220530 UWP GWW toelichting en regels 2672-110
Tekst van het document
Uitwerkingsplan Gommerwijk West-west
Gemeente Enkhuizen 30 mei 2022 Vastgesteld
Gemeente Bestemmingsplan Voorontwerp
Plannummer: NL.IMRO.0388.UWPGommerwijkww-on01 -
Toelichting Regels Verbeelding
Vastgesteld 30 mei 2022 Projectnummer 2672-110
bezoekadres
Arnhemseweg 6 3817 CH Amersfoort telefoon
033 2851685 e-mail
info@vp.nl website
www.vp.nl
Gemeente Enhuizen Toelichting, deel uitmakende van het Uitwerkingsplan Gommerwijk West-west
Vastgesteld
Plannummer: NL.IMRO.0388.UWPGommerwijkww-on01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per..-..-….
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 8
Hoofdstuk2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
9 9 11 16 18
Hoofdstuk3 Huidige situatie 3.1 Ontstaansgeschiedenis 3.2 Huidige situatie
25 25 27
Hoofdstuk4 Planbeschrijving 4.1 Stedenbouwkundige opzet 4.2 Beeldkwaliteit 4.3 Programma 4.4 Verkeer en parkeren 4.5 Duurzaamheid
31 31 34 36 45 47
Hoofdstuk5 Omgevingsonderzoeken 5.1 Archeologie en cultuurhistorie 5.2 Bedrijven en milieuzonering 5.3 Bodem 5.4 Ecologie 5.5 Externe veiligheid 5.6 Geluid 5.7 Luchtkwaliteit 5.8 Waterparagraaf 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Milieueffectrapportage
49 49 52 53 54 59 62 66 67 72 72
Hoofdstuk6 Juridische aspecten 6.1 Inleiding 6.2 Opzet en verantwoording van de planregels
75 75 75
Hoofdstuk7
79
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak
2
81 81 83
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Marktonderzoek GWW
Bijlage 2
Parkeer- en verkeersonderzoek
Bijlage 3
Archeologie
Bijlage 4
Bodem
Bijlage 5
Bodem asbest
Bijlage 6
Ecologie quickscan deel 1
Bijlage 7
Ecologie quickscan deel 2
Bijlage 8
Ecologie actualisatie
Bijlage 9
Ecologie aanvullend
Bijlage 10
Stikstofdepositie
Bijlage 11
Geluid
Bijlage 12
Watertoets
Bijlage 13
Watergebiedsplan
Bijlage 14
Aanmeldnotitie m.e.r.
Bijlage 15
Reacties vooroverleg
Bijlage 16
Besluit Hogere Waarde
3
4
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De woningbouwlocatie Gommerwijk West-west (GWW) is een uitbreidingswijk aan de westkant van Enkhuizen. Hiervoor is op 19 februari 2008 het bestemmingsplan Gommerwijk West-west door de gemeenteraad vastgesteld. Dit bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een woonwijk voor ten hoogste 700 woningen. Deze woningbouw is geregeld in de bestemming 'Wonen - Uit te werken'. Op 24 september 2019 is de 'Partiële herziening bestemmingsplan Gommerwijk West-west' vastgesteld door de raad van de gemeente Enkhuizen. Met deze partiële herziening wordt ten opzichte van het vigerende plan de zogenaamde 'harde plancapaciteit' van ten hoogste 700 woningen in het bestemmingsplan Gommerwijk West-west aangepast tot een maximaal plafond en wordt een koppeling met de beleidsmatig vastgelegde woningbouwcapaciteit in Enkhuizen gelegd.
Voor Gommerwijk West-west is een stedenbouwkundig plan gemaakt. Hierbij is een inrichting van het gebied met ca. 510 woningen uitgewerkt. Daarbij is er, in het licht van de huidige woonwensen, gekeken naar meer kleinere woningen en appartementen in het noordelijk deel van het stedenbouwkundig ontwerp voor Gommerwijk West-west. Om de daadwerkelijke bouw van de nieuwe woningen mogelijk te maken moet de uit te werken woonbestemming omgezet worden naar een rechtstreekse woonbestemming. Dit wordt planologisch-juridisch geregeld in een uitwerkingsplan.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen ten westen van Enkhuizen en ligt tussen het Streekbos en de huidige bebouwingsgrens. Het plangebied is ca. 30 ha groot.
Ligging plangebied (rood omkaderd), bron: Google earth
5
Het plangebied volgt de grens van de bestemming 'Wonen - Uit te werken' uit het bestemmingsplan Gommerwijk West-west. Aan alle zijden grenst het plangebied direct aan een brede watergang. Aan de noord-, zuid- en een deel van de westzijde wordt het plangebied omringd door agrarische percelen. Aan de zuidwestzijde ligt recreatiegebied het Streekbos. Aan de oostkant ligt de bestaande woonbebouwing Enkhuizen. Ten noorden van het plangebied ligt de Haling, één van de ontsluitingswegen van het agrarisch productiegebied, evenals De Gouw aan de zuidzijde. Het bestaande Weelenpad met watergang die tussen de twee uit te werken woonbestemmingen valt ligt buiten het uitwerkingsplan, deze hebben in het vigerende bestemmingsplan al de bestemmingen 'Groen' en 'Water' gekregen. De drie bestaande woningen aan de noord- en zuidkant vallen buiten het uitwerkingsplan, deze hebben al de bestemming 'Wonen'.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De gronden in het uitwerkingsplan zijn onderdeel van het vigerende bestemmingsplan 'Gommerwijk West-west', hierna wel het 'moederplan' genoemd. In het vigerende bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming 'Wonen - Uit te werken'. Daarnaast komen de dubbelbestemmingen 'Leidingen' en 'Archeologisch waardevol gebied' voor binnen het plangebied. Om de bouw van ca. 510 nieuwe woningen mogelijk te maken moet de bestemming 'Wonen - Uit te werken' omgezet worden in 'Wonen', 'Groen', 'Water' en 'Verkeer - Verblijf'. Dit uitwerkingsplan maakt dat mogelijk, waarbij aan een aantal voorwaarden uit het moederplan moet worden voldaan.
6
Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omkaderd), bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Het plangebied valt binnen de 'Partiële herziening bestemmingsplan Gommerwijk West-west', vastgesteld door de raad van de gemeente Enkhuizen op 24 september 2019. De herziening is met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:964) onherroepelijk geworden. Met deze partiële herziening wordt ten opzichte van
7
het vigerende plan de zogenaamde 'harde plancapaciteit' van ten hoogste 700 woningen in het bestemmingsplan Gommerwijk West-west aangepast tot een maximaal plafond en wordt een koppeling met de beleidsmatig vastgelegde woningbouwcapaciteit in Enkhuizen gelegd. Op deze manier wordt woningbouw in andere gebieden in Enkhuizen planologisch mogelijk gemaakt. Voor het uitwerkingsplan betekent dit dat bij de onderbouwing voor de Ladder voor Duurzame verstedelijking er moet worden aangetoond dat de woningaantallen passen binnen het woningbouwbeleid dat is vastgelegd in de regionale Woonvisie Westfriesland 2017, het Woonakkoord 2020-2025 en de regionale woningbouwprogrammering met het afwegingskader wonen Westfriesland 2019.
1.4
Leeswijzer
De toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 is de toetsing van het project aan het beleid van rijk, provincie en gemeente beschreven; in hoofdstuk 3 wordt de bestaande situatie weergegeven; in hoofdstuk 4 is de beschrijving van het plan opgenomen; in hoofdstuk 5 zijn alle aspecten op het gebied van het milieu en leefkwaliteit beschreven; hoofdstuk 6 omvat de juridische planbeschrijving; hoofdstuk 7 beschrijft de economische uitvoerbaarheid; in hoofdstuk 8 zijn de resultaten opgenomen van inspraak en overleg.
8
Hoofdstuk 2 Beleidskader In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van het beleidskader van rijk, provincie en gemeente.
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Het Rijk geeft met de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De ontwikkeling van de leefomgeving moet zo veel als mogelijk in balans zijn met bescherming van waarden als gezondheid, veiligheid, landschap, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Niet alles kan en niet alles kan overal. De oplopende druk op de fysieke leefomgeving vraagt om scherpe en fundamentele keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. Om beleidskeuzes te helpen maken hanteert de NOVI een omgevingsinclusieve benadering en drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Samen met de NOVI wordt een Uitvoeringsagenda uitgebracht, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij worden vier uitgangspunten gehanteerd: 1. 2. 3. 4.
We werken als één overheid, samen met de samenleving; We stellen de opgave(n) centraal; We werken gebiedsgericht; We werken permanent en adaptief aan de opgaven.
In de Uitvoeringsagenda staat onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd.
9
In een aantal gebieden met grote opgaven en complexe problematiek bieden de (institutionele) kaders onvoldoende ruimte voor goede oplossingen. Daarom zijn acht voorlopige NOVI-gebieden benoemd. Het doel van een NOVI-gebied is het oppakken en verder brengen van (onderdelen van) grote en geïntegreerde (transitie)opgaven in de fysieke leefomgeving, die essentieel zijn voor het betreffende gebied én voor Nederland als geheel, waarbij de nationale belangen onmiskenbaar zijn op het terrein van verstedelijking, duurzame economie, energie/klimaat en/of landelijk gebied. De voorlopige NOVI-gebieden zijn de transities van de havengebieden in de regio's Rotterdam en Amsterdam, de transities van het landelijk gebied van De Peel en Groene Hart, de energie- en klimaattransities in relatie tot verstedelijking in Groningen en de regio Zwolle en de transities in een grensoverschrijdende context in Zuid-Limburg en de Zeeuwse havens/Zeeuws-Vlaamse kanaalzone.
Voor het plangebied zijn geen specifieke opgaven bepaald. Ook is het geen onderdeel van een NOVI-gebied. De ontwikkeling heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Nationale Omgevingsvisie.
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Ten behoeve van de bescherming van de in de NOVI genoemde nationale opgaven, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), en in de toekomst het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet, algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. Doel van het Barro is om onderwerpen uit de NOVI te verwezenlijken, danwel te beschermen. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: rijksvaarwegen, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.
Geen van deze nationale belangen speelt een rol binnen de begrenzing van het plangebied.
2.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken wordt een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd, waardoor artikel 3.1.6 lid 2 Bro aangeeft dat: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”
Met dit plan wordt de ontwikkeling van ca. 510 woningen mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, zodat alleen een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling nodig is.
10
Het huidige gebruik van het plangebied is weliswaar voornamelijk agrarisch, maar het stedelijk gebruik is op grond van de uit te werken woonbestemming in het moederplan al mogelijk. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor de onderbouwing hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 (Planbeschrijving).
2.1.4
Conclusie
Op basis van bovenstaande samenvattingen van de van belang zijnde rijksbeleidsnota's kan geconcludeerd worden dat het uitwerkingsplan in overeenstemming is met het rijksbeleid.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie NH2050
Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het Milieubeleidsplan 2015-2018, de Watervisie 2021 en de Agenda Groen. De hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is het relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vasthouden door te richten op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die nu gemaakt worden. De sturingsfilosofie is het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Hierbij wordt rekening gehouden met de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal.
Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking.
Onder de hoofdambitie zijn voor een drietal aspecten samenhangende ambities geformuleerd: Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond; Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt.
Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten; Wonen en werken: vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter 11
met elkaar in overeenstemming laten zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends; Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.
Energietransitie De ambitie van de provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd is op hernieuwbare energie.
In het Visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen hanteert de provincie meerdere ontwikkelprincipes. Deze ontwikkelprincipes geven houvast naar de toekomst toe omdat ze op hoofdlijnen beschrijven hoe de provincie de ontwikkelingen voor zich ziet. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: Dynamisch schiereiland: het benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling: hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem wordt de agglomeratiekracht vergroot. Sterke kernen, sterke regio's: de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
Het plangebied draagt met de ontwikkeling van de woningen bij aan woningbouw aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Het plan wordt ingepast in het landschap. Het plan is niet in strijd met de provinciale omgevingsvisie.
2.2.2
Omgevingsverordening NH2020
In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Op donderdag 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening.
12
De provincie Noord-Holland wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Hierbij wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De provincie wil dat er meer ruimte komt voor woningbouw in Noord-Holland Noord. De nieuwe omgevingsverordening regelt dat in landelijk gebied woningbouwprojecten tot 11 woningen gebouwd kunnen worden aan de rand van kernen en dorpslinten. Grootschalige woningbouw (meer dan 11 woningen) was onder voorwaarden altijd al mogelijk in landelijk gebied. De plannen moeten wel worden opgenomen in een woonakkoord, gemeenten moeten aantonen waarom woningbouw op die locatie nodig is en het goed inpassen in het landschap. De 32 meest waardevolle en kwetsbare landschappen in de provincie zijn aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ (BPL). Op deze gebieden is de provincie extra zuinig vanwege hun bijzondere waarde voor mens en dier. Per gebied is aangegeven welke bijzondere kernkwaliteiten aanwezig zijn. Dat kunnen ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden zijn. Hieronder vallen: het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere bodemopbouw.
Als deze kernkwaliteiten niet aantast worden, is bijvoorbeeld woningbouw onder voorwaarden mogelijk. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels opgesteld over hoe toegestane ontwikkelingen ingepast kunnen worden in deze gebieden.
Het plangebied van voorliggend uitwerkingsplan valt binnen het bestaand stedelijk gebied waar wonen is toegestaan, hiermee draagt het bij aan het provinciale streven naar woningbouw aansluitend aan de bestaande verstedelijkte gebieden. Al in moederplan wordt aangegeven dat in het streekplan uit 2004 van de provincie Gommerwijk West-west binnen het bestaand stedelijk gebied is opgenomen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Bijzonder Provinciaal Landschap. Het plangebied valt wel binnen 'Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura 2000', vanwege de ligging nabij het Natura 2000-gebied IJsselmeer. De watergang ten noorden van het Weelenpad valt als natuurverbinding binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het Streekbos is hier ook onderdeel van. Wat betreft de bescherming van natuurgebieden wordt verwezen naar paragraaf 5.4 van deze toelichting. Het plan is niet in strijd met de provinciale omgevingsverordening.
2.2.3
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018)
Aandacht voor behoud en ontwikkeling van landschap en cultuurhistorie is sterk verankerd in het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland. Voor het opstellen van ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen en structuurplannen is de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) vastgesteld. Ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn alleen mogelijk indien de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie daarbij wordt toegepast. Deze Leidraad is een vernieuwde versie van de Leidraad uit 2010.
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (Leidraad) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte en
13
ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. Ruimtelijke kwaliteit is lastig te definiëren of kwantificeren. Het gaat niet om mooi of lelijk, of behouden tegenover ontwikkelen. Ruimtelijke kwaliteit draait om het samenspel van nieuw en oud en de balans tussen behoud en ontwikkeling bij het maken van keuzen over de toekomst van het landschap. Zonder behoud geen verleden, maar zonder ontwikkeling geen toekomst. Kortom ruimtelijke kwaliteit ontstaat als nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aansluiten op de huidige kwaliteiten van het landschap. Zodat, waar mogelijk, eenieder het landschap in kan, het kan beleven en ervan kan genieten – ook in de toekomst. Volgens de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie dient bij ruimtelijke plannen verantwoording te worden afgelegd van de manier waarop nieuwe functies rekening houden met de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap, de ordeningsprincipes van het landschap, de bebouwingskarakteristieken en de bestaande kwaliteiten van het gebied.
De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.
Gommerwijk West-west valt binnen het Ensemble West-Friesland Oost. Dit is een oud zeekleilandschap met de karakteristiek van een veenontginningsgebied. Kenmerken zijn de lange veenlinten en opstrekkende kavels haaks op de linten. De ligging van de linten is afhankelijk van de richting van de ontginningen en vaak sterk gerelateerd aan de ondergrond (de hooggelegen kreekruggen). Waterlopen als de Kadijk, de Gouw, de Groote Vliet en de Molensloot zijn enkele relicten van het ooit waterrijke landschap. De kronkelende dijken en de braken en wielen zijn het resultaat van de lange strijd tegen het buitenwater. In Polder het Grootslag is het oorspronkelijke karakter van het gebied door de ruilverkaveling verloren gegaan. De vaarverkaveling is verdwenen en het gebied is nu relatief grootschalig van opzet. Veel sloten zijn gedempt en wegen zijn aangelegd om het gebied te ontsluiten. Samen met de nieuwe agrarische bebouwing die in omvang toeneemt, ontstaat een nieuw landschap. Alleen de oost-west lopende ecologische zone Natte Cel met de Kadijk en de noord-zuidsloten (zoals de Molensloot en Kanthoeksloot) herinneren aan de originele vaarverkaveling. In het Westfriese landschap zijn de ontginningsstructuren, vaarten en dijkwegen de belangrijkste lokale structuurlijnen. De lintdorpen zijn beeldbepalend en zijn van oudsher de ruimtelijke dragers van verstedelijking en van stolpenreeksen.
De linten zijn vaak gelegen op de kreekruggen (Schellinkhout, Wijdenes, Oosterblokker, Opperdoes) en op oude dijken (Zwaagdijk, Andijk). De grotere waterlopen als de Kadijk, de Groote Vliet en de Molensloot en de parallel hieraan gelegen sloten vormen herkenbare lijnen in het landschap. Datzelfde geldt voor de grotere dijkstructuren zoals de Zwaagdijk. De Natte Cel is een ecologische ruimtelijke drager, deels met opgaande beplanting. Bij de ambities voor dit landschap wordt aangegeven dat mogelijke kansen het versterken van de recreatieve verbindingen tussen stad en landschap zijn en het behouden en versterken van de recreatieve betekenis van historische vaarwegen, zoals de vaarroute Hoorn-Enkhuizen.
14
Het plangebied sluit aan op de Natte Cel. In het stedenbouwkundig plan wordt dit, met de belangrijke rol voor water en groen, doorgezet. Daarnaast wordt er met de structuur van het plan aangesloten bij de kenmerkende noord-zuidgerichte verkaveling en afwateringssloten in het landschap van de polder Het Grootslag en de bijbehorende lintbebouwing. Zowel de noord- als zuidrand van het plangebied is onderdeel van een lint. Hier wordt in het plan op ingespeeld door de kenmerkende lintstructuur hier door te zetten, ook binnen de beeldkwaliteit van deze zones. De Kadijk met het Weelenpad loopt door het midden van het plangebied en blijft een herkenbare eenheid binnen het plan. Het vormt een van de recreatieve oost-westverbindingen tussen het Streekbos en de bebouwing van Enkhuizen. Daarnaast wordt een tweede vaarverbinding naar het Streekbos gerealiseerd. Voor de verdere verantwoording van de inpassing en de ruimtelijke kwaliteit van het plan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 (Planbeschrijving).
2.2.4
Woonagenda 2020-2025
De provincie Noord-Holland wil dat er de komende jaren veel betaalbare en duurzame woningen beschikbaar komen. Zij gaat gemeenten met raad en daad helpen om de flinke ambitie op het gebied van wonen waar te maken. De speerpunten van de Provinciale Woonagenda 2020-2050 zijn: De vraag naar passende en betaalbare woningen in de provincie is groot en neemt onder alle doelgroepen toe. De provincie vindt het belangrijk om in de woonbehoefte te voorzien en daartoe de woningbouwproductie aan te jagen. Tegelijk wil de provincie de transitie maken naar een volledig klimaatneutrale, circulaire en klimaatadaptieve bouw én de bestaande woningvoorraad verduurzamen. Een goede ruimtelijke inpassing van woningbouwprojecten, rekening houdend met andere randvoorwaarden voor verstedelijking en beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie, is daarvoor essentieel. De richtinggevende principes die de provincie daarbij heeft geformuleerd zijn: 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst; 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw; 3.
De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. 4. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. 5. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. 6. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. 7. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. 8. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden maken we afspraken om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij
15
de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen.
Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking en de behoefte van de regio West-Friesland. Samen met andere in- en uitbreidingslocaties levert het een goede bijdrage aan een evenwichtige en een gevarieerde opbouw van de woningvoorraad in de regio. Voor de onderbouwing hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 (Planbeschrijving).
2.2.5
Conclusie
Het plan is in overeenstemming met het provinciale ruimtelijk beleid. Het stedenbouwkundige plan dat de onderligger vormt voor dit uitwerkingsplan is besproken (d.d. 31 augustus en 12 oktober 2021) in de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling van de provincie. Met aanpassingen is het plan akkoord bevonden.
2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Regionale Woonvisie Westfriesland
Het woningbouwbeleid is vastgelegd in de regionale Woonvisie Westfriesland 2017. Hierin is de ambitie uitgesproken om tot de top 10 woonregio’s van Nederland te gaan behoren en de woonvisie bijdraagt aan het realiseren van die ambitie bijdragen. De woonvisie zet in op de volgende speerpunten: Bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen; Vitale kernen: richten op kansrijke producten en locaties; Nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten; Scheiden wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen; Flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven.
Het speerpunt voor nieuwbouw, inzetten op onderscheidende en complementaire producten, heeft de volgende uitgangspunten: De vraag staat centraal: naar woning en woonomgeving; Landschappelijk onderscheidend vermogen van Westfriesland benadrukken: 'groen, rust, ruimte, water'; Betreft gemengde woonmilieus met meer aandacht voor bijvoorbeeld duurzaamheid en zelfvoorzienendheid, mengvormen met landelijk wonen en stadslandbouw; Toepassen van nieuwe woonvormen met geïncorporeerde vormen van domotica en 'the internet of things' en een nieuwe bouwopzet van nieuwbouw: seniorenwoningen, collectieve bouw, tiny houses, grote landschapskavels et cetera; Bewoners-initiatieven over vormgeving van zorg voor hun ouders en/of kinderen (familiedomeinen, woongroepen en wonen met gelijkgestemden); Nieuwe vormen van opdrachtgeverschap, zoals (collectief-)particulier opdrachtgeverschap, mede-opdrachtgeverschap en doe-het-zelf planologie.
Ten opzichte van het moederplan komen er in Gommerwijk West-west in totaal minder woningen. Hierdoor ontstaat er ruimte voor meer onderscheidende woningen in Gommerwijk West-west en meer ruimte voor initiatieven op andere plekken in de gemeente. De woningen die met dit plan mogelijk worden gemaakt maken onderdeel uit van de geactualiseerde plannen voor Gommerwijk West-west. In
16
het stedenbouwkundig plan staan groen, rust, ruimte, water en grote landschapskavels centraal en maken duurzaamheid en een klimaatadaptieve inrichting onderdeel uit van de planvorming. Het plan maakt wonen in het bos of park en aan het water mogelijk. Ook is er ruimte voor (collectief-)particulier opdrachtgeverschap. Verder is er, in het licht van de huidige woonwensen, gekeken naar meer appartementen in het stedenbouwkundig ontwerp voor Gommerwijk West-west. Hierdoor vormt het plan een onderscheidende en complementaire aanvulling op de bestaande woningvoorraad. De voorgenomen ontwikkeling van ca. 510 woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Enkhuizen draagt bij aan de kwaliteit van de woningvoorraad waarbij invulling wordt gegeven aan de aanwezige woningbehoefte. Voor de verdere onderbouwing hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 (Planbeschrijving).
2.3.2
Woonakkoord 2020-2025en Afwegingskader wonen West-Friesland 2021
De uitvoering van de regionale woonvisie vindt plaats via het Woonakkoord 2020-2025. In het Woonakkoord staat per speerpunt welk beleid en welke instrumenten hiervoor worden ingezet. Onderdeel van het Woonakkoord is een regionale woningbouwprogrammering met een regionaal afwegingskader wonen. Het afwegingskader vormt de basis voor nieuwe woningbouwplannen en licht deze toe. Het woningbehoefteonderzoek dat in 2018 door Atrivé is uitgevoerd heeft tot een aantal nieuwe inzichten geleid, waaronder de conclusie dat er een grote behoefte aan woningen is en dat de huidige plancapaciteit ontoereikend is. De woningbouwproductie dient versneld uitgebreid te worden en er moet een accent gelegd worden op het prijssegment betaalbare koop. Hiervoor zijn een aantal uitgangspunten benoemd: Zet in op diversiteit in het woningbouwprogramma en nut de binnenstedelijke potentie van Hoorn uit. Ook in andere centrumdorpen en steden is ruimte om de binnenstedelijke capaciteit uit te breiden; Bouw grootschalig rondom OV-knooppunten (conform provinciaal- en Rijksbeleid); Maak gebruik van laaghangend fruit, voer locaties die tijdens de crisis zijn afgevallen weer op; Benader dit alles regionaal en leg de focus op diversiteit en onderscheidend karakter. Bovenstaande uitgangspunten hebben als basis gediend voor het aangepaste afwegingskader en voor de aangepaste woningbouwprogrammering.
Het toepassen van de ladder is in de regio West-Friesland vastgelegd in het Afwegingskader wonen West-Friesland 2021 (AWF 2021). Daarin zijn de minimumvereisten vastgelegd waaraan elk plan moet voldoen (Westfriese basis). Aan de hand van de stappen in deze basis kan worden beoordeeld of een nieuwbouwplan wel of niet kan worden gerealiseerd. Hierin is onder meer van belang dat een plan moet passen in de vastgelegde woningbouwbehoefte. Daarnaast zijn er een aantal vereisten waar minstens voor de helft aan voldaan moet worden (Westfries vooruitdenken). De minimumvereisten van de Westfriese basis waaraan elk plan moet voldoen zijn: Het plan past binnen de ambitie van 16.000 woningen aan zachte plancapaciteit; Het plan voldoet aan de voorwaarde dat 70% van de woningbouwplannen in de regio West-Friesland worden gerealiseerd in de krachtige kernen; Is getoetst en onderbouwd of realisatie binnenstedelijk mogelijk is? Als realisatie past binnen de regionale opgave, maar realisatie binnenstedelijk niet mogelijk is, is getoetst aan provinciale voorwaarden inzake beschermingsregimes, energieneutraal, 17
klimaatadaptief, circulair bouwen, landschappelijke inpassing en mobiliteit.
De ambities voor het Westfries vooruitdenken bestaan uit: Het plan levert een positieve bijdrage aan betaalbaar wonen; Het plan voorziet in woningen in de vrije huursector voor middeninkomens; Het plan levert een bijdrage aan het langer zelfstandig wonen; Het plan is circulair en energieneutraal; Het plan draagt bij aan klimaatadaptatie, een gezonde leefomgeving en verbetering van de natuur en het landschap; Nieuwe woningbouw wordt zoveel mogelijk gerealiseerd in de nabijheid van een OV-knooppunt; Het plan draagt bij aan de versnelling van de woningbouwproductie in Westfriesland; Het plan draagt bij aan de aantrekkingskracht van de regio door het bieden van een aantrekkelijke onderscheidende woonomgeving.
Aan alle minimumvereisten van de Westfriese basis wordt voldaan. Daarnaast wordt met betrekking tot het Westfries vooruitdenken voldaan aan vijf van de acht ambities. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking en de vereisten zoals is vastgelegd in het AWF 2021. Voor de onderbouwing hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 (Planbeschrijving).
2.3.3
Conclusie
Het plan is in overeenstemming met het regionale beleid.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Stadsvisie Enkhuizen 2030
De stadvisie Enkhuizen 2030 is op 2 december 2009 vastgesteld door de gemeenteraad en heeft als doel het geven van een leidraad aan het gemeentebestuur bij het maken van toekomstig beleid. Richting wordt gegeven aan de sociale en ruimtelijke toekomst van Enkhuizen. In de Stadsvisie is beschreven dat Enkhuizen in 2030 een gewilde woonplaats zal zijn door de combinatie van kleinschaligheid en levendigheid. Uniek is het wonen aan het water dat in Enkhuizen prijstechnisch aantrekkelijker is dan in de Randstad. De woonwijken zullen over het algemeen qua huishoudenstype, leeftijd en economische klasse gemengd zijn.
Een onderdeel van de Stadsvisie is de Structuurvisie Enkhuizen 2020, een uitwerking en ruimtelijke vertaling van de Stadsvisie. In de Structuurvisie is aangegeven wat de ruimtelijke gevolgen zijn van het gemeentelijk beleid. Een groot deel van het beleid voor de Structuurvisie Enkhuizen 2020 heeft zijn wortels in eerder vastgestelde plannen en beleidsvoornemens. De uitbreiding Gommerwijk West-west valt hier ook onder. In de Structuurvisie staat dat het noordelijk van de binnenstad gelegen woongebied zal worden afgerond met de ontwikkeling van de wijk Gommerwijk West-west, passend in de woningbehoefte vanaf 2015. De ontwikkeling wordt zo ingestoken dat recht wordt gedaan aan de functie van het gebied als overgangszone tussen de woonwijk en het Streekbos. Door gewijzigde beleidsinzichten, de periode van crisis en daarna weer herstel en de eventuele gevolgen van demografische ontwikkelingen, hebben geleid tot een heroverweging van eerdere plannen. Het gehele gebied van Gommerwijk West-west krijgt een veel groenere invulling in aansluiting op het
18
Streekbos en in samenhang met de groenzone langs de Haling. Ruimte, groen, water, recreatie, een extensieve vorm van wonen en een ecologische verbinding worden gecombineerd tot een landschapselement dat is "opgehangen" aan de cultuurhistorische lijn van de Haling en refereert aan de bolwerken van de binnenstad. Ook de vijf grote sloten in de polder Het Grootslag (Bokkesloot, Meindertsloot, Kapelsloot, Hoeksloot en Zandsloot) hebben een verbinding met dit landschapselement. Realisatie van de wijk zal worden afgestemd op de woningmarkt-ontwikkelingen en worden uitgevoerd op basis van het uitgangspunt dat het hier gaat om "wonen in het groen" waarbij het woongebied een goede overgang vormt naar en optimaal samenhangt met de eerder genoemde landschappelijke elementen. Op basis van de heroverweging zullen er minder woningen gerealiseerd worden binnen deze wijk. Daarnaast wordt er, in het licht van de huidige woonwensen, gekeken naar meer kleinere woningen en appartementen.
Met onderhavig uitwerkingsplan wordt de uitwerking op basis van de heroriëntatie van Gommerwijk West-west mogelijk gemaakt.
2.4.2
Woonvisie Enkhuizen 2014
De Woonvisie Enkhuizen 2014 Balans in de stad: Samen zorgen voor kwaliteit is op 3 juni 2014 vastgesteld. De thema's die hierin voor het wonen genoemd worden zijn: A. Aanpassingsopgave bestaande woningvoorraad Omvang en passendheid van de socialehuurwoningvoorraad; Gezamenlijke aanpak 'duurzame woningen'; Intensivering geschikte woningen voor senioren. B. Slim programmeren en organiseren nieuwbouw Afwegingskader 'nieuwbouw'; Bouwen voor de vraag; Uitnodigend en facilitair; Binnenstedelijke kwaliteit en gerichte uitbreiding. C. Wonen, welzijn en zorg Robuuste woonservicegebieden; Organisatie overstijgend werken; Langer zelfstandig wonen; Nieuwbouw: nieuwe woonconcepten en kansen in uitleggebied; Investeren in kwetsbare buurten versterken. D. De wijken Investeren in kwetsbare buurten versterken. E. Burgerkracht
Specifiek voor Gommerwijk West-west wordt in de woonvisie aangegeven dat de gemeente het kansrijk acht juist in de uitleg mogelijkheden te creëren voor specifieke leefgemeenschappen/woonvormen. Als onderscheidend wordt gezien: ruim & kwaliteit, 2-1 kap en vrijstaand, (midden)duur. Kleinschalige initiatieven van particulieren waarvoor aantoonbare vraag bestaat, wil de gemeente faciliteren. Denk bijvoorbeeld aan (collectief) particulier opdrachtgeverschap of aan particuliere initiatieven ten behoeve het geclusterd wonen van (vitale) senioren of mensen met een beperking. Essentieel voor de gemeente is om niet datgene toe te voegen wat al in ruime mate aanwezig is. Hierbij wordt vooral aan betaalbare rij-eengezinswoningen gedacht. Die staan er volop in de buitenstad.
19
De woningen die met dit uitwerkingsplan mogelijk worden gemaakt vallen voor een groot deel in de categorie middenduur en duur (twee-onder-een-kapwoningen, vrije kavels voor vrijstaande woningen). Daarnaast zijn er, in het licht van de huidige woonwensen, appartementen en kleinere woningen in de vorm van rug-aan-rugwoningen toegevoegd in het stedenbouwkundig ontwerp voor het plangebied. Ook de woonomgeving zelf is onderscheidend door de ruime en groen opzet in het park en met veel water in de woonomgeving. Hiermee wordt aangesloten op de wensen uit de gemeentelijk woonvisie. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking en het gemeentelijke woonbeleid. Voor de onderbouwing hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 (Planbeschrijving).
2.4.3
Archeologische Beleidsnota
In de beleidsnota, die op 15 mei 2013 is vastgesteld, is beschreven hoe wordt omgegaan met (mogelijke) waardevolle archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen. De doelstelling van de "Archeologische Beleidsnota" is het archeologische erfgoed waar nodig te beschermen als bron van het gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wettenschappelijke studie zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk. De uitgangspunten zijn: Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem niet mogelijk is; De relatie tussen archeologie en ruimtelijke ordening versterken zodat behoud, beheer en ontwikkeling van het bodemarchief onderdeel worden van het planologische besluitvormingsproces; Bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen; Verbetering informatievoorziening over cultureel erfgoed om het draagvlak voor archeologie te vergroten.
De archeologische beleidskaart maakt onderdeel uit van de beleidsnota en geeft een overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. Deze kaart maakt inzichtelijk wanneer een verplichting tot onderzoek kan ontstaan bij ruimtelijke ingrepen. In het beleid wordt beschreven wanneer nader onderzoek naar waarden nodig is. Tevens bepaalt de nota dat de gemeente Enkhuizen bij een vast te stellen bestemmingsplannen rekening dient te houden met de in de grond aanwezige en te verwachten archeologische waarden.
20
Uitsnede archeologische beleidskaart (plangebied rood omkaderd)
Het plangebied valt binnen de archeologische beleidskaart in vier categorieën: Archeologisch Waardevol Gebied (rode arcering, zeer hoge archeologische waarde, archeologisch onderzoek verplicht), Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied 2 (blauw, archeologisch onderzoek verplicht in plangebieden groter dan 500 m² en dieper dan 35 cm), Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied 3 (oranje, archeologisch onderzoek verplicht in plangebieden groter dan 1.000 m² en dieper dan 35 cm) en Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied 4 (groen, archeologisch onderzoek verplicht in plangebieden groter dan 15.000 m² en dieper dan 35 cm). Het Archeologisch Waardevol Gebied blijft beschermd doordat hier geen woningbouw plaatsvindt. In paragraaf 5.1 van deze toelichting is 21
beschreven op welke wijze voor het overige gebied rekening is gehouden met archeologie.
2.4.4
Welstandsnota Enkhuizen 2013
De welstandsnota is door de gemeenteraad van de gemeente Enkhuizen vastgesteld op 1 oktober 2013. Als vertegenwoordiger van het algemeen belang regisseert de gemeente het uiterlijk aanzien van de stad. In de welstandsnota wordt Gommerwijk West-west aangegeven als ontwikkelingsproject. Hierbij wordt aangegeven dat het in bijzondere situaties kan voorkomen dat de welstandscriteria voor de bestaande gebieden niet specifiek genoeg zijn voor nieuw te ontwikkelen gebieden. Het zal dan vooral gaan om grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt. Bij (her)ontwikkelingsprojecten is het in Enkhuizen al geruime tijd de gewoonte dat de stedenbouwkundige een notitie opstelt waarin de stedenbouwkundige randvoorwaarden worden beschreven. Daarin wordt ook aandacht geschonken aan de welstandsaspecten. De notitie wordt vastgesteld in de raadscommissie ruimtelijke ordening. De gemeenteraad stelt de welstandscriteria vervolgens vast ter aanvulling op de welstandsnota. In deze gevallen is de procedure dat het vaststellen van de welstandscriteria binnen een jaar na het vaststellen van het bestemmingsplan voor dit gebied moet gebeuren.
Hierbij zal worden aangesloten op het welstandsniveau van de omliggende woongebieden.
Voor het plangebied wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze is als bijlage 2 aan de regels toegevoegd. Hierbij wordt rekening gehouden met de criteria zoals deze in de welstandsnota staan. De woningen die met dit plan mogelijk worden gemaakt zullen hieraan moeten voldoen.
2.4.5
Actualisatie Verkeersplan Enkhuizen 2017-2025
Het verkeersplan Enkhuizen uit 2005 heeft een actualisatie gekregen waarin het beleid op een aantal punten is aangepast. Er zijn verkeerskundige aspecten die vragen om een koerswijziging en daarnaast zijn er ook trends die in 2005 nog niet waren voorzien maar die wel vragen om aanpassingen in het beleid. Een voorbeeld hiervan is de elektrische auto. Voor het overige is het bestaande beleid op veel gebieden nog steeds actueel. Voor het bepalen van de gewenste koers zijn verkeerstellingen en een parkeeronderzoek uitgevoerd en is een enquête gehouden onder het burgerpanel. Belangrijkste wijziging is de beschreven hoofddoelstelling en subdoelstellingen. De nieuwe hoofddoelstelling is: Het bevorderen van een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer dat noodzakelijk is voor de economische vitaliteit en leefbaarheid van Enkhuizen, waarbij de hinder zoveel mogelijk wordt beperkt, duurzame verplaatsingen worden gestimuleerd en het historische karakter wordt gerespecteerd. Naast deze hoofddoelstelling zijn er nog afzonderlijke subdoelstellingen geformuleerd op het gebied van: verkeersveiligheid; bereikbaarheid/mobiliteit; duurzaamheid; historisch karakter en ruimtelijke kwaliteit; leefbaarheid.
22
Gommerwijk West-west zal worden ontsloten en ingericht volgens de intenties van het Verkeersplan. In het noorden zal Gommerwijk West-west aansluiten op de Haling, in het zuiden op De Gouw. Daarnaast komt er bij Tuindershof nog een verbinding met de bestaande wijk voor het autoverkeer. Bij de huidige inzichten over verkeersveiligheid wordt voor alle woonbuurten ingezet op verblijfsgebieden. De inrichting van de verblijfsgebieden, qua verkeersgebruik en ontsluiting, wordt afgestemd op de bereikbaarheid van de dagelijkse voorzieningen voor fietsers en voetgangers. De toegestane snelheid van het verkeer binnen de wijk is ten hoogste 30 km/uur. Vanuit de huidige bebouwing van Enkhuizen zijn er diverse mogelijkheden voor fiets- en wandelroutes naar buiten. De gemeentelijke wens is een goede interne bereikbaarheid voor fietsers tussen verschillende woonwijken en vanuit de woonwijken naar de belangrijkste werklocaties, scholen en de binnenstad. Naast het dagelijkse fietsverkeer binnen het verstedelijkt gebied, vormen vooral ook de recreatieve fiets- en wandelroutes door het landelijk gebied een belangrijk aandachtspunt. Bij de nieuwe uitbreiding zal extra ingezet worden op de aansluiting op deze doorgaande fietsroutes. De gemeente wenst een fietspad aan te leggen dat een belangrijke verbinding vormt vanuit de noordelijke gebieden van Enkhuizen.
De fietsverbindingen van de buitenstad met het Streekbos blijven behouden via het bestaande fietspad op het dijkje (het Weelenpad) en via het fietspad langs De Gouw. Verder wordt er op zes punten voor het langzaam verkeer aangesloten op de bestaande omgeving.
Het plangebied sluit aan op de uitgangspunten van het Verkeersplan Enkhuizen.
2.4.6
Beleidsnotitie Parkeernormen en parkeerfonds, gemeente Enkhuizen 2014
De gemeente Enkhuizen heeft parkeerbeleid opgesteld in de vorm van een beleidsnotitie "Parkeernormen en parkeerfonds, gemeente Enkhuizen 2014". In het verlengde van het parkeerbeleid worden momenteel in de praktijk de CROW-kencijfers ook voor de andere gebieden toegepast. Het bestemmingsplan Parapluplan Enkhuizen legt deze cijfers en daarmee de dagelijkse praktijk vast. Binnen de systematiek van de CROW wordt een categorie-indeling gemaakt. Enkhuizen is een kleine stad en is te typeren als ‘matig stedelijk’. Voor Gommerwijk West-west wordt de indeling 'matig stedelijk rest bebouwde kom' gebruikt. Per categorie is een bandbreedte opgenomen met minimale en maximale parkeercijfers per categorie. In Enkhuizen wordt het gemiddelde van de minimale en maximale cijfers toegepast.
In dit uitwerkingsplan wordt rekening gehouden met de parkeernormen. Voor de uitwerking hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 (Planbeschrijving).
2.4.7
Conclusie
Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijk ruimtelijk beleid.
23
24
Hoofdstuk 3 Huidige situatie
3.1
Ontstaansgeschiedenis
West- Friesland Het plangebied maakt onderdeel uit van het kleipolderlandschap, dat kenmerkend is voor dit deel van Noord-Holland. Het kleipolderlandschap is een landschapstype dat ontstaan is als gevolg van een lange strijd tussen de zee en de mens. De oorsprong van dit landschap ligt ongeveer 3000 jaar voor Christus, toen de zee West-Friesland bereikte via het Zeegat van Bergen. Rond 2200 voor Christus was er nog slechts één grote west-oost geul aanwezig die zich ter hoogte van Aartswoud splitste in een noordelijke tak via Abbekerk in de richting van Opperdoes en een zuidelijke tak via Hoogwoud, Wognum en Hoorn in de richting van Wijdenes en Andijk. Toen het Zeegat van Bergen rond 1500 voor Christus sloot, werden de geulsystemen geleidelijk minder actief. In het gebied was tot 1000 na Christus sprake van vorming van strandwallen en Oude Duinen. Vanwege de vorming van strandwallen en Oude Duinen kreeg de kust een meer gesloten karakter waardoor de afvoer van water naar open zee verslechterde. Achter de duinenrij lag een zandig binnenduingebied. In de luwte van de gesloten kustlijn slibden kleiplaten op. Deze kleiplaten werden door geulen doorsneden. Nog lange tijd brak de zee door de duinenrij en deed de invloed van de zee zich in het achterliggend gebied gelden. Naarmate de platen hoger opslibden werden ze meer geschikt voor bewoning. Op de platen werd landbouw bedreven.
De achter de strandwallen gelegen lagere gebieden, werden door de sluiting van de kustlijn steeds natter. In gebieden waar geen geulen actief waren, ontstond veen. Uiteindelijk vielen alle geulen droog en verdwenen deze rond 800 voor Christus onder het veen. Het veen groeide door en werd langzaam hoger.
Enkhuizen Enkhuizen is ontstaan in de jaren 1000 - 1200 als haven- en vissersdorp en bestond aanvankelijk uit twee kerkdorpen, Gommerkerspel (bij de huidige Westerkerk) en Enkhuizen (bij de huidige Zuiderkerk). Het dorp Gommerkerspel bestond uit lintbebouwing aan de Streek, een ontginningsbasis die zich uitstrekt van Hoorn tot Enkhuizen en waaraan ook de naastgelegen dorpen Bovenkarspel en Grootebroek liggen. De landschappelijke basisstructuur wordt oorspronkelijk bepaald door de middeleeuwse ontginning van het veen. Het landschap van de polder Het Grootslag kenmerkt zich door een noord-zuidgerichte verkaveling, openheid in oost-west richting en lintbebouwing. De ontginning van oostelijk West-Friesland startte in de tweede helft van de 12e eeuw. Ter ontwatering werden sloten en vaarten gegraven. Er ontstaat een slagenlandschap met door afwateringssloten begrensde percelen. Deze sloten - voor een deel nog in het landschap herkenbaar - hebben een noord-zuid richting en staan loodrecht op het grote ontwateringskanaal de Oude Gouw, dat ten noorden van Enkhuizen in de Zuiderzee uitmondde. Aan de zuidkant van de Oude Gouw lag de nederzettingsas de Streek, een opgehoogde dijkweg waarlangs de woningen en opstallen stonden. In de 14e eeuw is het gebied, tezamen met het grootste deel van WestFriesland, ingedijkt door de Westfriese Omringdijk.
25
Kaart uit 1850 (plangebied rood omkaderd), bron: www.topotijdreis.nl
Het Grootslag was een vaarpolder, ontsloten door vaarten en sloten die in verbinding stonden met de grachten in de binnenstad van Enkhuizen. Tijdens de ruilverkaveling in de jaren '70 van de vorige eeuw, zijn in de polder wegen aangelegd en zijn er naast de bestaande bebouwing aan de randen, nieuwe agrarische bedrijven gebouwd. Hiermee ontstond een rationeel, voor agrarische doeleinden beter geschikt gebied. Veel van het oorspronkelijke kleinschalige slotenpatroon is gedempt, om plaats te maken voor een meer grofmazig stelsel. Een ander landschappelijk belangrijk element dat in het kader van de ruilverkaveling ontwikkeld is, is het Streekbos. Dit bos is primair bedoeld voor de intensieve dagrecreatie.
Kaart uit 1950 voor de ruilverkaveling (plangebied rood omkaderd), bron: www.topotijdreis.nl
26
Kaart uit 1985 na de ruilverkaveling (plangebied rood omkaderd), bron: www.topotijdreis.nl
In de jaren vijftig breidt Enkhuizen zich uit buiten de vesting. De uitbreidingsgebieden worden buiten het open Schootsveld gelegd; er ontstaat een van de binnenstad onderscheiden buitenstad. De uitbreidingen leiden tot de transformatie van de polder: de grootste sloten blijven bestaan (Noorder kadijk, De Gouw, Kapelsloot, Meijndertsloot, Zandsloot); de polderverkaveling wordt geheel vernieuwd. De buitenstad vult het poldervak tussen de Noorder Kadijk (Haling) en de Gouw geheel op. De uitbreidingen laten, als jaarringen, de ontwikkeling in de tijd zien - van oost naar west. De eerste uitbreiding van vlak na de oorlog is Enkhuizen Noord, met Oude Gouw als voortzetting. In de jaren '70 is Gommerwijk Oost gebouwd; gevolgd door Gommerwijk West in de jaren '80. De eerste fase van de wijk Kadijken is ontstaan in de jaren '90. De laatste fasen van deze wijk zijn recentelijk gerealiseerd, evenals de eerste fase van Gommerwijk West-West.
3.2
Huidige situatie
27
Kaart uit 2020 (plangebied rood omkaderd), bron: www.topotijdreis.nl
Momenteel bestaat het plangebied hoofdzakelijk uit agrarische percelen. Aan de noordzijde ligt een bestaande woning aan de Haling. Deze woning blijft behouden. Ook aan de zuidzijde liggen twee bestaande woningen die behouden blijven. Het plangebied wordt aan alle zijden omgeven door een brede watergang. Aan de noord-, zuid- en een deel van de westzijde wordt het plangebied omringd door agrarische percelen. Aan de zuidwestzijde ligt recreatiegebied het Streekbos. Aan de oostkant ligt de bestaande woonbebouwing van Enkhuizen. Ten noorden van het plangebied ligt de Haling, één van de ontsluitingswegen van het agrarisch productiegebied, evenals De Gouw aan de zuidzijde. Het bestaande Weelenpad met watergang die door het plan lopen zijn opgenomen in het stedenbouwkundig plan maar vallen buiten dit uitwerkingsplan.
28
Zicht op het plangebied vanaf de Haling met links de bestaande woonbebouwing van Enkhuizen, bron: Google streetview
Zicht op het plangebied vanaf De Gouw met de twee bestaande woningen, bron: Google streetview
29
Het Streekbos
30
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt het plan uiteengezet en beschreven aan de hand van een aantal aspecten. De stedenbouwkundige opzet geeft de indeling van het plan en de inpassing in de omgeving aan. De beeldkwaliteitsaspecten worden beschreven. Het programma geeft de woningtypologie en de verantwoording van de ladder van duurzame verstedelijking weer. De ontsluiting en het parkeren worden behandeld. Tot slot worden de duurzaamheidsaspecten beschreven.
4.1
Stedenbouwkundige opzet
Gommerwijk West-west is een nieuw woongebied in een parkomgeving, waar “landschappelijk wonen” het centrale thema is. Doordat het wonen geïntegreerd wordt in een omgeving die rijk is aan water en groen, ontstaat een onderscheidend woonmilieu dat uniek is in de regio. De parkomgeving komt niet alleen toe aan het nieuwe woongebied zelf, maar ook aan de omliggende woningen en woonwijken. De groene parkomgeving van het Streekbos wordt in het plangebied getrokken en dichter bij de bestaande kern gebracht.
31
Stedenbouwkundig casco Gommerwijk West-west, bron: Vollmer & Partners
32
De basisstructuur van Gommerwijk West-west bestaat uit een samenhangend geheel van watergangen, bosschages, parkruimtes, en natuurlijke oevermilieu 's. Hierbij wordt aangesloten bij de kenmerkende noord-zuidgerichte verkaveling en afwateringssloten in het landschap van de polder Het Grootslag en de bijbehorende lintbebouwing. De sfeer is vergelijkbaar met het Streekbos, de natuurwaarde is hoog. Het groenblauwe casco dooradert het woongebied en bestaat zowel uit een ruime parkruimte in het hart, als brede groen- en waterstructuren aan de randen van de wijk. Tevens bevinden zich her en der dwarsverbanden. Er komen bosschages in het plan, bestaande uit een combinatie van inheemse boomsoorten. Er worden ook enkele open parkruimtes gerealiseerd. Deze bieden ruimte voor gras, bloemweides, solitaire bomen en boomgroepen. Hierin is ook het archeologisch waardevolle gebied opgenomen, waar geen bebouwing mogelijk is. Door de combinatie van inheemse boomsoorten, waaronder enkele snelle groeiers en enkele waardevolle bomen die wat langer de tijd krijgen om tot wasdom te komen, wordt snel een groen beeld bereikt en tegelijkertijd toegewerkt naar een waardevolle eindsituatie. De bosranden krijgen her en der een afronding met een mantel- en zoomvegetatie, die een hoge natuurwaarde heeft. Langs de oevers worden natuurlijke oevermilieus gerealiseerd met ruimte voor riet en andere waterplanten.
Er worden ook delen gerealiseerd met plas en dras. De parkruimte kan verder eigen worden gemaakt door de omwonenden. In het plan zijn plekken waar bewonersinitiatieven een plek kunnen krijgen, bijvoorbeeld de inrichting van een collectieve moestuin, een boomgaarde of een theehuis. In de parkzones is ook ruimte opgenomen voor spelen. De bestaande vaarverbinding langs het Weelenpad wordt druk bevaren. Met het plan wordt een tweede vaarverbinding naar het Streekbos gerealiseerd die direct uitkomt bij het recreatiecentrum. Daarnaast wordt een groot deel van het water in de wijk bevaarbaar, waardoor er veel ruimte is voor spelevaren.
In het gebied zijn woonvelden aangewezen. Deze zijn in clusters verspreid over het gebied, altijd goed ontsloten en altijd in de directe nabijheid van water en groen. De woonvelden hebben een dieptemaat die overeenkomt met courante kaveldieptes. De meeste zijn 25 tot 30 meter diep, sommige nog dieper. Daarmee zijn ze geschikt voor een breed palet aan woninginvullingen. Het zuidelijke deel heeft de dichtheid van een tuinstad. Daar kan een woonmilieu komen dat rijk dooraderd is met groen en water. In het noordelijke deel heeft een vergelijkbaar woonmilieu, maar heeft een hoger woningaantal doordat hier meer appartementen gerealiseerd worden. Het middendeel kent een lagere dichtheid. Daar is sprake van een gelijkmatige verdeling tussen park en wonen. Beide houden elkaar in evenwicht. Naast de woonvelden zijn in de stedenbouwkundige opzet ook bouwmassa's weergegeven die specifiek van vorm en inpassing zijn. Dit zijn de zogenaamde specials, zoals appartementengebouwen en waterwoningen. Langs de Haling komt een nieuw erf met bebouwing en sluiten de nieuwe woningen aan op de lintstructuur. De bestaande woning voegt zich hiertussen. Dit geldt ook voor de lintbebouwing aan De Gouw. Naast de bestaande woningen worden hier op particuliere kavels vier nieuwe woningen (een tweekapper en twee vrijstaande woningen) toegevoegd die passen in de structuur van de lintbebouwing.