Beheerplan Kapitaalgoederen Generiek Enk 2026-2035 incl bijlagen
Tekst van het document
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte
zaaknummer 539732 definitief december 2025
Enkhuizen 2026 - 2035
Afdeling Beheer en GEO-informatie | Team beheer
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035
zaaknummer 539732 definitief versiebeschrijving: ter vaststelling door de raad 10 december 2025
Auteurs Afdeling Beheer en GEO informatie | Team beheer
Opdrachtgever Gemeente Enkhuizen Breedstraat 53 1601 KA Enkhuizen
datum vrijgave 10-12-2025
status definitief
goedkeuring E.S. Zieleniak
vrijgave E. Almer
Inhoudsopgave
Blz.
Inleiding
1
Aanleiding Doelstellingen Scope en houdbaarheid Leeswijzer Colofon
1 2 2 3 4
Historie (kapitaalgoederen) Enkhuizen
4
Rollen, taken en verantwoordelijkheden
11
Niveaus van beheer Beheercyclus
12 13
Beheer openbare ruimte en beleid
14
Onderhoud en vervanging Kwaliteit van de openbare ruimte Beeldkwaliteit Beleidskaders
14 15 15 16
Relevante wetgeving
17
Gemeentewet en het Bbv Nieuw Burgerlijk Wetboek Milieuwetgeving: Wet milieubeheer, Wet bodembescherming Omgevingswet Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) Arbeidsomstandighedenwet CE-certificering Wegenverkeerswet (WVW) Wegenwet LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) CROW- publicaties Specifieke wet- of regelgeving
17 18 19 19 20 20 20 21 21 21 22 22
Beheerplannen
23
Opstellen beheerplannen Financiële verantwoording Relatie beheerplan en de P&C-cyclus Beheerplannen
23 25 28 30
Bijlage 1: Verklarende woordenlijst
31
Bijlage 2: relevante bepalingen uit het Besluit begroting en verantwoording (Bbv)
35
Bijlage 3: financiële samenvatting deelplannen
39
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Inleiding Aanleiding De gemeente Enkhuizen is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. De gemeente wil deze ruimte schoon, heel en veilig te houden. Daarom heeft de gemeente beheerplannen opgesteld. In de plannen is beschreven welke maatregelen de gemeente neemt voor onderhoud, reparatie en vervanging. Zo is er een goede basis voor de verschillende werkzaamheden in de openbare ruimte. In de openbare ruimte zijn voorzieningen aanwezig zoals verhardingen, groen en civieltechnische kunstwerken etc. Deze voorzieningen worden ook wel kapitaalgoederen genoemd. De kapitaalgoederen hebben een grote invloed op de leefbaarheid en belevingskwaliteit van de openbare ruimte. Ze zijn van groot belang voor de verschillende gebruikers: inwoners, ondernemers en bezoekers. Het instandhouden van de kapitaalgoederen is van maatschappelijk nut en één van de kerntaken van de gemeente. Bij het beheer ervan zijn verschillende spelers betrokken: de gemeenteraad, het gemeentebestuur, de ambtenaren en uitvoerende partijen. Daarbij legt het beheer een aanzienlijk beslag op de gemeentelijke middelen. De belangen zijn groot; dit vraagt om helder beleid en de uitvoering ervan. Het beleid rond het beheer van de kapitaalgoederen is in het Beheerplan Kapitaalgoederen 20162025 vastgelegd door de gemeenteraad. Daarbij zijn op strategisch niveau de ambities en doelstellingen geformuleerd.
Voor de beeldbepalende onderdelen wordt de beeldkwaliteitsnorm als manier gebruikt om de kwaliteit van de openbare ruimte zichtbaar te maken en dit komt overeen met de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) norm B (basis). Een uitzondering hierbij is het Snouck van Loosenpark, hierbij is de kwaliteit CROW norm A (hoog). Voor niet-beeldbepalende onderdelen geldt het principe van ‘minimaal verantwoord beheer’, wat inhoudt dat: • De kapitaalgoederen voldoen aan de geldende technische normen en aan de eisen op gebied van (verkeers)veiligheid en bereikbaarheid. • Het onderhoudsniveau is zodanig dat de gemeente niet aansprakelijk kan worden gesteld. In 2023 heeft de gemeente de wegen buiten de bebouwde kom overgenomen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De wegen, openbare verlichting en andere objecten buiten de bebouwde kom worden conform CROW-norm C (laag) onderhouden. De uitwerking van deze beleidskaders vindt plaats in afzonderlijke beheerplannen. Daarmee ontstaat er meer inzicht in de beheerinspanningen die benodigd zijn voor het instandhouden van de openbare ruimte per domein. Het hebben van beleid en de uitwerking daarvan in een beheerplan is tevens een vereiste dievoortvloeit vanuit regelgeving; het Bbv (Besluit begroting en verantwoording). Dit besluit heefteen wettelijke basis.
Op de correcte uitvoering ervan wordt toegezien door de provincie. Om te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording (BBV) dient in het kader van de verantwoording een voorziening te worden ingericht. De huidige reserve komt te vervallen en er worden voorzieningen getroffen voor de kapitaalgoederen, zoals wegen, water, kunstwerken, begraafplaatsen en groen.
1
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Het beheer van de begraafplaats maakt vanaf 2026 onderdeel uit van het Beheerplan Kapitaalgoederen Enkhuizen. Met het vastgestelde beleid en het voorliggende beheerplan voldoet de gemeente aan haar verplichtingen.
Doelstellingen De afzonderlijke beheerplannen vormen de tactische vertaling van de strategische beleidskaders zoals opgenomen in het Beheerplan Kapitaalgoederen. Er ontstaat daarmee inzicht in de omvang en kwaliteit van het areaal en de financiële middelen die nodig zijn om de kwaliteit van het areaal op het gewenste niveau te houden. Voor het college van B&W biedt het beheerplan houvast bij de uitvoering van het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. Het geeft antwoord op de vragen als “Waar en wanneer?”. Voor de ambtelijke organisatie geeft het op een planmatige manier invulling aan het daadwerkelijk in standhouden van de kapitaal goederen; het biedt kaders voor het operationele deel: het uitvoeren van werkzaamheden (en het voorbereiden en begeleiden ervan). Het plan geeft invulling aan de “Wat?” vraag. Het vaststellen van de afzonderlijke beheerplannen is een bevoegdheid van het college. Daarnaast biedt het beheerplan kaders voor het monitoren en evalueren van de gestelde (strategische) doelen en de verantwoording ervan naar het bestuur. Dit, tezamen met het inzicht dat ontstaat in de omvang en kwaliteit van het areaal, maakt het mogelijk om op strategisch en tactisch niveau te kunnen sturen. Kaders kunnen worden geëvalueerd en indien nodig worden herzien, waarmee nieuw beleid ontstaat.
Hiermee wordt invulling gegeven aan de wens van de gemeenteraad om te kunnen sturen op de beheerkwaliteit in de openbare ruimte.
Scope en houdbaarheid Het beheerplan richt zicht op het instandhouden van de kapitaalgoederen die er nu zijn. Dit gaat om het klein/dagelijks onderhoud, het groot onderhoud alsmede de vervanging van de kapitaalgoederen wanneer deze aan het einde van hun technisch levensduur zijn. De inrichting (eerste aanleg) en het wijzigen ervan (extra kosten als gevolg van het functioneel opwaarderen, dan wel besparing door het vereenvoudigen of het saneren ervan), zijn niet ingerekend. Het beheerplan omvat alle onderdelen van de reguliere openbare ruimte, uitgezonderd de riolering en gebouwen. Deze zijn reeds uitgewerkt in het Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) en het beheerplan gebouwen (MJOP afdeling Vastgoed). Ook zijn sportvoorzieningen (MJOP afdeling Vastgoed) en kunstobjecten (domein Samenleving) buiten beschouwing gelaten. In het beheerplan is voor de komende 10 jaar geprognosticeerd welke inspanningen noodzakelijk zijn voor het beheer, onderhoud en de vervangingen van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Daarbij zijn eveneens de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. De inspanningen en de bijbehorende kosten zijn gekoppeld aan het gewenste (beeld)kwaliteitsniveau en het behoud daarvan. Een belangrijk uitgangspunt in dit beheerplan is de integrale benadering.
Door inrichting, beheer en gebruik in samenhang te beschouwen, wordt er niet alleen efficiënter gewerkt, maar ontstaat er ook een openbare ruimte die beter aansluit op de wensen van de gebruikers en ontwikkelingen in de omgeving. De onderhouds- en vervangingsopgaven van verschillende disciplines worden daarbij zoveel mogelijk integraal ingepland. De inspanningen voor de eerste jaren zijn gebaseerd op de kwaliteitsgegevens die verkregen zijn uit inspecties of onderzoeken. Omdat de kwaliteit van de kapitaalgoederen sterk afhankelijk is van het gebruik (bijvoorbeeld de invloed van het verkeer) en weersinvloeden, neemt naarmate het planjaar verder weg ligt de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de doorkijk af. Voor de jaren die zich verder in de tijd bevinden zijn de inspanningen gebaseerd op prognoses en theore2
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
tische gemiddelden. Deze dienen te zijner tijd, aan de hand van inspecties en onderzoeken, verder te worden aangescherpt. Welke inspecties of onderzoeken op een bepaald moment nodig zijn, is van verschillende factoren afhankelijk: zoals het domein, de staat van onderhoud en/of de beschikbaarheid van objectinformatie. Het is echter wel van wezenlijk belang dat de beheerplannen actueel worden gehouden. Alleen op die manier blijft de gemeente in control en voldoen aan haar verantwoordingsverplichtingen die voortvloeien vanuit het Bbv.
Leeswijzer Het beheerplan bestaat uit een (voorliggend) generiek deel en verschillende onderliggende deelplannen. In dit generieke deel is informatie opgenomen die relevant is voor alle deelplannen. De deelplannen bevatten op hun beurt domein-specifieke informatie. Door de algemene informatie op te nemen in het generieke deel wordt voorkomen dat relevante aspecten meermaals op verschillende plekken beschreven worden. Deze informatie is dan ook eenvoudig actueel te houden. Door de verschillende domeinen in verschillende deelplannen te beschrijven ontstaat de mogelijkheid om -bijvoorbeeld bij een specifieke beleidswijziging- uitsluitend het betreffende deelplan te herzien en opnieuw ter besluitvorming te brengen. De andere beheerplannen blijven daarmee dan ongewijzigd in stand. In figuur 1 is de samenhang tussen de verschillende (beheer)plannen weergegeven. Beheerplan Wegen (664177)
Beheerplan Groen en reiniging (664470)
Beheerplan Speeltoestellen en straatmeubilair
Divers beleid
(705718)
Beheerplan (generiek) (539732)
Beheerplan Openbare Verlichting (663801)
Beheerplan Verkeerskundigmeubilair (663829)
Beheerplan Watergangen en beschoeiing (695341)
Beheerplan Civieltechnische kunstwerken (697136)
Beheerplan Begraafplaatsen (705732)
Figuur 1: opbouw en overzicht beheerplannen en zaaknummers
3
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Een toelichting op veel voorkomende termen of begrippen is opgenomen in bijlage 1: verklarende woordenlijst. De ontstaansgeschiedenis van Enkhuizen wordt beschreven in hoofdstuk 2. Dit zegt wat over de leeftijd van de kapitaalgoederen, wat relevant is voor onderhoud en met name ook voor vervangingen. Hoofdstuk 3 gaat in op de rollen, taken en verantwoordelijkheden die relevant zijn bij het beheer van de openbare ruimte. In hoofdstuk 4 wordt een toelichting gegeven op het beheer van de openbare ruimte en worden de beleidskaders opgesomd. Hoofdstuk 5 geeft de algemene relevante wetgeving weer. Hoofdstuk 6 geeft een korte toelichting op de manier waarop de beheerplannen tot stand komen en geactualiseerd worden en welke informatie deze geven.
Colofon Dit beheerplan is geschreven van april tot en met september 2025, door Afdeling Beheer en GEO informatie | Team beheer van de SED-organisatie. Het plan is door de volgende betrokkene(n) opgesteld: Naam
Functie
E.S.Zieleniak
Beheerder integrale projecten / Projectleider Regisseur Openbare Ruimte
R. Slier
Onderdeel (indien van toepassing) -
Figuur 2: overzicht betrokkenen opstellen beheerplan
Historie (kapitaalgoederen) Enkhuizen Enkhuizen is een historische stad en gemeente in de provincie Noord-Holland, gelegen aan zowel het IJsselmeer als het Markermeer. De stad is ontstaan uit een vissersdorp en het voormalige dorp Gommerkerspel. De verbinding hiertussen werd gevormd door de tegenwoordige Westerstraat. Enkhuizen, gelegen aan het IJsselmeer in Noord-Holland, kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de vroege middeleeuwen. De stad ontstond vermoedelijk in de 13e eeuw als vissersnederzetting en kreeg in 1356 stadsrechten. Dankzij haar gunstige ligging aan de Zuiderzee ontwikkelde Enkhuizen zich tot een belangrijk handels- en visserscentrum. In de 16e en vooral de 17e eeuw beleefde de stad haar hoogtijdagen, mede door haar betrokkenheid bij de haringvisserij en de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), waarvan Enkhuizen een van de zes kamers huisvestte. Deze periode staat bekend als de Gouden Eeuw. De welvaart in deze tijd leidde tot de bouw van diverse kapitaalgoederen: indrukwekkende pakhuizen, scheepswerven, stadspoorten zoals de Drommedaris, een goed onderhouden haven en statige koopmanshuizen. Deze duurzame productiemiddelen vormden de ruggengraat van de economische kracht van de stad en gaven uitdrukking aan haar invloedrijke positie binnen de internationale handel. 4
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Tijdens de Gouden Eeuw (16e en 17e eeuw) beleefde Enkhuizen haar grootste bloeiperiode als buitenlandse handelsstad. De stad was een belangrijk centrum voor de haringvisserij en speelde een prominente rol in de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Na deze periode nam de economische betekenis van Enkhuizen af, mede door verzanding van de haven en veranderende handelsroutes. Vanaf de 20e eeuw tot heden herstelde Enkhuizen zich deels door toerisme, tuinbouw (vooral zaadveredeling) en recreatie. Vroeger bestond het wegennet vooral uit zand- en klinkerwegen. In de 19e eeuw begon de verharding met steenslag en later asfalt. De aansluiting op het spoorwegnet (in 1885) zorgde voor betere verbindingen met Hoorn en Amsterdam. De aanleg van de Houtribdijk (1976), die Enkhuizen met Lelystad verbindt, bracht nieuwe verkeersverbindingen en was cruciaal voor de moderne verkeersontsluiting. Tegenwoordig heeft Enkhuizen een goede wegenstructuur, waarbij de historische binnenstad smalle straten kent. Zoals in veel oude steden loosde men vroeger afvalwater direct in grachten en open water, wat leidde tot stank en ziekte. In de 19e eeuw begon men met het aanleggen van riolen, vooral na cholera-uitbraken. Enkhuizen volgde dit voorbeeld. In de 20e eeuw werd het rioleringsnet gemoderniseerd en aangesloten op waterzuiveringsinstallaties.
Door de ligging onder zeeniveau is er veel aandacht voor bemaling, dijken en gemalen. Vanaf de 19e eeuw kwam er meer aandacht voor volksgezondheid en werden stadsparken aangelegd (bijvoorbeeld het Wilhelminaplantsoen). In de 20e eeuw, met de uitbreiding van woonwijken, kwamen er meer plantsoenen, parken en recreatiegebieden. De aanleg van het recreatiegebied “Streekbos” (net buiten Enkhuizen) is een voorbeeld van moderne groenontwikkeling. Enkhuizen grenst in het noorden en oosten aan het IJsselmeer, in het zuiden aan het Markermeer en in het westen aan Bovenkarspel en Andijk. De totale oppervlakte van de gemeente Enkhuizen bedraagt 116,04 km², waarvan 103,62 km² water. Per 1 januari 2024 telt de gemeente Enkhuizen 18.901 inwoners en is verspreid in verschillende gebieden: • Binnenstad en Havens; • Enkhuizen Noord, Oude Gouw, Gommerwijk en de Kadijken; • Westeinde; • Buurtschap Oosterdijk; • Bedrijventerreinen Schepenwijk en Krabbersplaat; • IJsselmeer met het vogeleiland en natuurhaven De Kreupel.
5
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Figuur 3: grondgebied van de gemeente Enkhuizen in 2025.
De volgende afbeeldingen geven de ontwikkeling weer van de gemeente Enkhuizen. Deze ontwikkeling zegt wat over het ontstaan en de leeftijd van de kapitaalgoederen.
6
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Figuur 4: Enkhuizen rond 1900, bron topotijdreis.nl
Figuur 5: Enkhuizen rond 1960, bron topotijdreis.nl
7
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Figuur 6: Enkhuizen in 1960-1970, bron topotijdreis.nl
Figuur 7: Enkhuizen tot 1980, bron topotijdreis.nl
8
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Figuur 8: Enkhuizen tot 1990, bron topttijdreis.nl
Figuur 9: Enkhuizen tot 2000, bron topotijdreis.nl
9
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Figuur 10: Enkhuizen tot 2010, bron topotijdreis.nl
Figuur 11: Enkhuizen in 2025, bron topotijdreis.nl
10
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Rollen, taken en verantwoordelijkheden Waar het gaat om het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen hebben gemeenteraad, college en de ambtelijke organisatie verschillende rollen, taken en verantwoordelijkheden. Om een zo goed mogelijk resultaat te verkrijgen dienen alle partijen zich hiervan bewust te zijn en zich daarbij te richten op de taken en verantwoordelijkheden passend bij die rol. Gemeenteraad: • Kaders stellen voor beleid; • Controleren: toezicht houden op de uitvoering van besluiten (beleid); • Budgetrecht: vaststellen van de gemeentelijke begroting; • Volksvertegenwoordiging: signalen vanuit bevolking omzetten in kaders . College van B&W: • Besturen en beheersen; • Actief informeren van de gemeenteraad; • Voorbereiden van beleid ten behoeve van besluitvorming door de gemeenteraad ; • Uitvoering geven aan het door de gemeenteraad vastgestelde beleid; • Verantwoording afleggen over de uitvoering van het beleid. Ambtelijke organisatie: • Adviseren aan het college van B&W; • Opstellen en uitvoeren van beleid in opdracht van B&W; • In stand houden van de openbare ruimte door middel van plannen, programmeren en contracteren. Met beleid wordt de basis gelegd voor planmatig beheer van de openbare ruimte.
Het is het begin van een cyclus die de beheerorganisatie gaat doorlopen; de zogenaamde cirkel van Deming: plan-do-check-act (figuur 2), zodat de beheeractiviteiten continu navolgbaar, aantoonbaar en verbeterbaar zijn.
Figuur 12irkel van Deming: plan-do-check-act 11
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
De raad heeft een kaderstellende en controlerende rol. Het college is verantwoordelijk voor een juiste uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen en een juiste en tijdige informatieverstrekking hierover naar de raad. Uitgangspunt is dat de gemeenteraad voldoende wordt geïnformeerd om de kaderstellende en controlerende taken goed uit te kunnen voeren. Daarbij is het voor de raad van belang dat: • Er inzicht is in de behaalde resultaten: ‘’wat is er bereikt en wat is daarvoor gedaan?’’; • Afwijkingen worden gerapporteerd; zowel op beleid als de financiën; • Ingrijpende onvoorziene omstandigheden (onderhoudsmaatregelen) tijdig worden gemeld. De resultaten worden verantwoord in de paragraaf kapitaalgoederen behorende bij de P&C cyclus.
Niveaus van beheer Met het beleid worden strategische kaders geformuleerd (en vastgesteld door de gemeenteraad). Daarbij draait het om gewenste resultaten en effecten, met relevante vragen als ‘’wat wil ik en waarom?’’. Het beleid vormt de basis voor het beheer en krijgt een vertaling in beheerplannen (tactische uitwerking). De invulling van de beheerplannen geschiedt door de beheerders en worden bekrachtigd door het college van B&W. In de beheerplannen draait het om de ‘’hoe, waar en wanneer’’-vragen en wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende typen onderhoud en vervangingen. Indien de vervangingsopgave om een andere inrichting of functieverandering vraagt wordt dit (separaat) aan de gemeenteraad voorgelegd. De beheerplannen vormen de basis voor de daadwerkelijke onderhoudswerkzaamheden via contracten (operationeel niveau). Daarbij draait het om ‘’wat voeren we uit?’’ en ‘’wie voert het uit?’’ De verschillende sturingsniveaus in het beheer van de openbare ruimte zijn opgenomen in figuur 3.
Figuur 13: Sturen in het beheer van de openbare ruimte - niveaus
12
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Beheercyclus Het beheer van de openbare ruimte verloopt cyclisch. Dat wil zeggen dat onderhoudswerkzaamheden met regelmaat terugkeren. Door dit cyclische karakter ontstaan sturingsmogelijkheden (figuur 4). Na het stellen van de strategische kaders worden deze vastgelegd in beleid. Het beleid wordt verder uitgewerkt in een beheerplan, dat de basis vormt voor de daadwerkelijke onderhoudswerkzaamheden: de uitvoering. Tijdens of na de uitvoering ontstaat een evaluatiemoment, waarbij getoetst kan worden of aan de verwachtingen is voldaan. Deze toets kan plaatsvinden op verschillende niveaus, op operationeel niveau ‘’heeft de aannemer gedaan wat hij moest doen?’’ maar ook op tactisch of strategisch niveau ‘’bereiken we de effecten die we voor ogen hadden?’’ Door het cyclische karakter bestaat de mogelijkheid om (tussentijds) bij te sturen. Hoewel het beheer cyclisch is en dus met enige regelmaat terug komt, duurt het even voordat effecten van keuzes zichtbaar zijn. Keuzes op een strategisch of tactisch niveau dienen uitwerking te krijgen in een ondergelegen niveau (contracten of uitvoeringsmethoden). Ook zijn bepaalde onderhoudswerkzaamheden wel cyclisch maar kan het onderhoudsinterval oplopen tot meerdere jaren, waardoor effecten van keuzes pas op de langere termijn zichtbaar worden. Met het oog daarop dienen keuzes toekomstgericht te worden gemaakt.
Beleidsplannen hebben een doorkijk van 10 jaar, beheerplannen circa 5 jaar en contracten op operationeel niveau doorgaans 1 tot meerdere jaren.
Figuur 14: Sturen in het beheer - beheercyclus
13
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Beheer openbare ruimte en beleid Onderhoud en vervanging Onderhoud en vervanging maken een belangrijk deel uit van het beheer van de openbare ruimte. Na de aanleg van een kapitaalgoed zal dit als gevolg van onder andere gebruik, slijtage en weersinvloeden in kwaliteit teruglopen. Om het kapitaalgoed in stand te houden -en de beoogde levensduur te behalen- wordt onderhoud uitgevoerd. Als onderhoud niet langer toereikend is, zal moeten worden overgegaan tot sanering of vervanging. De verschillende begrippen worden hieronder verder toegelicht. Klein onderhoud Dit is het (dagelijks) terugkerende onderhoud als maaien, snoeien, vegen, onkruid verwijderen en dergelijke. Het klein onderhoud heeft een grote invloed op de zichtbare kwaliteit van de openbare ruimte (beeldkwaliteit). Het heeft als doel om de (beeld)kwaliteit in stand te houden en om de beoogde levensduur te behalen. Financieel: De jaarlijks kosten voor klein onderhoud komen terug in de programmabegroting.
Groot onderhoud Dit is onderhoud dat met een interval van meerdere jaren wordt uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn het herstraten van voetpaden en schilderen van speeltoestellen. Het groot onderhoud heeft eveneens als doel om de beoogde levensduur te behalen, echter is het daarbij ook relevant voor het functioneel en veilig gebruik van de openbare ruimte (technische kwaliteit). Op basis van inspecties, onderzoeken en theoretische cyclische maatregelen wordt de omvang van groot onderhoud bepaald. Om inzicht te krijgen in de te nemen maatregelen en bijbehorende kosten over meerdere jaren, wordt groot onderhoud in beheerplannen verankerd. Financieel: Wanneer er sprake is van fluctuerende kosten voor groot onderhoud kunnen de kosten geëgaliseerd worden door het inrichten van een voorziening met een jaarlijkse dotatie. Vervangingen Dit zijn investeringen die gedaan worden om het bestaande object in de openbare ruimte aan het einde van haar levensduur te kunnen vervangen door een vergelijkbaar object. (Groot) onderhoud is in dat geval niet meer toereikend of rendabel (kapitaalvernietiging). De noodzaak van vervanging wordt hoofdzakelijk bepaald op basis van de theoretische levensduur in combinatie met actuele inspecties en onderzoeken. Financieel: Vervangingsinvesteringen worden als kapitaallast verantwoord in de begroting waarmee de kosten over de afschrijftermijn gespreid worden.
14
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Kwaliteit van de openbare ruimte Onderhoud zorgt voor het in stand houden van de kapitaalgoederen. Tijdens de gebruiksfase bepaalt dit in belangrijke mate de beleving van de gebruikers (inwoners). De beleving en tevredenheid van gebruikers wordt echter niet alleen maar bepaald door de beheerinspanningen. Ook het inrichtingsniveau, de functionaliteit en het gebruik spelen daarbij een rol. Deze zaken worden echter bepaald bij de aanleg (of vervanging) van kapitaalgoederen en door de gebruikers zelf. Tijdens de gebruiksfase en het reguliere onderhoud is hier weinig invloed op, tenzij er aanvullende inspanningen worden geleverd. In dat geval is er echter eigenlijk al geen sprake meer van onderhoud. Een en ander is inzichtelijk gemaakt in figuur 15.
Figuur 15: samenspel kwaliteit in de openbare ruimte
Beeldkwaliteit Beeldkwaliteit is een maatstaf die voor veel gebruikers te begrijpen is; het is de kwaliteit die buiten ervaren wordt. Het gebruik van beeldkwaliteit maakt het mogelijk om de kwaliteit -door de ogen van de burger- beter in beeld te krijgen, te definiëren en hierop te sturen. Voor de beeldkwaliteit is gebruik gemaakt van landelijke genormeerde richtlijnen (Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2023) van het CROW (Kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur). In deze richtlijn zijn een vijftal niveaus te onderscheiden; zogenaamde beeldkwaliteitsniveaus. De niveaus definiëren de ambitie voor het beheer in de openbare ruimte en beschrijven het beeld dat hierbij behoort. De volgende figuur beschrijft in hoofdlijn de verschillende beeldkwaliteitsniveaus en geeft een beknopte globale toelichting op de bijbehorende kwaliteit.
15
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Kwaliteitsniveau
Omschrijving
A+
Zeer hoog
A
Hoog
B
Basis
C
Laag
D
Zeer laag
Indicatie kwaliteit Nagenoeg ongeschonden Zeer schoon; geen zwerfafval, bladeren of onkruid, visitekaartje. Mooi en comfortabel Goed verzorgd en onderhouden; schoon, weinig zwerfafval of onkruid. Er zijn maar weinig op- en aanmerkingen. Functioneel Redelijk onderhouden omgeving. Basis is gericht op het instandhouden op langere termijn. Er wordt geen achterstand opgebouwd. Kan een sobere uitstraling hebben. Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder Structurele achterstand in onderhoud maar geen ernstige schades. Kan betekenen dat de levensduur van voorzieningen korter is dan bij een niveau Basis. Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkstelling of sociale onveiligheid Structurele, ernstige, niet herstelbare schade en achterstand. Zeer vuil, volledig versleten en onveilig. Ingrijpen is direct noodzakelijk.
Figuur 16: beeldkwaliteitsniveaus
Beleidskaders Het huidige beleid rond het beheer van de kapitaalgoederen is vormgegeven vanaf 2016. De aanzet hiervoor is te vinden in de ‘Beheerplan Kapitaalgoederen 2016-2025. In aanvulling hierop zijn er voor riolering afzonderlijke beleidsplannen opgesteld. Verder heeft de gemeenteraad het Programma Stedelijk water en Riolering (PSWR) 2022-2027 vastgesteld. In 2016 is door de gemeenteraad besloten om de openbare ruimte minimaal verantwoord te onderhouden. In de toelichting van het kwaliteitsniveau is beschreven dat dit overeenkomst met CROW-norm ‘B’ (basis). In de thema-avond van 14 april 2025 is voorgesteld om dit kwaliteitskader voor de periode van dit Beheerplan Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2026-2035 toe te passen. Figuur 17 geeft een overzicht van het vastgestelde beleid dat betrekking heeft op het beheer van de openbare ruimte. De stukken zijn vastgesteld in de gemeenteraad. Algemeen
Wanneer vastgesteld?
Programma Stedelijk water en Riolering (PSWR) 2025-2027
17-12-2024
Groen, reiniging en spelen Beleidsnota speelruimte
05-09-2012
Beheerparagraaf BIO diversiteit
17-06-2020
Omgevingsprogramma bomen
26-10-2021
Deelvisie Groen-Blauw 2040
10-11-2025
Verkeer Verkeersplan 2025-2035
25-11-2025
Parkeer- en Verkeersontwikkelplan
21-02-2023
Figuur 17: overzicht beleid beheer openbare ruimte
16
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Voor een aantal onderdelen in de openbare ruimte is geen specifiek beleid vastgesteld en wordt voor het onderhoud het criterium ‘Veiligheid’ als uitgangspunt gehanteerd. Daarbij is er sprake van minimaal verantwoord beheer. Domain
Beeldkwaliteit
Groen en Reiniging Speeltoestellen en straatmeubilair Wegmeubilair Verkeerskundig Meubilair Watergangen Beschoeiingen Civiele Kunstwerken Openbare Verlichting Wegen Begraafplaatsen Figuur 18: beheerkaders openbare ruimte
Veilig / functioneel
x x x x x x x x x x
Relevante wetgeving Gemeentewet en het Bbv Naast de praktische aanleiding voor het hebben van beheerplannen, is er ook een wettelijke grondslag. De Gemeentewet schrijft voor dat gemeenten een begroting, meerjarenraming, jaarrekening en jaarverslag maken. De wet geeft enkele vereisten waaraan de genoemde documenten dienen te voldoen. Artikel 189 van de Gemeentewet bepaalt dat de begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, het jaarverslag en de jaarrekening van gemeenten voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven regels. Vanaf begrotingsjaar 2004 geldt hiervoor het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (Bbv). In het Bbv staat onder meer aangegeven dat: • In de begroting en jaarrekening een paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ moet worden opgenomen en dat deze paragraaf tenminste de onderdelen wegen, riolering, water, groen en gebouwen dient te bevatten. Hiermee legt het college zijn verantwoording af naar de gemeenteraad en de Provincie Noord-Holland als toezichthouder; • Van deze onderdelen in ieder geval het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting moeten worden beschreven.
Een uitvoeriger overzicht van relevante artikelen uit het Bbv is opgenomen in bijlage 2: relevante bepalingen uit het besluit begroting en verantwoording (bbv). De provincie ziet toe op de naleving van het Bbv en heeft daarbij een toetsende rol. Daarbij zijn de volgende aandachtspunten benoemd: • De haalbaarheid en concreetheid van bezuinigingsmaatregelen/ taakstellingen; • Overzicht incidentele baten en lasten (uitsplitsing noodzakelijk, meerjarig inzichtelijk); • Achterstanden (en beperkende maatregelen) onderhoud kapitaalgoederen; • Aanwezigheid beheerplannen.
17
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Nieuw Burgerlijk Wetboek Als eigenaar en beheerder van de openbare ruimte is de gemeente verantwoordelijk voor het instandhouden ervan. Het verval van kapitaalgoederen leidt tot gebreken, wat bij gebruikers kan leiden tot ongevallen met letsel en/of schades aan eigendommen. Dit kan leiden tot aansprakelijkheid bij schade. Op grond van het Nieuw Burgerlijk Wetboek kan de beheerder hierbij wettelijk aansprakelijk worden gesteld als gevolg van gebreken: 1. Aan het gebied (het gebied voldoet niet aan de eisen die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag verbinden); 2. Op het gebied (voorwerpen of substanties die niet in het gebied thuishoren en leiden tot gevaarlijke situaties). In veel gevallen van aansprakelijkheid dient de beheerder aantoonbaar te maken dat zij invulling geeft aan haar zorgplicht en (navolgbaar) planmatig beheer voert. Het hebben van beleid en beheerplannen geeft (deels) invulling aan deze behoefte. Indien er sprake is van schade aan een gebied wordt beroep gedaan op de risicoaansprakelijkheid, bij schade op het gebied op de schuldaansprakelijkheid. De basis voor de wettelijke aansprakelijkheid ligt in het Nieuw Burgerlijk Wetboek (wetsartikelen 6:162 en 6:174).
Aansprakelijkheid wordt hieronder verder toegelicht aan de hand van wegbeheer: Voorbeeld risicoaansprakelijkheid voor gebreken aan de weg: artikel 6:174 BW Er is sprake van een gebrek aan de weg wanneer een weg niet voldoet aan de eisen die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen en er daardoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Dit heeft betrekking op zowel het weglichaam als de weguitrusting. Om te kunnen beoordelen of sprake is van een gebrek, moeten alle relevante omstandigheden in de beoordeling worden meegenomen. Ook de aard van het object speelt een rol. Aan een grote doorgaande weg mogen hogere eisen worden gesteld dan aan een rustige weg in een buitengebied. De wegbeheerder moet rekening houden met het gegeven dat niet alle weggebruikers de nodige oplettendheid en voorzichtigheid in acht nemen. Een gewijzigde verkeerssituatie moet duidelijk worden aangegeven. Anderzijds mag van weggebruikers worden verwacht dat zij rekening houden met het feit dat een wegdek niet steeds in een perfecte staat verkeert. Een wegbeheerder is aansprakelijk voor schade als gevolg van een gebrek, ook al was hij niet op de hoogte van het gebrek. Ook als het gebrek ontstaat door een fout van een aannemer, is de wegbeheerder aansprakelijk. Bij de aansprakelijkheid zit een tenzij-clausule.
Dit houdt onder meer in dat de wegbeheerder niet aansprakelijk is als er een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. Een voorbeeld hiervan is een verzakking in een goed onderhouden de weg door extreme regenval, waar op vrijwel hetzelfde moment een automobilist in rijdt. Een beroep op de tenzij-clausule moet goed onderbouwd worden. De rechter beoordeelt hoeveel tijd er tussen het ontstaan van het gebrek en de schade mag liggen. Voorbeeld schuldaansprakelijkheid voor gebreken op de weg: artikel 6:162 BW Als praktische vuistregel (dus niet voor alle situaties!) geldt dat wanneer de schade het gevolg is van losse voorwerpen of substanties op de weg, die geen onderdeel van de weg zijn, er sprake kan zijn van schuldaansprakelijkheid. Denk hierbij aan bladeren, zand, olie, grind, maar ook aan sneeuw, ijzel en afgevallen lading. De gedupeerde moet aantonen dat de wegbeheerder tekort is geschoten in zijn zorgplicht om de weg naar behoren te onderhouden. Wanneer de wegbeheerder kan aantonen dat hij niet op de hoogte was en had kunnen zijn van de betreffende situatie, komt de aansprakelijkheid te vervallen. De wegbeheerder heeft een zorgplicht om regelmatig controle uit te voeren. Deze moet bij voorkeur zijn vastgelegd om zich erop te kunnen beroepen.
18
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Milieuwetgeving: Wet milieubeheer, Wet bodembescherming De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet. Deze wet bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. De belangrijkste instrumenten zijn milieuplannen en milieuprogramma's, milieukwaliteitseisen, vergunningen, algemene regels en handhaving. Ook bevat de wet de regels voor financiële instrumenten, zoals heffingen, bijdragen en schadevergoedingen. De Wet bodembescherming (Wbb) beoogt een effectieve bescherming te bieden voor de bodem en het zich daarin bevindende grondwater. Enerzijds bevat deze wet bepalingen ter regulering van handelingen die een bedreiging vormen voor de bodem en het grondwater. Anderzijds moeten bestaande verontreinigingen worden aangepakt en gesaneerd of beheerd. Zowel de Wm als de Wbb zijn relevant voor het beheer van de openbare ruimte. Er worden eisen gesteld aan zowel uitvoeringsmethoden als materialisatie. In alle gevallen met als doelstelling om milieuverontreinigingen uit te sluiten dan wel te minimaliseren.
Omgevingswet De Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 zijn per 1 januari 2017 samengevoegd in de Wet natuurbescherming. Deze wet had als doel de bescherming en het behoud van een gunstige staat van instandhouding van in het wild levende plant- en diersoorten te waarborgen. De Natuurbeschermingswet is sinds 1 januari 2024 vervangen door de Omgevingswet. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet bundelt en vereenvoudigt een groot aantal bestaande wetten en regels voor de fysieke leefomgeving, met als doel om het beheer, de bescherming en de ontwikkeling van die leefomgeving beter op elkaar af te stemmen. Onder de Omgevingswet zijn diverse voormalige wetten samengevoegd, waaronder de Wet natuurbescherming (Wnb). De bepalingen uit de Wnb zijn nu geïntegreerd in het stelsel van de Omgevingswet en de daarbij behorende onderliggende besluiten, zoals het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit. Dit betekent dat de bescherming van natuurgebieden, soorten en houtopstanden voortaan onderdeel is van één samenhangend wettelijk kader. In plaats van afzonderlijke vergunningen of meldingen op grond van de Wet natuurbescherming, worden deze nu geregeld via de omgevingsvergunning of via algemene regels binnen de Omgevingswet.
De Omgevingswet heeft gevolgen voor het beheer van de openbare ruimte. De wet bundelt diverse wetten en regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en maakt het mogelijk voor gemeenten om maatwerk te leveren en de openbare ruimte op een integrale manier te beheren waarbij verschillende aspecten zoals inrichting, beheer en gebruik met elkaar in verband worden gebracht. De wet stimuleert overheden en initiatiefnemers om samen te werken aan een gezonde en veilige leefomgeving, ook in de openbare ruimte. Ook maakt de wet het mogelijk om kosten voor bijvoorbeeld de aanleg van voorzieningen in de openbare ruimte te verhalen op initiatiefnemers die profiteren van deze voorzieningen.
19
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) De Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON), voorheen bekend als de WION (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten), is bedoeld om schade aan kabels en leidingen bij graafwerkzaamheden te voorkomen. De WIBON is sinds 1 juli 2018 van kracht en wordt uitgevoerd door het Kadaster in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Volgens de WIBON zijn gravers (grondroerders) verplicht om vóór elke mechanische grondroering een graafmelding te doen via het Kadaster. Deze verplichting geldt ongeacht de graafdiepte. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (voorheen Agentschap Telecom), onderdeel van het Ministerie van EZK, houdt toezicht op de naleving van deze wet. Gemeenten vallen onder de verplichtingen van de WIBON wanneer zij als grondroerder optreden, bijvoorbeeld bij onderhoudswerkzaamheden. In die gevallen dienen ook zij een graafmelding te doen via het Kadaster. Daarnaast zijn gemeenten veelal ook netbeheerder van ondergrondse infrastructuur, zoals riolering en kabels voor openbare verlichting. Als netbeheerder zijn zij verplicht om actuele, nauwkeurige gegevens over de ligging en aard van deze netten te registreren en tijdig beschikbaar te stellen aan het Kadaster.
Het Kadaster zorgt ervoor dat deze gegevens beschikbaar komen voor de betreffende grondroerders, zodat zij veilig kunnen graven.
Arbeidsomstandighedenwet De overheid stimuleert werkgevers en werknemers om gezond en veilig te werken. De regelgeving hieromtrent is verankerd in de Arbeidsomstandighedenwet (of kortweg Arbowet). De wet bevat regels voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers en zelfstandig ondernemers te bevorderen. Het doel is om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen. De Arbowet is een kaderwet en vormt de basis van de Arbowetgeving. In het Arbobesluit en de Arboregeling zijn concrete regels uitgewerkt waar zowel werkgever als werknemer zich aan moeten houden om arbeidsrisico's tegen te gaan. Voorbeelden daarvan zijn regels over arbozorg, organisatie van het werk, inrichting van arbeidsplaatsen, gevaarlijke stoffen, fysieke belasting en persoonlijke beschermingsmiddelen. Deze regels zijn verplicht. Bij het uitvoeren van onderhouds- of vervangingswerkzaamheden zijn fysieke belasting (zwaar werk), het werken met gevaarlijk materieel en het werken met schadelijke stoffen slechts enkele uitermate relevante voorbeelden. Werkgevers en werknemers dragen daarbij allemaal de verantwoordelijkheid voor een goede uitvoering en omstandigheden.
CE-certificering Sinds 1 juli 2013 zijn alle fabrikanten van bouwproducten, die onder een geharmoniseerde norm vallen, verplicht deze producten van een CE-markering en een prestatieverklaring te voorzien. Enerzijds is het doel daarvan de vrije handel binnen de lidstaten van de Europese Unie te bevorderen terwijl anderzijds de veiligheid in het gebruik van de producten wordt verhoogd. Met een CE-markering garandeert de fabrikant dat een bouwproduct bepaalde prestaties levert. Veel bouwproducten die binnen de Europese Unie op de markt verschijnen, moeten een CEmarkering hebben. Alleen in uitzonderingsgevallen zoals bij ambachtelijke en niet seriematige productie op bestelling, worden fabrikanten vrijgesteld.
20
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Bij het ontbreken van een CE-markering of prestatieverklaring op een bouwproduct waarvoor dat wel verplicht is, mag dat product niet binnen de Europese Economische Ruimte 1 op de markt komen. In die zin is het gebruik van bouwproducten die onder de geharmoniseerde norm vallen dus verplicht. Volgens de Europese Verordening is elk product dat bestemd is om blijvend te worden verwerkt in bouwwerken, een ‘bouwproduct’. Die ruime omschrijving maakt het dat zeer veel producten als ‘bouwproduct’ kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden in de openbare ruimte hiervan zijn: toeslagmaterialen in de wegenbouw, asfaltmengsels, beton- en straatstenen, rioolbuizen en putten, persoonlijke beschermingsmiddelen enz.
Wegenverkeerswet (WVW) De Wegenverkeerswet (WVW) is een Nederlandse wet die regels geeft voor het verkeer op de openbare weg. Het doel is om de verkeersveiligheid te bevorderen, het milieu te beschermen en de orde op de weg te handhaven. De wet geldt voor alle weggebruikers, zoals automobilisten, fietsers en voetgangers. Belangrijke onderdelen zijn het verbod op gevaarlijk rijgedrag, rijden onder invloed en het veroorzaken van ongevallen. Overtredingen kunnen leiden tot boetes, rijontzegging of zelfs gevangenisstraf.
Wegenwet De Wegenwet is een Nederlandse wet die regels geeft over het openbare karakter en het beheer van wegen. Volgens de wet is een weg openbaar als deze door iedereen gebruikt kan worden, of als de weg langer dan 30 jaar onafgebroken voor publiek gebruik toegankelijk is geweest. De Wegenwet bepaalt ook wie verantwoordelijk is voor het beheer van wegen: gemeenten voor gemeentelijke wegen, provincies voor provinciale wegen en het Rijk (via Rijkswaterstaat) voor rijkswegen. Als een weg afgesloten, verlegd of onttrokken wordt aan het openbaar verkeer, moet daarvoor een wettelijke procedure gevolgd worden. De Wegenwet is vooral van belang bij conflicten over het gebruik of de toegankelijkheid van wegen, bijvoorbeeld tussen burgers onderling of tussen burgers en overheden.
LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) De LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) is een gemeentelijke richtlijn waarin alle technische en functionele eisen, uitgangspunten en randvoorwaarden zijn vastgelegd voor het ontwerpen, realiseren, beheren en onderhouden van de openbare ruimte. Het doel is om een openbare ruimte te creëren die veilig, duurzaam, toegankelijk, efficiënt te beheren en visueel uniform is. De LIOR is een praktisch hulpmiddel voor gemeenten om de openbare ruimte op een samenhangende, veilige en duurzame manier in te richten. Het document ondersteunt ontwerpers, beheerders, projectleiders en aannemers bij het vormgeven van straten, pleinen, parken en andere publieke ruimtes. In een LIOR worden keuzes en standaarden vastgelegd voor onder andere bestrating, verlichting, straatmeubilair, groenvoorziening, verkeersveiligheid, toegankelijkheid en waterbeheer. Elke gemeente kan haar eigen LIOR opstellen, afgestemd op lokale ambities en omstandigheden. Op deze manier draagt de LIOR bij aan een aantrekkelijke en functionele leefomgeving, lagere beheerkosten en een hogere tevredenheid onder bewoners en gebruikers van de openbare ruimte.
1
EER, dit zijn alle EU-landen plus Liechtenstein, Noorwegen en IJsland 21
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
CROW- publicaties CROW-publicaties zijn richtlijnen, handboeken en technische documenten die worden uitgegeven door CROW, het Nederlandse kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer. Deze publicaties vormen de standaard voor hoe werkzaamheden in de openbare ruimte worden ontworpen, uitgevoerd en beheerd. Ze bevatten praktische kennis, normen en aanbevelingen voor onder andere wegbeheer, verkeersmaatregelen, parkeren, toegankelijkheid en duurzaam bouwen.
Specifieke wet- of regelgeving Voor de verschillende domeinen kan nog specifieke wet- en regelgeving van toepassing zijn. Deze specifieke wet- en regelgeving is in het deelplan van het betreffende domein opgenomen.
22
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Beheerplannen Opstellen beheerplannen Het opstellen van een beheerplan geschiedt doorgaans aan de hand van een aantal stappen, deze zijn weergegeven in figuur 19 en hieronder toegelicht.
Figuur19: proces vorming beheerplan
23
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Stap 1 | Areaalgegevens “Wat hebben we?” Beheer begint met weten wat je hebt. Zowel kwantitatief als kwalitatief. Zonder gegevens over de hoeveelheid of kwaliteit is het vrijwel onmogelijk om planmatig beheer te voeren. Daarnaast is het uitermate belangrijk om de gegevens actueel te houden. Goed gegevensbeheer en het uitvoeren van inspecties en onderzoeken zijn onontbeerlijk. Stap 2 | Globale toets (aan de kaders) “Welk onderhoud is nodig?” Hierbij worden de areaalgegevens getoetst aan de verschillende actuele kaders. De kaders kunnen verschillend van oorsprong zijn. Voorbeelden daarvan zijn kaders vanuit wet- en regelgeving, onderhoudsrichtlijnen, beleidskaders etc. Voordat de toets plaatsvindt, dienen de kaders op orde te zijn. Stap 3 | (Basis)planning en begroting “Wat zijn vanuit de ideale situatie gezien de planning en de kosten?” De toets uit stap 2 leidt tot een basisplanning en basisbegroting. Dit is feitelijk een overzicht van onderhouds- en vervangingsmaatregelen gezien vanuit de ideale situatie. Stap 4 | Toets aan de werkelijkheid “Wat zijn de planning en kosten rekening houdend met overige randvoorwaarden en wat zijn de effecten?” Het realiseren van het overzicht uit stap 3 is vaak een utopie. Er is onvoldoende budget, te weinig capaciteit of er gelden andere prioriteiten. Ook is een integrale afstemming met andere domeinen op zijn plaats.
Er dient mogelijk te worden geschoven met onderhoudswerkzaamheden. Stap 5 | Budgetplanning en Budgetbegroting De toets aan de werkelijkheid resulteert in een nieuw overzicht met onderhoudswerkzaamheden voorzien van planning en financiële consequenties. Daarnaast wordt de relatie met de kaders gelegd en worden afwijkingen benoemd. Stap 6 | Integraal beheersystematiek Integraal beheer levert efficiëntie op en sluit aan waarbij verschillende aspecten zoals inrichting, beheer en gebruik met elkaar in verband worden gebracht. De onderhouds- of vervangingsopgave van verschillende disciplines worden zoveel mogelijk in hetzelfde jaar uitgevoerd. De financiële gevolgen van de integrale beheersystematiek is gebaseerd op de onderhoudsmaateregelen of vervangingsopgave zonder verandering van functie of herinrichting. Stap 7 | Afstemming portefeuillehouder en financiën “Is er financieel en bestuurlijk draagvlak?” De budgetplanning, budgetbegroting en andere consequenties worden besproken met de verantwoordelijke wethouder. Ook worden de financiële consequenties afgestemd met Financiën. Afwijkingen op structurele budgetten, afwijkingen op (beleids)kaders en (indien van toepassing) keuzemogelijkheden van vervangingen worden besproken.
Stap 8 | Beheerplan en input P&C Op basis van de afstemming uit stap 7 worden de budgetplanning en budgetbegroting vastgesteld en (via een raadsvoorstel, waarbij begroting wordt aangepast) ter besluitvorming gebracht.
24
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Financiële verantwoording In de deelplannen zijn de kosten opgenomen van het beheer van de verschillende kapitaalgoederen uit de openbare ruimte. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt tussen klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingen. De kosten van het klein en groot onderhoud en vervangingen zijn gebaseerd op het prijspeil 1 juli 2025 en zijn excl. BTW. Dit betekent dat onderhoudsbudgetten en vervangingen in de toekomst bijgesteld dienen te worden als gevolg van inflatie en dergelijke. Van de vervangingen zijn tevens de kapitaallasten berekend, aan de hand van de Nota activabeleid 20212. Momenteel wordt daarbij rekening gehouden met een rente van 3,5%. Rentewijzigingen in de toekomst leiden bijstelling in de berekening van de kapitaallasten. Klein en groot onderhoud Voor het klein onderhoud en het groot onderhoud zijn budgetten en de dotatie voor de benodigde voorzieningen opgenomen in de begroting. De bedragen die daarbij horen, komen voort uit de beheerplannen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele budgetten. De kosten van klein en groot onderhoud komen in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie. In de P&C cyclus wordt gerapporteerd op bijzonderheden en afwijkingen ten aanzien van de incidentele en structurele budgetten. Vervangingen De vervanging van objecten in de openbare ruimte is eveneens opgenomen in de beheerplannen.
De kosten van een vervanging komen niet ten laste van het onderhoudsbudget, maar worden apart weergegeven. De vervangingsinvesteringen voor alle domeinen zijn opgenomen in de onderliggende beheerplannen. Conform de Bbv en de ‘Nota activabeleid 2017’ worden alle investeringen als kapitaallasten in de beheerplannen en het meerjarenperspectief van de begrotingscyclus opgenomen. De investeringen leiden dan tot afschrijvingen en rentekosten. Samen vormen deze de kapitaallasten. De afschrijvingen betreffen de jaarlijkse waardevermindering van de investering. Door middel van de afschrijving worden de lasten van de investering uitgespreid over de jaren dat er van de investering gebruik wordt gemaakt. Daarbij wordt voor de afschrijvingstermijn de technische levensduur van het object gehanteerd. De rente betreft het eigen of geleende geld dat bestemd wordt om de investering te financieren. In het jaar van de vervanging wordt een krediet gevormd. De kapitaallasten worden, ingaande in het jaar na de vervanging, ten laste van de exploitatie gebracht3. Bij het bereiken van het eind van de technische levensduur vervalt het object. Daarmee vervallen ook de kapitaallasten. Zodra dit object vervangen wordt, ontstaan weer nieuwe kapitaallasten.
2
Opgemerkt wordt dat het afschrijvingsbeleid en de nota activa momenteel worden herzien. Vanuit de vakafdeling is dit eveneens wenselijk; de gehanteerde afschrijvingstermijnen sluiten niet (meer) aan op de verwachtte technische levensduur. 3 Investeringen kleiner dan €30.000 worden niet geactiveerd maar direct ten laste van de exploitatie gebracht. 25
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Voorbeeldberekening kapitaallasten: 𝑘𝑎𝑝𝑖𝑡𝑎𝑎𝑙𝑙𝑎𝑠𝑡 = 𝑎𝑓𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑣𝑖𝑛𝑔 + 𝑟𝑒𝑛𝑡𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 (𝑟𝑒𝑠𝑡𝑠𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑) 𝐴𝑓𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑣𝑖𝑛𝑔 =
𝑉𝑒𝑟𝑣𝑎𝑛𝑔𝑖𝑛𝑔𝑠𝑘𝑜𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑇𝑒𝑐ℎ𝑛𝑖𝑠𝑐ℎ𝑒 𝑙𝑒𝑣𝑒𝑛𝑠𝑑𝑢𝑢𝑟
𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 = (𝑉𝑒𝑟𝑣𝑎𝑛𝑔𝑖𝑛𝑔𝑠𝑘𝑜𝑠𝑡𝑒𝑛 − 𝑔𝑒𝑑𝑎𝑛𝑒 𝑎𝑓𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑣𝑖𝑛𝑔) ∗ 𝑟𝑒𝑛𝑡𝑒 % Vervangen beschoeiing 1 Vervangingskosten: Technische levensduur: Jaar van uitvoering: rente
€100.000,50 jaar 2026 3,5%
𝐽𝑎𝑎𝑟𝑙𝑖𝑗𝑘𝑠𝑒 𝑎𝑓𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑣𝑖𝑛𝑔 𝑏𝑒𝑠𝑐ℎ𝑜𝑒𝑖𝑖𝑛𝑔 1 =
€ 100.000 50
𝐽𝑎𝑎𝑟𝑙𝑖𝑗𝑘𝑠𝑒 𝑎𝑓𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑣𝑖𝑛𝑔 𝑏𝑒𝑠𝑐ℎ𝑜𝑒𝑖𝑖𝑛𝑔 1 = € 2000 𝑝𝑒𝑟 𝑗𝑎𝑎𝑟 (𝑙𝑜𝑜𝑝𝑡𝑖𝑗𝑑 50 𝑗𝑎𝑎𝑟)
𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑏𝑒𝑠𝑐ℎ𝑜𝑒𝑖𝑖𝑛𝑔 1, 𝑗𝑎𝑎𝑟 1 = (€ 100.000 − 𝟎 ∗ €200) ∗ 3,5% 𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑏𝑒𝑠𝑐ℎ𝑜𝑒𝑖𝑖𝑛𝑔 1, 𝑗𝑎𝑎𝑟 1 = € 3500
𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑏𝑒𝑠𝑐ℎ𝑜𝑒𝑖𝑖𝑛𝑔 1, 𝑗𝑎𝑎𝑟 2 = (€ 100.000 − 𝟏 ∗ € 200) ∗ 3,5% 𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑏𝑒𝑠𝑐ℎ𝑜𝑒𝑖𝑖𝑛𝑔 1, 𝑗𝑎𝑎𝑟 2 = € 3493 etc. etc.
Onderdeel Krediet beschoeiing 1 Afschrijving beschoeiing 1 Rente lasten beschoeiing 1 Kapitaallast beschoeiing 1
Jaar 2026 € 100.000
2027
2028
2029
2030
€ 2000
€ 2000
€ 2000
€ 2000
€ 3500
€ 3493
€ 3486
€ 3479
€ 5500
€ 5493
€ 5486
€ 5479
26
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
In principe worden de vervangingen van alle objecten op deze wijze ten laste van de exploitatie gebracht. Het totaal aan kapitaallasten is daarbij de som van alle afzonderlijke kapitaallasten. Het voorgaande voorbeeld is hieronder aangevuld met een tweede vervanging. Vervangen beschoeiing 1 Vervangingskosten: Technische levensduur: Jaar van uitvoering: rente
€ 100.000 50 jaar 2026 3,5%
𝐽𝑎𝑎𝑟𝑙𝑖𝑗𝑘𝑠𝑒 𝑎𝑓𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑣𝑖𝑛𝑔 𝑏𝑒𝑠𝑐ℎ𝑜𝑒𝑖𝑖𝑛𝑔 2 =
Vervangen beschoeiing 2 Vervangingskosten: Technische levensduur: Jaar van uitvoering: rente
€ 25.000 30 2027 3,5%
€ 25.000 30
𝐽𝑎𝑎𝑟𝑙𝑖𝑗𝑘𝑠𝑒 𝑎𝑓𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑣𝑖𝑛𝑔 𝑏𝑒𝑠𝑐ℎ𝑜𝑒𝑖𝑖𝑛𝑔 2 = € 833 𝑝𝑒𝑟 𝑗𝑎𝑎𝑟 (𝑙𝑜𝑜𝑝𝑡𝑖𝑗𝑑 30 𝑗𝑎𝑎𝑟)
𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑗𝑎𝑎𝑟 1 = (€ 25.000 − 0 ∗ € 833) ∗ 3,5% 𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑗𝑎𝑎𝑟 1 = € 875
𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑗𝑎𝑎𝑟 2 = (€ 25.000 − 1 ∗ 833) ∗ 3,5% 𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑗𝑎𝑎𝑟 1 = € 846 etc. etc.
Onderdeel
Krediet beschoeiing 1 Krediet beschoeiing 2 Afschrijving beschoeiing 1 Rente lasten beschoeiing 1 Afschrijving beschoeiing 2 Rente lasten beschoeiing 2 Cumulatieve kapitaallast
Jaar 2026
2027
2028
2029
2030
€ 2000
€ 2000
€ 2000
€ 2000
€ 3500
€ 3493
€ 3486
€ 3479
€ 833
€ 833
€ 833
€ 875
€ 846
€ 817
€7.201
€7.165
€7.129
€ 100.000 € 25.000
€ 5.500
27
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Relatie beheerplan en de P&C-cyclus Jaarlijks zijn er 4 P&C momenten te onderscheiden, welke zijn opgenomen in figuur 20. Deze momenten worden gebruikt om beleid te maken en daarop te verantwoorden. Tijdens deze cyclus wordt er gerapporteerd op de beheeraspecten vanuit de beheerplannen. Deze zijn opgenomen in figuur 21. Voor het onderhoud betekent dit dat er gerapporteerd wordt op de (structurele) onderhoudsbudgetten. Vervangingen worden bekostigd vanuit kredieten, waar eveneens op gerapporteerd wordt. Daarnaast worden de vervangingen jaarlijks in het meerjarenperspectief van de kadernota en begroting aan de gemeenteraad voorgesteld.
Figuur 20: momenten P&C-cyclus
28
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Figuur 21: beheeraspecten P&C-cyclus
29
Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte Enkhuizen 2026-2035 zaaknummer 539732 definitief 10 december 2025
Beheerplannen In de beheerplannen vindt de uitwerking plaats van het beleidsscenario. In de plannen wordt antwoord gegeven op de vragen zoals ‘’waar?’’ en ‘’wanneer?’’. Werkzaamheden worden in maatregelen, risico’s, tijd en kosten gespecificeerd en in onderlinge samenhang, met andere relevante domeinen, beoordeeld. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt tussen klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Ook wordt er in de beheerplannen ingegaan op de (kwaliteits)ontwikkelingen binnen het domein en wordt gereflecteerd op de (beleids)kaders. De output van de beheerplannen vormen de input voor de P&C cyclus. Om te kunnen voldoen aan de (kwalitatieve) sturingsbehoefte van de raad, en de (financiële) verantwoordingsverplichtingen vanuit het Bbv en het toezicht hierop van de provincie, is het van belang dat de beheerplannen (en ook het beleidsplan) actueel worden gehouden. De beheerplannen worden geactualiseerd op basis van recente inspectieresultaten en de juiste hoeveelheid aan areaal. Met actuele kwaliteitsgegevens is het mogelijk om kwaliteit gestuurd planmatig beheer te voeren (figuur 22).
Figuur 22: inspecties en onderzoeken leveren kwaliteitsgegevens. Kwaliteitsgegevens zijn van belang voor het bepalen van onderhoudsmaatregelen en het garanderen van kwaliteitgestuurd beheer.
30
Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Het beheerplan wordt geraadpleegd of gebruikt door verschillende betrokkenen bij het beheer van de openbare ruimte. In verband hiermee is het nodig om enkele begrippen uit te leggen op een manier die voor iedereen begrijpelijk is. Met de kennis van de begrippen is het beheerplan en deelplannen optimaal begrijpelijk. Beheren
Beheren is de zorg en verantwoordelijkheid hebben van iets. In dit geval van (objecten in) de openbare ruimte. Om de objecten in stand te kunnen houden en daarbij invulling te kunnen geven aan de strategische doelen is het nodig om te weten wat je hebt en wat de kwaliteit ervan is. Het hebben en actueel houden van areaalkennis, gegevensbestanden, draaiboeken voor incidenten en calamiteiten, onderhoudsstrategieën en uitvoeringscontracten zijn een wezenlijk onderdeel van beheer. Beheren is een samenspel tussen verschillende beheerdisciplines en organisatieonderdelen. Van juridische zaken, vergunningverlening tot handhaving bij schade. Beleidskader
Door de gemeenteraad vastgestelde eisen voor het beheer van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte. De eisen hebben een strategisch karakter. Daarbij draait het om gewenste resultaten en effecten, met relevante vragen zoals “Wat wil ik en waarom?”. Onderhoud
Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat te houden of te brengen (op een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau). Onderhoud kan worden onderscheiden in groot onderhoud en klein onderhoud. Zodra onderhoud niet meer rendabel is wordt overgegaan tot vervanging. Klein onderhoud Dit is het dagelijks terugkerende onderhoud als maaien, hagen knippen, vegen, onkruid verwijderen en dergelijke. Het klein onderhoud heeft een grote invloed op de zichtbare kwaliteit van de openbare ruimte. Het heeft als doel om de beeldkwaliteit in stand te houden en om de beoogde levensduur te behalen. Klein onderhoud kan vergeleken worden met het regelmatig wassen van een auto, of het bijvullen van de motor met olie. Klein onderhoud is niet levensduur verlengend waardoor de kosten in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie komen (en mogen dus niet worden geactiveerd). Groot onderhoud Dit is onderhoud dat eens in de zoveel tijd uitgevoerd wordt, met vaak een interval van meerdere jaren. Voorbeelden hiervan zijn het herstraten van voetpaden en schilderen van speeltoestellen.
Het groot onderhoud heeft eveneens als doel om de beoogde levensduur te behalen, echter is het onderhoud ook relevant voor het functioneel en veilig gebruik van de openbare ruimte. Op basis van inspecties, onderzoeken en theoretische cyclische maatregelen wordt de omvang van groot onderhoud bepaald. Groot onderhoud wordt in beheerplannen verwerkt, om inzicht te krijgen in de te nemen maatregelen en bijbehorende kosten over meerdere jaren. Groot onderhoud kan vergeleken worden met het wegbrengen van de auto voor een grote beurt. Groot onderhoud is niet levensduur verlengend waardoor de kosten in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie komen (en mogen dus niet worden geactiveerd). Achterstallig onderhoud Achterstallig onderhoud is niet op tijd uitgevoerd onderhoud, waardoor een onderhoudsrichtlijn is overschreden en niet meer voldaan wordt aan (beleids)kaders zoals netheid, functionaliteit of veiligheid. Hierdoor kan (blijvende) schade ontstaan aan een of meerdere onderdelen van de constructie of een aangrenzende constructie (kapitaalvernietiging). Ook zijn ontstaan er mogelijk nadelige effecten voor de gebruiker van de openbare ruimte. Achterstallig onderhoud kan ontstaan door lagere uitgaven voor het desbetreffende kapitaalgoed in het verleden. Achterstallig onderhoud is niets vreemds.