Bijlage 1.2 Jaarrekening 2025 NHN
Tekst van het document
Hierdoor wordt ook richting de NZa duidelijker zichtbaar dat geld afkomstig van de zorgverzekeraars ook daadwerkelijk alleen wordt ingezet voor de Ambulancezorg. Deze algemene reserve kent vooralsnog geen beperkingen. Beide algemene reserves maken onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit.
2.9.2 Beschikbare weerstandscapaciteit x €1.000 Algemene reserve Veiligheidsregio Algemene reserve Ambulancezorg Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Totaal reserves Correcties Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves Aan te leggen bestemmingsreserve Gerealiseerde resultaat Beschikbare weerstandscapaciteit
Jaarstukken 2025
Saldo 1-1-2025 1.523 1.153 2.253 207 5.136
Toevoeging 209 1.186 1.395
Onttrekking 132 239 371
Bestemming resultaat -208 415 -207 -
Saldo 31-12-2025 1.315 1.568 2.330 947 6.160
Bestemde gelden Veiligheidsregio -200 Bestemde gelden Ambulancezorg -2.130 Bestemde gelden BDuR -532 Vrij besteedbaar Veiligheidsregio (boven 2,5% alg.reserve) VOOR WAARMERKINGS3.298
DOELEINDEN
Verstegen accountants Pagina | 34 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
2.9.3 Financiële risico’s Een risico is een onzekere gebeurtenis waaruit financiële gevolgen kunnen voort vloeien, maar waarbij niet duidelijk is of de gebeurtenis zich gaat voordoen en hoe groot de financiële gevolgen zullen zijn. Op het moment dat de financiële gevolgen inzichtelijk zijn, worden deze gedekt in de begroting. De mate van risico’s zijn opgenomen in 5 klassen. Klasse 1. 2. 3. 4. 5.
% 10% 25% 50% 75% 95%
Waarschijnlijkheid Zeer klein Klein Middel Groot Zeer Groot
Toelichting Onwaarschijnlijk, kans 1 keer in de 10 jaar. Niet waarschijnlijk, kans 1 keer in de 4 jaar. Kan beide kanten op, kans 1 keer in de 2 jaar. Waarschijnlijk, kan komend jaar voorkomen Zeer waarschijnlijk, zal zich komend jaar voordoen.
De volgende risico’s worden onderkend. Hierbij maken wij de kanttekening dat de gegeven opsomming van risico’s niet limitatief is. Klasse / Financiële Weerstands% impact capaciteit 2 / 25% € 1.500.000 € 375.000
Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst.
Oorzaak Europese wet-en regelgeving
Gevolg Mogelijk verplichting tot betaling minimum loon, pensioen, betaling bij ziekte, etc.
2. Fiscale naheffing
Niet naleven van fiscale regelgeving
€
500.000 €
250.000
3. Langdurige uitval
PTSS/ Ziekte / ongeval
Mogelijk verplichting tot het 3 / 50% betalen van een fiscale naheffing als gevolg van het niet voldoende naleven van fiscale regelgeving. Hoger dan begrote inhuur 3 / 50% nodig om weggevallen capaciteit op te vangen
€
200.000 €
100.000
4. Langdurige uitval
Posttraumatische Stressstoornis
Medewerker niet meer hersteld en na twee jaar in de WIA belandt.
2/ 25%
€
280.000 €
70.000
Niet kunnen aantrekken Hoger dan geraamde van verpleegkundigen inhuur derden ambulancezorg 6. IT-dreigingen (bijv. virus, IT-beveiliging is Dataverlies en datalekken cyberaanval enz.) onvoldoende tegen alle ITdreigingen
3 / 50%
€
150.000 €
75.000
2 / 25%
€
200.000 €
50.000
7. Materiële en personele schade bij omvangrijke incidenten
Materiële en personele schade bij omvangrijke incidenten
2 / 25%
€
200.000 €
50.000
8. Aanbestedingsclaim
Niet rechtmatig uitvoeren Toewijzen van een van een aanbesteding aanbestedingsclaim
1 / 10%
€
200.000 €
20.000
€
990.000
5. Tekort ambulanceverpleegkundigen
Totaal
Ongedekte uitgaven (niet begroot)
Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst Burgemeesters Kolff en Depla hebben hun rapport over taakdifferentiatie opgeleverd, waartoe zij in 2018 de opdracht kregen van het Veiligheidsberaad. In het rapport wordt een oplossing geboden om de rechtspositie van brandweervrijwilligers in lijn met Europese wetgeving te brengen,VOOR die stelt dat bij gelijk WAARMERKINGSwerk gelijke arbeidsvoorwaarden en gelijke betaling geldt, maar ook om het vrijwilligersstelsel te behouden.
DOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 35 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
In het rapport wordt voorgesteld om aan de hand van vier bouwstenen een fundamenteel onderscheid te maken tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers. Deze bouwstenen zijn verplichte beschikbaarheid (kazerneren/consigneren), aantal repressieve taken, type taken en vakbekwaam worden en blijven. Het Veiligheidsberaad heeft kennis genomen van het rapport en heeft uitgesproken de komende jaren aan de slag te willen gaan met de implementatie van bouwsteen 1, mits de benodigde financiële middelen vanuit het rijk komen en een aantal knelpunten opgelost wordt. Bouwsteen 1 betreft het opheffen van kazernering en consignatie en stelt dat wanneer er bij een inzet geen sprake is van vrije instroom, maar een medewerker móet opkomen, er gelijke arbeidsvoorwaarden en betaling zou moeten zijn. Dit zal betekenen dat vrijwillige brandweermensen straks niet meer geconsigneerd zijn, maar aangesteld kunnen worden met een deeltijd beroepsaanstelling. Het Veiligheidsberaad is niet akkoord met alle bouwstenen, maar er is draagvlak om te starten met de implementatie van bouwsteen 1. Het veiligheidsberaad en minister JenV hebben op 21 juni 2021 de nieuwe stuurgroep ‘toekomst bestendig brandweerstelsel’ de opdracht gegeven voor de implementatie van de eerste bouwsteen en onderzoek te doen naar andere wenselijke thema’s om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel.
Alle voorbereidingen voor Bouwsteen 1 ‘verplichtende karakter’ zijn uitgevoerd. Invoering is afhankelijk van de landelijke besluitvorming over de randvoorwaarden (waaronder financiering door het Rijk) alvorens te kunnen starten met de implementatie. Voor zover nu bekend zijn er geen nieuwe ontwikkelingen op dit gebied.
Risico 3. Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS) Tot op heden gaan Veiligheidsregio’s verschillend om met medewerkers met PTSS symptomen. Voor Veiligheidsregio’s is een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt. Met deze regeling wordt PTSS door Veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Verder is de minister gevraagd bij te dragen aan de collectieve kosten voor uitvoering van de regeling. Afhankelijk van de parlementaire besluiten over de voorjaarsnota worden hiervoor gelden toegekend. Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door de eigen VR moeten worden gedragen.
2.9.4 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 990.000. De ratio weerstandsvermogen versus weerstandscapaciteit bedraagt op basis van de aanwezige buffer € 3.298.000 / € 990.000 * 100% = 333%. Dit houdt in dat de Veiligheidsregio in staat is om de onderkende risico’s financieel te dragen.
2.9.5 Verzekeringen en voorzieningen Het verzekeringspakket voorziet in het afdekken van de meest gangbare risico’s op personeel en materieel gebied. Met ingang van 1 januari 2024 is de Landelijke regeling aanspraken na Dienstongevallen Veiligheidsregio’s van toepassing. Deze komt in de plaats van de ongevallenverzekering die iedere veiligheidsregio zelfstandig had afgesloten. De regeling wordt landelijk gefinancierd door een sobere ongevallenverzekering VOOR WAARMERKINGSdie is afgesloten door het landelijk Expertisebureau Risicobeheer én een waarborgfonds die door alle DOELEINDEN veiligheidsregio’s is opgericht. De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord brengt jaarlijks een bedrag in. Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 36 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
Daarnaast heeft de veiligheidsregio nog een aantal voorzieningen getroffen voor toekomstige verplichtingen. In de toelichting op de balans worden deze nader toegelicht.
2.9.6 Kengetallen financiële positie Overzicht kengetallen 2025 2025 Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
begroting (bijgesteld) 0,48 0,48
jaarrekening 0,37 0,37
0,08
0,12
0,00%
0,43%
Toelichting kengetallen •
• •
Netto schuldquote: netto schuld gedeeld door de inkomsten exploitatie (excl. mutaties reserves) Onder netto schuld wordt verstaan de langlopende en kortlopende schulden minus de langlopende en kortlopende vorderingen en uitzettingen. Solvabiliteitsratio: verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (eigen vermogen en vreemd vermogen). Structurele exploitatieruimte: saldo van de structurele baten en lasten en saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (excl. mutaties reserves), uitgedrukt als percentage.
Duiding kengetallen • •
•
Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VRNHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VRNHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: o een relatief laag eigen vermogen; als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; o een omvangrijke leningenportefeuille als gevolg van de overname van roerende en onroerende goederen van gemeenten in het kader van de regionalisering in 2014. Structurele exploitatieruimte: deze is gebaseerd op structurele baten en lasten. De structurele exploitatieruimte is voor 2024 negatief, waardoor de ratio ook negatief uitkomt.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 37 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
2.10 Onderhoud kapitaalgoederen 2.10.1 Wat wilden we bereiken 2.10.2 Wat hebben we gerealiseerd 2.10.3 Wat heeft het gekost
2.10.1 Wat wilden we bereiken Doel Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval zoveel mogelijk te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten die gepaard gaan met het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Een andere zekerheid is het weten wanneer het materieel vervangen moet worden. Hiervoor beschikt de Veiligheidsregio over een actueel MJIP (Meerjareninvesteringsplan) waarin alle nu bekende toekomstige investeringen zijn opgenomen. De veiligheidsregio beschikt over diverse soorten kapitaalgoederen die jaarlijks moeten worden onderhouden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Dit betreffen o.a. panden, voertuigen en kantoorautomatisering. VRNHN heeft in 2025 diverse panden (ambulanceposten) in eigendom. Het pand voor de centrale huisvesting in Alkmaar (Hoofdkantoor) en het pand voor de ambulancedienst op Texel worden gehuurd. De brandweerkazernes die niet in eigendom zijn, worden om niet gehuurd van de gemeenten.
2.10.2 Wat hebben we gerealiseerd Gebouwen ambulancedienst In 2019 heeft op basis van de in 2018 uitgevoerde (interne) analyse op de staat van de gebouwen een extern onderzoek plaatsgevonden. Daaruit is naar voren gekomen dat de ambulancevoorzieningen in Hoogkarspel en Den Helder niet langer geschikt zijn voor hun functie en extra ruimte beschikbaar moet komen voor het overdekt stallen van ambulances. Uit onderzoek naar meerdere oplossingsvarianten is de conclusie getrokken dat nieuwbouw voor beide locaties de voorkeur geniet boven een grootschalige renovatie. Het rapport is vertaald in een notitie voor het Lokaal Overleg van maart 2020 waarin de probleemstelling vertaald is naar een advies het beschikbare budget huisvesting te verhogen. In het najaar 2020 is de extra budgetaanvraag gehonoreerd en vindt structurele ophoging plaats. In 2021 is begonnen met de planvorming voor de nieuwbouw. De daarbij afgegeven planningen zijn in de loop van 2023 wederom aangepast (uitloop verkrijgen vergunningen, beschikbaarheid bouwers en materiaal). Oplevering vindt plaats in 2026.
Brandweerkazernes Voor de kazernes worden de volgende uitgangpunten als zodanig gehanteerd en uitgevoerd: 1. Kazernes zijn in eigendom van de gemeenten; 2. Huisvestingslasten maken geen onderdeel uit van de begroting van de VR; 3. Het beheer en onderhoud is een gemeentelijke taak en wordt geborgd in de overeenkomsten voor beheer en onderhoud tussen gemeenten en VR; VOOR WAARMERKINGS4. Gemeenten berekenen hun facilitaire kosten (schoonmaak, alarmopvolging, e.d.) door aan VR;
DOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 38 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
Het onderzoek, in meerdere jaren uitgevoerd in 2017-2018 naar de toekomstbestendigheid van de bestuurlijke afspraken omtrent de huisvesting van de brandweer heeft niet geleid tot aanpassing van de in 2013 gemaakte afspraken. Het onderzoek heeft geleid tot een verbeterde attentie bij gemeenten dat de huisvesting van de brandweer een verantwoordelijkheid is van gemeenten en Veiligheidsregio samen. Binnen de bestuurlijke uitgangspunten kunnen de knelpunten worden opgelost hetgeen in de praktijk ook daadwerkelijk gebeurt. In meerdere kazernes zijn verbeteringen aangebracht met betrekking tot arbeidshygiëne en er vindt een betere afstemming plaats op de uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan. Een aantal gemeenten zijn daadwerkelijk gestart met of er zijn de plannen in voorbereiding voor het vervangen van veelal verouderde brandweerkazernes.
Centrale huisvesting de Hertog Het gebouw aan de Hertog Aalbrechtweg 22 te Alkmaar wordt samen met de GGD Hollands Noorden als hoofdlocatie gebruikt. VRNHN is huurder. Voor het medegebruik door de GGD HN is een overeenkomst voor gemene rekening opgesteld die is goedgekeurd door de Belastingdienst. Op basis hiervan worden de huisvestingskosten op basis van een verdeelsleutel verdeeld tussen de GGD HN en VRNHN zonder dat dit tot extra btw-druk leidt. Met de verhuurder van het pand is een SLA afgesproken waarin het beheer en onderhoud van het pand geregeld is.
Ambulancematerieel In 2025 zijn 2 ambulances aangeschaft. De aanschaf van 2 ambulances is uitgesteld naar 2026 wegens leveringsproblemen.
Brandweermaterieel De brandweer beschikt over up-to-date materieel en materiaal. Voertuigen en inventaris worden op basis van het MJIP vervangen. Bij iedere vervanging wordt gekeken of er een technische noodzaak is om te gaan vervangen. Het aantal aanbestedingstrajecten is klein. Voor reguliere brandweermaterialen zijn er inkoopovereenkomsten beschikbaar en waar nodig worden deze inkoopovereenkomsten rechtmatig verlengd. Op die manier wordt zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen om gegaan. Aan grotere investeringen (> € 100.000) zijn in 2025 ter vervanging 1 TS4, 1 TS combi, warmtebeeldcamera’s, pagers en bluspakken aangeschaft.
Kantoorautomatisering De VR beschikt over een visie op informatie gestuurd werken die op hoofdlijnen de richting voor de toekomst weergeeft. Met de acties in het jaarplan is verder invulling gegeven aan deze visie. Voor de VR is een architectuur opgesteld die gericht is op de huidige ontwikkelingen binnen de regio en op landelijk niveau. Het risicobewustzijn van werken bij de veiligheidsregio is toegenomen. Dit vertaalt zich in het veilige gebruik van ICT-voorzieningen, geen datalekken en grip op persoonsgegevens.
2.10.3 Wat heeft het gekost Gebouwen Ambulancedienst De kosten van groot onderhoud worden ten laste van de voorziening groot onderhoud gebracht. De jaarlijkse onderhoudskosten die op dagelijkse basis worden gemaakt, zijn opgenomen in de exploitatie. De voorziening groot onderhoud is in 2025 gehandhaafd op het niveau van vorig jaar, namelijk € 416.000. VOOR WAARMERKINGSIn 2025 is geen onderhoud uitgevoerd ten laste van de voorziening vanwege de geplande en uit te voeren DOELEINDEN nieuwbouw. Het herschrijven van het onderhoudsplan naar de nieuwe situatie wordt aansluitend op de Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 39 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
realisatie van de nieuwe/verbouwde posten uitgevoerd. Aansluitend wordt de voorziening aangepast aan de dan berekende noodzakelijke hoogte en worden de nieuwe dotaties voor de komende jaren berekend.
Brandweerkazernes In 2013 zijn er vanwege fiscale redenen een aantal kazernes van verschillende gemeenten gekocht. De afschrijvingslasten, rente en het onderhoud komen voor rekening van de verkopende gemeenten. Na de verkoop in 2024 van de kazerne in Avenhorn heeft de VR geen kazernes meer in eigendom.
Ambulancematerieel Aan onderhoud van de ambulances, rapid responder en overige dienstauto’s is € 271.000 uitgegeven. Begroot was € 304.000.
Brandweermaterieel Het onderhoud van het brandweermaterieel (o.a. voertuigen, kleding, ademlucht, klein gereedschap) is per team uitgevoerd. In totaal is aan onderhoud € 2.460.000 uitgegeven. Begroot was € 2.326.000.
ICT / Kantoorautomatisering De organisatie brede exploitatiebudgetten voor ICT/ kantoorautomatisering (onderhoud c.a.) waren begroot op € 2.833.000. Er is voor € 2.579.000 aan kosten gemaakt.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 40 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
2.11 Financiering 2.11.1 2.11.2 2.11.3 2.11.4
Inleiding Evaluatie treasury activiteiten Toerekening rentelasten naar taakvelden EMU saldo
2.11.1 Inleiding Op 25 oktober 2024 is door het algemeen bestuur het treasurystatuut 2024 vastgesteld met een ingangsdatum van 1 januari 2024. Het statuut vastgesteld in 2015, is komen te vervallen. In dit statuut zijn de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten van de treasuryfunctie vastgelegd. Het statuut is gebaseerd op de voorschriften zoals vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) inclusief de daarmee samenhangende wet- en regelgeving. De belangrijkste punten zijn: • Aantrekken van langlopende geldleningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee financiële instellingen; • Uitzetten van tijdelijke overtollige financiële middelen vindt uitsluitend plaats bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Middelen tot de schatkistlimiet mogen worden uitgezet bij financiële ondernemingen die ten minste over een A-rating beschikken en gevestigd zijn in Nederland, of een andere EU lidstaat die beschikt over tenminste een AA rating; • De organisatie maakt geen gebruik van derivaten. • Jaarlijks vindt evaluatie plaats van de gedane treasury activiteiten in de paragraaf ‘Financiering’.
2.11.2 Evaluatie treasury activiteiten Kasgeldlimiet (kortlopende geldleningen) Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de hoogte van de netto vlottende schuld voor gemeenschappelijke regelingen op een maximum gezet van 8,2% van de begrote lasten, de kasgeldlimiet. Voor 2025 is deze berekend op € 7,3 miljoen1. De kasgeldlimiet is in 2025 niet overschreden.
Schatkistlimiet Vanaf december 2013 is het schatkistbankieren van toepassing. Dit betekent dat overtollige geldmiddelen boven de schatkistlimiet verplicht moeten worden aangehouden in de schatkist. Dit voorkomt dat decentrale overheden hun middelen kunnen uitzetten bij derden (zoals buitenlandse banken) en draagt bij aan het verlagen van het EMU saldo van de totale Nederlandse overheid. Voor 2024 is de schatkistlimiet berekend op € 1.782.0002. De schatkistlimiet is in 2025 niet overschreden. Het volgende overzicht geeft een beeld van de uitkomsten op kwartaalbasis. x €1.000 Bedrag schatkistlimiet Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
1 Op basis van begrotingstotaal lasten € 89.109.000 (primair) 2
Kwartaal 1 1.782
Kwartaal 2 1.782
Kwartaal 3 1.782
Kwartaal 4 1.782
105
104
104
103
1.677 -
1.678 -
1.678 -
1.679 -
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
De limiet wordt berekend als 0,75% van het begrotingstotaal lasten (primair), met een ondergrens van € 250.000. M.i.v. 1 juli 2021 is de limiet verhoogd tot 2%, met een ondergrens van € 1.000.000.
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 41 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de renterisiconorm gemaximaliseerd op 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat het totaal van herfinancieringen en renteherzieningen op de vaste schuld in enig jaar beperkt is tot 20% van het begrotingstotaal. Voor 2025 is de renterisiconorm berekend op € 17,8 mln. De renterisiconorm is in 2025 niet overschreden.
Financieringen (kort-/langlopende geldleningen) Om de financieringsbehoefte te kunnen bepalen maken we gebruik van een gedetailleerde liquiditeitsbegroting. Deze wordt minimaal 1 keer per week bijgewerkt. Verwachte tijdelijke tekorten worden opgeheven door het aantrekken van kasgeldleningen (kortgeld). De ervaring leert dat tijdelijke tekorten (of minimale overschotten) in liquide middelen kunnen optreden aan het einde van ieder kwartaal. In 2025 is een langlopende geldlening aangetrokken van € 10 mln. Het aantrekken van een kasgeldlening is in 2025 niet nodig geweest.
Leningenportefeuille Naast de reguliere aflossingen is in 2025 één geldlening volledig afgelost. Zie voor een overzicht bijlage 5.3 bij de jaarrekening.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 42 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
2.11.3 EMU saldo Onderstaand het berekend EMU saldo 2025.
Omschrijving
x € 1000,Volgens realisatie tot en met dec. 2025
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
3
Dotaties aan voorzieningen ten laste van de exploitatie minus vrijval van voorzieningen ten bate van de exploitatie
4
Bruto investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, geen betrekking hebbende op bouwgrondexploitatie en niet verantwoord op de exploitatie
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
7
Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d., alleen transacties met derden niet op de exploitatie verantwoord
8
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voor zover niet al op de exploitatie verantwoord
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen
10
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder vraag 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht
11 a b
Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
Berekend EMU-saldo
947
5.522
6.958
ja
nee
-489
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 43 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
2.12 Verbonden partijen 2.12.1 2.12.2 2.12.3 2.12.4 2.12.5 2.12.6 2.12.7
Inleiding Relevante ontwikkelingen Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Visie op verbonden partijen Beleidsvoornemens deelnemingen Eigen vermogen en resultaat RAV
2.12.1 Inleiding Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin VRNHN een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BBV). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen.
2.12.2 Relevante ontwikkelingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) (vestigingsplaats Alkmaar) De RAV NHN is per 10 februari 2010 opgericht met als doel het hebben en exploiteren van een vergunning tot het uitvoeren van ambulancevervoer. Per 1 januari 2013 beschikt de RAV NHN over deze vergunning. RAV NHN kent twee leden: Ambulancezorg Noord-Holland Noord (onderdeel van VRNHN) en Witte Kruis Ambulancezorg (WK). De centrale administratie wordt uitgevoerd door VRNHN en de controlfunctie door WK. Het secretariaat van de RAV wordt door VRNHN gevoerd. Verder gebruiken beide partners één automatiseringspakket waarin de ambulanceritten worden geregistreerd. Dit gebeurt wel in een eigen omgeving. De ambulanceritten worden door de partners zelf gefactureerd. De partners behouden afzonderlijk de verantwoordelijkheden over het debiteurenbeheer. Beide partners staan bij de zorgverzekeraars bekend als één wettelijk gemachtigde uitvoerende en verantwoordelijke zelfstandige organisatie (coöperatie) die beschikt over één gezamenlijke bankrekening en spaarrekening. De Meldkamer is via een SLA verbonden aan de RAV. Op 1 januari 2021 is de Wet ambulancezorgvoorzieningen (Wazv) in werking getreden. De nieuwe wet geeft zekerheid aan de RAV over haar positie.
Om de continuïteit te kunnen waarborgen wil de minister de huidige positie van de RAV’s intact houden. In de nieuwe wet is opgenomen dat: “Er per veiligheidsregio een monopolist is, die niet alleen het alleenrecht heeft om spoedeisende ambulancezorg te leveren, maar ook de plicht heeft om deze zorg te leveren”. De Nederlandse Zorgautoriteit, de Inspectie Gezondheidszorg VOOR WAARMERKINGSen Jeugd (IGJ) houden gezamenlijk toezicht op de naleving van de Wazv. De zorgverzekeraars maken met DOELEINDEN de RAV jaarlijks afspraken over het budget en de daarvoor te leveren kwaliteit en prestaties. Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 44 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) (Vestigingsplaats Arnhem) Het NIPV is een bij wet opgerichte zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Het NIPV ondersteunt de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De regio’s Kennemerland, Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland hebben hun krachten op het gebied van vakbekwaamheid worden gebundeld. Sinds het formele ondertekeningmoment op 11 juli 2019 is er één gezamenlijk opleidingsinstituut: de Brandweerschool Noord-Holland (BWS NH). BWS NH zet in op kwalitatief goed onderwijs, het innoveren van brandweeronderwijs, het voldoen aan landelijk gestelde kwaliteitscriteria en het onderhouden en ontwikkelen van les- en leerstof. Voorlopig richt BWS NH zich in hoofdzaak op de opleidingen basisbrandweerzorg, aangevuld met de opleidingen brandweerchauffeur en instructeur. In november 2022 heeft de BWS NH de periodieke audit Kwaliteit Aanbieders Brandweeronderwijs met goed gevolg doorlopen waardoor BWS NH tot en met 2026 een gecertificeerd opleidingsinstituut is.
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s De veiligheidsregio´s trachten door middel van het afsluiten van verzekeringen bepaalde financiële risico’s van hun werkzaamheden te beheersen, daaronder begrepen, maar niet beperkt tot, de risico’s die voortvloeien uit persoonlijke ongevallen. Daarbij was echter geen sprake van een landelijke uniforme regeling voor uitkeringen na dienstongevallen, terwijl in toenemende mate sprake is van interregionale samenwerking in zowel het primaire proces van de brandweer als bij vraagstukken van bedrijfsvoering. Voorts is in de loop der jaren gebleken dat de afgesloten verzekeringen steeds minder risico’s dekken en dat de verschuldigde premies aanzienlijk zijn verhoogd, waardoor afdekking van die risico’s door middel van verzekeringen onder druk is komen te staan. Dit heeft de veiligheidsregio´s ertoe bewogen om onder erkenning dat voor de uitvoering van de aan hen opgedragen publieke taken de inzet van zowel beroepsmedewerkers als brandweervrijwilligers essentieel is, te komen tot een landelijke uniforme regeling voor uitkeringen na incidenten die verband houden met de aan hen opgedragen publieke taken en waarbij sprake is van letsel met tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid en/of invaliditeit dan wel overlijden.
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s wordt primair opgericht als expertisebureau voor de veiligheidsregio’s op het gebied van goedwerkgeverschap bij ongevallen en voorziet in ieder geval in de ondersteuning bij de afhandeling van ongevallen en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering. Ook kan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s in opdracht en ten behoeve van de Veiligheidsregio’s bemiddelen bij onder meer (i) het benaderen van derden-verzekeraars,(ii) het sluiten van verzekeringen bij die verzekeraars en (iii) het betrokken worden bij de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De wens om te komen tot de oprichting van een waarborgfonds hangt samen met het besluit van het Veiligheidsberaad d.d. 1 juli 2022 om te komen tot de oprichting van een expertisebureau. Het waarborgfonds is bedoeld om in ieder geval te voorzien in de onverzekerbare aanspraken van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen. Het waarborgfonds is bedoeld voor de basis-veiligheidsregio (de veiligheidsregio’s zonder aanvullende organisatieonderdelen) met het oog op gelijksoortigheid van het risico; voor de aanvullende organisatieonderdelen is een waarborgfonds ook minder noodzakelijk met het VOOR WAARMERKINGSoog op de betere verzekerbaarheid.
Voor de oprichting van een waarborgfonds is geen DOELEINDEN verzekeringsvergunning vereist van De Nederlandse Bank (DNB) onder de volgende voorwaarden: geen Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 45 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
winstoogmerk (1) maximale jaarlijkse inleg 5 miljoen euro per jaar (2), een maximale technische reserve van 25 miljoen euro (3) en het instellen van een raad van toezicht met personen die benoemd zijn door dan wel in dienst zijn van de overheid (4). Deelname van een veiligheidsregio aan het waarborgfonds is vrijwillig. Voor deelname aan het waarborgfonds is deelname aan de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s een vereiste met het oog op de samenhang van deze voorzieningen; het is mogelijk om deel te nemen aan het expertisebureau zonder deel te nemen aan het waarborgfonds. De minimale deelname aan het waarborgfonds is 5 jaar. Met deze duale structuur wordt beoogd dat Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s zoveel mogelijk de kerndoelstelling als fonds zal uitoefenen en de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s zal optreden als bemiddelaar, een en ander binnen de kaders van de toepasselijke wet- en regelgeving.
2.12.3 Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Het aandeel VRNHN in de kosten van de RAV NHN maakt onderdeel uit van het programma Ambulancezorg. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het NIPV. Deze bijdrage wordt rechtstreeks in mindering gebracht op de BDUR-gelden. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De kosten van opleiden, en dus ook van de BWS NH, zijn opgenomen binnen het programma Brandweer. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s Alle veiligheidsregio’s dragen voor een gelijk deel bij de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. De inbreng wordt opgenomen binnen het programma Bedrijfsvoering. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Alle veiligheidsregio’s dragen bij aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s op basis van het inwonersaantal per veiligheidsregio. De inbreng wordt opgenomen binnen het programma Bedrijfsvoering.
2.12.4 Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) De bestuurdersrol is statutair vastgelegd. Twee bestuurders vormen het bestuur. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks volgens een vast schema tussen beide bestuurders. Voor 2025 was de directeur ambulancezorg NHN de bestuursvoorzitter, voor 2026 wordt dit de directeur WK. De algemene directeuren van de beide zelfstandige organisaties en de twee bestuurders vormen samen de Algemene Ledenvergadering (ALV). Nederlands Instituut Publieke Veiligheid De voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het NIPV. De bestuursvoorzitter van VRNHN is lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur VOOR WAARMERKINGSbenoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het NIPV is tevens DOELEINDEN voorzitter van het dagelijks bestuur. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 46 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de veiligheidsregio’s. Daarnaast kent de coöperatie een algemene ledenvergadering. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s De directeur-bestuurder van het Expertisebureau Risicobeheer is gelijk aan die van het Waarborgfonds. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De directeur-bestuurder van het Waarborgfonds is gelijk aan die van het Expertisebureau Risicobeheer. Er is ook een Raad van Toezicht ingesteld en die bestaat uit een voorzitter en 3 Leden. Het Waarborgfonds is vrijgesteld van toezicht door De Nederlandsche Bank (DNB), omdat aan de voorwaarde is voldaan dat een Raad van Toezicht is geïnstalleerd.
2.12.5 Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen. Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten of statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang.
2.12.6 Beleidsvoornemens deelnemingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Er zijn bij de RAV NHN geen grote beleidsvoornemens te onderkennen. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid De beleidsvoornemens voor de veiligheidsregio’s liggen op het terrein van: beleids- en bestuursondersteuning van de ambtelijke en bestuurlijke top; - kennis ontwikkelen, maken en borgen voor de professional in het veld; - opleidingen, trainingen en oefeningen voor vakbekwaam worden en blijven faciliteren en verzorgen; - talent- en leiderschapsontwikkeling bevorderen; - materieel voor de veiligheidsregio's verwerven, beheren en organisatorisch inbedden; - projectmanagement en (organisatie)advies. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. Door workshops, trainingen en bijscholing is de professionele ontwikkeling van ons onderwijzend personeel bevorderd. Ook is hiermee de uitwisselbaarheid van instructeurs en beoordelaars tussen de regio’s verder geoptimaliseerd. Dit loopt door in het opleidingsjaar 2025 / 2026.
VOOR WAARMERKINGS-
Een kwaliteitsverbetering van de leerwerkplekbegeleiding op de werkvloer heeft plaatsgevonden dankzij DOELEINDEN investeringen in: Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 47 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
- het uitwisselen van best practices Leerwerkbegeleiding tijdens startbijeenkomsten, - het delen en uitdragen van de elementaire vaardighedenkaart voor de leergang Manschap, en - het aanbieden van IBGS-posters en aandachtskaarten voor de posten, leerwerkbegeleiders en deelnemers. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Er zijn bij de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s geen grote beleidsvoornemens te onderkennen.
2.12.7 Eigen vermogen en resultaat RAV Uit de (concept) jaarstukken 2025 RAV blijkt dat zowel het eigen vermogen per 31 december 2025 als het exploitatiesaldo 2025 € 0 bedraagt.
Overzicht RAV Deel-
Nominaal
neming
belang
%
Bestuurlijk belang
Publiek doel
Wijziging in
Financieel belang
2025
Balans met
Balans met
VRNHN ultimo
VRNHN ultimo
2024 (x
2025 (x 1.000)
1.000) RAV
€ 0 in
NHN
50%
In 2024 was de directeur
Het leveren
In 2025
Uitgangspunt is dat
2016 is
WK bestuursvoorzitter.
van
hebben zich
de vergoeding
het
De directeuren van WK
ambulance-
geen
/bevoorschotting aan
werkkapi-
en ambulancezorg NHN
zorg voor de
wijzigingen
de vervoerder alleen
taal terug-
zijn beide
gemeenten
in het beleid
plaats kan vinden als
gestort
tekeningsbevoegd voor
in Noord-
voor
deze ook voor de
aan de
het sluiten van
Holland-
gedaan.
coöperatie de
leden)
overeenkomsten
Noord
Te verrekenen RAV 5.066 D
3.726 D
afgesproken cashflow heeft gegenereerd.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 48 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
Overige informatie
2.13 Fiscaliteiten 2.13.1 Tax Control Framework 2.13.2 Convenant Horizontaal Toezicht 2.13.3 Landelijke activiteiten
2.13.1 Tax Control Framework In 2025 zijn de vorig jaar opgestarte interviews met materiedeskundigen verder verbreed en verdiept om te komen tot een herijking van het TCF in het algemeen en van de fiscale risico’s in het bijzonder. In het TCF worden per belastingsoort ‘gewone’ risico’s (risks) en zogenaamde Key risks benoemd. Ten opzichte van de eerste versie zijn er geen tot weinig nieuwe risico’s geïdentificeerd, maar is een scherper beeld ontstaan over welke risico’s als ‘gewoon’ risico, danwel Key risk moeten worden beschouwd. Tegelijkertijd zijn de beheersmaatregelen die in de praktijk worden uitgevoerd duidelijker in kaart gebracht en vastgelegd. Daarnaast is een duidelijkere koppeling tussen het TCF en de werkzaamheden in de VIC aangelegd. In de eerste versie van het TCF werden de Key risks bepaald op basis van het risico vóór de beschreven beheersmaatregelen en de directe invloed van het risico op een onjuiste, onvolledige of niet tijdige aangifte of afdracht. In de tweede versie zijn de risico’s ingedeeld als Key risk indien er ná het doorlopen van de beheersmaatregelen naar ons inzicht nog steeds een groot risico op fouten bestaat. Het interne besluitvormingsproces ter vaststelling van het Tax Control Framework versie 2.0 is inmiddels opgestart.
2.13.2 Convenant Horizontaal Toezicht Dit jaar heeft één periodiek bezoek van de Belastingdienst plaatsgevonden. Tijdens dit bezoek hebben wij kennisgemaakt met de nieuwe klantcoördinator. Daarnaast heeft de Belastingdienst aandacht gevraagd voor verbeteringen in de beschrijvingen en monitoring van (beheersmaatregelen op) fiscale risico’s. Tevens zijn enkele concrete ontwikkelingen binnen de fiscale regelgeving besproken. Vanuit de zijde van VRNHN is een update verstrekt over de aanschaf en implementatie van het ritregistratiesysteem op de dienstvoertuigen. Dit registratiesysteem is inmiddels geïmplementeerd en de interne controle daarop dient vanaf heden structureel te worden uitgevoerd, conform de PDCA-cyclus.
2.13.3 Landelijke activiteiten De landelijke fiscale werkgroep, onder aanvoering van een vertegenwoordiger van VRNHN, heeft in 2025 een aantal nieuwe leden mogen verwelkomen. Zij komen allemaal uit het Netwerk Finance & Control van de 25 Veiligheidsregio’s. Vooruitlopend op een mogelijk (meer) formele status vanuit de Vakraad Bedrijfsvoering heeft de werkgroep het initiatief genomen tot ontwikkeling van een programma voor permanente educatie op fiscaal gebied. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kennis en ervaring van een externe fiscaal adviseur. Daarnaast worden actualiteiten met elkaar gedeeld en besproken op toepasselijkheid voor VOOR WAARMERKINGSVeiligheidsregio’s. Verdere doorontwikkeling daarvan – om kennisdeling van fiscale expertise onder de leden van het netwerk te bevorderen – staat voor de komende periode op de planning. DOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 49 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
2.14 Privacy 2.14.1 Terugblik 2.14.2 Waar willen we naar toe
2.14.1 Terugblik Vanaf mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht waaraan ook Veiligheidsregio Noord-Holland Noord gehouden is. In de afgelopen jaren is aan de compliance gewerkt door onder andere een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aan te stellen en de functie van Privacy Officer in te richten binnen de organisatie. Het afgelopen jaar hebben we actief geworven om de personele capaciteit te vergroten. Hiermee verwachten we de noodzakelijke stappen te kunnen zetten om privacy waarborgen. Zo hebben we meer juridische kennis op het gebied van de AVG aan ons kunnen verbinden. We hebben nu een vaste formatie die ondersteunt in de advisering en begeleiding op privacy vraagstukken. Incidenteel huren we nog extra specifieke kennis in, dit is in 2025 ook gedaan om de toegenomen WOO verzoeken het hoofd te bieden.
2.14.2 Waar willen we naar toe De directie heeft de ambitie uitgesproken in te zetten op doorgroei van de gehele organisatie richting volwassenheidsniveau 3 van het Privacy volwassenheidsmodel. Om dit niveau te bereiken zijn er door alle teams zogenaamde privacy verbeterplannen opgesteld. Punt op de horizon om aan volwassenheidsniveau 3 te voldoen is 2027. Hier wordt de komende periode onder andere aan gewerkt door de teams zelf meer in hun kracht te zetten. Hierdoor zullen ook vanuit de teams, met hun specifieke bijzonderheden en verwerkingen van persoonsgegevens, stappen kunnen worden gezet.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 50 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
3. Jaarrekening 3.1 3.2 3.3
3.4 3.5 3.6 3.7
Balans per 31 december 2025 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar Toelichtingen: 3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 3.3.2 Toelichting op de balans 3.3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over 2025 3.3.4 Toelichting op investeringen Sisa-bijlage Financiële overzicht naar taakvelden Rechtmatigheidsverantwoording 2025 Gebeurtenissen na balansdatum
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 51 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
3.1 Balans per 31 december 2025 (bedragen x €1.000) ACTIVA
31 december 2025
31 december 2024
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
41.968
40.564
Totaal vaste activa
41.968
40.564
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
1.913
2.000
791 162
1.810 184 2.866
Liquide middelen Kassaldi Banksaldi
118
3.994 1 103
118 Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan uit voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
80
104
49
6.034
8.535 6.114
8.584
Totaal vlottende activa
9.098
12.682
TOTAAL ACTIVA
51.066
53.246
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 52 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
(bedragen x €1.000) PASSIVA
31 december 2025
31 december 2024
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
2.883 2.331 947
2.676 2.254 207 6.161
Voorzieningen Egalisatievoorzieningen
1.271
5.137 1.041
1.271 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
33.347
Totaal vaste passiva
1.041
26.591 33.347
26.591
40.779
32.769
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige kasgeldleningen Opgenomen gelden uit 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden
-
7.500
-
7.903
7.221 7.221
15.403
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend boekjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren
2.787
4.012
-
352
279
710 3.066
5.074
Totaal vlottende passiva
10.287
20.477
TOTAAL PASSIVA
51.066
53.246
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 53 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
3.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar Inleiding In overeenstemming met het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten bestaat de resultatenrekening uit het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per programma zonder toegerekende overhead. De Veiligheidsregio kent zeven programma’s. Begroting 2025 (primair en na wijziging) In de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 11 juli 2024 is de primaire begroting voor het jaar 2025 vastgesteld. De kolom 'Begroting 2025 na wijziging' betreft de begroting zoals vastgesteld op 5 december 2025 door het algemeen bestuur naar aanleiding van de 2e bestuursrapportage 2025. Te bestemmen resultaat Het te bestemmen voordelig resultaat van € 947.000 bestaat uit; - een positief resultaat van de Veiligheidsregio programma’s exclusief Ambulancezorg van € 654.000, - een negatief resultaat programma Ambulancezorg € 239.000, en - een bedrag van € 532.000 vanwege een herrubricering van het niet bestede deel van de geoormerkte BDuR gelden crisisbeheersing en weerbaarheid. Voor deze € 532.000 moet een bestemmingsreserve gecreëerd worden.
Bedragen x € 1.000 Programma's Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Crisisbeheersing Programma Zorg- en Veiligheidshuis Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR Saldi programma's Algemene dekkingsmiddelen (treasury) Overhead Crises Heffing Vpb Onvoorzien Saldo van baten en lasten, resultaat voor bestemming Toevoegingen/onttrekkingen aan reserves per progr.: Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma Meldkamer Programma Crisisbeheersing Programma Zorg- en Veiligheidshuis Overhead Resultaat na bestemming
Primaire begroting 2025 Baten Lasten Saldo 20.847 18.211 2.636 1.715 39.643 -37.928 12 1.802 -1.790 2.266 3.582 -1.316 4.342 -4.342 937 1.557 -620 62.423 62.423 88.200 69.137 19.063 1.070 19.972 -18.902 89.270 89.109 161
Begroting na wijziging 2025 Baten Lasten Saldo 20.580 18.185 2.395 2.002 41.178 -39.176 70 1.798 -1.728 2.424 3.723 -1.299 33 4.517 -4.484 1.009 1.617 -608 64.103 64.103 90.221 71.018 19.203 1.285 20.912 -19.627 91.506 91.930 -424
Rekening 2025 Baten Lasten Saldo 21.405 18.941 2.464 2.018 40.920 -38.902 94 1.896 -1.802 2.529 3.914 -1.385 97 4.298 -4.201 1.085 1.623 -538 64.598 64.598 91.826 71.592 20.234 241 241 1.513 20.724 -19.211 93.580 92.557 1.023
89.270
78 100 91.684
124 9 93.713
156 5 89.270
-156 -5 -
156 5 92.091
-78 -5 100 -407
209 92.766
-85 9 947
De gedetailleerde toelichting op het overzicht van baten en lasten en een analyse tussen de rekening 2025 en de begroting na wijziging is opgenomen in de toelichting op de programmarekening onder 3.3.3.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 54 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
3.3 Toelichtingen 3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Ter vergelijking opgenomen cijfers De vergelijkende cijfers van de balans per 31 december 2024 zijn overgenomen uit de jaarrekening 2024, vastgesteld door het algemeen bestuur op 11 juli 2025.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het BBV geeft. De grondslagen voor waardering van activa, passiva en van de resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar. Er hebben geen stelsel- en/of schattingswijzigingen plaatsgevonden. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeldaanspraken en dergelijke.
Met ingang van 2022 is op basis van de cao CAR-UWO én een uitspraak van de commissie BBV in het kader van de introductie van verlofsparen een voorziening gevormd. Het wettelijk verlof alsook zorg- en bijzonder verlof zijn hiervan uitgesloten. Op basis van de verslaggevingsrichtlijnen RJZ zijn voor de programma’s ambulancezorg en meldkamer voorzieningen getroffen met betrekking tot arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume. Voor de overige programma’s van de VR is dit conform de BBV-richtlijnen niet het geval.
Rechtmatigheid Het Controleprotocol VRNHN 2025 inclusief Normenkader voor de rechtmatigheidsverantwoording 2025 is door het algemeen bestuur van VRNHN vastgesteld op 5 december 2025. Hierbij is de verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording 2025 vastgesteld op 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves. Het percentage van 2 % geldt vanaf 2025 voor rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden samen. Tot en met 2024 gold het percentage van 1% voor de verantwoordingsgrens afzonderlijk voor de rechtmatigheidsfouten en voor onduidelijkheden. Vanaf 2025 geldt dat de omvangbasis voor het percentage van de verantwoordingsgrens de lasten van de gemeente exclusief toevoegingen aan de reserves is. Tot en met 2024 was dit inclusief toevoegingen. De rapportagegrens voor nadere toelichting van gevonden individuele rechtmatigheidsfouten en rechtmatigheidsonduidelijkheden, opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering, is vastgesteld op 10% van de verantwoordingsgrens.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 55 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
Toelichtingen en analyses op financiële overzichten en uitkomsten Conform het vastgestelde controleprotocol voor het verslagjaar 2025 zullen mutaties of afwijkingen van individuele posten die groter zijn dan de norm van €100.000, en voor zover dit noodzakelijk wordt geacht, nader worden toegelicht c.q. geanalyseerd.
Grondslagen voor waardering van de balans Vaste activa Materiële vaste activa De door de VR opgestelde ‘Nota activabeleid 2024’, door het algemeen bestuur vastgesteld in haar vergadering van 25 oktober 2024, is van toepassing op het verslagjaar. De materiële vaste activa zijn investeringen met een economisch nut. Deze worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over de verwachte economische levensduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Met afschrijven over de materiële vaste activa wordt begonnen in het jaar, volgend op het jaar waarin de investering is verworven of in gebruik is genomen. Verworven activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs van minder dan € 15.000 worden niet geactiveerd. Voor wat betreft de investeringen Ambulancezorg en Meldkamer wordt aangesloten bij de vergoedingenstructuur van de NZa. Vanaf 2018 is een ondergrens van € 5.000 van toepassing bij het programma ambulancezorg. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
Bij de waardering is in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde als deze naar verwachting duurzaam is. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De afschrijvingstermijn van tweedehands aangeschafte activa wordt bepaald aan de hand van de verwachte restant levensduur. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen (op hoofdlijnen) in jaren: Categorie
Termijn
Gebouwen - gebouwen
40-50
- aanpassing gebouwen
10-20
- componenten van gebouwen
8-20
- inrichting en aankleding van gebouwen
10-15
Voertuigen Dienstvoertuigen / piketvoertuigen
5-9
Brand- en rampbestrijdingsvoertuigen
9-20
Ambulancevoertuigen
6
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Overige bedrijfsmiddelen Verbindingsmiddelen Jaarstukken 2025
3-6
Verstegen accountants Pagina | 56 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
Persoonlijke beschermingsmiddelen
5-10
Overige brandveiligheidsmiddelen
5-20
Voorzieningen ICT
3-10
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De uitzettingen in ’s Rijks schatkist en de overige vorderingen zijn tegen de nominale waarde opgenomen. VRNHN maakt geen gebruik van financiële derivaten en beperkt de risico’s (renterisico, kasstroomrisico en kredietrisico) door gebruik te maken van de rekening-courant en schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa worden tegen de nominale waarde opgenomen. Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen is gewaardeerd tegen de nominale waarde. De post eigen vermogen wordt onderscheiden in: • Reserves, gespecificeerd naar algemene reserve(s) en bestemmingsreserve(s). • Het gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang is voorbehouden aan het algemeen bestuur van de veiligheidsregio. Reserves worden onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves.
Zodra het algemeen bestuur een bepaalde bestemming (beklemming) aan een reserve heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Heeft een reserve geen specifieke bestemming, dan wordt het de algemene reserve genoemd. Voorzieningen Voorzieningen zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan een deel van de kapitaalgoederen, waarbij rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn (zie ook par. 2.9 Onderhoud kapitaalgoederen). Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met de in het verslagjaar gedane aflossingen. Vlottende passiva De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 57 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
Grondslagen voor resultaatbepaling Algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden opgenomen voor zover zij op balansdatum als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Lasten en risico's die hun oorsprong vinden in het verslagjaar en ten tijde van het opstellen van de jaarrekening bekend zijn, worden in het betreffende verslagjaar verwerkt. De lasten van de programma’s zijn inclusief BTW. Doorbetaling wettelijk budget NZa door RAV NHN De RAV NHN ontvangt sinds 2013 het wettelijk budget NZa. De RAV betaalt deze door aan haar leden voor hun aandeel hierin. De post NZa bestaat uit het Wettelijk budget aanvaardbare kosten. De ritprijs en het budget aanvaardbare kosten worden vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit in overleg met de zorgverzekeraars.
Overige grondslagen Wet Normering bezoldiging Topfuctionarissen Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de (semi)publieke sector (WNT) heeft de gemeenschappelijke regeling zich gehouden aan de Beleidsregel toepassing WNT. Vennootschapsbelasting Bij het bepalen van de aangifte vennootschapsbelasting wordt rekening gehouden met de voorgeschreven fiscale grondslagen.
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2025
Verstegen accountants Pagina | 58 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
3.3.2 Toelichting op de balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa betreffen allemaal investeringen met een economisch nut. Het verloop in het boekjaar was als volgt: Boekwaarde x €1.000 1-1-2025 Gronden en terreinen 375 Bedrijfsgebouwen 4.120 Vervoermiddelen 24.551 Machines, apparaten en installaties 6 Overige materiële vaste activa 11.494 Totaal 40.546
Desinvest./ InvesteDuurzame ringen waardeverm. 159 3.442 1.736 9 4 2.178 93 7.519 102
Afschrijvingen 2 138 3.210 2 2.643 5.995
Boekwaarde 31-12-2025 532 7.424 23.068 8 10.936 41.968
Investeringen De investeringen worden verder behandeld in 3.3.4. Desinvesteringen / Duurzame waardeverminderingen Vervanging pagers
93.000
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar kunnen als volgt worden gespecificeerd: x €1.000 Vorderingen op openbare lichamen Af: voorziening oninbaarheid
31 december 2025 1.919 -6 1.913
31 december 2024 2.005 -5 2.000
791
1.810
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Af: voorziening oninbaarheid
162 -
Totaal
184 162
184
2.866
3.994
Ultimo februari 2026 stond nog € 6.000 aan vorderingen open. Er is rekening gehouden met oninbare vorderingen waarvoor een voorziening is getroffen. De uitzettingen ’s Rijks schatkist betreffen de liquide middelen die het voor de VR geldende drempelbedrag van € 1.782.000 te boven gaan (zie paragraaf 2.11 Financiering).
Liquide middelen De liquide middelen kunnen als volgt worden gespecificeerd: x €1.000
31 december 2025
Kassaldi Saldi Bank Nederlandse Gemeenten Saldi overige banken
31 december 2024 -
100 18
100 3 118
Totaal
Jaarstukken 2025
1
118
103
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN 104 Verstegen accountants Pagina | 59 en adviseurs B.V. 10/04/2026 d.d. ...................
Om het liquiditeitenbeheer te optimaliseren heeft de Veiligheidsregio een ‘overeenkomst financiële dienstverlening’ gesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten op 23 februari 2004. Deze overeenkomst is per 18 november 2018 geactualiseerd (ingangsdatum 1 januari 2019). De liquide middelen staan ter vrije beschikking.