CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - 1e partiële herziening Binnenstad en Havens

gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Binnenstad en Havens20.992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 4.10.1 Uitsnede legger wateren 2021 Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Een deel van het plangebied bevindt zich in de beschermingszone B van een primaire waterkering (figuur 4.10.2). Werkzaamheden binnen deze beschermingszones zijn vergunningsplichtig.

Rho adviseurs voor leefruimte

20220417

33

Figuur 4.10.2 Uitsnede legger wateren 2021 Afvalwaterketen en riolering Het gebied is niet aangesloten op het rioleringssysteem. De afvoer van hemelwater zal op het nabijgelegen water van de Buyshaven plaatsvinden. Toekomstige situatie Algemeen Het voornemen is om op het plangebied extra parkeerplaatsen te realiseren en de huidige bedrijfsopslag te verplaatsen naar het westelijke deel van het plangebied. Bodem en grondwater De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit Er wordt circa 4.690 m2 extra verhard. Dit oppervlak is groter dan 2.000 m2. Volgens de keur geldt er een maatwerk (tabel 5.1). Het regenwater dat wordt opgevangen wordt richting de jachthaven geleid. Tabel 4.10.1 Compensatie regels keur HH Hollands Noorderkwartier

Rho adviseurs voor leefruimte

20220417

34

Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied bevindt zich in de beschermingszone van een waterkering. Werkzaamheden binnen deze beschermingszone zijn vergunningsplichtig. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse, mits rekening wordt gehouden met de compensatieplicht en werkzaamheden binnen de beschermingszone van de waterkering.

4.11

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is indien (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2):  de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer;  een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat;  een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer heeft. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1,2 hectare. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling is geen sprake van een formele mer-beoordelingsplicht.

Wel dient met een zogenaamde vormvrije mer-beoordeling te worden nagegaan of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Deze beoordeling is opgenomen in bijlage 6. Hieruit blijkt dat de milieueffecten als gevolg van het planvoornemen beperkt zijn.

Rho adviseurs voor leefruimte

20220417

35

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische plantoelichting

Planvorm

5.1.1 Wat regelt een bestemmingsplan? Een bestemmingsplan geeft aan voor welke functies percelen en bouwwerken mogen worden gebruikt. Dat kan bijvoorbeeld zijn voor wonen, groen, verkeer enzovoort. Daarnaast bevat het plan per functie regels waaraan het gebruik en/of het bouwen moet voldoen. Zo is vastgelegd waar gebouwd mag worden en waar niet, en zijn regels gesteld hoe mag worden gebouwd. Het plan geeft bijvoorbeeld de maximale bouw- en goothoogte van gebouwen en de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen aan. 5.1.2 Hoe ziet een bestemmingsplan er uit? Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (voorheen de 'plankaart' genoemd), planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels zijn het juridische deel van het bestemmingsplan. In dit deel van het bestemmingsplan staan de rechten en plichten die voortvloeien uit het plan. In de plantoelichting zijn de achtergronden en uitgangspunten voor het beleid opgenomen. Met de toelichting worden de aanwezige belangen in het gebied afgewogen en wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond.

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde standaarden Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Alle bestemmingsplannen in Nederland zijn te vinden op de website: www.ruimtelijkeplannen.nl. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksboven "legenda" wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond.

5.1.3 Wat regelt deze herziening? Het bestemmingsplan 1e partiële herziening Binnenstad en Havens regelt dat op de gronden waarover dit plan gaat naast de al bestemde mogelijkheden ook gebruikt mogen worden als parkeer- en opslagterrein. Het bestemmingsplan 'Binnenstad en Havens' blijft ook gelden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20220417

36

5.1.4 Welke bestemmingen komen in dit bestemmingsplan voor? In deze herziening wordt alleen de bestemming 'Verkeer - Railverkeer' gewijzigd. De regels van het bestemmingsplan 'Binnenstad en havens' blijven van toepassing.

5.2

Opzet van de planregeling

De hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde: 1. in de Hoofdstuk 1 Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald; 2. in de Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven; 3. de Hoofdstuk 3 Algemene regels bevatten een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing is); 4. de Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels ten slotte geven overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan.

5.3

Toelichting op de inleidende regels

Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. De begrippen in deze herziening beperken zich tot wat strikt noodzakelijk is. De begrippen uit het bestemmingsplan 'Binnenstad en havens' blijven ook gelden. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.4

Toelichting op de bestemmingsregels

Het hoofdstuk Bestemmingsregels bevat de regels die specifiek gelden voor de bestemmingen in dit plan. In deze herziening is er sprake van slechts één bestemming, 'Verkeer - Railverkeer' welke wordt aangevuld. Dit betreft de toevoeging van twee aanduidingen, 'parkeerterrein' en 'opslag', waarbinnen respectievelijk een parkeerterrein en opslag mogelijk is. Ook zijn er beperkingen gelegd aan de opslag.

Rho adviseurs voor leefruimte

20220417

37

5.5

Toelichting op de algemene regels

Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, bepalingen. Artikel 4 Relatiebepaling Deze bepaling stelt dat de regels van dit bestemmingsplan aanvullend werken op het bestemmingsplan 'Binnenstad en Havens'. De regels van 'Binnenstad en Havens' blijven onverkort van kracht. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is vast voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en dient in alle bestemmingsplannen te worden opgenomen. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld in het geval dat (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Om hiervan een voorbeeld te geven: binnen de bestemming Bedrijf mag een bepaald percentage van het bouwvlak worden bebouwd. Indien het absolute oppervlak (uitgedrukt in m²) niet is bereikt, kan door het bijkopen van een stuk grond van het aangrenzend perceel extra bebouwing tot dit maximum worden gerealiseerd. De anti-dubbeltelregel voorkomt dat de overgedragen grond nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. Artikel 6 Overige regels In deze bepaling is geregeld dat alle wettelijke regelingen, waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan.

5.6

Toelichting op de overgangs- en slotregels

In Artikel 7 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. De Wet ruimtelijke ordening schrijft voor hoe de overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik in bestemmingsplannen dienen te luiden. Kort samengevat zijn hieronder de belangrijkste punten vermeld. Voor bouwwerken die aanwezig zijn op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan of die nog gebouwd kunnen worden op basis van een omgevingsvergunning voor het bouwen en die afwijken van het bestemmingsplan geldt, dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd. De overgangsbepalingen voor bouwwerken bevat een calamiteitsregeling en een regeling op grond waarvan het dagelijks bestuur eenmalig kan worden afgeweken voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk dat onder de overgangsbepalingen valt met maximaal 10%. De overgangsregels voor het gebruik bepalen dat het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, mag worden voortgezet. Het met het bestemmingsplan strijdige gebruik mag niet worden veranderd in een ander strijdig gebruik, tenzij daardoor de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het strijdige gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten.

De overgangsbepalingen zijn niet van toepassing op bestaande bouwwerken die zijn gebouwd zonder vergunning en bestaand gebruik in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. De slotregel (Artikel 8 Slotregel) beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20220417

38

Rho adviseurs voor leefruimte

20220417

39

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De gronden waarop dit bestemmingsplan ziet zijn in gemeentelijk eigendom. Voor de realisatie van het bezoekersparkeerterrein zijn middelen gereserveerd. Voor het gebruik van het parkeer-/opslagterrein wordt een huurovereenkomst met de toekomstige gebruiker gesloten. Er zijn voor de gemeente verder geen kosten verbonden aan de vaststelling van dit bestemmingsplan. Daarmee is sprake van een economisch uitvoerbaar bestemmingsplan.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Het concept ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van artikel 3.1.1 Bro toegestuurd aan de overlegpartners van de gemeente Enkhuizen. De enige inhoudelijke reactie is gekomen van ProRail. Deze hield in dat er rekening moet worden gehouden met het hoofdsspoornet, waaronder dat er toegang blijft tot het onderhoudsperron. Dit doet het plan. Het plan is niet gewijzigd naar aanleiding naar van deze opmerking. Terinzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). In deze periode is een zienswijze ingediend door ProRail. De zienswijze is samengevat en beantwoord. De nota van beantwoording is bijgevoegd in Bijlage 7. De zienswijzen geven geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Ambsthalve wijziging Na de tervisielegging van het bestemmingsplan is ambtshalve het stikstofonderzoek geactualiseerd. Dit houdt in dat bijlage 2 en bijlage 3 van de toelichting van dit bestemmingsplan vervangen zijn. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt na de tervisielegging met hierboven genoemde ambtshalve wijziging door de gemeenteraad vastgesteld.

Rho adviseurs voor leefruimte

20220417

40

Rho adviseurs voor leefruimte

20220417

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Quickscan archeologie

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Document

Archeologische Quickscan

Plangebied

Overloopparkeerterrein, Flevolaan, gemeente Enkhuizen

Adviesnummer

22077

Opsteller(s)

A.S. de Groot (KNA archeoloog) & M.H. Bartels (senior KNA archeoloog)

Datum

25-04-2022

Advies

Voorgenomen ingrepen vrijgeven onder voorwaarde: Monitoring graafwerkzaamheden.

(kosteloos)

Handhaven dubbelbestemming. Vervolgtraject

Het is van belang dat Archeologie West-Friesland minstens een week van tevoren wordt geïnformeerd over de start van de werkzaamheden. Graag ontvangen wij de contactgegevens van de veroorzaker, zodat contact kan worden onderhouden over de voortgang. archeologie@hoorn.nl / 06-11648953

Archeologische Quickscan 1. Inleiding Op verzoek van de gemeente Enkhuizen (contactpersoon: dhr. J. Eenkoren) is gekeken naar het aspect archeologie met betrekking tot de aanleg van een overloopparkeerterrein aan de Flevolaan in Enkhuizen, gemeente Enkhuizen (afb. 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 12.360 m2. Het beoogde overloopparkeerterrein komt binnen het oostelijk deel van het plangebied. Dit terrein wordt momenteel door fa. Pipelife gebruikt als parkeer-/opslagterrein. Fa. Pipelife zal een vervangend terrein nodig hebben, welke waarschijnlijk binnen het westelijk deel van het plangebied wordt gerealiseerd (rood kader op afb. 2). Voor het gehele plangebied zal een partiële herziening van het bestemmingsplan nodig zijn. Het plangebied krijgt daarbij de bestemming Verkeer – Verblijf met binnen het westelijk deel tevens een bedrijfsbestemming voor opslag en parkeren. Binnen het plangebied zal een nieuwe verhardingsconstructie worden aangebracht. Deze wordt waarschijnlijk opgebouwd uit 12 cm asfalt, 25 cm betongranulaat en 40 cm zand. De benodigde kolken hebben een hoogte van ongeveer 80 cm. Leidingen komen hoger te liggen. Gelet op bovenstaande zal de ondergrond met de aanleg van het parkeerterrein maximaal 80 cm onder maaiveld worden verstoord. De exacte aanleghoogte moet nog worden bepaald. Bij een hogere aanleg wordt minder dan 80 cm afgegraven.

Pagina 1 van 9 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Afbeelding 1. De ligging van het plangebied (rode stippellijn) op een luchtfoto (Bron: PDOK).

Afbeelding 2. Het plan voor het overloopparkeerterrein aan de Flevolaan.

2. Bestemmingsplan en Beleidskaart archeologie De gemeenteraad van Enkhuizen heeft op 2 april 2013 de ‘Archeologische Beleidsnota gemeente Enkhuizen 2013’ vastgesteld1 en tegelijkertijd de Erfgoedverordening Enkhuizen 2010 daarop aangepast. Een belangrijk onderdeel van deze nota is de Beleidskaart Archeologie. Op deze kaart is aangegeven waar de bekende archeologische vindplaatsen zich bevinden en welke archeologische verwachtingszones er zijn in de categorieën (zeer) hoog, middel en lage verwachting. De verwachting is gecombineerd met een beleidsadvies per archeologische verwachtingszone.

1

Molenaar & Van Berkel 2013.

Pagina 2 van 9 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Het plangebied ligt binnen de historische kern van Enkhuizen, een terrein van hoge archeologische waarde. Voor het hele centrum geldt dat archeologisch onderzoek verplicht is bij plangebieden groter dan 30 m2 en dieper dan 35 cm (afb. 3). Deze vrijstellingsgrens is overgenomen in het bestemmingsplan Binnenstad en Havens (vastgesteld 20-08-2014) in de vorm van een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2.2

Afbeelding 3. De ligging van het plangebied (zwarte stippellijn) op de Beleidskaart Archeologie van de gemeente Enkhuizen.

3. Cultuurhistorische achtergrond Het plangebied lag tot 1590 buiten de stadskern van Enkhuizen. Waarschijnlijk was het terrein in gebruik als weide- en hooiland. Op de kaart van Jacob van Deventer uit circa 1560, de oudste stadsplattegrond, is de situatie in en rond de stad te zien (afb. 4). Ten zuiden van de stad is de Zuiderdijk, een onderdeel van de Westfriese Omringdijk, zichtbaar. Langs de binnenkant van de dijk is een lange rij gebouwen getekend. Dit zijn zoutketen, waar zout in grote pannen werd geraffineerd. De eerste zoutketen langs de Zuiderdijk zijn waarschijnlijk rond 1520 gebouwd. Tussen 1590 en 1607 vond de grote stadsuitbreiding van Enkhuizen plaats, waarbij de oppervlakte van de stad bijna verdrievoudigde. Hierbij kwam het deel van de Zuiderdijk met de zoutketen binnen de stad te liggen. Ten noorden van de zoutketen lag al in de 16 de eeuw een brede sloot: de Tocht. Dit water bleef na 1590 gehandhaafd. In de zuidwesthoek van de stad werd aan het einde van de 16de eeuw een stadspoort gebouwd, de Ketenpoort, met daarnaast een waterpoort. De fundamenten van beide poorten liggen op het industrieterrein Ketenwaal. Tussen de Ketenpoort en de Zuiderzee bouwde men in dezelfde tijd een hoge bakstenen muur. Aan de stadszijde hiervan stonden kanonnen opgesteld. 2

NL.IMRO.0388.2012BPBinnenstad-VA02.

Pagina 3 van 9 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Afbeelding 4. Uitsnede uit de kaart van Jacob van Deventer uit circa 1560. De zwarte cirkel geeft de globale locatie van het plangebied weer.

In 1618 is in de zuidwesthoek van de stad een grote haven aangelegd: de St Pietershaven. Het plangebied ligt deels binnen deze haven. Op de kaart uit de kroniek van Brandt uit 1666 zijn direct langs de haven houtwallen weergegeven (afb. 4). Dit waren opslagplaatsen voor hout. Vanaf het einde van de 17de eeuw werd de haven gebruikt door de Admiraliteit. Het hoofdgebouw van de Admiraliteit stond aan de oostzijde van de haven. De haven is in de 19de eeuw gedempt. De eerste kadastrale kaart van Enkhuizen dateert uit 1823 (afb. 6). Het plangebied valt op deze kaart deels nog samen met de haven en verder met de percelen D491, D492, D3 en D3a. Perceel D491 was in bezit van architect Pieter Schokker en staat in de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel omschreven als ‘aanleg tot vermaak’. Percelen D492, D3 en D3a waren in bezit van de stad en werden gebruikt als weiland. Aan de westzijde valt het plangebied daarnaast samen met de stadsomwalling en stadsgracht. In 1885 is de spoorlijn Hoorn-Enkhuizen gemaakt. Voor de aanleg van de spoorlijn was veel grond nodig en daarom zijn in de omgeving van het spoor in die tijd diverse grondwinningsputten gegraven. Een nog bestaand voorbeeld is de Put ter hoogte van het Westeinde, gelegen tussen de spoorlijn en de Tocht. Ook binnen Enkhuizen lag een grondwinningsput, namelijk de Kleine Put (afb. 7).

De Kleine Put is rond het midden van de 20ste eeuw gedempt, waarna hier de Ketenwaal is ingericht. Pagina 4 van 9 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Afbeelding 5. Uitsnede uit de kaart uit de kroniek van Brandt uit 1666 met in rood bij benadering de ligging van het plangebied.

Afbeelding 6. Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1823 met de ligging van het plangebied (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Pagina 5 van 9 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Afbeelding 7. De globale ligging van het plangebied (rood kader) op de kaart van Egmond-Morrien uit 1885.

4. Archeologische en geologische bronnen In de binnenstad van Enkhuizen zijn in het verleden diverse opgravingen uitgevoerd. Hieronder worden enkele nabijgelegen projecten genoemd. Nabij het plangebied, op het bedrijventerrein Ketenwaal, is opgegraven door Archeologie WestFriesland op de locatie van Renolit aan de Flevolaan 1-5 (AWF nummer 459, Archisnummer 4556407100). Tijdens deze opgraving zijn de funderingen van de Ketenboom (één van de waterpoorten van Enkhuizen) aangetroffen. De fundering bestond uit eiken balken en een eiken vloer. Ook werden muren gevonden met daarin een sleuf, bedoeld voor een schot waarmee de poort kon worden afgesloten. De bevindingen passen bij een historische datering van 1598. Na afloop van het onderzoek werd geadviseerd om de funderingen in situ te behouden. 3 In 2014 heeft Archeologie West-Friesland een opgraving uitgevoerd aan de Burgwal 30 (Archisnummer 2462102100). Hierbij werden akkerlagen uit de Bronstijd en Middeleeuwen aangetroffen. Tussen 1590 en 1600 is het perceel bouwrijp gemaakt en licht opgehoogd. In de 17 de eeuw zijn huizen gebouwd ter hoogte van het plangebied. De locatie van de opgraving bevond zich op het achtererf van deze gebouwen.

Afgezien van enkele afvalkuilen zijn dan ook geen sporen gevonden die direct aan bewoning kunnen worden gerelateerd.4 Aan de zuidzijde van de Lange Tuinstraat is in 2016 een archeologische opgraving uitgevoerd (Archisnummer 3991157100). Onder het natuurlijke veen was een bronstijdniveau aanwezig. Bij de staduitbreiding van 1590 is het onderzochte gebied per perceel bouwrijp gemaakt met veen en klei. 3 4

Schrickx 2019. Duijn 2016.

Pagina 6 van 9 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Het gaat hier dus niet om een grootschalige ophoging in opdracht van de stad. De oudste resten van huizen dateren hier uit de periode 1592-1596. De indeling van de huizen kon in de meeste gevallen worden gereconstrueerd. Omstreeks 1750 zijn de huizen afgebroken.5 In 2018 heeft een opgraving plaatsgevonden aan de Admiraliteitsweg 39, uitgevoerd door Archeologie West-Friesland (Archisnummer 4641870100). Daarbij zijn delen van enkele historische percelen onderzocht. Rond 1594 werd hier een brouwerij gebouwd. De brouwerij bestond uit drie hoofdgebouwen met daarachter een houten gebouw waarin zich een grote waterput bevond. Rond 1800 werd de brouwerij afgebroken.6 Op het Actueel Hoogtebestand Nederland is zichtbaar dat het plangebied flink is opgehoogd (afb. 8). Het plangebied ligt 2 tot 4 meter hoger dan de omringende omgeving.

Afbeelding 8. De ligging van het plangebied (zwarte stippellijn) op het Actueel Hoogtebestand Nederland 3 (www.ahn.nl).

5. Conclusie Het staat in de planning om een nieuw overloopparkeerterrein te realiseren aan de Flevolaan in Enkhuizen. Daarvoor is een partiële herziening van het bestemmingsplan nodig. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 12.360 m2. Voor de aanleg van het parkeerterrein zal tot maximaal 80 cm onder maaiveld worden gegraven. Het plangebied heeft op basis van historisch kaartmateriaal en archeologische bronnen een hoge archeologische waarde voor vindplaatsen uit de Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt binnen de oude stadskern van Enkhuizen en valt deels samen met de 17de-eeuwse St. Pietershaven en de hierlangs gelegen houtwallen. Dieper kunnen ook nog sporen uit de Bronstijd aanwezig zijn. 5 6

Schrickx & Ter Steege 2018. Schrickx & Stellingwerf 2020.

Pagina 7 van 9 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Voor de aanleg van de spoorlijn is eind 19 de eeuw veel grond weggegraven tussen het spoor en de Zuiderdijk, waardoor grondwinningsputten ontstonden. Het plangebied is met de spoorlijn mee opgehoogd en ligt 2 tot 4 meter hoger dan de omringende omgeving. 6. Advies Indien de (grondroerende) plannen ongewijzigd blijven, is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Verwacht wordt dat het niveau van de 17de-eeuwse houtwallen en haven niet wordt aangesneden bij graafwerkzaamheden tot maximaal 80 cm onder maaiveld. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. Ten behoeve van het doen van waarnemingen dient wel in de omgevingsvergunning te worden opgenomen dat Archeologie West-Friesland toekomstige graafwerkzaamheden wil monitoren. Voor het monitoren van de graafwerkzaamheden worden geen kosten in rekening gebracht en dit zal niet tot noemenswaardige vertragingen leiden. Vondstmateriaal dat bij het uitvoeren van het werk wordt aangetroffen is (conform de Erfgoedwet, § 5.4, artikel 5.10) eigendom van de Provincie Noord-Holland en zal door Archeologie West-Friesland worden aangeleverd aan het Provinciaal depot voor archeologie van Noord-Holland te Castricum.

Het is van belang dat Archeologie West-Friesland minstens een week van tevoren wordt geïnformeerd over de start van de werkzaamheden (archeologie@hoorn.nl / 06-11648953). Graag ontvangen wij de contactgegevens van de veroorzaker, zodat contact kan worden onderhouden over de voortgang. Verder is van belang dat de dubbelbestemming Waarde – Archeologie (vrijstellingsgrens 30 m2) behouden blijft. Indien gewenst kan de vrijstellingsdiepte voor het plangebied naar boven worden bijgesteld, naar 80 cm. 7. Bronnen AHN3 (www.ahn.nl) Archis 3.0 Duijn, D.M., 2011. Het verhaal van een West-Friese Wereldstad. Een onderzoek naar de opkomst, bloei en neergang van Enkhuizen tot 1800 aan de hand van archeologische en historische bronnen, Hoorn (Masterscriptie Universiteit van Amsterdam). Duijn, D.M., 2016. Een prehistorische akker onder en laat 16 de – eeuwse wijk. Archeologisch onderzoek op het perceel Burgwal 30 in Enkhuizen, West-Friese Archeologische Rapporten 98, Hoorn. Molenaar, S. & R. van Berkel, 2013. Archeologische Beleidsnota Gemeente Enkhuizen. RAAP-rapport 1591. Archeologisch Adviesbureau RAAP, Weesp. Noord-Hollands Archief Schrickx, C.P., 2019. Met vaart door de Ketenboom. Archeologisch onderzoek naar de derde waterpoort van Enkhuizen op het terrein van RENOLIT aan de Flevolaan. West-Friese Archeologische Rapporten 138, Archeologie West-Friesland, Hoorn.

Pagina 8 van 9 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Schrickx, C.P. & B.C. ter Steege, 2018. Smeden, gieters en tappers in een nieuwbouwwijk uit de Gouden Eeuw. Archeologisch onderzoek aan de zuidzijde van de Lange Tuinstraat in Enkhuizen. West-Friese Archeologische Rapporten 123, Archeologie West-Friesland, Hoorn. Schrickx, C.P. & W. Stellingwerf, 2020. De brouwerij in de Hoek. Archeologisch onderzoek op het perceel van het voormalige veilinggebouw van Bloemenlust aan de Admiraliteitsweg in Enkhuizen. West-Friese Archeologische Rapporten 151, Archeologie West-Friesland, Hoorn. Westfries Archief 8. Geldigheid Indien de (bodemroerende) plannen voor dit project worden gewijzigd na advisering, dan dienen de nieuwe plannen te worden voorgelegd aan Archeologie West-Friesland, zodat deze opnieuw kunnen worden beoordeeld. Het voorgaande advies vervalt daarmee. Deze archeologische quickscan heeft een geldigheid van 2 jaar. Na verloop van deze periode wordt het advies ongeldig en dient bij ontwikkelingen een nieuw archeologisch advies te worden aangevraagd. Dit geldt ook voor ongewijzigde bouwplannen. Bovenstaand archeologisch advies is daarmee geldig tot:

25-04-2024

Pagina 9 van 9 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Bijlage 2 Memo stikstofberekening

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN

6 februari 2024 20220417 M. Tajqurishi S. Lie

PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)

1e herziening Binnenstad en Havens Gemeente Enkhuizen

CC

STIKSTOFBEREKENINGEN 1E HERZIENING BINNENSTAD EN HAVENS

1. INLEIDING Het voornemen is om aan de Flevolaan te Enkhuizen een parkeerterrein met 202 parkeerplaatsen voor auto’s en 8 parkeerplaatsen voor bussen te realiseren. Daarnaast wordt de huidige bedrijfsopslag van circa 1.050 m2 elders op het plangebied geplaatst. De beoogde bedrijfsopslag heeft een oppervlakte van 7.426 m2. De beoogde herontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving, bevindt zich op een minimale afstand van 22,5 kilometer.

Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS calculator)

Met het rekenmodel Aerius (versie 2023.1) zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatie- en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.

2. TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: ● verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; ● vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; ● legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. ● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.

● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.

3. BEREKENINGSUITGANGSPUNTEN REALISATIEFASE Worst-case wordt ervan uitgegaan dat de werkzaamheden in 2023 plaatsvinden. Naarmate de bouwwerkzaamheden verder in de toekomst liggen, worden de emissies ten gevolge van transportbewegingen lager, omdat het rekenmodel uitgaat van toepassing van schonere technieken in de toekomst. Tijdens de realisatiefase worden verschillende machines gebruikt. Op basis van vergelijkbare projecten wordt uitgegaan van de inzet van machines en verkeersbewegingen zoals weergegeven in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. Het literverbruik is gebaseerd op de gegevens van TNO waarnaar verwezen wordt in de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ door BIJ12 gepubliceerd op 13 december 2021. De inzet van het materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn. De verkeersbewegingen

2/5

zijn ingevoerd als lijnbron. Er is in de berekening een extra lijnbron opgenomen ten behoeve van het stagnerende verkeer tijdens de realisatiefase. Tabel 1 Materieelinzet en verkeersbewegingen

Type werktuig

Stage klasse

Totaal aantal draaiuren tijdens bouwfase

Gemiddeld (liter/uur)

verbruik Totaal verbruik (liter/jaar)

Sloop huidige opslag Rupskraan 25 ton 110 kW

Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018

30

11

330

Rupskraan 40 ton 230 kW

Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018

30

22

660

Terreinkraan 60 ton 100 kW

Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018

30

10

300

Schranklader 80 kW

Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018

30

8

240

Totaal

120

1.530

Aanvoer materialen Vrachtwagens

30 zware bewegingen

Woon-werkverkeer

45 lichte bewegingen Parkeerplaatsen

Mobiele kraan 18 ton 95 kW

IV, 75-560 kW, 2014-2018

18

9

162

Midigraver 8 ton 30 kW

IV, <= 56 kW, 2014-2018

21

3

63

Minigraver 1,5 ton 12 kW

IV, <= 56 kW, 2014-2018

18

2,5

45

Loader 4000 ltr 110 kW

IV, 75-560 kW, 2014-2018

36

11

396

Bulldozer 103 kW

IV, 75-560 kW, 2014-2018

21

11

231

Mobiele trilwals 14 ton 80 kW

IV, 75-560 kW, 2014-2018

30

8

240

Totaal <= 56 kW

39

108

Totaal 57-560 kW

105

1.029

Aanvoer materialen Vrachtwagens

168 zware bewegingen

Woon-werkverkeer

315 lichte bewegingen Opslag

Montage kraan 150 kW

IV, 75-560 kW, 2014-2018

140

15

2.100

Heimachine 300 kW

IV, 75-560 kW, 2014-2018

266

30

7.980

Hoogwerker 30 kW

IV, <= 56 kW, 2014-2018

280

3

840

Graafmachine 100 kW

IV, 75-560 kW, 2014-2018

210

10

2.100

Shovel 100 kW

IV, 75-560 kW, 2014-2018

210

10

2.100

Totaal <= 56 kW

-

280

-

840

Totaal 57-560 kW

-

826

-

14.280

3/5

liter

Aanvoer materialen Vrachtwagens

150 zware bewegingen

Woon-werkverkeer

350 lichte bewegingen

Verkeersafwikkeling Het verkeer wikkelt af via de Flevolaan naar de N307. Een indicatie van de verkeersintensiteiten voor deze weg is te vinden op het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit 2022 (https://www.cimlk.nl/kaart). Volgens de kaart bedroegen de dagelijkse verkeersintensiteiten voor 2021 voor de N307 25.376 voor licht verkeer en 1.646 voor zwaar verkeer. Op de N307 gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius, zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het onderhavige project voegt in de realisatiefase maximaal 0,01% licht verkeer en maximaal 0,1% zwaar verkeer toe aan de N307.

GEBRUIKSFASE In de gebruiksfase zal het plangebied gebruikt worden als parkeervoorziening en bedrijfsopslag. Dit heeft een verkeer aantrekkende werking. Voor de beoogde situatie wordt er voor de parkeervoorzieningen uitgegaan van een turnover van 1 per parkeerplaats (jaargemiddeld). Daarnaast zal er voor de bedrijfsopslag gebruik gemaakt worden van 20% van het CROWkengetal gehanteerd voor bedrijfs- en bezoekersextensieve functies, wegens het beoogde gebruik als opslag van materiaal door nabijgelegen bedrijven. Een overzicht is gegeven in onderstaande tabel Tabel 2 Verkeersgeneratie beoogde situatie

Functie

Aantal

Kencijfer

Verkeersgeneratie mvt/etmaal

Bedrijfsopslag

7.426 m2

0,83 per 100 m2

61,63

Parkeervoorziening

202

2 per parkeerplaats

404

Parkeervoorziening (bus)

8

2 per parkeerplaats

16

Totaal

weekdag

482

De totale verkeersgeneratie in de beoogde situatie is 482 mvt/etmaal (jaargemiddeld). Voor de verkeersgeneratie van de bus parkeerplaatsen is uitgegaan van 100% zwaar verkeer. Voor het bedrijfsopslag is uitgegaan van 80% zwaar verkeer. Verder is voor de verkeersgeneratie uitgegaan van licht verkeer. Totaal is dit 66 mvt/etmaal zwaar verkeer en 416 mvt/etmaal licht verkeer. Voor de berekening is worst-case het rekenjaar 2023 gehanteerd. Wanneer een rekenjaar verder in de toekomst ligt, worden de emissies lager door een toename van elektrisch rijden en schonere technieken. Ook zijn worst case de realisatiefase en de gebruiksfase in één berekening uitgevoerd. Verkeersafwikkeling Het plangebied zal worden ontsloten op de Flevolaan. Het verkeer ten behoeve van de bedrijfsopslag zal vervolgens direct het bedrijventerrein oprijden via de noordelijke ingang. Het gaat hierbij om circa 25% van de totale verkeersgeneratie van het plangebied. Het overige verkeer (75%) zal ontsloten worden in oostelijke richting de kruising Flevolaan/Bosmankade. Vanaf hier zal het overgrote deel (circa 70%) naar het zuiden over de Flevolaan richting de N307 worden ontsloten. De overige 5% zal naar het noorden richting de kern Enkhuizen worden ontsloten. De N307 is de maatgevende weg in de gebruiksfase

4/5

omdat een groot deel van het verkeer langs deze weg rijdt. Het onderhavige project voegt in de gebruiksfase maximaal 3,4 % toe aan de N307.

4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de berekening met AERIUS Calculator (2023.1) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

5/5

Bijlage 3 Stikstofberekening

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Rho adviseurs Flevolaan, - Enkhuizen Binnenstad en Havens Realisatie- en gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RobfRL8ATUzE 06 februari 2024, 12:39 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Realisatiefase en gebruiksfase - Beoogd Realisatiefase en gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RobfRL8ATUzE (06 februari 2024)

2023 -

6,6 kg/j

684,3 kg/j

2/8

Projectberekening

Realisatiefase en gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Materiaalinzet bouw 5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Materiaalinzet sloop  Verkeersnetwerk

RobfRL8ATUzE (06 februari 2024)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

3,7 kg/j 530,4 kg/j 0,4 kg/j 51,1 kg/j 2,5 kg/j 102,8 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RobfRL8ATUzE (06 februari 2024)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase en gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RobfRL8ATUzE (06 februari 2024)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/8

Projectberekening

Realisatiefase en gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Gebruiksfase 5% ontsluiting X:147941,55 Y:523459,31 150,82 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

In file

20,8 /etmaal 0,0 /etmaal 3,3 /etmaal 0,0 /etmaal

Gebruiksfase 70% ontsluiting X:147888,78 Y:523252,63 801,70 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 79,8 kg/j Type scherm - - NO₂ 18,8 kg/j Hoogte - - NH₃ 2,0 kg/j Afstand tot de weg - -

Max. snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Aantal voertuigbewegingen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Links Rechts NOₓ 1,1 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,3 kg/j Hoogte - - NH₃ 26,3 g/j Afstand tot de weg - -

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen

In file

291,2 /etmaal 0,0 /etmaal 46,2 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Materiaalinzet bouw X:147764,83 Y:523451,22 1,25 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

Materieel <= 56 kW parkeerplaatsen + opslag

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 948 l/j kW, diesel, SCR: nee

Materieel 75-560 kW parkeerplaatsen + opslag

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 15309 l/j kW, diesel, SCR: ja

RobfRL8ATUzE (06 februari 2024)

Draaiuren AdBlue verbruik

319 u/j

931 u/j 0 l/j

530,4 kg/j 3,7 kg/j Stof Emissie

NOₓ

20,6 kg/j NH₃ 7,1 g/j NOₓ 509,9 kg/j NH₃ 3,7 kg/j

6/8

Projectberekening

4

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

sloop verkeer+ Bouwverkeer opslag en parkeerplaatsen Links Rechts NOₓ 1,8 kg/j X:148002,08 Y:523326,83 Type scherm - - NO₂ 0,5 kg/j 1.097,18 m Hoogte - - NH₃ 37,2 g/j Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

In file

710,0 /jaar 0,0 /jaar 348,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Materiaalinzet sloop X:147739,2 Y:523449,37 1,12 ha

materieel sloop totaal

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

Naam

6

Aantal voertuigbewegingen

NOₓ NH₃

Stageklasse

Brandstof­verbruik

1530 l/j

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Stagnerend bouw/sloop verkeer X:147891,55 Y:523462,82 19,76 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RobfRL8ATUzE (06 februari 2024)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Draaiuren AdBlue verbruik

120 u/j 0 l/j

51,1 kg/j 0,4 kg/j Stof Emissie

NOₓ

51,1 kg/j NH₃ 0,4 kg/j

Links Rechts NOₓ 49,7 g/j Type scherm - - NO₂ 12,0 g/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

0,0 /jaar 0,0 /jaar 348,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %

7/8

Projectberekening

7

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

gebruiksfase 25% ontsluiting X:147773,26 Y:523230,12 563,05 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 20,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 4,7 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,5 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

104,0 /etmaal 0,0 /etmaal 16,5 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.1_20231207_46ea8e9191 Database versie 2023.1_46ea8e9191_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RobfRL8ATUzE (06 februari 2024)

8/8

Bijlage 4 Quickscan flora & fauna

G&G-advies QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

F. Lang

2022

Opdrachtgever RHO Adviseurs

G&G-advies QS2022-109

Datum Versie

30 mei 2022 V1

Gecontroleerd door: R. Zimmerman

De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 6

1.3

Het plangebied......................................................................................................... 6

1.4

Werkzaamheden...................................................................................................... 6

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 7

Methode

8

2.1

Soorten .................................................................................................................... 8

2.2

Gebieden.................................................................................................................. 9

Beschermde soorten Wnb

10

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 10

3.2

Beschermde soorten.............................................................................................. 12 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 12 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 12 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 12 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 13 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 15 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 16 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 17

3.3

4

5

Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 18

Effectbeoordeling en maatregelen

19

4.1

Vogels..................................................................................................................... 19

4.2

Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 20

4.3

Vleermuizen ........................................................................................................... 20

4.4

Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 22

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

23

5.1

Natura 2000 ........................................................................................................... 23

5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 23

5.3

Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) .................................................................. 23

5.4

Houtopstanden ...................................................................................................... 24

5.5

Overige relevante wetgeving................................................................................. 25

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

4 5.6

6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................25

Conclusies

26

6.1

Beschermde soorten Wnb .....................................................................................26

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................27

6.3

Zorgplicht ...............................................................................................................27

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur ...........................................................28

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

29

8

Bijlagen

31

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een terrein aan de Flevolaan te Enkhuizen her in te richten. Enkhuizen ligt in de gelijknamige gemeente in de provincie Noord-Holland. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. In opdracht van RHO Adviseurs heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.

De ligging van het plangebied (rood omlijnd).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

6

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

1.3

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied ligt ten zuidwesten van de stadskern van Enkhuizen. Noordelijk langs het plangebied loopt een spoorlijn. Zuidelijk van het plangebied is het industrieterrein Ketenwaal gelegen. Verder ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich het industriegebied van Enkhuizen. Ten oosten van het plangebied ligt een jachthaven met daarachter het Natura 2000-gebied IJsselmeer.

1.4

Werkzaamheden Het huidige parkeer- en opslagterrein zal worden verplaatst naar het westen. Op het huidige parkeerterrein wordt een nieuw parkeerterrein gerealiseerd ten behoeve van langparkeren en bus stelplaatsen. Voor het gebied, gelegen tussen de twee parkeer- en opslagterreinen, zijn nog geen concrete ontwikkelingen voorzien. Hier wordt eventuele toekomstige uitbreiding van het parkeerterrein beoogd. In het plangebied staan bomen die gekapt dienen te worden. Na de bomenkap zal het plangebied verder worden ingericht. Het overige groen (struiken/braamstruweel) dient ook te worden gerooid. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem en/of het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en/of bomen. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

1.5

7

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.

Te toekomstige inrichting van het plangebied. De bovenste afbeelding geeft het westelijke deel weer en de onderste het oostelijke deel van het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

8

2

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2012-2022). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook §0).

Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-109

Flevolaan parkeerterrein te Enkhuizen

9

Potentiebeoordeling Het plangebied is op 6 mei 2022 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14105074/1