CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke Onderbouwing Bouwen noodopvang Enkhuizen 12-11-2024

gemeenteraad 26 mei 2025, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen legalisatie woningen en een MFC Immerhornpolder24.548 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5/15

Beschermde en milieugevoelige gebieden Het projectgebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving en ligt op circa 20 kilometer afstand, zie Figuur 2-3. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden, zie Figuur 2-4 en Figuur 2-5. Ook maakt het plangebied geen onderdeel uit van NNN-gebied, zie Figuur 2-6.

Figuur 2-3: Ligging projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000 (bron: Vonk Ecologie).

Figuur 2-4: Ligging projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Atlas Leefomgeving).

6/15

Figuur 2-5: Ligging projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van stiltegebieden (bron: Atlas Leefomgeving).

Figuur 2-6: Ligging van het projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van NNN-gebieden (bron: Provincie Noord-Holland).

2.2

Kenmerken van het project

Huidige situatie en beoogde ontwikkeling In de huidige situatie is het projectgebied in gebruik als voetbalveld voor s.v. Enkhuizen. Mocht de beoogde ontwikkeling niet plaatsvinden, dan zijn er geen alternatieve plannen voor deze locatie. In het projectgebied komen 39 woningen te staan. Het betreffen super-flexwoningen (Chalets Europarcs). In totaal kunnen 156 mensen worden gehuisvest. In de eerste twee jaar zullen de woningen ter beschikking worden gesteld ten behoeve van

7/15

de huisvesting van ontheemde Oekraïners. Daarna worden de woningen ten behoeve van sociale huur aangeboden aan woningbehoeftingen in verband met de wooncrisis. Op het terrein zal ook een multifunctioneelcentrum worden gerealiseerd. In het multifunctioneelcentrum wordt ruimte gecreëerd voor o.a. opslag, wasserette, ontvangstruimte, kantoor, dokter en recreëren. Figuur 2-7 toont de situatietekening van de gewenste situatie.

Figuur 2-7: Situatietekening gewenste situatie.

Het project voorziet in verschillende chalets variërend van 2 tot 6 personen. Omdat de chalets buitendijks worden gerealiseerd zullen worden gefundeerd op betonplaten. Het terrein wordt verhoogd tot ongeveer 30 cm boven de huidige hoogte, waardoor de chalets 50 cm boven het huidige maaiveld komen te liggen. Het gebied krijgt een groene inrichting met daarin ruimte voor recreatie. Verder wordt aan de noordzijde van het projectgebied een speciale opstelplaats voor de brandweer gerealiseerd. In de noordwesthoek wordt een trafo geplaatst op vier heipalen. De trafo zal tevens worden aangesloten op de voorzieningen van Europarcs. Ontsluiting en parkeren De woningen worden ontsloten via twee tijdelijke ontsluitingen op de Immerhorn met behulp van de aanleg van twee dammen in de bestaande waterloop. Voor het project zijn de volgende parkeernormen gehanteerd: ● Opvang Oekraïners: 0.6 parkeerplaats per woning ● Beheerdersonderkomen: 5 parkeerplaatsen ● Flexwoningen (na doorontwikkeling naar sociale huur): 1.6 parkeerplaats per woning Momenteel zijn er 51 parkeerplaatsen voor de chalets en 5 voor het beheergebouw, in totaal 56. Na de doorontwikkeling zijn er 63 parkeerplaatsen nodig. Het verschil van 7 parkeerplaatsen wordt gerealiseerd bij het MFC-gebouw. In paragraaf 3.1 wordt verder ingegaan op het onderwerp verkeer.

8/15

2.3

Cumulatie

In de directe omgeving zijn geen redelijkerwijze te verwachten toekomstige ontwikkelingen waarmee cumulatie wordt veroorzaakt.

9/15

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van het beoogde plan beschreven. De milieueffecten van de beoogde situatie worden vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. In deze m.e.r.-beoordeling wordt gebruik gemaakt van de uitgevoerde onderzoeken.

3.1

Verkeer en parkeren

In de bestaande situatie is het projectgebied niet in gebruik. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 39 woningen voor het opvangen van in totaal 156 vluchtelingen. Daarnaast wordt een multifunctioneelcentrum gerealiseerd. Om de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid te bepalen is een verkeersonderzoek1 uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de hoogste verkeerstoename plaatsvindt op de Immerhornweg. Op deze weg zorgt de beoogde ontwikkeling voor een verkeerstoename van 149 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. De Immerhornweg is ingericht als een erftoegangsweg-type 1 binnen de bebouwde kom. Op basis van Duurzaam Veilig wordt voor een erftoegangsweg-type 1 aangehouden dat een verkeersomvang van 4.000 à 6.000 mvt/etmaal zonder problemen vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Ten opzichte van de capaciteit van de Immerhornweg is de beoogde verkeerstoename dermate laag dat de invloed op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid verwaarloosbaar is. Daarnaast is er voldoende ruimte op eigen terrein om in de parkeerbehoefte te voorzien. Significant negatieve effecten op het gebied van verkeer en parkeren kunnen worden uitgesloten.

3.2

Geluid

In deze paragraaf wordt ingegaan op wegverkeerslawaai en geluid door activiteiten. Wegverkeerslawaai De locatie waar de flexwoningen geplaatst zullen worden ligt aan de Immerhornweg. Op deze weg geldt een maximum rijsnelheid van 30 km/uur. De Immerhornweg is een rustige weg bestemd voor bestemmingsverkeer richting het sportpark en het recreatieterrein. Tevens is het een doodlopende weg. Gelet op de ligging aan de Immerhornweg is het aannemelijk dat de geluidbelasting op de flexwoningen vanwege het verkeer op de Immerhornweg zodanig laag is dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten westen van de projectlocatie ligt op circa 150 meter afstand de Oosterdijk. Dit is een rustige landelijke gelegen weg waar een maximumrijsnelheid van 60 km/uur geldt. De projectlocatie en de Oosterdijk wordt gescheiden door een dijk van circa 3 meter hoog. Het is daarom aannemelijk dat de geluidbelasting van deze weg gezien de locatie en de tussenliggende dijk voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er zal derhalve sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Significant negatieve effecten kunnen uitgesloten worden. Geluid door activiteiten Activiteiten in de omgeving De flexwoningen worden gerealiseerd op een sportveld van Sportvereniging Enkhuizen. Voor een veldsportcomplex geldt een richtafstand van 50 meter. Er kan niet worden voldaan aan deze richtafstand.

De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op het noordelijke gedeelte van het sportpark. Ten westen van de ontwikkeling ligt een voetbalveld zonder wedstrijdbelijning en verlichting. Dit veld zal om deze redenen minder vaak worden gebruikt dan de andere velden. Er hangen hier tevens geen muziekinstallaties. Stemgeluid is de enige bron van geluid. Door de afstand van het veld tot de flexwoningen en het relatief geringe gebruik van dit veld ten opzichte van de andere velden, is het voldoende aannemelijk dat er geen onaanvaardbare geluidhinder zal optreden. 1 Rho Adviseurs, Verkeersontsluiting Noodopvang Enkhuizen (24-08-2023), kenmerk: 20230886.002/105498/

10/15

Alle andere sportvelden en sportkantine liggen ruim 40 meter ten zuiden van de ontwikkeling. Het projectgebied en de zuidelijke sportvelden en kantine worden gescheiden door een dubbele bomenrij. Gezien de dubbele bomenrij tussen het projectgebied en de sportvelden en de afstand van ruim 40 meter, is het voldoende aannemelijk dat er geen onaanvaardbare geluidhinder zal optreden. Daarnaast wordt de sportvereniging niet beperkt in haar bedrijfsvoering. Ten noorden van de projectontwikkeling ligt een kampeerterrein en vakantiepark. Daarvoor geldt een richtafstand van 50 meter. Omdat de omgeving gezien de aanwezige functiemenging kan worden getypeerd als gemengd gebied kan de richtafstand worden verkleind naar 30 meter. Aan deze richtafstand wordt voldaan. De afstand tussen de buitenste rij chalets en die van Europarcs bedraagt 40 meter. De geluidproducerende functies van het vakantiepark liggen daarentegen ruim verder dan 50 meter. De ontwikkeling zorg er niet voor dat het vakantiepark in haar bedrijfsvoering wordt belemmerd en ter hoogte van de tijdelijke woningen kan er voldaan worden aan de richtafstanden, waardoor er geen hinder (en risico) van functies in de omgeving wordt verwacht. Significant negatieve effecten worden uitgesloten. Warmtepompen/airco’s De flexwoningen krijgen een warmtepomp/airco.

Warmtepompen, en dan met name lucht-/water warmtepompen, kunnen geluid produceren. In het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan buiten opgestelde installaties voor warmte- of koudeopwekking (dus ook airco's). Op de perceelsgrens mag het geluidniveau niet meer bedragen dan 40 dB(A). De flexwoningen staan op minimaal 5 meter afstand van elkaar. Volgens de norm uit het Bouwbesluit mag het geluidsniveau op de perceelsgrens niet meer bedragen dan 40 dB(A). Deze norm waarborgt een aanvaardbare geluidbelasting op de gevel en een goed akoestisch binnenniveau. In de uitvoering (vergunningverlening) wordt rekening worden gehouden met de opstelling van warmtepompen. Significant negatieve effecten kunnen uitgesloten worden. Trafostation Ten noordwesten van de flexwoningen zal een trafostation worden geplaatst. Deze zal op minimaal 20 meter tot de dichtstbijzijnde flexwoning worden gerealiseerd. Het trafostation maakt geen waarneembaar geluid. Significant negatieve effecten worden uitgesloten.

3.3

Bodem

Voor het plan is verkennend bodemonderzoek2 uitgevoerd. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten van nikkel, kobalt en molybdeen aangetoond. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters gevonden. Het grondwater vertoont een licht verhoogde concentratie van barium. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek is geen aanvullend of nader onderzoek noodzakelijk. Er zijn geen ernstige bodemverontreinigingen aangetroffen. De bodemkwaliteit is voldoende voor de beoogde functie. De woonfunctie zelf vormt geen gevaar voor de bodemkwaliteit, zodoende zijn er geen negatieve effecten omtrent de bodem(kwaliteit).

3.4

Water

Zoals beschreven in paragraaf 2.1 ligt het projectgebied niet in een grondwaterbeschermingszone. De beoogde ontwikkeling zorgt wel voor veranderingen op het gebied van de waterhuishouding. Door ruimtelijke ontwikkelingen kan de hoeveelheid verhard oppervlak toenemen met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Inmiddels zijn er compensatiemaatregelen genomen van circa 300 m2 (zoals vergund in de watervergunning). Daarbij zijn natuurlijke oever toegepast. 2 Vlam Bodem Advies BV, Verkennend bodemonderzoek Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen, projectnummer: 2023-0486

11/15

Het projectgebied ligt volgens het bestemmingsplan binnen de aanduiding 'milieuzone – drinkwaterwinning’. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - drinkwaterwinning' is geen gebruik van gronden en bouwwerken toegestaan met nadelige effecten voor de drinkwatervoorziening. Het project met tijdelijke huisvesting voor een periode van 10 jaar heeft geen nadelige effecten op de drinkwatervoorziening. Uit de bestaande watervergunning blijkt dat het project geen invloed heeft op de chemische en ecologische waterkwaliteit. Dit bevestigt dat de maatregelen en voorschriften in de vergunning voldoende bescherming bieden voor de waterkwaliteit. De huisvesting is verder tijdelijk en bestaat uit niet-permanente, verplaatsbare units. Dit betekent dat de impact op de grond minimaal is en dat er geen langdurige veranderingen in de waterhuishouding plaatsvinden. Daarnaast is sprake van adequate voorzieningen voor de afvoer en behandeling van afvalwater. Dit voorkomt dat vervuilende stoffen het oppervlakte- of grondwater kunnen bereiken. Deze redenen tezamen zorgen ervoor dat het project geen nadelige effecten heeft op de drinkwatervoorziening en de kwaliteit van het oppervlaktewater als onderdeel van de drinkwatervoorziening blijft behouden. Omdat de locatie buitendijks is gelegen kan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier geen garantie geven op waterveiligheid en overlast.

Het terrein wordt verhoogd tot ongeveer 30 cm boven de huidige hoogte, waardoor de chalets 50 cm boven het huidige maaiveld komen te liggen. De woningen worden aangesloten op de bestaande stedelijke riolering. Het regenwater wordt bovengronds afgevoerd naar de openbare ruimte. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

3.5

Ecologie

In deze paragraaf wordt er ingegaan op de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het IJsselmeer. Directe effecten, zoals verstoring, verontreiniging en versnippering kunnen uitgesloten worden. Dit blijkt ook uit de ecologische quickscan, zie ‘soortenbescherming’. Het enige mogelijk relevante ecologische effect betreft vermesting/verzuring als gevolg van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Er is een berekening3 uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator om dit in kaart te brengen. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Soortenbescherming Ten behoeve van de ontwikkeling is een ecologische quickscan4 uitgevoerd. Er is onderzoek gedaan naar algemene broedvogels, vogels met jaarrond beschermde nesten, vleermuizen, egels en marterachtigen. Mogelijke verblijfplaatsen voor deze soorten zijn bomen en bosschages rondom het projectgebied. Met de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden er geen bosschages verwijderd of bomenrijen gekapt. Significant negatieve effecten kunnen uitgesloten worden.

3.6

Licht

De verlichting op de sportvelden moet uitgeschakeld zijn tussen 11 uur ‘s avonds en 7 uur ’s ochtends. De lichtmasten bevinden zich aan de west- en zuidzijde van het veld. De verlichting op het aangrenzende westelijke veld wordt verwijderd en zal derhalve geen lichthinder opleveren in de avond. De verlichting op de velden ten zuiden van het project richten zich niet naar 3 Vonk Ecologie, Onderzoek stikstofdepositie (20-11-2023), kenmerk: 23-241 4 Vonk Ecologie, Ecologische quickscan (21-11-2023), kenmerk: 23-241

12/15

de chalets. Bovendien worden deze lichtmasten zodanig afgesteld dat er buiten de velden nauwelijks sprake is van lichtuitstraling. Ook bevindt zich tussen de nieuw te realiseren chalets en de zuidelijke velden een lint met bomen dat een gedeelte van het licht blokkeert. Hierdoor is er geen sprake van lichtuitstraling vanaf de zuidelijke velden naar de chalets toe. Significant negatieve effecten met betrekking tot lichthinder kunnen worden uitgesloten.

3.7

Luchtkwaliteit

In de Wet luchtkwaliteit zijn normen gesteld voor de concentraties voor met name NO2, PM10 en PM2.5, zie Tabel 3-1. Tabel 3-1: Normen Wet luchtkwaliteit. stof

toetsing van

stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10) fijn stof (PM2,5)

grenswaarden

WHO-advieswaarde (optioneel)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

10 µg/m³

uurgemiddelde concentratie

max. 18 keer/jaar meer dan 200 µg/m³

-

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

15 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer/jaar meer dan 50 μg/m³

-

jaargemiddelde concentratie

25 µg/m³

5 µg/m³

In het Besluit niet in betekenende mate (Besluit NIBM) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: 1. een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; 2. een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden (bijvoorbeeld woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg). In het kader van de beoordeling van de leefomgevingskwaliteit is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van Atlas Leefomgeving: ● NO2: 8,38 µg/m³ ● PM10: 14,37 µg/m³ ● PM2,5: 7,25 µg/m³ Het project draagt niet in betekende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Er kan geconcludeerd worden dat er ter plaatse van het projectgebied ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarde en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Significant negatieve effecten kunnen uitgesloten worden.

3.8

Externe veiligheid

Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van woningen. Woningen zijn kwetsbare objecten. Op basis van de risicokaart blijkt dat er in en nabij het projectgebied geen risicobronnen aanwezig zijn. In de omgeving van het projectgebied is geen sprake van transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Met de beoogde ontwikkeling worden ook geen risicobronnen mogelijk gemaakt. Significant negatieve effecten kunnen uitgesloten worden.

3.9

Cultuurhistorie en archeologie

In deze paragraaf wordt ingegaan op cultuurhistorie en archeologie. Cultuurhistorie Er is met het stedenbouwkundig ontwerp rekening gehouden met de stedenbouwkundige karakteristieken van de omgeving. Er bevinden zich verder geen cultuurhistorische waardevolle elementen in het projectgebied waar rekening mee gehouden moet worden. Negatieve effecten op cultuurhistorie worden uitgesloten.

13/15

Archeologie Voor het plan is archeologisch advies (d.d. 23 oktober 2023) gegeven door Archeologie West-Friesland. Het projectgebied ligt ter hoogte van een zone met een archeologische vrijstellingsgrens van 10.000 m2 en in het zuiden ter hoogte van een zone met een vrijstellingsgrens van 500 m2. De geplande ingrepen zullen de vrijstellingsgrenzen niet overschrijden. In het archeologisch advies wordt aangegeven dat de ontwikkeling is vrijgegeven. De volgende regels gelden: ● Indien de (grondroerende) plannen ongewijzigd blijven, is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. ● Vondstmateriaal dat bij het uitvoeren van het werk wordt aangetroffen is (conform de Erfgoedwet, § 5.4, artikel 5.10) eigendom van de Provincie Noord-Holland. Voor toevalsvondsten geldt een meldingsplicht; deze dienen via het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van Nederland te worden gemeld. Vondstmateriaal kan bij Archeologie WestFriesland worden gemeld. Archeologie West-Friesland zal het materiaal aanleveren aan het Provinciaal depot voor archeologie van Noord-Holland te Castricum en een melding via Archis maken. Indien de regels worden nageleefd, worden significant negatieve effecten uitgesloten.

3.10 Aanlegwerkzaamheden Ook tijdens de bouwfase kunnen milieueffecten optreden, bijvoorbeeld door het in te zetten materieel en de verkeersgeneratie. In paragraaf 3.5 is ingegaan op de mogelijk effecten van de bouwwerkzaamheden op de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen ingegaan op de overige effecten gedurende de bouwfase. Materialen Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem worden niet uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Significant negatieve effecten op de omgeving worden uitgesloten. Verkeershinder Het bouwverkeer zal tijdens de realisatiefase via Immerhornweg naar het projectgebied rijden. Gelet op de tijdelijkheid van de verkeershinder kunnen belangrijke negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Geluidhinder en trillinghinder aanlegfase De bouwactiviteiten produceren geluid. Het Bouwbesluit reguleert het geluid van bouwactiviteiten om te waarborgen dat er geen onaanvaardbare geluidhinder optreedt. Waar nodig zullen geluidbeperkende maatregelen moeten worden getroffen om onaanvaardbare akoestische situaties te voorkomen. Dat geldt ook voor de mogelijke trillinghinder door de werkzaamheden binnen het projectgebied. Gelet op de tijdelijkheid en de omvang van de aanlegwerkzaamheden kunnen significant negatieve milieueffecten uitgesloten worden.

14/15

4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze aanmeldnotitie blijkt dat het projectgebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Het project leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

15/15

Bijlage 3

85/209

Memo Ruimtelijke Kwaliteit en Waterveiligheid

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN

10 augustus 2023 20230886.002/103525/ Maaike Ruitenberg Gemeente Enkhuizen

20230886.002 Bouwen noodopvang - verkeer en buitendijks bouwen OPDRACHTGEVER SED organisatie PROJECT

WATERVEILIGHEID EN RUIMTELIJKE KWALITEIT Waterveiligheid – buitendijks bouwen Het sportveld dat als mogelijke locatie voor de bouw van noodopvang wordt gezien ligt op ca. 0 m + NAP. De sportvelden liggen buitendijks, ten oosten van de zeemuur (primaire waterkering). Dit is te zien op Figuur 1.

Figuur 1 Locatie waterkering en plangebied (bron: legger HHNK)

Ten noorden van de sportvelden ligt een camping en ten oosten van de sportvelden loopt de bouwweg voor de ontwikkeling van het openbaar gebied. De hoogteligging van respectievelijk de camping en deze bouwweg is ca. 1,8 m + NAP.

Op dit moment wordt gewerkt aan de ontwikkeling van het openbaar gebied ten oosten van de sportvelden en het vakantiepark Enkhuizer Strand. Dit wordt gedaan door EuroParcs. Een belangrijk onderdeel van deze ontwikkeling is de aanleg van een voorlandkering. De voorlandkering wordt langs de kustlijn aangelegd vanaf het vakantiepark tot aan de camping. De ligging hiervan is te zien in Figuur 2.

Figuur 2 Ligging voorlandkering (bron: ontwerp door EuroParcs)

Het doel van deze voorlandkering is het beschermen van het achterliggende gebied (zowel openbaar gebied als vakantiepark en camping) tegen overstroming. De hoogte van de voorlandkering is zo gedimensioneerd dat, met het huidige peilbesluit, beschermt tegen overstroming met een frequentie van 1/4000 jaar. Deze overstromingskans sluit aan bij de kans die voor woongebieden wordt gehanteerd. De hoogte van voorlandkering varieert tussen de 2,08 en 2,14 m + NAP. De

2/10

voorlandkering ter hoogte van het openbaar gebied en de nog aan te leggen kustboog zal naar verwachting gereed zijn in de eerste helft van 2026. In de tussentijd liggen de sportvelden gedeeltelijk beschermd door de camping en bouwweg die zijn gelegen op een hoogte van 1,8 + NAP. Aanvullende informatie Op 25 november 2022 is de Kamerbrief Water en Bodem Sturend verstuurd. Deze brief doet geen concrete uitspraak over de invoeringstermijn van een eventuele stijging van het winterpeil van het IJsselmeer. De brief benoemt dat de richting van de maatregelen duidelijk zijn, maar dat nog niet duidelijk is wat er wanneer nodig is. De meest recente beleidsaanbevelingen van RWS uit 2019 als ook het Nationaal Water Programma 2022-2027 spreken over invoering van een maximale stijging van het winterpeil met 0,30 m na 2050. RWS beveelt aan om een peilstijging geleidelijk in te voeren en hierover 25 jaar van te voren een besluit te nemen. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft bevestigd dat het winterpeil niet voor 2050 zal worden verhoogd. Mogelijk wordt het zomerpeil wel eerder worden verhoogd, maar dat is niet maatgevend voor de overstromingsfrequentie.

3/10

RUiMTELIJKE KWALITEIT Het plan stelt de nieuwbouw van 38 huisvestingsgebouwen voor opvang van Oekraïnse vluchtelingen voor. Daarnaast wordt een kantoorgebouw en een multifunctioneel centrum in het projectgebied gerealiseerd. Ten behoeve van de ontsluiting van de gebouwen wordt een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd. In het gebied wordt verder ruimte gecreeerd voor recreëren. Figuur 3 en 4 weergeeft de toekomstige situatie van het projectgebied weer.

Figuur 3 Toekomstige situatie projectgebied (bron: K3H architecten)

4/10

Figuur 4 Toekomstige situatie projectgebied (bron: K3H architecten)

Van belang is dat de bebouwing op een verantwoorde wijze wordt ingepast in het landschap. In deze paragraaf wordt de landschappelijke inpassing kort beschreven volgens de ruimtelijke kwaliteitssystematiek van de provincie. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (Provincie Noord-Holland, 2018) In de Leidraad is het Noord-Hollandse landschap onderverdeeld in deelgebieden. Het projectgebied ligt in het deelgebied West-Friesland Oost.

5/10

Ontstaansgeschiedenis West-Friesland is ontstaan uit grote hoeveelheden sediment die zijn afgezet door het Zeegat van Bergen. Dit getijdebekken, dat tot ver in het binnenland reikte, zorgde voor opslibbing van zand en klei uit zee. Hierop vestigde zich al vroeg een groot aantal mensen in een relatief hoge dichtheid. West-Friesland is dan ook een archeologisch waardevol gebied, met in de bodem relicten van nederzettingen uit Steentijd, Bronstijd, IJzertijd en Romeinse tijd (zie ook archeologie). Vooral de resten uit de Midden- en Late-Bronstijd uit oostelijk West-Friesland zijn uniek. Vanaf de IJzertijd vernatte het gebied waardoor er veen tot ontwikkeling kwam. Dit maakte het gebied ongeschikt voor bewoning. Vanaf de vroege middeleeuwen werd het veen in ontginning genomen. Om het gebied te ontwateren werden vanuit bestaande veenrivieren parallelle sloten het veen in gegraven. Op de droge toplaag kon men vervolgens wonen en akkers aanleggen. Een deel van de ontginningen werd beperkt door natuurlijke grenzen of bezitsgrenzen maar elders trok men onder druk van de bodemdaling steeds verder het veen in – net als in andere veengebieden. Om droge voeten te houden werden de nederzettingen verplaatst naar de hoogste plaatsen in het landschap, ten oosten van Hoorn en bij Medemblik lagen veel nederzettingen op kreekruggen.

Kreekruggen zijn kronkelende zandbanen die op veel plaatsen in West-Friesland voorkomen. De zandbanen zijn met zand opgevulde restanten van voormalige getijgeulen. Er zijn twee hoofdtakken. De noordelijke hoofdtak loopt vanaf Hoogwoud via Abbekerk, Twisk en Opperdoes naar Medemblik. De zuidelijke hoofdtak loopt vanaf Hoogwoud via Wognum ten noorden langs Hoorn naar Wijdenes en verder richting Enkhuizen. De meeste nederzettingen in de veenontginningen kregen de vorm van langgerekte linten. Veel plaatsnamen in WestFriesland eindigend op –woud, -woude en –broek (zoals Westwoud en Grootebroek) herinneren nog aan het onontgonnen landschap en de veenvegetatie. Het veenpakket dat zich eerder op de kleibodem had ontwikkeld, is inmiddels verdwenen door oxidatie. Het gebied heeft echter wel de ruimtelijke karakteristieken van een veenontginningsgebied behouden. Doordat de gronden ter weerszijden van de opgevulde getijdegeulen zijn ingeklonken en het zand in de geulen niet, zijn deze met zand gevulde geulen nu lichte verhogingen in het landschap. Dit noemt men reliëfinversie. Vanaf omstreeks de 11e eeuw begon men met het aanleggen van dijken om de veenontginningen tegen inbraken van de zee te beschermen. Vanaf de tweede helft van de 13e eeuw vormden deze dijken één geheel: de Westfriese Omringdijk. Door de gesloten dijk nam de invloed van de zee sterk af.

De Omringdijk onderging na aanleg nog flinke veranderingen door de vele doorbraken en achter zwakke dijktracés werden inlaagdijken (reservewaterkeringen) aangelegd. In de late middeleeuwen trachtte Graaf Floris V West-Friesland aan zich te onderwerpen door dwangburchten – waaronder kasteel Radboud bij Medemblik– te bouwen langs de dijk. Nog altijd vormt de Omringdijk door zijn hoogte en als scheiding tussen landschapstypen die in verschillende periode zijn ontstaan, de markante begrenzing van het oude zeekleigebied. Het gebied kende lang vooral een agrarisch gebruik (akkerbouw en fruitteelt). Het grootste deel van het transport ging over water. Polder het Grootslag was bijvoorbeeld een ‘vaarpolder’ met een zeer beperkt aantal wegen. Als onderdeel van de intensivering en structuurverbetering van de Nederlandse landbouw vonden in de tweede helft van de 20e eeuw grootschalige ruilverkavelingen en daarmee schaalvergroting plaats. Het landschap werd getransformeerd, maar dat gebeurde niet overal op dezelfde manier of in dezelfde mate. In polder Het Grootslag is het landschap in de jaren 80 bijvoorbeeld ingrijpend getransformeerd, veel sloten werden gedempt en er werd een wegennetwerk aangelegd.

6/10

De ecologische zone in de polder verwijst nog naar de vaarpolderstructuur die er vroeger was. Langs de Markermeerdijk tussen Hoorn en Enkhuizen is het historische landschap nog zichtbaar. Sindsdien is het beeld van het agrarisch landschap onder invloed van schaalvergroting van agrarische bebouwing verder gewijzigd. In delen van polder het Grootslag, waar het projectgebied deel van uitmaakt, bijvoorbeeld begint het agrarisch platteland meer de verschijningsvorm van een bedrijventerrein te krijgen. Het gebied ten zuiden van Andijk is ingericht als glastuinbouwgebied. Andere delen van het ensemble zijn in de laatste decennia van de vorige eeuw flink verstedelijkt, bijvoorbeeld bij Hoorn, Medemblik, Enkhuizen, Hoogkarspel, Bovenkarspel en Wervershoof. Kernwaarden West-Friesland Oost heeft de volgende drie provinciale kernwaarden:  de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen.  openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten.  de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Denk hierbij aan bebouwingslinten, bomenlanen en dijken. Landschappelijke karakteristiek West-Friesland Oost is een oud zeekleilandschap met de karakteristiek van een veenontginningsgebied.

Kenmerken zijn de lange veenlinten en opstrekkende kavels haaks op de linten. De ligging van de linten is afhankelijk van de richting van de ontginningen en vaak sterk gerelateerd aan de ondergrond (de hooggelegen kreekruggen). Waterlopen als de Kadijk, de Gouw, de Groote Vliet en de Molensloot zijn enkele relicten van het ooit waterrijke landschap. De kronkelende dijken en de braken en wielen zijn het resultaat van de lange strijd tegen het buitenwater. Langs de IJsselmeerkust tussen Medemblik en Enkhuizen, aan de Westfriese Omringdijk, liggen buitendijkse gebieden, die behoren tot het voormalig Zuiderzeelandschap. Samen met de kleinschalige gebieden binnendijks vormt dit een afwisselende kustzone, waar binnen- en buitendijks land een duidelijke relatie met elkaar hebben. Buitendijks liggen diverse recreatiegebieden en -voorzieningen, zoals de Vooroever bij Onderdijk en het Enkhuizerzand bij Enkhuizen, een kunstmatig opgehoogd buitendijks recreatiegebied met onder andere het Zuiderzeemuseum, een camping en een zwembad. Aan de dijk liggen ook bijzondere waterhuishoudkundige elementen zoals de Koopmanspolder en spaarbekken. De polder waar tegenwoordig Bungalowpark het Grootslag in ligt is ooit aangelegd als proefpolder voor de Zuiderzeewerken. Aan de binnenzijde van de Omringdijk liggen kernen als Medemblik, Wervershoof en Andijk.

Tussen de kernen ligt lintbebouwing en hier liggen de recreatiegebieden aan De Groote Vliet en de Kleine Vliet. Het gebied ten oosten van Twisk (beschermd dorpsgezicht), Oostwoud en Hauwert bestaat nog uit historisch, niet ruilverkaveld landschap. Tussen Enkhuizen en Hoorn vormt de Westfriese Omringdijk een scherpe grens tussen land en water. De dijk is hier meer belast door wind en golven en voorland ontbreekt vrijwel geheel. Aan de binnenzijde, bij Wijdenes en Schellinkhout, is het historische landschap met een fijnmazige verkaveling, boomgaarden (fruitteelt), historische linten en waterlopen nog redelijk intact gebleven.

7/10

Openheid en ruimtebeleving Dit oostelijke deel is het minst open ensemble van West-Friesland. Het verloor de grootschalige openheid door de aanleg van woongebieden, bedrijventerreinen en agrarische bebouwing en is nu matig open tot gesloten. In het kleinschalige landschap aan de Markermeerdijk, tussen Hoorn en Enkhuizen, is het oorspronkelijke landschap en de openheid het best bewaard gebleven. Aan beide zijden van het lint is het landschap open (de zogenaamde ‘gedeelde ruimte’). Ruimtelijke dragers De Westfriese Omringdijk markeert de begrenzing van het oude zeekleigebied. Dit is een provinciaal monument en een ruimtelijke drager van regionale betekenis. De dijk is door de scheiding water en land, het steile profiel en de grote hoogte zeer herkenbaar in het landschap. In het Westfriese landschap zijn de ontginningsstructuren, vaarten en dijkwegen de belangrijkste lokale structuurlijnen. Ambities en Ontwikkelprincipes De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen:  bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek  bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en  helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

De ambities en ontwikkelprincipes zijn onder andere gebaseerd op het Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk (Feddes/Olthof, Grontmij in opdracht van provincie Noord-Holland, 2009), Een dijk van een regio, structuurschets Westfriesland (Urhahn | stedenbouw & strategie, in opdracht van de zeven Westfriese gemeenten, 2017) en de Handreiking Ruimtelijke inpassing Bollenbroeierij het Grootslag (PARK-advies provincie Noord-Holland, 2016). Het Westfriese kustlandschap is divers. Tussen Medemblik en Enkhuizen ligt aan weerszijden van de dijk afwisselend landschap – nu eens water, dan weer land binnen- en buitendijks land. Tussen Enkhuizen en Hoorn vormt de dijk juist een scherpe overgang tussen het binnendijkse romantische landschap en het water aan de andere zijde. De Westfriese Omringdijk is de continue ruimtelijke structuur die dit alles aan elkaar bindt. De ontwikkeling vindt plaats in het buitendijkse gebied in Enkhuizen. In de huidige situatie zijn de sportvelden landschappelijke ingepast door hoogopgaande beplanting. Figuur 5 geeft een aanzicht op het projectgebied vanaf de Immerhornweg weer. Het projectgebied bevindt zich in een groen raamwerk met hoogopgaande beplanting aan weerzijden. In de toekomstige situatie blijft dit groene raamwerk behouden. Ook blijft de bestaande verkavelingsstructuur behouden. Er vinden hier geen ingrepen in plaats.

In de leidraad staat dat het zicht vanaf de Westfriese Omringdijk op het kleinschalige landschap en op het open water zoveel mogelijk vrijgehouden moet blijven. Daar de toekomstige bebouwing binnen het bestaande groene raamwerk wordt gerealiseerd, doet de ontwikkeling geen afbreuk aan het zicht op het landschap en het open water.

8/10

De nieuwbouw vindt plaats in aansluiting op de bestaande bebouwing van Europarcs aan de noordzijde en zal qua verschijning aansluiten op deze bebouwing. De bebouwing blijft binnen de bestaande verkaveling. Voor het gebied gelden verder geen specifieke landschappelijke of aardkundige waarden. Er is geen sprake van een verdichting van de zichtlijnen vanaf de openbare weg. Aangezien de nieuwe bebouwing wordt ingepast in de bestaande verkaveling, wordt geen afbreuk gedaan aan de bestaande landschappelijke inpassing. De nieuwbouw sluit qua situering en richting ook aan op de bestaande bebouwing van het recreatiepark. Dit sluit ook goed aan op het huidige ordeningspatroon. Ten westen van het projectgebied bevindt zich de Westfriese Omringdijk. Deze blijft met de ontwikkeling onaangetast. Vanaf de dijk moet het zicht op het kleinschalige landschap en op het open water behouden blijven. Doordat de toekomstige bebouwing binnen het bestaande groene raamwerk wordt gerealiseerd, doet de ontwikkeling geen afbreuk aan het zicht op het landschap en het open water. De bebouwing zal qua vormgeving en materiaalgebruik aansluiting vinden bij de huidige recreatiegebouwen waardoor een eenduidig beeld zal ontstaan. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de bebouwingskarakteristiek.

Figuur 5 Aanzicht op projectgebied vanaf de Immerhornweg (bron: Googlemaps)

9/10

Figuur 6 Vogelvlucht over het plangebied en omgeving. Nieuwe woningen sluiten aan op de huidige bebouwingskarakteristiek van het bestaande park ten noorden van het plangebied.

10/10

96/209

Bijlage 4

97/209

Verslag ARO

Verslag 95e (online) vergadering ARO, 29 augustus 2023 Voorzitter: ARO-leden:

Secretaris: Ondersteuning:

1.

de heer H. ter Heegde de heer B. Kuipers, de heer M. Holvoet, mevrouw M. Peters, mevrouw M. Walda, de heer M. Willemsen, de heer P. Veen de heer K. Kingma (secretaris, verslag) de heer M. Veldkamp (provincie Noord-Holland, BEL/IOT)

Opening en mededelingen

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom. 2.

Algemene punten en voorbespreking agenda (niet openbaar gedeelte)

Het verslag van de 93e ARO-vergadering van 27 juni 2023 wordt vastgesteld. Schriftelijke reactie Woningbouwontwikkeling Hemmerbuurt 19, Hem, gemeente Drechterland: ‘De commissie waardeert het dat de ontsluiting voor langzaam verkeer en het groen rond de centrale parkeervoorziening is aangepast en dat gekozen is voor een meer gebiedseigen beplanting. De opmerkingen over bergingen, bijgebouwen en het watersysteem zien we niet terug, maar we vertrouwen erop dat deze bij de verdere uitwerking nog meegenomen worden.’ Schriftelijke reactie woningbouwontwikkeling Zuidoostrand Driehuis, gemeente Velzen: ‘De commissie ziet dat er ten opzichte van de vorige versie verbeteringen zijn aangebracht, met name in de aansluiting op de omgeving en de ecologische verbinding. De commissie waardeert de keuze voor het NL Greenlabel. Wij blijven van mening dat de gekozen opzet onvoldoende recht doet aan de oorspronkelijke uitgangspunten voor een landgoedachtige ontwikkeling, maar gezien de verbeteringen en de aangevoerde argumenten kunnen we goedkeuring verlenen aan het plan.’

In de vorige vergadering is er gesproken over de behoefte aan een heldere lijn m.b.t. inzet en mandaat en de relatie tot de ’poortwachtersfunctie’ van de secretaris en de ambtelijke werkgroep ruimtelijke kwaliteit van de provincie en de afstemming met de regionale welstandsorganisatie(s). Door de vakantieperiode is hier nog geen invulling aan gegeven. 3.

ONS initiatief Julianadorp, gemeente Den Helder Aanwezig bij dit agendapunt: de heer O. Klijn (Fabrications), de heer P. Verhoeven (Mandaworks), mevrouw J. Borst (ONS Den Helder), mevrouw R. Vaars (gemeente Den Helder), de heer F. op ten Berg (gemeente Den Helder), de heer P. Huizing (gemeente Den Helder), mevrouw J. Prins (provincie Noord-Holland).

De heer Klijn geeft een toelichting op het plan. In Julianadorp wordt een gebied ontwikkeld dat een 1

rijke geschiedenis heeft. Het plan is ontstaan vanuit een burgerinitiatief. Het plan voor Julianadorp Oost sluit aan op de grofmazige orthogonale wegenstructuur van de aandijking polder Koegras en handhaaft de grote open maat ten noorden en zuiden van Julianadorp. Het plan versterkt het polderlint langs De Lange Vliet en handhaaft de ruimtelijke dragers. Het ontwerp draagt bij aan de ecologische verbinding tussen het Noordhollandsch Kanaal en de kust. Het behoudt de doorzichten naar de smalle Noordzeekustzone en benadrukt de scherpe grens tussen de reliëfrijke duinenrij en het vlakke land van de polder Koegras. Voor de ontwikkeling van Julianadorp Oost is gekozen voor het thema ‘sportlandschap’, waarbij vlakken, lijnen en punten zorgen voor ordening. Voor de aansluiting op de omliggende gebieden is het principe ‘de breuk als schoonheid’ gehanteerd. Hierbij worden de bestaande breuklijnen opnieuw vormgegeven. De ARO dankt de heer Klijn voor de heldere presentatie. De ARO waardeert de ambities die met dit plan worden uitgesproken. Het concept van de breuklijnen lijkt een goed middel om de aanhechting met de omliggende wijken vorm te geven. Er zijn nog wel vragen over de invulling hiervan.

Verdraagt de ‘bloemkoolwijk’ de getoonde lineaire toevoeging of zijn er ook andere invullingen mogelijk? Er zijn ook vragen over de flexibiliteit van het plan en de integratie van sport en natuur en de relatie met het landschap. Is er ook rekening gehouden met een verdere uitbreiding richting het Noordhollandsch Kanaal? De heer Klijn reageert op de opmerkingen van de ARO. Om een beeld te schetsen van de invulling van de randen worden uitwerkingen van twee randen getoond die nader zijn onderzocht. De Lange Vliet (aan de westzijde) vormt een historische lijn waar aan de westzijde voorkanten worden toegevoegd en minder auto’s worden toegelaten. Voor de Zuiderhaaks (aan de noordzijde) is gekozen voor een landschappelijke inrichting met behoud van de verkeersfunctie. Voor de polderlanen is gekozen voor biodiverse oevers. Voor de aanhechting aan het gebied wordt gedacht aan een pont voor scholieren. In het plan worden verschillende sportvoorzieningen samengevoegd die elders uit het dorp niet meer kunnen groeien. Er wordt nu voorzien in overmaat. Er is op dit moment geen rekening gehouden met uitbreiding richting het kanaal. Conclusie, samenvatting De ARO spreekt waardering uit voor de heldere opzet van het plan en heeft vertrouwen in de ontwikkeling van het vervolg. De ARO vraagt meer samenhang aan te brengen tussen de nu nog schijnbaar losse onderdelen.

Ook vraagt zij nader onderzoek te doen naar de middelen die gebruikt worden voor het ‘hechten’ van de breuklijnen, waarbij ook aandacht is voor de hiërarchie van de breuklijnen. De ARO wenst de opstellers succes met de verdere uitwerking. Zij ziet het plan graag nog een keer terug als er een verdere uitwerking en verdieping van de thema’s heeft plaatsgevonden. 4.

Woningbouw Westwoud, gemeente Drechterland Aanwezig bij dit agendapunt: de heer E. Sauer (projectleider gemeente Drechterland), mevrouw A. Wijnholds (HzA stedebouw&landschap), de heer M. Rood (Ooms wonen), de heer W. Tessel (Ooms wonen), mevrouw L. Schipper (gemeente Drechterland).

2

Mevrouw Wijnholds geeft een toelichting op het plan. De locatie ligt tegen een groene scheg aan en haalt daar identiteit uit. Er wordt bewust verbinding gezocht met het Dr. Singelenbergpark door het groen het plan in te trekken. Dit versterkt de biodiversiteit en draagt bij aan klimaatadaptatie. Er wordt een extra wandel/fietsroute tussen Dr. Wijtemalaan en Dr. Singelenbergpark gecreëerd. De planlocatie sluit aan op de lintbebouwing die is ontstaan op de verbinding tussen de Dr. Nuijensstraat en de Binnenwijzend. Het bestaande lint langs de Dr. Wijtemalaan wordt doorgetrokken. Tussen de bestaande woningen is een ontsluiting voorzien naar een klein woonbuurtje in de vorm van een erf met zo weinig mogelijk verharding en een groene uitstraling. Langs het lint worden vrije kavels uitgegeven voor vrijstaande woningen. Rond het erf staan geschakelde woningen waarvan de twee ‘boekensteunen’ worden uitgevoerd in beneden- en bovenwoningen om te kunnen voorzien in de behoefte aan betaalbare woningen voor starters. De ARO dankt mevrouw Wijnholds voor de presentatie. Het ontwerp lijkt op een logische schakel tussen het lint en het park. De ARO heeft nog wel enkele vragen over de verschillende planonderdelen. De bestaande lintbebouwing bestaat uit woningen van een laag met kap, in het plan zijn smalle woningen van twee verdiepingen met kap getekend.

De twee blokjes met beneden- en bovenwoningen zijn zeer dominant en het blokje aan de zuidzijde belemmert uitbreiding naar het zuiden. Is een herverkaveling van deze blokken mogelijk zodat de noord-zuid structuur dominant blijft en het groene karakter als verbinding met het park versterkt wordt? Er wordt nu een verbinding voorzien met het park. Is het mogelijk om ook aan de noordzijde een verbinding met het dorp aan te brengen? Het parkeren langs de ‘voordeuren’ langs het erf gaat nu ten koste van de groene inrichting. Eenrichtingsverkeer lijkt hier een logische oplossing om hoeveelheid verharding te beperken om zo de vriendelijkheid van het erf te vergroten. Mevrouw Wijnholds en de heer Rood reageren op de opmerkingen van de ARO. Er is niet gekozen voor een ontsluiting aan de noordzijde om sluipverkeer te voorkomen. Bovendien is dit privéeigendom. Er wordt nog wel gekeken naar de bebouwing aan de zuidzijde om uitbreiding in deze richting mogelijk te maken. Om de variatie in het lint te waarborgen wordt een kavelpaspoort opgesteld en er wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor het hele plan. Mevrouw Schipper geeft aan dat eenrichtingsverkeer geen mogelijkheid is voor de gemeente, omdat door verkeerd gebruik klachten ontstaan en juist gebruik niet handhaafbaar is.

De ARO geeft aan dat er ook gedacht kan worden aan reserveringen voor parkeerplaatsen, die eventueel later kunnen worden toegevoegd. Ook kan gedacht worden aan ‘rammelstroken’ om zo de verharding te beperken en de inrichting ook meer klimaatadaptief te maken. Conclusie, samenvatting Er is nog een aantal onzekere factoren en er zijn problemen op te lossen. Het programma is zwaar voor de locatie waardoor het groene karakter onder druk staat. Klimaatadaptatie en beeldkwaliteit vragen nog de nodige aandacht. De ARO ziet het plan nog graag een keer terug voor een korte behandeling in de commissie of een schriftelijke behandeling. 5a.

Energie Route Noord-Holland, provincie Noord-Holland Aanwezig bij dit agendapunt: de heer B. van Leeuwen (provincie Noord-Holland), de heer 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15466947/1