Bijlage 1 Synarchis - Eindrapportage Onderzoek exploitatie CvC De Drom - 241126
Tekst van het document
Huisvestingskosten 2023 Huur Gas, Eletriciteit en Water Zakelijke belastingen Verzekeringen Onderhoud en schoonmaak Aanschaf klein inventaris Totaal
€ 17.800 € 49.500 € 6.400 € 3.000 € 7.800 € 2.300 € 86.800
Tabel 10: Specificatie huisvestingskosten 2023 (Informatie aangeleverd door De Drom, bewerkt door Synarchis)
19
3.5.2
Analyse en boordeling
Sponsoring De sponsorinkomsten in combinatie met de giften en donaties van De Drom bevonden zich in de pre-coronajaren op een zeer hoog niveau van € 60.000,- op jaarbasis. Na corona is sprake van een lager niveau maar nog steeds bovengemiddeld ten opzichte van vergelijkbare culturele voorzieningen. De stichting verwacht dat de sponsorinkomsten zich zullen herstellen tot structureel ongeveer 90% van de inkomsten voorafgaand aan corona (exclusief giften en donaties). Winst- en verliesrekening De horecaomzet vertoont een stijgende lijn die, naast de indexering van de consumptieprijzen, vooral het gevolg lijkt van een relatief groter aandeel commerciële events ten opzichte van maatschappelijke zaalhuur dan in de jaren 2018 en 2019 het geval was. Het absolute niveau van de omzet beoordelen wij als goed. De omzet zou hoger kunnen zijn bij een ruimere openstelling. Vanwege het feit dat uitsluitend met betaalde krachten wordt gewerkt in de horeca zou dit echter gepaard gaan met hogere personeelskosten wat per saldo waarschijnlijk een negatief effect zou hebben op het exploitatieresultaat. De inkoopkosten van de horeca bedragen in ieder jaar ongeveer 35% van de omzet. Dit is een marktconform percentage. De omzet uit de zaalhuur bevindt zich op een relatief constant hoog niveau.
De daling van de entreegelden kan verklaard worden door het lagere aantal voorstellingen ten opzichte van de situatie in de jaren 2018 en 2019. Logischerwijs staan hier ook lagere cultuurkosten tegenover. In onderstaande tabel zijn de recettes en de directe voorstellingskosten (bestaande uit de inkoop en de partage en exclusief auteursrechten muziek) alsmede het daaruit volgende directe resultaat van de betaalde voorstellingen in de eigen programmering van De Drom weergegeven voor de jaren 2022 en 2023.
Direct resultaat eigen programmering betaalde voorstellingen 2022 Recette (omzet uit kaartverkoop) € 26.751 Directe voorstellingskosten € 29.616 Direct resultaat -€ 2.865 Dekkingspercentage recette/directe kosten
90%
2023 € 30.882 € 33.914 -€ 3.032 91%
Tabel 11: Direct resultaat eigen programmering betaalde voorstellingen (Informatie aangeleverd door De Drom, bewerkt door Synarchis)
Met name de dekking van de directe voorstellingskosten door de recette is een veel gehanteerd kengetal. Bij theaters met een programmering als De Drom bedraagt deze dekking gemiddeld 85% tot 95%. De relatief beperkte zaalcapaciteit van De Drom in relatie tot de programmering heeft een negatief effect op het dekkingspercentage, met name bij goed bezochte voorstellingen waarbij sprake is van een vast uitkoopbedrag. Om deze reden kan geconstateerd worden dat De Drom goed scoort op dit kengetal. Een eerder in deze rapportage als optie genoemde verhoging van de ticketprijzen zou een verder positief effect kunnen hebben op het dekkingspercentage. Met betrekking tot de omvang van de formatie en het aandeel vrijwilligers is in paragraaf 3.4 al een beschouwing gegeven. Met betrekking tot de personeelskosten is nog een aantal analyses uit te voeren, waarbij deels een relatie wordt gelegd met benchmarkcijfers en normatieve kengetallen. Voor de personeelskosten van De Drom geldt: Door het ontbreken van een overzicht met de ureninzet van de ZZP-ers en oproepkrachten zijn de gemiddelde kosten per (omgerekende) formatieplaats niet vast te stellen. Er kan dus niet worden bepaald of sprake is van relatief hoge of lage gemiddelde kosten per formatieplaatsen.
Bij de analyse in paragraaf 3.4.2 is uitgegaan van het landelijk gemiddelde bij voorzieningen als De Drom waar de CAO-Horeca van toepassing is van € 50.000,- per formatieplaats. De personeelskosten per activiteiten bedragen exclusief film in 2023 gemiddeld ongeveer € 745,-. Inclusief film gaat het om ongeveer € 385,- personeelskosten per activiteit. Gegeven het feit dat de filmvoorstellingen slechts beperkte personeelsinzet vanuit De Drom vragen hebben de personeelskosten per activiteit van (ruim) € 745,- de meeste informatiewaarde.
20
De subsidies zoals in tabel 9 (jaarrekeningen) weergegeven voor de jaren 2022 en 2023 hadden deels nog betrekking op landelijke compensatiesubsidies voor met name energie (NOW) en corona (TEK). Wij beperken ons in deze analyse tot de gemeentelijke subsidie van € 29.274,- die de stichting ontvangt. Om een subsidie te kunnen duiden betrekken wij bij maatschappelijke voorzieningen altijd het huurbedrag. De reden hiervoor is dat deze voorzieningen in de regel ook zonder huur al verlieslatend zijn. Het subsidiebedrag zou ieder geval de huurlasten die de gemeente, als eigenaar van De Drom, aan de stichting in rekening brengt, moeten kunnen compenseren. Het huurbedrag bedraagt € 18.536,- voor 2024. Opvallend is dat de subsidie niet wordt geïndexeerd (het betreft een vast bedrag tot en met 2025), maar op het huurbedrag wel een indexering van toepassing is met de CPI-index (reeks alle huishoudens). Het verschil tussen subsidie en huur bedraagt in 2024 € 10.738,-. Dit bedrag beschouwen wij als het netto subsidiebedrag en vormt de grondslag voor de volgende beschouwing: Het subsidiebedrag van € 10.738,- dekt in 2023 ongeveer 16% van de huisvestingslasten exclusief huur. Als vuistregel wordt vaak gehanteerd dat de subsidie minimaal voldoende moet zijn ter dekking van de huisvestingskosten.
Afhankelijk van de maatschappelijke opdracht en de commerciële mogelijkheden dekt de subsidie ook nog een deel van de maatschappelijke en culturele activiteiten en verhuur die niet rendabel zijn. Het overige deel hiervan wordt dan gedekt door eigen inkomsten uit deze maatschappelijke en culturele activiteiten/verhuur en winstgevende commerciële activiteiten. Welk deel van de maatschappelijke en culturele activiteiten gedekt zou moeten worden uit subsidie wordt dus bepaald door enerzijds de prestatie op het maatschappelijke en culturele deel (bezetting, tariefstelling, etc.) en anderzijds de mogelijkheid om zelf inkomsten te genereren. Met betrekking tot dit laatste aspect kan worden geconstateerd dat De Drom, ten opzichte van veel andere kleinschalige podiumvoorzieningen, relatief veel commerciële (horeca-)mogelijkheden heeft, maar ook een aanzienlijke maatschappelijke opdracht (met bijvoorbeeld verhuur tegen niet-kostendekkende maatschappelijke tarieven en de verplichting om voorstellingen te organiseren die voor het publiek gratis toegankelijk zijn).
Hoewel een beoordeling van de balanspositie en de liquiditeit en solvabiliteit van de stichting buiten het bereik van dit onderzoek valt, dient te worden opgemerkt dat de stichting momenteel een huurachterstand 7 bij de gemeente heeft van 3 jaar (in totaal gaat het om € 58.754,89) en er ongeveer € 18.000,- teveel aan subsidie is ontvangen8 dat middels een betalingsregeling moet worden voldaan. Met een inmiddels structureel en oplopend negatief exploitatieresultaat zullen maatregelen onvermijdelijk zijn om te voorkomen dat de continuïteit van de exploitatie van De Drom in gevaar komt.
7
De stichting geeft aan dit onderwerp in meerdere gesprekken met de gemeente en via een ingebrekestelling onder de aandacht te hebben gebracht. 8 Het betreft de zogenaamde TEK-regeling (tegemoetkoming energiekosten) die vanaf 1 november 2022 tot en met 31 december 2023 is uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ten tijde van de zeer sterk gestegen energieprijzen.
21
4.
Toekomstsperspectief
4.1
Samenvatting bevindingen en conclusies
De inventarisatie, analyse en beoordeling van de organisatie en exploitatie van De Drom levert samengevat de volgende bevindingen op (waar geen jaartal wordt genoemd hebben de bevindingen betrekking op het laatste volledige jaar 2023): Binnen De Drom is sprake van een divers en intensief programma en gebruik en daarmee van een belangrijke maatschappelijke en culturele functie voor de gemeente Enkhuizen. Er is sprake van een combinatie van een maatschappelijke en een commerciële component wat de exploitatie een zekere mate van complexiteit geeft. De accommodatie is uniek voor wat betreft de ambiance. Deze ambiance is aantrekkelijk voor de meeste events, maar levert ook beperkingen en inefficienties op in de gebruiksmogelijkheden en de exploitatie. De prestatieafspraken in de subsidiebeschikking die de gemeente heeft afgegeven aan stichting Cultureel Centrum De Drommedaris liggen in lijn met de missie en doelstellingen zoals geformuleerd door de stichting. Binnen de afspraken wordt niet of onvoldoende vastgelegd: Hoeveel voorstellingen in de eigen programmering moeten worden verzorgd en hoeveel culturele activiteiten totaal worden verwacht. Op welke wijze invulling dient te worden gegeven aan de samenwerking met hoofdgebruiker Cinema Enkhuizen. Welke maatschappelijke tarieven moeten worden gehanteerd en het serviceniveau dat hiervoor moet worden geboden.
Er is geen relatie te leggen tussen de maatschappelijke prestaties van de stichting - zoals het aanbieden van (deels gratis) voorstellingen en culturele activiteiten en het beschikbaar stellen van ruimten voor maatschappelijke tarieven – en de verstrekte subsidie. Ook is opvallend dat de subsidie niet wordt geïndexeerd terwijl dit bijvoorbeeld bij de huur die door de stichting aan de gemeente Enkhuizen (als gebouweigenaar) wordt betaald wel het geval is. Er is sprake van onvoldoende duidelijkheid met betrekking tot de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de gemeente Enkhuizen (als gebouweigenaar) en de stichting (als huurder) voor het uit te voeren onderhoud. In de huurovereenkomst tussen de gemeente Enkhuizen en de stichting wordt op dit onderwerp uitsluitend verwezen naar de algemene ROZ-bepalingen. Dit is voor een unieke en monumentale accommodatie als De Drommedaris niet voldoende. In de huurovereenkomst wordt dan ook aangegeven dat een specifieke demarcatielijst na ondertekening nog als bijlage zou worden toegevoegd. Dit is echter tot op heden niet gebeurd. Het aantal voorstellingen met ticketverkoop in de eigen programmering (jaarlijks ongeveer 30) is beperkt. Er is (mede hierdoor) sprake van een hoge bezettingsgraad van de zaal tijdens deze voorstellingen.
Het animocijfer is echter laag, ook als het bezoek aan theater- en muziekvoorstellingen die door derden worden georganiseerd wordt meegeteld. Het verzorgingsgebied rechtvaardigt een uitgebreidere programmering maar de financiële exploitatie laat dit momenteel niet toe. Er is, inclusief ruim 300 filmvertoningen, sprake van ongeveer 700 events op jaarbasis waaronder ruim 80 culturele events. Dit resulteert in een bezettingspercentage van de twee zalen van in totaal ruim 40%. Dit is, ondanks de beperkingen in gelijktijdig gebruik van de zalen bij bepaalde activiteiten, erg hoog vergeleken bij soortgelijke voorzieningen. Dit geldt zowel voor het maatschappelijke als voor het commerciële gebruik. De openstelling van de horeca is onderwerp van discussie. Er blijkt sprake te zijn van ontevredenheid bij een aantal gebruikers (met name Cinema Enkhuizen) over de in hun ogen te beperkte openstelling van de Drombar. De stichting geeft aan dat zij het faciliteren van de huurders en het bieden van een hoog serviceniveau hoog in het vaandel hebben staan maar genoodzaakt zijn om zakelijke afwegingen te maken als de kosten van de horecaopenstelling niet minimaal worden gedekt door de omzet. Deze redenatie kan door ons worden gevolgd, ook omdat prestatieafspraken vanuit de verstrekte gemeentelijke subsidie op dit gebied ontbreken.
Uit de gemiddelde inkomsten per bezoeker bij de voorstellingen met kaartverkoop kan worden afgeleid dat er ruimte is voor een beperkte verhoging van de prijzen van de tickets zonder dat er sprake zal zijn van een substantiële vraaguitval. De maatschappelijke tarieven voor de zaalverhuur dienen, na een aantal recente verhogingen, te worden beschouwd als een gegeven. De stichting heeft feitelijk nauwelijks een onderhandelingspositie als partijen aangeven geen hogere tarieven te kunnen betalen. De consequentie zou dan namelijk kunnen zijn dat zij minder gaan huren of stoppen met het gebruik van De Drom. Dit zou op gespannen voet staan met de missie en doelstellingen van de stichting en de aan hen door de gemeente verstrekte opdracht. De subsidiebeschikkingen voor De Drom en de overige maatschappelijke huurders hebben geen onderlinge relatie. De tarieven voor commerciële activiteiten en de horecatarieven lijken marktconform.
22
Het bestuur van de stichting functioneert dicht op de bedrijfsvoering. Deze operationele taakinvulling resulteert in een hoge tijdbesteding van de bestuursleden. Het verdient aanbeveling om de transitie te maken naar een Raad van Toezicht model waarbij bevoegdheden en verantwoordelijkheden in belangrijke mate binnen de organisatie worden belegd. De huidige vaste formatieve formatie zou deze transitie die resulteert in een belangrijke rol voor het huidige management (in de rol van directeur bestuurder) mogelijk moeten maken. Vanwege de uniekheid van de mix van de 700 activiteiten die in De Drom plaats vinden en de onderscheidende (logistieke) karakteristieken is een volledig kwantitatieve analyse van de personele inzet op basis van kengetallen niet mogelijk. Wel kan worden geconstateerd dat de formatie relatief hoog is in vergelijking met referentievoorzieningen waar echter ook een relatief hoge (horeca)omzet tegenover staat. Het feit dat de keuze is gemaakt om de horeca volledig met betaalde krachten te bemensen heeft ook invloed op de omvang van de formatie. Het beschikbare bestand aan vrijwilligers is op dit moment te beperkt, ook in verhouding tot de professionele organisatie. Het is daarom goed dat door de stichting wordt ingezet op versterking van het vrijwilligersbeleid en het actief werven van vrijwilligers.
Ondanks de relatief beperkte zaalcapaciteit is de verhouding tussen de recette en de directe inkoopkosten van de betaalde voorstellingen in de eigen programmeting van De Drom met 90% marktconform. Er is dus sprake van een procentueel direct tekort op de programmering van een gebruikelijke omvang. De sponsorinkomsten bevonden zich voor corona op een zeer hoog niveau. Ondanks een terugval in de jaren 2022 en 2023 kan nog steeds worden gesproken van bovengemiddelde inkomsten uit sponsoring, giften en donaties. Een gedeelte van de gemeentelijke subsidie aan De Drom vloeit in de vorm van huur terug naar de gemeente Enkhuizen. Als deze huur in mindering wordt gebracht op het subsidiebedrag dekt dit netto-subsidiebedrag ongeveer 16% van de directe huisvestingskosten. Een stelregel is dat de subsidie van een culturele voorziening na aftrek van de huur de volledige huisvestingskosten (exclusief huur) zou moeten dekken. De omvang van de maatschappelijke opdracht en de commerciële mogelijkheden bepalen of ook een deel van maatschappelijke en culturele activiteiten gesubsidieerd dient te worden en (indien dit het geval is) welk deel dit dient te zijn.
4.2
Aanbevolen verbeteringen bij handhaving huidige profiel De Drom
4.2.1
Beschrijving toekomstig scenario
Het verdient aanbeveling om in eerste instantie te bepalen of het in tabel 2 en tabel 3 weergegeven activiteitenaanbod ook voor de toekomst uitgangspunt is. Uit gesprekken met diverse betrokken ontstaat het beeld dat het huidige aanbod in grote lijnen overeenkomt met de gewenste functie van De Drom. In deze paragraaf worden aanbevelingen voor verbeteringen geformuleerd voor het scenario waarbij het karakter van de programmering en de verhuur van De Drom ongewijzigd blijft. In paragraaf 4.3 worden twee alternatieve toekomstscenario’s voor De Drom gepresenteerd. Het gebruik (voorstellingen, films en maatschappelijke en commerciële verhuur) blijft bij scenario 1 in grote lijnen hetzelfde waarbij het uiteraard mogelijk is om andere accenten te leggen. Wij zouden in ieder geval in overweging willen geven om te onderzoeken of het aantal voorstellingen met kaartverkoop in de eigen programmering van De Drom weer op het niveau van de jaren voorafgaand aan corona gebracht kan worden. De omvang van het verzorgingsgebied maakt het mogelijk om ook bij dit hogere aantal voorstellingen een goede zaalbezetting te realiseren en het versterkt het profiel van De Drom als podiumvoorziening. Uiteraard kan dit niet los gezien worden van de financiële afspraken die op de toekomstige situatie van toepassing worden verklaard.
4.2.2
Aanbevelingen voor verbeteringen
In deze paragraaf worden aanbevelingen gedaan voor verbeteringen met betrekking tot organisatie en exploitatie van De Drom ten opzichte van de huidige situatie.
23
Aanbeveling 1: Heldere prestatieafspraken met De Drom Het is van belang om duidelijke en eenduidige uitgangspunten (lees: prestatieafspraken) te formuleren voor de door de stichting uit te voeren opdracht. Het gaat dan met name om: Het aantal en de aard van de voorstellingen en andere culturele activiteiten Het al dan niet handhaven van de verplichting om gratis toegankelijke voorstellingen aan te bieden De te hanteren maatschappelijke tarieven en voor welke partijen deze van toepassing zijn Het serviceniveau dat dient te worden geboden (met name op het gebied van openstelling van de horeca). Ook dient de huurovereenkomst te worden aangevuld met het ontbrekende demarcatieoverzicht met betrekking tot de verantwoordelijkheidsverdeling voor de uitvoering van het onderhoud tussen de gemeente (als eigenaar) en de stichting (als huurder). Aanbeveling 2: Heldere afspraken tussen gemeente, hoofdhuurders en De Drom Aansluitend bij aanbeveling 1 is ook een benadering vanuit een breder perspectief aan te bevelen. Het betreft dan het maken van duidelijke afspraken tussen gemeente, stichting en de belangrijkste huurders. De belangrijkste huurders betreffen met name (maar niet uitsluitend) Cinema Enkhuizen, De Gitaarsalon, Toneelgroep De Drommedaris, de Muziekkring, de Dans Academie en de Theater Academie.
Op dit moment is niet in alle opzichten sprake van een optimale samenwerking en bestaat onduidelijkheid en onvrede over (het nakomen van) de wederzijdse verplichtingen. Aangezien (vrijwel) alle partijen een gemeentelijke subsidie ontvangen kan de gemeente hier ook voorwaarden aan verbinden. Het gaat in onze optiek dan met name over: Het aantal momenten dat door de huurders gebruik wordt gemaakt van ruimten van De Drom. De tarieven die door De Drom hiervoor in rekening worden gebracht. De service die hiervoor verwacht mag worden (eventueel tegen een additionele vergoeding). Eventuele tegenprestaties en/of andere verplichtingen vanuit de huurders. Resultaat dient een situatie te zijn waarbij sprake is van duidelijkheid over de basisvoorwaarden voor het gebruik van De Drom en waarbij partijen elkaar in toenemende mate wederzijds versterken waardoor het geheel meer wordt dan de som der delen. Aanbeveling 3: Verbetering van de organisatie Er dient meer stabiliteit en continuïteit in de exploitatie van De Drom te komen. Wij adviseren om het bestuur een grotere afstand te laten innemen tot de operationele organisatie en de transitie in te zetten naar een Raad van Toezichtmodel. De huidige vaste formatie biedt voldoende ruimte om hier meer verantwoordelijkheden en bevoegdheden te beleggen.
De bestuurders nemen dan een rol in als toezichthouders waarbij sprake is van minder tijdbesteding en naar verwachting een grotere kans dat ook in de toekomst voldoende capabele toezichthouders kunnen worden gecommitteerd. Indien deze transitie niet wordt doorgemaakt lijkt het overigens mogelijk om met minder vaste formatie te kunnen volstaan dan in de huidige situatie beschikbaar is. Daarnaast dient een inspanning te worden geleverd om het aantal beschikbare vrijwilligers weer op het niveau van de jaren 2018 en 2019 terug te brengen waarbij het vrijwilligersbeleid wordt doorontwikkeld. Daarbij verdient het ook aanbeveling om verder te onderzoeken of op bepaalde momenten inzet van vrijwilligers in de horeca mogelijk is (zie ook aanbeveling 4). Aanvullend hierop is het van belang om de administratieve organisatie, verslaglegging en de mogelijkheid om informatie te genereren te verbeteren. Tijdens de uitvoering van dit onderzoek is gebleken dat zelfs basale informatie slechts met veel moeite beschikbaar kon worden gesteld en dan vaak nog in niet volledige en inconsistente vorm. Het is in de huidige situatie dan ook nauwelijks mogelijk om op basis van managementinformatie sturing te geven aan de exploitatie. De beschikbaarheid van deze informatie zal na de transitie naar een Raad van Toezicht model alleen maar in belang toenemen.
Aanbeveling 4: Optimalisatie bedrijfsvoering en exploitatie Aanbevolen wordt om nader te bepalen op welke wijze de ticketprijzen voor de eigen programmering van De Drom kunnen worden verhoogd. De analyse laat zien dat hier ruimte voor is zonder dat dit bezoekers hoeft te kosten en zonder dat er sprake is van te hoge tarieven in relatie tot vergelijkbare theaters. Voor mensen met een kleine beurs zijn er wellicht gemeentelijke regelingen beschikbaar om een tegemoetkoming te kunnen ontvangen. 24
De hoogte van de maatschappelijke tarieven wordt bepaald door de afspraken die worden gemaakt in het kader van de afstemming tussen partijen, zoals genoemd onder aanbeveling 2. Indien sprake is van een zuivere relatie met de verschillende subsidiestromen is dit in feite een situatie met een vestzak-broekzak karakter. Op het moment dat de huurders, doordat zij een hogere subsidie ontvangen, in staat zijn om aan De Drom een hogere huur te betalen heeft dit een verlagend effect op de benodigde subsidie aan De Drom en vice versa. Indien de inspanning om meer vrijwilligers te committeren (zoals benoemd in aanbeveling 3) effect sorteert en de keuze wordt gemaakt om ook vrijwilligers in te zetten in de horeca zou mogelijk de openstelling van de Drombar kunnen worden verruimd. De omzet zal dan namelijk eerder de kosten dekken. Wij verwachten overigens niet dat dit een sterk positief effect zal hebben op het exploitatieresultaat vanwege het feit dat het om de rustigere momenten gaat. Het kan echter wel een substantiële verbetering opleveren van het serviceniveau en op deze wijze wordt tegemoet gekomen aan de wens van een aantal gebruikers. In verband met de ondersteunde functie die de horeca heeft in combinatie met de complexiteit van de exploitatie en het gebruik bevelen wij verpachting van de horeca of bemensing van de horeca op momenten door huurders overigens niet aan.
Aanbeveling 5: Op onderbouwde wijze vaststellen van de subsidie aan De Drom Het verdient aanbeveling om de subsidie op transparante wijze te laten aansluiten op de gemaakte afspraken, zoals genoemd onder aanbeveling 1. Dan wordt ook beter zichtbaar welke onderdelen van de bedrijfsvoering de gemeente subsidieert waarbij de relatie wordt gelegd met bijvoorbeeld de huisvestingskosten of de maatschappelijke en culturele opdracht vanuit de (nieuwe) prestatieafspraken in de subsidiebeschikking. Daarbij dient bij voorkeur sprake te zijn van huurcompensatie/-subsidie zodat een netto-subsidie resteert en er geen sprake meer is van verschillen in indexering tussen het betaalde huurbedrag en de ontvangen subsidie. Overwogen kan ook worden om voor specifieke maatschappelijke opdrachten een projectsubsidie te verstrekken. Gedacht kan dan bijvoorbeeld worden aan de gratis toegankelijke voorstellingen. Op deze wijze is er, naast een vaste basis waarop de meerjarige exploitatie van De Drom kan worden ingericht, ook sprake van een flexibele component waarmee op specifieke maatschappelijke prestaties die een relatie hebben met (gemeentelijke) beleidsdoelstellingen kan worden ingespeeld. Subsidiëring van de stichting kan niet los worden gezien van de subsidie aan de hoofdhuurders zoals Cinema Enkhuizen.
De subsidie aan deze organisaties bepaalt namelijk de huur die zij kunnen bepalen en hiermee ook deels het exploitatieresultaat (en hieruit de subsidiebehoefte) van De Drom. In de subsidiebeschikking aan de huurders van De Drom kan aan het verstrekken van de subsidie ook als voorwaarde worden verbonden dat zij verplicht zijn hun activiteiten in De Drom te laten plaatsvinden. Op deze wijze wordt een goede verbinding tussen de verschillende subsidies gewaarborgd.
4.2.3
Maatschappelijke en financiële consequenties
Vanwege het feit dat de dat de bestaande programmering en het huidige gebruik als uitgangspunt worden genomen is er geen sprake van grote maatschappelijke consequenties ten opzichte van de huidige situatie. De Drom blijft het door de verschillende stakeholders gewenst karakter behouden waarbij sprake is van een combinatie van voorstellingen, films, culturele evenementen, culturele en maatschappelijke verhuur en commerciële activiteiten en verhuur. Hierbij kunnen verschillende accenten worden gelegd binnen deze productmix. Met betrekking tot de financiële consequenties vormt het handhaven van de huidige maatschappelijke tarieven het uitgangspunt. Het vaststellen van de individuele subsidies van de grootste culturele huurders, zoals beschreven onder aanbeveling 5, zou er toe kunnen leiden dat er hogere maatschappelijke tarieven kunnen worden gehanteerd. Dit zou een positief effect hebben op de exploitatie van De Drom maar zou ook betekenen dat de huurders meer subsidie moeten ontvangen. Hier wordt op voorhand niet vanuit gegaan. Het implementeren van de in de vorige subparagraaf genoemde verbetermogelijkheden zijn met name procedureel en organisatorisch van aard en brengen geen grote financiële effecten met zich mee.
Dit is het gevolg van het feit dat de analyse en beoordeling heeft aangetoond dat er ten opzichte van de bestaande situatie geen grote besparingen of substantiële omzetverhogingen mogelijk zijn. Vanuit financieel perspectief wordt het volgende opgemerkt:
25
Indien met de aanbevolen verhoging van de ticketprijzen de gemiddelde inkomsten per bezoeker bijvoorbeeld met € 2,zouden toenemen en er is sprake van 2.500 betalende bezoekers stijgt de omzet met € 5.000,-. Ongeveer 70% van deze omzet gaat vanuit de partage-regeling en uitkoopsommen rechtstreeks naar de artiesten zodat slechts € 1.500,- resteert. De relatief ruime vaste formatie zou in een stabiele situatie mogelijk kunnen worden teruggebracht met ongeveer 0,5 fte. Dit zou een voordelig effect hebben op de exploitatie van ongeveer € 30.000,-. Vanwege de verbeterslag die gemaakt moet worden in de bedrijfsvoering en de (administratieve) organisatie achten wij het echter niet opportuun deze maatregel op dit moment te nemen. Indien de transitie naar het Raad van Toezichtmodel wordt gemaakt en alle taken en verantwoordelijkheden binnen de organisatie worden belegd is de huidige vaste formatie overigens ook op termijn verdedigbaar. Een ruimere openstelling van de horeca met vrijwilligers kan resulteren in een hogere omzet maar zal toch ook extra kosten met zich meebrengen. Wij zouden niet op voorhand willen uitgaan van een substantieel positief effect op het exploitatieresultaat op korte termijn. In eerste instantie zouden de profits met name gevonden moeten worden in een verhoging van het serviceniveau richting gebruikers en hiermee het maatschappelijk rendement van De Drom.
Wij adviseren om de huur die door De Drom aan de gemeente Enkhuizen wordt betaald één op één te subsidiëren. In 2023 ging het daarbij om een bedrag van € 17.800,-. Separaat daarvan ligt het, zoals eerder in paragraaf 3.5.2 is beschreven, op basis van de situatie bij vergelijkbare voorzieningen in de rede om in ieder geval de huisvestingskosten te subsidiëren. Het gaat dan in 2023 om een bedrag (exclusief huur) van ongeveer € 70.000,- (zie tabel 10 in paragraaf 3.5.1). De som van deze twee subsidiecomponenten bedraagt ongeveer € 88.000,-. Indien de huidige subsidie van € 29.274,- hierop in mindering wordt gebracht resulteert dit in een extra subsidie ten opzichte van de huidige situatie van ongeveer € 60.000,-. Dit is ongeveer gelijk aan het negatieve bedrijfsresultaat van de stichting in 2023. Zoals in paragraaf 3.5.2 is aangegeven wordt in veel gevallen bij podiumaccommodaties ook een deel van het maatschappelijke en culturele programma gesubsidieerd. In hoeverre dit noodzakelijk is en om welk additioneel subsidiebedrag het dan zou gaan is afhankelijk van: De gegenereerde inkomsten uit de maatschappelijke en culturele opdracht. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van de tarieven die kunnen/mogen worden gehanteerd bij de verhuur aan maatschappelijke en culturele organisaties en de recettes vanuit de podiumprogrammering.
De mogelijkheid om tekorten vanuit de maatschappelijke en culturele opdracht af te dekken uit de profits van het commerciële deel van de exploitatie. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van de mogelijkheden die de horecafunctie biedt en de ruimte die wordt geboden om congressen, evenementen, feesten en partijen te organiseren en om zalen voor commerciële tarieven te verhuren. De situatie van De Drom wordt gekenmerkt door een belangrijke maatschappelijke opgave (veel niet-kostendekkende verhuur en een verlieslatende podiumprogrammering) in combinatie met ruime commerciële mogelijkheden. De Drom is in staat gebleken om in 2023 exclusief de huisvestingskosten en exclusief subsidie een budgettair neutraal resultaat te realiseren. Dit betekent dat het tekort op de maatschappelijke en culturele opdracht momenteel volledig wordt gecompenseerd door de eigen inkomsten uit deze opdracht en het positieve resultaat van het commerciële deel van de exploitatie.
De gemeente zou dus kunnen volstaan met het compenseren van de huur en het verstrekken van een subsidie van ongeveer € 70.000,- ter dekking van de volledige huisvestingskosten Wij adviseren echter om daarnaast een aanvullende subsidie te verstrekken om voor De Drom de mogelijkheid te creëren om het culturele profiel te versterken ten opzichte van de eerste jaren na corona en met name het aantal voorstellingen in de eigen programmering (met ticketverkoop) terug te brengen op het niveau van de jaren voorafgaand aan de corona-periode. Met een (jaarlijks te indexeren) aanvullende subsidie van € 25.000,- wordt een financieel evenwichtige situatie gecreëerd met een passend cultureel profiel en wordt de subsidie meer in lijn gebracht met vergelijkbare voorzieningen vanuit de in paragraaf 3.2 gepresenteerde benchmark. Indien de gemeente een tijdelijke of incidentele additionele maatschappelijk of culturele prestatie van De Drom verwacht, verdient het inzetten van een aanvullende projectsubsidie aanbeveling.
26
Resumerend zou de jaarlijkse bijdrage van de gemeente Enkhuizen aan Stichting Cultureel Centrum De Drommedaris dan als volgt zijn opgebouwd: Volledige huurcompensatie. Een (jaarlijks te indexeren) subsidiebedrag van € 70.000,- ter volledige dekking van de huisvestingskosten exclusief huur. Optioneel: Een (jaarlijks te indexeren) subsidiebedrag van € 25.000,- ten behoeve van het versterken van het culturele profiel (zoals het aantal culturele voorstellingen terugbrengen op het niveau van de pré-coronajaren) en het meer robuust maken van de interne organisatie. De jaarlijkse subsidie aan De Drom bedraagt hiermee dus € 70.000,- met optioneel een aanvullende jaarlijkse subsidie van € 25.000,-. Daarnaast wordt de huur volledig gecompenseerd. In de huidige situatie is de netto bijdrage ongeveer € 11.000,- (€ 29.200,- subsidie minus € 17.800,- aan ontvangen huur). Per saldo neemt de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan De Drom derhalve toe met een bedrag van ongeveer € 60.000,- of, indien het advies om een extra subsidie van € 25.000,- te verstrekken ter versterking van het culturele profiel en de robuustheid van de organisatie wordt gevolgd, met een bedrag van ongeveer € 85.000,-. Daarbij wordt de subsidie, in tegenstelling tot hetgeen in de huidige situatie het geval is, geïndexeerd.
Opgemerkt dient tenslotte te worden dat hierbij nog geen rekening is gehouden met de vereffening van de, eerder genoemde, huurachterstand.
4.3
Alternatieve toekomstscenario’s
Resultaat van het uitgevoerde onderzoek is het in paragraaf 4.2 beschreven toekomstbestendige scenario voor De Drom. Hierbij behoudt De Drom haar huidige functie en worden op onderdelen andere accenten in het profiel en verbeteringen in de exploitatie aangebracht. Het is natuurlijk ook mogelijk om met betrekking tot de toekomst van de functie van De Drommedaris andere keuzes te maken. In onze optiek zijn er op hoofdlijnen twee alternatieve scenario’s: Scenario A: Accent uitsluitend op maatschappelijke en culturele activiteiten. Scenario B: Accent uitsluitend op commerciële activiteiten plus podiumprogrammering. Bij Scenario A wordt De Drom een echte maatschappelijke en culturele accommodatie met als belangrijkste activiteiten zalenverhuur voor maatschappelijke activiteiten en uitvoeringen en repetities van culturele organisaties. Ten opzichte van de huidige situatie wordt de stichting in omvang drastisch teruggebracht en wordt de inzet van vrijwilligers sterk geïntensiveerd. Het culturele profiel en de programmatische invulling wordt een verantwoordelijkheid van de gebruikers waarbij de exploiterende stichting uitsluitend faciliteert. Een separate overweging is of nog een professionele theaterprogrammering wordt aangeboden. Indien dit het geval is ligt het bij dit scenario ook voor de hand om de verantwoordelijkheid hiervoor buiten de exploiterende stichting te plaatsen.
Ook in dit scenario wordt de gemeente belast met minimaal de huisvestingskosten. Er zal nader moeten worden bepaald of een additionele bijdrage benodigd is. Vooral in de aanloopfase waarin de vrijwilligersorganisatie nog moet worden ingericht zal een additionele bijdrage naar verwachting benodigd zijn. Bij Scenario B wordt De Drom een accommodatie waar in essentie verhuur plaats vindt met een minimaal kostendekkend karakter. Dit betekent dat de accommodatie een belangrijk deel van haar culturele en maatschappelijke functie zal verliezen. De huisvestingskosten worden volledig gedekt uit het resultaat van de commerciële verhuur en de horecafunctie en er is sprake van een winstoogmerk. De gemeente kan een additionele maatschappelijke of culturele prestatie van de exploitant vragen. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op het verhuren van de ruimten op momenten tegen maatschappelijke tarieven maar ook op het aanbieden van een theaterprogrammering met professionele voorstellingen. Voor deze maatschappelijke of culturele prestatie wordt dan een subsidie verstrekt. Ten aanzien van deze subsidie moet worden bepaald of er een jaarlijks subsidiebedrag beschikbaar wordt gesteld om de maatschappelijk en/of culturele prestatie te verrichten of dat er sprake is van projectsubsidies of een combinatie vaan beide.
Bij beide alternatieve scenario’s wordt De Drom derhalve een substantieel andere voorziening met een totaal andere exploitatie. Indien hiervoor wordt gekozen is vervolgonderzoek noodzakelijk.
27
28