CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - 1e partiële herziening Binnenstad en Havens

gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Binnenstad en Havens20.992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

→https://www.nvwa.nl/

onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten

Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (←NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (§3.2) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=nbp Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

10

3

Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen Verwilderd terrein Het westelijke deel van het plangebied betreft een sterk verwilderd terrein met braamstruweel en verschillende bomen zoals Schietwilg, Gewone esdoorn, iep en fruitbomen. Aangetroffen materialen doen vermoeden dat dit deel in gebruik is geweest als moestuin. Grenzend aan de westzijde van dit terrein is een complex aanwezig met nog in gebruik zijnde moestuinen. Omdat het terrein op vele plaatsen begroeid is met ondoordringbaar braamstruweel is niet het gehele plangebied goed inspecteerbaar.

Een impressie van het sterk verwilderde terrein.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

11

Parkeerterrein Het parkeerterrein op het oostelijke deel van het plangebied is deels verhard middels straatklinkers (aan de oostzijde) en deels middels Stelconplaten (aan de westzijde). Aan de randen van het terrein is een hekwerk aanwezig. Tegen en door het hekwerk heen groeit braamstruweel en opslag van onder andere Gewone esdoorn, Meidoorn, Zwarte els en Veldesdoorn. Buiten de hekwerken is een kruidenrijke berm aanwezig met nitrofiele plantensoorten zoals Fluitenkruid, Smeerwortel, Brandnetel en Hondsdraf. Op het terreindeel met Stelconplaten zijn verschillende materialen opgeslagen zoals rollen met kunststofbuizen, containers, zandbulten en overgebleven Stelconplaten. Overig Binnen het plangebied ontbreken bebouwing en open oppervlaktewater.

Een impressie van het oostelijke deel van het terrein met boven opgeslagen materialen en onder het meest oostelijke deel met geparkeerde auto’s.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

12

3.2

Beschermde soorten

3.2.1

Planten Aangetroffen soorten In het verleden is Kartuizer anjer waargenomen in de omgeving van het plangebied (NDFF 2012-2022). De soort is niet in het plangebied zelf waargenomen. Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het plangebied wordt te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. Tevens is de bodem te veel gestoord en gewoeld. Kartuizer anjer is een soort van zonnige droge plaatsen en groeit in (schraal/kalk)graslanden, bermen en op rotsachtige plaatsen. De waarneming van de Kartuizer anjer op de Houtribdijk betreft een aangevoerd exemplaar. Aan de hand van de eisen van omgevingsfactoren voor de vastgestelde beschermde plant in de omgeving van het plangebied, wordt niet verwacht dat de genoemde planten of andere beschermde flora in het plangebied voorkomen. Diverse soorten planten, (korst)mossen en wolfsklauwen die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn, worden niet in het plangebied verwacht, de soorten komen nagenoeg alleen voor in natuurgebieden.

3.2.2

Vissen Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 20122022). Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissoorten aanwezig.

3.2.3

Amfibieën Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek werd een Bruine kikker waargenomen. Deze soort is in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. In en rond het plangebied zijn in het verleden geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen (NDFF 2012-2022). Potentie plangebied In het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. In het plangebied is wél geschikt landbiotoop aanwezig

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

13

dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander en Bruine kikker. De dieren kunnen wegkruipen onder opgeslagen materialen, stronken en takken of in verlaten muizenholen en dergelijke. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2. -Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad, de benodigde levensvoorwaarden zijn niet aanwezig en de soort is nooit in nabijheid van het plangebied waargenomen. Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het niet te verwachten dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken. Het plangebied is te veel geïsoleerd door dichte bebouwing, brede watergangen en wegen. De soort moet daarom te veel ongunstig biotoop passeren om het plangebied te bereiken.

3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Ekster (cat. 5), Merel, Houtduif, Turkse tortel, Tjiftjaf, Roodborst, Winterkoning, Pimpelmees (cat. 5), Kauw en Zwarte kraai (cat. 5).

Het grote nest aan de zuidzijde van het parkeerterrein is in gebruik door een Ekster.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

14

Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Houtduif, Winterkoning of Heggenmus. In het water langs het plangebied broeden mogelijk water- en moerasvogels zoals Meerkoet en Wilde eend. Het is mogelijk dat in de bomen categorie 5-soorten broeden als Zwarte kraai, Kool- of Pimpelmees, Boomkruiper of Grote bonte specht. Het grote nest aan de zuidzijde van het parkeerterrein was ten tijde van het veldbezoek in gebruik door een Ekster. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismus, Gierzwaluw, Sperwer en Ransuil vastgesteld (NDFF 2012-2022). Tijdens het veldbezoek werden geen vogels met jaarrond beschermde nesten of sporen (nesten) daarvan waargenomen. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Omdat geen bebouwing aanwezig is, wordt uitgesloten dat Gierzwaluw of Huismus verblijvend aanwezig zijn in het plangebied. Wegens de dichte vegetatie en het reeds ontwikkelde bladerdek is niet uit te sluiten dat grote nesten aanwezig zijn in het westelijke deel van het plangebied. Eventueel aanwezige nesten zouden in gebruik kunnen zijn door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Sperwer of Ransuil.

Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Huismus. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soort.

Het plangebied was ten tijde van het veldbezoek niet volledig inspecteerbaar op de aanwezigheid van grote nesten in bomen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

3.2.5

15

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Rond het plangebied zijn in het verleden Boommarter en Wezel waargenomen (NDFF 2012-2022). De Boommarter en kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) zijn beschermde soorten die worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). De Boommarter is tweemaal aangetroffen als verkeersslachtoffer waarbij het dichtstbijzijnde exemplaar in het centrum van Enkhuizen werd gevonden op 1 kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied. Op 1 kilometer ten zuidwesten van het plangebied werd een Wezel waargenomen. Ook in het Streekbos is de Wezel waargenomen. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in NoordHolland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Het plangebied biedt veel schuilmogelijkheden in de vorm van dichte vegetatie, opgeslagen materialen, stronken, takken en overige dekking waar kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) gebruik van kunnen maken. Het plangebied is te laag en te spaarzaam begroeid en ligt te geïsoleerd om geschikt te zijn voor Boommarter.

Dichte begroeiing met takkenhopen en opgeslagen materialen bieden dekking voor kleine marterachtigen in het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

16

3.2.6

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn zes soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2012-2022). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Gewone grootoorvleermuis en Watervleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Van de Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis zijn meerdere baltslocaties/paarverblijven bekend in de omgeving van het plangebied (NDFF 2012-2022). Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken.

Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. Wegens de dichte vegetatie en het reeds ontwikkelde bladerdek is niet uit te sluiten dat boomholtes aanwezig zijn in het westelijke deel van het plangebied. Eventueel aanwezige holtes zouden geschikt kunnen zijn als (tijdelijke) verblijfplaats voor in bomen verblijvende soorten zoals Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis, Gewone grootoorvleermuis of Rosse vleermuis. Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De opgaande begroeiing creëert luwe plekken en kan zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

17

Het is mogelijk dat de bomenrij aan de zuidzijde van het plangebied (rode lijn) als langere landschapslijn onderdeel kan uitmaken van een vliegroute van verblijfplaatsen naar foerageergebieden (rode lijn).Deze vliegroute blijft in stand omdat hoge begroeiing noordelijk van het spoor gebruikt kan blijven worden (groene lijn).

Potentie vliegroute Het plangebied kan als onderdeel van een langere landschapslijn onderdeel uitmaken van een vliegroute van vleermuizen. De bomenrij aan de zuidkant van het plangebied kan door vleermuizen gebruikt worden als vliegroute van en naar foerageergebied of verblijfplaatsen. Deze mogelijke vliegroute wordt niet als ‘essentieel’ gezien omdat aan de noordzijde van het spoor begroeiing met potentieel dezelfde functionaliteit behouden blijft.

3.2.7

Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van andere beschermde soorten in of rond het plangebied (NDFF 2012-2022). Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen. Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor overige beschermde diersoorten in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

18

3.3

Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals bijvoorbeeld vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied (kolom 4).

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Aangetroffen nabij het plangebied (literatuur en veldbezoek)

Mogelijk aanwezig in plangebied

Mogelijk essentieel leefgebied binnen het plangebied aanwezig

Planten

ja

nee

nee

Vissen

nee

nee

nee

Amfibieën

nee

nee

nee

Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten

ja

ja

ja

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten

ja

ja

ja, nest

Grondgebonden zoogdieren

ja

ja

ja

Vleermuizen: verblijfplaats

ja

ja

ja

Vleermuizen: foerageergebied

ja

ja

ja

Vleermuizen: vliegroute

?

ja

nee

Overige beschermde fauna

nee

nee

nee

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

4

19

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

4.1

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatietoplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt! ‘Categorie 5’-soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als ‘categorie 5’-soort (o.a. Ekster, Zwarte kraai, Kool- of Pimpelmees), kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied. Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van deze soorten rechtvaardigen.

Overigens geldt ook voor deze soorten dat

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

20

activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden. Soorten met jaarrond beschermde nesten In de bomen kunnen mogelijk Ransuil of Sperwer tot broeden komen. Deze bomen zullen op geschikt(er) moment geïnspecteerd moeten worden om te kijken of er grote nesten aanwezig zijn. Dit kan het beste wanneer het blad van de bomen is (november-half april). Als er grote nesten aanwezig zijn dient nader onderzocht te worden of deze nesten in gebruik zijn door Ransuil of Sperwer. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dient alternatieve nestgelegenheid of vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Huismus), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.

4.2

Grondgebonden zoogdieren Bij het verwijderen van de toplaag en het vergraven van de bodem kan schade optreden voor beschermde zoogdieren (kleine marterachtigen). Het is derhalve noodzakelijk om voorafgaand aan het werk vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren. Als beschermde, niet vrijgestelde, zoogdieren aanwezig zijn dient vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt.

4.3

Vleermuizen Verblijfplaatsen In de bomen zouden mogelijk vleermuizen kunnen verblijven. Deze bomen zullen in een meer geschikte periode geïnspecteerd moeten worden om te kijken of er holtes aanwezig zijn. Dit kan het beste wanneer het blad van de bomen is (november-half april). Als er geschikte boomholtes aanwezig zijn in te kappen bomen, dient nader onderzocht te worden of deze holtes in gebruik zijn door boombewonende vleermuizen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

21

Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat verblijvende vleermuizen aanwezig zijn dienen vervangende en geschikte verblijfplaatsen te worden aangeboden. Er is tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Foerageergebied Het potentiele foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied betreft vanwege de grootte en geschiktheid van het plangebied mogelijk een essentieel deel van het leefgebied van vleermuizen. Er is in de nabijheid van het plangebied geen sprake van veel hoog op gaand groen. Met name luwtewerking, landschappelijke structuur en aanwezigheid van voedsel (insecten) door de begroeiing maakt bosschages geschikt als foerageergebied en vliegroute. Als grootschalig bosschages gekapt moeten worden, wordt het potentiele essentiële leefgebied mogelijk zodanig aangetast dat een ontheffing in het kader van de Wnb nodig is. Het is hierbij belangrijk te bekijken in hoeverre de lengte met overgang tussen hogere en lagere begroeiing verandert. Met name deze overgang is belangrijk voor de functionaliteit van groen als vliegroute en foerageergebied. Als luwte en begroeiing deels gehandhaafd kunnen worden, bijvoorbeeld met een smallere bosstrook, is waarschijnlijk geen significant negatief effect aan de orde.

Dit dient bij uitwerking van de plannen, nader beoordeeld te worden. Als wel grootschalig begroeiing verdwijnt, is vervolgonderzoek naar precies gebruik van het plangebied noodzakelijk.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

22

4.4

Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soort(en) (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om vleermuizen (Gewone grootoorvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Rosse vleermuis, Watervleermuis), Ransuil, Sperwer, Boommarter en Wezel. Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 2 staan de perioden aangegeven wanneer dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld. Als duidelijk is welke bomen worden gekapt, dient te worden beoordeeld of de kap van de bomen een negatieve impact heeft op potentieel aanwezig essentieel leefgebied van vleermuizen (foerageergebied en vliegroute). Indien uit die beoordeling blijkt dat de kap negatieve effecten sorteren op deze gebiedsfuncties dan dienen deze functies (foerageergebied, vliegroute) nader onderzocht te worden.

Optimale periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied. *=Te combineren met andere bezoeken.

Soort/Soortgroep

Optimale periode

Aantal bezoeken

november - half april

1*

half maart - juni half maart - juni

3 3

(jaarrond)

3

(maart) mei-augustus (jaarrond)

1 Aantal bezoeken

Vogels Nestenonderzoek roofvogels en uilen Sperwer Ransuil Grondgebonden zoogdieren Camera/vallenonderzoek zoogdieren Kleine marterachtigen Vleermuizen Alle soorten Alle soorten

Ruige dwergvleermuis

Gebiedsfunctie

Periode

vliegroutes, april - november foerageergebied aantonen aan- of november – half afwezigheid holtes april Kraamkolonies en Paarverblijven en zomerverblijven zwermgedrag (3 bezoeken) (2 bezoeken) half mei - half juli augustus - oktober

Gewone grootoorvleermuis

juni - half juli

april - half mei & half augustus oktober

Rosse vleermuis

juni - half juli

half juni - half juli

Watervleermuis

juni - half juli

augustus - oktober

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2* 1* 5

QS2022-109

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14105074/1