B-03 Toelichting Westeinde 107
Tekst van het document
Bestemmingsplan Incotec Westeinde 107 TOELICHTING
ADVIESBUREAU:
AAB Nederland Honderdland 1040 2676 LV MAASDIJK +31 174 63 76 37 info@aabnl.nl www.aabnl.nl
BEHANDELD DOOR:
Ing. R.E. van der Wel MArch (Ronald)
Ing. S.T. Zwarts (Simone)
PLAATS EN DATUM:
Maasdijk, 9 december 2024
PROJECTCODE:
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
IMRO – CODERING:
NL.IMRO.0388.BPIncotecWesteinde107-VA01
VOORONTWERP: ONTWERP: VASTGESTELD:
22 augustus 2023 14 december 2023 9 december 2024
INHOUDSOPGAVE Overzichtskaart ..................................................................................................................... Inleiding ........................................................................................................... 1 Incotec ....................................................................................................................... 1 Aanleiding .................................................................................................................. 1 Ligging ........................................................................................................................ 1 Bestemmingsplan ...................................................................................................... 2 Planopzet ................................................................................................................... 3 Planbeschrijving ............................................................................................... 4 Huidige situatie.......................................................................................................... 4 Nieuwe situatie.......................................................................................................... 5 Ruimtelijke kwaliteit ..................................................................................................
6 Beleidskader .................................................................................................... 9 Rijk ............................................................................................................................. 9 Provincie ..................................................................................................................11 Regio ........................................................................................................................19 Gemeentelijk beleid ................................................................................................20 Conclusie .................................................................................................................25 Omgevingsaspecten .......................................................................................
26 Milieuzonering.........................................................................................................26 Archeologie..............................................................................................................27 Cultuurhistorie.........................................................................................................28 Bodem .....................................................................................................................29 Ecologie ...................................................................................................................32 Externe Veiligheid....................................................................................................35 Geluid ......................................................................................................................37 Luchtkwaliteit ..........................................................................................................39 Water .......................................................................................................................41 Mer-beoordeling .....................................................................................................46 Duurzaamheid .........................................................................................................47 Verkeer en
parkeren................................................................................................48 Juridische planbeschrijving ............................................................................. 52 Algemeen.................................................................................................................52 Bestemmingsplan ....................................................................................................52 Plansystematiek.......................................................................................................52 Bestemmingsplanprocedure ...................................................................................52 Regels ......................................................................................................................53 Maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid ....................................... 55 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .........................................................................55 Economische uitvoerbaarheid .................................................................................56
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
Bijlagen: 1. Beeldkwaliteitsplan Incotec, Projectnummer P002097, BügelHajema Adviseurs bv, 24 september 2024 2. Archeologische Quickscan, Adviesnummer 21160, Archeologie West-Friesland, 17 juni 2021 3. Verkennend (Water)Bodemonderzoek, Rapportnummer 2023372, Landview BV, 16 augustus 2023 4. Quickscan Wet natuurbescherming Westeinde 107 te Enkhuizen, Project: 2023-0463, Blom Ecologie, 26 juli 2023 5. Voortoets wnb onderdeel stikstofdepositie, Projectcode 228000, AAB Nederland, 25 november 2024 6. Externe Veiligheid, Projectnummer 0486238.100, Adviesgroep SAVE, 18 juli 2023 7. Akoestisch onderzoek uitbreiding Westeinde Enkhuizen, Rapport: 1601BC3.002, ARDEA acoustics & consult, 24 juli 2024
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
Overzichtskaart
Figuur 1: kaart omgeving plangebied (bron: www.Kadaster)
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
Inleiding INCOTEC Incotec Europe BV (hierna Incotec genoemd) is onderdeel van Croda International Plc en sinds 1968 gespecialiseerd in zaadbehandeling. Incotec is een specialist op het gebied van zaadverbetering. Het doel is het verbeteren van de zaadkwaliteit van veldgewassen en groenten waarbij het beste uit het zaad wordt gehaald. Het zaadverbeteringswerk draagt in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van duurzame landbouw. De oplossingen ondersteunen de enorme inspanningen van zaadbedrijven, veredelaars, telers en boeren. Incotec heeft over de hele wereld onderzoeks- en productiefaciliteiten. Het hoofdkantoor is gevestigd in Enkhuizen in Nederland.
AANLEIDING Incotec wenst uit te breiden op de huidige locatie aan het Westeinde 107 te Enkhuizen. Uitbreiding is nodig om o.a. faciliteiten centraal te verhuizen naar het Westeinde en de bestaande locatie te transformeren gericht op een duurzame toekomst. Bij de transformatie is het van belang dat gebouwen worden gemoderniseerd, logistieke lijnen worden geoptimaliseerd en productielijnen worden gesplitst, zodat aan de strenge regelgeving en hygiëne protocollen kan worden blijven voldaan. Tevens is het van groot belang bij de transformatie in te kunnen spelen op de gewenste energie transmissie en omgang met duurzame energie.
LIGGING De locatie is gelegen aan het Westeinde 107 te Enkhuizen in een zaadverdelingsconcentratiegebied en is circa 3,5 hectare groot. Het gebied wordt begrensd door bedrijven en woningen, aan de noordzijde ligt het Westeinde, aan de zuidzijde een spoorweg. Over het terrein loopt de 50 kV-leiding Enkhuizen-Medemblik. Aan de noordzijde van de spoorlijn Hoorn-Enkhuizen ligt een hogedrukgasleiding. De ligging van het plangebied is op de topografische kaart voorafgaand aan de inleiding weergegeven. De in figuur 1.3.1 opgenomen luchtfoto geeft tevens het plangebied en de directe omgeving daarvan weer.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
1
Figuur 1.3.1: Luchtfoto plangebied, in het rood omkaderd het plangebied.
BESTEMMINGSPLAN Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Westeinde’, wat is vastgesteld op 11 juni 2013. Op 3 oktober 2017 is het ‘Parapluplan Enkhuizen’ vastgesteld. Dit is gedaan om aan de actualiseringsplicht uit de Wet ruimtelijke ordening te voldoen. Hierbij zijn diverse bestemmingsplannen samengevoegd om te komen tot enkele bestemmingsplannen voor het grondgebied van Enkhuizen. Het plangebied is globaal aangeduid met: - Enkelbestemming ‘Bedrijventerrein Zaadveredelingsbedrijf’ - Enkelbestemming ‘Wonen 1’ - Enkelbestemming ‘Wonen 2’ - Enkelbestemming ‘Water’ - Dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ - Dubbelbestemming ‘Leiding – Water’ - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ - Figuur ‘hartlijn leiding – hoogspanningsverbinding’ 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
2
-
Figuur ‘Hartlijn leiding – Water’ Aanduiding ‘bouwvlak’
Figuur 1.4.1: Planlocatie op de bestemmingsplankaart van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Westeinde’ (bron: Ruimtelijkeplannen.nl).
Binnen de huidige bestemmingsplannen is het niet mogelijk de gewenste uitbreiding van faciliteiten te realiseren, omdat de bebouwingsmogelijkheden en het daarbij behorende bouwvlakken beperkt zijn. Om de gewenste planvorming mogelijk te maken wil de Incotec graag het bestemmingsplan wijzigen.
PLANOPZET Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een toelichting (met bijlagen), planregels en een verbeelding. Het bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat het voldoet aan de vereisten voortkomend uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de vormgeving van de regels en verbeelding is aangesloten op de regeling Ruimtelijke Standaarden ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan voldoet aan de digitale verplichting zoals deze per 1 januari 2010 van kracht is. In de toelichting wordt in hoofdstuk 2 de bestaande situatie en de toekomstige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 omvat het beleid van hogere overheden en van de gemeente Enkhuizen dat relevant is voor het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het plan behandeld aan hand van onderzoeken op onder andere het gebied van water, milieu en archeologie. Hoofdstuk 5 geeft een juridische planbeschrijving. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 inzicht gegeven in de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
3
Planbeschrijving HUIDIGE SITUATIE Incotec is gesitueerd aan de westkant van de vesting van Enkhuizen aan het Westeinde. Het Westeinde wordt gevormd door een oude lintbebouwing die zowel uit woningbouw als bedrijvigheid bestaat. De bedrijvigheid wordt gekenmerkt door voornamelijk zaadteeltbedrijven. De agrarische oorsprong van het gebied is nog te herkennen door de deels aanwezige structuur van poldersloten en kavels. Op enkele plekken is sprake van doorzichten naar dit landelijke gebied vanaf het Westeinde. Aan de zuidzijde van het plangebied is de spoorlijn Hoorn-Enkhuizen gelegen.
Figuur 2.1.1: Tekening bestaande situatie (bron: AAB).
De bedrijfsbebouwing van Incotec staat aan de zuidkant van het Westeinde. Er is sprake van een duidelijk 'gegroeide' situatie. Het bedrijf wordt via het Westeinde ontsloten. In de bestaande situatie vormen de gebouwen aan de voorzijde van Incotec een eenheid met het lint van het Westeinde. Het bestaande kantoorpand aan het Westeinde 107 voegt zich in de karakteristieke historische lintbebouwing langs de weg. Direct daarachter liggen de bedrijfsgebouwen. De buitenruimte is grotendeels verhard en voorzien van parkeerplaatsen.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
4
Aan de zuidzijde is het tijdelijke Innovatiecentrum gelegen. Er is ter plaatse van het Innovatiecentrum beplanting en een watergang aanwezig. Het innovatiecentrum is in 2014 vergund als permanent gebouw. Echter is in een latere fase het innovatiecentrum als tijdelijk gebouw gerealiseerd. Over de noordoostelijk hoek van het perceel loopt een hoogspanningsleiding. Op de locatie aan het Westeinde 107 is circa 10.300 m² grondoppervlakte aan bebouwing aanwezig. Incotec heeft op andere locaties faciliteiten, waaronder een Mengerij van circa 2.535 m². Deze zal in de toekomst naar het Westeinde 107 worden verhuisd.
NIEUWE SITUATIE Incotec wenst uit te breiden op de huidige locatie om o.a. faciliteiten zoals de Mengerij centraal te verhuizen naar het Westeinde en de bestaande locatie te transformeren gericht op een duurzame toekomst. De transformatie van de huidige locatie zal in fases geschieden, zodat continuering van de bedrijfsprocessen is gewaarborgd. De planning voor de nieuwbouw loopt tot circa het jaar 2030. Hoe deze totale transformatie mogelijk ingedeeld wordt is weergegeven in figuur 2.2.1.
Figuur 2.2.1: Tekening mogelijk toekomstige situatie (bron AAB).
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
5
Bij de inrichting van het perceel en toekomstige bebouwing wordt rekening gehouden met de vigerende wet- en regelgeving en het feit dat de gemeente Enkhuizen een nieuwe woonwijk, Nijevoert (Florapark Westeinde), rondom het perceel van Incotec heeft gepland. Deze ontwikkeling kan invloed hebben op de bedrijfsvoering van Incotec. In de ontwikkelkaart opgesteld door de gemeente is het perceel van Incotec behouden met aan de oost- en westzijde afstand tot de woningbouw.
Figuur 2.2.2: Ontwikkelkaart Florapark-Westeinde, concept mei 2023 (bron: gemeente Enkhuizen).
RUIMTELIJKE KWALITEIT Voor het planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld door Bügelhajema Adviseurs welke in overleg met de welstandscommissie voor de vaststelling van het bestemmingsplan wordt aangescherpt en vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is opgesteld om de ruimtelijke kwaliteit van het terrein van Incotec te borgen en de ontwikkeling in de nieuwe woonwijk Nijevoert in te passen. In het beeldkwaliteitsplan zijn zaken vastgelegd ten aanzien van nieuwe gebouwen met bijbehorende landschappelijke inpassing en inpassing van bestaande bouwwerken. Het beeldkwaliteitsplan is als separate bijlage bij dit bestemmingsplan toegevoegd. Hieronder worden de uitgangspunten samengevat.
TOELICHTING UITGANGSPUNTEN Incotec ligt in de huidige situatie nog in landelijk gebied. In de nabije toekomst wordt Incotec onderdeel van woongebied Nijevoert. De inpassing is zorgvuldig afgestemd op de toekomstige ligging in het woongebied. Het plangebied heeft volgens het leidraad Landschap en Cultuurhistorie (provincie NoordHolland) als landschapstype ‘Oude zeekleilandschap’. Kenmerkend voor dit landschapstype zijn de lange linten en de opstrekkende verkaveling haaks op de linten. De linten vormen de ruimtelijke dragers in het landschap. Incotec wordt in de nabije toekomst onderdeel van de nieuwe woonwijk Nijevoert. De openheid komt hiermee te vervallen. De hoofdstructuur van het woongebied is geïnspireerd op de bestaande kwaliteiten. Het vertrekpunt voor het ruimtelijk raamwerk zijn het historische agrarisch lint met erven en een voert, de openheid en de zichtlijnen, de waterstructuur en de 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
6
bijzondere bebouwing in het lint. De inpassing van Incotec moet passen bij het landelijk gebied en het woongebied. Een goede inpassing in het woongebied is echter maatgevend en beeldbepalend voor de planvorming van Incotec.
Figuur 2.3.2.1: Landschappelijk inpassingsplan, onderdeel van het beeldkwaliteitsplan Incotec (bron: Bügelhajema Adviseurs).
In het stedenbouwkundig plan voor Incotec is het woongebied leidend. Er wordt in het plangebied ruimte vrijgehouden tot aan de woningbouw. Binnen het plangebied is dit aan de oost- en westzijde minimaal 19 meter. Buiten de plangrenzen is dit aan de westzijde circa 30 meter. Verder is het plangebied van noord naar zuid op te delen in 3 zones: erf in het lint, voert, bedrijfserf. Erf in het lint Voor Incotec is bebouwing in het lint niet mogelijk. Het respecteren van het lint is evenwel belangrijk. Een open gat in het lint moet worden voorkomen. Het erf in het lint wordt daarom ingevuld met open constructies die bouwmassa’s suggereren in het lint. Forse bomen vullen de ruimte verder in. De inrichting van het erf in het lint is zo groen mogelijk. De belangrijkste functies van het erf in het lint zijn parkeren en presentatie van het bedrijf. Voert De voert is een waardevolle oost-westgerichte waterstructuur en vormt de scheiding tussen het lint en het landelijk gebied. De voert is niet letterlijk inpasbaar binnen het programma van Incotec. Op het terrein wordt wel een vijver aangelegd op de plek van de voert. Deze vijver markeert de overgang van (het erf in) het lint naar het bedrijfserf. Bedrijfserf Alle bebouwing vindt plaats achter het lint, op het bedrijfserf. Het bedrijfserf wordt zorgvuldig ingepast binnen het groeneblauwe raamwerk van Nijevoert.
De landschappelijk waardevolle 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
7
noord-zuidgerichte water- en verkavelingsstructuur wordt behouden en versterkt door de kavelsloten langs de randen te behouden en te versterken. Het terrein heeft groene randen naar de omgeving om daarmee de bebouwing te verzachten. Tegelijkertijd verbinden de groene randen Incotec met de toekomstige woonomgeving. Aan de zuidrand heeft Incotec een groenblauw aanzicht. Waterberging en groene elementen worden ingezet als kwaliteit voor het erf en de omgeving. Bebouwing Een aantal gebouwen wordt gehandhaafd. Het kantoorgebouw ‘Onder het dak’ is onderdeel van de lintbebouwing aan het Westeinde en wordt gehandhaafd. De nieuwste bedrijfsgebouwen op het achtererf (gebouw 2, 3 en 4) blijven behouden. Deze bedrijfsgebouwen vormen een samenspel van individueel vormgegeven gebouwen. Ondanks de verschillen in vormgeving is sprake van samenhang. De bebouwing wordt een verbijzondering in Nijevoert en heeft een eigen duidelijk herkenbare identiteit, passend bij de functie en passend bij de plek en de bestaande bebouwing. De geleding van de gevel past bij de achterliggende functie(s). Strategische openingen geven vorm aan de oriëntatie op de omgeving. Een hoogteaccent verrijkt het beeld. Aan de noord- en zuidzijde is de bebouwing sterk georiënteerd op de omgeving. Aan de west- en oostzijde is het beeld meer gesloten en worden er op strategische plekken openingen aangebracht in de gevels.
PLANREGELS Het beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad als uitgangspunt voor de welstandstoetsing. Bij toekomstige aanvragen om omgevingsvergunning of omgevingsplan in het plangebied wordt aan dit beeldkwaliteitsplan getoetst. De uitvoering van het beeldkwaliteitsplan behorende bij dit bestemmingsplan is geborgd door het opnemen van voorwaardelijke bepalingen in de regels.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
8
Beleidskader RIJK STRUCTUURVISIE INFRASTRUCTUUR EN RUIMTE (2012) Op 13 maart 2012 is de ‘Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte’ (SVIR) vastgesteld. In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een nieuw, integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: - Vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; - Verbeteren van de bereikbaarheid; - Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio’s. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn.
Gebiedsgerichte nationale belangen In de Structuurvisie worden verschillende deelgebieden onderscheiden. Het MIRT-gebied Noordwest-Nederland beslaat de provincies Noord-Holland en Flevoland en het Ijsselmeergebied. De Metropoolregio Amsterdam is binnen dit gebied de grootste stedelijke regio. Voor Enkhuizen zijn de volgende relevante gebiedsgerichte nationale belangen en opgaven van belang: - Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma50), het behouden van het kustfundament, het verbeteren van het ecologisch systeem van het Markermeer-Ijmeer (Natura 2000) en het samen met decentrale overheden uitvoeren van de gebiedsgerichte deelprogramma’s Kust, Ijsselmeergebied en Waddengebied van het Deltaprogramma; - Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma’s Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma; - Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV) en buisleidingennetwerk; - Het aanwijzen van voorkeursgebieden voor grootschalige windenergie in de kop van Noord Holland, Flevoland en het Ijsselmeer/Markermeer; - Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000gebieden.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
9
BESLUIT ALGEMENE REGELS RUIMTELIJKE ORDENING Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft als doel om de ruimtelijke belangen van het rijk vast te leggen. Deze belangen moeten juridisch doorwerken in de ruimtelijke onderbouwing. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro heeft directe gevolgen voor de ruimtelijke besluitvorming van andere overheden. Het omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB’s) die juridisch moeten doorwerken in bestemmingsplannen. De eerder uitgebrachte PKB’s hebben onder de nieuwe Wro de status van structuurvisie gekregen en zijn daarmee niet langer bindend voor andere partijen. Het Barro bevat daarom, passend binnen het nieuwe stelsel van de Wro, een zo beleidsneutraal mogelijke vertaling van deze bestaande ruimtelijke kaders uit de PKB’s Nota Ruimte, Derde Nota Waddenzee, Structuurschema Militaire Terreinen en Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Het gaat om de kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de rijksbufferzones, de nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.
Aan de hand van het Barro maakt het rijk duidelijk aan welke regels provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen moeten voldoen en wat de ruimte is waarbinnen provincies en gemeenten hun eigen ruimtelijke belangen vorm kunnen geven.
BESLUIT RUIMTELIJKE ORDENING (LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING) Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de Ladder duurzame verstedelijking worden onderbouwd. De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen in de Seed Valley, Noord-Holland welke aangewezen is voor het ontwikkelen van zaadveredelingsbedrijven. Het project is onderdeel van de uitbreiding van een bestaand zaadbeteringsbedrijf. Uitbreiding is nodig om o.a. faciliteiten centraal te verhuizen naar het Westeinde en de bestaande locatie te transformeren gericht op een duurzame toekomst. Door herstructurering wordt de geplande concentratie op het huidige perceel ingepast en een efficiëntere bedrijfsvoering gerealiseerd. Dit betekent dat verschillende processen boven elkaar uitgevoerd kunnen worden en het oppervlak horizontaal en verticaal zo optimaal mogelijk gebuikt kan worden.
Er wordt daarbij optimaal gebruikt gemaakt van de bestaande faciliteiten. Waar het bedrijf nu verspreid is over het gebied kan het door de concentratie van bedrijvigheid in het plangebied overlast op de omgeving, vanwege vrachtverkeer, verminderen. De woonkwaliteit neemt daarmee toe. Daarnaast geeft de uitbreiding lokaal meer werkgelegenheid. Hierdoor vormt de duurzaamheidsladder geen belemmering voor de realisatie van het plan.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
10
PROVINCIE OMGEVINGSVISIE NH2050 Op 28 november 2018 heeft de Provinciale Staten de Omgevingsvisie vastgesteld. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuur inclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: - Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. - Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. - Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. - Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. - Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen in West-Friesland.
In West-Friesland komen de bewegingen Nieuwe energie, Sterke kernen, sterke regio’s, Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving en Dynamisch Schiereiland bij elkaar. De grote potentie voor geothermie en daarmee komende economische kansen en inpassingsopgaven, het verder benutten van de kusten aan het IJsselmeer en Markermeer en het door ontwikkelen van Seed Valley, brengen een aantal opgaven bij elkaar die tegelijkertijd belangrijk zijn voor het vitaal houden van het voorzieningenniveau. Zaadveredeling is synoniem voor deze regio. Seed Valley is één van de belangrijke economische clusters.
Figuur 3.2.1.1: Kaart Noord-Holland in beweging met daarin Seedvalley aangegeven (bron: Provincie Noord-Holland). 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
11
OMGEVINGSVERORDENING NH2020 De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Op 16 november 2020 hebben Gedeputeerde Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Inmiddels is er een ontwerp Omgevingsverordening NH2022. Deze is op 26 april 2021 vastgesteld. Doorwerking plangebied Volgens de verordening zijn de onderstaande aspecten van belang: - Artikel 4.3 Tijdelijk en uitzonderlijk gebruik helikopters of andere luchtvaartuigen - Artikel 4.4 Ontbrandingstoestemming of melding - Artikel 4.44 Bodemsanering - Artikel 6.21c Datacenters uitgesloten - Artikel 6.10 Landelijk gebied - Artikel 6.38 Zaadveredelingsconcentratiegebied - Artikel 6.39 Bestaand zaadveredelingsbedrijf - Artikel 6.82 Peilbesluit - Artikel 6.83a Regionale verdringingsreeks IJsselmeergebied Artikel 4.3 Tijdelijk en uitzonderlijk gebruik helikopters of andere luchtvaartuigen Dit artikel stelt richtlijnen voor het gebruik van helikopters of andere luchtvaartuigen in de omgeving van Natura-2000 gebieden. Incotec gebruikt geen luchtvaartuigen. Dus dit artikel is heeft geen invloed op de ontwikkeling.
Artikel 4.4 Ontbrandingstoestemming of melding Dit artikel stelt dat er geen ontbrandingstoestemming, als bedoeld in het vuurwerkbesluit, nodig is wanneer dit plaatsvindt buiten de vastgestelde kritische afstanden vanaf een Natura-2000 gebied. Dit heeft geen invloed op de ontwikkeling. Artikel 4.44 Bodemsanering Dit artikel gaat in op de meldingsplicht ten tijde van saneringswerkzaamheden. Artikel 6.21c Datacenters uitgesloten Het is hier niet toegestaan om in nieuwe datacenters met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 en een elektrisch aansluitvermogen van meer dan 5 MVA te realiseren. Dit heeft geen invloed op de ontwikkeling van Incotec. Artikel 6.4 Kleinschalige ontwikkelingen Dit artikel richt zich op het bouwen van nieuwe woningen in landelijk gebied. De ontwikkeling van Incotec valt niet onder woningbouw. Daarom heeft dit artikel geen invloed op de ontwikkeling. Artikel 6.10 Noord-Holland Noord, Landelijk gebied 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
12
Dit artikel richt zich op het bouwen van nieuwe woningen in landelijk gebied. De ontwikkeling van Incotec valt niet onder woningbouw. Daarom heeft dit artikel geen invloed op de ontwikkeling. Artikel 6.38 Zaadveredelingsconcentratiegebied Dit artikel geeft aan dat in het aangegeven zaadveredelingsgebied ruimte is voor deze bedrijven om uit te breiden en daarvoor geen maximale omvang van bouwperceel geldt. Het plangebied valt binnen de aangegeven grenzen (figuur 3.2.2) en is daarom in de basis mogelijk.
Figuur 3.2.2.1: Kaart Omgevingsverordening NH2020 met daarin het zaadveredelings-concentratiegebied en bestaande zaadveredelingsbedrijven aangegeven (bron: Provincie Noord-Holland).
Artikel 6.39 Bestaand zaadveredelingsbedrijf Zie artikel 6.38. Artikel 6.82 Peilbesluit Op grond van artikel 5.2 van de Waterwet moeten bij of krachtens provinciale verordening de oppervlaktewaterlichamen worden aangewezen waarvoor de beheerder peilbesluiten dient vast te stellen. In dit artikel is daarin voorzien. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft een peilbesluit vastgesteld. Het bestemmingsplan hoeft hier niet in te voorzien.
LEIDRAAD LANDSCHAP EN CULTUURHISTORIE De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 10 april 2018) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
13
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een digitaal document en bestaat uit een introductiedeel met onder andere informatie over de opzet van de Leidraad en de juridische doorwerking, een deel met gebiedsgerichte informatie (ensembles en structuren) en een voorbeeldenbank. Doorwerking plangebied De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is verwerkt in de notitie ‘Landschappelijk inpassing Incotec’ welke als separate bijlage is toegevoegd. Hieronder volgt op hoofdlijnen de doorwerking van de leidraad in het plangebied. Het plangebied is onderdeel van het ensemble West-Friesland Oost. Daarnaast is het plangebied is onderdeel van het (bebouwings)lint van Westeinde en is het een (semi) agrarisch erf. (Bebouwings)linten en (agrarische) erven zijn provinciale structuren. Voor het ensemble WestFriesland Oost en de structuur (bebouwings)linten is een aantal ambities en ontwikkelprincipes benoemd. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: - bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek - bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en - helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.
Figuur 3.2.3.1: Kaart Leidraad landschap en cultuurhistorie met de planlocatie aangegeven (bron: Provincie Noord-Holland).
Onderstaande ambities en de bijbehorende ontwikkelprincipes zijn relevant voor de planvorming. 1. De lineaire structuren zijn de dragers voor het aantrekkelijke woon- en werklandschap tussen Hoorn en Enkhuizen. 2. Het lint heeft een duidelijke relatie met het omliggende landschap. 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
14
3. Het lint en de structuurdrager (weg/dijk/vaart) vormen een samenhangend geheel. 4. Ontwikkelingen passen bij het karakter en de identiteit van het lint. 5. De opzet en inpassing van het erf zijn afgestemd op het omringende (historische) landschap. 6. Het erf heeft een heldere indeling met een representatieve voorzijde en een functionele achterzijde. 7. Het erf heeft robuuste randen en gebiedseigen beplantingssoorten. 1. De lineaire structuren zijn de dragers voor het aantrekkelijke woon- en werklandschap tussen Hoorn en Enkhuizen. a. Behoud de lineaire structuren zoals als cultuurhistorisch waardevolle linten, waterlopen en voormalige waterkeringen en verbeter (waar mogelijk) de kwaliteit. b. Gebruik de linten als basis voor (kleinschalige) ruimtelijke ontwikkeling. c. Versterk waar mogelijk de kwaliteit van het aantrekkelijke landschap tussen Hoogkarspel en Enkhuizen (kans). d. Versterk de recreatieve verbindingen tussen stad en landschap en verminder waar mogelijk de barrièrewerking van de grotere infrastructuur (kans). Ad. 1a & b. Het plangebied is (deels) onderdeel van het besloten bebouwingslint van Westeinde. Bij de inpassing van de plannen wordt rekening gehouden met de bestaande kwaliteiten van het lint zoals o.a.
het besloten karakter, de kleinschalige bebouwing, de voert (grenssloot tussen lint en landschap) en de doorzichten vanaf het lint naar het achterliggende gebied. Ad 1c & d. Met de uitbreiding van Incotec en de realisatie van het woongebied Nijevoert is feitelijk geen sprake meer van landschappelijk gebied. Wel wordt rekening gehouden met de karakteristieken van het landschap waarin gebouwd wordt. Recreatieve verbindingen zijn onderdeel van Nijevoert . Met de uitbreiding van Incotec wordt aangesloten op deze routes voor uitloopmogelijkheden van werknemers. Het terrein zelf kan vanwege de bedrijfsvoering niet toegankelijk worden gemaakt voor buitenstaanders. 2. Het lint heeft een duidelijke relatie met het omliggende landschap De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: a. een goede herkenbaarheid van het lint als lijnvormige structuur in het landschap. 1. Houd het lint herkenbaar en/of versterk het als structuur in het landschap. Wees terughoudend en zorgvuldig met het ontwikkelen van woonbuurten aan of achter het lint. 2. Houdt ruimte tussen twee linten vrij en houd ‘oksels’ tussen kruisende linten open. 3. Houd de oorspronkelijke linten herkenbaar als historische structuren en identiteitsdragers als ze opgenomen zijn/worden in een verdichte omgeving. b. het behouden van doorzichten vanaf de weg naar het achterliggende landschap. 1.
Behoud de doorzichten vanaf de linten naar het landschap naast het lint. De mate van openheid verschilt per type lint (zie ambitie 3). 2. Maak bij erfuitbreiding een zorgvuldige afweging of de nieuwe bebouwing het beste achter of naast de bestaande bebouwing kan worden geplaatst. 3. Behoud aanwezige kavelsloten tussen de erven. c. een zorgvuldige overgang van de erven naar het landschap. 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
15
1. Behoud karakteristieke erfbeplanting of voeg die toe als dit kenmerkend is voor het landschaps- en/of erftype (zie ook structuur (Agrarische) erven). 2. Behoud de achtersloten als zij de schaalverschillen markeren tussen smalle kavels aan het lint en brede kavels in het achterliggende landschap. Ad 2a1 en 3. Het lint van Westeinde is aan beide zijden ingesloten door grotere structuren en eenheden. In de omgeving van het plangebied is nog een relatieve gave overgang naar open kavels herkenbaar. De voert is op meerdere plekken nog herkenbaar. Ter plaatse van het plangebied is de overgang verstoort. Met de ontwikkeling van Nijevoert zal het open gebied verdwijnen. Dit plan komt tot stand op basis van de landschappelijke context. Voor het planvoornemen is de context en opbouw van het lint maatgevend voor de planvorming. Ad 2a2. Er is geen sprake van meerdere linten of kruisende linten ter plaatse van het plangebied. Ad 2b1. Het lint van Westeinde heeft een besloten karakter. Ter plaatse van het plangebied is er geen sprake van doorzichten via of over het erf. Enkel via de oostelijke kavelssloot bestaat een doorzicht vanaf het lint op het achterliggende gebied. Deze wordt behouden in de planvorming. Ad 2b2. Gezien de eigendomssituatie is enkel uitbreiding in de zuidelijke richting mogelijk. Ad 2b3. De bestaande kavelssloten rondom het erf worden behouden en verbreed.
De waterpartijen op het perceel worden gedempt. As 2c1. De aanwezige beplanting op het perceel komt te vervallen. In de planvorming wordt voorzien in stevige erfrandbeplanting als overgang naar de toekomstige woonwijk. Ad 2c2. In het plangebied is de achtersloot (voert) gedempt. Deze wordt deels teruggebracht in de planvorming. 3. Het lint en de structuurdrager (weg/dijk/ vaart) vormen een samenhangend geheel. Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij ontwikkelen passend bij de structuurdrager. a. Sluit aan bij de kenmerkende samenhang tussen lintbebouwing en structuurdrager. b. Oriënteer de bebouwing op de weg/dijk/vaart. De ontsluiting is bij voorkeur rechtstreeks op het lint, van oudsher vaak via een brug of dam. c. Geef de voorzijde van het erf een representatieve functie; de bedrijvigheid en logistiek vinden plaats achterop het erf (zie ook structuur (Agrarische)erven). d. Pas beplanting zodanig in dat die de karakteristiek van het lint versterkt. Behoud de laanbeplanting als die karakteristiek is voor dit lint. e. Behoud of herstel de (teen)sloot tussen de weg/dijk en het erf als die kenmerkend is voor het lint. Ad 3a. Gezien de bedrijfsvoering moet de bebouwing op afstand van het lint worden gebouwd. Gezien de schaal van de bebouwing/functie is deze afstand ook een passend middel om de functie in te passen in de lintstructuur. Ad 3b en c.
De vormgeving van het plan is afgestemd op de ligging in het lint. Aan de zijde van het lint is een representatieve uitstraling van het erf en de bebouwing uitgangspunt. Ad3d. Op het voorerf wordt voorzien in opgaande beplanting. Hiermee worden een groene plek in het besloten lint gecreëerd. Ad3e. Een achtersloot (voert) is kenmerkend voor het lint van Westeinde. Deze wordt deels teruggebracht in het plan. 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
16
4. Ontwikkelingen passen bij het karakter en de identiteit van het lint. Er is een onderscheid gemaakt naar drie typen lint: dorpslint, open lint en agrarisch lint. Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: a. een zorgvuldige afweging of de maat en schaal van de nieuwe bebouwing past bij het (type) lint, of dat hier elders een betere plek voor is. Ga bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig om met de karakteristieken van de historisch gegroeide dorpsstructuur, bewoningsvorm en landschappelijke context. b. een herkenbare identiteit van het ‘aaneengesloten dorpslint’. 1. Ontwikkel in dezelfde maat en schaal als de overige bebouwing in het lint. Zorg voor diversiteit in de bebouwing, voorkom repetitie. Voor nieuwe hoogteaccenten en bebouwing op markante plekken gelden hogere beeldkwaliteitseisen. 2. Zorg voor continuïteit in de inrichting van de openbare ruimte, passend bij de identiteit van het lintdorp. c. een regelmatige afwisseling tussen bebouwing en groen/openheid in een ‘open lint’. 1. Behoud de bredere doorzichten tussen de bebouwing en de relatie tussen het lint en het direct aangrenzende landschap. Ad 4a. Het plangebied ligt in een dorpslint. De verplaatsing van de bedrijfsvoering is onderzocht (in het kader van in ontwikkeling zijnde woonuitbreiding), maar is financieel niet haalbaar gebleken. Ad 4b. De planvorming wijkt door de functie in aard en schaal af van het lint.
Met voorliggend plan is echter een zorgvuldige inpassing in het lint ontworpen. Ad 4c. Het lint heeft een besloten karakter. In het plangebied is alleen via de oostelijk kavelsloot sprake van een doorzicht vanaf het lint op het achterliggende gebied. Dit doorzicht is ingepast in de planvorming. 5. De opzet en inpassing van het erf zijn afgestemd op het omringende (historische) landschap. Erven verschillen per landschapstype of gebied in hun verschijningsvorm. Ze zijn op een specifieke manier in het landschap ingepast en hiermee verbonden. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: a. het inpassen en uitbreiden van erven volgens het gebiedseigen karakter. 1. Houd bij de inpassing van nieuwe bebouwing of uitbreiding rekening met de specifieke opbouw en verkaveling van het landschap, zoals plaatsing van de erven in het landschap. 2. Sluit aan bij de maat en schaal, de vorm en de oriëntatie die kenmerkend zijn voor erven en kavels in het gebied. 3. Breid in kleinschalige landschappen uit volgens het ‘erfkorrelprincipe’: het uitbreiden in kleinere eenheden (‘korrels’), zodat het lijkt alsof het erf uit meerdere kleine erven bestaat. Zo blijft de kleinschalige uitstraling behouden. Houd hierbij het oorspronkelijke slotenpatroon van de verkaveling intact b. het verbinden van het erf met de omgeving. 1.
Verbind waar mogelijk het erf met de omgeving, bijvoorbeeld door het openstellen van wandelen/ of fietspaden langs of over het erf. Bied passanten de mogelijkheid het werk op het erf of in het bedrijf te zien, een blik in de stal te werpen, producten te kopen of natuur op en rond het erf te zien (kans). 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
17
Ad 5. Dit principe is met name gericht op agrarische erven. Voorliggend erf heeft een industrieel agrarisch karakter. Het inpassingsplan is gericht op een goede inpassing in het lint, waarbij nadrukkelijk afstemming op de bestaande context is nagestreefd. Ad 5b. Het erf kan alleen voor werknemers worden verbonden met de omgeving. Gezien de bedrijfsvoering is openstelling voor buitenstaanders niet mogelijk. 6. Het erf heeft een heldere indeling met een representatieve voorzijde en een functionele achterzijde. Alle erven hebben van oorsprong een heldere indeling in een voor- en een achterkant. De indeling in ‘voor’ en ‘achter’ heeft nog steeds waarde, met kleine variaties in erftype en erfindeling per streek. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: a. een heldere indeling van voor- en achtererf met bijpassende uitstraling. 1. Neem de voor-achterindeling als basis. De voorzijde is de representatieve kant van het erf; hier toont het erf zich met een mooi voorhuis, een siertuin, poort of brug over het water. Hier laat het bedrijf zijn bijzondere aard, kennis en producten zien. Aan de achterzijde van het erf wordt gewerkt; hier bevinden zich stallen en schuren, opslag, logistiek, vinden het laden en lossen plaats en lopen de routes naar het land. Deze zijde is vooral praktisch en naar eigen behoefte ingericht. 2.
Integreer oude en nieuwe bebouwing in een totaalplan en verwijder tijdelijke opstallen, zodat een heldere opzet van het erf ontstaat (kans). 3. Maak de vormgeving en uitstraling van het voorerf en de overgang naar het achtererf gebiedsspecifiek. 4. Zorg voor een goede overgang van het achtererf naar het landschap. b. het situeren van bebouwing evenwijdig aan de verkavelingsrichting. c. behoud of herstel van de zichtlijn vanaf de weg naar het landschap, over het erf(pad). Ad 6a. De voor- en achterzijde benadering is integraal onderdeel van het inpassingsplan. Gezien de aard en schaal van de bedrijfsvoering is sprake van een interpretatie van dit principe. Er is gestreefd naar een totaalplan voor het erf. Ad 6b. Inpassing van de verkavelingsrichting vormt de basis van het inpassingsplan. Ad 6c. De zichtlijn over de oostelijke kavelsloot wordt behouden. De inpassing van nieuwe doorzichten is door de combinatie van een fors programma en een beperkt (niet uit te breiden plangebied) niet mogelijk. 7. Het erf heeft robuuste randen en gebiedseigen beplantingssoorten. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: a. het behouden en/of versterken van typerende erfranden. 1. Voeg bij erfuitbreiding nieuwe erfgrenssloten en -beplanting toe. Reserveer hiervoor voldoende ruimte langs de erfranden en bouw niet te dicht op de erfgrens.
Houd hierbij rekening met volgende uitbreidingen als deze te verwachten zijn. 2. Richt de erfranden op een gebiedseigen manier in. b. het gebruikmaken en behouden van gebiedseigen beplanting(selementen). 1. Onderzoek welke soort beplanting en beplantingselementen kenmerkend zijn voor erven in de betreffende streek en het type landschap. 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
18
2. Behoud en/of versterk bestaande elementen of voeg nieuwe gebiedseigen elementen toe als deze ontbreken. Ad 7a. Nieuwe beplantingen en de kavelsloten zijn een belangrijk onderdeel van de planvorming. Gezien de aard en schaal van de bedrijfsvoering is sprake van een interpretatie van dit principe. Aan weerszijden is voorzien in een robuuste rand en behoud en versterking van de bestaande kavelsloten. Ad 7b. In het plan worden beplantingen toegevoegd die passen bij de functie en het landschap. Gezien de aard en schaal van de bedrijfsvoering is sprake van een interpretatie van dit principe.
REGIO RES NOORD-HOLLAND NOORD In de regionale energiestrategie Noord-Holland Noord (april 2021) is bedoeld als visie en richtlijn voor de regio om de energietransitie in goede banen te leiden. Hierin worden doelstellingen voor verduurzaming van energievoorziening uitgewerkt in mogelijke projectlocaties. Doorwerking plangebied Het plangebied van Incotec wordt in de RES aangeduid als gebied met potentie voor zon op grote daken. Incotec gaat de mogelijkheid voor het toepassen van zon op grote daken onderzoeken.
Figuur 3.3.1.1: Uitsnede infographic RES-Noord-Holland-noord (bron: energieregionh.nl)
BELEIDSKADER WIND- EN ZONNE-ENERGIE WESTFRIESLAND Dit beleidskader is geldt sinds 13 oktober 2023. De zeven gemeenten binnen regio Westfriesland hebben samen het beleidskader wind- en zonne-energie Westfriesland opgesteld. Het doel van de samenwerking is het voorkomen van versnippering in het landschap. In het document wordt duidelijk waar en onder welke voorwaarden windturbines en zonne-energie mogelijk zijn. Het plangebied ligt op de grens van het Westfriese landschap met fruitteelt en het experimenteer landschap. Het grootste deel ligt binnen de eerstgenoemde categorie. Dus deze richtlijnen worden aangehouden. 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
19
Zonnevelden aan de rand van woonkernen zorgen voor een zachte overgang naar open landschap door groenblauwstructuur en recreatievoorzieningen. Het sluit aan bij de maat en schaal van omliggende infrastructuur en vult de restruimte in. Bij lintbebouwing zijn zonnevelden toegestaan, mits deze achter het lint worden geplaatst met de zichtlijnen naar het open landschap intact. Zonnevelden moeten aangelegd worden in combinatie met groenstructuur en volgen de bestaande erven. In een open landelijk lint zijn zonnevelden toegestaan langs andere bedrijfsfuncties dan agrarische functies. Het plaatsen van microturbines is toegestaan, mits deze worden ingepast in de bestaande ervenstructuur en zichtlijnen. Doorwerking plangebied Zie § 3.3.1
GEMEENTELIJK BELEID STADSVISIE ENKHUIZEN 2030 De Stadsvisie Enkhuizen 2030 Enkhuizen is op 2 december 2009 door de gemeenteraad van Enkhuizen vastgesteld. De Stadsvisie Enkhuizen 2030 bestaat uit drie delen. Deel I beschrijft de Identiteit van Enkhuizen in 2030: Gastvrije haven en historische glorie, deel II omvat richtinggevende uitspraken. Deel III is de Uitwerking tot 2020: Structuurvisie Enkhuizen. In de Richtinggevende uitspraken Stadsvisie 2030 ten aanzien van het onderwerp 'Economie' staat onder meer aangegeven dat Enkhuizen streeft naar een vitale economische structuur die gebaseerd is op meerdere sectoren en waarbij wordt ingezet op het door ontwikkelen van Seed Valley. Doorwerking plangebied Aan de westzijde van Enkhuizen zal een herschikking van functies plaatsvinden, waarbij twee doelen gerealiseerd worden: Seed Valley en wonen in Westeinde-Zuid. Zoals in het Visiedocument Westeinde (zie § 3.4.2 van dit document) is aangegeven heeft de gemeente besloten het gebied ten zuiden van het Westeinde te reserveren voor Seed Valley en te onderzoek in hoeverre het gebied tussen Incotec en de gemeentegrens met Stede Broec voor woningbouw benut kan worden.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
20
Figuur 3.4.1.1: Uitsnede Enkhuizen structuurvisie 2020 met in het rood aangewezen het plangebied (bron: Stadsvisie Enkhuizen 2030, gemeente Enkhuizen).
VISIEDOCUMENT WESTEINDE De gemeente Enkhuizen heeft het concept Visiedocument Westeinde van 23 april 2012 opgesteld dat onder meer dient als leidraad om nieuwe plannen ruimtelijk te kunnen toetsen. Het gemeentebestuur streeft daarbij naar een hoogwaardige uitstraling aan het Westeinde. De ontwikkeling van de visie voor het Westeinde is op interactieve wijze tot stand gekomen. Er heeft een workshop met bewoners van het Westeinde plaatsgevonden en een werkbijeenkomst met sleutelfiguren waarbij een klankgroep is opgericht. Door de gemeenteraad van Enkhuizen is in 2012 aangegeven wat de voorkeursrichting is voor verdere ontwikkeling. Dit model wordt verder “gebiedsvisie Westeinde” genoemd. In het model is in de zuidwesthoek enige ontwikkeling ten behoeve van woningbouw mogelijk en/of ontwikkeling ten behoeve van Seed Valley. Verder staat de ontwikkeling van Westeinde Noord en Zuid ten behoeve van Seed Valley centraal. Het karakter van het lint dient te worden versterkt en er wordt extra infrastructuur gecreëerd om de verkeersdruk op het bestaande lint te verminderen.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
21
Figuur 3.4.2.1: Gebiedsvisie Westeinde (bron: gemeente Enkhuizen).
BOUWSTENEN VOOR DE OMGEVINGSVISIE ENKHUIZEN De gemeente Enkhuizen is het proces gestart om een omgevingsvisie te ontwikkelen. Om deze visie op te stellen zijn een aantal bouwstenen opgesteld. Momenteel is dit nog niet vastgesteld, maar in de uitwerking van dit bestemmingsplan is het ontwerpdocument meegenomen. Doorwerking plangebied In figuur 3.4.3.1 is de kernkwaliteitenkaart te zien. De planlocatie is gelegen langs de SeedvalleyBoulevard.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
22
Figuur 3.4.3.1: Kernkwaliteitenkaart Enkhuizen, rood omcirkeld het plangebied (bron: bouwstenen voor de omgevingsvisie Enkhuizen, gemeente Enkhuizen).
In het document worden kernopgaven benoemd. De volgende opgaven zijn voor de planlocatie van toepassing: - Behouden karakter van landschapsgemeente Enkhuizen. Incotec wil door de waterstructuur in het plangebied te versterken de doorzichten in het landschap bewaren. - Creëer een leefomgeving die bijdraagt aan de gezondheid en veiligheid. Incotec past de nieuwe ontwikkeling in met landschappelijk groen en watergangen. - Versterken van de economie. Door uit te breiden kan Incotec op een duurzame manier blijven groeien en ontwikkelen, dit geeft meer werkgelegenheid in de omgeving. - Realiseer Energieneutraal 2040. Incotec wil op termijn energieneutraal worden. Daarvoor wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om duurzame energie op te wekken. Dit wordt in paragraaf 4.13 ‘Duurzaamheid’ verder uitgewerkt. - Zorg dat de gemeente bestand is tegen droogte, hitte en overmatige regenval. Incotec draagt hieraan bij door het toepassen van groene gevels en daken. Tevens wordt er voldoende watercompensatie voor de verharding gerealiseerd. - Behoud en versterk de biodiversiteit. De ecologische kwaliteit van de uit te breiden watergang wordt verbeterd door een natuurvriendelijke oever aan te leggen.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
23
WELSTANDSNOTA ENKHUIZEN, HERZIENING 2013 Het Westeinde is het oude ontginningslint waaraan Enkhuizen, maar ook Bovenkarspel, Grootebroek, Lutjebroek en Hoogkarspel ontstaan zijn. Kenmerkend aan dit lint is de nadrukkelijke aanwezigheid van grootschalige bebouwing. Vooral de zaadveredelingsbedrijven hebben hier bedrijfsgebouwen, loodsen en kassen. Deze staan meestal niet direct aan het lint, maar iets daar achter. Gelet op de functie van de van oudsher aanwezige zaadteelt- en zaadbedrijven is het Westeinde door de provincie aangewezen voor hoogwaardige agrarische bedrijvigheid (als onderdeel van de regionale Seedvalley), met behoud van de karakteristiek van het Westeinde.
Figuur 3.4.4.1: Gebiedsindeling Enkhuizen (bron: Welstandsnota Enkhuizen herziening 2013).
Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen in de eerste lijn, in het lint langs het Westeinde en gebouwen in de tweede lijn, achter de lintbebouwing aan het Westeinde. Belangrijke criteria in de eerste lijn zijn o.a.: • Gebouwen hebben een individuele uitstraling zonder scherpe contrasten met het karakter van de panden in de buurt. • Handhaven van de doorzichten langs de hoofdsloten of hoofdvaarten • De voorgevelrooilijn ligt parallel aan de weg. • Gebouwen hebben een duidelijke grondvorm. Belangrijke criteria in de tweede lijn zijn o.a.: • De vorm van de gebouwen sluit aan bij de uitstraling en functie van het gebied. • Gebouwen staan niet willekeurig verspreid op de kavel, maar staan in een ruimtelijke compositie. • Hallen, loodsen en andere bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm, maar hebben bij voorkeur een verbijzonderd silhouet. 228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
24
•
Kleurgebruik van de hoofdmassa van alle soorten bedrijfsgebouwen bij voorkeur in donkere of gedekte kleuren.
Doorwerking plangebied In de uitwerking van de landschappelijk inpassing is ook rekening gehouden met de Welstandscriteria, zie paragraaf 2.3. ‘Ruimtelijke kwaliteit’. Het beeldkwaliteitsplan zal de geldende welstandsnota ter plaatse vervangen.
CONCLUSIE Uit de beleidskaders blijkt dat de planvorming past binnen het vigerende ruimtelijk beleid van het rijk, de provincie, regio en gemeente.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
25
Omgevingsaspecten MILIEUZONERING WET- EN REGELGEVING De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat overheden bij het vaststellen van bestemmingsplannen moeten aantonen dat sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing (Wro artikel 3.1 lid 1). Onderdeel hiervan is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient er op toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken en anderzijds functies die daar last van hebben. Die afstand moet ook weer niet onnodig groot zijn, omwille van een efficiënt ruimtegebruik. De VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009 wordt onder andere bij bestemmingsplanprocedures als handreiking gebruikt voor het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. In deze publicatie worden per bedrijfstype minimale richtafstanden aangegeven voor wat betreft geur, stof, gevaar en geluid die bij voorkeur dienen te worden aangehouden tot hindergevoelige functies (gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht, of een gedeelte daarvan) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Als aan de richtafstanden wordt voldaan, is op die punten sprake van een goede ruimtelijke ordening.
De richtafstanden zijn enerzijds gekoppeld aan de milieucategorie van de te beoordelen inrichting en anderzijds de karakterisering van de omgeving waarin de inrichting is gelegen.
ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk zaadveredelingsbedrijven en woningen aanwezig. De VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” geeft aan dat voor een agrarisch bedrijf, een grootste afstand aangehouden moet worden van 30 meter (bij een rustige woonwijk). De dichtstbijzijnde woning is gelegen aan het Westeinde 105 en ligt op circa 2 meter afstand ten opzichte van het bestaande kantoor. De woning aan het Westeinde 121 ligt op circa 10 meter van de bestaande bedrijfsgebouwen. De toekomstige nieuwbouw wordt verder van de weg Westeinde af gesitueerd waardoor de dichtstbijzijnde woning aan het Westeinde 121 op circa 32 meter van de toekomstige nieuwbouw is gesitueerd. Deze afstand is voldoende om geen belemmering te vormen. Derhalve is geen nader onderzoek noodzakelijk. De toekomstige woonwijk Nijevoert wordt aan de oost- en westzijde van Incotec gesitueerd. In de ontwikkelkaart opgesteld door de gemeente Enkhuizen wordt rekening gehouden met voldoende afstand tussen de woningen en het plangebied. De ontwikkelkaart is de basis voor een bestemmingsplan of omgevingsplan t.b.v. de nieuwe woonwijk. Aan de oostzijde is de hoogspanningslijn gelegen waardoor een gedeelte niet voor woningbouw in aanmerking komt. Langs de gehele oostzijde wordt een groenstrook met water voorzien van circa 40 meter breed.
Deze strook garandeert voldoende afstand tot het plangebied. Aan de westzijde worden de woningen op 30 meter afstand ten opzichte van de perceelsgrens mogelijk gemaakt. Binnen het plangebied wordt de bedrijfsbebouwing op 19 meter van de perceelsgrens gesitueerd.
228000-241209-SZ-RW-Toelichting.docx
26
CONCLUSIE Er gelden vanuit het aspect milieuzonering geen belemmeringen voor het voorliggende plan.
ARCHEOLOGIE WET- EN REGELGEVING Door de ondertekening van het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta genoemd) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Monumentenwet is geregeld hoe met archeologische vindplaatsen en zichtbare monumenten moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij de planvorming te betrekken. Een belangrijk onderdeel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) is dat de verantwoordelijkheid voor het cultureel erfgoed bij de gemeenten komt te liggen. In de WAMZ wordt geregeld dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemming rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Gemeente Enkhuizen heeft een vastgestelde archeologische beleidsnota, een belangrijk onderdeel daarvan is de archeologische beleidskaart. Deze kaart wordt gebruikt als basis van het bestemmingsplan.
ONDERZOEK Op 17 juni 2021 is een archeologisch quickscan opgesteld door Archeologie West-Friesland. Het archeologisch advies is als aparte bijlage toegevoegd. Hieronder is de conclusie aangegeven. Incotec BV is voornemens om bestaande bebouwing te slopen en grote delen van het terrein opnieuw in te richten. De exacte omvang van de ingreep en de verstoringsgraad is op dit moment nog niet geheel duidelijk. Op basis van de aangeleverde beoogde nieuwe situatie is zichtbaar dat de geplande ingreep ook plaats zal vinden op nog niet vrijgegeven delen binnen het plangebied. Reeds eerder uitgevoerd onderzoek heeft aangetoond dat binnen het plangebied archeologische resten uit de Bronstijd, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd aanwezig zijn. De nieuwbouwplannen zullen deze resten naar verwachting zodanig verstoren dat een archeologische opgraving uitgevoerd dient te worden. Met Archeologie West-Friesland is afgestemd de bestaande archeologische waarden in het bestemmingsplan te behouden. De beleidskaart van de gemeente Enkhuizen is sinds vaststellen van het vigerend bestemmingsplan gewijzigd. Daarbij zijn onder andere de onderzochte terreinen vrijgegeven en enkele wijzigingen voorgesteld om de kaart te uniformeren aan het beleid van andere gemeenten in West-Friesland.
Voor de zones met een middelhoge verwachting voor bewoning uit de prehistorie wordt voorgesteld om de vrijstellingsgrens te wijzigen van 15.000 naar 2.500 m². Uit archeologische onderzoek van de afgelopen 10 jaar binnen deze zones blijkt dat hier wel degelijk (grootschalige) bewoning uit de Bronstijd aanwezig kan zijn. Bij de omgevingsvergunningsaanvraag/ omgevingsplanaanvraag voor de nieuwbouw van de bedrijfsgebouwen zal verder archeologisch onderzoek plaatsvinden.