B1. Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ETFAL-motivering Afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een nieuwe sportaccommodatie SV Enkhuizen – Sportpark Immerhorn – Enkhuizen
Initiatiefnemer: SV Enkhuizen namens de gemeente Enkhuizen Procedure: Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) – Afwijking omgevingsplan Opgesteld door: Kem Veenstra (sportvereniging Enkhuizen) / Architectenbureau Gijs Kramer / Marcel Smalheer (Smalheer Bouwadvies) Datum: 14-4-2026 (versie 1.3) 1
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Leeswijzer 1.2 Aanleiding 1.2 Ligging projectgebied 1.3 Planologische regeling 2. Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Beschrijving van de ontwikkeling 3. Participatie 4. Beleidskader 4.1 Algemeen 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 5. Omgevingsaspecten 5.1 Verkeer en parkeren 5.2 Bodem 5.3 Geluid 5.4 Water 5.5 Luchtkwaliteit 5.6 Flora en Fauna 5.7 Archeologie en cultuurhistorie 5.8 Kabels en leidingen 5.9 Externe veiligheid 5.10 MER (milieu effect rapportage) 5.11 Duurzaamheid en gezondheid 6. Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 7. Afweging en conclusie
3 3 3 4 6 7 10 12 12 13 15 17 17 17 18 19 20 21 21 22 22 22 24 24 25
Bijlagen 1. Presentatie en tekeningen Architect Gijs Kramer d.d. 20-1-2026 2. Participatieverslag Gijs Kramer d.d. 20-1-2026 3. Verslag commissie ARK – Mooi Noord Holland nr. 25070001 4. Verkennend bodemonderzoek (Vlam Bodem Advies) d.d. 13-11-2025 5. Mobiliteitstoets rapportdatum 19-11-2020 (Witteveen+Bos i.s.m. Rho Adviseurs) 6. Stikstofonderzoek / AERIUS berekening van (Stikstofberekenen.nl) d.d. 16-3-2026 7. QuickScan Flora & Fauna van Groenadvies Amsterdam d.d. 16-12-2025 8. QuickScan Archeologie - Archeologie West-Friesland - d.d. 17-02-2026
Versie 1.0
Opgesteld en ingediend bij aanvraag omgevingsvergunning
Versie 1.1
Aanpassing paragraaf 5.3 Geluid.
Versie 1.2
Tekstuele aanpassingen verwerkt.
Versie 1.3
Toevoeging provinciaal beleid
2
1. Inleiding 1.1 Leeswijzer In Hoofdstuk 1 is een beknopte omschrijving opgenomen en de aanleiding tot het project beschreven. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie en de gewenste ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 word de participatie beschreven. In hoofdstuk 4 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 6 wordt economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Tot slot worden in hoofdstuk 7 een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing weergegeven. Voor specifieke onderzoeken van derden worden verwijzingen gemaakt naar de betreffende rapportage welke zijn opgenomen in de bijlagen van dit rapport. 1.2 Aanleiding De gemeente Enkhuizen en sportvereniging (s.v.) Enkhuizen willen gezamenlijk een nieuwe sportaccommodatie realiseren op sportpark Immerhorn waar s.v. Enkhuizen, de middelbare school R.S.G. Enkhuizen en andere verenigingen gezamenlijk gebruik van gaan maken. Hiertoe heeft de gemeente Enkhuizen het bouwheerschap gedelegeerd aan de grootste gebruiker van het sportpark; de s.v. Enkhuizen (voetbalvereniging). De aanleiding van deze nieuwbouw zijn de sterk verouderde accommodaties op het sportpark.
De nieuw te realiseren accommodatie zal voorzien in de behoefte van kleedkamers, ondersteunende ruimten en een kantine. Het bouwen van deze nieuwe accommodatie is op basis van het geldende bestemmingsplan/omgevingsplan mogelijke omdat de gewenste locatie de enkelbestemming 'Sport' bezit en de daarbij benodigde faciliteiten en gebouwen, echter wordt de gewenste locatie voor de nieuwbouw niet aangemerkt als bouwvlak en wordt de maximale gebouwhoogte middels het voorliggende ontwerp voor deze sportaccommodatie overschreden. Voor het project is onder andere een omgevingsvergunning nodig voor het afwijken van het bestemmingsplan. Bij het aanvragen van een dergelijke vergunning moet worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Met dit document wordt gemotiveerd dat het initiatief vanuit ruimtelijk, beleidsmatig en maatschappelijk oogpunt aanvaardbaar is. De sportvereniging Enkhuizen (voetbalvereniging), is in 2021 ontstaan door de fusie van verenigingen Dindua en West-Frisia. Beide verenigingen opereerden decennia lang naast elkaar op het sportpark Immerhorn. De noordelijk gelegen vereniging West-Frisia omvatte een kantine, 5 velden en een kleedkamer blok. De zuidelijk gelegen vereniging Dindua had een vergelijkbaar gebruik met 4 velden en een aangrenzende bebouwing van korfbalvereniging DTS.
In het recente verleden (2015) zijn er ontwikkelingen geweest voor de verenigingen (toen nog met een hockeyclub) waarbij er diverse kunstgrasvelden zijn gerealiseerd. Na de fusie van de voetbalverenigingen is er voor gekozen om de accommodatie van voorheen Dindua - vanwege de grootte en de net iets betere technische staat - te betrekken als hoofdverblijf (kantine en kleedkamers). Tevens, zijn de van voorheen door West-Frisia gebruikte kleedkamers (noordelijk gelegen op het complex) ook in gebruik. Kort na die fusie is de kantine van West-Frisia gesloopt, evenzo de tribune aan het toenmalige hoofdveld. De accommodaties staan verspreid over het sportpark en bovenal in verouderde staat. Deze door de gemeenteraad van Enkhuizen jarenlange gekoesterde fusie van beide voetbalverenigingen was voorwaarde voor de zeer noodzakelijke vervanging van de versnipperde sportgebouwen. De korfbalvereniging DTS gaat zelfstandig verder en heeft haar eigen faciliteiten op het sportpark Na de fusie is er door Gemeente Enkhuizen en sv Enkhuizen gezamenlijk hard gewerkt om invulling te geven aan de herinrichting van het sportpark Immerhorn en de noodzakelijk nieuwe sportaccommodatie voor s.v. Enkhuizen. De gemeenteraad Enkhuizen heeft op 26 maart 2024 unaniem besloten voor herbestemming van de vrijgemaakte middelen zodat een toekomstbestendige sportvoorziening kan worden gerealiseerd.
Hierbij is het bouwheerschap gedelegeerd aan de s.v. Enkhuizen, welke sinds 2024 de middelen heeft verkregen voor een concrete ontwerpfase voor nieuwe accommodatie.
3
1.3 ligging projectgebied Enkhuizen is gelegen aan het IJsselmeer. Het projectgebied ligt in het buitendijkse gebied in het oosten van Enkhuizen. De nieuwe accommodatie zal centraal op sportpark Immerhorn worden gerealiseerd in de zone welke thans groenvoorziening en gedeeltelijk voetbalveld is. Ten noorden van het projectgebied ligt de camping Enkhuizerzand en een deel van vakantiepark EuroParcs Het projectgebied wordt aan de oostzijde ontsloten door de Immerhornweg en aan de west- en zuidzijde door het dijklichaam. De ligging van het projectgebied is weergegeven op figuur 1.1, met centraal vermeld “s.v. Enkhuizen”.
Figuur 1.1: Ligging van het projectgebied/sportpark 1.4 Planologische regeling Voor het projectgebied geldt het Bestemmingsplan Enkhuizerzand en IJsselmeergebied, dat is vastgesteld op 20 December 2012. In figuur 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Volgens het vigerende omgevingsplan heeft het plangebied een sportbestemming. •
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: •
sport- en speelterreinen;
•
aan de in a genoemde functie gerelateerde activiteiten zoals ondersteunende horeca *horecabedrijf categorie 1 en beheers voorzieningen;
4
•
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en toegangswegen.
Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: •
•
•
Gebouwen en overkappingen •
gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd;
•
de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m) aangegeven bouwhoogte.
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde •
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m;
•
de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 10 m;
•
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in bouwwerken geen gebouwen en overkappingen zijnde onder b en hogere lichtmasten toestaan, mits geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat van woningen in de omgeving en aan landschappelijke en cultuurhistorische waarden. De voorgenomen ontwikkeling wijkt af op de volgende onderdelen: •
•
Bouwvlak: De locatie van de nieuw te bouwen accommodatie bezit geen bouwvlak. De vergunningverlener word verzocht deze afwijking te legaliseren. In de uitwerking is een groter bouwvlak aangeduid, om ook eventuele toekomstige uitbreidingen aan de accommodatie mogelijk te maken, Toegestane bouwhoogte: De nieuw te realiseren accommodatie overschrijd de toegestane bouwhoogte vanwege stapeling in functies is een bouwhoogte van 8 meter wenselijk (het uitgewerkte plan gaat uit van 7,7 meter). Zie tevens de aanzicht tekeningen van Architect Gijs Kramer in bijlage 1. De vergunningverlener word verzocht deze hoogteoverschrijding te vergunnen.
Voor deze afwijkingen is een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) procedure vereist.
Figuur 1.2 uitsnede bestemmingsplan 5
2. Planbeschrijving Dit hoofdstuk beschrijft de huidige en gewenste situatie in het projectgebied. De gewenste situatie is het uitgangspunt voor de te verlenen omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van de eerder genoemde sportaccommodatie en moet op een goede manier in de huidige situatie worden ingepast. 2.1 Huidige situatie Het projectgebied ligt in het buitendijkse gebied Enkhuizerzand ten oosten van Enkhuizen. De locatie ligt aangrenzend aan het recreatieterrein van EuroParcs en wordt begrenst door hoog opgaande beplanting (bomen). Het projectgebied wordt ontsloten door de Immerhornweg. Ten westen van het projectgebied ligt achter de dijk een woonwijk. Ten zuiden van het projectgebied is pretpark Sprookjeswonderland gevestigd. De bestaande situatie van het projectgebied en haar omgeving is weergegeven in figuur 1.1 waarbij in onderstaande figuur 2.1. een meer gedetailleerde uitsnede van de bestaande situatie op het sportpark.
Figuur 2.1 uitsnede bestaande situatie sportpark Immerhorn De omgeving kenmerkt zich door: sport- en recreatief gebruik, groenstructuren, beperkte nabijheid van woonbebouwing. De locatie is reeds in gebruik voor sportdoeleinden en bebouwing, waardoor de ontwikkeling past binnen het bestaande ruimtelijke karakter en bestemming van het gebied.
6
s.v. Enkhuizen met circa 1200 leden is een lokaal sterk verankerde sportvereniging met een belangrijke maatschappelijke functie. De bestaande accommodaties op Sportpark Immerhorn zijn verouderd en voldoen niet meer aan de huidige eisen ten aanzien van: bouwtechnische kwaliteit, veiligheid, toegankelijkheid en duurzaamheid. Het doel van het initiatief is het realiseren van een toekomstbestendige, duurzame en multifunctionele sportaccommodatie die aansluit bij de groei en ambities van de vereniging en bijdraagt aan sportparticipatie en sociale cohesie binnen Enkhuizen. 2.2 Beschrijving van de ontwikkeling Onderstaande afbeelding (figuur 2.2) toont een uitsnede van de nieuwe situatie waarin centraal gelegen de nieuwe locatie van de nieuw te bouwen accommodatie nadrukkelijk naar voren komt. In bijlage 1 is een presentatie van het ontwerp weergegeven van Architectenbureau Gijs Kramer. In deze presentatie vind u tevens een nadere toelichting op de locatie en het ontwerpproces. Ook bevat deze presentatie een aantal tekeningen en verbeeldingen van het plan. In 2024 is er uitvoerig onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een nieuw te realiseren accommodatie op het sportpark. Onderdeel van deze onderzoeken zijn de mogelijke locaties op het sportpark geweest.
Diverse opties zijn onderzocht waarbij de verschillende locaties middels een SWOT analyse afgewogen om te komen tot een meest ideale locatie op het complex. Om de huidige versnippering van accommodaties te veranderen naar één multifunctioneel complex is er ook voor gekozen om de bouwlagen (functies) te stapelen. Op deze manier word zo efficiënt mogelijk omgegaan met ruimte gebruik draagt dit – met zicht op de velden - bij aan een optimale ervaring en sportbeleving. Een van de argumenten om een geheel nieuwe locatie te selecteren is dat er niet eerst dient te worden gesloopt, waarbij er een periode van geen beschikbaarheid van accommodaties ontstaat. De vereniging en de RSG voor het lichamelijk onderwijs kunnen de activiteiten continueren gedurende de realisatie fase. Hierdoor zijn er ook geen extra kosten voor verhuizing naar tijdelijke huisvestiging en/of huur-accommodaties. Tevens zijn de bestaande , afzonderlijke locaties van bebouwing te beperkt in oppervlakte voor één centraal gebouw. De gemeente Enkhuizen heeft reeds ingestemd met het Met het voorlopig ontwerp en het investeringsbudget. Om de nieuwe accommodatie mogelijk te maken zal het noordelijke natuurgrasveld van de nieuwe locatie verder opschuiven in noordelijke richting. Ten zuiden van de nieuw accommodatie ligt een kunstgras veld, hier vinden geen wijzigingen aan plaats.
Het verleggen/verdraaien van het natuurgrasveld is onderdeel van de ontwikkeling.
7
Figuur 2.2: situatietekening gewenste situatie met de nieuwe accommodatie centraal op het sportpark Het plan voorziet in: •
een nieuw, duurzaam, centraal gelegen clubgebouw met kleedkamers, kantine, ondersteunende- en opslagruimten,
•
een publieksvoorzieningen (terras en tribune) naar het zuidelijke kunstgrasveld (hoofdveld),
•
verbetering van de inrichting op het sportpark ten behoeve van verkeersstromen en of hulpdiensten,
•
landschappelijke inpassing en vergroening (herplant plicht van bomen en groen).
Geen onderdeel van het plan is de sloop van de bestaande opstallen. Hiervoor word later in overleg met de gemeente Enkhuizen een nader plan uitgewerkt. Het ligt voor de hand dat deze gedateerde bebouwing welke na de nieuwbouw geen functie meer heeft word gesloopt, maar mogelijk dat dit ook anders kan worden aangewend. De sloop vind later pas plaats, enerzijds omdat de bestaande voorzieningen dienst moeten blijven doen tot dat de nieuwe accommodatie in gebruik is genomen, anderzijds omdat er sprake is van gedeeltelijke sloop vanwege aangrenzende vereniging DTS met haar accommodatie. Tevens kunnen faciliteiten (gedeeltelijk) nog anders aangewend worden op het sportpark. Hierover word later beslist door de eigenaar (gemeente Enkhuizen).
8
Afbeelding 2.3 toont een 3D impressie van het definitief ontwerp in haar omgeving (zicht richting het noorden). Een uitgebreidere presentatie van het ontwerp met meer verbeeldingen is te vinden in bijlage 1.
Figuur 2.3: artist impressie nieuwe accommodatie sv Enkhuizen
9
3. Participatie De plannen hebben mogelijk een effect op de omgeving en gebruikers van de ruimte en om die reden dient het opstellen van bouwplannen zorgvuldig te gebeuren. In dat kader is het van belang dat er vooroverleg met betrokken instanties, burgers en maatschappelijke organisatie plaatsvindt. Op deze manier kunnen in een vroeg stadium knelpunten, belangen en verbeterpunten worden gesignaleerd. De initiatiefnemer heeft op meerdere momenten participanten betrokken in de ontwikkeling van de nieuwe accommodatie. Tevens heeft de vereniging via haar website en sociale media 3D animaties van het ontwerp gepubliceerd. In de aanvraag omgevingsvergunning en in bijlage 2 is een participatieverslag opgenomen opgesteld door de architectenbureau Gijs Kramer. De belangrijkste onderdelen daarin zijn; 1. Informatiebijeenkomst leden Op 7 april 2025 is er een Bijzondere Algemene Leden Vergadering (BALV) georganiseerd voor alle leden van s.v. Enkhuizen. Deze bestond grotendeels uit het presenteren en informeren van de beoogde ontwikkelingen voor een nieuwe sportaccommodatie. Aanwezige leden konden na afloop van de presentatie vragen of opmerkingen delen met de architect en projectgroep. Na afloop vond er een stemgang plaats om het bestuur mandaat te geven om de ontwikkeling van de sportaccommodatie door te zetten. Alle leden stemden unaniem voor het plan en de verdere uitwerking.
De uitgenodigde: - Alle leden van s.v. Enkhuizen - Opkomst ongeveer 80/1100 personen 2. Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit Op 7 juli 2025 is het ontwerp als pre-advies behandeld door de Advies Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De architect heeft een toelichting gegeven op het ontwerp. De commissie spreekt haar waardering uit voor het plan en heeft enkele aanvullende vragen. In dit pre-advies gaat de commissie akkoord op hoofdlijnen. Het advies van de commissie ARK is te vinden in bijlage 3. Ze kijkt met belangstelling uit naar het nader uitgewerkte plan. Het verslag van de adviescommissie 7-7-2025 is ook als bijlage ingediend bij de omgevingsvergunningsaanvraag. Op 12 Februari 2026 is het nader uitgewerkte plan (definitief ontwerp) behandeld door de Advies Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De adviescommissie geeft haar akkoord in de commissievergadering van 12-2-2026. 3. participatiebijeenkomst omwonenden en belanghebbenden Op 22 december 2025 is er vanuit de gemeente Enkhuizen en de sv Enkhuizen een brief verzonden naar de direct omwonende en of belanghebbenden van Sportpark Immerhorn, met daarin een uitnodiging tot een informatiebijeenkomst betreffende de beoogde ontwikkelingen van een nieuwe verenigingsaccommodatie voor s.v. Enkhuizen. De genodigden: - D.T.S. (korfbalvereniging) en medegebruiker op het sportpark.
- Sprookjeswonderland - Zuiderzeemuseum - Reddingsbrigade Enkhuizen - Hertenkamp - Strandpaviljoen Bohemian Beach - Camping - EuroParcs Enkhuizen - SED – Gemeente Enkhuizen ( voorzitter van het Stakeholders overleg REZ ) - De leef- en woonbegeleider van het ‘Oekraïne’ dorp - De gemeentelijke Projectleider onder wie ‘Oekraïne’ dorp valt. - Bewoners/gebruikers van het ‘Oekraïne’ dorp - Gerrit Stapelstraat bewoners: nr. 1 t/m 42 - Asterstraat bewoners: nr. 2 t/m 8 - Opkomst: 2/60 personen (getekende lijst van aanwezigen is bij initiatiefnemer in bezit, maar vanwege privacy niet als bijlage toegevoegd aan dit verslag)
10
De informatiebijeenkomst werd gehouden op woensdag 14 januari 2026 van 19.30 tot 20.30, in de huidige kantine van s.v. Enkhuizen op Sportpark Immerhorn. Deze avond werd door 2 personen bezocht, inclusief vertegenwoordigers van de initiatiefnemer en architect. Er werd een toelichting gegeven door de architect en er was ruimte tot het stellen van vragen. Hieronder volgt een samenvatting met antwoorden: Algemene opmerkingen door allen: Het is een mooi ontwerp en wij vinden het een aanwinst voor de voetbalvereniging. Ze wensen de vereniging veel succes met de vergunningsaanvraag en realisatie. Hoe worden de bouwmaterialen aangevoerd? Antw.: bij de voormalige poort van West-Frisia zal een tijdelijke ontsluiting komen. Veld 2 zal gebruikt worden als bouwlocatie / opslag bouwmaterialen. Het huidige sportpark wordt zoveel als mogelijk ontlast zodat de activiteiten veilig door kunnen gaan. Zijn alle rapporten t.b.v. de vergunning aangevraagd? Antw.: ja, alle rapporten en onderzoeken die de vereniging voor de omgevingsvergunning verwacht in te moeten dienen zijn al in het bezit. Wat gebeurd er met de huidige voetbal(panna)kooi? Antw.: deze blijft staan op de huidige plaats en maakt geen onderdeel uit van de realisatie nieuwe voetbalaccommodatie.
Hoe komt het terrein na sloop oude accommodaties eruit te zien? Antw.: voor nu wordt er alleen een omgevingsvergunning aangevraagd om de nieuwe voetbal accommodatie. Pas nadat deze is gerealiseerd, of als zicht is op voltooiing, zal er een sloopvergunning aangevraagd worden voor de verouderde accommodaties. Een grove inschatting is dat de bouw ongeveer 1,5 jaar gaat duren. Hoe de invulling zal zijn van de in de toekomst gesloopte oude accommodaties zal zijn, zal in een nader overleg met de gemeente afgestemd worden. Opmerking: De lage opkomst is door een aantal redenen te verklaren. Bijna alle leden van de vereniging, alle raadsleden kennen het plan. Op 18 december 2025 is er ook een stakeholders (deel van de genodigden) overleg geweest waarbij het plan uitvoerig is besproken. Ook zijn (buurt)bewoners op de hoogte van de huidige ontwikkelingen omdat het uitgebreid in het Noord Hollands Dagblad is gepubliceerd.
11
4. Beleidskader 4.1 Algemeen In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van het voor het projectgebied van toepassing zijnde beleid dat een direct verband houdt met de gewenste ontwikkeling. Daarbij wordt ingegaan op rijks-, provinciaal- en gemeentelijke beleid. Indien van toepassing kan dit beleid nadere uitgangspunten voor de gewenste ontwikkeling in het projectgebied opleveren. 4.2 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein.
Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Het projectgebied is niet in een NOVI-gebied gelegen. De NOVI benoemd 21 nationale belangen, waarbij nr. 4. Het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, sporten, spelen en ontmoeten Om bewoners van Nederland uit te nodigen tot een gezonde leefstijl is de opgave gericht op het creëren van een dagelijkse leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, sporten, spelen en ontmoeten, en die de gezondheidsverschillen verkleint. Toetsing Het projectgebied is niet gelegen in een NOVI-gebied. De ontwikkeling draagt indirect bij aan nationaal belang nummer 4 omdat het sportpark met haar nieuwe accommodatie voorziet in bewegen en sporten. In 2050 is de leefomgeving zodanig ingericht dat de gezondheid van mensen bevorderd wordt. Het nationaal beleid vormt geen belemmering voor het realiseren van het beoogde plan. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Het artikel is op 12 mei 2017 gewijzigd en op 1 juli 2017 in werking getreden.
Voor dit project wordt getoetst aan deze nieuwe regeling, die inhoudt dat de toelichting bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit is voor de realisatie van een accommodatie (nieuw voor oud) niet van toepassing.
12
4.3 Provinciaal beleid Omgevingsvisie 2050 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie 2050. In de omgevingsvisie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. Het toekomstbeeld is als volgt gedefinieerd: 'De provincie Noord-Holland zorgt dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. Omgevingsverordening NH2022 De provincie wil met de Omgevingsverordening NH2022, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur; b. behoud en herstel van de biologische diversiteit; en c. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Hierbij zet het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland (38 werkingsgebieden). Zij zoekt hierbij naar een balans tussen economische groei en leefbaarheid. landschappen worden aangewezen als ‘Beschermd Landschap' (BL).
Dit zijn landschappen waarop de provincie extra zuinig wil zijn vanwege hun bijzondere eigenschappen en waarde voor mens en dier. Het projectgebied behoort niet tot één van deze landschappen. Structuurvisie Noord-Holland 2040 De Provinciale Structuurvisie is in 2010 vastgesteld. Op 28 september 2015 is de meest recente actualisatie vastgesteld. In de Structuurvisie geeft de provincie aan welke doelen zij zich in de periode tot 2040 stelt. Hoofddoel is dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. De aspecten waarop de structuurvisie zich richt zijn de volgende: • klimaatbestendigheid: de provincie zorgt voor een gezonde en veilige leefomgeving in harmonie met water en gebruik van duurzame energie; • ruimtelijke kwaliteit: de provincie zorgt voor behoud van het Noord-Hollandse landschap door verdere ontwikkeling van de kwaliteit en diversiteit; • duurzaam ruimtegebruik: de provincie zorgt voor een regionale ruimtelijke hoofdstructuur waarin functies slim gecombineerd worden en goed bereikbaar zijn nu en in de toekomst. Toetsing Voor de beoogde nieuwe accommodatie zijn de thema's 'klimaatbestendigheid' en 'duurzaam ruimtegebruik' het meest relevant.
Binnen het ontwerp is aandacht besteed aan de klimaatbestendigheid vanwege de ligging naast het IJsselmeer. Om die reden wordt de bebouwing minimaal 20 tot 30cm hoger geplaatst (risico op overstroming) als het huidige maaiveld. Ter preventie van hitte en opwarming is een grondlichaam en talud aan de zuidzijde van de bebouwing in het ontwerp geïntegreerd. De omliggende oppervlakte rond om de bebouwing zijn sportvelden welke zijn gedraineerd. Water infiltratie en afvoer is hier reeds aanwezig. Verder word er zoveel mogelijk groen voorzien rondom de nieuwe accommodatie. Door de accommodatie uit twee bouwlagen op te bouwen wordt duurzaam omgegaan met het ruimtegebruik op het sportpark. Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018, vastgesteld op 10 april 2018, is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte en ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.
13
Noord-Holland is onderverdeeld in 20 gebieden, de zogenaamde ensembles. Het projectgebied ligt in het gebied 'West-Friesland Oost'. West-Friesland Oost is een oud zeekleilandschap met de karakteristiek van een veenontginningsgebied. Kenmerken zijn de lange veenlinten en opstrekkende kavels haaks op de linten. De ligging van de linten is afhankelijk van de richting van de ontginningen en vaak sterk gerelateerd aan de ondergrond (de hooggelegen kreekruggen). Ingevolge de overzichtskaart van de Leidraad (zie figuur 4.1) ligt het projectgebied in 'zeekleilandschap met hoogteverschil kreekrug' en aan een dorpsrand.
Figuur 4.1 Overzichtskaart Leidraad Cultuurhistorie De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: • bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; • bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid; • en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: • het behouden/versterken van de beplantingsstructuur en het patroon van sloten en weteringen in de polder. Voeg langs wegen met erven (voornamelijk in oost-westelijke richting) eventuele opgaande beplanting alleen op de erven toe. Voorkom hier nieuwe wegbeplanting. Versterk de groene aankleding van verbindingswegen zonder erven (voornamelijk in noord-zuidelijke richting) door wegbeplanting. Deze verbindingswegen vormen zo de voornaamste beplantingsstructuren (kans). • Benut de benodigde waterbergingsruimte (compensatie verharding) voor verbreding van de noord-zuid sloten in het gebied (kans). • De maximale diepte van nieuwe bebouwing is een derde van de polderslag (de ruimte tussen twee linten). • Houd het doorzicht over de watergangen richting de polder achter het lint. Houd bij nieuwe bebouwing minstens driemaal de breedte van de watergang (een slootbreedte aan beide zijden van de sloot) vrij van bebouwing. De erven hebben een representatieve uitstraling naar de weg.
Situeer aan de voorzijde van het erf de woonfunctie/siertuin/representatieve ruimte. In bijlage 3 wordt ingegaan op de ruimtelijke kwaliteitseis waarbij rekening is gehouden met de uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit van het gebied 'WestFriesland Oost' zoals beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Toetsing De ontwikkeling draagt bij aan de herkenbaarheid van het landschap door de vorm van het dijklichaam te integreren in het ontwerp. Zie hiervoor ook bijlage 1, de presentatie van het ontwerp van Architectenbureau Gijs Kramer.
14
In de huidige situatie zijn de sportvelden landschappelijke ingepast door hoogopgaande beplanting. Het projectgebied bevindt zich in een groen raamwerk met hoogopgaande beplanting aan weerzijden. In de toekomstige situatie blijft dit groene raamwerk behouden. Ook blijft de bestaande verkavelingsstructuur behouden. Er vinden hier geen ingrepen in plaats. In de leidraad staat dat het zicht vanaf de West-Friese Omringdijk op het kleinschalige landschap en op het open water zoveel mogelijk vrijgehouden moet blijven. Daar de toekomstige bebouwing binnen het bestaande groene raamwerk wordt gerealiseerd, doet de ontwikkeling geen afbreuk aan het zicht op het landschap en het open water. Het ontwerp houd rekening met de ruimtelijke kwaliteitseisen (artikelen 6.69 en 6.70 van de Omgevingsverordening NH2022). Ten aanzien van de binnen de regio gemaakte afspraken (afstemming) (artikel 6.13 omgevingsverordening NH2022): het plan raakt geen regionale belangen. Er is sprake van een lokaal gebonden project. Er is geen sprake van een geheel nieuwe ontwikkeling, maar van vervangende nieuwbouw binnen de bestaande doelbestemming. Het project is in overeenstemming met de regels van de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
4.4 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie gemeente Enkhuizen Een in December 2025 vastgestelde Omgevingsvisie (in samenwerking met gemeenten Stede broec en Drechterland) vermeld in paragraaf 2.3: Gezondheid, welbevinden en milieu Over veiligheid, bewegen/sporten en inspelen op veranderingen in het klimaat ▪ Samen met onze ketenpartners waken we over de gezondheid en veiligheid van onze leefomgeving. Van bodem en ondergrond tot gezonde buitenlucht. ▪ We werken samen met Rijk, provincie en hoogheemraadschap aan de veiligheid op het gebied van water. ▪ We zorgen dat we bestand zijn tegen droogte, hitte en zware regenval (klimaatadaptatie). ▪ We behouden het groene karakter van onze omgeving. ▪ We stimuleren bewegen, sport en recreatie. De planlocatie (Immerhorn) ligt binnen de waardenkaart “recreatie”. De omgevingsvisie vermeld voor Enkhuizen Ontmoetingsplekken en sportieve mogelijkheden in en om de stad. Voor wat betreft ontmoetingsplekken en plekken om te spelen en te bewegen biedt Enkhuizen al wel goede mogelijkheden. Dit bijvoorbeeld in het Wilhelminaplantsoen, op de vesting en de schootsvelden en in het Snouck van Loosenpark. Maar vooral bij de jongeren is er behoefte om een locatie te hebben waar niet meteen botsingen ontstaan over overlast. Voorheen was het openbare strand van het Enkhuizerzand daarvoor de plek.
En was dit ook een locatie waar jong en oud kon genieten van strand en IJsselmeer. In de plannen voor Enkhuizerzand die in uitvoering zijn, voorzien we in een nieuw openbaar strand. Ook de ontsluiting van dit gebied, wandel- en fietsmogelijkheden krijgen hier een opwaardering. Tevens verduurzamen we een belangrijke sportvoorziening; het zwembad. Voor een nieuwe voorziening voor kitesurfers is vergunning verleend voor gebruik in de periode buiten het hoogseizoen. In het hoogseizoen zelf ligt de nadruk op zonnebaden, ontmoeten, spelen en zwemmen. Toetsing De gemeente Enkhuizen ondersteunt in haar omgevingsvisie het belang van ontmoeten, gezondheid, bewegen en sporten. De sportvereniging en de locatie Sportpark Immerhorn met de accommodatie voorzien daarin. In de omgevingsvisie is vermeld dan het leveren van een bijdrage aan de doelen op het gebied van energiebesparing en het duurzaam opwekken van energie. Ook hier geeft een nieuwe accommodatie invulling aan, zeker waar het gaat over verouderende, energie-inefficiënte accommodaties welke worden vervangen voor nieuwe duurzame (BENG) accommodaties. De gemeente heeft bij het raadsbesluit van 6 mei 2025 (onder voorwaarden) ingestemd met de realisatie van de nieuwe accommodatie.
De adviescommissie ruimtelijke kwaliteit heeft op 3 Juli 2025 (zie verslag zaak 250700001 / Z202500000869) een preadvies verstrekt voor het bouwplan waarin de commissie akkoord gaat op hoofdlijnen.
15
5. Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de haalbaarheid en de uitvoerbaarheid van het project. Meer concreet wordt beoordeeld hoe het project zich verhoudt tot de diverse ruimtelijke aspecten (zoals archeologie, bodem, externe veiligheid, geluid, flora en fauna, luchtkwaliteit en water). 5.1 Verkeer en parkeren In de bestaande situatie vind het parkeren plaats buiten het sportpark en maakt het parkeren deel van de ruimte in recreatiegebied Enkhuizerzand (REZ) . Omdat het sportpark onderdeel is van het plangebied Enkhuizenzand is dit aspect beschouwd in een door Witteveen+Bos en Rho Adviseurs opgestelde mobiliteitstoets Enkhuizerzand (119445/20-017.562 | Definitief 03), welke de destijds bestaande situatie en de toekomstige aanpassingen heeft onderzocht en beoordeeld. Dit onderzoek is bekend bij de gemeente onder het project herontwikkeling Enkhuizerzand (OREZ) en tevens toegevoegd als bijlage 4 van dit rapport. Allereerst is in die notitie in gegaan op de ligging van het plangebied. Vervolgens wordt ingegaan op de aspecten verkeersontsluiting en parkeren in de huidige en de toekomstige situatie. Daarna wordt de huidige en toekomstige verkeersgeneratie en de gevolgen daarvan op het wegennet beschreven. Tot slot volgen de conclusies van het onderzoek. Anno 2026 zijn die in 2018 en 2020 voorgestelde veranderingen reeds uitgevoerd en in gebruik.
Zo zijn de parkeerterreinen ten oosten van de Immerhornweg gerealiseerd en deze zijn al enkele jaren in gebruik door sportparkgebruikers en haar bezoekers. Ook de zeer recente aanleg en route vanuit het zuiden voor fietsverkeer (voornamelijk vanuit de binnenstad) naar het sportpark is een positieve verbetering en draagt bij aan de verkeersveiligheid. Toetsing Als gevolg van de nieuwe accommodatie zijn geen wijziging ten aanzien van de de verkeers- generatie en afwikkeling. Ook zijn er geen wijzigingen aan de parkeervoorziening in het gebied en blijft dit beheersbaar. Verkeersgeneratie is reeds aanwezig en is gerelateerd aan het ledenaantal en of teamsopbouw in de vereniging en heeft dus geen directe relatie met de komst van de (nieuwe)accommodatie. Verondersteld word ook dat het realiseren van een nieuwe accommodatie geen substantieel effect heeft op een toename van leden en teams. 5.2 Bodem Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid en kwaliteit in het projectgebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak.
In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing In opdracht van S.V. Enkhuizen is door Vlam Bodem Advies B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Immerhornweg 1 te Enkhuizen. Dit rapport d.d. 13-11-2025 projectnummer 2025-1250 is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning en als bijlage 5 toegevoegd. Aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van nieuwbouw en het uitvoeren van graafwerkzaamheden. Doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem en het in kaart brengen van eventuele gezondheidsrisico’s. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese onverdachte locatie op het voorkomen van een bodemverontreiniging met gehalten boven de interventiewaarden formeel te worden aangenomen. In zowel de boven- als de ondergrond ter plaatse van de toekomstige kantine zijn geen verhoogde gehalten aan de geanalyseerde parameters boven de interventiewaarden aangetoond. 16
Ter plaatse van het (toekomstige) kabels en leidingen tracé zijn in zowel de boven-als ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aan de geanalyseerde parameters aangetoond. Indien getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond indicatief aan kwaliteitsklasse landbouw/ natuur. De ondergrond voldoet indicatief aan kwaliteitsklasse landbouw/ natuur. Conform de CROW400 zijn bij de geplande graafwerkzaamheden geen aanvullende veiligheidsmaatregelen van toepassing. Onderzoek naar PFAS in de bodem is niet meegenomen in dit onderzoek. Indien bij eventuele graafwerkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt wordt geadviseerd om aanvullend een partijkeuring inclusief PFAS uit te voeren. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek is geen aanvullend of nader onderzoek noodzakelijk. Met dit onderzoek zijn milieu-hygiënisch gezien geen belemmeringen aangetroffen voor de voorgenomen nieuwbouw en graafwerkzaamheden. Aangenomen word ook dat alle grond op de locatie blijft. Als gevolg van de ontgraving voor de nieuwbouw zal de grond welke kwaliteit sportveldengrond heeft worden hergebruik in de veldaanleg van het natuurgrasveld.
5.3 Geluid In hoofdstuk 5 van het Besluit Kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat in paragraaf 5.1.4.2 instructieregels voor geluid door activiteiten stelt eisen met betrekking tot de geluidbelasting van geluidsgevoelige gebouwen en terreinen door drie verschillende geluidbronnen: wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Indien er binnen een geluidzone een geluidgevoelige functie gerealiseerd wordt, dient getoetst te worden aan de randvoorwaarden van het Bkl. Toetsing De nieuwe accommodatie en functie voor sport voldoet niet aan de criteria voor een geluidsgevoelig gebouw en behoeft daarom geen nadere bescherming. Sportactiviteiten vinden reeds plaats op het sportpark, de geluidbron(en) zijn de buitenactiviteiten op de sportvelden en niet de bebouwing. Hier vind geen verandering plaats. Waar thans een versnippert gebruik is van voorzieningen worden deze in de nieuwe situatie gecentraliseerd in het centrum van het sportpark. De nieuwe accommodatie zal in de nieuwe situatie verder verwijdert zijn van het dijklichaam en de daarachter gelegen woonwijk echter is dit een verwaarloosbaar effect voor een potentiële afname in geluidsbelasting naar de achterliggende woningen. Warmtepompen De nieuwe accommodatie zal worden uitgerust met een warmtepomp(systeem). Warmtepompen, en dan met name lucht-/water warmtepompen, kunnen geluid produceren.
In artikel 3.8, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 worden eisen gesteld aan buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking (dus ook airco's). Op de perceelsgrens mag het geluidniveau niet meer bedragen dan 40 dB(A), bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai en het gestelde in bijlage VIII bij de Regeling Bouwbesluit 2012. Toetsing Aangezien de nieuwe accommodatie op meer dan 30 meter uit een perceelgrens wordt gebouwd, en direct aangrenzende op perceelgrenzen geen woningen aanwezig zijn, word aangenomen dat er geen negatieve effecten zijn van geluidsbelasting. In het ontwerp wordt rekening gehouden met de opstelling van warmtepompen, hiervoor is een semiinpandige ruimte (patio) gecreëerd op het dak van de kleedkamers waardoor installaties aan het zicht worden onttrokken en de gevelaanzichten continueren. In algemene zin word aangenomen dat deze patio en afscherming ook een positieve bijdrage geeft in de geluidscontouren van de warmtepomp(en). De nieuwe accommodatie leidt niet tot een onevenredige toename van geluidhinder.
17
5.4 Water Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige projectgebied ligt in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Verharding en compenserende maatregelen Een dusdanige toename van het verharde oppervlak heeft negatieve gevolgen voor het watersysteem. Het hemelwater stroomt versneld af en komt direct tot afvoer in oppervlaktelichamen. Compensatie in de vorm van waterberging of infiltratie is noodzakelijk om deze negatieve effecten op te heffen. Bij een verhardingstoename van meer dan 2000 m2 berekent het hoogheemraadschap aan de hand van diverse projectgebiedskenmerken een specifiek compensatiepercentage. Toetsing De verharding in het projectgebied neemt niet toe. Het oppervlak van bebouwing en daken en verhardingen is een verplaatsing van de bestaande oppervlaktes van bebouwing naar nieuwbouw. Bestaande oppervlakten van bebouwing zijn enkel-laags en de nieuwbouw word twee-laags. Aangenomen word dat de nader te slopen bestaande bebouwing word ingericht met groenvoorzieningen.
Hierdoor is er slechts sprake van een verplaatsing van bebouwing en verharding binnen het sportpark waarbij er geen dus toename is te verwachten. Een afname van verharding is aannemelijk, echter is deze afname gering en geeft een beperkt positief effect. Waterberging en afvoer Hemelwater van de nieuwe accommodatie en verharding word afgevoerd naar de openbare ruimte. Infiltratie naar omliggende gebieden is geen mogelijkheid aangezien sportvelden zijn gedraineerd. Drinkwaterwinning en waterkwaliteit Het projectgebied ligt volgens het bestemmingsplan binnen de aanduiding 'milieuzone drinkwaterwinning. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - drinkwaterwinning' is geen gebruik van gronden en bouwwerken toegestaan met nadelige effecten voor de drinkwatervoorziening. De nieuwe accommodatie, wat een verplaatsing betreft van oude accommodaties naar een nieuwe locatie op het sportpark, heeft geen nadelige effecten op de drinkwatervoorziening. Daarnaast is sprake van adequate voorzieningen voor de afvoer en behandeling van afvalwater. Dit voorkomt dat vervuilende stoffen het oppervlakte- of grondwater kunnen bereiken. Deze redenen tezamen zorgen ervoor dat het project geen nadelige effecten heeft op de drinkwatervoorziening, en de kwaliteit van het oppervlaktewater als onderdeel van de drinkwatervoorziening blijft behouden.
Waterveiligheid Omdat de locatie buitendijks is gelegen kan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier geen garantie geven op waterveiligheid en overlast. In het kader van de waterveiligheid mag de locatie niet afgegraven worden. Het is wel toegestaan om de locatie op te hogen. Het terrein wordt verhoogd tot ongeveer met circa 20-30 cm boven de huidige hoogte, waardoor de accommodatie hoger boven het huidige maaiveld komt te staan als de bestaande accommodaties. 5.5 Luchtkwaliteit Om de nieuwe accommodatie te verwerkelijken, zullen er ook een aantal aanpassingen op het sportpark moeten worden gedaan. Deze ruimtelijke ingreep resulteert in een tijdelijke toename van stikstofemissie, daarnaast zal in de gebruiksfase een verandering in stikstofemissie plaatsvinden ten gevolge van de nieuwe situatie. Mogelijk kan deze stikstofemissie een meetbaar effect hebben op omliggende Natura 2000-gebieden. Om de hoeveelheid te bepalen is een berekening van de stikstofdepositie vereist middels de AERIUS Calculator versie 2025.0.1, een tool beschikbaar gesteld 18
door het RIVM waarmee de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden kan worden berekend. Zie rapportage van Stikstofberekenen.nl projectnummer 2025.255 d.d. 14-1-2026 welke als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning is ingediend en tevens is toegevoegd als bijlage 6. Deze berekening is uitgevoerd voor de aanlegfase en beoogde gebruiksfase. Op basis van de uitkomst van deze berekening kan de vergunningverlener vervolgstappen bepalen. De basis voor de stikstofdepositie-berekeningen in dat rapport zijn de gegevens aangeleverd door de opdrachtgever. Natura 2000-gebieden relevant voor de berekening van stikstofemissie en depositie ten gevolge van dit project zijn ‘Ijsselmeer gebied’. Het projecteffect bedraagt in beide scenario’s en op alle rekenpunten in omliggende Natura 2000gebieden ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treden geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. 5.6 Flora en Fauna Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Om de wettelijke vereiste (specifieke) zorgplicht te betrachten in het kader van de Omgevingswet (artikel 11.27, Bal) is opdracht gegeven een QuickScan uit te voeren naar mogelijke knelpunten tussen het voorliggende plan en genoemde wet. Tevens wordt getoetst op provinciaal en gemeentelijk beleid. Deze rapportage welke is toegevoegd als bijlage 7 is ook ingediend bij de aanvraag omgevingsvergunning. Deze QuickScan Flora & Fauna is opgesteld door Groenadvies Amsterdam d.d. 16-12-2025 met projectnummer 25000788. Hiervoor zijn als eerste stap de beschikbare gegevens van flora en fauna in het projectgebied opgevraagd bij de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Vervolgens is het projectgebied tijdens een veldbezoek beoordeeld op natuurwaarden, die tevens fotografisch zijn vastgelegd. Op basis van de soortenlijst met beschermde soorten en een overzicht van de uit te voeren werkzaamheden, wordt aangegeven waar knelpunten te verwachten zijn. Daarna is aangegeven of deze van invloed zijn op de voorgenomen werkzaamheden en of nader onderzoek en/of mitigerende maatregelen nodig zijn. Het projectgebied ligt niet in of nabij een beschermd landschap(BL). Er zijn daardoor geen negatieve effecten op één of meer BL’s te verwachten; nadere toetsing is niet nodig. In de gemeente Enkhuizen is een lijst met waardevolle, gemeentelijk beschermde bomen vastgesteld.
Binnen het projectgebied worden echter geen waardevolle bomen gekapt. De bomen aan de oostzijde van het projectgebied betreffen structuurbomen; deze hebben een ruimtelijke en landschappelijke functie, maar staan niet op de lijst van waardevolle bomen en blijven daarnaast behouden. De gemeente Enkhuizen kent verder geen gemeentelijk beschermde natuurgebieden. Natuurwaarden binnen de gemeente worden voornamelijk beschermd via provinciaal beleid (zoals Bijzondere Provinciale Landschappen en stiltegebieden), maar deze spelen binnen het projectgebied geen rol. De bomen in het projectgebied vallen onder uitzonderingsregels, omdat ze in het stedelijk gebied staan. Op grond hiervan wordt het plangebied niet beschermd als bijzondere houtopstand. Het aantal te kappen bomen word herplant op het sportpark en of ingepast bij de groenvoorziening nabij de nieuwe accommodatie. Met de gebiedsbeheerder van de gemeente Enkhuizen zijn hier reeds afspraken over gemaakt. Negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Vleermuizen in 2022 is nader onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van de bomenrij aan de noordzijde van veld 2 door vleermuizen, met specifieke aandacht voor mogelijke gebiedsfuncties zoals vliegroutes. Uit dit onderzoek zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen dat de bomenrij fungeert als een essentiële vliegroute of essentieel foerageergebied.
Wel zijn tijdens het onderzoek diverse vleermuissoorten overvliegend waargenomen, zij het in beperkte aantallen. In de directe omgeving van het sportpark waren en zijn meerdere alternatieve, donkere lijnvormige landschapselementen aanwezig die geschikt zijn als vliegroute. Sinds het uitvoeren van het onderzoek in 2022 is de situatie op het sportpark ongewijzigd gebleven en hebben geen ingrijpende veranderingen plaatsgevonden. Hoewel voor 19
vleermuisonderzoek doorgaans een geldigheidstermijn van drie jaar wordt gehanteerd, worden de onderzoeksresultaten in dit specifieke geval nog als voldoende actueel beschouwd, mits de kap van de bomenrij op korte termijn wordt uitgevoerd, dat wil zeggen vóór maart 2026. Indien de werkzaamheden pas na het broedseizoen van 2026 worden uitgevoerd, wordt geadviseerd het nader onderzoek naar gebiedsfuncties voor vleermuizen opnieuw uit te voeren. Dergelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol. Dit betekent minimaal twee bezoeken in de periode 15 mei tot 15 oktober. Voor het kappen van de drie bomen aan de zuidzijde van veld 2, is geen nader onderzoek naar gebiedsfuncties voor vleermuizen vereist. Gezien het kleinere formaat en het aantal te kappen bomen kan op voorhand worden uitgesloten dat de kap aan deze zijde een essentiële vliegroute of foerageergebied aantast. Voor overige ecologische aspecten ten tijde van de realisatie van de nieuwe accommodatie geld de zorgplicht (bijlage 7). 5.7 Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie De gemeenteraad van Enkhuizen heeft op 2 april 2013 de ‘Archeologische Beleidsnota gemeente Enkhuizen 2013’ vastgesteld (Molenaar & van Berkel, 2013) en tegelijkertijd de Erfgoedverordening Enkhuizen 2010 daarop aangepast. Een belangrijk onderdeel van deze nota is de ‘archeologische beleidskaart’.
Op deze kaart is aangegeven waar de bekende archeologische vindplaatsen zich bevinden en welke archeologische verwachtingszones er zijn in de categorieën (zeer) hoog, middelhoge en lage verwachting. De verwachting is gecombineerd met een beleidsadvies per archeologische verwachtingszone. Het plangebied ligt in zone, te weten: gebieden van hoge archeologische waarde (historische bebouwing buiten kern Enkhuizen) AWG4 De gemeente Enkhuizen heeft Archeologie West-Friesland een QuickScan archeologie verkregen d.d. 17-02-2026. Deze is toegevoegd als bijlage 8. De aanvrager vraagt de gemeente de adviezen vanuit de QuickScan, Inventariserend vooronderzoek (IVO) middels proefsleuven als voorwaarden aan de vergunning te verbinden vooraf aan uitvoering van de werkzaamheden. Cultuurhistorie De regering heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Burgers krijgen hiermee het recht om bij de planning van bouwwerkzaamheden aan te geven of er cultureel erfgoed wordt geraakt. Er is met het bouwkundig ontwerp rekening gehouden met de karakteristieken van de omgeving. Er bevinden zich verder geen cultuurhistorische waardevolle elementen in het projectgebied waar rekening mee gehouden moet worden.
5.8 Kabels, leidingen en zones Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.
20
In of nabij het projectgebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Ook liggen er geen relevante zones over het projectgebied. Omdat binnen het projectgebied geen hoofdleidingen en -kabels liggen en er geen relevante zones over het projectgebied liggen, vormt het aspect kabels en leidingen geen belemmering voor dit project. 5.9 Externe Veiligheid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid, en vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde.
Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. De ontwikkeling bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van risicovolle activiteiten. En de ontwikkeling betreft een vervanging van bestaande activiteit en bebouwing op de locatie. Er kan geconcludeerd worden dat het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.10 MER (Milieu Effect Rapportage) In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmerplichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: • de kenmerken van de projecten; • de plaats van de projecten; • de kenmerken van de potentiële effecten. De nieuwbouw van een sportaccommodatie op een locatie waar thans nog geen bouwvlak aanwezig is zal geen nadelige milieu effecten geven. Dit project is dus niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig.
5.11 Duurzaamheid en gezondheid De aspecten duurzaamheid en de gezondheid van mensen zijn steeds belangrijkere thema’s geworden. Om die reden zijn duurzaamheid en gezondheid in de Omgevingswet verankerd. In artikel 1. 3 sub a van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit als een belangrijk maatschappelijk doel opgenomen. In een omgeving die gezond gedrag stimuleert , zijn de bewoners over het algemeen gezonder dan in een omgeving die daar niet op is ingericht. Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid op deze thema’s. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid in het omgevingsplan , zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. De Rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw , die nu zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor alle nieuwbouw , zowel woningbouw als utiliteitsbouw , geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de 21
eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). De eisen houden in dat nieuwe gebouwen (woningen) (bijna) energieneutraal gebouwd moeten worden. De beoogde accommodatie word gasloos en volgens de BENG methode gebouwd. Met de realisatie van een gasloze sportaccommodatie wordt de CO-uitstoot verminderd, wat een positieve impact heeft op de omgeving en de gezondheid van de mens. Verder wordt het terrein (in beperkte mate) vergroend ten opzichte van de huidige situatie. Het aspect duurzaamheid en gezondheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
22
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het initiatief wordt gedragen door de vereniging en sluit aan bij gemeentelijke ambities. De gemeente Enkhuizen heeft in het raadsbesluit van 6 Mei 2025 unaniem ingestemd met het voorlopig ontwerp en het investeringsbudget van de nieuwe accommodatie voor sportvereniging Enkhuizen. 6.2 Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het project (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Dit project wordt uitgevoerd vanuit het initiatief van de gemeente in samenwerking met de sportvereniging Enkhuizen. Met de nieuwbouw van een accommodatie word immers geen nieuwe functie aan de locatie toegevoegd. In dit geval is de gemeente Enkhuizen eigenaar van de gronden waar de kostenverhaal plichtige activiteit plaatsvindt. Omdat de gemeente zelf alle gronden waarop de kostenverhaal plichtige activiteit mogelijk wordt gemaakt in eigendom heeft, is kostenverhaal niet aan de orde. In het geval dat de gemeente zelf exploitant is, blijven de kosten voor rekening van de gemeente. Hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.
Deze ruimtelijke onderbouwing vormt het toetsingskader voor de realisatie de nieuwe accommodatie. De gemeente als wel de sv Enkhuizen heeft voldoende financiële middelen ter beschikking gesteld om deze ontwikkeling te realiseren. Voor een cofinanciering is een subsidie aangevraagd, BOSA-2026, welke naar verwachting in de eerste helft van 2026 word toegekend.
23
7. Afweging en conclusie Aanleiding In dit hoofdstuk wordt onderbouwd of de aangevraagde activiteit(en) kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving ten gevolge van de activiteiten van verschillende functies op locaties. Het bevoegd gezag moet beoordelen of de aangevraagde activiteit(en) kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante omgevingsaspecten en andere thema’s (voor zover relevant en/of beschreven voor het project en de omgeving daarvan) zorgvuldig worden onderzocht en gewogen. De mate van afwijken op het vigerende bestemmingsplan is zeer beperkt, het omvat uitsluitend de bouwregels op bouwvlak en bouwhoogte. Afweging Het initiatief is getoetst aan het rijks- , provinciaal l en gemeentelijk beleid. Hieruit blijkt dat het in lijn is met dat beleid en in ieder geval niet in strijd is met het beleid. Daarnaast is het initiatief getoetst op alle relevante aspecten over de fysieke leefomgeving en het milieu.