaar. Aanwijscriteria overige bomen Niet van toepassing, alle bomen komen in aanmerking voor de status overige boom. Randvoorwaarden overige bomen a. Groeiplaats b. Eigendom van gemeente Toelichting randvoorwaarden overige bomen a. Groeiplaats voor 20 jaar Een boom dient in de gemeente Enkhuizen zodanig te worden aangeplant (groeiplaats, ondergrondse en bovengrondse ruimte) dat de ambitieleeftijd van 20 jaar redelijkerwijs haalbaar is. Deze bomen zijn aangeplant als aankleding van de leefomgeving. Deze bomen hebben een beperkte ambitieleeftijd en daarom minimale eisen voor de groeiplaats. Als niet aan de minimaal groeiplaatsomstandigheden kan worden voldaan, worden geen bomen geplant. b. Eigendom van gemeente Overige bomen zoals geregistreerd binnen de gemeente Enkhuizen zijn eigendom van de gemeente.
Overzicht categorieën Categorie Status 1A Waardevol 1B
2
Ambitie leeftijd 80 (minimale leeftijd bij aanwijzing 80 Potentieel (waardevol) waardevol of 40 (potentieel waardevol) Structuurbomen 60 (lanen) of 80 (parken/ plantsoenen)
3
Functionele bomen
40
4
Overige bomen
20
Kenmerken Bomen met grote waarde voor de omgeving (beleving, cultuurhistorie, dendrologie) Bomen in samenhangende rijen of vlakken, met ruimtelijke betekening en/of als groene verbinding Verhoogde kwaliteit van de leefomgeving Groene aankleding leefomgeving
Eigenaar Gemeente of particulier/ derden
Gemeente of particulier/ derden
Gemeente
Gemeente
Bijzonderheden Bomen buiten de bebouwde kom Voor bomen in het gemeentelijke buitengebied (vastgelegd als buiten bebouwde kom Wegenverkeerswet) is de Wet natuurbescherming, hoofdstuk 4 van toepassing, tenzij sprake is van: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan 20 jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per 10 jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens 10.000 stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013. Bomen buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming (voorheen bebouwde kom Boswet), die vallen onder 1 van bovenstaande uitzonderingen, kunnen een gemeentelijke beleidsstatus toegewezen krijgen.
Het gaat dan met name om de bomen op erven of in tuinen die als waardevolle boom aangemerkt kunnen worden, en (oude) fruitbomen en windschermen om boomgaarden, en specifieke rijen populieren of wilgen, die een cultuurhistorische waarde hebben of deel uitmaken van een aangewezen boomstructuur.
Snelgroeiende boomsoorten Voor een aantal boomsoorten gelden strengere eisen voor aanwijzing. Het gaat hier om bomen die snel groeien en zeer algemeen zijn. Door deze eigenschappen verdringen zij andere bomen. Bovendien hebben zij vaak ook een beperktere levensduur en raken ze sneller in verval. Ook wijkt de diktegroei bij deze soorten af, en kan deze niet gebruikt worden als leeftijdsindicatie. Aanwijzing van deze snelgroeiende soorten op basis van dezelfde criteria als die gelden voor andere soorten moet met enige terughoudendheid gebeuren. De boomsoorten die in dit document gelden als snelgroeiend zijn: Populier Wilg
Vergunning en compensatie Voor het kappen, verplanten, rigoureus snoeien waardoor de groeivorm verandert (zoals het voor de eerste keer knotten of kandelaberen, of het snoeien van meer dan 40 procent van de kroon) of het op een andere manier in gevaar brengen van het voortbestaan van een monumentale of (potentieel) waardevolle boom of aantasten van een structuur dient een vergunning te worden aangevraagd. Deze vergunningsplicht vervalt voor bomen zonder status van (potentieel) waardevolle of structuurboom.
Beoordeling kapaanvraag waardevolle en (potentieel) waardevolle bomen en boomgroepen (categorie 1A en 1B) Waardevolle bomen worden alleen gekapt als er sprake is van een veiligheidsrisico (voor omgeving en/of verkeer) dat niet met boomsparende maatregelen weggenomen kan worden of bij een besmettelijke ziekte. Ook als een boom niet meer voldoet aan de aanwijscriteria (tevens weigeringsgronden) en dit met beheermaatregelen ook niet meer mogelijk gemaakt kan worden, kan dat een reden zijn om de boom te kappen. Het verantwoord en veilig omvormen naar een ecologisch beheerde boom kan als boomsparende maatregel worden toegepast op daarvoor geschikte locaties. Potentieel waardevolle bomen worden alleen gekapt als er sprake is van een veiligheidsrisico (voor omgeving en/of verkeer) dat niet met boomsparende maatregelen weggenomen kan worden, bij besmettelijke ziekten, of bij een groot maatschappelijk belang.
Beoordeling kapaanvraag structuurbomen (categorie 2) Deze bomen worden alleen gekapt als dit geen of een positief effect heeft op de beeldkwaliteit van de gehele structuur, tenzij sprake is van een veiligheidsrisico (voor omgeving en/of verkeer) dat niet met boomsparende maatregelen weggenomen kan worden, of bij een particulier of maatschappelijk belang (bouw woning, school, bedrijfsgebouw et cetera). Het duurzaam verleggen van de structuur kan ook een oplossing zijn. Gemeentelijke bomen met een stamdiameter kleiner dan 40 cm binnen een vastgestelde structuur, hebben op basis van hun status wel een vergunningsplicht, maar kunnen wat minder streng beoordeeld worden. Wel geldt dat na kap, door middel van herplant, de structuur weer hersteld moet worden (zie ook onderdeel Herplant na kap). Voor particuliere bomen binnen een vastgestelde structuur met een stamdiameter kleiner dan 40 cm geldt geen kapvergunnings- en herplantplicht
Cumulatieve beoordeling Bij meerdere vergunningaanvragen voor kappen van bomen uit 1 rij of vlak (cumulatief gerekend) binnen 1 groeiseizoen, inclusief verplanten/verplaatsen, rigoureus snoeien of het op een andere manier aantasten van de samenhang en/of aanzicht van een als samenhangende eenheid te herkennen boomstructuur dienen deze in samenhang te worden beoordeeld. Dit betekent ook dat als in eerste instantie 1 of enkele bomen zijn gekapt en vervangen (inboet), en vervolgens in datzelfde groeiseizoen weer een aantal bomen moeten worden vervangen, en daarmee het totaal aan vervangen of anderszins aantasten van de structuur op meer dan 30 procent uitkomt, daarvoor alsnog alle verrichtingen binnen dat groeiseizoen samen meegenomen moeten worden in de overweging. Daarnaast wordt, indien delen van of een hele structuur gekapt moeten worden, ook gekeken of in het gebied daar omheen ook (delen van) structuren gekapt worden, en welke weerslag dit heeft op het geheel aan bomen in dat gebied. Uitgangspunt is dat niet binnen korte tijd een kaalslag mag plaatsvinden. Om dat te voorkomen wordt waar nodig en mogelijk de kap en herplant gefaseerd uitgevoerd.
Beoordeling kapaanvraag functionele en overige bomen (categorie 3 en 4) Overige gemeentelijke en particuliere bomen moeten vooral zorgen voor een passende, groene aankleding. Op het moment dat een boom daar niet meer aan kan voldoen (veiligheid, overlast, ernstig teruglopende conditie, maatschappelijk belang) kan dat al snel een reden zijn om de boom te verwijderen en (uiteindelijk) te vervangen voor een boom die (beter) past. Voor dergelijke bomen is geen omgevingsvergunning nodig. Ook geldt hier geen meldingsplicht. Voor gemeentelijke bomen geldt een informatie-inspanning richting inwoners.
Beoordeling kapaanvraag particuliere bomen Particuliere bomen zijn vrij van kapvergunning tenzij de boom deel uitmaakt van een gemeentelijke structuur of is aangemerkt als waardevolle boom. Deze bomen mogen zonder vergunning of melding gekapt worden.
Dunning Onder dunnen wordt verstaan het verwijderen van boomvormers uit een houtopstand als onderhoudsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, waarbij geen oppervlakte van de betreffende houtopstand verloren gaat. Dunning in een bosplantsoen geldt daarmee als onderhoudsmaatregel, waar geen vergunning of melding voor nodig is. Wel worden voorafgaand aan de uitvoering van deze onderhoudsmaatregel de inwoners actief geïnformeerd.
Herplant na kap Na het verwijderen van een gemeentelijke boom naar aanleiding van een verleende vergunning of als geen vergunning nodig was, is herplant verplicht. Bij de herplant krijgt de vervangende boom dezelfde ambitieleeftijd als de verwijderde boom. Ook vindt vervanging plaats met een boom van minstens dezelfde boomgrootteklasse. Onderdeel van deze herplantplicht is een passende groeiplaatsinrichting conform de richtlijnen van Handboek Bomen, en ten minste 3 jaar nazorg. Als de jonge aanplant tussentijds uitvalt, is inboet (vervangende aanplant) verplicht. De nazorgperiode gaat dan opnieuw in. Als de vervangende boom goed ontwikkelt en vanuit de nazorg wordt overgedragen naar de begeleidingsfase, kan een beleidsstatus worden toegekend. In het geval een particuliere boom in ensemble met een (Rijks)monument, of een particuliere boom in een waardevolle structuur als onderdeel van een beschermd stadsgezicht gekapt moet worden, zullen specifieke eisen aan de herplant gesteld worden. Vervangingsladder bomen Bij het verwijderen van een vergunningsplichtige boom of een gemeentelijke boom dient herplant plaats te vinden: 1. Op dezelfde plek (1:1). Is dit niet mogelijk, dan volgt: 2. Binnen dezelfde locatie/perceel. Is dit niet mogelijk, dan volgt: 3. Grenzend aan de locatie. Is dit niet mogelijk, dan volgt: 4. Elders in het dorp of gemeente.
Bij verwijderen van bomen uit een bosplantsoenvak (dunning) is geen sprake van kap maar van een onderhoudsmaatregel, en daarom geldt ook geen herplantplicht. Indien een deel van een bosplantsoenvak verwijderd wordt, dient wel gekeken te worden of dit elders gecompenseerd kan worden met een zelfde aantal m 2. Voor bomen die vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (buiten de bebouwde kom) geldt conform deze wet dat na kap binnen 3 jaar herplant moet plaatsvinden.
Onrechtmatige snoei en illegale kap Indien een vergunningsplichtige boom zonder vergunning wordt gekapt of rigoureus wordt gesnoeid, dan wordt daar op gehandhaafd. Dit kan resulteren in het opleggen van een boete en/of een herplantplicht. Hetzelfde geldt ook voor illegale snoei door particulieren aan gemeentelijke bomen.
BIJLAGE 16 RECHTEN EN PLICHTEN BOOMEIGENAREN
GEMEENTE ENKHUIZEN
BIJLAGE 17 GEDOOGBOMEN ENKHUIZEN
RECHTEN EN PLICHTEN In beginsel is iedere boomeigenaar (van rechtswege de eigenaar van de grond waarop de boom zich bevindt) aansprakelijk voor schade veroorzaakt door deze boom. Deze schade moet het gevolg zijn van een onrechtmatige daad. In artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de onrechtmatige daad als volgt omschreven: een inbreuk op een recht; een doen of nalaten in strijd met de wettelijke plicht; een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Het kan dus gaan om handelingen aan of bij een boom of juist het nalaten daarvan (onvoldoende onderhoud) waardoor deze boom iemand schade toebrengt. Een eigenaar van een boom kan aansprakelijkheid voorkomen wanneer hij kan bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Hoever de zorgplicht gaat, hang af van de omstandigheden van die boom: hoe groot is de boom en waar staat hij? De algemene zorgplicht die voor de meeste bomen geldt, bestaat er uit dat er sprake moet zijn van regelmatig regulier onderhoud en regelmatige uitwendige controle op gebreken aan de boom (de zogenaamde boomveiligheidscontrole). Afhankelijk van leeftijd, omvang en groeiplaats zullen dat jaarlijkse tot 5-jaarlijkse controles zijn.
Voor bomen binnen (semi) openbaar, bebouwd gebied geldt vanuit jurisprudentie een standaardfrequentie van 1 keer per 3 jaar, of vaker als de omgeving of de boom zelf meer risico met zich kan meebrengen. Als uit zo’n controle blijkt dat maatregelen nodig zijn om veiligheidsrisico’s weg te nemen of er meer onderzoek nodig is, moeten deze maatregelen en/of onderzoeken ook binnen een bepaalde periode uitgevoerd worden. Het snoeien van een boom van iemand anders (particulier of gemeente) zonder toestemming of aanzegging met reactieperiode (in geval van bijvoorbeeld overlast door overhangende takken) geldt ook als onrechtmatige daad. Met dergelijke ingrepen wordt in feite andermans eigendom beschadigd. In zulke gevallen kunnen civielrechtelijke stappen genomen worden door de rechtmatige boomeigenaar, die vaak resulteren in een schadevergoeding.
BIJLAGE 17 GEDOOGBOMEN ENKHUIZEN
BIJLAGE 17 DEREGULEREN GEDOOGBOMEN
GEMEENTE ENKHUIZEN
GEDOOGBOMEN Rechten en plichten Boom (al dan niet aangeplant door gemeente) op particuliere grond Een boom is wat betreft eigendom verbonden met de grond waarin deze staat. Een gemeentelijke boom op particuliere grond is daarmee eigenlijk eigendom van die particulier. Alle rechten en plichten omtrent de boom komen daarmee de grondeigenaar toe. Door het vastleggen van specifieke afspraken over inspectie en onderhoud door de gemeente kan deze nog enige invloed hebben op de boom, maar bij een kapaanvraag door de eigenaar is het lastig deze te weigeren. Dit kan alleen door een specifiek beschermingsregime met weigeringsgronden op de boom te leggen, waaraan de aanvraag getoetst kan worden.
Boom op gehuurde grond Burgerlijk Wetboek 7 gaat onder andere in op de huur van onroerend goed en de bijbehorende rechten en plichten voor huurder en verhuurder. Klein onderhoud en herstellingen zijn de verantwoordelijkheid van de huurder. Volgens het Besluit Kleine Herstellingen valt daar ook onder: ‘het onderhoud aan tuinen, erven, opritten en erfafscheidingen, zodanig dat deze onroerende aanhorigheden een verzorgde indruk maken, waaronder in elk geval het regelmatig snoeien van heggen, hagen en opschietende bomen en het vervangen van dode beplanting’. Het is, conform het huurrecht, aan de huurder om eventuele bomen ofwel goed te snoeien om te voorkomen dat deze te groot worden, ofwel als de boom te groot wordt en moet worden verwijderd deze op eigen kosten te (laten) kappen, tenzij iets anders is overeengekomen en vastgelegd. Reden om een boom te verwijderen kan zijn wegens overlast aan buren, gevaar voor schade, dood van de boom of beëindiging van de huurovereenkomst. Als de huurder regulier onderhoud nalaat, dient de verhuurder hem daar op aan te spreken en aan te manen dit onderhoud alsnog te doen. Als dan nog steeds niet aan dat verzoek wordt voldaan, mag de verhuurder het onderhoud op zich nemen, en de kosten daarvoor verhalen op de verhuurder.
Indien een kapvergunning nodig is, kan deze wel alleen door de eigenaar (verhuurder, in dit geval gemeente, woningbouwvereniging, of particulier verhuurder) van de grond aangevraagd worden, mits deze van mening is dat kappen van de boom noodzakelijk is. Onder kleine herstellingen worden werkzaamheden zonder noemenswaardige kosten verstaan. Het kappen van een grote boom valt daarmee niet onder de kleine herstellingen maar onder groot onderhoud.
Een huurder heeft, binnen redelijke grenzen, een grote mate van vrijheid in de wijze waarop het gehuurde door hem wordt ingericht. Wijziging van het gehuurde, overlast aan omwonenden of schadeveroorzakend handelen of nalaten zijn factoren die die vrijheid begrenzen. Ook kunnen specifieke afspraken of richtlijnen in het huurcontract zijn vastgelegd. Concreet betekent dit dat beplanting die door de huurder wordt aangebracht, ook door hem onderhouden dient te worden. Bij nalatigheid dient de verhuurder de huurder daar op aan te spreken en waar nodig zelf actie te ondernemen. Voor reeds aanwezige bomen bij aanvang van de huur ligt het meestal net anders. De huurder huurt de grond en de daar in aanwezige beplanting, en kan daarmee bij aanvang van de huur de overname van een reeds aanwezige grote boom weigeren. De zorgen en kosten voor die boom vervallen dan op de verhuurder. De huurder dient de verhuurder indien noodzakelijk toegang te geven tot de grond en de boom.
Boom op grond in bruikleen Een bruikleenovereenkomst lijkt op een huurovereenkomst, echter zijn er een aantal verschillen. Bij bruikleen is geen sprake van een tegenprestatie door de lener. De lener kan ook geen aanspraak maken op huurdersrechten. Dit betekent voor grond in bruikleen dat de lener deze mag gebruiken, wat klein onderhoud mag plegen, maar geen aanpassingen mag doen. Voor dat laatste blijft de eigenaar verantwoordelijk. Daarmee is de eigenaar van de grond (in dit geval de gemeente) ook verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele bomen op die grond. Concreet betekent dit dat aanplant, onderhoud en kap van bomen door de eigenaar (gemeente) uitgevoerd worden. De gebruiker van de grond dient te zorgen dat de boom goed bereikbaar is hiervoor.
Boom op beperkte gemeentelijke grond (boomspiegel/perkje) Een gemeentelijke boom op gemeentelijke grond valt wat betreft rechten en plichten geheel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente (zie bijlage 16, Rechten en plichten boomeigenaar). Bij een beperkte ondergrond (boomspiegel of perkje, grotendeels omgeven door grond in eigendom van derden), en bij andere bomen die op minder dan 2 meter van de erfgrens staan, is de kans op overlast bij naburen wel zeer groot. In die gevallen is het burenrecht (Burgerlijk Wetboek 5, titel 4) van toepassing. Dit betekent dat grondeigenaren van de naastgelegen gronden geen onrechtmatige hinder van de bomen mogen ondervinden (overhangende takken, wortelgroei) en bij hinder de gemeente mogen aanspreken op het verhelpen van die hinder. Mocht de gemeente geen gehoor geven aan dergelijke verzoeken, dan mogen buren deze hinder zelf wegnemen. Echter dient wel sprake te zijn van onrechtmatige hinder (bladval, lichtderving en lichte overhang valt daar niet onder) en mag de boom in kwestie niet onherstelbaar beschadigd worden (aantasting habitus, of dusdanige snoei van takken of wortels dat daardoor onveilige situaties ontstaan, nu of in de toekomst). Daarnaast geldt de regel dat bomen op een afstand van minimaal 2 meter van de erfgrens moeten staan, tenzij in de gemeentelijke verordening een afwijking daarop is opgenomen.
Aan de afstand van 2 meter zal in het geval van een boom in een boomspiegel of een klein perkje niet voldaan kunnen worden. Echter hoeft de boom daarmee niet meteen onrechtmatig te zijn. Bomen in een specifieke aanplant (veelal structuur, in enkele gevallen solitair) volgens een vastgelegde beleidsstatus of beheerplan of in een reeds langere tijd zo bestaande situatie, kunnen rechtmatig op een kleinere afstand dan de wettelijke 2 meter (of een kleinere, door de gemeente vastgestelde afstand) van een erfgrens staan. Echter zal in deze gevallen de kans op overlast bij naburen zeer groot, tot 100 procent zijn.
Gedoogbomen Enkhuizen Situatie In Enkhuizen is sprake van waardevolle- en/of structuurbomen op particuliere walkanten waarbij de gemeente de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen. Om de aansprakelijkheid juridisch kloppend te krijgen is het van belang dit in beleid goed vast te leggen.
Gemeentelijk beheerde particuliere bomen op particuliere grond als onderdeel van gemeentelijke structuur In het centrum van Enkhuizen zijn particuliere bomen (op particuliere grond) langs de walkanten van de stadsgrachten onderdeel van een gemeentelijke structuur, binnen een Rijksbeschermd stadsgezicht. Eigenlijk vallen deze bomen wat betreft onderhoud en veiligheid volledig onder de verantwoordelijkheid van de particuliere eigenaren. De bomen vertegenwoordigen belangrijke waarden voor het historische karakter en het stadsgezicht van Enkhuizen. De gemeente wil de bomen graag behouden als gemeentelijke structuur en voert daartoe de inspectie en het onderhoud al sinds jaar en dag uit, evenals eventuele kap en herplant. De particuliere eigenaar heeft daarmee wat betreft onderhoud, kap en aanplant geen zeggenschap meer over zijn bomen, maar is op papier juridisch wel aansprakelijk gebleven. De betreffende bomenrijen zijn aangewezen en vastgelegd als onderdeel van de (waardevolle) boomstructuur. De boomstructuur heeft daarmee een vergunningsplicht bij kap, en een kapaanvraag wordt getoetst aan zwaardere normen dan bij de reguliere laan- en straatbomen. Daarnaast kunnen zwaardere eisen aan herplant gesteld worden. In feite ligt daarmee de beslissing voor kap en aanplant bij de gemeente.
Door ook ingrijpende snoei, kroon innemen, kandelaberen en dergelijke te vatten onder het begrip ‘vellen’, worden deze handelingen ook vergunningsplichtig en vallen onder de besluitvorming van de gemeente. De gemeente vindt deze bomen dermate belangrijk dat zij de inspectie en het onderhoud verzorgt en neemt de kosten daarvoor voor haar rekening. De gemeente neemt als beheerder ook de aansprakelijkheid formeel over. Met dit beleidsplan wordt zo de jarenlang gehanteerde handelswijze en het tot nu toe onbeschreven staand beleid met betrekking tot het beheer en onderhoud van de bomen op de particuliere walkanten vastgelegd. Het risico bestaat dat deze handelswijze in de vergetelheid raakt bij de betreffende boomeigenaren, en bijvoorbeeld bij overdracht van een perceel (bij verkoop) een nieuwe eigenaar niet op de hoogte is van de afspraken, rechten en plichten. Hier zal door de huidige eigenaren en hun eventuele makelaars extra aandacht aan gegeven moeten worden bij een eventuele verkoop van het perceel en de daarop aanwezige waardevolle bomen.
Dit wordt enigszins ondervangen door de periodieke controles en het onderhoud wat de gemeente uitvoert, waardoor het ook zichtbaar is dat de gemeente hier een verantwoordelijkheid heeft. Daarnaast zal de gemeente hier ook aandacht aan besteden op de gemeentelijke website. De perceeleigenaar kan, op het moment dat de aanwezige boom problemen geeft (onrechtmatige hinder of veiligheidsrisico’s) door mogelijk onvoldoende onderhoud, de gemeente als beheerder daar op aanspreken.
Stappenplan mogelijke aanpassingen in het beheer De gedoogbomen en de bijbehorende geldende situatie (zoals hierboven benoemd) in beeld brengen. Bepalen welke van de gegeven beheeropties per boom mogelijk zijn. In gesprek gaan met huidige eigenaren/huurders/bruikleners over de situatie en de mogelijke opties voor aanpassing. In gesprek gaan met omwonenden over de mogelijke veranderingen in hun directe omgeving. In gesprek gaan met mogelijke nieuwe eigenaren (voor zover dat niet al met één van bovenstaande punten bereikt is). Op basis van alle input uit de gesprekken en de eigen voorkeuren besluiten welke aanpassingen worden doorgevoerd. Perceeleigenaren en huurders informeren over de bestaande of aan te passen status van de op hun perceel staande bomen. Aanpassingen vastleggen in de bomendata. De nieuwe situatie communiceren met eventuele nieuwe eigenaren en/of verantwoordelijken. Waar nodig een overeenkomst aangaan, aanpassen of ontbinden. De nieuwe situatie communiceren (in detail) met overige omwonenden.
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST
GEMEENTE ENKHUIZEN
Iedere boom heeft effect op zijn omgeving. Of men dit als overlast ervaart, hangt sterk af van persoonlijke voorkeuren. Gemeente Enkhuizen heeft deze richtlijn opgesteld om aan te geven in welke gevallen, afhankelijk van beleidsstatus, er sprake is van onoverkomelijke overlast en welke maatregelen er dan getroffen kunnen worden. Alle andere vormen van overlast zijn het natuurlijke gevolg van bomen en dienen geaccepteerd te worden. Met deze richtlijn kunnen klachten en meldingen op een eenduidige manier afgehandeld worden.