CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGEN Omgevingsprogramma Bomen Enkhuizen.docx

commissie Grondgebied 12 oktober 2021, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Omgevingsprogramma bomen18.787 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BIJLAGEN OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN

Overzicht bijlagen: 2. Verslagen werksessies (niet bijgevoegd) 3. Inspectierichtlijn 4. Boomnorm 5. Input LIOR 6. Functionaliteit, inrichting en beheer van parken 7. Kroonbedekking speelterreinen 8. Communicatieplan 8a.Communicatiematrix 9. Kanslocaties hittestress verminderen 10. Ecologisch beheer bosplantsoen 11. Kiezen voor de juiste boomsoort 11 a Sortimentslijst (niet bijgevoegd) 12. Beheerrichtlijn in relatie tot beleidsstatus 13. Waarde van bomen 14. Richtlijn participatietrajecten over bomen 15. Aanwijscriteria en bescherming per beleidsstatus 16. Rechten en plichten boomeigenaren 17. Dereguleren gedoogbomen 18. Richtlijn omgang met overlast 19. Noodkap 20. Bestrijding ziekten en aantastingen 21. Uitvoeringsagenda

BIJLAGE 3 GEMEENTE-SPECIFIEKE INSPECTIERICHTLIJNEN VOOR BVO

GEMEENTE ENKHUIZEN

Inleiding De Boomveiligheidscontrole en onderhoudsinventarisatie (BVO) voor de SED organisatie wordt uitgevoerd volgens de Handleiding BVO (versie 1.1, Bomenwacht Nederland, mei 2019). Uitgangspunt voor deze BVO vormt het Handboek Bomen 2018 (HBB).

Uitzonderingen De afspraken die specifiek voor SED organisatie zijn gemaakt, zijn terug te vinden in de verslagen van het startoverleg BVO en worden hieronder puntsgewijs weergegeven.

Begeleidingssnoei / Onderhoudssnoei 

 

Bij bomen in begeleidingsfase altijd begeleidingssnoei toepassen ongeacht de conditie. Bomen met een slechte conditie kunnen volgens de methodiek en het paspoort niet op begeleidingssnoei en komen automatisch op onderhoudssnoei. Dit is niet gewenst in straten waarvan de rest van de bomen op begeleidingssnoei staat. Straten met circa de helft oude bomen en de helft inboet mogen wel onderhoudssnoei en begeleidingssnoei hebben. Jonge essen met duidelijke essentaksterfte mogen wel op onderhoudssnoei als dat voor de hele straat geldt. Maar bij twijfel begeleidingssnoei, zodat de snoeier er nog een keuze in kan maken. De wegzijde is leidend bij het bepalen van de snoeiwijze. Als de takken aan de wegzijde nog op gekroond kunnen en moeten worden, is er sprake van begeleidingssnoei.

Ecologisch beheerde boom Ecologisch beheerde bomen worden jaarlijks gecontroleerd op risico van breuk. Bij afgestorven stamstukken komt het vooral aan op het prikken en kloppen en duwen tegen de stam om de stevigheid van het houtweefsel te beoordelen. Tevens is de aanwezigheid van zwammen een belangrijke graadmeter voor de mate van afbraak van het houtweefsel.

Grof dood hout (afmeting/locatie) In afwijking van HBB wordt de norm voor dood hout bijgesteld naar dikker dan 4 cm en langer dan 1 meter. Grof dood hout niet benoemen als het geen risico oplevert (bijvoorbeeld boven water of boven dichte beplanting). Als er buiten het cyclus-segment bomen met grof dood hout worden gesignaleerd die niet tot de selectie ‘Te inspecteren’ behoren, dan deze bomen melden aan de toezichthouder (via whatsapp met straatnaam en aantal bomen en risico).

Opkroonhoogte algemeen Bomen bij parkeerplaatsen of op voldoende afstand van de weg opkroonhoogte maximaal 4 meter. Overige bomen standaard op 6 meter. De beoogde opkroonhoogte 3 meter toegevoegd als keuzeveld. Opkroonhoogte 8 meter wordt verwijderd omdat dit niet gewenst is binnen SED organisatie. De huidige opkroonhoogte van bestaande structuren is leidend. Opkroonhoogte van inboetbomen moet daarop worden afgestemd. In specifieke gevallen is in overleg met de beheerder een afwijkende opkroonhoogte mogelijk.

Opkroonhoogte zuilvormers Opkroonhoogte zuilvormers maximaal 4 meter. Naast een voetpad is 2,5 meter opkroonhoogte voldoende. Specifieke twijfelgevallen in afwijkende situaties overleggen met de toezichthouder.

Veegtakken Veegtakken boven wegen en paden zijn niet risicovol en worden niet geregistreerd als risicoboom. Dergelijke gevallen behoeven een reguliere snoei.

Waterlot Waterlot / stamopschot lager dan de onderste gesteltak wordt door een aparte onderhoudsploeg gedaan. Bij inspectie wordt alleen meerjarig waterlot dat in het wegprofiel komt als reguliere snoei geregistreerd. Overige locaties met waterlot boven de onderste gesteltak worden via de app doorgegeven aan de toezichthouder.

Takken boven erfgrens Bij begeleidingssnoei moet de keuze bij het snoeien gericht zijn op het voorkomen dat takken uitgroeien boven erven en daken Bij onderhoudssnoei in structuurbomen in een bestaande situatie wordt geprobeerd dit geleidelijk aan terug te nemen zonder dat hierdoor de vorm en de kwaliteit van de bomen ernstig worden aangetast.

Bij overige en functionele bomen wordt gekeken welke oplossing er mogelijk is om de overlast weg te nemen Bij waardevolle bomen staan de vorm en de kwaliteit niet ter discussie. Minimale eis (HBB) is dat gevels en obstakels 1 meter takvrij zijn en gedurende de onderhoudscyclus (3 jaar) blijven. Richtlijnen voor het snoeien bij lichtontneming zijn opgenomen in de bijlage ‘Richtlijn omgang met overlast’.

BIJLAGE 4 BOOMNORM

GEMEENTE ENKHUIZEN

Boomnorm Voor het behoud en versterken van een groene leefomgeving, hanteert gemeente Enkhuizen een boomnorm. Bij ontwerp met bomen betekent dit een minimale opgave voor het aanplanten van bomen. Deze norm is leidend voor (her)inrichting binnen de bebouwde kom en dient derhalve te worden gehanteerd bij nieuwe situaties. Bijdrage ecosysteemdiensten Bomen verbeteren het leefklimaat in de bebouwde omgeving door hun bijdrage op gebied van luchtkwaliteit, klimaat en waterhuishouding. Bomen leveren ecosysteemdiensten in de vorm van waterafvang, het verminderen van hittestress, het filteren van fijnstof en het vastleggen van CO2. Bomen hebben een positief effect op de gezondheid en het welzijn van inwoners, en ze dragen bij aan de biodiversiteit. De omvang van de bomen en de diversiteit van het bomenbestand zijn belangrijke parameters voor de bijdrage van bomen. Van aantal naar omvang Traditioneel gezien wordt een exact aantal bomen per inwoner of huishouden genoemd als boomnorm, zonder onderscheid te maken tussen grote of kleine bomen. In gemeente SED wordt dit onderscheid wel gemaakt, in de vorm van kroonbedekking. Hiermee wordt het oppervlak bedoeld van de kroon van een volgroeide boom (een boom op eindbeeld). De uiteindelijke grootte van een boom is afhankelijk van de boomsoort, ambitieleeftijd, groeiplaatsinrichting en boven- en ondergrondse groeiruimte.

De boomnorm van gemeente SED is gesteld op een kroonbedekking van 15% van de openbare ruimte. Het betreft hier enkel gemeentelijke bomen op gemeentelijke grond binnen de bebouwde kom. Met deze norm wordt onder andere een bijdrage geleverd aan het beperken van hittestress en wateroverlast. Klimaatatlas Op de themakaart ‘hitte’ van de klimaatatlas van HHNK 1 wordt ‘Boombedekking per wijk’ weergegeven in relatie tot hittestress. Hierbij wordt het percentage bomen (zowel gemeentelijke als particuliere) afgezet tegen de totale oppervlakte van een wijk. Deze weergave heeft de aanzet gegeven om de gemeentelijke boomnorm te formuleren op basis van kroonbedekking. De categorieën die op de klimaatatlas worden weergegeven lopen van minder dan 5% op tot meer dan 20%. Omdat gemeente SED enkel invloed heeft op eigen bomen op eigen grond, is de boomnorm op de middenklasse van 15% gezet.

1

Zie hhnk.nl/klimaatatlas.net

Afbeelding 1: categorie-indeling boombedekking klimaatatlas.

Afbeelding 2: uitsnede hitte-kaart klimaatatlas met boombedekking per wijk in de gemeente SED.

De 15%-norm wordt binnen de bebouwde kom ruimschoots gehaald in BoerenhoekMolenweg-Burgwal van Enkhuizen waar de boombedekking 15-20% is. In het Centrum-Vissersbuurt-Oosterhaven in Enkhuizen is de boombedekking 10-15%. Deze norm wordt ook gehaald in de buurten Plan Zuid en Princenhof in Stede Broec. In de buitengebieden is de kroonbedekking minder dan 5%. Het betreft voornamelijk laanbeplanting langs wegen. Dit past bij het landschappelijke karakter en hier zal de kroonbedekking dan ook niet leidend zijn voor ruimtelijke inrichting. Wel worden hier de hoofdwegen aangeplant met een boomstructuur.

Onderbouwing boomnorm Boomnorm: 15% kroonbedekking van gemeentelijke bomen op eindbeeld binnen de bebouwde kom op areaal in eigendom van de gemeente Inzet op kwaliteit. Met gezonde bomen in goede conditie kan met minder bomen hetzelfde resultaat behaald worden dan met een groter aantal kwarrende bomen. De norm is gebaseerd op de verwachte eindgrootte van bomen. Groeiplaatsinrichting en ambitieleeftijd zijn van invloed op het eindbeeld en dienen in de berekening meegenomen te worden. Er wordt niet gekozen voor een boomnorm per woning. Bij hoogbouw zal dit resulteren in een onevenredig aantal bomen. Aangezien de openbare ruimte waarin bijvoorbeeld parkeervoorzieningen zijn aangelegd, al is afgestemd op het aantal huishoudens, zullen voor het bereiken van 15% kroonbedekking automatisch meer bomen of grotere bomen nodig zijn. Wanneer de boomnorm is gebaseerd op individueel geregistreerde bomen, worden bosplantsoenen traditioneel gezien niet meegerekend. In dit geval worden gemeentelijke bosplantsoenen wel meegenomen in de kroonbedekking wat een realistisch beeld geeft van het aandeel van bomen in de openbare ruimte. Het percentage 15% valt in de middenklasse op de regionale hitte-kaart. Omdat de gemeente geen invloed heeft op bomen van derden, kunnen particuliere bomen niet worden meegerekend. Ook particulier terrein wordt niet meegerekend.

Kwaliteit De kwaliteit van bomen in de openbare ruimte mag door het benodigd aantal niet in het gedrang komen. Bomen met grotere kronen leveren meer ecosysteemdiensten dan kleine bomen. Gezonde bomen in goede conditie geven minder beheerproblemen, veroorzaken minder overlast en zijn beter weerbaar tegen ziekten en plagen. Aan de hand van de beleidsstatus wordt voor bomen een ambitieleeftijd gesteld die zij minimaal kunnen halen in goede conditie2. De groeiplaats van bomen is zo ingericht dat de ambitieleeftijd haalbaar is (zie bijlage 15; aanwijscriteria en bescherming per beleidsstatus, en bijlage 5; Input LIOR, met onder andere eisen en normen ten aanzien van de groeiplaatsinrichting). De normen voor groeiplaatsen zoals gesteld in het Handboek Bomen 2018 zijn hierbij leidend. In de online boommonitor van het Norminstituut Bomen kunnen de minimale groeiplaatsvereisten per boomsoort en ambitieleeftijd worden opgezocht. Deze tool kan daarom helpen bij het selecteren van de juist boomsoort.

Zie bijlage 15 ‘Aanwijscriteria en bescherming per beleidsstatus’ waarin de kenmerken verder zijn uitgewerkt. 2

Beleidsstatus (Potentieel) Waardevolle bomen / monumentale bomen

Ambitieleeftijd 80 jaar

Structuurbomen

60 jaar 80 jaar

Functionele bomen

40 jaar

Overige bomen

20 jaar

Kenmerken Bomen met grote waarde voor de omgeving (beleving, cultuurhistorie, dendrologie) Lanen, stadsgrachten en dorpslinten. Bomen in parken, bosplantsoenen en begraafplaatsen. (met stedenbouwkundige, landschappelijke of ecologische waarde) Verhoogde kwaliteit van de leefomgeving Groene aankleding leefomgeving

Tabel 1: Overzicht ambitieleeftijden en kenmerken van bomen per beleidsstatus.

Verhouding ambitieleeftijd bij nieuwe inrichting met bomen De ambitie is om het aantal waardevolle bomen te laten toenemen, daarom is bij nieuwe inrichting de volgende richtlijn gesteld: - Er moet gestreefd worden dat 10% van nieuw aangeplante bomen een ambitieleeftijd krijgt van 80 jaar. Met de daarbij behorende groeiplaats en inrichtingsomstandigheden

Pilotwijk Oosterweed (gemeente Stede Broec) Om te komen tot een haalbare boomnorm zijn op basis van de ‘pilotwijk Oosterweed’ mogelijke richtlijnen voor kroonbedekking uitgewerkt. Er waren vooraf 3 mogelijkheden benoemd: - 50% kroonbedekking van gemeentelijke bomen boven openbaar gebied, uitgaande van bomen op eindbeeld. - 25% kroonbedekking van gemeentelijke bomen boven openbaar gebied, uitgaande van bomen op eindbeeld. - 1 boom per woning, ongeacht leeftijd of grootte. Aan de hand van deze pilotwijk zijn we tot de huidige boomnorm van 15% kroonbedekking gekomen. Kenmerken pilotwijk ‘Oosterweed’ is een nieuwbouwwijk in Grootebroek, gemeente Stede Broec, gebouwd in de periode 2007-2014. Deze wijk is representatief voor de gemeente SED.

Afbeelding 3: overzichtskaart pilotwijk Oosterweed.

Bomen 184 bomen 2.780,65 m2 kroonbedekking (aanplantjaar 2007-2014)

Woningen 307 woningen

Wijk Totale oppervlakte: 145.628,03 m2 Eigendom gemeente: 74.085,69 m2

Tabel 2: Eigenschappen pilotwijk Oosterweed3

Boombedekking per wijk Op https://hhnk.klimaatatlas.net/ zijn verschillende thematische kaarten te vinden. Op de Hitte-kaart wordt de boombedekking per wijk getoond. Deze kaart laat zien welk percentage van de wijk bedekt is met bomen. Het gaat hierbij niet alleen om bomen van de gemeente maar ook van particulieren en de totale oppervlakte van de wijk, niet alleen gemeentelijk terrein. De schaal van deze legenda is ingedeeld in de volgende categorieën: Omdat ‘meer dan 20%’ de hoogste categorie is, is het niet realistisch om de voorgestelde 50% boombedekking te halen. Omdat de klimaatatlas ook particuliere bomen meetelt, is het evenmin realistisch om 25% als minimale boombedekking te hanteren. Vervolgens hebben we gekeken naar het aantal bomen per woning in relatie tot de kroonbedekking. Op basis van referentieprojecten (boomgegevens van 7.000 bomen ingemeten met TreeTracker) zijn de volgende kroonoppervlaktes per stamdiameterklasse als uitgangspunt gebruikt: Stamdiameterklasse <20 cm 21-30 cm 31-50 cm 51-100 cm

Kroondiameter 4 meter 6 meter 10 meter 13 meter

Kroonoppervlak 13 m2 28 m2 79 m2 133 m2

Tabel 3: overzicht kroonoppervlaktes op basis van stamdiameterklassen

Resultaten Oosterweed - 0,6 bomen per woning - De kroonbedekking ten opzichte van openbare ruimte in eigendom van de gemeente is 3,75%, afgerond 4%. Groei Omdat het een jonge wijk betreft, zullen de bomen verder uitgroeien. Naar verwachting zal de totale kroonbedekking van de huidige bomen kunnen toenemen tot maximaal 10%. Extra bomen Om tot 1 boom per huishouden te komen, moeten in deze wijk 123 extra bomen worden aangeplant. Dit kunnen bomen in groenstroken, bomen op speelplaatsen en bomen in

3

Zie brongegevens in GeoVisia online: https://bomenwacht.dataquint.nl/, Gebruikersnaam omgevingsprogramma@sed.nl, Wachtwoord: sed2021

woonstraten zijn. Als we uitgaan van uitbreiding van het huidige sortiment, kunnen de bomen uitgroeien tot een maximale kroonbedekking van 15% voor deze wijk.

Boomnorm wordt kroonnorm Of het aanplanten van extra bomen past bij de ruimtelijke inrichting en de uitstraling van de pilotwijk, is in dit stadium een stedenbouwkundige opgave. In de straten is beperkte ruimte voor extra bomen. In de noordelijke groenstrook is eventueel wel ruimte voor extra bomen. Een kroonbedekking van 15% valt in de middenklasse van de categorieën ‘boombedekking per wijk’ op de regionale Hitte-kaart. Ongeacht het aantal bomen, kan dit percentage daarom worden aangehouden waarbij eveneens kan worden ingezet op kwalitatief goede bomen met grote kronen.

BIJLAGE 5 INPUT LIOR

GEMEENTE ENKHUIZEN

Inleiding In de SED organisatie is een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) waarin richtlijnen voor de inrichting van de openbare buitenruimte worden beschreven waaraan een nieuwbouwproject moet voldoen. Ook voor de inrichting van de openbare buitenruimte met bomen zijn richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen hebben betrekking op - Algemene richtlijnen bomen - Ontwerp met bomen - Werken rond bomen - Leveren substraten - Aanleg groeiplaatsen - Leveren bomen - Planten bomen - Nazorg bomen - Vereisten voor ruimtelijke projecten - Positie van bomen in planproces In de meeste situaties volstaan de normen en richtlijnen zoals in Handboek Bomen zijn opgenomen. Wanneer organisatie-specifieke afspraken gemaakt zijn, zijn deze in deze richtlijn opgenomen. Naast inhoudelijke eisen voor de inrichting (LIOR) is een processchema opgesteld. Het schema is opgedeeld naar projectfase. Per fase is weergegeven welke vraagstukken hier gelden voor bomen. Voor ieder vraagstuk hebben de opdrachtgever en aannemer verschillende verantwoordelijkheden. Daarnaast is weergegeven welke richtlijnen en kaders hiervoor van kracht zijn en waar het beleid voor deze onderdelen is opgenomen.

Algemene richtlijnen bomen Bomen dienen bij voorkeur in beplanting of gras te worden geplaatst. Voor de bepaling van de benodigde groeiruimte wordt per beleidsstatus uitgegaan van de volgende (minimale) ambitieleeftijd en boomgrootte: Beleidsstatus (Potentieel) Waardevolle bomen Structuurbomen Functionele bomen Overige bomen

Ambitieleeftijd 80 jaar

Ambitieniveau * Redelijk

Boomgrootte 1e grootte

60 jaar (laan) 80 jaar (park) 40 jaar 20 jaar

Redelijk Redelijk Redelijk Marginaal

1e grootte 1e of 2e grootte 2e of 3e grootte

* Klasse voor berekening van de ondergrondse groeiruimte (HBB, Hoofdstuk 1).

Boomsoorten die goed toepasbaar zijn in de gemeente zijn terug te vinden in de Sortimentslijst in bijlage 11a.

Handboek Bomen Om het gewenste kwaliteitsniveau te behalen, hanteert de SED organisatie het Handboek Bomen. De meest recente publicatie is leidend. Hieronder wordt per onderwerp doorverwezen naar het betreffende hoofdstuk. Daarnaast worden specifieke aandachtspunten of uitzonderingen benoemd.

Bomen-ontwerp Handboek Bomen 2018, Hoofdstuk 1 Belangrijke aandachtspunten en randvoorwaarden: - Bomen in het ontwerp met hun uiteindelijke kroondiameter intekenen. - Rekening houden met afstand tot nutsvoorzieningen. - Mogelijkheden benutten om kabels en leidingen in (betonnen) kabelgoot te leggen. - Afstand boom-woning: 1,5x straal van de kroon (eindbeeld). - Afstand boom-boom in woonstraten: 3x straal van de kroon (eindbeeld) om hiermee lichttoetreding in de woningen te garanderen. - Binnen een wijk wordt diversiteit nagestreefd. - Bij soortkeuze wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen in ‘Kiezen voor de juiste boomsoort’ en de sortimentslijst (bijlage 11 en 11.a van het Omgevingsprogramma Bomen). - Bij aanplant in nieuwbouwprojecten, renovaties en herinrichtingsprojecten moet gekeken worden of de nieuwe aanplant een positieve bijdrage levert aan de diversiteitsregel om ziekten en plagen te voorkomen; - Maximaal 10% van het totale bomenbestand mag van dezelfde soort zijn. - Maximaal 20% van het totale bomenbestand mag van dezelfde geslacht zijn. - Maximaal 30% van het totale bomenbestand mag van dezelfde familie zijn.

Nieuwe inrichting met bomen - Bij nieuwe inrichting met bomen wordt de boomnorm van 15% kroonbedekking op eindbeeld geëist. - 10% van de aangeplante bomen bij nieuwe inrichting krijgt als ambitieleeftijd 80 jaar. Speelterreinen - Bij aanleg van speelterreinen dient minimaal 10% beschaduwd te zijn en binnen 25 jaar moet de norm van 50% gehaald zijn. - Bij bomen op kunstgrasvelden dient gebruik gemaakt te worden van wortelgeleidingssystemen.

Werken rond bomen Handboek Bomen 2018, Hoofdstuk 2 Belangrijke aandachtspunten: - Afscherming in het contract regelen (verwijzen naar Handboek Bomen). - Controleren op naleving van de beschermingsmaatregelen. - Niet naleven van beschermingsmaatregelen vastleggen in contract. Opties: herstel van schade, berekening en innen van schadebedrag of opleggen van boete. - Binnen de gemeentelijke organisatie moet toezicht op bomen een duidelijke plaats krijgen. - Er moet een bestemming komen voor gelden vanuit schadebedragen of boetes geïnd.

Leveren bomensubstraten Handboek Bomen 2018, Hoofdstuk 3

Aanleg groeiplaatsen Handboek Bomen 2018, Hoofdstuk 4

Leveren bomen Handboek Bomen 2018, Hoofdstuk 5

Planten bomen Handboek Bomen 2018, Hoofdstuk 6

Nazorg bomen Handboek Bomen 2018, Hoofdstuk 7

Vereisten voor ruimtelijke projecten -

-

Belasting van de bodem of het rijden met zware machines beschadigt de bodemstructuur. Bij ruimte die gepland staat als openbaar groen of speelplaats dient belasting zoveel mogelijk te worden voorkomen, indien mogelijk door middel van fysieke bescherming van de ruimte vanaf de ontwerpfase. Bij oplevering voldoet de locatie aan de eisen die worden gesteld in Handboek Bomen. De bodem is hiervoor bijvoorbeeld goed doorgespit, vrij van storende lagen, puin en wortelonkruiden.

Proces (communicatie) Ongeacht een project door de gemeente of door een externe partij wordt uitgevoerd; er is externe communicatie nodig. Bij het Startoverleg van ruimtelijke projecten waarbij bomen betrokken zijn, zijn de boombeheerder en de gemeentelijk communicatieadviseur aanwezig.  De boombeheerder heeft een adviesrol t.b.v. goed ontwerp met bomen en werken rond bomen.  De communicatieadviseur bepaalt op welke momenten er gecommuniceerd wordt over het project.

Proces (project) In de tabel op de volgende pagina is een schema opgesteld voor nieuwbouw en herinrichtingsprojecten. Het doel van dit schema is bij een (her)inrichtingsproject het nieuwe ontwerp aan te laten sluiten op reeds aanwezige bomen. Bij bouwprojecten worden bomen veelal als sluitstuk gezien. Voor een bestaande of nieuw aangewezen locatie wordt een ontwerptekening gemaakt. Deze tekening wordt over de bestaande situatie gelegd en via een Bomen Effect Analyse (BEA) wordt beoordeeld of een boom kan blijven staan of dat deze niet in het ontwerp past en verwijderd moet worden. Hierbij is het goed mogelijk dat bomen met een voldoende conditie en een hoge levensduurverwachting toch moeten wijken voor het ontwerp. Terwijl in het kader van klimaatadaptatie het behoud van bomen juist een verstandige keuze is. In natte perioden nemen bomen water op waardoor de bomen de droge periode beter doorstaan en de omgeving minder wateroverlast ervaart. In warme perioden hebben bomen juist een verkoelende werking. Deze eigenschappen van bomen zijn sterk gerelateerd aan het kroonvolume van de boom. Hoe groter en ouder de boom hoe meer water deze vasthoudt en hoe sterker de verkoelende werking. Daarmee is een boom het enige object in de buitenruimte dat over een bepaalde periode meer waard kan worden.

Door bij (her)inrichtingsprojecten in het beginstadium de bomen te beoordelen en het ontwerp hierop aan te passen, kunnen meer bomen behouden blijven. Dit vergt de nodige inspanning van ingenieursbureaus en de gemeente. De gemeente zal het aangepaste proces moeten communiceren met de opdrachtnemers en moeten handhaven waar nodig. Voor ingenieursbureaus levert het uitdaging op in het ontwerp en werken rond bomen. Wel is de verwachting dat naast het positieve effect op het klimaat, deze manier van werken ook een belangrijk signaal is naar de inwoners. De gemeente neemt het behoud van groen serieus en doet er alles aan om de leefomgeving van zijn inwoners zo aangenaam mogelijk te maken.

Conditie

<1

Goed

Voldoende

Onvoldoende Slecht Afgestorven

Verwijderen

Verwachte levensduur 1-5 6-15 Verbetering groeiplaats / Verwijderen Verbetering groeiplaats / Verwijderen Verwijderen

Behouden

Verbetering groeiplaats / Verwijderen

Verbetering groeiplaats / Verwijderen

>15

Behouden

Verwijderen Verwijderen

Tabel 1: Beoordelingsschema voor bestaande bomen op een projectlocatie. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt in beleidsstatus. Bij (her)inrichting van locaties met (potentieel) waardevolle bomen is de veronderstelling dat bij de vergunningsaanvraag deze apart meegewogen worden. Conditie kan goed of voldoende zijn, terwijl een boom vanwege een mechanisch gebrek of schimmelaantasting wel verwijderd moet worden en dus een verminderde levensduur heeft. Bijvoorbeeld Fraxinus angustifolia met veel takbreuk door te snelle groei of een rij met sierkersen aangetast door dikrandtonderzwam. Er zijn boomsoorten die een onvoldoende conditie hebben en prima nog 15 jaar kunnen meegaan, denk hierbij aan linde, plataan of eik. Groeiplaatsverbetering zou hierbij een goede optie kunnen zijn om de conditie te verbeteren en de levensduur te verlengen.

BIJLAGE 6 FUNCTIONALITEIT, INRICHTING EN BEHEER VAN PARKEN

GEMEENTE ENKHUIZEN

Functies van parken en openbare groengebieden Groen heeft tegenwoordig in en om de stedelijke omgeving andere functies dan vroeger. Vroeger was beplanting vooral bedoeld als groene aankleding van de stad. Tegenwoordig spelen ook andere functies een rol. Stadsbewoners willen bijvoorbeeld meer dan vroeger groen gebruiken om te recreëren. Ook voor biodiversiteit en natuureducatie spelen stadsgroen en tuinbeplanting een steeds grotere rol. Haal de natuur dichtbij huis: met de soortkeuze en keuze van het type beplanting kun je bepaalde dieren (bijvoorbeeld vogels en insecten) aantrekken. Ook speelt groen steeds meer een rol als filter van milieuvervuilende stoffen (bijvoorbeeld fijnstof en stikstofoxiden) en groen speelt in het sterk versteende stadsmilieu ook een steeds grotere rol bij de waterberging en heeft een verkoelende werking in de zomer. De functie van groen in relatie tot gebouwen en architectuur is daarbij veel belangrijker geworden. Beplanting om een gebouw kan zeer bepalend zijn voor de uitstraling van de locatie. Door de opkomst van dak- en gevelgroen is dit de laatste jaren versterkt. Daarbij wordt de economische waarde van groen steeds meer erkend en in beeld gebracht.

Denk daarbij aan energiebesparing door isolerende werking van dak- en gevelgroen van gebouwen, CO2-vastlegging en fijnstof-reductie, minder gezondheidsklachten bij bewoners en waardevermeerdering van woningen in een aantrekkelijke groene omgeving. Tegenwoordig zijn het stedelijk groen en de particuliere tuinen vooral een verlengstuk van de gebouwen en de woonomgeving van de bewoners. Het groen in de stad is van hoogwaardige kwaliteit en heeft duidelijke maatschappelijke doelen. Hiermee verbetert de levenskwaliteit van mensen.4 Parken en openbare groengebieden kunnen tal van functies vervullen. Functies openbaar groen  Verkeersgeleiding  Opfleuren straat/buurt  Onkruidonderdrukking  Vlinders aantrekken  Speelmogelijkheden voor kinderen  Zuiveren oppervlaktewater  Plaats voor picknick  Luchtzuivering  Geluidsisolatie  Waterberging  Sociale cohesie  Schaduw bieden in zomer  Voedselbron voor bijen  Verbeteren welzijn burgers  Intandhouding wilde soorten  Historische waarde  Vastleggen CO2

4

Bron: https://edepot.wur.nl/179511

5 hoofdfuncties  Aankleding en sierwaarde  Biodiversiteit  Milieukwaliteit  Klimaatbestendigheid  Gezondheid en welzijn

Eigenschappen per functie: inrichting, soortkeuze en beheer De inrichting, soortkeuze en het beheer (onderhoudsniveau) spelen een cruciale rol bij de functie van openbaar groen5.

Per hoofdfunctie worden hieronder de belangrijkste eigenschappen genoemd.

 Aankleding en sierwaarde Inrichting

Aandacht vorm en dynamiek (afwisseling). Gebied is toegankelijk voor bezoekers. Soortkeuze Aandacht voor kleur en geur. Plant geen bomen met stekels of giftige vruchten in verband met hoge gebruiksintensiteit. Beheer Intensief; specifieke snoei en vormsnoei, maaien, graskanten afsteken, onkruid wieden, knippen, scheren.

 Biodiversiteit6 Inrichting

Aandacht voor voldoende voedsel- en schuilgelegenheid. Bijvoorbeeld door middel van vogelbosjes met besdragende struiken, dichte hagen voor nestgelegenheid en hoge bomen. Soortkeuze Bomen of struiken met veel vruchten, drachtplanten zoals pollen- en nectarrijke bomen, struiken en vaste planten. Hoe meer variatie, hoe meer biodiversiteit.

5

Bron: https://www.groenkennisnet.nl/nl/groenkennisnet/dossier/dossier-functies-van-stedelijk-groen-enbeplantingskeuze.htm 6 Bron: https://edepot.wur.nl/154296

Beheer

Ten aanzien van bosplantsoen geldt dat regelmatig gedund wordt ten behoeve van de gelaagdheid. Ook kunnen dode bomen ecologisch beheerd worden. Verder zijn bomen zoveel mogelijk vrij uitgroeiend, behalve langs paden waar een minimale opkroonhoogte geldt. Ten aanzien van ruw grasland en bloemrijk grasland wordt extensief gemaaid (1x per jaar maaien en het maaisel wordt na een week afgevoerd zodat zaden achterblijven terwijl de bodem niet verrijkt) of er wordt sinusbeheer toegepast.

 Milieukwaliteit (Luchtkwaliteit door afvang fijnstof en CO2) 7 Inrichting

Houtige gewassen zoals bomen, leggen CO2 vast. Houd rekening met de windrichting en eindgrootte. Voorkom een ‘groene tunnel effect’. Soortkeuze Aandacht voor bomen met groot kroonvolume. Daarnaast planteigenschappen zoals beharing, kleverigheid, grote bladeren, wintergroene bomen zoals naaldbomen, en blad voorzien van een waslaag. Beheer Goede snoei en dunning om voor porositeit te zorgen zodat er enige luchtbeweging ontstaat. Hierdoor komt het blad in aanraking met de luchtverontreiniging.

 Klimaatbestendigheid (Verkoeling en waterafvang) 8 Inrichting

Het vergroten van de oppervlakte groen in de stad beperkt het hitte-eiland effect. Alle typen groen dragen hier aan bij, maar bomen hebben door hun omvang en volume het grootste effect. Een combinatie van kleinere groene elementen binnen een netwerk van groene straten en pleinen in combinatie met grotere groene elementen als parken en stadsbossen is waarschijnlijk de meest effectieve aanpak. Om parken en groene gebieden jaarrond en bij verschillende weersomstandigheden zo aantrekkelijk mogelijk te houden, is het goed om te zorgen voor variatie in de begroeiing en zeer dichte schaduwrijke delen af te wisselen met meer open maar wel groene delen. Soortkeuze Grote bomen met een brede en dichte kroon produceren de meeste schaduw en dragen daarom het meeste bij aan het verkoelend effect. Maar ook grote heesters, dak- en gevelgroen geven een verkoelend effect en nemen water op. Beheer Goede vochtvoorziening verhoogt het verkoelend vermogen door bomen. Hiervoor is bijvoorbeeld bewatering nodig in droge periodes. Verder moeten bomen gezond zijn en goed groeien.

7 8

https://edepot.wur.nl/22878 Bron: https://edepot.wur.nl/460543

 Gezondheid en welzijn Inrichting

Het gebied is goed toegankelijk voor bezoekers. Het is belangrijk dat wijkparkjes en grotere parken op een veilige en comfortabele manier snel bereikbaar zijn via een hecht netwerk van voet- en fietspaden en het openbaar vervoer. Voor wijkparkjes geldt dat kinderen er idealiter op een veilige manier alleen naar toe kunnen lopen en fietsen. Creëer een groene oase met zit-, lig- en wandelfaciliteiten in een rustige omgeving zonder verkeerslawaai of stadsdrukte. Een groene inrichting die zich richt op welzijn, bevat ook ontmoetingsfaciliteiten zoals bankjes, een picknickplek of een speeltuin. Stimuleer beweging door groen te combineren met wandelpaden of speeltoestellen. Denk ook aan klimbomen en boomstronken. Houd het eevoudig maar wel aantrekkelijk zodat groen stimuleert om erop uit te gaan. Let op (sociale) veiligheid dus geen dichte bosjes en zicht op verkeer. Zet groen op de achtergrond of juist niet, denk aan educatieve waarde of gezamenlijke verantwoordelijkheid (Buurtgroen). Soortkeuze Dit kan heel divers zijn. Fruitbomen en tamme kastanjes zijn goed toepasbaar in een plukbos, maar op een ligweide kunnen wespen en prikkende bolsters voor overlast zorgen. Plant geen bomen met stekels of giftige vruchten in verband met hoge gebruiksintensiteit. Beheer Gericht op veiligheid vanwege de hoge gebruiksdruk.

Stappenplan inventarisatie Om te kunnen beoordelen of de parken en plantsoenen voldoende toegankelijk zijn en goed functioneren wordt onderstaand stappenplan doorlopen.

1. Parken en openbare groengebieden in kaart brengen In GeoVisia9 kunnen alle parken en openbare groengebieden worden aangeduid. Dit zijn groenvlakken in eigendom van de gemeente. Ze hoeven niet toegankelijk te zijn.

2. Inventarisatie beoogde functie Wat is de beoogde functie van alle parken en openbare groengebieden in de gemeente Enkhuizen? Het is ook mogelijk dat er geen beoogde functie is aangegeven. Hoe verhouden de verschillende functies zich tot elkaar? Is de inrichting, het beheer en de soortkeuze dienend aan de functie van het park of zijn hier tegenstrijdigheden te bespeuren? Voor deze stap kunnen de 5 hoofdfuncties gebruikt worden:

9

Geo Visia is registratiesoftware waarmee de data van het gemeentelijk bomenbestand wordt bijgehouden. Gegevens kunnen zowel op kaart als in lijstoverzichten worden weergegeven, geanalyseerd en gefilterd.

 Aankleding en sierwaarde  Biodiversiteit  Milieukwaliteit  Klimaatbestendigheid  Gezondheid en welzijn

3. Onderzoek naar werkelijke functie Hoe worden de parken en openbare groengebieden in de praktijk gebruikt? Welke functie vervullen de gebieden? Is dat conform de beoogde functie?

4. Ambitie vastleggen Op welke functies wil de gemeente (meer) inzetten? Wellicht wordt gestreefd naar een evenredige verdeling tussen functies, of horen bepaalde functies meer bij bepaalde gebieden, gezien de afstand tot bebouwing of verbinding met andere gebieden bijvoorbeeld. In hoeverre is er ruimte voor functieverandering? Is herinrichting mogelijk en hoeveel areaal kan gezien de kosten op welk niveau beheerd worden?

5. Onderzoek wens van gebruikers Wanneer het huidige gebruik, de gemeentelijke ambitie en de ruimte voor omvorming bekend zijn, kunnen de omwonenden en gebruikers via een participatieproces betrokken worden. Hierbij kan de doelgroep per locatie verschillen en de mate van invloed beperkt tot vergaand zijn. De methode van participatie dient hierop te worden afgestemd, zie bijlage 14.

BIJLAGE 7 KROONBEDEKKING SPEELTERREINEN

GEMEENTE ENKHUIZEN

Gezond spelen In een natuurlijke omgeving zorgen de bomen voor schaduw en lagere oppervlaktetemperaturen en ook voor een lagere luchttemperatuur. Baby's, kinderen, ouderen en chronisch zieken zijn het meest kwetsbaar voor hitte. Grootouders die op een zomerse dag met hun kleinkinderen naar een speeltuin gaan, hebben daarom veel baat bij een beschermend bladerdak.

Ambities Gemeente Enkhuizen heeft de ambitie om haar speelterreinen te vergroenen met bomen voor een aangenaam en gezond speelklimaat. Het uitgangspunt is dat 50% van het oppervlak per speelterrein wordt bedekt door boomkronen, uitgezonderd trapveldjes.  

De groene norm voor openbare speelterreinen (uitgezonderd trapveldjes) is een kroonbedekking per speelterrein van 50%. Het streven is om binnen 5 jaar voldoende bomen op openbare speelterreinen te planten zodat de speellocaties over 25 jaar beschikken over een kroonbedekking van 50%. Bij aanleg dient minimaal 10% beschaduwd te zijn en binnen 25 jaar moet de norm van 50% gehaald zijn.

Huidige situatie De kroonbedekking van speelterreinen in het SED grondgebied is onderzocht. Hierbij zijn ook de schoolpleinen meegenomen10. In slechts 5 van de 254 speeltuinen wordt de 50% kroonbedekking gehaald. De resultaten zijn terug te vinden in GeoVisia11. Kroonbedekking > 50 % 25-50% 10-25% 0-10% Geen Eindtotaal

Stede Broec 1 13 15 23 31 83

Enkhuizen 3 19 19 20 25 86

Drechterland 1 13 25 22 24 85

Totaal 5 45 59 65 80 254

Tabel 1: Aantal speeltuinen per categorie kroonbedekking.

10 De schoolpleinen zijn in beheer van schoolbesturen. De norm die wordt nagestreefd geldt vooralsnog alleen voor de openbare speelterreinen. De gemeente kan wel een adviesrol hebben richting schoolbesturen. 11 Zie brongegevens in GeoVisia online: https://bomenwacht.dataquint.nl/, Gebruikersnaam omgevingsprogramma@sed.nl, Wachtwoord: sed2021

Conclusie De ambitie van 50% kroonbedekking wordt nu slechts bij 5 van de 254 speelterreinen behaald. Hierbij dient wel de kanttekening geplaatst te worden dat de bomen in de meeste gevallen nog niet volgroeid zijn.

Advies De verbetering kan ingezet worden door te beginnen met het onderzoeken van groeiplaatsmogelijkheden voor bomen op de 80 meest versteende speelterreinen.

Kroonoppervlak De boomkronen zijn bepaald op basis van stamdiameter. Hiervoor zijn boomgegevens gebruikt van 7.000 bomen die met behulp van TreeTracker12 zijn ingemeten. Dit geeft inzicht in de huidige situatie, waarbij nog geen rekening is gehouden met eventuele uitgroei van de bomen. Stamdiameterklasse < 20 cm 21-30 cm 31-50 cm 51-100 cm

Kroondiameter 4 meter 6 meter 10 meter 13 meter

Kroonoppervlak 13 m2 28 m2 79 m2 133 m2

Tabel 2: overzicht kroonoppervlaktes op basis van stamdiameterklassen

12

TreeTracker gebruikt mobile mapping data en Artificial Intelligence om bomen volledig automatisch in- en op te meten en levert nauwkeurige boominformatie. Meer informatie op www.treetracker.ai

Voorbeeldsituaties (uit GeoVisia)

Speelterrein zonder kroonbedekking (80/254)

Speelterrein met kroonbedekking 0 tot 10% (65/254)

Speelterrein met kroonbedekking 25 tot 50% (45/254)

Speelterrein met kroonbedekking 10 tot 25% (59/254)

Speelterrein met kroonbedekking meer dan 50% (5/254)

Tabel 3: Voorbeelden van kroonbedekking boven speelterreinen.

BIJLAGE 8 COMMUNICATIEPLAN

GEMEENTE ENKHUIZEN

Communicatieplan In dit document worden richtlijnen gegeven voor communicatie over bomen en boombeheer in de gemeente Enkhuizen. Er wordt verwezen naar diverse documenten die in het verleden zijn opgesteld, maar die voor de uitwerking van het omgevingsprogramma Bomen zijn aangevuld. Deze documenten zijn als sub-bijlage opgenomen (8.a).

Centrale boodschap over bomen 1. Visie De communicatie over bomen en boombeheer heeft een positieve inslag. De visie op bomen van de SED organisatie is hierbij het uitgangspunt: Een prettige, veilige, groene leefomgeving met een duurzaam bomenbestand. In de communicatie over activiteiten en werkzaamheden met betrekking tot bomen, wordt de visie als uitgangspunt gebruikt. 2. Esthetiek De waardering van de woonomgeving is grotendeels te danken aan bomen. Bomen zijn mooi, maar vanzelfsprekend. Het valt pas op als ze er niet meer zijn. In de communicatie wordt daarom de esthetiek van bomen benadrukt. De mooie uitstraling van de woonomgeving is te danken aan bomen. 3. Onderwerpen en middelen Om de visie op bomen en de esthetiek van bomen weer te geven, volgen hieronder enkele onderwerpen waarover gecommuniceerd kan worden en manieren waarop. Onderwerpen Groen en gezondheid: Groene inpassing bedrijfsgebouwen, spelen in het groen, bewegen in het groen. Groen en leefbaarheid: Groen decor voor activiteiten, samen werken aan groen (buurtgroen). Waardevolle bomen

Herinrichtingsprojecten

Groen wonen De waarde van bomen

Middelen Kaart van speelterreinen en bedrijfsterreinen met bomen. Levensgrote schilderijlijst om te benadrukken hoe mooi de omgeving is. Buurtgroenprojecten. Waardevolle bomen-route, bijvoorbeeld met verhalen over cultuurhistorisch waardevolle bomen. De favoriete boom van inwoners in beeld brengen met toelichting. Op ontwerptekening verschillende boomgroottes laten zien, daarbij de ecosysteemdiensten van bomen vermelden. Dronebeelden van gemeente Enkhuizen over de boomtoppen. Koppel de waarde van bomen aan bestaande situaties in de gemeente. De verschillende waarden zijn te vinden in bijlage 13 ‘De waarde van bomen’.

Interne communicatie over projecten met bomen In bijlage 8.a is de communicatiematrix voor bomenbeheer te vinden. Hierin worden alle communicatieactiviteiten genoemd met betrekking tot cyclisch onderhoud. Ten aanzien van projecten waarbij bomen betrokken zijn, is het van belang dat de boombeheerder vroegtijdig (vanaf de initiatieffase) is betrokken. Het behoud van aanwezige bomen en het opleveren van kwalitatief goede bomen die hun ambitieleeftijd kunnen halen zonder beheerproblemen te geven, is het belang van de boombeheerder. Gemeentelijke bomen worden na inboet en nazorgperiode definitief opgeleverd en aan bomenbeheer overgedragen. Goede communicatie met de boombeheerder en ondersteuning door de boombeheerder is daarom een waardevolle investering in het toekomstige bomenbestand.

Stroomlijn Met behulp van de gemeentelijke applicatie ‘Stroomlijn’ moet het mogelijk worden om bij projecten aan te geven of er sprake is van: □ Bestaande bomen in het projectgebied; □ Nieuwe bomen die bij oplevering van het project worden overgedragen aan bomenbeheer. De gemeentelijk boombeheerder kan op basis van een melding uit Stroomlijn vroegtijdig een signaal krijgen dat er een project start waarbij bomen betrokken zijn, en hierbij aansluiten. Doordat hij vroegtijdig betrokken is, kan de boombeheerder ondersteunen bij de ontwerp en inrichting met bomen en werken rond bomen: □ Voor bestaande bomen: o Nulmeting en Bomen Effect Analyse o Eventueel kapvergunningsplicht conform APV, herplant- en compensatieplicht. o Bescherming van bomen tijdens werkzaamheden. □ Voor nieuwe bomen, advies ten aanzien van: o Boomnorm o Beleidsstatus o Soortkeuze o Ambitieleeftijd o Groeiplaatsinrichting □ Na aanplant o Inboet (eventueel herplant) o Nazorg tot 3 jaar na aanplant.

Externe communicatie over projecten met bomen Ongeacht een project door de gemeente of door een externe partij wordt uitgevoerd; er is externe communicatie nodig. Bij het Startoverleg van ruimtelijke projecten waarbij bomen betrokken zijn, zijn de boombeheerder en de gemeentelijk communicatieadviseur aanwezig.  De boombeheerder heeft een adviesrol t.b.v. goed ontwerp met bomen en werken rond bomen.  De communicatieadviseur bepaalt op welke momenten er gecommuniceerd wordt over het project. Hiervoor kan de indeling van de communicatiematrix (zie bijlage 8.a (niet bijgevoegd)) worden gebruikt:

Korte beschrijving van de activiteit Afzender

Wat

Hoe Wie

Effect

Feedback

Planning

Verantwoordelijke Aandachtspunten

Wie is de afzender? Een persoon of organisatie? De gemeente, de aannemer of een wijkplatform bijvoorbeeld? Denk na over het imago van de afzender bij de doelgroep. Pas de afzender eventueel aan op het publiek. Wat is je boodschap? Dit is de titel van je bericht. Die moet immers direct duidelijk zijn voor de ontvanger. Hoe ziet de boodschap eruit? Is het een tekst of afbeelding, lang of kort, is ergens achtergrondinformatie te vinden? Denk ook aan de opmaak. Het medium: Hoe en waarmee verspreid je de boodschap? Online, offline, tekst en/of afbeelding, audio of video? Wie zijn deelnemers aan een overleg of ontvangers van de boodschap? Wie is je doelgroep? Denk aan leeftijd, interesses, waar je hen vindt, vragen die bij de doelgroep spelen waar je op kunt inhaken. Stem je boodschap, de uitstraling ervan, het medium en de afzender af op de doelgroep. Een jongere leest bijvoorbeeld minder vaak de weekkrant dan iemand van middelbare leeftijd. Als je niet weet hoe je de doelgroep kunt bereiken, dan kun je een persona maken om je doelgroep te leren kennen en te bedenken hoe je hem het best kunt bereiken. Wat is het beoogde effect? Oftewel je doel: Wat wil je met de communicatieactiviteit bereiken? Stel jezelf de vraag: Wanneer is de communicatie geslaagd? Gedragsverandering | Informeren | Klachten voorkomen | Duidelijkheid scheppen | Activeren | Enthousiasmeren | enzovoort.

Ontvangen: Heb je feedback gehad van de doelgroep? Zijn er lessen te leren van ervaringen uit het verleden? Verwacht: Wat zijn je verwachtingen ten aanzien van (gewenste of ongewenste) reacties en kun je hier alvast op inspelen? a. Hoe ver van tevoren wil je de doelgroep bereiken? Dit is uitgedrukt in het aantal weken of dagen voordat de activiteit plaatsvindt. b. Wat is de voorbereidingstijd voor publicatie? Houd rekening met redactie, vormgeving, workflow, drukproces, productie, verspreiding. Wie is eindverantwoordelijke en regelt daadwerkelijk de communicatie? Waar moet specifiek op gelet worden? Denk aan taalniveau, aanspreekvorm (je/jij of u), de juiste verwijzingen naar achtergrondinformatie (werken alle linkjes bijvoorbeeld nog) of het herhalen van eerdere boodschappen om die kracht bij te zetten.

Bomenpagina Communicatie over bomen en bomenbeheer kan via online en offline media. Van social media tot persberichten. Van het beantwoorden van vragen in het veld tot het beantwoorden van klachten en meldingen. Welk medium ook wordt gebruikt, het is prettig om te kunnen verwijzen naar een centrale plek met meer informatie.

Dit wordt een pagina op de gemeentelijk website. Hier is bijvoorbeeld informatie te vinden over: □ De waarde van bomen o Positief nieuws over de esthetische waarde van bomen  Waardevolle bomen  Groen en gezondheid  Bomen door de seizoenen heen □ Wat doet de gemeente aan een gezond, duurzaam, veilig bomenbestand? o Beleid over bomen: boomnorm, kroonbedekking speelterreinen, ecologisch beheer groengebieden. o Boominspectie o Onderhoud: snoeien, kappen en planten o Zorgvuldige begeleiding bij ruimtelijke projecten met bomen. □ Wat kunt u zelf doen? o Eigen tuin vergroenen o Buurtgroen beheren o Bedrijventerrein vergroenen □ Gemeentelijke projecten met bomen o Inventarisatie gebruik parken en openbare groengebieden o Vergroening speelterreinen o Herinrichting met bomen o Inrichting nieuwbouwlocaties met bomen □ Overlast o Wat valt onder overlast, welke eigenschappen van bomen moet men accepteren). o Link naar klantcontactcentrum / fixi systeem om klacht of melding door te geven. □ Seizoensgebonden nieuws o In het voorjaar: inspectie, snoei en aanplant. o Vroege zomer: bestrijding eikenprocessierups o In de zomer: water geven. o Herfst: blad- en vruchtval, stormschade. o Winter: aanplant en snoei □ Veel gestelde vragen, contact (vraag stellen)

Publiek toegankelijke projectinformatie Een wens van de gemeente is om voor inwoners inzichtelijk te maken welke projecten in de gemeente worden uitgevoerd. Denk aan de website van de ANWB13 waar wegwerkzaamheden op een rij staan.

13

https://www.anwb.nl/verkeer/wegwerkzaamheden

Of er mogelijkheden zijn om informatie vanuit Stroomlijn publiek toegankelijk te maken, dient te worden uitgewerkt. De wensen ten aanzien van het weergeven van projecten in een publiek toegankelijke applicatie zijn: □ Projecten binnen de SED organisatie zijn zichtbaar op kaart. □ Filter op datum (ook toekomstige projecten zijn zichtbaar zodra ze goedgekeurd zijn). □ Afgesloten wegen/parkeerplaatsen zichtbaar. □ Per project nadere informatie: o Korte beschrijving project (titel). o Opsomming werkzaamheden, eventueel te verwachten overlast. Indien beschikbaar een ontwerptekening. o Wie voert uit. o Doorlooptijd. o Indien aanwezig, bewonersbrief toevoegen. o Contactinformatie voor vragen/opmerkingen.

Richtlijnen voor externe communicatie De gemeentelijk communicatieadviseur bewaakt de externe communicatie waarbij gelet wordt op:  De leesbaarheid van berichten. Hierbij kan gedacht worden aan taalgebruik en het voorkomen van jargon.  Als een probleem gecommuniceerd wordt, moet het algemeen belang en het persoonlijk belang van een oplossing duidelijk vermeld worden. Ook het handelingsperspectief om zelf onderdeel te kunnen zijn van de oplossing kan hierin worden beschreven.  Het inzetten van diverse media (online, offline, persoonlijk).  De frequentie van berichten over bomen.

BIJLAGE 9 KANSLOCATIES OM HITTESTRESS TE VERMINDEREN MET BOMEN GEMEENTE ENKHUIZEN

Hitte en gezondheid Risicovolle objecten Hitte heeft effect op de gezondheid van mens en dier. Door hitte zijn ouderen kwetsbaar voor uitdroging. Ook kinderen vormen een risicogroep als het gaat om hittestress. Vooral in gebouwen met slechte isolatie, platte daken en gebouwen zonder airconditioning of ventilatie kan hittestress optreden.

Afbeelding 1: legenda risicovolle gebouwen.

Op de hitte-kaart op www.hhnk.klimaatatlas.net kunnen risicovolle objecten getoond worden. Dit zijn gebouwen met bijvoorbeeld een: - Bijeenkomstfunctie - Gezondheidszorgfunctie - Industriefunctie - Kantoorfunctie - Onderwijsfunctie - Sportfunctie - Winkelfunctie - Woonfunctie

Hittestresskaart https://hhnk.klimaatatlas.net/ toont online klimaatkaarten van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier waaronder die van de gemeente Enkhuizen. Op de hitte-kaart is als één van de kaartlagen de hittestress weergegeven. Deze geeft aan waar hittestress kan optreden tijdens zomerse dagen. De legenda is ingedeeld van rood; gebieden die zeer gevoelig zijn voor hittestress, tot blauw; gebieden die nauwelijks gevoelig zijn voor hittestress. Afbeelding 2: legenda hittestresskaart.

Bomen Uit onderzoek14 blijkt dat 7% toename van de kroonbedekking in een woonwijk zorgt voor een temperatuurdaling van 1°C.

Afbeelding 3: boomhoogteklassen.

In gebieden waar zich risicovolle objecten bevinden, en waar het aanzienlijk warmer kan worden, staan vrijwel altijd weinig bomen. Deze locaties kunnen als kanslocaties worden geselecteerd om een inrichtingsplan met bomen te maken.

Stappenplan aanwijzen kanslocaties voor het verminderen van hittestress    

Allereerst moet worden afgewogen welke doelgroepen, functies en objecten prioriteit hebben. Voor het aanwijzen van kanslocaties kan allereerst gekeken worden naar de gebieden met risicovolle objecten die aanzienlijk warmer zijn. Als kanslocatie komen gebieden in aanmerking waar momenteel geen of weinig bomen aanwezig zijn. Hier kan een groeiplaatsonderzoek uitwijzen of er ruimte is voor bomen.

Uitwerking voorbeeld Op de volgende pagina’s is een voorbeeld uitgewerkt.

14

Uit: De baten van bomen, resultaten van i-tree eco on Nederland

https://vng.nl/files/vng/de_baten_van_bomen_resultaten_van_i-tree_eco_in_nederland.pdf

Voorbeeld Enkhuizen

1. Onderzoeksgebied met gezondheidszorgfunctie (locatie Overvest van Stichting Omring).

2. Hittestress in beeld.

2

1

3. Bomen in beeld.

4. Satellietfoto met 2 locaties streetviewfoto’s.

4. Streetview 1 (Vanaf Kastanjelaan richting Overvest).

4. Streetview 2 (Vanaf Lijsterbesstraat richting Overvest).

BIJLAGE 10 BELEIDSKADER ECOLOGISCH BEHEER BOSPLANTSOEN

GEMEENTE ENKHUIZEN

Biodiversiteit Zoals in bijlage 6 beschreven, is één van de functies van openbaar groen biodiversiteit. Voor de inrichting, soortkeuze en het beheer betekent dat het volgende: Inrichting: Aandacht voor voldoende voedsel- en schuilgelegenheid. Bijvoorbeeld door middel van vogelbosjes met besdragende struiken, dichte hagen voor nestgelegenheid en hoge bomen. Soortkeuze: Bomen of struiken met veel vruchten, drachtplanten zoals pollen- en nectarrijke bomen, struiken en vaste planten. Hoe meer variatie, hoe meer biodiversiteit. Beheer: Ten aanzien van bosplantsoen geldt dat regelmatig gedund wordt ten behoeve van de gelaagdheid. Ook kunnen dode bomen ecologisch beheerd worden. Verder zijn bomen zoveel mogelijk vrij uitgroeiend, behalve langs paden waar een minimale opkroonhoogte geldt. Ten aanzien van ruw grasland en bloemrijk grasland wordt extensief gemaaid (1x per jaar maaien en het maaisel wordt na een week afgevoerd zodat zaden achterblijven terwijl de bodem niet verrijkt) of er wordt sinusbeheer toegepast.

Beheerparagraaf Voor de gemeente Enkhuizen is een beheerparagraaf opgesteld door Cyber, zie rapportage in bijlage 10.a. Voor de gemeente Enkhuizen is deze beheerparagraaf uitgewerkt in concrete beheermaatregelen voor de vestingwallen, de Weeshuispolder, de bolwerken Gommerwijk West, het buurtbos in Kadijken en de groenstrook langs de Haling en de grasstroken langs de Tocht en Zuiderdijk (provinciale weg), zie bijlage 10.b. Voor de gemeente Enkhuizen is dit ook wenselijk zodat de biodiversiteit een impuls kan krijgen.

Uitwerking beheermaatregelen In de uitwerking van beheerparagraaf naar beheermaatregelen, zijn de volgende zaken van belang ten aanzien van bomen: Uitgangspunten - Versterken diversiteit in sortiment en leeftijdsopbouw van de bomen. - Bescherming van individueel waardevolle bomen. - Dode bomen behouden uit oogpunt van biodiversiteit.

Uitvoering - Inspectie bosplantsoen waarbij gekeken wordt naar veiligheid en onderhoudsbehoefte van bomen binnen valbereik van wegen en paden. - Inventarisatie en vastleggen individueel waardevolle bomen. - Dunnen bosplantsoen. - Bomen omtrekken uit oogpunt van biodiversiteit. - Invasieve soorten verwijderen. - Aanplant ecologisch waardevolle inheemse boomsoorten. - Ecologisch beheer dode bomen.

BIJLAGE 11 KIEZEN VOOR DE JUISTE BOOMSOORT

GEMEENTE ENKHUIZEN

Gebiedsspecifieke eigenschappen Er zijn verschillende lijsten als basis te gebruiken voor aanplant met bomen in de gemeente Enkhuizen. Uiteraard kunnen de reeds aanwezige boomsoorten worden geplant, mits het soorten betreft die goed gedijen. Ook kunnen boomkwekers adviseren om voor een bepaalde boomsoort te kiezen op basis van wenselijke kenmerken zoals het verhogen van de biodiversiteit. Ook is het van belang om rekening te houden met bodemtype, grondwaterstand en standplaats. En de vraag moet worden gesteld of de boom daarnaast bestand moet zijn tegen verharding, droogte, strooizout en andere lokale invloeden. In bijlage 11.a is een soortenlijst opgenomen die gebaseerd is op de Soortentabel Groen in de stad (zie https://edepot.wur.nl/460540). Hierin is de boomgrootteklasse en eindhoogte aangegeven. Ook is gekeken welke bomen reeds worden toegepast in gemeente Enkhuizen. In de Soortentabel Groen in de stad zijn de bomen bovendien beoordeeld op hun bijdrage aan ecosysteemdiensten zoals beperken opwarming, verdraagt zeer natte of droge perioden, vangt fijnstof weg en legt CO2 vast. Gelet op doelstellingen voor het leefklimaat kan aan de hand van deze waardering de juiste boomsoort worden gekozen.

Ecologische waarde Belangrijk voor de ecologische waarde van bomen is dat ze aantrekkelijk zijn voor insecten, vogels en vleermuizen, dat er verschillende soorten geplant worden, dat er diversiteit in leeftijdsopbouw is en dat er een onderbeplanting aanwezig is. Een zeer belangrijk wapen tegen klimaatverandering en biodiversiteitsverlies is een gezonde bodem. Blad laten liggen en behoud van de bij een boom behorende kringloop is van groot belang voor een gezonde bodem. De keuze voor een inheemse boomsoort betekent voor biodiversiteit de betere keuze; hoe meer variatie, hoe meer biodiversiteit. Maar ook binnen alle inheemse soorten zit een groot verschil in de natuurwaarde. Men kan bij de sortimentskeuze beter de locatie als uitgangspunt gebruiken in plaats van de boomsoort. Onderstaande stappen kunnen genomen worden. 1. Kijk naar de natuurlijke situatie op locatie. 2. Zet de juiste soort op de juiste locatie. 3. Kies bewust voor aanbrengen of indien mogelijk voor spontane ontwikkeling. In de uitgave Biodiversiteit in tuin en plantsoen (zie https://edepot.wur.nl/154296), zijn boomsoorten, heesters, vaste planten, water- en oeverplanten beoordeeld op hun bijdrage aan de biodiversiteit. Hiervan kan voor de soortkeuze ook gebruik gemaakt worden.

Lijst van kenmerken waarmee rekening gehouden moet worden voor het uitzoeken van bomen per locatie: 

Alle bomen: o Mogen niet giftig zijn voor omgeving. o Vruchtdragende bomen alleen in overleg met de groenbeheerder. o Doornen alleen in overleg met de groenbeheerder. o Moeten zo min mogelijk ziektegevoelig zijn. o Moeten zo min mogelijk tot geen wortelopslag hebben. o Moeten goed op de bodemsoort van gemeente Enkhuizen kunnen groeien. Bomen buiten bebouwde kom: o Zijn voornamelijk inheemse boomsoorten. o Zijn soorten die een positieve bijdrage leveren aan klimaat, ecologie en biodiversiteit. o Kunnen bestaan uit knotbomen. Bomen binnen de bebouwde kom: o Straten mogen uit dezelfde boomsoort bestaan voor een rustig beeld. Binnen een wijk moet wel diversiteit van soorten nagestreefd worden. o Bomen kunnen in centrumgebieden ook als vormboom beheerd worden, mits voldoende gemotiveerd is waarom dit type boom gekozen wordt. Een reden kan zijn:  Het voorkomen van inkijk.  Op de locatie is weinig ruimte voor een boom en alleen een vormboom kan aangeplant worden. Bomen in hoofdstructuren: o Zijn hoofdzakelijk van de 1 e grootte. o Mogen uit een mix van verschillende soorten bestaan, waarbij concurrentiewerking voorkomen moet worden. o Vormen in samenhang één geheel. Bomen bij speelterreinen: o Mogen niet giftig zijn. o Vruchtdragende bomen alleen in overleg met de groenbeheerder. o Mogen geen doornen bevatten.

Bomen bij parkeerplaatsen: o Mogen geen harde vruchten bevatten om schade aan auto’s te voorkomen. o Zijn zo min mogelijk gevoelig voor luis om luizenplak te voorkomen. o Mogen geen doornen bevatten.

‘Verboden’ boomsoorten Aanplant van invasieve exoten is niet toegestaan. Deze zijn vermeld op de Unielijst invasieve exoten van de NVWA15.

15

https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten

BIJLAGE 12 BEHEERRICHTLIJN IN RELATIE TOT BELEIDSSTATUS

GEMEENTE ENKHUIZEN

Beheermaatregelen gemeentelijke bomen op basis van beleidsstatus Als een gemeentelijke boom een toekomstverwachting heeft van minder dan 5 jaar, dan wordt op basis van de beslisboom op de pagina 6 afgewogen of geïnvesteerd wordt in boomsparende maatregelen, ecologisch beheer of dat deze vervangen moet worden 16. Op basis van de beleidsstatus wordt een afweging gemaakt en verschilt bovendien de investeringsbereidheid. De verschillende beleidsstatussen zijn beschreven in bijlage 15 van het Omgevingsprogramma. Bedragen boven € 10.000,- moeten door het College van burgemeester en wethouders worden goedgekeurd.

Investeringsbereidheid

Boomwaarde

Als bij een boom maatregelen nodig zijn moet worden bepaald of de kosten voor de maatregelen opwegen tegen de resultaten van de maatregel. Dit is de investeringsbereidheid. Mogelijke maatregelen zijn groeiplaatsverbetering, snoei waarbij de habitus intact blijft of het plaatsen van boomankers. De resultaten van de maatregelen worden onderverdeeld in 3 categorieën. Wanneer de verwachting is dat een boom na de maatregel in waarde toeneemt spreekt men over waardevermeerdering. Wanneer de verwachting is dat een boom na de maatregel de huidige waarde vasthoudt is sprake van levensduurverlenging. Bij aftakeling is de verwachting dat de boom na de maatregel in waarde afneemt.

waardevermeerdering

levensduurverlenging

Aftakeling

Boomleeftijd

16

Deze beslisboom kan tevens als afwegingskader gebruikt worden bij het beoordelen van kapvergunningsaanvragen voor waardevolle particuliere bomen. De gemeente biedt aan de waardevolle boom periodiek te inspecteren, maar de eigenaar is verantwoordelijk voor het (laten) uitvoeren van de daaruit voortvloeiende onderhoudsmaatregelen en de kosten.

Pagina 1 van 6

Kosten van de maatregel De kosten van de maatregel worden bepaald door een externe boomtechnisch adviseur. De adviseur voert het onderzoek uit en op basis daarvan wordt bepaald welke maatregel uitgevoerd moet worden. De adviseur geeft aan wat de kosten hiervoor zijn en met hoeveel jaar de levensduur kan worden verlengd. De kosten voor het onderzoek zijn geen onderdeel van de investeringsbereidheid. Beleidsstatus De bereidheid om te investeren in een maatregel hangt sterk af van de beleidsstatus. Voor functionele en overige bomen wordt de ambitieleeftijd maximaal op 40 jaar gesteld. Maatregelen voor het behoud van de boom blijven bij functionele en overige bomen daarom beperkt tot reguliere en ingrijpende snoei, er worden geen extra investeringen gedaan. Bij (potentieel) waardevolle bomen en structuurbomen is de ambitieleeftijd ten minste 60 jaar. Bij deze bomen worden extra investeringen gedaan om de bomen langer te kunnen behouden. Boomwaarde Naast de beleidsstatus is de waarde van de boom bepalend voor de investeringsbereidheid. De waarde wordt vastgesteld volgens de officiële NVTB-methode. De boomwaarde-indextabel opgesteld door het Norminstituut Bomen geeft een indicatie van de waarde. De boomwaarde-indextabel geeft voor iedere beleidsstatus per leeftijd de boomwaarde. Investeringsbereidheid De investeringsbereidheid is een percentage van de boomwaarde.

Het geldende percentage is gestaffeld en afhankelijk van het aantal jaar dat de levensduur van een boom wordt verlengd. De staffel hanteert de jaren die gangbaar zijn voor het Handboek Bomen.  Wanneer de verwachte leeftijd met minder dan 5 jaar wordt verlengd, wordt geen investering gedaan en wordt de maatregel niet uitgevoerd.  Als het resultaat 5 tot 15 jaar verlenging is, is de investeringsbereidheid 12,5% van de boomwaarde.  Bij een potentiële levensduurverlenging van meer dan 15 jaar is de investeringsbereidheid 25% van de boomwaarde. Levensduurverlenging Tot 5 jaar 5 - 15 jaar > 15 jaar 12,5% 25% Investeringsbereidheid 0% Afbeelding 1: Investeringsbereidheid als percentage van de boomwaarde per categorie levensduurverlenging.

Pagina 2 van 6

Afbeelding 2: Overzicht boomwaarde-indextabel (Bron: Handboek Bomen 2018).

Voorbeeld Een waardevolle boom van 60 jaar oud. Levensduurverlenging door de maatregel is 10 jaar. Investeringsbereidheid = 12,5% van € 26.000,- = € 3.250,-

Pagina 3 van 6

Ecologisch beheerde bomen Ook is de beslisboom opgenomen voor ecologisch beheerde bomen. Dood hout vormt een sleutelrol in de natuur17. Te denken valt aan afgestorven bomen met afbladderende bast, stammen als een gatenkaas, vermolmde resten vol zwammen. 10% van alle soorten die op land leven, is ervan afhankelijk. In een bos is dit zelfs 40%. Dood hout staat daarom garant voor een explosie van leven. Waar dit verantwoord kan, laat gemeente Enkhuizen afgestorven bomen daarom staan op stam, of liggen. Aan de hand van de beslisboom kan worden nagegaan in welke situaties ecologisch beheer toegepast kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10619930/1