CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Toelichting bestemmingsplan Enza Zaden

gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Enza Zaden (akkoordstuk)17.883 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Enza Zaden Haling 1E TOELICHTING

ADVIESBUREAU:

AAB Nederland Honderdland 1040 2676 LV MAASDIJK +31 174 63 76 37 info@aabnl.nl www.aabnl.nl

BEHANDELD DOOR:

Ing. R.E. van der Wel MArch (Ronald)

Ing. S.T. Zwarts (Simone)

PLAATS EN DATUM:

Maasdijk, 23 april 2024

PROJECTCODE:

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

IMRO – CODERING:

NL.IMRO.0388.BPEnzaZadenHaling1E-VA01

VOORONTWERP: ONTWERP: VASTGESTELD:

27 juli 2023 30 november 2023 23 april 2024

INHOUDSOPGAVE Inleiding ........................................................................................................... 1 Aanleiding .................................................................................................................. 1 Ligging ........................................................................................................................ 2 Bestemmingsplan ...................................................................................................... 2 Planopzet ................................................................................................................... 5 Planbeschrijving ............................................................................................... 6 Huidige situatie.......................................................................................................... 6 Nieuwe situatie.......................................................................................................... 6 Ruimtelijke kwaliteit .................................................................................................. 7 Beleidskader ..................................................................................................

11 Rijk ...........................................................................................................................11 Provincie ..................................................................................................................12 Regio ........................................................................................................................20 Gemeentelijk beleid ................................................................................................21 Conclusie .................................................................................................................24 Omgevingsaspecten .......................................................................................

25 Bodem .....................................................................................................................25 Archeologie..............................................................................................................28 Cultuurhistorie.........................................................................................................30 Water .......................................................................................................................32 Ecologie ...................................................................................................................38 Geluid ......................................................................................................................43 Luchtkwaliteit ..........................................................................................................44 Externe Veiligheid....................................................................................................49 Milieuzonering.........................................................................................................50 Lichthinder...............................................................................................................51 Mer-beoordeling .....................................................................................................54 Verkeer en

parkeren................................................................................................55 Duurzaamheid .........................................................................................................56 Juridische planbeschrijving ............................................................................. 58 Algemeen.................................................................................................................58 Bestemmingsplan ....................................................................................................58 Plansystematiek.......................................................................................................58 Bestemmingsplanprocedure ...................................................................................58 Regels ......................................................................................................................59 Maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid ....................................... 61 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .........................................................................61 Economische uitvoerbaarheid .................................................................................62

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

Bijlagen: 1. Beeldkwaliteitsplan Enza Zaden, BügelHajema Adviseurs, 12 oktober 2023 2. Verkennend milieukundig bodemonderzoek (incl. waterbodem en asbest) aan de Haling te Enkhuizen, ENEN20220206, VanderHelm Milieubeheer B.V., 25 maart 2022 3. Verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek aan de Haling 1E te Enkhuizen, ENEN20221004, VanderHelm Milieubeheer B.V., 25 november 2022 4. Briefrapport Aanvullend bodemonderzoek aan de Haling 1E te Enkhuizen, ENEN20231061.01, VanderHelm Milieubeheer B.V., 24 november 2023 5. Aanvullend Archeologisch Advies, Uitbreiding Enza (Haling), Enkhuizen, Archeologie West-Friesland, 5 oktober 2022 6. Archeologisch Vrijgavedocument, Uitbreiding Enza, Archeologie West-Friesland, 14 juni 2023 7. Quickscan Wet natuurbescherming Haling 1-E te Enkhuizen, 2022-0893, Blom Ecologie B.V., 12 oktober 2022 (herzien 12 december 2023) 8. Aanvullend marteronderzoek Haling 1-E te Enkhuizen, Blom Ecologie B.V., 30 juni 2023 (herzien) 9. Notitie natuurvriendelijk oever, Blom Ecologie B.V., 22 juni 2023 10. Verslechteringstoets, AAB, 10 november 2023 11. Rapport geluid, AAB, 8 november 2023 12. Rapportage parkeerbehoefte, AAB, 19 oktober 2023 13. Mobiliteitsonderzoek Enza Zaden, Projectnummer: 21135233, Roelofs, 6 november 2023

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

Overzichtskaart

Figuur 1: kaart omgeving plangebied (bron: www.Kadaster)

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

Inleiding AANLEIDING Enza Zaden is een groenteveredelingsbedrijf en ontwikkelt nieuwe groenterassen zoals tomaat, komkommer, paprika en sla die over de hele wereld geteeld, verkocht en gegeten worden. Naast een internationaal groenteveredelingsbedrijf is Enza Zaden ook een onafhankelijk familiebedrijf. Al drie generaties lang zijn ondernemerschap, langetermijnvisie en focus op innovatie kenmerkend voor het onderscheidend vermogen en de gezonde groei van het bedrijf. Voedselzekerheid is een van onze maatschappelijke uitdagingen wereldwijd, zowel in de context van voldoende voeding voor een toenemende wereldbevolking als in de context van de toenemende vraag naar gevarieerde, gezonde voeding. Dit betekent dat we er de komende 30 jaar voor moeten zorgen dat er wereldwijd voldoende gezond voedsel beschikbaar is en dat de impact van de landbouw op het milieu afneemt. Om dit te bereiken, zijn nieuwe technologieën nodig die de ontwikkeling van nieuwe groenterassen en duurzame teeltmethoden versnellen. Om ruimte te bieden aan de groei en ontwikkelingen die Enza Zaden doormaakt, is uitbreiding van faciliteiten bij de hoofdvestiging aan de Haling 1E te Enkhuizen noodzakelijk.

Factoren die van invloed zijn op de benodigde faciliteiten voor de lange termijn behoefte zijn o.a.: - Door de groei van activiteiten en groei in personeel is er groei in faciliteiten benodigd; - Er is meer behoefte aan betere faciliteiten aangaande isolatie en compartimenteren van activiteiten i.v.m. het ontstaan en wereldwijde verspreiding van nieuwe plantenziektes en de daarmee samenhangende strengere fytosanitaire regelgeving; - Door nieuwe technieken zijn andere type faciliteiten benodigd, denk hierbij aan: hydroponics and vertical farming, nieuwe veredelingstechnieken, versnellingsteelten, digital phenotyping, biologicals en microbials; - De continuïteit dient gewaarborgd te worden: o Van de primaire processen van Enza Zaden. Uitbreiding van deze primaire processen wil Enza Zaden in eigen beheer op het eigen terrein realiseren waardoor afhankelijkheid van derde partijen die deze unieke diensten aanbieden verminderd wordt. o Er dient rekening te worden gehouden met de beschikbaarheid van energie en de prijzen hiervan. o Het is een toenemende uitdaging om voldoende en juiste personeel te vinden. Daarom is het belangrijk een inspirerende omgeving te behouden en aandacht te hebben voor automatisering en robotisering. - Duurzaamheid. Reduceren van onze impact op mens en milieu, o.a. Co2 uitstoot, water, chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen.

Binnen de huidige bestemmingsplannen is het niet mogelijk de gewenste uitbreiding van faciliteiten te realiseren, omdat de bebouwingsmogelijkheden en de daarbij behorende bouwvlakken beperkt zijn. Om de gewenste planvorming mogelijk te maken wil de initiatiefnemer graag de ruimtelijke procedure doorlopen.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

1

LIGGING Enza Zaden is gevestigd aan de Haling 1E in het buitengebied van Enkhuizen. Het gebied wordt aan de noordzijde door de Elsenburg, aan de oostzijde begrensd door Oosterdijk, aan de zuidzijde door de Haling en aan de westzijde door het water Hoeksloot. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Enkhuizen, sectie H, nummer 68, 69, 70, 71, 72, 73, 75, 259, 260, 262, 263, 264, 266, 268, 2199 en 2200. De ligging van het plangebied is op de topografische kaart voorafgaand aan de inleiding weergegeven. De in figuur 1.2.1 opgenomen luchtfoto geeft tevens het plangebied en de directe omgeving daarvan weer.

Enkhuizen Figuur 1.2.1: Luchtfoto plangebied, in het rood omkaderd het plangebied (bron: Google earth).

BESTEMMINGSPLAN Het grootste deel van het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Enza Zaden’ en is vastgesteld op 2 december 2014. Het plangebied is aangeduid met: - Enkelbestemming ‘Bedrijf’ - Enkelbestemming ‘Water’ - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ - Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ - Gebiedsaanduiding ‘Wetgevingzone – wijzigingsgebied EVZ’ - Aanduiding ‘bouwvlak’

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

2

Figuur 1.3.1: Planlocatie op de bestemmingsplankaart van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Enza Zaden’ (bron: Ruimtelijkeplannen.nl).

Ter plaatse van Haling 10E en naastgelegen perceel is het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ vigerend welke is vastgesteld op 11 september 2007. Het plangebied is aangeduid met: - Enkelbestemming ‘Agrarisch gebied’ - Enkelbestemming ‘Agrarisch handelsbedrijf’

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

3

Figuur 1.3.2: Planlocatie op de bestemmingsplankaart van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’ (bron: Ruimtelijkeplannen.nl).

Op 26 januari 2010 is ter plaatse van de Haling 10e een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van het ter plaatse gevestigde bedrijf onherroepelijk geworden. Het bouwvlak is hierbij naar de westzijde uitgebreid ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’.

Figuur 1.3.3: Illustratie behorende bij projectbesluit uitbreiding Haling 10e (bron: Ruimtelijkeplannen.nl).

Binnen de huidige bestemmingsplannen is het niet mogelijk de gewenste uitbreiding van faciliteiten te realiseren, omdat de bebouwingsmogelijkheden en de daarbij behorende bouwvlakken beperkt zijn.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

4

Voor de overzichtelijkheid wordt bij het nieuwe bestemmingsplan de totale locatie welke in eigendom is van Enza Zaden meegenomen.

PLANOPZET Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een toelichting (met bijlagen), planregels en een verbeelding. Het bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat het voldoet aan de vereisten voortkomend uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de vormgeving van de regels en verbeelding is aangesloten op de regeling Ruimtelijke Standaarden ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan voldoet aan de digitale verplichting zoals deze per 1 januari 2010 van kracht is. In de toelichting wordt in hoofdstuk 2 de bestaande situatie en de toekomstige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 omvat het beleid van hogere overheden en van de gemeente Enkhuizen dat relevant is voor het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het plan behandeld aan hand van onderzoeken op onder andere het gebied van water, milieu en archeologie. Hoofdstuk 5 geeft een juridische planbeschrijving. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 inzicht gegeven in de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

5

Planbeschrijving HUIDIGE SITUATIE Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 46,6 hectare. In de huidige situatie zijn op de locatie diverse opstallen aanwezig: circa 8 ha glasopstanden met verspreid op het terrein kantoren, laboratoria en bedrijfsruimtes, gietwaterbassins en velden voor de teelt van vollegrondsgroenten. De locatie valt binnen de zone die de provincie Noord-Holland en de gemeente Enkhuizen hebben aangewezen als het internationaal centrum voor de veredeling van voedingsgewassen en bloemen (Seed Valley). De gemeente zet in op een doorontwikkeling van Seed Valley in dit gebied.

Figuur 2.1.1: Tekening bestaande situatie: in het lichtgrijs de kassen, in het donkergrijs de bedrijfsgebouwen en rood omkaderd het plangebied aangegeven.

NIEUWE SITUATIE Enza Zaden wenst nieuwe faciliteiten te realiseren ter plaatse van de hoofdvestiging. De faciliteiten zijn onder andere kassen, bedrijfsruimten en een aparte locatie voor het testen op aanwezigheid van plantenziekten op zaad en op aanwezigheid van resistenties tegen plantenziekten in planten waarbij kassen en laboratoria benodigd zijn. De uitbreiding vindt plaats op gronden die reeds in eigendom zijn van Enza Zaden en waar nu voornamelijk buitenvelden zijn. Een deel van de nieuwbouw valt binnen het bouwvlak zoals aangegeven in het huidige bestemmingsplan. Figuur 2.2.1. laat een mogelijk toekomstige invulling van de nieuwbouw zien.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

6

Figuur 2.2.1: Tekening mogelijk toekomstige situatie, in het grijs de huidige bebouwing, in het lichtbruin de kassen, in het donkerbruin de bedrijfsgebouwen, in het oranje grofweg de huidige bouwvlakken en rood omkaderd het plangebied aangegeven.

Figuur 2.2.2: Impressie mogelijk toekomstige situatie gezien vanuit de westzijde.

RUIMTELIJKE KWALITEIT Voor het planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld om de ruimtelijke kwaliteit van het terrein van Enza Zaden te borgen en is een vervolg op het eerder opgestelde beeldkwaliteitsplan uit 2014 door Bügelhajema Adviseurs. In het beeldkwaliteitsplan zijn zaken vastgelegd ten aanzien van nieuwe gebouwen met bijbehorende landschappelijke inpassing en 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

7

inpassing van bestaande bouwwerken. Het beeldkwaliteitsplan is als separate bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Op 4 oktober 2023 is de welstandscommissie akkoord gegaan met het beeldkwaliteitsplan.

RANDVOORWAARDEN VANUIT BEDRIJFSVOERING De aard van het bedrijf (zaadveredeling) leidt er op voorhand toe dat verschillende middelen voor de landschappelijke inpassing niet mogelijk zijn. Dit geldt voor het toepassen van ruigtes, vrij uitgroeiend struweel als wel bomen in de nabijheid van kassen (binnen 20 m). Het inpassen van water, gazon, proefvelden (waarin eigen producten worden gekweekt) en bomen en geschoren hagen in de omgeving van kantoorbebouwing is wel goed mogelijk.

PROCES Het beeldkwaliteitsplan is in samenspraak met de gemeente, provincie en hoogheemraadschap tot stand gekomen. Er hebben diverse overleggen plaatsgevonden waarin de verschillende partijen input hebben geleverd.

SAMENVATTING OP HOOFDLIJNEN De landschappelijke inpassing gaat uit van vier basisprincipes, zie ook figuur 2.3.3.1. 1. Behouden landschappelijke noord-zuid hoofdstructuur Door de sloten- en verkavelingsstructuur van noord naar zuid te behouden ontstaat een natuurlijke geleding van het terrein en worden er doorzichten vanaf de Haling in noordelijke richting behouden. 2. Herkenbare oostwest hoofdstructuur Een duidelijke ruimtelijke scheiding tussen Enza Zaden en het woongebied van Enkhuizen wordt gevormd door de Haling en een groeneblauwe buffer. Aan de Elsenburg wordt de woonzone vrijgehouden van bebouwing en groen ingericht. Oostwestgerichte open groenblauwzone door het plangebied scheidt de twee deelgebieden van elkaar. 3. Drie deelgebieden Het plangebied kent drie deelgebieden (Haling, Kassen en productie en Elsenburg). Deze gebieden hebben een eigen karakter passend bij de plek en zijn duidelijk van elkaar gescheiden. Deelgebied de Haling sluit aan op de huidige bebouwing. Bij deelgebied Elsenburg wordt een bij het landschap passende bebouwing en bij de natuurverbinding passende terreininrichting nagestreefd. De representatieve functies liggen aan de wegzijde. In deelgebied Kassen en productie wordt ingezet op eenvoud en samenhang passend bij het landelijk gebied. Aan de representatieve tussenzone wordt ingezet op representatie. 4.

Versterken van natuurverbinding WNV1 De ecologische verbindingszone aan de westkant van het plangebied wordt versterkt door flauw hellende taluds aan de oostzijde van de waterloop. Deze zone vormt een geheel met de representatieve zone aan de Elsenburg aan de noordzijde van het plangebied.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

8

Figuur 2.3.3.1: Vier principes van de landschappelijke inpassing

Bouwvolume Voor een goede inpassing in de omgeving wordt een getrapte volumeopbouw voorgesteld. De maatvoering is vastgelegd in het bestemmingsplan. In deelgebied Haling is de maximale bouwhoogte 12 meter (aansluitend bij de maatvoering van het Sandslootgebouw). 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

9

In deelgebied Elsenburg is de maximale bouwhoogte 12 meter. In het deelgebied ‘Kassen en productie’ is de hoogte langs de randen maximaal 10 meter. Centraal in het deelgebied wordt ruimte geboden voor bouwsystemen bestaande uit een onderbouw en een kas als bovenbouw. Hiervoor is een bouwhoogte van maximaal 18 meter opgenomen. Deze hoogte is ook bij andere zaadveredelingsbedrijven in de gemeente toegestaan. Door dit te centreren in het gebied kan de overgang van hoogte naar de omgeving worden gemaakt. Beeldkwaliteit bebouwing Voor de vormgeving van de bebouwing gelden vijf leidende principes. Deze principes hebben als doel om een samenhangend, bij de omgeving en bij de functie passend bebouwingsbeeld te realiseren. 1. De compositie van gebouwen vormt een samenhangend geheel. 2. Er is sprake van een heldere zonering van het terrein. Gelijkwaardige functies krijgen een gelijkwaardige plek. 3. Gelijkwaardige functies krijgen een gelijkwaardige uitstraling en vormgeving (zie kaart pagina 12). 4. De bebouwing is op de omgeving (de openbare ruimte, het landschap en/of de representatieve tussenzone) gericht en gaat hier zichtbaar een relatie mee aan. De mate van interactie is afhankelijk van de functie van een gebouw. 5. De vormgeving is afgestemd op zowel de plek als de functie.

Beeldkwaliteit terreininrichting Voor de vormgeving van de terreininrichting gelden vijf leidende principes. Deze principes hebben als doel om een samenhangend, bij de omgeving en bij de functie passend terrein te realiseren. 1. De terreininrichting vormt een samenhangend geheel en verbindt alle gebouwen en functies. De inrichting wordt zo groen mogelijk. 2. Er is sprake van een heldere zonering van het terrein. 3. De terreininrichting draagt bij aan de landschappelijke inpassing en laat karakterverschillen zien die passen bij de functies en het aangrenzende gebied (landschap, natuurverbinding). 4. Versterking van de aanwezige natuurverbinding is een integraal onderdeel van de terreininrichting. 5. De terreininrichting draagt bij aan een gezonde en inspirerende werkomgeving; een plek waar werknemers elkaar kunnen ontmoeten en kennis en kunde kunnen uitwisselen.

PLANREGELS Het beeldkwaliteitsplan wordt afzonderlijk door de gemeenteraad vastgesteld. Bij toekomstige aanvragen om omgevingsvergunning of omgevingsplan in het plangebied wordt aan dit beeldkwaliteitsplan getoetst. De uitvoering van het beeldkwaliteitsplan behorende bij dit bestemmingsplan is geborgd door het opnemen van voorwaardelijke bepalingen in de regels.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

10

Beleidskader RIJK STRUCTUURVISIE INFRASTRUCTUUR EN RUIMTE (2012) Op 13 maart 2012 is de ‘Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte’ (SVIR) vastgesteld. In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een nieuw, integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: - Vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; - Verbeteren van de bereikbaarheid; - Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio’s. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn.

Gebiedsgerichte nationale belangen In de Structuurvisie worden verschillende deelgebieden onderscheiden. Het MIRT-gebied Noordwest-Nederland beslaat de provincies Noord-Holland en Flevoland en het IJsselmeergebied. De Metropoolregio Amsterdam is binnen dit gebied de grootste stedelijke regio. Voor Enkhuizen zijn de volgende relevante gebiedsgerichte nationale belangen en opgaven van belang: - Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma50), het behouden van het kustfundament, het verbeteren van het ecologisch systeem van het Markermeer-IJmeer (Natura 2000) en het samen met decentrale overheden uitvoeren van de gebiedsgerichte deelprogramma’s Kust, IJsselmeergebied en Waddengebied van het Deltaprogramma; - Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma’s Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma; - Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV) en buisleidingennetwerk; - Het aanwijzen van voorkeursgebieden voor grootschalige windenergie in de kop van Noord Holland, Flevoland en het IJsselmeer/Markermeer; - Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000gebieden.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

11

BESLUIT ALGEMENE REGELS RUIMTELIJKE ORDENING Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft als doel om de ruimtelijke belangen van het rijk vast te leggen. Deze belangen moeten juridisch doorwerken in de ruimtelijke onderbouwing. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro heeft directe gevolgen voor de ruimtelijke besluitvorming van andere overheden. Het omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB’s) die juridisch moeten doorwerken in bestemmingsplannen. De eerder uitgebrachte PKB’s hebben onder de nieuwe Wro de status van structuurvisie gekregen en zijn daarmee niet langer bindend voor andere partijen. Het Barro bevat daarom, passend binnen het nieuwe stelsel van de Wro, een zo beleidsneutraal mogelijke vertaling van deze bestaande ruimtelijke kaders uit de PKB’s Nota Ruimte, Derde Nota Waddenzee, Structuurschema Militaire Terreinen en Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Het gaat om de kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de rijksbufferzones, de nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.

Aan de hand van het Barro maakt het rijk duidelijk aan welke regels provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen moeten voldoen en wat de ruimte is waarbinnen provincies en gemeenten hun eigen ruimtelijke belangen vorm kunnen geven.

BESLUIT RUIMTELIJKE ORDENING (LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING) Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de Ladder duurzame verstedelijking worden onderbouwd. De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen in de Seed Valley, Noord-Holland. Het project is onderdeel van de uitbreiding van een bestaand zaadveredelingsbedrijf. De initiatiefnemer wil graag de uitbreiding realiseren zodat het bedrijf nu en in de toekomst kan zorgen voor voldoende voedsel met minimale impact op het milieu. Er wordt bij de uitbreiding zo veel mogelijk gebruik gemaakt van en aansluiting gevonden op de bestaande faciliteiten en voorzieningen. De uitbreiding moet zorgen dat het bedrijf, geconcentreerd in de Seed Valley, een economische, efficiënte en praktische afmeting en omvang heeft. Daarnaast geeft de uitbreiding lokaal meer werkgelegenheid.

Hierdoor vormt de duurzaamheidsladder geen belemmering voor de realisatie van het plan.

PROVINCIE OMGEVINGSVISIE NH2050 Op 19 november 2018 heeft de Provinciale Staten de Omgevingsvisie vastgesteld. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

12

geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuur inclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: • Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. • Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. • Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. • Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. • Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen in Westfriesland. In Westfriesland komen de bewegingen Nieuwe energie, Sterke kernen, sterke regio’s, Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving en Dynamisch Schiereiland bij elkaar.

De grote potentie voor geothermie en daarmee komende economische kansen en inpassingsopgaven, het verder benutten van de kusten aan het Ijsselmeer en Markermeer en het door ontwikkelen van Seed Valley, brengen een aantal opgaven bij elkaar die tegelijkertijd belangrijk zijn voor het vitaal houden van het voorzieningenniveau. Zaadveredeling is synoniem voor deze regio. Seed Valley is één van de belangrijke economische clusters.

Figuur 3.2.1.1: Kaart Noord-Holland in beweging met daarin Seedvalley aangegeven (bron: Provincie Noord-Holland). 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

13

OMGEVINGSVERORDENING NH2020 De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Op 16 november 2020 hebben Gedeputeerde Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Inmiddels is er een ontwerp Omgevingsverordening NH2022. Deze is op 26 april 2021 vastgesteld. Doorwerking plangebied Volgens de verordening zijn de onderstaande aspecten van belang: • Artikel 4.1 Natura 2000 gebieden • Artikel 4.44 Bodemsanering • Artikel 6.4 Kleinschalige ontwikkelingen • Artikel 6.10 Landelijk gebied • Artikel 6.38 Zaadveredelingsconcentratiegebied – zaadveredeling • Artikel 6.39 Bestaand zaadveredelingsbedrijf • Artikel 6.43 Natuurnetwerk Nederland • Artikel 6.56 Stiltegebieden • Artikel 6.82 Peilbesluit Artikel 4.1 Natura 2000-gebieden Dit artikel richt op het beperken van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden bij nieuwe ontwikkelingen. Door middel van ecologisch onderzoek, zie paragraaf 4.5, is aangetoond dat deze ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor nabijgelegen natura 2000-gebieden als het IJmeer, Markermeer en IJsselmeer.

Artikel 4.44 Bodemsanering Dit artikel gaat in op de meldingsplicht ten tijde van saneringswerkzaamheden. Artikel 6.4 Kleinschalige ontwikkelingen In dit artikel worden drie voorwaarden gesteld aan kleinschalige ontwikkelingen in landelijk gebied. In bijlage 12, artikel 6.4 van de omgevingsverordening NH2020 staat de vuistregel dat een kleinschalige ontwikkeling beperkt is tot 500 m² bouwoppervlak. Deze ontwikkeling gaat over meer dan 500 m², dus is geen kleinschalige ontwikkeling. Het artikel is in dit geval niet van toepassing. Artikel 6.10 Noord-Holland Noord, Landelijk gebied Dit artikel richt zich op het bouwen van nieuwe woningen in landelijk gebied. De ontwikkeling van Enza Zaden valt niet onder woningbouw. Daarom heeft dit artikel geen invloed op de ontwikkeling. Artikel 6.38 Zaadveredelingsconcentratiegebied Dit artikel geeft aan dat in het aangegeven zaadveredelingsgebied ruimte is voor deze bedrijven om uit te breiden en daarvoor geen maximale omvang van een bouwperceel geldt. In figuur 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

14

3.2.2.1 is te zien dat het plangebied binnen de aangegeven grenzen van dit concentratiegebied valt. De ontwikkeling is daarom in de basis mogelijk. Artikel 6.39 Bestaand zaadveredelingsbedrijf Dit artikel geeft aan dat in het aangegeven zaadveredelingsgebied ruimte is voor deze bedrijven om uit te breiden en daarvoor geen maximale omvang van een bouwperceel geldt. In figuur 3.2.2.1 is te zien dat het plangebied binnen de aangegeven grenzen van dit concentratiegebied valt. De ontwikkeling is daarom in de basis mogelijk.

Figuur 3.2.2.1: Kaart Omgevingsverordening NH2020 met daarin het zaadveredelings-concentratiegebied en bestaande zaadveredelingsbedrijven aangegeven (bron: Provincie Noord-Holland).

Artikel 6.43 Natuurnetwerk Nederland Dit artikel stelt richtlijnen voor de ontwikkeling in, en rondom, aangewezen ecologische verbindingszones. In figuur 3.2.2.2 is te zien dat langs de grens van het plangebied één van deze ecologische verbindingszones is aangewezen. Enza Zaden wil in de voorgestelde ontwikkeling bijdragen aan het versterken van de zone door waterstructuur te verbreden, natuurlijke oevers aan te leggen en de bebouwing niet in de zone te plaatsen. De ecologische verbindingszone en waterlopen worden ingepast in het plangebied. De nieuwe waterlopen krijgen de bestemming ‘Water’.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

15

Figuur 3.2.2.2: Kaart Omgevingsverordening NH2020 met daarin de ecologische zone aangegeven (bron: Provincie Noord-Holland).

Artikel 6.56 Stiltegebieden Dit artikel stelt richtlijnen voor het geluidsniveau in de omgeving van geluidsbronnen. Voor dit gebied geldt een richtwaarde van 35 dB(A) Laeq,24h op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting. Het geluidsonderzoek in paragraaf 4.6 onderbouwt dat deze ontwikkeling binnen de bepaalde richtwaarde blijft. Artikel 6.82 Peilbesluit Op grond van artikel 5.2 van de Waterwet moeten bij of krachtens provinciale verordening de oppervlaktewaterlichamen worden aangewezen waarvoor de beheerder peilbesluiten dient vast te stellen. In dit artikel is daarin voorzien. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft een peilbesluit vastgesteld. Het bestemmingsplan hoeft hier niet in te voorzien.

LEIDRAAD LANDSCHAP EN CULTUURHISTORIE De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 10 april 2018) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

16

bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een digitaal document en bestaat uit een introductiedeel met onder andere informatie over de opzet van de Leidraad en de juridische doorwerking, een deel met gebiedsgerichte informatie (ensembles en structuren) en een voorbeeldenbank. Doorwerking plangebied De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is verwerkt in het beeldkwaliteitsplan welke als separate bijlage is toegevoegd. Hieronder volgt op hoofdlijnen de doorwerking van de leidraad in het plangebied. Het plangebied is onderdeel van het ensemble Westfriesland Oost. Voor dit gebied is een aantal ambities en ontwikkelprincipes benoemd. Voor het plangebied zijn twee ontwikkelprincipes van belang. a. De karakterverschillen in het kustlandschap blijven uitgangspunt. b. De ontwikkeling van een robuust landschappelijk raamwerk binnen polder het Grootslag biedt ruimte aan (grootschalige) ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 3.2.3.1: Kaart Leidraad landschap en cultuurhistorie met de planlocatie aangegeven (bron: Provincie Noord-Holland).

De karakterverschillen in het kustlandschap blijven uitgangspunt. Het Westfriese kustlandschap is divers, er is een duidelijk verschil in karakter tussen het noordelijk deel (Medemblik en Enkhuizen) en het zuidelijk deel (Enkhuizen en Hoorn). De Westfriese Omringdijk is de continue ruimtelijke structuur die dit alles aan elkaar bindt. De 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

17

ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij het benadrukken van de karakterverschillen tussen de noordelijke en de zuidelijke kustzone. Het plangebied ligt in de noordelijke kustzone. Voor de noordelijke kustzone gelden de volgende ontwikkelprincipes. a. Versterk, als de kansen zich voordoen, de dijk met de routes eroverheen als verbindend element tussen de buitendijkse voorlanden aan de ene kant en het fijnmazige binnendijkse landschap aan de andere kant. b. Versterk het publiek toegankelijke groen-blauwe raamwerk met de afwisseling van natuur, recreatie, kernen, en water. Behoud ook de variatie in de mate van openheid. c. Houd vanaf de dijk zicht op het water en vice versa. d. Bouw de recreatieve, ecologische en cultuurhistorische betekenis van de kustzone, inclusief de Westfriese Omringdijk, verder uit (kans). e. Verrijk de landschappelijke diversiteit door de afwisseling van natte en droge delen, zowel binnen- als buitendijks. Zo vormt de dijk inclusief het landschap aan weerszijden een aantrekkelijke groenblauwe structuur (kans). Ad 1a t/m e. De Westfriese Omringdijk wordt in de planvorming gerespecteerd en waar mogelijk worden ruimtelijke en ecologische verbindingen met het plangebied gelegd. Ad 1d en e. Op de visiekaart van de Structuurvisie Enkhuizen 2020 is een ecologische verbindingszone in het plangebied weergegeven.

In de Omgevingsverordening NH2020 is deze concreet en exact geduid. Het gaat om de Natuurverbinding Westfriesland WNV1. Natuurverbinding WNV1 bestaat uit een 94 kilometer lang netwerk van waterlopen en aanliggende oevers in de regio Westfriesland. De natuurverbinding vormt een ruimtelijke verbinding tussen het IJsselmeer bij de Ven (K7), het Markermeer bij de kogen bij Schardam (L14) en inlandse waterrijke gebieden zoals Polder Mijzen (L12) en is onderdeel van een uitgebreider netwerk aan natte natuurverbindingen in het noordelijke deel van Noord- Holland. Buiten de grote meren en Polder Mijzen, ontbreken grotere natuurgebieden in de nabijheid van deze natuurverbinding. Wel liggen er een groot aantal stapstenen in en langs de verbinding. De natuurverbinding is van groot belang voor migratie van en als leefgebied voor water- en moeras gebonden soorten, waaronder verschillende soorten zoogdieren, insecten, amfibieën, vogels en vissen. De natuurverbinding ligt grotendeels in open, landelijk gebied, deels met intensief agrarisch gebruik. Versterking van de natuurverbinding/ ecologische verbindingszone tussen Enkhuizen en de Westfriese Omringdijk is onderdeel van de planvorming. In plan is ruimte gereserveerd voor versterking van de natuurverbinding.

De invulling van deze zone zal op basis van ecologisch onderzoek (zie paragraaf 4.5.2 ‘Onderzoek Flora en Fauna’) worden uitgevoerd, zodat een bij de natuurverbinding passende invulling kan worden gerealiseerd. De ontwikkeling van een robuust landschappelijk raamwerk binnen polder het Grootslag biedt ruimte aan (grootschalige) ruimtelijke ontwikkeling Met de ruilverkaveling veranderde de vaarpolder in een rijpolder. Met de schaalvergroting van de agrarische bebouwing verandert het landschap verder. Nieuwe grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zoals de bollenbroeierijen maken een robuust groen-blauw raamwerk noodzakelijk. De ruimtelijke kwaliteit in polder het Grootslag is gebaat bij: 1. het vrijhouden van ruimte tussen de linten met grootschalige agrarische bebouwing en de dijkzone/kernen.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

18

1. Zorg dat de (linten met) grootschalige agrarische erven ruimtelijk gescheiden blijven van de kernen en kleinschalige, cultuurhistorische gebieden. 2. Houd het zicht op en vanaf de Westfriese Omringdijk(zone) vrij. 2. het vrijhouden van ruimte tussen de linten. 1. De maximale diepte van nieuwe bebouwing is een derde van de polderslag (de ruimte tussen twee linten). 3. het behouden van het zicht vanaf de linten naar de polder en vice versa. 1. Houd het zicht op de open polder vanaf de kruispunten. 2. Houd de kruispunten vrij van ruimtelijke ontwikkeling. 3. Houd bij voorkeur minimaal de helft van de lengte van het lint onbebouwd. 4. Houd het doorzicht over de watergangen richting de polder achter het lint. 5. Houd bij nieuwe bebouwing minstens driemaal de breedte van de watergang (een slootbreedte aan beide zijden van de sloot) vrij van bebouwing. 4. het situeren van de representatieve voorzijde aan het lint. 1. De erven hebben een representatieve uitstraling naar de weg. Situeer aan de voorzijde van het erf de woonfunctie/siertuin/representatieve ruimte. 2. Situeer de bedrijfsbebouwing en logistiek achter op het erf. Ad 3a1 en 2. In de huidige situatie is al sprake van bebouwing langs de Westfriese Omringdijk.

Er is bij de ontwikkeling van deze bebouwing bewust gekozen om de hoeken van het perceel vrij te houden van bebouwing, om daarmee het zicht op en vanaf de dijk zo vrij mogelijk te laten zijn. Ad 3b1. In de huidige situatie is ongeveer 600 meter van de 850 meter diepe polderslag bebouwd. Het is daarom niet meer mogelijk om aan dit principe te kunnen voldoen. Wel zal de achterliggende gedachte worden gerespecteerd, namelijk dat de twee linten niet aan elkaar vastgroeien. Ad 3c1 t/m 3. Het vrijhouden van kruispunten is onderdeel van het bestaande beeldkwaliteitsplan. Dit principe zal worden gehandhaafd in de nieuwe ontwikkeling. Van zicht op de open polder is in de huidige situatie geen sprake. Het openhouden van de helft van het lint is mogelijk met uitbreiding van de bedrijfsbebouwing. Ad 3c4 en 5. In het beeldkwaliteitsplan was het behouden van het doorzicht op de watergangen richting de polder een belangrijke voorwaarde. Dit principe zal ook bij de nieuwe ontwikkeling worden doorgezet. Een strook van circa 10 meter breedte (van kas tot de sloot) wordt hiervoor vrijgehouden in de planvorming. Ad 3d1 t/m 2. Het principe van een voor- en achtererf wordt vertaald naar de specifieke situatie van Enza Zaden. Dit principe is verder uitgewerkt in het beeldkwaliteitsplan en zal zowel aan de Haling als aan de Elsenburg worden toegepast.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

19

REGIO RES NOORD-HOLLAND NOORD De regionale energiestrategie Noord-Holland Noord (april 2021) is bedoeld als visie en richtlijn voor de regio om de energietransitie in goede banen te leiden. Hierin worden doelstellingen voor verduurzaming van energievoorziening uitgewerkt in mogelijke projectlocaties.

Figuur 3.3.1.1: Uitsnede infographic RES-Noord-Holland-noord (bron: energieregionh.nl)

Doorwerking plangebied Het plangebied van Enza Zaden wordt in de RES aangeduid als gebied met potentie voor zon op grote daken. Ook wordt de parkeerruimte op het perceel aangeduid als potentieel voor ‘park the sun parkeerplaatsen’. Dit zijn parkeerplaatsen waar elektrische auto’s opladen door zonnepanelen bij de parkeerplaats. Enza Zaden zal onderzoeken of daar waar mogelijk zonnepanelen op het dak, in de gietwaterbassins en ter plaatse van parkeerplaatsen toegepast kunnen worden.

BELEIDSKADER WIND- EN ZONNE-ENERGIE WESTFRIESLAND Dit beleidskader is geldt sinds 13 oktober 2023. De zeven gemeenten binnen regio Westfriesland hebben samen het beleidskader wind- en zonne-energie Westfriesland opgesteld. Het doel van de samenwerking is het voorkomen van versnippering in het landschap. In het document wordt duidelijk waar en onder welke voorwaarden windturbines en zonne-energie mogelijk zijn. Het plangebied valt onder Experimenteerlandschap. In dit landschap zijn initiatieven voor windenergie op dit moment niet mogelijk. Zonnevelden mogen op een aantal locaties worden toegepast onder de voorwaarde van landschappelijke inpassing. Zonnevelden aan de rand van woonkernen zorgen voor een zachte overgang naar open landschap door groenblauwstructuur en recreatievoorzieningen. Het sluit aan bij de maat en schaal van omliggende infrastructuur en vult de restruimte in. 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

20

Zonnevelden in agrarisch industrieel lint worden geplaatst op daken van schuren of kassen. Nabij Natuur Netwerk Nederland sluiten zonnevelden aan door groenblauwstructuur die de natuur versterken en bijdragen aan de biodiversiteit. Doorwerking plangebied Enza Zaden wil in overeenstemming met het beleidskader onderzoeken of daar waar mogelijk zonnepanelen op het dak, in de gietwaterbassins en ter plaatse van parkeerplaatsen toegepast kunnen worden om gedeeltelijk in de eigen elektriciteitsvraag te voorzien.

GEMEENTELIJK BELEID STADSVISIE ENKHUIZEN 2030 In de Stadsvisie Enkhuizen 2030 zijn een aantal richtinggevende uitspraken opgenomen. De Structuurvisie is de ruimtelijke vertaling van de Stadsvisie. In de Structuurvisie is aangegeven wat de ruimtelijke gevolgen zijn van het gemeentelijk beleid waarvoor gekozen wordt. Doorwerking plangebied De onderstaande uitspraken uit de Stadsvisie zijn relevant voor het plangebied. 1. Enkhuizen gaat uit van haar kernkwaliteiten en benut haar cultuurhistorisch erfgoed en de unieke ligging aan het water. 2. Er wordt door Enkhuizen ingezet op het door ontwikkelen van Seedvalley. Op de structuurvisiekaart is het plangebied geduid als onderdeel van de Seedvalley. Daarnaast is een ecologische verbindingszone in het plangebied weergegeven en is langs de Haling een recreatieve route geduid. De Westfriese Omringdijk en noord-zuid gerichte waterlopen zijn gemarkeerd als waardevolle lijnen.

Figuur 3.4.1.1: Uitsnede Enkhuizen structuurvisie 2020 met in het rood omcirkeld het plangebied welke is aangegeven als Seedvalley (bron: Stadsvisie Enkhuizen 2030, gemeente Enkhuizen). 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

21

Het plangebied ligt in het Seedvalley-gebied; de ontwikkeling is hiermee in de basis passend. De inpassing van het bedrijf in relatie tot de Westfriese Omringdijk is in het Beeldkwaliteitsplan meegenomen. De ecologische verbindingszone en de waterlopen worden ingepast in het plangebied. De recreatieve verbinding valt buiten de scope van deze ontwikkeling.

BOUWSTENEN VOOR DE OMGEVINGSVISIE ENKHUIZEN De gemeente Enkhuizen is het proces gestart om een omgevingsvisie te ontwikkelen. Om deze visie op te stellen zijn een aantal bouwstenen opgesteld. Momenteel is dit nog niet vastgesteld, maar in de uitwerking van dit bestemmingsplan is het ontwerpdocument meegenomen. Doorwerking plangebied In figuur 3.4.2.1 is de kernkwaliteitenkaart te zien. Daarin wordt Enza zaden aangegeven als sterke agrarische sector.

Figuur 3.4.2.1: Kernkwaliteitenkaart Enkhuizen, geel omcirkeld het plangebied (bron: bouwstenen voor de omgevingsvisie Enkhuizen, gemeente Enkhuizen).

In het document worden kernopgaven benoemd. De volgende opgaven zijn voor Enza Zaden van toepassing: - Behouden karakter van landschapsgemeente Enkhuizen. Enza Zaden wil door de waterstructuur in het plangebied te versterken de doorzichten en de openheid in het landschap bewaren. - Versterken van de economie. Door uit te breiden kan Enza Zaden blijven groeien en ontwikkelen, dit geeft meer werkgelegenheid in de omgeving. 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

22

-

-

-

Realiseer Energieneutraal 2040. Enza Zaden wil op termijn energieneutraal worden. Daarvoor wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om duurzame energie op te wekken. Dit wordt in paragraaf 4.13 ‘Duurzaamheid’ verder uitgewerkt. Zorg dat de gemeente bestand is tegen droogte, hitte en overmatige regenval. Enza Zaden wil hieraan o.a. bijdragen door meer wateropslag te realiseren. Daarmee heeft het bedrijf in drogere perioden een grotere regenwaterbuffer. Behoud en versterk de biodiversiteit. De ecologische kwaliteit van de Hoeksloot wordt verbeterd door natuurvriendelijke oevers aan te leggen. De watergang wordt duidelijker vormgegeven als ecologische verbindingszone en draagt daarmee bij aan de biodiversiteit.

WELSTANDSNOTA ENKHUIZEN, HERZIENING 2013 Het plangebied is gelegen in gebied C3, het landelijk gebied. Het landelijk gebied van Enkhuizen, polder Het Grootslag, is van oorsprong een oud getijdenlandschap (zoals de Waddenzee), maar het huidige landschap is voor het grootste deel door de mens gevormd. In de 14e eeuw is dit gebied, tezamen met het grootste deel van WestFriesland, ingedijkt door de in die tijd langste aaneengesloten dijk van de Lage landen: de Westfriese Omringrijk. De bebouwing in de polder bestaat vooral uit agrarische bedrijven van recente datum. Met uitbreiding van het aantal agrarische bedrijven wordt rekening gehouden. Het gebied is aangewezen als agrarisch productiegebied, waarbij functionaliteit op de eerste plaats komt.

Figuur 3.4.2.1: Gebiedsindeling Enkhuizen (bron: Welstandsnota Enkhuizen herziening 2013).

Doorwerking plangebied De volgende richtlijnen worden meegenomen in het beeldkwaliteitsplan die de geldende welstandsnota ter plaatse zal vervangen.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

23

Gebouw en omgeving • Uitgangspunt (van het bestemmingsplan) is het zo open mogelijk houden van het landschap en clustering van agrarische bedrijven. Dit houdt in: • Handhaven van de doorzichten langs de hoofdsloten of hoofdvaarten. • De bebouwing op het bedrijfsperceel dient bij voorkeur compact te blijven om te grote uitwaaiering te voorkomen. • Het omgeven van het erf met inheemse en bij het landschap passende beplanting is zeer gewenst. • Grote bouwwerken met een andere functie dan wonen spelen in op de hierboven beschreven algemene karakteristieken van het gebied en op de specifieke functie en betekenis van de plek. • De voorgevelrooilijn ligt parallel aan de weg. • Bijgebouwen bevinden zich zo veel mogelijk aan de achterkant van het erf.

CONCLUSIE Uit de beleidskaders blijkt dat de planvorming past binnen het vigerende ruimtelijk beleid van het rijk, de provincie, regio en gemeente.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

24

Omgevingsaspecten BODEM WET- REGELGEVING In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting op een ruimtelijk plan inzicht verkregen moet worden in de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder meer inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering in een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) is daarom onderdeel van de onderzoek verplichting bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Daarnaast geldt in het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de volksgezondheid dat het bestemmen van gronden met een (water)bodem van onvoldoende milieu hygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming, zoals wonen, in beginsel moet worden voorkomen. De Wet bodembescherming ziet, vanuit een goed milieubeheer, op de bodembescherming en bodemsanering. Met deze wet moet rekening worden gehouden met het ontwikkelen en realiseren van ruimtelijke plannen. In een bestemmingsplan dat voorziet in ruimtelijke ontwikkeling, moet verantwoord zijn dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is op grond van de bodemkwaliteit voor die ruimtelijke ontwikkeling. Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied.

Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient het volledig verkennend bodemonderzoek te worden verricht.

ONDERZOEK Op 25 maart 2022 heeft VanderHelm Milieubeheer B.V. op de locatie aan de Haling 12E te Enkhuizen een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707. Het onderzoek is als aparte bijlage toegevoegd. Op 11 november 2022 is voor de rest van het plangebied aan de Haling 1E te Enkhuizen een verkennend milieukundig bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een verkennend milieukundig waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 uitgevoerd door VanderHelm Milieubeheer B.V.. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene bodemkwaliteit met het oog op de voorgenomen uitbreiding. De doelstelling van het verkennend waterbodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de baggerspecie met het oog op de voorgenomen demping van de watergangen. Ook dit onderzoek is als aparte bijlage toegevoegd.

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

25

Op 24 november 2023 is dit onderzoek aangevuld. De doelstellingen van het onderzoek zijn het vaststellen van de ernst (saneringsnoodzaak), omvang en, indien van toepassing, de spoedeisendheid van de aangetroffen verontreiniging met nikkel in het grondwater en het vaststellen van de bodemopbouw en -kwaliteit ter plaatse van de gedempte sloten en voormalige dammen. Ook dit onderzoek is als aparte bijlage toegevoegd. Haling 12E Geconcludeerd wordt dat er, milieuhygiënisch gezien, geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen transactie. Ter onderbouwing van bovenstaand wordt tevens geconcludeerd dat: - ingevolge de Wet Bodembescherming nader bodemonderzoek en/of het nemen van sanerende maatregelen niet noodzakelijk is; - de grond niet verontreinigd is met de onderzochte parameters; - in het grondwater plaatselijk een licht verhoogde concentratie barium is aangetoond. Het grondwater is verder niet verontreinigd met de onderzochte parameters; - licht verhoogde concentraties barium vaker voorkomen in het grondwater. Aangezien geen bron voor deze verontreiniging aanwezig is (geweest), is geen aanvullend onderzoek benodigd. Ook levert een dergelijke concentratie geen belemmeringen op voor het gebruik van het terrein en/of voor de voorgenomen transactie; - visueel zowel op het maaiveld als in het opgeboorde materiaal geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen.

Ook analytisch is in de meest verdachte laag (bovengrond) geen asbest aangetoond; - de baggerspecie ter plaatse van beide onderzochte watergangen niet verontreinigd is. Voor beide watergangen geldt dat de baggerspecie verspreidbaar is op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie altijd toepasbaar is op of in de landbodem en altijd toepasbaar is in oppervlaktewater. Haling 1E Geconcludeerd wordt dat er, milieuhygiënisch gezien, geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen herinrichting. Ter onderbouwing van het bovenstaande wordt, per onderzoek, het volgende geconcludeerd: Verkennend milieukundig bodemonderzoek - tijdens het uitvoeren van het veldwerk zijn op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal geen asbestverdachte (plaat)materialen of andere bodemvreemde bijmengingen aangetroffen; - in de bovengrond (circa 0,0 - 0,5 m-mv) en de ondergrond (tot 3,0 m-mv) zijn maximaal licht - verhoogde gehalten aan enkele zware metalen aangetoond. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond; - in het grondwater ter plaatse van de peilbuizen 005, 009 en 013 zijn matig tot sterk verhoogde concentraties aan nikkel aangetoond. Bij eerder (in 2014 en 2016) in de omgeving uitgevoerde bodemonderzoeken zijn eveneens (matig tot) sterk verhoogde concentraties aan nikkel aangetroffen.

Hiervan is destijds aangegeven dat deze regelmatig verhoogd kunnen voorkomen ter plaatse van glastuinbouw. Vermoedelijk 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

26

-

-

bevindt de huidige onderzoekslocatie zich ten aanzien van het grondwater binnen de invloedsfeer van de betreffende verhoogde concentraties. Verder grondwateronderzoek is ons inziens derhalve niet noodzakelijk; in het grondwater ter hoogte van alle overige peilbuizen zijn maximaal licht verhoogde concentraties van de geanalyseerde parameters aangetoond; de hypothese ‘onverdachte locatie’, zoals vastgesteld in het vooronderzoek, dient formeel te worden verworpen vanwege het aantreffen van verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters. Verder bodemonderzoek wordt echter niet zinvol geacht; de hypothese ‘onverdacht’ op asbest, zoals vastgesteld in het vooronderzoek, wordt aangenomen gezien zowel op het maaiveld als in de opgeboord grond geen asbestverdachte (plaat)materialen zijn aangetroffen. Tevens zijn geen bijmengingen met puin aangetroffen;

Verkennend milieukundig waterbodemonderzoek - de baggerspecie ter plaatse van deellocaties B (‘Te dempen sloot 1’; mengmonstervak S01) en C (‘Te dempen sloot 2’; mengmonstervakken S02 en S03) is verspreidbaar op het aangrenzend perceel, ‘altijd toepasbaar’ op of in de landbodem en ‘altijd toepasbaar’ in oppervlaktewater; - op basis van de resultaten van eerder verricht waterbodemonderzoek (kenmerk: ENEN20220206, d.d. 25 maart 2022) en het huidige onderzoek is de baggerspecie ter plaatse van deellocatie C (Te dempen sloot 3’; mengmonstervak S04) verspreidbaar op het aangrenzend perceel, ‘altijd toepasbaar’ op of in de landbodem en ‘altijd toepasbaar’ in oppervlaktewater; - de baggerspecie ter plaatse van deellocatie D (‘Te dempen water t.b.v. dammen’; mengmonstervak S05) is verspreidbaar op het aangrenzend perceel, ‘altijd toepasbaar’ op of in de landbodem en toepasbaar in oppervlaktewater als ‘klasse A’. Aanvullend bodemonderzoek - Ter plaatse van boring 211, die deel uitmaakt van een dwarsraai ter plaatse van de noordelijke gedempte sloot, zijn in het traject van 1,20 - 1,30 m-mv verbrandingsresten en een zwakke bijmenging met baksteen waargenomen.

Analytisch is in deze bodemlaag een licht verhoogd gehalte met PAK (10 VROM) aangetoond; - In de overige boringen zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen of andere waarnemingen gedaan die kunnen wijzen op bodemverontreiniging/ dempingsmateriaal; - Peilbuis 009 is herplaatst als peilbuis 109. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 109 is een sterk verhoogde concentratie met nikkel aangetoond; - De sterke verontreiniging met nikkel in het grondwater ter hoogte van peilbuis 009/109 is middels peilbuis 301 in voldoende mate verticaal afgeperkt; - De sterke verontreiniging met nikkel in het grondwater ter hoogte van peilbuis 009/109 is middels de peilbuizen 302 t/m 305 in voldoende mate horizontaal afgeperkt. De omvang van de verontreiniging in het grondwater waarbij de interventiewaarde wordt overschreden, wordt ingeschat op < 100 m3 bodemvolume. Derhalve is geen sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’;

077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

27

-

In het grondwater ter plaatse van de peilbuizen 306 t/m 310 zijn geen tot licht verhoogde concentraties met nikkel aangetoond, die geen aanleiding vormen tot nader onderzoek.

In het grondwater ter hoogte van peilbuis 009/109 is (opnieuw) een sterk verhoogde concentratie aan nikkel aangetoond. Er is geen sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. Het uitvoeren van aanvullend grondwateronderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Er zijn geen belemmeringen voor de aanvraag van de omgevingsvergunning. De resultaten van het aanvullend bodemonderzoek ter plaatse van de gedempte sloten vormen ons inziens eveneens geen belemmering voor de aanvraag van de omgevingsvergunning.

CONCLUSIE De beschikking ‘ernst geen spoed’ is aangevraagd. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van dit plan.

ARCHEOLOGIE WET- EN REGELGEVING Door de ondertekening van het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta genoemd) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Monumentenwet is geregeld hoe met archeologische vindplaatsen en zichtbare monumenten moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij de planvorming te betrekken. Een belangrijk onderdeel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) is dat de verantwoordelijkheid voor het cultureel erfgoed bij de gemeenten komt te liggen. In de WAMZ wordt geregeld dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemming rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Gemeente Enkhuizen heeft een vastgestelde archeologische beleidsnota, een belangrijk onderdeel daarvan is de archeologische beleidskaart. Deze kaart wordt gebruikt als basis van het bestemmingsplan.

ONDERZOEK Het archeologisch onderzoek is in meerdere fasen uitgevoerd. Op 5 oktober 2022 is een aanvullend archeologisch advies opgesteld waarbij gekeken is naar de archeologische beleidskaarten en voorgaande onderzoeken. Het archeologisch advies is als aparte bijlage toegevoegd. De Archeologische Monumentenkaart (AMK) en Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) tonen de bekende behoudens waardige archeologische terreinen in Nederland al dan niet in combinatie met de trefkans (hoog, middelhoog, laag) op archeologische resten. In figuur 4.2.2.1 is te zien dat in het plangebied verschillende archeologische waarden voorkomen. Ter plaatse van het geplande Fytopathologie gebouw en het zuidelijke plangebied geldt een hoge 077500-240423-SZ-RW-Toelichting.docx

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14571751/1