CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Bouwen noodopvang

gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Tijdelijke huisvesting Immerhornpolder19.771 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

32/181

Bijlagen toelichting

33/181

34/181

Bijlage 1

35/181

Locatieonderzoek

Flexwoningen Enkhuizen (On)mogelijkheden terreinen gemeente Enkhuizen

Inleiding • Woningnood is hoog • Terreinen nodig om in grote aantallen flexwoningen te plaatsten • Lastige opgave door o.a.: – Beperkte meewerking ontwikkelaars door lage(re) grondprijs – Not in my backyard bewoners – Beeld bewoners bij flexwoningen (= AZC) – Geen/weinig geschikte terreinen in bezit gemeente

1. Voormalige stadscamping

Overzichtskaart

1. Conclusie • Geen plaatsing flexwoningen mogelijk: – Buitendijks – Terrein is (nu nog) van gemeente Enkhuizen en verpacht aan Sprookjeswonderland maar komt in bezit van Europars – Over terrein Europarcs voor ontsluiting

2. Sportpark Immerhorn

Conclusie • Geen plaatsing flexwoningen mogelijk: – Het is buitendijks – Alle ruimte wordt gebruikt door de voetbalvereniging • En heeft (voorlopig) geen plannen om zaken aan te passen op het terrein

3. Stadcamping de Vest/gepland parkeerterrein

3. Conclusie • Geen plaatsing flexwonigen mogelijk: – Initiatief tot bouw 11 woningen onlangs afgewezen en besloten tot realisatie parkeerplaats. – Beschermd stadsgezicht/historisch gebied (is dit zo? Ik weet dat er iets is dat je niet in het schotveld mag bouwen)

4. Locatie De Gouw-Zuid • Dit betreft het terrein waar de scouting, beachvolleybal en tafeltennis zijn gevestigd • Gemeente onderzoekt de mogelijkheden om het scoutinggebouw over te nemen

4. Onderzoeken mogelijkheden • Vragen gesteld bij omgevingsdienst: – Geluid N505 (Drechterlandseweg) • Geluid beperken door geluidswal?

– Vervoer gevaarlijke stoffen over N505 – Hinderzones naast gelegen dierenkliniek? – Schets gemaakt om huidige bebouwing en beachvolleybalveld heen

4. Conclusie • Locatie met potentie: – Terrein eigendom gemeente – Ruimte voor ongeveer 40 woningen • Afhankelijk van woningtypen

5. Scholtens WesteindeWest

60 tijdelijke woningen

• Lastige locatie door: – Ontwikkelaar wil 2onder-1 kappen plaatsen – Wil uitsluitend bouwen voor lokale mensen – (te?)Dicht langs N505 • Geluid • Gevaarlijk transport

6. Westeinde t.o. Syngenta

6. Westeinde-West • Mogelijke locatie voor ongeveer 100 flexwoningen • Locatie met potentie • Opmerkingen: – Is van Scholtens (zie eerdere opmerkingen) – Doet geen recht aan lintbebouwing – Alleen 100 woningen mogelijk indien toepassen gestapelde woningen. Dit past niet bij de huidige bebouwing van Westeinde zelf

7. Westeinde Botman

7. Westeinde Botman • Ruimte voor ongeveer 40 flexwoningen • Tekst aanvullen.

8. Conclusie/samenvatting • Locaties met potentie: – De Gouw-Zuid (let op o.a. ligging t.o.v. N505) • Locaties met minder potentie – Scholtens Westeinde-West en Westeinde t.o. Syngenta (Scholtens wil geen sociale woningen en uitsluitend bouwen voor locatie bevolking) – Westeinde Botman (bij welke categorie moet deze?) • Locaties zonder potentie: – Immerhorn – Voormalige Stadscamping – Stadscamping de Vest – adsf

• Conclusie: Meer terreinen benodigd!

Vragen??

Bijlage 2

57/181

Memo Ruimtelijke Kwaliteit en Waterveiligheid

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN

10 augustus 2023 20230886.002/103525/ Maaike Ruitenberg Gemeente Enkhuizen

20230886.002 Bouwen noodopvang - verkeer en buitendijks bouwen OPDRACHTGEVER SED organisatie PROJECT

WATERVEILIGHEID EN RUIMTELIJKE KWALITEIT Waterveiligheid – buitendijks bouwen Het sportveld dat als mogelijke locatie voor de bouw van noodopvang wordt gezien ligt op ca. 0 m + NAP. De sportvelden liggen buitendijks, ten oosten van de zeemuur (primaire waterkering). Dit is te zien op Figuur 1.

Figuur 1 Locatie waterkering en plangebied (bron: legger HHNK)

Ten noorden van de sportvelden ligt een camping en ten oosten van de sportvelden loopt de bouwweg voor de ontwikkeling van het openbaar gebied. De hoogteligging van respectievelijk de camping en deze bouwweg is ca. 1,8 m + NAP.

Op dit moment wordt gewerkt aan de ontwikkeling van het openbaar gebied ten oosten van de sportvelden en het vakantiepark Enkhuizer Strand. Dit wordt gedaan door EuroParcs. Een belangrijk onderdeel van deze ontwikkeling is de aanleg van een voorlandkering. De voorlandkering wordt langs de kustlijn aangelegd vanaf het vakantiepark tot aan de camping. De ligging hiervan is te zien in Figuur 2.

Figuur 2 Ligging voorlandkering (bron: ontwerp door EuroParcs)

Het doel van deze voorlandkering is het beschermen van het achterliggende gebied (zowel openbaar gebied als vakantiepark en camping) tegen overstroming. De hoogte van de voorlandkering is zo gedimensioneerd dat, met het huidige peilbesluit, beschermt tegen overstroming met een frequentie van 1/4000 jaar. Deze overstromingskans sluit aan bij de kans die voor woongebieden wordt gehanteerd. De hoogte van voorlandkering varieert tussen de 2,08 en 2,14 m + NAP. De

2/10

voorlandkering ter hoogte van het openbaar gebied en de nog aan te leggen kustboog zal naar verwachting gereed zijn in de eerste helft van 2026. In de tussentijd liggen de sportvelden gedeeltelijk beschermd door de camping en bouwweg die zijn gelegen op een hoogte van 1,8 + NAP. Aanvullende informatie Op 25 november 2022 is de Kamerbrief Water en Bodem Sturend verstuurd. Deze brief doet geen concrete uitspraak over de invoeringstermijn van een eventuele stijging van het winterpeil van het IJsselmeer. De brief benoemt dat de richting van de maatregelen duidelijk zijn, maar dat nog niet duidelijk is wat er wanneer nodig is. De meest recente beleidsaanbevelingen van RWS uit 2019 als ook het Nationaal Water Programma 2022-2027 spreken over invoering van een maximale stijging van het winterpeil met 0,30 m na 2050. RWS beveelt aan om een peilstijging geleidelijk in te voeren en hierover 25 jaar van te voren een besluit te nemen. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft bevestigd dat het winterpeil niet voor 2050 zal worden verhoogd. Mogelijk wordt het zomerpeil wel eerder worden verhoogd, maar dat is niet maatgevend voor de overstromingsfrequentie.

3/10

RUiMTELIJKE KWALITEIT Het plan stelt de nieuwbouw van 38 huisvestingsgebouwen voor opvang van Oekraïnse vluchtelingen voor. Daarnaast wordt een kantoorgebouw en een multifunctioneel centrum in het projectgebied gerealiseerd. Ten behoeve van de ontsluiting van de gebouwen wordt een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd. In het gebied wordt verder ruimte gecreeerd voor recreëren. Figuur 3 en 4 weergeeft de toekomstige situatie van het projectgebied weer.

Figuur 3 Toekomstige situatie projectgebied (bron: K3H architecten)

4/10

Figuur 4 Toekomstige situatie projectgebied (bron: K3H architecten)

Van belang is dat de bebouwing op een verantwoorde wijze wordt ingepast in het landschap. In deze paragraaf wordt de landschappelijke inpassing kort beschreven volgens de ruimtelijke kwaliteitssystematiek van de provincie. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (Provincie Noord-Holland, 2018) In de Leidraad is het Noord-Hollandse landschap onderverdeeld in deelgebieden. Het projectgebied ligt in het deelgebied West-Friesland Oost.

5/10

Ontstaansgeschiedenis West-Friesland is ontstaan uit grote hoeveelheden sediment die zijn afgezet door het Zeegat van Bergen. Dit getijdebekken, dat tot ver in het binnenland reikte, zorgde voor opslibbing van zand en klei uit zee. Hierop vestigde zich al vroeg een groot aantal mensen in een relatief hoge dichtheid. West-Friesland is dan ook een archeologisch waardevol gebied, met in de bodem relicten van nederzettingen uit Steentijd, Bronstijd, IJzertijd en Romeinse tijd (zie ook archeologie). Vooral de resten uit de Midden- en Late-Bronstijd uit oostelijk West-Friesland zijn uniek. Vanaf de IJzertijd vernatte het gebied waardoor er veen tot ontwikkeling kwam. Dit maakte het gebied ongeschikt voor bewoning. Vanaf de vroege middeleeuwen werd het veen in ontginning genomen. Om het gebied te ontwateren werden vanuit bestaande veenrivieren parallelle sloten het veen in gegraven. Op de droge toplaag kon men vervolgens wonen en akkers aanleggen. Een deel van de ontginningen werd beperkt door natuurlijke grenzen of bezitsgrenzen maar elders trok men onder druk van de bodemdaling steeds verder het veen in – net als in andere veengebieden. Om droge voeten te houden werden de nederzettingen verplaatst naar de hoogste plaatsen in het landschap, ten oosten van Hoorn en bij Medemblik lagen veel nederzettingen op kreekruggen.

Kreekruggen zijn kronkelende zandbanen die op veel plaatsen in West-Friesland voorkomen. De zandbanen zijn met zand opgevulde restanten van voormalige getijgeulen. Er zijn twee hoofdtakken. De noordelijke hoofdtak loopt vanaf Hoogwoud via Abbekerk, Twisk en Opperdoes naar Medemblik. De zuidelijke hoofdtak loopt vanaf Hoogwoud via Wognum ten noorden langs Hoorn naar Wijdenes en verder richting Enkhuizen. De meeste nederzettingen in de veenontginningen kregen de vorm van langgerekte linten. Veel plaatsnamen in WestFriesland eindigend op –woud, -woude en –broek (zoals Westwoud en Grootebroek) herinneren nog aan het onontgonnen landschap en de veenvegetatie. Het veenpakket dat zich eerder op de kleibodem had ontwikkeld, is inmiddels verdwenen door oxidatie. Het gebied heeft echter wel de ruimtelijke karakteristieken van een veenontginningsgebied behouden. Doordat de gronden ter weerszijden van de opgevulde getijdegeulen zijn ingeklonken en het zand in de geulen niet, zijn deze met zand gevulde geulen nu lichte verhogingen in het landschap. Dit noemt men reliëfinversie. Vanaf omstreeks de 11e eeuw begon men met het aanleggen van dijken om de veenontginningen tegen inbraken van de zee te beschermen. Vanaf de tweede helft van de 13e eeuw vormden deze dijken één geheel: de Westfriese Omringdijk. Door de gesloten dijk nam de invloed van de zee sterk af.

De Omringdijk onderging na aanleg nog flinke veranderingen door de vele doorbraken en achter zwakke dijktracés werden inlaagdijken (reservewaterkeringen) aangelegd. In de late middeleeuwen trachtte Graaf Floris V West-Friesland aan zich te onderwerpen door dwangburchten – waaronder kasteel Radboud bij Medemblik– te bouwen langs de dijk. Nog altijd vormt de Omringdijk door zijn hoogte en als scheiding tussen landschapstypen die in verschillende periode zijn ontstaan, de markante begrenzing van het oude zeekleigebied. Het gebied kende lang vooral een agrarisch gebruik (akkerbouw en fruitteelt). Het grootste deel van het transport ging over water. Polder het Grootslag was bijvoorbeeld een ‘vaarpolder’ met een zeer beperkt aantal wegen. Als onderdeel van de intensivering en structuurverbetering van de Nederlandse landbouw vonden in de tweede helft van de 20e eeuw grootschalige ruilverkavelingen en daarmee schaalvergroting plaats. Het landschap werd getransformeerd, maar dat gebeurde niet overal op dezelfde manier of in dezelfde mate. In polder Het Grootslag is het landschap in de jaren 80 bijvoorbeeld ingrijpend getransformeerd, veel sloten werden gedempt en er werd een wegennetwerk aangelegd.

6/10

De ecologische zone in de polder verwijst nog naar de vaarpolderstructuur die er vroeger was. Langs de Markermeerdijk tussen Hoorn en Enkhuizen is het historische landschap nog zichtbaar. Sindsdien is het beeld van het agrarisch landschap onder invloed van schaalvergroting van agrarische bebouwing verder gewijzigd. In delen van polder het Grootslag, waar het projectgebied deel van uitmaakt, bijvoorbeeld begint het agrarisch platteland meer de verschijningsvorm van een bedrijventerrein te krijgen. Het gebied ten zuiden van Andijk is ingericht als glastuinbouwgebied. Andere delen van het ensemble zijn in de laatste decennia van de vorige eeuw flink verstedelijkt, bijvoorbeeld bij Hoorn, Medemblik, Enkhuizen, Hoogkarspel, Bovenkarspel en Wervershoof. Kernwaarden West-Friesland Oost heeft de volgende drie provinciale kernwaarden:  de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen.  openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten.  de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Denk hierbij aan bebouwingslinten, bomenlanen en dijken. Landschappelijke karakteristiek West-Friesland Oost is een oud zeekleilandschap met de karakteristiek van een veenontginningsgebied.

Kenmerken zijn de lange veenlinten en opstrekkende kavels haaks op de linten. De ligging van de linten is afhankelijk van de richting van de ontginningen en vaak sterk gerelateerd aan de ondergrond (de hooggelegen kreekruggen). Waterlopen als de Kadijk, de Gouw, de Groote Vliet en de Molensloot zijn enkele relicten van het ooit waterrijke landschap. De kronkelende dijken en de braken en wielen zijn het resultaat van de lange strijd tegen het buitenwater. Langs de IJsselmeerkust tussen Medemblik en Enkhuizen, aan de Westfriese Omringdijk, liggen buitendijkse gebieden, die behoren tot het voormalig Zuiderzeelandschap. Samen met de kleinschalige gebieden binnendijks vormt dit een afwisselende kustzone, waar binnen- en buitendijks land een duidelijke relatie met elkaar hebben. Buitendijks liggen diverse recreatiegebieden en -voorzieningen, zoals de Vooroever bij Onderdijk en het Enkhuizerzand bij Enkhuizen, een kunstmatig opgehoogd buitendijks recreatiegebied met onder andere het Zuiderzeemuseum, een camping en een zwembad. Aan de dijk liggen ook bijzondere waterhuishoudkundige elementen zoals de Koopmanspolder en spaarbekken. De polder waar tegenwoordig Bungalowpark het Grootslag in ligt is ooit aangelegd als proefpolder voor de Zuiderzeewerken. Aan de binnenzijde van de Omringdijk liggen kernen als Medemblik, Wervershoof en Andijk.

Tussen de kernen ligt lintbebouwing en hier liggen de recreatiegebieden aan De Groote Vliet en de Kleine Vliet. Het gebied ten oosten van Twisk (beschermd dorpsgezicht), Oostwoud en Hauwert bestaat nog uit historisch, niet ruilverkaveld landschap. Tussen Enkhuizen en Hoorn vormt de Westfriese Omringdijk een scherpe grens tussen land en water. De dijk is hier meer belast door wind en golven en voorland ontbreekt vrijwel geheel. Aan de binnenzijde, bij Wijdenes en Schellinkhout, is het historische landschap met een fijnmazige verkaveling, boomgaarden (fruitteelt), historische linten en waterlopen nog redelijk intact gebleven.

7/10

Openheid en ruimtebeleving Dit oostelijke deel is het minst open ensemble van West-Friesland. Het verloor de grootschalige openheid door de aanleg van woongebieden, bedrijventerreinen en agrarische bebouwing en is nu matig open tot gesloten. In het kleinschalige landschap aan de Markermeerdijk, tussen Hoorn en Enkhuizen, is het oorspronkelijke landschap en de openheid het best bewaard gebleven. Aan beide zijden van het lint is het landschap open (de zogenaamde ‘gedeelde ruimte’). Ruimtelijke dragers De Westfriese Omringdijk markeert de begrenzing van het oude zeekleigebied. Dit is een provinciaal monument en een ruimtelijke drager van regionale betekenis. De dijk is door de scheiding water en land, het steile profiel en de grote hoogte zeer herkenbaar in het landschap. In het Westfriese landschap zijn de ontginningsstructuren, vaarten en dijkwegen de belangrijkste lokale structuurlijnen. Ambities en Ontwikkelprincipes De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen:  bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek  bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en  helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

De ambities en ontwikkelprincipes zijn onder andere gebaseerd op het Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk (Feddes/Olthof, Grontmij in opdracht van provincie Noord-Holland, 2009), Een dijk van een regio, structuurschets Westfriesland (Urhahn | stedenbouw & strategie, in opdracht van de zeven Westfriese gemeenten, 2017) en de Handreiking Ruimtelijke inpassing Bollenbroeierij het Grootslag (PARK-advies provincie Noord-Holland, 2016). Het Westfriese kustlandschap is divers. Tussen Medemblik en Enkhuizen ligt aan weerszijden van de dijk afwisselend landschap – nu eens water, dan weer land binnen- en buitendijks land. Tussen Enkhuizen en Hoorn vormt de dijk juist een scherpe overgang tussen het binnendijkse romantische landschap en het water aan de andere zijde. De Westfriese Omringdijk is de continue ruimtelijke structuur die dit alles aan elkaar bindt. De ontwikkeling vindt plaats in het buitendijkse gebied in Enkhuizen. In de huidige situatie zijn de sportvelden landschappelijke ingepast door hoogopgaande beplanting. Figuur 5 geeft een aanzicht op het projectgebied vanaf de Immerhornweg weer. Het projectgebied bevindt zich in een groen raamwerk met hoogopgaande beplanting aan weerzijden. In de toekomstige situatie blijft dit groene raamwerk behouden. Ook blijft de bestaande verkavelingsstructuur behouden. Er vinden hier geen ingrepen in plaats.

In de leidraad staat dat het zicht vanaf de Westfriese Omringdijk op het kleinschalige landschap en op het open water zoveel mogelijk vrijgehouden moet blijven. Daar de toekomstige bebouwing binnen het bestaande groene raamwerk wordt gerealiseerd, doet de ontwikkeling geen afbreuk aan het zicht op het landschap en het open water.

8/10

De nieuwbouw vindt plaats in aansluiting op de bestaande bebouwing van Europarcs aan de noordzijde en zal qua verschijning aansluiten op deze bebouwing. De bebouwing blijft binnen de bestaande verkaveling. Voor het gebied gelden verder geen specifieke landschappelijke of aardkundige waarden. Er is geen sprake van een verdichting van de zichtlijnen vanaf de openbare weg. Aangezien de nieuwe bebouwing wordt ingepast in de bestaande verkaveling, wordt geen afbreuk gedaan aan de bestaande landschappelijke inpassing. De nieuwbouw sluit qua situering en richting ook aan op de bestaande bebouwing van het recreatiepark. Dit sluit ook goed aan op het huidige ordeningspatroon. Ten westen van het projectgebied bevindt zich de Westfriese Omringdijk. Deze blijft met de ontwikkeling onaangetast. Vanaf de dijk moet het zicht op het kleinschalige landschap en op het open water behouden blijven. Doordat de toekomstige bebouwing binnen het bestaande groene raamwerk wordt gerealiseerd, doet de ontwikkeling geen afbreuk aan het zicht op het landschap en het open water. De bebouwing zal qua vormgeving en materiaalgebruik aansluiting vinden bij de huidige recreatiegebouwen waardoor een eenduidig beeld zal ontstaan. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de bebouwingskarakteristiek.

Figuur 5 Aanzicht op projectgebied vanaf de Immerhornweg (bron: Googlemaps)

9/10

Figuur 6 Vogelvlucht over het plangebied en omgeving. Nieuwe woningen sluiten aan op de huidige bebouwingskarakteristiek van het bestaande park ten noorden van het plangebied.

10/10

68/181

Bijlage 3

69/181

Verslag ARO

Verslag 95e (online) vergadering ARO, 29 augustus 2023 Voorzitter: ARO-leden:

Secretaris: Ondersteuning:

1.

de heer H. ter Heegde de heer B. Kuipers, de heer M. Holvoet, mevrouw M. Peters, mevrouw M. Walda, de heer M. Willemsen, de heer P. Veen de heer K. Kingma (secretaris, verslag) de heer M. Veldkamp (provincie Noord-Holland, BEL/IOT)

Opening en mededelingen

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom. 2.

Algemene punten en voorbespreking agenda (niet openbaar gedeelte)

Het verslag van de 93e ARO-vergadering van 27 juni 2023 wordt vastgesteld. Schriftelijke reactie Woningbouwontwikkeling Hemmerbuurt 19, Hem, gemeente Drechterland: ‘De commissie waardeert het dat de ontsluiting voor langzaam verkeer en het groen rond de centrale parkeervoorziening is aangepast en dat gekozen is voor een meer gebiedseigen beplanting. De opmerkingen over bergingen, bijgebouwen en het watersysteem zien we niet terug, maar we vertrouwen erop dat deze bij de verdere uitwerking nog meegenomen worden.’ Schriftelijke reactie woningbouwontwikkeling Zuidoostrand Driehuis, gemeente Velzen: ‘De commissie ziet dat er ten opzichte van de vorige versie verbeteringen zijn aangebracht, met name in de aansluiting op de omgeving en de ecologische verbinding. De commissie waardeert de keuze voor het NL Greenlabel. Wij blijven van mening dat de gekozen opzet onvoldoende recht doet aan de oorspronkelijke uitgangspunten voor een landgoedachtige ontwikkeling, maar gezien de verbeteringen en de aangevoerde argumenten kunnen we goedkeuring verlenen aan het plan.’

In de vorige vergadering is er gesproken over de behoefte aan een heldere lijn m.b.t. inzet en mandaat en de relatie tot de ’poortwachtersfunctie’ van de secretaris en de ambtelijke werkgroep ruimtelijke kwaliteit van de provincie en de afstemming met de regionale welstandsorganisatie(s). Door de vakantieperiode is hier nog geen invulling aan gegeven. 3.

ONS initiatief Julianadorp, gemeente Den Helder Aanwezig bij dit agendapunt: de heer O. Klijn (Fabrications), de heer P. Verhoeven (Mandaworks), mevrouw J. Borst (ONS Den Helder), mevrouw R. Vaars (gemeente Den Helder), de heer F. op ten Berg (gemeente Den Helder), de heer P. Huizing (gemeente Den Helder), mevrouw J. Prins (provincie Noord-Holland).

De heer Klijn geeft een toelichting op het plan. In Julianadorp wordt een gebied ontwikkeld dat een 1

rijke geschiedenis heeft. Het plan is ontstaan vanuit een burgerinitiatief. Het plan voor Julianadorp Oost sluit aan op de grofmazige orthogonale wegenstructuur van de aandijking polder Koegras en handhaaft de grote open maat ten noorden en zuiden van Julianadorp. Het plan versterkt het polderlint langs De Lange Vliet en handhaaft de ruimtelijke dragers. Het ontwerp draagt bij aan de ecologische verbinding tussen het Noordhollandsch Kanaal en de kust. Het behoudt de doorzichten naar de smalle Noordzeekustzone en benadrukt de scherpe grens tussen de reliëfrijke duinenrij en het vlakke land van de polder Koegras. Voor de ontwikkeling van Julianadorp Oost is gekozen voor het thema ‘sportlandschap’, waarbij vlakken, lijnen en punten zorgen voor ordening. Voor de aansluiting op de omliggende gebieden is het principe ‘de breuk als schoonheid’ gehanteerd. Hierbij worden de bestaande breuklijnen opnieuw vormgegeven. De ARO dankt de heer Klijn voor de heldere presentatie. De ARO waardeert de ambities die met dit plan worden uitgesproken. Het concept van de breuklijnen lijkt een goed middel om de aanhechting met de omliggende wijken vorm te geven. Er zijn nog wel vragen over de invulling hiervan.

Verdraagt de ‘bloemkoolwijk’ de getoonde lineaire toevoeging of zijn er ook andere invullingen mogelijk? Er zijn ook vragen over de flexibiliteit van het plan en de integratie van sport en natuur en de relatie met het landschap. Is er ook rekening gehouden met een verdere uitbreiding richting het Noordhollandsch Kanaal? De heer Klijn reageert op de opmerkingen van de ARO. Om een beeld te schetsen van de invulling van de randen worden uitwerkingen van twee randen getoond die nader zijn onderzocht. De Lange Vliet (aan de westzijde) vormt een historische lijn waar aan de westzijde voorkanten worden toegevoegd en minder auto’s worden toegelaten. Voor de Zuiderhaaks (aan de noordzijde) is gekozen voor een landschappelijke inrichting met behoud van de verkeersfunctie. Voor de polderlanen is gekozen voor biodiverse oevers. Voor de aanhechting aan het gebied wordt gedacht aan een pont voor scholieren. In het plan worden verschillende sportvoorzieningen samengevoegd die elders uit het dorp niet meer kunnen groeien. Er wordt nu voorzien in overmaat. Er is op dit moment geen rekening gehouden met uitbreiding richting het kanaal. Conclusie, samenvatting De ARO spreekt waardering uit voor de heldere opzet van het plan en heeft vertrouwen in de ontwikkeling van het vervolg. De ARO vraagt meer samenhang aan te brengen tussen de nu nog schijnbaar losse onderdelen.

Ook vraagt zij nader onderzoek te doen naar de middelen die gebruikt worden voor het ‘hechten’ van de breuklijnen, waarbij ook aandacht is voor de hiërarchie van de breuklijnen. De ARO wenst de opstellers succes met de verdere uitwerking. Zij ziet het plan graag nog een keer terug als er een verdere uitwerking en verdieping van de thema’s heeft plaatsgevonden. 4.

Woningbouw Westwoud, gemeente Drechterland Aanwezig bij dit agendapunt: de heer E. Sauer (projectleider gemeente Drechterland), mevrouw A. Wijnholds (HzA stedebouw&landschap), de heer M. Rood (Ooms wonen), de heer W. Tessel (Ooms wonen), mevrouw L. Schipper (gemeente Drechterland).

2

Mevrouw Wijnholds geeft een toelichting op het plan. De locatie ligt tegen een groene scheg aan en haalt daar identiteit uit. Er wordt bewust verbinding gezocht met het Dr. Singelenbergpark door het groen het plan in te trekken. Dit versterkt de biodiversiteit en draagt bij aan klimaatadaptatie. Er wordt een extra wandel/fietsroute tussen Dr. Wijtemalaan en Dr. Singelenbergpark gecreëerd. De planlocatie sluit aan op de lintbebouwing die is ontstaan op de verbinding tussen de Dr. Nuijensstraat en de Binnenwijzend. Het bestaande lint langs de Dr. Wijtemalaan wordt doorgetrokken. Tussen de bestaande woningen is een ontsluiting voorzien naar een klein woonbuurtje in de vorm van een erf met zo weinig mogelijk verharding en een groene uitstraling. Langs het lint worden vrije kavels uitgegeven voor vrijstaande woningen. Rond het erf staan geschakelde woningen waarvan de twee ‘boekensteunen’ worden uitgevoerd in beneden- en bovenwoningen om te kunnen voorzien in de behoefte aan betaalbare woningen voor starters. De ARO dankt mevrouw Wijnholds voor de presentatie. Het ontwerp lijkt op een logische schakel tussen het lint en het park. De ARO heeft nog wel enkele vragen over de verschillende planonderdelen. De bestaande lintbebouwing bestaat uit woningen van een laag met kap, in het plan zijn smalle woningen van twee verdiepingen met kap getekend.

De twee blokjes met beneden- en bovenwoningen zijn zeer dominant en het blokje aan de zuidzijde belemmert uitbreiding naar het zuiden. Is een herverkaveling van deze blokken mogelijk zodat de noord-zuid structuur dominant blijft en het groene karakter als verbinding met het park versterkt wordt? Er wordt nu een verbinding voorzien met het park. Is het mogelijk om ook aan de noordzijde een verbinding met het dorp aan te brengen? Het parkeren langs de ‘voordeuren’ langs het erf gaat nu ten koste van de groene inrichting. Eenrichtingsverkeer lijkt hier een logische oplossing om hoeveelheid verharding te beperken om zo de vriendelijkheid van het erf te vergroten. Mevrouw Wijnholds en de heer Rood reageren op de opmerkingen van de ARO. Er is niet gekozen voor een ontsluiting aan de noordzijde om sluipverkeer te voorkomen. Bovendien is dit privéeigendom. Er wordt nog wel gekeken naar de bebouwing aan de zuidzijde om uitbreiding in deze richting mogelijk te maken. Om de variatie in het lint te waarborgen wordt een kavelpaspoort opgesteld en er wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor het hele plan. Mevrouw Schipper geeft aan dat eenrichtingsverkeer geen mogelijkheid is voor de gemeente, omdat door verkeerd gebruik klachten ontstaan en juist gebruik niet handhaafbaar is.

De ARO geeft aan dat er ook gedacht kan worden aan reserveringen voor parkeerplaatsen, die eventueel later kunnen worden toegevoegd. Ook kan gedacht worden aan ‘rammelstroken’ om zo de verharding te beperken en de inrichting ook meer klimaatadaptief te maken. Conclusie, samenvatting Er is nog een aantal onzekere factoren en er zijn problemen op te lossen. Het programma is zwaar voor de locatie waardoor het groene karakter onder druk staat. Klimaatadaptatie en beeldkwaliteit vragen nog de nodige aandacht. De ARO ziet het plan nog graag een keer terug voor een korte behandeling in de commissie of een schriftelijke behandeling. 5a.

Energie Route Noord-Holland, provincie Noord-Holland Aanwezig bij dit agendapunt: de heer B. van Leeuwen (provincie Noord-Holland), de heer 3

Y. van Bohemen (Feddes/Olthof landschapsarchitecten), de heer J. Timmerman (Rijkswaterstaat). De heer Timmermans licht het waarom van het plan toe: het Rijk, gemeenten en provincie stellen waar mogelijk gronden beschikbaar om uiteindelijk te komen tot een gronduitgifte middels een tender. Hierbij verwerft de winnende partij het recht om hernieuwbare energie op de betreffende percelen te realiseren, binnen de ruimtelijke kaders die in dit project gesteld worden. Dit is een project wat direct voortkomt uit de plannen en voornemens die zijn vastgelegd in de Regionale Energie Strategieën (RES). De heer van Bohemen licht het plan toe. Afgelopen periode is hiervoor gewerkt aan het opstellen van een landschapsplan. Daartoe is eerst een overkoepelende landschappelijke visie opgesteld en zijn een verschillende ruimtelijke varianten onderzocht. Deze producten zijn middels een participatietraject aan de omgeving voorgelegd. Op basis hiervan wordt momenteel gewerkt aan een zogenoemde voorkeursvariant. De eerste aanzet hiertoe wordt getoond. Einddoel van dit project is niet om een volledig uitgewerkt landschapsplan op te stellen, maar om te komen tot een set aan ruimtelijke kaders en principes (ontwerpregels) om energieprojecten te kunnen ontwikkelen. Om deze ontwerpregels aan te scherpen is een aantal concrete uitwerkingen gemaakt, om te kijken op de regels ‘botsproef’ zijn.

De ARO heeft waardering voor de indrukwekkende en goede analyse. Het maakt de complexiteit van de opgave duidelijk. Het is goed om op het gekozen schaalniveau te beginnen. Wellicht moet er gestreefd worden naar een generieke ‘toolkit’, niet alleen voor Noord-Holland maar voor heel Nederland. Het is wel de vraag hoe de ingrepen zich verhouden tot de snelwegbeleving en de huidige landschappelijke inpassing (hoogteligging, boombeplanting, berminrichting, kunstwerken), zoals vastgelegd in routevisies en landschapsplannen. De ARO vraagt zich ook af hoe deze voorstellen zich verhouden tot eerdere energieplannen in bijv. Akersloot. De ARO heeft vragen over het proces: het verloopt nu van landschap naar principes en uiteindelijk naar keuzes. Dit lijkt een cyclisch proces. De heer van Bohemen reageert op de opmerkingen van de ARO. Het gaat hier inderdaad om een cyclisch proces: in de presentatie wordt nog geen eindproduct getoond. Het is een zoektocht: hoe kun je met zonnepanelen landschappelijke kwaliteit toevoegen? Het blijft een lastige vraag hoe je richting geeft aan de uitwerking. Soms resulteert dit in een zorgvuldige inpassing, soms kun je een statement maken bij bijzondere kunstwerken (tunnels, viaducten e.d.). De heer Timmermans licht toe waarom er alleen onderzoek is gedaan naar zonnepanelen: in de RES wordt uitgegaan voor haalbare en bewezen techniek.

Conclusie De ARO waardeert de gekozen methodiek met botsproeven. Zo kom je tot een zorgvuldige inpassing met soms een zonnemonument. Zonnepanelen worden zo onderdeel van het wegontwerp, met de logica van de weg als ontwikkelingsprincipe. De ARO doet de aanbevelingen om niet alleen te kijken naar de relatie met het omliggende landschap maar ook naar het wegontwerp zelf en om te komen tot een toolkit met speelruimte voor de aannemers. Hierop je kunt toetsen bij een aanbesteding en uitvoering. Uitbreiding van de toolkit buiten de gebiedsgrenzen tot een wellicht landelijke aanpak wordt geadviseerd. 4

5b.

Zonneweide Boesingheliede, gemeente Haarlemmermeer Aanwezig bij dit agendapunt: mevrouw E. Verbaas- de Ruiter (gemeente Haarlemmermeer), de heer V. Bakker-de Bruin (gemeente Haarlemmermeer), de heer C. Cuppen (Lightsource bp), mevrouw C. Sly-Dennehy (Lightsource bp), de heer S. Lodema (provincie Noord-Holland).

De heer Bakker geeft een korte toelichting over de inpassing van recreatie in het plan. In dit plan is vanwege weerstand bij de omwonenden gekozen voor een afwijkende oplossing in de vorm van een fietsrustpunt. De heer Cuppen geeft een toelichting op het plan. Lightsource bp wil binnen het Zonnecarré een zonneakker realiseren. Het betreft een plan voor het realiseren van grondgebonden zonnepanelen ten zuidoosten van de dorpskern Boesingheliede. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de A5. Aan de noordzijde ligt direct de N232 (Schipholweg) en daarboven de A9. Waar het plangebied aan de zuidzijde grenst aan bestaand agrarisch gebied, ligt het aan de westzijde op afstand van het polderlint de IJweg. De zonneweide is ‘ingepakt’ tussen de landingsbanen Polderbaan en Zwanenburgbaan en snelwegen A5 en A9. Het grenst ook aan de reserveringszone voor uitbreiding van het Groene Carré Noord, aan de Schipholweg. De zonneweide wordt uitgevoerd in een zuidopstelling. De ARO heeft weinig begrip voor het ontbreken van een recreatieve route. Deze is van openbaar belang. Een fietsrustpunt is een mager alternatief, weggestopt in een hoekje. Als er een fietsrustpunt komt zou dit beter geïntegreerd kunnen worden in de groenzone langs de Schipholweg. De ARO vraagt naar de uitkomsten van de participatie.

De ARO is blij met de zuid-opstelling vanwege de gunstige effecten voor de biodiversiteit. De landschappelijke inpassing is echter mager. De ARO heeft moeite met de grillige begrenzing van de zonneweide aan de noord- en oostzijde. Dit botst met het rechtlijnige karakter van de polder. De ARO ziet graag meer regie van de gemeente en vraagt om een overzichtskaart die de samenhang toont tussen huidige en toekomstige plannen. Hetzelfde geldt voor de toepassing van het Beeldkwaliteitsplan (BKP): plannen dienen hieraan te worden getoetst. De heer Cuppen reageert op de opmerkingen van de ARO. Het hapje uit de zonneweide aan de noordzijde wordt veroorzaakt door kabels en leidingen in de ondergrond. Rechttrekken van de lijn aan de oostzijde is mogelijk. In de participatie werd overwegend positief gereageerd op de aanleg van de zonneweide, er waren zorgen over de overlast van de recreatieroute. De heer Bakker merkt op dat er een reservering blijft voor de realisering recreatieve route in een latere fase: uitstel is geen afstel. Er lopen nog gesprekken van de gebiedsmanager met de omwonenden over deze route. Conclusie en samenvatting: De ARO is blij met de zuid-opstelling. De begrenzing moet beter ingepast in het rechtlijnige verkavelingspatroon: geen schuine lijnen, zo min mogelijk hoeken.

De landschappelijke inpassing moet beter uitgewerkt (hoogte, sortiment, beheer), en de recreatieve route is zeer wenselijk. De hoogte van de beplanting dient conform het BKP te zijn. De gemeente levert een overzichtskaart die de samenhang toont tussen huidige en toekomstige plannen. De ARO ziet het plan en de overzichtskaart nog graag een keer terug voor een korte behandeling in de commissie of een 5

schriftelijke behandeling. 6.

Programma van Uitgangspunten woningbouwontwikkeling Florapark-Westeinde, gemeente Stede Broec / Enkhuizen Aanwezig bij dit agendapunt: de heer M. Kok (senior gebiedsontwikkelaar SED), de heer J. Breen, (Breen stedenbouw), de heer P. Krol en de heer Bo Groen(Scholtens vastgoed), de heer W. de Blecourt (Van der Vorm vastgoed), de heer H. Jansen (Zeeman vastgoed).

De heer Breen geeft een toelichting op het plan. Florapark is het gedeelte in de gemeente Stede Broec (Bovenkarspel) en Westeinde is het gedeelte in de gemeente Enkhuizen. Het betreft één integrale woningbouwontwikkeling over twee gemeenten die samen met een drietal ontwikkelaars wordt uitgevoerd. De uitgangspunten voor het plan zijn samengebracht in een Ambitiedocument / Programma van Uitgangspunten, met een bijbehorende ontwikkelkaart. Dit document is tot stand gekomen via een omgevingstafel en een ingestelde klankbordgroep. De woningbouwlocatie sluit logisch aan op de bestaande woongebieden, station Bovenkarspel Flora en het historische lint. In het ambitiedocument is een ruimtelijk raamwerk gedefinieerd dat voortborduurt op de bestaande structuurlijnen: ontginningsstructuren, vaarten en dijkwegen. De contramal wordt gevormd door de ontwikkelgebieden, die ruimte geven voor woningbouw en de uitbreiding van het bedrijf Incotec. Er is gekeken naar de eigenheid van het gebied en er is gezocht naar ruimte voor toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie. Het bestaande waternetwerk, in de vorm van een voert, is als onderlegger gebruikt voor de water- en groenstructuur, met toevoeging van noord-zuid-lijnen. Een fijnmazig fietsnetwerk is onderdeel van deze structuur.

De oost-westweg ligt parallel aan het spoor en maakt gebruik van een veiligheidszone van een gasleiding waarbinnen niet gebouwd mag worden. Parallel aan het oude lint wordt een oostwest langzaam verkeerroute aangelegd, die door de woonbuurten meandert en de groenblauwe structuren kruist. Het ambitiedocument mondt uit in een ontwikkelkaart die ervoor moet zorgen dat de robuuste groenstructuur tijdens de uitwerking gehandhaafd blijft. De ARO dankt de heer Breen voor de heldere presentatie en de goede analyse van het gebied. Er wordt op een goede manier gebruik gemaakt van de groene en blauwe kwaliteiten. De ARO spreekt haar zorgen uit over de maatvoering van de groene zones tussen de ontwikkelgebieden en de inrichting van de zuidelijke zone. Deze invulling is utilitair en vormt niet het gewenste visitekaartje voor de nieuwe wijk. Groen kan een belangrijke rol spelen voor de inrichting van deze zone. De schuine lijn op de ontwikkelkaart roept ook vragen op. Ook zijn er opmerkingen over maatvoering en de invulling van de voertzone, die de scheidslijn vormt tussen het historische lint en de nieuwe structuur. Deze kan steviger worden aangezet om afstand te creëren tussen de twee gebieden.

In aansluiting op de ambitie om cultuurhistorie een onderlegger te laten zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling wijst de ARO op een aanvullend verhaal dat mogelijk een kans biedt om de ruimtelijke identiteit van het gebied te versterken. Het gaat om het verhaal van de krimp van Enkhuizen in de lange achttiende eeuw waardoor de stad een groen en agrarisch karakter kreeg. De stedelijke tuinen vormden een bakermat voor de zaadveredelingsbedrijven in het gebied. Deze groene geschiedenis is niet alleen zichtbaar in de (bijzondere) bebouwing aan het historisch lint, maar zou ook een referentiekader kunnen zijn voor de invulling van de groenstructuur, bijvoorbeeld in de vorm van 6

boomgaarden en moestuinen. Er lijkt spanning te zijn tussen randwaarden en wensen. Zo wordt er gesproken over parkeren voor woningen uit het lint. Het is de vraag of dit haalbaar. Een proefverkaveling zou hier duidelijkheid over kunnen verschaffen. De ARO vraagt naar gemaatvoerde profielen om het overstromingsrisico in kaart te brengen. Ook vraagt zij naar de ontwikkeling van beeldkwaliteitsplannen. De heer Breen reageert op de opmerkingen van de ARO. Er is voor gekozen om de ontwikkelaars deelgenoot te maken het plan. Er is gezocht naar een balans: als er ergens in het plan iets verdwijnt moet dit elders terugkomen. Er is daarom niet gekozen voor een strenge maatvoering. Zo is bij een proefverkaveling gebleken dat bij de vijf blokjes in de brede groene zone volstaan kan worden met twee blokjes. De schuine lijn op de kaart blijkt zich in een proefverkaveling als orthogonaal voor te doen. De intentie is om de spoorzone vorm te geven als een aantrekkelijke groenzone waarin geparkeerd wordt. Het idee voor aandacht voor de groene historie van het gebied geeft ruimte voor nieuwe accenten voor de invulling van de groenstructuur. Er is niet gekozen voor grote ophoging. Er wordt voorzien in goede vluchtroutes en afwatering naar andere gebieden. Er is eerder overwogen om natte profielen te tekenen. Hier wordt nogmaals naar gekeken.

De ontwikkelaars dienen beeldkwaliteitsplannen op te stellen, waarbij in de gele gebieden aansluiting wordt gezocht bij de lintbebouwing en de oranje gebieden naar een nieuwe eigenheid wordt gezocht. Conclusie, samenvatting De ARO spreekt waardering uit voor de heldere opzet van het plan. Toch twijfelt de ARO over de sturing die het ambitiekader geeft aan de ontwikkeling van het gebied. Zij vraagt aandacht voor de uitwerking van de groen/blauwe structuur en de invulling van de voertzone en de zuidrand van het gebied. Ook vraagt zij aandacht voor een goede uitwerking van de beeldkwaliteitsplannen van de te onderscheiden gebieden. De ARO wenst de opstellers succes met de verdere uitwerking. Zij ziet het plan graag nog een keer terug als het nader is uitgewerkt. Afhankelijk van uitwerking wordt besloten of het plan opnieuw in de ARO wordt besproken of dat een schriftelijke reactie volstaat. 7.

Woningbouwontwikkeling De Lange Weeren Volendam, gemeente Edam-Volendam

Aanwezig bij dit agendapunt: mevrouw L. Rinkel (gemeente Edam-Volendam), de heer P. Wiersma (gemeente Edam-Volendam), mevrouw L. Schipper (gemeente Edam-Volendam), de heer G. Wisse (bureau B+B), de heer M. Vergeer (bureau B+B), mevrouw O. Pleumeekers (Nelen Schuurmans), Ernst Balk (projectmanager BPD), de heer N. Haran (provincie NoordHolland).

Dit plan is eerder behandeld in de ARO. Het is een goed onderzoek naar de structurerende landschappelijke elementen. Het plan speelt in op de klimaatverandering en geeft een antwoord op problematiek van de waterberging. De ARO heeft aandacht gevraagd voor de werking van het watersysteem en het beheer van het 7

nieuwe veenlandschap. Ook heeft de ARO een aanbeveling gedaan een niveau dichter bij het water toe te voegen, wellicht in de vorm van drijvende woningen of woningen op palen. De heer Wisse geeft in een presentatie antwoord op de gestelde vragen. Het plan is verder doorgewerkt op het STOMP-principe. Er is nader gekeken naar de verankering in het landschap, met tuinen laag aan het landschap. Mevrouw Pleumeekers geeft een toelichting op het waterbeheerssysteem. De ARO dankt de heer Wisse en mevrouw Pleumeekers voor de heldere toelichting en spreekt haar waardering uit voor de stappen die gemaakt zijn. Zij heeft nog vragen over het beheer van het omliggend landschap en de wijze waarop de overgang naar het landschap wordt vormgegeven. Zij vraagt hiervoor een typologie vast te leggen, zowel voor de bebouwing als voor de overgang tussen tuinen en landschap, wellicht als een onderdeel van het beeldkwaliteitsplan. De heer Wisse reageert op de opmerkingen van de ARO. Het omliggende landschap wordt beheerd door de gemeente. Hij deelt de vraag om aandacht voor het vormgeven van de randen, ook in de vormgeving van beschoeiingen. Voor de verschillende onderdelen wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld, met aandacht voor verschillende typologieën. Conclusie, samenvatting De ARO heeft grote waardering voor de in de presentatie getoonde uitwerkingen.

De ARO wenst de opstellers succes met de verdere uitwerking. Zij ziet het plan graag nog een keer terug uit interesse, zonder verdere bespreking. 8.

Tijdelijke huisvesting ontheemden, sportpark Immerhorn, Immerhornweg, gemeente Enkhuizen Aanwezig bij dit agendapunt: mevrouw L. Schipper en de heer J. Voogd (gemeente Enkhuizen).

Mevrouw Schipper geeft een toelichting op het plan. Gemeente Enkhuizen vangt op dit moment circa 150 Oekraïense vluchtelingen op, op de ijsbaan van Enkhuizen achter de Gerard Brandtweg 3 in Enkhuizen. De huidige locatie is ingericht met wooncontainers voor tijdelijke noodopvang. Er is weerstand van omwonenden tegen de noodopvang op deze locatie. De gemeente wil daarom kwalitatief betere tijdelijke huisvesting van de ontheemden oprichten op de noordelijke velden van het sportpark, met daarbij alle voorzieningen die behoren bij de woonfunctie. Het betreft hier het noordoostelijke gedeelte van Sportpark Immerhorn, kadastraal bekend als gemeente Enkhuizen nummer 2222. De tijdelijke woningen worden aan de noordzijde gescheiden door middel van een bomensingel en een erftoegangsweg van Europarcs Enkhuizer Strand. Het gebied heeft de aanduiding ‘Landelijk gebied’ en ligt op enkele honderden meters van het IJsselmeer waarop de aanduiding ‘Natura 2000’ ligt. De ARO dankt mevrouw Schipper voor haar toelichting. De ARO heeft vragen over de tijdelijkheid. Is er sprake van twee jaar of tien jaar. In de toelichting wordt gesproken over Europarcs als leverancier van de tijdelijke woningen. Bestaat het gevaar dat het op termijn een vakantiepark wordt? Er zijn 8

vragen over de landschappelijke inpassing, de mate van toegankelijkheid en de verbindingen met de voorzieningen in de stad. Het is ook nog niet duidelijk of er voorzien is in voldoende parkeerplaatsen. Mevrouw Schipper reageert op de opmerkingen van de ARO. Het terrein zal waarschijnlijk tien jaar in gebruik zijn voor tijdelijke huisvesting, eventueel langer. Mogelijk wordt het later ook gebruikt voor urgente woningzoekenden. De gemeente is eigenaar van de grond, Welwonen is eigenaar van de woningen. Hiermee is gewaarborgd dat het op termijn geen uitbreiding wordt van Europarcs. Er worden geen extra verbindingen met de stad aangelegd, de bestaande verbindingen aan de noorden zuidzijde voldoen. Conclusie, samenvatting De ARO heeft begrip voor de wens van het realiseren van deze tijdelijke huisvesting en wil deze ontwikkeling niet in de weg staan. Op de gekozen locatie is de landschappelijke impact beperkt. Zij adviseert wel om een landschapsarchitect naar het huidige plan te laten kijken om extra kwaliteit toe te voegen. Wel heeft de ARO twijfels over de tijdelijkheid van deze bebouwing. De ARO kan instemmen met dit plan, ervan uitgaande dat het gaat om een tijdelijke situatie voor maximaal 10 jaar. Mocht besloten worden voor een langere periode, zal het ontwerp en het inrichtingsniveau daarop afgestemd moeten worden.

8.

Rondvraag + afsluiting

Er zijn geen punten voor de rondvraag. De volgende vergadering is op dinsdag 10 oktober 2023 vanaf 16:00 uur op locatie in Haarlem. De voorzitter sluit de vergadering.

9

Bijlage 4

79/181

Bodemonderzoek

Vlam Bodem Advies BV Mosselaan 67 1934 RA EGMOND AAN DEN HOEF Tel. 0224-531274 info@vlambodemadvies.nl

Verkennend bodemonderzoek Locatie: Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen Projectnummer: 2023-0486

Opdrachtgever:

Zwart Infracare B.V. T.a.v. Margina Kuin De Pijp 3 1693HL Wervershoof

Onderzoeksbureau:

Vlam Bodem Advies BV Mosselaan 67 1934 RA Egmond aan den Hoef

Auteur:

de heer E. Komen

Datum:

9 november 2023

Project Kenmerk

: Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen : 2023-0486

Inhoudsopgave 1.0

Inleiding

3

2.0

Vooronderzoek

4

2.1

Onderzoekslocatie

4

2.2

Historie tot op heden

4

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie

7

3.0

4.0

5.0

6.0

Onderzoeksopzet

8

3.1

Conclusie vooronderzoek

8

3.2

Hypothese en onderzoeksstrategie

8

Veldonderzoek

9

4.1

Veldwerk

9

4.2

Resultaten veldonderzoek

9

Laboratoriumonderzoek

10

5.1

Grond(meng)monsters en grondwatermonsters

10

5.2

Resultaten en toetsingen

10

Conclusies en aanbevelingen

12

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

: locatietekening : boorprofielen : toetsingen : analysecertificaten : toelichting op de toetsing : betrouwbaarheid onderzoek

2

Project Kenmerk

1.0

: Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen : 2023-0486

Inleiding

In opdracht van Zwart Infracare B.V. is door Vlam Bodem Advies B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen. Aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve tijdelijke huisvesting van vluchtelingen. Doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De werkzaamheden zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en daarbij behorende protocollen. In figuur 1 is de regionale ligging van de locatie weergegeven.

Figuur 1: regionale ligging (bron: Kaartgegevens © OpenStreetMap-auteurs (CC-BY-SA))

3

Project Kenmerk

2.0

: Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen : 2023-0486

Vooronderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5725:2017 “Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, aanleiding A. Voor het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: www.topotijdreis.nl, kadastralekaart.com, atlasleefomgeving.nl, de bodemkwaliteitskaart van Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, Dinoloket, bodeminformatie Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, het BAG en informatie van de opdrachtgever. 2.1

Onderzoekslocatie

Terreininspectie Een terreininspectie is in het kader van het vooronderzoek niet uitgevoerd, maar direct voorafgaand aan het bodemonderzoek ter plaatse. Aangezien de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie heeft de terreininspectie niet geleid tot aanpassing van de onderzoeksopzet. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen. De ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. De locatie is gelegen aan de buitenzijde van Enkhuizen. De onderzoekslocatie betreft een onderdeel van een sportpark waarvan het grootste gedeelde bestaat uit een voetbalveld. De volgende gegevens zijn van de locatie bekend: Gebruiksfunctie : bijeenkomstfunctie. Kadastrale gegevens : Enkhuizen, sectie B, nummer 2222. Oppervlakte kadastraal perceel : circa 144.033 m2. Oppervlakte onderzoekslocatie : circa 11.100 m2. Bodem : zand, klei en veen. Verharding : onverhard. Afbakening van de locatie Voor het vooronderzoek is uitgegaan van een oppervlakte van circa 11.100 m2 en een verticale diepte van 2,0 m mv. Als horizontale afbakening is uitgegaan van een straal van 25 m vanaf de onderzoekslocatie.

2.2

Historie tot op heden

Bodembedreigende activiteiten Voorafgaand aan de werkzaamheden is het bodeminformatiesysteem van Omgevingsdienst Noord-Holland Noord geraadpleegd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend over bedrijfsmatige activiteiten en/of aanwezige brandstoftanks. Bodeminformatie Onderzoekslocatie De huidige onderzoekslocatie maakt deel uit van de Immerhornpolder. Er zijn in het bodeminformatiesysteem van Omgevingsdienst Noord-Holland Noord de volgende onderzoeksgegevens van eerder op de locatie verricht bodemonderzoek bekend. In 1993 is een verkennend onderzoek uitgevoerd door Landview t.p.v. de Immerhornpolder (waar de huidige onderzoekslocatie deel van uitmaakt) (rapportnummer: 93385 d.d. 1 augustus 1993). T.p.v. het gravelveld is tot 0,2 m – mv een matig tot sterke verontreiniging met diverse zware metalen aangetoond. In de zandlaag onder deze gravellaag zijn geen verontreinigingen aangetoond. In de kleilaag is een matig verhoogd gehalte aan arseen en licht verhoogde gehalten aan nikkel, kwik, EOX en PAK aangetoond. T.p.v. van het grasveld is in de bovengrond een licht

4

Project Kenmerk

: Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen : 2023-0486

verhoogde waarde aan EOX aangetoond. T.p.v. het zwembad is in het grondwater een licht verhoogde concentratie aan fenolen aangetoond. In 1996 is door Grondslag t.p.v. het sportterrein West Frisia een nulsituatie onderzoek uitgevoerd (waar de huidige onderzoekslocatie deel van uitmaakt) (rapportnummer: H-2275 d.d. 24 januari 1996). In de bovengrond is een licht verhoogde concentratie aan EOX aangetoond. Ter plaatse van het buurperceel Recreatieoord Enkhuizerzand Noord is in 2005 door Grondslag een verkennend onderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 2657 d.d. 21 februari 2005). Ter plaatse van drie boringen zijn sterk verhoogde gehalten aan lood en zink aangetoond. In het grondwater is een matig verhoogde concentratie aan arseen en licht verhoogde concentraties aan chroom, lood, nikkel, zink, tolueen en xyleen aangetoond. Het noordelijkdeel van de onderzoekslocatie betreft een voormalige vuilstort. Ter plaatse van het buurperceel toekomstig parkeerterrein Sprookjeswonderland is in 2015 door Prommenz een verkennend onderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 15165 d.d. 16 december 2015). In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan kwik, nikkel en minerale olie aangetoond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan koper, kwik en nikkel aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan naftaleen en xylenen aangetoond.

Ter plaatse van het buurperceel recreatieoord Enkhuizerzand Noord is in 2017 door Grondslag een verkennend onderzoek uitgevoerd (rapportnummer 2657 d.d. 16 februari 2017). In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan kwik, lood, molybdeen, zink, minerale olie en PAK aangetoond. Ter plaatse van het buurperceel recreatieoord Enkhuizerzand Noord is in 2017 door Grondslag een asbest onderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 2657 d.d. 17 maart 2017). ‘’Er is sprake van een lichte verontreiniging en de interventiewaarde wordt niet overschreden.’’ Ter plaatse van het buurperceel Recreatieoord Enkhuizerzand Noord is in 2017 door MUG Ingenieursbureau een verkennend onderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 51703417 d.d. 29 mei 2017). In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan nikkel, zink, kwik, lood en molybdeen aangetoond. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium en nikkel aangetoond. Directe omgeving Er bevinden zich geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging binnen een straal van 25 m van de onderzoekslocatie. Bodemkwaliteitskaart De locatie ligt in een gebied met bodemfunctie wonen. Volgens de interactieve bodemkwaliteitskaart van Omgevingsdienst Noord-Holland Noord is de locatie gelegen in zone B3/O3 (wonen na 1980 en industrie).

De gemiddelde kwaliteit van de bovengrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. De ondergrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur.

5

Project Kenmerk

: Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen : 2023-0486

Topotijdreis In onderstaande figuur zijn enkele historische kaarten opgenomen met betrekking tot de onderzoekslocatie en het omliggende gebied. De onderzoekslocatie is met rode arcering aangegeven.

1912

1963

1988

2019

Figuur 2: overzicht topotijdreis [bron: topotijdreis]

Uit het historisch kaartmateriaal is te concluderen dat de onderzoekslocatie tot op heden onbebouwd is geweest en (vermoedelijk) tot 1984 een agrarische bestemming heeft gehad. Volgens historisch kaartmateriaal is rond circa 1984 de locatie onderdeel geworden van een sportpark. De afgelopen 17 jaar is de bebouwing op de onderzoekslocatie en de omliggende inrichting van de wegen in de omgeving niet gewijzigd. Dempingen en ophogingen Er zijn geen dempingen of ophogingen bekend op en nabij de onderzoekslocatie. PFAS Onderzoek naar PFAS in de bodem is noodzakelijk op risicolocaties. Risicolocaties zijn gedefinieerd aan de hand van de hoeveelheid PFAS die werden gebruikt in combinatie met de kans dat (een deel van) deze hoeveelheid het bodemsysteem bereikt. De onderzoekslocatie valt niet onder de risicolocaties. Daarnaast kan het noodzakelijk zijn om onderzoek te doen naar PFAS in de bodem als er sprake zal zijn van grondverzet, afvoer van grond van de locatie. Op de onderzoeklocatie zal, voor zover bekend, geen grond afvoer gaan plaats vinden. Onderzoek naar PFAS in de bodem is daarom niet meegenomen in dit onderzoek.

6

Project Kenmerk

: Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen : 2023-0486

Asbest De onderzoekslocatie is onbebouwd. De nabijgelegen bebouwing is op basis van de geraadpleegde gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) afkomstig uit de periode na 1993: sinds 1993 is het gebruik van asbest en de toepassing van asbesthoudende producten verboden en het storten van asbesthoudend afval aan regelgeving onderworpen. Er zijn tijdens het vooronderzoek geen gegevens naar voren gekomen met betrekking tot asbestverdachte activiteiten zoals genoemd in bijlage a.2 van de NEN 5725:2017. Er is voor zover bekend geen asbestkansenkaart voor het onderzoeksgebied beschikbaar. Op basis van bovenstaande wordt de locatie als asbest onverdacht beschouwd. 2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie

De beschrijving van de regionale bodemopbouw is gebaseerd op het model BRO GeoTOP v1.6 (www.Dinoloket.nl). De regionale maaiveldhoogte is circa NAP -0,25 m. In figuur 3 is de regionale bodemopbouw nabij de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale grondwaterstand is NAP -1,15 m.

Figuur 3: Regionale bodemopbouw

Er is een antropogene toplaag aanwezig met de dikte van circa 0,5 m. Daaronder is de oorspronkelijke bodem aanwezig bestaande uit veen (tot 2,0 m – mv), kleiig zand (tot 4,5 m – mv), en zand (tot 6,0 m – mv). Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is, voor zover bekend, niet onderhevig aan invloeden van buitenaf. De plaatselijke stromingsrichting van het grondwater is naar verwachting in de richting van het dichtstbijzijnde oppervlaktewater. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

7

Project Kenmerk

3.0

: Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen : 2023-0486

Onderzoeksopzet

Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de bemonsteringsstrategie uit de NEN 5740+A1:2016 “Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”. De hypothese en de te hanteren onderzoeksstrategie zijn afgeleid van het vooronderzoek zoals uitgevoerd conform de NEN 5725. 3.1

Conclusie vooronderzoek

Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat er sprake is van een voldoende afgebakende onderzoekslocatie. De locatie is onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging. De locatie is asbest onverdacht. 3.2

Hypothese en onderzoeksstrategie

Op de locatie is conform de strategie ONV-NL (Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie) van de NEN 5740 onderzoek verricht. In onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Tabel 1: overzicht werkzaamheden Locatie Immerhornweg 3-9

Boringen 15 x 0,5 m – mv 4 x 2,0 m - mv

Peilbuizen

Analyses grond

Analyses grondwater

2x

5 x NENpakket grond

2 x NENpakket grondwater

m – mv = meters minus maaiveld Het standaard NENpakket grond bestaat uit de volgende stoffen en verbindingen: • droge stof-, organisch stof- en lutumgehalte; • zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); • polychloorbifenylen (PCB); • minerale olie. Het standaard NENpakket grondwater bestaat uit de volgende stoffen en verbindingen: • zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen en som xylenen) en naftaleen; • vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen; • minerale olie.

8

Project Kenmerk

: Immerhornweg 3-9 te Enkhuizen : 2023-0486

4.0

Veldonderzoek

4.1

Veldwerk

Het veldwerk is uitgevoerd op 30 oktober 2023 door de heer M.G.G.W. Inge van Soil Select B.V. (certificaat NC-SIKK85362/04) overeenkomstig protocol 2001. De locaties van de boringen en de peilbuis zijn weergegeven in bijlage 1 en vermeld in tabel 2. Tabel 2: overzicht locaties boringen en peilbuizen Locatie

Aantal boringen en peilbuizen (nummering) 0,5 m - mv 2,0 m - mv Immerhornweg 3-9 15 (nr. 1 t/m 15) 4 (nr. 16 t/m 19) m - mv = meter minus maaiveld.

Peilbuizen 2 (nr. 20 en 21)

Tijdens de boringen is maximaal 0,5 meter per keer bemonsterd. Bij elke verandering van grondsoort of zintuiglijke waarneming is een apart grondmonster genomen. Bemonstering van het grondwater is uitgevoerd op 6 november 2023 door de heer M.G.G.W. Inge van Soil Select B.V. (certificaat NC-SIK-K85362/04) overeenkomstig protocol conform protocol 2002. De grond(water)monsters zijn direct in het veld geconserveerd, gekoeld bewaard, en door het laboratorium in behandeling genomen. 4.2

Resultaten veldonderzoek

Globale bodembeschrijving De bodemopbouw bestaat tot circa 1,0 á 1,5 m - mv uit zand, klei tot circa 1,5 á 2,0 m – mv en veen tot 2,0 á 2,5 m – mv. Zintuiglijke waarnemingen In de opgeboorde grond zijn zintuiglijk geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. De locatie is op basis van een vooronderzoek niet direct verdacht op het voorkomen van asbest. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen, derhalve is de grond niet in het laboratorium onderzocht op het voorkomen van asbest. De boorprofielen met zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in bijlage 2. Grondwater De grondwaterstand, zuurgraad (pH), geleidbaarheid (Ec) en troebelheid (NTU) van het bemonsterde grondwater is in het veld gemeten en weergegeven in tabel 3. Tijdens de monstername zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op verontreiniging. Tabel 3: veldmetingen grondwater Peilbuis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14571726/1